CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Nota bestaanszekerheid – lokale aanpak armoede 2023-2026

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Armoedebeleid17.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5. Visie De visie is tot stand gekomen als een gezamenlijke inspanning van de gemeente en maatschappelijke partners, op basis van onze wettelijk taak en rol en de behoeften die wij signaleren bij onze inwoner.

5.1 Totstandkoming Bij de totstandkoming van de nieuwe armoedenota zijn diverse maatschappelijke partners en de gemeenteraad betrokken. De vorige nota, “Een integrale aanpak van armoede & schulden in Moerdijk 2018-2021”, is geëvalueerd waaruit de rode draad bleek dat we als gemeente de samenwerking met onze ketenpartners moeten verbeteren, de armoedevoorzieningen toegankelijker moeten maken, de inkomensgrenzen moeten herijken en het wellicht nuttig is om nieuwe risicogroepen te onderscheiden (zoals jongeren). Deze evaluatie is op 3 januari 2022 vastgesteld. Ook tijdens de themabijeenkomst op 13 oktober 2022 en tijdens de bijeenkomsten met de klankbordgroep is verdere invulling gegeven aan de gemeentelijke visie op armoede. Hierover meer in hoofdstuk 9.1. Armoede komt vaak niet alleen. Inwoners met een laag inkomen hebben vaak ook andere problematiek, die ofwel aan de basis liggen van het lage inkomen, of die worden veroorzaakt door het lage inkomen. Een goede afstemming tussen aanpalende leefgebieden is daarom van groot belang. Armoedebeleid is daarom niet alleen het verhogen van inkomen, maar ook aandacht hebben voor oorzaken en gevolgen van armoede, die dikwijls andere leefgebieden beslaan. Dit noemen we een integraal armoedebeleid. Armoede brengt de bestaanszekerheid in het gedrang, net als problematiek op andere leefgebieden.

Om die reden vormt het armoedebeleid een deelnotitie van het algemeen beleid gericht op de bestaanszekerheid van Moerdijkse inwoners. Immers is bestaanszekerheid en verspreiding van welvaart volgens artikel 20 van onze grondwet een zorg van de overheid en ondersteunen wij als gemeente inwoners die niet in het bestaan kunnen voorzien de visie op armoedebeleid luidt daarom als volgt: “Armoedevoorzieningen zijn toegankelijk voor álle inwoners in gemeente Moerdijk met én zonder een laag inkomen en gericht op preventie van armoede, het verzachten van armoede óf de gevolgen daarvan. De inwoner wordt ontzorgd om zo mentale ruimte te creëren, zodat inwoners de mogelijkheid hebben om hun positie te verbeteren, waarbij de gemeente ondersteunt bij arbeidsdeelname of maatschappelijke participatie.” De visie en ondersteuning zijn conform de uitgangspunten uit de Miljoenennota en de Scan Mens en Maatschappij. Inzetten op preventie werkt kostenbesparend en is het meest effectief. Immers ligt preventie binnen de invloedssfeer van de gemeente, waar het oplossen van armoede uitsluitend is voorbehouden aan het Rijk. Daarnaast sluit de visie mooi aan op de definitie van armoede volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (2018).

We zorgen er onder andere voor dat, inwoners die niet over de middelen beschikken om gebruik te kunnen maken van goederen en voorzieningen die als noodzakelijk worden gezien, dit dankzij het armoedebeleid wél kunnen. Door armoede te voorkomen worden problemen op andere leefgebieden eveneens voorkomen of beperkt. Door armoede te voorkomen blijven inwoners financieel zelfstandig, dragen we bij aan de gezondheid en mogelijkheden tot arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie.

6. Wat willen we bereiken Gemeente Moerdijk heeft al jaren een ruimhartig armoedebeleid, met specifieke aandacht voor kinderen. Er is een breed aanbod gericht op zowel preventie als het verzachten van armoede om inwoners uit verschillende inkomensklassen te ondersteunen en/of tijdelijk te ontlasten. De komende jaren wordt dit armoedebeleid verder aangescherpt. In dit hoofdstuk beschrijven we de ambities en beleidsdoelstellingen voor de komende jaren en welke prestatie indicatoren hieraan worden gekoppeld. Gemeente Moerdijk onderscheidt diverse risicogroepen. Het volledige overzicht is terug te vinden in bijlage 5. Doelgroepen. We houden ons daarnaast aan het SOS-principe: signaleren, ondersteunen en stimuleren. We signaleren actief problematiek bij de inwoner en werken meer outreachend (ofwel proactief), we ondersteunen waar we kunnen en stimuleren inwoners hun persoonlijke situatie te verbeteren binnen hun eigen invloedssfeer.

6.1 Ambities en beleidsdoelstellingen 6.1.1 Armoede voorkomen Met het Moerdijkse armoedebeleid 2023-2026 streven we ernaar armoede te voorkomen en richten we ons op de mogelijkheden binnen invloedssfeer van de gemeente. Doelstelling: Meer aandacht voor armoede veroorzakende factoren zoals life events en inzetten op gerichte voorlichting. We zetten in op preventie van armoede, door inwoners beter voor te lichten over veelvoorkomende oorzaken van armoede en hoe inwoners zelf kunnen voorkomen om in armoede te vervallen als gevolg van life events. Hierbij sluiten we aan bij de regionale, strategische doelstellingen van het Werkplein Hart van WestBrabant om inwoners actiever te informeren over de impact van life-events op bijvoorbeeld het ontvangen van uitkeringen en toeslagen. Doelstelling: Financiële zelfredzaamheid bevorderen onder alle risicogroepen We bevorderen de financiële zelfredzaamheid van álle risicogroepen. Zie bijlage 5 voor het volledige overzicht. Daarnaast hebben we aandacht voor een cumulatie aan armoederisico’s: veel inwoners in armoede behoren tot meerdere risicogroepen.

Doelstelling: We bieden bijzondere aandacht aan kwetsbare jongeren ter bevordering van hun financiële zelfredzaamheid We richten ons hierbij op jongeren in de leeftijd van 17-27 jaar waarbij jongeren in de leeftijd van 1821 extra risico lopen, omdat we als maatschappij van hen verwachten dat zij vanaf 18 jaar financieel zelfredzaam zijn, maar de overheid pas financiële ondersteuning biedt vanaf een leeftijd van 21 jaar. Jongeren zonder startkwalificatie lopen hierbij het hoogste risico.

6.1.2 Verzachten van (de gevolgen van) armoede Met een combinatie van inkomensondersteuning en voorzieningen om maatschappelijk participeren te bevorderen, trachten we de gevolgen van armoede te verzachten. Doelstelling: De gevolgen van armoede onder kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar verzachten. Van kinderen kan redelijkerwijs niet worden verwacht dat zij financieel zelfredzaam zijn. Om die reden zetten we in op het verzachten van de gevolgen van armoede onder kinderen, door mogelijkheden te bieden om maatschappelijk te kunnen participeren en door een bijdrage te leveren aan het creëren van gelijke kansen.

Doelstelling: Het verzachten van de gevolgen van energiearmoede. De gemeente Moerdijk heeft ruim 700.000 euro ontvangen van het Rijk om huishoudens met een laag inkomen en hoog energieverbruik te ondersteunen bij het verduurzamen van woningen. We zoeken naar een structurele oplossing voor het tegengaan van energiearmoede en sluiten daarbij aan bij het Energieprogramma Moerdijk: duurzaam aan de slag! We maken gebruik van de samenwerking met woningcorporaties en de bestaande prestatieafspraken.

6.1.3 Perspectief op een betere toekomst We zetten in op het doorbreken van de cirkel van armoede door oplossingen te zoeken voor de kernproblemen binnen het gezin in samenhang met andere leefgebieden. Doelstelling: Beter signaleren van onderliggende problematiek en adequaat doorverwijzen We zetten in eerste instantie in op het financieel ontzorgen van onze inwoners wanneer zij zich bij ons melden. We zetten in op het achterhalen van de oorzaak van het lage inkomen, zodat het probleem in de kern kan worden aangepakt en de financiële positie van de inwoner duurzaam kan worden verbeterd. Hiervoor verwijzen wij en onze partners door naar passende hulp en ondersteuning. Met de invoering van de voorzieningenwijzer waarbij een gedeelte van de uitvoerig bij het Werkplein Hart van West-Brabant ligt en een gedeelte bij de gemeente Moerdijk, kan er warme (wederzijdse) overdracht plaatsvinden bij doorverwijzing van een inwoner.

6.1.4 Iedereen doet mee (maatschappelijke participatie) We streven naar het verminderen van kansenongelijkheid en willen dat onze inwoners moeten kunnen participeren in de maatschappij. In de vorm van betaald werk, vrijwilligerswerk, zinvolle invulling van de dag, maar ook in recreatieve zin. Iedere inwoner heeft mogelijkheden om te sporten of deel te nemen aan cultuuractiviteiten. Doelstelling: We willen arbeidsparticipatie onder de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vergroten, ter bevordering van maatschappelijke participatie. Inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vinden zelf vaak moeilijk (passend) werk en hebben daarbij ondersteuning nodig vanuit de gemeente, het Werkplein Hart van West-Brabant of de WVS. Dankzij de huidige hoogconjunctuur is de werkloosheid laag, waardoor zelfredzame inwoners op eigen kracht werk vinden en de gemeente, de WVS en het Werkplein Hart van WestBrabant meer beschikbare middelen en kennis kunnen inzetten op de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. We zetten daarom extra in op deze doelgroep om daarmee (langdurige) armoede tegen te gaan.

Doelstelling: Maatschappelijke participatie van kinderen bevorderen We zetten in op het creëren van een kansrijke toekomst voor kinderen, waarbij het uitgangspunt is dat de plek van de wieg niet mag bepalen of een kind mogelijkheden heeft om te participeren in de maatschappij. Eveneens verdient ieder kind het om voldoende financiële voorlichting te krijgen gedurende de ontwikkeling. We zetten al vroeg in op het creëren van (toekomstige) zelfredzaamheid van jongeren om armoede problematiek te voorkomen.

6.1.5 Inclusieve dienstverlening Binnen gemeente Moerdijk willen we ons met name richten op het verbeteren van de gemeentelijke dienstverlening richting inwoners. Dit houdt in een focus op inclusiviteit: het armoedebeleid is er voor álle inwoners in Moerdijk, dus stemmen we de communicatie daarop af. Een goede communicatie en samenwerking met ketenpartners is essentieel voor een effectief armoedebeleid en vormt een belangrijke ambitie voor de komende beleidsperiode.

Doelstelling: Verbeteren vindbaarheid en toegankelijkheid gemeentelijke armoedevoorzieningen. Het Moerdijkse armoedebeleid is er voor álle inwoners. We houden rekening met de vindplaatsen, (belemmerende) kenmerken van de risicogroepen en passen onze communicatie en het aanbod daarop aan. Dit doen we in samenhang met andere leefgebieden en maatschappelijke partners. We werken toe naar één armoedeloket met de komst van de Voorzieningenwijzer om de drempel voor inwoners om ondersteuning te zoeken te verlagen. Doelstelling: Gemeente als netwerkorganisatie. Inzetten op betere samenwerking met samenwerkingspartners (inzet van armoederegisseur). Tot slot zetten we in op het intensiveren van de samenwerking met alle maatschappelijke partners uit de schijf van vijf: bedrijven, maatschappelijke organisaties, inwoners, overheid en onderwijs. Met name hebben we extra aandacht voor ondernemers en hun rol als signaleerder en verwijzer. De armoederegisseur behoudt nauw contact en is ervoor verantwoordelijk dat alle partners op de hoogte zijn van het beschikbare, gemeentelijke pakket aan hulp en ondersteuning. De armoederegisseur is de persoon die alle maatschappelijke partners met elkaar verbindt en hen wijst op hun rol als signaleerder en verwijzer en maakt onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie.

6.2 Prestatie-indicatoren Om te kunnen bepalen of het gemeentelijk armoedebeleid resulteert in de gewenste effecten, wordt er aan iedere beleidsdoelstelling een prestatie indicator gekoppeld. Tabel 3. Overzicht van beleidsdoelstellingen met de daaraan gekoppelde prestatie indicatoren.

Beleidsdoelstelling Meer aandacht voor armoede veroorzakende factoren zoals life events en inzetten op betere voorlichting. Financiële zelfredzaamheid bevorderen onder alle risicogroepen

Prestatie indicator ▪ We hebben aanbod op het gebied van voorlichting over belangrijke life-events. ▪

▪

▪ ▪

▪ We bieden bijzondere aandacht aan kwetsbare jongeren ter bevordering van hun financiële zelfredzaamheid

▪

De gevolgen van armoede onder kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar verzachten.

▪ ▪

▪

Er wordt meer ingezet op voorlichting (via relevante maatschappelijke partners) over financiële zelfredzaamheid; Er wordt meer gebruik gemaakt van relevant gemeentelijk aanbod, zoals de geldplannen van het Nibud. Minder jongeren doen een beroep op (bijzondere) bijstand of schuldhulpverlening. Scholen werken actief mee aan initiatieven om jongeren voorlichting te geven over financiële zelfredzaamheid en de gevolgen van 18 worden. Zzp’ers maken actief gebruik van het De6 platform hulp voor ondernemers. We hebben jongeren zonder startkwalificatie beter in beeld Er zijn minder Vroegtijdig School Verlaters dankzij het uitvoeringsplan Arbeidsmarktregio West-Brabant. Het gebruik van kindregelingen neemt toe. Er zijn structureel lessen over het doorbreken van het taboe op armoede/ burgerschap op scholen

Het verzachten van de gevolgen van energiearmoede.

▪

Vaker signaleren van onderliggende problematiek op alle leefgebieden en adequaat doorverwijzen

▪

▪

We willen arbeidsparticipatie onder de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vergroten, ter bevordering van maatschappelijke participatie.

▪

Maatschappelijke participatie van kinderen bevorderen

▪

Verbeteren zichtbaarheid en toegankelijkheid gemeentelijke voorzieningen.

▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

Gemeente als netwerkorganisatie. Inzetten op betere samenwerking met samenwerkingspartners (inzet van armoederegisseur).

▪

▪

▪

Huishoudens binnen gemeente Moerdijk maken gebruik van gemeentelijk aanbod om het huis energiezuiniger te maken. Hulpverleners signaleren vaker een (problematisch) gebrek aan digitale vaardigheden of slechte beheersing van de Nederlandse taal. Aanbod vanuit andere leefgebieden in samenhang met armoede worden waarneembaar meer gebruikt. Het bestand met inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt kleiner en de inwoner vindt passend (vrijwilligers)werk of een andere vorm van dagbesteding. Een toename in het gebruik van kindregelingen vanuit de gemeente en samenwerkingspartners. Er is een toename in het gebruik van de bijzondere bijstand onder de doelgroep ouderen. Het gebruik van middelen gericht op preventie, zoals budgetplannen, neemt toe. Inclusieve communicatie richting inwoners (inwoners van alle inkomensgroepen en achtergronden). De gemeente Moerdijk werkt met de Voorzieningenwijzer. Het gebruik van alle gemeentelijke voorzieningen neemt toe. De administratielast wordt door inwoners als laag ervaren. We hebben taalvriendelijke informatieverstrekking op B1 niveau en in verschillende talen. De samenwerkingspartners en scholen binnen de gemeente zijn goed op de hoogte van alle gemeentelijke dienstverlening op het gebied van armoede. Inwoners worden vaker doorverwezen naar de gemeente door partners en partners verwijzen vaker door naar elkaar.

Inwoners maken doorgaans gebruik van meer regelingen of zijn op de hoogte van alle mogelijkheden.

7. Hoe doen we dat? Om bovengenoemde doelstellingen tot uitvoering te brengen, hanteren we enkele principes in lijn met de doelstellingen uit het bestuursakkoord 2022-2026 en de beleidsbegroting 2023. Onderstaand volgen de specifieke beleidskeuzes voor gemeente Moerdijk.

7.1 Integrale aanpak We werken nauw samen met aanpalende leefgebieden. We vinden afstemming met WMO, Jeugd, Energietransitie, Schuldhulpverlening, Nieuwkomers, Laaggeletterdheid, Gezondheid en Onderwijs. De meest kwetsbare personen zijn inwoners met een cumulatie van armoederisico’s (bijlage 2), zoals een slechte gezondheid en/of beperking, taal- of leerachterstand, schulden of een lage positie op de arbeidsmarkt. WMO Op meerdere vlakken zijn er raakvlakken tussen de Wmo en het armoedebeleid. Inwoners die steun ontvangen vanuit de Wmo hebben daarnaast vaak nog meer zorg en ondersteuning gefinancierd uit andere wetten. Binnen de Wmo wordt gewerkt met een vast maandtarief (€ 19,-), waar binnen bijvoorbeeld de Wlz sprake is van een inkomensafhankelijke bijdrage. Dit kan ervoor zorgen dat de kosten voor zorg zich opstapelen waardoor inwoners in een situatie van armoede terecht komen. Door afstemming tussen Wmo en het armoedebeleid geven we extra aandacht aan inwoners die te maken hebben met deze stapeling van zorgkosten en deze niet kunnen betalen. Het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 biedt de mogelijkheid om op individueel niveau af te zien van het opleggen van een eigen bijdrage. Onder de voorwaarde dat het volgende jaar wordt deelgenomen aan de collectieve zorgverzekering voor minima.

Daarnaast zorgt begeleiding uit de Wmo voor vaardigheden op het gebied van inkomensbeheer en het doen van de administratie. Tot slot is voor een goed leven deelname aan activiteiten, een plezierige vrijetijdsbesteding en(vrijwilligerswerk erg belangrijk. De Wmo heeft tot doel deze maatschappelijke participatie te bevorderen voor inwoners met een beperking. Ook preventief kan worden ingezet op activiteiten die dagstructuur en/of ontmoeting bieden en een gevoel van zingeving geven. Armoedebeleid kan ondersteunen om toch te kunnen deelnemen aan activiteiten ook al is er weinig inkomen. Huisvestingsbeleid en preventie dakloosheid In samenwerking met Woonkwartier zijn er afspraken over het minimale aanbod aan sociale huurwoningen voor inwoners met een laag inkomen en de bouw hiervan in de komende jaren, de zogenaamde regionale woondeals.De komende jaren zal er ook een nieuwe huisvestingsverordening moeten worden opgesteld met aandacht voor de urgentiegroepen en wordt aan het op te stellen woonprogramma (en beleidsplan Wmo) een woonzorgvisie toegevoegd.

In het programma Een thuis voor iedereen zijn voorlopig de volgende aandachtsgroepen genoemd: (Dreigend) dak- en thuisloze mensen, Sociaal en/of medisch urgenten, Uitstromers intramurale voorziening, Arbeidsmigranten, Woonwagenbewoners, Studenten, Statushouders (via taakstelling), Mantelzorgverleners en ontvangers, Detentie > 3 maanden en Stoppende sekswerkers DUUP-regeling. Rond medio 2023 verwachten we de definitieve aandachtsgroepen te weten. Hierin zit een overlap met de doelgroepen die in het kader van het Armoedebeleid zijn benoemd. Het aanpakken van dakloosheid is in Nederland een topprioriteit. Het Nationaal actieplan dakloosheid “Eerst een thuis” stelt de ambitie om dakloosheid in 2030 structureel te beëindigen (Bron: Rijksoverheid, 2022b). In samenwerking met schuldhulpverlening voorkomt vroegsignalering tevens huisuitzetting. Tevens is het volgens de preventie alliantie belangrijk om structurele bronnen

van ongelijkheid en uitsluiting te verminderen, omdat deze kunnen leiden tot dakloosheid. Het armoedebeleid draagt bij aan het terugdringen van deze structurele bronnen van ongelijkheid en uitsluiting, waarmee dakloosheid mogelijk kan worden voorkomen (Bron: Wolf & Scheepers, 2022). Dakloze arbeidsmigranten hebben geen recht op maatschappelijke opvang. Ze krijgen ondersteuning en begeleiding door de stichting Barka. Om dat te kunnen doen heeft Barka medewerking van gemeente nodig en daar staan de regels in de weg. Zonder een tijdelijke indicatie (moeilijk te krijgen) vanuit gemeente kunnen ze een dakloze arbeidsmigrant niet helpen. Jeugd Binnen het armoedebeleid streven we ernaar armoede zo veel mogelijk te voorkomen, met name onder de jeugdigen. Jeugdigen verdienen een goede start en met behulp van een armoedebeleid gericht op preventie van armoede onder jongeren, willen we ervoor zorgen dat jongeren weten wat bijvoorbeeld de gevolgen zijn van het 18 worden. Zoals het ontvangen van zorgtoeslag of jezelf inschrijven voor een huurwoning. We zetten daarnaast in op kennis opdoen over manieren hoe jeugdigen met geld om moeten gaan en welke valkuilen hierbij komen kijken. We zoeken de samenwerking met onder andere het jongerenwerk. Jongeren kunnen hier terecht met hun vragen omtrent (zak)geld en kunnen deelnemen aan gratis activiteiten.

Dit draagt bij aan een fijne vrijetijdsbesteding en ontwikkeling van hun talenten. Het doel is dat jongeren, ongeacht hun financiële positie, mee kunnen (blijven) doen aan de maatschappij. Jongerenwerkers en buurtsportcoaches hebben daarnaast ook een belangrijke signaalfunctie bij het herkennen van armoede. Energietransitie Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor het verminderen van onze CO2-uitstoot en het tegengaan van klimaatverandering, door inzet op duurzame energiebronnen, aardgasvrije wijken en schoon vervoer. Met deze inspanningen dragen we bij aan de doelen in het Klimaatakkoord. Door de oorlog in Oekraïne en de stijgende energieprijzen wordt verduurzaming van steeds groter belang, juist voor inwoners met een laag inkomen. In samenwerking met de adviseurs energietransitie van gemeente Moerdijk zoeken we naar manieren om woningen van inwoners met een laag inkomen en een hoog energieverbruik te verduurzamen. Schuldhulpverlening Armoede en schuldenproblematiek zijn nauw verwant aan elkaar. Dit betekent dat een integrale aanpak wenselijk is, omdat hulpverlening vanuit beide leefgebieden kan helpen om beide problematieken op te lossen, te voorkomen of te verzachten. Inwoners met financiële zorgen en/of schulden hebben vaak een zeer laag besteedbaar inkomen. Ook deze inwoners hebben moeite met het betalen van de boodschappen of lopen risico op sociale uitsluiting.

Ons doel binnen schuldhulpverlening de komende jaren is het inzetten van de juiste mix van ondersteuning, begeleiding en producten waarmee we maximale preventie bereiken op het juiste moment en bij de juiste personen. Om dit te kunnen houden we zelf de regie op het proces en gaan we onze processen zo inrichten dat we deze regie kunnen voeren (herinrichting werkprocessen, deskundigheidsbevordering), de kern is dat we financiële rust tot stand brengen zodat inwoners weer ruimte ervaren om mee te kunnen doen. De trajectbegeleiders schuldhulpverlening, coördinator, adviseur schuldhulpverleningen onze samenwerkingspartners voeren de te realiseren doelstellingen uit. Er bestaat veel overlap in de hoofdlijnen van de aanpak van schulden- en armoedeproblematiek. Zie beleidsplan Schuldhulpverlening “De kracht van een goede aanpak bij schulden en financiële zorgen

2021-2025”. Voor zowel armoede- als schuldenproblematiek geldt dat preventie het uitgangspunt is, door middel van voorlichting, vroegsignalering en goede communicatie richting de inwoner. Ook de risicogroepen zijn vergelijkbaar. Financiële hulp en ondersteuning is voor beide groepen cruciaal om duurzaam financieel zelfredzaam te kunnen zijn. Zoals geldt binnen het beleidsplan schuldhulpverlening streven we met het armoedebeleid naar het creëren van financiële rust voor de inwoner, middels preventieve en curatieve maatregelen, om de negatieve gevolgen van armoede (tijdelijk) te verzachten, zodat de inwoner de kracht heeft om de financiële positie te verbeteren binnen het volledige vermogen. Binnen het volledige vermogen verstaan we het vermogen dat de inwoner heeft zónder bijkomende stress en alle nare gevolgen van dien die de armoedesituatie veroorzaakt, waardoor arbeidsdeelname of verbetering van de inkomenspositie wordt bemoeilijkt. Nieuwkomers De nieuwe Wet Inburgering is in werking getreden op 1 januari 2022. Deze Wet geldt voor iedereen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig is. Het doel van deze nieuwe Wet is: Inburgeringsplichtigen doen snel mee in Nederland. De implementatie van de nieuwe Wet inburgering is nog maar net voltooid.

Het grootste deel van de uitvoering van deze Wet wordt door de Gemeenschappelijke Regeling Het Werkplein Hart van West- Brabant uitgevoerd. Statushouders (ofwel inburgeraars) lopen een verhoogd risico om in armoede te vervallen. Het is voor deze inwoners moeilijker om werk te vinden omdat zij de taal nog niet goed beheersen, men een andere cultuur heeft met soms andere normen en waarden en genoten opleidingen niet altijd aansluiten op onze opleidingen en onze arbeidsmarkt. In 2023 en daarna gaan wij samen met het Werkplein Hart van West-Brabant starten met een kwaliteitsslag. Samen met de regiehouders inburgering wordt bepaald welke onderdelen aandacht nodig hebben. We nemen diverse onderwerpen onder de loep, zoals de samenwerking met de taalaanbieders, inzet van de leerbaarheidstoets, werkgeversbenadering en de rol van het kernteam. Met deze kwaliteitsslag proberen wij de inburgeraar zo goed als mogelijk te begeleiden en ondersteunen in de behoefte die zij hebben. Hierbij hebben wij ook oog voor preventieve maatregelen om hen een zo goed mogelijk bestaan te bieden. Arbeidsmigranten kennen hun rechten veelal niet en zijn vaak niet ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP), zodat ze geen rechten opbouwen voor sociale zekerheid.

Voor degenen die wel staan ingeschreven in BRP geldt dat ze eerst rechten moeten opbouwen voordat ze een beroep kunnen doen het Werkplein Hart van West-Brabant. Hierdoor lopen ze een verhoogd risico om in armoede te vervallen omdat ze bijvoorbeeld in het begin geen recht op bijstand hebben. Daarnaast zijn ze vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau en dat brengt een groot risico op uitbuiting. De verhalen zijn bekend van hoge huren en te lage lonen waar nog allerlei kosten op worden ingehouden. Ook is het voor hen moeilijker om werk te vinden, omdat zij de Nederlandse taal niet beheersen. Bovendien hebben arbeidsmigranten door het complexe financiële systeem in Nederland meer uitleg en aandacht nodig om hen voor armoede te behoeden en zelfredzaamheid te bevorderen. In Moerdijk is al deze problematiek niet anders. Daarnaast hebben we ook een relatief grote populatie arbeidsmigranten, waarvan ook een gedeelte onder de radar omdat zij niet zijn ingeschreven in de BRP. Deze risicogroep is in Moerdijk dus waarschijnlijk nog groter dan wordt gedacht. Vanuit de integrale aanpak arbeidsmigranten is er grote inzet op het vergroten van de bestaanszekerheid van deze risicogroep. Uitgebreidere informatie vindt u terug in bijlage 2.

Laaggeletterdheid Laaggeletterden lopen een groter risico om te vervallen in armoede dan geletterden, omdat laaggeletterden vaker praktisch opgeleid zijn en laagbetaald werk vinden. Grip houden op financiën en persoonlijke administratie is om die reden voor hen lastiger. Daarnaast is het voor deze groep extra moeilijk om hulp te vragen bij de gemeente. Deze inwoners vinden het lastig om de weg naar hulp te vinden en zijn hierin vaak niet zelfredzaam. We zetten daarom in op het gebruik van beeldtaal. Ook het signaleren van laaggeletterdheid wanneer inwoners bij het loket armoede een hulpvraag doen is een speerpunt. Aanvullend zetten we in op doorverwijzing richting vormen van volwasseneneducatie, óók in samenwerking met Onderwijs en de Bibliotheek. Onderwijs Scholen zijn een belangrijke vindplaats voor kinderen in armoede. Om die reden zoeken we verbinding met het onderwijs, zodat we deze doelgroep samen beter kunnen bereiken. Ook kan onderwijs een rol spelen in voorlichting over armoede en schuldenproblematiek en hoe dit kan worden voorkomen. Ter bevordering van de kansengelijkheid worden er op alle scholen activiteiten georganiseerd tijdens de pauze of na school, zoals pleintjessport, cultuurworkshops of techniekactiviteiten.

Ook tijdens schooltijd worden er sport, kunst- en cultuuractiviteiten georganiseerd, zodat alle kinderen hiermee kennis kunnen maken en zij hun interesses en talenten kunnen ontdekken. Daarnaast zet het Regionaal Bureau Leren West-Brabant zich in op het gebied van uitvoering van de leerplichtwet (5 t/m 17 jaar) en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten (18-23 jaar). Zo is er een Aanpak Thuiszitters, De Methodische Aanpak Schoolverzuim, Sluitend Regionaal Vangnet voor jongeren van 12 tot 23 jaar, Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en de NEETaanpak (Not in Education Employment or Training). Deze speerpunten dragen bij aan het behalen van een startkwalificatie (Mbo-niveau 2 diploma) door jongeren, zodat zij een betere uitgangspositie hebben binnen de maatschappij in de vorm van het vinden van betaald werk. Om de bestaanszekerheid van jongeren zonder startkwalificatie te bevorderen, is er de Aanpak Voortijdig Schoolverlaten (Bron: Rijksoverheid, z.d.b.). Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om de RMCleeftijd (Regionaal meldpunt Coördinatiecentrum) te verhogen van 23 naar 27 jaar, zodat meer jongeren begeleid kunnen worden (Bron: Ingrado, 2021). Om leer- en ontwikkelachterstanden tegen te gaan op jonge leeftijd, zetten we de Voor- en Vroegschoolse Educatie in.

Bij het consultatiebureau worden leer- en ontwikkelachterstanden al op zeer jonge leeftijd gesignaleerd. Er is een duidelijke correlatie merkbaar tussen de risicogroepen en de kinderen die in aanmerking komen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. Vaak zijn dit kinderen uit gezinnen met laaggeletterde of anderstalige ouders. Gezondheid De sociaal economische status (SES) van inwoners wordt bepaald op basis van opleiding, inkomen en de positie op de arbeidsmarkt. Mensen met een laag inkomen en een lage opleiding (basisonderwijs + vmbo) leven 15 jaar minder in goede gezondheid in vergelijking met mensen met een hbo- of universitaire opleiding en een hoog inkomen. Mannen met een lage opleiding leven gemiddeld 5,8 jaar korter en bij vrouwen is dat gemiddeld 4,3 jaar. Daarnaast leven mannen met een laag inkomen gemiddeld 8,2 jaar korter en bij vrouwen is dat gemiddeld 6,7 jaar. Inwoners met een lage sociaaleconomische status hebben dus een kortere levensverwachting en leven minder lang in goede gezondheid. Dit gaat gepaard met een ongezonde leefstijl en hierdoor hebben deze inwoners vaker last van zowel lichamelijke als psychische klachten in vergelijking met welvarende leeftijdgenoten. Ook hebben zij vaker overgewicht, chronische ziekten, zoals diabetes en

hart- en vaatziekten, en chronische stress. Ook psychsociale problemen of opvoedproblemen komen vaker voor. Inwoners met een lage sociaaleconomische status ervaren minder geluk in hun leven en zijn minder goed in staat om beslissingen te nemen op lange termijn. De oorzaken van gezondheidsverschillen worden beïnvloed door meerdere domeinen; niet alleen door het volksgezondheidsdomein, maar ook andere beleidsdomeinen zoals armoede, inkomen en huisvesting. Om gezondheidsverschillen aan te pakken is een integrale aanpak nodig waarbij gezondheid en gezond gedrag in samenhang met verschillende factoren worden bekeken, zoals inkomen, schulden en huisvesting.

7.2 Uitgangspunten Samen met de inwoners In lijn met het bestuursakkoord 2023-2026 bieden we extra aandacht aan (inwoner)participatie. Dit doen we door het organiseren van bijeenkomsten met inwoners en maatschappelijke partners. We regisseren een laagdrempelige, veilige ontmoeting tussen partner en inwoner en bieden kansen voor directe ondersteuning. Op deze wijze zoeken we naar nieuwe signalen hoe we de gemeentelijke dienstverlening en het armoedebeleid continu kunnen verbeteren. Vroeg, laagdrempelig en dicht bij de inwoners We zetten in op een outreachend armoedebeleid: het initiatief ligt niet meer uitsluitend bij de inwoner om de gemeente te vinden, maar we bewegen als gemeente óók naar de inwoner toe. Door deze drempelverlaging hopen we een toename in het gebruik van de gemeentelijke (armoede)voorzieningen en pogen we het vertrouwen terug te winnen in de overheid. We hopen hierdoor vroegtijdig hulp te kunnen bieden om ernstigere problematiek in de toekomst te voorkomen. Bevorderen van kansengelijkheid We willen dat alle kinderen en jeugdigen gelijke kansen hebben. Vanuit armoede zetten we daarom in op het wegnemen van financiële belemmeringen van inwoners met een lage Sociaal Economische Status (SES), in aanvulling op voorliggende voorzieningen. Daarnaast zetten we in op het wegnemen van immateriële belemmeringen.

Kinderen uit kansarme gezinnen (praktisch opgeleide of laaggeletterde ouders) lopen risico op een taal- of ontwikkelachterstand. We richten ons op het voorkomen en tijdig signaleren van deze achterstanden door middel van inzet van Voor- en Vroegschoolse Educatie en wenden ons óók tot de ouders om de cirkel van armoede te doorbreken.

7.3 Dit gaan we doen Onderstaand volgt de beknopte lijst met acties uit de uitvoeringsagenda, gekoppeld aan de beleidsdoelstelling. Omdat deze nota enigszins verlaat komt, is er vooruitlopend op de komst van deze nota al uitvoering gegeven aan enkele acties geformuleerd onder de beleidsdoelstellingen. Doelstelling: Financiële zelfredzaamheid bevorderen onder alle risicogroepen

Aanvang en looptijd

We breiden het aanbod voor financiële ondersteuning uit

Q2 2024 - doorlopend

Herijken van bestaande inkomensgrenzen (bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag)

Q3 2023 - doorlopend

Afstemming van communicatie uitingen

Q3 2023 - doorlopend

Voorlichting aan zzp’ers

Q3 2024

Doelstelling: We bieden bijzondere aandacht aan kwetsbare jongeren ter bevordering van hun financiële zelfredzaamheid

Aanvang en looptijd

We bieden voorlichtingscursussen aan via scholen over financiële zelfredzaamheid

Q4 2023 (Pilot in schooljaar 2024-2025)

Onderzoeken hoe we de verbinding tussen het RBL, Werkplein én WVS kunnen versterken

Q1 2024 – doorlopend

Doelstelling: De gevolgen van armoede onder kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar verzachten.

Aanvang en looptijd

Doorbreken taboe van armoede onder kinderen

Q1 2024

Vernieuwen samenwerkingen kindregelingen

Q3 2023 – Q3 2024

Doelstelling: Het verzachten van de gevolgen van (de gevolgen van) armoede.

Aanvang en looptijd

Project energieklus

Q3 2023 - doorlopend

Doelstelling: We willen arbeidsparticipatie onder de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vergroten, ter bevordering van maatschappelijke participatie.

Aanvang en looptijd

Ontwikkeling inwoners grote afstand tot de arbeidsmarkt

Q3 2023 – doorlopend

Arbeidsmarktparticipatie stimuleren voor jongeren zonder startkwalificatie

Q3 2023

Doelstelling: Vaker signaleren van onderliggende problematiek en adequaat doorverwijzen

Aanvang en looptijd

Cursussen aan hulpverleners over signaleren van andere problematiek

Q2 2024 – doorlopend

Doelstelling: Meer aandacht voor armoede veroorzakende factoren zoals life events en inzetten op betere voorlichting.

Aanvang en looptijd

Voorlichting over de impact van life events

Q3 2024

Doelstelling: Verbeteren zichtbaarheid en toegankelijkheid gemeentelijke voorzieningen.

Aanvang en looptijd

Creëren van laagdrempelige dienstverlening

Q3 2023

Vereenvoudigen aanvraagprocedures

Q3 2024

Stroomschema armoedevoorzieningen

Q4 2024

Lokaal communicatieplan armoede

Q3 2023

Gemeente als netwerkorganisatie. Inzetten op betere samenwerking met samenwerkingspartners (inzet van armoederegisseur).

Aanvang en looptijd

Periodieke bezoeken aan scholen en andere maatschappelijke partners

Doorlopend

Organiseren themabijeenkomsten

Jaarlijks in Q4

Opzetten lokaal armoedenetwerk (onderdeel lokaal communicatieplan armoede)

Q3 2023 - doorlopend

Evaluatie

Aanvang en looptijd

0-meting gemeentelijke dienstverlening inwoners en partners

Q3 2023

1-meting gemeentelijke dienstverlening inwoners en partners

Q3 2026

Gebruik van voorzieningen

Q1 2024, Q2 2025 & Q1 2026

8. Meten Bij de creatie van nieuw beleid is het van belang dat er meetbare doelen worden gekozen. Bij het stellen van doelen richten we ons op de variabelen waar we als gemeente invloed op kunnen uitoefenen.

8.1 Preventie Op het gebied van preventie zetten we in op het meten van het gebruik van het preventieve aanbod vanuit Startpunt Geldzaken. Daarnaast meten we hoe vaak er bij het armoedeloket andere problematiek wordt gesignaleerd en hoe vaak er wordt doorverwezen. Partners kunnen bij een intake registreren hoe ze bij deze partner terecht zijn gekomen. Hiervoor vragen we data op bij het Startpunt Geldzaken en de Voorzieningenwijzer.

8.2 Inkomensondersteuning en maatschappelijke participatie Om waardevolle, meetbare doelen te stellen omtrent het gebruik van armoedevoorzieningen, is het van belang dat we naast inzicht in het aantal inwoners in armoede, óók inzicht hebben in de bereidheid om van deze middelen gebruik te maken. Deze bereidheid hangt af van het vertrouwen in de overheid, of de maatregelen goed aansluiten op de behoeften van de inwoner en of de inwoner geen beperkingen ervaart om gebruik te kúnnen maken van een voorziening. Kenmerkend aan gemeente Moerdijk is bijvoorbeeld grootte van de gemiddelde afstand tot een bepaalde voorziening. Een andere belemmerende factor is de bekendheid en toegankelijkheid van de regelingen. Deze factoren worden meegenomen in het meten van de resultaten op het gebied van de gemeentelijke dienstverlening. We meten: 1. Het gebruik van de voorzieningen; a. Het gebruik van voorzieningen door specifieke doelgroepen, zoals de ouderen; b. Het gebruik van de voorziening maatschappelijke participatie; c. Het gebruik van kindregelingen. 2. Hoe de inwoner het gebruik van de voorziening heeft ervaren. a. Is er met het gebruik van de voorziening in een bepaalde behoefte voorzien? b.

Ervaarde de inwoner problemen bij het gebruik van de voorziening? Hoewel het gebruik van de voorzieningen normaliter niet altijd een representatief beeld geeft van het bereik, verwachten we dat we met de komst van het armoedeloket een forse toename kunnen creëren van het gebruik. Om het gebruik te meten vragen we data op bij het Werkplein Hart van West-Brabant over het gebruik bij aanvang van de beleidsperiode en nogmaals aan het einde van de beleidsperiode om de verschillen in kaart te kunnen brengen. Ditzelfde doen we bij het Jeugd Educatie Fonds, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld.

Om te meten hoe de inwoner een voorziening ervaart, gaan we in gesprek met aanbieders om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om dit te integreren binnen de dienstverlening, door middel van evaluatievragen.

8.3 Gemeentelijke dienstverlening Met de komst van het nieuwe armoedebeleid en alle acties die daaraan zijn verbonden, trachten we een verbetering van de gemeentelijke dienstverlening te realiseren. Hiervoor starten we in 2023 met een tweedelige nulmeting (twee doelgroepen) en doen we een tweede meting aan het einde van de beleidsperiode. In het bijzonder richten we ons op de volgende speerpunten: Verbeteren zichtbaarheid en toegankelijkheid van gemeentelijke voorzieningen Om te meten of de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de armoedevoorzieningen verbetert voor de inwoner, richten we ons binnen de 0-meting op de volgende aspecten: 1. Taalgebruik van alle communicatie uitingen a. De inwoner ervaart het taalgebruik als laagdrempelig en heeft geen ondersteuning nodig van buitenaf om te begrijpen wat er wordt gecommuniceerd. 2. Toegankelijkheid a. De inwoner kan de gemeentelijke website makkelijk navigeren. 3. De gemeente komt naar de inwoner toe. a. De inwoner ervaart het contact met het armoedeloket als prettig en de hulpverlener is doortastend (hulpverlener signaleert ook andere problematiek en verwijst waar nodig door naar andere nuttige voorzieningen). 4. Zichtbaarheid a. De inwoner weet welke hulp en ondersteuning de gemeente aanbiedt op het gebied van armoede en hoe deze hulp aan te vragen. b.

De inwoner neemt kennis van gemeentelijke dienstverlening via andere wegen dan alleen de gemeentelijke website of het armoedeloket (via partners, werkgevers, scholen, etc.) Inwoners ontvangen een korte enquête bij aanvang van de beleidsperiode om te onderzoeken wat hun huidige beeld is van de gemeentelijke dienstverlening. Aan het einde van de beleidsperiode wordt dezelfde enquête nogmaals afgenomen om te kunnen onderzoeken of de inspanningen om de gemeentelijke dienstverlening te verbeteren daadwerkelijk een verbetering heeft opgeleverd in de klantervaring van de inwoner. Gemeente als netwerkorganisatie. Inzetten op een betere samenwerking met samenwerkingspartners (inzet van armoederegisseur) Om te meten of de samenwerking met de maatschappelijke partners verbetert, richten we ons op een 0-meting met onze partners. We leggen de focus op de volgende aspecten: 1. Informatieverstrekking a. De gemeente informeert periodiek over veranderingen in gemeentelijk beleid of over gemeentelijke voorzieningen. b. De gemeente verstrekt informatie die direct bruikbaar is voor de partner om mee te geven aan de inwoner. c. De partner is te allen tijde voldoende op de hoogte van alle gemeentelijke voorzieningen. 2. Toegankelijkheid

a. Maatschappelijke partners kennen de armoederegisseur en weten hoe de armoederegisseur hen kan ondersteunen. 3. Zichtbaarheid a. De armoederegisseur heeft periodiek fysieke ontmoetingen met samenwerkingspartners in de vorm van themabijeenkomsten of 1-op-1 ontmoetingen. Bij aanvang van de beleidsperiode ontvangen onze partners een enquête om te onderzoeken hoe zij de huidige samenwerking met de gemeente ervaren. Aan het einde van de beleidsperiode ontvangen dezelfde partners dezelfde enquête om te meten of we de samenwerking aantoonbaar hebben kunnen verbeteren.

9. Communicatie 9.1 Klankbordgroep Bij de totstandkoming van de armoedenota 2023-2025 is een klankbordgroep opgericht die de rol van een cliëntenraad vervult. Via deze weg wordt inwonerparticipatie bevorderd en willen we voorkomen dat we alleen óver onze inwoners praten, in plaats van mét hen. De groep bestaat uit vrijwilligers, professionals en burgerraadsleden en zij vertegenwoordigen ieder één of meerdere risicogroepen. Zo zijn Stichting Leergeld, Stichting Schuldhulpmaatje, een burgerraadslid, het Werkplein Hart van West-Brabant, de GGD, Woonkwartier en Surplus allen aangehaakt en hebben zij mogen adviseren over de inhoud van de nota, zoals de gekozen beleidsdoelstellingen en de uitvoeringsagenda. We starten medio 2023 een onderzoek naar een eventuele brede adviesraad sociaal domein. Tot die tijd blijft de klankbordgroep bestaan en is er periodiek overleg om de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de actiepunten te bespreken.

9.2 Lokaal communicatieplan Een goed armoedebeleid valt of staat met goede communicatie. Communicatie omvat de communicatie met interne collega’s, samenwerkingspartners, het bedrijfsleven en de inwoner. De ontwikkeling van een lokaal communicatieplan armoede moet ertoe leiden dat we inzicht krijgen in het natuurlijk netwerk van iedere inwoner of risicogroep, hun vindplaatsen en voorkeursmiddelen om informatie tot zich te nemen. Bovendien moet het opzetten van een armoedenetwerk ertoe leiden dat we een eenvoudige, eenduidige ingang hebben naar alle relevante maatschappelijke partners die vanuit intrinsieke motivatie een bijdrage willen leveren aan de uitvoering van de armoedenota. Deze spilfunctie houdt in dat zij de in- en uitgang vormen binnen hun eigen netwerk omtrent de verspreiding van kennis en signalen over armoede.

10. Financiën De bestaande voorzieningen zijn al meegenomen in de meerjarenbegroting 2023-2026, met een totaalbudget op het product armoedebeleid van 104.000 euro. Dit budget is met de verhoging van de budgetten voor kindregelingen niet meer toereikend met een verschil van 47.300 euro. Alle activiteiten uit hoofdstuk 6.2 kunnen worden betaald vanuit de middelen uit bovenstaande meest rechter kolom. Voor de bestrijding van armoede in de gemeente Moerdijk is in de begroting jaarlijks € 104.000 beschikbaar. Dit beleidsplan geeft richting aan nieuwe en bestaande ontwikkelingen binnen dit budget. Sommige aanbevelingen zullen leiden tot een verhoging of verlaging van enkele bestaande budgetten. Naast dit budget ontvangt de gemeente Moerdijk via de meicirculaire gemeentefonds 2023 aanvullend budget vanuit het Rijk om in te zetten voor armoedebestrijding, volgens de kamerbrief over implementatieplan Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden van 3 februari 2023 (Schouten, 2023). De afgelopen vier jaar bleek het volledige budget voor armoedebestrijding toereikend. Op enkele specifieke budgetten waren overschrijdingen die konden worden opgevangen met overgebleven gelden op andere posten. Om die reden worden de budgetten per kostensoort bijgesteld.

De extra kosten die gemoeid zijn met wijzigingen in de inkomensgrenzen of toetsingscriteria voor toekenning van zowel de bijzondere bijstand als de individuele inkomenstoeslag worden verwerkt in de begroting van het Werkplein Hart van West-Brabant. Tabel 4. Algemeen budget product armoedebeleid Huidige budgetten lokaal armoedebeleid Budget Stichting € 25.000 Leergeld Budget € 29.000 Budgetten Jeugdfonds kindregelingen Sport & Cultuur Budget Jeugd Educatie Fonds

Jaarlijkse impuls lokaal armoedebeleid 2023-2026 € 35.000 per jaar – verhoging i.v.m. optrekken inkomensgrens € 35.000 per jaar – verhoging i.v.m. fusie Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur Brabant

€ 13.500

€ 25.500 per jaar – Verhoging budget om het bereik van het Jeugd Educatie Fonds te kunnen vergroten

Voedselbank

€ 1.500

€ 1.500

Communicatie & bijeenkomsten maatschappelijke partners

€ 10.000

€ 5.000

Voorzieningenwijzer

x

€ 15.000 licentiekosten + € 5.800 trainingskosten per jaar € 3.500 licentiekosten voor Woonkwartier

Inzet preventie

x

€ 10.000

Nieuwe initiatieven

€ 25.000

€ 13.700

Totaal

€ 104.000

€ 150.000

10.1 Dekking Buiten de wijzigingen op het product armoedebeleid, wordt er ook een verhoging in kosten op het product bijzondere bijstand verwacht. Dit product maakt onderdeel uit van de begroting van het Werkplein Hart van West-Brabant. Met de verhoging van de inkomensgrens van de bijzondere bijstand en de verhoging van de inkomensgrens van de Individuele Inkomenstoeslag, komen er meer inwoners voor deze voorzieningen in aanmerking. Een inschatting van deze kostenstijging is nog lastig te maken. Bij een verhoging van de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag van 101% naar 105%, komen er 200 inwoners extra in aanmerking (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021b). Waarvan altijd slechts een minderheid wordt bereikt. Hierbij worden dus geen grote kostenstijgingen verwacht van groter dan € 50.000. In voorkomende gevallen zullen budgettaire wijzigingen mee worden genomen in de P&C-cyclus van het Werkplein Hart van West Brabant. Voor met name de verhoging van het budget voor de kindregelingen en de jaarlijkse kosten voor de Voorzieningenwijzer wordt via de Kadernota 2024-2027 een aanvullend budget gevraagd van € 46.000, waarmee de totale jaarbegroting uitkomt op € 150.000.

Bijlage 1. Literatuurlijst Allecijfers. (2022). Statistieken gemeente Moerdijk. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Gemeente Moerdijk in cijfers en grafieken (update 2023!) | AlleCijfers.nl De Nederlansche Bank. (2022, 17 maart). Hoe we economisch geraakt worden door de oorlog in Oekraïne. Geraadpleegd op 12 april 2023 van Hoe we economisch geraakt worden door de oorlog in Oekraïne (dnb.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2020). Aantal uitkeringen algemene bijstand – buurten. Cbsinuwbuurt.nl. Geraadpleegd op 13 december 2022 van Aantal uitkeringen algemene bijstand - Buurten (2020) (cbsinuwbuurt.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021a). Risico op armoede bij huishoudens. Cbs.nl. Geraadpleegd op 13 december 2022 van Risico op armoede bij huishoudens - Armoede en sociale uitsluiting 2021 | CBS Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021b). Laag en langdurig laag inkomen; kenmerken, regio (indeling 2021) 2011-2020. Cbs.nl. Geraadpleegd op 12 december 2022 van StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; kenmerken, regio (indeling 2021) 2011-2020 (cbs.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021c). Armoede en Sociale Uitsluiting 2021. Geraadpleegd op 7 december 2022 van De sociale context van armoede - Armoede en sociale uitsluiting 2021 | CBS Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022a, 18 februari). Prijs van energie 86 procent hoger.

Geraadpleegd op 19 december 2022 van Prijs van energie 86 procent hoger (cbs.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022b). Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio. Geraadpleegd op 10 januari 2023 van StatLine - Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio (cbs.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022c). Laag en langdurig laag inkomen van personen; huishoudenskenmerken. Cbs.nl. Geraadpleegd op 13 december 2022 van StatLine - Laag en langdurig laag inkomen van personen; huishoudenskenmerken (cbs.nl) Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022d). Kerncijfers wijken en buurten 2021. Cbs.nl. Geraadpleegd op 13 december 2022 van StatLine - Kerncijfers wijken en buurten 2021 (cbs.nl) Elshout, J. (2022, 17 juni). De waarde van bijverdienen in de bijstand is meer dan geld alleen. Geraadpleegd op 12 december 2022 van De waarde van bijverdienen in de bijstand is meer dan geld alleen – Sociale Vraagstukken Gemeente Moerdijk. (2021, 2 september). Kom in actie tegen laaggeletterdheid. Moerdijk.nieuws.nl. Geraadpleegd op 13 december 2022 van Kom in actie tegen laaggeletterdheid - Moerdijk (nieuws.nl) Gemeente Moerdijk. (2022a). Bestuursakkoord Moerdijk 2022-2026. Moerdijk zorgt, bouwt en groeit. Geraadpleegd op 13 december 2022 van Bestuursakkoord | gemeente Moerdijk Gemeente Moerdijk. (2022b). Meerjarenbegroting 2023-2026.

Moerdijk zorgt, bouwt en groeit. Hoff, S. en Van Hulst, B. (2018). Armoede in kaart. Wat is armoede? Geraadpleegd op 7 december 2022 van Wat is armoede? | Armoede in kaart: 2018 - SCP Ingrado. (2021, 5 oktober). Wettelijke taak van RMC omhoog naar 27 jaar? Geraadpleegd op 20 maart 2023 van Ingrado - Iedere jongere heeft recht op ontwikkeling Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2022). De Participatiewet in balans: uitkomsten beleidsanalyse. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 13 december 2022 van Participatiewet in balans (overheid.nl)

Rekenkamer West-Brabant (2020). Doeltreffendheid uitvoering van de Participatiewet in Geertruidenberg. Rekenkamer West-Brabant: Roosendaal. Rijksoverheid. (2022a, 4 oktober). Vanaf 1 januari lagere energierekening door verruimd prijsplafond. Geraadpleegd op 19 december 2022 van Vanaf 1 januari lagere energierekening door verruimd prijsplafond | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Rijksoverheid. (2022b). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. Ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid & Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Rijksoverheid. (2023, 21 februari). Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel Huurverlaging 2023 voor huurders met een laag inkomen. Geraadpleegd op 15 maart 2023 van Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel Huurverlaging 2023 voor huurders met een laag inkomen | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Rijksoverheid. (z.d.a). Laaggeletterdheid. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Laaggeletterdheid | Rijksoverheid.nl Rijksoverheid. (z.d.b). Aanpak Voortijdig Schoolverlaten (VSV). Geraadpleegd op 20 maart 2023 van Aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv) | Voortijdig schoolverlaten (vsv) | Rijksoverheid.nl Rijksoverheid. (z.d.c). Werk en inkomen voor vluchtelingen uit Oekraïne.

Geraadpleegd op 12 april 2023 van Werk en inkomen voor vluchtelingen uit Oekraïne | Opvang vluchtelingen uit Oekraïne | Rijksoverheid.nl Samplonius, L. (2022, 7 september). Geldzorgen veroorzaken stress én soms mentale problemen: ‘Raak niet in paniek’. RTL Nieuws. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Geldzorgen veroorzaken stress én soms mentale problemen: 'Raak niet in paniek' | RTL Nieuws Schouten, C.J. (2022a, 21 juni). Participatiewet in Balans: uitkomsten beleidsanalyse. Geraadpleegd op 13 december 2022 van pdf (overheid.nl) Schouten, C.J. (2022b, 21 juni). Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. Geraadpleegd op 9 januari 2023 van pdf (overheid.nl) Schouten, C.J. (2023, 3 februari). Stand van zaken implementatieplan Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 6 maart 2023 van pdf (overheid.nl) Sociaal Cultureel Planbureau. (2018, 23 november). Armoede in kaart 2018. Geraadpleegd op 9 januari 2023 van Wat is armoede? | Armoede in kaart: 2018 - SCP Sociaal Cultureel Planbureau. (2019, 3 september). Armoede bij kinderen en volwassenen. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Armoede bij kinderen en volwassenen | Armoede in kaart: 2019 - SCP Sociaal Economische Raad (2017). Opgroeien zonder armoede. Uijl, I. (2022, 27 januari). Het kabinet verruimt de bijverdiengrenzen van de participatiewet.

Binnenlandsbestuur (2022, 27 januari). Geraadpleegd op 13 december 2022 van Het kabinet verruimt de bijverdiengrenzen van de participatiewet (binnenlandsbestuur.nl) Van Nuland, K. (2020, 16 september). De Armoedeval. Geraadpleegd op 12 december 2022 van De armoedeval | Stimulansz Vereniging Nederlandse Gemeenten. (2022, 23 juni). Plannen aanpassingen Participatiewet goed begin. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Plannen aanpassingen Participatiewet goed begin | VNG Vogels, P. (2023, 11 april). Bijltjesdag dreigt voor tienduizenden ondernemers. BN de stem. Geraadpleegd op 12 april 2023 van Bijltjesdag dreigt voor tienduizenden ondernemers | Economie |

bndestem.nlhttps://www.bndestem.nl/economie/bijltjesdag-dreigt-voor-tienduizenden-

ondernemers~a25d9ca3/ Vollebregt, B. en Zuidervaart, B. (2022, 12 februari). Carola Schouten is de eerste minister voor armoedebeleid: ‘Onze wet kent een boete op compassie’. Trouw. Geraadpleegd op 12 december 2022 van Carola Schouten is de eerste minister voor armoedebeleid: ‘Onze wet kent een boete op compassie’ (trouw.nl) Waarstaatjegemeente. (2022). Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (2022). Wolf, J.R.L.M. & Scheepers, A.L. (2022). Toekomst met een thuis. Gids voor preventie van dakloosheid. Preventie Alliantie. Nijmegen: Impuls, Radboudumc.

Bijlage 2. Doelgroepen Er worden verschillende risicogroepen op het gebied van armoede onderscheiden. Onderstaande informatie en cijfers geven een weerspiegeling van de grootte van deze risicogroepen. Eenoudergezinnen Volgens het CBS zijn er op landelijk niveau relatief veel kinderen uit eenoudergezinnen met een armoederisico. Gemiddeld komt dat neer op 20 procent van alle kinderen die opgroeien in armoede, waar 5 procent van deze kinderen komen uit tweeoudergezinnen (Bron: Sociaal Cultureel Planbureau, 2019). Alleenstaanden tot 65 jaar Vanwege de inflatie wordt het leven in Nederland steeds duurder. Rondkomen van één inkomen is daarom vaak erg moeilijk. Een huis kopen is voor deze groep vaak niet haalbaar en zijn daarom aangewezen op (sociale)huur. Hiermee wordt geen vermogen opgebouwd. Als een inwoner niet in aanmerking komt voor sociale huur, betekent dit hoge, commerciële huurprijzen en vaak geen recht op andere gemeentelijke regelingen. Bovendien is de druk op alleenstaanden extra hoog, zij kunnen niet omvallen, immers kunnen zij niet terugvallen op een partner die hen (tijdelijk) ondersteunt. Niet-westerse huishoudens en statushouders Niet-westerse huishoudens en statushouders behoren tot de risicogroep vanwege taalachterstanden. Voor deze groep kan een goedbetaalde baan vinden lastiger zijn dan voor andere groepen.

Daarnaast is de weg vinden naar hulp voor deze groep vaak moeilijk, omdat zij de taal onvoldoende beheersen of onbekend zijn met de Nederlandse cultuur en gebruiken. Vooral kinderen uit Syrië, Eritrea en Somalië hadden een hoog risico op armoede volgens het CBS (50 tot ruim 60 procent). Zij leven vaker van een bijstandsuitkering. In Moerdijk neemt het percentage van de bevolking met een nietwesterse migratieachtergrond al jaren gestaag toe: van 4,4 procent in 2017 naar 5,3 procent in 2021 (Bron: Allecijfers, 2022). In Nederland groeiden in 2020 130.000 kinderen uit niet-westerse gezinnen op in armoede, tegenover 72.000 Nederlandse kinderen. Ook groeiden 12,8 procent van deze kinderen op in langdurige armoede, tegenover 1 procent van de Nederlandse kinderen (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022c). Kinderen Kinderen hebben geen invloed op het inkomen van ouders en zijn in hun ontwikkeling sterk afhankelijk van de sociale positie van hun ouders dat grotendeels bepaald wordt door het inkomen. Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen ondervinden vaak kansenongelijkheid. Zij kunnen minder deelnemen aan de maatschappij, doordat er geen financiële ruimte is om deel te nemen aan sport of cultuur. Daarnaast heeft armoede ook een negatieve impact op gezondheid.

Gemiddeld hebben twee keer zoveel kinderen uit arme gezinnen overgewicht ten opzichte van kinderen die niet opgroeien in een armoedesituatie. Werkende armen Onder deze groep vallen inwoners die in loondienst werken én zzp’ers. Deze groep is vaak onzichtbaar, omdat ze niet bekend zijn bij het Werkplein Hart van West-Brabant (en dus geen uitkering ontvangen). Deze groep is daarom moeilijker te bereiken en maken minder gebruik van de gemeentelijke armoedevoorzieningen. Pensioengerechtigden Pensioengerechtigden hebben geen kansen meer tot inkomensverbetering. Wanneer deze groep bij de pensioengerechtigde leeftijd een inkomen heeft op of onder het bestaansminimum, zullen zij tot einde leven dit inkomen behouden. Voor deze groep betekent dit vele jaren aan stress en zorgen, die

tot gevolg kunnen hebben dat er extra druk komt op de gezondheidszorg en gemeentelijke domeinen als de WMO en schuldhulpverlening. Zzp’ers Voor de groep zelfstandigen was de intensiteit van de armoede in 2020 veruit het hoogst. Het inkomenstekort bij hen bedroeg ruim 35 procent. Dit is een typerend beeld voor de groep zelfstandigen. Ook het risico op eenmalig grote inkomenstekorten is onder deze groep het hoogst (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021c). Om deze groep tegemoet te komen wordt vanuit schuldhulpverlening het platform hulp voor ondernemers geïmplementeerd, dat ondernemers kan helpen bij financiële, juridische en bedrijfsvoering vraagstukken. Bij de bestrijding van armoede is het belangrijk om aandacht te hebben voor de kenmerken van verschillende doelgroepen. Deze doelgroepen (of risicogroepen) lopen allen risico om te vervallen in (langdurige) armoede, vanwege de kenmerken die inherent zijn aan de doelgroep. Binnen dit armoedebeleid is er aandacht voor deze specifieke kenmerken, wordt er rekening gehouden met de vindplaatsen van deze inwoners en wordt de dienstverlening op hen afgestemd. Jongeren 17-27 jaar Steeds meer jongeren komen in de financiële problemen terecht. Vooral bij schuldhulpverlening zien we steeds meer aanvragen.

Jongeren zijn nog niet volledig ontwikkeld en maken niet altijd de meest verantwoorde keuzes met betrekking tot hun financiën, terwijl zij volgens de wet vanaf 18 jaar volwassen zijn en zij vanaf 21 jaar volledig zelfredzaam moeten zijn. Met name jongeren zonder startkwalificatie lopen extra risico, omdat zij moeilijk aansluiting kunnen vinden op de arbeidsmarkt. Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten in onze gemeente zijn voornamelijk EU burgers. Ze zijn kwetsbare burgers die vaak niet weten hoe ze hun weg moeten vinden in onze samenleving. Arbeidsmigranten hebben zelf niet altijd voldoende kennis van zaken als het gaat om rechten ten aanzien van huisvesting, arbeid en inkomen. Zeker voor de hier langer of permanent verblijvende arbeidsmigranten is daarom aandacht nodig vanuit het sociaal beleid. Uit gegevens van CBS blijkt dat in Moerdijk in het BRP veruit de meeste mensen met een buitenlandse nationaliteit komen uit Polen. Dit waren op 1-1-2022 516 personen. Uit Hongarije staan 18 personen en uit Bulgarije 12 personen geregistreerd. Het aantal arbeidsmigranten dat in Moerdijk woont is eigenlijk veel hoger omdat de meeste arbeidsmigranten niet geregistreerd staan. Als we een realistisch beeld willen krijgen van hoeveel migranten hier wonen dan dienen we deze aantal met drie te vermenigvuldigen (landelijk gehanteerd formule).

Hiermee is de inschatting dat zo’n 1500 mensen uit Polen, zo’n 300 Roemenen, 60 Hongaren en 40 Bulgaren in onze gemeente wonen. Dit zijn in totaal ca. 1900 arbeidsmigranten. Hun aandeel in de WW-populatie is aanzienlijk groot, ze hebben 4 maal zo’n hoge kans hun baan kwijt te raken, en ze doen vaker een beroep op een werkloosheidsuitkering dan op andere sociale voorzieningen. Gemiddeld is de WW-uitkering van arbeidsmigranten lager en korter. Als de WW uitkering stopt hebben ze meestal geen recht op bijstandsuitkering, dat vergroot risico op armoede aanzienlijk. Ze zijn vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau (met het grote risico van uitbuiting). Verder hebben de arbeidsmigranten als EU-burger geen inburgeringsplicht waardoor ze de taal vaak niet machtig zijn en daardoor grotendeels buiten onze samenleving staan. Bijvoorbeeld, ze kunnen snel in financiële moeilijkheden komen door uitbuiting omdat ze de Nederlandse taal niet goed machtig zijn en niet weten wat hun rechten zijn en bij welke organisaties ze terecht kunnen. Het gebrek aan kennis van de Nederlandse taal levert ook problemen op bij het betalen van boetes, wat voor escalatie van de te betalen bedragen zorgt, verder versterkt door het niet kunnen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=0d731582-80b0-4c65-a85e-a70d4a1a577a