Bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020, ontwerp
Tekst van het document
De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten (art. 3.10 Wnb). De overige soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. GS kunnen ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
30
de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan voor deze soorten ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 4.8.2 Onderzoek Gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van beschermde Natura 2000-gebieden of van gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Brabant. In het kader van de invloed van de ontwikkeling van de woningen is gekeken naar de effecten van de nieuwbouw van de nog te vergunnen woningen (288 woningen in fase 3) op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het kader hiervan is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de nog te vergunnen woningen (inclusief de 80 extra woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt). Uit dit onderzoek blijkt dat het verkeer van deze woningen niet leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Aanlegfase Het is mogelijk dat de bouw van de nieuwe woningen leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Hollandsch Diep) bedraagt circa 6,5 kilometer. De stikstofgevoelige habitats zijn gelegen binnen het Natura 2000-gebied Biesbosch en zijn gelegen op circa 12 km van de nieuwe woningen. De uitvoering van de werkzaamheden is nog niet exact bekend maar zal gefaseerd in de tijd plaatsvinden.
In het kader van de uitvoering, ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal voor de uitvoeringsfase een stikstof-berekening worden uitgevoerd. De verwachting is, dat op deze afstand er geen sprake zal zijn depositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de uitvoeringsfase. Indien uit de berekening blijkt dat in het kader van de uitvoering wel een depositie plaatsvindt, dan zal er in het kader van de omgevingsvergunning gekeken worden naar maatregelen om de stikstofemissie terug te dringen. Dit kan mede door gebruik te maken van zuiniger materieel of elektrisch materieel dat geen stikstofuitstoot heeft, of door de toepassing van afzuiginstallaties. Daarmee zijn voldoende mogelijkheden om in het kader van de uitvoering maatregelen te treffen. De Wnb staat daarmee niet aan de uitvoering van het plan in de weg. Soortenbescherming In het kader van het vigerende bestemmingsplan is ecologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Uit dit onderzoek bleek dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn of te zijn verwachten. Momenteel wordt het plangebied gereed gemaakt voor de realisatie van woningen en bouwrijp gemaakt. Bij het bouwrijp maken van de kavels en de voorbereidende werkzaamheden worden maatregelen getroffen waardoor pionierende soorten, zoals de rugstreeppad zich niet vestigen in het plangebied.
4.8.3 Conclusie Het aspect leidt niet tot belemmeringen voor de ontwikkeling van de woningbouw in Bosselaar Zuid. De verdichting met de toevoeging van 80 woningen leidt niet tot significante effecten op natuurgebieden of flora en fauna.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
31
4.9
Water
4.9.1 Kader Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf. Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Het waterschap heeft een positief wateradvies uitgebracht. De brief met het advies is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld.
Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is.
Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Op waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
32
waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden zonder vergunning van het dagelijks bestuur te lozen op het oppervlaktewater bij een uitbreiding van het verhard oppervlak groter of gelijk aan 500 m². Indien door de ontwikkeling het verhard oppervlak met meer dan 500 m² toeneemt, eist het waterschap compensatie voor de uitbreiding van verharding. Bij het dimensioneren van retentie-/infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met neerslaghoeveelheden met een herhalingstijd van 1 tot 100 jaar. Aangezien de retentiebehoefte het grootst is bij T = 100 is deze waarde maatgevend. Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. 4.9.2 Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de verdichting van de woonwijk Bosselaar mogelijk. Deze verdichting heeft betrekking op verdichting binnen het bestaand stedenbouwkundig raamwerk. De extra verdichting leidt daarmee niet tot extra verharding binnen het plangebied. Ten aanzien van de watergangen binnen het plangebied geldt dat de waterpartij binnen het plangebied zal afwateren met een maximaal debiet van 2,67 l/s/ha.
Voorkomen van grondwateroverlast De ontwatering (het verschil tussen de maaiveldhoogte en de gemiddelde hoogste grondwaterstand) dient voor het gehele plangebied minimaal 1 m te bedragen om de nodige veiligheid tegen grondwateroverlast te waarborgen. Dit is bij de keuze van het bouwpeil en de inrichting van het watersysteem meegenomen. Daarnaast wordt uitkomende grond afkomstig van de aanleg van nieuw oppervlaktewater gebruikt om het maaiveld op te hogen. Riolering en waterkwaliteit In het plangebied is een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Het vuilwater wordt aangesloten op de riolering (DWA). Hemelwater van wegen, allen met een lage verkeersintensiteit, en daken wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater binnen het plangebied. Om verontreinigingen van water en bodem te voorkomen, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Het geniet de voorkeur om afstromend hemelwater van schone oppervlakken af te koppelen en af te voeren naar het oppervlaktewater. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Beheer en onderhoud In de Keur is geregeld dat "beschermingszones" voor watergangen en waterkeringen in acht dienen te worden genomen, ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur".
Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Beheer en onderhoud in het plangebied zal in beginsel worden uitgevoerd door Waterschap Brabantse Delta. Water en waterkeringen in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan worden de watergangen en waterkeringen, inclusief hun beschermingszones, alsmede het gemaal bestemd als "Water". Voor waterkeringen geldt een zogenaamde dubbelbestemming, die de bestemming "Waterstaat - Waterkering" is toebedeeld. De kernzone van de waterkering bedraagt 2,5 m vanaf de teen en beschermingszone van de dijk, aansluitend volgt een beschermingszone met een breedte van 20 m. Binnen de kernzone dient voor alle activiteiten een ontheffing van de Keur te worden aangevraagd.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
33
4.9.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de verdichting van het woongebied die mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande waterhuishouding.
4.10
Externe veiligheid
4.10.1 Kader Algemeen Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en / of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken (dat wil zeggen vierentwintig uur per dag en gedurende het gehele jaar) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een feitelijk bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als buitenwettelijke oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het water Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de bebouwde omgeving en de veiligheid van mensen die wonen of verblijven dicht in de buurt van de infrastructuur waar dit vervoer plaatsvindt.
Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). De wetgeving rondom het Basisnet, in werking getreden op 1 april 2015, bestaat o.a. uit: de Wet vervoer gevaarlijke stoffen; het Besluit externe veiligheid transportroutes; de Regeling Basisnet: hier staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Op het transport van risicovolle stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
34
buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het besluit werkt met een vaste norm voor het PR die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Deze norm betreft de contour van het PR met kans 10-6. Binnen deze contour is de bouw van kwetsbare objecten geheel niet toegestaan. Daarnaast verplicht het Bevb tot het opnemen van een adequate bestemming van solitaire buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen in het bestemmingsplan. In elk geval dient de belemmeringenstrook op de verbeelding te worden weergegeven. Binnen deze belemmeringenstrook mogen geen nieuwe bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken toestaan; met een afwijkingsbevoegdheid kan bouwen voor aanwezige positief bestemde functies worden toegestaan, mits het geen kwetsbare objecten betreft. Het uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen deze strook, dient aan een vergunningenstelsel te worden gekoppeld. In de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) is een verdere technische uitwerking gemaakt van onderdelen van het Bevb. In het Revb is onder andere de rekenmethodiek voor het beoordelen van het PR en het GR voorgeschreven. Op grond van artikel 12 van het Bevb dient het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding te worden verantwoord. 4.10.2 Onderzoek Aan het gebied worden 80 woningen toegevoegd.
In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied, die van invloed kunnen zijn op de extra woningen. Overeenkomstig de professionele risicokaart (figuur 4.3) waarin relevante risicobronnen worden getoond, vindt er in de omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via het water, de weg of door buisleidingen met een externe werking.
Figuur 4.3 Uitsnede professionele risicokaart met het plangebied groen gearceerd Inrichtingen Ten noordoosten van het plangebied is het zwembad Bosselaar gelegen op een afstand van circa 524 meter. Dit is aangemerkt als een inrichting vanwege de opslag van chloor. De dodelijke effectafstand bedraagt 90 meter. Het plangebied ligt op voldoende afstand. Ten zuiden van het plangebied betreft het een agrarisch bedrijf aan de Markdijk 1 op een afstand van circa 500 meter. De dodelijke effectafstand bedraagt 235 meter. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van het zwembad. Voor het bedrijf Agerland, gelegen aan de Zuiddijk ten zuid-oosten van het plangebied, geldt dat het invloedsgebied voor het GR reikt tot de grens van het plangebied en heeft daarmee geen gevolgen voor het toevoegen van de extra woningen.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
35
Daarnaast ligt in de wijdere omgeving een aantal risicobronnen. Het gaat hierbij om Gondrand Traffic B.V., Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. en Shell Nederland Chemie B.V. Voor alle drie inrichtingen is in het kader van de vergunningverlening van deze bedrijven een QRA uitgevoerd. Het groepsrisico overschrijdt slechts bij Shell Nederland Chemie B.V. de oriëntatiewaarde. Het plangebied is echter op enkele kilometers gelegen van de inrichtingen. Daarnaast valt heel Zevenbergen en omgeving in de invloedsgebieden, waardoor de toevoeging van de 80 woningen weinig invloed heeft op het groepsrisico. Omdat het plangebied wel in de invloedsgebieden ligt, is er een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied grenst ten oosten aan het spoortraject Zevenbergschenhoek – Roosendaal, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het kader van het geldende bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd naar het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Uit dit onderzoek blijkt dat de PR 10-6-contour op maximaal 11 m buiten het spoor is gelegen. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de wijk en de verdichting die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant zijn er risicoberekeningen voor de transportroutes weg en spoor uitgevoerd (2016).
In dit onderzoek is ook het spoortraject Zevenbergschenhoek - Roosendaal meegenomen. Hieruit blijkt dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Deze conclusie wordt ook getrokken in het vigerende bestemmingsplan waarin ook een prognose is gedaan voor het groepsrisico in 2020. De factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde voor het kilometervak BosselaarZuid blijkt 0,002. De nog niet vergunde woningen zijn gelegen op meer dan 200 m van het spoor, waardoor volgens het Basisnet geen beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik. Het uitvoeren van een nieuwe QRA is daarom niet noodzakelijk. Wel is vanwege de ligging in het invloedsgebied een beknopte verantwoording opgesteld. Dit blijkt ook uit de stroomschema standaard verantwoording. In de verantwoording is het standaardadvies van de Veiligheidsregio Miden- en West-Brabant verwerkt, dit advies is in bijlage 7 weergegeven. In het vigerende bestemmingsplan is tevens een verantwoording van het groepsrisico en het brandweeradvies opgenomen. De gestelde eisen gelden ook voor de verdichting van het gebied.
4.10.3 Verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De beschikbaarheid van een openbare bluswatervoorziening is primair een verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De opkomsttijd is door het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in het Dekkings- en spreidingsplan vastgesteld. Voor een woonfunctie na 2003 geldt een opkomsttijd van 12 minuten. Uit het figuur 'Opkomsttijden Basis Brandweer' uit de standaardadvies blijkt het plangebied niet in een donkerblauwe gebied te liggen, waardoor er geen maatregelen getroffen hoeven te worden. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. In het Standaardadvies wordt nader ingegaan op de bereikbaarheid en bluswatervoorziening.
Zo is de benodigde bluswatervoorziening afhankelijk van de aard en omvang van de bebouwing, maar ook de omgeving en brand zelf is bepalend. Het plangebied wordt ontsloten via Zuidrand welke aansluit op het verdere wegennetwerk van Zevenbergen. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Daarnaast zijn er twee toegangsdeuren in de aarden wal welke gebruikt kunnen worden voor brandweerinzet op het spoor. Hiermee heeft de brandweer bij een calamiteit snel en ongehinderd toegang tot het incident wat noodzakelijk is bij bestrijding van het incident. Zelfredzaamheid
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
36
In de toekomstige situatie zullen 80 woningen extra gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groepen wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers/ouders de kinderen en ouderen zullen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Bij een brand- of explosiescenario dienen aanwezige personen dekking te zoeken in bijvoorbeeld gebouwen. Ook in dit scenario dienen personen ramen en deuren te sluiten en (mechanische) ventilatiesystemen uit te schakelen om zo te voorkomen dat (rook)gassen naar binnen worden gezogen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS).
Uit het overzicht WAS-Installaties in de gemeente Moerdijk dat de dekking van dit systeem tot het plangebied reikt. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. 4.10.4 Conclusie De toevoeging van extra woningen binnen het plangebied leidt tot een beperkte toename van het groepsrisico in het kader daarvan is een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11
Leidingen en laagvliegroutes
4.11.1 Kaders In het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen gelegen. Het plangebied is gelegen in het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Woensdrecht. Dit houdt in dat er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 15 nautische mijl (= 27,8 km) geldt, gemeten vanaf de positie van de radar. Deze cirkel is bedoeld om het functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis te waarborgen. Binnen het radarverstoringsgebied dient voor ieder obstakel, hoger dan 63 m boven NAP, te worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied is daarnaast gelegen onder de navigatie-tolerantiezone van de laagvliegroute VO. Voor de laagvliegroute geldt dat er ter weerszijden van de hartlijn van de route een navigatie-tolerantiezone van 926 m bestaat. Het is vanuit defensieoogpunt niet wenselijk om obstakels hoger dan 30 m, onder de laagvliegroute te plaatsen. 4.11.2 Onderzoek en conclusies De maximaal toelaatbare bouwhoogte binnen het plangebied bedraagt 25 m. Dit is ter plaatse van het te bouwen appartementencomplex aan de zuidkant van het plangebied. De belangen van de laagvliegroute van Defensie en het radarverstoringsgebied worden derhalve niet geschaad, aangezien de maximale bouwhoogte minder dan 30 en 63 m bedraagt.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
37
4.12
MER-Regelgeving
4.12.1 Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. 4.12.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In het kader van de verdichting van de 80 woningen is een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 6. Uit deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status.
De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Wanneer de mitigerende maatregel in acht wordt genomen, is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure zodoende niet noodzakelijk.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
38
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planvorm
Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de verdichting binnen de wijk Bosselaar Zuid met 80 woningen. Deze verdichting heeft deels plaatsgevonden in fase 1 en 2 (29 woningen) en zal deels plaatsvinden in fase 3. Het bestemmingsplan omvat daarbij tevens het reeds gerealiseerde, danwel vergunde, deel van Bosselaar Zuid. Voor dit deel heeft het bestemmingsplan een consoliderende functie. Voor het consoliderende deel van de woningen is in dit bestemmingsplan gekozen voor de bestemming 'Wonen - 1', voor de nog te vergunnen woningen is de bestemming 'Wonen - 2' opgenomen. Daarmee is op de verbeelding een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de beide delen. Voor de regels in het bestemmingsplan is zo veel mogelijk aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan en zijn de huidige planologische rechten overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is daarnaast het actuele beleid van de gemeente omtrent bedrijven- en beroepen aan huis en het beleid ten aanzien van erfbebouwing opgenomen. In dit hoofdstuk wordt een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten.
Het plan voldoet aan de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het handboek van de gemeente Moerdijk vormt de basis voor dit bestemmingsplan, aangevuld met de geactualiseerde begrippen en bouwregels uit het veegplan Kernen (2017).
5.2
Systematiek bestemmingen
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (hoofdstuk 1); 2. Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); 3. Algemene regels (hoofdstuk 3); 4. Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). De regels zijn zoveel mogelijk opgebouwd conform het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Moerdijk en sluit tevens aan bij de systematiek van de meest recente bestemmingsplannen voor de kernen binnen de gemeente. Hierna worden de vier hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn diverse begrippen verklaard, die in de regels zijn opgenomen. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in hoofdstuk 1 het artikel ‘wijze van meten’ opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per artikel is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Agrarisch De bestemming Agrarisch is toegekend aan de strook grond aan de westzijde van het plangebied tussen de Roode Vaart en de Allenweg.
Binnen deze bestemming zijn agrarische bedrijven toegestaan, met uitzondering van intensieve veehouderij en glastuinbouw. In het plangebied zijn geen agrarische bouwvlakken aanwezig. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Groen Hieronder vallen de openbare groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, bruggen, vlonders en voeten fietspaden alsmede nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige doeleinden. In verband met de te realiseren geluidswal langs de spoorlijn is de groenvoorziening langs de oostzijde van het plangebied
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
39
tevens voorzien van de aanduiding "geluidwal". In verband met de geluidsnormen dient de hoogte van geluidswerende voorzieningen ten minste 8 m te bedragen. Ter plaatse van de ligweide bij het zwembad is, vanwege het gebruik in de winter als natuurijsbaan, de aanduiding "natuurijsbaan" aan deze gronden toegekend. Gebouwen mogen alleen worden gebouwd ten dienste van nutsvoorzieningen; voor het overige zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegelaten. Maatschappelijk De locatie van de Brede School is voorzien van de bestemming "Maarschappelijke voorzieningen". De gronden zijn bestemd voor educatieve, sociaalmedische, sociaal-culturele, zorgverlenende, onderwijsvoorzieningen en maatschappelijke dienstverlening zoals een kinderdagverblijf. De bebouwing dient te worden gebouwd binnen het bouwvlak, met in achtneming van de maximale bouwhoogte die op de verbeelding is opgenomen. In de regeling is rekening gehouden met de eerder gevoerde procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan voor de Brede School. Verkeer De gronden met de bestemming Verkeer zijn bestemd voor wegen met ten hoogste 1 doorgaande rijstrook per rijrichting. Opstelstroken en busstroken zijn daaronder niet begrepen.
Binnen deze bestemming zijn zowel de wegen, de kruisingen als de bijbehorende voorzieningen mogelijk, zoals geluidswerende voorzieningen, voet- en fietspaden, parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en straatmeubilair. Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwen voor algemeen nut worden gebouwd. Verkeer - Verblijfsgebied Alle overige in het plangebied te realiseren openbare wegen en parkeervoorzieningen zijn in deze bestemming opgenomen. Binnen de bestemming is ook ruimte voor nuts-, speel- en groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwen ten algemene nutte worden gebouwd. Water Binnen deze bestemming zijn zowel de bestaande als de nog te realiseren watergangen opgenomen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen die ten dienste staan aan de bestemming, zoals constructies voor bruggen, kademuren en duikers zijn toegestaan. Wonen - 1 De gerealiseerde en de reeds vergunde woningen zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'Wonen 1'. De plansystematiek voor Wonen - 1 is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. De hoofdgebouwen van de woningen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak dat op de verbeelding is weergegeven.
In de bouwregels is daarbij opgenomen dat het aantal woningen binnen de bestemming niet meer mag bedragen dan het reeds bestaand aantal woningen. Het gaat hierbij om de woningen die al zijn gebouwd, maar ook om de woningen die nog niet zijn gebouwd maar wel reeds zijn vergund. De voorgevel van de woning mag in de bouwvlakgrens of ten hoogste 3 m daarachter worden gebouwd. De bebouwingsregeling bevat verder bepalingen met betrekking tot de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, de diepte, breedte en hoogte van de hoofdgebouwen, deze regels zijn verbonden aan het type woning dat gerealiseerd wordt. Daarnaast is een uitzonderingsbepaling opgenomen ten aanzien van bijzondere woningtypen in de vorm van patiowoningen. In de bouwregels is opgenomen dat gestapelde woningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding gestapeld. Dove gevels In de zuidoostelijke hoek van het plangebied zijn de woningen geluidsbelast vanwege spoorweglawaai. Voor deze woningen zal geen ontheffing van de wettelijke grenswaarde worden aangevraagd. Door middel van maatregelen zal worden gezorgd dat de geluidsbelasting aan de
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
40
gevels van hoofdgebouwen voldoet aan de grenswaarde. Deze maatregelen kunnen bestaan uit een geluidswerende voorziening die binnen de bestemming "Groen" mogelijk is gemaakt (geluidsscherm), een geluidswerende voorziening op de perceelsgrens (glazen perceelsafscheiding) of bouwkundige voorzieningen aan de woning (bijvoorbeeld een vliesgevel). De juridische regeling is zodanig vormgegeven dat zeker is gesteld dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder op dit punt, maar flexibiliteit wordt geboden in de keuze van de definitieve oplossing. Op de plankaart is de aanduiding "dove gevels" aangebracht. Ter plaatse van deze aanduiding dienen de hoofdgebouwen aan de desbetreffende zijde te worden voorzien van dove gevels. Wat onder een dove gevel moet worden verstaan is terug te vinden in de begripsbepalingen. Het college van burgemeester en wethouders kan vrijstelling verlenen van de verplichting om te bouwen met dove gevels, indien wordt aangetoond dat met behulp van maatregelen wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarde voor spoorweglawaai. De woningen waar deze regeling betrekking op heeft zijn inmiddels vergund en deels ook gebouwd. Wonen - 2 De nog te vergunnen en / of te bouwen woningen, zijn bestemd als Wonen - 2. Binnen deze bestemming mogen ten hoogste 288 woningen worden gebouwd. De bestemming Wonen- 2 valt samen met deelgebied 3.
Een aantal van 17 woningen in deelgebied 1 valt (deels) nog onder de milieucontour van de omliggende bedrijven. Deze loctie is bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om deze bestemming te wijzigingen in Wonen - 2. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag het totaal aantal woningen in de bestemming Wonen 2 niet meer bedragen dan 305. Dit is opgenomen in de wijzigingsvoorwaarden én het is geborgd in de regels van de bestemming Wonen - 2 In de bouwregels is opgenomen dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 1 per bouwperceel. De enige uitzondering hierop betreffen de gestapelde woningen die ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen worden gebouwd. Woningsplitsing is tevens niet toegestaan. Hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij de voorgevel van de woning in de bouwvlakgrens of ten hoogste 3 m daarachter mag worden gebouwd. De bebouwingsregeling bevat verder bepalingen met betrekking tot de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, de diepte, breedte en hoogte van de hoofdgebouwen, deze regels zijn verbonden aan het type woning dat gerealiseerd wordt. Daarnaast is een uitzonderingsbepaling opgenomen ten aanzien van bijzondere woningtypen in de vorm van patiowoningen.
Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan de gronden langs de Roode Vaart welke een waterkerende functie hebben of die van invloed zijn op de waterkering. Binnen de dubbelbestemming geldt dat bouwwerken uitsluitend mogelijk zijn indien deze geen onevenredige afbreuk doen aan de waterkerende functie. Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming kan sprake zijn van een plicht tot het aanvragen watervergunning of het doen van een melding, naast een omgevingsvergunning. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn algemene bepalingen opgenomen ten aanzien van bestaande bouwwerken. Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeren, waarbij is bepaald dat een omgevingsvergunning uitsluitend verleend kan worden indien voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt geregeld wat in het kader van dit bestemmingsplan in ieder geval wordt gezien als
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
41
strijdig gebruik. Daarnaast wordt bepaald dat het houden van evenementen niet wordt gezien als strijdig gebruik binnen het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Daarnaast is een regeling opgenomen voor het afwijken van bouwregels ten behoeve van de realisatie van duurzaamheidsmaatregelen. Algemene wijzigingsregels Een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor het onder voorwaarden toepassen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmeting van bestemmingsvlakken. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 1 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot. Daarnaast is in dit artikel de wijzigingsbevoegdheid opgenomen die in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen ter plaatse van de geplande woningbouw aan de Roode Vaart. In verband met toekomstige woningbouwontwikkelingen is de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied aan de westzijde van het plangebied tevens aangeduid met "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1". Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van deze aanduiding de bestemming te wijzigen naar de bestemming Wonen - 2.
Als voorwaarde is in het geldende bestemmingsplan opgenomen dat voor zover de omliggende bedrijven een milieuhygiënisch aanvaardbaar woonklimaat ter plaatse belemmeren, de milieubelasting moet zijn opgeheven met dien verstande dat de milieucategorie in ieder geval teruggebracht dient te worden van 3 naar 2. Tegelijk met de procedure van het bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 wordt een nieuw bestemmingsplan voor bedrijventerrein Molengors voorbereid. In dat plan wordt de milieubelasting door de aanwezige bedrijven op een andere manier geregeld dan met de huidige systematiek van 'bedrijven en milieuzonering', met de bijbehorende milieucategorieën. Daarom is lid a. van de wijzigingsbevoegdheid veranderd in: "vaststaat dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies en dat bedrijven niet in hun bestaande bedrijfsvoering worden beperkt" Door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag het totaal aantal woningen dat het bestemmingsplan toelaat niet worden vermeerderd. Aan de straat Opaal ligt de aanduiding Wijzigingsgebied 2. Ter plaatse van deze aanduiding mogen geen woningen worden gebouwd, in verband met de invloed van bedrijven uit de omgeving. Hier is de bestemming Wonen gelegd, omdat de gronden wel als voortuin gebruikt mogen worden.
Met een wijzigingsbevoegdheid kan het bouwvlak naar de straatzijde verschoven worden en daarmee in lijn worden gelegd met de aangrenzende woningen aan de zuidzijde. De voorwaarden ten aanzien van het woon- en leefklimaat en de bestaande milieuruimte van de betrokken bedrijven zijn gelijk aan die voor wijzigingsgebied 1. Overige regels In dit artikel is bepaald dat, voor zover er verwezen wordt naar wettelijke regelingen, de regelingen gelden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
42
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 80 extra woningen mogelijk. Het bestemmingsplan maakt hiermee aangewezen bouwplannen mogelijk. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente gesloten. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het bestemmingsplan is het plan als voorontwerp toegezonden aan de verschillende overlegpartners, namelijk het waterschap Brabantse Delta, Rijkswaterstaat, leidingbeheerder en de provincie Noord-Brabant. Waterschap Brabantse Delta Het waterschap heeft gereageerd met een positief wateradvies. Daarin zijn ook aanbevelingen opgenomen voor klimaatadaptatie bij de inrichting van het gebied. Het wateradvies is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. Leidingbeheerder De beheerer van de leidingen van ZR, PZEM en Dow heeft aangegeven dat deze leidingen op geruime afstand van het plangebied zijn gesitueerd. Er is geen aanleiding voor een inhoudelijke reactie op het plan. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat Zuid Nederland heeft aangegeven dat het plan niet in het beheersgebied van Rijkswaterstaat ligt en dat daarom geen reactie gegeven wordt. Provincie Noord-Brabant Het plan is aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. Daaruit is gebleken dat het plan geen aanleiding geeft voor een inhoudelijke reactie door de provincie. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon eenieder een inspraakreactie geven op het plan. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt, er zijn geen inpraakreacties ontvangen door de gemeente. Het ontwerpbestemmingsplan zal conform de wettelijke procedure gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd.
Een ieder wordt in de mogelijkheid gesteld een zienswijze in te dienen op het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
44
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1
Mobiliteitstoets
bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp
46
MEMO Van
:
Ing. M. Tromp
Project
:
Bestemmingsplan Bosselaar Zuid
Opdrachtgever :
Gemeente Moerdijk / Bosselaar Zuid
Datum
:
19-01-2021
Betreft
:
Memo mobiliteitstoets verdichting 80 nieuwbouw woningen Bosselaar Zuid, Zevenbergen
Inleiding Naar aanleiding van de marktvraag worden er 80 woningen toegevoegd in de nieuwbouwwijk Bosselaar Zuid in Zevenbergen. De verdichting van 80 woningen heeft effect op de omliggende wegen. De gemeente wil onderbouwd hebben in een memo wat dit effect is. In de verkeersparagraaf is opgenomen dat de huidige ontsluitingswegen te vol zijn en dat de 80 woningen de problemen slechts nihil vergroten. In deze toets onderbouwen wij de verkeersgeneratie van de 80 woningen en bekijken we hoe deze kunnen worden afgewikkeld op de omliggende wegen. Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde woningen wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 en nota parkeernormen gemeente Moerdijk uit 2015. Voor het te hanteren kencijfer voor de kern Zevenbergen wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van matig stedelijk en rest bebouwde kom.
In de beleidsregel wordt aangegeven dat op basis van het autobezit en autogebruik in de gemeente Moerdijk er voor gekozen wordt om als uitgangspunt het gemiddelde kencijfer te hanteren. Huidige situatie Gemotoriseerd verkeer De woningen zijn gelegen deels in een bestaande woonwijk en deels in een nog aan te bouwen deelgebied van de woonwijk. De hoofdontsluitingen van deze wijk zijn de Zuidrand en de Kuringen. De Zuidrand komt uit op de Westrand en Kristallaan en de Kuringen komt uit op de Sin Jorisstraat en Pastoor van Kessellaan. De Zuidrand is een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 50km/uur geldt. De aansluitende wegen tussen de Kruringen en de Zuidrand zijn erftoegangswegen waar een maximum snelheid geldt van 30km/uur. De Westrand is een gebiedsontsluitingsweg die de woonwijken, de N285 en rijksweg A17 met elkaar verbindt. De Huizersdijk in zuiderlijke richting verbindt Zevenbergen met de kern Standdaarbuiten en de A17 richting Roosendaal. De Huizersdijk betreft een erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 60km/uur geldt.
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 1
De Kuringen is een erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30km/uur geldt. De Kuringen is de verbindingsweg tussen de woonwijk Bosselaar, het centrum en station van Zevenbergen. Via deze route is het mogelijk om via de Pastoor Kessellaan andere bestemmingen te bereiken richting de N389 (Hazeldonkse Zandweg) naar Etten-Leur en via De Prins Hendriksstraat richting de N285 naar Wagenberg. Langzaam verkeer Langs de Zuidrand liggen vrijliggende fietspaden in één richting. Langs de Kuringen ligt een fietsroute waarvan met deels gescheiden routes (vrijliggende fietspad en één richting) en deels gemengde routes waar de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer deelt. Langs de Zuidrand en Kuringen zijn voetpaden aanwezig. Openbaar vervoer Binnen 800 meter zijn meerdere mogelijkheden om gebruik te maken van openbaar vervoer. Er zijn verschillende bushaltes op Westrand/Sint Jorisstraat en er ligt een treinstation. Langs de Westrand en Sint Jorisstraat halteren streeklijnen en buurtbus. Ze halteren 2x in het uur en verbinden de wijk met het station en andere kernen zoals Fijnaart en Etten-Leur. Verkeersgeneratie Huidige situatie De geplande verdichting van 80 woningen worden deels uitgevoerd in deelgebied 1 en 2 van Bosselaar Zuid binnen de bestaande woonwijk. Dit zijn in totaal 29 woningen.
Deelgebied 3 waar de overige 51 woningen gepland staan is onderdeel van een uitbreiding waar nog gebouwd moet worden. Dit is nog braakliggend terrein dat geen verkeer genereert. Toekomstige situatie Door de marktvraag is een totaal behoefte aan 80 extra (rij)woningen ontstaan. Dit zijn deels koopwoningen en deels huurwoningen. In tabel 1 wordt de toekomstige verkeersgeneratie bepaald voor deelgebied 1+2+3 en waarbij een verkeerstoename van 80 rijwoningen voor een gemiddelde werkdag 533mvt/etmaal is. Tabel 1. Verkeersgeneratie toekomstige situatie Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag*
Rijwoningen koop
40
7,1
284 mvt
315 mvt
Rijwoningen huur (sociaal)
40
4,9
196 mvt
218 mvt
Functie Deelgebied 1+2+3
480 mvt 533 mvt Totaal 80 * omrekening weekdag naar werkdag met standaardfactor 1,11 voor woongebieden (CROW-publicatie 381) * matig stedelijk , rest bebouwde kom (CROW-publicatie 381) De extra 80 woningen zorgen voor een verkeersgeneratie van 480 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling circa 533 mvt/etmaal. Dit is een verkeerstoename van 533 mvt/etmaal ten opzichte van de huidige situatie op een gemiddelde werkdag. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van circa 54 mvt.
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 2
Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling zal met de verdichting van 80 woningen toenemen. De woningen zijn vanuit noordelijk en westelijke richting bereikbaar. Dit wil zeggen dat de verdeling van het verkeer ongeveer 50% (267 mvt/etmaal) in de richting van de Pastoor van Kessellaan en 50% (267mvt/etmaal)in de richting van de Westrand. In de berekeningen wordt aangenomen dat dit verkeer niet via de Kristallaan wordt afgewikkeld. De laatste is een worst-case benadering omdat verkeer richting Roosendaal/Oudenbosch via een kortere route en snellere route (google maps) over de Huizersdijk kan. In figuur 1 is de verdeling van het verkeer weergegeven.
Figuur 1 verdeling verkeer
Intensiteiten zonder 80 woningen De gemeente Moerdijk houdt beperkt tellingen op gemeentelijke wegen. Voor de belangrijkste wegen rondom Bosselaar Zuid zijn tellingen aangeleverd door de gemeente. Deze tellingen zijn op gehoogd met 1% naar 2020. Daar waar de gemeente gegevens heeft voor 2030 zijn deze gehanteerd. Voor het bepalen van de meetgegevens van de Kuringen 2020 is het verschil gedeeld door het aantal jaar (14) x 4 berekend en opgeteld bij het verkeerscijfer van 2016. Verkeersmodel 2030 Een kanttekening moet gemaakt worden dat in het verkeersmodel 2030 het aantal motorvoertuigbewegingen voor de 655 woningen die mogelijk worden gemaakt in deze bestemmingsplanherziening nog niet allemaal zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de Zuidrand en Kuringen. Om een reëler beeld te krijgen van het aantal motorvoertuigen op deze wegen worden de cijfers inzichtelijk gemaakt door middel van het doorrekenen van de 655 woningen op basis van woonmilieutypes. Volgens de uitgangspunten van de gemeentelijke parkeernormen past hierbij het woonmilieutype stedelijk groen. In deze berekening is de verdichting van 80 woningen meegenomen. In tabel 3a wordt het aan verkeersbewegingen inzichtelijk gemaakt op basis van woonmilieutypes. Hieruit volgt dat 655 woningen ongeveer op een gemiddelde werkdag 4.217 mvt/etmaal genereert. Tabel 3a.
Verkeersgeneratie toekomstige situatie Woonmilieutype (tabel A6 CROW 381)
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag*
3.799 mvt 4.217 mvt IV Stedelijk Groen 655 5.8 * omrekening weekdag naar werkdag met standaardfactor 1,11 voor woongebieden (CROW-publicatie 381)
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 3
Tabel 3b toont de getelde verkeersintensiteit (gemiddelde werkdag) inclusief het planjaar 2030 op basis van de gemeentelijke tellingen en het gemeentelijk verkeersmodel 2030. Hierin is een kolom toegevoegd met doorrekening op basis van woonmilieutypes. Uitgegaan wordt vanuit de berekening met woonmilieutypes dat er een verdeling is van 50% Kuringen en 50% Zuidrand. Tabel 3b. Verkeersgegevens belangrijkste wegen rondom de Bosselaar inclusief etmaalintensiteiten woonmilieutypes Etmaalintensiteit Etmaalintensiteiten Etmaalintensiteiten Weg Etmaalintensiteit werkdagen 2020 2030 2030 werkdagen woonmilieutypes Bosselaar Zuid 10.990 mvt 10.700 mvt Sint Jorisstraat 10.881 mvt (2019) Pastoor van 10.410 mvt 11.500mvt Kessellaan 8.920 mvt 9.854 mvt Prins 8.832 mvt Hendrikstraat (2019) 9.127 mvt 10.084 mvt Hazeldonkse 9.037 mvt Zandweg (2019) Kuringen 1.409 mvt 1.578 mvt 2.000 mvt 2.109 mvt (2016) Westrand 2.354 mvt 2.600 mvt Kristallaan 4.345 mvt 4.800 mvt Zuidrand 3.530 mvt 3.900 mvt (tussen Korenbloem en Westrand) Zuidrand 815 mvt 900 mvt 2.109 mvt (tussen Beryl en Huizersdijk) Huizersdijk 2.625 mvt 2.900 mvt Intensiteiten inclusief verdichting van 80 woningen Met verdichting van 80 woningen komen er totaal 533 mvt/etmaal bij op het omliggend wegennet. Belangrijke aandachtspunten zijn hierin de kruispunten.
Met name de kruispunten Westrand – Kristallaan en Kuringen- Sint Jorisstraat / Pastoor Kessellaan. Op beide kruisingen komen er na een verdeling van 50% circa 270 mvt/etmaal bij. In tabel 4a wordt de toename van het verkeer per richting weergegeven. Waarbij ervan uit wordt gegaan dat 25% van het verkeer zich verdeelt over Prins Hendrikstraat en Hazeldonkse Zandweg. De gegevens worden voor de overzichtelijkheid en verdere berekeningen afgerond op 10 tallen.
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 4
Tabel 4a. Verkeersgegevens 2030 inclusief toename 80 woningen Etmaalintensiteit werkdagen Etmaalintensiteiten Weg 2030 2030 + 80 woningen 10.700 mvt 10.700 mvt Sint Jorisstraat Pastoor van 11.500mvt 11.770 mvt Kessellaan 9.850 mvt 10.000 mvt Prins Hendrikstraat 10.100 mvt 10.240 mvt Hazeldonkse Zandweg Kuringen 2.000 mvt 2.270 mvt Westrand 2.600 mvt 2.870 mvt Kristallaan 4.800 mvt 4.800 mvt Zuidrand (tussen 3.900 mvt 4.170 mvt Korenbloem en Westrand) Zuidrand (tussen 900 mvt 1.170 mvt Beryl en Huizersdijk)
Toename (%) 2,3% 1,5% 1,4% 13,5% 10,4% 6,9%
30,0%
In onderstaande tabel 4b worden de verkeersgegevens inzichtelijk gemaakt inclusief de ophoging voor de Zuidrand van 900 mvt naar 2.100 mvt op basis van woonmilieutypes. Dit zijn globale cijfers en deze worden afgerond op 100 tallen. Het verschil (1.200mvt) hiervan wordt door middel van een ophoging doorgevoerd op de overige wegen. Daarbij wordt de toename van de 80 woningen weergegeven (270mvt).
Tabel 4b. Verkeersgegevens 2030 inclusief toename op basis van woonmilieutypes Etmaalintensiteiten Toename 80 woningen Weg werkdagen 2030 (290mvt) (%) + 80 woningen 10.700 mvt Sint Jorisstraat Pastoor van 12.700 mvt 2,3% Kessellaan 10.500 mvt 1,4% Prins Hendrikstraat 10.700 mvt 1,4% Hazeldonkse Zandweg Kuringen 3.200 mvt 9,2% Westrand 3.800 mvt 7,6% Kristallaan 4.800 mvt Zuidrand (tussen 5.100 mvt 5,6% Korenbloem en Westrand) Zuidrand (tussen 2.100 mvt 14,8% Beryl en Huizersdijk)
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 5
Capaciteiten Capaciteiten van kruispunten spelen een grote rol in de afwikkeling van het verkeer. De Kuringen komt uit op een enkelstrooksrotonde. Een enkelstrooksrotonde kan 20.000 mvt/etmaal tot 25.000mvt/etmaal verwerken. De Zuidrand komt uit op een voorrangskruispunt. Een voorrangskruispunt kan maximaal 15.000mvt/etmaal verwerken. Voor de verwerking van het verkeer zijn de spitsen maatgevend (10%). In tabel 5 wordt de verwerking van het verkeer doormiddel van een globale berekening voor de enkelstrooksrotonde bepaald inclusief de verkeersgeneratie van de 80 woningen en op basis van woonmilieutypes inclusief ophoging. . Tabel 5. Verwerken verkeer enkelstrooksrotonde Kuringen zuid inclusief toename van 80 woningen op basis van tellingen en op basis van woonmilieutypes. (som van toeleidende wegen ASVV 12.2.5) Etmaalintensiteit Kruising Noord Etmaalintensiteit Kruising Noord spitsen (10%) 2030 (woonmilieutypes) spitsen (10%) 2030 520 mvt Sint Jorisstraat 520 mvt Sint Jorisstraat Kuringen 115 mvt Kuringen 160 mvt Pastoor van 690 mvt Pastoor van 630 mvt Kessellaan Kessellaan Doelstraat Doelstraat Totaal 1.265 mvt Totaal 1.370 mvt Enkelstrooksrotonde 2.500 mvt Enkelstrooksrotonde 2.500 mvt
Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat in 2030 dat het verkeer ruim onder de maximale capaciteit blijft en dat er geen conflicten zullen ontstaan inclusief de verdichting van 80 woningen op de rotonde Kuringen/Sint Jorisstraat/Pastoor Kessellaan. Hierin is de Doelstraat nog niet in meegenomen en daarvoor is ruim voldoende restcapaciteit. Voor de voorrangskruising Westrand kan geen globale berekening worden opgesteld zoals voor de enkelstrooksrotonde. Op basis van de berekende intensiteiten in 2030, kan worden aangegeven dat deze ten opzichte van de enkelstrooksrotonde in de spits veel lager liggen en dat op de rotonde de intensiteit in de spits onder de 1.500mvt blijven. Daarbij is de kruising zodanig ruim vormgegeven en kunnen fietsers gefaseerd oversteken waardoor de capaciteit van dit kruispunt toereikend is om het verkeer veilig af te wikkelen inclusief de verdichting van 80 woningen. Mogelijk ligt de afwikkeling nog lager omdat het verkeersmodel nog niet geoptimaliseerd is en hierin aangenomen wordt dat al het verkeer via de Westrand wordt afgewikkeld. Gezien de hoge intensiteiten op de Huizersdijk is het aannemelijk dat in de praktijk een deel van dit verkeer vanuit Bosselaar Zuid zich hierop afwikkelen richting Roosendaal en Oudenbosch. Zowel de rotonde als de voorrangskruising kunnen het verkeer veilig afwikkelen.
Zoals eerder berekend genereren 80 woningen in de spits 27mvt/etmaal op Kuringen en de Zuidrand. Ten opzichte van het totaal wat wordt afgewikkeld aan verkeer op de enkelstrooksrotonde en de voorrangskruising heeft deze toename geen invloed op het verkeersbeeld en gaan deze op in het heersend verkeersbeeld
Mobiliteitstoets Bosselaar Zuid, Moerdijk
blz. 6
Verkeersveiligheid Zuidrand Deelgebied 1 , 2 en 3 zijn gelegen aan de Zuidrand. De wegen die aansluiten op de Zuidrand zijn erftoegangswegen die behoren tot een 30km/uur gebied en waar fietsers de weg delen met het gemotoriseerd verkeer. De Zuidrand is een gebiedsontsluitingsweg 50km/uur waar fietsers gescheiden zijn van de rijbaan en kruisend verkeer binnen de wijk Bosselaar Zuid afgewikkeld wordt door middel van twee enkelstrooksrotondes. Tussen Huizersdijk en Westrand worden meerdere kruisingen op relatief korte afstand vormgegeven door middel van voorrangskruisingen. Dit kan mogelijk effect hebben op de doorstroming. Langs de Zuidrand liggen naast de fietspaden ook voetpaden. Er is verder voorzien in een directe fietsverbinding richting Kuringen. De weg is duurzaam veilig ingericht. De voorrangskruising met de Westrand is ruim opgezet waarbij de fietser uit de voorrang is geregeld en gefaseerd kan oversteken. De maximale wegcapaciteit voor een gebiedsontsluitingsweg (type II) bedraagt volgens duurzaam principe 6.000 mvt tot 15.000 mvt. Met een intensiteit van 2.100 tot 5.110 (tussen Korenbloem en Westrand) in 2030 inclusief de 80 woningen kan dit veilig worden afgewikkeld en worden er geen knelpunten op het wegvak verwacht. Kuringen De Kuringen is een erftoegangsweg (type II) 30km/uur waarbij de fietser gescheiden is van de rijbaan.