CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Kadernota 2027-2030

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kadernota 2027-2030 en financiële doorrekening bestuursakkoord14.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2027-2030

2

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Colofon Ontwerp/opmaak: John Gaasbeek, johngaasbeek.nl Fotografie: Marcel Otterspeer, Gert van der Ros, gemeente Moerdijk Uitgave: juni 2026 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Gemeente Moerdijk.

3

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Inhoud Inleiding Leeswijzer

4 5

Hoofdstuk 1 - Uitgangspunten meerjarenramingen 2027-2030

6

Hoofdstuk 2 - Bijstellingen bestaande budgetten en huidige stelpost nieuw beleid

11

Hoofdstuk 3 - Nieuwe ontwikkelingen Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben Partnerschap in een veranderende samenleving

12 13 14 17 18 20

Hoofdstuk 4 - Financieel meerjarenperspectief 2027-2030

21

Hoofdstuk 5 - Welke ontwikkelingen kunnen (op termijn) van invloed gaan zijn op het financieel meerjarenperspectief?

23

Hoofdstuk 6 - Vervolgaanpak richting het opstellen van de begroting 2027-2030

31

Bijlage 1 - Bijstellingen bestaande budgetten Bijlage 2 - Bijstellingen bestaande stelpost nieuw beleid Bijlage 3 - Nieuwe ontwikkelingen

38 40 41

4

Kadernota 2027-2030

Inleiding Voor u ligt de kadernota 2027-2030, het startpunt van de planning- en control (P&C) cyclus 2027. In deze kadernota wordt ingegaan op diverse (financiële) uitgangspunten, nieuwe ontwikkelingen die we als gemeente op ons af zien komen en wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in wat dit betekent voor de (toekomstige) financiële positie van de gemeente Moerdijk. Met deze kadernota geeft de gemeenteraad de kaders mee die het vertrekpunt vormen voor de op te stellen begroting 20272030, die in het najaar 2026 aan de gemeenteraad zal worden aangeboden. Deze kadernota heeft een bijzonder karakter, omdat zij wordt opgesteld in een verkiezingsjaar. In deze periode lopen twee processen naast elkaar: enerzijds het ambtelijk opstellen van de kadernota en anderzijds de coalitievorming, waarin wordt gewerkt aan een nieuw bestuursakkoord. Vanwege deze samenloop is de kadernota in hoofdzaak technisch van aard. Nieuwe beleidskeuzes en bijbehorende financiële effecten maken geen onderdeel uit van deze nota, maar volgen uit het bestuursakkoord. Wel worden ontwikkelingen vanuit bestaand beleid en wijzigingen in wet- en regelgeving meegenomen. De kadernota en het bestuursakkoord vormen daarmee twee afzonderlijke trajecten, die op een later moment samenkomen.

Richting de commissie- en raadsvergadering in juni en juli ontstaat hiermee het beleidsmatig en financieel beeld voor 2027 en volgende jaren. Dit zodat op basis van die inzichten het vervolgtraject richting het opstellen van de begroting 2027-2030 kan worden bepaald, die uiteindelijk in november door de raad wordt vastgesteld. Zevenbergen, 4 mei 2026 Het college van burgemeester en wethouders, Aart-Jan Moerkerke Bennie Blom Danny Dingemans Pauline Joosten Eef Schoneveld Sjoerd Elseman

Gemeente Moerdijk

5

Kadernota 2027-2030

Leeswijzer In hoofdstuk 1 worden allereerst de uitgangspunten toegelicht die zijn gehanteerd bij het opstellen van deze kadernota en die uiteindelijk ook gehanteerd zullen worden in het verdere verloop naar de op te stellen meerjarenbegroting 2027-2030. Vervolgens wordt ingegaan op bijstellingen die in reeds bestaande budgetten worden voorzien (hoofdstuk 2) en worden de nieuwe ontwikkelingen per programma toegelicht (hoofdstuk 3). Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of andere ontwikkelingen die zich voordoen op basis van bestaand beleid. Deze ontwikkelingen worden via de kadernota aan de gemeenteraad voorgelegd zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. In hoofdstuk 4 wordt een schets gegeven van de uitkomsten van het financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2027-2030 en wordt inzicht gegeven in de reservepositie van de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op diverse ontwikkelingen en onzekerheden die ten tijde van het opstellen van deze kadernota spelen. Dit zijn ontwikkelingen die (de komende jaren) nog invloed kunnen gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief van de gemeente, maar die gezien de onzekerheden of termijn waarop die zich gaan voordien, niet zijn verwerkt in de cijfers van deze kadernota. Hierbij wordt een indicatie gegeven van wat dit (mogelijk) gaat betekenen voor het gepresenteerde meerjarenperspectief vanaf 2031.

Tot slot wordt in hoofdstuk 6 stilgestaan bij het verdere proces richting het opstellen van de begroting 2027-2030.

Gemeente Moerdijk

6

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 1 - Uitgangspunten meerjarenramingen 2027-2030 Voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2027–2030 is het van belang om vooraf gezamenlijk de uitgangspunten (kaders) vast te stellen die in het verdere proces worden gehanteerd. Vanuit dit perspectief zijn onderstaande uitgangspunten geformuleerd.

1.

Ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen

Voor de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen wordt uitgegaan van de meest recente woningbouwprognose. In deze kadernota is rekening gehouden met de onderstaande ontwikkeling van het aantal woningen, gebaseerd op de prognose die beschikbaar was ten tijde van het opstellen van deze nota (maart 2025). Bij het opstellen van de definitieve begroting kunnen deze aantallen zo nodig worden geactualiseerd op basis van de dan meest recente woningbouwprognose. Voor de groei van het aantal inwoners wordt aangenomen dat iedere nieuwe woning gemiddeld 1,5 extra inwoner oplevert. Deze inschatting is tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers over de afgelopen jaren. Jaar (per 1-1)

Aantal inwoners

Aantal woningen

2026

38.466

17.224

2027

38.687

17.371

2028

39.005

17.583

2029

40.151

18.347

2030

40.808

18.785

Tabel 1 Aantal inwoners en woningen Deze aantallen zijn onder meer relevant voor het inschatten van de inkomsten die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Het aantal inwoners en woningen zijn maatstaven op basis waarvan (een deel van) de algemene uitkering onder gemeenten wordt verdeeld (zie ook uitgangspunt 2). Daarnaast wordt het aantal woningen gebruikt voor de inschatting van hieruit voortkomende ozb opbrengsten (zie ook uitgangspunt 8). In bovenstaande tabel is te zien dat de komende jaren naar verwachting gemiddeld circa 390 woningen per jaar worden gerealiseerd. In bovenstaande aantallen is geen rekening gehouden met de effecten van initiatieven rond huisvesting van arbeidsmigranten. Door onzekerheid over de realisatie van deze initiatieven is dit nog niet verwerkt in de inwonerprognose. In de begroting is via de stelpost nieuw beleid (zie hoofdstuk 5, tabel 5) wel een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële effecten in de vorm van een hogere algemene uitkering of toeristenbelasting.

2.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds

Voor de begroting 2027–2030 wordt de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds gebaseerd op de meicirculaire 2026. Dit sluit aan bij de werkwijze van voorgaande jaren en voldoet aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Op het moment dat deze kadernota wordt opgesteld, zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2026 nog niet bekend. Daarom is in deze nota uitgegaan van de meest recente beschikbare informatie: de septembercirculaire 2025. Dit is de laatste circulaire waarin het Rijk een structureel financieel beeld heeft gegeven. De daarin opgenomen structurele effecten zijn verwerkt in deze kadernota.

7

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Daarnaast is rekening gehouden met een indexering. Omdat de ramingen nog waren gebaseerd op prijspeil 2026, zijn deze omgerekend naar prijspeil 2027. Dit wordt ook wel het verleggen van het basisjaar genoemd. Ook is gebruikgemaakt van actuele gegevens, zoals de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen (zie uitgangspunt 1). Vooral voor de jaren vanaf 2028 bestaat nog onzekerheid over de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze onzekerheden worden nader toegelicht in hoofdstuk 5.

3.

Ontwikkeling bijdrage Werkplein en BUIG-middelen

Een groot deel van de kosten van het Werkplein heeft betrekking op het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen van het Rijk, de zogenoemde BUIG-middelen. In de begroting 2027–2030 wordt ervan uitgegaan dat de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage aan Werkplein voor deze uitkeringen gelijk oploopt met de ontwikkeling van de BUIG-middelen die we van het Rijk ontvangen. Daardoor heeft dit onderdeel per saldo geen effect op het begrotingsresultaat van de gemeente. De apparaatskosten van het Werkplein vallen hier niet onder. Op basis van de definitieve vaststelling van de BUIG-middelen en eventuele tussentijdse begrotingswijzigingen van het Werkplein kan deze inschatting indien nodig worden bijgesteld. Eventuele aanpassingen worden verwerkt in de gemeentelijke bestuursrapportages. In de jaarrekening wordt uiteindelijk het definitieve overschot of tekort zichtbaar.

4.

Prijsontwikkeling 2027 (algemeen)

In voorgaande jaren is geen algemene prijsindexatie toegepast op alle budgetten in de begroting. Deze werkwijze wordt ook voor 2027 voortgezet. Hiermee wordt voorkomen dat alle budgetten automatisch met een vast percentage worden verhoogd, wat het risico op ‘lucht in de begroting’ kan vergroten. Wel wordt bij het opstellen van de begroting rekening gehouden met prijsbijstellingen die voortkomen uit bestaande contractuele afspraken. Voor budgetten waarvan nu al duidelijk is dat aanpassing nodig is, zijn de financiële effecten al verwerkt in de cijfers van deze kadernota (zie hoofdstuk 2). Verder zijn in deze kadernota de verwachte ontwikkelingen in de loonkosten (zie uitgangspunt 5) en de verwachte indexeringen binnen de beheerplannen (zie uitgangspunt 6) meegenomen. De recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten heeft de prijsvolatiliteit op energiemarkten teruggebracht. In het centraal economisch plan 2026 stelt het Centraal Planbureau vast dat door de gespannen internationale situatie de onzekerheid rondom het economisch beeld zeer groot is. Zo zal een aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten de Nederlandse inflatie opstuwen door hogere olie- en gasprijzen en ook het vertrouwen raken. Tegelijkertijd is het nu nog te vroeg om te voorspellen op welke termijn en in welke mate dit tot uiting gaat komen in de gemeentelijke kosten.

Daarnaast geldt dat gemeenten in principe door het Rijk gecompenseerd worden voor landelijke prijsstijgingen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

5.

Loonkostenontwikkeling

De huidige cao is geldig tot en met 31 maart 2027 en voorziet per 1 januari 2027 in een loonindexering van 1,6%. Op basis van de meest recente prognose van het Centraal Planbureau (maart 2026) wordt voor 2027, gebaseerd op de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’, een stijging van 4,1% verwacht. In deze kadernota is daarom, naast de effecten van de huidige cao, voor de periode april tot en met december 2027 rekening gehouden met een aanvullende indexering van 3,1% (4,1% * 9/12). Dit betekent dat de totale verwachte indexering voor 2027 uitkomt op 4,7% (1,6% + 3,1%).

8

6.

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Prijsontwikkeling beheerplannen

Voor de prijsontwikkeling van de beheerplannen (zoals onder andere wegbeheer en groenbeheer) wordt sinds 2012 gebruikgemaakt van de zogenoemde CROW-index over het laatste volledige jaar. Op basis hiervan is voor 2027 een verhoging van de budgetten voor de uitvoering van de beheerplannen nodig van 3,67%. De financiële effecten hiervan zijn verwerkt in deze kadernota.

7.

Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt passen in hun meerjarenbegroting soms een meerjarige (cumulatieve) indexering van lonen en prijzen toe, waardoor de gemeentelijke bijdrage per jaar steeds verder oploopt. Dit geeft een vertekend beeld omdat de gemeente deze werkwijze in de eigen begroting niet toepast, met name niet bij de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Uitgangspunt voor de gemeentelijke begroting is om de bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling die voor 2027 is berekend in de daaropvolgende jaren gelijk te houden.

8.

Indexering gemeentelijke tarieven (algemeen)

In het verleden heeft de gemeenteraad als beleidslijn vastgesteld dat de gemeentelijke heffingen jaarlijks in ieder geval worden verhoogd met de (verwachte) inflatie. Als dat niet gebeurt, dan gaan de inkomsten van de gemeente achterlopen op de uitgaven. Want als gemeente krijgen we bij onze uitgaven ook te maken met prijsstijgingen/inflatie. Als maatstaf voor die verwachte inflatie gebruiken we als gemeente al geruime tijd de ‘geharmoniseerde consumentenprijsindex’ (hicp). Omdat de gemeenteraad voorafgaand aan een jaar (in december) de gemeentelijke tarieven moet vaststellen en de werkelijke inflatiecijfers pas na afloop van het jaar bekend worden, kijken we in de kadernota jaarlijks terug naar de werkelijke indexcijfers. Bij de tariefberekening 2026 (in 2025 berekend) werd nog uitgegaan van onderstaande prognoses van het Centraal Planbureau zoals die in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 waren gepubliceerd: Consumentenprijsindex (hicp) CEP 2025 (maart 2025)

2025

2026

2027

3,0% (prognose)

2,4% (prognose)

- (nnb)

In maart 2026 is het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 gepubliceerd. Daarin zijn onderstaande inflatiecijfers opgenomen: Consumentenprijsindex (hicp) CEP 2026 (maart 2026)

2025

2026

2027

3,0% (werkelijk)

2,1% (prognose)

1,9% (prognose)

Voor 2027 wordt een prijsontwikkeling verwacht van 1,9 %. Verder blijkt de werkelijke prijsontwikkeling over 2025 overeen te komen met de eerdere inschatting en is de prognose voor 2026 door het Centraal Planbureau met ca. 0,3 % verlaagd. Om aan te blijven sluiten bij de geharmoniseerde consumentenprijsindex (hicp) nemen we die verschillen mee in het toe te passen indexcijfer voor 2027.

9

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Dit resulteert in onderstaande berekening, waarbij het toe te passen indexcijfer voor 2027 uitkomt op 1,6%. Consumentenprijsindex (hicp)

2025

2026

2027

CEP 2025 (maart 2025)

3,0 %

2,4 %

-

CEP 2026 (maart 2026)

3,0 %

2,1 %

1,9 %

Verschil

0%

-0,3 %

1,9 %

Totaal

1,6 % (indexcijfer 2027)

Tabel 2 Berekening indexcijfer 2027 Voor meer informatie over deze werkwijze wordt ook verwezen naar de presentatie zoals die is gegeven tijdens de raadsinformatiebijeenkomst d.d. 7 maart 2024.

9.

Indexering ozb en toeristenbelasting

Voor de ozb en toeristenbelasting wordt voor 2027 een indexcijfer toegepast van 1,6 % (zie berekening bij uitgangspunt 8). Het toepassen van deze index betekent niet automatisch dat de OZB-tarieven in 2027 ook 1,6% hoger zullen zijn dan in 2026. Bij de vaststelling van de definitieve tarieven, die de gemeenteraad in december 2026 bepaalt, wordt namelijk ook gekeken naar de waardeverandering van objecten. Ter illustratie: als de gemiddelde woningwaarde op dat moment blijkt te zijn gestegen met 4%, dan wordt het OZB-tarief voor 2027 verlaagd met 2,4%, zodat de gemiddelde OZBaanslag met 1,6% stijgt ten opzichte van 2026. Daarnaast leidt verwachte nieuwbouw tot extra OZB-opbrengsten. In deze kadernota is dit als volgt verwerkt: • Voor woningen zijn de extra opbrengsten gebaseerd op de verwachte toename van het aantal woningen (zie uitgangspunt 1). • Voor niet-woningen is rekening gehouden met nieuwbouw ter waarde van jaarlijks € 50 miljoen. Daarnaast wordt in de periode t/m 2028 jaarlijks € 100 miljoen aan nieuwbouw meegenomen als gevolg van realisatie van gebouwen op het LPM-terrein. Naar verwachting zal 2028 het laatste jaar zijn met extra nieuwbouw op het LPM-terrein. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds onder andere rekening wordt gehouden met het vermogen van gemeenten om zelf belastingen te heffen.

Gemeenten met een hoge belastingcapaciteit ontvangen minder middelen uit het fonds, vanuit de gedachte dat alle gemeenten een vergelijkbaar voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen een gelijke belastingdruk. Concreet geldt: de belastingcapaciteit voor woningen wordt vastgesteld op 80% van de totale WOZ-waarden, voor niet-woningen op 70%, met een maximum van € 35.000 per inwoner voor niet-woningen. Deze effecten zijn meegenomen bij de actualisatie van de verwachte inkomsten uit de algemene uitkering (zie uitgangspunt 2).

10.

Tariefontwikkeling rioolrechten

Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de riolering is recent (raadsvergadering d.d. 12 maart 2026) het kostendekkingsplan horende bij het GWP geactualiseerd. Dit plan heeft als doel om de kosten en inkomsten in balans te brengen, zodat toekomstige vervangingen van het rioleringssysteem en benodigde klimaatmaatregelen gefinancierd kunnen worden. Daarnaast wordt er extra budget beschikbaar gesteld voor het vervangen van huis- en kolkaansluitingen, wanneer onderhoud aan wegen plaatsvindt. Deze extra investeringen dragen bij aan het waarborgen van een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Als gevolg van dit nieuwe kostendekkingsplan zal vanaf 2027 en verdere jaren de rioolheffing met 2% stijgen boven op de reguliere indexatie (zie uitgangspunt 8). Voor 2027 komt dit uit op 3,6% tariefstijging. In het nieuwe Gemeentelijk Waterplan 2028-2031 zal gekeken worden of er noodzaak is om de uitgangspunten te herzien en welk effect deze aanpassingen hebben op de rioolheffing in de toekomst.

10

11.

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Tarieven afvalstoffenheffing

Voor het tarief van de afvalstoffenheffing wordt zoals voorgaande jaren uitgegaan van een 100% kostendekkend tarief. De verwachting is dat het tarief van de afvalstoffenheffing voor 2027 met circa 5% zal stijgen. De belangrijkste oorzaken van deze stijging zijn cao-ontwikkelingen waardoor de kosten voor het inzamelen van het afval omhooggaan en de toename van de kosten voor het verwerken van het restafval. Deze toename komt doordat restafval steeds duurder wordt om te verwerken door CO2-heffingen maar ook de verwerking van andere afvalstromen wordt steeds duurder. Een andere oorzaak is nog dat de vergoeding van het karton/papier onder druk staat waardoor de opbrengsten een stuk lager verwacht worden dan voorgaande jaren.

12.

Tarieven lijkbezorgingsrechten

Op basis van de in 2020 gemaakte afspraken met de gemeenteraad over hoogte van de lijkbezorgingsrechten worden de tarieven gebaseerd op een kostendekkingspercentage van 40%. Dit uitgangspunt is ook voor de komende jaren gehanteerd.

11

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 2 - Bijstellingen bestaande budgetten en huidige stelpost nieuw beleid Voordat in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de nieuwe ontwikkelingen die worden voorzien, wordt in dit hoofdstuk eerst ingegaan op de ontwikkelingen die zich binnen de bestaande budgetten en huidige stelpost nieuw beleid voordoen. In bijlage 1 is een specificatie opgenomen m.b.t. verwachte ontwikkelingen binnen bestaande budgetten. Dit betreft bijstellingen van reeds bestaande budgetten waar bijvoorbeeld als gevolg van kostenontwikkelingen duidelijk is dat daar voor de jaren 2027-2030 een bijstelling in nodig is. In bijlage 2 is een specificatie opgenomen m.b.t. de actualisatie van de huidige stelpost nieuw beleid. Dit betreft middelen die op basis van eerdere besluitvorming al in de stelpost nieuw beleid waren opgenomen.

Kostenontwikkelingen sociaal domein De afgelopen jaren zijn de kosten binnen het sociaal domein, en in het bijzonder in de jeugdzorg, de Wmo en het maatschappelijk werk, aanzienlijk gestegen. Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder meer jeugdhulp en ondersteuning aan inwoners, in samenwerking met een groot aantal maatschappelijke partners. Deze taken worden bekostigd uit het Gemeentefonds, maar dat budget staat inmiddels zwaar onder druk. Gezien de voortdurende kostenstijgingen in het sociaal domein en de onzekerheid over toekomstige financiering vanuit het Rijk, moeten we ons als gemeente voorbereiden op een verslechterende financiële situatie. Het stellen van duidelijke prioriteiten is daarbij noodzakelijk. Om verdere stijgingen te voorkomen, is het noodzakelijk dat we de kostenontwikkeling afvlakken en tijdig de maatregelen treffen die nodig zijn om ons voor te bereiden op de komende jaren. De komende maanden zal dit richting de besluitvorming over de begroting (november 2026) verder uitgewerkt worden. Concreet geldt dat in deze kadernota ten aanzien van de budgetten t.b.v. jeugdzorg het uitgangspunt is gehanteerd dat de budgetten worden bijgesteld op basis van de werkelijke uitgaven in 2025, waarbij alleen rekening is gehouden met een jaarlijkse indexering van 5% t.b.v. verwachte prijsstijgingen.

12

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 3 - Nieuwe ontwikkelingen De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of andere ontwikkelingen die we de komende jaren voorzien. Voor de kadernota 2027 geldt als uitgangspunt een “beleidsarme” benadering, waarbij wordt uitgegaan van bestaand beleid. In dit hoofdstuk worden per programma de nieuwe ontwikkelingen toegelicht.

13

Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk

Gemeente Moerdijk

Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Welke ontwikkelingen voorzien we? Voor dit programma worden geen nieuwe ontwikkelingen voorzien.

14

Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk

Gemeente Moerdijk

Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Welke ontwikkelingen voorzien we? Uitbreiding inzet vastgoed De gemeentelijke ambities voor de instandhouding- en het nieuw realiseren van het maatschappelijk vastgoed zijn groot. Daar zijn de afgelopen jaren door de gemeenteraad een groot aantal besluiten over genomen (zwembaden, MFA’s, gymzalen). Het nieuw te realiseren- c.q. de vervanging van bestaand maatschappelijk vastgoed doet een extra beroep op capaciteit van het cluster Vastgoed. Die capaciteit zit nu niet in de vaste formatie en kan niet uit investeringskredieten worden gedekt. De grote hoeveelheid vastgoedopgaven vraagt structureel om extra capaciteit binnen het cluster Vastgoed. Deze capaciteit is nodig voor deelname aan vastgoedontwikkelingen, het leggen van verbindingen met lopende projecten en het coördineren richting bestuurlijke besluitvorming. Uitvoering huisvestingsverordening Op 29 januari 2026 heeft de gemeenteraad een huisvestingsverordening vastgesteld, op grond waarvan woningzoekenden met maatschappelijke binding voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Naar verwachting treedt per 1 juli 2026 de Wet versterking regie op de volkshuisvesting in werking. Gemeenten worden daarmee verplicht een urgentieregeling in de huisvestingsverordening op te nemen.

Op basis hiervan kunnen woningzoekenden bij de gemeente een aanvraag indienen voor voorrang dan wel urgentie. Wij zijn voornemens de uitvoering van deze werkzaamheden extern te beleggen. WoningNet levert onder meer diensten aan gemeenten, waaronder de volledige uitvoering van een voorrangsregeling en een urgentieregeling. Voor beide regelingen is een kostenindicatie ontvangen. Voor de implementatie van de voorrangsregeling en urgentieregeling is een incidenteel budget nodig van € 13.000. Voor de uitvoering van de regelingen is een structureel budget nodig van € 47.000 per jaar. Door het Rijk zijn via de decembercirculaire 2025 middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Voor 2025 ging het voor de gemeente Moerdijk om € 170.000. Over eventuele structurele middelen is daarbij niets bekend gemaakt. De ontvangen middelen over 2025 zijn ten gunste gekomen van het jaarrekeningresultaat 2025. Daardoor kunnen deze niet 1 op 1 ingezet worden t.b.v. de benodigde inzet in 2027.

Werken volgens omgevingswet: Administratieve ondersteuning BOPA's Sinds de invoering van de Omgevingswet kunnen activiteiten die niet (geheel) mogelijk zijn op basis van het omgevingsplan aangevraagd worden via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Sinds de invoering van de Omgevingswet zit er een stijgende lijn in het aantal aanvragen van een BOPA en zijn de termijnen voor behandeling korter, van 26 naar 8 weken. Daarnaast is er een structurele stijging van het aantal bezwaar- en beroepszaken bij vergunningen en is de reikwijdte onder de Omgevingswet verbreed van een “goede ruimtelijke ordening” naar een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties”. De toename, de beoordeling en de behandeling van de BOPA’s resulteert al enige jaren in een steeds grotere werkvoorraad. Administratieve ondersteuning is nodig om de stijgende werkvoorraad tijdig, binnen de gestelde termijnen, af te kunnen handelen.

15

Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk

Gemeente Moerdijk

Meerwerk kabels en leidingen (gedekt uit bijbehorende leges) Door de sterke toename van werkzaamheden aan kabels en leidingen – onder andere als gevolg van de energietransitie, woningbouw en telecomontwikkelingen – is extra capaciteit nodig voor vergunningverlening en toezicht. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, is een goed functionerende organisatie rondom kabels en leidingen noodzakelijk. De verwachte stijging van het aantal aanvragen leidt tevens tot hogere jaarlijkse legesopbrengsten. De extra kosten voor de gevraagde uitbreiding van capaciteit (€ 181.000) kunnen daardoor volledig worden gedekt uit deze hogere inkomsten. Hierdoor vraagt dit geen aanvullende middelen uit de gemeentelijke begroting. Voorfinanciering Powerport Gemeente Moerdijk werkt samen met de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg, de provincie en de ministeries KGG, VRO en I&W aan de ontwerptafel Powerport. In december 2025 zou er een besluit komen op de uitbreidingsrichting. Op verzoek van de Provincie en het Rijk is dit besluit uitgesteld tot juni 2026. Voor onze inzet met betrekking tot de ontwerptafel maken we apparaatskosten en proceskosten. De omvang van de kosten is afhankelijk van de aard en inhoud van de besluiten, plannen en afspraken die in het kader van de ontwerptafel worden gemaakt.

In 2025 zijn alle personele kosten in relatie tot Powerport vergoed, de verwachting is dat dit in 2027 ook vergoed gaat worden. Hierover dienen echter nog nadere afspraken te worden gemaakt met Rijk, Provincie en gemeenten. Wel is er werkbudget nodig om adequaat te kunnen reageren en rechtmatig te kunnen handelen. Hiervoor wordt incidenteel een bedrag van €500.000 gevraagd.

16

Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk

Gemeente Moerdijk

Bijdrage ecologische verbindingszone Groenstrook (Klundert) In 2025 is de samenwerkingsovereenkomst Herverkaveling/herinrichting en realisatie ecologische verbindingszone (evz) Groenstrook te Klundert gesloten met het Havenbedrijf, waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en de gemeente Moerdijk. Het uiteindelijke doel is om te komen tot een recreatief en landschappelijke opwaardering van de Groenstrook en de realisatie van een natte ecologische verbindingszone (evz) onderdeel van de Kaderrichtlijnwater (KRW). De realisatie van de ecologische verbindingszone Groenstrook kent een wettelijke basis vanuit de Kaderrichtlijnwater (KRW) met een deadline per eind 2027. Het project heeft een totale investeringswaarde van € 1,8 miljoen en wordt uitgevoerd onder regie van het waterschap. Op basis van de afspraken uit de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) natte ecologische verbindingszones wordt aan de gemeente Moerdijk een bijdrage gevraagd van 60% van de totale kosten. Voor de gemeentelijke bijdrage geldt vervolgens een subsidie vanuit het Groenontwikkelfonds Brabant (GOB) van 75%. Hiermee bedragen de netto kosten voor de gemeente ca. € 269.000.

Aanspreekpunt en beleid buitengebied In 2023 is de pilot-functie coördinator buitengebied voor de duur van drie jaar opengesteld en ingevuld. Een belangrijke opgave binnen de functie coördinator buitengebied is een coördinerende rol innemen met betrekking tot transities in het landelijk gebied én het ondersteunen/faciliteren van de agrarische sector in die bewegingen. Beleidsontwikkeling maakt nadrukkelijk onderdeel uit van dit deel van de functie. Een ander onderdeel van de functie is het als accountmanager optreden als verbindingsofficier tussen gemeente en agrarische sector om daarmee signalen vanuit het buitengebied mee naar binnen te nemen en te koppelen aan de betreffende beleidsvelden binnen de gemeentelijke organisatie. In het voorjaar van 2026 is de functie positief geëvalueerd. Door de meerjarige transities van het landelijk gebied en de impact van Powerport blijft goede verbinding met gebruikers van het buitengebied noodzakelijk, waarbij de coördinator een belangrijke rol heeft.

Welke middelen nemen we hiervoor op in de stelpost nieuw beleid? Voor de hierboven toegelichte ontwikkelingen ramen we onderstaande middelen in de stelpost nieuw beleid. Dit in afwachting van een afzonderlijk raadsbesluit, waarbij voorgesteld wordt om de middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Onderwerp (bedragen x € 1.000)

I/S

2027

2028

2029

2030

Uitbreiding inzet vastgoed

S

€ 106

€ 106

€ 106

€ 106

Uitvoering huisvestingsverordening

S

€ 64

€ 64

€ 64

€ 64

I

€ 13

-

-

-

Werken volgens omgevingswet: Administratieve ondersteuning BOPA's

S

€ 57

€ 57

€ 57

€ 57

Meerwerk kabels en leidingen (gedekt uit bijbehorende leges)

S

€0

€0

€0

€0

Voorfinanciering Powerport

I

€ 500

-

-

-

Bijdrage ecologische verbindingszone Groenstrook (Klundert)

I

€ 269

-

-

-

Aanspreekpunt en beleid buitengebied

S

€ 120

€ 120

€ 120

€ 120

€ 1.129

€ 347

€ 347

€ 347

Totaal

17

Programma 3 Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk

Gemeente Moerdijk

Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Welke ontwikkelingen voorzien we? Afkoop onderhoud Zuidrandtunnel De realisatie van de Zuidrandtunnel maakt deel uit van de verlengde Zuidrand (randweg) en gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost. De gemeente werkt in dit project samen met ProRail. Gemeente en ProRail zijn een objectovereenkomst overeengekomen waar de gemeente zich verbindt om de benodigde investerings- en de onderhoudskosten (beheer en instandhouding werk) die ProRail maakt te betalen. De gemeente heeft de keuze om jaarlijks te betalen dan wel het betalen van een eenmalige afkoopsom. Als de contante waarden van beide betalingen met elkaar vergeleken worden is de eenmalige afkoopsom financieel bezien naar verwachting voordeliger. Daarnaast vormen deze lasten op deze manier geen structurele kostenpost in de gemeentelijke begroting, wat de structurele begrotingsruimte verbetert.

Overdracht buitenruimte bedrijventerrein Koekoek i.r.t. Koekoek II Op 1 februari 2024 heeft de gemeenteraad de projectexploitatie vastgesteld en €40.000 beschikbaar gesteld voor de inventarisatie van de buitenruimte op bedrijventerrein de Koekoek (Koekoek I). De buitenruimte op dit terrein is namelijk niet in handen van de gemeente, maar van VvE De Koekoek. Beide partijen hebben eertijds de intentie uitgesproken en vastgelegd dat men het logischer zou vinden als de gemeente deze buitenruimte in eigendom en beheer zou nemen, hetzij onder voorwaarden. Op basis van een globale indicatie wordt de benodigde investering geschat op € 600.000. Met een afschrijvingstermijn van 25 jaar resulteert dit circa € 39.000 kapitaallasten. Benodigde activiteiten betreffen vervanging van verzakte riolering, vervanging van de toplaag van het asfalt, engineering van de plannen en ambtelijke uren. In het raadsvoorstel wat u nog voorgelegd gaat worden zal dit nader onderbouwd en uiteengezet worden.

Welke middelen nemen we hiervoor op in de stelpost nieuw beleid? Voor de hierboven toegelichte ontwikkelingen ramen we onderstaande middelen in de stelpost nieuw beleid. Dit in afwachting van een afzonderlijk raadsbesluit, waarbij voorgesteld wordt om de middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Onderwerp (bedragen x € 1.000)

Investering

I/S

2027

2028

2029

Afkoop onderhoud Zuidrandtunnel

-

I

-

-

€ 430

2030 -

Overdracht buitenruimte bedrijventerrein Koekoek i.r.t. Koekoek II

€ 600

S

-

-

€ 39

€ 38

Totaal

€ 600

-

-

€ 469

€ 38

18

Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben

Gemeente Moerdijk

Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben Welke ontwikkelingen voorzien we? Opvolging aanbevelingen rekenkameronderzoek In 2025 heeft een de rekenkamer een onderzoek gedaan naar de kostenontwikkeling binnen de jeugdhulp in de gemeente Moerdijk. Uit de aanbevelingen van de rekenkamer komt naar voren dat er goed gekeken moet worden naar de beïnvloedingsmogelijkheden om de van de jeugdhulp in de gemeente Moerdijk terug te dringen. Om dit te realiseren is het van belang om de huidige processen goed tegen het licht te houden en nieuwe processen te voorzien van de juiste data. Alleen dan kunnen we sturen op informatie en komen de geldstromen beter in beeld. Een procesregisseur is nodig om regie te voeren op complexe en over het algemeen dure casuïstiek. De procesondersteuner ondersteunt de uitvoering van verbeter- en sturingsopgaven door acties, afspraken, monitoring en rapportages goed te organiseren. Juist in een complex jeugdstelsel is deze ondersteuning nodig om te voorkomen dat acties blijven liggen, informatie versnipperd raakt en bijsturing te laat plaatsvindt. Met deze functies versterkt de gemeente niet alleen de kwaliteit van ondersteuning, maar ook haar positie om binnen het stelsel beter te monitoren en bij te sturen.

Binnen West-Brabant West wordt een vergelijkbare rol ook nadrukkelijk ingezet als knooppunt tussen verwijzers en zorgaanbod, met zicht op het zorglandschap, beschikbare plekken en knelpunten in de uitvoering. Het betreft een incidentele investering voor een periode van twee jaar.

19

Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben

Gemeente Moerdijk

Uitvoering accommodatiebeleid De gemeente beschikt over een breed scala aan maatschappelijke accommodaties (zoals sportvoorzieningen, zwembaden, MFA’s en cultuurvoorzieningen) die bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen. Voor beleidsmatige en gebruiksvraagstukken is structurele advisering nodig onder andere voor de uitwerking en monitoring van het beleidskader maatschappelijk accommodatiebeleid, deelname aan werkgroepen bij nieuwbouwprojecten, gesprekken met stichtingen, exploitatievraagstukken, contracten en overeenkomsten en de beoordeling van nieuwe maatschappelijke initiatieven en verzoeken. Het komen tot één gemeentelijk aanspreekpunt voor de forten behoort eveneens tot de opdracht. Ook vraagt het in december 2025 vastgestelde beleidskader om verdere uitwerking, onder meer op concrete maatregelen per accommodatie, de inrichting van een vast aanspreekpunt, scenario’s voor beheer en exploitatie en de uitwerking van het vraagstuk rond kostprijsdekkende huur. Zonder structurele investering komt zowel de uitvoering van het bestaande beleid als de afhandeling van maatschappelijke vragen onder druk te staan, met risico op vertraging, ad-hocmaatwerk en minder grip op financiële en maatschappelijke effecten.

Uitvoering programma nieuwkomers Het Programma Nieuwkomers (2023–2027) heeft als doel een inclusieve gemeente te realiseren waarin nieuwkomers volwaardig meedoen. Het programmaplan werkt langs drie pijlers. Richting 2027 ligt de nadruk op verdere uitvoering en borging binnen de reguliere organisatie, in nauwe samenwerking met interne en externe partners. Tot en met 2025 werden de gemeentelijke uitgaven t.b.v. nieuwkomers gedekt uit de bijdrage die de gemeente vanuit het Rijk ontvangt t.b.v. de opvang van Oekraïense ontheemden. Het jaarlijkse saldo tussen de bijdragen en kosten werd gestort in de reserve nieuwkomers. Bij de besluitvorming over de begroting 2026 (november 2025) is besloten om de middelen uit deze reserve over te hevelen naar de algemene reserve. Doordat het Programmaplan Nieuwkomers eind 2025 is vastgesteld is bij de bepaling van de overheveling geen rekening gehouden met enkele uitgaven die nog nodig zijn. Voor de structurele werkzaamheden die ook na afronding van de programmatische inzet doorgaan, dient de personele inzet structureel te worden geborgd zodat de werkzaamheden na 2027 in de lijnorganisatie kunnen worden opgenomen. Daarnaast is voor de uitvoering van activiteiten, het versterken van samenwerking en het borgen van de aanpak (incidenteel) uitvoeringsbudget nodig in 2027.

Binnen het programma wordt gewerkt met drie actietafels (één per pijler), waar gemeente en partners samenwerken aan concrete acties en structurele inbedding. Per actietafel is jaarlijks € 50.000 nodig voor activiteiten, netwerkversterking en borging van de aanpak.

Welke middelen nemen we hiervoor op in de stelpost nieuw beleid? Voor de hierboven toegelichte ontwikkelingen ramen we onderstaande middelen in de stelpost nieuw beleid. Dit in afwachting van een afzonderlijk raadsbesluit, waarbij voorgesteld wordt om de middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Onderwerp (bedragen x € 1.000)

I/S

2027

2028

Opvolging aanbevelingen rekenkameronderzoek

I

€ 191

€ 191

-

-

Uitvoering accommodatiebeleid

S

€ 110

€ 110

€ 110

€ 110

Uitvoering programma nieuwkomers

S

€ 94

€ 94

€ 94

€ 94

I

€ 150

-

-

-

€ 545

€ 395

€ 204

€ 204

Totaal

2029

2030

20

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

Partnerschap in een veranderende samenleving Welke ontwikkelingen voorzien we? Capaciteit medewerker recruitment De gemeente staat voor een groeiende personeelsopgave door uitbreiding, maatschappelijke druk en uitstroom. Tegelijk is de arbeidsmarkt krap. Jaarlijks lopen 80–90 wervingsprocedures en circa 100 inhuurtrajecten, met een stijgende trend. Dit is ruim meer dat het aantal vacatures dat we hebben omdat we regelmatig meerdere procedures nodig hebben om een vacature te vervullen. Recruitment is inmiddels gepositioneerd binnen P&O met een corporate recruiter voor strategie en arbeidsmarktpositie. De uitvoering en administratie (vacatures, communicatie, selectie, inhuurprocessen) vragen echter om structurele ondersteuning. Deze taken worden nu tijdelijk ingevuld. Voorgesteld wordt om deze inzet structureel te maken met een medewerker recruitment en inhuur. Dit verbetert de werving, vergroot de continuïteit en kan, op termijn in samenhang met de uitvoering van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport over inhuur uit 2025, de afhankelijkheid van externe inhuur verminderen.

Aanpassing klimaat vergaderruimten De ventilatie in vergaderruimten is onvoldoende, waardoor de CO₂-waarden op korte termijn boven de norm uitkomen. Bij het ontwerp is uitgegaan van 75% bezetting. In de praktijk ligt de bezetting hoger, waardoor de luchtkwaliteit niet voldoet. Dit leidt tot klachten zoals slaperigheid, verminderde concentratie en hoofdpijn. Aanpassing van het systeem brengt de CO₂-waarden onder de wettelijke norm en verbetert de werkomgeving, met minder gezondheidsklachten als gevolg. Dit is noodzakelijk in het kader van goed werkgeverschap en vitaliteit. Dit vraagt een verwachte investering van €250.000. Op basis van een afschrijvingstermijn van 20 jaar resulteert dit vanaf 2028 in ca. €19.000 kapitaallasten.

Welke middelen nemen we hiervoor op in de stelpost nieuw beleid? Voor de hierboven toegelichte ontwikkelingen ramen we onderstaande middelen in de stelpost nieuw beleid. Dit in afwachting van een afzonderlijk raadsbesluit, waarbij voorgesteld wordt om de middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Onderwerp (bedragen x € 1.000)

Investering

I/S

2027

2028

2029

2030

Capaciteit medewerker recruitment

-

S

€ 76

€ 76

€ 76

€ 76

Aanpassing klimaat vergaderruimten

€ 250

S

-

€ 19

€ 18

€ 18

Totaal

€ 250

€ 76

€ 95

€ 94

€ 94

21

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 4 - Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 4.1

Verwacht begrotingsresultaat 2027-2030

De in deze kadernota geformuleerde uitgangspunten (hoofdstuk 1), de budgetaanpassingen binnen het bestaande beleid en actualisatie van eerdere nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3) resulteren in onderstaand meerjarenperspectief. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)

2027

Resultaat begroting 2026 (incl. 1e wijz.) Raadsbesluiten (t/m mei 2026) Subtotaal Uitkering gemeentefonds (algemene uitkering)

2028

2029

2030

420

503

929

-1.017

441

-204

744

-161

862

299

1.673

-1.178 3.579

1.552

1.572

1.815

Belastingopbrengsten (indexering)

447

462

479

486

Loonkostenontwikkeling (indexering)

-1.045

-1.045

-1.045

-1.045

Prijsontwikkeling beheerplannen (indexering)

-480

-480

-480

-480

Bijstellingen bestaande budgetten (bijlage 1)

-2.563

-2.829

-2.679

-1.961

Bijstellingen bestaande stelpost nieuw beleid (bijlage 2)

424

-729

163

663

Verwacht begrotingsresultaat vóór nieuwe ontwikkelingen

-803

-2.750

-74

64

Nieuwe ontwikkelingen (bijlage 3)

-1.750

-837

-1.114

-683

Verwacht begrotingsresultaat na nieuwe ontwikkelingen

-2.553

-3.587

-1.188

-619

Waarvan structureel

-2.977

-4.486

-2.141

-2.403

Waarvan incidenteel

425

899

953

1.783

Tabel 3 Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 In het begrotingsresultaat wordt onderscheid gemaakt tussen een incidentele en een structurele component. Het structurele begrotingsresultaat is het saldo van alle structurele baten en lasten van de gemeente. Het structurele begrotingsresultaat is dan ook hetgeen waar de provincie als financieel toezichthouder voornamelijk naar kijkt bij de beoordeling van de uiteindelijke begroting. Daarbij is de belangrijkste vraag namelijk of de begroting structureel in evenwicht is. Op basis van de huidige inzichten wordt voor de komende jaren een structureel tekort verwacht van € 3 miljoen (2027), € 4,5 miljoen (2028), € 2,1 miljoen (2029) en € 2,4 miljoen (2030). De relatief grote terugval in 2028 kan deels verklaard worden doordat in de raadsvergadering van 12 maart 2026 in dat jaar € 530.000 beschikbaar is gesteld t.b.v. de monitoring van het Soortenmanagementplan (SMP). Daarnaast resulteren bijstellingen in de bestaande stelpost nieuw beleid (zie bijlage 2) in nadelige effecten in 2028. Tot slot speelt mee dat het Rijk afgelopen jaar voor de jaren t/m 2027 extra middelen aan gemeenten beschikbaar heeft gesteld. Vooral vanaf 2028 heerst er nog steeds onduidelijkheid en blijven de extra middelen beperkt (zie ook de toelichting in paragraaf 5.3).

22

4.2

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Omvang algemene reserve

Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente speelt de algemene reserve een belangrijke rol. De algemene reserve bestaat uit componenten waaraan de gemeenteraad (nog) geen bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en vormt een belangrijk deel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers op te vangen, zonder het beleid direct te moeten aanpassen. Dit weerstandsvermogen wordt periodiek (in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarrekening) afgezet tegen de aanwezige risico’s binnen de gemeente. Op deze manier wordt gemonitord in welke mate de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. Hieronder is de stand van de algemene reserve weergegeven ten tijde van het opstellen van deze kadernota. Algemene reserve

Bedrag (x € 1.000)

Stand na raadsvergadering 7 mei 2026

€ 42.165

Af: Aan te houden weerstandsvermogen

- € 18.750

Bij: Saldo jaarrekening 2025 (voorlopig)

+ € 5.136

Af: Resultaatbestemming 2025 (voorlopig)

- € 2.101

Vrij besteedbare ruimte na vaststellen jaarrekening 2025 (voorlopig)

€ 26.450

Tabel 4 Verwachte stand algemene reserve Deze berekening is indicatief. Het traject rondom de jaarrekening 2025 is nog niet volledig afgerond waardoor de het saldo van de jaarrekening nog kan wijzigen. Daarnaast besluit de gemeenteraad bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 over de uiteindelijke bestemming hiervan.

23

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 5 - Welke ontwikkelingen kunnen (op termijn) van invloed gaan zijn op het financieel meerjarenperspectief? In deze kadernota is zoveel mogelijk rekening gehouden met actuele ontwikkelingen en inzichten. De budgetaanpassingen binnen bestaande budgetten, de actualisatie van nieuwe ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s (hoofdstuk 2) en de effecten van de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3), zijn hierin verwerkt. Op basis daarvan is het financiële beeld t/m 2030 opgesteld. Dit is namelijk het tijdsbestek waarover het meerjarenperspectief in de begroting 2027-2030 (conform BBV-wetgeving) moet worden geschetst. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota spelen er diverse ontwikkelingen die (op termijn) van invloed kunnen gaan zijn op het financieel meerjarenperspectief, maar die gezien de onzekerheden of de termijn waarop die zich gaan voordoen, niet zijn verwerkt in de cijfers van deze kadernota.

5.1

Ontwikkelingen na 2030

De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities van de gemeente zelf. Conform artikel 5 van de financiële verordening worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen bij de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen in het begrotingsjaar een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen. De financiële effecten van de ontwikkelingen die zijn verwoord in de kadernota, de door de gemeenteraad aangenomen kadervoorstellen en de ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s die nog niet tot een budgetaanvraag aan de gemeenteraad hebben geleid, worden jaarlijks dus begroot in de stelpost nieuw beleid. Voor diverse ontwikkelingen zijn momenteel nog middelen gereserveerd in de stelpost nieuw beleid. Hiervoor zijn nog geen aparte voorstellen aan de gemeenteraad voorgelegd om deze middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Het saldo van de stelpost nieuw beleid maakt voor de periode 2027-2030 onderdeel uit van het meerjarenperspectief zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst.

Er zijn echter een aantal voorziene investeringen die zich pas voordoen na de laatste jaarschijf in de meerjarenbegroting, waardoor deze (nog) geen onderdeel uitmaken van het meerjarenperspectief 20272030. Op de volgende pagina is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij voor de diverse ontwikkelingen de verwachte lasten voor de periode 2027-2034 zijn weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • de ontwikkelingen die eerder in een kadernota of het bestuursakkoord zijn opgenomen en dus in de begroting in de stelpost nieuw beleid 2027-2030 zijn opgenomen of de komende jaren in de stelpost nieuw beleid zullen worden opgenomen; • de ontwikkeling waar al een raadsbesluit aan ten grondslag ligt; • en ontwikkelingen waarvoor beiden nog niet geldt.

24

Stelpost Nieuw beleid (bedragen x € 1.000)

Kadernota 2027-2030

Invest. I/S

Gemeente Moerdijk

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Ramingen uit vorige jaren t/m 2020: Vitale centra Aanleg losloopgebieden/uitlaatterreinen honden

1.622

S

-

104

102

101

99

97

96

94

70

S

5

5

5

5

5

5

5

5

-

I

-

400

-

-

-

-

-

-

Toegevoegd o.b.v. kadernota 2021-2024: Noordelijke rondweg N285: Bijdrage aan de provincie tbv rotonde N285: Bijdrage t.b.v. rotonde Langeweg

-

I

434

-

-

-

-

-

-

-

Afschaling N285: Uitvoering werkzaamheden gemeente

2.792

S

-

-

-

182

179

176

173

170

Scholenontwikkeling Willemstad: nieuwbouw school, gymzaal en gemeenschapshuis

17.610

S

-

-

-

-

881

869

858

847

-

S

-

-

500

500

500

500

500

500

-

S

-136

-239

-429

-429

-429

-429

-429

-429

Mobiliteit

-

S

397

397

397

397

-

-

-

-

Inclusie

-

S

67

67

67

67

67

67

67

67

Verbetering entree Klundert Zevenbergseweg

750

S

-

-

-

49

48

47

47

46

Permanente steiger Fort Sabina

190

S

-

12

12

12

12

12

11

11

-

S

-

-12

-12

-12

-12

-12

-11

-11

Werkbudget stedelijke regio's West-Brabant West & Breda -Tilburg

-

S

196

196

196

196

196

196

196

196

Kadervoorstel - ondersteuning verenigingen en vrijwilligersorganisaties

-

S

50

50

50

50

50

50

50

50

2.500

0

-

-

-

-

-

125

123

122

Subsidiebeleid vrijwilligersorganisaties

-

S

100

100

100

100

100

100

100

100

Communicatiemiddelen openbare ruimte

270

S

34

33

32

32

31

30

30

29

Kadervoorstel 5 - Herstel beschoeiing en talud zuidelijke binnengracht Klundert.

PM

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.405

S

-

-

-

-

-

770

761

751

Toegevoegd o.b.v. kadernota 2022-2025: Oormerken vrijgekomen ruimte middelen Nederwiek III (RV 23-10-2025) Toegevoegd o.b.v. kadernota 2023-2026: Integrale aanpak arbeidsmigratie: extra inkomsten Gemeentefonds en/of toeristenbelasting Toegevoegd o.b.v. Bestuursakkoord 2023-2026:

Toegevoegd o.b.v. kadernota 2024-2027:

Permanente steiger Fort Sabina (dekking tlv huursom voor ponton) Toegevoegd o.b.v. kadernota 2025-2028:

Toegevoegd o.b.v. kadernota 2026-2029: Bastion Groningen/Oostbeerverbinding

Integraal huisvestingsplan (IHP) scholen: Klundert - Gezamenlijke nieuwbouw scholen Klundert - Gezamenlijke nieuwbouw scholen (onderzoek)

-

I

-

50

-

-

-

-

-

-

7.532

S

-

-

-

-

-

-

-

377

-

I

-

-

-

50

-

-

1.567

-

Zevenbergen - RKBS De Toren

6.498

S

-

-

-

-

-

-

325

321

Zevenbergen - RKBS De Toren Gymzaal (Droge Mark vervanging)

2.178

S

-

-

-

-

-

-

109

108

Zevenbergen - KC de Boemerang Zevenbergen - KC de Boemerang (onderzoek en tijdelijke huisvesting)

Zevenbergen - RKBS De Toren (tijdelijke huisvesting)

-

I

-

-

50

-

-

1.169

-

-

Zevenbergen - Nieuwe voorziening Oost deel 1

4.071

S

-

-

204

201

198

196

193

191

Zevenbergen - Nieuwe voorziening Oost deel 2

4.071

S

-

-

-

-

204

201

198

196

Fijnaart - OBS de Springplank

6.537

S

-

-

-

-

-

327

323

319

Fijnaart - OBS de Springplank (onderzoek) Fijnaart - De Fijne Aarde Fijnaart - De Fijne Aarde (sloopkosten) Heijningen - Het Kompas Heijningen - Het Kompas (onderzoek)

-

I

-

50

-

-

-

-

-

-

6.804

S

-

-

-

-

-

-

340

336

-

I

-

-

50

-

-

637

-

-

2.364

S

-

-

-

-

-

-

-

-

-

I

-

-

-

-

-

-

50

-

Kadernota 2027-2030: Nieuwe ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3)

-

I

1.123

191

430

-

-

-

-

-

Nieuwe ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3)

-

S

627

646

684

683

683

682

681

680

2.897

2.050

2.438

2.182

2.811

5.816

6.363

5.074

Subtotaal stelpost nieuw beleid

25

Kadernota 2027-2030

Reeds besloten ontwikkelingen (bedragen x € 1.000)

Invest. I/S

Zevenbergen Oost - Aanleg Zuidrandtunnel (netto-investering)

21.400

Zevenbergen Oost - Aanleg Verlengde Zuidrand (nettoinvestering)

5.800

Zevenbergen Oost - Langzaamverkeersverbinding (stationstunnel) (netto-investering)

Gemeente Moerdijk

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

S

-

-

-

803

796

789

782

776

S

-

-

-

377

370

364

357

350

19.400

S

-

-

-

-

728

721

715

709

Vergroeningsplannen

750 p/j

S

-

-

-

56

112

166

219

272

Vervangende nieuwbouw Niervaert (netto-investering)

16.027

S

-

-

-

905

892

879

867

854

-

-

-

2.141

2.897

2.919

2.941

2.961 2034

Subtotaal reeds besloten ontwikkelingen Overige ontwikkelingen (bedragen x € 1.000)

Invest. I/S

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

Inrichting stationsomgeving Zevenbergen

10.100

S

-

-

-

-

-

472

564

555

Geoormerkte reserves ter dekking van de afschrijvingslasten als gevolg van bovengenoemde investering

-7.200

S

-

-

-

-

-

-171

-212

-212

Transformatiegebied Zevenbergen-Noord

5.000

S

-

-

-

-

-

PM

PM

PM

Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zevenbergen

2.000

S

-

-

-

130

128

126

124

122

-

-

-

130

128

427

476

465

2.897

2.050

2.438

4.453

5.836

9.162

9.780

8.500

Subtotaal overige ontwikkelingen Totaal Waarvan incidenteel

1.557

691

530

50

-

1.806

1.617

-

Waarvan structureel

1.340

1.359

1.908

4.403

5.836

7.356

8.163

8.500

Tabel 5 Totaaloverzicht stelpost nieuw beleid en overige ontwikkelingen

* de investeringsramingen betreffen een globale inschatting. Voor de meeste investeringen geldt dat hier nog geen uitgewerkte kostenraming voor is opgesteld. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en ervaringen uit het verleden.

De lasten die uit bovenstaande ontwikkelingen voortkomen, zijn t/m 2030 verwerkt in het financieel meerjarenperspectief 2027-2030 zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst. Er zijn echter ook diverse investeringen die pas na 2030 tot lasten gaan leiden. Nu is het natuurlijk zo dat besluitvorming over de meeste van deze ontwikkelingen nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie waarbij opgemerkt dient te worden dat de ramingen naarmate deze verder in de tijd komen te liggen steeds ‘zachter’ worden. Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van investeringen. De uiteindelijke hoogte van een investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan. Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele kostenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling nog effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten.

Tot slot geldt dat investeringen naast de kapitaallasten ook van invloed zijn op de exploitatielasten (o.a. instandhoudingslasten). Deze zijn nog niet bekend en in het overzicht niet weergegeven. De hoogte van deze lasten is mede afhankelijk van de gekozen uitvoering van de investering. In sommige gevallen kunnen zij ook van invloed zijn op de te verstrekken exploitatiebijdrage. Dit betekent dat er al met al (vooral bij investeringen die verder in de tijd liggen) nog veel onzekerheden zijn en er pas bij de aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. Tot die tijd wordt bovenstaand overzicht periodiek (in de kadernota en begroting) geactualiseerd op basis van de meest actuele inzichten.

26

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Wat betekent dit voor het financieel meerjarenperspectief? De in deze paragraaf beschreven ontwikkelingen zullen vanaf 2031 een (aanvullend) effect gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief. Hieronder worden (grove) indicaties gegeven van de effecten die de diverse ontwikkelingen kunnen gaan hebben op het toekomstige financieel meerjarenperspectief. 5.000

Indicatie structureel begrotingsresultaat (x € 1.000)

4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000

2027

-2.000

-2.977

-3.000 -4.000

2028

2029 -2.141

2030

2031

2032

2033

2034

-2.403

-4.486

-5.000 -6.000 -7.000

Ontwikkelingen na 2030

-8.000

Indicatie structureel begrotingsresultaat na 2030

-9.000 -10.000

Structureel begrotingsresultaat 2027-2030

Figuur 1 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. ontwikkelingen na 2030 Als gevolg van diverse investeringen loopt het verwachte structurele tekort op naar circa € 6,5 miljoen in 2034. Zoals gezegd geldt hierbij dat besluitvorming over veel van deze investeringen nog plaats moet vinden. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie.

5.2

Overige ontwikkelingen

Er zijn ontwikkelingen die nog niet in geld of formatie uit te drukken zijn. Ze kunnen naar verwachting in de toekomst echter wel tot een middelenbeslag gaan leiden. In deze paragraaf worden deze ontwikkelingen op hoofdlijnen benoemd.

Stationshart Zevenbergen – gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost Op 26 juni 2025 heeft uw raad de integrale gebiedsvisie voor het Stationsgebied Zevenbergen vastgesteld. Dit Stationsgebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost. Uw raad heeft daarbij een besluit genomen over de langzaamverkeersverbinding in het Stationshart en een principebesluit genomen over het beschikbaar stellen van gemeentelijke middelen voor de Stationsomgeving (o.a. tweezijdige oriëntatie van het station, herontwikkeling van het HOV-plein en de busbaan richting de Hazeldonkse Zandweg). Dit besluit is genomen onder de voorwaarde dat het Rijk en de provincie meefinancieren. Eind 2025 hebben we teruggekoppeld gekregen dat de aanvraag voor de WOKT-subsidie (Woningbouw op Korte Termijn) in de ronde voor 2025 niet is gehonoreerd. Het Stationsgebied blijft wel een kwalitatief en gewenst project. Het college blijft dus in gesprek over medefinanciering met Rijk, provincie, ProRail en NS. Het college gaat door met de voorbereidingen waaronder de grondverwerving, planologie, onderzoeken en ontwerpwerkzaamheden. In een later stadium verwacht het college u te informeren over de cofinanciering dan wel een alternatief voorstel aan u voorleggen.

27

Kadernota 2027-2030

Gemeente Moerdijk

Markzoom Binnen de gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost vindt naast de woningbouwontwikkeling, infrastructurele ontwikkeling en de stationsontwikkeling ook de ontwikkeling van het gebied Markzoom plaats. Markzoom is een uitloop gebied ten zuiden van de nieuwe randweg (Zuidrand) met natuurontwikkeling, waterberging, landbouw, beekherstel, ecologische verbindingszones en recreatie. In dit gebied zullen op delen functieveranderingen plaatsvinden, hiervoor zijn middelen nodig voor aankoop en inrichting. De omvang hiervan is momenteel nog niet bekend. Naar verwachting komen er geen of slechts zeer beperkte kostendragers/opbrengsten uit het gebied. De ontwikkeling zal in elk geval gefaseerd gaan plaatsvinden. Daarnaast wordt gezocht naar cofinanciering.

Uitbreiding Woonwagenstandplaatsen In 2018 heeft het Rijk het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld, waarin is bepaald dat gemeenten ruimte moeten bieden aan het woonwagenleven en het aantal standplaatsen niet mogen afbouwen zolang er aantoonbare behoefte is. Van gemeenten wordt verwacht dat zij actief beleid ontwikkelen dat het woonwagenleven faciliteert en beschermt, en dat zij voorwaarden creëren zodat woonwagenbewoners binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats. Uit een behoefteonderzoek uit 2024 blijkt dat er op korte termijn behoefte is aan 13 extra woonwagenstandplaatsen, een opgave die ook is opgenomen in het vastgestelde volkshuisvestingsprogramma (raadsvergadering 29 januari 2026). Daarnaast treedt naar verwachting per 1 juli 2026 de Wet versterking regie op de volkshuisvesting in werking, waarmee gemeenten een nadrukkelijkere verantwoordelijkheid krijgen voor de huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder woonwagenbewoners. Alvorens in deze behoefte te kunnen voorzien, moet eerst een inschrijvings- en wachtlijstsystematiek voor woonwagenstandplaatsen en woonwagenbeleid worden vastgesteld. Dit wordt momenteel in regionaal verband voorbereid. De kosten voor de extra woonwagenstandplaatsen kunnen aanzienlijk zijn en hangen af van verschillende factoren, zoals locatie, grondprijs, aanleg en eventuele verplaatsing van woonwagens.

Op dit moment is daarom nog geen concrete inschatting te maken van de verwachte financiële impact voor de gemeente.

Verandering status Oekraïense ontheemden In november 2025 heeft het ministerie van Asiel en Migratie de Tweede Kamer per verzamelbrief geïnformeerd over het voorgenomen langetermijnbeleid voor Oekraïense ontheemden in Nederland. Daarin wordt aangegeven dat deze groep (in Europees verband) zal overgaan van tijdelijke bescherming naar andere verblijfsstatussen in de landen waar zij verblijven. Voor Nederland betekent dit dat Oekraïense ontheemden na 4 maart 2027 niet langer onder de tijdelijke bescherming vallen, maar een Nederlandse verblijfsstatus krijgen. Het Rijk stelt voor hiervoor een apart transitiedocument in te voeren, waarmee een verblijfsvergunning voor drie jaar wordt verleend. Deze periode biedt ruimte om terugkeer naar Oekraïne voor te bereiden, waarbij vrijwillige terugkeer het uitgangspunt is. Tegelijk blijft het mogelijk voor ontheemden om hun eerder ingediende en tijdelijk gepauzeerde asielaanvraag alsnog voort te zetten. Het bijbehorende pakket van rechten, plichten en voorzieningen is gericht op het normaliseren van de positie van Oekraïense ontheemden. De exacte juridische kaders en financiële gevolgen van deze wijziging zijn op dit moment nog niet bekend. Ook is onduidelijk in hoeverre en hoelang de huidige vergoedingen voor het opvangen van Oekraïense ontheemden blijven doorlopen en of het Rijk mogelijk op andere manieren middelen beschikbaar stelt.

Zodra er meer duidelijkheid is over de kaders en financiële consequenties, wordt de raad nader geïnformeerd.

IZA/AZWA Het Gezond en Actief Leven Akkoord loopt van 2023 t/m 2026 Hoewel regionaal stappen zijn gezet in samenwerking, governance en uitvoering, blijkt dat landelijke middelen beperkt zijn en financiering onzeker blijft. Het Aanvullend Zorgen Welzijnsakkoord (AZWA) wordt landelijk voorbereid als opvolger van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=cfb9ab34-301b-4b75-bc10-39be20685b08