CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Motivering Bedrijventerrein Koekoek II

Commissievergadering 29 augustus 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Ontwikkelgebied Bedrijventerrein Koekoek II27.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Moerdijk TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen MOTIVERING

Werknummer: 623.124.40 Datum: Augustus 2024

Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 1 1.2 Ligging plangebied ........................................................................................................................... 1 1.3 Vigerende ruimtelijke plannen ......................................................................................................... 2 1.4 Planvorm .......................................................................................................................................... 3 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3 2 Planbeschrijving ................................................................................................................................ 4 2.1 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 4 2.2 Planvoornemen ................................................................................................................................

4 3 Ruimtelijk beleidskader ..................................................................................................................... 7 3.1 Rijksbeleid ........................................................................................................................................ 7 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 8 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 17 3.4 Conclusie ....................................................................................................................................... 20 4 Regelmethodiek ............................................................................................................................... 21 4.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 21 4.2 Wijziging van het omgevingsplan .................................................................................................. 21 4.3 Opbouw wijziging van het omgevingsplan .....................................................................................

21 4.4 Omgevingsplan Moerdijk ............................................................................................................... 31 5 Aspecten van de fysieke leefomgeving ......................................................................................... 32 5.1 Milieueffectrapportage ................................................................................................................... 32 5.2 Laddertoets .................................................................................................................................... 35 5.3 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................. 37 5.4 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen ................................................................. 38 5.5 Geur ............................................................................................................................................... 39 5.6 Trillingen ........................................................................................................................................ 39 5.7 Bodemkwaliteit ...............................................................................................................................

40 5.8 Omgevingsveiligheid ...................................................................................................................... 41 5.9 Geluid door activiteiten .................................................................................................................. 42 5.10 Water en klimaatadaptatie ............................................................................................................. 43 5.11 Natuur en ecologie ......................................................................................................................... 49 5.12 Landschap, cultuurhistorie en archeologie .................................................................................... 51 5.13 Duurzaamheid................................................................................................................................ 53 5.14 Mobiliteit ......................................................................................................................................... 54 5.15 Overige aspecten ........................................................................................................................... 55 6 Kostenverhaal ..................................................................................................................................

57 7 Participatie ........................................................................................................................................ 58

Bijlagen: Bijlage 1:

Gemeente Moerdijk (september 2024) Beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan Bedrijventerrein Koekoek II Zevenbergen Bijlage 2: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (3 mei 2023) Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 3: Moerdijk Bodemsanering B.V. (9 maart 2023) Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (27 maart 2023) QRA-spoor Bijlage 5: Tritium Advies B.V. (9 februari 2023) Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Antea Group (4 april 2023) Bureauonderzoek archeologie Bijlage 7: Antea Group (2 februari 2024) Inventariserend veldonderzoek Bijlage 8: Leemans (7 augustus 2012) Vooronderzoek naar conventionele explosieven Bijlage 9: Antea Group (22 december 2023) Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 10: Antea Group (22 december 2023) Voortoets stikstof Bijlage 11: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (juli 2019) Standaard Verantwoording Groepsrisico Bijlage 12: Brandweer Midden- en West-Brabant (23 januari 2023) Standaard advies Bijlage 13: NWC Advies (februari 2024) Aanvullend onderzoek naar diverse soortgroepen Bijlage 14: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (3 april 2024) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 15: Nota van beantwoording zienswijzen (augustus 2024)

1

1 1.1

Inleiding

Aanleiding Aan de noordzijde van Zevenbergen wordt naast het al bestaande bedrijventerrein de Koekoek I een uitbreiding van het bedrijventerrein voorzien, Koekoek II. Het is de ambitie om een efficiënt en duurzaam bedrijventerrein in te richten. Om ongewenste grondspeculatieve handelingen te voorkomen is door de gemeente een voorkeursrecht gevestigd op gronden in het plangebied, inclusief gronden op het bestaande bedrijventerrein De Koekoek I, die mogelijk voor ontsluitingsdoeleinden gebruikt zouden kunnen worden. De ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein past niet binnen het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Moerdijk. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt de ontwikkeling in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging plangebied Bedrijventerrein Koekoek II ligt aan de noordzijde van de kern Zevenbergen. Het plangebied ligt tussen het spoor, bedrijventerrein De Koekoek I en de Achterdijk. Daarnaast ligt het plangebied nabij de N285 en de A17. Daarbij komt de beoogde nieuwe Noordelijke randweg die om Zevenbergen heen loopt, waardoor het toekomstige bedrijventerrein niet alleen via de zuidwestzijde (via bedrijventerrein De Koekoek I) te bereiken is, maar ook via deze nieuwe provinciale weg.

Afbeelding 1.1: Globale ligging van het plangebied

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

2

Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende functies

1.3

Planologisch kader Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’, vastgesteld op 1 maart 2018. Daarnaast geldt voor een klein deel van het wijzigingsgebied de beheersverordening ‘Bedrijventerrein De Koekoek’ (vastgesteld 9 juni 2022) en het bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied 2021’ (vastgesteld 8 september 2022). Deze bestemmingsplannen en beheersverordening zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024) automatisch onderdeel geworden van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk. In de planologische situatie is het plangebied grotendeels bestemd als ‘Agrarisch’, ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Daarnaast loopt door het plangebied momenteel de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’.

Afbeelding 1.3: Uitsnede ‘Buitengebied Moerdijk’ (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart – omgevingsdocumenten)

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

3 Vigerende milieuregels (bruidsschat - omgevingsplanregels van rijkswege) Met het in werking treden van de Omgevingswet zijn veel rijksregels die in onder meer het Activiteitenbesluit, Besluit omgevingsrecht, Bouwbesluit en Woningwet stonden, komen te vervallen. Als deze vervallen regels toch nodig zijn om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen, moeten gemeenten deze opnemen in het omgevingsplan. Het merendeel van de gemeenten heeft echter geen omgevingsplan vast gesteld op het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden. Om er voor te zorgen dat hierdoor geen regelhiaat ontstaat, zijn deze vervallen rijksregels van rechtswege als 'bruidsschat' aan het omgevingsplan van rechtswege gehecht. Deze bruidsschatregels zijn opgenomen in hoofdstuk 1 (begripsbepalingen) en hoofdstuk 22 (inhoudelijke regels) van het omgevingsplan. Hoewel deze bruidsschat onderdeel uitmaakt van het zogenoemde 'tijdelijke deel' van het omgevingsplan, blijft deze van kracht tot het moment dat de gemeente deze regels met een besluit tot wijzigen van het omgevingsplan wijzigt of laat vervallen. Regels bruidsschat en Bedrijventerrein Zevenbergen-Noord Bij de voorliggende wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk is er voor gekozen om de bruidsschat in tact te laten.

De milieubelastende activiteiten worden dan ook voor het merendeel onder het overgangsrecht geplaatst. Op deze milieubelastende activiteiten blijven de regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van toepassing. Voor wat betreft het onderdeel ‘bedrijven en milieuzonering’ wordt hiervan afgeweken door aan te sluiten bij de nieuwe systematiek ‘milieuzonering nieuwe stijl’.

1.4

Planvorm Het voorliggende plan betreft een wijziging van het omgevingsplan Moerdijk. Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt onder andere de geldende bestemmingsplannen binnen het plangebied, die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In een omgevingsplan moet sprake zijn van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Dit wordt bereikt door regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grondgebied en door functie-aanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen aan locaties. De regels van het omgevingsplan zijn voor een ieder juridisch bindend.

1.5

Leeswijzer De opzet en het vervolg van deze motivering is als volgt. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader. In hoofdstuk 4 komt de regelmethodiek aan de orde. In het vijfde hoofdstuk komen de verschillende milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hierbij worden per thema de relevante juridische en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De wijze waarop met kostenverhaal en participatie is omgegaan komen in de laatste twee hoofdstukken aan de orde.

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

4

2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie Het plangebied vormt op dit moment onderdeel van het open agrarisch gebied. Dit gebied wordt omsloten door hoger gelegen elementen zoals de spoorlijn en het bedrijventerrein Koekoek. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Achterdijk. De Achterdijk vormt een belangrijk kenmerk in de ruimtelijke structuur en strekt zich uit vanaf de aansluiting met de Blokweg tot aan de snelweg A16. Deze dijk scheidt de verschillende zeekleipolders. Tevens is de Achterdijk een oud bebouwingslint. Aan de noordelijke zijde is deze bebouwd en liggen er verschillende wielen of braken. De dijk is aan de zuidelijke zijde beplant met inlandse eiken. Hierdoor krijgt het een zeer besloten karakter en vormt de dijk een groene structuur in het landschap. In het westelijk deel van het plangebied bevinden zich woningen met bijbehorende tuinen. Deze woningen worden door een aftakking van de Achterdijk en een watergang gescheiden van het bestaande bedrijventerrein, De Koekoek I. Aan de oostzijde strekt het laag gelegen agrarische gebied zich uit tot aan de Molenweg. Binnen dit gebied wordt de nieuwe noordelijke randweg rondom Zevenbergen aangelegd, die de verbindingsweg wordt tussen de Langeweg (provinciale weg N285) en rijksweg A17/A59. Ter hoogte van het plangebied is een aansluiting voorzien richting bedrijventerrein De Koekoek I.

2.2

Planvoornemen: beschermen en benutten

2.2.1 Ambities Koekoek II De gemeente Moerdijk is voornemens om het bestaande bedrijventerrein, richting het oosten uit te breiden. Voor deze uitbreiding, Koekoek II genoemd, zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: • De ontwikkeling van een duurzaam en efficiënt bedrijventerrein. • Ervoor zorgen dat het nieuwe bedrijventerrein op zowel architectuur als perceelsinrichting landschappelijk wordt ingepast en past bij de omliggende groenstructuur. • Een divers aanbod aan kavels, voor verschillende bedrijfscategorieën. • Het bedrijventerrein kan ruimte bieden voor verplaatsingsopgaven van bedrijven in de perifere en grootschalige detailhandel vanuit transformatielocaties uit de rest van de gemeente, waarbij het uitgangspunt is dat het totale aantal m2 detailhandel binnen de gemeente niet wordt uitgebreid. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, is een beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan (bijlage 1) opgesteld, waarin de uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan bevat zowel duurzaamheidseisen als welstandscriteria. Deze uitgangspunten moeten leiden tot de vestiging van ondernemingen die duurzaamheid en efficiency hoog in het vaandel hebben staan. Daarnaast wordt gesteld dat 25% van de bedrijfskavels met groen moet worden ingericht, omdat deze bedrijfskavels in belangrijke mate het beeld bepalen.

Hierbij zijn met name een verantwoorde waterhuishouding, een aantrekkelijke landschappelijke presentatie en terreininrichting van belang. Bereikbaarheid De Noordelijke randweg is, na de oostrand, een belangrijke schakel in de totale ontwikkeling van Zevenbergen, met name voor het gebied Zevenbergen Noord en het doortrekken van de Roode Vaart in het centrum. De Noordelijke randweg moet de functie van de huidige provinciale weg N285 overnemen. De huidige provinciale weg wordt afgeschaald. Hierdoor neemt de verkeersdrukte in en nabij het centrum van Zevenbergen af en zal de verkeersstroom van en naar het nieuwe bedrijventerrein dus ook grotendeels via deze weg afgewikkeld, wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in en van Zevenbergen. TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

5 Groenstructuur Het omliggende gebied wordt gekenmerkt door enerzijds bedrijvigheid en anderzijds het open polderlandschap met bomenrijen en een enkele bosschage. Met de ontwikkeling bedrijventerrein Koekoek II komt er zo’n 6,4 hectare aan bebouwing/verharding bij. Daarnaast hebben we te maken met een veranderd klimaat. Zo zijn er steeds meer hete zomers, zachte winters en valt regen vaak in de vorm van hevige piekbuien. Dit zorgt voor wateroverlast en hittestress op plaatsen waar geen of nauwelijks ruimte is voor bomen, groen en waterberging. Om deze klimaatinvloeden zoveel mogelijk te kunnen bestrijden wordt er dus ingezet op een duurzaam en groen bedrijventerrein, waarin er ruimte wordt gemaakt voor bomenrijen, groene daken, retentie en/of waterberging. Ook worden er kwaliteitseisen gesteld aan het inrichten van de desbetreffende bedrijfskavels. Zo wordt er voorkomen dat een kavel volledig met verharding wordt ingericht. 2.2.2 Hoofdopzet plan Ontsluiting Het is de ambitie om een efficiënt en duurzaam bedrijventerrein in te richten. Er loopt één hoofdweg door het gebied, die als een soort ringweg alle kavels bereikbaar maakt. Deze weg loopt aan de noordoostzijde richting de noordelijke randweg (N285) en aan de noordwestzijde verbindt de nieuwe weg het huidige bedrijventerrein met het nieuwe bedrijventerrein Koekoek II.

Verkaveling Bedrijventerrein Koekoek II is opgezet voor bedrijven met een kavel van minimaal 2000 m2 en maximaal 5000 m2. En divers kavelaanbod voor verschillende soorten bedrijven is voorstelbaar. Oriëntatie Het bedrijventerrein komt dus tussen het spoor, de nieuwe noordelijke randweg, de Achterdijk en bedrijventerrein De Koekoek I te liggen. Zowel de Achterdijk als de noordelijke randweg liggen straks (deels) hoger dan het bedrijventerrein. Een groenbuffer (met waterretentie) tussen het bedrijventerrein en de bestaande woningenrij aan de Achterdijk, moet het aanzicht vanaf de Achterdijk ten goede komen. Openbare ruimte De openbare ruimte wordt zo ingericht dat het problemen als hittestress en wateroverlast tegengaat. Denk hierbij aan het realiseren van bomenrijen, wadi’s en waterpartijen. Er wordt op deze manier een soort ‘laan-structuur’ gecreëerd. Deze structuur gaat niet alleen de hittestress en wateroverlast tegen, maar het zorgt er ook voor dat het terrein beter in de context past en daarnaast de uitstraling van een groen en duurzaam bedrijventerrein krijgt. Waterhuishouding Het ligt voor de hand om bij het ontwerp van het waterstelsel te zoeken naar combinaties van waterhuishoudkundige eisen.

De specifieke eisen die de verschillende bedrijven aan de kavel en het gebouw stellen, de positie en de randen van de kavel alsmede de waterhuishoudkundige eisen leiden per kavel wellicht tot verschillende oplossingen voor de waterbergingen. Het realiseren van groene daken op de bedrijfsgebouwen is bij deze ontwikkeling ook een harde eis.

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

6

Afbeelding 2.2: Hoofdopzet stedenbouwkundig plan (verkaveling ter indicatie)

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

7

3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): • Omgevingsbesluit: hierin staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering evenals over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat algemene rijksregels over diverse activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Het Bal is direct gericht op burgers en/of bedrijven. • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): dit besluit bevat algemene rijksregels met name over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast bevat het Bbl rijksregels over de staat en het gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Het Bbl is vooral gericht op burgers en/of bedrijven.

• Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): dit besluit bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor provincies, waterschappen en gemeenten en bevat eisen over de inhoud van onder andere verordeningen en omgevingsplannen. Voor de voorliggende omgevingsplanwijziging moet worden nagegaan welke regels uit het Bkl relevant zijn voor de voorgenomen ontwikkeling en een doorvertaling verdienen in de planregels. Toetsing Bij de voorliggende wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk in verband met de voorgenomen ontwikkeling van het bedrijventerrein Koekoek II blijven op de milieubelastende activiteiten voor het merendeel de regels uit de hoofdstuk 22 van het omgevingsplan (bruidsschat) van toepassing. De verschillende milieuthema's zijn verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5 van deze motivering. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen.

Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. Toetsing Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

8

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ De Omgevingswet bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een 'diepe' manier van kijken, een 'ronde' manier van kijken en een 'brede' manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: "Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal". Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de NoordWest Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op werklocaties De provincie Noord-Brabant zet in op het toekomstbestendig maken van de werklocaties in Brabant. Het (kwalitatief) 'up-to-date' houden van de bestaande werklocaties is van vitaal belang voor een concurrerende economie, innovatie, werkgelegenheid, zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van vergroenings- en duurzaamheidsambities. Op bedrijventerreinen liggen grote opgaven en kansen in het kader van klimaatadaptatie, energietransitie (zoals het gebruik van restwarmte, energieopwekking) en slimme mobiliteit. Uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen wordt vraaggericht opgepakt, vanuit een kwalitatieve insteek. De ruimtevraag is vooral gekoppeld aan de groei van (zeer) grootschalige logistiek.

Gezien de schaal en de impact van deze ontwikkelingen op het landschap, en mogelijke tijdelijkheid van de ruimtebehoefte van deze doelgroep, hecht de provincie aan een integrale aanpak waarbij de opgaven voor klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, circulaire verstedelijking en de kwaliteit van het landschap vanaf het begin van het planproces worden meegenomen. Toetsing Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Koekoek I in Zevenbergen, waarbij het de ambitie is om een efficiënt en duurzaam bedrijventerrein in te richten. In paragaaf 5.2 is de behoefte aan extra ruimte voor bedrijven in de gemeente Moerdijk beschreven. Het planvoornemen sluit aan bij het toekomstbestendig maken van het bestaande bedrijventerrein en het vraaggericht oppakken van nieuwe bedrijvigheid. Er wordt daarnaast ingezet op het tegengaan van hittestress en wateroverlast. Het planvoornemen voorziet in een gezondere leef- en werkomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de doelen uit de provinciale omgevingsvisie.

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

9 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Die regels staan in de Omgevingsverordening Noord-Brabant (OV). Voor het plangebied zijn naast de algemene 'rechtstreeks werkende regels voor activiteiten', ook regels voor gebiedsaanduidingen van toepassing. Het plangebied is hierbij op de verschillende kaarten behorende bij de interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als: • Landelijk gebied; • Attentiezone geluid provinciale weg.

Afbeelding 3.1: Uitsnede ‘Kaart 5 Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant’

Het planvoornemen voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt die toeziet op wonen, werken of voorzieningen moet de verstedelijking worden afgewogen. De volgende voorwaarden zijn hierop van toepassing: Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving ; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

10 c.

optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. Artikel 5.56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling Lid 1 In afwijking van Artikel 5.55, eerste lid, aanhef, kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen, ter plaatse van Landelijk gebied als: a. binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2; e. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; en f. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied.

Lid 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een planmatige ontwikkeling ten behoeve van een samenhangende stedelijke structuur, die voorziet in de reguliere opvang van de woon- of werkbehoefte van een kern maar die vanwege de omvang niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Daarnaast zijn de volgende artikelen van toepassing: Artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Lid 2 Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in Artikel 5.8 ; b. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9 ; en c. meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10 . Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; b. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; c. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

11 Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden. Artikel 5.9 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; en b. hoe negatieve effecten worden voorkomen. Lid 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en c. de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving .

Lid 3 Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 5.10 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; en b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door: a.

financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan; of b. nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

12 b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing ; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder b, wordt een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds verzekerd en wordt over de besteding van dat fonds periodiek verslag gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b.

welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en d. op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Toetsing Uit paragraaf 5.2 (Laddertoets) blijkt dat er een aanzienlijke behoefte is aan uitbreiding van het bedrijventerrein in Zevenbergen. Hier is binnen het stedelijk gebied geen ruimte voor. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting van het bedrijventerrein. Hiervoor is een beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan opgesteld, dat als bijlage 1 bij deze motivering is opgenomen. Voor wat de landschappelijke inpassing wordt daarnaast aangesloten bij het gestelde in het ‘Beeldkwaliteitsplan & Landschapsvisie Noordelijke Randweg Zevenbergen’ van 2 december 2016.

Dit plan is opgesteld in opdracht van de provincie en draagt zorg voor een goede omgevingskwaliteit en ruimtegebruik ten aanzien van de inpassing van de N285. De oplevering van de noordelijke randweg (juli 2027) is voor de gemeente randvoorwaardelijk voor de komst van bedrijven op het nieuwe terrein. Het bedrijventerrein Koekoek II borduurt hier dan ook op voort. De groenbuffer zal verder worden uitgewerkt in overeenstemming met de landschappelijke inpassing van de randweg. De aanleg van de randweg zal daarnaast een nieuwe stedelijke begrenzing vormen voor de kern Zevenbergen. Bovenstaande regelingen zijn van toepassing op ontwikkelingen in het buitengebied, waar het plangebied na aanleg van de randweg niet meer toe behoort. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met de regio over het toevoegen van m2 bedrijventerrein. De regio is akkoord onder de voorwaarden dat het bedrijventerrein is bedoeld voor bedrijven met een maximaal kaveloppervlak van 5.000 m2. Grootschalig (logistiek) bedrijfsvastgoed en detailhandel is niet gewenst. De gemeente heeft wel de wens om de ruimte op Koekoek II ook in te zetten voor verplaatsingsopgaven TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

13 van bedrijven in de perifere en grootschalige detailhandel vanuit transformatielocaties uit de hele gemeente Moerdijk, waarbij het uitgangspunt is dat het totale aantal m2 detailhandel binnen de gemeente niet mag uitbreiden. Supermarkten en reguliere detailhandel zijn uitgesloten op het bedrijventerrein. Dit in ogenschouw genomen kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen in lijn is met het provinciaal beleid, gezien er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Met het planvoornemen worden potentiële negatieve effecten op leef- en milieukwaliteit voorkomen en in een kwaliteitsverbetering van het landschap voorzien door de landschappelijke inpassing.

Afbeelding 3.2: Uitsnede ‘Kaart 8 Instructieregels gemeenten, waterschappen en Gedeputeerde Staten: infrastructuur’

Artikel 5.27 Attentiezone geluid provinciale weg Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse de Attentiezone geluid provinciale weg laat alleen geluidgevoelige gebouwen toe met een geluidsbelasting tussen de 55 dB Lden en 60dB Lden als is geborgd dat ten minste bij één geluidgevoelige ruimte een geluidluwe zijde aanwezig is met ten minste één te openen deel. Lid 2 Een omgevingsplan ter plaatse van de Attentiezone geluid provinciale weg laat alleen geluidgevoelige gebouwen toe met een geluidsbelasting van 60dB Lden of hoger als: • alle gevels waar de geluidbelasting 60 dB Lden of hoger is worden uitgevoerd als een nietgeluidgevoelige gevel; en • er ten minste bij één geluidgevoelige ruimte een geluidluwe zijde aanwezig is met ten minste één te openen deel. Lid 3 Als de realisatie van een geluidluwe zijde vanwege stedenbouwkundige reden niet inpasbaar is, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid, onder b, een geluidluwe plek gerealiseerd. TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

14 Lid 4 In het geval dat de geluidgevoelige bebouwing binnen de bebouwde kom ligt, kunnen de waarden, bedoeld in de aanhef van het eerste en tweede lid, worden verhoogd met 5 dB(A). Toetsing Slechts een beperkt deel van het plangebied ligt binnen de attentiezone. Daarnaast worden er met voorgenomen omgevingsplanwijziging geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. Ter voorkoming van grondwaterverontreiniging gelden daarnaast nog de volgende artikelen: Artikel 5.20 Voorafgaand onderzoek bij bouwactiviteit Lid 1 Een omgevingsplan bepaalt dat voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief een daaraan grenzende tuin of een aangrenzend terrein, onderzocht wordt of er sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie door: • raadpleging van een bodeminformatiesysteem; • voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of • het overleggen van een beschikking op grond van artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering

noodzakelijk is. Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: • een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m2; of • een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m2. Lid 3 Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als het grondwater: • een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m3 poriën verzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater overschrijdt; of • in een kwetsbaar gebied als bedoeld in Artikel 3.49 de verontreinigende stof in minimaal 100 m3 poriën verzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater. Artikel 5.21 Verbod bouwactiviteit mobiele verontreinigingssituatie Lid 1 Een omgevingsplan bepaalt dat een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.20 is verboden op een mobiele verontreinigingssituatie, tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.

Lid 2 Een omgevingsplan kan bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet geldt wanneer uit een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit als bedoeld in Paragraaf 3.4.2 blijkt dat: • gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; • als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend;

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

15 • •

als gevaar voor het grondwater aanwezig is, een grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52; of als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.

Lid 3 Voor de toepassing van het tweede lid bepaalt een omgevingsplan dat ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit de volgende gegevens en bescheiden zijn verstrekt aan het gemeentebestuur: • de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.20; • de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit , bedoeld in Paragraaf 3.4.2; • de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft uitgevoerd; • de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; en • het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht. Lid 4 Het gemeentebestuur stuurt een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, aan Gedeputeerde Staten. Lid 5 Het omgevingsplan bepaalt dat de bouwactiviteit niet eerder start dan nadat het gemeentebestuur is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, zijn uitgevoerd.

Artikel 5.22 Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem Lid 1 Als in een omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem, dan bepaalt dat omgevingsplan dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van: • het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; • het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en • het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen. Lid 2 Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met: • de waterbeheerprogramma's, regionale waterprogramma's, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en

•

de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de grondwatersanering, bedoeld in Artikel 3.52 , en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.

Artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater Lid 1 Een omgevingsplan neemt een maatwerkregel op voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving, als die plaatsvindt: • in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in Artikel 3.49; of • als een bronaanpak als bedoeld in Artikel 3.51, eerste lid, moet worden uitgevoerd. Lid 2 In de maatwerkregel wordt opgenomen dat:

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

16 • •

•

gegevens en bescheiden worden verstrekt waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; het gemeentebestuur, zo nodig, met een maatwerkvoorschrift borgt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.

Artikel 5.24 Verbod op rechtstreeks lozen in grondwater Een omgevingsplan bepaalt dat het verboden is om op of in de bodem te lozen, als daarbij stoffen zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken. Artikel 5.25 Lozing van verontreinigd grondwater op of in de bodem Lid 1 Met het oog op de bescherming van het bodem- en watersysteem stelt een omgevingsplan voorwaarden aan het op of in de bodem lozen van afvalwater dat afkomstig is van: • een bodemsanering of grondwatersanering; • onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en • graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. Lid 2 Het omgevingsplan bepaalt daarbij in ieder geval dat: • de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing zijn; en • ten minste vier weken voor het begin van de lozing, bedoeld in het eerste lid, en ten minste vier weken voor een eventuele wijziging van de activiteit, aan het gemeentebestuur gegevens en bescheiden worden verstrekt over: • de aard en omvang van de lozing; en • de verwachte datum van het begin van de activiteit. Lid 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als: • het grondverzet ten hoogste 25 m3 bedraagt; en • het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering niet langer dan 48 uur duurt.

Artikel 5.26 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico Lid 1 Een omgevingsplan bepaalt dat degene die een activiteit verricht op een locatie met een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico in het belang van bescherming van het bodem- en watersysteem maatregelen neemt die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken. Lid 2 Er is sprake van een locatie met een historische bodemverontreiniging als de bodem is verontreinigd en voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit: een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet; of een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA-5755. TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

17 Toetsing Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is conform artikel 5.20 een bodemonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 5.7. Hieruit blijkt dat er geen verhogingen zijn aangetroffen die de onderzoekswaarden overschrijden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen ten aanzien van de locatie worden derhalve niet noodzakelijk geacht. Voor wat betreft de overige artikelen geldt dat deze in acht dienen te worden genomen bij toekomstige bouwactiviteiten. Op basis van bovenstaande is voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met het gestelde in de provinciale omgevingsverordening. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Gemeente Moerdijk 2040 In december 2023 is de omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst het beeld hoe de gemeente er in 2040 uit ziet en beschrijft de opgaven en ambities om dat toekomstbeeld te bereiken. De visie brengt het actuele beleid voor de fysieke leefomgeving, inclusief eventueel benodigde aanscherpingen en aanvullingen, samen tot één integraal, overkoepelend en samenhangend toekomstverhaal. Een stip op de horizon waar we samen met partners en inwoners naar toe willen werken. We zoeken hierbij naar slimme koppelkansen en meervoudig gebruik van de ruimte.

Afbeelding 3.2: Uitsnede omgevingsvisiekaart (plangebied is rood omcirkeld)

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

18 Toetsing Het plangebied is in de omgevingsvisiekaart aangeduid als ‘Te ontwikkelen bedrijventerrein’. De ontwikkeling maakt in de omgevingsvisie onderdeel uit van de totale ontwikkeling van Zevenbergen Noord: het gebied dat na realisatie van de noordelijke randweg Zevenbergen ligt ingeklemd tussen Zevenbergen en de nieuwe weg biedt ruimte voor ontwikkeling en transformatie, waarbij circa 400 woningen en uitbreiding van het huidige bedrijventerrein zijn voorzien. Door toevoeging van een nieuw bedrijventerrein bij Zevenbergen Noord wordt voldoende beschikbaar aanbod aan bedrijventerreinen voor het MKB geborgd. 3.3.2 Klimaatstrategie Moerdijk Het klimaat verandert, ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. De droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. De uitdaging, de komende decennia, is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. De visie van de gemeente op klimaatadaptatie is de volgende: "In 2050 is de gemeente Moerdijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. We benutten verandering ten behoeve van het klimaat om Moerdijk mooier, welvarender en veiliger te maken. Moerdijk is aantrekkelijk en gezond, en klimaat heeft er zijn plek.

Samen minimaliseren we de gevolgen en iedereen neemt zijn of haar verantwoordelijkheid en draagt bij." In de klimaatstrategie wordt ingegaan op wat nu en de komende jaren de invloed van klimaatverandering op de gemeente is. Hoe wordt daarmee omgegaan; wat kan de gemeente doen om te zorgen dat de risico's op korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen andere betrokken partijen en de inwoners doen? De Klimaatstrategie geeft op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave 'Moerdijk klimaatproof'. De breedte van de opgave wordt geschetst, de inzet en rol van de gemeente, de uitgangspunten en met wie de gemeente hierin zal samenwerken. De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog die 30 juni 2020 digitaal werd gevoerd: 1. Gezond leef-, werk- en leerklimaat: We beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat. 2. Klimaat en het productielandschap 2.0: We faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. 3. Samen met de natuur: We herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal.

Toetsing In het plan voor de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt ingezet op het realiseren van een duurzaam en groen bedrijventerrein, waarin er ruimte wordt gemaakt voor bomenrijen, groene daken, retentie en/of waterberging. In paragraaf 5.10 wordt nader ingegaan op het aspect water en klimaatadaptatie. 3.3.3 Focusdocument 'Samen naar een groene, klimaatrobuuste leefomgeving in 2050' (november 2023) De gemeente Moerdijk stuurt samen met de regio, samenwerkingsverband Water en klimaatkring West (WKW) aan op een gelijkmatige opgave en aanpak van de lokale waterketen. Hiervoor is in het Gemeentelijke Waterprogramma (GWP-Arcadis) een duidelijke gezamenlijke visie en ambitie opgesteld

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

19 met algemeen geldende leidende principes, die de samenwerking en de aanpak van gezamenlijk opgaven versterken. Om extra focus en duiding te geven aan de opgave in de lokale waterketen als gevolg van de in 2021 vastgestelde Klimaatstrategie Moerdijk, is voor de opgave in de gemeente Moerdijk een focusdocument opgesteld. Hierin worden concrete maatregelen en uitwerkingsprincipes benoemd om onze doelstelling op het gebied van water en klimaat te bereiken. Aanleiding voor deze focus: • De (beleids)ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie om ons heen maken dat we moeten stoppen met het aanpassen van de bodem- en watersituatie bij nieuwe ontwikkelingen: water en bodem worden sturend. • Wij gaan meer integraal aan de slag in onze openbare ruimte. We gaan de klimaatstrategie en de opgave in het stedelijk waterbeheer uitvoeren in samenhang met de opgave van andere beleidsvelden in de openbare ruimte, wegen en groen, en externe partijen zoals woningbouwcorporaties. • Door het vaststellen van de klimaatstrategie investeren we al in klimaatrobuuste maatregelen in de gemeente Moerdijk. Zo gaan we op zoek naar de beste manieren om water robuust vast te houden in een kleigemeente als Moerdijk. • We delen steeds meer onze kennis met (regio-)partners en zetten in op subsidieregelingen. Het is balanceren tussen wat we willen en wat mogelijk is.

Beleid waterbergingsopgave Een randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen is een voldoende robuust watersysteem met waterberging in het gebied. Voorgaande documenten worden hierbij gehanteerd. Binnen de gemeente Moerdijk geldt dat per 1 m2 verharding 60 mm waterberging gerealiseerd dient te worden binnen het plangebied. Regionale waterbergingsopgave Naast de waterbergingsopgave vanwege de toenemende verharding in de stedelijke ontwikkeling ligt er een regionale waterbergingsopgave voor water vanuit het watersysteem als gevolg van potentieel hoge waterstanden op de Mark en Dintel. Deze opgave overstijgt voorgenomen ontwikkeling, maar maakt wel deel uit van de gebiedsontwikkeling in Moerdijk. Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Moerdijk zijn voornemens een overeenkomst te sluiten voor de realisatie van de benodigde waterberging. Hierin is mede bepaald, dat partijen gezamenlijk zullen optrekken om deze realisatie in de totale gebiedsontwikkeling te betrekken. Toetsing Zoals vermeld in paragraaf 5.10 zal het bedrijventerrein Koekoek II worden ontwikkeld als een klimaatbestendig en duurzaam bedrijventerrein. 3.3.4 Lokale verordeningen Nu de Omgevingswet in werking is getreden beschikt de gemeente Moerdijk automatisch over het tijdelijke omgevingsplan.

Dit plan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkings- en wijzigingsplannen, exploitatieplannen, inpassingsplannen, bodemkwaliteitskaart, een aantal (onderdelen uit) gemeentelijke verordeningen en de Bruidsschat van het Rijk. Een deel van de regels uit verordeningen zijn dus al onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Uiterlijk 1 januari 2032 moeten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan zijn opgenomen.

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

20 Toetsing Voor voorgenomen ontwikkeling gelden geen specifieke regels uit de verordeningen die moeten worden opgenomen in deze wijziging van het omgevingsplan. De geldende verordeningen blijven onverkort van toepassing op het plangebied. 3.4

Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, past de ontwikkeling in het plangebied binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Koekoek II, Zevenbergen Motivering

21

4 4.1

Regelmethodiek

Inleiding Het omgevingsplan is wezenlijk anders dan het bestemmingsplan. Dit is allereerst het gevolg van de bredere reikwijdte, maar ook de ruimere afwegingsruimte bij het stellen van regels, het ontbreken van de (uitdrukkelijke) eis van uitvoerbaarheid en het loslaten van het limitatief-imperatieve stelsel van vergunningverlening. Dit maakt ook dat er niet meer met een gedetailleerde verbeelding gewerkt hoeft te worden. Wat centraal staat bij het omgevingsplan, en een belangrijk verschil met de manier waarop we voorheen naar ruimtelijke plannen keken, is het stellen van regels over activiteiten in plaats van het toekennen van bestemmingen aan gronden. Wanneer iemand een activiteit in de fysieke leefomgeving wil ondernemen, wordt deze getoetst aan de regels van het omgevingsplan. Dit kan een toetsing aan open (kwalitatieve) dan wel gesloten (kwantitatieve) normen zijn, maar bijvoorbeeld ook een algemene regel over de toelaatbaarheid van de activiteit. Deze regels zijn gekoppeld aan een werkingsgebied, en daarmee aan de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Dat kan de hele gemeente zijn, maar ook alleen een specifieke locatie.

4.2

Wijziging van het omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) hebben gemeenten een omgevingsplan van rechtswege. Dit bestaat uit de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat. Als er nieuwe initiatieven worden mogelijk gemaakt waarvoor het omgevingsplan moet worden aangepast, wordt er dus niet een nieuw omgevingsplan gemaakt, maar wordt er een deel van het omgevingsplan gewijzigd. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk is bedoeld om het bedrijventerrein aan de noordzijde van Zevenbergen uit te breiden. De uitbreiding van dit bedrijventerrein wordt ‘Bedrijventerrein Koekoek II’ genoemd. TAM-IMRO Deze wijziging van het omgevingsplan is voorbereid middels de TAM-IMRO systematiek. De Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) biedt de mogelijkheid om via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Dit TAM-omgevingsplan zal als uiteindelijk als een nieuw hoofdstuk opgenomen worden in het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. In de planregels wordt het Bedrijventerrein Koekoek II aangewezen als ontwikkelgebied. De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven afdelingen vormen de inhoudelijke regels voor dit werkingsgebied, binnen het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk.

4.3

Opbouw wijziging van het omgevingsplan

4.3.1 Aanwijzingen De centrale rol voor activiteiten en werkingsgebieden komt terug in de opzet van voorliggende wijziging van het omgevingsplan. In afdeling 2 worden verschillende soorten (werkings)gebieden benoemd en aangewezen. Daarbij wordt per gebied bepaald welke activiteiten zijn toegestaan, welke (varianten)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=794cd40b-5302-4f83-8926-4e2e678517da