Bijlage 21, MER TenneT ZuidWest Oost Deel C 22-2-2021
Tekst van het document
Bundeling ten noorden van ‘s-Gravenmoer De huidige 150 kV-verbinding loopt vanaf het 150 kV-station Geertruidenberg via het 150 kV-station Oosteind naar het 150 kV-station Tilburg West. Deze bovengrondse 150 kV-verbinding wordt gecombineerd met de nieuwe 380 kV-verbinding. Ter hoogte van de Kijldijk in Oosteind worden twee opstijgpunten gerealiseerd om de 150kV-verbinding uit de nieuwe gecombineerde 380/150kVverbinding aan te sluiten op het 150 kV-station Oosteind. Ten behoeve van deze aansluiting wordt dit station uitgebreid aan de westzijde van het bestaande station. De bestaande bovengrondse 150kVverbinding tussen Geertruidenberg, Oosteind en Tilburg-west wordt afgebroken.
4.2.11
Bosroute
Ter hoogte van De Moer zou een ligging aan de westzijde en zuidzijde van de bestaande verbinding betekenen dat woningen bij De Moer ingesloten raken tussen de nieuwe en bestaande verbinding. MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 70
Daarom wordt de bestaande 380 kV-verbinding over een lengte van ongeveer 7,5 kilometer naar het oosten verplaatst en is de nieuwe verbinding met deze bestaande verbinding gebundeld. Dit wordt de Bosroute genoemd. Deze route bestaat uit een nieuwe, dubbele doorsnijding. De huidige doorsnijding door de bestaande 380 kV-verbinding wordt opgeheven. De Bosroute loopt tussen de Baan en de Paalstraat naar het zuidoosten en passeert het vlieggebied van de Radio Vliegclub Brabant aan de westzijde. Ten westen van het vlieggebied knikt het tracé van de nieuwe en de te reconstrueren verbinding ter hoogte van een voormalige vuilstortplaats aan de Veldstraat naar het zuidoosten in de richting van het Kraanven in Loon op Zand. Vanaf daar gaan de nieuwe en de te reconstrueren verbinding na een klein knikje in het tracé verder in één rechte lijn naar het nieuw te realiseren 380 kVstation Tilburg. Hier wordt de nieuwe 380 kV-verbinding gekoppeld aan de landelijke 380 kV-ring. Dit is het eindpunt van de nieuwe verbinding. De 150kV-verbinding uit het nieuwe tracé wordt vanaf een opstijgpunt nabij het nieuwe 380kV-station Tilburg met een ondergrondse 150kV-kabel verbonden met het 150kV-station Tilburg-west.
Bosroute
Bundeling vanaf het Spinderpad nabij het Blauwe Meer in noordelijke richting
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 71
5
Milieueffecten
In dit hoofdstuk worden de effecten van het Voorkeursalternatief beschreven. Deze effecten zijn in een aantal stappen tot stand gekomen. •
In 2017 zijn de milieueffecten van de vier hoofdalternatieven en hun varianten in beeld gebracht. Deze effecten zijn in deel B van dit MER samengevat.
•
Op basis hiervan zijn de milieueffecten van het voorgenomen tracé in 2017 beschreven. Deze effecten zijn in hoofdstuk 2 van dit deel C van het MER beschreven.
•
Het Voorgenomen tracé is geoptimaliseerd en in meer detail uitgewerkt tot het Voorkeursalternatief. Dit tracé is in hoofdstuk 4 van dit deel C van het MER beschreven. De kenmerken van het Voorkeursalternatief zijn ten opzichte van het Voorgenomen tracé uit 2017 enigszins gewijzigd. Tabel 5.1 geeft een aantal kenmerken van beide tracés.
•
Op basis van de optimalisatie en detaillering van het Voorgenomen tracé tot het Voorkeursalternatief is bezien of de effectbeschrijving op basis hiervan moest worden bijgesteld. Dit heeft geleid tot de effectbeschrijving die in dit hoofdstuk is opgenomen.
Tabel 5.1 Kenmerken Voorgenomen tracé uit 2017 en Voorkeursalternatief uit 2020 Voorgenomen tracé
Voorkeursalternatief
2017
2020
78,1
78,1
waarvan bovengronds
71,5
68,5
waarvan ondergronds
6,6
9,6
71,5
68,5
waarvan gecombineerd (2x150/380)
61,5
55,6
waarvan Solo (2x380)
10
12,9
Lengte nieuwe doorsnijding bovengronds 380 kV (km)
11,8
8,5
Lengte bundeling bovengronds tracé 380 kV (km)
66,2
66,5
met bestaande hoogspanning
45,5
44,1
met bovenregionale infrastructuur(snelwegen, spoor, buisleidingenstraat)
20,7
22,4
Lengte reconstructie bestaande 380 kV-verbinding (km)
12,8
12,9
Lengte ondergronds tracé 380 kV (km)
6,6
9,6
waarvan gecombineerd (2x150/380)
5,4
8,2
waarvan solo (2x380)
1,2
1,4
Aantal 380 kV opstijgpunten
2
2
Lengte 150 kV ondergronds (km)
19,7
27,5
Lengte te verwijderen verbinding (km)
83,6
87,6
380 kV
13
14,2
150 kV
70,8
73,4
47,6
46,0
9 52
9 33
Lengte tracé 380 kV (km)
Lengte bovengronds tracé 380 kV (km)
Lengte op/nabij hartlijn te verwijderen verbinding, excl. 380kV-kabel in buisleidingenstraat Aantal aan te passen 150 kV-stations Aantal richtingsveranderingen
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 72
5.1
Leefomgevingskwaliteit
Binnen het aspect Leefomgevingskwaliteit worden aspecten onderzocht die invloed kunnen hebben op gezondheid en welbevinden van personen die wonen, verblijven of werken in de nabijheid van de nieuwe hoogspanningsverbinding.
5.1.1
Gevoelige bestemmingen
Het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningsverbinding is in beeld gebracht. Gevoelige bestemmingen zijn woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen. De indicatieve magneetveldzone is gedefinieerd als het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Deze zone wordt ook wel de ‘ontwerp magneetveldzone’ genoemd. Er is daarbij ook aangegeven of deze gevoelige bestemmingen momenteel ook al liggen in de magneetveldzone van een bestaande bovengrondse verbinding. Bij het bepalen van het aantal gevoelige bestemmingen is gebruik gemaakt van het beleidsadvies van VROM uit 2005. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations. Om het effect van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding op het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone te kunnen beoordelen zijn klassengrenzen bepaald. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding liggen is neutraal beoordeeld. Het ontstaan van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een negatief milieueffect.
Het ontstaan van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een aantal van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als negatief beoordeeld (- -). Het ontstaan van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer negatief beoordeeld (- - -). Het Voorkeursalternatief leidt in totaal tot 58 gevoelige bestemmingen, waarvan er zich 24 binnen een bestaande magneetveldzone bevinden. Dit aantal is lager dan het aantal gevoelige bestemmingen dat in 2017 is ingeschat. Dat komt doordat het tracé is geoptimaliseerd en doordat gebruik is gemaakt van de meest recente Netkaart van het RIVM. Onderstaand is de ligging van de gevoelige bestemmingen per deelgebied weergegeven.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 73
Gevoelige bestemmingen in deelgebied 1
Gevoelige bestemmingen in deelgebied 2
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 74
Gevoelige bestemmingen in deelgebied 3
5.1.2
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
In het geval dat de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding op één mast wordt gecombineerd met een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding wordt de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding afgebroken. Hierdoor worden mogelijk gevoelige bestemmingen vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding. Ook bij de reconstructie van de bestaande 380 kV- verbinding kunnen mogelijk gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld is neutraal beoordeeld. Het vrijspelen van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect. Het vrijspelen van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht positief (+) beoordeeld en het vrijspelen van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als positief beoordeeld (++). Het vrijspelen van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer positief beoordeeld (+++). Door het Voorkeursalternatief worden er 136 gevoelige bestemmingen vrij gespeeld. Dit aantal is iets gewijzigd ten opzichte van het Voorgenomen tracé uit 2017: toen werden er 131 gevoelige bestemmingen vrij gespeeld. Onderstaand is de ligging van de vrijgespeelde gevoelige bestemmingen per deelgebied weergegeven.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 75
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 1
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 2
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 76
Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 3
In tabel 5.2 zijn de aantallen (vrijgespeelde) gevoelige bestemmingen en de beoordeling hiervan per deelgebied weergegeven.
bestemmingen
gevoelige
Aantal vrijgespeelde
aanwezig
Waarvan reeds
bestemmingen
Aantal gevoelige
Tabel 5.2 Aantal (vrijgespeelde) gevoelige bestemmingen per deelgebied
Deelgebied 1 Brabantse Wal
11
Bergen op Zoom
5
Tussen Bergen op Zoom en Roosendaal-Kruisland
3
Roosendaal – Kruisland (vanaf kruising A58)
8
1
1 1
Totaal
11
Beoordeling
-
1
18 ++
Deelgebied 2 Roosendaal – Kruisland / Borchwerf
1
Oud Gastel – Standdaarbuiten
17
8
12
Totaal
18
8
12
Beoordeling
--
Tussen Oud Gastel-Standdaarbuiten en Moerdijk- Zevenbergschen Hoek
6
+
Deelgebied 3 3
5
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 77
Moerdijk – Zevenbergschen Hoek
8
4
Hooge Zwaluwe
2
2
Tussen Hooge Zwaluwe en Geertruidenberg
4
1
Tussen Moerdijk – Zevenbergschen Hoek en Hooge Zwaluwe
3
Geertruidenberg
1
's-Gravenmoer
3
2
Tussen 's-Gravenmoer en Bosroute
4
3
Bosroute
2
Amoveren Geertruidenberg – Oosteind
7
Amoveren Oosteind – Tilburg-west
5.1.3
51
39 Totaal
29
Beoordeling
--
15
106 +++
Hinder
Tijdens de gebruiksfase van de verbinding is er geen sprake van permanente geluidshinder. Wel kan rond de verbinding onder bepaalde omstandigheden een licht knetterend geluid optreden. Dit wordt coronageluid genoemd. Dit geluid ontstaat door elektrische ontladingen in de lucht rondom de geleiders. Dit leidt tot een zoemend en soms licht knetterend geluid. Coronageluid kent een laag volume en is op korte afstand van de lijn, circa 40 meter, niet meer hoorbaar. Het geluid doet zich niet continu voor, maar vooral onder bepaalde weersomstandigheden voor: mist, regen of hoge luchtvochtigheid. Onder droge weersomstandigheden is het geluid nauwelijks hoorbaar. Hierdoor is het geluid, net al het geluid van een weg of spoorlijn, niet continu hoorbaar. Het effect van coronageluid is zeer beperkt. Daarom worden deze effecten niet in beeld gebracht. De nieuwe hoogspanningsverbinding kan in de realisatiefase wel tijdelijke hinder veroorzaken door geluid en trillingen als gevolg van bouwwerkzaamheden, zwaar materieel en vrachtverkeer. Vooral het geluid is bepalend voor de te ervaren hinder. Tijdens de realisatiefase is sprake van de volgende geluidsbronnen: •
shovel- en kraanwerkzaamheden en bemaling op de bouwplaats. Het betreft constante geluiden, zonder grote piekgeluiden. Deze geluiden vallen op afstand vaak niet op tussen de andere al aanwezige geluidsbronnen.
•
verkeer op de bouwwegen. Deze hinder is tijdelijk en treedt alleen op bij de woningen die op zeer korte afstand staan.
•
heien en slopen. Dit kan gedurende kortere periodes tot piekgeluiden van circa 143 dB(A) leiden. Dit is fors hoger zijn de geluidsniveaus van 129 dB(A) als gevolg van langdurige activiteiten. Deze pieken kunnen hinder veroorzaken.
In het MER is het aantal woningen binnen relevante geluidscontouren bepaald. Vanwege de piekgeluiden is op basis van de Circulaire Bouwlawaai een hindergebied van 250 meter aan weerszijden van het tracé bepaald. In dit hindergebied van 250 meter aan weerszijden van te realiseren tracé en het te verwijderen tracé is het aantal woningen bepaald. Het aantal woningen zegt nog niet hoeveel geluidgehinderden er precies zijn en de daadwerkelijke hinder die zij ervaren. Het gaat om tijdelijke hinder, die mede bepaald wordt door eventuele afschermende bebouwing. Gezien deze onbekendheden en onzekerheden is geen beoordeling aan de effecten toegekend.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 78
Er staan in totaal 344 woningen in de zone van 250 meter aan weerszijden van de aanleg het voorgenomen tracé en 1016 woningen in de zone rond de te slopen verbinding. In deelgebied 1 liggen 119 woningen in de zone van 250 meter aan weerszijden van de aanleg het voorgenomen tracé en 90 in de zone rond de te slopen verbinding. In deelgebied 2 gaat het om 100 woningen in de zone rond de aanleg van de verbinding en 86 in de zone rond de te slopen verbinding. In deelgebied 3 staan er 125 woningen in de zone rond de aan te leggen verbinding en 840 woningen rond de te slopen Onderstaand is de ligging van woningen binnen de 250 meter zone rond de te bouwen verbinding per deelgebied weergegeven.
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te bouwen verbinding in deelgebied 1
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 79
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te bouwen verbinding in deelgebied 2
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te bouwen verbinding in deelgebied 3
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 80
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 1
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 2
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 81
Woningen binnen de 250 meter zone rond de te slopen verbinding in deelgebied 3
5.2.
Landschap en cultuurhistorie
Het landschapsbeeld is een momentopname van een situatie die voortdurend verandert door steeds wijzigend menselijk gebruik, in relatie tot verschillende natuurlijke processen. Veranderingen in het landschap zijn in feite onvermijdelijk door continue, natuurlijke processen - die vaak traag verlopen én door menselijk ingrijpen. Ontwikkelingsprocessen zijn vaak herkenbaar in het landschap. Sommige natuurlijke processen, zoals het opvullen van een rivierbedding met zand en klei, of het wegslaan van duinen door de zee, gebeuren relatief snel en zijn duidelijk te zien. Ook het dichtgroeien van afgesneden rivierarmen of het bebost raken van open heidevelden, zijn natuurlijke processen die zich binnen enkele tientallen jaren afspelen. Andere veranderingen, zoals tektoniek of klimaatverandering, verlopen veel langzamer en zijn daardoor nauwelijks waarneembaar. Het meest duidelijk zichtbaar zijn de ingrepen van de mens. De mens verandert zijn omgeving doelbewust: hij heeft het natuurlijke landschap tot een cultuurlandschap getransformeerd. Maatschappelijke, technische, sociaaleconomische ontwikkelingen leiden tot ingrijpende aanpassing van de woonplaats, het cultuurlandschap. Soms goed gebruikmakend van door de natuur geboden mogelijkheden, soms ook juist daarmee contrasterend, verandert de mens zijn omgeving en past die steeds weer aan zijn wensen en behoeften aan.
Veranderingen in bijvoorbeeld landbouwmethoden leiden tot een andere verkaveling en daarmee vaak tot wijziging in de ruimtelijke opbouw. Door dit voortdurende veranderingsproces is het landschap opgebouwd uit naast - en op elkaar liggende patronen en restanten van patronen van zeer uiteenlopende achtergrond en ouderdom. Hierdoor weerspiegelt het landschap de geschiedenis: het landschap is cultuurhistorie.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 82
De samenhangen tussen functie, vorm en betekenis van de verschillende landschapselementen zijn de basis voor de herkenbaarheid van een plek, voor de beleving van schoonheid en het gevoel zich ergens thuis te voelen. Eigenschappen en kwaliteiten van het landschap liggen verankerd in een stelsel van samenhangen tussen de verschillende landschapselementen. Deze samenhangen zijn de basis voor de specifieke eigenschappen van een bepaald landschap. Ze geven elk landschap haar eigen, unieke karakter. De landschappelijke kwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door onderling sterk samenhangende schaalniveaus.
Tracéniveau Op tracéniveau gaat het om de aansluiting van de verbinding op het landschappelijk hoofdpatroon en om de kwaliteit van de verbinding als bovenregionaal landschapselement.
Lijnniveau Op lijnniveau gaat het om de relatie van de verbinding en het karakter van het landschap met de cultuurhistorische elementen daarin en op specifieke elementen en hun samenhangen.
Mastniveau Op mastniveau gaat het om het effect van de verbinding op specifieke elementen en hun samenhangen op lokaal schaalniveau.
Binnen het thema Landschap en cultuurhistorie worden effecten op het niveau van het tracé, de lijn en mast beschreven en beoordeeld.
5.2.1
Landschappelijk hoofdpatroon (tracéniveau)
Het meest voor de hand liggende tracé voor een hoogspanningsverbinding is de rechte lijn; dit is immers de kortste verbinding tussen twee punten. Waar dat niet mogelijk is en richtingsveranderingen of verschillen in masthoogte onvermijdelijk zijn, moet bij voorkeur een samenhang worden gezocht met het landschappelijk hoofdpatroon. Dit bestaat uit het geheel van regionale en bovenregionale
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 83
landschapselementen zoals rivieren, bovenregionale infrastructuur, dorpen en steden en gebiedstypen in hun onderlinge samenhang. Het wordt onder andere bepaald door de verhouding tussen bijvoorbeeld massa en ruimte of stedelijke gebieden versus open agrarische gebieden of door de afwisseling tussen land en water. Ook bestaande grote infrastructuur kan deel uitmaken van het landschappelijk hoofdpatroon. Het heeft een vergelijkbaar schaalniveau als de hoogspanningsverbinding zelf. De mate waarin de hoogspanningsverbinding structuren op een hoog schaalniveau beïnvloedt bepaalt het effect. Een hoogspanningsverbinding die de landschappelijke structuren op hoog niveau volgt heeft minder invloed op het landschappelijk hoofdpatroon dan een hoogspanningsverbinding die geen logische samenhang met het landschappelijk hoofdpatroon heeft of dit doorkruist. De effecten op het landschappelijk hoofdpatroon zijn kwalitatief in beeld gebracht en beoordeeld. In deelgebied 1 ligt het Voorkeursalternatief over een langere afstand ondergronds. Hierdoor is er bovengronds over een langere afstand geen hoogspanningsverbinding meer zichtbaar. Dit leidt tot een licht positief effect op het landschappelijk hoofdpatroon (+).
Overgang Brabantse Wal-Markiezaat zonder bovengrondse 150kV verbinding
In deelgebied 2 bundelt het Voorkeursalternatief grotendeels met de bestaande 380 kV-verbinding tot een neutraal effect op het landschappelijk hoofdpatroon (0).
Nieuwe verbinding gebundeld met autosnelweg tussen Oud Gastel en Oudenbosch
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 84
In deelgebied 3 bundelt het Voorkeursalternatief grotendeels met de bestaande 380 kV-verbinding. Het landschappelijk hoofdpatroon wordt hierdoor enigszins versterkt, dit is als een licht positief effect beoordeeld (+).
Nieuwe verbinding gebundeld met bestaande verbinding nabij ‘s-Gravenmoer
5.2.2
Kwaliteit van het tracé (tracéniveau)
De kwaliteit van de boven- en ondergrondse tracédelen betreft de herkenbaarheid van de verbinding als bovenregionaal infrastructuurelement. Het tracé met hoge kwaliteit is een autonome verbinding met beperkte richtingsveranderingen. Gebrek aan kwaliteit kan ontstaan doordat de verbinding met lokale verschijnselen mee beweegt en verschillende uitvoeringswijzen kent. De kwaliteit van de tracés is kwalitatief beschreven aan de hand van projecties op de kaart. De verbinding is als zelfstandig element beoordeeld. Effecten als gevolg van het combineren van een nieuwe verbinding met een bestaande verbinding zijn beschreven bij de effectbeschrijving op het landschappelijk hoofdpatroon en op lijnniveau bij het criterium gebiedskarakteristiek. Omdat het Voorkeursalternatief in deelgebied 1 over een deel ondergronds ligt, zijn beide bovengrondse tracédelen minder goed herkenbaar als één verbinding. Dit heeft een licht negatief (-) effect op de kwaliteit van het tracé. In deelgebied 2 ligt het Voorkeursalternatief aan de westzijde van de snelweg. Hoewel de bestaande 380 kV-verbinding deels wordt gereconstrueerd, is de kwaliteit van het tracé mede bepaald door een aantal richtingsveranderingen. Dit leidt tot een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé (-).
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 85
Nabij Standdaarbuiten: richtingsverandering in het VKA
In deelgebied 3 bundelt de nieuwe verbinding met de gereconstrueerde bestaande verbinding en kent daardoor grote rechtstanden over lange afstanden. Door deze bundeling is de nieuwe verbinding goed herkenbaar als bovenregionale infrastructuur. Het effect op de kwaliteit van het tracé is neutraal beoordeeld (0).
5.2.3
Gebiedskarakteristiek (lijnniveau)
De gebiedskarakteristieken zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van subgebieden, dit zijn geografische eenheden met een eigen gebiedskarakteristiek. De mate waarin hoogspanningsverbindingen en opstijgpunten aanwezig zijn in het landschapsbeeld en al dan niet contrasteren met het landschappelijke karakter is bepalend voor hun effecten op de gebiedskarakteristiek. Het effect van de verbinding is ook afhankelijk van de openheid van het landschap, afwijkingen in richting en complexe situaties in de lijn of opstijgpunten. Daarnaast speelt de forsheid van de bundel mee in het effect van bovengrondse tracédelen. Het Voorkeursalternatief ligt in deelgebied 1 over een langere afstand ondergronds. Daarom is er bovengronds over een langere afstand geen hoogspanningsverbinding meer zichtbaar. Dit leidt tot een neutraal effect op de gebiedskarakteristiek (0). In deelgebied 2 bundelt het Voorkeursalternatief over een lange afstand met de bestaande infrastructuurbundel. Dit leidt tot een licht negatief op de gebiedskarakteristiek(-).
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 86
Bundeling van het VKA met de autosnelweg (op de achtergrond) tussen Oud-Gastel en Oudenbosch
In deelgebied 3 bundelt het Voorkeursalternatief met de gereconstrueerde bestaande verbinding en vormt een nieuwe doorsnijding van het landschap. Plaatselijk ontstaan licht positieve effecten door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding, op veel plekken heeft het Voorkeursalternatief echter een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek. De beoordeling van de effecten is licht negatief (-).
VKA ten noorden van Hooge Zwaluwe. De bestaande 150kV verbining door het dorp is verwijderd
5.2.5
Samenhang elementen (mastniveau)
Landschapselementen zijn bijvoorbeeld dorps- en stadssilhouetten, verte-kenmerken, bebouwingslinten of bijzondere bosjes of lanen. Wanneer de samenhang tussen deze elementen en het landschap door de verbinding wordt verstoord of landschapselementen worden aangetast is sprake van een negatief effect. Er ontstaat dan als het ware een ruis in het landschappelijke verhaal
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 87
van de plek. Bij dit criterium kunnen ook positieve effecten optreden, bijvoorbeeld als door het slopen van een bestaande verbinding een verbroken samenhang wordt hersteld en ruis wordt weggehaald. Voor de beoordeling van de effecten op elementen in hun landschappelijke context is in alle gevallen de lokale situatie (waar, welke elementen, welke samenhang) maatgevend voor de beoordeling. In deelgebied 1 heeft het Voorkeursalternatief een positief effect bij de zichtas op de Brabantse Wal door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding. Ook bij Woensdrecht treedt een licht positief effect op, omdat het Voorkeursalternatief hier ondergronds komt te liggen. Het Voorkeursalternatief heeft hierdoor een licht positieve totaalbeoordeling op de samenhang van elementen (+). In deelgebied 2 heeft het Voorkeursalternatief geen effecten op de samenhang van elementen en daarom een neutrale beoordeling (0). In deelgebied 3 worden door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding de interne samenhangen in het bebouwingslint Oosteind hersteld. Het verwijderen van de bestaande 150 kVverbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe heeft een licht positieve invloed op de samenhangen tussen het silhouet van Hooge Zwaluwe en het omliggende landschap. Ook ontstaat er een licht positieve effect bij bebouwingslint de Moer.
Al met al ontstaat een licht positieve totaalbeoordeling op de samenhang van de elementen (+).
Kruising door 150kV verbinding van Oosteind wordt verwijderd
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 88
150kV verbinding in Hooge Zwaluwe wordt verwijderd
5.3.
Natuur
5.3.1
Draadslachtoffers
Vogels kunnen tegen de geleiders en bliksemdraden van bovengrondse tracédelen aan vliegen en als gevolg daarvan sterven of gewond raken. Dit zijn draadslachtoffers. Hierbij is specifiek ingegaan op vogelsoorten. Ook vleermuizen kunnen in principe in aanraking komen met hoogspanningsdraden. Aangezien zij over echolocatie beschikken zijn zij uitstekend in staat om objecten in de lucht waar te nemen en te vermijden, zijn draadslachtoffers hierdoor niet of nauwelijks te verwachten. De effectbeschrijving van het aantal draadslachtoffers betreft een ecologische benadering van het aantal draadslachtoffers. Hierbij is rekening gehouden met het aantal doorsnijdingen van de verbinding loodrecht op de vliegbewegingen van vogels. Hoe meer doorsnijdingen een vogel moet passeren en hoe langer deze zijn, hoe meer kans deze vogel heeft op een aanvaring. Het aantal vliegbewegingen ter plekke van een verbinding hangt onder meer af van het landschapstype waarin de verbinding staat: in een open, grootschalig landschap zijn meer vogels aanwezig en meer vliegbewegingen dan in meer gesloten landschappen. De kans op een aanvaring is afhankelijk van de zichtbaarheid en draaddichtheid van de verbinding. Voor vogelsoorten die vooral overdag vliegen is de zichtbaarheid van een verbinding van belang; voor vogelsoorten die vooral ’s nachts vliegen is de draaddichtheid van de verbinding van belang.
Tot slot zijn soortspecifieke kenmerken van belang, MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 89
zoals het gezichtsveld, de lichaamsbouw en gedrag. In de effectbeschrijving is alleen rekening gehouden met soorten die in of nabij het studiegebied voorkomen en een kans hebben om tegen een hoogspanningsdraad aan te vliegen. In 2017 is het effect van het Voorgenomen tracé op draadslachtoffers in beeld gebracht. Onderstaand wordt de vergelijking van de effecten van het Voorkeursalternatief en die van het Voorgenomen tracé gemaakt. In deelgebied 1 gaat het Voorkeursalternatief over een groter deel ondergronds dan in het Voorgenomen tracé in 2017 was voorzien. Daarnaast is de configuratie van geleiders in de vakwerkmasten iets minder fors dan de configuratie die in de wintrack masten was voorzien. Dit leidt tot een lichte afname van het aantal draadslachtoffers. De effecten van het Voorkeursalternatief zijn iets gunstiger dan die van het Voorgenomen tracé uit 2017. De beoordeling van de effecten is gelijk gebleven, namelijk licht negatief (-). In deelgebied 2 ligt het Voorgenomen tracé aan de westzijde van de A17 op het tracé van de bestaande 380 kV-verbinding. De bestaande 380 kV-verbinding wordt naar het westen verplaatst en vormt daar gedeeltelijk een nieuwe doorsnijding. De bestaande 150 kV-verbinding wordt geamoveerd. Voor dagvliegers leidt dit tot een iets betere zichtbaarheid en minder draadslachtoffers.
Voor nachtvliegers zal de toename van de draaddichtheid tot een sterke toename van het aantal draadslachtoffers leiden. Hierdoor werd het effect van het voorgenomen tracé in 2017 negatief beoordeeld (- -). Het Voorkeursalternatief heeft een iets minder forse configuratie van geleiders in de vakwerkmasten dan in de wintrack masten die in het Voorgenomen tracé in 2017 waren voorzien. De effecten van het Voorkeursalternatief zijn hierdoor iets gunstiger dan die van het Voorgenomen tracé uit 2017, maar worden niet significant anders beoordeeld. De beoordeling van de effecten van het Voorkeursalternatief is hierdoor negatief (- -) gebleven. In deelgebied 3 volgt het Voorgenomen tracé ter hoogte van Hooge Zwaluwe de bestaande 380 kVverbinding en in het oostelijk deel de Bosroute. Over het geheel genomen veroorzaakt dit een negatief (- -) effect op draadslachtoffers. Ook hier geldt dat de configuratie van de geleiders in de vakwerkmasten iets minder fors is dan de configuratie die in de wintrack masten was voorzien. De effecten van het Voorkeursalternatief zijn hierdoor iets gunstiger dan die van het Voorgenomen tracé uit 2017. De beoordeling van de effecten is gelijk gebleven.
5.3.2
Leefgebieden
Bij de effecten op leefgebieden gaat het om effecten op gebieden met bijzondere natuurwaarden en de leefgebieden van vogels, vleermuizen en zoogdieren. Gebieden met een bijzondere natuurwaarden zijn Natura 2000-gebieden en gebieden die behoren tot het NNN. De effecten op Natura 2000-gebieden zijn beschreven in de Passende Beoordeling. Deze komt aan de orde in hoofdstuk 7 van deel A van het MER. Daarom wordt uitsluitend ingegaan op effecten in NNN-gebieden. De effecten hierop doen zich voor ter plaatse van mastvoeten en kabels. Een effect op gebieden met bijzondere natuurwaarden van nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe. Een afname van één tot tien hectare wordt MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 90
als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van tien tot 25 hectare wordt als negatief beoordeeld (-). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Effecten op leefgebieden van vogels ontstaan door het aantasten van broedlocaties van vogels of locaties waar wordt gefoerageerd of geslapen. Hierbij is specifiek naar gebieden gekeken die zijn aangewezen voor weidevogels, respectievelijk ganzen en smienten. Een effect op leefgebieden van vogels met nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe. Een afname van één tot tien hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van 10-25 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). De effectbeoordeling richt zich op het verlies aan leefgebied door het verdwijnen van bomen en andere groenstructuren. Voor de bepaling van het effect is het aantal doorsnijdingen van lijnvormige elementen met bomen (bomenrijen, singels, houtwallen) geteld. De effecten op het leefgebied van zoogdieren zijn kwalitatief bepaald aan de hand van verspreidingsgegevens en een inschatting van de ligging van (potentieel) leefgebied voor zwaarder beschermde soorten. Het leefgebied voor deze soorten bestaat doorgaans uit bos met (vrij) oude bomen.
In deelgebied 1 leidt het Voorgenomen tracé uit 2017 tot een nettoverlies van de oppervlakte van gebieden met bijzondere natuurwaarden met 8,0 hectare. Dit is als licht negatief (-) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief uit 2020 leidt tot een vermindering van dit verlies, doordat de nieuwe verbinding ter plaatse van de Brabantse Wal over een grotere lengte ondergronds komt te liggen. Er blijft echter sprake van een overall verlies, daarom blijft de beoordeling van het effect licht negatief (-). Het Voorgenomen tracé uit 2017 en het Voorkeursalternatief leiden niet tot verstoring van leefgebieden van vogels. Door het amoveren van het 150 kV-tracé komt er minimaal 75,7 hectare vrij die niet langer verstoord wordt. Dit effect is zeer positief (+++) beoordeeld. Het Voorgenomen tracé leidt tot een aanzienlijk aantal doorsnijdingen van bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit is als licht negatief (-) beoordeeld. Ook het Voorkeursalternatief leidt tot zoveel doorsnijdingen, dat dit oordeel in stand blijft. Het Voorgenomen tracé leidt tot een oppervlakteverlies van het leefgebied van zoogdieren met 2,0 hectare, dit is beoordeeld als licht negatief (-). Het Voorkeursalternatief leidt tot minder grondberoering en hierdoor tot minder oppervlakteverlies. De beoordeling van dit effect blijft echter gelijk.
In deelgebied 2 leidt het Voorgenomen tracé tot een nettoverlies van 1,1 hectare gebied met bijzondere natuurwaarde. Dit effect is als licht negatief (-) beoordeeld. Het tracé van het Voorkeursalternatief leidt niet tot een significante vermindering van dit effect. Het Voorgenomen tracé heeft geen effect op weidevogelgebieden, leidt tot een neutrale beoordeling (0). Het Voorgenomen tracé leidt tot 6 doorsnijdingen van bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit effect is beoordeeld als neutraal (0). Het Voorgenomen tracé heeft geen effect op leefgebied van zoogdieren, ook dit effect is als neutraal (0) beoordeeld. Het Voorkeursalternatief leidt niet tot een verandering van deze effecten. In deelgebied 3 leidt het Voorgenomen tracé tot een nettoverlies van 18,5 hectare gebied met bijzondere natuurwaarde. Dit is als negatief (- -) beoordeeld. Het Voorgenomen tracé leidt tot een
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 91
netto verstoring van 2,7 hectare rust- en foerageergebieden van ganzen, dit is als licht negatief (-) beoordeeld. Het Voorgenomen tracé leidt tot 62 doorsnijdingen van bomenrijen en houtwallen die van belang zijn voor vleermuizen. Dit effect is beoordeeld als licht negatief (-). Het oppervlakteverlies van leefgebied van zoogdieren is 1,2 hectare, dit is beoordeeld als licht negatief (-).Het tracé van het Voorkeursalternatief verschilt niet zodanig van het tracé van het Voorgenomen tracé dat in deelgebied 3 ander effecten ontstaan.
5.4.
Bodem en water
5.4.1
Aardkundige waarden
Bij de aanleg van de lijn kunnen aardkundige waarden blijvend worden aangetast. In het Omgevingsplan van de provincie Zeeland en de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant is opgenomen dat aantasting van aardkundige waarden moet worden voorkomen. Per tracéalternatief is bepaald over welk oppervlak de begrensde gebieden worden aangetast. Het vergraven van gebieden met aardkundige waarden wordt in principe aangemerkt als een negatief milieueffect, positieve effecten doen zich niet voor. Een vergraving tot 0,1 hectare wordt als een neutraal effect beoordeeld. Een vergraving van 0,2 tot 5 hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 5-20 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 20 ha wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Bij de effectbeschrijving van het Voorgenomen tracé werd uitgegaan van Wintrackmasten. Bij de fundering van deze masten was aanzienlijke vergraving noodzakelijk. Bij de aanleg van het Voorkeursalternatief worden vakwerkmasten toegepast. Deze leiden bij de fundering tot aanzienlijk minder beroering van grondoppervlak. In deelgebied 1 loopt het Voorgenomen tracé uit 2017 door de aardkundig waardevolle gebieden Brabantse Wal / Meersche Duinen en Smalle Beek. Hierdoor ontstaat een licht negatief effect (-) , vooral veroorzaakt door de aanleg van de ondergrondse 380 kV kabel.
Het tracé van het Voorkeursalternatief is niet gewijzigd. Wel is de verbinding in de buisleidingenstraat gelegd, hierdoor is het effect weggenomen. De beoordeling van het effect wordt hierdoor neutraal. In deelgebied 2 ligt het aardkundig waardevolle gebied Dintel. Het Voorgenomen tracé leidt tot plaatsing van 5 mastvoeten in dit gebied, dit leidt tot een licht negatief effect (-). De ontwikkeling van het Voorgenomen tracé leidt tot de vermindering van het aantal te plaatsen mastvoeten. De beoordeling van het effect als licht negatief veranderd hierdoor niet. In deelgebied 3 liggen de aardkundig waardevolle gebieden Strijpen / Zwermlaken / Weimeren. Het Voorgenomen tracé noch het Voorkeursalternatief doorsnijdt deze gebieden. Dit leidt tot een neutraal effect (0) op aardkundige waarden.
5.4.2
Bodemkwaliteit
De bodemkwaliteit wordt beschermd op basis van de Wet Bodembescherming. In het studiegebied zijn potentiële en/of bestaande bodemverontreinigingen aanwezig. Bestaande verontreinigingen zijn door onderzoek aangetoond. Bij potentiële verontreinigingen bestaat er op basis van historische
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 92
activiteiten een vermoeden dat er een verontreiniging is, dit vermoeden is echter nog niet geverifieerd. Bij het funderen van de masten worden aanwezige lokale verontreinigingen indien nodig gesaneerd. Het saneren van bodemverontreinigingen wordt in principe aangemerkt als een positief milieueffect, negatieve effecten doen zich niet voor. Het saneren van een verontreiniging ter plaatse van één tot circa tien mastvoeten met een oppervlakte van circa één hectare heeft geringe effecten die neutraal worden beoordeeld (0). Wanneer er verontreinigingen over meer dan één hectare worden verwijderd, dan is dit als licht positief beoordeeld (+). Ruimtebeslag op een groot (>5 hectare) tot zeer groot aantal ha (>20 hectare) wordt als positief (++) of zeer positief (+++) beoordeeld. In deelgebied 1 en deelgebied 2 doorsnijdt het Voorgenomen tracé geen (potentiële) verontreinigingslocaties en heeft hierdoor in deze deelgebieden een neutraal effect (0). Het Voorkeursalternatief heeft hetzelfde effect. In deelgebied 3 doorsnijdt het Voorgenomen tracé nabij Loon op Zand een (potentiële) verontreinigingslocatie. Het totale oppervlak is dermate beperkt, dat dit effect neutraal beoordeeld is (0). Bij de ontwikkeling van het Voorkeursalternatief is er naar gestreefd geen mastvoeten in de voormalige vuilstortplaats te plaatsen. Het effect blijft hierdoor neutraal.
5.5.
Archeologie
Het Voorkeursalternatief kan effect hebben op het archeologisch bodemarchief. Dit betreft bekende waarden, zoals rijksmonumenten en de terreinen van archeologische waarde die op de Archeologische Monumentenkaart staan, de zogenaamde AMK-terreinen. De onbekende waarden betreffen de archeologische verwachtingsgebieden.
5.5.1
Archeologische monumenten
De aanleg van de mastvoeten en kabels kunnen archeologische waarden in een archeologisch rijksmonument aantasten. Het aantasten van archeologisch rijksmonumenten wordt altijd aangemerkt als een negatief milieueffect. De archeologisch rijksmonumenten zijn de meest waardevolle vindplaatsen in Nederland en hebben het strengste beschermingsregime. Een vergraving tot één m 2 wordt als een neutraal effect beoordeeld. Bij het plaatsen van meerdere mastvoeten of bij een ontgraving ten behoeve van het kabelbed wordt een archeologisch monument over een groter oppervlak vergraven en nemen de negatieve effecten toe. Een vergraving van één tot 100 m 2 meter wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 100 tot 1.000 m2 wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 1.000 m2 wordt als zeer negatief beoordeeld (---). De archeologische rijksmonumenten die in deelgebied 1 en deelgebied 3 liggen worden niet door het Voorkeursalternatief doorsneden en of beschadigd door graafwerkzaamheden. In deelgebied 2 liggen geen archeologische rijksmonumenten. Het Voorkeursalternatief heeft daarom in alle deelgebieden een neutraal (0) effect.
5.5.2
AMK-terreinen
Bekende vindplaatsen van archeologische resten in Nederland zijn weergegeven op de Archeologische Monumenten Kaart. Deze vindplaatsen worden de AMK-terreinen genoemd. Bij de MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 93
aanleg van de mastvoeten, opstijgpunten en het graven van een kabelsleuf vindt bodemverstoring plaats. Dit kan de archeologische waarden in een AMK-terrein aantasten. Het vergraven van een AMK-terrein is altijd een negatief effect. Een vergraving van minder dan één m 2 is zo beperkt dat dit als neutraal effect wordt beoordeeld. Hoe groter het vergravingsoppervlak binnen een AMK-terrein is, hoe meer archeologische resten aangetast worden. Een vergraving van één tot 1.000 m2 meter wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 1.000 tot 10.000 m2 wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 10.000 m2 wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Het Voorkeursalternatief raakt in geen van de deelgebieden de aanwezige AMK-terreinen. Dit wordt neutraal beoordeeld (0).
5.5.3
Verwachtingsgebieden
Bij de aanleg van de mastvoeten, opstijgpunten dan wel ondergrondse tracédelen zullen bodemingrepen plaatsvinden die eventueel aanwezige archeologische waarden in een gebied met bepaalde verwachtingen kunnen aantasten. Om zicht te krijgen op de verwachtingswaarde van het projectgebied is de landschapsontwikkeling van het projectgebied beschreven. Aan de hand daarvan is een beeld ontwikkeld over de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en hun categorie (zeer laag, laag, middelhoog en hoog). Het vergraven van minder dan één hectare is zo beperkt dat dit als neutraal effect wordt beoordeeld. Een vergraving van één tot 15 hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een vergraving van 16 tot 50 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een vergraving van meer dan 50 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). In deelgebied 1 doorsnijdt het Voorgenomen tracé meerdere verwachtingsgebieden met middelhoge en hoge archeologische verwachting, vooral in de omgeving van Wouw en Kruisland. Ook in deelgebied 2 doorsnijdt het Voorgenomen tracé meerdere archeologische verwachtingsgebieden, vooral in de omgeving van Oud Gastel. Het Voorgenomen tracé doorsnijdt in deelgebied 3 meerdere verwachtingsgebieden, vooral in de omgeving van Oosterhout, Dongen en ten noorden van Tilburg. In alle gevallen zijn deze effecten als licht negatief effect (-) beoordeeld.
De feitelijke aanwezigheid van archeologische waarden in deze verwachtingsgebieden wordt ten behoeve van de uitvoering nog vastgesteld door middel van archeologisch onderzoek.
5.6
Overzicht van de effecten
Tabel 5.3 Effectbeoordeling van het Voorkeursalternatief uit 2020 Deelgebied 1
Deelgebied 2
Deelgebied 3
Aantal gevoelige bestemmingen
-
--
--
Aantal vrij te spelen gevoelige bestemmingen
++
+
+++
Tracéniveau landschappelijk hoofdpatroon
+
0
+
Kwaliteit tracé
-
-
0
0
-
-
Leefomgevingskwaliteit
Landschap en cultuurhistorie
Lijnniveau Gebiedskarakteristiek
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 94
+
0
+
Effecten op draadslachtoffers
-
--
--
Effecten op leefgebieden: gebieden met bijzondere waarden
-
-
---
+++
0
-
Effecten op leefgebieden: leefgebied vleermuizen
-
0
-
Effecten op leefgebieden: leefgebied zoogdieren in onbeschermd bosgebied
-
0
-
Tijdelijke effecten
0
0
-
Aardkundige waarden
0
-
0
Bodemkwaliteit (sanering van bodemverontreinigingen)
0
0
0
Archeologische rijksmonumenten
0
0
0
AMK-terreinen
0
0
0
Verwachtingsgebieden
-
-
-
Elementen lijnniveau Natuur
Effecten op leefgebieden: leefgebied vogels
Bodem en water
Archeologie
5.7
Effecten van tijdelijke verbindingen
Op een aantal locaties worden in de aanlegfase tijdelijke verbindingen gerealiseerd. Ten behoeve van de tijdelijke 380kV-verbindingen worden tijdelijke masten geplaatst. Deze worden op tijdelijk verharde ondergrond geplaatst, zoals bijvoorbeeld betonplaten en afgespannen met tuien. In een aantal gevallen wordt er spanning op de tijdelijke verbinding gezet, in andere gevallen niet. Ten behoeve van tijdelijke 150kV-verbindingen worden tijdelijke opstijgpunten geplaatst. Ook deze worden op tijdelijk verharde ondergrond geplaatst, zoals bijvoorbeeld betonplaten en afgespannen met tuien. Tussen de tijdelijke opstijgpunten worden de draden als kabels op of in de grond gelegd. De tijdelijke verbindingen brengen de volgende effecten met zich mee.
5.7.1
Leefomgevingskwaliteit
De tijdelijke verbindingen waar spanning op staat kunnen mogelijk langer dan 1 jaar in bedrijf zijn. Dat betekent dat deze tijdelijke verbindingen in principe tot extra of nieuwe gevoelige bestemmingen kunnen leiden. In een aantal gevallen liggen de gevoelige bestemmingen al binnen de magneetveldzone van de verbinding die met een tijdelijke verbinding wordt verplaatst. Deze gevoelige bestemmingen liggen ook in de magneetveldzone van de nieuwe 380kV-verbinding of in de magneetveldzone van de te reconstrueren 380kV-verbindingen. Op de locaties waar de tijdelijke verbindingen zijn voorzien, komen er in principe geen nieuwe gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone van de tijdelijke verbindingen bij. Alleen bij de Sluissedijk bestaat de kans dat er meerdere (mogelijk 11) tijdelijke gevoelige bestemmingen kunnen ontstaan. Er zal tijdens de verdere uitwerking van de tijdelijke verbinding naar gestreefd worden om zoveel mogelijk te voorkomen dat tijdelijke gevoelige bestemmingen ontstaan.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 95
5.7.2
Landschap
De tijdelijke verbindingen hebben uitsluitend tijdens de aanleg van de nieuwe verbinding tijdelijke effecten op het landschap. Zij zijn weliswaar duidelijk zichtbaar, maar ook is duidelijk zichtbaar dat tijdelijke, slankere masten zijn toegepast, die bovendien lager zijn dan de permanente masten. Nadat de tijdelijke masten en verbindingen zijn verwijderd, zijn er geen effecten meer zichtbaar op het landschap.
5.7.3
Natuur
Tijdelijke verbindingen zouden eventueel kunnen leiden tot draadslachtoffers. De tijdelijke verbindingen worden echter juist in de dichte nabijheid van de bestaande of de nieuw te bouwen verbindingen. De tijdelijke verbindingen worden daarom niet als een nieuwe verbinding beschouwd, zij staan in de schaduw van de reeds aanwezige verbinding. Daarom leiden zij niet tot een toename van het aantal draadslachtoffers. De tijdelijke masten en tijdelijke opstijgpunten worden op kleine betonnen platen of een andere tijdelijk verharde ondergrond geplaatst. De vegetatie onder deze platen wordt verwijderd. Mogelijk dient kap van bomen en struiken onder de tijdelijke verbinding plaats te vinden. Na de verwijdering van de tijdelijke verbinding zal er herplant van het gebied plaatsvinden. Na enige tijd zullen de effecten van de tijdelijke verbinding niet meer zichtbaar zijn.
5.7.4
Bodem en Water
Onder de betonplaten waar de tijdelijke masten op geplaatst worden en ter plaatse van de tuien vindt tijdelijke verdichting van de bodem plaats. Het gaat hierbij om zeer beperkte oppervlaktes. Na verwijdering van de masten zal deze bodem weer cultuurtechnisch worden verbeterd, zodat de beplanting weer kan plaatsvinden. Ook op de locaties waar de draden als tijdelijke kabels op of in de grond worden gelegd, vinden na het verwijderen cultuurtechnische herstelwerkzaamheden plaats om eventuele effecten van de bodem teniet te doen. Het gaat hierbij om beperkte, tijdelijke effecten.
5.7.5
Archeologie
De plaatsing van de masten leidt tot enige verdichting van de bodem onder de betonplaten. Een deel van de tijdelijke kabels wordt op de grond gelegd. Dit brengt echter geen schade aan eventueel aanwezige archeologische bodemarchief. De verankering van de tuien vindt plaats door middel van betonblokken of door klapankers. Een deel van de tijdelijke kabels wordt in de grond gelegd. Dit kan wel enige schade aan het archeologische bodemarchief teweeg brengen. Bij verwijdering van de tuien blijven de klapankers over het algemeen in de bodem achter. Het betreft echter een dusdanig beperkt aantal tijdelijke masten, dat dit effect als neutraal is beoordeeld.
5.8
Mitigerende maatregelen
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 96
De aanleg van de nieuwe verbinding en het verwijderen van bestaande verbindingen brengt diverse permanente en tijdelijke effecten met zich mee. Er worden diverse mitigerende maatregelen getroffen om deze effecten te verminderen of te vermijden.
5.8.1
Gevoelige bestemmingen
Het aantal gevoelige bestemmingen wordt bepaald door de tracering van de nieuwe verbinding. Het aantal is als gevolg van de optimalisering van het tracé van het Voorgenomen tracé uit 2017 naar het Voorkeursalternatief 2020 gedaald. Met de vastlegging van het tracé zal het aantal gevoelige bestemmingen niet meer dalen. Wel kunnen de huidige gebruikers van de gevoelige bestemmingen kiezen of zij het pand willen blijven bewonen. Hiervoor heeft TenneT de aan- en uitkoopregeling in het leven geroepen. Deze wordt beschreven in paragraaf 10.4 van deel A van het MER. Hierdoor ontstaat en vrijwillige keuze voor huidige of toekomstige bewoners om in de panden die in de magneetveldzone staan te blijven of gaan wonen.
5.8.2
Landschap
De nieuwe verbinding leidt tot diverse landschappelijke effecten. Er wordt gewerkt aan de landschappelijke inpassing van de nieuwe verbinding. Hiervoor worden inrichtingsmaatregelen voorbereid die bijdragen aan alle relevante milieuaspecten: landschap en cultuurhistorie, natuur, leefomgeving en water. Het mitigeren van effecten op het landschap gebeurt door het aanbrengen of wijzigen van beplanting en door het versterken van de bestaande landschapsstructuur of elementen daarvan. Hierbij wordt aandacht besteed aan ruimtelijke aspecten zoals locatie, verschijningsvorm en samenhang met andere landschapselementen en landschapsstructuren. Waar mogelijk en zinvol zijn de maatregelen gecombineerd en zijn ‘integrale’ inrichtingsmaatregelen ontworpen die een functie vervullen voor bijvoorbeeld zowel de landschappelijke inpassing als de compensatie van ecologische waarden. Het Landschapsplan wordt ten behoeve van het Inpassingsplan opgesteld.
5.8.3
Natuur
Het Voorkersalternatief leidt tot diverse effecten op de aanwezige natuur. In het Landschapsplan wordt ingegaan op mogelijkheden om het kappen van bomen en bosschages zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast wordt er ten behoeve van de landschappelijke inpassing ook de nodige beplanting toegepast. Het Voorkeursalternatief effecten ontstaan op beschermde soorten en habitats. In paragraaf 7.6 van deel A van het MER is ingegaan op de mitigerende maatregelen die in Natura 2000 gebieden worden genomen. Tijdens de aanleg van het Voorkeursalternatief kunnen ook effecten ontstaan op andere beschermde soorten. Het gaat hierbij om mogelijke negatieve effecten op vleermuizen, das, roofvogels, steenuil, rugstreeppad, Alpenwater- en vinpootsalamander en beschermde flora en insecten. Hiervoor zijn de volgende mitigerende maatregelen benoemd.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 97
• Het kappen van bomen leidt tot effecten op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Deze effecten worden gemitigeerd door de werkzaamheden uit te voeren in de winterperiode. In deze periode gebruiken vleermuizen de bomen niet als verblijfplaats. Effecten op vliegroutes worden verminderd door te voorkómen dat de bomenrijen worden aangelicht door bouwverlichting. • De werkzaamheden tasten een verblijfplaats en territorium van de das aan. De dassenburcht in het bos van Huis ter Heide wordt in de winterperiode verstoord doordat dekking door bomen wegvalt en het aanliggende foerageergebied niet meer functioneert. Om dit effect te verminderen wordt een verplaatsingsplan opgesteld waarmee de dassenburcht kan worden gecompenseerd. Dit plan voorziet in de aanleg van een nieuwe burcht, het beperken van de verstoring door mensen en het werken buiten de voortplantingsperiode van de das. • Door de betreding van het gebied, het verwijderen van vegetatie en kap van bomen verdwijnen buizerdhorsten. In de omgeving zijn voldoende alternatieve potentiele nestlocaties en bosgebieden beschikbaar. Het effect wordt bovendien gemitigeerd door buiten de voortplantingsperiode van de buizerd te werken. Ook overige broedvogels worden door deze werkzaamheden en maatregelen in watergangen negatief beïnvloed.
Van belang is buiten het broedseizoen te werken en geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken en houden. • Het leefgebied van de levendbarende hagedis en de rugstreeppad wordt negatief beïnvloed door grondwerkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide. Deze effecten worden gemitigeerd door de werkzaamheden buiten de rustperiode en de voortplantingsperiode van deze soorten uit te voeren. Ook kan het werkgebied ontoegankelijk gemaakt worden door het plaatsen van rasters en eventuele aan te treffen exemplaren binnen de rasters te vangen en te verplaatsen naar een ander geschikt leefgebied in de directe omgeving. Als gevolg van de werkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide zijn negatieve effecten op oeverkruid niet op voorhand uit te sluiten. Door de groeiplaatsen visueel te markeren wordt betreding voorkomen. • Ten zuiden van Huis ter Heide zijn de beschermde Gevlekte witsnuitlibel, Grote vos en de Kleine ijsvogelvlinder waargenomen. Ten zuidoosten van het voorkeursalternatief zijn ook waarnemingen bekend van de beschermde Grote weerschijnvlinder en Bruine eikenpage. Door de werkzaamheden kan het leefgebied van deze soorten tijdelijk worden verstoord. In de omgeving is momenteel en ook na aanleg van het Voorkeursalternatief voldoende alternatief leefgebied beschikbaar.
Van belang is dat het Plakkeven niet gedempt of aangetast wordt, dit is het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel. Negatieve effecten op beschermde insecten zijn dan uitgesloten. • De nesten van rode mieren in het bosgebied van Huis ter Heide kunnen als gevolg van kapwerkzaamheden benodigde dekking verliezen of vernietigd worden. Door de nesten visueel te markeren en zorgvuldig te werken kunnen de nesten behouden blijven. Wanneer dat niet mogelijk is kunnen de stobben en dood hout gehandhaafd blijven. De kolonies kunnen de stobben gebruiken als fundering voor een nieuw nest of het bestaande nest aanhouden. Het dode hout dient als dekking voor een veelheid aan prooidieren voor de mieren. Veel van de effecten kunnen ook worden gemitigeerd door zorgvuldig te werken. Dit kan door tijdens de uitvoering in één richting te werken, zodat dieren kunnen vluchten. Ook moet het materieel zorgvuldig en deskundig worden gebruikt om onnodige schade en onnodige verstoring te voorkomen. Daarnaast is een belangrijke mitigerende maatregel de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige ecoloog. Ook vindt onderzoek plaats om het beheer en onderhoud tijdens de gebruiksfase zo natuurvriendelijk mogelijk uit te voeren.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 98
5.8.4
Bodem en Water en Archeologie
De effecten van het Voorkeursalternatief op Bodem en Water en op Archeologie zijn dusdanig beperkt, dat hierop geen mitigerende maatregelen zijn geformuleerd.
MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel C, p 99