Bijlage 3d - Bijlage bij de toelichting - Ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Koning Haakonstraat Moerdijk
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK KONING HAAKONSTRAAT 1A IN MOERDIJK GEMEENTE MOERDIJK
Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Koning Haakonstraat 1A in Moerdijk Opdrachtgever
Gemeente Moerdijk Pastoor van Kessellaan 15 4761 BJ Zevenbergen
Rapportnummer
19377.001
Versienummer1
2 (definitief)
Datum
10 oktober 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 010-7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
R.S. Verheij, MSc R. Elsma, MA
Paraaf
Kwaliteitscontrole
R.L. Menting, BSc
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel
beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
19377.001
Toponiem
Koning Haakonstraat 1A
Opdrachtgever
Gemeente Moerdijk
Gemeente
Moerdijk
Plaats
Moerdijk
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Zevenbergen, sectie O nummers 1220, 1217 en 2537 (ged.)
Omvang plangebied
Circa 1.700 m2
Kaartblad
44A (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 102.515 / Y: 412.880
Bevoegde overheid
Gemeente Moerdijk Postbus 4 4760 AA Zevenbergen
T: 14-0168 E: info@moerdijk.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Programmabureau RWB Drs. L. Weterings-Korthorst Postbus 503 4870 AM Etten-Leur
T: 076-5027229 E: leonie.weterings@west-brabant.eu
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5282289100
Archeoregio NOaA
14: Zeeuws kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, R.S. Verheij, MSc & R. Elsma, MA
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Moerdijk een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied gelegen aan de Koning Haakonstraat 1A in Moerdijk in de gemeente Moerdijk. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de nieuwbouw van zeven woningen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig), verkennende fase door middel van boringen. Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat de top van de pleistocene afzettingen een middelhoge archeologische verwachting heeft voor resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum; de top van het veen en de getijdenafzettingen een lage verwachting voor resten uit de Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367) en vanaf het maaiveld in een antropogeen ophogingspakket en/of de getijdenafzettingen geldt een lage tot middelhoge verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd (vanaf 1600).
Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde laag met puin, met daaronder getijdenafzettingen van 0,90 m dik en een pakket Hollandveen. De top van het veen ligt op 2,20 m -mv (-2,72 m NAP). In de top van deze niveaus zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op bewoning. De top van het veen is niet veraard en in de top van de Middeleeuwse getijdenafzettingen is geen bodem aanwezig. Deze opbouw is echter gebaseerd op één boring (boring 3), omdat de andere vier boringen zijn gestuit op puin. Boring 1, 2, 4 en 5 zijn gestuit op puin, dit zouden funderingen van de voormalige kerk of postkantoor kunnen betreffen. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat binnen 5 m -mv, in de top van het Hollandveen en in het Walcheren Laagpakket geen archeologische resten worden verwacht. Voor de dieper gelegen Pleistocene afzettingen in de ondergrond, die buiten het bereik van het veldonderzoek vallen, blijft in principe sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Dit potentiële archeologische niveau wordt echter alleen door eventuele heiwerkzaamheden aangetast. Daarnaast zouden er (funderings)resten van de voormalig Rooms-Katholieke kerk binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Echter is volgens een lid van de heemkundekring het plangebied enkele meters diep ontgraven naar aanleiding van een sanering.
Desalniettemin blijft de verwachting voor (funderings)resten van de kerk middelhoog. De verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog blijft naar aanleiding van dit onderzoek onbekend. Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ te handhaven. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden eerst verder onderzoek moet worden uitgevoerd. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om te onderzoeken of er (funderings)resten van de Rooms-Katholieke kerk binnen het plangebied aanwezig zijn. Het proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Moerdijk), die vervolgens het advies overneemt of niet.
Rapport 19377.001 versie 2 (definitief)
Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Moerdijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Moerdijk.
Rapport 19377.001 versie 2 (definitief)
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 14 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 13
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 14 Methoden ........................................................................................................................ 14 Resultaten ....................................................................................................................... 15 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 15
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 16
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 17 BRONNEN .......................................................................................................................................... 18
Rapport 19377.001 versie 2 (definitief)
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1.
Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Het plangebied op de paleogeografische kaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historisch kaartmateriaal Foto's van de watersnoodramp in 1953 Fragment uit het dagboek van zuster Cornelia Foto’s R.K. Kerk en pastorie voor en na opblazing Foto van het klooster van Moerdijk voor en na verwoesting Archeologische waarden en onderzoeken Archeologische verwachtingskaart Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Boorprofielen
Rapport 19377.001 versie 2 (definitief)
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Moerdijk een archeologisch onderzoek uitgevoerd in een plangebied gelegen aan de Koning Haakonstraat 1A in Moerdijk in de gemeente Moerdijk. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de nieuwbouw van zeven woningen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen (IVO-O; KNAprotocol 4003, hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in augustus 2022 door R.S. Verheij, MSc en R.
Elsma, MA (senior KNA-archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door R.L. Menting, BSc.
2 SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 1 van 19
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast is het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Moerdijk. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Moerdijk; Stichting Heemkunde Moerdijk.
3 SIKB, 2018
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 2 van 19
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Moerdijk. De noordwestzijde van het plangebied grenst aan de Koning Haakonstraat, ten noordoosten van het plangebied ligt de Klaverstraat, ten zuidoosten de Wethouder Mattheestraat en de zuidwestzijde van het plangebied grenst aan de Steenweg. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Zevenbergen, sectie O en beslaat percelen 1220, 1217 en 2537 (ged.). De oppervlakte van het plangebied is circa 1.700 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen, voor het bureauonderzoek, relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie Het plangebied beslaat een grasveld en grenst aan meerdere wegen. In het noordoosten van het plangebied staan overblijfselen van de voormalige Rooms-Katholieke kerk. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Kern Moerdijk4 uit 2016 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,50 m -mv.
De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.5 Milieukundige situatie Via Omgevingsrapportage Noord-Brabant zijn de milieu hygiënische gegevens opgevraagd voor het plangebied.6 Er is in 2004 een bouwstoffenbesluit uitgevoerd aan onder andere de Koning Haakonstraat, hieruit is gebleken dat de bodem niet verontreinigd is. Het plangebied is voldoende onderzocht. 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om woningbouw van circa zeven rijwoningen in het plangebied te realiseren. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m -mv.
4 www.ruimtelijkeplannen.nl 5 Groot et al., 2013 6 Omgevingsrapportage Noord-Brabant
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 3 van 19
2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied ligt in het noordwesten van Brabant, in het Zeeuws zeekleigebied. De landschappelijke ontwikkeling van dit gebied hangt nauw samen met de Holocene zeespiegelstijging. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden) staat de zeespiegel zo’n 100 m lager dan nu. Aan het maaiveld liggen dan lokaal terrestrische afzettingen van de Formatie van Boxtel.7 Het Pleistocene maaiveld ligt in het plangebied tussen -4 en -6 m NAP.8 Ten westen en zuiden van he plangebied ligt een Pleistoceen rivierdal (figuur 4A). Met het stijgen van de zeespiegel ontstaat in West-Nederland in het eerste deel van het Holoceen een getijdengebied. Aan de zeezijde wordt het getijdengebied begrensd door een open systeem van strandwallen en aan de landzijde, in de kustvlakte, ontstaat een veengebied. Rond 5500 v. Chr. ligt het plangebied in het veengebied, ten oosten van het getijdengebied (figuur 4B). Rond 3850 v. Chr. heeft het veengebied zich zowel zeewaarts als landinwaarts uitgebreid (figuur 4C). De veenvorming in het gebied gaat door tot in de Middeleeuwen. Rond 800 n. Chr. ligt pal ten noordwesten van het plangebied het Hollands Diep. Vanaf de 11e eeuw wordt het veengebied stelselmatig ontgonnen en ook wordt het veen afgegraven ten behoeve van turf- en zoutwinning.
Volgens de turfdatabank van de provincie Antwerpen, die is gebaseerd op het werk van Leenders9, zijn het plangebied en de omgeving overveend geraakt. Ten noordwesten van Moerdijk is grond uitgegeven voor agrarisch gebruik, de Zevenhoeven. Dit gebied heeft een grootte van 141 ha en is voor 1350 n. Chr. uitgegeven. Ten oosten van Moerdijk is in 1347 n. Chr. 183 ha veengrond uitgegeven voor agrarische ontginning (Elfhoeven). Rond 1377 n. Chr. is rondom de twee eerdergenoemde uitgiften en ten zuiden van Moerdijk, 391 ha grond uitgegeven voor agrarische ontginning (Eiland Moerdijk).10 Door de ontginning van het gebied daalt het maaiveld en wordt het gebied gevoelig voor overstromingen. Geleidelijk aan gaat het veengebied verloren aan de zee. Het gebied waarbinnen Moerdijk ligt, gaat tussen 1367 en 1420 n. Chr. verloren. Bij een laatste grote overstroming, de Sint-Elisabethsvloed van 1421 n. Chr., gaat de Grote Waard, een grote polder ten noordoosten van Moerdijk, ten onder en ontstaan het Hollands Diep en de Biesbosch. Na 1421 n. Chr. wordt het verloren gegane land langzaamaan ingepolderd.11 Rond 1500 n. Chr. ligt het plangebied nog in een getijdengebied (figuur 4I) op het eiland Moerdijk. Ten zuidwesten van het eiland ligt de Roode Vaart en ten oosten liggen de Swaluwsche Meeren, die beide afwateren op het Hollands Diep ten noorden van het eiland.
Ten zuiden van het eiland is het gebied ingepolderd, het betreft de Oude Polder van Zevenbergen, Kraauwelsgors en Grote Schenkeldijk. Ook ten zuidoosten van het eiland is gebied ingepolderd, namelijk de Grote Zonzeelse Polder. Rond 1555 n. Chr. is de dijk van de Grote Waard aangelegd, ten noorden en noordoosten van Moerdijk. Het eiland Moerdijk is tussen 1568 en 1843 n. Chr. ingepolderd en wordt de Royale Polder genoemd.
7 de Mulder e.a., 2003; Stouthamer e.a., 2015 8 Vos & de Vries, 2015 9 Leenders, 2013 10 Geoloket Provincie Antwerpen 11 Canon van Moerdijk | De geschiedenis van moerdijk
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 4 van 19
Geologie In het plangebied wordt een antropogeen ophogingspakket verwacht tot 0,5 m -mv (-1,25 m NAP) op getijdenafzettingen tot 2,5 m -mv (-3,25 m NAP). Deze afzettingen vormen het Laagpakket van Walcheren binnen de Formatie van Naaldwijk. Hieronder ligt veen van de Formatie van Nieuwkoop tot 6 m -mv (-6,75 m NAP), dat weer op pleistocene afzettingen van de Formatie van Boxtel ligt. Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 5) ligt het plangebied in bebouwd gebied op een vlakte van een getij-oeverwal. Het maaiveld van deze oeverwal ligt, volgens het Actueel hoogtebestand van Nederland (AHN3; figuur 6), tussen -1,2 en +6,4 m NAP. In het plangebied loopt het maaiveld op van -0,92 m NAP in het noordoosten van het plangebied naar +0,63 m NAP in het zuidwesten van het plangebied. Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied in bebouwd gebied. Ten noorden, oosten en zuiden van het bebouwd gebied komen poldervaaggronden voor (code Mn15A en Mn25A) en ten westen een dijk. Poldervaaggronden zijn kleigronden met een slecht ontwikkelde A-horizont, die worden gekenmerkt door periodieke hoge waterstanden, waardoor binnen 0,5 m -mv gleyverschijnselen (roestvlekken) voorkomen. De poldervaaggronden hebben grondwatertrap IVc.
Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) dieper dan 0,40 m -mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) tussen 0,80 tot 1,20 m -mv. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. Vergraven gronden Volgens de verstoringskaart van Brabant is in het plangebied de grond niet vergraven.12 2.6
Beschrijving van het historische gebruik
Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal In het eerste deel van het Holoceen ligt het landschap dat in de laatste ijstijd is ontstaan, nog aan het maaiveld in het plangebied. Bewoning door jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en Neolithicum vindt in het gebied plaats op aanwezige dekzandkopjes en -ruggen. Echter door het stijgen van de grondwaterspiegel is het westelijke deel van Noord-Brabant vermoedelijk vanaf het Neolithicum ongeschikt voor bewoning.13 Door de zeespiegelstijging in de loop van het Holoceen, ontstaat er ter hoogte van het plangebied een veenmoeras. Dit moeras is niet geschikt voor bewoning. In 967 ontstaat Moerdijk als Sprangblok. In de Late Middeleeuwen wordt het veengebied pas ontgonnen en afgegraven voor turfwinning. Hierdoor daalt het maaiveld en beetje bij beetje wordt het gebied door de zee verzwolgen. Het gebied waarin Moerdijk ligt, gaat tussen 1367 en 1420 verloren en er ontstaat een getijdengebied. Volgens de turfdatabank van de provincie Antwerpen is er in 1377 rond het plangebied 391 ha aan grond uitgegeven ter agrarische ontginning (Eiland Moerdijk, ten noordoosten, oosten en zuiden van het plangebied).14 12 Kaartbank Noord-Brabant; Verstoringsbronnenkaart 13 Ball e.a., 2018 14 geoloket.provincieantwerpen.be; gebaseerd op het werk van K.A.H.W. Leenders
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 5 van 19
De naam Moerdijk is afkomstig van de ligging, namelijk een moer aan de dijk. Er vindt op grote schaal moernering in Moerdijk plaats al voor 1380 en Moerdijk ligt op dat moment aan het Hollands Diep, welke op dat moment nog uit een smallere kreek bestaat, de Wijvekeen. Vanaf 1367 breken de dijken in het gebied regelmatig door, wat uiteindelijk resulteert in de overstromingen ten gevolge van de Sint Elisabethsvloed van 1421. In 1450 komt er een einde aan de moernering, door een dikke kleilaag die op het veen is afgezet. Het gebied wordt geleidelijk aan weer bedijkt. Op het eiland Moerdijk worden voor 1600 kades aangelegd, waardoor er geleidelijk aan schorren opslibben en deze kunnen worden ingepolderd. Hierdoor komt het eiland uiteindelijk aan het ingepolderde land te liggen. In 1650 wordt de Royale Dijk aangelegd, waarmee het Hollands Diep kan worden ingedijkt. Ondertussen is er een veerverbinding over het Hollands Diep gevormd naar het Eiland van Dordrecht. Op een topografische kaart uit 1632 door Balthasar Floriszoon van Berckenrode is het eiland Moerdijk zichtbaar aan het Hollands Diep (figuur 8A). Op de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 is te zien dat het plangebied een deel van perceel 101 beslaat en in gebruik is als weiland (figuur 8B). Het perceel is in bezit van Koopman Cornelus, Fransiscus Claes.
Het plangebied ligt in de Klaver Polder, ten zuidoosten van de kern van Moerdijk. Ten zuidwesten van het plangebied ligt de Weg naar Breda. Tussen 1855 en 1880 is er een spoorlijn aangelegd en in gebruik genomen, ten zuidwesten van het plangebied. Deze spoorlijn loopt van Moerdijk naar Antwerpen en heeft de naam Den Belse lijn. Eind 1856 is er een stationsgebouw inclusief een overdekte aankomst- en vertrekplaats in gebruik genomen. Daarnaast dient een drijvende bak met loopbrug al overstapplaats van de trein naar de boot. Ook zijn er een rijtuig- en goederenloods, waterreservoir, werkplaats, een draaischijf voor een locomotief en negen eindsporen aanwezig. Rond 1880 is de situatie nagenoeg hetzelfde gebleven in het plangebied ten opzichte van de kadastrale minuut (figuur 8C). De zuidwestzijde van het plangebied grenst aan bebouwing langs de hoofdstraat van Moerdijk. Ten noordoosten van het plangebied is een spoorlijn aangelegd naar Breda. Ten noorden van het plangebied ligt de Klaverpoldersche sluis. Rond 1893 is de bebouwing pal ten westen van het plangebied uitgebreid (figuur 8D). Rond 1935 is er in het plangebied de Rooms-Katholieke kerk gebouwd (figuur 8E). Ten zuidoosten van het plangebied ligt een begraafplaats en langs de Bredasche weg is er bebouwing bijgekomen.
In 1953 krijgt Moerdijk te maken met de watersnoodramp, door een dijkdoorbraak van de Buitendijk tussen het protestantse kerkhof en het Wilhelminaplein. Hierbij wordt de begraafplaats weggeslagen, waarbij doodskisten en vrijgekomen geraamtes onder een dikke laag slib komen te liggen (figuur 9). Rond 1962 lijkt de kerk in het plangebied iets naar het zuiden te zijn verplaatst en ligt deze half in het plangebied, vermoedelijk komt dit door de weergave van het kaartbeeld (figuur 8F). De situatie rond het plangebied is drastisch veranderd. Er is meer bebouwing bijgekomen gepaard gaande met meer wegen. De noordzijde van het plangebied grenst aan de huidige Koning Haakonstraat die het gebied waar de kerk in staat omringd. In het noordoostelijke deel van het plangebied is een gebouw komen te staan. De spoorlijn ten noordoosten van het plangebied naar Breda is verdwenen. Rond 1970 is de Rooms-Katholieke kerk uit het plangebied verdwenen en herbouwd ten zuidwesten van het plangebied (figuur 8G). In het zuidoostelijke deel van het plangebied is een smal gebouw komen te staan. De noordoostzijde van het plangebied grenst aan een groenstrook. Ten oosten van het plangebied is er bebouwing bijgekomen.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 6 van 19
Rond 1984 is de bebouwing in Moerdijk uitgebreid, ook ten noorden en oosten van het plangebied (figuur 8H). De bebouwing in het plangebied lijkt te zijn veranderd en de groenstrook ten noordoosten van het plangebied ligt nu in het noordoosten van het plangebied. Deze verandering zou ook het gevolg kunnen zijn van de manier waarop de kaart is weergegeven. Ten oosten van het plangebied is er een goederenspoorweg aangelegd en verder naar het oosten de A16. Rond 1999 is er in het noorden van het plangebied een klein gebouwd bijgekomen (figuur 8I). Rond 2015 is het gebouw in het noorden van het plangebied verdwenen (figuur 8J). Het gebouw in het zuiden van het plangebied is inmiddels gesloopt. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Binnen het plangebied of direct daaromheen liggen geen rijksmonumenten. Wel liggen er drie MIPobjecten. Dit zijn gebouwen die tijdens het Monumenten Inventarisatie Project van de RCE, dat is uitgevoerd tussen 1986 en 1995, als bouwkundig waardevol zijn aangemerkt. Het eerste object betreft de voormalige Rooms-Katholieke kerk aan de Steenweg 52, deels in en pal ten zuidoosten van het plangebied. De kerk dateert uit 1929/1930 en is inmiddels gesloopt. Het pand aan de Steenweg 50, ten zuiden van het plangebied, is ook aangemerkt als MIP-object. Dit pand betreft de voormalige pastorie en dateert uit 1929/1930.
Deze pastorie is aan de linkerzijde van de Rooms-Katholieke kerk gebouwd, ontworpen door architect J.H.H. (Hubert) van Groenendael (1868-1942), een leerling van Pierre Cuypers (bekend van onder andere het Rijksmuseum). In de Tweede Wereldoorlog hebben de kerk en het pastoraat dusdanige schade opgelopen dat deze bebouwing, in ieder geval bovengronds, is gesloopt. Hierdoor is het oorspronkelijke, unieke ensemble verloren gegaan. In 1982 is de pastorie door het bisdom verkocht als particuliere woning. Het derde object betreft de woning aan de Koning Haakonstraat 2, ten noorden van het plangebied. Deze woning dateert uit 1954.15 Bouwhistorische waarden Volgens het West-Brabants Archief zijn er geen bouwtekeningen bekend van de Koning Haakonstraat 1A of Steenweg 52.16 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.17 In september 1944 is er een toenemende druk van de geallieerden en de Duitse bezetter wordt steeds meer in het nauw gedreven. Moerdijk met zijn Moerdijkbruggen willen de Duitsers tegen elke prijs in handen houden. De bevolking komt onder grotere druk te staan en door bombardemeten van de geallieerden ontstaat grote schade aan het dorp. Er bevindt zich een vluchtweg vanuit Moerdijk naar de Roodevaart.
Daar liggen de Duitsers ingegraven en vanuit Klundert en de Roodevaart komen de geallieerden aan. De gevluchte dorpelingen moeten daarom dwars door het schootsveld heen vluchten. De achtergebleven dorpelingen houden zich schuil in het grote Klooster met patronaat. Eén van de zusters, (Zr. Cornelia) heeft over deze tijd een dagboek bijgehouden. Dit is een verslag van de laatste dagen voor de bevrijding in Moerdijk. Hierin staat het gruwelijke bombardement van 17 september en het verblijf in het grote klooster beschreven (figuur 10).
15 Moerdijk; BAG-viewer, PDOK; MIP-objecten-databace RCE. De gemeentebeschrijvingen zijn niet meer via de RCE te down-
loaden. 16 Bouwdossiers Moerdijk, West-Brabants Archief. 17 ikme.nl; VEO Bommenkaart; Ruimingskaart; Wageningen University & Research—Geoportal.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 7 van 19
Op 5 november blazen de Duitsers de kerktoren van de tegenovergelegen Rooms-Katholieke Kerk (Koning Haakonstraat 1A) op en op 7 november wordt het klooster in brand geschoten en ontstaat er chaos (figuur 11 en figuur 12). De 250 burgers zoeken een nieuwe schuilplaats en vinden die op 8 november onder de gewelven van de oude kerk, in de klei. Hier overleven ze de zware gevechten die uiteindelijk leiden tot de bevrijding van het dorp. Op 9 november worden de mensen gevonden door de eerste Poolse bevrijders. Het volledige dagboek is destijds uitgegeven door “Brabantia Nostra”, Breda onder supervisie van historicus J. Buitkamp in 1980.18 Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed maakte het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van het operatieterrein Hollands Diep en Moerdijk. In 1940 landden Duitse parachutisten aan weerszijden van het Hollands Diep en veroverden de brug op het Nederlands leger. Het dorpje Moerdijk, aan de zuidzijde van het Hollands Diep en de strategisch zeer belangrijke Moerdijkbruggen, zijn in 1944 deels vernield. Het dorp vormde de directe verbinding naar Rotterdam. Ook maakte het plangebied deel uit van de linie Stützpunktgruppe Moerdijk. Deze linie dient als een verdedigbaar Duits steunpunt om de bruggen bij Moerdijk te verdedigen en de toegang tot het vasteland en vaarroutes af te sluiten.
Daarnaast diende Moerdijk als luchtlandingsterrein. Ten zuidwesten van het plangebied bevond zich kamp Moerdijk. De archeologische verwachting voor linies en operatieterreinen betreft gebouwd erfgoed zoals bunkers en tankversperringen, maar ook archeologische resten in de vorm van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken etc. De slaghandelingen weerspiegelen zich vooral in een verspreiding van verschillende munitieartikelen. Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e.d. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Via het Geoportal is er een luchtfoto bekend waarop Moerdijk is afgebeeld. Het plangebied is niet duidelijk zichtbaar op de foto. Stichting Heemkunde Moerdijk Op 9 augustus 2022 is er contact geweest met Edwin Nuijten van de Stichting Heemkunde Moerdijk voor aanvullende historische informatie. Er is veel informatie ontvangen over het plangebied. Deze informatie is verwerkt in dit onderzoek. Tijdens het veldonderzoek, dat is uitgevoerd na het betreffende bureauonderzoek, is er gesproken met een heemkundelid, die tegenover het plangebied woont.
Volgens hem is het plangebied tijdens een sanering van vervuilde grond, naar aanleiding van een lekkende olietank, diep ontgraven (enkele meters). Dit komt niet overeen met de gegevens opgevraagd via Omgevingsrapportage Noord-Brabant. In het plangebied heeft de Rooms-Katholieke kerk gestaan, welke tijdens de Tweede Wereldoorlog is vernietigd. Er staan momenteel nog enkele resten van de kerk binnen het plangebied. De kerk is herbouwd en er is in het noordwesten van het plangebied een postkantoor komen te staan, zoals ook is te zien in figuur 8I. 2.7
Archeologische waarden
In de directe omgeving van het plangebied, in een straal van 500 m, is een drietal onderzoeken uitgevoerd, zijn geen vondstmeldingen gedaan en liggen volgens Archis3 geen archeologische monumenten (AMK-terreinen; figuur 13). Archeologische monumenten zijn terreinen waar op basis van historische gegevens of vondsten archeologische resten worden vermoed of aanwezig zijn, maar die nog niet zijn onderzocht. 18 E. Nuijten, Stichting Heemkunde Moerdijk
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 8 van 19
Archeologische onderzoeksmeldingen zijn meldingen van onderzoeken die vanaf de jaren 1990 zijn uitgevoerd op basis van artikel 46 van de Monumentenwet uit 1989. Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor dit onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de veldkarteringen, booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Een overzicht van de onderzoeksmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 2. Vondstmeldingen zijn meldingen van vondsten die bij toeval zijn gedaan of bij archeologisch onderzoek dat niet op basis van de Monumentenwet is uitgevoerd. Het gaat hierbij veelal om onderzoeken die voor de jaren 1990 zijn uitgevoerd. Bij elke vondstmelding hoort één vondstlocatie. Bij een vondstlocatie horen vondsten, grondsporen en/of complexen. Vondsten zijn mobiele archeologische resten (bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, bouwkeramiek, bewerkt vuursteen). Grondsporen zijn duidelijk begrensbare verschijnselen in de bodem, van antropogene oorsprong (bijvoorbeeld paalkuilen of muurresten) of natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld een boomval).
Een complex is een verzameling van sporen en vondsten in eenzelfde gebied, uit dezelfde periode en met dezelfde oorsprong. Bijvoorbeeld: aardewerk, huttenleem en paalsporen vormen samen het complextype ‘bewoning’. Archeologische onderzoeksmeldingen Pal ten zuidwesten van het plangebied is aan de Steenweg 45 een drietal archeologische onderzoeken uitgevoerd. De archeologische onderzoeken maken deel uit van een herontwikkeling van een groter 19e-eeuws kloosterterrein met school, waar gedurende de 20e eeuw onder andere een kerkgebouw gebouwd en (deels) gesloopt is. Het gaat hierom de Rooms-Katholieke kerk die voor de Tweede Wereldoorlog binnen het plangebied heeft gestaan. Het eerste onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2017 (zaakid. 4572786100). Uit het onderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied in een lagergelegen zeekleigebied ligt, tussen circa 0 en -1,5 m NAP, dat gevormd is in het Holoceen. In het Holoceen zijn de Pleistocene zandgronden overdekt geraakt met veen en kleilagen. Het Pleistocene zand bevindt zich plaatselijk op -4 tot -8 m NAP (2,5 tot 8 m -mv). In het onderzoeksgebied worden resten verwacht uit de Nieuwe tijd. Resten uit het Paleolithicum en het Mesolithicum worden ook niet uitgesloten, maar die bevinden zich op grote diepte op het dekzand.
Uit het veldonderzoek is gebleken dat er in de ondergrond redelijkerwijs geen behoudenswaardige vindplaats wordt verwacht met een datering van voor de 19e eeuw. Wel blijken de resten van het kloostercomplex (twee fasen) nog (gedeeltelijk) in de bodem aanwezig te zijn. Er is geadviseerd de ondergrondse sloop en de toekomstige werkzaamheden archeologisch te laten begeleiden. Hiermee kan er een definitief antwoord gevonden worden op de vraag of de begraafplaats(en) behorende bij het klooster daadwerkelijk geruimd zijn of dat de gemeente er rekening mee moet houden dat bij toekomstige werkzaamheden nog resten van deze begraafplaats worden aangetroffen. Naar aanleiding van dit onderzoek is er in 2018 een tweede onderzoek uitgevoerd, namelijk een archeologische opgraving – variant begeleiding (zaakid. 4610490100). Tijdens de opgraving zijn er vijf archeologische sporen aangetroffen, namelijk restanten van funderingsmuren van het voormalige klooster van Moerdijk dat dateert uit het begin van de 20e eeuw. De aangetroffen resten komen overeen met de bekende funderingstekening van het klooster. Er is echter ook aangetoond dat er veel verstoord is geraakt door de bouw van het in beton uitgevoerde kerkgebouw van na de Tweede Wereldoorlog.
Ook is er tijdens het graafwerk een andere zeer diepe betonnen structuur aangetroffen, die blijkt bij het luchtventilatiesysteem van het naoorlogse kerkgebouw te horen. Voor de geplande ontwikkelingen zijn daarna binnen het bestaande kerkgebouw nog een aantal delen ontgraven. Hierbij zijn geen funderingsresten aangetroffen, wat bevestigd dat er grote delen van het vroeg 20ste-eeuwse klooster verloren zijn gegaan bij de bouw van het naoorlogse kerkgebouw. Aan de noordoostzijde van het onderzoeksgebied is daarnaast een aantal muurresten in situ bewaard gebleven.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 9 van 19
Naast de twee genoemde onderzoeken is er in 2021 een derde onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek betreft een proefsleuvenonderzoek aan de Steenweg 43 en 45 (zaakid. 5026117100). Tijdens het onderzoek zijn er twee sleuven aangelegd van 20 bij 4 m en één sleuf van 10 bij 4 m. Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat het grootste deel van de bodemopbouw van het onderzochte gebied verstoord is tot voorbij het niveau waarop resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht. Alleen in de zuidoostelijke hoek is een natuurlijke blauwgrijze kleilaag op de relatief kleine diepte van 0,75 m -mv aangetroffen. De aangetroffen bodemopbouw wijst er daarbij op dat na het bombardement en de brand in de kloostergebouwen (beide in 1944), dat aan de Steenweg 43 alles tot in de fundering is gesloopt. Daarna heeft men het ontstane gat gedicht met grond en puinresten. Hetzelfde is gebeurd met de voorganger van de huidige bebouwing aan de Steenweg 45, omdat er is gebleken dat de bodemopbouw tot minstens 1,4 m -mv verstoord is. In de omgewerkte top van de natuurlijke kleilaag is los vondstmateriaal aangetroffen dat daar waarschijnlijk door grondbewerking of indrukking in terecht is gekomen en dit is gedateerd in de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd, maar er is geen sprake van een vindplaats.
Er is geadviseerd om het onderzoeksgebied vrij te geven om er geen behoudenswaardige vindplaats is aangetroffen en omdat het gebied voor het grootste gedeelte tot grote diepte verstoord is. De kans dat er nog behoudenswaardige archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied aanwezig zijn, is klein. Buiten de hierboven besproken vondsten zijn er geen andere waarnemingen bekend in de directe omgeving van het plangebied. Archeologische verwachting Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Moerdijk (figuur 14) heeft het plangebied een lage verwachting. Deze gebieden hebben, op basis van de geologische en landschappelijke opbouw, evenals door het ontbreken van archeologische vondsten en sporen, een lage kans ten aanzien van het aantreffen van archeologische vondsten of sporen. Volgens de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied in een zone met archeologische waarde 6 (figuur 15). Deze zone heeft een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimaal oppervlakte van 250 m2 en een verstoringsdiepte van 0,50 m.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 10 van 19
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (zie tabel 1). Tabel 1.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Verwachting en complextype
Te verwachten resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum
Middelhoog; kampementen
Vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool; haardkuilen
Top van de pleistocene afzettingen, voornamelijk op dekzandkopjes en -ruggen (3,37 tot 6,92 m -mv en -4 tot -6 m NAP)
Laat-Mesolithicum – Romeinse tijd
Geen
-
In het Hollandveen
Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367)
Laag; bewoningssporen, sporen van landgebruik
Akkerlagen, cultuurlagen, ophooglagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem
In de top van het Hollandveen, indien er een veraarde veentop aanwezig is (2,5 m -mv en -1,87 tot -3,42 m NAP) en in de getijdenafzettingen (0,5 tot 2,5 m -mv en +0,13 tot -3,42 m NAP)
Late Middeleeuwen (vanaf 1367) – Nieuwe tijd (tot 1600)
Geen
-
In de getijdenafzettingen (0,5 tot 2,5 m -mv en +0,13 tot -3,42 m NAP)
Nieuwe tijd (vanaf 1600)
Laag tot middelhoog; sporen van landgebruik, resten kerk (vanaf 1929)
Akkerlagen, funderingsresten; sloten/greppels, baksteen
Aan het maaiveld, in een antropogeen ophogingspakket en/of in de top van de getijdenafzettingen (+0,63 tot -0,92 m NAP)
Tweede Wereldoorlog
Onbekend
-
-
In het plangebied worden dekzandkopjes en -ruggen uit het Pleistoceen verwacht (Formatie van Boxtel) en pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye). Bewoning vindt in het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum plaats op de hoger gelegen dekzanden en langs het beekdal ten zuiden van het plangebied. Op deze dekzand- en rivierafzettingen wordt vanaf het Laat-Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen een veenpakket gevormd (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). In de Middeleeuwen neemt de mariene invloed in het gebied toe door het dalende maaiveld, onder andere veroorzaakt door de ontginning en afgraving. Ten noorden van het plangebied ontstaat in deze periode een geulensysteem. Vanuit dit geulensysteem wordt er een kleidek afgezet op het veen (Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk). Aan deze geul, later het Hollands Diep, ontstaat Moerdijk. Doordat de dijken regelmatig doorbreken gaat Moerdijk tussen 1367 en 1420 verloren en ontstaat hier een getijdengebied. In 1421 vindt eveneens de Sint Elisabethsvloed plaats. Het hoger gelegen gebied van Moerdijk vormt uiteindelijk een eiland in het Hollands Diep, waar rond 1600 kades worden aangelegd. Zo slibben er schorren op en kan het gebied ingepolderd worden. In 1650 wordt de Royale Dijk aangelegd, waarmee het Hollands Diep kan worden afgedijkt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgt Moerdijk het zwaar te verduren en vinden er meerdere bomaanslagen plaats en wordt er hevig gevochten.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 11 van 19
In de top van de Pleistocene afzettingen worden op dekzandkopjes en -ruggen met daarin een podzolbodem, resten van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum verwacht. Deze resten worden in de vorm van een archeologische laag met strooiing van houtskool en vuursteen verwacht. Verder worden ook haardkuilen uit deze periode verwacht. Dit niveau ligt vermoedelijk op grote diepte (3,37 tot 6,92 m -mv en -4 tot -6 m NAP) en valt daarmee buiten de te onderzoeken diepte. Resten uit de periode Neolithicum – Romeinse tijd worden niet verwacht, omdat het gebied toen een veenmoeras was en daarom niet geschikt voor bewoning. In de top van het Hollandveen of in de getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk), indien geen erosie of afgraving plaats heeft gevonden, worden resten uit de Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367) verwacht. Wanneer de veentop intact is, zal deze zijn veraard. Dit is te zien aan een laag zwart amorf veen. Mogelijke resten in de top van het Hollandveen of de getijdenafzettingen worden verwacht in de vorm van cultuur- en akkerlagen met strooiing van aardewerk, houtskool en verbrand leem. Verder worden grondsporen als paal- en afvalkuilen, greppels en waterputten verwacht.
De veentop zou door afdekking van getijdenafzettingen kunnen zijn beschermd tegen erosie of de top is eerst geërodeerd door het binnenstromende water, waarna de getijdenafzettingen zijn afgezet. De top van de getijdenafzettingen is waarschijnlijk in het plangebied geërodeerd vanaf 1367 door het water dat door de dijkdoorbraken het plangebied binnen is gestroomd. De verwachting voor de Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367) is daarom laag. Vanaf 1367 tot 1600 worden er geen archeologische resten verwacht omdat het plangebied op dat moment overstroomd is door het water van het Hollands Diep. Vanaf het maaiveld, in een antropogeen ophogingspakket en/of in de top van de getijdenafzettingen worden resten uit de Nieuwe tijd (vanaf 1600) verwacht in de vorm van sporen van landgebruik. Op basis van het historisch kaartmateriaal heeft er vanaf 1929 een Rooms-Katholieke kerk in het plangebied gestaan. Deze kerk is grotendeels verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog en erna herbouwd. De kerk is inmiddels gesloopt. De verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd is laag en vanaf 1929 middelhoog voor funderingsresten van de kerk. Echter is het plangebied tijdens een sanering vermoedelijk diep ontgraven (enkele meters), waardoor grote delen van eventuele funderingen zouden kunnen zijn verdwenen. Uit de Tweede Wereldoorlog worden binnen het plangebied archeologisch resten verwacht.
Om welke type resten het gaat is onbekend. De kerktoren van de voormalige Rooms-Katholieke kerk binnen het plangebied is tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeblazen. Er zouden hiervan nog resten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Bodemverstoring In de Late Middeleeuwen is de top van het Hollandveen aangetast door turfwinning, zoutwinning of door mariene erosie. Daarnaast is de top van de getijdenafzettingen waarschijnlijk door de voormalige bebouwing verstoord.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 12 van 19
2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied in de top van de Pleistocene afzettingen resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum worden verwacht; in de top van het veen en de getijdenafzettingen worden resten uit de Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367) en vanaf het maaiveld in een antropogeen ophogingspakket en/of in de getijdenafzettingen worden resten uit de Nieuwe tijd (vanaf 1600) verwacht. Om de archeologische verwachting te toetsen is een vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen. Dit onderzoek heeft tot doel om de landschappelijke opbouw en de mate van verstoring voor het plangebied vast te stellen en hiermee de archeologische verwachting voor het plangebied te bepalen. In dit specifieke geval kan met het verkennend booronderzoek worden vastgesteld of de top van het Hollandveen en de getijdenafzettingen nog intact is.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 13 van 19
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloed in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 400319, volgens specificaties VS01, VS03 en VS05. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Moerdijk. Het veldonderzoek is op 23 augustus 2022 uitgevoerd door R.S. Verheij, MSc en R. Elsma (senior KNA-archeoloog). Voorafgaand aan het veldwerk is er een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en voorgelegd aan Regio West-Brabant. In totaal zijn er vijf boringen tot maximaal 2,8 m -mv geplaatst. De boringen zijn verspreid in het plangebied gezet, waarbij rekening is gehouden met kabels en leidingen. Vier boringen zijn na drie keer verplaatsen gestuit op puin. De locatie van de boringen is bepaald met behulp van GPS. De maaiveldhoogte is bepaald aan de hand van het AHN. De locatie van de boringen is te zien figuur 16. Voor de boringen is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 2 cm. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode.20 De boorbeschrijvingen zijn te vinden in bijlage 3.
19 SIKB, 2018 20 Bosch, 2005
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 14 van 19
3.3
Resultaten
Geologie en bodem Aan het maaiveld is een pakket uiterst fijn tot matig grof, matig siltig zand aangetroffen, al dan niet met sintel, kalkmortel, kleibrokken, roestvlekken, schelp-, hout-, puin-, grind-, glas- en baksteenresten. De top van dit pakket is zwak humeus. Dit pakket heeft een dikte tussen 0,15 en 2,10 m. Boring 1, 2, 4 en 5 zijn onder deze laag gestuit op puin tussen 0,20 en 2,10 m -mv (-0,56 en -1,85 m NAP). Dit pakket betreft een bouwvoor met daaronder een geroerd pakket met allerlei resten. In boring 3 is onder het geroerde pakket sterk siltige klei aangetroffen met rietresten en zwarte vlekken. Het pakket heeft een matige oliegeur en heeft een dikte van 0,90 m. De top van dit pakket ligt op 1,30 m -mv (-1,82 m NAP). De klei betreft met olie vervuilde getijdenafzettingen, behorend tot het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk. Vermoedelijk gaat het hier om getijdenoeverwalafzettingen van de oever van het Hollands Diep. Onder de klei komt een veenpakket voor met riet- en houtresten. Het veen gaat scherp over in de klei. Het veen heeft een minimale dikte van 0,60 m en de top ligt op 2,20 m -mv (-2,72 m NAP). Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.
Het gaat hier echter om een verkennend veldonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloedt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. Volgens het bureauonderzoek heeft de top van de pleistocene afzettingen een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum, de top van het veen en de getijdenafzettingen heeft een lage verwachting voor resten uit de Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen (tot 1367) en vanaf het maaiveld in een antropogeen ophogingspakket en/of de getijdenafzettingen geldt een lage tot middelhoge verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd (vanaf 1600). Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde laag met puin, met daaronder getijdenafzettingen van 0,90 m dik en een pakket Hollandveen. De top van het veen ligt op 2,20 m -mv (-2,72 m NAP). In de top van deze niveaus zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op bewoning. De top van het veen is niet veraard en in de top van de Middeleeuwse getijdenafzettingen is geen bodem aanwezig. Deze opbouw is echter gebaseerd op één boring (boring 3), omdat de andere vier boringen zijn gestuit op puin. Dit zouden funderingen van de voormalige kerk of postkantoor kunnen zijn.
Geconcludeerd is dat de lage archeologische verwachting voor de Vroege Middeleeuwen, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan worden bevestigd, echter zouden zich binnen het plangebied nog (funderings)resten van de voormalige Rooms-Katholieke kerk kunnen bevinden. De verwachting voor de Nieuwe tijd, wat betreft funderingsresten blijft daarom middelhoog. De dieper gelegen pleistocene afzettingen zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Deze afzettingen worden dieper dan 6 m -mv verwacht.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 15 van 19
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat binnen 5 m -mv, in de top van het Hollandveen en in het Walcheren Laagpakket geen archeologische resten worden verwacht. Voor de dieper gelegen Pleistocene afzettingen in de ondergrond, die buiten de scope van het veldonderzoek vallen, blijft in principe sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Dit potentiële archeologische niveau wordt echter alleen door eventuele heiwerkzaamheden aangetast. Daarnaast zouden er (funderings)resten van de voormalig Rooms-Katholieke kerk binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Echter is volgens een lid van de heemkunde lid in het plangebied enkele meters diep ontgraven, naar aanleiding van een sanering. Desalniettemin blijft de verwachting voor (funderings)resten van de kerk middelhoog. De verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog blijft naar aanleiding van dit onderzoek onbekend. Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ te handhaven. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden eerst verder onderzoek moet worden uitgevoerd. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om te onderzoeken of er (funderings)resten van de Rooms-Katholieke kerk binnen het plangebied aanwezig zijn.
Het proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Moerdijk), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Moerdijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Moerdijk.
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 16 van 19
LITERATUUR Ball, E. A. G., Delaruelle, S., Heeringen, R. M. V., Huijbers, A., Linde, C. V. D., Schrijvers, R., & Tebbens, L. A. (2018). Westelijk Noord- Brabant in het Malta-tijdperk Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. https://doi.org/10.17026/DANS-2ZV-E83Q Bosch, J. (2005). Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. NITG-TNO. https://www.sikb.nl/doc/archeo/leidraden/Leidraad%20ASB%20versie%205_2%20geactualiseerd%20september%202008.pdf De Mulder, E., Geluk, M., Ritsema, I., Westerhof, W., & Wong, T. (2003). De ondergrond van Nederland (Houten). Groot, N. C. F., Wilbers, A. W. E., & Lorenz, S. (2013). Tussen water en land, Archeologische Waardenen Verwachtingenkaart en advies archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk (B&G Rapport 1134). IDDS Archeologie. Leenders, K. A. H. W. (2013). Verdwenen venen: Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad (1250—1750). Een actualisering (Reeks landschapsstudies; No. 13, p. 351). Pudoc. https://edepot.wur.nl/475394 Moerdijk, G. (z.d.). Gemeentelijke monumenten. Gemeente Moerdijk.
Geraadpleegd 17 augustus 2022, van https://www.moerdijk.nl/web/moerdijksite/inwoners/wonen-en-verhuizen/monumenten-encultuurhistorie/gemeentelijke-monumenten.html SIKB. (2018). BRL SIKB 4000. Beoordelingsrichtlijn Archeologie (Versie 4.1, 24 mei 2018 ed.). SIKB. Stouthamer, E., Cohen, K. M., & Hoek, W. Z. (2015). De vorming van het land geologie en geomorfologie (7de dr.). Perspectief Uitgevers. Vos, P., & de Vries, S. (2015). 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0).
RAPPORT 19377.001 versie 2 (definitief)
Pagina 17 van 19
BRONNEN AHN; internetsite, oktober 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, oktober 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, oktober 2022. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureel Erfgoed; internetsite, oktober 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bouwdossiers West-Brabants Archief; internetsite, oktober 2022. https://bouwdossiers.westbrabantsarchief.nl Canon van Moerdijk | De geschiedenis van moerdijk; internetsite, oktober 2022. http://canonvanmoerdijk.nl Dinoloket; internetsite, oktober 2022. http://www.dinoloket.nl Geoloket Provincie Antwerpen; internetsite, oktober 2022. https://geoloket.provincieantwerpen.be/geoloketten Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, oktober 2022. http://www.ikme.nl Kaartbank Noord-Brabant; internetsite, oktober 2022. https://noord-brabant.maps.arcgis.com Kadaster Topotijdreis; internetsite, oktober 2022. http://www.topotijdreis.nl Omgevingsrapportage Noord-Brabant; internetsite, oktober 2022. https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl Ruimingskaart; internetsite, oktober 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart SIKB; internetsite, oktober 2022. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, oktober 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart Verstoringsbronnenkaart; internetsite, oktober 2022.