CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing d.d. 2 augustus 2023

Commissievergadering 13 juni 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart27.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Plangebied Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart Omschrijving project Uitbreiding agrarisch bouwvlak en herstelling opsplitsing bouwvlak in grondgebonden en intensieve bedrijfstak Projectnummer ARTS15.RO01 Datum rapportage 2 augustus 2023, versie 01 Opdrachtgever V.O.F. Knook - Maat Zwingelspaansedijk 16 4793 SH Fijnaart Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl Ruimteijke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Inhoud 1. 1.1 1.2

Inleiding Algemeen Projectlocatie

1 1 1

2. 2.1 2.2

Projectbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie

4 4 5

3. Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Moerdijk 2030 3.3.2 Visie buitengebied 3.3.3 Bestemmingsplannen

7 7 7 7 7 8 8 8 13 13 14 16

4. Ruimtelijke aspecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Soortenbescherming 4.2 Landschappelijke waarden 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 4.3.1 Cultuurhistorische en aardkundige waarden 4.3.2 Archeologische waarden 4.4 Ontsluiting en parkeren 4.4.1 Ontsluiting 4.4.2 Parkeren 4.5 Kabels en leidingen

18 18 18 21 22 25 25 26 28 28 28 29

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Milieuaspecten M.e.r.-beoordeling Bodem Water Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit (Agrarische) bedrijvigheid en geur Externe veiligheid Volksgezondheid

30 30 30 31 31 32 34 36 39 40

6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Waterparagraaf Watertoets Waterbeleid Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan Moerdijk, 2021-2024 Grondwater Oppervlaktewater

42 42 42 43 43 44 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

6.6

Afvoer hemelwater

45

7.

Economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid

48

8.

Conclusie

49

Bijlagen • • • • • • • •

Situatieschets beoogde situatie Resultaten Aerius berekening Resultaten geurberekeningen VStacks Vergunning en V-Stacks Gebied Resultaten fijn stofberekeningen ISL3a Landschappelijk inpassingsplan en Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Verslag zorgvuldige dialoog Rapportage BZV Tabel toets dynamisch afwegingskader

Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

1. Inleiding 1.1

Algemeen

V.O.F. Knook - Maat (hierna: de initiatiefnemer) is voornemens op de locatie Zwingelspaansedijk 16 te Fijnaart (hierna: de projectlocatie) de pluimveehouderij te wijzigen van een regulier huisvestingssysteem naar een 1 ster Beter leven huisvestingsysteem. Hiertoe wil zij twee nieuwe vleeskuikenstallen realiseren met inpandige uitlopen en aan de bestaande stallen overdekte uitlopen voor de vleeskuikens, met als doel meer leefruimte te creëren voor de dieren. Het aantal vleeskuikens blijft in de beoogde situatie gelijk aan het huidige vergunde dierenaantal. Binnen de huidige oppervlakte van het bouwvlak is onvoldoende ruimte beschikbaar voor de boogde ontwikkeling. Derhalve dient het bouwvlak te worden uitgebreid ten behoeve van de intensieve veehouderij. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’ (vastgesteld op 1 maart 2018) van toepassing. De locatie heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak van 1,86 hectare en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast is op een gedeelte van het bouwvlak de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing. Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan, aangezien het vigerend bestemmingsvlak onvoldoende ruimte biedt voor de geplande uitbreiding. Voor de ontwikkeling wordt een nieuw bestemmingsplan aangevraagd. Onderhavig rapport vormt de ruimtelijke onderbouwing hiervoor.

In deze rapportage wordt ingegaan op de relatie met de geldende bestemmingsplannen. Tevens zullen andere aspecten, die verband houden met het realiseren van het plan, zoals economische uitvoerbaarheid, ruimtelijke effecten van het project op de omgeving en milieuaspecten, besproken worden.

1.2

Projectlocatie

De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Moerdijk ten zuidwesten van de kern Klundert (circa 770 meter). Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Fijnaart, sectie O, nummer 96. De projectlocatie wordt ontsloten via een inrit op de zuidelijk gelegen Zwingelspaansedijk. Aan de, noord-, oost- en westzijde wordt de locatie begrensd door de omliggende weidegronden en bouwlanden. De directe omgeving van de projectlocatie heeft een gemengd karakter en wordt gekenmerkt door verspreid liggende agrarische bedrijven, niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen. De volgende figuren tonen de ligging en de begrenzing van de projectlocatie.

1 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Figuur 1: Topografische kaart omgeving plangebied (projectlocatie rood omkaderd)

Kern Klundert

Figuur 2: Luchtfoto omgeving plangebied (projectlocatie rood omkaderd)

2 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Figuur 3: Luchtfoto plangebied (plangebied rood omkaderd)

3 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

2. Projectbeschrijving 2.1

Bestaande situatie

Initiatiefnemer exploiteert op de locatie Zwingelspaansedijk 16 te Fijnaart een vleeskuikenhouderij in combinatie met een akkerbouwbedrijf. Er is een omgevingsvergunning van 15 mei 2019 van toepassing voor de huisvesting van in totaal 110.000 vleeskuikens, 2 volwassen paarden en 2 pony’s. De akkerbouwtak bestaat uit de teelt van diverse gewassen (aardappelen, wintertarwe, maïs, suikerbieten, spruiten en stamslaboon). Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’ (vastgesteld op 1 maart 2018) van toepassing. De locatie heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak van 1,86 hectare en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast is op een gedeelte van het bouwvlak de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing. Op de locatie is de volgende agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig (zie ook volgende figuur): • 4 pluimveestallen ten behoeve van de huisvesting van 110.000 vleeskuikens (circa 3.462 m2); • Bedrijfswoning. Hierin woont inititatiefnemer; • Veldschuur, werktuigberging; • Loods, bewaarplaats voor agrarische producten; • Landbouwschuur, werktuigberging. Hierin worden tevens 2 pony’s en 2 paarden gehuisvest; • Een aardappelbewaarplaats. De volgende figuur geeft een weergave van de situering van de verschillende gebouwen in de huidige situatie.

4 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Veldschuur/ werktuigenberging

Bewaarplaats agrarische producten

4 pluimveestallen

Aardappelbewaarplaats Machineberging/ paardenstal

Bedrijfswoning

Figuur 4: Situatietekening bestaande situatie

2.2

Gewenste situatie

De initiatiefnemer exploiteert een vleeskuikenhouderij met als neventak een akkerbouwbedrijf. De initiatiefnemer is voornemens de vleeskuikenhouderij te wijzigen om te voldoen aan het houderijsysteem met 1 ster Beter Leven. Daartoe wil zij een tweetal nieuwe stallen realiseren met inpandige uitlopen en aan de bestaande stallen overdekte uitlopen voor de kippen, met als doel meer leefruimte te creëren voor de dieren. Het aantal kippen blijft in de beoogde situatie gelijk aan het huidige vergunde dierenaantal. De kippen hebben onder het keurmerk Beter Leven meer daglicht, meer ruimte, afleidingsmateriaal en mogelijkheden om hun natuurlijk gedrag uit te oefenen. Om het huidige vergunde aantal dieren te kunnen houden conform de eisen van het Beter Leven 1 ster keurmerk, dient meer leefruimte te worden gecreëerd. Binnen de huidige oppervlakte van het bouwvlak is hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar. Derhalve dient het bouwvlak te worden uitgebreid ten behoeve van de intensieve veehouderij. Aan het akkerbouwbedrijf wijzigt niets; dit blijft de neventak naast de hoofdtak vleeskuikenhouderij. Tevens maakt een landschappelijke inpassing van het bedrijf onderdeel uit van de voorgenomen ontwikkeling. Voor de gewenste indeling van het perceel wordt verwezen naar de situatietekening in de bijlage.

Het is mogelijk om via de regels te beschrijven dat er een scheiding is binnen het bedrijf en daarbij op te nemen wat de bebouwingsmogelijkheden zijn.

5 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Gelet op de gewenste situatie wordt het bouwperceel met de hoofdtak (vleeskuikenhouderij) uitgebreid tot 1,47 hectare. Daarnaast blijft de neventak ‘akkerbouw’ ongewijzigd; het bouwperceel ten behoeve van de akkerbouwtak is 0,53 hectare. Daarmee wordt een bouwperceel aangevraagd van in totaal 2,0 hectare, waarbinnen de maximale omvang van de veehouderij 1,47 hectare bedraagt. Binnen het bedrijf worden verdergaande duurzame maatregelen genomen: • Het gebruik van zonnepanelen; • Eigen waterbron; • Er wordt geen gebruik gemaakt van aardgas; • 1/3 van het voer wordt op eigen grond geteelt; • Op de gronden worden vlinderbloemige gezaaid voor het vaslteggen van stikstof; • De gronden worden veeldvuldig ingezaaid met groenbemesters; • Eniergezuinige maatregelen zijn genomen i de vorm van led-verlichtig, frequentie gestuurd ventilatie, warmtewisselaars. De volgende figuur toont een uitsnede van de beoogde situatie. In de bijlage is de volledige situatietekening en plattegrondtekning van de beoogde situatie bijgevoegd.

Figuur 5: Uitsnede beoogde situatie

6 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

3. Beleid 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De landbouw is een belangrijke economische pijler van de Nederlandse economie. Hier liggen veel kansen om de concurrentiepositie van Nederland te versterken. Onderhavig initiatief draagt bij aan een verbetering van deze positie op zowel de nationale als internationale markt. Onderhavig initiatief past binnen de Nationale omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de ecologische hoofdstructuur (momenteel Natuurnetwerk Nederland), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op onderhavig plan. 3.1.3

Ladder van duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten 7 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Onderhavige ontwikkeling betreft geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De Ladder is dan ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. De Structuurvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling binnen de projectlocatie en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de structuurvisie. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerd 1 oktober 2022), vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. De projectlocatie is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’ en ‘gemengd landelijk gebied’ (zie volgende figuur).

8 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Figuur 6: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Tot het gemengd landelijk gebied behoort het gebied buiten het bestaand stedelijk gebied met uitzondering van Natuur Netwerk Nederland, ecologische verbindingszone, primaire waterkeringen, rivierbed en groenblauwe mantel. De provincie geeft binnen deze gebieden ruimte aan de gemeenten om zelf aan te geven welke ontwikkelmogelijkheden er zijn voor een gevarieerde plattelandseconomie en in welke gebieden het agrarische gebruik prevaleert. Tevens gelden ter plaatse van de projectlocatie algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.49 Veehouderij in landelijk gebied; • Artikel 2.69 Eisen nieuwe stal veehouderij. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied.

De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. De initiatiefnemer is voornemens de vleeskuikenhouderij te wijzigen om te voldoen aan het houderijsysteem met 1 ster Beter Leven. Daartoe wil zij een tweetal nieuwe stallen realiseren met inpandige uitlopen en aan de bestaande stallen overdekte uitlopen voor de kippen, met als doel meer leefruimte te creëren voor de dieren. Het aantal vleeskuikens blijft in de beoogde situatie gelijk aan het huidige vergunde dierenaantal.

9 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

De bedrijfsbebouwing wordt parallel aan de bestaande bedrijfsbebouwing gerealiseerd. De ontwikkeling vindt plaats aansluitend op het bestaand bouwperceel. Hierdoor blijft het ruimtebeslag van de bebouwing beperkt. Het bedrijf voldoet in de beoogde situatie aan de wet- en regelgeving ten aanzien van geur, ammoniak en fijn stof. Daarnaast wordt de locatie op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Er is sprake van een goede omgevingskwaliteit als gevolg van de ontwikkeling. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om het bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is.

Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. De bedrijfsbebouwing wordt parallel aan de bestaande bedrijfsbebouwing gerealiseerd en landschappelijk ingepast. De ontwikkeling vindt plaats aansluitend op het bestaand bouwperceel. Hierdoor blijft het ruimtebeslag van de bebouwing beperkt. Binnen de grenzen van het bestaande bestemmingsvlak is geen ruimte om de nieuwe stallen te realiseren. Hiermee ontbreken de feitelijke mogelijkheden om de ontwikkeling binnen het toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden. In de beoogde situatie betreft de ontwikkeling een uitbreiding van het bestemmingsvlak tot 2,0 hectare, waarvan maximaal 1,5 hectare ten behoeve van de intensieve veehouderij zoals gesteld in de regels van de IOV. 1,47 ha is bedoeld voor de intensieve veehouderij en 0,53 hectare ten behoeve van de akkerbouwtak.

Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden, aardkundige waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4). De effecten op het milieu en volksgezondheid worden in hoofdstuk 5 in beeld gebracht. Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling.

10 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan. Het provinciaal beleid is nader uitgewerkt in het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant (vastgesteld 18 december 2014).

Het afsprakenkader is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in 3 categorieën: - Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; - Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief; - Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie-3-ontwikkeling (‘het vergroten van een agrarisch bouwvlak tot 2,0 hectare, waarbij maximaal 1,5 hectare ten behoeve van de intensieve veehouderij. Dit betekent dat de kwaliteitsverbetering van het landschap dient te worden vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing, waarbij de minimale investering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. In onderhavige situatie is sprake van een toename van het agrarisch bouwvlak van 1,86 hectare naar 2,0 hectare. Dit komt neer op een toename van 0,14 hectare.

Hierdoor is sprake van een waardevermeerdering van (Agrarisch (€5/m2) naar Agrarisch bouwvlak (€25/m2): 0,14 hectare * €20/m2 = €28.000. 20 procent van de meerwaarde dient te worden geïnvesteerd ten behoeve van de landschappelijke inpassing. In onderhavige situatie komt dit neer op €5.600. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit is als bijlage bijgevoegd. De beoogde investering is hierin opgenomen. Er wordt voldaan aan de vereiste tegenprestatie. Financiële, juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap dient juridisch te worden vastgelegd. De landschappelijke inpassing wordt verankerd in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting in de voorschriften van de omgevingsvergunning. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd.

11 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Veehouderij in landelijk gebied In artikel 3.49 zijn regels opgenomen ten aanzien van uitbreiding van, vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij in landelijk of gemengd landelijk gebied. De volgende regels zijn van toepassing: a) geborgd is dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan; Uitbreiding van de veehouderij is slechts mogelijk als deze veehouderij ‘zorgvuldig’ is. Een zorgvuldige veehouderij is een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. De mate waarin een veehouderij zorgvuldig is, wordt bepaald in deze nadere regels in vorm van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). Deze beoordelingssystematiek heeft als uitgangspunt dat ontwikkelruimte moet worden verdiend. Een veehouderij die ten minste 7,25 punten behaalt overeenkomstig de BZV treft voldoende maatregelen om te voldoen aan (de ontwikkeling naar) zorgvuldige veehouderij. De BZV is voor het initiatief uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage bij dit schrijven. Er wordt voldaan aan de BZV.

b) het bouwperceel bedraagt ten hoogste 1,5 hectare; Het bouwperceel van de intensieve veehouderij bedraagt in de beoogde situatie 1,47; het overige gedeelte van het bouwvlak (0,53 hectare) staat ten dienste van het akkerbouwbedrijf (vollegrondsteeltbedrijf). c) de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar in de omgeving; In hoofdstuk 4 en 5 wordt aangetoond dat de ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. d) mestbewerking is uitgesloten tenzij dit ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest is; Er is geen sprake van mestbewerking op de locatie. e) aangetoond is dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zie paragraaf 5.7 (Agrarische bedrijvigheid en geur). f)

de landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat; De locatie wordt landschappelijk ingepast waarbij de landschappelijke inpassing een omvang heeft van 10% van het bouwperceel.

g) de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. Er zal een zorgvuldige dialoog met de omwonenden worden gevoerd. De ontwikkeling voldoet aan de regels voor uitbreiding van veehouderijen. Eisen nieuwe stal veehouderij. Voor een nieuwe stal geldt dat ieder huisvestingssysteem dat wordt toegepast, moet voldoen aan de eisen uit bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem. 12 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

De nieuwe stallen worden voorzien van een stalsysteem met buizenverwarming in combinatie met negatieve ionisatie door middel van coronadraden met 40 emitters per meter prikkeldraad (BW 2017.01.V4 i.c.m. E7.16)). Dit stalsysteem voldoet met een ammoniakemissie van 0,021 per dierplaats per jaar aan de gestelde technische eisen. Er wordt voldaan aan de regels uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Moerdijk 2030

De gemeente Moerdijk heeft op 9 juni 2011 de gemeentelijke structuurvisie ‘Moerdijk 2030’vastgesteld. De nieuwe structuurvisie is van toepassing op het hele grondgebied van de gemeente Moerdijk. In deze visie voor de (middel)lange termijn geeft de gemeente richting aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de positie van de gemeente in de regio, waarbij de gemeente ambitieus is, maar wel realistisch. De Strategische Visie biedt een kapstok voor integraal afgestemd gemeentelijk beleid, op basis waarvan prioriteiten kunnen worden gesteld en initiatieven van derden kunnen worden beoordeeld. Daarnaast wordt een duidelijke missie uitgedragen naar buurgemeenten, Provincie en Rijk. De volgende figuur geeft de structuurvisie in kaartvorm weer.

Plangebied

Figuur 7: Uitsnede kaart structuurvisie gemeente Moerdijk

Het grootste deel van de gemeente wordt gevormd door het mooie agrarische buitengebied. Rust en ruimte staan hier voorop. De landbouw(er) is altijd de drager geweest van het landschap en dat blijft zo. Wel staat dit soms op gespannen voet met de voortgaande schaalvergroting en de ontwikkelingen in de 'agroindustriële' bedrijven. Tegelijkertijd zet de gemeente in op de ontwikkeling van een groenblauw raamwerk: de dijken worden beplant met lanen en oude kreekstructuren worden hersteld. Zo ontstaat een sterk en fraai landschappelijk raamwerk. Om dit te realiseren wordt zoveel mogelijk de combinatie gezocht tussen landbouw, recreatie en natuur.

13 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Met betrekking tot het agrarisch buitengebied en de rol van de landbouw daarin is er het volgende wensbeeld: •

•

Er is een duidelijk onderscheid tussen het oosten van de gemeente met stedelijke kwaliteiten en het westen van de gemeente met landelijke kwaliteiten. In het oostelijk deel is er naast de stedelijke kwaliteiten nog voldoende vrije 'groene' ruimte waar natuur, landbouw en recreatie een plaats hebben. In het westelijk deel voeren rust en ruimte de boventoon en zijn natuur, landbouw en recreatieve/toeristische kwaliteiten geconcentreerd. Landbouw wordt op een duurzame, innovatieve wijze bedreven zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid van de in het buitengebied gelegen kernen.

De projectlocatie ligt in het agrarisch buitengebied, in het westelijk deel van de gemeente, waar de structuurvisie zich richt op behouden en versterken van het agrarisch gebied Onderhavig initiatief past binnen de gemeentelijke Structuurvisie. 3.3.2

Visie buitengebied

De visie Buitengebied is een ruimtelijke visie die gekaderd wordt door de gemeentelijke structuurvisie, de paraplunota’s en het gebiedsplan alsmede het provinciaal beleid. De visie buitengebied, vastgesteld op 14 juli 2016, was de basis voor het geactualiseerde bestemmingsplan buitengebied. Anderzijds vormt het een op zichzelf staand afwegingskader dat kan worden gebruikt bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. Het versterken en behouden van de kwaliteit van het buitengebied staat in de visie centraal. Daarnaast worden er binnen ruime kaders mogelijkheden geboden voor initiatiefnemers om te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan de kwaliteiten van het landschap. Onderdeel van de visie vormen twee separate documenten: het landschapskwaliteitsplan en de visie op bebouwingsconcentraties. Het landschapskwaliteitsplan beschrijft de onderscheiden kwaliteiten per landschappelijk deelgebied en geeft ontwerprichtlijnen voor de wijze waarop ontwikkelingen hieraan kunnen bijdragen. De visie bebouwingsconcentraties geeft aan in welke gebieden sprake is van een concentratie en verdichting van (woon)bebouwing en waar nieuwe toevoegingen van bebouwing passend zijn in de ruimtelijke karakteristiek. Per deelgebied zijn de kenmerken in beeld gebracht en zijn ontwikkelingsmogelijkheden geschetst.

De landbouw is in deze visie van groot belang; enerzijds als voedselproducent, anderzijds als beheerder en beeldbepalende drager van het landschap. Vooral de grondgebonden landbouw (met name in de vorm van de akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt) heeft van oudsher een belangrijke plek in het buitengebied van Moerdijk en bepaalt in hoge mate ook het beeld van het buitengebied. De agrarische activiteiten zijn landschaps- en grondgebonden en veel bedrijven zijn familiebedrijven met hun wortels in de streek. Een economisch verantwoorde voortzetting van hun bedrijf met respect voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zorgen voor het behoud van de kwaliteit en identiteit van de regio. Toets dynamisch afwegingskader In de ‘Visie buitengebied’ is een afwegingskader opgenomen voor zich aandienende initiatieven. Dit kader bevat vijf afwegingsprincipes die worden betrokken bij de beoordeling van een initiatief. De afwegingsprincipes betreffen: a) zonering prioritaire functies; b) zonering dynamiek-luwte-rust; c) behoud van de balans; d) bijdragen aan de kwaliteit van het landschap; e) invloed op de kwaliteit van de leefomgeving.

14 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Onderstaand is het initiatief getoetst aan bovenstaande afwegingsprincipes: a) Zonering prioritaire functies De gemeente is ingedeeld in verschillende deelgebieden. De zonering geeft weer welke functies in het betreffende deelgebied prioritair zijn. De locatie Zwingelspaansedijk 16 is gelegen binnen het deelgebied ‘Grondgebonden agrarisch gebied’. Dit betreft het primaire agrarische productielandschap. In dit gebied is de verdere ontwikkeling van de grondgebonden landbouw prioritair. Ontwikkelingen van bestaande veehouderijen zijn mogelijk binnen de provinciale regels van de verordening (zoals de Brabantse Zorgvuldigheidsscore, BZV) en de landelijke regelgeving voor stikstof. Onderhavig initiatief betreft een uitbreiding van een veehouderij binnen de regels van de Interim Omgevingsverordening. Deze ontwikkeling is mogelijk binnen het betreffende deelgebied. b) Zonering dynamiek – luwte – rust Bij dit principe gaat het om de mate waarin de beoogde ontwikkeling ‘onrust’ veroorzaakt als het bijvoorbeeld gaat om het aantrekken van mensen, auto’s, transportbewegingen etc. Er zijn gebieden in het buitengebied die vragen om absolute rust, bijvoorbeeld de natuur, en gebieden waar juist meer beweging passend is, zoals bijvoorbeeld in de randzones rond de kernen.

Daarnaast is het van belang om de verkeersaantrekkende werking te toetsen aan de soms beperkte capaciteit van de ontsluitingswegen en de beperkingen van de smalle dijkwegen in acht te nemen. De locatie Zwingelspaansedijk is gelegen aan een erftoegangsweg type I. De erftoegangswegen van dit type hebben een ontsluitende functie richting de gebiedsontsluitingswegen en op deze wegen is enige toename van het verkeer nog goed te verwerken. Onderhavig initiatief ziet op een uitbreiding van de veehouderij ten behoeve van de verhoging van het dierenwelzijn. Het aantal dieren neemt niet toe; het aantal verkeersbewegingen van en naar het bedrijf blijft hiermee gelijk. Dit betekent dat de wegen in de omgeving niet extra worden belast. c) Behoud van de balans Er wordt meer ruimte geboden aan vormen van gebruik in het buitengebied dan voorheen, ook als het gaat om niet agrarische bedrijvigheid, dienstverlening, verzorgende functies en voorzieningen. Deze functies zijn van oudsher niet aan het buitengebied gebonden en behoren vaak beter in het voorzieningenniveau van een kern of bedrijventerrein. Hierbij is het van belang te onderbouwen waarom deze functie op deze plek past, wat de toegevoegde kwalitatieve waarde van de functie is voor het gebied en wat de toegevoegde waarde van (de kwaliteiten van) het gebied voor de functie is.

Ruimtelijke ontwikkelingen worden alleen toegestaan als deze een bijdrage leveren aan de kwaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling van het buitengebied of gebruik maken van de kwaliteiten van het buitengebied. De ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van een veehouderij ten behoeve van het verhogen van het dierenwelzijn. Er worden verder geen niet-agrarische activiteiten ontplooid. Het initiatief wordt gerealiseerd vanuit een bepaalde vraag vanuit de samenleving en levert een bijdrage aan de verduurzaming van de landbouw en de daaraan gerelateerde ketens. d) Bijdragen aan de kwaliteit van het landschap Iedere ontwikkeling dient bij te dragen aan de kwaliteiten van het gebied en landschap ter plaatse. Het kan dan gaan om sloop van (overtollige) bebouwing of landschapsontwikkeling op of rond het erf, natuurontwikkeling, behoud en herstel van archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevolle elementen of ruimte bieden aan wandel en of fietsroutes. De wijze waarop deze kwaliteitsbijdrage ingevuld wordt is sterk afhankelijk van het initiatief, de locatie en de omgeving. In overleg met de 15 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

gemeente wordt dit nader uitgewerkt. Het Landschapskwaliteitsplan, dat onderdeel vormt van de Visie buitengebied, biedt hiervoor de benodigde informatie en inspiratie. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dat is als bijlage bijgevoegd. e) Invloed op de kwaliteit van de leefomgeving Hierbij is het van belang te bepalen of het initiatief een (mogelijk) negatieve invloed heeft op de directe woon-, werk- en leefomgeving (geluidsoverlast, milieuhinder, parkeeroverlast, verstoring van natuur, bodem, water). Hierbij wordt ook de invloed van de omgeving afgewogen. Daarnaast is het belangrijk dat een beeld wordt gevormd van de wijze waarop het initiatief door omwonenden wordt ervaren. Er is een tabel ingevuld om nadere invulling aan dit criterium te geven. Deze is als bijlage bijgevoegd. Er wordt voldaan aan de gestelde afwegingsprincipes. 3.3.3

Bestemmingsplannen

Op de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’ (vastgesteld op 1 maart 2018) van toepassing. De locatie heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak van 1,86 hectare en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast is op een gedeelte van het bouwvlak de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing (zie volgende figuur).

Figuur 8: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’ (plan gebied rood omkaderd)

Ten behoeve van de beoogde situatie dient het bouwvlak te worden uitgebreid naar 2,0 hectare, waarvan 1,47 hectare ten behoeve van de intensieve veehouderij. Daarnaast heeft het gedeelte van het bouwvlak waarop de grondgebonden neventak ‘akkerbouw zich bevindt een oppervlakte van 0,53 hectare. Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan, aangezien het vigerend bestemmingsvlak onvoldoende ruimte biedt voor de geplande uitbreiding.

16 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

In de collegevergadering van 13 december 2022 is besloten in principe medewerking te verlenen aan het verzoek voor vergroting van het bouwvlak naar 2 hectare, waarvan maximaal 1,5 hectare benut wordt ten behoeve van de pluimveehouderij. Hierbij is getoetst aan het dynamisch afwegingskader zoals dat beschreven is in de Visie Buitengebied van de gemeente Moerdijk.

17 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

4. Ruimtelijke aspecten 4.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Op nationaal niveau is bescherming van natuurgebieden geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). 4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. De volgende Natura2000-gebieden liggen in de omgeving van de projectlocatie (zie volgende figuur): • Hollands Diep circa 2,5 kilometer; • Krammer-Volkerak circa 8,1 kilometer. • Oude land van Strijen circa 8,5 kilometer; • Haringvliet circa 9,7 kilometer; • Biesbosch circa 11,0 kilometer. • Oude Maas circa 19,3 kilometer; • Ulvenhoutse bos circa 23,0 kilometer; Het meest nabij gelegen Natura2000-gebied is Hollands Diep, gelegen op een afstand van circa 2,5 kilometer van de projectlocatie.

18 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Oudeland van Strijen

Hollandse Diep

Figuur 9: Ligging Natura2000-gebieden ten opzichte van de projectlocatie (projectlocatie rood)

Zeer kwetsbare gebieden De projectlocatie is niet gelegen in een kwetsbaargebied of in een zone van 250 meter rondom een zeer kwetsbaar gebied in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij. Natuur Netwerk Nederland Natuur Netwerk Nederland is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. De volgende figuur toont de ligging van Natuur Netwerk Nederland rondom de projectlocatie.

Figuur 10: Ligging Natuur Netwerk Nederland in de omgeving van de projectlocatie (projectlocatie rood omkaderd) 19 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Het meest nabijgelegen Natuur Netwerk Nederland gebied ligt op een afstand van circa 806 meter ten zuidoosten van de projectlocatie. Gelet op de afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling leidt deze niet tot aantasting c.q. doorkruising van de NNB-gebieden. Stikstofdepositie Alle veehouderijbedrijven welke mogelijk gevolgen hebben op een Natura2000-gebied zijn verplicht een vergunning te hebben op grond van de Wet natuurbescherming. Op de inrichting geldt de VVGB in het kader van de Wnb, behorende bij de omgevingsvergunning van 15 mei 2019. De volgende tabel geeft het aantal en soort dieren, het huisvestingssysteem en de ammoniakemissie weer in de vergunde situatie. Tabel 1: Overzicht aantal dieren, huisvestingssysteem en ammoniakemissie VVGB 15 mei 2019. Stalnr Diersoort RAV code Aantal Kg NH3/ Kg NH3 omschrijving stalsysteem dieren dier/jaar totaal/jaar 1 Vleeskuikens E 5.15 Stal met buizenverwarming (BW 24.000 0,021 504,00 2017.01.V4) 2 Vleeskuikens E 5.10 Stal met verwarmingssysteem met 24.000 0,035 840,00 warmteheaters en ventilatoren (BWL 2009.14.V7) 3 Vleeskuikens E 5.10 Stal met verwarmingssysteem met 31.000 0,035 1.085,00 warmteheaters en ventilatoren (BWL 2009.14.V7) 4 Vleeskuikens E 5.11 Stal met luchtmengsysteem voor droging 31.000 0,021 651,00 strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V7 i.c.m.

E 7.6) 8 Volwassen paarden K 1.100 2 5,00 10,00 (3 jaar en ouder) 8 Volwassen pony's (3 K 3.100 2 3,10 6,20 jaar en ouder) Totaal 3.096,20

In de beoogde situatie worden twee nieuwe stallen opgericht om te voldoen aan de oppervlaktenormen voor het Beter Leven concept: stal 5 en 6. Beiden stallen met buizenverwarming in combinatie met negatieve ionisatie (BW 2017.01.V2 i.c.m. E7.16). De aard en omvang van de inrichting en het totaal aantal vleeskuikens blijven gelijk. De stallen 1 tot en met 4 worden voorzien van een overdekte uitloop. De volgende tabel geeft het aantal en soort dieren, het huisvestingssysteem en de ammoniakemissie weer in de beoogde situatie. Tabel 2: Overzicht aantal dieren, huisvestingssysteem en ammoniakemissie beoogde situatie Stalnr Diersoort RAV code Aantal Kg NH3/ omschrijving stalsysteem dieren dier/jaar 1

Vleeskuikens

2

Vleeskuikens

3

Vleeskuikens

4

Vleeskuikens

5

Vleeskuikens

6

Vleeskuikens

8

Volwassen paarden (3 jaar en ouder)

E 5.15 Stal met buizenverwarming (BW 2017.01.V4) E 5.10 Stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL 2009.14.V7) E 5.10 Stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL 2009.14.V7) E 5.11 stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V7 i.c.m. E 7.6) E 5.15 Stal met buizenverwarming in combinatie met negatieve ionisatie door middel van coronadraden met 40 emitters per meter prikkeldraad (BW 2017.01.V4 i.c.m. E7.16) E 5.15 Stal met buizenverwarming in combinatie met negatieve ionisatie door middel van coronadraden met 40 emitters per meter prikkeldraad (BW 2017.01.V4 i.c.m. E7.16)) K 1.100

Kg NH3 totaal/jaar

13.980

0,021

293,58

14.160

0,035

495,60

17.700

0,035

619,50

17.700

0,021

371,70

23.230

0,021

487,83

23.230

0,021

487,83

2

5,00

10,00

20 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

8

Volwassen pony's (3 K 3.100 jaar en ouder)

2

3,10

6,20

Totaal

2.772,24

Er wordt voldaan aan het besluit emissiearme huisvestingsystemen en aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De nieuw op te richten stallen worden voorzien van een emissiearm stalsysteem waarbij wordt voldaan aan bijlage II Technische eisen huisvestingssystemen van de Verordening. Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator voor de realisatiefase en de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie, de VVGB behorende bij de omgevingsvergunning van 15 mei 2019. In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekening toegevoegd. Het resultaat van de berekeningen laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van onderhavige ontwikkeling. Overige storende effecten Daarnaast heeft men te maken met de volgende mogelijke storende aspecten ten gevolge van activiteiten en plannen in en in de nabijheid van Natura2000-gebieden zoals verlies en versnippering van oppervlakte, verandering stroomsnelheid, effecten door geluid, licht en trilling, verstoring door mensen, mechanische effecten.

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot de omliggende Natura2000-gebieden zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van overige verstorende effecten te verwachten. 4.1.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van bouwwerkzaamheden. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: • Vogels Dit betreffen alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) en de onder de voormalige Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest.

Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. • Internationaal beschermde soorten Dit betreffen alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); 21 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

• Overige beschermde soorten Dit betreffen soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de voormalige Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren.

Toets plangebied In relatie tot de Wet natuurbescherming kan over de projectlocatie het volgende worden opgemerkt: • De locatie heeft geen kenmerkende specifieke natuurwaarden die planologisch zijn vastgelegd in het vigerende Omgevingsplan die in stand dienen te worden gehouden of extra zorg behoeven. Ook liggen de gebieden behorende tot Natuur Netwerk Nederland op ruime afstand van de projectlocatie; • De locatie waar de nieuwe stallen worden gebouwd en de omliggende landerijen zijn reeds sinds lange tijd in gebruik als agrarische grond. Door de intensieve bewerking van het land (maaien, bemesten) is het zeer onwaarschijnlijk dat in de directe omgeving van de projectlocatie beschermde soorten voorkomen; • Door middel van het versterken van de erfbeplanting wordt onderhavige ontwikkeling landschappelijk ingepast. De erfbeplanting sluit aan bij de bestaande structuren en gebiedssoorten en draagt bij aan een aantrekkelijkere leefomgeving voor eventueel voorkomende soorten. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.2

Landschappelijke waarden

In haar Visie buitengebied heeft de gemeente Moerdijk het landschapskwaliteitsplan opgenomen. Het landschapskwaliteitsplan beschrijft de onderscheiden kwaliteiten per landschappelijk deelgebied en geeft ontwerprichtlijnen voor de wijze waarop ontwikkelingen hieraan kunnen bijdragen. Onderhavig plangebied ligt in het deelgebied Grote Polders (zie volgende figuur).

22 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Figuur 11: Deelgebied Grote Polders landschapskwaliteitsplan gemeente Moerdijk (plangebied rood omkaderd)

Het deelgebied Grote Polder heeft de volgende gebiedskenmerken en landschappelijke kernkwaliteiten: • Grootschalige open polders met centrale ligging binnen de gemeente Moerdijk; • Begrenzing van de polders door relatief hoge dijken ondersteunen de beleving als ruimtelijke entiteit; • Het noordwestelijke gedeelte ontstaan als opwaspolders tijdens de 16e eeuw (geheel door water omgeven opgeslibde gorzen); • Oude geometrische inrichting van het ‘nieuwe land’ nog goed herkenbaar; • Afwatering via het natuurlijke krekensysteem (intussen veelal rechtgetrokken en aangevuld met slotenstelsels); • Rationele en hiërarchische ontsluiting met polderwegen (lange weg(en) en loodrechte kruisweg(en); • Regelmatige verkaveling (de van oorsprong in relatief kleine blokpercelen verdeelde stroken zijn nu verschaald tot grote blokken en stroken; • Jongere randpolders in het zuidwesten van de gemeente Moerdijk zijn ontstaan als aanwaspolders vanaf het einde van de 16e eeuw (Oude Appelaar) tot de 18e eeuw (Sabina-Hendrica Polder); • Jonge polders liggen hoger dan de oudere ingeklonken polders; • Inrichting van de polders is minder orthogonaal en aangepast aan natuurlijke ondergrond en bestaande structuren; • Intensief agrarisch gebruik door voornamelijk akkerbouw en fruitteelt; • Oorspronkelijke laanbeplanting langs alle dijkwegen en belangrijke polderwegen met essen en iepen (nu heeft alleen nog

de Appelaarsedijk een opgaande groenstructuur); • Plaatselijk singel- of laanbeplanting bij dijkwegen (voornamelijk met populieren en essen); • Oude smalle polderwegen met kasseienverharding (Appelaarseweg); • Natuurlijke krekenstructuren met rietoevers en begeleiding van opgaand groen (bomen, struiken en ruigte) is bijzonder in Polder De Ruigenhil nog goed herkenbaar maar vaak rechtgetrokken als onderdeel van het rationele slotensysteem; • Erven en bebouwing als losse dijklinten en langs polderwegen, soms in kleine gehuchten gegroepeerd; • Oude woon- en (agrarische) bedrijfserven met omvangrijke erfbeplanting Opwaspolder De volgende richtlijnen zijn er voor de ontwikkeling van het landschap: 23 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

• • • • •

• • •

Openhouden van de polders; Versterken van de dijkstructuren door behoud/ plaatselijke nieuwaanplant van lanen; Behoud van de geometrische inrichting en de hiërarchische opbouw (oriëntatie altijd op de hoofdweg) bij de opwaspolders; Behoud van de onregelmatige verkavelingsstructuur bij de aanwaspolders; Behoud, herstel en versterking van de natuurlijke krekenstructuren: -Door versterking van de begeleidende beplantingsvormen (bomen, struiken en ruigte) en rietoevers; -Rechtgetrokken krekenstructuren, die op luchtbeelden of historische kaarten nog te herleiden zijn, herstellen; Recreatieve dooradering; Versterken van erfbeplanting van woon- en (agrarische) bedrijfserven en landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing; Bij nieuwe ontwikkelingen kansen te benutten om de onderlinge samenhang tussen de onderdelen van de Zuiderwaterlinie te verbeteren.

Daarnaast zijn er richtlijnen voor kavel- en erfinrichting: Patroon van de verkaveling • Grote rechthoekige kavelsstructuur/ erven bij de opwaspolders; • Onregelmatige blokkavelsstructuur/ erven bij de aanwaspolders; • Agrarische functies; • Behoud van de bestaande kavels en perceelindelingen Ontwikkelingsmogelijkheden; • Ontwikkelingsmogelijkheden in de breedte en diepte mogelijk; • Geen specifieke verhouding (breedte - diepte) van het erf; • Passend in de bestaande perceelstructuren; • Aandacht voor de kreken (i.v.m. eventueel herstel). Ordening en oriëntatie bebouwing • Georiënteerd op de weg; • Bij ligging aan een kruispunt is de hiërarchie van de wegen bepalend (oriëntatie op de hoofdweg); • Onderlinge samenhang van erven bij ligging in een gehucht Erfinrichting; • Bebouwing en erfbeplanting vormen een geheel; • Inrichting aan de voorkant van de woning is tuinachtig en verzorgd; • Bedrijfsgedeelte (bebouwing, opslag en ondersteunende inrichtingen) op enige afstand van de weg met robuuste landschappelijke inpassing. Karakter • Halfopen voorkant met zicht naar de representatieve voortuin en voorgevel van de woning; • Relatief besloten bedrijfserf (achter) met groene en rustige uitstraling; • Zichtlijnen van en naar de bebouwing.

Ontsluiting • Bij voorkeur een inrit/ gescheiden inritten woon- en bedrijfsgedeelte mogelijk; • Minimale verharding door goede functionele indeling van het erf. Bebouwing • Ingetogen en passend in de omgeving. Initiatiefnemer wil 2 nieuwe stallen realiseren met inpandige uitlopen en aan de bestaande stallen overdekte uitlopen voor de kippen, met als doel meer leefruimte te creëren voor de dieren. De bedrijfsbebouwing wordt parallel aan de bestaande bedrijfsbebouwing gerealiseerd. De ontwikkeling vindt 24 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

plaats aansluitend op het bestaand bouwperceel. Hierdoor blijft het ruimtebeslag van de bebouwing beperkt. Daarnaast wordt de locatie op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Er is/wordt een landschappelijk inpassingplan opgesteld, waarbij wordt aangesloten op de aanwezige gebiedskenmerken en landschappelijke kernkwaliteiten van het deelgebied de Grote Polders en de ontwerprichtlijnen voor landschappelijke ontwikkeling in dit deelgebied. De volgende figuur toon een uitsnede van het landschappelijke inpassingsplan. De volledige uitwerking is bijgevoegd als bijlage.

Figuur 12: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan

De landschappelijke inpassing, evenals het beheer en onderhoud van de beoogde ontwikkeling, wordt verankerd als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.

4.3

Cultuurhistorie en archeologie

4.3.1

Cultuurhistorische en aardkundige waarden

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. De volgende figuur toont een uitsnede van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de projectlocatie en de omgeving.

25 Ruimteijjke onderbouwing Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart

Regio Zeekleigebied Zuidwaterlinie

Zwingelspaansedijk historisch geografische lijn van redelijk hoge waarde

Figuur 13: Uitsnede ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ Noord-Brabant 2010, herziening 2016’ (plangebied rood omkaderd)

De projectlocatie is gelegen binnen de waardevolle regio ‘Zeekleigebied’. Het zeekleigebied maakt deel uit van het Zuidwest-Nederlandse deltagebied. De bodem bestaat uit zeeklei, behalve ten oosten van de lijn Moerdijkbruggen-Helkant waar zoetwaterklei ligt. De regio bestaat uit een rijkgeschakeerd open polderlandschap waarin de omgang met het water en de strijd met de zee nog duidelijk af te lezen zijn. Dit komt tot uiting in het patroon van de dijken, de (voormalige) kreken en de verschillen tussen de polders en de onbedijkte gorzen. Het landschap is in hoge mate bepaald, ingericht en vormgegeven door de mens. Bij Willemstad en Klundert ligt een cultuurhistorisch waardevol militair landschap, onderdeel van de Zuiderwaterlinie. De Biesbosch (Nationaal Landschap) is een uniek zoetwatergetijdengebied met kleine polders, kreken en onbedijkte slikken en gorzen. Kenmerkend zijn de eendenkooien en grienden. De Zwingelspaansedijk is een historisch geografische lijn van redelijk hoge waarde vanwege zijn ontstaansgeschiedenis. De uitbreiding van het bedrijf heeft echter geen invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=08c85caa-9d10-4ac5-8e91-6de07fe5f865