CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 toelichting

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Koningin Julianastraat 25, Fijnaart16.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Koningin Julianastraat 25 ontwerp

Colofon Opdrachtgever

Opdrachtnemer

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

NL.IMRO.1709.FNKonJulianastr25-BP30

status: concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Opzet en inhoud

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Beschrijving plangebied Huidige situatie Toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleid Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 15 17 20 25

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten MER beoordeling Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie Duurzaamheid Kabels en Leidingen Verkeer en parkeren

27 27 27 28 29 30 31 33 35 38 42 42 43

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

45

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

3

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

4

Toelichting

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

5

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Moerdijk heeft in principe ingestemd met de bouw van 22 nieuwe woningen aan de Koningin Julianastaat in Fijnaart, kadastraal bekend als gemeente Moerdijk, sectie F nummers 1551, 1490 en nummer 2122 (gedeeltelijk). Het oprichten van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juiste bestemming en bouwmogelijkheden voor de beoogde herontwikkeling van de genoemde percelen.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Fijnaart, in het zuidoosten van het dorp en ten westen van het centrum. De planlocatie is gelegen aan Koningin Julianastraat, die aansluit op de Kadedijk en de Wilhelminastraat.

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied in Fijnaart

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

7

Afbeelding 1.2 Begrenzing plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het perceel geldt het bestemmingsplan 'Fijnaart' van de gemeente Moerdijk. Dit bestemmingsplan is op 12 oktober 2016 vastgesteld. Het perceel heeft binnen dit bestemmingsplan de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Wonen' en 'Tuin'. Het oprichten van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen is hierbinnen niet mogelijk.

Afbeelding 1.3 Ligging plangebied in bestemmingsplan 'Fijnaart' Op 27 september 2018 is door de gemeente Moerdijk het 'Veegplan kernen 2017' vastgesteld. Dit Veegplan is opgesteld om in één keer enkele correcties en wijzigingen in diverse bestemmingsplannen voor de kernen van de gemeente Moerdijk aan te brengen. De voor de kern Fijnaart relevante wijzigingen hebben betrekking op standplaatsen, begrippen met betrekking tot wonen, parkeren, bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

8

aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, erfafscheidingen, archeologie en duurzaamheid. De regels uit het Veegplan zijn (voor zover van toepassing op het plangebied) verwerkt in de regels van het voorliggende bestemmingsplan.

1.4

Opzet en inhoud

Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen. Een verbeelding waarop de bestemmingen van het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting is globaal opgedeeld in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding van het plan, de ligging en het geldende planlogische regime beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en bevat daarnaast een toelichting op de handhaving van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

9

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

10

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Huidige situatie

2.1.1 Bebouwing Het plangebied is gelegen aan de Koningin Julianastraat 13 en 25 in het zuidoosten van Fijnaart. In het verleden was hier de Julianaschool gevestigd. De school is in 2016 naar de Prinses Irenestraat verhuisd. Sinds 2019 staat het gebouw leeg. Het omgevingsbeeld wordt gekenmerkt door: enkele vrijstaande woningen maar vooral tweekappers; woningen voorzien van zadeldaken. Het bebouwingsbeeld wordt gekenmerkt door een architectonische diversiteit, onder andere door afwisseling van oudere en meer recente bebouwing. Dat geldt ook voor de nu aanwezige bebouwing binnen het plangebied. 2.1.2 Functioneel In de Koningin Julianastraat overheerst de woonfunctie. Dit betekent niet dat alleen sprake is van wonen met de bijbehorende verkeers- en groenvoorzieningen. Er is sprake van een diversiteit aan functies in de directe nabijheid van het centrum. Het voormalige schoolgebouw is tussen 2016 en 2019 in gebruik geweest als kinderdagverblijf. Een klein deel van het plangebied aan de Koningin Julianastraat (met nummer 15) is bestemd als 'Wonen'. Deze voormalige directeurswoning is tot 2019 in gebruik geweest als kantoorruimte. Op de aangrenzende percelen aan de Koningin Julianastraat 11 en 27 zijn vrijstaande woningen met bijbehorende bijgebouwen aanwezig. Ten noorden en oosten van het plangebied staan aaneengebouwde woningen. Het plangebied grenst aan bestaande infrastructuur.

Voor de ontsluiting van het plangebied hoeft geen nieuwe ontsluitingsweg te worden aangelegd.

2.2

Toekomstige situatie

De bestaande bebouwing van de voormalige Julianaschool en de woning worden gesloopt en vervangen door 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

11

Impressie inrichtingsplan Centraal in het plangebied komt aan de Koningin Julianastraat een klein appartementengebouw te staan. De entree met lift komt ten oosten van het gebouw. De gezamenlijke fietsenberging wordt ondergebracht in een éénlaags aanbouw. Om het appartementengebouw wordt een woonstraat aangelegd die op twee punten aansluit op de Koningin Julianastraat. De woonstraat zal worden uitgevoerd als éénrichtingsweg. Rondom het gebouw is voldoende ruimte voor een groene omranding. Ten westen van het appartementengebouw worden 4 twee-onder-één-kapwoningen gebouwd. De voorgevel van het appartementengebouw en de zijgevel van de meest zuidelijke twee-onder-één-kapwoningen worden in de voorgevellijn van de woningen ten westen van het plangebied gebouwd. In het zuidoosten van het plangebied worden 8 aaneengebouwde woningen gebouwd. Ook daar wordt de zijgevel van de woning in de voorgevellijn van de bestaande woningen aan de Koningin Julianastraat gesitueerd. Achter het appartementengebouw wordt voorzien in de benodige parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers (zie ook par. 4.12). Door deze indeling van het perceel wordt met de appartementen voldoende afstand tot de achterliggende woonpercelen aangehouden. Twee-onder-één-kapwoningen De voorgevellijn van de twee-onder-één-kapwoningen staat haaks op de Koningin Julianastraat.

Voor de woningen geldt een maximale bouwhoogte van 9,5 meter. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap en krijgen een aanbouw aan de zijgevel van één bouwlaag. Door de lage goothoogte wordt de verdieping grotendeels begrensd door de schuine kap. Door de aanbouw ontstaat een woonoppervlakte bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

12

op de begane die de woningen levensloopbestendig maakt. De woningen hebben een voor- en achtertuin.

Impressie voor- en zijgevel twee-onder-één-kapwoningen Appartementen De voorgevel van het appartementengebouw is evenwijdig aan de Koningin Julianastraat. Het appartementengebouw heeft een maximale bouwhoogte van overwegend 11 meter. Omdat sprake is van een terugliggende, derde bouwlaag, is de maximale bouwhoogte van 7 meter van toepassing aan de zijde van de Koningin Julianastraat. Het gebouw is voorzien van een entree met lift. Daarnaast zijn de appartementen aan de oostzijde via een galerij aan de achterzijde ontsloten. De gezamenlijke fietsenberging is ondergebracht in een aanbouw ten oosten van het appartementengebouw. Aan de voorzijde (vanaf de Koningin Julianastraat gezien) van het gebouw zijn de woningen op de begane grond voorzien van een kleine buitenruimte. De woningen op de eerste verdieping zijn voorzien van balkons. De woningen op de bovenste verdieping zijn voorzien van een dakterras.

Impressie voorgevel appartementengebouw (vanaf Koningin Julianastraat gezien) Aaneengebouwde woningen De voorgevellijn van de aaneengebouwde woningen zijn haaks op de Koningin Julianastraat gesitueerd. De woningen hebben een maximale bouwhoogte van 11 meter. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De noordelijke eindwoning is voorzien van een garage. De eindwoning aan de Koningin Julianastraat is voorzien van een erker. De woningen hebben een voor- en achtertuin.

Impressie voorgevel aaneengebouwde woningen

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

13

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

14

Hoofdstuk 3

3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 door de minister is vastgesteld, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel komen te vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.. Het Rijk geeft met de NOVI richting aan de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De vier prioriteiten betreffen: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. De NOVI gebruikt bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Beoordeling en conclusie In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het plangebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de NOVI dient daarom verder te worden getoetst aan het Barro. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Toetsingskader Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden.

Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, compleet. Onderdelen en/of artikelen in het Barro blijven ook naast de NOVI gelden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

15

belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met één of meer belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt binnen de radarverstoringsgebieden behorende bij de radarstations Woensdrecht, Herwijnen en Wemeldinge. Binnen het verstoringsgebied gelden bouwbeperkingen voor antennes (resp. max. 48, 25 en 30 m t.o.v. NAP) en windturbines (max. 90 m t.o.v. NAP). Het plangebied ligt buiten de verstoringsgebieden voor antennes en er worden geen windturbines mogelijk gemaakt. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing en is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met de voorschriften uit het Barro.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Toetsingskader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis bij het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de gewijzigde ladder is alleen bij stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied een uitgebreide motivering nodig. Hierbij spelen twee vragen een belangrijke rol: Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

16

Beoordeling en conclusie Om te beoordelen of een ontwikkeling ladderplichtig is, wordt gekeken naar nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling op het gebied voor wonen wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen en is daarom een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, zodat alleen de behoefte dient te worden aangetoond. Op basis van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose kan worden gesteld dat wordt voorzien in de woningbehoefte. De ontwikkeling is regionaal afgestemd.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Brabantse Omgevingsvisie Toetsingskader De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water en regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s.

Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. Beoordeling en conclusie Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen en draagt op de volgende wijze bij aan de provinciale hoofdopgaven. In relatie tot de energietransitie kan worden opgemerkt dat de woningen gasloos worden gebouwd. Uiteraard voldoen de woningen aan BENG. De woningen worden zeer goed geïsoleerd en worden voorzien van lagetemperatuursverwarming. Door toepassing van zonnepanelen wordt deels voorzien in de eigen electriciteitsbehoefte. Door de loskoppeling van de hemelwaterafvoer, toepassing van groen in de openbare ruimte en te voorzien in voldoende waterberging binnen het plangebied wordt bijgedragen aan een klimaatproof Brabant. De ontwikkeling betreft een transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en draagt daarmee bij aan de ambitie slimme netwerkstad. Doordat de woningen levensloopbestendig worden gebouwd, kunnen mensen langer in hun huis blijven wonen en worden verhuisbewegingen beperkt. Door de openbare ruimte voor zover mogelijk in te richten met groen en bomen, wordt bijgedragen aan de bevordering van de gezondheid.

Over het bijdragen aan een concurrerende, duurzame economie is vastgelegd dat moet worden voldaan aan het Convenant Duurzaam Bouwen West-Brabant 2014. Voor alle thema's in GPR Gebouw dient een minimale score van 7,5 gehaald te worden, met uitzondering van energie. Hiervoor gelden de BENG-normen. Onderdeel daarvan is het duurzamer omgaan met beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

17

3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Toetsingskader Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De structuurvisie is opgebouwd uit 2 delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Beoordeling en conclusie Op de structurenkaart van de Structuurvisie is de planlocatie opgenomen als 'Kernen in het landelijk gebied' (zie afbeelding 3.1). In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen).

De kernen die de afgelopen decennia weinig zijn veranderd hebben hun historische karakter en oorspronkelijke relatie met het landschap behouden. In deze plattelandskernen hebben weinig en soms zelfs geen planmatige ontwikkelingen in de vorm van woonwijken of werklocaties plaatsgevonden. Vanwege het behouden van de eigen identiteit en contrasten vindt de provincie het belangrijk dat er bij de ontwikkeling van deze kernen aandacht is voor het verweven van functies binnen de dorpse structuur. De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. Er is ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang. Het gaat om kwalitatieve verbeteringen in bestaand stedelijk gebied zoals het saneren van milieuhinderlijke bedrijvigheid in de kern en het behouden van vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle complexen. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De nadere invulling van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen deze gebieden vindt plaats binnen de provinciale verordening, welke in de navolgende paragrafen wordt beschreven.

Afbeelding 3.1 Uitsnede kaart Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014, Noord-Brabant bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

18

De beoogde ontwikkeling betreft het slopen van bebouwing in ruil voor het realiseren van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen in het zuidoosten van Fijnaart. Het perceel ligt binnen de bebouwde kom en de nadere begrenzing van de landelijke kernen in de provinciale structuurvisie. De ontwikkeling past daarmee binnen de structuurvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. Op hoofdlijnen gaat het om: een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet; aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit.

Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen, voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in 'Stedelijk gebied' en 'Landelijk gebied'. Beoordeling en conclusie Fijnaart is aangewezen als landelijke kern binnen het 'Stedelijk gebied'. Voor het bouwen van woningen binnen het 'Stedelijk gebied' geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt.

Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het 'Stedelijk gebied' en dat de ruimte binnen het 'Stedelijk gebied' zo goed als mogelijk wordt benut. De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen de regionale afspraken die gemaakt zijn over woningbouw en door het benutten van een vrijkomende schoollocatie in het 'Stedelijk gebied' is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

19

Afbeelding 3.2 Uitsnede kaart Stedelijke ontwikkeling en erfgoed 3.2.4 Perspectief op Wonen In 2017 is de 'Actualisatie bevolkings-, huishoudens en woningbehoefteprognose' ook wel de prognoses van de provincie Noord-Brabant gepubliceerd. De provincie Noord-Brabant heeft vervolgens de Brabantse Agenda Wonen opgesteld. In deze agenda staan de kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor de komende jaren weergeven. Verder zet de provincie Noord-Brabant met name in op binnenstedelijke ontwikkelingen. Op basis van de provinciale prognoses en de Brabantse Agenda Wonen, worden jaarlijks regionale afspraken gemaakt. Deze afspraken worden vastgesteld in het 'Perspectief op Wonen en Woningbouw'. De afspraken gaan zowel over het toevoegen van kwaliteit als kwantiteit. Nadrukkelijk advies van de provincie Noord-Brabant is om maximaal 70% van de woningen vast te leggen in de harde plancapaciteit, zodat gemeenten kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. Op 1 januari 2022 bevatte de woningvoorraad van de gemeente Moerdijk 16.672 woningen. Volgens de nieuwe bevolkings- en woningbehoefteprognose die medio september 2020 zijn gepubliceerd door de provincie Noord-Brabant, dient de woningvoorraad binnen de gemeente Moerdijk tot en met 2030 toe te nemen met 1.365 woningen.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische visie Toetsingskader Op 10 december 2009 heeft de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk de “Strategische visie Moerdijk 2030” vastgesteld. In deze visie voor de (middel)lange termijn geeft de gemeente richting aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de positie van de gemeente in de regio, waarbij de gemeente ambitieus is, maar wel realistisch. De strategische visie voor de gemeente Moerdijk heeft tot doel te komen tot een: 1. ontwikkelingsrichting voor de lange termijn; 2. kapstok en referentiekader voor integraal afgestemd gemeentelijk beleid; 3. duidelijke missie die kan worden uitgedragen naar buurgemeenten, provincie en rijk. De strategische visie maakt het mogelijk om op langere termijn een consistent beleid te voeren, en nieuwe ontwikkelingen snel te combineren met al ingeslagen richtingen, waarmee de gemeente Moerdijk een integraal beleid kan voeren en beter kan anticiperen op veranderingen in de maatschappij, wet of wensen. De strategische visie bevat een aantal fundamentele keuzes voor de gewenste toekomstrichting van de bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

20

gemeente Moerdijk. De strategische visie bevat een aantal nieuwe randvoorwaarden op hoofdlijnen en voor de langere termijn. De strategische visie bevat de missie van de gemeente Moerdijk op weg naar 2030 en een strategie om deze te bereiken. Het is de rode draad voor het totale beleid van de gemeente Moerdijk. De missie luidt: “Moerdijk is in 2030 een gemeente die, gelegen op de as Rotterdam-Antwerpen én als hoogwaardig logistiek centrum van West-Brabant, voor al haar inwoners een leefbare woonomgeving biedt met werkgelegenheid in de nabijheid. Een gemeente met rust, ruimte, recreatie en toeristische mogelijkheden in het westelijke deel en dynamiek, bedrijvigheid en bovenlokale voorzieningen, geconcentreerd in de kern Zevenbergen en het haven- en industrieterrein Moerdijk in het oostelijke deel van de gemeente. Een gemeente waarin de kernen hun eigenheid bewaard hebben, maar ook duidelijk één gemeente vormen. Een gemeente met een sociaal gezicht, waar zorg en basisvoorzieningen dichtbij zijn en de menselijk e maat geldt. Een gemeente die op een bewonersgerichte, innovatieve, efficiënte en effectieve wijze wordt bestuurd.” Vergrijzing en ontgroening Eén van de centrale thema’s in de strategische visie is demografie.

Moerdijk kiest ervoor in haar beleid aandacht te besteden aan vergrijzing en ontgroening en de nodige ontwikkelingen te starten zodat dat de bevolking in 2030 niet is gekrompen en de lokale mogelijkheden om de negatieve gevolgen van vergrijzing en ontgroening te onderdrukken zijn benut. Moerdijk neutraliseert de effecten van deze ontwikkelingen in eerste instantie door een goede, diverse kwaliteit van wonen aan te bieden o.a. door “onderscheidend bouwen”. De burgers van Moerdijk zullen zolang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, zowel ouderen als jongeren. Dit vergt een actieve en creatieve aanpak waarbij wordt uitgegaan van flexibele inrichting van woningen, (ver)nieuwbouw van bestaande woningen en vrijkomende gebouwen. De doorstroming op de lokale markt wordt bevorderd, door in te zetten op de realisatie van levensloopbestendige woningen en zorgwoningen, zodat jongeren binnen hun eigen kern hun wooncarrière kunnen doorlopen. Daarnaast is ingezet op de realisering van nieuwbouw in het bijzonder starterswoningen. Voor zowel de ontwikkeling van starterswoningen als levensloopbestendige woningen ligt een nadrukkelijke sturende rol voor de gemeente. Als het gaat om huurwoningen is er sprake van voldoende en passend aanbod en een transparant verdelingsbeleid.

Beoordeling en conclusie De gemeente Moerdijk zet in op de realisering van nieuwbouw en in het bijzonder starterswoningen. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling vervangende nieuwbouw(appartementen) omvat welke een kwaliteitsimpuls zal betekenen voor het gehele plangebied. Hiermee wordt leegstand en verpaupering van de woonbuurt voorkomen. Dit komt de leefbaarheid van de kern ten goede en draagt ertoe bij dat mensen met plezier in Fijnaart blijven wonen. Bovendien zijn de twee-onder-één-kapwoningen en appartementen levenloopbestendig, zodat het mogelijk is zolang mogelijk in de eigen woning en woonomgeving te kunnen blijven wonen. 3.3.2 Structuurvisie Toetsingskader Op 9 juni 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk de “Structuurvisie Moerdijk 2030” vastgesteld. Deze visie, welke een hoog abstractieniveau kent, is een ruimtelijke vertaling op hoofdlijnen van de missie uit de Strategische Visie 2030. Daarnaast vormt de structuurvisie een ruimtelijk afwegingskader voor toekomstige gemeentelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en exploitatieplannen. De visie vormt de basis voor gebiedsontwikkeling en geeft aanleiding tot kerngericht werken. De in de strategische visie geschetste maatschappelijke trends komen terug in de structuurvisie.

Beoordeling en conclusie Een grote ontwikkeling is de herstructureringsopgave binnen de gemeente Moerdijk; het onderhavige plan maakt hier onderdeel van uit. Naast aan het realiseren van nieuwbouwwoningen wordt door de gemeente Moerdijk namelijk veel aandacht geschonken aan het optimaliseren van de (woon)omgeving van de huidige inwoners. Veel van de bestaande woningvoorraad bestaat uit jaren 50-, 60- en 70-woningen en is eenzijdig van opbouw. Deze wordt in de komende decennia opgeknapt. De herstructureringsopgave zal gepaard gaan met een verdunning van de woningdichtheid: er worden minder woningen teruggebouwd dan dat er nu staan. Hierdoor ontstaat er in de kern ruimte om bestaande andere (leefbaarheids)problemen zoals parkeer- en wateroverlast op te lossen en er komt ruimte voor extra groen en openbare speelruimte. Herstructurering en inbreiding (waar dat niet ten koste gaat van de dorpse karakteristiek) gaan vóór uitbreiding. Uitbreiding zal (beperkt en stapsgewijs) nodig bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

21

zijn om de woningen terug te kunnen bouwen die door de verdunning bij herstructurering verdwijnen. De planlocatie is gelegen in het structuurvisie gebieden 'dorpen en steden'. Zie hieronder een uitsnede van de structuurvisie kaart 'Moerdijk 2030'.

Afbeelding 3.3 Uitsnede structuurvisie kaart Moerdijk 2030 Het onderhavige plan betreft een herstructureringsopgave waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt in ruil voor het realiseren van 4 twee-onder-één-kapwoningen, 8 aaneengebouwde woningen en 10 appartementen. Zodoende sluit de beoogde ontwikkeling aan bij het beleid uit de structuurvisie. 3.3.3 Paraplunota's Maatschappij, Economisch klimaat en Leefomgeving De paraplunota’s zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zingemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota’s. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota’s zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de ‘definitie’ die betrekking heeft op de ‘duurzame samenleving’ die uiteen valt in drie pijlers Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit).

Paraplunota ‘Maatschappij’ richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom; Paraplunota ‘Leefomgeving’ richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen;

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

22

Paraplunota ‘Economisch Klimaat’ richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het ‘klimaat’ waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Maatschappij In de Paraplunota Maatschappij 2014-2030 zijn de ambities uitgewerkt om te bouwen aan een duurzame samenleving. Deze paraplunota kent vijf thema’s, te weten wonen, gezondheid, woonomgeving, sociale structuur en ondersteuning. Elke thema heeft een eigen ambitie, die is uitgewerkt in doelen en een uitvoeringsstrategie. Het woonbeleid wordt momenteel geactualiseerd. Dit gebeurt in 3 stappen: woonvisie - woonprogramma - woonplan. De woonvisie is inmiddels vastgesteld en geeft voor de lange termijn op hoofdlijnen de gemeentelijke ambitie en doelstellingen op het gebied van wonen aan. De woonvisie is grotendeels een bestendiging van de lijn die eerder is ingezet met onder andere de Strategische Visie Moerdijk 2030, de Structuurvisie Moerdijk 2030 en de Paraplunota Maatschappij 2020-2030. Wel zijn er wat accentverschuivingen en is een paar nieuwe onderwerpen toegevoegd. ln het woonprogramma wordt weergegeven wat op de middellange termijn nodig is om op kernniveau invulling te geven aan de ambities en doelstellingen uit de woonvisie op basis van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, het woningbehoefteonderzoek en ontwikkelingen op de woningmarkt.

Met het woonplan stelt het college jaarlijks vast met welke projecten in dat jaar uitvoering wordt gegeven aan het woonprogramma. Het hoeft daarbij niet per definitie om woningbouwprojecten te gaan. Hierbij valt ook te denken aan de actualisatie van een bepaalde regeling of een communicatietraject over een bepaald onderwerp richting inwoners. De doelstellingen uit de woonvisie zijn: 1. ln de gemeente Moerdijk zijn voldoende woningen om in de kwantitatieve woningbehoefte te kunnen voorzien a. ln alle kernen is sprake van een evenwichtige woningvoorraad die aansluit op de demografische ontwikkelingen 2. Het aanbod aan woningen en woonmilieus in de gemeente Moerdijk sluit aan op de kwalitatieve woningbehoefte a. Er is sprake van een aantrekkelijke menging van de verschillende groepen woonconsumenten, woningen en woonmilieus in de kernen b. De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn duurzaam en klimaatadaptief c. De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn levensloopbestendig d. De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn veilig e. De woningen in de gemeente Moerdijk zijn betaalbaar. Uit het woningbehoefteonderzoek blijkt dat in Fijnaart het accent in de extra woningbehoefte ligt op betaalbare woningen.

Dat geldt voor de vraag naar grondgebonden koopwoningen, maar ook de vraag naar koopappartementen concentreert zich op het goedkopere segment. De vraag naar dure vrijstaande koopwoningen komt ook in Fijnaart potentieel wat onder druk te staan door de vergrijzing van de inwoners. Ook in Fijnaart is de huisvesting van senioren een aandachtspunt. Er is een aanzienlijke vraag naar voor ouderen geschikte woningen in de kern, in de huursector, maar ook in de koopsector. Binnen het plangebied wordt voorzien in zowel de behoefte aan grondgebonden koopwoningen als appartementen. Gezien de ligging (dichtbij centrum en de Fendertshof) is het toevoegen van grondgebonden woningen en appartementen in de koopsector passend. Het plan is zodoende in lijn met het thema wonen. Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in deze nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik, waarvoor de basis is gelegd in de Structuurvisie Moerdijk 2030. Met de Paraplunota Leefomgeving, waarin het beleid dat betrekking heeft op de leefomgeving wordt gebundeld, loopt de gemeente vooruit op de invoering van de Omgevingswet.

De nota geeft aan dat Moerdijk uitdrukkelijk inzet op een toekomst die in het teken staat van duurzaamheid. Duurzaamheid is een nieuwe manier van denken waarbij een balans gezocht wordt tussen de pijlers maatschappij, leefomgeving en economisch klimaat. Er is voor gekozen om al het gemeentelijk beleid tegen het licht te houden en te koppelen aan één van bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

23

deze pijlers en om dit doel te bereiken zijn de drie paraplunota’s opgesteld. Hoofdstuk 4 gaat specifiek over het onderwerp ‘lucht’. Hoofddoelen zijn dat de luchtkwaliteit minimaal aan de Europese normen voldoet, er 40% minder CO2-uitstoot is en een substantiële vermindering van het aantal geur- en geluidgehinderden in 2030. Zoals blijkt uit paragraaf 4.5 is de voorliggende ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van het aspect ‘geluid’ streeft de gemeente Moerdijk naar een afname van het aantal geluidgehinderden. Zoals blijkt uit paragraaf 4.4 vormt het aspect geluid geen belemmering voor onderhavig plan. Water Op 24 september 2020 heeft de gemeenteraad een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) voor de periode 2021-2024 vastgesteld. In dit beleidsplan heeft de gemeente op hoofdlijnen invulling gegeven aan de gemeentelijke watertaken. Daarnaast is vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat daarbij de rol van de inwoners en bedrijven is ten aanzien van de zorgplicht voor afval-, hemel-, en grondwater. Met het vGRP Moerdijk 2021-2024 worden ook invulling gegeven aan de opgave op het gebied van klimaatadaptatie, zoals omschreven in ‘Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk’.

Volgens het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) van de gemeente Moerdijk hanteert de gemeente voor de omgang met hemelwater de waterkwantiteitstrits: vasthouden-bergen-afvoeren. Hierbij heeft de gemeente een voorkeur voor retentievoorzieningen die infiltratie van regenwater bevorderen of realisatie van oppervlaktewater. Slechts in het geval dat bovengrondse retentie niet mogelijk blijkt te zijn, worden maatregelen berging (middels ondergrondse kelders) of afvoeren (middels verruiming (regenwater)riolering) toegepast. Binnen de voorkeursvolgorde dient de retentie zoveel mogelijk dicht bij de bron te worden gerealiseerd. In eerste instantie dient de realisatie op eigen terrein gerealiseerd te worden en in tweede instantie binnen de plangrenzen van het project waarvoor de retentie wordt gerealiseerd. In paragraaf 4.8 wordt nader op de wateraspecten en de watertoets van dit plan ingegaan. 3.3.4 Nota parkeernormen Toetsingskader Voor het gemeentelijk grondgebied van Moerdijk is een parkeerbeleid opgesteld en vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2021. De gemeente Moerdijk maakt gebruik van haar eigen parkeernormen die zijn gebaseerd op de algemene kencijfers van het CROW.

Daarbij is het beleidsuitgangspunt dat zoveel mogelijk parkeerplaatsen op eigen terrein (binnen plangrenzen) worden gerealiseerd en dat deze om dubbelgebruik te stimuleren zoveel mogelijk openbaar toegankelijk zijn voor openbaar gebruik (zeker ten aanzien van bezoekersparkeren). In Moerdijk is ervoor gekozen om de verscheidenheid aan woningen die CROW hanteert bij haar kencijfers te vereenvoudigen. CROW relateert de kencijfers aan het type en de oppervlakte van de woning. Beoordeling en conclusie Bij de ontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden met de Nota Parkeernormen 2021 van de gemeente Moerdijk. In het voorliggende bestemmingsplan is uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van gemiddeld 2 parkeerplaatsen per woning. Ten behoeve van de parkeerbalans worden 44 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan worden 34 parkeerplaatsen binnen het plangebied, 6 langs de Koningin Julianastraat en 5 op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte voldaan. Het voorzien en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid is in de regels van dit bestemmingsplan vertaald in een voorwaardelijke verplichting (zie artikel 8.1). Hierin is vastgelegd dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op basis van de Nota Parkeernormen 2021. In paragraaf 4.12 wordt ingegaan op de wijze waarop wordt voldaan aan de parkeernormen.

3.3.5 Klimaatstrategie Moerdijk Toetsingskader Het klimaat verandert, ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. De droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. De uitdaging, de komende decennia, is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. In de klimaatstrategie wordt ingegaan op wat nu en de komende jaren de invloed van bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

24

klimaatverandering op onze gemeente is? Hoe gaan we daarmee om; wat kunnen we als gemeente doen om te zorgen dat de risico's op korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen onze partners doen en onze inwoners? De Klimaatstrategie geeft op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave 'Moerdijk klimaatproof', we schetsen de breedte van de opgave, onze inzet en rol, de uitgangspunten en met wie we hierin zullen samenwerken. De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog die 30 juni 2020 digitaal werd gevoerd: Gezond leef-, werk- en leerklimaat: We beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat. Klimaat en het productielandschap 2.0: We faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. Samen met de natuur: We herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal. Beoordeling en conclusie Een aantal opgaven wordt gemeentebreed uitgezet. Denk hierbij aan windenergie, zonne-energie en aardgasvrij wonen in 2050. Ook op projectniveau dient invulling te worden gegeven aan de opgaven uit de klimaatstrategie.

De woningen binnen het plangebied worden gasloos gebouwd, en daar waar mogelijk worden zonnepanelen en groene daken toegepast. Om wateroverlast te voorkomen, wordt voorzien in voldoende waterberging. Verder wordt in de openbare ruimte voldoende groene ruimte aangelegd en worden daar waar mogelijk bomen geplant. De gevolgen van de klimaatverandering worden met deze maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

3.4

Conclusie

De beoogde realisatie van de 22 woningen past binnen het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. Nationaal wordt aangesloten bij de NOVI en het Barro. Op provinciaal niveau wordt aangesloten bij de structuurvisie en de verordening. Gemeentelijk sluit de ontwikkeling aan bij de visie uit de gemeentelijke structuurvisie, de gebiedsplannen voor de kernen en de paraplunota’s Maatschappij en Economisch klimaat. Ten aanzien van de paraplunota Leefomgeving geldt dat aan alle aspecten kan worden voldaan. Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling passend wordt geacht binnen het ruimtelijk beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk.

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

25

bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

26

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.

4.1

MER beoordeling

4.1.1 Algemeen Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten weer. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk om na te gaan of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. 4.1.2 Afweging en conclusie De nieuwbouw van 22 woningen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen", zoals bedoeld in onderdeel D.11.2 van bijlage van het Besluit m.e.r.

Bij die activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het project valt ruimschoots binnen de gestelde drempelwaarden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 1). Op basis van deze notitie heeft het bevoegd gezag op 14 juni 2022 besloten dat er geen milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling noodzakelijk is.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1 Wet- en regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

27

Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig gemengd gebied buitengebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Tabel 4.1 Richtafstanden VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is onderzoek noodzakelijk. Het plangebied valt binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk'. 4.2.2 Onderzoek en conclusie Ten zuiden van het plangebied is op het adres Kadedijk 82 een bedrijf van milieucategorie 2 toegestaan waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt. De afstand van het plangebied tot dit bedrijfsperceel is circa 120 meter. Op het adressen Boomgaardstraat 10 en Patrijsstraat 2 en 2a zijn eveneens bedrijven van milieucategorie 2 toegestaan. De afstanden tot deze bedrijfspercelen bedraagt respectievelijk 80 meter, 135 en 145 meter. Deze bedrijven zijn dan ook niet van invloed op de woonfunctie binnen het plangebied.

Ten noordwesten van het plangebied zijn diverse percelen voorzien van de bestemming Maatschappelijk. Omdat deze op een afstand van minimaal 85 meter zijn gesitueerd, zijn ook de daar aanwezige functies niet van invloed op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. De nieuwe woningen vormen geen belemmering voor de genoemde bedrijfs- en maatschappelijke bestemmingen. Verder zijn in de omgeving, op meer dan 150 meter afstand van het plangebied, diverse centrumfuncties aanwezig. Het betreft horecagelegenheden, winkels, dienstverlenende bedrijven en maatschappelijke functies. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk' zijn deze functies op 10 meter afstand van het plangebied toegestaan. Deze bedrijven zijn in relatie tot de richtafstanden die gelden voor het omgevingstype 'rustige woonwijk' niet van invloed op de beoogde ontwikkeling en de realisatie van nieuwe woningen aan de Koningin Julianastraat levert ook geen beperkingen op voor deze functies. Gezien het bovenstaande vormt het omgevingsaspect 'Bedrijven en milieuzonering' geen belemmering voor de beoogde woningbouw binnen het plangebied.

4.3

Bodem

4.3.1 Wet- en regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een bouwvergunning kan worden verleend. bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

28

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt. 4.3.2 Onderzoek Door Verhoeven Milieutechniek is een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van deze onderzoeken is opgenomen in Bijlage 2.

Hierna wordt kort ingegaan op de conclusies. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen verhoogde gehalten in de grond zijn aangetroffen ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Daarnaast blijkt dat de voormalige ondergrondse HBO- en septictanks niet tot (ernstige) verontreinigingen in de bodem hebben geleid. Ook de voormalige boomgaard heeft niet tot (ernstige) verontreinigingen met OCB in de teeltlaag geleid. Tijdens de uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn op maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen (in de fractie groter dan 20 mm) en/of puinbijmengingen waargenomen. De plaatselijk aangetroffen zwakke baksteenbijmengingen zijn als definieerbaar asbest onverdacht baksteen beoordeeld. Op basis hiervan is het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest conform NEN 5707 niet noodzakelijk geweest voor de uitpandige situatie. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan voor de uitpandige situatie geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Wel dient rekening gehouden te worden met onderstaande aandachtspunten en aanbeveling. Uit het onderzoek naar PFAS blijkt dat het aangetoonde gehalte de functieklasse voor 'wonen' en 'industrie' worden overschreden.

Uit nader onderzoek blijkt dat enkel ter plaatse van de verdachte grondlaag ter plaatse van één boring op het westelijke deel van de onderzoekslocatie de functieklasse 'wonen' en 'industrie' wordt overschreden. Bij de eventuele afvoer van deze grond, dient de grond te worden afgevoerd naar een erkend verwerker of stortplaats. 4.3.3 Conclusie Gelet op het uitgevoerde onderzoek leidt het aspect bodem niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.4

Geluid

4.4.1 Wet- en regelgeving Het toetsingskader wordt voor het akoestisch onderzoek gevormd door de Wet geluidhinder. Het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, heeft aanvullend geluidbeleid opgesteld voor wegverkeerslawaai. In de Wet geluidhinder is bepaald dat, met uitzondering van een weg binnen een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur, elke weg van rechtswege een zone heeft. De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg. Indien de zone van de weg een overlapt met het plangebied, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk en moet de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in acht worden genomen. Een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is na afweging van geluidsreducerende maatregelen toegestaan tot de maximaal te ontheffen geluidsbelasting. Wanneer op basis van overwegende bezwaren de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige bestemming onvoldoende of niet kan worden gereduceerd, kan het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan een nader bestemmingsplan Koningin Julianastraat 25 ontwerp

29

akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning(en). In de directe omgeving van het plan zijn ook wegen met een toegestane maximumsnelheid van 30 km/uur gelegen. Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie is echter een akoestisch onderzoek naar het woon- en leefklimaat ten gevolge van deze wegen benodigd. De beoordeling van het woon- en leefklimaat zal plaatsvinden op basis van de Wet geluidhinder. Voor de nabijgelegen 30 km/uur wegen kunnen vanwege het ontbreken van een zone geen hogere waarden worden vastgesteld. 4.4.2 Onderzoek en conclusie Het plan is gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Kadedijk, Beneden Kadedijk en de Koningin Julianastraat. Wegen met een maximale rijsnelheid van 30 km/uur vallen niet onder de Wet geluidhinder (Wgh). Er dient wel te worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om dit aan te tonen, is door Tritium de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen berekend. De rapportage van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is opgenomen als Bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de genoemde wegen de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=abad2665-a515-4e44-bc5d-a0a92b82a332