Bijlage 3, scan mens en maatschappij
Tekst van het document
Kortom... Het SCP ziet geen verschuiving van zware naar lichte hulp binnen de Jeugdwet door het gerichter inzetten op preventieve ondersteuning. Daarnaast vindt het planbureau het onduidelijk in hoeverre de Jeugdwet binnen de totale doelgroep haar doelen behaalt (SCP, 2020). Hilderink et al. (2020) onderschrijven dit. Volgens hen worden de kwetsbaarste groepen met de laagste inkomens niet goed bereikt. Volgens Hilderink et al. leidt een brede inzet op preventie en vroegsignalering tot hogere kosten in het voorliggende veld en bij lokale teams. Er zijn wel mogelijkheden voor doelmatigheidswinst; Hilderink et al. noemen er vijf. Daarbovenop herhalen zij het advies om de uitstroom uit de jeugdzorg kritisch te bekijken; deze is consequent lager dan de instroom. Er eerder bij zijn heeft een positief effect op de kwaliteit van leven. Dit schrijven Hilderink et al. (2020), Sondeijker et al. (2021), Gemeente Rotterdam (2019) en de Hogeschool van Amsterdam (2018). Het Verwey-Jonker instituut en het Institute for Management Research van de Radboud University stelde vast dat sommige gemeenten erin slagen het lokale jeugdstelsel te transformeren én de jeugdhulp budgettair beheersbaar te houden. De succesverhalen van vijf gemeenten worden beschreven in Eigenwijs transformeren (Sondeijker et al., 2021).
Andere onderwerpen die de revue passeerden, zijn: de effectiviteit van interventies, de toegang tot lokale hulpverlening, jongerenwerk en het belang van de betekenisrelatie, de preventie van eenzaamheid, het effect van een goede partnerrelatie op kinderen en normaliseren én de-medicaliseren. Meerdere bronnen benadrukken het belang van het samenwerkingsproces, van vertrouwen hebben in ketenpartners én van voortdurend monitoren, leren en verbeteren.
deel B Spoor 3
99
100
Gemeente Moerdijk Scan Mens en Maatschappij
Ten slotte De (landelijke) politiek denkt op dit moment na over hoe kosten en baten van preventie eerlijker verdeeld kunnen worden, over de grenzen van beleidsterreinen en organisaties heen. Essayist Janssens bepleit in Tijdig en doordacht (2019) het verantwoordelijk maken van uitvoerende organisaties voor kwaliteit én financiën. De baten van preventie liggen vaak op andere beleidsterreinen In vorige hoofstukken bleek dat het (nog) lastig is de effecten van preventieve ondersteuning in beeld te brengen, zeker als het gaat om cijfers. Bovendien liggen de financiële baten van preventieve ondersteuning binnen de Wmo vaak op andere terreinen, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz). Demissionair minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge, wil dat gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars meer over grenzen heen gaan kijken. En dat er beter wordt samengewerkt op het grensvlak van Wmo, Zorgverzekeringswet en Wlz om zo de kosten en baten eerlijker te verdelen. Hiertoe wil De Jonge zorgkantoren wettelijk meer financiële mogelijkheden geven voor investeringen in preventieve activiteiten. Doel is het voorkómen van duurdere en zwaardere zorg. De demissionair bewindsman denkt na over prikkels voor gemeenten en zorgverzekeraars die het creëren van meer samenhang tussen Wmo en Wlz zullen bevorderen.
Veel gemeenten hebben wel geëxperimenteerd op de hiervoor genoemde onderwerpen, maar deze experimenten lopen nog te vaak op niets uit (Binnenlands Bestuur, 2020). De wethouder jeugdzorg van gemeente Woerden vindt dat partijen die profiteren van gemeentelijke innovaties in de jeugdzorg daaraan moeten meebetalen. Denk aan zorgverzekeraars die kunnen meebetalen aan het inzetten van praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen. Maak uitvoeringsorganisaties verantwoordelijk Janssens schreef op persoonlijke titel een essay (Tijdig en doordacht, 2019) als bijdrage aan de discussie Meerjarenvisie gemeenten 2020 – 2024. Hij schrijft dat het lastig is de opbrengsten van preventie in beeld te brengen, zowel financieel als maatschappelijk. Volgens Janssens kan preventie op de lange termijn ook geld kosten. Volgens hem is
deel B Spoor 3
over-diagnostisering de grootste valkuil. De vraag is of we alles moeten willen voorkomen en oplossen. De auteur wijst op het belang van een kwalitatief goed stelsel van toegang tot hulp, inkoop en monitoring, met als voorbeeld gemeente Alphen aan den Rijn. Deze gemeente geeft twee consortia opdracht op basis van lumpsum financiering en legt de verantwoordelijkheid voor kwaliteit én financiën bij de uitvoerende organisaties. Zo ontstaat een optimale prikkel om te investeren in daadwerkelijk lonende preventie. Daarnaast doet Janssens aanbevelingen voor de lokale infrastructuur. Volgens Janssens vindt échte preventie vooral plaats vanuit de samenleving. Als voorbeeld noemt hij projecten als THINK op school, CenteringPregnancy en Social Brokers Kerkrade. De overheid moet vooral drempels wegnemen en faciliteren. Aan professionals, politici en bestuurders is de boodschap: ga normatieve discussies en afwegingen niet uit de weg!