CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Schansdijk 3a Zevenbergen - Toelichting

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Schansdijk 3A Zevenbergen19.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Schansdijk 3a Zevenbergen Ontwerp

Bestemmingsplan ‘Schansdijk 3a Zevenbergen’ Toelichting

gemeente Moerdijk ontwerp versiedatum 2 - 11 - 2023 NL.IMRO.1709.BPZB-Schansdijk3a-BP30

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.

Inleiding.................................................................................................................... 3

1.1.

Aanleiding ...................................................................................................................... 3

1.2.

Ligging plangebied ......................................................................................................... 3

1.3.

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................... 5

1.4.

Leeswijzer ...................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2.

Gebieds- en projectprofiel ........................................................................................ 6

2.1.

Gebiedsbeschrijving ....................................................................................................... 6

2.2.

Planbeschrijving ............................................................................................................. 7

Hoofdstuk 3.

Beleidskader ........................................................................................................... 10

3.1.

Rijksbeleid .................................................................................................................... 10

3.2.

Provinciaal beleid ......................................................................................................... 14

3.3.

Gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 20

Hoofdstuk 4.

Onderzoek .............................................................................................................. 32

4.1.

Erfgoed ......................................................................................................................... 32

4.2.

Water ........................................................................................................................... 34

4.3.

Natuur .......................................................................................................................... 38

4.4.

Landschappelijk inpassingsplan ................................................................................... 42

4.5.

Verkeer en parkeren .................................................................................................... 45

4.6.

Kabels en leidingen ...................................................................................................... 47

4.7.

Bodem- en grondwaterkwaliteit .................................................................................. 48

4.8.

Geluid ........................................................................................................................... 49

4.9.

Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 52

4.10.

Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 54

4.11.

Externe veiligheid ........................................................................................................ 55

4.12.

Explosieven .................................................................................................................. 58

4.13.

M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 59

Hoofdstuk 5.

Uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 61

5.1.

Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................... 61

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 62

Hoofdstuk 6.

Juridische planbeschrijving ..................................................................................... 63

6.1.

Onderdelen bestemmingsplan .................................................................................... 63

6.2.

Toelichting op de verbeelding ..................................................................................... 63

6.3.

Toelichting op de regels ............................................................................................... 64

2

Hoofdstuk 1. 1.1.

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens een tweetal appartementengebouwen te realiseren aan de Schansdijk 3a te Zevenbergen. Om deze nieuwbouw te realiseren wordt de huidige bebouwing in de vorm van een restaurant en bedrijfswoning gesloopt (circa 715 m²). Het gaat om 36 wooneenheden in de vorm van appartementen met een parkeergarage. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’. Om het initiatief realiseerbaar te maken is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Het bestemmingsplan ‘Schansdijk 3a Zevenbergen’ bestaat uit een verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2.

Ligging plangebied

Topografische kaart (het plangebied is rood omlijnd)

De beoogde ontwikkeling is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern Zevenbergen in de gemeente Moerdijk. Officieel ligt de locatie buiten de bebouwde kom. Het plangebied is

3

gelegen aan de Schansdijk en ten westen van het kanaal Roode Vaart. De bebouwde kom van Zevenbergen ligt ten westen en ten zuiden van het plangebied. Bedrijventerrein De Koekoek ligt aan de andere kant van het kanaal. Ten noorden van de locatie is een hotel gelegen. Ten zuiden is recentelijk een bestemmingsplan vastgesteld ter realisatie van een kantoor, met ondergeschikt een laboratorium. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.480 m². Dit betreffen de kadastrale percelen L6828, L1259, L3942 en L6831.

Topografische kaart met kadastrale ondergrond

Luchtfoto 2020 van planlocatie vanuit het zuiden

4

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Moerdijk”, dat is vastgesteld op 1 maart 2018. Het plangebied heeft daarin de bestemming ‘Horeca’ en de functieaanduiding ‘hotel’. Deze gronden zijn bestemd voor een hotel-restaurant met daarbij behorende parkeer-, groen-, watervoorzieningen, erven en tuinen. In de bouwregels is bepaald dat een maximum bebouwd oppervlakte van 750 m² is toegestaan. In het westen van het plangebied geldt daarnaast de dubbelbestemming ‘Leiding - Riool’. Ter plaatse is namelijk een persrioolleiding aanwezig. Op deze gronden mag niet worden gebouwd.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’

Het bestemmingsplan laat de ontwikkeling van appartementengebouwen niet toe. Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om het plan alsnog mogelijk te maken. Om het beoogde initiatief te kunnen realiseren is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.

1.4.

Leeswijzer

Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de plantontwikkeling nauwkeurig beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders van overheden voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven. Hierna volgen de bijlagen bij de toelichting.

5

Hoofdstuk 2. 2.1.

Gebieds- en projectprofiel

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied is gelegen in het buitengebied aan de rand van de kern Zevenbergen. Deze kern telt circa 14.000 inwoners. De kern is gelegen aan kanaal de Roode Vaart en die mond ten zuiden van de kern uit in rivier de Mark. Het kanaal is in het centrum van het dorp gedempt, maar stroomt via een zijtak richting de Mark. Zevenbergen ligt enkele kilometers ten zuiden van industrieterrein Moerdijk en de A17.

Luchtfoto van plangebied en omgeving (genomen vanuit noorden)

De planlocatie ligt op een locatie naast de Provinciale Rondweg N285, kanaal de Roode Vaart en de Schansdijk. Aan de west- en zuidzijde grenst het plangebied aan openbare wegen (N285 en Schansdijk). Aan de oostzijde zijn moestuinen gesitueerd. Ten noorden van het plangebied is een hotel gevestigd. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een restaurant en bedrijfswoning met bijbehorende voorzieningen zoals een parkeerterrein, tuinen, een terras/serre en opritten. De opritten (één voor de bedrijfswoning en één voor het restaurant en hotel) zijn gesitueerd aan de Schansdijk.

6

2.2.

Planbeschrijving

Het planvoornemen omvat de realisatie van twee appartementengebouwen na de sloop van alle huidige bebouwing (circa 715 m²) in het plangebied. Het programma bestaat uit de realisatie van 36 wooneenheden in de vorm van ruime en gelijkvloerse appartementen. Er zijn twee typen voorzien, namelijk één type van circa 110-120 m² bvo en het ander type is circa 95-105 m² bvo. Het appartementencomplex krijgt inpandige parkeerplaatsen die gelegen zijn op het maaiveld.

Situatieschets toekomstige situatie

Eén appartementengebouw omvat 5 bouwlagen (circa 18 meter) en één appartementengebouw omvat 4 bouwlagen (circa 15 meter), exclusief de parkeergarage op de begane grond. Zo ontstaat er vanuit een stedenbouwkundig oogpunt een geleidelijke overgang van enerzijds het hotel (10 meter hoogte), de woningen aan de overzijde van de N285 (8 meter hoogte) en het toekomstige kantoorgebouw met ondergeschikt laboratorium (17,5 meter hoogte).

3D-schets bouwhoogten (beoogde appartementen resp. 18m en 15m)

7

Beoogd is om de twee huidige inritten te verwijderen en één nieuwe inrit toe te voegen ten oosten van de huidige inrit naar het restaurant en hotel. De nieuwe inrit wordt hierdoor dubbel gebruikt, voor zowel de nieuwe appartementen als het hotel. Beoogd is ook op maaiveld enkele parkeerplaatsen te realiseren, die via de inrit en/of parkeergarage te zijn bereiken. In paragraaf 4.4 is nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.

Impressiebeeld inrit (ter referentie; niet definitief)

Vanuit architectonisch en stedenbouwkundig oogpunt is ervoor gekozen twee bouwvolumes te realiseren om een groene binnenzone te realiseren. Op deze manier ontstaat er een huiselijke en groene ruimte voor de toekomstige bewoners van de appartementen ondanks het stedelijke karakter van de volumes. Daarnaast is ervoor gekozen de randen van de appartementen rond te maken, om op die manier een bepaalde verzachting toe te passen in het stedenbouwkundige beeld. Ook bij de materialisatie wordt rekening gehouden met bovengenoemde aspecten.

3D-schetsbeeld toekomstige situatie met groene binnenzone (ter referentie, niet definitief)

8

Beoogd wordt om natuurinclusief te bouwen. Natuurinclusief bouwen betekent dat bij de verschillende bouwonderdelen rekening wordt gehouden met o.a. de aspecten gezondere leefomgeving, klimaatadaptief en meer biodiversiteit. In paragraaf 4.3 is hier nader op ingegaan.

Voorbeelden natuurinclusief bouwen

Ook wordt de nieuwbouw landschappelijk ingepast conform de beleidsvereisten van de provincie Noord-Brabant. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd en in paragraaf 4.4 met meer detail toegelicht. Een landschappelijk inpassingsplan is benodigd om de kwaliteit van het buitengebied te waarborgen. Landschappelijke inpassing wordt onder andere toegepast door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, laanbeplanting en een groene haag langs de N285, een groen binnenterrein met o.a. vruchtdragende bomen en heesters en het toepassen van grasbetontegels als verharding onder parkeerplaatsen. De gevels van de toekomstige gebouwen worden doof uitgevoerd, vanwege de hoge geluidbelasting op de gevels door weg- en industrielawaai. Als de N285 wordt afgeschaald dan zijn deze maatregelen niet meer nodig. Dit bestemmingsplan bevat een regeling om van de eis van dove gevels af te wijken indien dit vanwege de afschaling mogelijk is. In paragraaf 4.7 is hier nader op ingegaan.

9

Hoofdstuk 3. 3.1.

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling plan In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland.

In het Programma Woningbouw is de aanpak beschreven om de woningbouwopgave te versnellen met als doel de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030 en het bereiken van 100.000 nieuwe woningen per jaar in deze kabinetsperiode. Het programma Woningbouw valt onder de Nationale Woon- en Bouwagenda. Beoordeling plan Met dit plan wordt een bijdrage gedaan aan het realiseren van meer woningen en het vergroten van het aanbod op lokaal niveau en in lijn met de lokale vraag. Daarmee past het plan binnen het beleidskader van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Ladder voor duurzame verstedelijking Het belang van duurzame verstedelijking komt voort uit de NOVI. Dit belang is in het Besluit ruimtelijke ordening verankerd. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling;

10

b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 36 wooneenheden. In het kader van het Bro is hierdoor sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. In het navolgende wordt daarom ingegaan op het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ en de ‘behoefte’ aan deze ontwikkeling. Daarnaast is er gekeken naar de ‘regionale afspraken’ die zijn gemaakt. Als laatst volgt de conclusie van deze beoordeling. Bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijke gebied (BSG) is extra motivering vereist. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het perceel ligt in het buitengebied en is aan de noord, west- en zuidkant omsloten is door respectievelijk een hotel, een toekomstig een kantoor (met ondergeschikt een laboratorium) en woningbouw (kern Zevenbergen). Het perceel vormt daarmee een onderdeel van het uitloopgebied van het bestaand stedelijk gebied.

Momenteel geldt op de beoogde locatie reeds een horecabestemming en is er sprake van een bestaand gebouw in de vorm van een restaurant en bedrijfswoning. Door de ligging en de bestaande bebouwing, kan het plangebied worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat in dit geval niet gemotiveerd hoeft te worden waarom de ontwikkeling niet elders binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Behoefte Stec Groep heeft voor dit project een marktonderzoek uitgevoerd. In het marktonderzoek is onderzocht wat de lokale woningbehoefte is en welke lokale kwalitatieve voorkeuren er zijn. Het marktonderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De belangrijkste resultaten die van belang zijn voor de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden hieronder kort toegelicht. De potentiële vraagdruk is gebaseerd op de omvang, verwachte verhuisdynamiek en de toe- en afname door demografische ontwikkeling van huishoudens in de periode 2021-2026 met een doorkijk naar 2031. Deze methodiek geeft een benadering van de totale vraagdruk vanuit kansrijke doelgroepen. Op basis van de analyses en de ligging van het project is getaxeerd dat vooral de suburbaan georiënteerde doelgroepen het meest kansrijk zijn voor dit project. Hiervan heeft een groot deel de voorkeur aan een appartement, waaronder ook kleinstedelijke milieus.

Hierbij gaat het primair om alleenstaanden en stellen. Ook bied het project kansen voor oudere doelgroepen met een meer landelijke oriëntatie die zoeken naar een nultredenwoning. De potentiële lokale vraag naar appartementen vanuit de benoemde kansrijke doelgroepen wordt ingeschat op circa 100 tot 220 appartementen per jaar. Het grootste deel van deze vraag

11

is afkomstig van suburbane oudere plushuishoudens: zo’n 70 tot 110 appartementen per jaar. Voor de doelgroep alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar wordt een vraag geconstateerd van circa 20 tot 40 appartementen per jaar. Het gaat hier nadrukkelijk om de totale vraagdruk vanuit huishoudensgroei en verhuizingen. Een deel van deze huishoudens laat een woning achter. Naast de twee benoemde potentiële doelgroepen worden lokale jonge huishoudens tot 35 jaar ook als kansrijk gezien. Dit komt met name door de relatief hoge verhuisbereidheid binnen deze groep. Het gaat om een potentiële jaarlijkse vraag van 10 tot 30 appartementen in de koop of vrijehuursector. Ook is het planvoornemen afgezet tegen de actuele harde plancapaciteit (2021). In gemeente Moerdijk gaat het om zo’n 700 woningen. Afgezet tegen de huishoudensontwikkeling de komende 10 jaar (circa 900 huishoudens erbij) resteert er daarmee nog ruimte om dit beoogd woningbouwplan te realiseren. Door deze ontwikkeling wordt circa 10% tot 20% van deze vraag opgelost. Regionale afspraken In de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020, is een prognose gegeven van de woningbehoefte voor de komende jaren op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

Ook is in het regionale ‘Perspectief op wonen en woningbouw voor West-Brabant West 2021’ per gemeente de woningbehoefte en woningopgave onderzocht en geanalyseerd. Op basis van deze provinciale onderzoeken geldt voor de gemeente Moerdijk in de periode 2020-2030 een uitbreidingsbehoefte prognose van 1.365 woningen. De bevolkingsgroei binnen de gemeente is toe te schrijven aan het vestigen van mensen buiten de gemeente en de groei van het aantal oudere eenpersoonshuishoudens. Het Woningbehoefteonderzoek van de gemeente Moerdijk (2020) laat een toenemende woningbehoefte zien in de periode tot 2030. De woningbehoefte neemt in alle segmenten en in alle kernen toe. De vraag naar koopappartementen is met name afkomstig van huishoudens die ouder worden en nadenken over een wat kleinere woning waarin zij comfortabel oud kunnen worden maar ook vestigers van buiten de gemeente richten zich op deze type woningen. Plannen voor appartementen, zowel in de huursector als in de koopsector, sluit aan bij de behoefteontwikkeling. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor het realiseren van maximaal 36 woningen. Het plan past binnen de woningbouwafspraken zoals deze in regionaal verband zijn gemaakt en binnen de woningbehoefte zoals genoemd in de regionale Perspectief op wonen en woningbouw voor West-Brabant West.

Conclusie Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er behoefte is voor deze ontwikkeling, zowel kwantitatief als kwalitatief. Omdat het planvoornemen binnen bestaand gebied wordt gerealiseerd is een motivering zoals genoemd in de inleiding onder sub b niet benodigd. Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan derhalve worden voldaan.

12

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen:  Rijksvaarwegen;  Project Mainportontwikkeling Rotterdam;  Kustfundament;  Grote rivieren;  Waddenzee en waddengebied;  Defensie;  Hoofdwegen en landelijke spoorwegen;  Elektriciteitsvoorziening;  Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;  Natuurnetwerk Nederland;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte);  Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde;  Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Beoordeling plan Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan.

13

3.2.

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende planMER vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant. Deze ‘Brabantse Omgevingsvisie’ is opgesteld met het oog op de naderende invoering van de Omgevingswet, waarin onder andere het instrument structuurvisie wordt vervangen door het instrument omgevingsvisie. De achterliggende doelen van de Omgevingswet komen dan ook terug in de Brabantse Omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie wordt de ambitie voor de Brabantse leefomgeving tot 2050 geformuleerd. Daarbij worden ook tussendoelen gesteld voor wat de provincie in 2030 voor elkaar wil hebben om de ambitie voor 2050 te kunnen verwezenlijken. Tot slot geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Draagvlak en draagkracht zijn daarbij belangrijke begrippen. In de omgevingsvisie worden één basisopgave en vier hoofdopgaven uitgewerkt in een langetermijnvisie (2050) en middellange termijn doelstellingen (2030):  Basisopgave: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit;  Hoofdopgaven: o Werken aan de Brabantse energietransitie; o Werken aan een klimaatproof Brabant; o Werken aan de slimme netwerkstad; o Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Het beleid uit de Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in programma’s en bindende regels de Interim Omgevingsverordening. De programma’s bevatten vooral concrete maatregelen die zelfbindend zijn voor de provincie. De interim omgevingsverordening bevat bindende regels voor lagere overheden en burgers. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening (geldig sinds 15 april 2022) hierna benoemd als Iov. In de lov zijn veel wijzigingen vanuit de Omgevingsvisie doorgevoerd zodat het aansluit op de naderende Omgevingswet. Het hoofddoel van de lov is een aantal urgente onderwerpen over de fysieke leefomgeving uit de Omgevingsverordening alvast beleidsneutraal samen te voegen. De onderwerpen die van toepassing zijn hebben betrekking op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. Om de lov te laten aansluiten op de Omgevingswet is er gebruik gemaakt van de doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de lov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen de doelgroepen burgers en bedrijven, gemeente, waterschappen, gedeputeerde staten, en faunabeheer en beheer waterwegen. Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de bepalingen uit hoofdstuk 3 (Instructieregels aan gemeenten) van belang.

Hieronder volgt de omschrijving van de betreffende artikelen en de beoordeling voor dit plan.

14

Instructieregels aan gemeenten (lov H3) De doel van de instructieregels aan gemeente is dat de gemeenteraad de opgenomen voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De instructieregels zijn ook van toepassing op de in de artikel genoemde andere planologische besluiten. Hierbij geldt naast een aantal voorwaarden in de wet ook de voorwaarde van een goede ruimtelijke ordening. Goede ruimtelijke ordening bevat diverse aspecten zoals dat gemeente zich houden aan het eigen beleid en de door hen gemaakte afspraken. Gemeenten moeten hierbij ook de provinciale belangen laten meewegen. Hieronder worden de paragraven uit dit hoofdstuk, die van belang zijn voor dit bestemmingsplan verder toegelicht. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (§ 3.1.2) Deze paragraaf heeft betrekking op vijf verschillende artikelen die van belang zijn voor dit bestemmingsplan met betrekking tot een evenwichtige toedeling van functies. Hierbij moet er rekening worden gehouden met zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, lagenbenadering, meerwaardecreatie en kwaliteitsverbetering landschap. De artikelen en de wijze waarop deze in het bestemmingsplan terug komen worden hieronder voor de volledigheid beknopt omschreven. 3.2.2.1.

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (Artikel 3.5) Hiermee wil de provincie de omgevingskwaliteit in Brabant bevorderen. Dit betekent dat een bepaalde bestemming pas mag worden toegekend als er sprake is van een goede omgevingskwaliteit in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. De zorgplicht is opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten zoals verwoord in de Omgevingswet. Hierbij gaat het om het beschermen van waarden en het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. Voor een goede omgevingskwaliteit is een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Omdat sprake is van een plan in het buitengebied is in het kader van de meerwaardecreatie ook kwaliteitsverbetering landschap van toepassing. Deze vier aspecten komen achtereenvolgend hierna aan bod. 1. Zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Het doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.

Door het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving wordt er bijgedragen aan het behoud van openheid en kwaliteit van het buitengebied maar ook door hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel het stedelijk als landelijkgebied. Beoordeling plan Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake. De ontwikkeling maakt gebruik van een bestaand bouwperceel binnen het werkingsgebied ‘Verdelijking afweegbaar’. Ook is daarbij toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking en past de ontwikkeling binnen regionale afspraken.

15

2. Toepassing van de lagenbenadering (Artikel 3.7) De lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het is hierbij van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar zit en te kijken naar alle lagen. Ieder laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. De betreffende lagen zijn:  de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;  de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.  de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Beoordeling plan Alle aspecten van de lagenbenadering komen terug in deze toelichting van het bestemmingsplan. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende waarden en thema’s binnen verschillende lagen (zie hoofdstuk 4 Onderzoek). Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen voor dit plan zijn en dat het plan voorziet in een veilig en goed woon- en leefklimaat.

Bovendien moet worden opgemerkt dat in de toelichting van de Iov is gesteld dat gebieden die als ‘Verstedelijking afweegbaar’ zijn aangeduid, in verleden op basis van de lagenbenadering zijn aangewezen als gebieden waar verstedelijking in potentie mogelijk is. Doordat gebruik wordt gemaakt van een bestaand bouwperceel binnen dat werkingsgebied, wordt geen afbreuk gedaan aan omgevingskwaliteiten en -waarden van het omliggende landelijk gebied. Ten slotte moet worden opgemerkt dat dit gebied in de Structuurvisie Moerdijk 2030 is aangewezen voor ‘Revitalisering en transformatie’. Gemeente Moerdijk geeft in de structuurvisie aan dat transformatie van bedrijventerreinen en gemengde gebieden vooral op een aantal specifieke locaties plaats dienen te hebben, waaronder langs de beide oevers van de Roode Vaart waar het plangebied van dit bestemmingsplan is gelegen (zie paragraaf 3.3.1). De ontwikkeling past dan ook binnen de gewenste ontwikkelingsrichting voor dit gebied. 3. Meerwaardecreatie (Artikel 3.8) Door nieuwe ontwikkelingen van meerdere kanten te bekijken ontstaat er een meerwaarde voor Brabant. Door rekening te houden met de plek van de ontwikkeling kunnen we urgente kwesties aan andere opgave koppelen, rekening houdend met de unieke identiteit en de landschappelijke kwaliteit van een gebied.

Hierbij moet er rekening worden gehouden met:  People: wat betekent het initiatief voor de gemeenschap in termen van veiligheid en gezondheid, sociale samenhang (sociale inclusiviteit) en kwaliteit van de leefomgeving? Hebben mensen profijt van het initiatief in hun omgeving?  Planet: hoe draagt het initiatief bij aan meer circulariteit en daarmee volhoudbaarheid van onze leefomgeving (minder energiegrondstofverspilling, minder klimaatbelasting)?  Profit: wat levert het op voor een economisch sterke (top)positie van Brabant?

16

Beoordeling plan De meerwaarde van het project zit in de bijdrage die het levert aan meerdere relevante thema’s /ontwikkelingen. Zoals in paragraaf 3.1.3 van deze toelichting is gemotiveerd, draagt het plan bij aan de actuele woningbehoefte. De woningen worden gerealiseerd op een bestaand bouwperceel aan de rand van Zevenbergen. Bestaande bebouwing maakt ruimte voor twee nieuwe en kwalitatief hoogwaardige gebouwen, die voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen en stedenbouwkundig aansluiten bij de nieuwbouw aan de overzijde van de Schansdijk. Op die manier ontstaat een fraaie entree van Zevenbergen en vormt dit project, samen met het in aanbouw zijnde gebouw aan de overzijde van de Schansdijk, de eerste aanzet naar revitalisering en transformatie van de westelijke oever van de Roode Vaart tussen de huidige N285, Roode Vaart en de toekomstige Noordelijke Randweg Zevenbergen. Kwaliteitsverbetering landschap (Artikel 3.9) Om een goede omgevingskwaliteit te bereiken geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan gesitueerd in het landelijk gebied moet voldoen aan deze regeling. Omdat de locatie van dit bestemmingsplan gelegen is in het buitengebied moet er een goed landschappelijke inpassingsplan worden opgesteld.

Om gemeente te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Het is hierbij van belang dat er wordt aangegeven welke maatregelen passen bij het aanwezige landschapstype en door te verwijzen naar een landschapsplan of gemeentelijke structuurvisie waarin de landschapsdoelen zijn opgenomen. Ook is het nodig dat de kwaliteitsverbetering van het landschap in het bestemmingsplan geborgd worden. Beoordeling plan Omdat de locatie is gelegen in het buitengebied moet er worden voldaan aan een goede landschappelijke inpassing. Hierbij is gebruik gemaakt van het ‘Afsprakenkader kwaliteitsverbetering van het landschap’. De locatie betreft een categorie 2 ontwikkeling. Het perceel wordt landschappelijk ingepast, beheerd en in stand gehouden conform het landschappelijke inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan. Daarnaast wordt een financiële bijdrage gedaan in het gemeentelijk landschapsfonds, gestoeld op 1% van de gronduitgifteprijs. In paragraaf 4.4 is het landschapsplan in meer detail beschreven. 3.2.2.2. Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit (§ 3.5) Met dit bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt in het buitengebied.

In artikel 3.42 van de Iov is bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, binnen ‘Stedelijk gebied’ dient te liggen. Van deze bepaling kan met behulp van artikel 3.43 worden afgeweken als de beoogde locatie is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’, zoals in deze situatie het geval is (zie de kaart op de volgende pagina). Artikel 3.43 maakt het mogelijk om, wanneer er vanuit kwaliteit of kwantiteit in bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar te realiseren. Deze gebieden zijn in het verleden na

17

toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar –onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Indien daarbij nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Hierna is de ontwikkeling getoetst aan achtereenvolgens artikel 3.43 en paragraaf 3.1.2 van de Iov. De motivering van het plan is cursief weergegeven.

Uitsnede Interim omgevingsverordening: Verstedelijking afweegbaar

Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar (Artikel 3.43) In afwijking van Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: Conform artikel 1.1 (Begripsbepaling) van de Iov wordt onder nieuwvestiging verstaan: “vestiging op een locatie waar ingevolge het geldende omgevingsplan geen bebouwing of bedrijfsfunctie is toegestaan;”. Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt op een bestaand bouwperceel, is het de vraag of sprake is van ‘nieuwvestiging’ in de zin van de Iov. Niettemin is sprake van de ‘vestiging’ van een nieuwe functie op dit bouwperceel, namelijk de functie wonen. Omdat het bouwperceel binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ ligt, is het mogelijk om op basis van artikel 3.43 de vestiging van de functie wonen op dit bestaande bouwperceel mogelijk te maken. Dat daarbij geen nieuw ruimtebeslag nodig is maar gebruik wordt gemaakt van een bestaand bouwperceel, draagt bij aan een duurzame ontwikkeling. Hieronder volgt een omschrijving van de afwijkende regels en de beoordeling van het plan.

a) binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; Binnen stedelijk gebied is op dit moment onvoldoende ruimte om een woningbouwontwikkeling als deze te kunnen realiseren. Enerzijds is er geen vrije ruimte beschikbaar waar een ontwikkeling als deze mogelijk of wenselijk zou zijn, anderzijds is er binnen stedelijk gebied nauwelijks leegstand vastgoed voor handen (buiten de leegstand op bedrijventerreinen en de frictieleegstand in het centrumgebied die nodig is voor een goed

18

functioneren van de markt), die voor deze ontwikkeling kan worden ingezet. Dat blijkt uit actuele gegevens van makelaarswebsites zoals Funda in Business, VBO en lokale makelaars. b) transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; Zoals onder a al is gemotiveerd is er geen cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstand vastgoed beschikbaar om deze ontwikkeling te realiseren. Het voormalige complex van de suikerfabriek in Zevenbergen bestaat uit een aantal gebouwen en kan worden beschouwd als een belangrijke representant van het industrieel erfgoed van de stad. In het kader van het ontwikkelen van een gebiedsvisie is speciaal ingezoomd op de mogelijkheden die één van de gebouwen, het voormalige ketelhuis, zou kunnen bieden om in deze ontwikkeling een voortrekkersrol te gaan vervullen. Daarbij wordt gedacht aan een programma van activiteiten onder het thema Food, Ambacht (doe-dingen) en een speciale plek zal er moeten zijn voor mensen die op afstand staan van de arbeidsmarkt. Om hier nieuwe functies mogelijk te maken zullen eerst veel klimatologische/bouwfysische problemen moeten worden opgelost. Voorliggend programma betreft wonen en is vanwege bouwtechnische beperkingen niet uitvoerbaar en onhaalbaar op deze locatie. De transformatie van het voormalige complex van de suikerfabriek is dan ook niet haalbaar.

Daarnaast is er geen geschikt leegstaand vastgoed elders in de gemeente aanwezig dat beschikbaar is voor het beoogde programma en bijbehorende doelgroep zoals deze uit het marktonderzoek als kansrijk is gekomen. Wel wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’. c) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Het plan past binnen de gemaakte regionale afspraken, zoals ook in paragraaf 3.1.4 is beschreven. d) de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Bij de inrichting is rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten, zoals ook op navolgende afbeelding is weergegeven. Met het planvoornemen wordt een bestaand bouwperceel op een andere wijze bebouwd met veel oog voor de omgeving. De bouwhoogtes zijn op de omgeving afgestemd. Ook de volumes zijn in overeenstemming met de omgeving. Daarnaast zal het pand met veel groen worden landschappelijk ingepast in de omgeving en met inachtneming van natuurinclusief bouwen (o.a. met gebouwgebonden groen).

De landschappelijke inpassing komt tot stand door het toepassen van natuurvriendelijke overs en het toepassen van grasbetontegels als parkeerplaatsen, met tussenliggende bomen. De zogenaamde ‘binnenwereld’ (circa 927 m²) wordt voorzien van veel groen, zodat er sprake is van een groene binnentuin. Deze staat in verbinding met de naastgelegen volkstuinen, zodat op deze wijze naast een stedelijke verbinding ook een landschappelijke/groene verbinding ontstaat. De landschappelijke inpassing is als bijlage 12 bij deze toelichting gevoegd.

19

3.2.2.3. Overige instructieregels Overige instructieregels zijn voor dit plan niet relevant. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Interim omgevingsverordening. De conclusie is dat er kan worden voldaan aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3.

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Moerdijk 2030 De structuurvisie “Moerdijk 2030”, vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juni 2011, is een integrale visie die inspeelt op de ontwikkeling van de beide werelden van Moerdijk: het grootschalige (inter-)nationale Moerdijk enerzijds en het ruime, rustige, agrarische Moerdijk met een veel kleinschaliger karakter anderzijds. De visie beoogt ook deze twee werelden samen te brengen zodat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. Daarnaast vormt de structuurvisie een ruimtelijk afwegingskader voor toekomstige gemeentelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en exploitatieplannen. De visie vormt de basis voor gebiedsontwikkeling en geeft aanleiding tot kerngericht werken. De in de strategische visie geschetste maatschappelijke trends komen terug in de structuurvisie. Beoordeling plan Het planvoornemen is gelegen in het thema ‘bedrijven’. Wat betreft het thema ‘bedrijven’ is aangegeven dat dit bedrijventerrein is aangemerkt voor ‘Revitalisering en transformatie’.

Uitsnede kaart Structuurvisie (plangebied in rode cirkel)

In de structuurvisie wordt voor Zevenbergen bij ‘opgaven en ontwikkelingen op hoofdlijnen’ o.a. aangegeven dat revitalisering, herstructurering en/of transformatie van bedrijventerreinen en gemengde gebieden plaats dienen te hebben langs de beide oevers van de Roode Vaart en aan de Huizersdijk-Zuid (revitalisering of herstructurering) aan de zuidzijde van de kern, alsmede aan weerszijden van de Roode Vaart aan de noordrand van Zevenbergen.

20

Met dit planvoornemen wordt de bestaande planologische situatie gewijzigd zodat appartementen op deze locatie kunnen worden gerealiseerd. Deze ontwikkeling kan worden gezien als een revitalisering/herstructurering/transformatie van de locatie, omdat een leegstaand pand (restaurant met bedrijfswoning) op deze wijze wordt gerevitaliseerd. De komst van appartementen op deze locatie, in combinatie met het bestaande hotel en toekomstige kantoor aan de overzijde, met ondergeschikt een laboratorium, verhoogt de leefbaarheid, aangezien er een hogere mate van ‘verblijven’ zal ontstaan. Dit betekent een eerste aanzet tot de realisatie van het verblijfsgebied Zevenbergen-Noord (zie paragraaf 3.3.4). Daarom kan worden gesteld dat deze ontwikkeling passend is binnen de Structuurvisie Moerdijk 2030, omdat hiermee concrete invulling wordt gegeven aan (toekomstig) leegstaande bebouwing en revitalisering. Paraplunota’s Maatschappij, Economisch klimaat en Leefomgeving De paraplunota’s zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zin gemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota’s. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren.

Met de paraplunota’s zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de ‘definitie’ die betrekking heeft op de ‘duurzame samenleving’ die uiteen valt in drie pijlers Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit).  

Paraplunota ‘Economisch Klimaat’ richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het ‘klimaat’ waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt; Paraplunota ‘Maatschappij’ richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom; Paraplunota ‘Leefomgeving’ richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen;

Paraplunota Economisch Klimaat Het doel van deze nota is om voldoende passende ruimte te bieden om te ondernemen. De gemeente zorgt voor voldoende passende ruimte om te ondernemen, voor bedrijven in de agrarische sector, de industrie, handel, bouw, transport & logistiek en dienstverlening. Daarbij wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik met het juiste bedrijf op de juiste plek. Een bedrijf moet passen in de omgeving, waarbij oog is voor de effecten van en op omliggende functies. Het voorkomen van overlast op het gebied van milieu, het zorgen voor een veilige werkomgeving en een goede, veilige bereikbaarheid (goederen en personen) maken hier deel van uit. De kwaliteit van de openbare ruimte is daarbij op orde. Ruimtelijk kader is de Structuurvisie Gemeente Moerdijk 2030.

21

Paraplunota Maatschappij De Paraplunota Maatschappij richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. De Paraplunota Maatschappij is verdeeld in de volgende vijf thema's: - wonen; - gezondheid; - woonomgeving; - sociale structuur; - ondersteuning. Het streven van de gemeente ten aanzien van wonen is: iedere woning levensloopbestendig, duurzaam en veilig. Door vergrijzing neemt het aantal ouderen toe en door veranderingen in de zorg zullen mensen langer thuis blijven wonen. Het is van belang om de bestaande woningvoorraad hierop aan te passen. De belangrijkste speerpunten van dit beleid zijn:  inwoners nemen de verantwoordelijkheid voor de eigen woonsituatie: mensen vragen zich op tijd af wat er voor nodig is om in de eigen woning te kunnen blijven wonen, ook als men straks ouder is. Ze letten op welke manier bespaard kan worden op de energiekosten en/of aanpassingen nodig zijn om bijvoorbeeld inbraken te voorkomen;  zorgen voor keuzevrijheid of zo mogelijk maatwerk: inwoners krijgen zoveel mogelijk de kans om in hun woonbehoefte te voorzien. Niet alleen door het projectmatig bouwen, ook maatwerk is nodig. Zo hebben mensen iets te kiezen en zo kan de gemeente voorzien in de woonwensen die passen bij verschillende levensfasen.

Betaalbaarheid van woningen is hierbij belangrijk;  passende huisvesting voor inwoners die aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Met daarbij ook aandacht voor mensen die niet meer terecht kunnen in een sociale huurwoning maar ook niet in staat zijn een woning te kopen. Daarnaast is het van belang voldoende woonruimte beschikbaar te maken voor starters, senioren, mensen met een beperking en arbeidsmigranten;  kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: bestaande woningen zo kunnen verbouwen dat mensen in hun huis kunnen blijven wonen. Dit ondanks veranderende levensomstandigheden door bijvoorbeeld ouderdom, ziekte, handicap of bij vermindering van het inkomen. Ook moet er aandacht zijn voor duurzaamheid van de bestaande woningen, voor een schoon milieu, besparing op energiekosten en verbetering van het wooncomfort. Via terugdringing van woninginbraken wordt gewerkt aan verbetering van de veiligheid van woningen. Het uitgangspunt voor het gemeentelijke reguliere woningbouwprogramma vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, gebaseerd op demografische ontwikkelingen en trends. Daarnaast mag de gemeente Moerdijk nog 1.075 woningen bovenop het reguliere woningbouwprogramma bouwen.

Deze extra woningen vloeien voort uit de compensatieregeling voor huisvesting werknemers industrieterrein Moerdijk en de bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk (MoerdijkMeerMogelijk). Op

22

basis daarvan heeft de gemeente een woningbouwcapaciteit van 2.250 woningen voor de periode tot 2025. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van 36 appartementen en voorziet door de invulling daarvan aan het particulier initiatief over te laten in het zorgen voor keuzevrijheid en maatwerk, waardoor inwoners de kans krijgen om in hun woonbehoefte te voorzien. Het plan is zodoende in lijn met het aspect ‘Maatschappij’ van de paraplunota. Paraplunota Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in deze nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik, waarvoor de basis is gelegd in de Structuurvisie Moerdijk 2030. Met de Paraplunota Leefomgeving, waarin het beleid dat betrekking heeft op de leefomgeving wordt gebundeld, loopt de gemeente vooruit op de invoering van de Omgevingswet. De nota geeft aan dat Moerdijk uitdrukkelijk inzet op een toekomst die in het teken staat van duurzaamheid. Duurzaamheid is een nieuwe manier van denken waarbij een balans gezocht wordt tussen de pijlers maatschappij, leefomgeving en economisch klimaat.

Er is voor gekozen om al het gemeentelijk beleid tegen het licht te houden en te koppelen aan één van deze pijlers en om dit doel te bereiken zijn de drie paraplunota’s opgesteld. Beoordeling plan In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt ingegaan op de sectorale aspecten zoals erfgoed, natuur, lucht, bodem en andere milieuaspecten. Voor deze locatie is geluid een belangrijk aspect, omdat de drukke provinciale weg een hoge belasting zal hebben op de gevels en omdat het bedrijventerrein De Koekoek een geluidzone heeft. Hierdoor zijn maatregelen opgenomen (dove gevel) in de regels van dit bestemmingsplan. Echter, gezien de toekomstige aanleg van een randweg ten noorden van Zevenbergen ligt het in de lijn der verwachtingen dat na afschaling van deze drukke weg een beter woon- en leefklimaat zal ontstaan voor o.a. de beoogde woningen. Indien deze nieuwe meer leefbare situatie is ontstaan is de strenge maatregel (dove gevels) wellicht niet noodzakelijk meer. Om deze reden is een afwijking in de bestemmingsregels opgenomen, zodat na akoestisch onderzoek de maatregel kan worden opgeheven. Dit draagt bij aan een betere woonkwaliteit en leefbaarheid van de toekomstige bewoners.

De realisatie van het planvoornemen op deze locatie, in combinatie met het bestaande hotel en toekomstige kantoor, met ondergeschikt een laboratorium, aan de overzijde van de weg verhoogd de lokale leefbaarheid, aangezien er een hogere mate van ‘verblijven’ zal ontstaan. Dit betekent een eerste aanzet tot de realisatie van het verblijfsgebied Zevenbergen-Noord. Wat betreft duurzaamheid wordt met dit bouwplan een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Moerdijk. Het gebouw zal gasloos worden opgeleverd en voldoen aan de BENG-normen en een EPC-waarden van 0,2. Er worden bij dit project naar verwachting warmtepompen toegepast in combinatie met pv-panelen. Op dit moment wordt ook onderzocht of er wellicht een centraal systeem kan worden gerealiseerd. Duurzaamheid gaat echter verder dan energie alleen. Bij de realisatie wordt natuurinclusief gebouwd. Dit wil zeggen dat er meerdere bouwkundige toepassingen worden gerealiseerd die een positief effect hebben op flora & fauna en het klimaat. Er wordt gedacht aan nestkasten in de gevel, spandraden aan de gevels voor verticaal groen, pv-panelen, halfverhardingen in plaats van

23

geheel verhard en waterbergende of -infiltrerende voorzieningen. In de binnentuin zijn o.a. vruchtdragende bomen en heesters voorzien. Deze combinatie van natuurinclusieve oplossingen zorgen voor een beter klimaatadaptief gebouw dat klaar is voor de toekomst. De binnentuin nodigt uit tot ontmoeting en het aandeel groen is ook bedoeld als belevingsgroen. De groene maatregelen hebben daarmee ook een positief effect op de leefbaarheid en het woongenot van toekomstige bewoners. Gemeentelijk Waterplan Moerdijk Het Waterplan Moerdijk 2009-2015 is in november 2008 door de gemeenteraad van Moerdijk vastgesteld. Dit plan maakt onderdeel uit van de paraplunota Leefomgeving. Het plan beschrijft de gezamenlijke visie van de gemeente en het Waterschap Brabantse Delta. Deze visie betreft een robuust watersysteem van voldoende kwaliteit en veiligheid dat aansluit bij de natuurlijke omstandigheden op en om het Moerdijkse grondgebied en dat nu en in de toekomst voldoet aan de wettelijke verplichtingen en beleidsregels. Verdeeld over meerdere thema’s is de visie in het waterplan uitgewerkt. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn dat: water geen gevaar oplevert, het watersysteem geschikt is voor de functies die het moet vervullen, alle elementen van het watersysteem in samenhang worden beschouwd, water een grotere rol krijgt in ruimtelijke ontwikkelingen en iedereen zijn steentje bijdraagt.

Visie buitengebied gemeente Moerdijk Algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Moerdijk. Voor het buitengebied is op 19 mei 2016 een visie vastgesteld door de gemeenteraad. Deze visie voor het buitengebied van Moerdijk staat niet op zichzelf maar moet gelezen worden als een nadere uitwerking van de structuurvisie 2030, gericht enerzijds op het bieden van concrete richtlijnen en uitgangspunten voor het bestemmingsplan buitengebied, anderzijds als integraal dynamisch beoordelingskader voor ontwikkelingen en initiatieven die we nu nog niet kunnen voorzien. De visie is er met name op gericht om ruimte te maken en tegelijkertijd kwaliteiten te behouden. Ruimte voor de ontwikkeling van Moerdijk naar een duurzame en participerende samenleving zoals deze in de kaderstellende paraplunota’s, Maatschappij, Economisch klimaat en Leefomgeving wordt gedefinieerd. Visie Het buitengebied van Moerdijk kan gekarakteriseerd worden als een gemengd landelijk gebied met een agrarisch productielandschap met veel burgerwoningen en overige en agrarischaanverwante bedrijven verspreid in het buitengebied. De toeristisch-recreatieve functionaliteiten van het buitengebied dragen ook bij aan het gemengde landschap.

Op basis van deze karakteristiek wil de visie ruimte bieden aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zodanig dat het buitengebied van Moerdijk een gebied blijft waar het goed wonen en werken is, en waar het steeds aantrekkelijker wordt om te recreëren. Behoud en versterking van de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurkwaliteiten staat daarbij voorop. De aantrekkelijkheid van het landschap ligt in de karakteristieke opbouw van klein- en grootschalige polders met dijken, een typische zeekleipolder. Grootschalige openheid, rust en ruimte zijn hierin belangrijke kernkwaliteiten. De cultuurhistorische waarden betreft vooral de

24

relicten van de Zuiderwaterlinie, zoals de forten en inundatiewerken, maar betreft ook herkenbare elementen van de ontstaansgeschiedenis, zoals de dijken, de kreken en gorzen, oude klinkerwegen en herkenbare verkavelingspatronen, en de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zoals monumenten. Bij de natuurkwaliteiten gaat het om de kreken met een belangrijke ecologische waarde en de randzones langs de grote en kleine wateren: het Hollandsch Diep, Volkerak en Mark-Dintel-Vliet. De gemeente wil ruimte bieden voor 'duurzame' ruimtelijke ontwikkelingen. Daarmee wordt bedoeld dat er een goed evenwicht moet zijn tussen ecologische, sociale en economische belangen, ook wel het principe van de drie P's genoemd: 'people, planet en profit'. Agrarische ondernemingen en andere bedrijven moeten voldoende ruimte hebben om te ondernemen (profit). Ondernemen kan, maar altijd rekening houdend en met respect voor de kwaliteiten van landschap, cultuurhistorie en natuur (planet). Tevens dient een goede kwaliteit van de leefomgeving in het buitengebied (gezond, veilig, vrij van hinder) gewaarborgd te zijn. Onderdeel hiervan is dat ondernemers met hun direct omwonenden in gesprek gaan en blijven over ruimtelijke ontwikkelingen (people). Respectvolle omgang en dialoog met elkaar is de basis voor een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

De economische kracht van het buitengebied ligt vooral bij de diversiteit aan typen agrarische bedrijvigheid in het buitengebied, waarbij het accent ligt op de agrarische voedselproductie. Ook de daaraan gerelateerde bedrijvigheid draagt bij aan deze diversiteit. De agrarische sector is daardoor beeldbepalend voor het landschap. Binnen het gebied is ruimte voor normale groei en schaalvergroting van de agrarische bedrijven, mits dit op een duurzame wijze plaatsvindt. De gemeente stimuleert en maakt ruimte voor duurzame en innovatieve productiewijzen, bijvoorbeeld in de vorm van biologische landbouw of initiatieven passend in een 'bio-based economy' danwel circulaire economie. Juist de grote diversiteit van typen agrarische bedrijven en aanverwante agrarische bedrijfstakken biedt grote kansen voor samenwerking in een circulaire economie. Initiatieven waarbij mensen in de omgeving op innovatieve wijze kunnen meeprofiteren, worden in het licht van de paraplunota's uiterst positief tegemoet getreden. Belangrijk aandachtspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen vormt de aanwezige infrastructuur. Veel polderen dijkwegen zijn smal, hetgeen nu soms al leidt tot verkeersonveilige situaties of conflicten tussen verschillende verkeersdeelnemers. Ontwikkelingen moeten niet zorgen voor een toename aan verkeersbelasting op wegen waar dit op basis van de huidige belasting niet wenselijk is.

Waar mogelijk kunnen ontwikkelingen bijdragen aan het oplossen van aanwezige knelpunten. De openbare ruimte dient niet belast te worden met parkerende auto's. Het parkeren moet op eigen erf worden opgelost. Naast schaalvergroting biedt de visie ruimte voor de verbrede landbouw. Verbrede landbouw is de verzamelnaam voor alle activiteiten die boeren en tuinders opzetten naast hun agrarische bedrijf. Hier liggen met name kansen in de sfeer van agrotoerisme, agrarische dienstverlening,

25

zorgfuncties in relatie tot het buitengebied of kleinschalige recreatie- en horecafuncties, passend bij wandel- en fietsroutes en dergelijke. Voor stoppende agrarische bedrijven biedt de visie ruimte voor nieuwe functies, passend in de karakteristieke opbouw van het landschap en passend in de aanwezige infrastructuur. Nieuwe functies moeten evenwel niet gaan concurreren met functies die normaal in de kernen thuishoren. Er liggen kansen voor functies die een bijdrage leveren aan de kwaliteiten van het buitengebied of die gebruik maken van de kwaliteiten van het buitengebied. Hierbij vormen de risicocontouren vanuit het industrieterrein, kabels en leidingen, de rijks- en provinciale wegen en de spoorlijnen een aandachtspunt. Glastuinbouwbedrijven krijgen de ruimte om zich duurzaam te ontwikkelen in de aangewezen locaties, met aandacht voor een kwalitatief hoogwaardige landschappelijke inpassing. Hierbij wordt gezocht naar duurzame verbindingen met het Industrieterrein Moerdijk. De gemeente wil ruimte bieden voor ontwikkelingen, die gericht zijn op de versterking van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden van het buitengebied. Dit streven is enerzijds gericht op de verbetering van de toeristische infrastructuur (wandel- en fietspaden), en anderzijds op het mogelijk maken van passende, kleinschalige toeristische voorzieningen.

Dit geldt ook voor het toeristisch-recreatief ontsluiten en benutten van de relicten van de Zuiderwaterlinie. Een versterking van de relatie met het water kan een positieve kwaliteitsimpuls geven aan de beleving van het buitengebied. Bestaande burgerwoningen krijgen de ruimte om de benodigde aanpassingen door te voeren voor een toekomstbestendig gebruik van de woningen. Hierbij horen de mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Om het buitengebied als prettige leefomgeving te behouden is belangrijk dat verrommeling wordt tegengegaan. Al met al wil de visie ruimte bieden aan duurzame ruimtelijke ontwikkelingen, die de kwaliteiten van het buitengebied versterken. Er dient een goede balans te zijn tussen benutten en beschermen. Dynamisch afwegingskader Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gaat de gemeente uit van het 'ja, mits'-principe. Bij dit principe zijn deze visie en het dynamisch afwegingskader leidend in de afweging. Er is ruimte voor passende ontwikkelingen in het buitengebied, mits er sprake is van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. De versterking van de kwaliteit van het buitengebied staat hierbij centraal en niet zo zeer de aard van de functie. Functies worden niet op voorhand uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=e6d5db12-c0d6-4551-a592-19f8361f9896