CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Molenstraat 42, Standdaarbuiten

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Molenstraat 42 Standdaarbuiten (Van Krimpen)25.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Conclusie De bedrijfsuitbreiding bij Van Krimpen leidt tot een verwachte verkeerstoename van ca. 30 verplaatsingen per etmaal. Deze relatief beperkte verkeerstoename is niet zodanig dat sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking noch dat hierdoor een verkeersonveilige situatie zal ontstaan. De Molendijk kan de extra verkeersbewegingen afwikkelen zonder dat extra voorzieningen noodzakelijk zijn. Algemeen aandachtspunt is de verkeersveiligheid voor het langzaam verkeer op de Molendijk. Bij 50 km/uur en de menging van verkeer zijn aanvullende maatregelen gewenst om de veiligheid van het langzaam verkeer (beter) te beschermen. 5.4 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimumbeschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) van belang.

Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen”(Bevb). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken). Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden.

Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer. Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

41

Figuur 5.4: Uitsnede risicokaart. Locatie zwart omlijnd. Conclusie Uit de provinciale risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: • het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • de 200 meter zone vanaf een basisnet; • een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en • het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. De Rijksweg A17, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, is gelegen op ca. 1 km van het plangebied. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is voor deze ontwikkeling van toepassing. Deze is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Daarnaast is een beperkte verantwoording groepsrisico opgesteld in verband met de toxische stoffen. Beperkte verantwoording groepsrisico In het plangebied is een nieuw beperkt kwetsbaar object voorzien (bedrijfshal). Aangezien het plangebied binnen het invloedsgebied van de A17 en spoorlijn Lage Zwaluwe – Roosendaal is gelegen, dient het groepsrisico beperkt te worden verantwoord. Tritium Advies heeft een beperkte verantwoording voor het groepsrisico opgesteld (Tritium Advies, 2109/150/CW-01, 15 november 2021).

De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van het plangebied is er een brandweerkazerne gelegen op nog geen 500 meter afstand, aan de Molendijk 1 te Standdaarbuiten. De opkomsttijd bedraagt slechts 1 minuut. Het plangebied ligt tevens binnen het dekkingsgebied van het waarschuwings- en alarmeringssysteem. De dichtstbijzijnde sirene ligt binnen 500 meter van het plangebied, aan de Sportstraat te Standdaarbuiten. Het plangebied is bereikbaar via de Molenstraat, deze route kan tevens worden gebruikt als vluchtroute. Hoewel vluchten mogelijk is, is bij een snelle verspreiding van toxisch gas schuilen de meest voor de hand liggende optie. Uitgangspunt is dat de aanwezige personen zelfredzaam zijn. Het plan beoogt niet specifiek een functie voor verminderd zelfredzame personen te realiseren. De aanwezige personen kunnen worden gealarmeerd door het luchtalarm en NL-alert en hierop zelfstandig reageren.

Ten aanzien van het toxisch scenario als gevolg van vervoer gevaarlijke stoffen over de A17 en het spoor, is schuilen de beste vorm van zelfredzaamheid. Het is van belang dat het bedrijfspand lucht- en lekdicht kan worden afgesloten. Hiervoor dient de mechanische ventilatie handmatig te kunnen worden uitgezet.

42

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Het plan is door de brandweer getoetst aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswater. Er dient binnen 40 m van de ingang een brandkraan met een capaciteit van 60 m3/h aanwezig te zijn. Daarnaast dient binnen 200 m een capaciteit van 120 m3/h aanwezig te zijn. Het openwater is vanuit de Molenstraat te bereiken, waarmee wordt voldaan aan de eisen m.b.t. bluswater. 5.5 Kabels en leidingen Binnen of in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 5.6 Vormvrije m.e.r. beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.

In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan. De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r.. Voor projecten groter dan 75 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de ontwikkeling is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden.

Voor de voorgenomen ontwikkeling dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. De resultaten van deze uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn weergegeven in de bijlage van dit bestemmingsplan. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie ook de voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

43

6

Juridische aspecten

6.1. Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied van deze herziening. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Zo zijn de bestemmingen qua benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wro en het Bro. Daarnaast zijn de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. Ook de Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zeer gedetailleerd, maar wel gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan biedt nog enige flexibiliteit. Voor het plangebied is de planopzet primair gericht op ontwikkeling. Één en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. 6.2.

Beschrijving van de bestemmingen

6.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. 6.2.2

Bestemmingen

Enkelbestemmingen Groen Binnen de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 meter. Bedrijventerrein Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ mogen bedrijven gevestigd worden tot maximaal categorie 2 uit de VNG brochure. De bouwhoogte bedraagt maximaal 15 meter, waarmee aangesloten wordt op het bestaande bedrijfspand en het bijbehorende bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Binnen de bestemming bedrijventerrein is een bouwaanduiding ‘laaddock’ opgenomen waar laaddocks toegestaan zijn buiten het bouwvlak. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 6 De voor Waarde - Archeologie 6 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische hoge (verwachtings)waarden. Er is een onderzoeksplicht bij verstoring van de bodem groter dan 250 m2 en dieper dan 0,5 m. Waterstaat - Waterlopen De voor Waterstaat - Waterlopen aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen zoals duikers en goten.

44

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

6.2.3

Algemene regels en slotbepaling

Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat bestaande maten en hoeveelheden, die afwijken van het bepaalde in dit bestemmingsplan en legaal aanwezig zijn, mogen worden aangehouden. Tevens is een regeling opgenomen met betrekking tot herbouw van gebouwen en met betrekking tot overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen van ondergeschikte bouwdelen. Algemene aanduidingsregels Vrijwaringszone - molenbiotoop Ten aanzien van de werking van de molen aan Molenstraat 10 is een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ opgenomen. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn regels opgenomen over het toevoegen van bebouwing in de directe en indirecte omgeving van de molen. Geluidzone - industrie Ten aanzien van de zonering industrielawaai is in het bestemmingsplan een aandui-ding ‘geluidzone - industrie’ opgenomen. Binnen deze zone zijn geen woningen toegestaan, met uitzondering van woningen die op het tijdstip van inwerkingtre-ding van het bestemmingsplan reeds aanwezig zijn. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen.

Deze afwijkingen betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen en het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte. Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het bevoegd gezag om het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen mogelijk te maken. Algemene procedure regels Algemene procedureregels waarin is bepaald welke procedure doorlopen wordt bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid. Overige regels In de overige regels is onder andere de waterbergingsopgave gewaarborgd door een voorwaardelijke verplichting. Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen.

Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan “Molenstraat te Standdaarbuiten”. Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

45

7

Uitvoerbaarheid

7.1. Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vast ligt. In de toelichting op elk bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan het exploitatieplan. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Uiteraard moet sprake zijn van kosten, die verhaalbaar zijn. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor. In het voorliggende geval zijn de gronden in eigendom van de initiatiefnemers.

De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemers en hierin haar afspraken omtrent de gronden die in eigendom bij de gemeente zijn vast te leggen. 7.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Op 8 januari 2020 is er informatieavond georganiseerd om de omgeving te informeren. Hierbij zijn bewoners en de direct omliggende bedrijven uitgenodigd. De opkomst was goed. Tijdens de avond is er een presentatie gegeven door van Krimpen over de groei van het bedrijf en de noodzaak om uit te breiden. De plannen voor de uitbreiding van het bedrijfsgebouw zijn getoond en de wensen en belangen van de omwoners zijn waar mogelijk in kaart gebracht. Bij de avond is naast een delegatie van het bedrijf van Krimpen, ook GJM-bouwadviseurs aanwezig geweest. Namens de gemeente Moerdijk waren een beleidsadviseur en gebiedscoördinator aanwezig. Op 7 juli 2020 is er een tweede informatieavond gehouden op de toekomstige bouwlocatie. Naar aanleiding van de eerste avond zijn er planaanpassingen doorgevoerd en zijn verschillende opties besproken voor de inrichting van de groene buffer tussen de uitbreiding van het gebouw en de bestaande woningen aan de noordzijde van het plangebied, aan de Molenstraat (dijk). Van beide avonden is een beknopt verslag gemaakt. Deze zijn als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Vooroverleg Het concept ontwerp bestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, voor overleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Er zijn door het waterschap Brabantse Delta en de Brandweer vooroverleg reacties ingediend.

Het waterschap heeft aangegeven dat de door het plangebied lopende watergang een A-watergang is, dat het plangebied buitendijks ligt waar het waterschap niet verantwoordelijk is voor enige vorm van wateroverlast. Daarnaast dient er gebruik te worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. De brandweer heeft aangegeven dat er binnen 40 m van de ingang een brandkraan met een capaciteit van 60 m3/h aanwezig dient te zijn. Daarnaast dient binnen 200 m een capaciteit van 120 m3/h aanwezig te zijn. Als het openwater vanuit de Molenstraat is te bereiken dan wordt voldaan aan de eisen m.b.t. bluswater. De reacties zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan zal, conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, voor overleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zal eenieder in de gelegenheid gesteld worden een zienswijze in te dienen. Het plan zal verder de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. De resultaten van deze procedures zullen te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld. 46

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

47

Regels

48

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Molenstraat te Standdaarbuiten' van de gemeente Moerdijk. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1709.SBMolenstr42BP20 met de bijbehorende regels en bijlage. 1.3 verbeelding: • •

analoge verbeelding: de verbeelding van het bestemmingsplan “Molenstraat te Standdaarbuiten”, bestaande uit één kaartblad met het nummer NL.IMRO.1709.SBMolenstr42-BP20 digitale verbeelding: een verbeelding van het bestemmingsplan “Molenstraat te Standdaarbuiten”, met de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1709.SBMolenstr42-BP20

1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aan- en uitbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.6 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren. 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

49

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

1.10 bedrijf een onderneming gericht op het vervaardigen van, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen. 1.11 bedrijf aan huis het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen ondergeschikt aan de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.12 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door(het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.13 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.14 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, ondergeschikt aan de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.

1.15 bestaande afstands-, hoogte-, inhoud- en oppervlakte maten afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Woningwet. 1.16 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

50

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. Een kap wordt in ieder geval niet aangemerkt als bouwlaag. 1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak een aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.27 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid, indien en zover de activiteiten behoren tot categorie 1 horeca-activiteiten. 1.28 consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.

1.29 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.30 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.31 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, en bankfilialen. 1.32 erf

51

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

de gronden die behoren bij het hoofdgebouw, 1 meter gelegen achter de denkbeeldige lijn in het verlengde van de lijn van het bouwvlak waar de voorgevel van het hoofdgebouw aanligt, voor zover deze gronden gelegen zijn buiten het bouwvlak van het hoofdgebouw. 1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.34 geluidzone - industrie de met de gebiedsaanduiding geluidzone - industrie aangegeven zone, zoals bedoeld in artikel 40 en artikel 41 leden 1 en 2 van de Wet geluidhinder. 1.35 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.36 kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen discipline, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.37 kap een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, voor ten minste 2/3 deel bestaande uit een dakconstructie van schuin, bol of hol naar elkaar toelopende dakvlakken, dan wel een dakconstructie van een naar één zijde schuin, bol of hol toelopend dakvlak.

1.38 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.39 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.40 peil voor gebouwen binnen 5 m afstand van een weg: de hoogte van de kruin van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.41 risicovolle inrichtingen een inrichting bij welke ingevolge het BEVI een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico- afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; een AMvB- inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid. 1.42 Staat van bedrijfsactiviteiten

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

52

de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Bedrijventerrein' die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze regels. 1.43 volumineuze goederen detailhandel in de volgende categorieën: auto's, boten, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen. 1.44 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.45 voorzieningen van openbaar nut voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.46 waterberging waterberging is het tijdelijk opvangen van (regen)water in de bodem, sloten, beekjes, rivieren, meren, plassen en overige waterbergingsgebieden. Bij een onverharde bodem kan het water in de bodem sijpelen. Dit zakt geleidelijk uit naar het grondwater. Vanuit daar vindt het water zijn weg naar bronnen, beken en rivieren. 1.47 woning een complex van ruimten, niet zijnde onzelfstandige woonruimte, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden

53

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

54

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 afstand afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580. 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de van de van de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

55

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2': voor bedrijven uit categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'laaddocks' zijn tevens laaddocks toegestaan; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, voorzieningen van openbaar nut, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag worden gebouwd; b. gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; d. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven; 3.2.2 Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 9 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m. 3.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik en het laten gebruiken van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a.

activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; b. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; c. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; d. geluidhinderlijke inrichtingen en Bevi- inrichtingen zijn niet toegestaan; e. risicovolle inrichtingen, voor zover de veiligheidafstanden buiten de eigen inrichtingsgrenzen vallen, zijn niet toegestaan; f. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen; g. per bedrijf is kantoorvloeroppervlak die meer bedraagt dan 50% van het bedrijfsvloeroppervlak niet toegestaan; kantoorvloeroppervlak van meer dan 400 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken van de Staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub a: a.

om bedrijven toe te laten die zijn opgenomen in een naast hogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in artikel 3 lid 1 sub a genoemd; Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

56

b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in artikel 3 lid 1 sub a genoemd. 3.4.2 Voorwaarde Alvorens aan deze bevoegdheid toepassing wordt gegeven, dient advies in te worden gewonnen bij een milieudeskundige omtrent deze criteria en de toets aan de maatgevende milieuaspecten.

57

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, waterberging, aarden wal, bruggen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden; b. voorzieningen van openbaar nut. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 meter, met uitzondering van lichtmasten waarvan de bouwhoogte ten hoogste 8 meter bedraagt.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

58

Artikel 5 Waarde - Archeologie 6 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoeksrapport worden overgelegd waarin is aangetoond dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of; b. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of vernield, of; c. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 5.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5 lid 2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing, verandering of vergroting van bestaande bebouwing en nieuwbouw, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm over een oppervlakte groter dan 250 m²; b. het bouwen van nieuwe bouwwerken, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm over een oppervlakte groter dan 250 m²; c. een bouwwerk dat zonder verstoring, beschadiging of vernieling van archeologische waarden kan worden geplaatst; d. gronden waarvan de aanvrager heeft aangetoond dat deze reeds zijn geroerd.

5.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen: Indien uit het in artikel 5 lid 2.1 genoemde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van inventariserend veldonderzoek; c. de verplichting tot het doen van opgravingen; d. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij, beschikkend over een opgravingscertificaat ex artikel 5.1 van de Erfgoedwet en een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 (incl. de RCE) en uit te laten voeren conform artikel 25 van de Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2014 dan wel haar rechtsopvolger.

5.2.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

59

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen, en waterpartijen en het verwijderen van bestaande funderingen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur (woelen, diepploegen) en het aanbrengen van heipalen met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 50 cm; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 50 cm; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen 250 m² en dieper dan 50 cm; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 50 cm; e. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 50 cm.

5.3.2 Uitzondering Het bepaalde in artikel 5 lid 3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; e. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; f. gronden waarvan de aanvrager heeft aangetoond dat deze reeds zijn geroerd. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als ‘Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden die bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen, indien het op grond van nader archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in verdere bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. b.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de op de plankaart als ‘Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden die bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: 1. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; 2. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

60

Artikel 6 Waterstaat - Waterlopen 6.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor ‘Waterstaat – Waterlopen’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen en regenwaterbuffers, overeenkomstig de Keur van het waterschap. b. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 5 Waarde - Archeologie 6. 6.2 Bouwregels Boven of op de tot ‘Waterstaat – Waterlopen’ aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van primaire wateren, met dien verstande dat de hoogte ten hoogste 3,50 meter mag bedragen. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 2 , ten behoeve van het oprichten van andere bebouwing, mits: a. het belang van het primaire water, gehoord het waterschap, niet onevenredig wordt aangetast; b. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

6.4 Specifieke gebruiksregels Op de gronden binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’ zijn de gebods- en verbodsbepalingen van de Keur van het waterschap van toepassing.

61

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. 8.2 Toegelaten bouwwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande, afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b.

In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Strijdig gebruik Algemeen Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruik van schepen en andere vaartuigen voor bewoning; f. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor verblijfsfuncties; g. de kamergewijze verhuur van kamers in woningen en/of bijbehorende bouwwerken. Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

62

9.2 Parkeren Bij het wijzigen van het bestaande gebruik op grond van de in hoofdstuk Bestemmingsregels genoemde bestemmingen geldt dat voor wat betreft parkeerplaatsen voldaan dient te worden aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de "Nota parkeernormen" van de gemeente Moerdijk zoals vastgesteld op 8 oktober 2015 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging. 9.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging De gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Voorwaardelijke verplichting waterberging' een waterbergingscapaciteit van minimaal 470 m3 is gerealiseerd en in stand gehouden wordt.

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 meter tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een afstand van 100 tot 400 meter tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek; c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van dit lid onder a, indien: 1. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing; 2. toepassing van de in dit lid onder a bedoelde afstands- en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden; d. indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge dit lid onder a t/m c, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

10.2 Geluidzone - industrie In afwijking van hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' dat binnen deze zone geen woningen zijn toegestaan, met uitzondering van woningen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds aanwezig zijn.

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Afwijkingen van maten en overschrijdingen van bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds een omgevingsvergunning kan worden verleend - van de regels voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 1 meter bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot.

63

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Een omgevingsvergunning om af te wijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 1 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

64

4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van het afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Molenstraat te Standdaarbuiten'. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van: ……………………

65

De voorzitter,

De griffier,

……….

………

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8beebc07-42d3-48cb-bcc4-0c7bcc96a2cf