Bijlage 3 Toelichting ontwerp bestemmingsplan
Tekst van het document
Uit dit onderzoek blijkt dat in de bouwfase met name NOx emissie wordt veroorzaakt door de inzet van mobiele werktuigen. In de gebruiksfase veroorzaakt uitsluitend de verkeersaantrekkende werking NOx emissie. Uitgangspunt hierbij is dat de
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
51
woningen gasloos worden uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar. Om die reden zijn significante effecten op voorhand uit te sluiten en is een Wnb-vergunning niet noodzakelijk. Voor de bestemmingsplanprocedure gelden geen belemmeringen. 4.11.3 Conclusie De Wet natuurbescherming staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg. Er zijn geen significante negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
4.12
Archeologie
4.12.1 Kader Erfgoedwet De Erfgoedwet (1 juli 2016) bundelt de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 of 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021. Het gaat daarbij om de volgende zaken:
Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; Bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Uitvoeringskader Erfgoed Moerdijk De gemeente Moerdijk geeft invulling aan haar zorgplicht voor het (gemeentelijk) erfgoed door het Uitvoeringskader erfgoed vast te stellen. Hierin wordt behoud van archeologie en cultuurhistorie geborgd. Met dit uitvoeringskader wil de gemeente Moerdijk meer handvatten geven ten behoeve van de beoordeling van vergunningsaanvragen, maar ook het erfgoed ontsluiten in het toeristisch recreatieve netwerk. Tot slot: cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed dragen bij aan een prettige leefomgeving en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Met andere woorden: de gemeente Moerdijk richt zich op het behoud, in stand houden en ontsluiten van erfgoed. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vastgelegd in het Uitvoeringskader Erfgoed - Cultuurhistorie en Archeologie en in de Erfgoedverordening Gemeente Moerdijk 2014. Dit uitvoeringskader bevat de relevante beleidsuitgangspunten voor dit bestemmingsplan. Aan het beleid ligt de archeologische beleidskaart ten grondslag. De kaart is ingedeeld in categorieën waaraan maatregelen c.q. vrijstellingsgrenzen zijn gekoppeld. Het gaat daarbij om de combinatie tussen de toegestane verstoringsdiepte en de oppervlakte van de geplande ontwikkeling. Deze grenzen zijn bepaald op basis van de gemeentelijke archeologiekaart en gemeentelijke belangen.
Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende dieptegrenzen vastgesteld op basis van bodemopbouw van de gemeente; juist door de gemeente specifieke situatie in beeld te brengen kan veel onnodig archeologisch onderzoek voorkomen worden. Uitgangspunt is dat de categorieën met bijbehorende vrijstellingsgrenzen die op de kaarten zijn weergegeven direct vertaald worden naar de verbeelding en regels van nieuwe bestemmingsplannen. Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
52
In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt onder andere het gemeentelijk erfgoedbeleid en de bewoningsgeschiedenis van de locatie (voor zover bekend) tekstueel omschreven. Archeologie wordt via het bestemmingsplan beschermd door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, cultuurhistorie door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Ook geldt er een wettelijke meldingsplicht volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet (bij de Minister van OC&W) indien er archeologische waarden worden gevonden bij bouw- of andere werkzaamheden (zijnde geen archeologisch onderzoek). Ook dient dit gemeld te worden bij de gemeente. Dan kan alsnog besloten worden dat het werk stilgelegd moet worden om de archeologische waarden te documenteren. 4.12.2 Onderzoek Langeweg ligt in een zeekleigebied. Enkele historische dijken zijn nog in het landschap aanwezig. Op de archeologische waardenkaart is de verwachtingswaarde ter plaatse van het plangebied wit gekleurd. Hier is geen archeologische relevante laag meer aanwezig door bijvoorbeeld sanering, ontgronding, definitief archeologisch onderzoek etc. In het voorgaande bestemmingsplan is aan de gronden ook geen archeologische dubbelbestemming toegekend. Daarmee kan worden gesteld dat de planlocatie voldoende is onderzocht, en dat geen archeologische waarden in het geding zijn.
Afbeelding 4.7 Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Moerdijk, met zwart omkaderd (globaal) de ligging van het plangebied
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
53
4.12.3 Conclusie Er zijn geen archeologische waarden aanwezig in het plangebied. Het aspect archeologie leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.13
Cultuurhistorie
4.13.1 Kader Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Noord-Brabant laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het plangebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. Met de Cultuurhistorische Waardenkaart wil de provincie Noord-Brabant een ‘handvat’ bieden voor het inpassen van cultuurhistorische waardevolle elementen binnen de ruimtelijke ordening. Het uitgangspunt is niet het bewaren van ‘monumenten’, maar het inpassen van cultuurhistorisch waardevolle elementen in het landschap. Gemeentelijk beleid Cultuurhistorische Waardenkaart Moerdijk In 2013 is een Cultuurhistorische Waardenkaart voor Moerdijk opgesteld. De cultuurhistoriekaart is gebaseerd op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige historisch-geografische erfgoed, het historisch-(steden)bouwkundige erfgoed en het historisch groen in de gemeente Moerdijk.
De kaart heeft een belangrijke attentiewaarde en dient als basisdocument voor een nadere waardering van het erfgoed en voor zaken als publiekseducatie. De kaart maakt het mogelijk om te bepalen waar ruimtelijke ontwikkelingen versterkt kunnen worden door cultuurhistorische waarden, of daarvoor juist bedreigend kunnen zijn. De kaart biedt de gemeente een kader om een goed onderbouwde afweging te maken ten behoeve van cultuurhistorie. 4.13.2 Onderzoek
Afbeelding 4.9 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Brabant Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
54
Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt dat De Langeweg is aangeduid als historisch geografische lijn, met aan weerszijden monumentale bomen. Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Gemeentelijk beleid Bij de gemeentelijke kaart hoort een toelichting die een overzicht geeft van de belangrijkste cultuurhistorische waarden binnen de gemeente. Aan het plangebied zijn op deze kaart geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. Wel is het voorliggende plangebied gelegen ten zuiden van een historische structuur De Langeweg. Deze weg is aangemerkt als oude hoofdroute, en op veel plekken een naastgelegen waterloop (zie afbeelding 4.10). Deze weg en het aangrenzende profiel blijven in tact. De cultuurhistorische waarden zijn niet in het geding.
Afbeelding 4.9 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Moerdijk (2013)
4.13.3 Conclusie Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
55
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
56
4.14
Geurhinder
4.14.1 Kader Wet geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) beschermt geurgevoelige objecten tegen geurhinder uit dierverblijven van veehouderijen. De Wgv vormt dan ook het toetsingskader voor dit aspect bij aanvragen van veehouderijen om een omgevingsvergunning (activiteit milieu). Deze aanvragen worden getoetst aan geurbelastings- en/of afstandsnormen. De Wgv maakt daarbij onderscheid tussen dieren met geuremissiefactoren en dieren zonder geuremissiefactoren. Voor dieren met geuremissiefactoren gelden normen voor geurbelasting en minimumafstanden voor (voormalige) bedrijfswoningen bij andere veehouderijen. Voor dieren zonder geuremissiefactoren gelden alleen minimumafstanden. Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat vergelijkbare bepalingen voor veehouderijen die geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nodig hebben. Daarnaast is de Wgv van belang bij de beoordeling van ruimtelijke plannen (de zogenaamde omgekeerde werking). Bij deze beoordeling moeten twee aspecten bekeken worden. Ten eerste moet gemotiveerd worden dat er niemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt (belang omliggende veehouderijen). Ten tweede is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (belang geurgevoelig object).
Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. 4.14.2 Onderzoek De dichtstbijzijnde veehouderijen zijn gelegen op circa 600 meter van het plangebied. Het betreft enerzijds een veehouderij met dieren zonder geuremissiefactoren (De Langeweg 15). Hiervoor geldt een vaste afstand van 100 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. De andere veehouderij is gelegen aan de Hamseweg 11 en heeft een vergunde geuremissie van 28.836 oU/s. Voor deze veehouderij is in een quickscan bepaald wat de globale voorgrondbelasting is op de rand van het plangebied. Dit betreft 1,5 OU/m3 waar de geurnorm op 2 OU/m3 ligt. Daarmee wordt voldaan aan de geurnorm op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. De bedrijfsvoering van het bedrijf wordt niet beperkt omdat er bovendien aan de Hamseweg 9 en de Langeweg 19 reeds woonbestemmingen liggen tussen de veehouderij en de woning in.
Om aan te tonen dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, is gekeken naar het kaartbeeld van de achtergrondgeurbelasting zoals opgesteld door de Omgevingsdienst (peildatum februari 2021). Een uitsnede van deze kaart is opgenomen in afbeelding 4.11. Hieruit blijkt het woon- en leefklimaat in het plangebied voor geur (zeer) goed is.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
57
Afbeelding 4.10: Kaart Provincie Noord-Brabant – Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2021, met als bronnenbestand een export van het bestand veehouderijen Brabant (februari 2021).
Toetsing Handreiking veehouderij en volksgezondheid De volgende stappen moeten worden doorlopen. Indien per stap een GGD-advies niet aan de orde is, kan worden doorgegaan naar de volgende stap. De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. Stap 3a Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. Stap 3b Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. Stap 4 Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geen geitenhouderijen gelegen. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen pluimveebedrijf gelegen. Binnen een afstand van 250 m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Stap 1
Naar verwachting zijn geen overwegende bezwaren vanuit volksgezondheid. Uit het stappenplan van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid volgt dat een GGD advies niet van belang is voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
58
4.14.2 Conclusie Het woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en omliggende bedrijven of voorzieningen worden niet onevenredig beperkt. Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
4.15
Duurzaamheid
4.15.1 Kader Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Nationaal Klimaatbeleid De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen. Belangrijke internationale afspraken zijn het Kyoto-Protocol (1997) en de VN-Klimaattop in Parijs (COP21). Om deze doelstellingen te realiseren, is landelijk klimaatbeleid geformuleerd. In het Kyotoprotocol staat dat de emissiereducties van land tot land verschillen en onder elkaar verhandeld kunnen worden. Doel van het VN-akkoord is het beperken van de opwarming van de aarde tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten.
Nederland werkt nu dus nationaal aan 49% minder uitstoot. Nederland wil, als andere landen meedoen, de Europese doelstelling verhogen. De Nederlandse overheid wil de helft van de nodige emissiereductie behalen met binnenlandse maatregelen en de andere helft uit het buitenland met behulp van de flexibele instrumenten uit het Kyoto-protocol. Klimaatakkoord en Klimaatplan 2021-2030 Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het Klimaatplan bevat de hoofdlijnen van het klimaatbeleid voor de komende 10 jaar. Ook gaat het in op de laatste wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, internationale beleidsontwikkelingen en de economische gevolgen.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
59
Klimaatadaptief bouwen Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft met gemeenten, provincies en waterschappen de ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’ gepresenteerd. Het weer vertoont meer extreme regenval, hardere stormen, grotere periodes van droogte en hitte. Ook stijgt de zeespiegel en zijn de seizoenen verstoord (zachtere winters en hete zomers). De kans op hittegolven, wateroverlast en overstromingen neemt toe. We moeten in Nederland aan de slag om weerstand te kunnen bieden tegen deze extremere weersinvloeden, onder meer door de ruimtelijke ordening daarop aan te passen. Klimaat adaptief bouwen en inrichten biedt een kans om van gebieden een aantrekkelijk leef- en vestigingslocatie te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen. Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De handreiking laat aan de hand van concrete voorbeelden zien wat er binnen de decentrale regelgeving al mogelijk is voor klimaatadaptief bouwen en inrichten. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC).
Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn in 2020 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Alle vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan deze BENG-norm. Duurzame ontwikkeling onder de Omgevingswet De Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt, verankert het principe dat als er ontwikkelingen plaatsvinden, deze ontwikkelingen duurzaam moeten zijn. Bestuursorganen van een gemeente, provincie, het Rijk of een Waterschap moeten hun taken en bevoegdheden op grond van deze wet uitoefenen met oog op de belangrijke doelen van deze wet, waaronder duurzame ontwikkeling. Voor burgers en bedrijven geldt een zorgplicht voor een goede leefomgeving. Gemeenten hebben de taak om in een omgevingsvisie integraal en strategisch te kijken naar duurzaamheid over het gehele grondgebied. Daarbij spelen omgevingswaarden een belangrijke rol.
Hierin is op onderdelen afwegings-/afwijkingsruimte mogelijk voor lokaal bestuur. Dit zorgt ervoor dat een integrale afweging mogelijk blijft, maar dat er ook plaats is voor innovatie. De keuzes worden naast elkaar gelegd en afgewogen, waarna ze worden neergelegd in het burgers bindende omgevingsplan of een projectbesluit. Zo kunnen er in een omgevingsplan maatwerkregels opgenomen worden met betrekking tot energieprestatie en milieuprestatie bij nieuwbouw van gebouwen, waarbij strengere grenswaarden worden opgenomen dan de landelijk geformuleerde normen. Energieprogramma Moerdijk 0.9 De gemeente Moerdijk legt in het Energieprogramma haar visie en ambities vast voor de energietransitie. Het pad naar een CO2-neutrale toekomst in moerdijk wordt geschetst. Hierin worden vijf sectoren onderscheiden, die ook in het Klimaatakkoord staan: Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie, Landbouw en landgebruik en Mobiliteit. Elke sector heeft immers eigen doelen. Het Energieprogramma is bewust geen eindproduct, maar is flexibel en zal daarom regelmatig herijkt worden. Het streven is ook niet om als gemeente energieneutraal te worden. Vanwege het grote HavenBestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
60
en industrieterrein Moerdijk is dit niet haalbaar. Hoe dan ook zet de gemeente zich in voor maximaal haalbare energiebesparing, zodat lokale duurzame energieproductie zo min mogelijk ruimte in beslag neemt. Onnodig energieverbruik kennen we in 2050 niet meer. Er wordt ingezet op een haalbare en betaalbare energietransitie, lokaal draagvlak en initiatief, bewezen technologie en ruimte voor innovatie. Daarbij vormt de energietransitie een onderdeel van een maatschappelijke opgave, die gezamenlijk moet worden opgepakt. 4.15.2 Onderzoek De nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen aan die voorwaarden die zijn geformuleerd in het Bouwbesluit en de BENG-norm. De woningen hebben een lage energievraag voor verwarming en er wordt voldoende duurzame energie opgewerkt voor verwarming, warm water, hulpenergie en huishoudelijk energiegebruik. De energievraag wordt zo veel mogelijk geminimaliseerd door een duurzaam casco. Vanuit de gemeente Moerdijk wordt gestuurd op gasloos bouwen en het voorzien van robuuste installaties voor hernieuwbare energie opwekking en energiebesparing. Robuust staat in deze voor eenvoudig bedienbaar en onderhoudsarm. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling tegemoet komt aan de gewenste duurzaamheid van deze tijd.
Ook tijdens de productie van de materialen, de bouw zelf en tijdens het gebruik van de woningen wordt voldoende rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. 4.15.3 Conclusie Voorliggend bestemmingsplan past binnen de nationaal geformuleerde uitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid, voldoen aan het Bouwbesluit en de wettelijke BENG-normen, en is in lijn met het energieprogramma van de gemeente Moerdijk.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
61
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Er is een voorlopige GREX goedgekeurd door de raad. Daarnaast zijn er mondelinge afspraken gemaakt met woningbouwcorporatie Woonkwartier voor levensbestendige, sociale huurwoningen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Draagvlak Het voorliggende plangebied vormt de noordwestelijke afronding van de bebouwde kern Langeweg in Moerdijk. Woningbouw in de kern Langeweg is al langere tijd een wens vanuit het dorp. In december 2019 heeft de raad met het vaststellen van het startdocument Wethouder Trompersstraat besloten om de locatie verder te onderzoeken op haalbaarheid. In meerdere dorpstafels, waaronder de bijeenkomsten op 3 maart 2020 en 11 november 2020 is over de locatie gesproken. Ook zijn diverse vragen van bewoners behandeld. Op 4 februari 2021 is door de gemeenteraad van Moerdijk ingestemd met de start van de volgende fase voor het woningbouwproject. Dit heeft geleid tot het voorliggende bestemmingsplan en het voorkeursmodel van het stedenbouwkundig plan dat hieraan ten grondslag ligt. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een passende invulling van het gebied. De diversiteit aan woningtypen (vrijstaand, twee-onder-één kap, rijwoningen) en sectoren (sociale huur/koop) passen binnen het regionale woningbouwprogramma en de lokale behoefte. Door grondgebonden woningen te realiseren in lage dichtheid, met behoud van groen, sluit het plan aan op het dorpse karakter van Langeweg. In de verdere uitwerking wordt de groene ruimte vormgegeven. Dit gebeurt in samenspraak met omwonenden.
Verder wordt ook gedurende de bestemmingsplanprocedure een avond georganiseerd en gelden er wettelijke termijnen voor inspraak en zienswijzen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader om het stedenbouwkundig plan tot ontwikkeling te brengen. Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
62
Inspraak en overleg In het kader van inspraak wordt het voorontwerpbestemmingsplan “Wethouder Trompersstraat te Langeweg” gedurende zes weken, ter inzage gelegd. Daarnaast is het voorontwerpbestemmingsplan op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan diverse overleginstanties in het kader van het vooroverleg. Het plan was elektronisch te raadplegen op de gemeentelijke website en op www.ruimtelijkeplannen.nl, en op aanvraag ook analoog op het gemeentehuis. Gedurende de inspraaktermijn is een ieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Ook heeft op 28 september 2021 een inloopmiddag /-avond plaatsgevonden, waarbij belanghebbenden positief hebben gereageerd op de plannen. De binnengekomen inspraak- en overlegreacties zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie in de Nota van inspraak en overleg, welke is opgenomen als bijlage 8 bij dit bestemmingsplan. In totaal zijn zes vooroverlegreacties ontvangen. DNWG Infra BW, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en Brandweer Midden-Brabant hebben laten weten te kunnen instemmen met het plan. De Provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta hebben enkele inhoudelijke en tekstuele aanvullingen aangedragen, welke zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
Tenslotte is één inspraakreactie ingediend. Deze inspreker kan zich vinden in de woningbouw aan de Langeweg, maar gaf hierbij enkele discussiepunten mee omtrent o.a. het hondenlosloopveld, het aantal woningen, de beoogde doelgroep en de samenhang met reconstructie van de N285. Deze inspraakreactie is tevens beantwoord in de Nota van inspraak en overleg, en leidde niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Zienswijzen Na afronding van het vooroverleg en de inspraakprocedure wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit de inspraak- en overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook worden er, indien noodzakelijk, ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Vaststelling De eventuele wijzigingen die voortkomen uit de zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De gemeenteraad is het bevoegd gezag voor de vaststelling van het plan. Na vaststelling ligt het plan nog eenmaal gedurende zes weken ter inzage; de beroepstermijn.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
63
Hoofdstuk 6 Juridische plantoelichting In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze is vormgegeven.
6.1
Verantwoording planvorm
De planmethodiek is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de DURPstandaarden 2012. Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000 (A3). Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
6.2
Opbouw regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels bestaan uit vier hoofdstukken:
Inleidende regels (INLEIDENDE REGELS) Bestemmingsregels (BESTEMMINGSREGELS) Algemene regels (ALGEMENE REGELS) Overgangs- en slotregels (OVERGANGS- EN SLOTREGELS)
De regels zijn opgebouwd conform het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Moerdijk en sluiten tevens aan bij de systematiek van de meest recente bestemmingsplannen. Hierna worden de vier hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn diverse begrippen verklaard, die in de regels zijn opgenomen. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in hoofdstuk 1 het artikel ‘wijze van meten’ opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per artikel is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
64
Groen De bestemming “Groen” is opgenomen voor de groene parkachtige ruimte aan de noordzijde van het plangebied, tussen de nieuwe woningen en De Langeweg. Door het opnemen van een bestemming Groen wordt deze inpassing planologisch geborgd. Binnen de bestemming zijn groen, water, bruggen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, en waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk. Ook zijn invalideparkeerplaatsen mogelijk indien deze niet ingepast kunnen worden in de verkeersbestemmingen. De definitieve inrichting ter plaatse van deze bestemming wordt nader uitgewerkt. Verkeer De bestemming “Verkeer” is opgenomen voor een klein gedeelte van De Langeweg dat in het plangebied is opgenomen. Het gaat daarbij om een hoofdontsluitingsweg met twee rijstroken waar 50 km/u is toegestaan. De weg heeft een stedelijke ontsluitingsfunctie, in tegenstelling tot de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingen binnen het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Deze bestemming is gericht op het verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. De desbetreffende gronden zijn mede bestemd voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bermen, geluidswerende voorzieningen, afvalinzameling, kunstuitingen, groen en water.
Wonen – 1 De bestemming "Wonen - 1" is opgenomen voor de nieuw te ontwikkelen levensloopbestendige woningen in het plangebied. Deze woningen worden aaneengebouwd en krijgen één bouwlaag met kap, waarbij een maximale bouwhoogte van 8 meter geldt. Hoofdgebouwen mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak, waarbij het maximaal aantal woningen per bouwblok is aangeduid op de verbeelding. Deze woningen moeten worden georiënteerd op de voorgevellijn. Verder is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie en instandhouding van een gemetselde tuinmuur van 2 meter hoogte aan de noordzijde van de woningen, en de situering van ten minste één slaapkamer aan de geluidluwe zijde. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid, zoals toegelicht in bijlage 1. De locatie van de tuinmuur is op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – tuinmuur’. In de nadere planuitwerking worden de woningen op architectonisch niveau verder uitgewerkt. Mogelijk ontstaat er nog ruimte om, bijvoorbeeld door een smallere beukmaat te hanteren, extra groenstroken te realiseren aan de noord of zuidzijde (zijgevels) van de woningen. Door het specifiek opnemen van ‘groenvoorzieningen’ binnen deze bestemming kunnen extra groenvoorzieningen worden ingepast, mocht dit aan de orde zijn.
Wonen - 2 De bestemming "Wonen - 2" is opgenomen voor de nieuw te ontwikkelen vrijstaande en/of twee onder één kapwoningen in het plangebied. De contouren uit het stedenbouwkundig plan zijn, met een kleine marge, overgenomen in het bestemmingsplan. Hoofdgebouwen mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak, waarbij het maximaal aantal woningen per bouwblok is aangeduid op de verbeelding. Deze woningen moeten worden georiënteerd op de voorgevellijn en er gelden eisen aan afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Tevens is door middel van een maatvoeringsaanduiding de maximale bouwhoogte opgenomen, te weten 11 meter. Voor de woningen is tevens een bepaling opgenomen dat minimaal één slaapkamer aan de geluidluwe zijde moet worden gesitueerd, in verband met geluidhinder. Verder is binnen de woonbestemming een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – haag’ Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
65
opgenomen, daar waar de woonbestemming in het plangebied grenst aan de aanliggende agrarische bestemming. Binnen deze bestemming dient uit voorzorg voor eventuele hinder van spuitzones een haag te worden gerealiseerd en in stand gehouden. De aanduiding is opgenomen binnen de woonbestemming, op minimaal 0,5 m van de perceelsgrens. Op die manier wordt rekening gehouden met de voorschriften vanuit het privaatrecht. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In deze bepaling is onder andere vastgelegd, dat indien de maatvoering van een bestaand, legaal bouwwerk afwijkt van de in de bestemmingen opgenomen maatvoering, de bestaande maat als maximum geldt. Tevens zijn er regels gesteld aan de (her)bouw van woningen.
Tot slot is geregeld dat er ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – haag’ binnen een straal van 50 meter uitsluitend woningen in gebruik mogen worden genomen indien er een haag is aangeplant. Daarmee wordt eventuele hinder van gewasbescherming van omliggende agrarische percelen voorkomen. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan. Binnen deze bestemming zijn tevens drie voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. In de eerste plaats is geregeld dat uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de eerste woning voldoende waterberging moet worden gerealiseerd en in stand gehouden. Daarnaast is geregeld dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen' behorende bij het 'Parkeerbeleid Moerdijk', zoals vastgesteld op 8 oktober 2015, of de rechtsopvolger daarvan. Tot slot is aan de westzijde van de bestemming “Wonen – 2” de verplichting opgenomen om een groene haag te realiseren, om mogelijke overlast van spuitzones ter plaatse van de woningen te beperken.
Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is tenslotte opgenomen dat het bevoegd gezag (beperkte) overschrijdingen van bestemmingsgrenzen kan toestaan, indien noodzakelijk vanuit technisch oogpunt of in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
66
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022
67
Bijlagen
Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022