CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting ontwerp bestemmingsplan

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Bestemmingsplan “Wethouder Trompersstraat te Langeweg”22.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Wethouder Trompersstraat te Langeweg Ontwerp

2

Afbeelding 1.1. Ligging planlocatie aan de oostzijde van de gemeente Moerdijk, aangegeven met een rode stip

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

3

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 6 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Bestaande situatie 2.3 Ontwikkelingen

10 10 10 11

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.2.3 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ontwerp juni 2019 3.3 Provinciaal en regionaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.3.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische Visie voor Moerdijk 2030 3.4.2 Structuurvisie “Moerdijk 2030” 3.5 Toetsing en conclusie

13 13 13 13 13 16 17 17 19 21 21 23 25

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Inleiding 4.2 M.e.r.-beoordeling 4.2.1 Kader 4.2.2 Onderzoek en conclusie 4.3 Water 4.3.1 Kader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Kader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Akoestische aspecten 4.5.1 Kader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Verkeer en parkeren 4.6.1 Kader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Bodem 4.7.1 Kader

26 26 26 26 26 27 27 30 35 35 35 35 35 39 39 39 40 40 40 41 42 42 43

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

4

4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Externe veiligheid 4.8.1 Kader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Kader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Flora en fauna 4.11.1 Kader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Archeologie 4.12.1 Kader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Cultuurhistorie 4.13.1 Kader 4.13.2 Onderzoek 4.13.3 Conclusie 4.14 Geurhinder 4.14.1 Kader 4.14.2 Onderzoek 4.14.3 Conclusie 4.15 Duurzaamheid 4.15.1 Kader 4.15.2 Onderzoek 4.15.3 Conclusie

43 43 44 44 44 47 47 47 47 47 48 48 48 49 51 51 51 51 53 53 53 53 54 51 58 59 60 56 58 59 60

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61 61 61

Hoofdstuk 6 Juridische plantoelichting 6.1 Verantwoording planvorm 6.2 Opbouw regels 6.3 De bestemmingen

63 63 63 63

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

5

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder (wegverkeerslawaai), KuiperCompagnons, d.d. 24 juni 2021

Bijlage 2

Milieuparagraaf voor de onderdelen Bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid en lucht, Omgevingsdienst Midden- en West Brabant, d.d. 13 augustus 2020

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek, AGEL adviseurs, d.d. 5 oktober 2020

Bijlage 4

Quickscan Flora en Fauna, Buijs Eco Consult B.V., d.d. 22 augustus 2020

Bijlage 5

Stikstofdepositie onderzoek, Omgevingsdienst Midden- en West Brabant, d.d. 30 april 2021

Bijlage 6

Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019, Gemeente Moerdijk, d.d. juli 2019

Bijlage 7

Standaardadvies, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, d.d. 23 december 2020

Bijlage 8

Nota inspraak en overleg

Bijlage 9

Ontwerpbesluit Hogere Waarden

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Moerdijk heeft het voornemen om op een braakliggende locatie aan de rand van de kern Langeweg, woningbouw mogelijk te maken. De locatie is gelegen aan de Wethouder Trompersstraat, aan de noordwestzijde van de kern Langeweg (afbeelding 1.2). Er bestaan al langere tijd plannen voor woningbouw op de locatie. In 2020 is het plan onderzocht op financiële, maatschappelijke en planologische haalbaarheid, met een positieve uitkomst. Vervolgens is het stedenbouwkundig voorkeursmodel verder uitgewerkt tot een definitief concept. Met het plan worden maximaal 15 woningen mogelijk gemaakt, die voorzien in een aanwezige woningbehoefte. Het plan omvat 10 sociale, levensloopbestendige huurwoningen, 4 twee-onder-één kapwoningen en een vrijstaande woning. Daarnaast wordt voorzien in parkeergelegenheid en wordt de aangrenzende parkzone ten noorden van het woongebied opnieuw ingericht. Het vigerende bestemmingsplan maakt de gewenste ontwikkeling op deze locatie niet mogelijk. Daarom dient een nieuw planologisch-juridisch kader te worden opgesteld. Hiertoe is een nieuw bestemmingsplan benodigd; het voorliggende.

Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied (wit omkaderd) in Langeweg (bron: Google)

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

7

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Langeweg, ten zuiden van De Langeweg en de ventweg Wethouder Trompersstraat. De Langeweg (N285) vormt de belangrijke hoofdstructuur van het dorp. Via deze weg wordt de kern van Zevenbergen verbonden met de rijksweg A16. Het dorp Langeweg waaiert vanaf deze weg uit in zuidelijke richting. Ter hoogte van het plangebied is een aftakking van De Langeweg aanwezig: de Wethouder Trompersstraat. Deze weg vormt globaal de noordelijke grens van het plangebied. Het plangebied zelf vormt een groene ruimte, ingericht als hondenlosloopgebied met gras en enkele solitaire bomen. Ten zuiden van het plangebied zijn bestaande woningen gelegen. Aan de westzijde ligt het agrarisch buitengebied van Langeweg. Afbeelding 1.3 en 1.4 geven dit weer.

Afbeelding 1.3: Situering van het plangebied (wit omkaderd) in de directe omgeving (bron: Google)

Afbeelding 1.4: Het plangebied gezien vanaf De Langeweg richting het zuiden (bron: Google)

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

8

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeren het bestemmingsplan Langeweg (afbeelding 1.5) en het Veegplan kernen 2017. Het bestemmingsplan Langeweg is op 3 juli 2014 onherroepelijk geworden. In het vigerende plan zijn de gronden grotendeels agrarisch bestemd. Deze bestemming maakt agrarische doeleinden, volkstuinen en bij de bestemming behorende voorzieningen mogelijk. Ook geldt voor het westelijk deel een functieaanduiding als ‘hondenlosloopgebied’. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Daarnaast zijn delen van het plangebied bestemd voor Groen, Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied. De bestemming Groen is opgenomen voor de parkachtige ruimte aan de oostzijde. De wegen binnen het plangebied zijn als zodanig bestemd, waarbij De Langeweg is voorzien van een verkeersbestemming, en overige wegen van de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Het Veegplan kernen 2017 is vastgesteld op 27 september 2018. Dit bestemmingsplan fungeert als parapluplan voor alle onderliggende plannen in de gemeente, waarbij onder meer enkele begripsbepalingen in de woonbestemming zijn herzien, actuele parkeernomen van toepassing zijn verklaard en de begrenzing van archeologische dubbelbestemmingen is geactualiseerd. Strijdigheid Op basis van het huidige bestemmingsplan is de realisatie van de beoogde woningen aan de Wethouder Trompersstraat niet mogelijk.

In het vigerend plan zijn de gronden niet voor een woonfunctie bestemd, en mogen enkel bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. Daarom is een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Voorliggend plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het beoogde stedenbouwkundig plan.

Afbeelding 1.5: Vigerend bestemmingsplan "Langeweg" ter hoogte van het plangebied

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

9

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit de Toelichting, de Regels en de geometrisch bepaalde bestemmingen (de verbeelding). De toelichting bevat de nadere onderbouwing van de bestemmingslegging zoals die in de regels en de verbeelding zijn opgenomen. Hoofdstuk 2 behandelt de ruimtelijke analyse van het plangebied. Hoofdstuk 3 van deze toelichting gaat in op de beleidskaders die op het plangebied van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens een overzicht van relevant onderzoek naar onder andere verkeer, parkeren en andere milieuaspecten. De economische uitvoerbaarheid is opgenomen in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bevat tenslotte de toelichting op de juridische regeling.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

10

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het plangebied zodat een duidelijk beeld van het totale gebied ontstaat. Bij de beschrijving van de bestaande situatie komen de ruimtelijke en functionele aspecten van het gebied aan bod. Vervolgens komen de uitgangspunten van het bestemmingsplan aan de orde waarbij ingegaan wordt op de planologische afwegingen die zijn gemaakt bij het opstellen van het bestemmingsplan. Ten slotte wordt de methodiek van het bestemmingsplan besproken.

2.2

Bestaande situatie

De kern Langeweg wordt gekarakteriseerd door de samenvloeiing van de N285 en de kromming van De Zuiddijk ter plaatse van de Kloosterlaan / Hamseweg. Het dorpsplein is gelegen tussen de N285 en de Zuiddijk en vormt het centrale deel van Langeweg. Van daaruit waaiert het dorp in oostelijke, zuidelijke en westelijke richting (zie eerdere afbeelding 1.2). De westelijke ‘waaier’ wordt gevormd door de bebouwing tussen De Langeweg en de Zuiddijk, tot de bebouwing aan de Wethouder Trompersstraat/Ringweg. Daarachter ligt het landelijk gebied. Het plangebied is gelegen aan de uiterste noordwestzijde, waar de Wethouder Trompersstraat aftakt van De Langeweg. De directe omgeving van het plangebied is divers: ten westen bevinden zich agrarische gronden, ten zuiden woongebied en ten noorden een provinciale weg. Het plangebied zelf is groen ingericht. (afbeelding 2.1).

Afbeelding 2.1: 3D luchtfoto plangebied met aan de zuidzijde De Langeweg

Het plangebied is in ruimtelijke zin een vrij langgerekt perceel dat wordt doorsneden door de Wethouder Trompersstraat. De locatie kenmerkt zich nu als een groene ruimte met enkele solitaire bomen en een watergang aan de noordzijde. De ruimte wordt gebruikt als park en hondenlosloopgebied (afbeelding 2.2).

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

11

Afbeelding 2.2. Huidige situatie van het plangebied: een groene ruimte met solitaire bomen (bron: Google)

2.3

Ontwikkelingen

Voor de ontwikkeling van voorliggend plangebied is een stedenbouwkundig concept-ontwerp voorhanden (afbeelding 2.3). Ook de ruimtelijke inpassing en programmatische invulling zijn hierin meegenomen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 15 woningen. Het plan omvat zowel sociale woningbouw als koopwoningen, alle grondgebonden en passend bij de huidige bebouwing in de kern. De herinrichting van de groene openbare ruimte aan de noordzijde wordt meegenomen bij de verdere uitwerking.

Afbeelding 2.3. Bovenaanzicht concept inrichtingsplan in de omgeving

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

12

Stedenbouwkundige opzet Het stedenbouwkundig plan voor de “Wethouder Trompersstraat” heeft als uitgangspunt om het dorpse en groene karakter van de locatie te behouden en versterken. De hoofdopzet bestaat uit twee deelgebieden. Het westelijk deelgebied bestaat uit vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen. Het oostelijk deelgebied bestaat uit twee blokken met rijwoningen. Deze woningen sluiten aan de achterzijde op elkaar aan en krijgen een achterom. Aan de noordzijde worden nabij de woningen twee doodlopende straten met parkeerplaatsen aangelegd die de woningen ontsluiten en parkeerplaatsen met elkaar verbinden. De ligging van de Wethouder Trompersstraat tussen de twee deelgebieden blijft behouden. De parkeerplaatsen langs de oostzijde van deze weg worden doorgetrokken naar het noorden. De ruimte tussen de woningen en De Langeweg blijft groen. Het park blijft zo een groen scharnier tussen de bestaande wijk en de doorgaande weg. De definitieve inrichting van deze parkachtige omgeving wordt nader uitgewerkt. Bouwmassa De sociale huurwoningen worden circa 8 meter hoog, ofwel 1 laag met een kap. De koopwoningen worden maximaal 11 meter, wat neerkomt op 2 lagen met kap. De definitieve architectuur en vormgeving worden nader uitgewerkt. De koopwoningen zullen worden ontwikkeld door de gemeente.

De grond voor de huurwoningen zal aan een corporatie worden verkocht, waarna zij de levensloopbestendige woningen zullen realiseren. Programma In het plangebied komen maximaal 15 grondgebonden woningen. Het westelijk deelgebied bestaat uit 5 grondgebonden koopwoningen, vooralsnog vrijstaand of twee-onder-één kap. Het oostelijk deelgebied bestaat uit twee blokken van 5 levensloopbestendige, sociale huurwoningen. Parkeren voor de bewoners is voorzien nabij de woonblokken. in de openbare ruimte. Dit is op loopafstand, zoals opgenomen in de CROW / ASVV. Het aspect parkeren komt uitgebreider aan bod in paragraaf 4.6. Duurzaamheid De woningen voldoen aan de actuele wetgeving omtrent duurzaamheid. Het bouwbesluit en de BENGeisen zijn de norm. De gemeente Moerdijk stimuleert ontwikkelaars om woningen energieneutraal en gasloos te bouwen. In de nadere uitwerking wordt gekeken naar gebruik van bouwmaterialen en – methoden met een zo laag mogelijke milieu-impact: materialen gaan lang mee en verouderen op een mooie manier. Door behoud en revitalisering van het bestaande groen in het plan en een ruimte opzet zodat er veel daglicht in de woningen valt, wordt een comfortabel woonmilieu gecreëerd. Tot slot kan rekening worden gehouden met verlichting, de sociale veiligheid van de buitenruimte en plaatsing van elektrische laadpalen in het openbaar gebied.

Dit valt echter buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

13

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1

Inleiding

Het plan moet worden getoetst aan het nu geldende relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is dit beleid nader beschreven. Paragraaf 3.2 gaat in op het Rijksbeleid. Paragraaf 3.3 behandelt het provinciale en regionale beleid. Het relevante gemeentelijk beleid staat in paragraaf 3.4. Paragraaf 3.5 geeft vervolgens de conclusies. Het Rijks- en provinciaal beleid zoals hieronder beschreven geven geen aanleiding voor specifieke keuzes of ontwikkelingen in het plangebied. Op gemeentelijk niveau wordt door middel van de structuurvisie en verschillende paraplunota’s richting gegeven aan de gewenste ontwikkelingen. Dit bestemmingsplan sluit hierbij waar mogelijk aan.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Zolang er geen sprake is van een nationaal belang, laat het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen over aan provincies en gemeenten. Het Rijk kiest voor een inzet van Rijksbeleid op 13 nationale belangen. Deze belangen zijn vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden of projecten van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Het Barro wordt in de navolgende paragraaf behandeld. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan ruimtelijke plannen, zoals dit bestemmingsplan, moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). Het Barro bevat geen specifieke uitspraken met betrekking tot het voorliggende plangebied. Er zijn met dit plan geen rijksbelangen in het geding. Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

14

Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. Toetsing en conclusie Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in maximaal 11 woningen die, gelet op hun onderlinge afstand, worden gezien als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, wordt de ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een buitenstedelijke ontwikkeling, nabij de kern van Langeweg. Hierbij is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarbij 15 woningen worden ontwikkeld.

Behoefte Provinciale ramingen In de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (actualisering 2020) is een prognose gegeven van de woningbehoefte voor de komende jaren op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Op basis van de provinciale prognose geldt voor de gemeente Moerdijk in de periode 2020-2030 een uitbreidingsbehoefte van 1.365 woningen. De groei is bijna volledig toe te schrijven aan de toename van eenpersoonshuishoudens. Bij deze prognose is nog geen rekening gehouden met de mogelijke extra woningbouwopgave vanwege de ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk. In de meest actuele prognoses wordt een indicatieve toename van de woningvoorraad tussen 20202040 geschat op 1.365 woningen. Dit programma is richtinggevend voor (sub)regionale woningbouwplanning en programmering. Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Ook de actielijnen en richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen zijn hierbij een belangrijke leidraad. Dat betekent onder meer duurzame verstedelijking, inzetten op vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen en versterking van regionale samenwerking en afspraken.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

15

Woningbehoefteonderzoek Periodiek laten de gemeente Moerdijk en woningcorporatie Woonkwartier onderzoek doen naar de ontwikkeling van de woningbehoefte in de gemeente. Het laatste woningbehoefteonderzoek is uitgevoerd in 2020. De gemeente gebruikt de uitkomsten van het onderzoek als één van de bouwstenen voor de actualisering van het woonbeleid en de woningbouwprogrammering. Het Woningbehoefteonderzoek laat een toenemende woningbehoefte zien: 1.360 woningen ten behoeve van de autonome groei en daarbij 900 woningen in het kader van Logistiek Park Moerdijk. Kwalitatief is er sprake van een verschuiving naar het goedkope en betaalbare segment en bij sociale huur van grondgebonden naar appartementen. Conclusie behoefte Voorliggend plan sluit aan op de woningbehoefte in de kern, de gemaakte afspraken met de woningbouwcorporaties en biedt een divers woonprogramma. Bestaand stedelijk gebied Op grond van provinciaal beleid dient eerst te worden gekeken naar mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied. Inbreiding gaat voor uitbreiding. Indien er geen binnenstedelijke locaties beschikbaar zijn om in de behoefte te voorzien, kan worden gekozen voor locaties aansluitend op het stedelijk gebied. Als laatste optie kan ontwikkeling in het buitengebied plaatsvinden, mits voorzien van goede inpassing.

De planlocatie bevindt zich aan de rand van de kern Langeweg, net buiten het bestaand stedelijk gebied. Het inpassen van het beoogde programma is ruimtelijk gezien niet passend op een alternatieve locatie binnen bestaand stedelijk gebied van de kern Langeweg. Daarom is gekeken naar een logische, alternatieve plek. De voorliggende planlocatie vormt ruimtelijk gezien een “open plek” in het stedelijk weefsel van het dorp Langeweg, tussen bestaand woongebied en nabij bestaande ontsluitingswegen. Daarmee kan de ontwikkeling goed worden ingepast in het bestaande woonmilieu, en hoeft weinig nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Ook zijn de agrarisch bestemde gronden momenteel niet als zodanig in gebruik, waardoor geen landbouwgrond verloren gaat. De bestaande groene ruimte wordt weliswaar beperkt, maar krijgt een kwaliteitsimpuls. Tot slot kan worden betoogd dat de gronden ter plaatse in bezit zijn van de gemeente. Daarmee kan relatief snel tot de gewenste realisatie worden overgegaan. Conclusie De 15 woningen van onderhavig plan passen binnen de woningbouwcapaciteit van de gemeente Moerdijk, de woningbouwafspraken zoals deze in regionaal verband zijn gemaakt en binnen de woningbehoefte zoals genoemd in de regionale Perspectief op wonen en woningbouw voor WestBrabant West.

De locatie bevindt zich op een ruimtelijk goed inpasbare locatie aansluitend op het bestaand stedelijk gebied.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

16

3.2.3

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: 

Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen.

Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn:

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

17

1. 2. 3. 4.

Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke en woonkwaliteit, en draagt daarmee bij aan de woon- en leefomgeving in het dorp Langeweg. Er wordt aandacht besteed aan duurzaamheid en de diverse thema’s, waaronder milieu, veiligheid, cultuurhistorie, water en bodem worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Tot slot zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze vervangt 4 provinciale beleidsplannen: de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Met de omgevingsvisie formuleert de Provincie haar ambitie voor Brabant voor de toekomst (2050). De Provincie ziet een toekomst met een grote verwevenheid tussen stad en land en de bijkomende voor- en nadelen die daaraan kleven. De regio West-Brabant wordt door de Provincie Noord-Brabant omschreven als een regio te midden van grote economische activiteit. De ligging tussen Rotterdam en Antwerpen in maakt de regio interessant. De Provincie ziet de regio zich ontwikkelen naar een innovatieve regio waar kwaliteit boven kwantiteit gaat en innovatie en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Dit alles met begrip en respect voor de omgeving, natuur en landschap. De provincie wil inzetten op een welvarende meer verbonden, klimaatproof en vernieuwende leefomgeving waar wonen, werken en recreëren samen gaan. De Omgevingsvisie kent als basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen.

In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: - werken aan de Brabantse energietransitie; - werken aan een klimaatproof Brabant; - werken aan een slimme netwerkstad; - werken aan een concurrerende, duurzame economie. Onderhavig plan betreft de realisatie van 15 woningen in twee verschillende categorieën. Deze ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de provinciale hoofdopgaven. Energie: de energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen voldoen. De gemeente Moerdijk stimuleert hierbij energie- en gasloos bouwen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de woningen.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

18

Klimaatproof: eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Het ontwerp van de woningen en de inrichting van het perceel kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het bouwplan nader uitgewerkt. Slimme netwerkstad: een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het plan voorziet in een concrete behoefte aan woningbouw. Ruimtelijk gezien past het plan in het stedelijk weefsel van de kern Langeweg, waardoor bestaande netwerken en ontsluiting slim kunnen worden gebruikt om de woningbehoefte aan te vullen. Economie: onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door realisatie van een vraaggericht woningaanbod en een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat. 3.3.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Naast de Omgevingsvisie kent de Provincie Noord-Brabant de Interim omgevingsverordening NoordBrabant (vastgesteld in oktober 2019). In de omgevingsverordening staan de regels die de provincie stelt aan de bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. Met de Interim omgevingsverordening bereidt de provincie Noord-Brabant de komst van de Omgevingswet voor. De omgevingsverordening is geschreven met oog voor burgers, gemeenten en waterschappen. Voor onderhavig plan is hoofdstuk 3 van de verordening van belang, dit hoofdstuk bevat de instructieregels voor gemeenten. De relevante afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden. In cursief wordt toegelicht hoe onderhavige ontwikkeling aan de respectievelijke bepalingen voldoet. Verstedelijking afweegbaar Het realiseren van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling). In afwijking hierop geldt dat op gronden die zijn aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar', voorzien kan worden van de nieuwvesting van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 3.43). Voorliggend plangebied is aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar'. De voorwaarden zijn als volgt: a. binnen het stedelijk gebied is er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte voor de ontwikkeling; b.

de transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden; c.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken (afdeling 5.4 Regionaal samenwerken van de omgevingsverordening);

d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Hierna wordt aan de diverse voorwaarden getoetst.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

19

Toetsing sub a. In de onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.2.1) is de toetsing aan deze voorwaarden aan bod gekomen. Het plan voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte binnen de regionale kaders, die niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarbij vormt de locatie en passende stedenbouwkundige afronding van het dorp. Toetsing sub b. Binnen de kern Langeweg zijn is geen beschikbaar aanbod van leegstaand vastgoed dat kan voorzien in de toevoeging van voorliggend programma, te weten levensloopbestendige huurwoningen en grondgebonden koopwoningen. Toetsing sub c. In afdeling 5.4 Regionaal Samenwerken is het belang van regionale samenwerking geborgd. In het kader van dit belang organiseert de provincie een regionaal overleg (RRO), samen met de gemeenten en waterschappen in het gebied (RRO). Het gaat om integraal samenwerken op de beleidsterreinen ruimte, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en verduurzaming van het landelijk gebied. De provinciale ruimtelijke verordening vereist dat voor iedere grotere ontwikkeling in het buitengebied een tegenprestatie moet worden geleverd in de vorm van een investering in de kwaliteit van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden.

Over de omvang en aard van deze investering zijn regionale afspraken gemaakt in het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant', vastgesteld in het RRO. In dit afsprakenkader worden 3 categorieën onderscheiden, aan de hand van de mate van landschappelijke invloed. De ontwikkeling aan de Wethouder Trompersstraat is aan te merken als een ontwikkeling in categorie 3, vanwege het omzetten van een agrarische bestemming buiten het bestaand stedelijk gebied naar woningbouw. Er is hier sprake van een ontwikkeling die niet aan het buitengebied gebonden is. De noodzakelijke investering in het landschap houdt in dat de kwaliteitsverbetering in verhouding moet zijn met de ruimtelijke ontwikkeling. Dat betekent dat ‘rood’ wordt omgerekend naar een tegenprestatie in euro’s, welke wordt omgezet in een fysieke tegenprestatie (ruimtelijke ingrepen). Een fysieke tegenprestatie op de locatie heeft de voorkeur. Wanneer dat niet mogelijk is, kan worden volstaan met een financiële tegenprestatie, waarbij het investeringsbedrag in het groenfonds van de gemeente wordt gestort.

Uitgangspunt voor kwaliteitsverbetering is dat deze altijd zal resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap, zoals een landschappelijke inpassing van bebouwing, groene ruimtes en verbindingszones en de aanleg van recreatieve voorzieningen (zoals bankjes, wandelpaden etc.). In voorliggend plan is beoogd om de groene ruimte rondom de woningen kwalitatief te verbeteren, zodat een goede afronding van het bebouwd gebied ontstaat. De gronden zijn in het bestemmingsplan als ‘Groen’ bestemd. De nadere invulling vindt plaats in samenhang met de reconstructie van de Langeweg gekeken naar een passende ruimtelijke overgang naar het bebouwd gebied, met aandacht voor verkeersveiligheid, groen, bomen en verblijfskwaliteit. Met de provincie is afgestemd dat deze gronden worden meegenomen in het landschapsplan voor de N285. Daarbij zijn ook afspraken gemaakt over de kosten. Een en ander wordt vastgelegd in een overeenkomst met de provincie. Deze overeenkomst valt buiten de scope van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

20

Toetsing sub d. De locatie wordt omsloten door een doorgaande weg aan de noordzijde, bebouwing aan de zuidzijde en agrarische gronden aan de westzijde. De locatie is stedenbouwkundig gezien reeds onderdeel van de bebouwde kern van Langeweg. Door met de voorgenomen ontwikkeling woningbouw te realiseren op deze locatie, wordt voorzien in een maatschappelijke behoefte aan woningbouw zonder dat open gronden in het buitengebied hoeven te worden opgeofferd. In de nadere planuitwerking wordt verder invulling gegeven aan een passende afronding van het stedelijk gebied (groene ruimte tussen de woningen en provinciale weg). Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Evenwichtige toedeling van functies De provincie heeft in de verordening een bepaling omtrent evenwichtige toedeling van functies opgenomen. In artikel 3.5 is een zorgplicht opgenomen voor een goede omgevingskwaliteit, waarbij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt voorzien. Omgevingskwaliteit Uit artikel 3.5 komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Dit zijn de volgende aspecten: a. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Toetsing: het plan betreft een vorm van verstelijking nabij bestaand stedelijk gebied.

De gronden zijn momenteel niet in agrarisch gebruik, maar zijn ingericht als hondenlosloop gebied en groene parkachtige ruimte. De locatie wordt omsloten door een doorgaande weg aan de noordzijde, bebouwing aan de zuidzijde en agrarische gronden aan de westzijde. De locatie kan daarom worden aangemerkt als onderdeel van de bebouwde kern van Langeweg. Door met de voorgenomen ontwikkeling woningbouw te realiseren op deze locatie, wordt voorzien in een maatschappelijke behoefte aan woningbouw zonder dat open gronden in het buitengebied hoeven te worden opgeofferd. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik; b. De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond: zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag: zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de occupatielaag: zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Toetsing: Het plan zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen. Doordat woningen worden toegevoegd leidt dit tot een beperkte aanpassing van de occupatielaag. Het toevoegen van de woningen in aansluiting op de kern Langendijk, draagt bij aan woningbehoefte en de toekomstwaarde van de kern. Daarbij is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing in het stedelijk weefsel. Hiermee wordt voldaan aan dit aspect. Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

21

c.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Toetsing: Het plan zorgt voor diverse vormen van meerwaarde, namelijk de transformatie van een ongebruikte agrarische locatie en het toevoegen van woningen waarmee in een behoefte wordt voorzien. Dit versterkt de vitaliteit van de kern, met behoud van de dorpse structuur, bestaande ontsluitingswegen en de groenstructuur nabij De Langeweg.

Op 23 maart 2021 is tevens de ontwerp-Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegd. Hierin worden een aantal wijzigingen doorgevoerd vanwege de aansluiting op de Omgevingswet, en worden tevens enkele aanpassingen gedaan naar aanleiding van ervaring en nieuwe inzichten om de huidige regeling te verbeteren. Relevant is de aanpassing dat verschillende rood-voor-groen regelingen zijn samengevoegd tot één regeling: ‘Maatwerk voor omgevingskwaliteit’. Deze regeling biedt ruimte aan initiatiefnemers en gemeenten voor maatwerk, creativiteit en een eigen uitwerking. Belangrijke voorwaarde is dat de rode ontwikkeling tot doel heeft om omgevingskwaliteit (de groene component) te versterken en daarvoor de middelen genereert. Door op de planlocatie, die stedenbouwkundig gezien samenhangt met het bebouwd gebied van de kern Langeweg, woningen te ontwikkelen kan worden voorzien in de lokale woningbehoefte, zonder hiervoor het buitengebied op te offeren. Op die manier behoudt het buitengebied de open omgevingskwaliteit. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat aan de gestelde basisprincipes wordt voldaan. Daarmee levert ook de Interim omgevingsverordening om die reden geen belemmering op voor realisering van het plan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Strategische Visie voor Moerdijk 2030

De gemeente Moerdijk wordt met een aantal ingrijpende ontwikkelingen geconfronteerd, zoals vergrijzing, ontgroening, de globalisering van de toeristisch-recreatieve en agrarische sector, schaalvergroting in de omgeving waarin de gemeente opereert en niet in de laatste plaats de voortgaande decentralisatie van rijksoverheidstaken. Deze en andere ontwikkelingen stellen de gemeente op korte en (middel)lange termijn voor grote opgaven. De uitvoering van de visie en het beleid rondom die opgaven wordt voor de periode van 2009- 2030 op robuuste wijze ingezet. Dit doet de gemeente door in een visie op de (middel) lange termijn - op strategisch niveau- richting te geven aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de eigen positie in de regio. De strategische visie voor de gemeente Moerdijk heeft tot doel te komen tot een: 1. ontwikkelingsrichting voor de lange termijn; 2. kapstok en referentiekader voor integraal afgestemd gemeentelijk beleid; 3. duidelijke missie die kan worden uitgedragen naar buurgemeenten, provincie en rijk. De strategische visie maakt het mogelijk om op langere termijn een consistent beleid te voeren, en nieuwe ontwikkelingen snel te combineren met al ingeslagen richtingen, waarmee de gemeente Moerdijk een integraal beleid kan voeren en beter kan anticiperen op veranderingen in de maatschappij, wet of wensen.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

22

Missie: “Moerdijk is in 2030 een gemeente die, gelegen op de as Rotterdam-Antwerpen én als hoogwaardig logistiek centrum van West-Brabant, voor al haar inwoners een leefbare woonomgeving biedt met werkgelegenheid in de nabijheid. Een gemeente met rust, ruimte, recreatie en toeristische mogelijkheden in het westelijke deel en dynamiek, bedrijvigheid en bovenlokale voorzieningen, geconcentreerd in de kern Zevenbergen en het haven- en industrieterrein Moerdijk in het oostelijke deel van de gemeente. Een gemeente waarin de kernen hun eigenheid bewaard hebben, maar ook duidelijk één gemeente vormen. Een gemeente met een sociaal gezicht, waar zorg en basisvoorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt. Een gemeente die op een bewonersgerichte, innovatieve, efficiënte en effectieve wijze wordt bestuurd.” De missie geeft de strategische visie drie dimensies als uitgangspunt voor de discussie rond de verschillende thema’s: samenleving, leefmilieu en economie. Dit wordt ook wel het ‘Triple P’ mechanisme genoemd (people, planet, profit) of de Telos-Driehoek. Het idee achter de ‘Triple P’ gedachte is dat het optimaliseren van de economische kracht, de (lokale) leefomgeving en de sociaalmaatschappelijke kant op termijn leidt tot een duurzame gemeente. Vanuit deze gedachte is het gemeentelijke beleid gebundeld en zijn er drie paraplunota's opgesteld.

Paraplunota’s De paraplunota’s zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zin gemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota’s. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota’s zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de ‘definitie’ die betrekking heeft op de ‘duurzame samenleving’ die uiteen valt in drie pijlers: Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit) - Paraplunota ‘Maatschappij’ richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. - Paraplunota ‘Leefomgeving’ richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. - Paraplunota ‘Economisch Klimaat’ richt zich op economie en bedrijvigheid.

Economisch Klimaat is het ‘klimaat’ waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Paraplunota Maatschappij De paraplunota Maatschappij richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. Wanneer mensen kunnen samenleven in harmonie met hun omgeving hebben zij de mogelijkheid zich te ontwikkelen. ‘Maatschappij’ heeft betrekking op het sociale gezicht van de gemeente, waar ondersteuning en voorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt. In de paraplunota Maatschappij staan de volgende beleidsthema's centraal: Wonen, Gezondheid, Woonomgeving, Sociale structuur en Ondersteuning. De relevante thema’s worden hieronder beschouwd. Wonen De paraplunota Maatschappij gaat met name in op de kwaliteit van de (bestaande)woningvoorraad. Kwaliteitsaspecten waar de gemeente Moerdijk de komende jaren op inzet zijn levensloopbestendigheid, duurzaamheid en veiligheid. In voorliggend plan is sprake van het oprichten Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

23

van nieuwe woningen en het aanvullen van de bestaande woningvoorraad. Hiermee wordt voorzien in een lokale behoefte aan grondgebonden woningen. Woonomgeving Voor de leefbaarheid is het nodig, dat mensen elkaar in een prettige en veilige (woon)omgeving kunnen ontmoeten. De woonomgeving kan worden onderverdeeld in drie elementen. Het gaat om activiteiten in sociaal-maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, ontmoeting, sport en cultuur, de openbare ruimte met daarin monumenten, speelvoorzieningen en meubilair, groen, wegen en openbare verlichting en de bereikbaarheid van de voorzieningen en de woning. Parkeerbeleid Voor het gemeentelijk grondgebied van Moerdijk is in 2015 nieuw parkeerbeleid opgesteld, dat aansluit bij de ambities en doelstellingen van de strategische visie Moerdijk 2030. Dit parkeerbeleid maakt onderdeel uit van de paraplunota 'Maatschappij'. Onderdeel van het gemeentelijk parkeerbeleid is de Nota Parkeernomen. Deze is opgesteld als uitwerking van het geactualiseerde parkeerbeleid van de gemeente. De nota beoogt het vastleggen van de Moerdijkse parkeernormen en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie.

Dit betekent dat binnen de gemeente Moerdijk verschillende parkeernormen voor dezelfde functie kunnen gelden, afhankelijk van de locatie van de functie. Als basis voor de parkeernormen gelden de in 2010 vastgestelde parkeernormen. In de praktijk werken deze goed en sluiten ze aan bij de praktijk. Binnen de bebouwde kom is het uitgangspunt dat parkeerplaatsen zoveel mogelijk openbaar toegankelijk dienen te worden gerealiseerd; hierbij worden alle parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van woningen, waarbij de invulling over wordt gelaten aan (markt)partijen. Hierdoor krijgt de uiteindelijke ontwikkelaar(s) de mogelijkheid optimaal aan te sluiten op de huidige behoefte. Het plan is zodoende in lijn met het aspect 'Maatschappij' van de paraplunota. Ten aanzien van duurzaamheid en duurzame energie zijn in de Paraplunota Leefomgeving diverse ambities vastgelegd. Zo ook het streven naar een aanzienlijke beperking van het energiegebruik (2% besparing per jaar, met als resultaat 30% besparing in 2030 ten opzichte van 2012) en het lokaal opwekken van duurzame energie via zon op daken (30% van de totale energiebehoefte in 2030). Middels het Convenant Duurzaam Bouwen is tevens de intentie vastgelegd om woningen duurzamer te bouwen dan in het Bouwbesluit is bepaald.

Het is aan de initiatiefnemer om in de verdere uitwerking van het woningbouwplan zoveel mogelijk aan te sluiten bij dit Convenant Duurzaam Bouwen, waarbij de woningen zoveel mogelijk voorzien in de eigen (of collectieve) energiebehoefte. In dit bestemmingsplan zijn hiervoor geen regels opgenomen. Parkeren wordt binnen het plangebied opgelost, waarbij rekening is gehouden met voldoende openbaar toegankelijke parkeerplaatsen. Paraplunota Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in de nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik. In de paraplunota Leefomgeving staan de volgende beleidsthema's centraal: Rijke ondergrond, Helder water, Schone lucht, Behoud grondstoffen voor toekomstige generaties en Gevarieerde natuur. Met de Paraplunota Leefomgeving, waarin het beleid dat betrekking heeft op de leefomgeving wordt Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

24

gebundeld, loopt de gemeente vooruit op de invoering van de Omgevingswet. De nota geeft aan dat Moerdijk uitdrukkelijk inzet op een toekomst die in het teken staat van duurzaamheid. Duurzaamheid is een nieuwe manier van denken waarbij een balans gezocht wordt tussen de pijlers maatschappij, leefomgeving en economisch klimaat. Er is voor gekozen om al het gemeentelijk beleid tegen het licht te houden en te koppelen aan één van deze pijlers en om dit doel te bereiken zijn de drie paraplunota's opgesteld. Hoofdstuk 4.10 gaat specifiek over het onderwerp 'lucht'. Hoofddoelen zijn dat de luchtkwaliteit minimaal aan de Europese normen voldoet, er 40% minder CO2-uitstoot is en een substantiële vermindering van het aantal geur- en geluidgehinderden in 2030. De voorliggende ontwikkeling is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van het aspect 'geluid' streeft de gemeente Moerdijk naar een afname van het aantal geluidgehinderden. Zoals blijkt uit paragraaf 5.4 (Akoestische aspecten) zijn de kaders in dit plan zodanig gesteld dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor dit plan. Water Het Waterplan Moerdijk 2009-2015 is in november 2008 door de gemeenteraad van Moerdijk vastgesteld. Dit plan maakt onderdeel uit van de paraplunota Leefomgeving.

Het plan beschrijft de gezamenlijke visie van de gemeente en het Waterschap Brabantse Delta. Deze visie betreft een robuust watersysteem van voldoende kwaliteit en veiligheid dat aansluit bij de natuurlijke omstandigheden op en om het Moerdijkse grondgebied en dat nu en in de toekomst voldoet aan de wettelijke verplichtingen en beleidsregels. Verdeeld over meerdere thema’s is de visie in het waterplan uitgewerkt. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn dat: water geen gevaar oplevert, het watersysteem geschikt is voor de functies die het moet vervullen, alle elementen van het watersysteem in samenhang worden beschouwd, water een grotere rol krijgt in ruimtelijke ontwikkelingen en iedereen zijn steentje bijdraagt. In paragraaf 4.3 zijn de diverse wateraspecten van het plan getoetst.

Paraplunota Economisch Klimaat De Paraplunota Economisch Klimaat richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarin een specifieke economische ontwikkeling plaatsvindt. Maar er wordt niet alleen aandacht besteed aan economie en bedrijvigheid, ook Moerdijk als toeristische bestemming en Moerdijk als gemeente waar het fijn wonen, werken en recreëren zijn belangrijke elementen in deze paraplunota. Fijn wonen wordt gezien als wonen in een omgeving met voldoende voorzieningen zoals winkels en recreatiemogelijkheden. Voorliggend plan draagt bij aan de ambitie om binnen de gemeente fijn te wonen, door een passend en gevarieerd woningaanbod te realiseren dat aansluit op de vraag. Dit versterkt de leefbaarheid van de kern en de mogelijkheid om een volledige wooncarrière binnen de kern Langeweg mogelijk te maken. Daarbij worden kwalitatieve groenvoorzieningen en voldoende waterberging gerealiseerd. In hoofdstuk 4 komen diverse milieukundige thema’s aan bod, waaronder bodem, water, lucht, duurzaamheid en ecologie. Uit de voorgaande passages blijkt dat het bestemmingsplan bijdraagt aan de diverse doelstellingen die in de paraplunota zijn geformuleerd. 3.4.2

Structuurvisie “Moerdijk 2030”

De gemeenteraad van Moerdijk heeft op 9 juni 2011 besloten tot vaststelling van de Structuurvisie “Moerdijk 2030”. Met dit beleidsdocument is op hoofdlijnen het ruimtelijk beleid voor de gemeente voor de periode tot 2030 vastgelegd. Met de vaststelling van de structuurvisie is dan ook beoogd verdere richting te geven aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied. Op die manier moet voor iedereen in algemene zin duidelijk kunnen of bepaalde initiatieven daarbinnen Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

25

passen. De visie bestaat uit twee delen, te weten het visiegedeelte en de uitvoeringsparagraaf. Het visiegedeelte (het wensbeeld) loopt tot 2030. De bij de structuurvisie behorende uitvoeringsparagraaf heeft een looptijd tot 2020 en kan iedere twee jaar worden herzien. Bij de visie behoort tevens een verbeelding. Een uitsnede hiervan is opgenomen in afbeelding 3.1. Uitbreiding van woningbouw in de kern Langeweg is voorzien aan de westzijde. Voorliggend plangebied is daarmee in lijn met de ontwikkelrichting op de kaart behorende bij de structuurvisie. Voor concrete ontwikkelmogelijkheden wordt in de visie verwezen naar provinciaal beleid.

Afbeelding 3.1 Uitsnede Structuurvisie “Moerdijk 2030” ter hoogte van de kern Langeweg

3.5

Toetsing en conclusie

Het Rijks- en provinciaal beleid geven geen aanleiding voor specifieke keuzes of ontwikkelingen in het plangebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Op gemeentelijk niveau wordt door middel van de Strategische Visie en de Structuurvisie richting gegeven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Dit bestemmingsplan sluit hierbij waar mogelijk aan. Voorliggend plan past binnen het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

26

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. Op basis van de onderzochte informatie worden geen bijzondere belemmeringen verwacht voor de vaststelling van het bestemmingsplan ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

M.e.r.-beoordeling

4.2.1

Kader

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader-stellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten aan. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. 4.2.2

Onderzoek en conclusie

Voor zover het voorliggende project kan worden aangemerkt als `de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen` (Dlijst onder 11.2), gelden de volgende drempelwaarden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De voorgenomen ontwikkeling omvat de bouw van 15 woningen en blijft daarmee ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. Dit neemt niet weg dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Deze aanmeldnotitie dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria:   

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

Vanaf 7 juli 2017 kan dit niet meer in de vorm van een paragraaf in de toelichting, maar moet door de initiatiefnemer een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden opgesteld. Omdat de gemeente hier initiatiefnemer is, is een separate aanmeldnotitie niet noodzakelijk. Wel dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld waarover een apart besluit genomen moet worden. Voor de wetswijziging van die datum geldt dit voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Algemeen De bouw van maximaal 15 woningen is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen.

Bestemmingsplan ‘Wethouder Trompersstraat te Langeweg’ Ontwerp, d.d. 10 maart 2022

27

Plaats van het project Ten aanzien van de plaats van het project kan worden gemeld dat de gronden zijn gelegen nabij het stedelijk gebied van de kern Langeweg. De gronden zijn momenteel agrarisch bestemd, maar groen ingericht. Het woningbouwplan zorgt voor een stedenbouwkundige invulling van het terrein, waarbij een actuele woningbehoefte wordt vervuld op een passende locatie. Het plangebied is op de cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten niet aangemerkt als een waardevol gebied Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten voor het milieu te verwachten. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten water, bedrijven- en milieuzonering, geluid, parkeren, bodemgeschiktheid, externe veiligheid, kabels en leidingen, luchtkwaliteit, flora en fauna, stikstof, archeologie, cultuurhistorie en duurzaamheid. Voor zover er effecten zijn, worden deze in hoofdzaak als positief beoordeeld (compenserende waterberging, in acht nemen van de zorgplicht ten aanzien van flora en fauna).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8196b64e-dd1a-42f3-bc0a-d27e9b4ab97f