Bijlage 1 - Kadernota 2027-2030
Tekst van het document
28
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
doorontwikkeling van het Integraal Zorgakkoord (IZA). AZWA bouwt voort op de ingezette beweging richting passende zorg en ondersteuning, maar kent een bredere scope en andere accenten, met een nadrukkelijkere verbinding tussen zorg, welzijn en het sociaal domein. Tegelijkertijd zijn de exacte inhoudelijke en financiële contouren van AZWA, de Brede Regeling Combinatiefuncties en het Sportakkoord nog niet volledig uitgewerkt. Het jaar 2026 fungeert daarmee nadrukkelijk als overgangs- en voorbereidingsjaar. In deze periode ligt de opgave in het borgen van wat binnen IZA is opgebouwd, terwijl tegelijkertijd wordt toegewerkt naar de inhoudelijke, financiële en bestuurlijke vereisten van AZWA.
Sociale Benadering Dementie (SBD) Gemeente Moerdijk, Zorgverzekeraar en Zorgkantoor CZ en Zorg- en welzijnsaanbieder Surplus werken sinds 2021 aan implementatie van de Sociale Benadering Dementie (SBD) binnen regio Moerdijk. SBD is een domein overstijgende aanpak, waarin de mens in plaats van de ziekte centraal staat en waarin wordt gewerkt aan het herstel van de eigen identiteit zodat mensen zo lang mogelijk – en met behoud van kwaliteit van leven – thuis kunnen blijven wonen en kunnen blijven deelnemen aan de maatschappij. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de impact van de ziekte op het persoonlijke en dagelijks leven van mensen met dementie, maar ook naar de impact op naasten en het netwerk. In 2025 is deze aanpak SBD beschikbaar gekomen in onze gehele gemeente. De implementatie in 2025 laat zien dat deze benadering inhoudelijk waardevol is, maar dat voor structurele borging nog keuzes nodig kunnen zijn. Vanaf 2021 zijn er steeds incidentele middelen gevonden om met deze aanpak aan de slag te gaan. Het ministerie van VWS heeft in samenwerking met ZonMw besloten om de landelijke beweging van de SBD verder uit te breiden en te versterken door subsidieverstrekking aan gemeenten. De subsidieaanvraag is sinds 2024 jaarlijks en gezamenlijk ingediend door gemeente Moerdijk en Surplus.
In 2025 werd de subsidie vervangen door een Specifieke uitkering met de voorwaarde dat minimaal 20% van de kosten van het experiment worden gedekt vanuit cofinanciering en maximaal 80% vanuit de aan te vragen uitkering. In 2026 worden deze 20% (€ 160.000) gezamenlijk gedekt door Surplus en Moerdijk. Momenteel vinden gesprekken plaats over de toekomstige financiering. Voor het borgen van deze aanpak zijn in de toekomst wellicht (meer) gemeentelijke middelen nodig.
Veiligheid In 2025 is met de ondertekening van het programma Port of Moerdijk Veiliger een belangrijke stap gezet in het verder versterken van de veiligheid in en rond het haven- en industriegebied. Samen met regionale partners zijn diverse projecten gestart die bijdragen aan een integrale aanpak. Er is geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van de crisisbeheersing. De lokale crisisorganisatie is versterkt, met verbeterde middelen, samenwerking en structurele inzet op afstemming, trainingen en oefeningen, evenals deelname aan regionale en landelijke overleggen. In het havengebied en bij Logistiek Park Moerdijk zijn concrete maatregelen gerealiseerd, zoals hekwerken, toegangscontrole en cameratoezicht (incl. kentekenherkenning). Op het gebied van ondermijning is de signalering en opvolging verder verbeterd, onder meer via een versterkte meldroute en gerichte actiedagen. De opsporing ligt bij de politie, maar de gemeente heeft met extra inzet een belangrijke ondersteunende rol vervuld. Wij versterken vooral de bestuurlijke aanpak, de informatiepositie en samenwerking met politie, zeehavenpolitie en andere partners. Ook zetten wij meer in op informatie gestuurd toezicht/ controles en bewustwording en preventie om crimineel misbruik van haven en industriegebied (mainportprogramma) en de rest van ons grondgebied (in samenwerking met RIEC) te verstoren.
De extra inzet zorgt voor snellere duiding en opvolging van signalen. In interviews geven de politieteams aan dat de vondsten deels toevallig waren, maar dat zij wel een herkenbare modus operandi zien rond logistieke stromen. Deze ontwikkelingen laten zien dat de ingezette koers resultaten oplevert, maar ook blijvende gezamenlijke inzet vraagt om deze verder te versterken.
29
5.3
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Gemeentefonds
Gemeenten zijn sterk afhankelijk van rijksinkomsten, vooral via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor gemeente Moerdijk gaat het in 2027 om ruim € 82 miljoen. Deze uitkering kan schommelen waarbij een relatief kleine schommeling grote financiële impact kan hebben. Ter indicatie: een afwijking van 1% betekent circa €0,8 miljoen meer of minder opbrengsten.
Aanblijvende onzekerheden Afgelopen jaar stelde het Rijk extra middelen beschikbaar als compensatie voor de tekorten die landelijk werden verwacht in 2026 (het ‘ravijnjaar’) en deels voor jeugdzorgtekorten tot en met 2027, mede naar aanleiding van het rapport Groeipijn van de Commissie Van Ark. De raad is hierover geïnformeerd via informatiebrieven over de meicirculaire en septembercirculaire. Vooral vanaf 2028 heerst er nog steeds onduidelijkheid en blijven de extra middelen beperkt. Het Rijk verwacht dan namelijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd gerealiseerd gaan worden. Daarnaast wil het Rijk aanvullende maatregelen invoeren. Dit betreft de invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg vanaf 1 januari 2028 en nadere afspraken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur binnen de Jeugdzorg, wat vanaf 2028 tot lagere lasten moet leiden. Begin 2027 volgt een zwaarwegend advies van de Commissie Van Ark over de uitvoering en toekomstbestendigheid van het stelsel.
Voorjaarsnota 2026 Op 27 maart 2026 heeft het ministerie van Financiën de Voorjaarsnota uitgebracht. Hierin staat hoe het Rijk verwacht dat de inkomsten en uitgaven zich de komende jaren ontwikkelen. Dit is ook belangrijk voor gemeenten, omdat het invloed heeft op hoeveel geld zij krijgen. Enkele belangrijke punten worden hieronder kort toegelicht: • Uitstel wijziging eigen bijdrage Wmo De plannen om de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen afhankelijk te maken van inkomen en vermogen worden uitgesteld tot 1 januari 2028. Dit verloopt voor de gemeenten budgettair neutraal. Vanuit de gedachte dat gemeenten opbrengsten vanuit de eigen bijdragen zouden gaan ontvangen, zouden zij minder ontvangen vanuit het gemeentefonds. Nu wordt dit voor 2027 dus teruggedraaid. Hoewel het gemeentefonds hierdoor in 2027 hoger uitvalt, betekent dit dat de verwachte opbrengsten (in de vorm van eigen bijdragen) juist wegvallen. • Extra geld voor klimaat- en energietaken Gemeenten ontvangen vanuit het Rijk middelen voor klimaat- en energietaken. Voor 2027 gaat het landelijk om € 671 miljoen, waarvan naar verwachting circa € 1,4 miljoen voor onze gemeente beschikbaar komt. Een deel hiervan (€ 0,8 miljoen) is reeds opgenomen in de begroting, omdat deze middelen eerder zijn toegezegd.
Deze financiering hangt samen met de landelijke ambitie uit het Klimaatakkoord om in 2050 een CO₂-neutrale samenleving te realiseren, waarvoor een ingrijpende energietransitie nodig is, waaronder het aardgasvrij maken van woningen en bedrijven en de omschakeling van fossiele naar duurzame energiebronnen en meer lokaal georganiseerde energiesystemen. De huidige middelen die we in de begroting hebben begroot worden met name ingezet voor personele capaciteit en kleinschalige onderzoeken Zodra we echter tot uitvoering van mogelijke collectieve warmte- en/of elektriciteitssystemen gaan komen, inclusief bijbehorende (collectieve) organisaties, zullen deze middelen hoogstwaarschijnlijk ontoereikend zijn. Op dit moment zijn de extra benodigde middelen nog niet te bepalen. • Btw-compensatiefonds Gemeenten kunnen betaalde btw terugvragen bij het Rijk via een speciaal fonds. Als gemeenten samen minder btw terugvragen dan het maximum (het plafond), wordt het overgebleven geld verdeeld via het gemeentefonds. Gemeenten mogen het bedrag van de meest recente afrekening structureel ramen als verwacht voordeel. In de voorjaarsnota is bekend gemaakt dat er in 2025 € 215 miljoen over was.
Omdat dit bedrag lager is dan vorig jaar (in 2024 was er nog € 332 miljoen over), betekent dit voor onze gemeente dat het geraamde voordeel op de stelpost in de begroting met ongeveer € 0,2 miljoen zal moeten worden verlaagd.
30
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
• Nieuwe verdeling van het gemeentefonds vanaf 2027 Het Rijk onderzoekt momenteel of het geld uit het gemeentefonds anders verdeeld moet worden over gemeenten. In 2021 is landelijk besloten tot de invoering van een nieuw verdeelmodel voor het gemeentefonds per 1 januari 2023. Daarbij is een ingroeipad afgesproken (het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien). Op advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is een onderzoekagenda ingesteld. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft op 3 en 16 februari 2026 in twee delen een adviesaanvraag gestuurd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de Herziening verdeling gemeentefonds per 1 januari 2027. In het advies van de ROB (d.d. 1 april 2026) wordt geconcludeerd dat de herverdeling van het gemeentefonds per 2023 een stap vooruit was, maar nog niet voldoende. Van de tien voorstellen om de verdeling te verbeteren, adviseert de ROB om per 2027 twee aanpassingen door te voeren. Vier andere voorstellen zijn veelbelovend, maar nog niet rijp voor invoering. Drie voorstellen krijgen een negatief advies. Vanwege de onzekerheid over de totale verdeling adviseert de ROB het ingroeipad voorlopig te bevriezen. In het najaar komt de ROB met een nader advies. De maatregelen uit de voorjaarsnota zullen door het Rijk financieel verwerkt worden in de meicirculaire 2026.
Dan wordt ook duidelijk wat dit concreet betekent voor gemeenten. Doordat wij onze ramingen voor het gemeentefonds baseren op die meicirculaire, zullen de meest actuele inzichten van dat moment dus verwerkt worden in de begroting 2027-2030.
31
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Hoofdstuk 6 - Vervolgaanpak richting het opstellen van de begroting 20272030 Op basis van deze kadernota wordt duidelijk dat het gepresenteerde meerjarenperspectief vanaf 2027 negatief is (meer structurele lasten dan baten). Zoals in hoofdstuk 4 is geschetst worden vanaf 2027 structurele tekorten verwacht van € 3 miljoen (2027), € 4,5 miljoen (2028), € 2,1 miljoen (2029) en € 2,4 miljoen (2030). Daarmee is het meerjarenperspectief ten opzichte van de begroting 2026-2029 (raadsvergadering 6 november 2026) verslechterd. Dit is voornamelijk het gevolg van de benodigde budgetbijstellingen binnen het bestaande beleid, waaronder de jeugdzorg (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Hierbij geldt dat mogelijke financiële effecten vanuit het bestuursakkoord ten tijde van het opstellen van deze kadernota nog niet bekend zijn. Eventuele nieuwe plannen en ambities die daarin opgenomen worden en om aanvullende middelen vragen, zullen aanvullend effect hebben op het structureel begrotingsresultaat. Om deze redenen is het van belang om expliciet stil te staan bij de vervolgaanpak richting het opstellen van een sluitende begroting 2027-2030.
6.1 Welk uitgangspunt hanteren we ten aanzien van het structurele begrotingsresultaat in de begroting 2027-2030? Het opstellen van een begroting gebeurt op basis van een reële verwachting van de ontwikkelingen van bestaand beleid, aangevuld met nieuwe ontwikkelingen die we als gemeente op ons af zien komen en die bijv. het gevolg kunnen zijn van wijzigende wetgeving of nodig zijn t.b.v. het realiseren van de gemeentelijke ambities. Hierbij is het van belang dat sprake is van een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. De provinciaal toezichthouder beoordeelt aan de hand van diverse criteria of hier sprake van is. Een belangrijke voorwaarde is hierbij dat de begroting structureel sluitend is. Hiervan is sprake als de structurele lasten gedekt kunnen worden uit de structurele baten. Indien hier het eerste begrotingsjaar (2027) geen sprake van is, kan geoordeeld worden dat het voldoende aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming (2030) tot stand zal worden gebracht. Vanuit dit oogpunt is het van belang om met elkaar het doel te bepalen waarmee het begrotingstraject wordt ingegaan.
Zetten we in op een sluitende begroting voor het jaar 2027?, werken we toe naar een sluitende begroting in de laatste jaarschijf (2030)? Hoe gaan we bij deze afweging om met de in hoofdstuk 5 benoemde ontwikkelingen en onzekerheden? Om de snelheid en intensiteit van de verdere actiepunten te bepalen is het van belang om een gezamenlijk uitgangspunt te hebben wat betreft de inzet en het doel ten aanzien van het structurele begrotingsresultaat in de begroting 2027-2030. Uitgangspunt begroting: Richting het opstellen van de begroting wordt ingezet op een sluitende begroting voor het jaar 2027.
32
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
6.2 Aan welke knoppen kan worden gedraaid ter bevordering van de structurele begrotingsruimte? De benodigde aandacht voor de structurele begrotingsruimte is niet nieuw. Om grip te houden en de financiële positie van de gemeente Moerdijk gezond te houden is vorig jaar onderzocht hoe de structurele financiële ruimte kan worden vergroot. Dit leidde tot het Rapport structurele begrotingsruimte. Het doel van dit rapport was niet om directe ombuigingsmaatregelen voor te stellen, maar om juist vanuit een breder perspectief naar mogelijkheden te kijken die bijdragen aan het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Het rapport biedt inzicht in de knoppen waaraan gedraaid kan worden. Op basis van dit rapport zijn in de begroting 2026–2029 verschillende technische maatregelen toegepast om tot een structureel sluitende begroting te komen. Deze keuzes zijn gemaakt binnen de bestaande kaders en zonder gevolgen voor het huidige beleid of de dienstverlening. Deze maatregelen hadden onder meer betrekking op het minder voorzichtig en realistischer ramen van diverse begrotingsposten en investeringsmomenten en het beoordelen van de omvang van de reserves, waarbij de algemene reserve is aangevuld. Met deze werkwijze is tot een sluitende begroting 2026–2029 gekomen, terwijl er keuzeruimte voor de komende jaren is behouden.
Zoals in de aanbiedingsnota bij de begroting 2026-2029 is toegelicht, biedt dit "de nieuwe gemeenteraad de mogelijkheid om deze ruimte te betrekken bij de behandeling van de kadernota 2027-2030 en de verdere uitwerking richting de begroting 2027–2030." Gezien de financiële uitkomsten van deze kadernota is de vraag aan welke knoppen richting de begroting gedraaid kan worden om tot een sluitende begroting te kunnen komen.
Knop 1: Nieuwe ontwikkelingen/ambities De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Conform artikel 5 van de financiële verordening worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen in de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen op een later moment nog een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen. Het saldo van de stelpost nieuw beleid maakt onderdeel uit van het meerjarenperspectief. De middelen die gemoeid gaan met het nieuwe beleid, leggen (in de toekomst) beslag op de begrotingsruimte van de gemeente. Deze middelen zijn terug te vinden in tabel 5. Omdat het hier gaat om gereserveerde middelen waarvoor nog geen definitief besluit is genomen, biedt dit ruimte voor heroverweging. Met het oog op de structurele begrotingsruimte kan kritisch gekeken worden naar deze nieuwe ontwikkelingen. Zijn ze allemaal noodzakelijk? Kan het ook met minder? Is het mogelijk een fasering aan te brengen om de lasten minder snel op te laten lopen? Is het nodig om te gaan werken met een maximumbedrag voor de stelpost? Er zijn verschillende mogelijkheden om de nieuwe ontwikkelingen integraal af te wegen.
Knop 2: Bestaand beleid Naast het kritisch afwegen van nieuwe ontwikkelingen en ambities, kan ook worden overwogen om het bestaande beleid te herzien of bij te stellen. In het Rapport structurele begrotingsruimte zijn verschillende benaderingen geschetst die hierbij kunnen worden toegepast. Deze variëren van relatief lichte trajecten, zoals het verder in kaart brengen van de financiële positie (meten is weten), tot meer ingrijpende benaderingen waarbij de bestaande visie en strategie ter discussie worden gesteld en er – vanuit een strategisch perspectief – ombuigingskeuzes worden gemaakt.
33
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Figuur 2 Mogelijke ombuigingsmaatregelen In het rapport is gekozen voor de aanpak ‘meten is weten’, waarbij op hoofdlijnen inzicht is gegeven in de (on)mogelijk heden om de structurele begrotingsruimte te vergroten. Dit zodat vanuit daar eventuele vervolgstappen zouden kunnen worden bepaald. Uit het rapport blijkt dat het niet vanzelfsprekend is om binnen de huidige begroting, rekening houdend met het huidige beleid en ambitieniveau, substantieel extra begrotingsruimte te vinden. Vooral binnen het sociaal domein spelen diverse landelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van Jeugdzorg en Wmo, waardoor gemeenten landelijk voor de uitdaging staan om de stijgende kosten beheersbaar te houden. Ook binnen het fysieke domein is het algemene beeld dat begrotingsruimte niet zomaar te vinden is. Daarnaast staan er de komende jaren grote investeringen gepland voor onder meer binnensport, buitensport en gemeentelijke zwembaden. Aan de inkomstenkant geldt dat de veruit grootste inkomstenbron (gemeentefonds) niet te beïnvloeden is. In de praktijk is de ozb de voornaamste knop waar gemeenten aan kunnen draaien om de baten te verhogen. Vanwege de grote afhankelijkheid van de inkomsten vanuit het Rijk, is hierbij echter geconstateerd dat gemeenten de ozb tarieven relatief fors zouden moeten verhogen om substantiële extra inkomsten te realiseren.
Knop 3: Inzet reserves Reserves mogen in principe uitsluitend voor incidentele uitgaven worden gebruikt. Er zijn echter twee uitzonderingen op deze regel. Hieronder wordt nader ingegaan op deze uitzonderingen en de wijze waarop deze kunnen bijdragen aan het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Optie 1: Inzet reserve t.b.v. dekking afschrijvingslasten investeringen Investeringen worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven, gebaseerd op hun verwachte levensduur. Dit betekent dat gedurende de afschrijvingstermijn de kapitaallasten (afschrijving- en rentelasten) jaarlijks als structurele last op de begroting drukken. Volgens de (BBV)-wetgeving mogen investeringen niet rechtstreeks uit een reserve worden gedekt. Een uitzondering geldt alleen wanneer een investering door een derde partij wordt gedaan en de gemeente hierbij een financiële bijdrage levert. Wel mogen de jaarlijkse afschrijvingslasten die voortkomen uit investeringen worden gedekt vanuit een daarvoor bestemde bestemmingsreserve. De kapitaallasten van de investeringen moeten echter altijd structureel in de begroting worden opgenomen. Vervolgens kan er een onttrekking uit de bestemmingsreserve plaatsvinden ter dekking van de afschrijvingslasten. Deze onttrekking wordt in de begroting als een structurele bate gezien.
Kort gezegd zorgt deze methode ervoor dat de afschrijvingslasten worden gedekt vanuit de reserve en niet langer drukken op het structurele begrotingsresultaat.
34
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Op dit moment heeft de gemeente Moerdijk reeds een bestemmingsreserve ‘afschrijvingslasten investeringen’. In deze reserve zat per 1-1-2026 circa € 29 miljoen. Uit deze reserve worden (conform raadsbesluiten) de afschrijvingslasten gedekt van diverse investeringen die in het verleden zijn gedaan. Jaarlijks wordt circa € 1 miljoen uit deze reserve onttrokken ter dekking van deze lasten. In lijn hiermee kan ervoor gekozen worden om deze constructie ook voor toekomstige investeringen toe te passen, waarmee de structurele begrotingsruimte vergroot kan worden.
Wat zijn de mogelijke effecten die hiermee kunnen worden bereikt? Indien besloten wordt om de afschrijvingslasten van een investering te dekken uit een reserve ‘afschrijvingslasten investeringen’, is het uiteindelijke effect op het structurele begrotingsresultaat afhankelijk van de hoogte en de afschrijvingstermijn van de investering. Ter indicatie zijn hieronder diverse situaties in beeld gebracht met daarbij de potentiële effecten die dit heeft op het structurele begrotingsresultaat. Indicatie effecten inzet reserve 'afschrijvingslasten investeringen' (Bedragen x € 1.000) Storting in reserve Levensduur investering
1.000
5.000
10.000
Effect op structurele begrotingsruimte
25 jaar
40
200
400
50 jaar
20
100
200
80 jaar
13
63
125
In de situatie dat € 10 miljoen van de algemene reserve ingezet zou worden voor het dekken van de afschrijvingslasten van een investering met een levensduur van 25 jaar, zou dit resulteren in een verbetering van de structurele begrotingsruimte van € 400.000. Bij een inzet van € 1 miljoen voor een investering met een levensduur van 80 jaar is het effect op de structurele begrotingsruimte ‘slechts’ € 13.000.
Indien hiertoe wordt gekozen dienen aanvullende middelen in de reserve ‘afschrijvingslasten investeringen’ te worden gestort. De uiteindelijke keuze of en voor welke investeringen de reserve eventueel ingezet wordt is een raadsbevoegdheid en vraagt altijd een raadsbesluit vooraf. Het besluit tot inzet van de reserve moet genomen worden voordat de investering wordt afgerond en de afschrijvingstermijn begint te lopen. Verder dient te worden opgemerkt dat reserves niet oneindig ingezet kunnen worden ter dekking van structurele lasten. Investeringen waarbij er aan het einde van de afschrijvingstermijn een vrije keuze is tot het wel of niet vervangen van de investering verdienen dan ook de voorkeur. Op dat moment is er namelijk geen dekking vanuit de reserve meer aanwezig en kan de gemeenteraad de afweging maken of er al dan niet een beslag op de structurele begrotingsruimte wordt gelegd. Wanneer tegen die tijd een vervangingsinvestering nodig is zullen de afschrijvingslasten namelijk doorlopen en ten laste komen van het structurele begrotingsresultaat.
Optie 2: Inzet algemene reserve als structurele dekking Onder bepaalde voorwaarden is het toegestaan om (een deel van) de algemene reserve te gebruiken voor het dekken van structurele lasten. Concreet mogen gemeenten maximaal 10% van het vrij beschikbare deel van de algemene reserve hiervoor inzetten. Hierbij gelden wel randvoorwaarden: • De solvabiliteit van de gemeente moet minimaal 20% bedragen én op dat niveau blijven; • Het weerstandsvermogen moet volgens de provincie (als financieel toezichthouder) toereikend zijn; • Deze beoordeling moet gebaseerd zijn op een actuele en zorgvuldig uitgevoerde risico-inventarisatie.
35
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Deze regeling biedt gemeenten ruimte om financiële knelpunten op korte termijn aan te pakken, zonder direct in te grijpen in het bestaande beleid of voorzieningenpeil. Deze mogelijkheid kan gezien worden als middel om de begroting in een bepaald jaar structureel sluitend te krijgen. Dit kan echter nooit een structurele oplossing zijn omdat de omvang van de algemene reserve hiermee afneemt en uiteindelijk niet meer ingezet kan worden. Met deze mogelijkheid wordt tijd gekocht om uiteindelijk keuzes te maken welke structurele maatregelen nodig zijn om tot een structureel sluitende begroting te kunnen komen.
Wat zijn de mogelijke effecten die hiermee kunnen worden bereikt? Zoals in hoofdstuk 4 is geschetst worden op basis van deze kadernota onderstaande structurele begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel begrotingsresultaat
-2.977
-4.486
-2.141
-2.403
Om te voorkomen dat er in 2027 direct bezuinigingsmaatregelen nodig zijn, kan ervoor worden gekozen om het tekort in dat jaar (gedeeltelijk) te dekken uit de algemene reserve. Dit is mogelijk, mits de reserve voldoende omvang heeft en wordt voldaan aan de voorwaarden die hiervoor gelden (zoals solvabiliteit en weerstandsvermogen). De algemene reserve binnen de gemeente Moerdijk bedraagt op basis van de besluiten t/m de raadsvergadering van 7 mei 2026 ruim € 42 miljoen. Het aan te houden bedrag t.b.v. het benodigde weerstandsvermogen bedraagt ca. € 19 miljoen. De vrij besteedbare ruimte binnen de algemene reserve bedraagt hierdoor ruim € 23 miljoen. Hierbij is nog geen rekening gehouden met een mogelijke toevoeging aan de algemene reserve vanuit het jaarrekeningresultaat 2025. Op basis van de mogelijkheid die aan gemeenten wordt geboden, kan (onder bepaalde voorwaarden) in een bepaald jaar 10% van deze vrije ruimte ingezet worden ter dekking van structurele lasten. Voor de gemeente Moerdijk zou dat uitkomen op maximaal € 2,3 miljoen. Na inzet van de algemene reserve in 2027, ziet het financiële beeld er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel begrotingsresultaat
-2.977
-4.486
-2.141
-2.403
Dekking uit algemene reserve
2.300
0
0
0
Structureel begrotingsresultaat (na inzet reserve)
-677
-4.486
-2.141
-2.403
Op deze manier kan de algemene reserve ingezet worden ter (gedeeltelijke) dekking van het voorziene tekort in 2027.
36
6.3
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Welke acties nemen we richting het opstellen van de begroting 2027-2030?
In de voorgaande paragraaf zijn verschillende mogelijkheden ("knoppen") benoemd om de structurele begrotingsruimte te vergroten. Het financieel meerjarenperspectief laat zien dat – bij ongewijzigde ambities en zonder aanvullende middelen vanuit het Rijk – in de komende jaren maatregelen noodzakelijk zijn. Dit betekent dat nieuwe of aanvullende ambities alleen gerealiseerd kunnen worden als deze gepaard gaan met duidelijke keuzes binnen het bestaande taken- en uitgavenpatroon. Wel kan de inzet van de gemeentelijke reserves in bepaalde mate bijdragen aan de structurele begrotingsruimte. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het in deze kadernota gepresenteerde financieel meerjarenperspectief een indicatief karakter heeft. De uiteindelijke uitkomsten van de begroting 2027-2030 zijn mede afhankelijk van: • de behandeling van deze kadernota in de commissie- en raadsvergadering; • de totstandkoming van het nieuwe bestuursakkoord; • de verdere uitwerking van de begroting 2027-2030 die in november in de gemeenteraad wordt vastgesteld. Op basis van de uitgangspunten uit deze kadernota, wordt de komende maanden de begroting verder uitgewerkt. Hierbij worden alle budgetten tegen het licht gehouden en kunnen externe ontwikkelingen (zoals bijstellingen vanuit het Rijk in het gemeentefonds) nog van invloed zijn op de uiteindelijke begrotingsuitkomsten.
Desondanks bevestigt deze kadernota dat – bij ongewijzigd beleid – aanvullende maatregelen onvermijdelijk zijn om (ook op middellange termijn) de ambities waar te kunnen maken en de gemeente financieel gezond te houden. Tegelijkertijd geldt dat ten tijde van het opstellen van deze kadernota er nog geen nieuw bestuursakkoord is afgesloten en geen nieuw college is gevormd. Vanuit die context adviseert het huidige college aan de gemeenteraad om het nieuwe college als opdracht mee te geven om (1) maatregelen te nemen die leiden tot een sluitende begroting voor 2027 en (2) parallel daaraan meer structurele maatregelen voor te bereiden met het oog op een duurzaam financieel evenwicht op (middel)lange termijn.
Indicatie structureel begrotingsresultaat bedragen x € 1.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2027 -1.000 -2.000 -2.977 -3.000 -4.000 -5.000 -6.000 -7.000 -8.000 -9.000 Advies 1: -10.000
2028
2029
2030
-2.141
-2.403
-4.486
Maatregelen sluitende begroting 2027
Advies 2: Structurelere maatregelen
2031
2032
2033
2034
37
Kadernota 2027-2030
Gemeente Moerdijk
Actie 1. Richting de begroting 2027-2030 concrete maatregelen te nemen waarmee gestuurd wordt op een sluitende begroting in het jaar 2027. Deze maatregelen zien toe op: • Richting het opstellen van de begroting blijven inzetten op het realistisch ramen van met name: - Kapitaallasten (realiteitsgehalte planningen en verwachte afronding van investeringen); - Overige budgetten binnen de begroting (scherp en realistisch begroten zonder overmatige voorzichtigheid). Hoewel hier reeds op wordt ingezet, blijft het van belang om hier met elkaar scherp op te blijven. Aanvullend daarop de volgende maatregelen te nemen: • Het opnemen van een taakstellend budget voor het Sociaal domein; • Het herprioriteren van de middelen die (met name voor 2027) momenteel zijn gereserveerd in de stelpost nieuw beleid; • Tot slot kan – indien noodzakelijk – maximaal 10% van de vrije ruimte in de algemene reserve worden ingezet. Dit komt neer op circa € 2,3 miljoen. Deze inzet kan dienen als tijdelijke overbrugging (‘tijd kopen’). Dit is dan ook geen structurele oplossing. Het huidige college heeft er op basis van de huidige inzichten vertrouwen in dat hiermee toegewerkt kan worden naar een sluitende begroting 2027. Tegelijkertijd vraagt het financieel perspectief op (middel)lange termijn om meer structurele maatregelen.
Actie 2. Niet te wachten tot ná de volgende kadernota met het uitwerken en treffen van verdere structurele maatregelen, maar richting de kadernota 2028-2031 hiermee te starten. Voorgesteld wordt om richting de volgende kadernota een vervolg te geven aan het project structurele begrotingsruimte, gericht op het versterken van het (middel)lange termijnperspectief. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de reeds geschetste handelingsopties uit het Rapport structurele begrotingsruimte. Deze variëren van het efficiënter organiseren van taken tot meer ingrijpende keuzes, zoals het herprioriteren van middelen, het beperken van uitgaven op specifieke onderdelen of het soberder uitvoeren van taken, dan wel uitvoering op het wettelijk minimumniveau waar mogelijk.
Figuur 3 Mogelijke ombuigingsmaatregelen
38
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 1 - Bijstellingen bestaande budgetten -/- = voordeel Onderwerp
I/S
2027
2028
2029
Bibliotheek
S
110.000
110.000
110.000
110.000 Indexering subsidie voor Bibliotheek West Brabant, omdat deze organisatie te maken heeft met een stijging van personeelslasten als gevolg van cao-verplichtingen. Bibliotheek West-Brabant heeft voor 2027 een index aangekondigd tussen de 3,5 en 5%. Met 8 gemeenten in de regio en bibliotheek West-Brabant is een convenant afgesloten ten behoeve van de instandhouding van de Bibliotheek West-Brabant. Vanaf 2027 is dat een wettelijke zorgplicht voor gemeenten. Indexering uitgaande van 5% geeft een verhoging van € 59.000. Daarnaast zijn extra middelen nodig voor programma's dBOS (bibliotheek op school) en Boekstart in de kinderopvang. Inhoudelijk is het noodzakelijk om de inzet voor deze programma's op het gevraagde peil te houden voor een goede doorgaande leeslijn. Het Rijk heeft ook financiering van dBOS in het vooruitzicht gesteld. Onduidelijk is nog waar deze terecht gaan komen (scholen, bibliotheken, gemeenten). In de loop van het jaar volgen nog afspraken hierover met deze partijen.
1.189.950
Jeugdhulp
S
2.472.000
2.472.000
2.472.000
2.472.000 De afgelopen jaren zijn de kosten binnen het sociaal domein, en in het bijzonder in de jeugdzorg, de Wmo en het maatschappelijk werk, aanzienlijk gestegen. Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder meer jeugdhulp en ondersteuning aan inwoners, in samenwerking met een groot aantal maatschappelijke partners. Deze taken worden bekostigd uit het Gemeentefonds, maar dat budget staat inmiddels zwaar onder druk. Per informatiebrief d.d. 5 maart 2026 is de gemeenteraad geïnformeerd over de kostenstijgingen over 2025. Op basis van die cijfers moet rekening worden gehouden met benodigde bijstellingen in de meerjarige ramingen. De budgetbijstellingen in deze kadernota zijn gebaseerd op de uitgaven 2025, waarbij alleen rekening is gehouden met een jaarlijkse indexering van 5% t.b.v. verwachte prijsstijgingen.
16.010.000
Baggerwerkzaamheden Vesting Willemstad
I
-
300.000
300.000
- Voor het groot onderhoud van de (o.a. A) watergangen is het waterschap verantwoordelijk. De eigenaren van naastliggende percelen (binnen de kom is dit de gemeente) hebben ontvangsplicht voor de vrijkomende baggerspecie. In 2024 zijn metingen gedaan naar de dikte van de specielaag in de vestinggrachten van Willemstad. Gebleken is dat hier een aanzienlijke laag specie in ligt. Het waterschap is voornemens om deze baggerwerken in 2028/2029 uit te gaan voeren. Gezien de dikte van de specie is nu een inschatting gemaakt voor het gemeentelijk deel van de ontvangsplicht.
300.000
Software
S
130.000
130.000
130.000
130.000 De softwarekosten nemen voornamelijk toe als gevolg van de zogenaamde verSaasing. Hoewel nog niet alle applicaties verSaasd zijn, zien we al wel de effecten van de software in de Saas. We constateren dat bij applicaties welke al wel verSaasd zijn de licentiekosten fors stijgen. Voorbeeld hiervan is de applicatie Financials (gemeentelijke financiële administratie en factuurverwerking) en de applicatie voor vergunningverlening . Tegenover de ophoging van het budget voor software, staat wel een verlaging van de bijdrage van ICT WBW. Aandachtspunt hierbij is wel dat we de komende jaren, vanaf 2028, rekening moeten houden met eventuele stijgende (o.a. licentie) kosten voor gebruik van de software. Om de kosten beheersbaar te houden zullen we moeten zorgen voor een strak contract- en licentiebeheer.
1.430.000
Toeristenbelasting
S
83.000-
83.000-
83.000-
83.000- Bijstelling op basis van realisatiecijfers 2025 waarin meer belastingopbrengsten waren gerealiseerd dan begroot. De verwachting is dat dit zich structureel doortrekt.
OZB
S
198.000-
27.000-
71.000-
479.000- Bijstelling op basis van realisatiecijfers 2025 en actualisatie verwachte nieuwbouw.
Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio
2030 Toelichting
Omvang huidige budget
230.000 27.450.000
Diverse verwachte mutaties op basis van de (concept) begrotingen van gemeenschappelijke regelingen (zie hieronder). S
136.000
136.000
136.000
136.000 Op basis van de (concept)begroting 2027 van de VRMWB neemt de gemeentelijke bijdrage toe.
2.730.000
39
Bijlagen
2030 Toelichting
Gemeente Moerdijk
Onderwerp
I/S
2027
2028
2029
GR ICT-WBW
S
61.400-
266.000-
372.000-
382.000- Op basis van de (concept) begroting 2027 van de gemeenschappelijke regeling ICT WBW neemt de deelnemersbijdrage de komende jaren af, wat onder ander te maken heeft met de doorontwikkeling van ICT WBW en de positieve uitkomst van de aanbesteding met externe partij voor ICT dienstverlening. Aan de andere kant zien we een stijging van de software kosten (zie mutatie hierboven bij 'software'). Dit heeft te maken met het verSaasen van de applicaties en de verschuiving van kosten naar de gemeenten, waarbij we tevens zien dat de licentiekosten, welke behoren bij een Saas applicatie, flink stijgen.
1.730.000
Doorstroompunt /Leerplicht
S
57.000
57.000
57.000
57.000 Op basis van de (concept)begroting 2027 van de gemeenschappelijke regeling RBL West‑Brabant neemt de gemeentelijke bijdrage circa € 18.000 af. Daar staat tegenover dat de specifieke uitkering Doorstroompunt (€ 75.000) voortaan niet meer door de gemeente Moerdijk wordt ontvangen van het Rijk maar door contactgemeente Breda. Breda ontvangt een nieuwe jaarlijkse specifieke uitkering Doorstroompunt voor 14 West-Brabantse gemeenten voor de nieuwe doelgroep 18-27 jaar (was 18-23 jaar). Breda zet deze middelen voor de 5 gemeenten (Breda, Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk) die deze taak om deze doelgroep te begeleiden hebben uitbesteed aan het Regionaal Bureau Leren West-Brabant, rechtstreeks in bij het RBL.
75.000
TOTAAL
2.562.600
2.829.000
2.679.000
waarvan incidenteel
-
300.000
300.000
1.961.000 -
waarvan structureel
2.562.600
2.529.000
2.379.000
1.961.000
Omvang huidige budget
40
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 2 - Bijstellingen bestaande stelpost nieuw beleid -/- = voordeel Omschrijving
I of S
Vitale centra (afkomstig uit kadernota t/m 2020)
S
105.000-
-
-
- In 2026 worden geen nieuwe investeringen verwacht en daardoor ook geen verwachte kapitaallasten in 2027. Vanaf 2028 resteert jaarlijks circa € 100.000 in de stelpost nieuw beleid.
Noordelijke rondweg N285: Bijdrage aan de provincie t.b.v. rotonde (afkomstig uit kadernota 2021)
I
400.000-
400.000
-
- Eenmalige bijdrage aan provincie wordt betaald bij oplevering, welke een jaar opschuift naar 2028.
Afschaling N285: Uitvoering werkzaamheden gemeente (afkomstig uit kadernota 2021)
S
-
-
182.000-
3.000 De investeringen zijn naar verwachting in 2029 afgerond (in plaats van 2028). Hierdoor ontstaan naar verwachting vanaf 2030 kapitaallasten.
Scholenontwikkeling Willemstad: nieuwbouw school, gymzaal en gemeenschapshuis (afkomstig uit kadernota 2021)
S
-
-
-
737.000- Raadsvoorstel hiervoor volgt in 2026. Verwachte realisatie in 2030 (in plaats van 2029). Hierdoor ontstaan naar verwachting vanaf 2031 kapitaallasten.
Integrale aanpak arbeidsmigratie: extra inkomsten gemeentefonds en/of toeristenbelasting (afkomstig uit kadernota 2023)
S
14.000
311.000
121.000
121.000 De eerdere verwachting omtrent de verwachte inkomsten wordt bijgesteld op basis van de actuele inzichten. Diverse initiatieven bevinden zich nog in de procedure en hebben nog geen omgevingsvergunning. Omdat initiatieven kunnen uitvallen tijdens de planvorming en vergunningverlening, is gerekend met aannames.
Bastion Groningen/Oostbeerverbinding (afkomstig uit kadernota 2026)
S
-
-
121.000-
119.000- De investeringen zijn naar verwachting in 2031 afgerond, waarna vanaf 2032 kapitaallasten ontstaan.
Inclusie
S
67.000
67.000
67.000
Overig
S
2027
2028
2029
2030
Toelichting
67.000 Oorspronkelijk was € 100.000 hiervoor opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Bij raadsbesluit 26 juni 2025 is € 33.000 vanuit de stelpost beschikbaar gesteld. Abusievelijk is daarbij het restant afgeraamd. De resterende middelen worden nu terug gestopt in de stelpost nieuw beleid.
-
49.000-
48.000-
Totaal
424.000-
729.000
163.000-
663.000-
2.000 Diverse overige mutaties (< € 50.000)
waarvan incidenteel
400.000-
400.000
-
-
waarvan structureel
24.000-
329.000
163.000-
663.000-
41
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 3 - Nieuwe ontwikkelingen -/- = voordeel nr.
Progr. Omschrijving
I of S
Investeringsbedrag
2027
2028
2029
2030
1
2
Uitbreiding inzet vastgoed
S
-
106.000
106.000
106.000
106.000
2
2
Uitvoering huisvestingsverordening
S
-
64.000
64.000
64.000
64.000
2
2
Uitvoering huisvestingsverordening
I
-
13.000
-
-
-
3
2
Werken volgens omgevingswet: Administratieve ondersteuning BOPA's
S
-
57.000
57.000
57.000
57.000
4
2
Meerwerk kabels en leidingen (gedekt uit bijbehorende leges)
S
-
-
-
-
-
5
2
Voorfinanciering Powerport
I
-
500.000
-
-
-
6
2
Bijdrage ecologische verbindingszone Groenstrook (Klundert)
I
-
269.000
-
-
-
7
2
Aanspreekpunt en beleid buitengebied
S
-
120.000
120.000
120.000
120.000
8
3
Afkoop onderhoud Zuidrandtunnel
I
-
-
-
430.000
-
9
3
Overdracht buitenruimte bedrijventerrein Koekoek i.r.t. Koekoek II
S
600.000
-
-
39.000
38.000
10
4
Opvolging aanbevelingen rekenkameronderzoek
I
-
191.000
191.000
-
-
11
4
Uitvoering Accommodatiebeleid
S
-
110.000
110.000
110.000
110.000
12
4
Uitvoering programma nieuwkomers
S
-
94.000
94.000
94.000
94.000
12
4
Uitvoering programma nieuwkomers
I
-
150.000
-
-
-
13
5
Capaciteit medewerker recruitment
S
-
76.000
76.000
76.000
76.000
14
5
Aanpassingen klimaat vergaderruimten
S
250.000
-
19.000
18.000
18.000
1.750.000
837.000
1.114.000
683.000
Totaal waarvan incidenteel
I
1.123.000
191.000
430.000
-
waarvan structureel
S
627.000
646.000
684.000
683.000