CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Integraal Huisvesting Plan PO & VO Moerdijk

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) primair onderwijs en voortgezet onderwijs Moerdijk15.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHP PO & VO Moerdijk

Opdrachtgever Gemeente Moerdijk

Datum 4 december 2025

Referentienummer 2240320/20251204vm

Auteur(s) Onno Damen Sandra Kolen

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding Aanleiding

4

1.2

Status IHP

4

Visie op onderwijs en onderwijshuisvesting Onderwijsaanbod

6

2.2

Doorlopende ontwikkellijn

7

2.3

Passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang

7

2.4

Voorzieningen

9

2.5

Flexibiliteit, ruimtegebruik en toekomstbestendigheid

13

2.6

Duurzaamheid en gezondheid

14

29

4.4.2

OBS De Springplank

29

Kern: Noordhoek

4.5.1 4.6

4.7

31

KC Sint Jozef

31

Kern: Standdaarbuiten

33

4.6.1

6

2.1

De Fijne Aarde

4.5

4

1.1

4.4.1

RKBS Aventurijn

33

Kern: Zevenbergen

35

4.7.1

KC De Boemerang

35

4.7.2

RKBS De Neerhof

36

4.7.3

KC De Arenberg

36

4.7.4

De Regenboog

37

4.7.5

RKBS De Toren

37

4.7.6

Markland College Zevenbergen

38

4.7.7

Zevenbergen Oost

39

Type maatregelen IHP

17

Maatregel 1: (Vervangende) Nieuwbouw

17

4.8

Kern: Willemstad

40

Maatregel 2: Levensduurverlengende renovatie

18

4.9

Kern: Zevenbergschen Hoek

40

Maatregel 3: In stand houden

20

Maatregel 4: Afstoten

20

Huisvestingsscenario’s per kern

21

4.1

Kern: Klundert RKBS De Rietvest, CBS De Molenvliet en CBS Het Bastion

23

4.1.2

SBO Het Palet

23

Kern: Moerdijk

4.2.1 4.3

Kern: Heijningen

4.3.1 4.4

IBS De Klaverhoek

Het Kompas

Kern: Fijnaart

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

6.

23

4.1.1

4.2

5.

25 25

7.

Voorzieningen bewegingsonderwijs

41

Financiën

42

6.1

Totale investering IHP

42

6.2

Uitgangspunten

43

6.3

Fasering

44

6.4

Stopjaren

44

Slotsom en werkafspraken

45

27

7.1

Slotsom

45

27

7.2

Aanbevelingen

45

29

2/46

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

3/46

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Dit Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) is opgesteld door de gemeente Moerdijk voor de periode 2025-2041. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Daarmee sluit het IHP aan op het beleidskader maatschappelijke accommodaties van de gemeente Moerdijk. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang, zodat er in de gemeente Moerdijk een duurzame en gezonde onderwijs- en kinderopvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Het IHP biedt een perspectief voor de schoollocaties voor de komende 16 jaar.

1.2 Status IHP Het IHP vormt een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd.

Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Een vertraging in één project heeft niet automatisch gevolgen voor de planning van daaropvolgende projecten. Alleen wanneer projecten functioneel of planmatig aan elkaar zijn gekoppeld, bijvoorbeeld door het opeenvolgend gebruik van tijdelijke huisvesting, kan een verschuiving in één project impact hebben op de planning van andere projecten. De gemeenteraad stelt het IHP 2025-2041 met het uitvoeringsprogramma en de tijdsplanning vast met hierin het jaar van de geplande ingebruikname van de (vervangende) nieuwbouw dan wel renovatie van het huidig schoolgebouw. Omdat bouwprojecten doorgaans een lange doorlooptijd kennen, wordt het onderwijshuisvestingvoorbereidingskrediet in de regel drie jaar voor de geplande ingebruikname beschikbaar gesteld. Het uitvoeringsprogramma zal bij (vervangende) nieuwbouw vervolgens projectmatig opgepakt worden door de gemeente en het schoolbestuur. Het bouwheerschap ligt in beginsel bij het betreffende schoolbestuur.

Wanneer sprake is van de ontwikkeling van een multifunctionele accommodatie (MFA1), waarin naast de school en kinderopvang ook andere maatschappelijke functies worden ondergebracht, dan vindt dit plaats onder leiding en verantwoordelijkheid van de projectmanager(s) van de gemeente met de daarbij gehanteerde stappen en fasen (onder andere startdocument, locatiekeuze onderzoek, haalbaarheidsonderzoek op gekozen locatie, aanbesteding architect en aannemer, geraamde concrete kostenbegroting en realisatie, en bestuurlijke besluitvorming). Naar alle waarschijnlijkheid zal bij een MFA worden gewerkt met gedelegeerd bouwheerschap2, zoals eerder is toegepast bij het project MFA Willemstad. Gemeente, schoolbesturen en andere partijen leggen per project duidelijke afspraken vast. Ook bij renovatie is het betreffende schoolbestuur bouwheer, tenzij er andere maatschappelijke functies bij betrokken zijn of het schoolbestuur om moverende redenen wil afzien van het bouwheerschap en de gemeente bereid is het bouwheerschap op zich te nemen.

1 Bij de ontwikkeling van de MFA wordt uitgegaan van een constructie op basis van een vereniging van

2 De gemeente treedt op als bouwheer namens de schoolbesturen. Schoolbesturen en andere

eigenaars (VvE). De gemeente is economisch eigenaar van het gebouw, terwijl het schoolbestuur juridisch eigenaar is van de onderwijscapaciteit. Deze onderwijscapaciteit wordt door de gemeente in gebruik gegeven aan het schoolbestuur,

gebruikers blijven betrokken in de besluitvorming via een stuurgroep en projectgroep.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

4/46

Het IHP biedt een langere termijnperspectief, desondanks neemt de gemeenteraad voor elk project een apart besluit.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

5/46

2. Visie op onderwijs en onderwijshuisvesting In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en kinderopvang(huisvesting) beschreven. De visie vormt het fundament voor het IHP. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeente, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op onderwijs(huisvesting) in gemeente Moerdijk. De vraag die centraal staat is: “Wat willen we de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in Moerdijk bieden?”. Aan de hand van verschillende thema’s wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag. Vanuit visie is gezamenlijk bepaald aan welke ambities er de komende jaren gewerkt gaat worden. Het zorgen voor passende, toekomstbestendige en duurzame huisvesting is belangrijk omdat de huisvesting actief bijdraagt aan het realiseren van deze ambities. Deze ambities krijgen daarom ook een plek in het IHP.

2.1 Onderwijsaanbod De gemeente Moerdijk bestaat uit 11 karakteristieke plaatsen: Fijnaart, Moerdijk, Heijningen, Willemstad, Zevenbergen, Langeweg, Helwijk, Zevenbergschen Hoek, Noordhoek, Klundert en Standdaarbuiten. In 9 van deze 11 kernen is op het moment minimaal één primair onderwijs school aanwezig. In de kern Zevenbergen is daarnaast ook een voortgezet onderwijs school gevestigd. De kern Klundert beschikt over een speciaal basisonderwijs voorziening. De ambitie is om het huidige onderwijsaanbod te behouden (dit geldt ook voor scholen in kernen die niet zijn aangemerkt als voorzieningenkern). Deze ambitie sluit aan bij de omgevingsvisie, waarin blijvend aandacht is voor woningbouw in de kleinere kernen. Nieuwe woningbouw kan bijdragen aan een groeiend leerlingenaantal, wat het voor schoolbesturen en kinderopvangorganisaties beter haalbaar maakt om de voorzieningen in stand te houden. Bij scholen of kinderopvanglocaties met een kleinere schaalgrootte wordt een beargumenteerde afweging gemaakt, op basis van kwaliteit en financiële haalbaarheid, door schoolbesturen of kinderopvangorganisaties over het bestaansrecht. Het mandaat voor deze afweging ligt bij deze organisaties. 2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Het wel of niet realiseren van nieuwe woningbouw heeft impact op de voorzieningen. De gemeente kan dat in haar woningbouwplannen meewegen in het maken van keuzes en benoemen van uitbreidingslocaties voor woningbouw. Omgevingsvisie 2040 In de omgevingsvisie zet de gemeente Moerdijk in op Zevenbergen als verstedelijkingskern en Fijnaart, Klundert en Willemstad als voorzieningenkernen. In Zevenbergen wordt ingezet op een regionaal voorzieningenniveau en Zevenbergen wordt als uitvalsbasis voor het openbaar vervoer gezien. In de voorzieningenkernen wordt ingezet op het versterken en clusteren van een basisniveau aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Door deze kernen compact en vitaal te houden functioneren ze ook als voorzieningenkernen voor de omliggende kernen. De gemeente zet in op een goede bereikbaarheid van deze kernen vanuit de kleinere kernen, om een goed voorzieningenniveau te behouden voor alle inwoners. Daarnaast heeft woningbouw in de kleinere kernen blijvend de aandacht en wordt ingezet op een eigen ontmoetingsplek passend bij de schaal van de kern. De gemeente wil het combineren van functies stimuleren om kosten niet te hoog op te laten lopen. Binnen de kleinere kernen worden kleinschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die passen bij de schaal van de kern en de lokale behoefte.

Vanwege de relatief beperkte omvang van woningbouwontwikkelingen in de kleine kernen, ligt de focus primair op inbreidingsmogelijkheden en transformatie. Secundair wordt gekeken naar kleinschalige initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige afronding van dorpsranden, op voorwaarde dat ze een veilige en gezonde leefomgeving bevorderen en omgevingskwaliteit toevoegen. Hierbij geldt één uitzondering. Voor de kern Standdaarbuiten wordt ingezet op een kleinschalige uitbreidingslocatie aan de noordoostzijde. 1. Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1709.Omgevingsvisie2040OV40/t_NL.IMRO.1709.Omgevingsvisie2040-OV40.pdf

6/46

2.2 Doorlopende ontwikkellijn De ambitie is een doorlopende ontwikkellijn van 0 tot 18 jaar. Goede samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs en tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs, is daarbij essentieel. De gemeente wil de doorlopende ontwikkellijn zoveel mogelijk ondersteunen en faciliteren. Tegelijkertijd brengen de demografische en geografische kenmerken van de gemeente, met name de spreiding over kleinere kernen, praktische en financiële beperkingen met zich mee. Door geldende wet- en regelgeving, zoals de beroepskracht-kindratio en het vierogenprincipe, in combinatie met het uitgangspunt van kostprijsdekkende huur, is het niet haalbaar om in elke kern kinderopvangvoorzieningen te realiseren. Binnen deze kaders wordt gezocht naar haalbare oplossingen en samenwerkingsvormen die recht doen aan de ontwikkelbehoefte van kinderen in alle kernen van Moerdijk. Kindcentrum en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) In een kindcentrum werken onderwijs en kinderopvang samen, vaak in nauwe samenwerking met partners zoals jeugdgezondheidszorg, aan de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar. Ze zorgen voor een doorlopende leerlijn, gebaseerd op een gedeelde pedagogische en didactische visie. Essentieel hierbij zijn nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid (binnen de gestelde kaders) en wederzijds vertrouwen.

Het kindcentrum biedt een geïntegreerde, veilige en stimulerende omgeving, waarin ook aandacht is voor brede talentontwikkeling, samenwerking met ouders en het bieden van gelijke kansen. Door huisvesting van meerdere voorzieningen onder één dak ontstaat een vertrouwde plek voor kind en gezin, en een sterke verbinding met de wijk. Er is sprake van inhoudelijke en organisatorische samenwerking en een kindcentrum zorgt voor een soepele overgang tussen opvang en onderwijs. Om de doorlopende ontwikkellijn volledig te ondersteunen, is het van belang dat Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) een volwaardig onderdeel vormt van dit beleid. De gemeente hecht grote waarde aan een kansrijke start voor ieder kind en streeft ernaar dat VVE binnen de gemeente goed gespreid beschikbaar en bereikbaar is, in het bijzonder voor kinderen met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Idealiter wordt VVE fysiek en inhoudelijk ingebed binnen een Integraal Kindcentrum (IKC), in nauwe samenwerking met onderwijs en andere partners, zodat een vloeiende overgang en gedeelde pedagogische aanpak geborgd zijn. Tegelijkertijd erkent de gemeente dat de mogelijkheden in kleine kernen beperkt kunnen zijn. Daarom wordt VVE niet als voorwaarde gesteld bij huisvesting of IKC-vorming, maar wel actief gestimuleerd als gewenste kwaliteitsrichting, waarbij de aanbieders uiteraard moeten voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. Ook buiten de formele kindcentra wordt samenwerking tussen onderwijs en opvang gestimuleerd, zodat kinderen, ongeacht hun woonplaats, toegang hebben tot een samenhangend en ontwikkelingsgericht aanbod.” De gemeente stimuleert dat schoolbestuur en kinderopvang bij voldoende afname voor- en vroegschoolse educatie aanbieden. Hiervoor kan VVE-vergoeding aangevraagd worden bij de gemeente. Van kindcentrum naar het voortgezet onderwijs De ontwikkeling van kinderen en jongeren stopt niet bij de overstap van primair naar voortgezet onderwijs. Ook die overgang vraagt om goede afstemming tussen onderwijspartners. Door samen te werken, informatie uit te wisselen en een gedeeld beeld te hebben van wat leerlingen nodig hebben, zorgen we voor een doorlopende leerlijn.

Scholen die elkaar kennen en ondersteunen – door kennis te delen, samen te werken en waar mogelijk faciliteiten te bundelen – vormen samen een sterker onderwijssysteem. Daarbij helpt het als scholen dicht bij elkaar zitten of gebruikmaken van slimme huisvestingsoplossingen. Zo wordt het makkelijker om samen op te trekken en van elkaar te leren. De gemeente wil, samen met scholen en kinderopvangorganisaties, actief bijdragen door te investeren in een netwerk van onderwijsvoorzieningen dat meegroeit met de tijd. Hiermee ondersteunt de onderwijs- en opvangomgeving de ontwikkeling van kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar, in een leeromgeving die inclusiever, duurzaam en van hoge kwaliteit is.

2.3 Passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Het streven is om ieder kind zoveel mogelijk naar een school te laten gaan in de buurt. Waar nodig worden arrangementen op maat voor kinderen ingezet.

7/46

Mocht dit onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling van een kind, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Inclusie is geen keuze maar vanuit verschillende verdragen, onder andere het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap3 en de werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035 van het ministerie van OCW4, is het verplicht om hier naartoe te werken. Als extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de scholen wordt gebracht. Schoolbesturen en de gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Kinderen hebben hiermee gelijke kansen op school, maar ook in de maatschappij. Passend en inclusief onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. Bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders, begeleiders en andere plusfuncties5. Schoolbesturen en de gemeente komen samen tot passende onderwijsplekken, afgestemd op de specifieke behoeften.

Voor inclusievere onderwijshuisvesting kan ook gekeken worden naar het recent gepubliceerde ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting 6. Het ontwerpkader inclusievere onderwijshuisvesting richt zich op fysieke toegankelijkheid, sociale inclusie en flexibiliteit, zodat leerlingen met diverse achtergronden en behoeften samen kunnen leren in een passende en toegankelijke leeromgeving.7

Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche, snoezelruimte, et cetera). Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ wordt gemaakt, bestaat die mogelijkheid niet. Daarom kan nieuw beleid van ‘meer meters’ het onderwijs hierin tegemoetkomen. Dit betekent concreet dat scholen beargumenteerd de keuze kunnen maken om bij renovatie of vervangende nieuwbouw meer/extra vierkante meters te realiseren. Dit biedt de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. De wens is om zo ruim en slim mogelijk te bouwen, dit kan ook zijn grenzend aan een park om buitenonderwijs mogelijk te maken. De investering van deze ‘meer meters’ wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur.

De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en levensduurverlengende renovatie. Per onderwijsvoorziening gaat het om een maximum van 5% aanvullende ruimtebehoefte. NB: Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. In elk project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters maar wel het bereiken van de gewenste functionaliteit.

3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/werken-aan-een-samenleving-voor-

6 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/24/6-eindrapport-bouwstenen-voor-

iedereen-het-vn-verdrag-handicap-in-nederland 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief-onderwijs/inclusief-onderwijs-in-2035 5 De gemeente gaat er voor alsnog vanuit dat dit binnen de 5% aanvullende ruimtebehoefte voor inclusiever en passend onderwijs plaats kan vinden.

inclusievere-scholen 7 In het geval van een wetswijziging met betrekking tot inclusief onderwijs wordt het beleid rondom het realiseren van extra vierkante meters opnieuw beoordeeld en waar nodig aangepast.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

8/46

Toegankelijkheid Toegankelijkheid vormt de basis van een inclusieve samenleving. Fysieke toegankelijkheid is de eerste stap naar inclusie. De gemeente Moerdijk streeft naar hoge toegankelijkheidsnormen voor alle openbare en multifunctionele gebouwen. Dat betekent barrièrevrije gebouwen voor mensen met fysieke beperkingen, zoals rolstoelgebruikers, ouderen en mensen met (tijdelijke) mobiliteitsproblemen. Voorbeelden zijn hellingbanen, automatische deuren en liften. Minstens zo belangrijk is mentale toegankelijkheid. Gebouwen moeten een veilige, gastvrije en ondersteunende omgeving bieden voor iedereen, ongeacht achtergrond of mentale gesteldheid. Dit bereiken we door: ▪ ▪ ▪

Duidelijke communicatie, met eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen; Ondersteuning bij cognitieve beperkingen, via rustige kleuren, goede verlichting en overzichtelijke indeling; Privacy en rust, door prikkelarme ruimtes, een warme en neutrale inrichting of kolfruimtes waar nodig.

Een cruciaal aspect van inclusie is het waarborgen van toegankelijkheid van voorzieningen, zodat ieder persoon er gebruik van kan maken. NEN 91208 is het uitgangspunt voor het toegankelijk bouwen van nieuwe gebouwen. NEN 9120 is een nieuwe norm (gepubliceerd op 3 februari 2025) die prestatieeisen vastlegt voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen. Ze geldt voor alle typen gebouwen (nieuwbouw én verbouw) en is bedoeld om te zorgen dat gebouwen goed toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief mensen met een beperking.

2.4 Voorzieningen De school als ontmoetingsplaats van de wijk De gemeente en schoolbesturen hechten waarde aan een veelzijdige inzet van onderwijshuisvesting. Scholen worden steeds meer ontwikkeld als multifunctionele gebouwen die, naast het primaire onderwijsdoel, ruimte bieden aan andere maatschappelijke functies. Na schooltijd kunnen deze gebouwen bijvoorbeeld worden ingezet voor opvang, welzijnsactiviteiten, cultuur, sport of bijeenkomsten. Daarmee fungeert de school als een ontmoetingsplaats voor de buurt – een centrale plek waar onderwijs, ontmoeting en ondersteuning samenkomen. Dit wordt bewerkstelligd door in de ontwerpfase na te denken over compartimentering waardoor het openstellen van delen van het gebouw en de buitenruimte (schoolplein, speeltuin, sport en spel) makkelijker wordt. Deze benadering, vergroot de maatschappelijke meerwaarde van onderwijshuisvesting en draagt bij aan een efficiënter gebruik van publieke middelen en vierkante meters. Het IHP biedt daarmee ruimte voor integrale samenwerking tussen onderwijs, gemeente en maatschappelijke partners. En sluit aan bij het beleidskader maatschappelijke accommodaties. Voor dergelijke voorzieningen staan goede bereikbaarheid, multifunctioneel gebruik en goede kwaliteit centraal.

Voor de huisvesting betekent dit dat, waar mogelijk, nieuwbouw van scholen wordt gecombineerd met gymaccommodaties en andere maatschappelijke voorzieningen.

Met deze aanpak draagt Moerdijk bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen zich welkom en ondersteund voelt. Deze uitgangspunten worden actief toegepast in toekomstige huisvestingsprojecten.

8 https://www.nen.nl/media/PDFjes/LeeswijzerNEN9120.pdf

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

9/46

Overweging: stelselwijziging kleinescholentoeslag De landelijke kleinescholentoeslag wordt mogelijk vervangen door een toeslag voor scholen in dunbevolkte gebieden. Daarbij wordt onderzocht of deze toeslag gekoppeld kan worden aan criteria als toegankelijkheid en bereikbaarheid. Op dit moment kunnen scholen die onder de opheffingsnorm vallen nog in stand worden gehouden op basis van de gemiddelde schoolgrootte binnen het bestuur, omdat ze de enige school zijn in de richting of door discretionaire bevoegdheid. Een dergelijke stelselwijziging kan echter nadelig uitpakken voor de kleine kernen binnen de gemeente Moerdijk, met name als gekozen wordt voor een vaste kilometergrens als criterium. Dit kan ertoe leiden dat scholen in kleinere kernen hun recht op financiële ondersteuning verliezen, wat de onderwijskwaliteit en leefbaarheid onder druk zet. Toekomstbestendige voorzieningen Bij de ontwikkeling van kindcentra of huisvesting voor specialistische voorzieningen staat toekomstbestendigheid als criteria voorop. De beoordeling van deze toekomstbestendigheid ligt primair bij het schoolbestuur vanuit haar taak voor het onderwijs en bij de kinderopvangorganisatie voor het kinderopvangaanbod. Er wordt door de organisatie gekeken vanuit het gewenste aanbod naar de balans tussen kwaliteit en verantwoordelijke bedrijfsvoering. Kwaliteit en betaalbaarheid zijn daarbij leidende principes.

Ruimte voor beweging Een belangrijk aspect van gezondheid is het bevorderen van beweging bij kinderen, zowel binnen als buiten de onderwijsvoorziening. Regelmatige, veelzijdige beweging draagt aantoonbaar bij aan de cognitieve, sociale en motorische ontwikkeling van kinderen en versterkt hun fysieke en mentale gezondheid.

9 Voor meer informatie over ASM: https://www.athleticskillsmodel.nl/

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Om beweging structureel te stimuleren, wordt het Athletic Skills Model (ASM 9) gehanteerd als uitgangspunt voor de (her)ontwikkeling van binnen- en buitenruimten. Dit model benadrukt het belang van veelzijdige motorische vaardigheden en nodigt uit tot afwisselend bewegen, ontdekken en risicovol spelen. Denk hierbij aan multifunctionele gymzalen, speellokalen, uitdagende schoolpleinen en slimme combinaties van sport, spel en onderwijs in de openbare ruimte. Dit draagt bij aan gezondheid, leerprestaties, sociale ontwikkeling én plezier in bewegen. In het sportakkoord van de gemeente Moerdijk wordt sport en bewegen voor iedereen gestimuleerd. Het schoolplein is een plek om sport en spel te stimuleren, zowel voor plezier, sportstimulering, motoriek (verschillende vormen van bewegen stimuleren) en ter ondersteuning van de lesprogramma’s (bewegend leren). De ambitie is om, aanvullend op de 3 m² verhard speelterrein/schoolplein per leerling zoals vastgelegd in de verordening, ook 2 m² per leerling aan onverhard speelterrein/schoolplein te realiseren. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het kwaliteitskader huisvesting van Ruimte-OK, en wordt gerealiseerd indien de omgeving en de locatie dit toelaat. De investering voor de aanleg van dit extra speelterrein/schoolplein wordt gedaan door de gemeente.

De bijbehorende exploitatielasten komen in principe voor rekening van het schoolbestuur. In goed overleg kan echter worden bekeken of (een deel van) het speelterrein/schoolplein onderdeel blijft uitmaken van de openbare ruimte. In dat geval zijn de exploitatiekosten voor dat gedeelte voor rekening van de gemeente. In samenspraak met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties wordt de openbare ruimte rondom het schoolgebouw of kindcentrum zó ingericht dat deze bijdraagt aan een veilige, stimulerende en kindvriendelijke omgeving. Klimaatstrategie De gemeente Moerdijk heeft een klimaatstrategie opgesteld, met als doel om tegen 2050 een klimaatbestendige en energieneutrale regio te worden. De gemeente Moerdijk heeft in haar Klimaatstrategie Moerdijk10 drie strategische lijnen opgenomen: ▪

Gezond leef-, werk- en leerklimaat, door klimaatadaptieve maatregelen en inrichting van groenblauwe schoolpleinen;

10 https://www.moerdijk.nl/direct-regelen/wonen-bouwen-omgeving/klimaatstrategie/

10/46

▪ ▪

Klimaat en het productielandschap 2.0, met gevolgen van klimaatverschuiving en -verandering; Samen met de natuur, door het bevorderen van biodiversiteit.

Vanuit deze strategie is het belangrijk om bij nieuwbouw, uitbreiding of levensduur verlengende renovatie vooral invulling te geven aan de strategische lijnen door het realiseren van groenblauwe schoolpleinen. Groenblauwe schoolpleinen combineren natuur, water en educatie tot speelse en leerzame buitenruimtes met groen (bomen, gras en moestuinen) en blauw (wadi’s of regenwateropvang). Deze schoolpleinen dragen extra bij aan bewegen, buitenlessen en klimaatadaptatie. Aandachtspunten hierbij zijn: ▪

▪

▪

▪

Zorg voor voldoende schaduw door de 3-30-300 regel toe te passen zoals vastgelegd in het focusdocument Gemeentelijk Waterplan (GWP11). Deze richtlijn houdt in dat elke persoon vanuit huis zicht heeft op minimaal drie bomen, elke wijk voor minimaal 30% uit bladerdak bestaat, en iedereen binnen 300 meter toegang heeft tot kwalitatief groen. Hiermee wordt hitte en hittestress bestreden. Groene daken hebben tevens een isolerende functie; Realiseer voldoende waterberging (vastgesteld op minimaal 60 mm per m² verharding (zie ook GWP). Pas hiervoor vooral groene daken en gevels toe en realiseer hiervoor wadi's en/of vijvers op of nabij het schoolplein; Zorg voor een natuurinclusief gebouw door het opnemen van (nest)voorzieningen voor soorten als de huismus, vleermuizen en gierzwaluwen. Deze gebouw bewonende soorten komen binnen de gemeente Moerdijk veel voor en hebben baat bij inbouwvoorzieningen; De omgeving moet te allen tijde een veilige plek blijven voor kinderen en mag geen extra risico’s met zich meebrengen voor hun veiligheid.

Wel kunnen scholen met eigen acties extern geld ophalen hiervoor voor een hogere ambitie en beheer en onderhoud. Gymaccommodaties Scholen zijn wettelijk verplicht bewegingsonderwijs aan hun leerlingen te bieden. De gemeente zorgt ervoor dat hiervoor voldoende gymaccommodaties beschikbaar zijn. Dit gebeurt door verhuur van eigen gymzalen, afspraken met derden (zoals exploitanten van gymzalen en sporthallen) en indien nodig het organiseren van gymvervoer wanneer de accommodatie verder weg ligt. Tijdens schooluren ligt het gebruik van gymaccommodaties primair bij het onderwijs; daarnaast zijn ze aanvullend beschikbaar voor sportverenigingen en inwoners12. Voor het bewegingsonderwijs wordt de benodigde ruimte vastgesteld aan de hand van de KVLO-norm. Ook buiten schooltijden moet de zaal geschikt zijn voor buitenschoolse activiteiten en (sport)verenigingsactiviteiten. Een gymzaal of sporthal voor het bewegingsonderwijs beschikt over een basisinventaris volgens de norm van de gemeente Moerdijk, die is afgestemd met de schoolbesturen. Bereikbaarheid De gemeente Moerdijk zet zich actief in voor het verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van scholen. Daarbij is bijzondere aandacht voor veilige en logische aanrijroutes en het zorgvuldig uitsplitsen van verschillende verkeersstromen, zoals voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer.

Deze inzet draagt bij aan een veilige en overzichtelijke schoolomgeving, stimuleert duurzaam vervoer en ondersteunt een gezonde en toegankelijke leeromgeving voor alle leerlingen.

NB: De investering van deze ‘voorzieningen' wordt gepleegd vanuit de gemeente als verplichting om te komen tot een waterrobuuste en klimaatbestendige samenleving per 2050. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en levensduurverlengende renovatie.

11 https://www.moerdijk.nl/groener-moerdijk/gemeentelijk-waterplan/

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

12 Zoals vastgelegd in het beleidskader maatschappelijke accommodaties.

11/46

Huisvesting (maatschappelijke) partners Bij de realisatie van nieuwe kindcentra of multifunctionele accommodaties (MFA’s) zal de selectie van een kinderopvangpartner plaatsvinden via een transparante aanbestedingsprocedure onder regie van het schoolbestuur (in verband met het Didam-arrest). Binnen deze procedure wordt nadrukkelijk geselecteerd op inhoudelijke meerwaarde, met als belangrijk criterium de mate waarin de pedagogisch-didactische visie van de partner aansluit bij die van het onderwijs.

Bij een uitbreidingsvraagstuk van de school waarin de kinderopvang een (leegstaand) gedeelte van het schoolgebouw huurt, betaalt de kinderopvang de kapitaallasten van de noodzakelijke uitbreiding als kostendekkende huur aan het schoolbestuur, dat deze vervolgens afdraagt aan de gemeente.

De gemeente zal de verhuur- en daarmee samenwerkingsafspraken zodanig vormgeven dat er voldoende flexibiliteit blijft bestaan. Indien de samenwerking tussen school en kinderopvangpartner in de praktijk niet het gewenste resultaat oplevert, moet het mogelijk zijn om een andere geschikte partner aan te stellen. Het uitgangspunt is dat partners een aantoonbare meerwaarde leveren aan het geheel, ten behoeve van een integrale en toekomstbestendige voorziening voor kinderen. Afspraken over exploitatie en beheer worden gemaakt en duidelijk vastgelegd tijdens de ontwerp en realisatiefase van een MFA. Bij vorming van een kindcentrum of MFA investeert de gemeente in de huisvesting van de kindpartners (of plusfuncties). De gemeente investeert transparant in de huisvesting en verkrijgt een vergoeding vanuit de maatschappelijke organisatie via het betreffende schoolbestuur op basis van een kostprijsdekkende huurafspraak. Deze huurafspraak bestaat uit een vergoeding van de kapitaallasten (rente en afschrijving) die ten gunste komt van de gemeente voor de gepleegde investering. Het deel dat bestaat uit de exploitatielasten wordt verstrekt aan het schoolbestuur die het gebouwdeel van de kindpartner verder kan exploiteren.

Zowel in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Moerdijk als in de onderwijswetgeving is opgenomen dat voor de verhuur van een (leegstaand) deel van het schoolgebouw toestemming is vereist van het college. Er wordt enkel een verhuurvergoeding gevraagd indien de gemeente een aantoonbare investering moet doen voor de kinderopvangorganisatie. Daarnaast wordt door de school een vergoeding voor de onderhouds-, beheeren exploitatielasten vastgesteld.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

12/46

2.5 Flexibiliteit, ruimtegebruik en toekomstbestendigheid Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang (bso) of door andere gebruikers na schooltijd. Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of renovatie rekening te houden met: ▪

▪

▪

De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw voor onderwijs en-/of kinderopvang. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw; Toekomstige (interne) aanpasbaarheid voor onderwijs en-/of kinderopvang. Bij planvorming wordt rekening gehouden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept, zodat grote investeringen bij aanpassing zo veel mogelijk worden beperkt, waar dat technisch en economisch haalbaar is. Bij onderdelen zoals luchtbehandeling kan volledige flexibiliteit echter begrensd zijn; De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst (gedeeltelijk of volledig) te transformeren naar een andere functie. Dit gaat niet ten koste van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang in het heden.

Maaklabs De gemeente en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar toekomstbestendige en inclusieve onderwijsvoorzieningen die aansluiten bij de ontwikkelbehoeften van leerlingen én bij de veranderende eisen van de arbeidsmarkt. In toenemende mate is er vraag naar beroepsgericht opgeleid personeel, met vaardigheden op het gebied van techniek en creatie.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Om leerlingen hier al in een vroeg stadium mee in aanraking te brengen, is in samenwerking met de onderwijsbesturen de ambitie geformuleerd om zogenoemde ‘maaklabs’ te realiseren. Dit zijn toegankelijke, inspirerende leeromgevingen waar leerlingen kunnen experimenteren, ontwerpen, onderzoeken en praktisch aan de slag kunnen met techniek en innovatie. De maaklabs worden zodanig ingericht dat ze breed inzetbaar zijn en beschikbaar voor meerdere scholen en onderwijslocaties. Ook scholen die geografisch verder van deze voorzieningen afliggen, kunnen hier gebruik van maken door bijvoorbeeld jaarlijks structurele bezoeken te plannen. Zo dragen de maaklabs bij aan gelijke kansen en een meer praktijkgerichte leeromgeving voor alle leerlingen in de regio. Op het moment is er een maaklab beschikbaar bij basisschool Aventurijn in de kern Standdaarbuiten, waarbij Meer Moerdijk zorgt voor de coördinatie. Dit streven naar maaklabs sluit aan bij NXT Moerdijk: een samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid op het Haven- en Industrieterrein Moerdijk (HIM), gericht op het realiseren van een toekomstbestendige, veerkrachtige arbeidsmarkt. In fase drie van NXT Moerdijk (vanaf 2026) wordt gestreefd naar een fysieke kennishub of hybride leeromgeving, waarin samenwerking structureel samenkomt.

Gelijkwaardigheid onderwijs en kinderopvang In kindcentra zijn onderwijs en kinderopvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest. Wanneer de kinderopvang gebruikmaakt van leegstaande ruimte binnen het schoolgebouw en door leerlingengroei uitbreiding van de school noodzakelijk wordt, hoeft de kinderopvang niet automatisch te wijken. Dit geldt onder de voorwaarde dat het college toestemming heeft gegeven voor verhuur in het gebouw aan de kinderopvang. Het is wel zo dat de kinderopvang de kapitaallasten van de noodzakelijke uitbreiding door middel van een kostprijsdekkende huur moet gaan betalen aan het schoolbestuur. Het schoolbestuur draagt deze vervolgens af aan de gemeente. Als de kinderopvang geen huur betaalt met kapitaallastvergoeding, dan moet ze wijken.

13/46

Indien het ruimtetekort structureel is en een (tijdelijke) uitbreiding benodigd is, wordt in overleg tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang gezocht naar passende en duurzame oplossingen. Wanneer (tijdelijke) uitbreiding noodzakelijk is, wordt allereerst gekeken naar bestaande leegstand in nabijgelegen maatschappelijke gebouwen binnen een straal van maximaal 2.000 meter (hemelsbreed)13. Daarbij geldt dat scholen gelijktijdig gebruik maken van maximaal twee locaties. Het uitgangspunt hierbij is dat jonge kinderen (0 tot 8 jaar) zoveel mogelijk op hun vertrouwde locatie blijven. Oudere kinderen kunnen – indien nodig – worden opgevangen op een alternatieve locatie. Dit wordt per geval zorgvuldig afgewogen. De duur van de verplaatsing speelt daarbij een belangrijke rol: tijdelijke oplossingen kunnen anders worden beoordeeld dan langdurige of structurele maatregelen.

2.6 Duurzaamheid en gezondheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) en vanuit Europese regelgeving vraagt dit van maatschappelijk vastgoed, en daarmee onderwijs, om een verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen. Op deze manier wordt de invloed van klimaatverandering op de mens en milieu zoveel mogelijk beperkt. De gemeente Moerdijk en de betrokken schoolbesturen hanteren hierin een pragmatische en nuchtere aanpak. Duurzaamheid wordt niet benaderd als doel op zich, maar als middel dat daadwerkelijk waarde toevoegt. De focus ligt daarbij op het realiseren van energiezuinige, gezonde en toekomstbestendige leeromgevingen, met een concreet streven naar het terugdringen van het energieverbruik. Vanuit de huidige wet- en regelgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is het verplicht om een bijna energieneutraal gebouw (BENG) te realiseren en ook dat dit gebouw aardgasvrij is. De gemeente Moerdijk heeft de ambitie om te gaan voor een energieneutraal gebouw (ENG) dat ook aardgasvrij is, met maximale zelfvoorzienendheid en met minimale afhankelijkheid van het net.

Dit lijkt voordelig voor schoolbesturen, maar in de praktijk dalen de exploitatiekosten niet door toenemende kosten van onderhoud, elektra en het vervangen van installaties. Voor publieke gebouwen, waaronder schoolgebouwen, wordt voor (vervangende) nieuwbouw14 vanaf 1 januari 2028 het verplicht om te voldoen aan ‘Zero Emission Building’15. De exacte definitie van een ZEB-gebouw is nog niet uitgewerkt voor de Nederlandse context. Vanwege de reikwijdte van een IHP (periode van 16 jaar) is het wel noodzakelijk om een tussentijdse werkdefinitie op te nemen om te anticiperen op deze toekomstige regelgeving. Een ZEBgebouw is op hoofdlijnen te definiëren als een ENG-gebouw dat ook aardgasvrij is, met dien verstande dat het energieverbruik ook laag moet zijn. De ZEBregelgeving stuurt op reducties van emissies door energie-efficiëntie én dat op de gebouwlocatie géén emissies uitgestoten mogen worden. ZEB gaat daarbij alleen om de gebouwgebonden energie en nog niet over de gebruikgebonden energie. Op dit moment is het advies om voor (vervangende) nieuwbouw uit te gaan van ENG en aardgasvrije gebouwen. Hieraan wordt verder het uitgangspunt toegevoegd van passiefbouwen (installatiearm bouwen) en het toepassen van energiezuinige apparatuur.

Beproefde methoden Bij het realiseren van onderwijshuisvesting worden beproefde methoden en bewezen technieken gehanteerd, waarvan de effectiviteit in de praktijk reeds is aangetoond. Potentiële duurzame alternatieven worden kritisch beoordeeld op hun daadwerkelijke impact. Daarnaast zetten we in op kennisdeling en samenwerking. Het actief uitwisselen van best practices tussen scholen, schoolbesturen en de gemeente draagt bij aan een efficiënte aanpak en versnelt de realisatie van gezamenlijke doelen.

13 Bron: Verordening onderwijshuisvesting gemeente Moerdijk.

15 De bron van deze verplichting komt voor uit de EPBD-IV (Energy Performance Building Directive 4)

Uiteindelijk zullen ook de eisen voor bestaande gebouwen en daarmee bij renovatie van toepassing zijn. Het wanneer en de eisen zijn op dit moment nog onbekend.

(EU/2024/1275) en is aangenomen in mei 2024.

14

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

14/46

Netcongestie

Overweging: koeling

Als een school in aanmerking komt voor (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie, dient rekening gehouden te worden dat een mogelijk vol elektriciteitsnet kan leiden tot het niet aan kunnen sluiten van de school op dit net. Dit vraagt om een maatwerkoplossing per project waarop in dit IHP geanticipeerd wordt door een frictiebudget op te nemen per project. Dit frictiebudget kan bijvoorbeeld ingezet worden om een grotendeels zelfvoorzienende school te bouwen met een batterij zodat een kleine aansluiting op het net kan volstaan.

Het koelen van een schoolgebouw is bij langdurige hitte een steeds groter (maatschappelijk) probleem. Door de toenemende warmte worden gebouwen zonder koeling overdag steeds warmer. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarin de lesruimte geen gezonde leer- en werkomgeving meer is. Met de opwarming en hetere aanloopperiode tot aan de zomervakantie is dit een reëel vraagstuk. ▪

Binnenklimaat Bij (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovaties van onderwijshuisvesting stellen we hoge eisen aan het binnenklimaat en gebruikscomfort. Het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen gaat in op vijf thema’s: energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor ieder thema zijn drie ambitieniveaus vastgelegd: klasse C (voldoende), klasse B (goed), klasse A (uitmuntend). Als uitgangspunt hanteren we minimaal de criteria van Klasse B op het gebied van luchtkwaliteit, temperatuur, licht en akoestiek. Waar mogelijk streven we naar Klasse A voor specifieke onderdelen. Tijdens het ontwerpproces wordt per project in overleg met betrokken partijen bepaald op welke punten een hogere ambitie haalbaar en wenselijk is. Indien blijkt dat Klasse B op bepaalde onderdelen aantoonbaar niet realiseerbaar is, kan gemotiveerd worden afgeweken naar Klasse C. Dit betreft onderdelen waarvoor in het kwaliteitskader huisvesting van Ruimte-OK is aangegeven dat Klasse C als acceptabel wordt beschouwd. Op deze manier waarborgen we een gezond, comfortabel en toekomstbestendig leerklimaat dat aansluit bij de behoeften van leerlingen en onderwijspersoneel.

Overweging: prestatieafspraken Bij het opleveren van nieuwe installaties is het aan te raden om prestatieafspraken te maken ten aanzien van (maximum) temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, maximale CO2 waardes en luchtverversing. Op deze manier zijn scholen voor een lange duur verzekerd van kwaliteit. Per project wordt gekeken op welke manier dit vorm krijgt.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

▪

Bestaande bouw: om een gebouw optimaal te koelen is het van belang om te kijken naar de ‘schil’. Wanneer de ‘schil’ van het gebouw optimaal is geïsoleerd blijft de warmte buiten het gebouw. Oplossingsrichtingen zijn: (na-)isoleren van de buitengevel, spouw en dak; Nieuwbouw: bij nieuwbouw wordt reeds rekening gehouden met de huidige isolatiewaarden. Een extra optie is het gebruikmaken van natuurlijke bouwmaterialen zoals hout.

Circulariteit en restwaarde Door circulair te (ver)bouwen minimaliseren we de milieu-impact, optimaliseren we het materiaalgebruik en behouden we waarde van het bouwwerk. Hiermee dragen we bij aan de duurzame ambitie. Het gaat om de circulariteit van een gebouw en het hergebruiken van grondstoffen. Dat is nu niet direct aan de orde maar op termijn als het gebouw aangepast wordt qua functie of geamoveerd gaat worden. Om te kunnen werken/denken met een restwaarde is het dan nodig dat de grondstoffen ook echt gebruikt kunnen worden. Het gaat dan om het uit elkaar kunnen halen van een gebouw. De ambitie is het realiseren van (gedeeltelijk) circulaire gebouwen, daar waar dit kostenneutraal uitgevoerd kan worden. De financiële verordening van de gemeente Moerdijk hanteert als uitgangspunt dat er geen rekening wordt gehouden met restwaarde, maar laat wel ruimte om bijvoorbeeld in het geval van circulair bouwen onderbouwd een verwachte restwaarde van de investering op te nemen in het raadsvoorstel van de betreffende kredietaanvraag.

15/46

TCO-benadering De kosten van een gebouw bestaan niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: de instandhouding, een school bestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownership’ (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Materialen, installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn maar minder onderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder blijken. Hierbij valt te denken aan onderhoudsvrije vloeren of installaties die lagere energiekosten hebben. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar gebouwen en hun levensloop. Op projectniveau moeten hiervoor keuzes worden gemaakt. Als bij een project dat voortkomt uit het IHP een haalbaarheidsonderzoek gedaan wordt, zal TCO in dit onderzoek worden meegenomen. Dit haalbaarheidsonderzoek kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur, passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol16. Watersystemen Een opkomende ontwikkeling is het gebruik van regenwateropvangsystemen en grijswatersystemen om onder andere toiletten op scholen door te spoelen.

Dit vermindert het drinkwaterverbruik, verlaagt exploitatiekosten en ontlast het lokale watersysteem, vooral bij droogte. De aanleg hiervan brengt doorgaans meerkosten met zich mee. Per project bekijken gemeente en schoolbestuur samen of zo’n systeem haalbaar is en wat het betekent voor de investering en exploitatie.

16 Het accountantsprotocol is de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te

voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

referentiekader, de controle op de jaarrekening, het onderzoek naar de bekostigingsgegevens en de gewenste accountantsproducten (www.onderwijsinspectie.nl/onderwijsaccountantsprotocol 2023).

16/46

3. Type maatregelen IHP Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: 1. 2.

3. 4.

(Vervangende) nieuwbouw; Renovatie a. 40 jaar levensduurverlengend b. 25 jaar levensduurverlengend; In stand houden; Afstoten.

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen. Normbedragen onderwijshuisvesting De normbedragen die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert voor onderwijshuisvesting sluiten al geruime tijd niet meer aan op de actuele bouwprijzen. Om dit knelpunt te ondervangen, is in dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) bewust gekozen voor het hanteren van realistische, marktconforme bouwprijzen. Er wordt aangesloten bij de kengetallen vanuit het Kwaliteitshandboek Onderwijshuisvesting van Ruimte-OK. In de financiële doorrekening is daar rekening mee gehouden. Deze getallen worden jaarlijks geactualiseerd door Ruimte-OK.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Gemeente en schoolbestuur gaan bij elk project in gesprek over het perspectief van het bestaande gebouw. Afhankelijk van het perspectief van het gebouw maken gemeente en schoolbestuur maatwerkafspraken over de staat van onderhoud en hoe het gebouw teruggeleverd gaat worden om efficiënte inzet van publieke middelen te waarborgen.

Maatregel 1: (Vervangende) Nieuwbouw Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw met een levensduur van 40 jaar. Spelregels IHP – (vervangende) nieuwbouw Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ Een haalbaarheidsonderzoek dient aan te tonen of nieuwbouw een beter alternatief is voor levensduurverlengende renovatie (als daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context); ▪ Het haalbaarheidsonderzoek wordt in gezamenlijkheid door gemeente en schoolbestuur uitgevoerd om eenzijdige sturing te voorkomen; ▪ De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van ENG, en minimaal Frisse Scholen klasse B. Per project wordt gekeken of en op welke wijze hogere duurzaamheidsambities worden gerealiseerd. Voor het budget wordt uitgegaan van realistische investeringsbedragen; ▪ Het schoolbestuur kan bijdragen om hogere duurzaamheidsambities te realiseren; ▪ Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd; ▪ Een haalbaarheidsonderzoek, met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol), moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen haalbaar zijn.

Het opstellen van dit haalbaarheidsonderzoek is onderdeel van het bouwproces;

17/46

Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten. Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente; ▪ Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn; ▪ De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget; ▪ Voor de stap van BENG naar ENG wordt € 150,- per m2 bvo aan extra bekostiging toegekend; ▪ Het frictiebudget dat beschikbaar wordt gesteld voor netcongestie bedraagt € 200.000,-. Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG, dan wordt er gestreefd naar minimaal BENG. ▪

Maatregel 2: Levensduurverlengende renovatie Voor levensduurverlengde renovatie gelden twee varianten. Deze zijn: ▪ ▪

2A: Levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar. 2B: Levensduurverlengende renovatie met een scope van 25 jaar.

2A: levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd, met als doel de levensduur met minstens 40 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen volgens de vereisten van minimaal Frisse Scholen klasse B. Omdat levensduurverlengende renovatie als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd, worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪

Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept); Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; Ruimtelijke staat; Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie ENG).

Spelregels IHP - levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar ▪

▪ ▪ ▪

▪

Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context; De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt; De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw; Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduurverlengende renovatie als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor levensduurverlengende renovatie vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een levensduurverlengende renovatie bekostigd kan worden; In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit. ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen. ─ Het gebouw heeft een hoge boekwaarde. ─ De exploitatie vormt geen probleem. ─ Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen. ─ Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren.

─ Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst).

18/46

Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen en dat een school van maximaal 2 locaties tegelijkertijd gebruik maakt. ─ Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. ─ De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget. ▪ Het frictiebudget dat beschikbaar wordt gesteld voor netcongestie bedraagt € 200.000,-. In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog zes spelregels van toepassing: ─

▪

▪

▪ ▪

▪ ▪

Als er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; Er zijn argumenten om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw (bijvoorbeeld bij het behoud van de fundering om de CO2-uitstoot te beperken. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die volgens de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt; Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept; Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten. Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente; Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses); Aandacht voor de klimaateffecten. Wetgeving rond levensduurverlengde renovatie

2A: levensduurverlengende renovatie met een scope van 25 jaar In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlenging van 25 jaar passend zijn. Deze renovatie geeft dan precies de impuls die de school nodig heeft om in stand te blijven. Spelregels IHP - levensduurverlengende renovatie met een scope van 25 jaar ▪ Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren; ▪ De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen; ▪ Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget; ▪ Als de gemeente investeert in kinderopvangruimte, vraagt het schoolbestuur aan de kinderopvangorganisatie een huurvergoeding die gebaseerd is op de gemeentelijke kapitaallasten.

Het schoolbestuur betaalt deze vergoeding vervolgens aan de gemeente; ▪ Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd; ▪ De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep; ▪ De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.

Voor renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze nog in 2026 in werking gaat. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor renovatie.

2240320/20251204vm | www.icsadviseurs.nl

19/46

Overweging Het verduurzamen enkel uit te voeren in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden of renovatie. Door deze combinatie kan efficiency bereikt worden in de uitvoering van de werkzaamheden. Bij investeren in verduurzamen is het noodzakelijk dat het gebouw nog een aanzienlijke periode in gebruik blijft of dat het gebouw courant is waardoor de investering ook interessant is bij toekomstige herbestemming.

Maatregel 3: In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij een deel van de ontvangen normatieve lumpsum-bekostiging in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=11b4f64a-1eed-405c-9c96-6c8f89d39b8a