CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2028

Commissievergadering 22 augustus 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Onderwijsachterstandenbeleid en Lokale Educatieve Agenda 2024-20289.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

20242028 Onderwijsachterstandenbeleid

Wethouder P. Joosten Gemeente Moerdijk 2024-2028

Inhoud 1. Voorwoord ....................................................................................................................................3 2. Inleiding en leeswijzer .................................................................................................................4 Inleiding .........................................................................................................................................4 2.1. Kwaliteitskader ..................................................................................................................4 Toezicht en handhaving VE (Naleving, 2023) ........................................................................5 2.2 Onze Partners onderwijs en VE uitvoerende organisaties .............................................5 2.3. In de nieuw LEA structuur worden op thema niveau betrokken: ...................................5 2.4. Overige maatschappelijke partners: ................................................................................5 2.5. Regionale Educatieve Agenda .........................................................................................6 Leeswijzer .....................................................................................................................................6 3.

Onderwijsachterstandenbeleid in gemeente Moerdijk ..............................................................7 Besluitvormingsproces Moerdijk .................................................................................................8 3.1 Huidige invulling OAB in de gemeente ................................................................................8 3.1.1. brede school coördinatie ...............................................................................................8 3.1.2 de Bibliotheek op School (dBos) ...................................................................................9 3.1.3 voorschoolse educatie en de rol van JGZ in de indicatie en toeleiding .....................9 3.1.4 de zomerschool ...............................................................................................................9 3.1.5. de taalklas .................................................................................................................... 10 3.1.6 overige samenwerkingen en initiatieven ..................................................................... 10 3.1.7.

M@zl PO................................................................................................................ 10

Vanuit de NPO-middelen: .......................................................................................................... 10 a)

Kinderwerk en jongerenwerk op school ...................................................................... 10

b)

Voorstelling (Licht) ......................................................................................................... 11

c)

Steunpunt PO/VO en Individuele begeleiding ............................................................ 11

3.2 Kengetallen........................................................................................................................... 11 3.4 Visie op OAB ........................................................................................................................ 12 3.4.1 Aangrijpingspunten Integraal beleid onderwijs ........................................................... 12 4. Voorschoolse educatie .......................................................................................................... 13 Huidige situatie ....................................................................................................................... 13 4.1 Doel, doelgroep en doelgroep definitie .............................................................................. 13 Nieuwe doelgroep definitie ....................................................................................................... 14 4.2 Indicatie en toeleiding .......................................................................................................... 16 4.2.1. Aandachtspunten ................................................................................................................ 16 4.3 Bereik ....................................................................................................................................

17 4.4 Aanbod en uitvoering ........................................................................................................... 17 1

5. Onderwijsachterstandenbestrijding in de basisschool ............................................................ 18 5.1. Hoeveel kinderen met een risico op onderwijsachterstand zijn er in de gemeente Moerdijk ... 18 5.2 Taalgroep in het basisonderwijs NT2 klas ......................................................................... 19 6. Monitoring en resultaatafspraken en evaluatie ....................................................................... 20 “Doen we de goede dingen en doen we die dingen goed?. ................................................... 20 Vroegschoolse educatie............................................................................................................. 20 7. Samenwerking en overleg......................................................................................................... 22 8. Begroting .................................................................................................................................... 23 Begroting 2024 ........................................................................................................................... 23 2023 uitgaven op onderwerp .....................................................................................................

23 Rijksbijdrage ............................................................................................................................... 24 9. Werk- of uitvoeringsagenda ...................................................................................................... 24 Bibliografie ...................................................................................................................................... 27

2

1. Voorwoord De jaarlijks binnenkomende Rijksgelden voor Onderwijsachterstandenbeleid hebben het kenmerk van een specifieke uitkering met eigen 'spelregels'. Deze worden ingezet voor de doelen zoals die zijn bepaald in het onderwijsachterstandenbeleid. Lokaal is er veel ruimte om de uitvoering in te richten op een wijze zoals die het beste past binnen de randvoorwaarden. Voor een aantal zaken gelden verplichtingen. Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor een voldoende gespreid aanbod voorschoolse educatie voor peuters van 2,5 tot 4 jaar en een aanbod dat kwalitatief goed op orde is. Voor de periode 2024-2028 kiezen wij er voor om een uitvoeringsplan OAB onder regie van de gemeente op te stellen. Een aanleiding is de scan die is uitgevoerd voor de gemeente Moerdijk enkele punten zijn uitgewerkt in de Kompas voor het sociaal domein hierin zijn kansen zijn genoemd die wij meenemen in het onderwijsachterstandenbeleid. In dit uitvoeringsplan zijn de speerpunten uit dit kompas al gedeeltelijk verzilverd en is de intentie om deze te borgen in het onderwijsachterstandenbeleid. De thuisomgeving van het kind vormt de basis van de ontwikkeling van het kind. De ouders of verzorgers van het kind zijn hiervoor in eerste instantie verantwoordelijk.

Er wordt actief met ouders of verzorgers gecommuniceerd om thuis aan de slag te gaan met de ontwikkeling van het kind als er een achterstand is geconstateerd. Onze focus ligt op de kinderen die het echt nodig hebben. De acties die voortkomen uit ons beleid zijn slechts hulpmiddelen en ondersteunend bij de ontwikkeling van het kind. Wel blijft het van belang dat kinderen kind kunnen zijn. Wij zijn er trots op dat in Moerdijk er met alle betrokken partners gewerkt wordt aan een toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente. Dit betekent laagdrempelige toegang, dichtbij mensen georganiseerd om het bereik te vergroten. Zoveel mogelijk partijen worden bewogen hieraan mee te doen. De focus wordt gelegd op de kinderen die het echt nodig hebben. Er is altijd sprake van gemengde groepen, waardoor segregatie wordt voorkomen. De ontwikkelingen in het sociaal domein (invoering Jeugdwet en de Wet Passend Onderwijs) bieden kansen om te werken aan een geïntegreerde aanpak, zowel qua pedagogisch beleid als bij de ondersteuning en eventuele zorg die kinderen nodig hebben. Hiertoe vindt zoveel mogelijk afstemming met en aansluiting bij het onderwijs plaats, zodat kinderen geen hinder ondervinden van de overstap van voorschool naar vroegschool. De voor- en vroegscholen bieden een normaliserende omgeving voor jeugdigen, met een positieve pedagogische benadering.

Daarnaast spannen de vooren vroegscholen zich in om de kwaliteit en snelheid van het signaleren van belemmeringen in de ontwikkelingen van jonge kinderen te vergroten, in samenwerking met onder andere het Centrum voor Jeugd en gezin (CJG).

3

2. Inleiding en leeswijzer Inleiding De gemeente Moerdijk heeft in 2021 een LEA opgesteld waarin het onderwijsachterstandenbeleid vooral aansluiting heeft gezocht bij de regionale ontwikkelingen. Er is een nieuwe LEA (overleg) structuur ontwikkeld. In deze structuur is het onderwijsachterstandenbeleid leidend en vraagt een beleidsdocument waarin dit uitgangspunt als sterke basis dient voor alle beleid en uitvoeringskeuzes voor de gemeente Moerdijk. Met het voorliggende document willen wij de komende jaren uitvoering geven op een wijze die onze gemeente past. Dit overleg heet in de wet ‘Overleg onderwijsachterstanden’, maar in de dit document spreken we voor de gemeente Moerdijk het overleg aan onder de naam Lokale Educatieve Agenda (LEA). De nieuwe regeling 'Periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea' verplicht gemeenten om de minister jaarlijks informatie te verstrekken over de uitvoering van een aantal taken op het terrein van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet voorgezet onderwijs 2020 (WVO 2020). Vanuit de WPO en de WVO 2020 heeft de gemeente als taak om minimaal een keer per jaar te overleggen met de schoolbesturen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs en de houders van de kinderopvangvoorzieningen.

Het doel hiervan is om gezamenlijk afspraken te maken over het bevorderen van integratie, het voorkomen van segregatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en het afstemmen van de inschrijvings- en toelatingsprocedures. Wij zien dit overleg in de gemeente Moerdijk breder en zetten in op aanpalende beleidsterreinen zoals: o.a. Preventie, Taal, Armoedebeleid, Sport, Jeugd. Het is de bedoeling dat deze afspraken zoveel mogelijk meetbare doelen bevatten. De gemeente Moerdijk heeft met de scan kwetsbaarheden in kaart gebracht maar ook kansen benoemd om deze gezamenlijke doelen met het veld invulling te kunnen geven.

2.1. Kwaliteitskader De onderwijs inspectie heeft het interbestuurlijk toezichtkader herzien met als doel meer samenhang en eenduidigheid binnen het interbestuurlijk toezicht vanuit de inspectie te realiseren. Het vernieuwde kader is ingegaan op 1 januari 2023. In het onderwijsachterstandenbeleid neemt Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) een belangrijke plaats in. De onderwijsinspectie controleert onder meer het proces en de structurele kwaliteit van VE op basis van signalen. Ook ziet de inspectie (interbestuurlijk) toe op het ‘VE-beleid’ van de gemeente, de wijze waarop wij het toezicht op kinderopvang en VE uit laten voeren en regisseert, en de besteding van middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB-middelen). VVE is erop gericht om peuters en kleuters met een risico op onderwijsachterstand zo goed mogelijk toe te rusten voor de ‘start’ in groep 3 van de basisschool. Dit gebeurt in de voorschoolse periode (van 2,5 tot 4 jaar) en in de vroegschoolse periode (groep 1 en 2 van de basisschool.) Voor gemeenten, kinderopvang en basisscholen gelden de volgende verplichtingen: • Gemeenten zijn op grond van de Wet op het primair onderwijs (WPO) verantwoordelijk om een kwalitatief goed voorschools aanbod te realiseren voor alle kinderen met een risico op een taalachterstand in een gemeente.

Gemeenten moeten zorgdragen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding (artikel 159).1 • Alle kinderopvanglocaties moeten voldoen aan de Wet Kinderopvang en de kwaliteitseisen uit het Besluit kwaliteit kinderopvang. Daarnaast is op de voorschoolse locaties met een VVE-aanbod ook het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie van toepassing. • Basisscholen richten het onderwijs zodanig in dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden, in het bijzonder in de beheersing van

1

https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/2024-01-01

4

de Nederlandse taal, waarin ook door middel van vroegschoolse educatie kan worden voorzien (artikel 8, lid 9 WPO.)2 De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van het aanbod van voorschoolse educatie voor peuters met een risico op een taalachterstand. Het onderwijs is primair verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie. Gezamenlijk maken we afspraken over het geheel. De gemeente Moerdijk heeft als ketenregisseur zicht op de volgende thema’s die spelen. Vanuit deze neutrale positie kunnen wij als geen ander partijen verbinden om samen tot breed gedragen afspraken en concrete doelen te komen. Voor het thema segregatie gaan wij in kaart brengen in welke mate en vorm dit binnen de eigen gemeente speelt, en gaan hierover met het veld en met de gemeenteraad in gesprek. • • • •

Bestrijden van onderwijsachterstanden Voorkomen van segregatie Bevorderen van integratie Afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures.

Toezicht en handhaving VE (Naleving, 2023) Kwaliteitseisen waaraan kinderopvang moet voldoen zijn door het rijk in de Wet kinderopvang vastgesteld. Het doel hiervan is om te zorgen voor verantwoorde kinderopvang in een veilige omgeving. Goede kwaliteit van kinderopvang is immers essentieel vanuit het belang dat de samenleving heeft bij een gezonde en optimale ontwikkeling van haar kinderen. Naast de verantwoordelijkheid die de kinderopvangondernemer (de houder) heeft om kwalitatief goede kinderopvang te bieden, hebben gemeenten een rol om op de naleving van deze kwaliteitseisen door houders toe te zien. De GGD is aangewezen als toezichthouder en houdt toezicht op de vastgelegde kwaliteitseisen. Daarbij concentreert hij zich op de kwaliteitsbeoordeling. Het toezicht op VE verdeeld is dus over 2 partijen: de regionale GGD’en en de Inspectie van het Onderwijs. De GGD houdt toezicht op de kinderopvang – en VE – in opdracht van onze gemeente. Het gaat dan om zaken als de kwaliteit van de locatie, de veiligheid van de kinderen en het opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers. De verantwoordelijkheid voor handhaving naar aanleiding van het GGD-toezicht ligt weer bij u onze gemeente.

2.2 Onze Partners onderwijs en VE uitvoerende organisaties • • • • • • •

Stichting Openbaar Basisonderwijs West Brabant (OBO) Borgesius stichting Stichting de Waarden ABBO Kindcentrum Kinderopvangorganisaties3 Jeugdzorg JGZ TWB Centrum voor jeugd en gezin (CJG)

2.3. In de nieuw LEA structuur worden op thema niveau betrokken: • •

Stichting samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Roosendaal e.a (SWV ROOS VO), passend onderwijs voor de regio Roosendaal e/ Moerdijk e.o. (PO 30.02) Markland college Zevenbergen (VO)

2.4. Overige maatschappelijke partners: • • • 2 3

Bibliotheek Regionaal Bureau Leren (RBL) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ/GGD)

https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/2024-01-01 Kibeo, De Dwergjes, De Zwingeltjes, de Hoeksteen, Happy Kids, de Cocon,’ t Zwammeke

5

•

Sport en Welzijn Moerdijk

2.5. Regionale Educatieve Agenda In de Regionale Educatieve Agenda (REA) wordt op regionaal niveau samengewerkt en worden afspraken gemaakt tussen meerdere gemeenten (gemeente Roosendaal, gemeente Halderberge, gemeente Drimmelen en gemeente Rucphen), schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Er is geen onderliggend wettelijk kader waaraan de leden zich dienen te houden. Op de agenda staan thema’s en onderwerpen die gemeenten, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en eventuele overige partners op regionaal niveau belangrijk vinden. De scholen in de gemeente Moerdijk worden hier vanuit hun schoolbesturen en samenwerkingsverbanden in vertegenwoordigd. Als daar aanleiding voor is worden punten van de REA besproken in de LEA Stuurgroep. Namens het gemeentebestuur zal de wethouder Onderwijs en Jeugdzorg aansluiten bij dit overleg. De deelnemers van de REA gaan de komende periode de vastgestelde REA-vorm en inhoud geven. Aandachtspunt hierbij is dat besluiten van de REA ook op lokaal niveau moeten landen. De samenwerkingsverbanden informeren (via de besturen) de plaatselijke onderwijsinstellingen.

Leeswijzer In Hoofdstuk 3 gaan wij nader in op de huidige wijze waarop invulling wordt gegeven aan onderwijsachterstanden. Vertaald naar kengetallen en een terugblik geven wij hierin een aanzet naar de (nieuwe) visie op onderwijsachterstanden. In Hoofdstuk 4 gaan we nader in op de doelgroep, de definitie en toeleiding. In Hoofdstuk 5 de verbinding met het basisonderwijs In Hoofdstuk 6 de overkoepelende thema’s in de gemeenten zoals; ouderbetrokkenheid. Hier worden de doelen vastgesteld en de wijze van monitoring toegelicht. Hoofdstuk 7 Samenwerking en overleg Hoofdstuk 8 Begroting Hoofdstuk 9 Werk- of uitvoeringsagenda

6

3. Onderwijsachterstandenbeleid in gemeente Moerdijk Om een structuur te ontwikkelen waarin de genoemde speerpunten en kansen tot uitvoering kunnen komen in een logisch besluitvormingsproces is een nieuwe overlegstructuur geïntroduceerd.

In drie overleggen4 is gewerkt aan de doelen: 1. Taal en Ontwikkeling. De onderwerpen • • • • •

voor- en vroegschoolse educatie, laaggeletterheid opvang en ondersteuning van nieuwkomers en anderstaligen verkleinen kansengelijkheid warme overdracht en zachte landing.

Zijn hier opgepakt en hebben geleid tot ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 3.

2. Kind centrum en Toekomstbestendige scholen. Als stip op de horizon is onder andere een strategische onderwijsvisie. In deze visie staat beschreven week onderdelen allemaal vallen onder een kind centrum, met als houvast de 5 O’s • • • • •

4

Onderwijs: primair, voortgezet, speciaal Ontwikkelen: taal ontluikend rekenen, sociaal emotioneel en motorisch Ondersteuning: jeugdgezond en jeugdhulp Opvang: Kinderopvang 0-12 Ontspanning: sport en cultuur.

*Preventieoverleg, Casusoverleg en Uitvoeringsoverleg

7

Zijn hier opgepakt en hebben geleid tot ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 3. 3. Zorg en ondersteuning De samenwerking tussen leerplichtambtenaar, intern begeleiders en zorg coördinatoren van het onderwijs, medewerkers kinderopvang jeugdgezondheidszorg en de expert leerlingenzorg van de gemeente staat hier centraal. Vooral vraaggericht en ondersteuningsgericht, preventief. Zijn hier opgepakt en hebben geleid tot ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 3.

Besluitvormingsproces Moerdijk De drie themawerkgroepen werken aan de doelen die uitgewerkt zijn in de LEA.

3.1 Huidige invulling OAB in de gemeente 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Meer Moerdijk brede school coördinator Bibliotheek op school Plustaken VVE Zomerschool Taalklas NT2 Boekstart M@zl PO

3.1.1. brede school coördinatie De gemeente Moerdijk zet in op het realiseren van brede scholen. Vanaf april 2019 voert Meer Moerdijk het aanvoerderschap voor het realiseren/bestendigen van brede scholen. Eind 2017 is besloten om de centrale coördinatie brede school af te schaffen en te starten met decentrale facilitering per schoolbestuur. Vanaf dat moment waren de schoolbesturen zelf verantwoordelijk. Om de naschoolse activiteiten op het gebied van cultuur, sport en techniek met elkaar te verbinden, blijkt eind 2018 dat scholen en gemeente toch behoefte hebben aan een centrale aanjager. Deze aanjager dient dan specifiek kennis en ervaring te hebben inzake de drie sport, cultuur en techniek. Deze aanjager zorgt dan voor de borging van de brede school en bouwt mee aan de ontwikkeling van Integraal Kind Centra (IKC) in de gemeente Moerdijk. ln het Programma van Eisen is optioneel een deelopdracht Brede School opgenomen. Er wordt van

8

deze optie gebruik gemaakt en de al lopende opdracht Brede School wordt toegevoegd aan de reguliere opdracht. Op basis van een plan per school worden er vraaggericht activiteiten georganiseerd en een netwerk opgebouwd (ontspanning en ontwikkeling). Daarnaast wordt er meegedacht met de ontwikkeling van de IKC's (ondersteuning). Hierover worden separaat afspraken gemaakt. Focus op activiteiten sport, cultuur, techniek (Ontspanning en Ontwikkeling) en beperkt, zorg en opvang (Ondersteuning). Twee derde van het budget wordt ingezet voor de aanjaagfunctie voor de brede scholen. Ongeveer een kwart van het budget gaat naar de inzet voor de koppeling om van een brede school naar een IKC toe te groeien. Tot slot wordt ongeveer 10% van het budget ingezet voor de uitvoering van brede school-activiteiten. Het activiteitenbudget van circa 10% van de subsidie is passend voor het bereiken van basisscholen. Indien wordt doorgegroeid naar bijvoorbeeld 14 of (alle) 21 basisscholen, dan is het huidige budget ontoereikend. De aanjager heeft aanvullende cofinanciering georganiseerd. Scholen kunnen bij Meer Moerdijk de activiteit pleintjessport inkopen. Tevens zijn er drie basisscholen die gebruikmaken van het gymnastiekaanbod van Meer Moerdijk, waarvoor deze scholen de kosten dragen.

5 3.1.2 de Bibliotheek op School (dBos) Voor de doelgroep jeugd is een doorlopende leeslijn belangrijk en dit wordt ingevuld door het aanbieden van programma’s vanaf de geboorte (Boekstart), bij de kinderopvang (Boekstart in de kinderopvang), in het basis- en voortgezet onderwijs (dBos) en bij het bereiken van ouders (Gezinsaanpak). Er komt een dekkend netwerk van leesmediaconsulenten in het gehele onderwijs. Daarbij werken zij aan het bevorderen van de deskundigheid van professionals. Om de kansen van kinderen te vergroten, moet je niet alleen hun leesvaardigheden vergroten, maar ook hun digitale vaardigheden ontwikkelen. De Bibliotheek West-Brabant biedt passende programma’s aan zoals een programma over mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking (het praktisch en creatief inzetten van digitale tools om een probleem op te lossen). Door de expertise van betrokkenen professionals verder uit te bouwen, vergroten we de digitale geletterdheid van kinderen van o tot 12 jaar. Digitale vaardigheden worden onderdeel van de hele leeslijn. Er wordt gewerkt met een geïntegreerde aanpak. Het leesplan wordt dan ook een leesmediaplan. Ouders spelen een cruciale rol bij de ontwikkeling van taal en geletterdheid van hun kinderen. De gezinsaanpak combineert het voorkomen van laaggeletterdheid met het bestrijden ervan.

Ook gaan zij aan de slag met hun eigen basisvaardigheden. Zo kunnen ze meer rijkere taal toevoegen in hun gezin. Om zo de vicieuze cirkel van laaggeletterdheid te doorbreken. Uit de evaluatie blijkt dat er een toename is van leesplezier, leesmotivatie, leesvaardigheid; • Bewustwording en aandacht (leerling, ouders, leescoördinator, leerkracht, school) • Betrokkenheid (leerling, ouders, school) • Grotere efficiëntie (leescoördinator) • Gevoel van ondersteuning (leescoördinator, leerkracht)6 3.1.3 voorschoolse educatie en de rol van JGZ in de indicatie en toeleiding De gemeente Moerdijk heeft een regeling voor- en vroegschoolse educatie – VVE (taalontwikkeling). Deze regeling voorziet in een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor peuteropvang van uw peuter. Het consultatiebureau (TWB) kijkt of er sprake is van een (risico op) achterstand en geeft een doorverwijzing om naar een VVE gecertificeerde kinderopvang te gaan. Ouders kiezen zelf naar welke kinderopvang hun kind gaat. In het Landelijke Kinderopvang Register (LRK) staan de gecertificeerde VVE kinderopvanglocaties Een VVE Kinderopvanglocatie hebben speciaal getrainde leidsters en bieden peuters met een indicatie extra ondersteuning. Met een indicatie VVE van het consultatiebureau gaat een peuter minimaal 2 dagdelen van 4 uur per week naar de peuteropvang.

Vanaf 1 september is geregeld dat peuters in de gemeente Moerdijk gratis een 3e en 4e dagdeel mee kunnen spelen ten behoeve van extra taal- en ontwikkelingsstimulering. 3.1.4 de zomerschool De Zomerschool zorgt voor een doorlopend taalaanbod voor peuters in de zomervakantie weken Door het aanbieden van de Zomerschool zal de kennisontwikkeling van doelgroeppeuters en reguliere peuters beter gewaarborgd blijven. Op dit moment is er in de zomermaanden geen VVE aanbod binnen de peuteropvang. Door in te zetten op extra activiteiten op taal in deze maanden loopt de

5 6

Brondocument: evaluatie brede school moerdijk december 2020 Brondocument: evaluatie/ presentatie dBOS 18april2024 bibliotheek West-Brabant

9

taalontwikkeling door en is er minder tot geen onderbreking van het VVE, waardoor de vooruitgang van de ontwikkeling van de kinderen minder zal stagneren en de mogelijke kans op terugval door de Corona-crisis (2020/2021/2022) en na de zomerperiode zal verminderen. De afgelopen 2 jaren is deze Zomerschool ook aangeboden en blijkt waardevol genoeg te zijn om structureel mogelijk te maken. 3.1.5. de taalklas Sommige kinderen beginnen met een (risico op een) onderwijsachterstand aan de basisschool. Vaak betreft het kinderen uit gezinnen met minder gunstige sociale, culturele en/of economische kenmerken. Maar een korte onderwijscarrière en de niet-Nederlandse achtergrond van ouders zijn kenmerken waarbij het voor nieuwkomers van belang is om een taal boost te krijgen voor zij in regulier onderwijs kunnen instromen. Daarnaast kan ook laaggeletterdheid van ouders (ook in eigen taal), vaak slechte behuizing in combinatie met werkeloosheid en/of armoede/schulden kunnen bijdragen aan minder goede startposities in het basisonderwijs, zeker voor deze doelgroep. Het inzetten van de NT2 schakelklas voor deze nieuwkomers zorgt voor een taal boost gedurende het eerste schooljaar.

Dit zodat zij op niveau kunnen instromen in het regulier Nederlands basisonderwijs De ambities voor de komende periode is om vanwege kleinschaligheid in te zetten voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, specifiek gericht op taalondersteuning. Dat is de sleutel om met succes de kansen van kinderen in het onderwijs te vergroten en integratie te bevorderen. Naast de taal boost is er ruimte om integratie te bevorderen. Kinderen ontwikkelen zich zowel op cognitief als op sociaalemotioneel gebied het beste in hun eigen woon- en leeromgeving. Die keuze is gelegen in het feit dat de kinderen en hun ouders zo snel mogelijk in hun eigen woon-/schoolomgeving kunnen integreren 3.1.6 overige samenwerkingen en initiatieven Het project Boekstart Moerdijk zorgt voor de extra taalstimulering van de peuters en sluit aan bij het gesubsidieerde plan Bieb in de kinderopvang vanuit de Bibliotheek West Brabant In de opdracht van de bieb staat naar Boekstart en de Bieb op School, ook het aanbod in de kinderopvang opgenomen. Om dit goed uit te kunnen voeren moet de kinderopvang uren beschikbaar maken voor scholing en blijvende training voor de medewerkers. Om te zorgen dat het project goed kan worden uitgerold voorzien wij in vergoeding van deze ureninzet door de kinderopvang. Gebleken is dat een doorlopende leeslijn ontzettend van belang is voor het plezier in (voor)lezen te stimuleren.

Daarnaast is de scholing van leesconsulenten nodig om de kwaliteit in blijvende impuls te geven. 3.1.7. M@zl PO In de gemeente Moerdijk wordt MAZL op het VO en PO uitgevoerd door de Jeugdarts en jeugdverpleegkundige. Vanuit VO zijn er goede ervaringen. De ambitie was om ook in het PO met deze methodiek te werken. Deze methodiek is een aanbod om te ondersteunen. In het PO resulteert voor op dit moment veel vragen aan de voorkant. In de komende LEA periode kunnen PO scholen gebruik maken van het aanbod. De jeugdverpleegkundige wordt op het PO vaak aan de gesprekstafel gevraagd bij een langdurig of vaak ziekgemelde leerling. Vanuit de NPO-middelen: a) Kind en jongerenwerk op school b) Voorstelling (Licht) c) Steunpunt PO/VO en individuele begeleiding

a)

Kinderwerk en jongerenwerk op school Een vergoeding bestaande uit individuele begeleiding van peuters door kinderopvang organisatie Kibeo en het beschikbaar stellen van buitenschoolse opvang plekken voor jeugdigen in kwetsbare (thuis)situaties (Meer Moerdijk) tot en met eind 2023. In deze afgelopen periode is deze vergoeding echter niet volledig benut. Besloten is om het resterende bedrag ook ter beschikking te stellen voor 2024 tot en met juli 2025. De gemaakte kosten worden achteraf verrekend op basis van het daadwerkelijke aantal Moerdijkse kinderen dat heeft deelgenomen. Het Kinderwerk en Jongerenwerk op school is in 2022 en 2023 (via Sport en Welzijn Moerdijk/Meer Moerdijk) bekostigd uit de incidentele NPO-gelden. Vanaf 2024 is hiervoor structureel budget beschikbaar gesteld door de gemeenteraad en komen de kosten niet meer ten laste van de NPO – geleden

10

Jongerenwerk op school: Vragen oppakken vanuit voortgezet onderwijs en primair onderwijs groep 7 en 8: Zowel Individueel: zoals op het gebied van opleiding, thuissituatie, mentale en fysieke gezondheid en weerbaarheid, als klassikaal zoals op het gebied van zelfvertrouwen, groepsdynamiek en -rollen, concentratie en pesten. Kinderwerk op school: Vragen oppakken vanuit het primair onderwijs t/m groep 6, zowel Individueel: zoals op het gebied van een luisterend oor bieden, zelfvertrouwen en weerbaarheid. Klassikaal: zoals op het gebied van groepsdynamiek, actie-reactie, omgangsvormen, weerbaarheid, vriendschappen. Met deze opdracht is de mentale gezondheid en daarmee samenhangend de sociale weerbaarheid van jeugd, jongeren en jongvolwassen versterkt, door middel van het inzetten van een preventieve oplossing in samenwerking met de verschillende partners in het jeugdveld (zorglandschap).

b) Voorstelling (Licht) Begin 2023 is vanuit de gemeente het toneelstuk “Laat het licht aan” over suïcidepreventie ingezet in samenwerking met het Steunpunt. Alle klassen vanaf leerjaar 2 hebben deze voorstelling bijgewoond. Ook was er een voorstelling speciaal voor inwoners van de gemeente Moerdijk. Alle 1e leerjaren hebben ‘Taboeiend’ in de klas gehad. Lessen over mentaal welbevinden. Verder is er nog een masterclass gepland voor docenten en het ondersteuningsteam over suïcidepreventie als gevolg op het toneelstuk c) Steunpunt PO/VO en Individuele begeleiding Tot nu toe zijn er 24 deelnemers gezien en 71 gesprekken gevoerd. Wat opvalt is dat er vaker wordt gekozen om het Steunpunt GGZ in te zetten ter overbrugging wanneer een jongere wacht op een hulpverleningstraject. Wanneer dit traject opgestart wordt, is het soms niet meer nodig door de geboden hulp. In veel gevallen is het door de gesprekken bij het Steunpunt voor een jongere makkelijker geworden tot de kern te komen waardoor maatwerk geleverd kan worden. De Steunpuntgesprekken worden ook ingezet als terugval preventie wanneer een jongere uit een intensief behandeltraject komt en weer op school gaat opbouwen. In de samenwerking speelt Meer Moerdijk een prominente rol in deze samenwerking zijn prachtige verbindingen ontstaan tussen docenten, leerlingen, ondersteuningsmedewerkers en het jongerenwerk.

Vanaf september zijn er 2 preventiewerkers gekoppeld aan de school zodat het minder kwetsbaar is wanneer er iemand uitvalt. Dit wordt door de school tot nu toe als prettig ervaren. Docenten en het ondersteuningsteam weten het Steunpunt te vinden voor advies en overleg. In het 3-wekelijkse overleg met de ondersteuningscoördinator, het CJG en het Steunpunt GGZ worden (mogelijke) casussen besproken. Projectgroep: Per schooljaar worden er 4 momenten ingepland voor het projectgroep overleg. Deze overleggen zijn online en hierbij sluiten alle samenwerkingspartners vanuit het Steunpunt aan, docenten vanuit de onderwijsteams en het ondersteuningsteam van het Markland College. De GGZmedewerker en de ondersteuningscoördinator zitten deze overleggen voor. Er wordt aangegeven dat het inzetten van de ‘Time-Out passen’ soms lastig te begeleiden is vanuit de docenten en medewerkers van het talen lab. Hierop volgend wordt een overleg ingepland om te kijken wat de knelpunten zijn. De ondersteuningscoördinator gaat vervolgens aan de slag met het monitoren van de Time-Out passen door mentoren en eventueel het ondersteuningsteam. 3.2 Kengetallen aantal peuters aantal peuters met vve-indicatie aantal basisschoolleerlingen

7 8

6427 1078 2688 (2022-2023)

Bron: waarstaatjegemeente.nl Bron: VVE Monitor Dimensional Insight TWB

11

percentage dat tot de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid volgens het rekenmodel van CBS/OCW1

15%

aantal kinderopvangaanbieders en aantal voorschoolse locaties aantal schoolbesturen en aantal basisscholen

22 en 14 daarvan VE 9

andere samenwerkingspartners, zoals JGZ en bibliotheek de hoogte van de GOAB-bijdrage vanuit het Rijk (en evt. toename/afname daarin) NPO

4 schoolbesturen, 19 basisscholen waarvan 1 SBO school. Bibliotheek, Meer Moerdijk, TWB consultatiebureau…. €807.21310 €489.032

3.4 Visie op OAB De gemeente Moerdijk wil kinderen de beste kansen geven om zich te kunnen ontplooien en ontwikkelen zodat hun start in het onderwijs en de maatschappij zo optimaal mogelijk is. In de eerste jaren maakt het kind de grootste ontwikkeling door, dit is dan ook een kansrijk moment om preventief in te zetten op de taalontwikkeling. Hierdoor kunnen de ontwikkelingskansen van kinderen worden vergroot. In deze visie staat het kind en zijn ontwikkeling centraal en is de ambitie dat ieder voor onderwijsachterstanden kwetsbaar kind bereikt wordt, kansen krijgt om zich te kunnen ontwikkelen en deelneemt aan vve- of OAB-activiteiten. Het doel is om bij alle doelgroepkinderen zo mogelijk een achterstand te voorkomen of een achterstand te verkleinen indien reeds aanwezig. Hierdoor kunnen alle kinderen zo goed mogelijk voorbereid starten op de basisschool en voortgezet onderwijs. 3.4.1 Aangrijpingspunten Integraal beleid onderwijs Het belangrijkste aangrijpingspunt voor integraal beleid is de samenwerking tussen school en de kinderopvang, daar waar de kinderen zich het grootste deel van hun tijd ontwikkelen. Omdat de ontwikkeling van Integrale Kind Centra (IKC) gestaag vordert, is dit de omgeving waar het integraal beleid moet worden gerealiseerd.

Daar waar voor het aanleren van vaardigheden van de 21e eeuw samenwerking met sport, cultuur, bedrijfsleven, ouderen en andere partners kan worden gerealiseerd, ontstaat een rijkere leeromgeving voor de kinderen. Het doel is om binnen de gebieden van Onderwijs, Opvang, Ondersteuning, Ontwikkeling en Ontspanning de kinderen alle vaardigheden mee te geven om zich te kunnen ontplooien tot de beste versie van zichzelf met gelijke kansen. Een ander aangrijpingspunt voor integraal beleid is de onderwijshuisvesting. In het licht van de IKC ontwikkeling is het wenselijk om met een bredere blik naar schoolgebouwen te kijken. Integrale gebouwen kunnen worden gecreëerd, door voorzieningen te bundelen en daardoor meer ontmoetingen mogelijk te maken. Sport, cultuur, onderwijs, kinderopvang, buurt- en gemeenschapsvoorzieningen en kleinschalige zorgvoorzieningen passen goed bij elkaar en kunnen elkaar in hun functies versterken. De aankomende nieuwbouwprojecten worden in gezamenlijkheid aangepakt en dienen een integrale benadering te krijgen. In de omgevingsvisie ‘Koers Moerdijk 2040’, is aangeven dat sprake is van 11 kernen met ieder een eigen karakter. De hoofdkern is Zevenbergen. De voorzieningen kernen zijn de hoofdkern Zevenbergen, Klundert, Fijnaart en Willemstad. Het leefbaar en aantrekkelijk houden van de (kleinere) 9

Bron: Landelijk Register Kinderopvang Bron: beschikkingen Rijksoverheid

10

12

kernen is een belangrijke opgave. Maatwerk per kern is nodig. In het ‘Bestuursakkoord 2022-2026’ is bij het thema ‘Wonen en voorzieningen’ o.a. opgenomen dat realistisch gekeken wordt op voorzieningen in en nabijheid van de kernen. Bij de aankomende nieuwbouwprojecten zal daarom onderzocht worden of gezamenlijke huisvesting met andere functies gewenst en haalbaar is. Integraal beleid betreft in het bijzonder ook het vraagstuk van (het voortbestaan van) de kleine scholen. Een deel van de ouders kiest voor een (grotere) school met een toekomst en een praktijk die de toekomst van hun kinderen het meest kansrijk maakt. Dit vraagstuk kent geen gezamenlijke aanpak van gemeente en schoolbesturen. Het is noodzakelijk om gezamenlijk beleid te formuleren gericht op spreiding en bereikbaarheid van scholen.[1]

4. Voorschoolse educatie De gemeente Moerdijk vindt het belangrijk dat elke peuter de kans krijgt om zich spelenderwijs te ontwikkelen en zo goed voorbereid naar de basisschool gaat. Daarom heeft de gemeente een regeling voor- en vroegschoolse educatie – VVE (taalontwikkeling). Deze regeling voorziet in het bieden van extra ontwikkeling en taalondersteuning voor doelgroep peuters. Het consultatiebureau (TWB) kijkt of er sprake is van een (risico op) achterstand en geeft een doorverwijzing om naar een VVE gecertificeerde kinderopvang te gaan. De gemeente is verantwoordelijke voor een kwalitatief goed VE aanbod en een spreiding van dit VE aanbod. Gezien het feit dat alle aanbieders aan dezelfde wettelijke eisen moeten voldoen en de gemeente aan de ouders en/of verzorgers de vrije keuze voor een dienstverlener wil laten, is gekozen voor een zogenaamde Open House procedure waarbij gemeente Moerdijk VE-kinderopvang inkoopt bij (meerdere) opdrachtnemer(s).

Huidige situatie De huidige opdrachtnemer werkt op dit moment op contractbasis met opdrachtgever ofwel gemeente Moerdijk. Middels de VVE-routekaart van de gemeente bieden zij in samenwerking met het consultatiebureau, het centrum voor jeugd en gezin en het onderwijs een passende plek voor iedere peuter. VE voeren zij uit binnen de wettelijke eisen en voorwaarden, opdrachtgever ziet hier samen met de GGD-Inspectie op toe.11

4.1 Doel, doelgroep en doelgroep definitie De gemeente bepaalt de criteria voor de doelgroep van voorschoolse educatie. Dit gebeurt in samenspraak met de peuteropvang organisaties, de basisscholen en het consultatiebureau (TWB); Sinds 2019 hanteert het Rijk een nieuwe verdeelsystematiek voor de verdeling van de OAB-middelen, waaruit VVE wordt bekostigd. Tot 2019 werd alleen naar het opleidingsniveau van de ouders gekeken, vanaf 2019 zijn vier indicatoren van invloed op de hoogte van de middelen: • Opleidingsniveau moeder en vader; • Land van herkomst van de ouders; • Verblijfsduur van de moeder in Nederland; • Ouders wel/niet in schuldsanering. Gemeenten houden beleidsvrijheid om - in overleg met hun partners - de eigen gemeentelijke definitie van een doelgroeppeuter te bepalen. Gemeenten hoeven bovengenoemde CBS-indicatoren dus niet toe te passen, maar het mag wel. De oude doelgroep definitie losgelaten De oude definitie ging uit van een doelgroep peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Dit is aangepast naar 2,5 tot 4 jaar en sluit hiermee alvast aan op de wettelijke leeftijd van 2,5 jaar waarmee gerekend gaat worden bij de invoering van 16 uur VVE per week per 1 augustus 2020. Daarnaast vervalt het leerlinggewicht als criterium en komt daarvoor het opleidingsniveau van beide ouders in de plaats.

11

Inkoop document gemeente Moerdijk

13

Verder wordt actief ingezet op beëindigen van het VVE-traject zodra het verrijkte aanbod niet meer noodzakelijk is

“Voorschoolse educatie is een ontwikkelingsstimulerend programma in de kinderopvang voor peuters vanaf 2,5 jaar met (een risico op) een (taal)achterstand. Voorschoolse educatie wordt aangeboden door vve-gecertificeerde kinderopvangorganisaties en is er op gericht om peuters zoveel mogelijk zonder achterstand in het basisonderwijs te laten starten.”

Nieuwe doelgroep definitie Doel, doelgroep en doelgroep definitie Nieuwe doelgroep definitie De gemeente bepaalt de criteria voor de doelgroep van voorschoolse educatie. Dit gebeurt in samenspraak met de peuteropvang organisaties, de basisscholen en het consultatiebureau (TWB); Sinds 2019 hanteert het Rijk een nieuwe verdeelsystematiek voor de verdeling van de OAB-middelen, waaruit VVE wordt bekostigd. Tot 2019 werd alleen naar het opleidingsniveau van de ouders gekeken, vanaf 2019 zijn vier indicatoren van invloed op de hoogte van de middelen: • Opleidingsniveau moeder en vader; • Land van herkomst van de ouders; • Verblijfsduur van de moeder in Nederland; • Ouders wel/niet in schuldsanering. Gemeenten houden beleidsvrijheid om - in overleg met hun partners - de eigen gemeentelijke definitie van een doelgroeppeuter te bepalen. Gemeenten hoeven bovengenoemde CBS-indicatoren dus niet toe te passen, maar het mag wel. De oude definitie ging uit van een doelgroep peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Dit is aangepast naar 2,5 tot 4 jaar en sluit hiermee alvast aan op de wettelijke leeftijd van 2,5 jaar waarmee gerekend gaat worden bij de invoering van 16 uur VVE per week per 1 augustus 2020. Het consultatiebureau TWB beoordeelt of een peuter een doelgroepindicatie krijgt.

Zij leiden wel alle doelgroepkinderen vanaf 2jarige leeftijd actief toe naar een gecertificeerde peutergroep met Voorschools Educatie-aanbod, zodat de peuters op 2,5 jarige leeftijd starten met extra VE-uren per week. Daarnaast vervalt het leerlinggewicht als criterium en komt daarvoor het opleidingsniveau van beide ouders in de plaats. Verder wordt actief ingezet op bespreken van voortgang waarin aanpassingen van het VVE-traject mogelijk is als het verrijkte aanbod een positieve ontwikkeling kent. Een doelgroeppeuter is een kind van 2,5 tot 4 jaar dat: 1. Aantoonbaar over een risicoprofiel beschikt, namelijk: a. Beide ouders hebben een hoogst genoten opleiding op vmbo-niveau gevolgd of maximaal 2 leerjaren onderwijs van een ander niveau op het voortgezet onderwijs, en/ of; b. In de thuissituatie wordt geen Nederlands als voertaal gesproken, en/ of; c. Tenminste één van de ouders is korter dan 8 jaar in Nederland. EN/ OF 2. Waarbij door de jeugdgezondheidszorg, de peuteropvang of het kinderdagverblijf een taal- en/ of ontwikkelingsachterstand, zowel sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand is gesignaleerd.

14

EN 3. Waarbij de taal- en of/ ontwikkelingsachterstand zowel sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand volgens een wetenschappelijke methode door de jeugdgezondheidszorg is vastgesteld.

OF

4. Indien door de jeugdgezondheidszorg, de peuteropvang of het kinderdagverblijf de eerder gesignaleerde taal- en/ of ontwikkelingsachterstand zowel sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand niet meer wordt gezien, wordt tussen deze partij(en) en de ouders nieuwe afspraken gemaakt rondom het VVE traject.

15

4.2 Indicatie en toeleiding Het consultatiebureau bespreekt met ouders de deelname van het kind aan het VVE project op de peuterspeelzaal en/of kinderdagverblijf Doelgroepkinderen dienen minimaal 16 uur VVE op een peuterspeelzaal of VVE-kinderdagverblijf te volgen. In het kader van warme overdracht en privacy dient er toestemming gevraagd te worden tijdens het 2jarig contactmoment aan de ouders van doelgroepkinderen om de voortgang van de taalontwikkeling van hun kind te bespreken met de leiding van de peuterspeelzaal/kinderdagverblijf. Doelgroep peuters worden, als daar aanleiding voor is en ná toestemming van de ouders, gezamenlijk besproken binnen het centrum voor jeugd en gezin (CJG) voor de mogelijkheid tot extra (zorg)ondersteuning van de peuter dan wel het gezin. Opdrachtnemer geeft uitvoering aan de signaalfunctie door op casusniveau af te stemmen met het consultatiebureau, dan wel het CJG. Ouders moeten zich inschrijven volgens de gebruikelijke procedure. Leeftijd 2-4 jaar De jeugdverpleegkundige/ jeugdarts bespreekt alle doelgroepkinderen minimaal 1x per half jaar met de leiding peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Zo nodig wordt gezamenlijk een plan van aanpak op opgesteld. 2 tot 2 ½ jaar Wanneer de taalvaardigheid van peuters op 2-jarige leeftijd niet leeftijdsadequaat is, volgt altijd individueel advies over de noodzakelijke medische route (bv.

verwijzing KNO-arts, audiologisch centrum, logopedist, kinderarts) en een extra consult bij de jeugdarts na 3 en/of 6 maanden waarna opnieuw en uitgebreider gekeken wordt naar de (spraak-taal)-ontwikkeling van deze kinderen. Als er geen medische oorzaken aanwezig zijn of vermoed worden, wordt de procedure toeleiding naar een VVE-programma op peuterspeelzaal en/of kinderdagverblijf alsnog gestart door de jeugdarts. Leeftijd 3 jaar Doelgroepkinderen worden op de leeftijd van 3 jaar door de jeugdarts gezien. Er wordt nagegaan of een doelgroepkind geplaatst en gestart is met VVE op peuterspeelzaal of kinderdagverblijf op de leeftijd van 3 jaar. Op de leeftijd van 3 j aar worden tijdens het reguliere consult van het consultatiebureau door de jeugdverpleegkundige/ jeugdarts doelgroepkinderen gesignaleerd. Na het reguliere consult op de leeftijd van 3 jaar kan de jeugdarts in samenspraak met de jeugdverpleegkundige besluiten een kind alsnog aan te melden voor een VVE programma op peuterspeelzaal en/of kinderdagverblijf. Op de leeftijd van 3 jaar 6 maanden wordt voor doelgroep kinderen zo nodig een overleg gepland met de voorschoolse voorziening, de jeugdarts en de IB-er van de beoogde basisschool om een zorgplan op te stellen en dit gezamenlijk met ouders te bespreken.

Kleuters met achterstanden en stevige ondersteuningsbehoeften worden besproken voor een instroomklas, zodat deze kleuters kansen krijgen zich in een reguliere thuisnabije schoolomgeving te ontwikkelen i.p.v. een verwijzing naar sbo/so. Voor het samenwerkingsverband is dit met de schoolbesturen een zeer belangrijk speerpunt in kader van inclusief onderwijs en bieden van kansen, om te voorkomen dat jonge kinderen direct in het speciaal (basis) onderwijs instromen en daar vervolgens nauwelijks uitstromen waardoor kansen verminderen in de verdere loopbaan. (zie ook pagina 19)

4.2.1. Aandachtspunten • •

Wanneer ouders van een doelgroepkind het kind niet op de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf willen plaatsen (schatting: 15% van de ouders) brengt de verpleegkundige Jeugdgezondheidszorg een extra huisbezoek om ouders hiervoor te motiveren. Wanneer de jeugdarts inschat dat ouders het aanmeldingsformulier voor de peuterspeelzaal o f kinderdagverblijf niet zelf kunnen invullen neemt de jeugdverpleegkundige contact op met de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf. In overleg wordt afgesproken wie ouders hulp biedt bij het invullen van het aanmeldingsformulier. Zo nodig brengt de jeugdverpleegkundige een huisbezoek

16

•

Wanneer een kind na aanmelding niet start op de peuterspeelzaal brengt de jeugdverpleegkundige opnieuw een huisbezoek en inventariseert de reden. Zo nodig zet zij andere middelen of disciplines in om ouders te motiveren.

4.3 Bereik We houden zicht op het bereik in de vve werkgroep met de monitor. De monitor VVE dimensional insight geeft inzicht: De gemeente

De JGZ organisatie

VVE-aanbieder

Heeft altijd een actueel inzicht in hoeveel kinderen er in aanmerking komen voor VVE, hoeveel kinderen in het proces zitten om VVE te krijgen en hoeveel er geplaatst zijn en het VVEprogramma volgen. Verder beschikt de gemeente over een pagina met de status van de VVE Monitor per kwartaal. >80 % wordt bereikt. Heeft altijd een actueel inzicht in welke kinderen door hen nog aangeboden moeten worden aan een VVE-aanbieder, welke kinderen geplaatst zijn en welke kinderen uiteindelijk toch niet geplaatst worden. Heeft altijd een actueel inzicht in welke kinderen aan hen zijn aangeboden of er al contact met de ouders is opgenomen en welke kinderen uiteindelijk zijn ingeschreven.

4.4 Aanbod en uitvoering Het aanbieden van voorschoolse educatie aan geïndiceerde peuters met als doel het voorkomen en/of verminderen van (een risico op) taalachterstand en stimuleren van ontwikkeling van de peuter voor een goede start op het primair onderwijs woonachtig in de gemeente Moerdijk; 1. Het zorgen voor voldoende en kwalitatief volwaardige voorzieningen (in aantal, aanbod en spreiding) waar kinderen met een (risico op) achterstand in ontwikkeling en de Nederlandse taal deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie; 2. Het inzetten op ondersteuning van de doelgroep peuter binnen de kinderopvang op het gebied van de ontwikkeling, en daarbij vooral gericht op taal; 3. Stimuleren van mogelijke ondersteuning binnen het gezin in de thuissituatie ofwel grotere ouderbetrokkenheid. Het VE-aanbod van het kinderdagverblijf gaat om het organiseren van 960 uur voorschoolse educatie verspreidt gedurende 1,5 jaar in de leeftijd van 2 tot max 5 jaar. Dit aanbod mag over 52 weken per kalenderjaar verdeeld worden en dient afgestemd te zijn op de leeftijd van de peuter. Waarbij slapen niet valt niet binnen het aanbod VE, halen/brengen en eetmomenten met de peuters wel.

Het aanbod VE moet verdeeld zijn over minimaal 3 dagdelen per week en maximaal 6 uur per dag, dit ten behoeve van de meest efficiënte en effectieve inzet van het aanbod, en wordt aangeboden in gemengde groepen waar doelgroep peuters en reguliere peuters gezamenlijk opvang krijgen. Voor een groepsgrootte van 16 peuters mogen binnen de groep maximaal 8 doelgroep peuters geplaatst zijn. Met daarbij rekening houdend dat een VE-peutergroep per 8 kinderen minimaal één gekwalificeerde leidster moet staan. Invulling van de 2e leidster op de groep mag een combinatie zijn van een gekwalificeerde leidster met een leidster in opleiding. De opdrachtnemer is geregistreerd in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK); heeft in het LRK de aantekening ‘ja’ bij voorschoolse educatie en voldoet aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit

17

voorschoolse educatie. Als het voor de ontwikkeling van de peuter (vanaf 2 jaar) nodig is, kan bij wijze van ingroei een periode van 10 weken opbouwende aanbod VE worden gevolgd, waarbij dit niet betekent dat deze uren voor start op primair onderwijs ingehaald moeten worden. Inhalen van deze uren mag wel als dit passend is voor de peuter. De opdrachtnemer werkt altijd met een kind-volgsysteem; een integraal programma dat zich richt op de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling en wat daar waar mogelijk het best aansluit op het basisonderwijs in dezelfde kern, of waar naar verhouding de meeste doelgroep peuters onderwijs zullen volgen. Voor elke doelgroep peuter is een plan van aanpak/handelingsplan/ontwikkelplan aanwezig en digitaal beschikbaar. Dit plan is geregistreerd in het monitoringssysteem van het consultatiebureau. De VE medewerkers van opdrachtnemer zijn VE-gecertificeerd en moeten voor het kind-volgsysteem een opleiding behorend bij het te gebruiken programma aantoonbaar met succes gevolgd en afgerond hebben en daar waar nodig herhalen. Ook voor het gebruik van de VVE-monitor is een medewerker hierin gespecialiseerd.

5. Onderwijsachterstandenbestrijding in de basisschool In kader van WPO artikel 165 mogen gemeenten ook (mede)financier zijn van OAB-activiteiten in scholen, zoals schakelklassen, zomerscholen en verlengde schooldagen. Dit is geen wettelijke verplichting. Het is een afweging die de gemeente zelf mag maken, uiteraard in goed overleg met het onderwijsveld.

5.1. Hoeveel kinderen met een risico op onderwijsachterstand zijn er in de gemeente Moerdijk

Onderwijs Indicator

periode waarde

Peuters en leerlingen basisonderwijs Peuters

2020

Peuters en leerlingen basisonderwijs Onderbouw

2020

Peuters en leerlingen basisonderwijs Bovenbouw

2020

bron

642 CBS Bevolking naar leeftijd en geslacht 1327 DUO, bewerking ABF 1521 DUO, bewerking ABF

omschrijving

Dit betreft leerjaar 1 t/m 4. Dit betreft leerjaar 5 t/m 8.

Voor de gehele gemeente is het aantal kinderen met een mogelijke onderwijsachterstand 510 (15%) in 2023. In de gemeente Moerdijk zijn de wijken Klundert, Zevenbergschenhoek en Fijnaart die boven het landelijke percentage van 15% uit stijgen het hoogste risicogebied. Vanaf 1 januari 2019 verdeelt OCW deze middelen op een nieuwe manier. Voor de bepaling van de verdeling van de middelen over gemeenten gebruikt OCW een indicator die eerder is ontwikkeld door het CBS. Met behulp van deze indicator kunnen onderwijsscores berekend worden per peuter (2,5 tot 4 jaar) en basisschoolleerling en vervolgens opgeteld worden tot achterstandsscores per gemeente. Deze scores drukken dan de verwachte achterstandsproblematiek per gemeente uit, op basis waarvan OCW het onderwijsachterstandenbudget over gemeenten kan verdelen. Om de toegekende middelen zo doelgericht mogelijk in te kunnen zetten, is het voor de gemeenten van belang om te weten op welke plekken het risico op onderwijsachterstanden in hun gemeenten het grootst is. In dit dashboard zal daarom per gemeente de spreiding van kinderen met een risico op onderwijsachterstanden in kaart gebracht worden op wijkniveau, door middel van tabellen en

18

heatmaps.

https://dashboards.cbs.nl/v5/onderwijsachterstanden/ (CBS, 2024) Het aantal kinderen dat door de JGZ een VVE-indicatie Q4/2023 heeft gekregen op basis van de in de gemeente geldende criteria is 182.

5.2 Taalgroep in het basisonderwijs NT2 klas In de gemeente Moerdijk heeft met de komst van de Oekraïense leerlingen een snelle ontwikkeling plaatsgevonden. De NT2 Schakelklassen zijn in september 2022 gestart en we evalueren in juli 2024. Er is gestart met de NT2 Schakelklassen vanaf het nieuwe schooljaar 2022/2023 en zetten dit door in het daaropvolgende schooljaar 2023-2024. Er zijn afspraken gemaakt over afstemming en om de opbrengstgegevens te verzamelen, te analyseren, met elkaar te delen en daarbij te evalueren. Dit zodat het aanbod aan blijf sluiten op de vraag voor het taalonderwijs en het onderwijsaanbod en handelen aan te passen. In 2024 zal de gemeente vanuit de regiefunctie een keuze maken over de wijze waarop het bieden van de juiste ondersteuning aan kinderen met een (risico op) (taal) achterstand vorm krijgt. Het vraagt om een hoge kwaliteit van voorzieningen. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid en de regie waar het gaat om het aanbod voor taalonderwijs, maar doen dit altijd in overleg met onze partners. De taalgroep voor in het basisonderwijs zetten wij in onze gemeente op als de NT2 schakelklas Gemeenten krijgen uit het NP Onderwijs budget voor hun rol in voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs tot en met schooljaar 2024-2025.

Nationaal Programma Onderwijs Jongerenwerk en Kinderwerk op school Voorstelling Laat Het Licht Aan Kibeo BSO/NPO kindplaats Kibeo individuele begeleiding GGZWNB Steunpunt PO en VO Tegenboeking verplichting 2022 voor Kibeo Totaal

70.000 23.206 1.849 17.730 50.504 -2.175 161.114

Rijksbijdrage NPO

142.634

Nog te besteden / reserveren

-18.479

Opgebouwde reserve tot en met 2022

203.658

19

Totaal nog te besteden / reserveren

185.179

6. Monitoring en resultaatafspraken en evaluatie Afspraken die gemaakt zijn met de VE aanbieders in de gemeente Moerdijk middels een inkoopcontract. De opdrachtnemer verleent medewerking aan resultaatmeting. Dit valt uiteen in monitoring van het bereik via de monitor, de toetsing van de eisen uitvoering via de GGD-inspecties en kwaliteit VE door middel van resultaat monitoring. In de resultaat monitoring staat opgenomen: • het totaal aantal kindplekken uitgesplitst per locatie, met specificatie van het totaal aantal doelgroep en reguliere peuters en afname uren per LRK nummer; de achterstand van de doelgroep peuter centraal in meetbare eenheden; achterstand is vergroot – gelijk of verkleind; • aantoonbaar is gemaakt dat voor 80% van de doelgroep peuters de achterstand op basis van ontwikkelingsleeftijd is verkleind met 2 maanden; • aantoonbaar is gemaakt dat 80% van de doelgroep peuters bij het verlaten van VE de ontwikkelachterstand op basis van de kalenderleeftijd nooit groter is dan 6 maanden; • Als de achterstand groter is dan 6 maanden, of niet is ingehaald met 2 maanden, ligt er een actieplan voor ondersteuning van het kind klaar bij warme overdracht naar het primair onderwijs; • Voor 100% van de doelgroep peuters is er een plan van aanpak/handelingsplan digitaal beschikbaar met warme overdracht.

• Opdrachtnemer geeft daarnaast jaarlijks de locatieplannen door waarin de activiteiten ten behoeve van VE staan opgenomen en mogelijke verbeterpunten ten opzichte van het voorgaande jaar

“Doen we de goede dingen en doen we die dingen goed?. Een opdracht aan onszelf is nog meer inzichtelijker maken of de effectiviteit van dit beleid inzichtelijk gemaakt kan worden met cijfers. De komende periode zullen er afspraken geformuleerd worden over ; Welke cijfers in de gemeente worden verzameld (bijvoorbeeld bereik, de resultaatafspraken) en hoe deze cijfers met elkaar worden besproken (LEA, vve-werkgroep, op de locaties). Voorbeelden van indicatoren zijn: o Het aantal peuters 2,5 tot 4 jaar in de gemeente o Het aantal ve-indicaties per kwartaal o Het aantal geplaatste ve-peuters per kwartaal o Het aantal leerlingen 4 tot 12 jaar in de gemeente o Het aantal leerlingen dat deelneemt aan een OAB-activiteit o De ontwikkelingsresultaten van de vve-kinderen (resultaatafspraken) o Mate en wijze van overdracht van ve-peuters o Mate en wijze van ouderbetrokkenheid

Vroegschoolse educatie De resultaatafspraken bieden de mogelijkheid voor gemeenten om een gesprek aan te gaan over de invulling van de vroegschoolse educatie. Hierover zijn immers, in tegenstelling tot de voorschoolse educatie, geen kwaliteitseisen gesteld door het Ministerie. Indien de opbrengsten vroegschoolse educatie achter blijven bij de verwachtingen, is het vervolgens mogelijk om de dialoog te voeren over de kwaliteit van de uitvoering van vroegschoolse educatie en/of over de doorgaande leerlijn vve. Dit past ook goed in het streven om meer opbrengstgericht te werken in het onderwijs.

20

Het samenwerkingsverband SWV PO3002 (zie inzet) heeft als missie het bieden van zo thuisnabij mogelijk passend onderwijs aan elk kind in het primair onderwijs, aansluitend op zijn of haar ontwikkeling en talenten en afgestemd op zijn of haar onderwijsbehoeften. In deze context is het samenwerkingsverband heeft in 2023 met de schoolbesturen afgesproken dat er bijgestuurd gaat worden. Het palet aan maatregelen moet vanaf de zomer 2024 gaan bijdragen aan de ombuiging van de onder instroom. De schoolbesturen voelen zich samen verantwoordelijk om meer thuis en nabij inclusiever onderwijs te kunnen bieden. De adviezen opgesteld door de werkgroep “Onder instroom” zijn aan de schoolbesturen voorgelegd. Dit heeft geresulteerd in de volgende uitspraken: Artikel 160 van de WPO lid 1b stelt dat Burgemeester en wethouders minstens een keer per jaar overleg voeren en zorg dragen voor het maken van afspraken over de resultaten van vroegschoolse educatie. Artikel 160 artikel 2 lid b zegt dat Burgemeester en Wethouders deze afspraken moeten maken met de bevoegde gezagsorganen van scholen. Verder staat dat alle partijen meewerken aan de totstandkoming van de afspraken. In de memorie van toelichting staat dat de afspraken op het gebied van vroegschoolse educatie over de resultaten gaan die scholen bereiken op het terrein van vroegschoolse educatie.

Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het aantal kinderen dat een niveau Prestatie-indicatoren: stijgt, het aantal kinderen dat bijvoorbeeld minimaal op niveau C zit of Onderinstroom afspraken over de minimale woordenschat aan het einde van groep 2. Het is aan de scholen om voor het bereiken van die resultaten de weg daarnaar toe te 1. Er wordt een significante kiezen. Afspraken over resultaten zijn verplicht; afspraken over het “hoe” dus daling van 17 niet. Gemeenten en scholen blijven altijd vrij om alsnog afspraken te maken over het ‘hoe’, zoals het soort vve-programma of het aantal leerkrachten voor toelaatbaarheidsverklaringen de groep of de organisatie van ouderbetrokkenheid. Daarnaast hebben speciaal onderwijs behaald voor gemeenten de ruimte om scholen bij deze afspraken te ondersteunen met het in de leeftijdscategorie 4 tot en geld dat zij ter beschikking hebben voor het onderwijsachterstandenbeleid. met 6-jarigen op 01-02-2025. Dit is een daling van 50% berekend op het aantal toelaatbaarheidsverklaringen van 2023. 2. Per 01-08-2025 stroomt minimaal 75% van de kinderen vanuit de instroomlocatie uit naar regulier onderwijs. Bij twee instroomlocaties van 15 leerlingen (totaal 30 leerlingen) stromen 25 leerlingen uit naar regulier onderwijs. collectief werkt de gemeenschappelijke pijlers uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8726e8ef-d44c-486a-ab45-9768eccb3624