Bijlage 1 - Ontwerp-wijzigingsbesluit omgevingsplan Moerdijk, centrum Zevenbergen (renvooiweergave)
Tekst van het document
Artikel 5.81 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.79, worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de locatie van de voorgenomen activiteiten; b. aard en omvang van de activiteiten; en c. een archeologisch onderzoek waarin: 1. de archeologische waarden van de locatie worden beschreven; 2. de gevolgen van de voorgenomen activiteit worden beschreven in het kader van de archeologische waarden van de locatie; en 3. eventuele maatregelen worden beschreven die moeten worden getroffen om de archeologische waarden te behouden.
Artikel 5.82 Vergunningvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kan de volgende voorschriften verbinden aan de vergunning, als bedoeld in artikel 5.79: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; en c. een verplichting om de uitvoering van de activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Paragraaf 5.4.1.4 Bouwen in een restrictiegebied molenbiotoop Artikel 5.83 Toepassingsbereik paragraaf 5.4.1.4 Bouwen in een restrictiegebied molenbiotoop Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand laten van bouwwerken in het beperkingengebied molenbiotoop.
Artikel 5.84 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behouden van vrije windvang voor de molen.
Artikel 5.85 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in het beperkingengebied molenbiotoop als het gaat om de volgende bouwwerken: a. bebouwing die hoger is dan de onderste punt van de verticaalstaande wiek waarbij de bebouwing binnen een afstand van 100 meter tot het middelpunt van de molen is gelegen; en b. bebouwing die hoger is dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek;.
23
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.86 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.85 kan worden verleend als: a. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing; en b. toepassing van de in artikel 5.85 bedoelde afstands- en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden.
Paragraaf 5.4.1.5 Bouwen in een restrictiegebied waterstaat - waterkering Artikel 5.87 Toepassingsbereik paragraaf 5.4.1.5 Bouwen in een restrictiegebied waterstaat - waterkering Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand laten van bouwwerken geen gebouwen zijnde in het beperkingengebied waterstaat - waterkering.
Artikel 5.88 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behouden van waterkeringen.
Artikel 5.89 Algemene regels De maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het beperkingengebied waterstaat - waterkering is 4 m.
Paragraaf 5.4.1.6 Bouwen in een beperkingengebied rioolleiding Artikel 5.90 Toepassingsbereik paragraaf 5.4.1.6 Bouwen in een beperkingengebied rioolleiding Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand laten van bouwwerken geen gebouwen zijnde in het beperkingengebied rioolleiding.
Artikel 5.91 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behouden van rioolleidingen.
Artikel 5.92 Algemene regels De maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het beperkingengebied rioolleiding is 3 m.
Paragraaf 5.4.1.7 Bouwen in het openbaar gebied Artikel 5.93 Algemene regels Binnen het openbaar toegankelijk gebied van het plangebied Centrum Zevenbergen zijn geen andere bouwwerken toegelaten dan de bouwwerken die zijn genoemd in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Paragraaf 5.4.1.8 Bouwen van een geluidgevoelige gebouw Artikel 5.94 Toepassingsbereik paragraaf 5.4.1.8 Bouwen van een geluidgevoelig gebouw
24
1.
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen in het plangebied Centrum Zevenbergen.
2.
Deze paragraaf is niet van toepassing op geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel van het omgevingsplan feitelijk aanwezig waren, voor zover deze direct voor de inwerkingtreding van dit artikel in overeenstemming was met de op dat moment geldende regels van het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning.
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.95 Bouwregels geluidgevoelige gebouwen Voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw in het plangebied Centrum Zevenbergen gelden de volgende regels: a. indien voor een nieuwe woning of bij vervangende nieuwbouw van een woning een hogere waarde wordt vastgesteld die meer dan 3 dB hoger ligt dan de standaardwaarde, dient ten minste één geluidsluwe gevel gerealiseerd te worden; b. bij een nieuwe woning dient ten minste één slaapkamer gesitueerd te worden aan de zijde van de geluidsluwe gevel; c. bij een nieuwe woning of bij vervangende nieuwbouw, indien deze beschikt over één of meerdere buitenruimtes, dient bij ten minste één buitenruimte het geluidsniveau niet meer te bedragen dan 5 dB hoger dan de standaardwaarde; d. een nog niet geprojecteerde woning binnen de bebouwde kom die door de gekozen situering een open plaats tussen de aanwezige bebouwing opvult, in combinatie met nog niet geprojecteerde bebouwing, dient ter vervanging van ter plaatse reeds aanwezige bebouwing, en leidt tot een verbetering van de directe leefomgeving; e. wanneer een weg een verkeersverzamelfunctie vervult, dient bij minimaal een gelijk aantal woningen als waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld, een aanmerkelijke geluidreductie op te treden.
Afdeling 5.4.2 Sloopactiviteiten Paragraaf 5.4.2.1 Algemene bepalingen Artikel 5.96 Aanwijzing activiteiten Deze afdeling is van toepassing op het slopen van bouwwerken in het plangebied Centrum Zevenbergen.
Artikel 5.97 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. de duurzaamheid; en d. het voorkomen van hinder en overlast.
Paragraaf 5.4.2.2 Slopen in een restrictiegebied archeologie Artikel 5.98 Toepassingsbereik paragraaf 5.4.2.2 Slopen in een restrictiegebied archeologie Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten binnen het restrictiegebied archeologische verwachtingswaardengebieden: a. het slopen of laten slopen van bouwwerken.
Artikel 5.99 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het herstel en behoud van archeologische waarden.
Artikel 5.100 Vergunningplicht
25
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in artikel 5.98 genoemde activiteiten te verrichten binnen het restrictiegebied archeologische verwachtingswaardengebieden indien de activiteit dieper reikt dan aangegeven met diepte onder het maaiveld en die een minimum grondoppervlakte bestrijkt als aangegeven met minimum grondoppervlakte.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor activiteiten: a. waarvoor grondwerkzaamheden onder het bestaande maaiveld worden uitgevoerd: 1. met een (gezamenlijk) oppervlakte kleiner dan de aangegeven oppervlakte van de bodemverstoring; en 2. die minder diep gaan dan de aangegeven diepte van de bodemverstoring waarbij: I. zonder heipalen kan worden gebouwd; of,
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
II.
b. c. d.
met heipalen wordt gebouwd en volgens het palenplan de totale verstoring door heipalen niet meer bedraagt dan 2% van de oppervlakte van het bouwwerk en de afstand tussen de rijen heipalen tenminste 4 meter bedraagt. normaal onderhoud en beheer betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel; of mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
Artikel 5.101 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.100 wordt alleen verleend als door het verrichten van de activiteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de oogmerken bedoeld in artikel 5.99.
Artikel 5.102 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.100, worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de locatie van de voorgenomen activiteiten; b. aard en omvang van de activiteiten; en c. een archeologisch onderzoek waarin: 1. de archeologische waarden van de locatie worden beschreven; 2. de gevolgen van de voorgenomen activiteit worden beschreven in het kader van de archeologische waarden van de locatie; en 3. eventuele maatregelen worden beschreven die moeten worden getroffen om de archeologische waarden te behouden.
Artikel 5.103 Vergunningvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kan de volgende voorschriften verbinden aan de vergunning, als bedoeld in artikel 5.100: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; en c. een verplichting om de uitvoering van de activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Titel 5.5 Milieubelastende activiteiten (gereserveerd) [Gereserveerd]
Titel 5.6 Uitvoeren van werken en werkzaamheden Afdeling 5.6.1 Activiteiten op of in de bodem Paragraaf 5.6.1.1 Algemeen Artikel 5.104 Aanwijzing activiteit Als activiteiten op of in de bodem worden aangewezen: a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en het aanleggen van drainage; d. het aanleggen, vergraven, verruimmen of dempen van watergangen; e. het graven in de bodem; f. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; g. het tijdelijk opslaan van grond op de locatie van het graven; en h. het terugplaatsen van grond na afloop van het tijdelijk uitnemen van grond.
Artikel 5.105 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. de aanleg en instandhouding van in de grond aanwezige kabels en leidingen; b. de aanleg en instandhouding van boden de grond aanwezige kabels en leidingen; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur;
26
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
d. e. f. g. h.
het waarborgen van de veiligheid; de verdeling van de ondergrondse ruimte; het beschermen van archeologische monumenten; het beschermen en beheren van de waterhuishouding; en het beschermen van de bodemkwaliteit met het oog op circulair gebruik van grond en baggerspecie.
Artikel 5.106 Toegestane activiteiten Alleen de volgende activiteiten op of in de bodem zijn toegestaan in het plangebied Centrum Zevenbergen: a. werkzaamheden voor normaal onderhoud en beheer die worden verricht door of in opdracht van de beheerder van het betreffende onderdeel van de fysieke leefomgeving of het college van burgemeester en wethouders; en b. het aanleggen van kabels voor nutsvoorzieningen (laag- en middenspanning) en telecomkabels.
Artikel 5.107 Vergunningplicht In het plangebied Centrum Zevenbergen is het verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten als bedoeld in artikel 5.104 te verrichten, anders dan de activiteiten genoemd in artikel 5.106.
Artikel 5.108 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.107, wordt alleen verleend als de oogmerken als bedoeld in artikel 5.105 niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.109 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.107, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; g. de te gebruiken materialen; h. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; i. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; en j. een advies van beheerder van het onderdeel van de fysieke leefomgeving waarvoor het beperkingengebied is aangewezen.
Paragraaf 5.6.1.2 Het beschermen van infrastructuur Artikel 5.110 Toepassingsbereik 5.6.1.2 Het beschermen van infrastructuur Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten in het werkingsgebied (vaar)weg: a. het indrijven van voorwerpen in de bodem; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; en c. het aanleggen van, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Artikel 5.111 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; b. het benutten van de fysieke leefomgeving; en c. het waarborgen van de veiligheid.
27
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.112 Specifieke zorgplicht Beschadiging van in de grond aanwezige werken wordt zoveel mogelijk voorkomen.
Artikel 5.113 Toegestane activiteiten Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied (vaar)weg: a. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan; en b. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van het betreffende onderdeel van de fysieke leefomgeving worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in artikel 5.111.
Artikel 5.114 Vergunningplicht In het werkingsgebied (vaar)weg is het verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten als bedoeld in artikel 5.110 te verrichten, anders dan de activiteiten genoemd in artikel 5.113.
Artikel 5.115 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.114, wordt alleen verleend als de oogmerken als bedoeld in artikel 5.111 niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.116 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.114, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde;de te gebruiken materialen; g. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; h. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; en i. een advies van beheerder van het onderdeel van de fysieke leefomgeving waarvoor het beperkingengebied is aangewezen.
Paragraaf 5.6.1.3 Het beschermen van archeologische waarden Artikel 5.117 Toepassingsbereik paragraaf 5.6.1.3 Het beschermen van archeologische waarden Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten binnen het restrictiegebied archeologische verwachtingswaardengebieden: a. het ontgronden, (ver- en of af-)graven, dempen, afschuiven, ophogen, egaliseren, woelen, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband hangende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen van het grondwaterpeil; en e. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd over een gebied dat de ter plaatse geldende vrijstellingsgrenzen overschrijdt.
Artikel 5.118 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het herstel en behoud van archeologische waarden.
28
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.119 Vergunningplicht 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in artikel 5.117 genoemde activiteiten te verrichten binnen het werkingsgebied archeologische verwachtingswaardengebieden indien de activiteit dieper reikt dan aangegeven met diepte onder het maaiveld en die een minimum grondoppervlakte bestrijkt als aangegeven met minimum grondoppervlakte.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor activiteiten die: a. normaal onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel; en c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. die bestaan uit het ophogen van gronden, waarbij: 1. de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; en 2. het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn.
Artikel 5.120 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.119 wordt alleen verleend als door het verrichten van de activiteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de oogmerken bedoeld in artikel 5.118.
Artikel 5.121 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.119, worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de locatie van de voorgenomen activiteiten; b. aard en omvang van de activiteiten; en c. een archeologisch onderzoek waarin: 1. de archeologische waarden van de locatie worden beschreven; 2. de gevolgen van de voorgenomen activiteit worden beschreven in het kader van de archeologische waarden van de locatie; 3. eventuele maatregelen worden beschreven die moeten worden getroffen om de archeologische waarden te behouden.
Artikel 5.122 Vergunningvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kan de volgende voorschriften verbinden aan de vergunning, bedoeld in artikel 5.119: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; en c. een verplichting om de uitvoering van de activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Paragraaf 5.6.1.4 Het beschermen van een waterstaat - waterkering Artikel 5.123 Toepassingsbereik paragraaf 5.6.1.4 Het beschermen van een waterstaat waterkering Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten binnen het beperkingengebied waterstaat - waterkering: a. het ophogen van gronden, het dempen van watergangen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; en c. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen.
Artikel 5.124 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden van de staat en werking van waterkeringen voor nadelige gevolgen van activiteiten; b. het benutten van de fysieke leefomgeving; en c. het waarborgen van de veiligheid.
29
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.125 Vergunningplicht 1.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteiten als bedoeld in artikel 5.123 te verrichten in het beperkingengebied waterstaat - waterkering.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van activiteiten die het normale onderhoud en beheer betreffen.
Artikel 5.126 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.125 wordt alleen verleend als door het verrichten van de activiteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de oogmerken bedoeld in artikel 5.124.
Artikel 5.127 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.125, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde;de te gebruiken materialen; g. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; h. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; en i. een advies van beheerder van het onderdeel van de fysieke leefomgeving waarvoor het beperkingengebied is aangewezen.
Paragraaf 5.6.1.5 Het beschermen van een rioolleiding Artikel 5.128 Toepassingsbereik paragraaf 5.6.1.5 Het beschermen van een rioolleiding Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten binnen het beperkingengebied rioolleiding: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; en f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Artikel 5.129 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden van de staat en werking van rioolleidingen voor nadelige gevolgen van activiteiten; b. het benutten van de fysieke leefomgeving; en c. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 5.130 Vergunningplicht
30
1.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteiten als bedoeld in artikel 5.128 te verrichten in het beperkingengebied rioolleiding.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van activiteiten die het normale onderhoud en beheer betreffen.
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 5.131 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.130 wordt alleen verleend als door het verrichten van de activiteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de oogmerken bedoeld in artikel 5.129.
Artikel 5.132 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.130, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; g. de te gebruiken materialen; h. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; i. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; en j. een advies van beheerder van het onderdeel van de fysieke leefomgeving waarvoor het beperkingengebied is aangewezen.
Afdeling 5.6.2 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren Paragraaf 5.6.2.1 Het aanleggen en in stand houden van een (vaar)weg Artikel 5.133 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en in stand houden van een (vaar)weg in het werkingsgebied (vaar)weg
Artikel 5.134 Algemene regels De volgende activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied (vaar)weg: a. het aanleggen en in stand houden van een (vaar)weg; b. het plaatsen van opstallen van algemeen nut, zoals straatmeubilair en afvalinzamelvoorzieningen; c. parkeer-, en groenvoorzieningen; d. geluidwerende voorzieningen; e. water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen; f. leidingen en openbare nutsvoorzieningen; en g. bijbehorende kunstwerken.
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud (gereserveerd) [Gereserveerd]
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen (gereserveerd) [Gereserveerd]
Hoofdstuk 8 Overgangsrecht Afdeling 8.1 Overgangsrecht bestaande omgevingsbelastingen Artikel 8.1 Overgangsregeling bedrijfsmatige activiteiten 1.
31
De omgevingsbelasting van bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van geluidbelasting, geurbelasting en trillingsbelasting op gevoelige gebouwen, die in strijd is met een daarvoor in dit
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
omgevingsplan gestelde regel en die was toegestaan op het moment van de inwerkingtreding van het eerste vaststellingsbesluit van dit omgevingsplan, mag worden voortgezet gedurende drie jaar na inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit. 2.
Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee een langere voortzetting wordt mogelijk gemaakt.
Afdeling 8.2 Overgangsrecht bestaande bouwwerken Artikel 8.2 Overgangsregeling bestaande bouwwerken 1.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het eerste vaststellingsbesluit van dit omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afwijkt van dit omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, dan wel na het teniet gaan als gevolg van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het eerste vaststellingsbesluit van dit omgevingsplan, maar die zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.
Afdeling 8.3 Overgangsrecht bestaande gebruiksactiviteiten Artikel 8.3 Overgangsregeling bestaande activiteiten 1.
De gebruiksactiviteiten die werden verricht op het moment voorafgaand aan inwerking treding van het eerste vaststellingsbesluit van dit omgevingsplan en die in strijd zijn met dit omgevingsplan mogen worden voortgezet.
2.
Gebruiksactiviteiten die met het omgevingsplan in strijd zijn en die met het bestemmingsplan in strijd waren, worden niet veranderd in andere strijdige gebruiksactiviteiten, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
3.
Indien de gebruiksactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van het eerste vaststellingsbesluit van dit omgevingsplan, langer dan een jaar zijn onderbroken, worden deze gebruiksactiviteiten niet hervat.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op gebruiksactiviteiten die in strijd waren met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
J Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 21 [Gereserveerd] Wijzigingsplannen (gereserveerd) K Artikel 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1.
32
Voor de toepassing van het Artikel Artikel 22.28, eerste lid en, eerstelid en Artikel Artikel 22.28, tweede lid, tweede lid, Artikel Artikel 22.38, Artikel Artikel 22.28722.290, Artikel Artikel 22.28822.291, Artikel 22.290Artikel22.293tot en met Artikel 22.293Artikel22.296en Artikel 22.295Artikel22.298wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. 2.
Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functieaanduiding te geven.
L Het opschrift van artikel 22.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.6 M Artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.
Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.
2.
Artikel 22.306, Artikel 22.303, eerste lid lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.
N Het opschrift van artikel 22.52a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.52a 22.53 Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht O Het opschrift van artikel 22.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.53 22.54 Afval: zwerfvuil P Het opschrift van artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.54 22.55 Toepassingsbereik Q Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
33
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 22.55 22.56 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1.
In afwijking van Artikel 22.55, Artikel 22.54, tweede lid lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.
In afwijking van Artikel 22.54Artikel22.55is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
R Het opschrift van artikel 22.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.56 22.57 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit S Het opschrift van artikel 22.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.57 22.58 Geluid: waar waarden gelden T Het opschrift van artikel 22.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.58 22.59 Geluid: functionele binding U Het opschrift van artikel 22.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.59 22.60 Geluid: voormalige functionele binding V Artikel 22.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.60 22.61 Geluid: onderzoek 1.
34
In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; bij een buitenschietbaan als bedoeld in Artikel Artikel 22.7922.82; en als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1.
in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq)veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: I. 70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of II. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.
2.
Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.
3.
Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.
4.
Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.4.2, Subparagraaf 22.3.4.3 en Subparagraaf 22.3.4.4; of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.
W Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.61 22.62 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek 1.
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in Artikel Artikel 22.6022.61, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
X Artikel 22.61a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.61a 22.63 Gegevens en bescheiden
35
1.
Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.
2.
Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waar:
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
a.
b.
c. d. e. f. g. h. i.
tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1. 70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; 2.
80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;
3.
Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, Artikel 22.61Artikel22.62of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.
4.
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
5.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Y Het opschrift van artikel 22.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.62 22.64 Toepassingsbereik Z Het opschrift van artikel 22.62a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.62a 22.65 (tijdelijke uitzondering windparken) AA Het opschrift van artikel 22.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
36
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 22.63 22.66 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen BB Artikel 22.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.64 22.67 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation 1.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van Artikel 22.63, eerste lidArtikel22.66, eerste lid , Artikel 22.66, Artikel 22.63, derde lidlid en Artikel 22.66, Artikel 22.63, vierde lid lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4. Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden 07.00 - 21.00 uur
2.
21.00 - 07.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
60 dB(A)
70 dB(A)
De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.
CC Artikel 22.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.65 22.68 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1.
2.
37
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van Artikel 22.66, Artikel 22.63, eerste lid lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5. Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 06.00 - 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van Artikel 22.66, Artikel 22.63, derde lid lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied. 06.00 - 19.00 uur
3.
1 9.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LTveroor- 35 dB(A) zaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen
30 dB(A)
25 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
45 dB(A)
55 dB(A)
Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.
DD Artikel 22.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.66 22.69 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 1.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van Artikel 22.66, Artikel 22.63, eerste lid lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7. Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 - 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
2.
38
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van Artikel 22.66, Artikel 22.63, derde lid lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8. Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 - 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
3.
Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.
EE Artikel 22.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.67 22.70 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening 1.
Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in Artikel Artikel 22.6322.66, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.
2.
Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in het Artikel 22.68, Artikel 22.65, eerste lid lid, en Artikel 22.69, Artikel 22.66, eerste lid lid, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.
FF Artikel 22.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.68 22.71 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012 Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in Artikel Artikel 22.63, eerste lid22.66, Artikel 22.64, eerste lid lid, Artikel 22.67, Artikel 22.65, eerste lidlid, Artikel 22.68, eerste lid en Artikel 22.69, Artikel 22.66, eerste lid lid, als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012: a. voor een woonschip was bestemd; of b. in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en: 1. voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of 2. de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten. GG Het opschrift van artikel 22.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.69 22.72 Geluid: eerbiedigende werking HH Artikel 22.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.70 22.73 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1.
39
Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in Artikel 22.63Artikel22.66tot en met Artikel 22.69Artikel22.72en Artikel Artikel 22.7122.74, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval;
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
b. c. d.
e. f.
g. h.
i. j.
het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen; het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en het traditioneel schieten, bedoeld in Paragraaf 22.3.21, behalve voor
zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.
2.
Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in Artikel 22.63Artikel22.66tot en met Artikel 22.67Artikel22.70en Artikel Artikel 22.6922.72, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.
3.
De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in Artikel 22.63Artikel22.66tot en met Artikel Artikel 22.6922.72, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).
II Artikel 22.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.71 22.74 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in Artikel 22.66, Artikel 22.63, eerste lid lid, en Artikel 22.67, Artikel 22.64, eerste lidlid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. JJ Artikel 22.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.72 22.75 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond
40
1.
Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in Artikel 22.63Artikel22.66tot en met Artikel Artikel 22.6922.72, blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.
2.
Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op: a. de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt;
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
b. c.
de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
KK Artikel 22.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.73 22.76 Geluid: festiviteiten 1.
De waarden, bedoeld in Artikel 22.63Artikel22.66tot en met Artikel Artikel 22.7122.74, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.
2.
Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.
LL Het opschrift van artikel 22.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.74 22.77 Geluid: meet- en rekenbepalingen MM Het opschrift van artikel 22.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.75 22.78 Toepassingsbereik NN Het opschrift van artikel 22.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.76 22.79 Geluid: waarden windturbines OO Het opschrift van artikel 22.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.77 22.80 Registratie gegevens windturbines PP Het opschrift van artikel 22.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.78 22.81 Geluid: meet- en rekenbepalingen QQ
41
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Het opschrift van artikel 22.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.79 22.82 Toepassingsbereik RR Het opschrift van artikel 22.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.80 22.83 Geluid: waarden buitenschietbanen SS Het opschrift van artikel 22.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.81 22.84 Registratie gegevens buitenschietbanen TT Het opschrift van artikel 22.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.82 22.85 Geluid: meet- en rekenbepalingen UU Het opschrift van artikel 22.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.83 22.86 Toepassingsbereik VV Artikel 22.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.84 22.87 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking In afwijking van Artikel 22.86, Artikel 22.83, tweede lid lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. WW Het opschrift van artikel 22.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.85 22.88 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit XX Het opschrift van artikel 22.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
42
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 22.86 22.89 Trillingen: functionele binding YY Het opschrift van artikel 22.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.87 22.90 Trillingen: voormalige functionele binding ZZ Het opschrift van artikel 22.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.88 22.91 Trillingen: waarden voor continue trillingen AAA Het opschrift van artikel 22.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.89 22.92 Trillingen: meet- en rekenbepalingen BBB Subparagraaf 22.3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen Artikel 22.90 22.93 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.
2.
In afwijking van het eerste lid zijn de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.
Artikel 22.91 22.94 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
43
1.
In afwijking van Artikel 22.93, Artikel 22.90, tweede lid lid, zijn de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.
In afwijking van Artikel 22.93, Artikel 22.90, eerste lid lid, zijn de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
Artikel 22.92 22.95 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden De waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig object op of tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.
Artikel 22.93 22.96 Geur: functionele binding De waarden, bedoeld in de Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, zijn niet van toepassing als het geurgevoelig object een functionele binding heeft met de activiteit.
Artikel 22.94 22.97 Geur: voormalige functionele binding Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, niet van toepassing op een geurgevoelig object dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.
Artikel 22.95 22.98 Geur: cumulatie Bij de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.6.2 en Subparagraaf 22.3.6.4 en Artikel Artikel 22.24522.248, is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. CCC Het opschrift van artikel 22.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.96 22.99 Toepassingsbereik DDD Het opschrift van artikel 22.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.97 22.100 Geur vanaf waar afstanden gelden EEE Artikel 22.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.98 22.101 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden 1.
44
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor de geur op een geurgevoelig object door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.10. Tabel 22.3.10 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
Gemeenteblad 2025 nr. 511577
24 november 2025
2.
Geurgevoelig geurgevoelig object
Waarde
Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij
2,0 ouE/m3
Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij
3,0 ouE/m3
Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij
8,0 ouE/m3
Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij
14,0 ouE/m3
Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.
FFF Artikel 22.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.99 22.102 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden 1.
Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in Artikel 22.101, Artikel 22.98, eerste lid lid, mag, in afwijking van Artikel Artikel 22.9822.101, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: a. het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, en b. de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op die locatie niet toenemen.