CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Toelichting

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Huizersdijk 11 Zevenbergen18.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Huizersdijk 11 Zevenbergen ontwerp

Huizersdijk 11 Zevenbergen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 10 11

Hoofdstuk2 Gebieds- en projectprofiel 2.1 Inleiding 2.2 Historie 2.3 Beschrijving bestaande situatie 2.4 Beoogde situatie

13 13 13 14 17

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

19 19 19 22 28

Hoofdstuk4 Planologisch relevante (milieu)aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Parkeren 4.3 Verkeersgeneratie 4.4 Bodem 4.5 Waterhuishouding 4.6 Cultuurhistorie 4.7 Archeologie 4.8 Ecologie 4.9 Wegverkeerslawaai 4.10 Bedrijven en milieuzonering 4.11 Externe veiligheid 4.12 Luchtkwaliteit 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Milieueffectraportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

33 33 33 34 35 36 38 40 41 44 46 51 55 57 57

Hoofdstuk5 Juridische plantoelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Regels

59 59 59 59

Hoofdstuk6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding 6.2 Toepassing grondexploitatiewet 6.3 Economische uitvoerbaarheid

63 63 63 63

Hoofdstuk7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak 7.3 Zienswijzen 7.4 Vaststelling

65 65 65 65 65

2

3

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aanleiding De eigenaar van de bedrijfspercelen aan de Huizersdijk 11 op het bedrijventerrein Molengors is voornemens om de bestaande bebouwing te amoveren en de gronden, met de mogelijkheid voor realisatie van een bedrijfswoning, te verkopen aan derden. Het initiatief gaat uit van maximaal 9 bedrijfskavels met maximaal 1 bedrijfswoning per kavel. Initiatiefnemer verkoopt de gronden met bouwen gebruiksrechten voor bedrijven tot maximaal milieucategorie 2. De bedrijfswoningen worden gesitueerd aan de zijde van de oever van de Roode Vaart. Daarmee ontstaat een zachte en geleidelijke overgang tussen het woongebied Bosselaar-Zuid en bedrijventerrein Molengors. De ontwikkeling van kleine bedrijfspercelen in een lichtere milieucategorie met een bedrijfswoning sluit aan bij de gemeentelijke ontwikkelingsrichting voor bedrijventerrein Molengors en Kop Roode Vaart.

Doel Met dit plan wordt een planologisch kader gecreëerd om het principeverzoek voor de bouw van bedrijfsgebouwen met bedrijfswoning te realiseren. Daarbij dient te worden voldaan aan de voorwaarden die het college in het principebesluit heeft gesteld: de te realiseren bedrijfskavels mogen worden gebruikt voor bedrijven tot en met maximaal bedrijfscategorie 2; de bedrijfswoningen moeten aan de zijde van de Roode Vaart worden gerealiseerd; het maximum aantal bedrijfswoningen in het plangebied bedraagt 9; de ontwikkeling mag niet leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied ligt in het zuiden van Zevenbergen. Het plangebied ligt aan de westzijde van de oever van de Roode Vaart. Het plangebied maakt onderdeel uit van bedrijventerrein Molengors. Aan de overzijde van de Roode Vaart liggen de, nog niet volledig ontwikkelde, woonwijken Bosselaar & Bosselaar-Zuid.

7

Uitsnede topografische kaart ter hoogte van Zevenbergen. Het plangebied is aangeduid met een gele ster. Bron: topotijdreis.nl, 2020.

8

Overzicht ligging plangebied. Met de blauwe stippellijn is globaal het plangebied geduid. Bron: Cyclomedia Street Smart, bewerking C5s.nl, 2021.

Begrenzing Het plangebied is gelegen tussen de Huizersdijk, de Zuidrand, de Roode Vaart en aan de noordkant een onbebouwd bedrijfsperceel. De locatie is kadastraal bekend als de gemeente Zevenbergen, sectie L, nr. 2694, 2695 en sectie P, nr. 29. Op de pagina hierna is een luchtfoto van het plangebied met de begrenzing exact geduid.

9

Satellietfoto van het plangebied en omgeving. Het eigendom is aangeduid met een rode contour. Bron: Cyclomedia Street Smart, 2022.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Toetsingskader Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molengors" en "Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors" zoals beiden vastgesteld d.d. 14 juli 2022 door de gemeente Moerdijk. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'bedrijventerreinI'. Gronden die aangewezen zijn voor 'bedrijventerrein', zijn bestemd voor bedrijven, kantoren, uitsluitend niet-zelfstandige en als ondergeschikte activiteit bij bedrijven; detailhandel, uitsluitend als ondergeschikte activiteit bij bedrijven; bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; bij deze bestemming behorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, tuinen, erven en verhardingen, toegangswegenpaden, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Beoordeling en conclusie

10

Op grond van de bestaande regeling zijn er geen bedrijfswoningen toegestaan binnen het plangebied. De overige voorwaarden uit het principebesluit worden eveneens planologisch geborgd.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molengors" ter plaatse van het plangebied (rood).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

11

12

Hoofdstuk 2

2.1

Gebieds- en projectprofiel

Inleiding

Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige inpassing en parkeren.

2.2

Historie

Zevenbergen Het plangebied is gelegen binnen de kern Zevenbergen, welke de grootste kern binnen de gemeente Moerdijk vormt. Deze kern kent dan ook het meest uitgebreide voorzieningenniveau. De stedenbouwkundige structuur van Zevenbergen is opgebouwd rondom de historische kern die ter plaatse van de haven bestaat uit een rechthoekig patroon van evenwijdig aan elkaar lopende straten. Op grotere schaal is een waaiervormig patroon van straten te onderscheiden die uitkomen bij het station. De kern is daarbij kleinschalig en gevarieerd van karakter met individuele bebouwing in gesloten straatwanden. De latere woonwijken en bedrijventerreinen zijn als duidelijk herkenbare gebiedseenheden hieromheen ontwikkeld. Hierdoor heeft de stad een concentrische gebiedsopbouw met concentraties van wonen aan de noord- en westzijde en bedrijvigheid aan de noord- en oostzijde. Opvallend is de onvoltooide ruimtelijke ontwikkeling van de woonwijk Bosselaar aan de zuidzijde van Zevenbergen. Deze ontwikkeling wordt belemmerd door bedrijven op bedrijventerrein Molengors. Tegen de bestaande wijk Bosselaar wordt momenteel de wijk Bosselaar-Zuid gerealiseerd. Roode Vaart Karakteristiek voor Zevenbergen is de Roode Vaart, die van oudsher door het dorp heen liep. De Roode Vaart was oorspronkelijk een riviertje, waarschijnlijk een zijtak van de Mark-Dintel.

Na de Sint-Elisabethsvloed werd de Roode Vaart een zeearm die in verbinding stond met de (nu verdwenen) Mooie Keene in het westen en met het Hollandsch Diep in het noorden. De omgeving van de Roode Vaart werd in de eeuwen erna geheel ingepolderd en de Roode Vaart zelf werd vergraven tot kanaal. Sinds het dempen van de Noord- en Zuidhaven in de jaren '60, in het centrum van Zevenbergen, bestaat de Roode Vaart uit twee afzonderlijke delen. De verbinding tussen het noordelijke en zuidelijke traject is tegenwoordig overkluist. Bedrijven vestigden zich al van oudsher (eind 19e eeuw) aan de oevers van de zuidelijke Roode Vaart. Graan, boekweit, vlas en meekrap waren producten van deze streek. Van 1858 tot 1987 was Zevenbergen vooral bekend als suikerstad. Op historische kaarten is te zien dat het plangebied al geruime tijd in gebruik is door industrieën vanwege de goede ontsluiting voor de binnenvaart. Aan de Huizersdijk is ter plaatse van het plangebied ook een suikerfabriek gevestigd geweest.

13

Historisch-topografische kaarten van de direct omgeving van het plangebied. Zichtbaar is de ruimtelijke ontwikkeling van bebouwing langs de Roode Vaart. Per kaart is het jaartal van opname opgenomen. Bron: topotijdreis.nl, 2022.

2.3

Beschrijving bestaande situatie

Ruimtelijke structuur omgeving Het plangebied maakt onderdeel uit van bedrijventerrein Molengors. Het bedrijventerrein bestaat deels uit middelgrote percelen met lichte bedrijvigheid (categorie 2 bedrijven) met een bedrijfswoning. Op bedrijventerrein Molengors zijn ook bedrijven van een relatief zware categorie toegestaan. In de praktijk gaat het om bedrijven tot en met categorie 3.2 en op enkele plaatsen zelfs tot en met categorie 4.1. De bebouwing in de omgeving van het plangebied is in verschillende perioden gerealiseerd met zowel bedrijfsbebouwing als bedrijfswoningen. Het zijn losse delen die geen duidelijke ruimtelijke en functionele samenhang vertonen. De bedrijven langs de Roode Vaart vormen een niet intensief bebouwde zone met gebouwen van sterk wisselende omvang. Een aantal bedrijfspercelen liggen braak, waaronder delen van de percelen van het plangebied.

14

Luchtfoto van bedrijventerrein Molengors met het plangebied rood omlijnd. Waar te nemen is het grote aantal bedrijfspercelen met een bedrijfswoning. Bron: Street Smart, 2020.

De oevers van het zuidelijke stroomgebied van de Roode Vaart fungeren als recreatie- en natuurgebied. In het open gebied rondom Zevenbergen domineert vooral het agrarische gebruik ten behoeve van de akkerbouw. De haven in het centrum is inmiddels geopend, waarmee het noordelijk en zuidelijk stroomgebied weer met elkaar verbonden zijn. Aan de oostzijde van de Roode Vaart zijn de wijken Bosselaar en Bosselaar-Zuid gelegen. Die wijken kenmerken zich door de parkachtige setting, de ruime opzet en een gevarieerde bouwstijl van de woningen. De woningen zijn vrij op de kavel gebouwd en zijn voorzien van ruime voor- en zijtuinen. Het merendeel van de bebouwing bestaat uit één bouwlaag al dan niet met een kap. De wijken zijn richting het plangebied nog in aanbouw.

Huizersdijk 11 Zevenbergen De gronden zijn momenteel nog deels in gebruik door Red River - Van Eck B.V. Dit betreft een graandistributeur. Op de percelen zijn momenteel vijf opstallen aanwezig. Het zuidelijk deel is ingericht als paardenweide. De overige delen zijn voorzien van bestrating, soms in de vorm van betonnen platen. Opgaande begroeiing is niet aanwezig. De figuur op pagina 11 geeft een overzicht van de bestaande inrichting van het plangebied. Gebouw 1 wordt gebruikt als graanopslag. In gebouw 2 worden bouwmaterialen opgeslagen. Gebouw 3 is een verouderd huisje dat wordt gebruikt voor de weegbrug. Pand 4 is een kantoor ten behoeve van de graanopslag. Gebouw 5 is in gebruik als graanopslag. De waterkant is geheel verhard. Hierna volgt een impressie van het plangebied. De foto's zijn gemaakt door Veldbiologische Werken (2020).

15

Foto's plangebied. Bron: Veldbiologische werken, 2020.

16

Figuur huidige bebouwing en inrichting plangebied. Bron: Veldbiologische werken, 2020.

2.4

Beoogde situatie

Plangebied Bestaande bebouwing wordt geamoveerd en de bedrijfsactiviteiten gericht op graanopslag worden beëindigd. In de nieuwe situatie worden 9 bedrijfskavels bouwrijp gemaakt met voor elk van de kavels de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning. De realisatie van zelfstandige kantoren is niet mogelijk. Uitsluitend bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1 en 2 worden toegestaan. Er wordt een afwijkingsbevoegdheid met onderzoeksplicht opgenomen voor bedrijven van een hogere milieucategorie. Hierna is de toekomstige situatie gevisualiseerd. Bedrijfspanden worden mogelijk gemaakt aan de zijde van de Huizersdijk. Woningen worden gerealiseerd aan de zijde van de Roode Vaart. Het woon-werk karakter van het gebied wordt daarmee versterkt. De inrichting van de nieuwe bedrijfskavels is op schaal toegevoegd als bijlage 1.

17

Situatietekening beoogde indeling van bedrijfskavels met een bedrijfswoning. Aveco de Bondt, november 2022.

18

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012

Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.

Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.

Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.

19

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt navolgend getoetst.

3.2.2 2012

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro),

Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom de radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen aangezien de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken.

20

Ligging van Zevenbergen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht Herwijnen. Met de gele ster wordt Zevenbergen aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

en

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)

Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Beoordeling 21

Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige bestemmingsplan maakt ten eerste de realisatie van 9 bedrijfskavels en bedrijfswoningen mogelijk. Deze ontwikkeling is daarom gelet op de omvang niet als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. Het verlagen van de maximale milieucategorie tot maximaal categorie 2 heeft geen gevolgen voor de mate van stedelijke ontwikkeling. Gelet op de beperkte omvang van de voorziene uitbreidingsmogelijkheden, kan deze ontwikkeling niet worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (een en ander blijkt ook uit ABRvS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2977, r.o. 10.2).

Als de bebouwingsmogelijkheden uit het vigerende plan worden vergeleken met hetgeen onderhavig plan mogelijk maakt dan bestaat er geen toename van het planologisch ruimtebeslag. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de

22

ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Het voorliggend initiatief betreft de wijziging van de maximaal toelaatbare milieucategorie (van 3.2 naar 2) en de realisatie van bedrijfskavels en maximaal 9 bedrijfswoningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Zevenbergen. Met de verlaging van de milieucategorieën en de mogelijkheid tot de bouw van bedrijfswoningen, biedt het planvoornemen een duidelijk een kwalitatieve verbetering van de leefomgeving en past daarmee binnen de omgevingsvisie.

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.

3.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant - kaartbeelden

Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

23

Uitsnede kaartbeeld 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed', van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, het plangebied is aangeduid met een rood kader. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Uitsnede kaartbeeld 'grondwaterbescherming, waterveiligheid en - berging', van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, het plangebied is aangeduid met rood kader. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

24

Beoordeling Het voorliggende plangebied is op de kaartbeelden van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov) deels aangeduid als 'landelijke kern'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Iov.

3.3.3

Artikel 3.42 Iov - artikel duurzame stedelijke ontwikkeling

Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Beoordeling Ad. lid 1 Op gronden die binnen 'Stedelijk gebied' (landelijke kern) liggen worden kleine bedrijfskavels voor bedrijvigheid met een lage milieucategorie inclusief mogelijkheden voor oprichting van een bedrijfswoning mogelijk gemaakt op een bestaand bedrijventerrein. Voor deze kleinschalige ontwikkeling zijn geen regionale afspraken gemaakt. Er is geen sprake van een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. Ad.

lid 3 Geen oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen Met het initiatief wordt geen netto bedrijfsbestemming toegevoegd. Het betreft een bestaande bedrijfsbestemming, waar de mogelijkheid voor de bouw van 9 bedrijfswoningen aan wordt toegevoegd. In verband met de mogelijkheid tot realisatie van bedrijfswoningen, is het bepaalde in artikel 3.42, lid 3, sub b1 van de Iov, van belang als het gaat om het tegengaan van oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen door het toelaten van bedrijfswoningen. In voorliggende specifieke situatie is het echter voorstelbaar om ter plaatse bedrijfswoningen toe te laten, mede gelet op de veranderende functie als woon-werk transitiegebied (dat blijkt uit de structuurvisie Moerdijk 2030) met bijkomend het verlagen van de toegestane milieucategorie. Tevens wordt met de toevoeging van bedrijfswoningen ter plaatse een effectief gebruik van het bedrijventerrein niet beperkt, waarbij tevens de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven niet verder worden belemmerd door onderhavig planvoornemen. Dit geldt temeer doordat uit een onderzoek

25

milieuzonering blijkt dat: 1. de bedrijfswoningen niet belemmerend zijn voor omliggende zwaardere industrieën op bedrijventerrein Molengors en; 2. ter plaatse van de bedrijfswoningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is aangetoond. Voor een volledige motivatie van het aspect milieuzonering wordt verwezen naar paragraaf 4.8 van onderhavige toelichting. De realisatie van bedrijfswoningen belemmert een effectief gebruik van het bedrijventerrein niet, en is dus in zoverre in lijn met de Iov.

3.3.4

Artikel 3.36: Reservering waterberging

Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. Beoordeling Ad. Lid 1 en 2 Conform het beleid van de gemeente Moerdijk bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 440 m3 (7.340 m2 x 0,06 m). De initiatiefnemer heeft aangegeven circa 40% van het plan groen in te willen richten. Dit biedt kansen om water in de planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te nemen en op een duurzame wijze te verwerken door water tijdelijk vast te houden en eventueel vertraagd af te voeren naar de Rode Vaart. Door in het ontwerp te werken met hoogteverschillen kan tijdens zware regenbuien tijdelijk water worden vastgehouden in de onverharde lager gelegen delen. Ook kunnen de lagere onverharde delen gebruikt worden ter compensatie van een eventueel waterbergingsverlies bij hoogwater.

3.3.5

Artikel 3.5 t/m 3.8 Iov - basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies

Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, 26

behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Ad. 3.6 a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Een bestaand bedrijven terrein wordt gerevitaliseerd, de milieucategorie wordt afgewaardeerd en met de mogelijkheid tot het bouwen van bedrijfswoningen wordt een woon-werk omgeving gestimuleerd.

b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De bedrijfswoningen kunnen worden gerealiseerd op een bestaand bouwperceel. Ad. 3.7 a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Het planvoornemen heeft geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het

27

milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Ad. 3.8 Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met de realisatie van de bedrijfswoningen gebruikt wordt gemaakt bestaande bedrijfspercelen. De meerwaarde van het initiatief is de afwaardering van de milieucategorie tot maximaal categorie 2. Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Klimaatstrategie Moerdijk

Toetsingskader Het klimaat verandert, ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. De droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. De uitdaging, de komende decennia, is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. In de klimaatstrategie wordt ingegaan op wat nu en de komende jaren de invloed van klimaatverandering op onze gemeente is? Hoe gaan we daarmee om; wat kunnen we als gemeente doen om te zorgen dat de risico's op korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen onze partners doen en onze inwoners? De Klimaatstrategie geeft op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave 'Moerdijk klimaatproof', we schetsen de breedte van de opgave, onze inzet en rol, de uitgangspunten en met wie we hierin zullen samenwerken. De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog die 30 juni 2020 digitaal werd gevoerd: Gezond leef-, werk- en leerklimaat: We beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat.

Klimaat en het productielandschap 2.0: We faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. Samen met de natuur: We herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal. Beoordeling Het plan voorziet in voldoende mogelijkheden voor waterberging want de initiatiefnemer is voornemens om 40% van de buitenruimte groen aan te leggen. Het plan houdt bij een omgevingsvergunning voor bouwen rekening met veilig bouwen nabij de waterkering. Het plan heeft de status van de kade in beeld gebracht. Het plan is daarmee toekomstbestendig en klimaatproof.

28

3.4.2

Structuurvisie Moerdijk 2030

Toetsingskader De structuurvisie "Moerdijk 2030", vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juni 2011, is een integrale visie die inspeelt op de ontwikkeling van de beide werelden van Moerdijk: het grootschalige (inter-)nationale Moerdijk enerzijds en het ruime, rustige, agrarische Moerdijk met een veel kleinschaliger karakter anderzijds. De visie beoogt ook deze twee werelden samen te brengen zodat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. De structuurvisie is geen blauwdruk, maar een handleiding voor de toekomstige ruimtelijke koers van de gemeente met heldere uitgangspunten (spelregels) voor de verschillende partijen. De structuurvisie bestaat uit een visiegedeelte en uitvoeringsparagraaf. De structuurvisie heeft een planhorizon tot 2030 en omvat een integrale ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter. Beoordeling Hieronder is een uitsnede weergegeven van de structuurvisiekaart. Revitalisering en transformatie zijn hierin de belangrijkste opgaven voor Molengors, dat, gezien de gemiddelde zwaarte van de milieu-inrichtingen, te typeren is als een (klein) lokaal bedrijventerrein in Zevenbergen.

Uitsnede structuurvisie Moerdijk 2030. Het plangebied is aangegeven met een rode ster.

29

De meeste kernen in de gemeente hebben een (klein) lokaal bedrijventerrein. Op deze terreinen ligt de nadruk op kwaliteit en kleinschaligheid. Waar de ruimtelijke kwaliteit te wensen over laat, wordt ingezet op revitalisering en herstructurering. In een aantal kernen, zoals in Klundert en Zevenbergen, wordt het bedrijventerrein (gedeeltelijk) getransformeerd tot een gemengd gebied met bedrijven en (woon-werk)woningen. In een aantal kernen - in ieder geval Zevenbergen en Fijnaart - wordt in dergelijke gemengde gebieden mede gezocht naar een plek voor sportscholen, bouwmarkten et cetera. Op de lokale terreinen worden alleen bedrijven toegestaan met maximaal milieucategorie 2. Het streven is vooral de lokale bedrijventerreinen in hun netto omvang te laten bestaan. Voor de leefbaarheid en de sociale cohesie in de kernen is de aanwezigheid van levensvatbare lokale bedrijvigheid van groot belang. Met onderhavig initiatief wordt een woon-werk omgeving mogelijk gemaakt op een deel van bedrijventerrein Molengors. Dit is in lijn met de visie voor kleine, lokale bedrijventerreinen.

3.4.3

Paraplunota Economisch Klimaat 2012-2030

Toetsingskader De pijler 'economisch klimaat' richt zich op economie en bedrijvigheid. Het bedrijfsleven staat aan de lat om economische groei te realiseren, de overheid/gemeente creëert hiervoor de randvoorwaarden. Algemene ambitie van de gemeente Moerdijk is een goed, duurzaam ondernemingsklimaat te bieden en ondernemers te stimuleren om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. In haar paraplunota heeft de gemeente Moerdijk doelstellingen geformuleerd. Voor onderhavige situatie is het hoofddoel 'levendige kernen' het meest relevant, daar de ontwikkeling is gelegen aan de rand van de kern Zevenbergen. De ambitie van de gemeente Moerdijk is als volgt geformuleerd: 'De gemeente wil levendige kernen, waarbij de ambitie is gericht op minimaal behoud van winkels en horecavoorzieningen in de centrumgebieden van hoofdkern Zevenbergen en subregionale kernen Klundert, Fijnaart'. Ten behoeve van het behalen van deze ambitie heeft de gemeente Moerdijk een drietal doelstelling geformuleerd. Het gaat hier om een sterke centrumfunctie, een passend aanbod aan activiteiten en evenementen en toekomstbestendige detailhandel. Beoordeling Het beleid binnen de paraplunota Economisch Klimaat legt de focus op de centrumfunctie van de kernen, met voorzieningen zoals detailhandel en horeca. Onderhavig besluitgebied heeft een bedrijfsfunctie en is gelegen in de kern van Zevenbergen.

Het centrum van Zevenbergen met centrumfuncties is gelegen ten noordoosten van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling van een woon-werk locatie met bedrijfswoningen is passend op deze locatie en doet geen afbreuk aan het gebruik van het centrumgebied van de kern Zevenbergen. Bovendien draagt de afwijking bij aan het voorzien van een prettig woon- en leefklimaat voor de omgeving van het plangebied, door het voorkomen van nieuwe milieubelemmerende functies in het plangebied in de vorm van zware bedrijvigheid.

3.4.4

Paraplunota Leefomgeving

Toetsingskader De paraplunota leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat de nota in op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik. De gemeente draagt zorg voor de bodemsituatie. Het streven is erop gericht om in ieder geval geen verslechtering van de bodemsituatie toe te staan. Daarnaast dient de aandacht voor water te worden vergroot. Bij alle herinrichtings- en reconstructieplannen is water mede ordenend. Ten aanzien van geluid en geur wordt een substantiële vermindering van het aantal geur- en geluidgehinderden nagestreefd in 2030.

30

Beoordeling Het verlagen van de milieucategorie (voorwaarde voor realisatie bedrijfswoningen) tot maximaal categorie 2 zal voor de directe omgeving van het plangebied sprake zijn van een beter woon- en leefklimaat. Nieuwe bebouwing dient in ieder geval bijna energieneutraal te zijn sinds 2021. daarnaast biedt het bestemmingsplan voldoende ruimte om klimaatadaptief te bouwen. Gedacht kan worden aan de realisatie van groene daken en gevels. Planten van bomen is niet uitvoerbaar, omdat daarmee de waterkering wordt geschaadt.

3.4.5

Paraplunota Maatschappij

Toetsingskader De pijler 'maatschappij' richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. De paraplunota 'maatschappij' heeft betrekking op het sociale gezicht van de gemeente, waar ondersteuning en voorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt, zoals verwoord in de strategische visie. Maatschappij omvat een breed terrein en kent zowel sociaalmaatschappelijke onderdelen als fysieke elementen. In deze paraplunota wordt ingegaan op de onderwerpen wonen, gezondheid, woonomgeving, de sociale structuur en de omgeving. Beoordeling Onderhavig voornemen ziet toe op het toestaan van bedrijfswoningen ter plaatse van een bestaande bedrijfslocatie. In de paraplunota maatschappij geeft de gemeente Moerdijk aan het belangrijk te vinden dat inwoners zoveel als mogelijk de kans krijgen om in hun woonbehoefte te voorzien. Soms dient hiervoor maatwerk te worden geleverd. Wonen op een bedrijventerrein kan hier onderdeel van zijn.

31

32

Hoofdstuk 4 4.1

Planologisch relevante (milieu)aspecten

Inleiding

Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan.

gepleegde

onderzoek.

De

Achtereenvolgens worden behandeld: parkeren; verkeersgeneratie; bodem; waterhuishouding; cultuurhistorie; archeologie; ecologie; akoestiek; bedrijven en milieuzonering; externe veiligheid; kabels en leidingen; luchtkwaliteit; milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2

Parkeren

Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling De Beleidsregels Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021 zijn vastgesteld, omdat het gewenst was om beleidsregels vast te stellen omtrent de parkeernormen en wijze van berekenen hiervan. Samen met 'Beleidsregels parkeerbeleid 2021 gemeente Moerdijk' vormt dit het officiële parkeerbeleid van de

33

gemeente Moerdijk. Mogelijke bedrijvigheid die zich mag vestigen volgens onderhavig bestemmingsplan zijn industrie, laboratorium, werkplaatsen, loodsen, opslagbedrijven en transportbedrijven. Moerdijk is een weinig stedelijke gemeente, gebaseerd op de adressendichtheid. De planlocatie bevindt zich in Zevenbergen. Navolgend is de relevante parkeernorm per functie opgenomen. Functie

Parkeernorm

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

2 per 100 m2 bvo

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,9 per 100 m2 bvo

Uitgangspunt is dat bij een aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de parkeernormen. Parkeren moet behoeve van de bedrijven kan geschieden op eigen terrein. Hiervoor is binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig. Vanaf de Huizersdijk is een strook bestemd als bedrijventerrein zonder bouwvlak. Deze strook leent zich in de praktijk prima voor het opvangen van de parkeerbehoefte.

Conclusie Binnen het plangebied dient ten tijde van een concrete omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen te worden voldaan aan de Nota Parkeernormen van Moerdijk en dient te worden aangetoond waar deze parkeerplaatsen worden aangelegd. In de bestemming bedrijven wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee pas vergunning verleend kan worden als aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de parkeernorm.

4.3

Verkeersgeneratie

Toetsingskader Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat bij nieuwbouw, dienen de kengetallen uit CROW publicatie 381 te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in de rest bebouwde kom en is te typeren als weinig stedelijk. Het CROW stelt dat erftoegangswegen een maximale verkeersintensiteit van 5.000 tot 6.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal kunnen verwerken, zonder dat daarbij congestie optreedt. Vaste jurisprudentie van de Raad van State gebruikt het CROW als toetsingskader bij de rechtsoverweging of bestaande erftoegangswegen de toenemende verkeersgeneratie kunnen verwerken (onder andere ECLI:NL:RVS:2016:3109, r.o. 6.1 t/m 6.4). Beoordeling Onderhavig plan maakt 9 bedrijfswoningen extra mogelijk ten opzichte van het vigerend plan. De verkeerstoename per etmaal neemt daardoor toe met (9 x 8,6 =) 77,4 mvt/etmaal.

34

Doel van de beoordeling van een toe/afname van de verkeersgeneratie is te bepalen of het omliggende wegennet toereikend is voor de verwerking van het verkeer. De intensiteit op de Huizersdijk (ten noorden van Zuidrand) bedraagt 1.778 mvt/etmaal. De intensiteit op de Kristallaan bedraagt 10.723 mvt/etmaal. De intensiteit op de Zuidrand (tussen Westrand en Huizersdijk) bedraagt 4.876 mvt/etmaal. De intensiteit op de Zuidrand (ten oosten van Huizersdijk) bedraagt 4.023 mvt/etmaal. De Huizersdijk is een erftoegangsweg. De capaciteit van deze erftoegangsweg is met 6.000 mvt/etmaal naar alle waarschijnlijkheid voldoende toereikend voor het opvangen van de verkeerstoename bij benutting van de extra planologische mogelijkheden (9 bedrijfswoningen). De Zuidrand en de Kristallaan zijn gebiedsontsluitingswegen. De maximale verkeersintensiteit voor een gebiedsontsluitingsweg ligt tussen de 1600 en 3200 pae/uur/rijrichting. Dat is minimaal 38.400 motorvoertuigen per etmaal per rijrichting, waarvan het gros zich overdag en tijdens de spits zal verplaatsen. De capaciteit van deze gebiedsontsluitingswegen is naar alle waarschijnlijkheid voldoende toereikend voor het opvangen van de verkeerstoename bij benutting van de planologische mogelijkheden.

Conclusie De bestaande wegen zijn voldoende toereikend voor het opvangen van een toename van het aantal verkeersbewegingen.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.

35

Beoordeling Als bijlage 2 is een bodemonderzoek met een asbestinventarisatie van Milon toegevoegd. De belangrijkste bevindingen uit die rapportage worden hieronder besproken. Uit historisch onderzoek komt naar voren dat ter plaatse van het meest noordelijke gebouw een voormalig bovengrondse dieseltank aanwezig was en dat in eerder uitgevoerd onderzoek een matig verhoogd gehalte aan zink is aangetoond op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie. Tevens blijkt uit de historische gegevens dat over heel het terrein puin in de bodem aanwezig is. Het verkennend bodemonderzoek is daarom uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Daarnaast is de (voormalige) bovengrondse tank tevens onderzocht conform NEN 5740, onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Tijdens het verkennend bodemonderzoek is het onderzoek uitgebreid met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707, gezien over de gehele locatie puin in de bodem aanwezig is. Ter plaatse van één boring en één inspectiegat zijn matig tot sterk verhoogde gehaltes aan koper, PAK en minerale olie aangetroffen. Daarnaast is daar ook een asbestgehalte boven de norm voor nader onderzoek aangetoond.

Formeel dient derhalve een nader bodemonderzoek en een nader asbestonderzoek te worden uitgevoerd. Aangezien de locatie ter plaatse van de verontreinig volledig verhard is, stelt Milon voor om deze nadere onderzoeken pas uit te voeren na sloop en verwijdering van de verhardingen. Conclusie In de planregels wordt een bepaling opgenomen die de uitvoering van het nadere onderzoek naar asbest en diverse verhoogde waarden koper, PAK en minerale olie. Bijbehorende kosten en eventuele saneringskosten van verontreinigde grond zijn meegenomen in de exploitatie van de initiatiefnemer. De uitvoerbaarheid van het plan is aangetoond.

4.5

Waterhuishouding

Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Voor al het waterrelevant beleid wordt verwezen naar hoofdstuk 3 in de watertoets van Econsultancy. Deze is toegevoegd als bijlage 3 bij de toelichting. Beoordeling Econsultancy heeft een watertoets uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is toegevoegd als bijlage 3 van de toelichting. Onderstaand worden de belangrijkste bevindingen besproken.

Hemelwater Conform het beleid van de gemeente Moerdijk bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in 36

totaal circa 440 m3 (7.340 m2 x 0,06 m). De initiatiefnemer heeft aangegeven circa 40% van het plan groen in te willen richten. Dit biedt kansen om water in de planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te nemen en op een duurzame wijze te verwerken door water tijdelijk vast te houden en eventueel vertraagd af te voeren naar de Rode Vaart. Door in het ontwerp te werken met hoogteverschillen kan tijdens zware regenbuien tijdelijk water worden vastgehouden in de onverharde lager gelegen delen. Ook kunnen de lagere onverharde delen gebruikt worden ter compensatie van een eventueel waterbergingsverlies bij hoogwater.

Afvalwater Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Aan de zijde van de Huizersdijk is geen riolering gelegen. In de huidige situatie wordt het afvalwater verwerkt middels een septic tank. De initiatiefnemer is voornemens om voor de verwerking van het toekomstige afvalwater van de planlocatie een persleiding aan te leggen en deze aan te sluiten op het bestaande riool in de weg Zuidrand. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aanleg een vergunning aangevraagd moeten worden. Bouwen in de waterkering Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 volgt dat het plangebied is gelegen binnen beschermde gebieden. In het plangebied bevindt zich een bestaande regionale waterkering (rood) langs een vaarweg (blauw). Het waterstaatswerk (de dijk) is aangegeven met de gele zone. Daarbuiten gelden de met lichtgroen aangeduide beschermingszones. De belangen van de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta omtrent de bescherming van deze zones en het waterstaatswerk worden vastgelegd in de regels van onderhavig bestemmingsplan.

37

Uitsnede keurkaart Keur waterschap Brabantse Delta met het plangebied globaal aangeduid met geblokte omlijning.

Om ervoor te zorgen dat ook toekomstige eigenaren op de hoogte zijn van overstromingsrisico’s, wordt bij dergelijke plannen vanuit het waterschap verzocht om expliciet in het bestemmingsplan op te nemen dat het buitendijks gebied betreft, dat niet beschermd is tegen hoogwater en dat de bijbehorende risico’s voor eigen rekening zijn. Ten aanzien van de zorg voor de veiligheid van de waterkering, dient het profiel van vrije ruimte vrij te blijven van waterkeringsvreemde objecten en dient bij grondroeringen en overige belastingen van de waterkering middels een invloedzoneberekening aangetoond te worden dat deze werkzaamheden geen negatieve invloed hebben op de stabiliteit en veiligheid van de waterkering. De terreininmeting van Econsultancy (bijlage 4) kan hierbij inzicht geven in de bestaande maaiveldhoogtes. Bij de keuze van het bouwrijp maken en de bouwmethodiek zal rekening moeten worden gehouden met de van nature aanwezige (hoge) grondwaterstand. Het toekomstig vloerpeil moet zodanig worden gekozen dat de ontwatering (verschil tussen maaiveldhoogte en grondwaterstand) voldoende is om grondwateroverlast te voorkomen. Om de kans van wateroverlast in panden te beperken dient een vloerpeil in het pand aan gehouden te worden van 0,30 m boven de kruin van de weg.

Kade In opdracht van Econsultancy heeft RvB Engineering B.V. een plan van aanpak opgesteld voor de bestaande kade. Het rapport is toegevoegd als bijlage 5 van de toelichting. De huidige kade bestaat uit een samengesteld profiel van stalen balken en prefab betonnen schermen. Hiermee wordt een kering doormiddel van een soort Berlinerwand gecreëerd. tijdens een inspectie op locatie is geconstateerd dat er op diverse onderdelen van de kering onderhoud benodigd is. De staat van de huidige constructie is slecht. Waarschijnlijk zal een combinatie van levensduur en gebruik de oorzaak zijn. Daarnaast goed beheer en onderhoud ook essentieel voor elke kadeconstructie. De kadeconstructie zal onder de huidige omstandigheden geen lange levensduur meer hebben. Daarom dienen er in de plannen voor de nieuwe ontwikkeling ook maatregelen ten aanzien van de kadeconstructie op genomen te worden. De kade kan worden hersteld of er wordt een nieuwe kadeconstructie geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=9921ca94-1acd-415f-bb7c-75dd9118eb1c