Bijlage 1a - 231206 BP30 MRD020 toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
De Staalmeesters, Fijnaart Ontwerp
Colofon Opdrachtgever Dura Vermeer
Opdrachtnemer
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1709.BPFNDeStaalmeest-BP30
06-12-2023
ontwerp
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en kadastrale begrenzing Bij het plan behorende stukken Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 8 9 10 11
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Gebiedsvisie Bestaande situatie Toekomstige situatie
13 13 14
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Juridisch planbeschrijving Planmethodiek Systematiek bestemmingen Overig
21 21 21 23
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beleidskader Nationaal niveau Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
25 25 28 31 31
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Uitvoeringsaspecten Milieu Waarden Waterparagraaf
35 35 47 52
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Draagvlak Voorbereidingsfase Voorontwerpfase
57 57 57 58
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid Exploitatieverplichting
59 59
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
3
Bijlagen toelichting
61
Bijlage 1
Verkeersonderzoek
61
Bijlage 2
Asbestinventarisatie Quickscan
61
Bijlage 3
Verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek
61
Bijlage 4
Onderzoeksvoorstel nader bodemonderzoek
61
Bijlage 5
Quickscan bedrijven en milieuzonering
61
Bijlage 6
Quickscan externe veiligheid
61
Bijlage 7
Verantwoording hoogte groepsrisico
61
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
61
Bijlage 9
M.e.r.-aanmeldnotitie
61
Bijlage 10
Quickscan flora en fauna
61
Bijlage 11
Nader ecologisch onderzoek
61
Bijlage 12
Stikstofdepositie-onderzoek
61
Bijlage 13
Watertoets
61
Bijlage 14
Omgevingsdialoog
61
Regels
63
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
65 65 71
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Agrarisch Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waterstaat - Waterlopen
73 73 76 77 78 79 80 82
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
85 85 85 85 86 86 87
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
89 89 89
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
4
Toelichting
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
5
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "De Staalmeesters, Fijnaart" van de gemeente Moerdijk.
1.1
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens om in totaal 57 woningen, bestaande uit verschillende woningtypen, te realiseren op het voormalige ZNS-terrein te Fijnaart. Daarnaast zal gelijktijdig aan deze ontwikkeling het perceel F1623 (gemeentelijk eigendom) positief bestemd worden naar de bestemming 'Verkeer' (feitelijke situatie). Dit perceel zal tevens worden voorzien van een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Wonen' voor de maximale toevoeging van 2 woningen. Tot slot zal, noodzakelijk voor bovengenoemde ontwikkeling, het perceel F237 gedeeltelijk worden voorzien van een spuitvrije zone. Om de ontwikkeling in planologisch-juridische zin mogelijk te maken, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Hiervoor is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
7
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
8
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Fijnaart, sectie F, nummers 243 (gedeeltelijk), 237 (gedeeltelijk), 262, 1623, 1625, 1986, 2133, 2683 (gedeeltelijk) en 2470. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 35.450 m². De gronden worden, met uitzondering van de percelen 1623 (gemeentelijk eigendom), 243 (waterschapseigendom) en 237 (particulier in eigendom), eigendom van de initiatiefnemer na ondertekening van de AOK.
1.3
Bij het plan behorende stukken
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In voorliggende toelichting worden onder meer de
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
9
keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingsplannen: "Bestemmingsplan Fijnaart", vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 12 oktober 2016; ''Buitengebied Moerdijk'', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 maart 2018. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het (nieuwe) plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
10
1.4.1 Bestemmingsplan "Bestemmingsplan Fijnaart" Ter plaatse van het plangebied vigeert de bestemming 'Bedrijf'. Ter plaatse van deze bestemming zijn de gronden onder andere aangewezen voor: bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "Bedrijventerrein", ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; uitsluitend kantoren, ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals: 1. tuinen, erven, verhardingen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 2. ondergeschikte en niet-zelfstandige productiegebonden detailhandel; 3. ondergeschikte en niet-zelfstandige kantoren behorende bij de bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van deze bestemming is tevens een 'bouwvlak' aanwezig. Gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak. Binnen het bouwvlak geldt daarnaast de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage, maximum bouwhoogte'. De aangegeven percentages zijn hierin bepaald als maximum. 1.4.2 Bestemmingsplan ''Buitengebied Moerdijk'' Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemming 'Agrarisch' en 'Water'.
Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' zijn de gronden onder andere aangewezen voor: een volwaardig of een reëel agrarisch bedrijf, een agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd of agrarische activiteiten op niet-bedrijfsmatige wijze dat kan bestaan uit één of meerdere hoofdtakken; grondgebonden veehouderij; opslag van agrarische producten ten behoeve van omliggende agrarische bedrijven. Ter plaatse van de bestemming 'Water' zijn de gronden onder andere aangewezen voor: de wateraanvoer en -afvoer; de waterberging; het verkeer te water; instandhouding en ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden; extensief dagrecreatief medegebruik. 1.4.3 Conclusie Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Fijnaart'', omdat ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' reguliere woningbouw is uitgesloten. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.
1.5
Leeswijzer
Voorliggende toelichting bestaat uit zeven hoofdstukken. Na bovenstaande inleiding wordt in hoofdstuk twee een nadere beschrijving van de bestaande situatie en het planvoornemen gepresenteerd. In hoofdstuk drie wordt de juridische planbeschrijving omschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk vier het relevante beleid uiteengezet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk vijf vindt een verantwoording ten aanzien van de diverse omgevingsaspecten plaats. In hoofdstuk zes wordt tot slot de maatschappelijke uitvoerbaarheid gemotiveerd, de economische uitvoerbaarheid wordt in hoofdstuk zeven gemotiveerd.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
11
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
12
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Onderstaande afbeelding en de foto's geven de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.
DIRECTE OMGEVING
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
13
2.1.1 Bebouwing en functies Het plangebied is gesitueerd aan de oostkant van het dorp Fijnaart. Binnen het plangebied, in de bestemming 'Bedrijf', was ZNS - Hollandia-Keizersveer B.V. gevestigd. Dit bedrijf richtte zich op het beheer en onderhoud van grote beweegbare staalconstructies. Zorgvuldig beheer voorkomt dat constructies uiteindelijk voor langere tijd buiten gebruik zijn vanwege reparaties. Het plangebied kent hierin een voormalige kantoorlocatie in de zuidwestelijke hoek (nabij de Kadedijk), een grote loods op het middenterrein (grenzende aan de achtertuinen van de woningen aan de Boomgaardstraat en een kleinere loods in de oostelijke hoek van het terrein (direct grenzend aan de tuin van de woning aan de Kadedijk 77). In de directe omgeving van het plangebied is, in de richting van het centrum van Fijnaart, hoofdzakelijk woningbouw gesitueerd. Daarnaast is ten noordwesten van het plangebied een autogarage gevestigd aan de Patrijsstraat 2 en 2a. Ten noordoosten van het plangebied is hoofdzakelijk groen en agrarisch buitengebied aanwezig. Ten oosten van het voormalige ZNS-terrein is het perceel Kadedijk 79 gesitueerd. Dit perceel kent zowel een agrarische- als bedrijfsbestemming.
Omdat binnen de agrarische bestemming een spuitzone mogelijk is, is na afstemming (middels een ondertekende overeenkomst) met de eigenaar van dit perceel afgesproken een gedeelte van dit perceel (ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch') mee te nemen in het plangebied. 2.1.2 Ontsluiting Onderhavig plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten via twee bestaande ontsluitingen (voor zowel gemotoriseerd als langzaamverkeer). Deze ontsluitingen zijn gesitueerd aan de Kadedijk (nabij de erfgrens met de woning aan de Kadedijk 77) en aan de Boomgaardstraat (tussen de woningen aan de Boomgaardstraat 8 en 14. 2.1.3 Groen en water Onderhavig plangebied is in het verleden gebruikt voor enkel bedrijfsmatige doeleinden (beheer en onderhoud van staalconstructies). Binnen het plangebied zijn dan ook geen groenstructuren aanwezig. Daarnaast kent onderhavig plangebied geen oppervlaktewater (enkel in de noordoosthoek grenzend aan een bestaande sloot).
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Bebouwing en functies
2.2.1.1 ZNS-terrein Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de sloop van de bestaande bedrijfsmatige opstallen en de realisatie van 57 woningen bestaande uit verschillende woningtypen. Het hieraan ten grondslag liggende bouwplan is middels een schetsontwerp weergegeven in onderstaande afbeelding. In dit schetsontwerp is naast de vastliggende verkeersontsluitingen (aan de Boomgaardstraat en de Kadedijk) ook een indicatieve langzaamverkeersontsluiting opgenomen ter hoogte van het perceel F1623. Bij de mogelijke ontwikkeling van dit perceel in de toekomst kan deze verkeersontsluiting komen te vervallen.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
14
SCHETSONTWERP
Binnen het plangebied worden 57 woningen gerealiseerd bestaande uit: 1 vrijstaande woning; 16 twee-onder-een-kapwoningen; 4 rijwoningen (hoek) met garage; 8 rijwoningen (hoek), en; 28 rijwoningen (tussen). De rijwoningen (tussen) zullen binnen het plan als volgt worden onderverdeeld: 22 rijwoningen met een beukmaat van 4,5 meter; 6 rijwoningen met een beukmaat van 5,4 meter. De 22 rijwoningen met een beukmaat van 4,5 meter vallen in de categorie 'Betaalbare woningen'. Deze woningen zullen worden aangeboden voor een prijs onder / op de betaalbaarheidsgrens zoals die door het Rijk en de provincie zijn vastgesteld. Omgerekend betekent dit dat circa 40% (38,6%) wordt uitgevoerd als betaalbare woning. Voor de woningen zal worden aangesloten bij de bouwhoogten van de omliggende 'bestaande' woningen (11 meter). De diepte van de woningen wordt gestandaardiseerd op 10 meter, waarbij de breedte van de woningen afhankelijk is van het type woning. Naast enkel woningen biedt het
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
15
plangebied ook ruimte voor diverse groenzones, voorzien van de noodzakelijke waterbergingen en nieuwe wegen en voet- en wandelpaden voor de benodigde infrastructuur. Middels de realisatie van deze open structuur geeft deze inbreidingslocatie nieuwe kwaliteit aan de dorpskern van Fijnaart. 2.2.1.2 Perceel F1623 Op de locatie aan de Boomgaardstraat, tussen de huisnummers 8 en 14, is in de huidige situatie een 'niet-bestemd' parkeerterrein gesitueerd. Middels voorliggend bestemmingsplan zal deze locatie positief bestemd worden binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Daarnaast wordt, in samenspraak met de gemeente Moerdijk, deze locatie voorzien van een wijzigingsbevoegdheid (zoals zichtbaar op voorgaande inrichtingsschets) voor het onder voorwaarden mogelijk maken van maximaal 2 woningen (zie artikel 6.3 in de regels). 2.2.1.3 Perceel F237 Direct ten oosten van het plangebied is een agrarisch perceel gelegen (Kadedijk 79), waarop sprake kan zijn van een 'spuitzone' waarvoor een afstandsgrens van 50 meter wordt gehanteerd, zoals aan de orde geweest in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 oktober 2022 (Asdockterrein, ECLI:NL:RVS:2022:3023).
Omdat het vigerende bestemmingsplan ''Buitengebied Moerdijk'' een mogelijke spuitzone op het perceel F237 niet uitsluit, is met de eigenaar van het perceel overeengekomen een spuitvrije zone op te nemen. De spuitvrije zone wordt gemeten vanaf de rand van het nieuwe gevoelige bouwvlak (Wonen). Deze spuitvrije zone is juridisch geborgd in de regels behorende bij dit bestemmingsplan (artikel 3.1). 2.2.2
Verkeer en parkeren
2.2.2.1 Kader Parkeerbeleid Voor het gemeentelijk grondgebied van Moerdijk is in 2021 nieuw parkeerbeleid opgesteld, dat aansluit bij de ambities en doelstellingen van de strategische visie Moerdijk 2030. Dit parkeerbeleid maakt onderdeel uit van de paraplunota 'Maatschappij' en is vastgesteld door de raad op 30 september 2021. Onderdeel van het gemeentelijk parkeerbeleid is de Nota Parkeernomen. Ook deze is op 30 september 2021 vastgesteld door de raad. Deze is opgesteld als uitwerking van het geactualiseerde parkeerbeleid van de gemeente. De nota beoogt het vastleggen van de Moerdijkse parkeernormen en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie. Dit betekent dat binnen de gemeente Moerdijk verschillende parkeernormen voor dezelfde functie kunnen gelden, afhankelijk van de locatie van de functie. Als basis voor de parkeernormen gelden de in 2021 vastgestelde parkeernormen. In de praktijk werken deze goed en sluiten ze aan bij de praktijk. Binnen de bebouwde kom is het uitgangspunt dat parkeerplaatsen zoveel mogelijk openbaar toegankelijk dienen te worden gerealiseerd; hierbij worden alle parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd.
Parkeren wordt binnen het plangebied opgelost, waarbij rekening is gehouden met voldoende openbaar toegankelijke parkeerplaatsen. Hierin wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid, opgenomen in paragraaf 4.4.4. 2.2.2.2 Verkeer Voor een goede afwikkeling van het autoverkeer is een goede aantakking op het bestaande wegennet van belang. Om de huidige en toekomstige verkeerssituatie in beeld te krijgen is een verkeerstoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
16
De huidige (theoretische) verkeersgeneratie van het plangebied bedraagt 403 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. De toekomstige verkeersgeneratie van het plangebied bedraagt 476 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Daarmee neemt de verkeersgeneratie als gevolg van het plan in theorie toe met circa 73 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. In praktijk is de verkeerstoename op het omliggend wegennet zo groot als de toekomstige verkeersgeneratie (+ 476 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal), omdat de huidige bedrijfspanden binnen het plangebied al enige tijd leeg staan. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een beperkte verkeerstoename op het omliggend wegennet. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling ontstaan op de belangrijkste ontsluitingswegen (Kadedijk en Patrijsstraat) geen knelpunten met betrekking tot de afwikkeling van het verkeer en verkeersveiligheid. 2.2.2.3 Ontsluiting In de toekomstige situatie maakt het plangebied gebruik van twee, voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke, ontsluitingen. De ontsluiting aan de Kadedijk blijft, aangepast, op de huidige locatie behouden. De huidige ontsluiting aan de Boomgaardstraat wordt in noordelijke richting verschoven (verdwijnt op perceel F1623), nabij de kruising met de Edvard Griegstraat en de Patrijsstraat.
Middels verschuiving van deze ontsluiting wordt een logische infrastructurele ontsluiting van het plan gewaarborgd. Hierbij worden de woningen gesitueerd op een nieuw te ontwikkelen woonstraat. Gezien het hoogteverschil wordt een trottoir aangelegd met een hellingspercentage dat voldoet aan de normen voor voetgangers (CROW). Technisch is dit op te lossen met een langere en flauwere hellingbaan in een z-vorm. Dit wordt in het civieltechnisch plan nader uitgewerkt. Naast deze, voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke, ontsluitingen voorziet het plan ook in twee, voor langzaamverkeer toegankelijke, ontsluitingen. In het schetsontwerp is een langzaamverkeersontsluiting opgenomen ten noorden van het perceel F1623. Bij de mogelijke ontwikkeling van het perceel F1623 in de toekomst kan deze verkeersontsluiting in de huidige voorschreven vorm blijven bestaan. Daarnaast is in het schetsontwerp een langzaamverkeersontsluiting opgenomen achter het perceel aan de Boomgaardstraat 2. Deze ontsluiting takt aan op de bestaande langzaamverskeersroute (parallel aan de Kadedijk). 2.2.2.4 Parkeren Op basis van de parkeernormen uit deze nota wordt een parkeerbalans opgesteld en getoetst in hoeverre wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen binnen het plangebied. Conform de gebiedsindeling in de 'Beleidsregels Nota Parkeernormen 2021' ligt het plangebied in zone 'Restgebied'.
De beoogde 57 woningen die zijn beoogd binnen het plangebied, hebben allen een woonoppervlak dat groter is dan 90 m². Voor dit woningtype schrijft de beleidsregel een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning (inclusief bezoekersparkeren) voor. Afgerond bedraagt de parkeerbehoefte van het plangebied in de toekomstige situatie daarmee (57 * 2,2 =) 126 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden vrijstaande, twee-onder-een-kap en hoekwoningen gerealiseerd met garage inclusief oprit. Daarnaast worden langs de interne ontsluitingswegen parkeervakken gerealiseerd. In de 'Beleidsregels Nota Parkeernormen 2021' zijn berekeningsaantallen opgenomen voor garages/opritten in verschillende vormen. Onderstaande tabel toont de omrekenfactoren en het aantal parkeerplaatsen per type parkeervoorziening, conform de meest recente ontwerptekening van de beoogde plansituatie.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
17
Zoals op te maken uit bovenstaande tabel, bedraagt het totale parkeeraanbod in de beoogde situatie 126 parkeerplaatsen, rekening houdend met de omrekenfactoren die gelden bij de verschillende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Dit aantal voldoet aan de gemeentelijke parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. 2.2.3 Groen De woningen worden voorzien van een individueel ingerichte achtertuin. De nadruk van de erfafscheidingen ligt hierin op groen. Daarnaast kent het plangebied een zestal grootschalige groenstructuren. Deze bestaan uit de drie locaties voor de aan te leggen wadi's, een locatie nabij de woning aan de Kadedijk 77, de groenstrook parallel aan de Kadedijk en de groenstructuren (in de vorm van bomenrijen) parallel aan de nieuw te ontwikkelen woonstraten. Deze groenstructuren, met een gezamenlijk oppervlakte van circa 4.000 m², zullen worden ingericht met gebiedseigen beplantingssoorten. In de beoogde situatie is oppervlaktewater voorzien in de vorm van wadi's in het openbare gebied. 2.2.4 Duurzame en gezonde leefomgeving Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden.
Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid. 2.2.4.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie: de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd; de oriëntatie van de woningen is geoptimaliseerd voor zonne-energie (zongericht verkavelen); er wordt ruimte geboden voor elektrische laadpalen (m.b.t.
energietransitie in mobiliteit); er wordt gebruikt gemaakt van aardwarmte, warmte-koude opslag, lucht warmte-koude opslag, of andere vormen van duurzame energie; de woningen worden volgens het BENG-principe gebouwd. 2.2.4.2 Klimaatbestendigheid Zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. De gemeente Moerdijk heeft hieromtrent de ''Klimaatstrategie 2021'' vastgesteld. Dit beleidsstuk gaat uit van 3 strategische beleidslijnen, te weten: Gezond leef-, werk- en leerklimaat (Hoe gaan we om met langere periodes van hitte, wateroverlast en extremer weer? Wat betekent dat voor de inrichting van pleinen, straten en je bedrijfsomgeving? En hoe beschermen we kwetsbare groepen zoals ouderen en schoolkinderen?); Klimaat en het productielandschap 2.0 (Het klimaat gaat verschuiven. Hoe ziet de toekomst er voor boeren uit? Liggen er kansen voor andere teelten? Wat betekent de klimaatverandering voor bedrijventerreinen?);
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
18
Samen me de natuur (Hoe gaan we om met de nieuwe natuur: klimaatbossen, voedselbossen, tijgermug, eikenprocessierups? Hoe krijg je meer bijen in je tuin om overlast door wespen te voorkomen?).
Onderhavig plan voldoet op de volgende wijze aan de 3 strategische lijnen Gezond leef-, werk- en leerklimaat 1. Middels voorliggend plan wordt voldoende groen (in de vorm van o.a. een mix aan bomen in de 1e, 2e en 3e grootte) aangelegd in de openbare ruimte (zowel langs de af- en toeritten, alsmede ook rondom het functioneel groen) om hittestress te voorkomen. 2. Middels voorliggend plan wordt voorzien in voldoende hemelwaterberging (nader uiteengezet in paragraaf 5.3). Middels de aanleg van zogenoemde wadi's worden grotere buien probleemloos vertraagd afgevoerd. Klimaat en het productielandschap 2.0 1. Middels voorliggend plan wordt voldoende groen (in de vorm van o.a. bomen) aangelegd in de openbare ruimte (zowel langs de af- en toeritten, alsmede ook rondom het functioneel groen) om hittestress te voorkomen. 2. Middels voorliggend plan wordt voorzien in voldoende hemelwaterberging (nader uiteengezet in paragraaf 5.3). Middels de aanleg van zogenoemde wadi's worden grotere buien probleemloos vertraagd afgevoerd. Samen met de natuur 1. In voorliggend plan zijn de groeiplaatsen van bomen optimaal ingericht, zodat boomkronen volledig kunnen uitgroeien (openbaar terrein). Hierbij is tevens rekening gehouden met de private eigendommen van toekomstige bewoners (mogelijkheid tot opwekken zonne-energie). 2. Voorliggend voldoet aan de eisen van natuurinclusief bouwen.
Hieromtrent heeft de opdrachtgever thans een adviseur in de arm genomen. 3. Middels voorliggend plan is er sprake van een natuurlijke dooradering (bomenrijen nabij afen toeritten). Daarnaast is er sprake van voldoende kwalitatief groen op de hiervoor ingerichte locaties.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
19
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
20
Hoofdstuk 3 3.1
Juridisch planbeschrijving
Planmethodiek
Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is in het voorliggende bestemmingsplan de toekomstige situatie gedetailleerd vastgelegd in een eindbestemming. Een eindbestemming biedt een directe bouwtitel, wat betekent dat wanneer een aangevraagde bouwactiviteit past binnen de in de bestemming genoemde regels, een omgevingsvergunning kan en moet worden afgegeven. Omdat er momenteel nog geen concreet bouwplan voorhanden is, is de nodige flexibiliteit aangebracht.
3.2
Systematiek bestemmingen
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) De regels zijn zoveel mogelijk opgebouwd conform het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Moerdijk en sluit tevens aan bij de systematiek van de meest recente bestemmingsplannen voor de kernen binnen de gemeente. Hierna worden de vier hoofdstukken kort toegelicht. 3.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn diverse begrippen verklaard, die in de regels zijn opgenomen. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in hoofdstuk 1 het artikel ‘wijze van meten’ opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. 3.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per artikel is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' is gebruikt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. Binnen deze bestemming is de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf toegestaan.
Middels opname van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitvrije zone' is juridisch geborgd dat een planologische spuitzone is uitgesloten op gronden gelegen binnen deze aanduiding. Groen De bestemming 'Groen' is gebruikt voor plantsoenen, groenstroken en andere aanplanten binnen het plangebied die kunnen worden aangemerkt als structureel groen. Binnen deze bestemming zijn speelvoorzieningen toegestaan. Gebouwen en parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan binnen de bestemming. Tuin De voortuinen en langs de nieuw aan te leggen woonstraat en zijtuinen behorende bij de woningen zijn bestemd als tuin. Hier mogen ook parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. In de bestemming 'Tuin' mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erkers, luifels, balkons en andere ondergeschikte bouwdelen worden gerealiseerd. Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming geldt voor wegen, straten en pleinen, voet - en fietspaden ten behoeve van de afwikkeling van alle verkeer. Verder zijn binnen deze bestemming ook nuts- en speelvoorzieningen toegestaan. Middels opname van een wijzigingsbevoegheid naar het onder voorwaarden wijzigen van de bestemming in de bestemming 'Wonen' (met betrekking tot de realisatie van 2 woningen), is juridisch geborgd dat het college het gedelegeerde bevoegde gezag is voor deze wijziging.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
21
Water De bestemming 'Water' is gebruikt voor de watergang die de woonbestemming scheidt van de agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is planologisch gezien onder meer ruimte voor waterberging en instandhouding en ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden. Wonen De bestemming ‘Wonen‘ is opgenomen voor de nieuw te bouwen woningen in het plangebied. Bij de woningen is binnen en buiten het bouwvlak erfbebouwing in de vorm van uitbreidingen van de woonruimte, bijgebouwen dan wel overkappingen, zoals carports, en/of andere bouwwerken, toegestaan. Waterstaat - Waterlopen De bestemming 'Waterstaat - Waterlopen' is opgenomen om de A-watergang te beschermen. Binnen een zone van 5 meter vanuit de A-watergang is bebouwing niet toegestaan. 3.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels In hoofdstuk drie worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.
Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen dat er enkele kan worden gebouwd indien op het bouwperceel of in de directe omgeving daarvan voldoende parkeergelegenheid is voorzien en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gehouden. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een gebruiksregeling in relatie tot de realisatie van voldoende parkeergelegenheid opgenomen en zijn een drietal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen (hemelwaterberging en natuurwaarden). Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een algemene afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor geringe overschrijding van de bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsmogelijkheid voor de overschrijding van de bestemmingsgrenzen opgenomen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en houdt geen verplichting in. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd. Overige regels In de regels van een bestemmingsplan wordt in een (toenemend) aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van het plan.
3.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
22
3.3
Overig
Geometrische plaatsbepaling en verbeelding Voor het tekenen van de verbeelding is een topografische ondergrond gebruikt. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van geometrisch bepaalde bestemmingen. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Ook maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
23
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
24
Hoofdstuk 4
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op: nationaal niveau; provinciaal niveau; regionaal niveau; gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 ondertekend en inmiddels in werking treden. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering, en de overgang naar een circulaire economie vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden. In dit licht zijn de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5.
Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde infrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoendebeschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.
Ontwikkelen van een duurzame visserij. Analyse Voorliggend plan voorziet in een ontwikkeling van 57 woningen bestaande uit verschillende woningtypen. Deze ontwikkeling draagt bij aan de opgave om tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de bestaande Nederlandse woningvoorraad. Middels deze ontwikkeling wordt zorg gedragen voor een aanvulling op de woningvoorraad in bepaalde categorieën die aansluit op de woonbehoeften in Nederland. Hierbij worden kwaliteit en bereikbaarheid onder meer als
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
25
uitgangspunten genomen, waardoor een goede leefomgevingskwaliteit gerealiseerd kan worden. Daarnaast wordt bij het realiseren van de woonwijk wordt rekening gehouden met het veranderende klimaat en wordt middels diverse maatregelen ervoor gezorgd dat er sprake is van een klimaatbestendige ontwikkeling. Op deze manier draagt het planvoornemen bij aan de nationale doelstelling om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Bovendien blijkt uit diverse uitgevoerde onderzoeken ten behoeve van de ontwikkeling van de woonlocatie, dat deze ontwikkeling geen negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid heeft. Hiermee wordt een gezonde en veilige fysieke leefomgeving gewaarborgd. Conclusie Het plan geeft invulling aan het beleid, zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie biedt een integraal en vernieuwend kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op nationaal niveau. De structuurvisie schetst de drie ambities van het Rijk, tot 2040, namelijk concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze lange termijn ambities vloeien voort uit doelstellingen van het Rijk op de middellange termijn, tot 2028.
De drie hoofddoelstellingen zijn concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig. Concurrerend: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Bereikbaar: Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Leefbaar & veilig: Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Om deze drie doelen te doen slagen wordt in de SVIR beschreven dat het roer omgegooid moet worden. De ruimtelijke ordening moet zo dicht mogelijk staan bij diegene die het aangaat, de burgers en bedrijven. Daarnaast laat het Rijk meer over aan de provincies en gemeenten en komt de gebruiker meer centraal te staan. Verder staan in de SVIR 13 nationale belangen beschreven die nagekomen moeten worden bij nieuwe ontwikkelingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er geen nationale ambities, doelen of belangen die beschreven staan in de SVIR in het geding. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de ambities, doelstellingen en belangen uit de SVIR. Het gaat daarbij om de volgende nationale belangen die door de regels in het Barro beschermd worden: 1. Rijksvaarwegen 2.
Project Mainportontwikkeling Rotterdam 3. Kustfundament 4. Grote rivieren 5. Waddenzee en waddengebied 6. Defensie 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen 8. Elektriciteitsvoorziening 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Ecologische hoofdstructuur 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12. IJsselmeergebied 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Wanneer er voor een nieuwe ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing gemaakt moet worden, is het van belang om de regels van het Barro in acht te nemen. In voorliggend bestemmingsplan is geen sprake van invloed op de nationale belangen beschreven in het Barro. Het is daarom niet nodig om voor de ontwikkeling op deze planlocatie aanvullende maatregelen te treffen.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
26
4.1.4 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening sinds 1 oktober 2012. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet een beschrijving van de behoefte plaatsvinden en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Analyse Om te beoordelen of een ontwikkeling ladderplichtig is, wordt gekeken naar nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling op het gebied voor wonen wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.
Bij deze ontwikkeling gaat het over het realiseren van 57 woningen binnen stedelijk gebied waarbij herontwikkeling van een bedrijfslocatie grenzend aan een woonwijk plaatsvindt. Er zijn geen woningen binnen de bedrijfslocatie aanwezig. Hierdoor vindt er een getalsmatige toevoeging van 57 woningen plaats. Het initiatief betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, zodat alleen de behoefte dient te worden aangetoond. Behoefte De Brabantse Agenda Wonen van de provincie Noord-Brabant bestaat uit een koers voor verdere regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Belangrijke doelstellingen van deze agenda zijn: de verduurzaming en vernieuwing van de bestaande woningvoorraad, het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen en de versnelling van de woningbouwproductie. Vanuit deze doelstellingen en ambities is het van provinciaal belang dat woningmarkten op regionale schaal goed functioneren. Daarnaast is het van belang dat het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft vier regio's beschreven die samen moeten werken: West-Brabant, MiddenBrabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. De voorgenomen planlocatie is gevestigd in de gemeente Moerdijk en dus in de regio West-Brabant.
De regionale woningbouwafspraken voor WestBrabant zijn vastgelegd in de Stuurgroep Wonen West-Brabant West. Voor de woningbouwafspraken in de regio West-Brabant is onder meer vastgelegd dat de woningbouwbehoefte en -afspraken per gemeente worden gebaseerd op de woningbouwprognose van de provincie Noord-Brabant. In 2020 heeft de provincie haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Op basis van deze prognose dient de gemeente Moerdijk 1.365 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode van 2020 tot 2030. De woningen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, passen binnen deze prognosecijfers en tonen de behoefte aan deze 57 woningen aan. Dit plan geeft inzicht aan de behoefte aan extra woningen, hoewel niet volledig passend binnen de woondeal. Gezien het feit dat de woondeal pas op 9 maart 2023 is vastgesteld en de startovereenkomst gesloten is in september 2022, is de gemeente Moerdijk voornemens toch medewerking te verlenen aan het plan. 4.1.5 Conclusie Er is gekeken naar meerdere nationale beleidsdocumenten, de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de eerder genoemde beleidsdocumenten. Op deze wijze is er voldaan aan de verantwoording van het nationaal beleid.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
27
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's: Omgevingsvisie Noord-Brabant; Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant; Perspectief op Wonen. Het plan wordt aan deze nota's getoetst. 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De omgevingsvisie Noord-Brabant is vastgesteld op 14 december 2018. Deze omgevingsvisie bevat de visie van de provincie Noord-Brabant over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien, dit is de lange termijnvisie. Daarnaast wordt ook de middellange termijnvisie besproken, tot 2030. De omgevingsvisie wordt omschreven als een wensbeeld dat richting geeft aan het formuleren van doelstellingen. Het is nadrukkelijk geen regionale strategie, blauwdruk of nieuw kader. De visie van de provincie is een verbonden, vernieuwend, welvarend en klimaatproof Brabant. Dit zorgt ervoor dat Noord-Brabant een provincie is waar mensen goed wonen, werken en recreëren in 2050. Verbonden: Brabant maakt in 2050 gebruik van zijn centrale ligging door fysieke en sociaalmaatschappelijke verbindingen. Daarnaast zijn we met de gehele wereld verbonden via digitale verbindingen. Vernieuwend: In 2050 wil Brabant in netwerken actief samenwerken aan oplossingen voor uitdagingen met een maatschappelijk belang. Door fysieke en digitale ontmoetingsplaatsen weten partijen elkaar gemakkelijker te vinden.de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Welvarend: De internationale concurrentiepositie van Brabant is versterkt dankzij de voortrekkersrol in de transitie naar een duurzame en innovatieve economie, maar ook door het goede vestigingsklimaat voor kenniswerkers en bedrijven. Klimaatproof: Noord-Brabant is in 2050 energieneutraal. De uitstoot van broeikasgassen is dan fors verminderd door een samenwerking tussen bewoners, bedrijven, overheden, innovatieve- en kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in Brabant. De omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant gaat niet specifiek in op de sector wonen of op de planlocatie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen deze omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben de Provinciale Staten de Interim Omgevingsverordening (IOV) vastgesteld. De laatste geconsolideerde versie van de IOV dateert van 1 augustus 2023. De IOV bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld in lijn met de Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen.
Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid): afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies; afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. 4.2.2.1 De toedeling van functies Het plangebied van de woningbouwontwikkeling is onderdeel van het 'Stedelijke gebied' en 'Landelijke kern', zie onderstaande afbeelding. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. Daarnaast is perceel 237, gelegen in het landelijk gebied, onderdeel van deze bestemmingsplanherziening. Gezien het feit dat binnen dit perceel geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden (enkel opname van een spuitvrije zone) is toetsing aan de IOV, voor dit perceel, niet aan de orde.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
28
UITSNEDE PLANKAART INTERIM OMGEVINGSVERORDENING
''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Het planvoornemen past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het planvoornemen zorgt voor de ontwikkeling van een woonlocatie op een bestaande bedrijfslocatie. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast wordt deze woonlocatie gerealiseerd op de plek van een leegstaand bedrijfspand, waardoor binnen het concentratiegebied van de gemeente Moerdijk de stedelijke opgaven worden verwezenlijkt. Dit sluit aan bij de omgeving. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Het plan is op alle milieuaspecten getoetst en voldoet aan alle eisen. b.
bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Het plan voorziet in een inbreidingslocatie op een bedrijfsperceel aansluitend aan een woongebied, er is derhalve sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
29
De woningen worden voorzien van warmtepompen, zonnepanelen en hoge isolatiewaarde. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Binnen de openbare ruimte zijn meerdere grote groenruimten voorzien. Het hemelwater wordt opgevangen, middels wadi's, en weer in de grond geïnfiltreerd. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Het plan is goed te bereiken voor langzaam en gemotoriseerd verkeer. Daarnaast kunnen laadpalen worden geïnstalleerd en is er een bushalte dichtbij. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plan voorziet in een nieuwe invulling van een bestaande bedrijfslocatie aansluitend aan een woonwijk. Met dit plan wordt de woonkwaliteit binnen Fijnaart versterkt en komt er ruimte op de woningmarkt. Op deze manier wordt de lokale economie versterkt. 4.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: Verbod uitbreiding veehouderij; Norm wateroverlast Stedelijk gebied. Verbod uitbreiding veehouderij Uit lid 1 onder a van artikel 3.51 volgt dat de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij op deze gronden zijn uitgesloten. Voorliggend plan betreft de realisatie van een woonlocatie.
Norm wateroverlast Stedelijk gebied Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/10 per jaar voor overige gebieden. Voorliggend plan voldoet aan deze eisen voor het Stedelijk gebied. 4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De voor het plan relevante basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zijn: zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; kwaliteitsverbetering van het landschap. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het plan een functieverandering van een bestaand bedrijfsperceel binnen een woongebied betreft. Er heeft een zorgvuldige situering van gebouwen plaatsgevonden binnen het bestaande stedelijk weefsel, waarbij rekening is gehouden met en uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden.
De meerwaarde wordt gecreëerd door: het wegnemen van leegstaande, verouderde bedrijfslocatie; het realiseren van kwalitatief hoogstaande woningen binnen Fijnaart; het realiseren van een duurzame ontwikkeling. Kwaliteitsverbetering landschap Conform artikel 3.9 IOV moeten ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk gebied gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Onderhavig plan ligt binnen het stedelijk gebied. Dit artikel is derhalve niet van toepassing.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
30
4.2.2.4 Conclusie Het plan voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.2.3 Provinciaal mobiliteitsbeleid: koers 2030 (Provincie Noord-Brabant, 2020) Alle provinciale beleidskaders over mobiliteit en infrastructuur zijn in één integraal en kaderstellend Beleidskader Mobiliteit samengevoegd. Het Beleidskader Mobiliteit geldt als paraplu voor: Brabants Verkeersveiligheidsplan 2020-2024 (BVVP); Visie Gedeelde Mobiliteit is Maatwerk; KOPI; Regionale mobiliteitsagenda's en programma's in 4 regio's. Het plan sluit hierop aan. 4.2.4 Conclusie Er is gekeken naar meerdere provinciale beleidsdocumenten, de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de eerder genoemde beleidsdocumenten. Op deze wijze is er voldaan aan de verantwoording van het provinciale beleid.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Woondeal West-Brabant West De Woondeal West-Brabant West (vastgesteld op 9 maart 2023) is een overeenkomst tussen verschillende overheden en woningcorporaties in het westelijke deel van de provincie Noord-Brabant, Nederland, om de woningmarkt te verbeteren en de woningbouw te versnellen. In basis wordt niet voldaan aan de woondeal, wel kwantitatief (toevoeging van woningen), maar niet kwalitatief (afgerond 40% betaalbaar, waar 2/3 wordt voorgeschreven). Desalniettemin is als richtlijn bij het opstellen van de regionale woondeal aangegeven dat projecten niet in een zo vergevorderd stadium mogen zijn dat aanpassing van het programma tot vertraging leidt. Gezien het feit dat de woondeal pas op 9 maart 2023 is vastgesteld en de startovereenkomst gesloten is in september 2022, is de gemeente Moerdijk voornemens toch medewerking te verlenen aan het plan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie ''Moerdijk 2030'' De structuurvisie “Moerdijk 2030”, vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juni 2011, is een integrale visie die inspeelt op de ontwikkeling van de beide werelden van Moerdijk: het grootschalige (inter-) nationale Moerdijk enerzijds en het ruime, rustige, agrarische Moerdijk met een veel kleinschaliger karakter anderzijds. De visie beoogt ook deze twee werelden samen te brengen zodat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. Op onderstaande afbeelding is de structuurvisiekaart weergegeven.
UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
31
De structuurvisie is geen blauwdruk, maar een handleiding voor de toekomstige ruimtelijke koers van de gemeente met heldere uitgangspunten (spelregels) voor de verschillende partijen. De structuurvisie bestaat uit een visiegedeelte en uitvoeringsparagraaf. De structuurvisie heeft een planhorizon tot 2030 en omvat een integrale ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter. Op de bij de structuurvisie behorende verbeelding, zie bovenstaande afbeelding, is het plangebied aangeduid als ‘Revitalisering en transformatie’ (paars gearceerde vlak). De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de Structuurvisie ''Moerdijk 2030''. 4.4.2 Paraplunota’s Maatschappij, Leefomgeving en Economisch Klimaat Vanuit de structuurvisie is het gemeentelijke beleid gebundeld en zijn er drie paraplunota's opgesteld. De paraplunota's zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zin gemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota's. Hieraan kan al het beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota's zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid.
De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de 'definitie' die betrekking heeft op de 'duurzame samenleving' die uiteen valt in drie pijlers Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit). Paraplunota 'Maatschappij' richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven, wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. Paraplunota 'Leefomgeving' richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Paraplunota 'Economisch Klimaat' richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Paraplunota ‘Maatschappij’ De paraplunota Maatschappij richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. Wanneer mensen kunnen samenleven in harmonie met hun omgeving hebben zij de mogelijkheid zich te ontwikkelen. ‘Maatschappij’ heeft betrekking op het sociale gezicht van de gemeente, waar ondersteuning en voorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt.
In de paraplunota Maatschappij staan de volgende beleidsthema's centraal: Gezondheid, Woonomgeving, Sociale structuur en Ondersteuning. Paraplunota ‘Leefomgeving’ De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in de nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik. Daarnaast is in deze paraplunota vastgelegd dat er gestreefd wordt naar volledig energie-neutrale gebouwen vanaf 2020. Bovendien volgt uit de paraplunota ook de toepassing van het Convenant Duurzaam Bouwen, waarin gesteld wordt dat er minimaal 10% hogere energieprestatie-eisen worden gehanteerd in het Bouwbesluit. Verder staan in de paraplunota Leefomgeving de volgende beleidsthema's centraal: Rijke ondergrond, Helder water (doorvertaling beleidslijnen van het waterplan 2009-2015), Schone lucht, Behoud grondstoffen voor toekomstige generaties en Gevarieerde natuur. Met de Paraplunota Leefomgeving, waarin het beleid dat betrekking heeft op de leefomgeving wordt gebundeld, loopt de gemeente vooruit op de invoering van de Omgevingswet. De nota geeft aan dat Moerdijk uitdrukkelijk inzet op een toekomst die in het teken staat van duurzaamheid.
Duurzaamheid is een nieuwe manier van denken waarbij een balans gezocht wordt tussen de pijlers maatschappij, leefomgeving en economisch klimaat. Er is voor gekozen om al het gemeentelijk beleid tegen het licht te houden en te koppelen aan één van deze pijlers en om dit doel te bereiken zijn de drie paraplunota's opgesteld.
bestemmingsplan De Staalmeesters, Fijnaart ontwerp
32
Hoofdstuk 5 gaat specifiek in op de milieuplanologische aspecten. De volgende onderdelen, die terugkomen in de Paraplunota 'Leefomgeving' worden hierin nader toegelicht: Bodem (paragraaf 5.1.1); Geluid (paragraaf 5.1.5); Luchtkwaliteit (paragraaf 5.1.6); Natuurwaarden (paragraaf 5.2.3), en; Water (paragraaf 5.3). Uit deze milieuplanologische aspecten volgt dat voorliggend plan past binnen de kaders van de 'Paraplunota Leefomgeving'. Paraplunota ‘Economisch Klimaat’ In de Paraplunota Economisch Klimaat zijn de ambities voor economie en bedrijvigheid uitgewerkt, met een doorkijk naar 2030. De paraplunota kent vier hoofdthema's en doelen die gemeente Moerdijk heeft gesteld voor het economisch klimaat. Het betreft dan voornamelijk doelen om de economische basis op orde te krijgen met de ruimte om te ondernemen en een gezonde arbeidsmarkt. Daarnaast zijn levendige kernen en Moerdijk als toeristische bestemming van belang en tot slot Moerdijk als hoogwaardig knooppunt van industrie en transport. 4.4.3 Woonvisie (2021) De 'Woonvisie', die op 16 december 2021 is vastgesteld, geeft voor de lange termijn op gemeenteniveau op hoofdlijnen onze ambitie en onze doelstellingen op het gebied van wonen aan.