CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - 231206 BP30 MRD020 toelichting en regels

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan De Staalmeesters Fijnaart25.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het waterschap richt zich op een goede uitvoering van de wettelijke taken rondom waterveiligheid, waterkwaliteit en watersysteembeheer. Daarbij houden zij rekening met de toekomstbestendigheid van het watersysteem (met oog voor klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging). Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods-en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. 5.3.2.4 Doelstelling Meerlaagsveiligheid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap is continu betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen in hun beheergebied. Meerlaagsveiligheid is voor het waterschap steeds meer een manier om continu te werken aan:  het reduceren van overstromingsrisico’s (kansen en gevolgen)  het verminderen van kwetsbaarheid  het leefbaarder maken van de (bedreigde) omgeving De bedoeling is om bescherming tegen overstromingen en omgaan met overstromingsrisico expliciet bespreekbaar te maken in de ruimtelijke ontwikkeling. Impliciet worden nu risico’s geaccepteerd: men denkt dat het veilig is, maar het risico is nooit nul. Door middel van een aanvulling in het toetsen van plannen willen we nu proberen om (de acceptatie van) deze risico’s expliciet te maken.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

53

5.3.2.5 Beleid gemeente Moerdijk Het waterbeleid van de gemeente maakt onderdeel uit van de paraplunota Leefomgeving, zie hiervoor paragraaf 4.4.2. 5.3.3 Watertoets Door Kragten is een watertoets opgesteld waarin de bestaande en nieuwe situatie met betrekking tot het vuil- en regenwater is opgenomen, rapport: ''Watertoets; Ontwikkellocatie ZNS-terrein te Fijnaart'' (27 juni 2023, MRD020). De notitie is als bijlage 13 bij deze toelichting opgenomen. Geconcludeerd wordt dat: Verhard oppervlak Aan de hand van het ontwerp is het toekomstig verhard oppervlak van de ontwikkeling vastgesteld. In het ontwerp is verharding in de vorm van bebouwing, parkeerplaatsen en wegen aangegeven. De bebouwing heeft een verhard oppervlak van circa 11.900 m2 en de terreinverharding heeft een verhard oppervlak van circa 5.750 m2. Dit houdt in dat er circa 17.650 m2 aan verhard oppervlak ligt. Berging Gemeente Moerdijk benoemt dat voor ontwikkelingen op bestaande verharde locaties (inbreidingen, verbouwingen, herstructureringen) met een oppervlak groter dan 1.000 m2 een bergingseis geldt van 60 mm voor het totale oppervlak, conform de keur van het waterschap. Dit leidt tot een bergingsopgave van 0,06 x 17.650 = circa 1.060 m3. Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen.

Bovengrondse maatregelen zijn zelfs robuuster (minder foutgevoelig) en beter te onderhouden. Dit zorgt voor lagere kosten waardoor dit financieel aantrekkelijker is. Bovengrondse maatregelen nemen echter wel meer ruimte in op het maaiveld. In het projectgebied is in het ontwerp al ruimte opgenomen voor bovengrondse berging. In het ontwerp zijn 3 wadi's opgenomen met een waterbergingscapaciteit van 1073 m3. Dit is voldoende.

INDICATIE RUIMTEBESLAG WATERBERGING

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

54

Leegloop Er wordt vanuit gegaan dat het water in de infiltratievoorzieningen voornamelijk via de wanden infiltreert. In de loop van de tijd gaat de bodem namelijk dicht zitten door bezinksel en afzettingen in de bodem van de voorziening. Uit het infiltratieonderzoek komt naar voren dat de horizontale doorlatendheid van de bodem ter plekke van het projectgebied slecht tot vrij goed is. Voor infiltratievoorzieningen dient een minimale doorlatendheid van 0,05 m/d en een maximale doorlatendheid van 0,35 m/d aangehouden te worden. Wanneer dit wordt vermenigvuldigd met het wandoppervlak kan bepaald worden hoeveel water iedere voorziening minimaal en maximaal per dag door infiltratie kan afvoeren. Bij het bepalen van het wandoppervlak van de bovengrondse voorzieningen is rekening gehouden met taluds van 1:3 en 1:5. Infiltratie zorgt er voor dat bij een volledige vulling van de wadi's er maximaal (1.073 / 28 =) 38 dagen water in de infiltratievoorzieningen staat. Zelfs met de maximale doorlatendheid staat er 5 dagen water in de infiltratievoorzieningen. Hierom wordt er aangeraden om, in overleg met de gemeente of het waterschap, een vertraagde leegloop naar het oppervlakte water in de omgeving aan te leggen.

Overstort-/escapemogelijkheid Voor het geval de bergingsinhoud ter plaatse van de voorzieningen overbelast raakt (om welke reden dan ook) dient een overstortmogelijkheid (escape) te worden voorzien. Op de perceelsgrens moet het water vrijelijk kunnen overstorten naar het openbare gebied zonder daarbij overlast te veroorzaken. 5.3.4 Conclusie Het aspect water vormt geen planologische belemmering voor het plan.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

55

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

56

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Draagvlak

Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een bouwtitel voor de bouw van woningen. De woningen worden op een gepaste wijze ingevoegd in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Tevens wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de actuele beleidskaders van het rijk, de provincie en gemeente. Verder wordt er een omgevingsdialoog gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling. Daarmee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak is. Bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen.

6.2

Voorbereidingsfase

Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorliggende concept-ontwerpbestemmingsplan is aan de overlegpartners toegezonden. Reactie is ontvangen van de volgende instanties:  Provincie  Gasunie  Waterschap Onderstaand wordt kort ingegaan op de vooroverlegreacties en het gemeentelijke standpunt ten aanzien daarvan. Reactie Provincie Gemeentelijk standpunt Omdat het om een woningbouwontwikkeling Deze reactie nemen wordt ter kennisgeving binnen bestaand stedelijk gebied gaat en om aangenomen. transformatie van bestaand vastgoed lijken de provinciale belangen niet geschaad te worden. Het plan hoeft daarom niet in vooroverleg voorgelegd te worden. Reactie Gasunie Het plangebied ligt buiten de 1% letaliteitgrens Deze reactie nemen wordt ter kennisgeving van de dichtst bij gelegen leiding in beheer bij aangenomen. Gasunie. Deze leiding heeft geen invloed op de verdere planontwikkeling. Reactie Waterschap Er wordt onder voorbehoud een positief De beschermzone is geborgd middels de wateradvies gegeven.

Voorbehoud is gekoppeld dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen. De aan de opmerking dat er bebouwing geprojecteerd zone is ook in de regels gebord door de regels in lijkt te zijn in de 5 meter beschermingszone rond artikel 9. een A-watergang. Dit is niet toegestaan. Verder nog diverse algemene opmerkingen gegeven.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

57

6.3

Voorontwerpfase

Er is geen voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van inspraak ter inzage gelegd. Gezien de spoedeisendhed van het beleidsvoornemen (artikel 2 lid 3.e Inspraakverordening gemeente Moerdijk 2003) is hiervan afgezien in overleg met de gemeente. Wel is een omgevingsdialoog gevoerd waarop onderstaand nader wordt ingegaan. Omgevingsdialoog Op 12 december 2022 heeft er een informatieavond plaatsgevonden. Voor de informatieavond hebben de bewoners van Boomgaardstraat 2 t/m 26, Kadedijk 77 en Patrijsstraat 2 een persoonlijke uitnodiging gekregen. Bezoekers van de informatieavond hebben een toelichting gekregen over de plannen van de nieuwe woonwijk door middel van het tonen van situatietekeningen, artist impressions en referentieprojecten. Het verslag van de informatieavond is als bijlage 14 bijgevoegd.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

58

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Er is een locatie-ontwikkelingsovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de betreffende initiatiefnemer, waarin is afgesproken dat kosten, die de gemeente redelijkerwijs moet maken in verband met de beoogde ontwikkeling, voor rekening komen van de initiatiefnemer. Het kostenverhaal wordt derhalve anderszins verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet benodigd. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

59

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

60

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Verkeersonderzoek

Bijlage 2

Asbestinventarisatie Quickscan

Bijlage 3

Verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 4

Onderzoeksvoorstel nader bodemonderzoek

Bijlage 5

Quickscan bedrijven en milieuzonering

Bijlage 6

Quickscan externe veiligheid

Bijlage 7

Verantwoording hoogte groepsrisico

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 9

M.e.r.-aanmeldnotitie

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek

Bijlage 12

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 13

Watertoets

Bijlage 14

Omgevingsdialoog

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

61

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

62

Regels

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

63

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

64

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan 'De Staalmeesters, Fijnaart' met identificatienummer NL.IMRO.1709.BPFNDeStaalmeest-BP30 van de gemeente Moerdijk. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aaneengebouwde woning een blok van meer dan twee aaneen gebouwde woningen inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen. 1.6 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.7 aan-huis-verbonden beroep het uitoefenen van een dienstverlenend beroep, dat in een woning en/of in bijbehorende bouwwerken door de bewoners wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.8 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.9 agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd een agrarisch bedrijf met een omvang van minder dan een halve arbeidskracht en dat valt onder de werkingsfeer van de Wet Milieubeheer; 1.10 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren en waarbij de bedrijfsvoering aanbod gericht is; nader te onderscheiden in:  grondgebonden veehouderij: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie, niet zijnde een paardenhouderij; 

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, met uitzondering van fruit-, sier- en bollenteelt, boomkwekerij en bosbouw;

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

65

intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen (nagenoeg) zonder weidegang en/of zonder in overwegende mate afhankelijk te zijn van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel;

glastuinbouw: de teelt van tuinbouw- of siergewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen en permanente tunnelkassen, waaronder begrepen plastic kassen;

fruitteelt: de teelt van fruit in boomgaarden;

sierteelt: teelt van siergewassen, alsmede van sierstruiken en sierbomen op open grond;

intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht;

boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan;

bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie.

1.11 agrarische activiteiten op niet-bedrijfsmatige wijze het uitvoeren van agrarische activiteiten, waarbij het niet-bedrijfsmatige karakter vooropstaat. Onder agrarische activiteiten wordt in deze zin verstaan het houden van vee en het telen van gewassen op een zodanig kleinschalige wijze dat geen milieuvergunning of melding noodzakelijk is; 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.13 bestaand a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het plan. b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

66

1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.23 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.25 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.26 dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.27 erf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw, 1 meter gelegen achter de denkbeeldige lijn in het verlengde van de lijn van het bouwvlak waar de voorgevel van het hoofdgebouw aan ligt, voorzover deze gronden gelegen zijn buiten het bouwvlak van het hoofdgebouw. 1.28 extensief agrarisch medegebruik een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding in lage veebezetting en de verbouw van akkerbouwproducten, in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; 1.29 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

67

1.30 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.31 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.32 huishouden een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen met een zekere mate van verbondenheid en continuïteit in de samenstelling daarvan. Van een onderlinge verbondenheid is sprake indien de personen binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree. 1.33 kamergewijze verhuur het bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van onzelfstandige woonruimtes voor bewoning. 1.34 kampeermiddel de niet als een bouwwerk aan te merken middelen, zoals vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.35 kap een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, voor ten minste 2/3 deel bestaande uit een dakconstructie van schuin, bol of hol naar elkaar toelopende dakvlakken, dan wel een dakconstructie van een naar één zijde schuin, bol of hol toelopend dakvlak.

1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning en/of in bijbehorende bouwwerken door maximaal twee bewoners op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.37 mantelzorg Langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt (artikel 1 Wmo). 1.38 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.39 nevenactiviteit onderdelen van een bedrijf, waarvan de gezamenlijke productieomvang een ondergeschikt (minder dan de helft) deel uitmaakt van de totale productieomvang van het bedrijf, met dien verstande dat de productieomvang van de nevenacitiviteit afzonderlijk in geen geval meer dan 70% van de minimale omvang van een zelfstandig volwaardig bedrijf in de desbetreffende bedrijfstak mag bedragen;

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

68

1.40 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.41 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.42 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft of die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte. 1.43 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.44 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.45 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.46 peil a. voor gebouwen binnen 5 m afstand van een weg: de hoogte van de kruin van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

1.47 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.48 speeltoestel een specifieke categorie van objecten of structuren die bedoeld zijn voor recreatief gebruik door kinderen. Het omvat doorgaans de fysieke installaties zoals schommels, glijbanen, klimrekken, draaimolens en andere vergelijkbare constructies die bedoeld zijn voor speelactiviteiten. 1.49 speelvoorzieningen een bredere categorie van faciliteiten en voorzieningen die bedoeld zijn voor recreatief gebruik door kinderen en soms ook volwassenen. Het omvat niet alleen de fysieke speeltoestellen, maar ook andere elementen en ruimtes die het spelen, sporten en ontspannen bevorderen. 1.50 spuitvrije zone de zone van 50 meter, die vrij moet blijven van spuitnevel of drift van gewasbeschermingsmiddelen, tussen de grens van het bestemmingsvlak Wonen tot een agrarische functie waar het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is toegelaten.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

69

1.51 standplaatsen het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals kraam, wagen of tafel. 1.52 twee-onder-een-kapwoning een eengezinswoning waarvan het hoofdgebouw is verbonden met het hoofdgebouw van één andere gelijksoortige en gelijkvormige woning (niet zijnde een tussenwoning). 1.53 visie buitengebied De Visie Buitengebied die op 14 juli 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk is vastgesteld of haar rechtsopvolger; 1.54 voldoende parkeergelegenheid het aanwezig zijn van voldoende parkeerplaatsen betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de 'Nota parkeernormen 2021' van de gemeente Moerdijk, en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging. 1.55 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf in de omvang van ten minste één volledige arbeidskracht met een daarbij passende bedrijfsomvang; 1.56 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.57 vrijstaande woning een woning die noch door middel van het hoofdgebouw, noch door middel van bijgebouwen, aan- en uitbouwen met een andere woning of ander gebouw is verbonden. 1.58 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning; 1.59 woning een complex van ruimten, niet zijnde onzelfstandige woonruimte, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

70

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 Bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 Vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

71

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

72

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een volwaardig of een reëel agrarisch bedrijf, een agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd of agrarische activiteiten op niet-bedrijfsmatige wijze dat kan bestaan uit één of meerdere hoofdtakken; b. opslag van agrarische producten ten behoeve van omliggende agrarische bedrijven; c. een spuitvrije zone, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitvrije zone'; d. nevenactiviteiten, met dien verstande dat uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: 1. extensieve dagrecreatie; 2. kinderboerderij; 3. paardenstalling/paardenpension; 4. kano-, roeiboot- of fietsenverhuur; 5. bermverkoop van zelf geteelde agrarische producten, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m² en parkeren op eigen terrein plaatsvindt; e. agrarisch gebruik ten behoeve van de omliggende agrarische bedrijven; f. geluidwerende voorzieningen. met daarbij behorende: g. toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; h. parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. erven en tuinen behorende bij bedrijfswoningen tot maximaal 50 m uit de grens van het bouwvlak of de bouwstede. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bebouwing gelden de volgende regels: a. op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van het bouwvlak zijn uitsluitend toegestaan: 1. terrein- en erfafscheidingen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing; 3. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; 4. lage, permanente teeltondersteunende voorzieningen mits gelegen direct aansluitend buiten bouwvlakken/bouwstedes; 5. hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, en 6. bestaande hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen. 3.2.2 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak/bouwstede. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van sleufsilo's mag niet meer bedragen dan 2,5 m; b. de bouwhoogte van mestsilo's mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van voedersilo's mag niet meer bedragen dan 10 m; d. de bouwhoogte van windschermen mag niet meer bedragen dan 2 m; e. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

73

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit: 1. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7 lid 5 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, dan wel; 2. indien een vergunning of melding als bedoeld onder a ontbreekt: de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt; b.

een toename van de ammoniakemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie is toegestaan indien het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit natuurbescherming geldt, een waarde overschrijdt die is vastgesteld in artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming; c. buitenopslag buiten het bouwvlak of bouwstede, waaronder in elk geval wordt begrepen de opslag van mest; d. het gebruiken en realiseren van permanente verharding ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met uitzondering van toegangswegen, buiten het bouwvlak of de bouwstede; e. een spuitvrije zone ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitvrije zone'. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1 Nevenactiviteiten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten, met dien verstande dat a. uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: 1. kleinschalig kamperen, met dien verstande dat:  het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan 25;  kleinschalig kamperen plaatsvindt op of aansluitend aan de gronden ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede;  kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 2. kleinschalige horeca ten dienste van extensieve dagrecreatie, zoals een theetuin of proeverij van streekproducten tot een maximale oppervlakte van 400 m²; b. de nevenactiviteit past binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; c. de nevenactiviteit mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; d. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; e. de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden passend zijn bij het gebied waar de nevenactiviteit wordt gevestigd, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied.

3.4.2 Opslag agrarische producten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.1 ten behoeve van buitenopslag van agrarische producten op verharde gronden buiten het bouwvlak of bouwstede die in eigendom zijn van de agrariër, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

74

a. de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden zijn passend bij het gebied waar de buitenopslag wordt gevestigd, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied; b. de buitenopslag mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; c. de oppervlakte bedraagt maximaal 200 m². 3.5

Wijzigingsbevoegdheid

3.5.1 Tuin Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Tuin', met dien verstande dat: a. uitsluitend de bestemming van de gronden die grenzen aan de bestemming 'Wonen' mogen worden gewijzigd in de bestemming 'Tuin'; b. de wijzigingsbevoegdheid niet eerder wordt toegepast dan nadat de betrokken gronden in eigendom aan de aanvrager zijn overgedragen; c. de bestemmingswijziging mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

75

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, bruggen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden; b. nutsvoorzieningen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. in afwijking van lid a. mogen uitsluitend voor nutsgebouwen gebouwen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van gebouwen niet meer bedraagt dan 20 m² per bestemmingsvlak; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 5 m; d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 5 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m; 4.3 Specifieke gebruiksregels De compenserende waterberging dient ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' te worden gerealiseerd zoals opgenomen in artikel 11.2.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

76

Artikel 5

Tuin

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. parkeervoorzieningen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen, worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is de bouw van erkers, luifels, balkons en andere ondergeschikte bouwdelen van het hoofdgebouw, per woning, toegestaan, waarbij geldt dat: 1. de goothoogte niet meer dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m bedraagt; 2. de breedte van de erker ten hoogste 75% van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte ten hoogste 1,25 m bedraagt; 4. het maximale oppervlak van de erker niet meer dan 6 m² bedraagt; 5. de afstand tot de begrenzing met de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' ten minste 1 m bedraagt; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel en het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 meter; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 4 m. 5.2.2 Overkappingen/carports Binnen de voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn overkappingen/carports niet toegestaan.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

77

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, standplaatsen, groen, water, reclame-uitingen en parkeervoorzieningen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. in afwijking van lid a. mogen uitsluitend voor nutsgebouwen gebouwen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van gebouwen niet meer bedraagt dan 20 m² per bestemmingsvlak; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersregeling, verkeersaanduiding, wegaanduiding of verlichting, bedraagt ten hoogste 5 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 6.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' te wijzigen naar de bestemming 'Wonen' met inachtneming van het volgende: a. aangetoond wordt dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat; b.

voorafgaand aan de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is overleg gevoerd met het Waterschap over een goede waterstaatskundige inpassing; c. er geldt geen minimum oppervlakte van het bouwperceel; d. het maximum aantal woningen bedraagt 2; e. de bouwhoogte van de woningen bedraagt ten hoogste 11 meter; f. voor het overige geldt artikel 8 (Wonen).

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

78

Artikel 7

Water

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de wateraanvoer en -afvoer; b. de waterberging; c. het verkeer te water; d. instandhouding en ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden; e. extensief dagrecreatief medegebruik; en daarbij behorende voorzieningen. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bestemming 'Water' zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming of aangrenzende wegen toegestaan, zoals in- en uitritten, paden, bruggen, duikers, stuwen, steigers en keerwanden, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

79

Artikel 8

Wonen

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen; b. aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover het vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 60 m²; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 8.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. per bouwperceel is ten hoogste één woning toegestaan, woningsplitsing is niet toegestaan; c. binnen de bestemming 'Wonen' bedraagt het aantal woningen ten hoogste 57. d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', bedraagt het aantal woningen niet meer dan ter plaatse is aangegeven; e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' aangegeven bouwhoogte; f. de voorgevel wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' of op een afstand van maximaal 3 m daarachter. g. De afstanden van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste: 1. voor vrijstaande hoofdgebouwen: aan beide zijde niet minder dan 3 m; 2.

voor halfvrijstaande en/of aaneengebouwde hoofdgebouwen: aan één zijde niet minder dan 3 m; h. de breedte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste: 1. bij vrijstaande hoofdgebouwen 15 m; 2. bij halfvrijstaande hoofdgebouwen 12 m; 3. bij aaneengebouwde hoofdgebouwen 10 m; i. de diepte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste: 1. bij vrijstaande hoofdgebouwen 15 m; 2. bij halfvrijstaande hoofdgebouwen 12 m; 3. bij aaneengebouwde hoofdgebouwen 10 m; 8.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevelrooilijn zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is de bouw van erkers, luifels, balkons en andere ondergeschikte bouwdelen van het hoofdgebouw, per woning, toegestaan, waarbij geldt dat: 1. de goothoogte niet meer dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m bedraagt; 2. de breedte van de erker ten hoogste 75% van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte ten hoogste 1,25 m bedraagt; 4. het maximale oppervlak van de erker niet meer dan 6 m² bedraagt; 5. de afstand tot de begrenzing met de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' ten minste 1 m bedraagt; c. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m; d. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 6 m; e.

de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; f. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 6 m; g. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelegen buiten het bouwvlak, bedraagt ten hoogste 50% van het erf met een maximum van 90 m².

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

80

8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor zover gelegen tot maximaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor zover gelegen vanaf 1 meter achter het verlengde van de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m. 8.3

Specifieke gebruiksregels

8.3.1 Niet toegestaan gebruik Met betrekking tot het gebruik en het laten gebruiken van gronden en bouwwerken geldt dat het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte niet is toegestaan. 8.3.2 Voorwaardelijke verplichting bodem (Graaf)werkzaamheden in de bodem ter plaatse van de (vermoedelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging zijn niet zondermeer mogelijk zonder toestemming van het bevoegd gezag. Het gebruiken en/of laten gebruiken van de genoemde gronden is alleen toegestaan, mits voorafgaand aan de werkzaamheden een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan/BUS-melding is opgesteld en eventuele saneringsmaatregelen getroffen zijn om de bodem geschikt te maken voor het beoogde gebruik.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

81

Artikel 9

Waterstaat - Waterlopen

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en het onderhoud van de aangrenzende waterloop, alsmede voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van ecologische waarden van de waterloop. 9.2

Bouwregels

9.2.1 Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regels: a. Op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de waterloop. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat ze naar aard en afmetingen bij de bestemming passen. c. De gebods- en verbodsregels van de Keur van het Waterschap Brabantse Delta zijn van toepassing. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, gehoord het betreffende waterschap, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.1 ten behoeve van bouwwerken als toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen bestemming, mits door de bouw of situering van de bouwwerken als bedoeld onder a en b van artikel 9.2.1 geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterhuishoudkundige functie dan wel geen onevenredige schade aan de specifieke ecologische waarden wordt of kan worden toegebracht.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Verbod In afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen van deze regels is het, voor zover niet reeds gebonden aan een vergunning op grond van de bestemming en/of de van toepassing zijnde Keur van het Waterschap, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; d. het wijzigen van het bestaande bodemniveau door ophogingen of afgravingen of het verrichten van andere graafwerkzaamheden; e. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen of beplantingen die dieper wortelen dan 0,75 meter. 9.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod als bedoeld in artikel 9.4.1 is niet van toepassing: a. voor normale onderhoudswerkzaamheden; b. voor werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. voor werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d.

voor het periodiek kappen van hakhout, voor zover betreffende de normale uitoefening van het toegelaten bodemgebruik en voor zover de Boswet of krachtens die wet gestelde regels van toepassing zijn; e. voor normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter;

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

82

f.

voor werken en werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning kunnen worden uitgevoerd.

9.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden in artikel 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in artikel 9.1 genoemde waarden niet onevenredig worden en kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Alvorens te beslissen omtrent de vergunning wordt het betreffende Waterschap gehoord.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

83

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

84

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11

Algemene bouwregels

11.1 Parkeren Bij het bouwen op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat: a. een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, uitsluitend kan worden gebouwd indien op het bouwperceel of in de directe omgeving daarvan in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gehouden; b. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. 11.2 Voorwaardelijke verplichting - Waterberging Bij het bouwen op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat dit uitsluitend is toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de toename van de afvoer van afstromend regenwater wordt gecompenseerd conform de eisen zoals opgenomen in de de Keur van het waterschap, en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie bedraagt ten minste 60 mm per m² verharding; c.

de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen dan wel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligd dienen uiterlijk voorafgaand aan de bouwactiviteiten te zijn gerealiseerd en in stand te worden gehouden.

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

12.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijke verkeer onttrokken) voer, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor verblijfsfuncties; f. de kamergewijze verhuur van kamers in woningen en/of bijbehorende bouwwerken; g. het gebruik van schepen en andere vaartuigen voor bewoning. 12.2 Gebruiksregels parkeren Bij het wijzigen van het bestaande gebruik op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat: a. het gebruik van gronden en bouwwerken uitsluitend gewijzigd kan worden indien op het bijbehorend bouwperceel of in de directe omgeving daarvan in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gehouden;

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

85

b. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse; d. het bepaalde onder sub a en b geldt niet voor het vergunde bestaande gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. 12.3

overige zone - sloopverbod

12.3.1 Sloopverbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het slopen) bestaande gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - sloopverbod' geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in 12.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan sloopvergunning dan wel omgevingsvergunning voor het slopen is verleend; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.3.3 Verlening De in 12.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien uit nader soorten onderzoek volgt dat: a. er geen afbreuk wordt gedaan aan het leefgebied van beschermde soorten, of; b. indien de aanwezigheid van beschermde soorten is aangetoond en voorafgaand aan sloop een goedgekeurd mitigatie- en compensatieplan is opgesteld en een eventueel benodigde ontheffing van de Wet natuurbescherming is verleend.

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

13.1 Afwijkingen van maten en overschrijdingen van bouwgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen in het plan voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor duurzaamheidsmaatregelen; b. een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; c. de overschrijdingen onder a en b mogen echter ten hoogste 1 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot; d. de omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; tenzij dit plan elders al over een afwijking bij een omgevingsvergunning voor overschrijding van de betreffende maatvoering beschikt.

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels

Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 1 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

86

Artikel 15

Overige regels

De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

87

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

88

Hoofdstuk 4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 17

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'De Staalmeesters, Fijnaart' van de gemeente Moerdijk.

bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp

89

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=7883849a-2451-4129-861a-8ca2df9d2c27