CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Molenstraat 42, Standdaarbuiten

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Molenstraat 42 Standdaarbuiten (Van Krimpen)25.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp

Colofon Van Krimpen B.V. Molenstraat 42 4758 AB, Standdaarbuiten Welmers Burg Stedenbouw Spijksedijk 8 4207 GN, Gorinchem Identificatiecode: NL.IMRO.1709.SBMolenstr42-BP20

Datum: 11 januari 2022

Status: Ontwerp

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud Toelichting 1

Inleiding 8 1.1 Aanleiding en doelstelling 8 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 8 1.3 Vigerend bestemmingsplan 9 1.4 Bij het plan behorende stukken 9 1.5 Leeswijzer 9 2 Analyse van de bestaande situatie 10 2.1 Historische ontwikkeling 10 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 10 3

Planontwikkeling 12 3.1 Planontwikkeling 12

4

Beleidsaspecten 15 4.1 Rijksbeleid 15 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) 15 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 15 4.1.3 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 16 4.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 17 4.2 Provinciaal beleid 18 4.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 18 4.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ 19 4.2.3 Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant 19 4.3 Regionaal beleid 21 4.3.1 Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 (2011) 21 4.4 Gemeentelijk beleid 22 4.4.1 Strategische Visie voor Moerdijk 2030 22 4.4.2 Paraplunota’s 22 4.4.3 Structuurvisie Moerdijk 23 4.4.4 Parkeerbeleid Moerdijk 25 4.5 Conclusie 25 5

Onderzoek en verantwoording 26 5.1 Cultuurhistorie en Archeologie 26 5.1.1 Cultuurhistorie 26 5.1.2 Archeologie 28 5.2 Bodem 28 5.3 Milieu 29 5.3.1 Flora en Fauna 29 5.3.2 Boomholtecheck i.v.m. vleermuisverblijfplaats 32 5.3.3 Stikstofdepositie 33 5.3.4 Waterparagraaf 34 5.3.5 Bedrijven en Milieuzonering 36 5.3.6 Industrielawaai 38 5.3.7 Wegverkeerslawaai 39 5.3.8 Luchtkwaliteit 39 5.3.9 Verkeer 40 5.4 Externe Veiligheid 41 5.5 Kabels en leidingen 43 5.6 Vormvrije m.e.r. beoordeling 43 4

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

6 6.1

Juridische aspecten 44 Het juridisch plan 44 6.2 Beschrijving van de bestemmingen 44 6.2.1 Inleidende bepalingen 44 6.2.2 Bestemmingen 44 6.2.3 Algemene regels en slotbepalingen 45 7

Uitvoerbaarheid 46 7.1 Economische uitvoerbaarheid 46 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 46

Regels 48 1 Inleidende regels 49 Artikel 1 Begrippen 49 Artikel 2 Wijze van meten 54 2

Bestemmingsregels 55 Artikel 3 Bedrijventerrein 55 Artikel 4 Groen 57 Artikel 5 Waarde - Archeologie 6 58 Artikel 6 Waterstaat - Waterlopen 60

3

Algemene regels 61 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel 61 Artikel 8 Algemene bouwregels 61 Artikel 9 Algemene gebruiksregels 61 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 62 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 62 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 63

4

Overgangs- en slotregels 64 Artikel 13 Overgangsrecht 64 Artikel 14 Slotregel 64

Bijlagen bij de toelichting: 1. Verkennend bodemonderzoek, Wematech, projectnr. VBE-50180177, versie: definitief, 24 april 2018 2. Quickscan flora en fauna, Tritium Advies, documentnr. 2009/043/JOW-01, versie 0, 21 januari 2021 3. Memo boomholtecheck, Tritium Advies, documentnr. 2109/102/IK-memo, 19 oktober 2021 4. Memo boomhotecheck winterverblijfplaats, Tritium Advies, documentnr. 2111/186/NHE-memo, 8 februari 2022 5. Berekening stikstofdepositie, GJM bouwadviseurs, rapportnr. 23896-R-S1, 24 september 2021 6. Akoestisch onderzoek industrielawaai, Akoestisch adviesburo van Lienden, projectnr. P20_93, versie 1, 24 november 2020 7. Verkeersonderzoek bedrijfsuitbreiding Van Krimpen, GJM bouwadviseurs, documentnr. 20100.1 D14, 25 november 2020 8. Beperkte verantwoording groepsrisico, Tritium Advies, documentnr. 2109/150/CW-01, 15 november 2021 9. Vormvrije m.e.r., WelmersBurg Stedenbouw, d.d. 10. Verslagen omgevingsdialoog 8 jan. 2020 en 7 juli 2020 Bijlage bij de regels: 1. Staat van bedrijfsactiviteiten Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

5

Toelichting

6

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Figuur 1.1: Ligging plangebied, locatie rood omlijnd Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

7

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling Voorliggend bestemmingsplan betreft de locatie die aan drie zijden door de Molenstraat wordt begrensd (noord,west, zuid) in Standdaarbuiten. De locatie is gelegen aan de zuid-oostrand van de kern van het Brabantse dorp. Standdaarbuiten is één van de 11 kernen in de gemeente Moerdijk. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan “Molenstraat te Standdaarbuiten” is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijf ‘van Krimpen B.V.’. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’ geldt voor de locatie de bestemming ‘bedrijventerrein’, maar is een uitbreiding van de bebouwing niet zonder meer mogelijk. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is het opstellen van een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Middels de regels behorend bij dit bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling van de uitbreiding van het bedrijf mogelijk gemaakt. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie aan de Molenstraat is gelegen aan de zuidrand van de kern Standdaarbuiten nabij de rivier de Mark (zie figuur 1.1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 21.860 m2.

Het plangebied bestaat uit een oostelijk deel met het reeds bestaande bedrijfspand waar het bedrijf van Krimpen is gevestigd en een westelijk deel met een open, groen karakter en enkele solitaire bomen. Aan de noordkant van de locatie zijn achtertuinen behorend bij bestaande dijkwoningen gelegen. De oost-, zuid- en westzijde van de locatie wordt begrensd door de Molenstraat. Ten zuiden van de locatie, aan de overzijde van de Molenstraat liggen een nog in te vullen bedrijfsperceel en een veevoerbedrijf. Ten zuiden daarvan loopt de rivier de Mark. Aan de westzijde ligt tevens een nog in te vullen bedrijfsperceel en een verpakkingsbedrijf.

ijk

d len

o

M

Ou

de

at

tra ns

Ma

Ker kst ra

ole

M

rkt

at

Hoogstraat

at

tra ns ve

Ha

de Mark

Figuur 1.2: Ligging plangebied, locatie rood omlijnd 8

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan “Kern Standdaarbuiten”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 14 maart 2013. Daarnaast geldt het ‘Veegplan kernen 2017’, vastgesteld op 27 september 2018. Binnen het bestemmingsplan “Kern Standdaarbuiten” heeft het plangebied de bestemming ‘bedrijventerrein’. Voor een deel van de locatie is een bouwvlak opgenomen dat volledig bebouwd mag worden, met een maximale bouwhoogte van 15 meter. Binnen dit bouwvlak is de huidige bebouwing gerealiseerd. Voor het overige deel van de locatie is een bouwvlak opgenomen met een bebouwingspercentage van 60% en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Verder gelden voor delen van de locatie de functieaanduidingen ‘bedrijf van categorie 2’ en ‘bedrijf categorie 2 t/m 3.1. Over de locatie zijn daarnaast een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ en ‘geluidzone industrie’ gelegen. Binnen het ‘Veegplan kernen 2017’ geldt voor de locatie een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 6. Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings) waarden. Uitbreiding van de bestaande bebouwing is vanwege uitbreidingsbeperkingen niet mogelijk. Een herziening van het vigerend bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.

Figuur 1.3: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’, Locatie rood omlijnd 1.4 Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat de inhoud van het vigerend beleid beschreven. 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de historische en huidige ruimtelijke structuur en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de planontwikkeling toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de milieuhygiënische en planologische randvoorwaarden uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 6.

In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

9

2

Analyse van de bestaande situatie

2.1 Historische ontwikkeling Standdaarbuiten is van oorsprong een dijkdorp langs de Mark, dat zich ontwikkeld heeft volgens het Flakkeese type met ten noorden van de dijk een hoofdstraat (de Markt) richting een kerkring. De structuur van het dorp is opgebouwd uit twee historische linten die elkaar kruisen op de voormalige locatie van de haven van Standdaarbuiten. Deze is in de jaren 60 gedempt. In 1867 opende de NV Noordbrabantsche Beetwortelsuikerfabriek van Standdaarbuiten waarmee het dorp een grotere rol kreeg in de West Brabantse suikerbieten teelt. Ruimtelijk betekende dit voor het dorp dat er een uitbreiding plaatsvond ten zuiden van de dijk met grotere bouwvolumes, waaronder onder andere fabriekshallen. Waarvan het voormalige suikerdepot vandaag de dag een beeldbepalend element is vanaf het water. Gaandeweg kreeg Standdaarbuiten het karakter van een langgerekt dijkdorp totdat in de jaren ’60 en ’70 het dorp zich richting het noorden op een grotere schaal uitbreide en daarmee qua omvang verviervoudigde. Daarnaast zorgde de aanleg van de rijksweg A17 ten westen van Standdaarbuiten voor een betere ontsluiting van het dorp richting Bergen op Zoom en Dordrecht, maar zorgde dit ook voor een grootschalige verandering in het open polderlandschap.

Aan het eind van de 20e eeuw vestigde zich bedrijven ten zuiden van het dorp, ongeveer ten hoogte waar de suikerfabriek ooit heeft gestaan.

Figuur 2.1: Historische kaart omstreeks 1930, locatie zwart omcirkeld 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur De ruimtelijke structuur van Standdaarbuiten hangt sterk samen met het landschap en de ontstaansgeschiedenis. De structuur van de kern wordt bepaald door de dijk (Oude Kerkstraat - Hoogstraat - Molenstraat - Molendijk) en de as die gevormd wordt door de kerk, de Havenstraat (gedempte haven) en de Veerstraat. In de decennia na de oorlog was de woningnood een van de grootste problemen. In deze tijd ontstond de verdere uitbreiding van de kern. Het plangebied ligt nabij de historische kern aan de rand van Standdaarbuiten, tussen de Molenstraat en de rivier de Mark, in de vroegere uiterwaarden. Voorheen kenmerkte het gebied zich door een open, groen landschap met ruimte voor de rivier. Vanaf 1970 vestigde zich hier enige bedrijvigheid die zich in de loop der tijd verder uitbreidde met grootschaligere bedrijfspanden. Het gaat hier om bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 4 volgens de VNG-brochure (graanhandel, staal, kunststof en autobedrijven). 10

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Op de locatie aan de Molenstraat 42 bevindt zich het bedrijf Van Krimpen. Van Krimpen is leverancier van kunststof producten voor de professionele tuinbouw. Het bedrijf Van Krimpen bestaat al meer dan 30 jaar en is sinds ongeveer 10 jaar gevestigd in Standdaarbuiten aan de Molenstraat. De bedrijfsvoering bestaat uit de inkoop, opslag en verkoop van goederen voor de tuinbouwsector. Op dit moment ontplooit Van Krimpen haar bedrijfsvoering vanuit twee locaties: de hoofdvestiging met kantoor in Standdaarbuiten en een nevenvestiging met opslag van producten in Oudenbosch. Het bedrijf wil uitbreiden aan de zuidwestzijde van het bestaande bedrijfspand. Dit deel van de locatie is vrij van bebouwing en bestaat uit grasland met enkele solitaire bomen en boomgroepen. Een watergang scheidt het perceel van het bestaande bedrijspand en de uitbreidingslocatie. De watergang aan de noordzijde begrenst de locatie van de achtertuinen behorend bij bestaande dijkwoningen aan de Molenstraat (dijk). Ter hoogte van het bestaande bedrijfspand van Van Krimpen is aan de noordzijde tevens een bedrijfspand gelegen. De oost-, zuid- en westzijde van de locatie wordt begrensd door de Molenstraat. Ten zuiden van de locatie, aan de overzijde van de Molenstraat liggen een nog in te vullen bedrijfsperceel en een veevoerbedrijf. Ten zuiden daarvan loopt de rivier de Mark.

Aan de westzijde liggen een nog in te vullen bedrijfsperceel en een verpakkingsbedrijf.

Figuur 2.2: Molenstraat (dijk), gezien richting het oosten. De locatie is gelegen achter de bestaande dijkwoningen.

Figuur 2.3: Molenstraat (dijk), gezien richting het oosten. De toegang tot het bestaande bedrijventerrein.

Figuur 2.4: Nabijgelegen verpakkingsbedrijf, gezien vanaf de Veerstraat.

Figuur 2.5: Uitbreidingslocatie gezien vanaf de Molenstraat aan de zuidzijde. De watergang scheidt de twee percelen.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

11

3

Planontwikkeling

Het plangebied bestaat uit twee delen, Molenstraat 42 waar het bestaande bedrijf Van Krimpen b.v. gevestigd is en het onbebouwde perceel ten zuidwesten van het bestaande bedrijf.

M

ol

en str a

at

42

M

at

ol

a str en

en str a

ol

at

M

tra ns ole M at

at

ra

t ers Ve

Figuur 3.1; Huidige situatie, locatie rood omlijnd

Figuur 3.2: Bestaande bedrijfspand aan de Molenstraat 42 3.1 Planontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens om het bestaande bedrijf aan de zuidwestzijde uit te breiden. Voor het bedrijf is het zeer gewenst dat de nevenvestiging in Oudenbosch verhuist naar de locatie in Standdaarbuiten. Alle bedrijfsactiviteiten kunnen worden gebundeld voor een efficiëntere bedrijfsvoering. De bundeling van de activiteiten levert niet alleen voor een bedrijf een positieve impuls: de verkeersbewegingen tussen de twee locaties kunnen door het samenbrengen van de bedrijfslocaties in Standdaarbuiten worden voorkomen. Het bestaande bedrijfspand wordt vergroot met een oppervlakte van ca. 5.630 m2. De uitbreiding wordt tegen het bestaande bedrijfspand aan gebouwd. 12

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Verlaging van het maaiveld t.b.v. waterberging Aanleg watergang ter compensatie van te dempen watergang Aanleg aarde wal Uitbreiding bedrijfsgebouw Nieuwe laaddocks

Figuur 3.3: Nieuwe situatie met vergraven watergang, duiker en verlaging maaiveld Het gebruik van de uitbreiding van het bestaande pand past, met de opslag van goederen voor de tuinbouwsector, bij de activiteiten die reeds op het bedrijventerrein plaatsvinden. De locatie biedt vanwege haar omvang en ligging de mogelijkheid voor ruimtelijk een logische uitbreiding. Groene invulling Aan de noordwestzijde van de locatie blijft een deel van de locatie vrij van bebouwing en verhardingen. Deze zone vormt de overgang naar de bestaande woningen aan de Molenstraat (dijk). Een aarde wal scheidt de groene zone van terrein waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Hierdoor wordt tevens deels het zicht ontnomen van de bestaande woningen aan de Molenstraat (dijk) op de nieuw te realiseren bedrijfsbebouwing. Verleggen waterloop De locatie is onder te verdelen in een westelijk deel en een oostelijk deel. Het oostelijk deel van de locatie is reeds bebouwd en in gebruik door het bedrijf Van Krimpen. Het westelijk deel van de locatie is onbebouwd en in gebruik als grasland. De twee delen worden gescheiden door een B-watergang met een lengte van ca. 100 meter. Met de beoogde uitbreiding zal de B-watergang zal worden gedempt. Deze wordt één op één teruggebracht aan de noordwestzijde van het plangebied in de groenzone en via een duiker verbonden met de watergang ten zuiden van de locatie.

Deze is op de verbeelding van dit bestemmingsplan aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterlopen’. Daarnaast is er een waterbergingsopgave die binnen het plangebied opgelost dient te worden. Deze wateropgave is nader toegelicht in paragraaf 5.3.3 van deze toelichting. In de groenzone wordt, naast het compenseren van de te dempen watergang, tevens een verlaging in het maaiveld gerealiseerd waarbinnen de waterbergingsopgave gewaarborgd is. Goot/bouwhoogte (molenbiotoop) De huidige bedrijfsbebouwing kent een bouwhoogte van 15 meter. Met de uitbreiding wordt beoogd aan te sluiten op deze hoogte. Echter is op de uitbreidingslocatie is een bouwhoogte toegestaan in het vigerend bestemmingsplan van 10 meter. Enkel met de opgenomen afwijkingsbevoegdheid kan hiervan worden afgeweken tot een maximale hoogte van 15 meter. Ruimtelijk gezien is een hoogte van 15 meter goed voorstelbaar, mede gezien de hoogte van de bestaande bebouwing.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

13

Ten westen van de locatie is een molen gelegen, aan Molenstraat 10. De molen is een voormalige stellingmolen die in 1786 werd gebouwd. Vanaf 1858 werd in de loods naast de molen een stoommachine geplaatst, waarmee MEMO in windstille perioden kon worden gemalen. Sinds 1921 is de molen echter niet meer in gebruik als werkende molen en werd afgeknot. De huidige molen bestaat enkel nog uit de romp en er wordt gebruikt als expositieruimte/ cursusruimte. Voor het functioneren van de oorspronkelijke molen is een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ opgenomen. Een molenbiotoop wordt gebruikt om de omgeving waarin een molen functioneert aan te duiden. Doordat biotoop letterlijk “leefomgeving” betekent, is het woord hier dus in figuurlijke zin gebruikt. Een molenbiotoop kent een aantal elementen, waarbij echter steeds de open ruimte en de vrije toegankelijkheid een grote rol spelen. Een windmolen kan niet functioneren zonder een vrije windtoevoer. In vroeger tijden werden molens doorgaans gepacht, en in ruil voor de pachtsom verleende de heer het zogenaamde “windrecht” aan de pachter. Dit hield in dat binnen een zekere afstand van de molen geen bouwsels of begroeiing de wind mochten belemmeren.

Binnen de gebiedsaanduiding ‘molenbiotoop’ gelden regels die van toepassing zijn op de bouwhoogte van nieuwe Molendijk tussen Markweg en Molendijk tussen Molenstraat en Wieken Molenstraat - bedrijventerrein bebouwing in de omgeving van de molen. In paragraaf 5.3.4 van deze toelichting wordt verder ingegaan op het Timberwolfstraat toetsen van de beoogde bouwhoogte in relatie tot de molenbiotoop. Routing en parkeren Het bedrijf Van Krimpen is een (toe)leverancier van kunststof tuinbouwproducten. Aan de voorzijde Aan de voorzijde van het bestaande bedrijfspand, de noordoostzijde van de locatie, is in parkeergelegenheid voor van het pand zijn verschillende laaddocks aanwezig. In onderstaande afbeelding is de huidige routing personeel en bezoek voorzien met in totaal 17 parkeerplaatsen en zijn 7 laaddocks voor de vrachtwagens aanwezig. van vrachtverkeer aangegeven. In dehet huidige situatie komt het vrachtverkeer aan de zuidoostzijde het terrein op (A) en verlaten deze aan de noordoostzijde van het terrein (B).

B

B A A

Figuur 3.4: Huidige routing vrachtverkeer. In de nieuwe situatie wijzigt de routing van het vrachtverkeer. De auto’s komen op dezelfde plek het terrein op, rijden vervolgens aan de noordzijde van het bedrijfspand naar de achterzijde (westzijde) van het pand, waar nieuwe extra laaddocks worden aangelegd. Ze verlaten het terrein aan de zuidzijde.

3. Toekomstige situatie

10 parkeerplaatsen aan de noorzijde van de locatie zullen door de wijziging van de routing van het vrachtverkeer komen te vervallen.bedrijfsuitbreiding Deze 10 parkeerplaatsen worden verplaats naar de oostzijde van het plangebied, ten zuiden Uitgangspunten van de bestaande laaddocks. De andere 7 bestaande parkeerplaatsen worden behouden. Aan de noordzijde van het Voor het inzicht in de verkeersaantrekkende werking bij bedrijfsuitbreiding zijn de volgende bedrijfspand worden 51 parkeerplaatsen aangelegd.

uitgangspunten gehanteerd:

De 7 bestaande laaddocks aan de oostzijde van het bedrijfspand worden uitgebreid met 6 extra laaddocks aan de 2  Oppervlakte westzijde van het pand. uitbreiding (exclusief laadkuil): 5.626 m ; o erexpeditie: 1.502 m2gerealiseerd In totaal worden 81 parkeerplaatsen voor personeel, bezoek en vrachtverkeer. 2 In paragraaf 4.4.2 verder op3.987 het parkeerbeleid ingegaan. o wordt opslagloods: m;

o

14

kantoor: 137 m2.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

4

Beleidsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau voor zover relevant voor het plangebied gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012) • Nationale Omgevingsvisie (Novi) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011) • Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (2014) • Omgevingsvisie Noord-Brabant (14 december 2018) • Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant (23 maart 2021) 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Een van de centrale uitgangspunten is de scheiding tussen beleid en normstelling. Het beleid wordt in eerste aanzet vormgegeven in een structuurvisie en is juridisch alleen nog bindend voor de rijksoverheid. Naast integraal planologisch beleid, kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent onder andere bestemmingsplannen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Dit betekent dat respectievelijk provinciale inpassingplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen daarop moeten worden afgestemd. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. In een brief van 9 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu bij de Eerste Kamercommissie aangegeven uitvoering aan de SVIR te willen geven. De SVIR vervangt de Nota Ruimte en heeft als streven “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” te maken.

In de SVIR zijn 13 nationale belangen gedefinieerd, waaronder het versterken van de mainportfuncties en het verbeteren van de rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. Doorwerking in het bestemmingsplan In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is tevens de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘woningbouwlocatie’, is niet nader gedefinieerd in het Bro. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie.

Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling.

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

15

Onderhavige ontwikkeling betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw op het bedrijventerrein van Standdaarbuiten. Het bestaande bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van ca. 5.255 m2. De uitbreiding heeft een oppervlakte van ca. 5.630 m2. In totaal bedraagt de oppervlakte van het bedrijfgebouw in de nieuwe situatie ca. 10.900 m2. In het vigerend bestemmingsplan‘Kern Standdaarbuiten’, is het deel waar de uitbreiding van het bedrijf van Krimpen plaats vindt al bestemd voor ‘Bedrijventerrein’. Ook is er een bouwvlak opgenomen dat voor 60% mag worden bebouwd. Het bouwvlak loopt over meerdere percelen door.

Figuur 4.1: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten, reparatiebesluit’, locatie rood omlijnd. Bouwvlak zwarte omlijning.

De opppervlakte van het bouwvlak over deze percelen is ca. 46.100 m2 groot. Van het bouwvlak is in de huidige situatie circa 11.909 m2 bebouwd. Dit komt neer op een percentage van circa 26%. Bij realisatie van de 5.630 m2 aan nieuwe bedrijfsbebouwing stijgt de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing naar 17.539 m2 en het bebouwingspercentage naar circa 38%. Dit percentage ligt nog steeds ver onder het maximaal te bebouwen percentage van 60%. De toename aan oppervlakte bedrijfsbebouwing is dus in het vigerend bestemmingsplan al mogelijk. Doorwerking in het bestemmingsplan De aanleiding voor dit bestemmingsplan zit in het feit dat met de uitbreiding van het bedrijf van Krimpen er een bedrijf ontstaat met een bedrijfsoppervlak van meer dan 10.000 m2. Dit type bedrijf past niet in het nu geldende bestemmingsplan. Nieuwvestiging van een bedrijf kleiner dan 5.000 m2 zou binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’ zonder meer mogelijk zijn. De bouwmogelijkheden worden niet verruimd ten opzichte van het nu geldende planologisch beleid. In die zin is er geen sprake van nieuw ruimtebeslag of van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder is daarmee niet aan de orde. 4.1.3 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020.

De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. 16

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonden steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Een uitgangspunt uit de NOVI is het bouwen van sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en het verder ontwikkelen van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Ontwikkelingen vinden plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd.

Doorwerking in het bestemmingsplan De onderhavige ruimtelijke ontwikkeling betreft een ontwikkeling in een bestaand stedelijk gebied. De uitbreiding van het bedrijfspand vindt plaats op een bestaand bedrijventerrein. Daarmee wordt voorzien in een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte op de planlocatie. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de NOVI. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.

Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in het bestemmingsplan Het Barro spreekt zich niet nadrukkelijk uit over de ruimtelijke invulling van de locatie. Het plangebied aan de Molenstraat is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Moerdijk. De (bedrijfs)locatie ligt aan de zuidkant van de kern Standdaardbuiten op een bedrijventerrein. De locatie is nu vrij van bebouwing en in gebruik als grasland. Het gaat hier om bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 3.1. De initiatiefnemer heeft het voornemen om het reeds bestaande bedrijf van Krimpen B.V., gevestigd op Molenstraat Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

17

42, aan de westzijde uit te breiden ten behoeve van de opslag van agrarisch gerelateerde goederen. Gezien de ligging op een bestaand bedrijventerrein wordt in algemene zin aangesloten op het nationaal beleid. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. 4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO), waarin het beleid van de Interimstructuurvisie is doorvertaald, is vastgesteld op 1 oktober 2010 en op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant herzien en vervolgens in maart 2014 vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Één van deze instrumenten is de Provinciale verordening. In de Omgevingsverordening zijn de kader stellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.

Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de Structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De provincie wil haar woningbouwopgave zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied opvangen. Doorwerking in het bestemmingsplan

Figuur 2.1: Structuurvisie Ruimtelijke Ordening, locatie rood omcirkeld

De locatie is gelegen in het stedelijk concentratiegebied. Het bedrijventerrein is gelegen aan de zuidrand van de kern Standdaarbuiten binnen het door de provincie aangewezen bestaand stedelijk gebied. In het vigerend bestemmingsplan is reeds een bedrijfsbestemming aanwezig. Binnen de geldende planologische mogelijkheden is het niet mogelijk om het bestaande bedrijf uit te breiden boven de 5.000m2. Gezien de ligging op een bestaand bedrijventerrein en het feit dat het om uitbreiding van een al aanwezig bedrijf gaat wordt in algemene zin aangesloten op het beleid uit de provinciale structuurvisie. 4.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ De Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De 18

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’. Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa.

De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: • Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; • Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte.

Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking in het bestemmingsplan Onderhavige ontwikkeling is aan verschillende omgevingsapecten getoetst. De conclusie is dat de planontwikkeling aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening met respect voor de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. 4.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren.

Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

19

figuur 3.2: Uitsnede ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant, locatie (wit omlijnd) is gelegen in het stedelijk gebied

Stedelijk gebied Landelijk gebied Natuur Netwerk Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft als eerste stap op 5 november 2019 een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Recent is de volgende stap genomen in het proces naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en is per 23 maart 2021 de ontwerp Omgevingsverordening actief geworden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld en treedt deze samen met de Omgevingswet naar verwachting in 2022 in. Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking.

Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. In de Interim Omgevingsverordening is de kern Standdaardbuiten aangegeven als ‘Stedelijk gebied’. Aan de rand van de kern zijn gebieden aangewezen als ‘Verstedelijking afweegbaar’. De locatie aan de Molenstraat behoort tot het ‘Stedelijk gebied’. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van een duurzame verstedelijking. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is of de transformatie van cultuurhistorisch waardevol/ geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in het gebied dat is aangewezen als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Voor stedelijke ontwikkelingen in gebieden aangewezen als ‘Verstedelijking afweegbaar’ wordt in artikel 3.43 van de Interim Omgevingsverordening aangestuurd op de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdend met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

20

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Het uitgangspunt om de verstedelijking te bundelen in stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende gebieden die aangewezen zijn als ‘Verstedelijking afweegbaar’ heeft directe gevolgen voor de groeimogelijkheden in de kernen in landelijk gebied. Voor deze kernen geldt in het algemeen de regel dat de ontwikkelingen moeten passen binnen de regionale afspraken. Oftewel dat zoveel woningen gebouwd mogen worden als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei, dat wil zeggen de groei die optreedt als het saldo van alle verhuisbewegingen op nul wordt gesteld (migratiesaldo-nul). In en rondom de kernen in het landelijk gebied staat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal. Dit betekent dat het accent op inbreiden, herstructureren en intensief en meervoudig ruimtegebruik ligt. Doorwerking in het bestemmingsplan Het plangebied bevindt zich binnen de kern Standdaardbuiten op een bestaand bedrijventerrein. Het initiatief betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijf groter dan 5.000 m2. Voorheen was in de Verordening Ruimte opgenomen dat bedrijven van deze omvang niet thuishoren op lokale bedrijventerreinen. Met de intreding van de Interim Omgevingsverordening is deze regeling komen te vervallen en is aan de gemeenten bevoegdheid gegeven hiervoor regels op te stellen. De gemeente Moerdijk wil onder voorwaarde medewerking verlenen aan dit initiatief.

Deze voorwaarde zijn toegelicht in paragraaf 2.4.1 Structuurvisie Moerdijk 2030. Geconcludeerd kan worden dat in algemene zin hiermee wordt aangesloten op het beleid in de Interim Omgevingsverordening. 4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 (2011) De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft – met een doorkijk naar 2040 - de koers van de regio in een ruimtelijk casco. Uitgangspunt van het gemeenschappelijk optrekken binnen deze koers is, dat autonomie van de deelnemende samenwerkingspartners gerespecteerd wordt. Alleen als opgaven daarom vragen, wordt al dan niet in wisselende allianties samengewerkt om de gestelde doelen te bereiken. De volgende doelen zijn daarbij van belang: • Centraal wat moet, decentraal wat kan. • West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. • Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. • Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. • Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. • Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. • De economische structuur van West-Brabant wordt versterkt door regionale specialisaties. • Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta.

Figuur 2.4: Ruimtelijke visie West-Brabant 2030, locatie in rood omcirkeld Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

21

• •

Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen.

Doorwerking in het bestemmingsplan De doelen uit de ruimtelijke visie West-Brabant zijn globaal van karakter. In algemene zin wordt voldaan aan het regionaal beleid. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Strategische Visie voor Moerdijk 2030 De gemeente Moerdijk wordt met een aantal ingrijpende ontwikkelingen geconfronteerd, zoals vergrijzing, ontgroening, de globalisering van de toeristisch-recreatieve en agrarische sector, schaalvergroting in de omgeving waarin de gemeente opereert en niet in de laatste plaats de voortgaande decentralisatie van rijksoverheidstaken. Deze en andere ontwikkelingen stellen de gemeente op korte en (middel)lange termijn voor grote opgaven. De uitvoering van de visie en het beleid rondom die opgaven wordt voor de periode van 2009- 2030 op robuuste wijze ingezet. Dit doet de gemeente door in een visie op de (middel) lange termijn - op strategisch niveau- richting te geven aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de eigen positie in de regio. De strategische visie voor de gemeente Moerdijk heeft tot doel te komen tot een: 1. ontwikkelingsrichting voor de lange termijn; 2. kapstok en referentiekader voor integraal afgestemd gemeentelijk beleid; 3. duidelijke missie die kan worden uitgedragen naar buurgemeenten, provincie en rijk. De strategische visie maakt het mogelijk om op langere termijn een consistent beleid te voeren, en nieuwe ontwikkelingen snel te combineren met al ingeslagen richtingen, waarmee de gemeente Moerdijk een integraal beleid kan voeren en beter kan anticiperen op veranderingen in de maatschappij, wet of wensen.

Missie: “Moerdijk is in 2030 een gemeente die, gelegen op de as Rotterdam-Antwerpen én als hoogwaardig logistiek centrum van West-Brabant, voor al haar inwoners een leefbare woonomgeving biedt met werkgelegenheid in de nabijheid. Een gemeente met rust, ruimte, recreatie en toeristische mogelijkheden in het westelijke deel en dynamiek, bedrijvigheid en bovenlokale voorzieningen, geconcentreerd in de kern Zevenbergen en het haven- en industrieterrein Moerdijk in het oostelijke deel van de gemeente. Een gemeente waarin de kernen hun eigenheid bewaard hebben, maar ook duidelijk één gemeente vormen. Een gemeente met een sociaal gezicht, waar zorg en basisvoorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt. Een gemeente die op een bewonersgerichte, innovatieve, efficiënte en effectieve wijze wordt bestuurd.” De missie geeft de strategische visie drie dimensies als uitgangspunt voor de discussie rond de verschillende thema’s: samenleving, leefmilieu en economie. Dit wordt ook wel het ‘Triple P’ mechanisme genoemd (people, planet, profit) of de Telos-Driehoek. Het idee achter de ‘TripleP’ gedachte is dat het optimaliseren van de economische kracht, de (lokale) leefomgeving en de sociaalmaatschappelijke kant op termijn leidt tot een duurzame gemeente. 4.4.2 Paraplunota’s De paraplunota’s zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities.

Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zin gemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota’s. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota’s zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de ‘definitie’ die betrekking heeft op de ‘duurzame samenleving’ die uiteenvalt in drie pijlers Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit). Een duurzame samenleving betekent een samenleving die: • voorziet in de behoeften van nu, voor ons; • ook onze kinderen en kleinkinderen in hun behoeften kan voorzien, • elk mens de mogelijkheid biedt om zich in vrijheid te ontwikkelen, binnen een stabiele maatschappij, in harmonie met zijn omgeving. 22

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

De gemeente Moerdijk koppelt haar beleid aan deze drie pijlers. Elke pijler krijgt een ‘paraplunota’: een plan met alle speerpunten en acties samengevat. Paraplu omdat elke nota verschillende thema’s omvat. Die thema’s zijn sterk met elkaar verweven. De uitdaging is om tussen deze drie pijlers steeds de juiste balans te zoeken. Economisch klimaat Ruimte om te ondernemen, een gezonde arbeidsmarkt, levendige kernen, Moerdijk als toeristische bestemming en Moerdijk als knooppunt van industrie en transport. In de Paraplunota Economisch Klimaat zijn de ambities voor economie en bedrijvigheid uitgewerkt, met een doorkijk naar 2030. Ook in 2030 is het goed ondernemen in Moerdijk. De doelen uit de Paraplunota Economisch Klimaat dragen bij aan een duurzame samenleving. Leefomgeving Een schone bodem, helder water, gezonde lucht, zuinig omgaan met grondstoffen en een stevige plaats voor onze natuur. In de paraplunota Leefomgeving worden de hoofdthema’s en –doelen met betrekking tot de fysieke leefomgeving uitgewerkt, met een doorkijk naar 2030. Ook in 2030 is het prettig leven in Moerdijk. Maatschappij De Paraplunota Maatschappij kent vijf thema’s, te weten wonen, gezondheid, woonomgeving, sociale structuur en ondersteuning. Elke thema heeft een eigen ambitie, die is uitgewerkt in doelen en een uitvoeringsstrategie.

Doorwerking in het bestemmingsplan Het initiatief draagt bij aan de thema’s uit de paraplunota’s doordat op een bestaand bedrijventerrein, binnen bestaande stedelijk gebied, het bedrijf van Krimpen zich wil uitbreiden. Hierdoor wordt bijgedragen aan werkgelegenheid en bedrijvigheid in de regio. Van Krimpen heeft de ambitie om haar twee bedrijfslocaties samen te voegen op de locatie in Standdaarbuiten. Door de bundeling van de activiteiten op één locatie ontstaat een efficiëntere bedrijfsvoering. Daarnaast komen de verkeersbewegingen tussen de twee bedrijfslocaties te vervallen, wat bijdraagt aan een gezondere leefomgeving. 4.4.3 Structuurvisie Moerdijk 2030 In de Strategische ‘Moerdijk 2030’ zijn voor de komende 20 jaar de hoofdlijnen voor de inrichting van het hele grondgebied van de gemeente beschreven. Het is een meerjarenplan dat ook laat zien in welke volgorde plannen ontwikkeld worden. De Structuurvisie “Moerdijk 2030” is op 9 juni 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Moerdijk. De meeste kernen in de gemeente hebben een (klein) lokaal bedrijventerrein. Op deze terreinen ligt de nadruk op kwaliteit en kleinschaligheid. Waar de ruimtelijke kwaliteit te wensen over laat, wordt ingezet op revitalisering en herstructurering. Op de lokale terreinen en in het buitengebied worden alleen bedrijven toegestaan met maximaal milieucategorie 2.

Het streven is vooral de lokale bedrijventerreinen in hun netto omvang te laten bestaan. Voor de leefbaarheid en de sociale cohesie in de kernen is de aanwezigheid van levensvatbare lokale bedrijvigheid van groot belang. De gemeente richt zich daarom op het behoud en eventueel de uitbreiding van de werkgelegenheid op deze lokale terreinen en stimuleert mobiliteits- en parkmanagement. Herstructurering en transformatie geven ruimte voor beperkte uitbreiding, passend bij de kern. Voor grote, niet op de lokale markt gerichte bedrijven is geen plek op de lokale terreinen. Als dergelijke bedrijven reeds aanwezig zijn, wordt gestreefd naar verplaatsing naar één van de bovenlokale terreinen bij Zevenbergen of zelfs naar de bovenregionale bedrijvenparken (Zeehaven- en Industrieterrein Moerdijk of LPM), afhankelijk van het type bedrijf. Het gaat daarbij in het bijzonder onder andere ook om de bedrijven langs de Mark bij Standdaarbuiten. Het geldend gemeentelijk beleid is geënt op het provinciaal beleid, wanneer het gaat om uitbreidingen van reeds gevestigde bedrijven op lokale bedrijventerreinen. Hierbij is het uitgangspunt dat bedrijven zijn toegestaan die horen te passen bij de schaal van het dorp of stad waar zij gevestigd zijn. Er zijn geen grote bedrijven toegestaan op lokale bedrijventerreinen.

Dit laatste uitgangspunt is bij de intreding van de Imterim omgevingsverordening komen te vervallen en de provincie heeft de bevoegheid bij gemeenten neergelegd voor het stellen van regels. In het geval van de uitbreiding van het bedrijf van Krimpen stelt de gemeente Moerdijk een aantal uitgangspunten waaronder: • de beargumentering van de lokale gebondenheid van het bedrijf (duur van de vestiging. woonplaats van werknemers, afzetgebied, etc.); Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

23

• • •

een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; een eventuele waterbergingsopgave dient op eigen terrein te worden opgelost. Daarnaast worden bij uitbreiding gebouwelijke eisen gesteld voor verduurzaming en energieopwekking; draagvlak creëren bij de omgeving.

Figuur 2.5: Uitsnede gemeentelijke structuurvisie kaart, locatie in rood omcirkeld

Doorwerking in het bestemmingsplan Van Krimpen is leverancier van kunststof producten voor de professionele tuinbouw. Het bedrijf Van Krimpen bestaat al meer dan 30 jaar en is sinds ongeveer 10 jaar gevestigd in Standdaarbuiten aan de Molenstraat. De locatie is gunstig gelegen voor de circa 32 medewerkers waarvan er ruim 20 in de directe omgeving wonen (Standdaarbuiten, Hoeven, Oudenbosch, Zevenbergen, Roosendaal, Dinteloord en Zegge). De locatie is goed ontsloten vanaf de snelweg A17 en dus ook gunstig gelegen ten opzichte van de grootste toeleverancier, die gevestigd is in Antwerpen. Ook is de locatie gunstig gelegen ten opzichte van een groot afzetgebied in het Westland. Op dit moment ontplooit Van Krimpen haar bedrijfsvoering vanuit twee locaties: de hoofdvestiging met kantoor in Standdaarbuiten en een nevenvestiging met opslag van producten in Oudenbosch. Voor het bedrijf is het zeer gewenst dat de nevenvestiging in Oudenbosch verhuist naar de locatie in Standdaarbuiten. Alle bedrijfsactiviteiten kunnen worden gebundeld voor een efficiëntere bedrijfsvoering. De bundeling van de activiteiten levert niet alleen voor een bedrijf een positieve impuls: de verkeersbewegingen tussen de twee locaties kunnen door het samenbrengen van de bedrijfslocaties in Standdaarbuiten worden voorkomen. In Standdaarbuiten is Van Krimpen bv al 10 jaar actief.

Het bedrijf draagt positief bij aan de gemeenschap door onder andere plaatselijke activiteiten te ondersteunen. Dit is soms financieel (bijdragen zijn gegeven aan o.a. het plaatselijke carnaval, de wielerronde en de plaatselijke EHBO-afdeling) en soms ‘in natura’. Zo mogen de carnavalswagens altijd op het terrein van Van Krimpen worden gebouwd en wordt aan een medewerker de ruimte geboden om, ook onder werktijd, invulling te geven aan zijn functie als lid van de vrijwillige brandweer. 24

Molenstraat te Standdaarbuiten Ontwerp bestemmingsplan - 11 januari 2022

Ook neemt het bedrijf Van Krimpen al een aantal jaren deel aan ‘de Dorpstafel’ van Standdaarbuiten. Dit is het platform waar bewoners meedenken en meepraten over zaken die leven in het dorp. De lokale betrokkenheid en gebondenheid van het bedrijf bij de gemeenschap van Standdaarbuiten is dus groot. 4.4.4 Parkeerbeleid Moerdijk Voor het gemeentelijk grondgebied van Moerdijk is in 2015 nieuw parkeerbeleid opgesteld, dat aansluit bij de ambities en doelstellingen van de strategische visie Moerdijk 2030. Dit parkeerbeleid maakt onderdeel uit van de paraplunota ‘Maatschappij’. Doel van dit beleidsplan is een beleidsplan op hoofdlijnen, inclusief een globaal maatregelenpakket en acties voor de komende jaren (2015-2018). Onderdeel van het gemeentelijk parkeerbeleid is de Nota Parkeernormen. Deze is opgesteld als uitwerking van het geactualiseerde parkeerbeleid van de gemeente. De nota beoogt het vastleggen van de Moerdijkse parkeernormen en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie. Dit betekent dat binnen de gemeente Moerdijk verschillende parkeernormen voor dezelfde functie kunnen gelden, afhankelijk van de locatie van de functie. Als basis voor de parkeernormen gelden de in 2010 vastgestelde parkeernormen.

In de praktijk werken deze goed en sluiten ze aan bij de praktijk. Daarbij is het beleidsuitgangspunt dat zoveel mogelijk parkeerplaatsen op eigen terrein (binnen plangrenzen) worden gerealiseerd. Om dubbelgebruik te stimuleren dienen parkeerplaatsen bij maatschappelijke en commerciële voorzieningen zoveel mogelijk openbaar toegankelijk te zijn voor openbaar gebruik. Als basis voor de parkeernormen gelden de in 2010 vastgestelde parkeernormen. In de praktijk werken deze goed en sluiten ze aan bij de praktijk. Daar waar in 2010 niet in werd voorzien kiest de gemeente Moerdijk voor de meest recente parkeerkencijfers van CROW, als basis voor de gemeentelijke parkeernormering. Doorwerking in het bestemmingsplan Voor de locatie geldt een stedelijkheidsgraad van ‘niet stedelijk’ en en rest bebouwde kom. Er wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte. Het bedrijf van Krimpen breidt uit met een oppervlakte van ca. 5.630 m2. De uitbreiding kan onderverdeeld worden in de volgende functies: expeditie, opslagloods en kantoor. Volgens het beleid van de gemeente gelden de volgende parkeerkencijfers per weekdaggemiddelde: Functie bedrijfsuitbreiding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8beebc07-42d3-48cb-bcc4-0c7bcc96a2cf