CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Definitieve ‘Onteigeningsbeschikking Randweg Klundert’

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Randweg Klundert: onteigeningsprocedure15.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

#61497522v1

1488.64-N1c1

Blad 8.

Artikel 7.215c van de Omgevingsregeling verwijst naar de aanvraag om een onteigeningsbeschikking. Van een aanvraag om een onteigeningsbeschikking is geen sprake. De gemeente Moerdijk voert zelf de procedure. Daarbij is ook van belang: het Omgevingsbesluit en het stadium dat thans aan de orde is geweest namelijk de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In dit stadium zijn enkele ontwerp-onteigeningsstukken door het College van Burgemeester en wethouders ter inzage gelegd waarna de gemeenteraad al dan niet of gewijzigd tot het nemen van de onteigeningsbeschikking overgaat. Volgens art. 3:11 Awb moeten, naast het ontwerp, ook de stukken ter inzage worden gelegd die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp. Afhankelijk van de situatie kan het zijn dat daartoe de in art. 7.6 Ob vermelde stukken aanvulling behoeven. In ieder geval moeten belanghebbenden uit de stukken kunnen afleiden waarvoor hun grond nodig is en kunnen nagaan of niet meer grond onteigend zal worden dan strikt voor de uitvoering van het werk nodig is. De definitieve inrichting zoals bij de brug kan nog kan wijzigen als gevolg van een Design&Construct-proces. In de zakelijke beschrijving is alsnog opgenomen dat de inrichting op onderdelen een referentie betreft waarvan de inrichting mogelijk nog wijzigt.

Dit is gebruikelijk bij infrastructurele projecten (zie bijvoorbeeld: KB 21 januari 2019, nr. 2019000064, Stcrt. 2019, nr. 5352). De begrenzing van het werk staat echter vast en de oppervlakte zoals vermeld in de (ontwerp)onteigeningsbeschikking blijven daarom volledig benodigd. In eerder genoemde Praktijkgids Onteigening voor overheden staat beschreven dat bij het ontwerp van de onteigeningsbeschikking volgens art. 7.6 van het Omgevingsbesluit de volgende documenten ter inzage worden gelegd: a. een grondtekening; b. planologische grondslag met daarop een projectie van de grondtekening. De Praktijkgids geeft aan dat de grondtekening geen verplicht onderdeel uitmaakt van de beschikking. Het staat het bevoegd gezag echter vrij om de grondtekening of een overzichtstekening onderdeel te maken van de beschikking. De praktijkgids beschrijft verder dat dezelfde stukken die bij de ontwerp-onteigeningsbeschikking ter inzage hebben gelegen ook bij de onteigeningsbeschikking ter inzage moeten worden gelegd. Het kan zijn dat in deze stukken ook wijzigingen zijn doorgevoerd of dat deze zijn aangevuld na de terinzagelegging van de ontwerponteigeningsbeschikking. Aangezien afdeling 3.4 van de Awb volgens art. 16.33b Ow van toepassing is op de voorbereiding van de onteigeningsbeschikking moet een ontwerp-onteigeningsbeschikking worden opgesteld.

De eisen die aan dat ontwerp en aan de onteigeningsbeschikking worden gesteld staan vermeld in art. 7.5 Omgevingsbesluit. Dat artikel luidt als volgt. ‘Een onteigeningsbeschikking bevat in ieder geval: a. de kadastrale aanduidingen van de te onteigenen onroerende zaak of zaken en de naam van de gemeente of gemeenten waar die onroerende zaak of zaken zijn gelegen; b. de kadastrale grootte van elk van de in de beschikking opgenomen percelen; c. als een gedeelte van een perceel in de beschikking wordt opgenomen: de grootte van dat gedeelte; d. de namen van de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de te onteigenen onroerende zaak of zaken volgens de basisregistratie kadaster; e. een beschrijving van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor de onteigening nodig is; en f. de naam van de onteigenaar. In hoofdstuk 3 van de Praktijkgids staat beschreven dat Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van een onteigeningsbeschikking. Zo is bepaald in art. 16.33b Omgevingswet. Dit betekent in ieder geval het volgende voor de terinzagelegging: het ontwerp moet ter inzage worden gelegd, inclusief de stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp (zie art. 3:11 Awb).

In paragraaf 3.2 van de praktijkgids staat beschreven dat tezamen met de ontwerp-onteigeningsbeschikking volgens art. 7.6 Ob nog een aantal stukken ter inzage moeten worden gelegd (zoals in deze notitie kort samengevat: a. een grondtekening en b. een projectietekening). Volgens art. 3:11 Awb moeten, naast het ontwerp, ook de stukken ter inzage worden gelegd die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp. Afhankelijk van de situatie kan het zijn dat daartoe de in art. 7.6 Ob vermelde stukken aanvulling behoeven. In ieder geval moeten belanghebbenden uit de stukken kunnen afleiden waarvoor hun grond nodig is en kunnen nagaan of niet meer grond onteigend zal worden dan strikt voor de uitvoering van het werk nodig is. De definitieve inrichting zoals bij de brug kan nog kan wijzigen als gevolg van een Design&Construct-proces. In de zakelijke beschrijving is alsnog opgenomen dat de inrichting op onderdelen een referentie betreft waarvan de inrichting mogelijk nog wijzigt. De begrenzing van het werk staat echter vast en de oppervlakte zoals vermeld in de (ontwerp)onteigeningsbeschikking blijven daarom volledig benodigd.

#61497522v1

1488.64-N1c1

Blad 9.

Volgens artikel 7.2, eerste lid van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021 (Staatscourant 2023, nr. 32442, 29 december 2023) overlegt de verzoeker bij het verzoek tot bekrachtiging alle op het verzoek betrekking hebbende stukken, waaronder de in artikel 16.93 Ow en de daarop gebaseerde regelgeving genoemde stukken. Daaronder worden volgens het Procesreglement in ieder geval begrepen: − het onteigeningsdossier dat met toepassing van artikel 3:44, onder a, van de Awb ter inzage heeft gelegen; − logboeken van het gevoerde minnelijke overleg; − het besluit dat ten grondslag ligt aan de onteigening (het onteigeningsbelang); − bewijsstukken van wie zijn aangeschreven, waaronder een lijst van belanghebbenden; − bewijsstukken van publicaties; − recente kadastrale uittreksels (eigendomsinformatie kadaster); − de ingediende zienswijzen. De verzoeker moet volgens artikel 7.2, tweede lid van het Procesreglement vermelden welke op de zaak betrekking hebbende stukken voor eenieder ter inzage hebben gelegen en welke niet, met de redenen waarom die stukken niet ter inzage zijn gelegd en indien van toepassing voor wie die stukken wel ter inzage hebben gelegen.

Een voorbeeld van stukken die niet (of niet voor een ieder) ter inzage zullen hebben gelegen zijn de logboeken en de bewijsstukken van het minnelijk overleg zoals de door onteigenaar aan belanghebbenden gedane aanbiedingen tot schadeloosstelling of gespreksverslagen. Gezien het bovenstaande heeft de gemeente de logboeken en de minnelijke onderhandelingen niet voor een ieder ter inzage gelegd. Ook onder de Onteigeningswet was dat gangbare praktijk. In de logboeken, de bewijsstukken en de adressenlijst van de belanghebbenden zijn gegevens opgenomen die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer. Deze stukken werden om die reden onder verwijzing naar de Wet open overheid niet voor een ieder ter inzage. Gebrek aan noodzaak en zorgvuldigheidsbeginsel Reclamant geeft aan dat de noodzaak tot onteigening ontbreekt zoals verankerd in artikel 11.5 sub b en artikel 11.7 Omgevingswet omdat geen redelijke poging is gedaan tot minnelijke verwerving. Er zou geen duidelijkheid zijn verkregen over de nieuw te realiseren zaksloot en er zou evenmin duidelijkheid zijn over de dam. Vooropgesteld zal de gemeente de minnelijke onderhandelingen laten doorlopen. Het heeft de voorkeur om niet daadwerkelijk tot onteigening te hoeven overgaan. Om tijdige uitvoering van het bestemmingsplan veilig te stellen heeft de gemeente de noodzaak gevoeld om de onteigeningsprocedure in te zetten.

Het doel van de gemeente is om deze onteigeningsprocedure parallel te laten verlopen met de verdergaande minnelijke onderhandelingen. Deze onderhandelingen worden dus nadrukkelijk niet stop gezet. Het is de gemeente op dit moment gebleken dat genoegzaam kan worden vastgesteld dat de minnelijke onderhandelingen stagneren en dat niet blijkt dat op (korte) termijn overeenstemming wordt verkregen. Dit wordt bevestigd door de ingebrachte zienswijze. Aangegeven wordt dat onvoldoende zou zijn onderhandeld. Geen overeenstemming is er over de hoogte van de schadeloosstelling en geen overeenstemming is er over een aan te leggen kruising. Ingevolge artikel 15.28 van de Omgevingswet vindt onteigening plaats op basis van een volledige schadeloosstelling voor alle schade die de onteigende rechtstreeks en noodzakelijk door het verlies van zijn onroerende zaak lijdt. De gemeente stelt primair dat de hoogte van de schadeloosstelling niet in het kader van onderhavige administratieve onteigeningsprocedure ter beoordeling dient te staan. De hoogte van de schadeloosstelling komt in de procedure bij de rechtbank over de schadeloosstelling aan de orde. Los daarvan is relevant dat de gemeente Moerdijk haar aanbiedingen heeft gebaseerd op het uitgangspunt van een volledige schadeloosstelling en de bedragen zijn begroot door een onafhankelijke taxateur.

Tegen die achtergrond is er geen sprake van een situatie waarin er een aanbod is gedaan dat op voorhand onwerkelijk was. Bij de toetsing van het minnelijk overleg speelt ook het gedrag van de grondeigenaar een rol. In het KB van 14 juni 2017 overwoog de Kroon – gehoord hebbende de Raad van State - daarover het navolgende (Stcrt. 2017, 35496) ‘Zoals Wij in Ons besluit van 17 november 2016, nr. 2016002009 (Staatscourant van 19 december 2016, nr. 66006) hebben overwogen, mag in een proces gericht op de minnelijke verwerving van gronden vooreerst van een onteigenende

#61497522v1

1488.64-N1c1

Blad 10.

partij worden verwacht dat deze een aanbod tot schadeloosstelling doet gericht op deze verwerving. Van de te onteigenen partij mag echter ook worden verwacht dat deze daartegenover zijn eis wat betreft de hoogte van de schadeloosstelling kenbaar maakt. Op basis van wederzijdse taxaties, die in het verdere overleg kunnen worden ingebracht en uitgewisseld, kan vervolgens verder worden onderhandeld, in welk kader beide partijen eventueel tot wijziging van hun standpunten met betrekking tot de schadeloosstelling kunnen komen.’ Verder volgt uit de wetsgeschiedenis bij de Omgevingswet dat de beoogd onteigenaar – net zoals onder de onteigeningswet – alleen een aanbod in geld hoeft te doen. Er bestaat met andere woorden geen verplichting om compensatiegrond aan te bieden of te praten over andere alternatieve oplossingen (zie TK 2018-2019, 35133, nr. 3, p. 110). Desalniettemin is er wel gesproken over de nieuw te realiseren zaksloot. Indien reclamant sub 3 meent dat deze sloot onvoldoende functioneert en dat gevolgen heeft voor de schadeloosstelling, kan een en ander worden aangevoerd bij de civiele rechter. De gemeente Moerdijk heeft in ieder geval geen reden om te twijfelen aan het watervoerend vermogen van de bewuste sloot. Verder is ook het aspect van een dam besproken. Of deze alternatieve oplossing kan worden geboden, moet nog nader worden onderzocht.

Dat er nog geen overeenstemming is en partijen niet op eenzelfde lijn liggen, mag duidelijk zijn en is ook de reden geweest om de onteigeningsprocedure in te zetten. Urgentie Reclamant geeft aan dat niet voldaan is aan artikel 11.11 Omgevingswet. Een Onteigeningsbeschikking kan enkel worden gegeven als de onteigening urgent is. De urgentie ontbreekt in ieder geval als niet aannemelijk is dat binnen drie jaar na het inschrijven van de onteigeningsakte een begin wordt gemaakt met de verwezenlijking van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor onteigening nodig is. Volgens reclamant niet inzichtelijk gemaakt wanneer met welke werkzaamheden wordt gestart en daardoor is volgens reclamant niet aannemelijk gemaakt dat zal worden voldaan aan het vereiste van urgentie. De gemeente is van mening dat in de ontwerp stukken voldoende duidelijkheid is verschaft over de planning en de wijze van inrichting maar ziet in de zienswijze van reclamant wel aanleiding om de stukken om deze onderdelen aan te scherpen en de verduidelijken richting de ten aanzien van de door de gemeenteraad te nemen onteigeningsbeschikking.

2.

CONCLUSIE

Gezien de inhoud van de genoemde zienswijzen en de reactie van het bevoegd gezag hierop is er wel aanleiding de ontwerponteigeningsbeschikking aan te passen. De gemeente heeft de ontwerp onteigeningsstukken als volgt aangepast: -

Er is een extra inrichtingstekening opgesteld geprojecteerd op een kadastrale ondergrond; De planning in de zakelijke beschrijving is aangevuld en er heeft een aanvulling plaatsgevonden op de zakelijke beschrijving met de onderbouwing dat op onderdelen de weg wordt aangelegd met een Design&Construct-proces zodat de inrichting mogelijk nog wijzig maar dat duidelijk is dat de begrenzing van het werk vaststaat zodat de oppervlakte vermeld in de ontwerponteigeningsbeschikking daarom volledig benodigd zal blijven.

#61497522v1

Raadsvoorstel Portefeuillehouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Zaaknummer Onderwerp

A.M.J. Dingemans Med 16 januari 2025 30 januari 2025 1368987 P181 Randweg Klundert: Onteigeningsprocedure

Voorgesteld besluit De gemeenteraad: 1. Besluit zichzelf geheimhouding op te leggen op [bijlage logboeken minnelijke verwerving] op grond van artikel 87 Gemeentewet jo artikel 5.1 lid 2 onder b en e Wet open overheid. 2. Besluit de bijgevoegde ‘Onteigeningsbeschikking Randweg Klundert’ formeel vast te stellen en daarbij ter inzage te leggen voor een periode zes weken ten behoeve van de administratieve onteigening; 3. Besluit om na de start van de terinzagelegging van de onteigeningsbeschikking de bekrachtigingsprocedure op te starten door middel van het indienen van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 16.93 Omgevingswet bij de rechtbank sector bestuursrecht 4. Besluit om na de bekendmaking van de onteigeningsbeschikking bij de rechtbank sector civiel recht een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 11.14 Omgevingswet tot het vaststellen van de schadeloosstelling. Publiekssamenvatting Het college van Burgemeester en Wethouders heeft in de vergadering van 9 juli 2024 ingestemd met het ter inzage leggen van de ontwerp-onteigeningsbeschikking Randweg Klundert. Hiermee is formeel gestart met de administratieve onteigeningsprocedure. De gemeenteraad is middels een raadsinformatiebrief (zaaknummer 1178974) hierover geïnformeerd. De ontwerp-onteigeningsbeschikking heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen.

Gedurende deze periode zijn een drietal zienswijze ingediend door belanghebbenden. Deze zienswijze zijn in behandeling genomen en beantwoord in de weerlegging van zienswijzen. Op basis van de zienswijze zijn een tweetal wijzigingen doorgevoerd in de onteigeningsbeschikking. De gemeenteraad wordt voorgesteld de onteigeningsbeschikking voor project Randweg Klundert vast te stellen en wederom voor een periode van zes weken ter inzage te leggen. Gelijktijdig met het vaststellen van de onteigeningsbeschikking wordt het vaststellen van de schadeloosstelling opgestart. Dit betekent dat parallel aan de onteigeningsbeschikking procedure de hoogte van de schadeloosstelling wordt bepaald. Hiermee wordt de procedure voor de administratieve onteigening (onteigeningsbeschikking) voortgezet maar ook gestart met de gerechtelijke (schadeloosstelling) procedure.

#61494875v1

Inleiding Na de periode van inzage van het ontwerp-onteigeningsbeschikking Randweg Klundert zijn een drietal zienswijzen ingediend door belanghebbenden. Deze zienswijze hebben geresulteerd in een tweetal wijzigingen in de onteigeningsbeschikking ten behoeve van project Randweg Klundert. De volgende procedurele stap, in het schema onteigening (zie bijlage 3), voorziet in het laten vaststellen door de gemeenteraad van de onteigeningsbeschikking. De onteigeningsbeschikking komt vervolgens zes weken ter inzage te liggen en binnen deze periode biedt de gemeente de onteigeningsbeschikking ter bekrachtiging aan bij de rechtbank inclusief de op deze beschikking betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 16.93 lid 3 sub b Omgevingswet. Het is van belang dat de procedure van de administratieve onteigening wordt vervolgd vanwege de mogelijk lange doorlooptijd van de gehele onteigeningsprocedure. Momenteel ligt het bestemmingsplan nog ter behandeling bij de Raad van State en is er nog geen zicht op een zittingsdatum en hiermee dus ook een onherroepelijk bestemmingsplan. Ondanks dat de onteigeningsprocedure pas formeel beëindigt kan worden als er sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan is het raadzaam om de onteigeningsprocedure, gezien de lange doorlooptijd, parallel aan de bestemmingsplanprocedure te vervolgen.

Het vaststellen van de ‘onteigeningsbeschikking Randweg Klundert’ is een cruciale stap binnen de procedure van de administratieve onteigening. Daarnaast is het raadzaam om de procedure voor het vaststellen van de schadeloosstelling op te starten. Dit is naast het bestemmingsplan en de onteigeningsbeschikking de derde benodigde pijler voor de uiteindelijke onteigening. Met het opstarten van de schadeloosstelling wordt de uiteindelijke hoogte van de schade bepaald door de rechter. Beoogd effect De gemeenteraad inzicht te geven in het minnelijk verwervingsproces en daarmee te overtuigen dat de gemeente Moerdijk voldoende heeft onderhandeld om de onteigeningsbeschikking vast te stellen met als doel de administratieve onteigeningsprocedure te vervolgen en de procedure voor de schadeloosstelling formeel op te starten. Argumenten 1.1 Privacygevoelige gegevens Gedurende de minnelijke verwerving heeft het bureau dat namens de gemeente optrad logboeken bijgehouden van de contactmomenten inclusief aanbiedingen aan de belanghebbenden. Vanwege de financiële en persoonlijke gegevens in deze logboeken is het noodzakelijk dat deze bijlage onder geheimhouding blijft.

2.1 Minnelijke verwerving voldoet aan eisen wetgeving De gemeente heeft gedurende de minnelijke verwerving diverse aanbiedingen voor de te verwerven gronden en pachtschadeloosstellingen voorgelegd aan de belanghebbenden en aan hen adviseurs. Echter is er tot op heden geen overeenstemming bereikt middels minnelijke verwerving en is de gemeente Moerdijk genoodzaakt de procedure van de administratieve onteigening verder te vervolgen. Het gevoerde overleg voldoet aan de eisen die daaraan in de wet en rechtspraak worden gesteld. Het feit dat er een onteigeningsbeschikking wordt genomen, neemt niet weg dat de gemeente Moerdijk pogingen zal blijven doen om er met de belanghebbenden uit te komen.

#61494875v1

2.2 Logische vervolgstap binnen de procedure Het vaststellen van de onteigeningsbeschikking is een logisch te zetten stap in navolging van het vastgestelde bestemmingsplan en het gevoerde minnelijke overleg. Zonder de vaststelling van deze onteigeningsbeschikking is het niet mogelijk om te starten met de bekrachtigingsprocedure bij de rechtbank sector bestuursrecht en evenmin met de procedure inzake de hoogte van de schadeloosstelling bij de rechtbank sector civiel recht. 2.3 Stagnatie proces Indien wordt overwogen om de onteigeningsbeschikking niet vast te stellen wordt de procedure gepauzeerd wat kan resulteren in negatieve gevolgen in relatie tot de (uitvoerings)planning. 3.1 Parallelle procedures Met het vaststellen van de onteigeningsbeschikking kan de procedure voor de schadeloosstelling formeel worden opgestart. Dit betekent dat de schadeloosstelling procedure parallel loopt aan de onteigeningsbeschikking (administratieve) procedure. Qua doorlooptijd is dit de meest efficiënte wijze om de gehele onteigeningsprocedure te doorlopen Kanttekeningen en risico’s 1.1 Niet opleggen van geheimhouding Als de gemeenteraad niet zichzelf geheimhouding oplegt en de bijlage met privacygevoelige gegevens wordt openbaar is de gemeente juridisch en financieel aansprakelijk voor eventuele schade.

2.1 Niet vaststellen van de onteigeningsbeschikking De gemeenteraad kan ervoor kiezen om de onteigeningsbeschikking (nog) niet vast te stellen. Hiermee komt de procedure voor de administratieve onteigening stil te liggen en loopt het project stagnatie op met mogelijke financiële impact (kostenstijging). 2.2 Gemeenteraad eist voortzetting minnelijke verwerving Indien de gemeenteraad van mening is dat onvoldoende onderhandeling heeft plaatsgevonden met de belanghebbenden kan de gemeenteraad eisen dat we de minnelijke verwerving verder moeten voortzetten. Echter is in de afgelopen periode, conform artikel 11.7 lid 1 sub a Omgevingswet, onderhandeld met de belanghebbenden en is voldaan aan de eisen en randvoorwaarden om de administratieve onteigening te kunnen opstarten. Gedurende de administratieve onteigening blijft de gemeente in gesprek met de belanghebbenden. 3.1 Afwachten administratieve procedure Als de gemeenteraad niet instemt met het opstarten van schadeloosstelling procedure, maar eerst de administratieve procedure wil afwachten kan dit gevolgen hebben voor de duur van de onteigeningsprocedure. Als deze twee procedures niet parallel worden opgestart maar elkaar opvolgen kan dit aanzienlijke invloed hebben op de planning.

Middelen Financiële middelen Op dit moment is er nog geen reden om het gevoteerde budget van circa € 7.000.000,- voor het Project Randweg Klundert aan te passen.

#61494875v1

Wanneer er noodzaak bestaat voor een bijstelling van het krediet zullen we dat in de eerstvolgende bestuursrapportage aan uw raad voorleggen. Personele middelen Niet van toepassing. Communicatie Dit voorstel aan de gemeenteraad komt met de publiekssamenvatting na behandeling in het college op de vastgestelde openbare besluitenlijst en kan vervolgens mondeling worden toegelicht, via bijvoorbeeld het wekelijks persgesprek en stadstafel Klundert. Ook worden de betrokkenen persoonlijk per brief geïnformeerd. Vervolg Zodra het besluit genomen is wordt de definitieve onteigeningsbeschikking gepubliceerd en ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Na de start van de terinzagelegging zal de onteigeningsbeschikking, inclusief de daarop betrekking hebbende stukken, ter bekrachtiging worden voorgedragen aan de rechtbank sector bestuursrecht (zie artikel 16.96 Omgevingswet). Vervolgens hebben belanghebbenden de gelegenheid om bedenkingen in te brengen, waarop de gemeente dient te reageren. Er zal een zitting komen en daarna volgt de uitspraak. Belanghebbenden kunnen tegen de uitspraak over de bekrachtiging in hoger beroep gaan. In bijlage 3 zijn deze stappen terug te vinden in kolom ‘onteigeningsbeschikking’. Zodra de onteigeningsbeschikking is vastgesteld wordt ook de schadeloosstelling procedure opgestart. Bijlagen 1. [GEHEIM] Logboeken minnelijke verwerving [GEHEIM] 2.

Definitieve ‘Onteigeningsbeschikking Randweg Klundert’ 3. Schematische weergave onteigeningsprocedure Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via email griffie@moerdiik.nl. Zevenbergen, 17 december 2024 Burgemeester en wethouders van Moerdijk, gemeentesecretaris

burgemeester

drs. M.E. de Groot

A.J. Moerkerke

#61494875v1

RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 30 januari 2025

De raad van de gemeente Moerdijk, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 december 2024; overwegende dat: - De logboeken van de minnelijke verwerving privacy gevoelige informatie betreft; - Het minnelijke verwervingstraject conform wetgeving is doorlopen; - Het vaststellen en bekrachtigen van de onteigeningsbeschikking een formele stap is binnen de onteigeningsprocedure en zonder besluit stagneert deze procedure; - Het opstarten van de schadeloosstelling procedure parallel aan de onteigeningsbeschikking qua totale doorlooptijd van de onteigeningsprocedure het meest efficiënt is. gelet op: - artikel 87 Gemeentewet jo artikel 5.1 lid 2 onder b en e Wet open overheid - artikel 16.93 Omgevingswet - artikel 11.14 Omgevingswet - artikel 11.7 lid 1 sub a Omgevingswet BESLUIT 1. Besluit zichzelf geheimhouding op te leggen op [bijlage logboeken minnelijke verwerving] op grond van artikel 87 Gemeentewet jo artikel 5.1 lid 2 onder b en e Wet open overheid. 2. Besluit de bijgevoegde ‘Onteigeningsbeschikking Randweg Klundert’ formeel vast te stellen en daarbij ter inzage te leggen voor een periode zes weken ten behoeve van de administratieve onteigening; 3.

Besluit om na de start van de terinzagelegging van de onteigeningsbeschikking de bekrachtigingsprocedure op te starten door middel van het indienen van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 16.93 Omgevingswet bij de rechtbank sector bestuursrecht 4. Besluit om na de bekendmaking van de onteigeningsbeschikking bij de rechtbank sector civiel recht een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 11.14 Omgevingswet tot het vaststellen van de schadeloosstelling. Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 30 januari 2025, de griffier, de voorzitter,

H.M. Vonk-Schenkel

#61494875v1

A.J. Moerkerke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c5f85e39-09a7-4d93-b672-8794b091540a