CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Reglement van Orde voor de gemeenteraad

Raadsvergadering 12 maart 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststellen Reglement van Orde, verordening op de raadscommissies en verordening commissie hoorzitting13.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE

WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE MOERDIJK De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 12 maart 2026; gelezen het voorstel van de voorzitter van het presidium; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de volgende regeling: REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN MOERDIJK

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a.

Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of

b.

Commissieronde: de cyclus van commissievergaderingen;

d.

Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

c.

e. f.

g.

ontwerpbeslissing;

Griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

Motie: verklaring waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

Voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

1

Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a.

b. c.

Het leiden van de vergadering;

Het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad; Het doen naleven van het reglement van orde.

Artikel 3 De griffier 1.

De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

3.

Indien de griffier en de plaatsvervangend griffier afwezig zijn, kan de voorzitter een medewerker

2.

4.

Bij afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. van de griffie als plaatsvervanger aanwijzen.

De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 4 Het presidium 1.

Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de

2.

Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.

3. 4. 5. 6.

fractievoorzitters.

Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies.

Het presidium fungeert tevens als agendacommissie.

Als agendacommissie heeft het presidium de volgende taken: a.

b. 7.

c.

Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen;

Het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies;

Het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17 van de Gemeentewet.

De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.

Artikel 5 Het seniorenconvent 1.

De raad heeft een seniorenconvent.

3.

De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of wethouder(s) uit te nodigen voor het

2.

Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. seniorenconvent.

2

4.

Het seniorenconvent heeft de volgende taken: a.

Vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere informatie uit te wisselen welke ter bescherming van persoonlijke belangen,

bedrijfsbelangen of om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen of van natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen;

b.

Beslist, op voordracht van de werkgeverscommissie, over de rechtspositionele aspecten

c.

Is, door tussenkomst van de werkgeverscommissie, belast met het toezicht op de

van de griffier;

uitvoering van het takenpakket en de werkzaamheden van de griffier.

5.

Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent

6.

De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.

vervangt.

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1.

De raad stelt een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Tevens benoemt de raad een of

2.

Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de

meer plaatsvervangende leden.

nieuwbenoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuwbenoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheids-

3. 4.

5.

standpunt melding gemaakt in dit advies.

Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste

raadsvergadering in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuwbenoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 7 Benoeming wethouders 1. 2. 3. 4.

Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.

De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-

wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

3

Artikel 8 Fracties 1.

Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard,

2.

Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze

3. 4.

5.

worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 9 Vergaderfrequentie 1.

2.

De raadsvergaderingen vinden in de regel plaats eenmaal in de vijf weken op de donderdag

volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema, beginnen om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.

De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en een ander aanvangstijdstip bepalen of

een andere vergaderlocatie aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.

Artikel 10 Voorlopige agenda 1.

2.

De voorzitter stelt ten minste zeven werkdagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal

de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken beschikbaar, met uitzondering van de in artikel 87 van de Gemeentewet bedoelde stukken.

Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de raadsvergadering digitaal aan de leden beschikbaar gesteld.

4

Artikel 11 Aanvullende agenda, vaststellen agenda 1.

Voordat de stukken digitaal beschikbaar worden gesteld, stelt het presidium de voorlopige agenda

2.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het beschikbaar stellen van de voorlopige agenda

3.

4.

van de vergadering op.

een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt, uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering.

Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1.

Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen,

worden gelijktijdig met het digitaal beschikbaar stellen op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het digitaal beschikbaar stellen van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare

2. 3.

kennisgeving.

Elektronisch beschikbare stukken worden op de voor de raadsvergaderingen bestemde website van de gemeenteraad geplaatst.

Als omtrent stukken op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.

Artikel 13 Openbare kennisgeving 1.

Raadsvergaderingen worden openbaar bekend gemaakt door aankondiging in de Moerdijkse Bode

2.

In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg

en op de website van de gemeente. plaatsvinden.

Paragraaf 2 Ter vergadering Artikel 14 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke

raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

5

Artikel 15 Aantal spreektermijnen 1.

Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de

2.

Elke fractie heeft één woordvoerder per agendapunt, tenzij de voorzitter anders beslist.

3. 4. 5. 6. 7.

raad anders beslist.

Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

Een raadslid mag bij voorkeur niet geïnterrumpeerd worden tijdens zijn betoog in eerste termijn, tenzij het een korte, verduidelijkende vraag betreft.

Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover.

Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 16 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 17 Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 18 Spreekrecht voor burgers 1.

Bij aanvang van de raadsvergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal

2.

Het woord kan niet gevoerd worden:

vijftien minuten het woord voeren over niet geagendeerde onderwerpen. a.

Over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter

b.

Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

c. 3.

4.

open staat of heeft opengestaan;

Indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor 12 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.

De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

6

5.

6.

Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd

evenredig als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de

deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan de vergadering.

Paragraaf 3 Stemmingen Artikel 19 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Het raadslid beperkt zich hierbij tot de overwegingen die doorslaggevend zijn voor het stemgedrag.

Artikel 20 Beslissing 1.

De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is

2.

Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het

toegelicht, tenzij de raad anders beslist. voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 21 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1.

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de

2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering

voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben

tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben 3. 4.

5.

deelgenomen.

Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde.

Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge

artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.

7

6.

Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze

nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn 7.

vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 22 Volgorde stemming over amendementen en moties 1.

Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen

2.

Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en

3.

4.

gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel

gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 23 Stemming over personen 1.

Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of

2.

Een persoon op wie gestemd kan worden, kan bindend of niet-bindend worden voorgedragen. Bij

3.

4.

5. 6.

aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau.

een bindende voordracht heeft de raad keuze tussen de personen die op het stembriefje vermeld zijn. Bij een niet-bindende voordracht (aanbeveling) mag de raad afwijken van een voorstel. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de

stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.

Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te

bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na de vergadering vernietigd.

8

Paragraaf 4 Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 24 Besluitenlijst 1. 2.

De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a.

De namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover

b.

Een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

d.

Een korte weergave van het genomen besluit;

c.

e.

aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

Een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke

stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming

f.

g.

3.

hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

De tekst van de ter vergadering ingediende (burger)initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen (deze worden als bijlage bij de besluitenlijst gevoegd);

Bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

De leden, de voorzitter en de overige deelnemers aan de beraadslagingen hebben het recht een

voorstel tot wijziging aan de raad te doen, indien de concept besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot wijziging dient uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de raadsvergadering

4.

5. 6.

7.

schriftelijk bij de griffie te worden ingediend.

Een concept besluitenlijst wordt gelijktijdig met de beschikbaarstelling voor de raadsleden, beschikbaar gesteld aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.

Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Als besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 25 Raadsinformatiebrieven, ingekomen stukken 1.

Raadsinformatiebrieven van het college aan de raad worden direct na binnenkomst via de website

2.

Bij de raad ingekomen stukken worden direct na binnenkomst via de website beschikbaar gesteld

beschikbaar gesteld.

met daarbij een voorstel van de griffier met betrekking tot de afdoening: a.

b. c.

A-stuk, behandelen bij het desbetreffende agendapunt van de raadsvergadering;

B-stuk, in afwachting van een concept antwoord in handen van het college stellen; C-stuk, ter afdoening in handen van het college stellen; 9

d. 3.

e.

D-stuk, hierover (zonder raadsvoorstel) direct een besluit nemen; E-stuk, voor kennisgeving aannemen.

Een raadslid kan tot twee werkdagen voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering bij de griffier gemotiveerd een gewijzigd afdoeningsvoorstel indienen. De raad stelt in de

raadsvergadering de afdoeningswijze van de ingekomen stukken vast en beslist over de 4.

5.

ingediende wijzigingsvoorstellen.

Tot het moment van vaststelling van de concept-agenda’s door de commissievoorzitters heeft elk

raadslid het recht om aan de griffier kenbaar te maken dat behandeling van een ingekomen stuk of raadsinformatiebrief in één van de raadscommissies gewenst is.

Na afloop van elke commissieronde worden alle ingekomen brieven en raadsinformatiebrieven waarop niet door één van de raadsleden is gereageerd, conform het afdoeningsvoorstel als

bedoeld in lid 2 afgehandeld. Behandeling van deze brieven in een commissievergadering is in dat 6.

geval niet meer aan de orde.

Het opstellen van een concept-antwoordbrief op een ingekomen stuk (B-stuk) vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar in elk geval binnen 30 werkdagen nadat de brief is ontvangen. Als het

opstellen van een concept-antwoordbrief binnen deze termijn niet kan plaatsvinden, stelt het

verantwoordelijk lid van het college of de griffier, de raad hiervan gemotiveerd in kennis. Hierbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen het opstellen van de concept-beantwoording zal 7.

plaatsvinden.

De concept-antwoordbrief wordt direct na ontvangst door de griffie beschikbaar gesteld aan de raadsleden. Als binnen twee weken na plaatsing door geen van de raadsleden kenbaar wordt

gemaakt dat behandeling in de commissievergadering gewenst is, wordt de brief ondertekend en verzonden.

Paragraaf 5 Besloten vergaderingen Artikel 26 Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 27 Besluitenlijst besloten vergadering 1.

2.

3.

Concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden uitsluitend voor de raadsleden en overige deelnemers aan de betreffende vergadering beschikbaar gesteld op het besloten gedeelte van de website.

Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling

aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op deze vastgestelde besluitenlijst.

De vastgestelde besluitenlijsten worden door de griffier en de voorzitter ondertekend.

10

Artikel 28 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 6 Toehoorders en pers Artikel 29 Toehoorders en pers 1.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend

2.

Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is

bij op de voor hen bestemde plaatsen. hen verboden.

Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties 1.

2.

Elke raadsvergadering wordt in beginsel rechtstreeks via het internet uitgezonden in beeld en geluid. Deze opname blijft na de raadsvergadering voor een periode van tenminste vier jaar beschikbaar.

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 31 Amendementen en subamendementen 1.

2. 3. 4.

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het onderwerp waarop deze betrekking hebben, in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Op het moment van indienen van een amendement of subamendement wordt aangegeven wie de indieners zijn. Na indiening kunnen geen indieners meer worden toegevoegd.

11

Artikel 32 Moties 1. 2. 3. 4. 5.

Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.

De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats

nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders bepaalt.

Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Op het moment van indienen van een motie wordt aangegeven wie de indieners zijn. Na indiening kunnen geen indieners meer worden toegevoegd.

Artikel 33 Initiatiefvoorstellen 1.

Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend

2.

Het college kan binnen twintig werkdagen nadat het in kennis is gesteld van een voorstel,

3.

voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of

kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering

geplaatst. Als de concept agenda hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van 4. 5.

de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Op het moment van indienen van een initiatiefvoorstel wordt aangegeven wie de indieners zijn. Na indiening kunnen geen indieners meer worden toegevoegd.

Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel wordt de (woordvoerder van de) indiener(s)

beschouwd als de portefeuillehouder vanuit de raad. Het college kan door de voorzitter gevraagd worden te reflecteren op de termijnen in aanvulling op de uitgebrachte wensen en bedenkingen.

Artikel 34 Raadsvoorstel 1.

Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de

2.

Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies

raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

12

Artikel 35 Interpellatie 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter.

2.

De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige

3.

Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. raadsleden en de wethouders.

Over verzoeken die ten minste twee werkdagen voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende

4.

raadsvergadering.

De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 36 Schriftelijke vragen 1. 2. 3.

Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier.

De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig

werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt ook de termijn aangegeven waarbinnen

4. 5.

beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier digitaal aan de raadsleden beschikbaar gesteld.

De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissievergadering

nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.

Artikel 37 Inlichtingen 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180,

2.

De griffier brengt de inhoud van dit verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige

3.

derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. raadsleden en het college of de burgemeester.

De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien werkdagen nadat het verzoek is ingediend.

Artikel 38 Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

13

Artikel 39 Intrekken oude reglement Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Moerdijk, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 2021, wordt ingetrokken.

Artikel 40 Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Moerdijk.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12 maart 2026,

De griffier,

H.M. Vonk-Schenkel

De voorzitter,

A.J. Moerkerke

14

Toelichting (artikelsgewijs) Artikel 1 Begripsbepalingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in het reglement herhaald moet worden, zijn in deze bepaling begrippen eenmalig gedefinieerd. De omschrijving van de termen

amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet.

Artikel 2 De voorzitter De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet schrijft dit dwingend voor. In

artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat het langstzittende raadslid het voorzitterschap

van de raad waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is het oudste lid in jaren degene die het voorzitterschap van de raad waarneemt.

Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere plaatsvervangend voorzitter. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de

beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.

Artikel 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie

verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het

tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. Wanneer zowel de griffier als de plaatsvervangend griffier verhinderd zijn, kan de voorzitter een medewerker van de griffie aanwijzen als vervanger. In het derde lid

is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het

vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat geregeld is in de

ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. In de instructie voor de griffier zijn de taken van de griffier uitgewerkt.

Artikel 4 Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een procedurele en algemeen adviserende rol. Het presidium stelt de

voorlopige agenda voor de raadsvergadering op, benoemt de onderwerpen voor raadsbijeenkomsten etc. In het artikel is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad en besluiten neemt over de organisatie van de werkzaamheden van de raad en de commissies. Hieronder vallen taken zoals het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het wijzigen van het vergaderstelsel, aanbevelingen doen aan de raad ter verbetering van het functioneren van de raad

15

enzovoort. Tenslotte bepaalt het presidium welke fasen van besluitvorming een onderwerp of voorstel doorloopt.

Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten.

De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden.

De aanwezigheid van de gemeentesecretaris kan ook gewenst zijn, omdat de gemeentesecretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd.

Artikel 5 Het seniorenconvent

Het seniorenconvent vergadert in beslotenheid. Dat is van belang omdat hier zaken aan de orde gesteld

kunnen worden die hetzij privacy-gevoelig, hetzij nog niet rijp voor besluitvorming zijn. De griffier is bij elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig omdat hij voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet op de hoogte zijn van de agenda en de punten die besproken gaan worden.

Op voorstel van de voorzitter kan het seniorenconvent besluiten de gemeentesecretaris en/of wethouder(s) uit te nodigen.

Het is van belang dat in het seniorenconvent elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten.

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief stelt de voorzitter van het centraal stembureau de benoemde in kennis van zijn

benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model

vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd

waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit

omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien

niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de

Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Eerste en tweede lid

De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe

leden heeft benoemd. De raad benoemt ook plaatsvervangende leden voor deze commissie. De benoeming 16

van deze commissie vindt plaats aan het begin van elke raadsperiode. De commissie kan dan het

onderzoek voorbereiden en in de openbare vergadering kan in dat geval direct worden overgegaan tot het verslag van bevindingen van de commissie.

Derde lid

Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de

gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.

Het derde lid ziet toe op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de

gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het

vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het

centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid

heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete

aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken

van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie:https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-

gemraadsverk-bzk2014-0000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en

2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan

besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.

Vierde en vijfde lid

Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid).

Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of

verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd.

Artikel 7 Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven-

onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is

hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden.

Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar 17

de geloofsbrieven in te stellen. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadslidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Voor

wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te

kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren.

De kandidaat-wethouders worden in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies

geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt.

Artikel 7 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden.

Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet).

Artikel 8 Fracties Eerste en tweede lid

De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de

Gemeentewet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,

worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie

gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid).

Vierde lid

In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval

vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een

fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook

andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling

in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen.

Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27

van de Gemeentewet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen 18

niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende

instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.

Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is

verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen

zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering.

De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: -

kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge

schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke

-

afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet;

personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen;

als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.

Fractie-afsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben, te

denken valt aan: fractievergoedingen en –faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerleden.

Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet).

Vijfde lid

De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde, deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering

zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze

overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de

Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.

Artikel 9 Vergaderfrequentie Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe besloten heeft en

voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.

19

Tweede lid

Dit lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter bij het bepalen van een andere dag en een ander

aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de

plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.

Artikel 10 Voorlopige agenda In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.

In aanvulling op deze bepaling wordt in dit reglement vastgesteld dat de voorlopige agenda langs digitale weg beschikbaar wordt gesteld. Deze wordt gepubliceerd in de daarvoor in gebruik zijnde vergaderapplicatie.

In de vergaderapplicatie zijn opgenomen de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het eerste

lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken tenminste zeven werkdagen voor de raadsvergadering in de vergaderapplicatie zijn opgenomen.

Artikel 11 Aanvullende agenda, vaststellen agenda Het presidium bepaalt in zijn vergadering door tussenkomst van de griffier hoe de agenda eruit komt te

zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het beschikbaar stellen van de digitale oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen.

Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte

informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in

afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Raadsleden kunnen deze informatie inzien (derde lid juncto artikel 9, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken.

Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet).

Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda.

Enerzijds kunnen individuele raadsleden via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de

agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het

individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet niet van toepassing.

20

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken

gelijktijdig met het beschikbaar stellen van de agenda en bijbehorende stukken ter inzage aangeboden (eerste lid).

Naast de fysieke terinzagelegging op het gemeentehuis en enkele andere openbare gelegenheden in de verschillende kernen van de gemeente, zullen de stukken op elektronische wijze worden aangeboden. Hiervoor kunnen belangstellenden via de gemeentelijke website het daarvoor ingerichte raadsinformatiesysteem raadplegen.

Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet open overheid (Woo). Een document houdt in: een door

een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk

stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor

overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslag, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van document in de zin van de Woo.

Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de

geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet).

Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen

melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop geheimhouding is gelegd door het

bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak

gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan

in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet).

De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking

hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd voor raadsleden (derde lid).

Artikel 13 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. In artikel 10 is vastgelegd op welke wijze de raadsvergaderingen worden aangekondigd. Indien de

kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag in een verordening te zijn. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan.

21

Artikel 14 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.

De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij deze samen met de voorzitter vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was.

Artikel 15 Aantal spreektermijnen Als de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe

uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft

overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn.

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp (artikel 32).

De raad kan een indiener van een motie, amendement of initiatiefvoorstel voor aanvang van de discussie

over het voorstel een extra termijn geven om de motie, het amendement of het voorstel toe te lichten. Dit kan ook gelden voor een rapporteur van een commissie of raadswerkgroep. Een rapporteur kan een

raadslid zijn die de resultaten van een onderzoek dat een commissie of raadswerkgroep in opdracht van de raad heeft uitgevoerd, toelicht.

Artikel 16 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde immuniteit.

Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.

De raad kan op grond van artikel 3, vierde lid, bepalen dat de griffier deelneemt aan de beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede, lid van de Gemeentewet.

Artikel 17 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (omdat het ordevoorstel betrekking heeft op de lopende

vergadering is artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet hierop logischerwijs niet van toepassing). Een 22

voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien het gaat om

een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 33).

Artikel 18 Spreekrecht voor burgers Het spreekrecht voor burgers is een mogelijkheid om burgers meer te betrekken bij de gemeenteraad. Om in te kunnen spelen op de actualiteit, wordt ook bij raadsvergaderingen de mogelijkheid tot inspreken geboden. Dit gebeurt aan het begin van de raadsvergadering. In tegenstelling tot de

commissievergaderingen, kan in raadsvergaderingen worden ingesproken over onderwerpen die niet geagendeerd zijn.

In het tweede lid zijn de onderwerpen opgenomen, waarover het woord niet gevoerd kan worden. Als een

besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Omdat inspraak over benoemingen, keuzes voordrachten of aanbevelingen van personen (de belangen van) kandidaten in de uitoefening van hun functie kunnen schaden, kunnen burgers hierover ook geen uitlatingen doen.

Tenslotte kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen waarover zij op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Dit artikel uit de Awb gaat voor het spreekrecht van burgers.

De burgers die wensen in te spreken moeten zich uiterlijk voor 12.00 uur op de dag van de

raadsvergadering melden bij de griffier. Vermelding van het onderwerp is extra van belang, omdat het

onderwerpen betreft die niet geagendeerd zijn. De voorzitter verdeelt de spreektijd over degenen die zich hebben aangemeld en heeft op basis van het vierde en vijfde lid de mogelijkheid om de volgorde van

inspreken aan te passen evenals de lengte van de spreektijd. Op basis van artikel 24, vierde lid, wordt de besluitenlijst toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.

Artikel 19 Stemverklaring Stemverklaringen zullen zo kort mogelijk moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde

termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep aan de leden dat de stemming begint.

Artikel 20 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist (eerste lid). De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing

(tweede lid). Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet.

23

Artikel 21 Stemming; procedure hoofdelijke stemming Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden

(eerste lid). De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten

overvloede wordt hierbij nog gewezen op artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, dat tot hoofdelijke stemming verplicht bij het aangaan van een verplichting voordat de begroting is goedgekeurd.

De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de

stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een

raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden.

Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de

vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan

wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een

scherm, de afdruk ervan wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de Gemeentewet.

In het vijfde lid is de term verklaren opgenomen, waarmee buiten twijfel staat dat dit artikellid ook van toepassing is op digitale stemmingen.

Artikel 22 Volgorde stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een

amendement. Een amendement strekt tot wijziging van een voorstel en komt daarom in stemming

voorafgaand aan de stemming over dat voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige

voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Bovendien kan de raad besluiten af te wijken van deze stemvolgorde.

Artikel 23 Stemming over personen Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Artikel 31 van de Gemeentewet is ook van toepassing op de stemming over de benoeming van een

wethouder (artikel 35, eerste lid, van de Gemeentewet). Datzelfde geldt voor de stemming over het ontslag van een wethouder in het geval een motie van wantrouwen niet tot onmiddellijk aftreden leidt (artikel 49 van de Gemeentewet). Ook dat gebeurt schriftelijk en is daarmee geheim. Het is mogelijk om met

elektronische stemsystemen te werken, maar het Reglement van Orde gaat vooralsnog uit van een 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=9b7f3835-0a8d-48d0-a844-92c3b498e5c2