CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020, ontwerp

Raadsvergadering 10 maart 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bosselaar Zuid Zevenbergen 202029.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Bosselaar Zuid 2020 Ontwerp

2/2

DATUM KENMERK

27 september 2021 NL.IMRO.1709.ZBBosselaarZuid‐BP30

PROJECT PROJECTLEIDER

Bosselaar Zuid 2020 ing. J.A. van Broekhoven

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Bosselaar Zuid BV 20191547

AUTEUR STATUS

ing. J.A. van Broekhoven Ontwerp

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Planvorm Leeswijzer

7 7 7 8 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 9 10

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Gebiedsvisie Ruimtelijke analyse Stedenbouwkundige structuur

17 17 18

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Onderzoek Algemeen Verkeer Bodem Luchtkwaliteit Geluid Bedrijven en milieuzonering Archeologie Ecologie Water Externe veiligheid Leidingen en laagvliegroutes MER-Regelgeving

23 23 23 24 25 25 27 28 29 32 34 37 38

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving Planvorm Systematiek bestemmingen

39 39 39

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44 44 44

Bijlagen bij de toelichting

45

Bijlage 1

Mobiliteitstoets

46

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

47

Bijlage 3

Berekening spoorweglawaai

48

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

49

Bijlage 5

AERIUS-berekening Fase 3

50

Bijlage 6

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

51

Bijlage 7

Standaardadvies veiligheidsregio

52

Bijlage 8

Wateradvies

53

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

2

Regels

55

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

57 57 62

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Bestemmingsregels Agrarisch Groen Maatschappelijk Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen - 1 Wonen - 2 Waterstaat - Waterkering

63 63 64 65 66 67 68 69 71 73

Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

75 75 76 77 78 79 80

Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

81 81 82

Bijlagen bij de regels

83

Bijlage 1

Parkeernormen 2015

84

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

3

TOELICHTING

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De bouw van de woningen in de nieuwbouwwijk Bosselaar Zuid in Zevenbergen ligt op koers. In het gebied zijn al 350 woningen gerealiseerd of vergunning voor verleend. Deze woningen zijn, in verband met wijzigingen in de woningmarkt, met een hogere dichtheid gerealiseerd dan bij de planvorming van de ontwikkeling was voorzien. Als gevolg hiervan is het aantal maximaal te realiseren woningen dat is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan niet voldoende om te voorzien in een passende afronding van de wijk. De gemeente wil graag op een goede wijze voorzien in deze verdichting en wil medewerking verlenen aan het toevoegen van 80 woningen binnen de wijk. Deze verdichting is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan, daarom is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld om te voorzien in de planologische mogelijkheid voor het realiseren van 80 extra woningen binnen Bosselaar Zuid. Voor dit bestemmingsplan houdt dit in dat de onderbouwing in de toelichting zich specifiek richt op de extra 80 woningen. De overige woningen zijn conserverend bestemd. Hiervoor zijn de regels uit het vigerende bestemmingsplan Bosselaar Zuid leidend geweest, zodat de bestaande rechten worden gerespecteerd.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied betreft de woonwijk Bosselaar Zuid in Zevenbergen. De locatie is gelegen ten zuiden van Zevenbergen. Ten westen van het plangebied is de Roode Vaart gelegen, het vroegere havenkanaal van Zevenbergen. Ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Roosendaal Dordrecht. Ten zuiden van Bosselaar Zuid ligt de open polder. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. De begrenzing is nagenoeg gelijk met de begrenzing van het vigerende bestemmingsplan. Een verschil is dat de ontwikkeling van de woningbouw aan de Rode Vaart geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Er is geen directe stedenbouwkundige samenhang tussen beide projecten, daarom is er voor gekozen om voor de ontwikkeling Oevers Roode Vaart een afzonderlijk plan op te stellen.

Figuur 1.1 Ligging plangebied (Bron: open streetmap, bewerking Rho)

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan Bosselaar-Zuid. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 18 december 2008. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de ontwikkeling van een woonwijk met 575 woningen. In dit bestemmingsplan is voorzien in een juridische regeling in de vorm van een gedetailleerd eindplan. Binnen het bestemmingsplan is nog wel enige flexibiliteit opgenomen, met name binnen de bestemmingsvlakken voor wonen. De regeling voorziet in kaders waarbinnen de woningen mogen worden gebouwd, maar de exacte positie van de hoofdgebouwen is niet vastgelegd.

1.4

Planvorm

Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader waarbinnen in dit plangebied 80 extra woningen mogelijk worden gemaakt. Omdat de stedenbouwkundige opzet van de wijk niet is veranderd, is gekozen om qua plansystematiek zo dicht mogelijk aan te sluiten bij het geldende bestemmingsplan. Wel is in dit plan een onderscheid opgenomen voor de woningen die al gerealiseerd zijn en waarvoor dit bestemmingsplan een consoliderende functie heeft en de woningen die nog mogen worden gebouwd, waar dan ook een verdichting van het aantal woningen plaatsvindt. Dit onderscheid is aangebracht door gebruik te maken van twee verschillende woonbestemmingen. Wonen - 1 is opgenomen voor de bestaande en voor de reeds vergunde, maar nog in aanbouw zijnde woningen. Wonen - 2 is opgenomen voor de woningen die nog niet zijn vergund. Daarnaast is in het bestemmingsplan tevens de huidige wijzigingsbevoegdheid opgenomen die voorziet in de mogelijkheid om de bestaande verkeers-verblijfbestemming te wijzigen naar een woonbestemming in het noordwesten van het plangebied, waar in het geldende bestemmingsplan ook een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen.

In het bestemmingsplan is aangesloten bij de regels die zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan Bosselaar Zuid, tevens zijn in dit bestemmingsplan ook de actuele beleidsuitgangspunten van de gemeente verwerkt, het gaat hierbij onder meer om het beleid ten aanzien van mantelzorg en erfbebouwing.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 1 betreft de inleiding van het bestemmingsplan. In Hoofdstuk 2 wordt het geldende beleidskader uiteengezet en vindt toetsing van de ontwikkeling hieraan plaats. Hoofdstuk 3 gaat in op de gebiedsvisie, de huidige situatie en de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Hoofdstuk 4 bevat vervolgens een beschrijving van de milieuaspecten en de toetsing aan sectorale wetgeving. In Hoofdstuk 5 is de juridische planbeschrijving opgenomen, waarin de regels van het bestemmingsplan nader worden beschreven en toegelicht. Hoofdstuk 6 gaat ten slotte in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

8

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven, die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. In het Bro wordt een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen' Voor de toepassing van de ladder is door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in oktober 2012 de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld.

Voor woningbouwlocaties geldt dat wanneer er 12 woningen of meer worden gebouwd, het een stedelijke ontwikkeling betreft. De Ladder is vervolgens verwerkt in de provinciale verordening waarin is opgenomen dat een ontwikkeling dient te voorzien in een regionaal afgestemde behoefte. Toetsing hieraan vindt plaats in paragraaf 2.2.

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen:  Werken aan de Brabantse energietransitie  Werken aan een klimaatproof Brabant  Werken aan de slimme netwerkstad  Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. De ontwikkeling van 80 woningen binnen het bestaande stedenbouwkundig kader van Bosselaar Zuid past binnen de ambitie van de provincie om op een goede wijze om te gaan met schaarse ruimte. De 80 woningen worden gerealiseerd door middel van verdichting. Daarmee past de ontwikkeling binnen het beleid van de provincie.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

9

definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. In de verordening zijn geen specifieke regels opgenomen ten aanzien van de locatie van het bestemmingsplan.

Wonen Ten aanzien van de ontwikkeling van wonen is opgenomen dat de ontwikkeling past binnen regionale afspraken en dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen. Een duurzame ontwikkeling: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van 80 extra woningen in een bestaande stedenbouwkundige structuur. De extra woningen passen binnen de woningbouwafspraken die zijn opgesteld voor de gemeente Moerdijk en die regionaal zijn afgestemd. Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda's voor wonen. Het uitgangspunt voor het gemeentelijke reguliere woningbouwprogramma vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, gebaseerd op demografische ontwikkelingen en trends. Daarnaast mag de gemeente Moerdijk nog 1.075 woningen bovenop het reguliere woningbouwprogramma bouwen.

Op basis daarvan heeft de gemeente een woningbouwcapaciteit van 2550 woningen voor de periode tot 2025. De 80 woningen van onderhavig plan passen binnen de woningbouwcapaciteit van de gemeente Moerdijk. Regionaal is dit plan tevens al geagendeerd. Derhalve kan geconstateerd worden dat er sprake is van een behoefte aan onderhavige ontwikkeling. Daarnaast voldoet het plan ook aan de eisen voor een duurzame ontwikkeling. De ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, door de verdichting worden geen gebieden buiten bestaand stedelijk gebied aangewend voor realisatie. Daarnaast worden de woningen volgens de laatste normen voor nieuwbouw gerealiseerd. In de duurzaamheidsambitie voor de woningen wordt uitgegaan van de BENG-normering (Bijna-energieneutrale-gebouwen). De ontwikkeling van 80 extra woningen past binnen de eisen voor duurzame stedelijke ontwikkeling, zoals is beschreven in de provinciale verordening.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Strategische Visie voor Moerdijk 2030

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

10

De gemeente Moerdijk wordt met een aantal ingrijpende ontwikkelingen geconfronteerd, zoals vergrijzing, ontgroening, de globalisering van de toeristisch-recreatieve en agrarische sector, schaalvergroting in de omgeving waarin de gemeente opereert en niet in de laatste plaats de voortgaande decentralisatie van rijksoverheidstaken. Deze en andere ontwikkelingen stellen de gemeente op korte en (middel)lange termijn voor grote opgaven. De uitvoering van de visie en het beleid rondom die opgaven wordt voor de periode van 2009- 2030 op robuuste wijze ingezet. Dit doet de gemeente door in een visie op de (middel) lange termijn - op strategisch niveau- richting te geven aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de eigen positie in de regio. De strategische visie voor de gemeente Moerdijk heeft tot doel te komen tot een: 1. ontwikkelingsrichting voor de lange termijn; 2. kapstok en referentiekader voor integraal afgestemd gemeentelijk beleid; 3. duidelijke missie die kan worden uitgedragen naar buurgemeenten, provincie en rijk. De strategische visie maakt het mogelijk om op langere termijn een consistent beleid te voeren, en nieuwe ontwikkelingen snel te combineren met al ingeslagen richtingen, waarmee de gemeente Moerdijk een integraal beleid kan voeren en beter kan anticiperen op veranderingen in de maatschappij, wet of wensen.

Missie: "Moerdijk is in 2030 een gemeente die, gelegen op de as Rotterdam-Antwerpen én als hoogwaardig logistiek centrum van West-Brabant, voor al haar inwoners een leefbare woonomgeving biedt met werkgelegenheid in de nabijheid. Een gemeente met rust, ruimte, recreatie en toeristische mogelijkheden in het westelijke deel en dynamiek, bedrijvigheid en bovenlokale voorzieningen, geconcentreerd in de kern Zevenbergen en het haven- en industrieterrein Moerdijk in het oostelijke deel van de gemeente. Een gemeente waarin de kernen hun eigenheid bewaard hebben, maar ook duidelijk één gemeente vormen. Een gemeente met een sociaal gezicht, waar zorg en basisvoorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt. Een gemeente die op een bewonersgerichte, innovatieve, efficiënte en effectieve wijze wordt bestuurd." De missie geeft de strategische visie drie dimensies als uitgangspunt voor de discussie rond de verschillende thema's: samenleving, leefmilieu en economie. Dit wordt ook wel het 'Triple P' mechanisme genoemd (people, planet, profit) of de Telos-Driehoek. Het idee achter de 'Triple P' gedachte is dat het optimaliseren van de economische kracht, de (lokale) leefomgeving en de sociaalmaatschappelijke kant op termijn leidt tot een duurzame gemeente. Vanuit deze gedachte is het gemeentelijke beleid gebundeld in deze visie en zijn er drie paraplunota's opgesteld.

Paraplunota's De paraplunota's zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. Ze zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen in algemene zin gemaakt worden. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota's. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota's zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. Moerdijk kiest daarom voor de 'definitie' die betrekking heeft op de 'duurzame samenleving' die uiteen valt in drie pijlers Maatschappij (people), Leefomgeving (planet) en Economisch-Klimaat (profit).  Paraplunota 'Maatschappij' richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom.  Paraplunota 'Leefomgeving' richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen.  Paraplunota 'Economisch Klimaat' richt zich op economie en bedrijvigheid.

Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Paraplunota Maatschappij

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

11

De paraplunota Maatschappij richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. Wanneer mensen kunnen samenleven in harmonie met hun omgeving hebben zij de mogelijkheid zich te ontwikkelen. 'Maatschappij' heeft betrekking op het sociale gezicht van de gemeente, waar ondersteuning en voorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt. In de paraplunota Maatschappij staan de volgende beleidsthema's centraal:  Wonen;  Gezondheid;  Woonomgeving;  Sociale structuur;  Ondersteuning. Wonen De paraplunota Maatschappij gaat met name in op de kwaliteit van de (bestaande) woningvoorraad. Kwaliteitsaspecten waar de gemeente Moerdijk de komende jaren op inzet zijn levensloopbestendigheid, duurzaamheid en veiligheid. Met de ontwikkeling van 80 woningen worden binnen het bestaand stedelijk gebied, door middel van verdichting extra woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van Zevenbergen. Gezondheid Een goede gezondheid draagt bij aan het welzijn van de inwoners. Het is een belangrijke voorwaarde om te kunnen deelnemen aan de samenleving en er bij te horen. De gemeente zet zich samen met haar partners in om de gezondheid van inwoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen. Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid om te kiezen voor een gezonde leefstijl.

De gemeente is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van betrouwbare (gezondheids-) informatie en zorgen voor gerichte voorlichting. Ten aanzien van gezondheid stelt de gemeente daarmee de volgende doelen: 1. Inwoners beslissen zelf over leefstijl: kies gezond!; 2. Gezondheidsproblemen die in toenemende mate bij inwoners voorkomen aanpakken; 3. Inwoners kunnen vertrouwen op gezondheidsbescherming. Woonomgeving Voor de leefbaarheid is het nodig, dat mensen elkaar in een prettige en veilige (woon)omgeving kunnen ontmoeten. De woonomgeving kan worden onderverdeeld in drie elementen. Het gaat om activiteiten in sociaal-maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, ontmoeting, sport en cultuur, de openbare ruimte met daarin monumenten, speelvoorzieningen en meubilair, groen, wegen en openbare verlichting en de bereikbaarheid van de voorzieningen en de woning. In de wijk Bosselaar Zuid is sprake van een goed voorzieningenpeil. In het midden van de wijk is een Brede School gevestigd met diverse maatschappelijke voorzieningen. In de wijk zijn ook verschillende plaatsen voor onderlinge ontmoetingen, bijvoorbeeld bij speelvoorzieningen. Daarnaast is de wijk gelegen op korte afstand van het centrum van Zevenbergen met diverse voorzieningen. Sociale structuur Met sociale structuur wordt de opbouw van de samenleving bedoeld.

Deze opbouw bestaat uit individuen, groepen en organisaties. Een stevige sociale structuur is een basis voor levendige kernen. Met de verdichting ontstaat een goede afronding van de woonwijk Bosselaar Zuid. Ondersteuning De gemeente zet in op een sociale structuur waarin mensen voor elkaar zorgen en op een omgeving die dit mogelijk maakt. Niet voor iedereen is dit voldoende. Dan is professionele ondersteuning nodig met als doel om weer zelfstandig te leren, werken, wonen en leven. Paraplunota Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in de nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik. In de paraplunota Leefomgeving staan de volgende beleidsthema's centraal:  Rijke ondergrond;  Helder water;

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

12

  

Schone lucht; Behoud grondstoffen voor toekomstige generaties; Gevarieerde natuur.

Rijke ondergrond Ruimte is een kostbaar goed. Er is sprake van een maatschappelijke druk op de grond als "drager" van de ruimte. De gemeente heeft daarom de taak om op een efficiënte manier gebruik te maken van de nog beschikbare grond. Een schone buitenruimte draagt ook bij aan verbetering van de leefomgeving. Naast deze door onszelf veroorzaakte vervuiling kan ook onkruid en wildgroei voor overlast zorgen. Met name binnen de woon- en werkomgeving wordt van de gemeente (en andere overheden) verwacht dat deze vervuiling wordt tegengegaan en verwijderd. Ten aanzien van de ondergrond stelt de gemeente de volgende doelen: 1. Effectief ruimtegebruik door afstemming bodemeigenschappen en functie; 2. Instandhouden en verbetering van de bodemkwaliteit; 3. Aanpak van de openbare ruimte op basis van de elementen gebruik, inrichting en beheer; 4. Door bewustwording en betrokkenheid van de burgers en bedrijven op preventieve wijze komen tot een verbetering van de beeldkwaliteit. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op gronden die geschikt zijn voor woningbouw. Dit blijkt uit het bodemonderzoek dat is uitgevoerd voor het bestemmingsplan uit 2008. Er is sprake van effectief ruimtegebruik door binnen bestaande structuur te verdichten. Helder water In november 2008 hebben de gemeente en het waterschap Brabantse Delta het Waterplan gemeente Moerdijk 2009-2015 (hierna waterplan) vastgesteld.

Dit plan heeft betrekking op:  al het oppervlaktewater, beken, vennen, kreken, enz.;  de waterkeringen;  de afval- en hemelwaterstromen;  het oppervlakkige grondwater;  water in relatie tot (ruimtelijke) ontwikkelingen. Zoals beschreven in de waterparagraaf (zie 5.12) is er geen sprake van een ontwikkeling die onevenredige nadelige gevolgen zal hebben op de waterhuishouding. Schone lucht Lucht is één van de levensbehoeften van mens, dier en plant. Daarbij is de luchtkwaliteit van groot belang. Die staat onder druk door de uitstoot van vervuilende stoffen door o.a. industrie en verkeer/vervoer. De nieuwe woningen leiden tot extra verkeer, de bijdrage aan de luchtkwaliteit is niet in betekenende mate. De luchtkwaliteit ter plaatse voldoet aan de normen. Behoud grondstoffen voor toekomstige generaties Het tegengaan van het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen ten behoeve van energieopwekking is een speerpunt van het gemeentelijk beleid. Hierbij geldt de "trias energetica" als richtlijn. Dit houdt in:  het terugdringen van onnodig energieverbruik;  voor de resterende behoefte zoveel mogelijk inzetten op duurzame energie;  efficiënt (her)gebruik van fossiele bronnen. Om aan deze richtlijn te kunnen voldoen stelt de gemeente de volgende doelen: 1. Actief stimuleren energiebesparing: 2% per jaar; 2. Lokaal opwekken van duurzame energie (70% in 2030): a.

30% windenergie in 2030; b. 10% bio-energie in 2030; c. 30% zonne-energie binnen de gebouwde omgeving; 3. Actief stimuleren hergebruik reststromen bij bedrijven; 4. Afval is grondstof. De bestemmingswijziging voorziet niet in een ontwikkeling die de doelstellingen voor

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

13

energieopwekking in de weg zullen staan. De woningen worden gerealiseerd binnen de laatste eisen van het Bouwbesluit waarbij eisen worden gesteld aan energiezuinigheid en isolatiewaarde van de woningen. Gevarieerde natuur Biodiversiteit is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van de natuur en onze leefomgeving. Onder biodiversiteit wordt verstaan de verscheidenheid van het leven op aarde, op het niveau van genen, soorten en ecosystemen. De waarde van biologische diversiteit wordt hierbij niet alleen vanuit het perspectief van de mens bekeken, maar ook vanuit het perspectief van de eigen, intrinsieke waarde van de natuur. Ten aanzien van een gevarieerde natuur stelt de gemeente de volgende doelen: 1. Instandhouding en vergroting van oppervlakte (verbonden) natuurgebied; 2. Vergroting soortenrijkdom van planten en dieren; 3. Aandacht voor biodiversiteit vergroten. Op basis van het ecologisch onderzoek blijkt dat in de huidige situatie geen beschermde diersoorten aanwezig zijn. Bij de inrichting van de openbare ruimte is voldoende ruimte voor een groene inrichting. Hierbij wordt tevens gekeken naar soortenrijkdom en biodiversiteit. Paraplunota Economisch Klimaat De paraplunota Economisch Klimaat richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt.

Het bedrijfsleven staat aan de lat om economische groei (toegevoegde waarde, werkgelegenheid) te realiseren, de overheid/gemeente creëert hiervoor de randvoorwaarden. In de paraplunota Economisch Klimaat staan de volgende beleidsthema's centraal:  De economische basis op orde;  Levendige kernen;  Toeristische bestemming Moerdijk;  Hoogwaardig logistiek- en industrieel knooppunt Moerdijk. Het bestemmingslan richt zich op het mogelijk maken van 80 extra woningen binnen de wijk en maakt geen nieuwe voorzieningen of bedrijven mogelijk.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

14

2.3.2 Structuurvisie "Moerdijk 2030" De structuurvisie "Moerdijk 2030", vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juni 2011, is een integrale visie die inspeelt op de ontwikkeling van de beide werelden van Moerdijk: het grootschalige (inter-)nationale Moerdijk enerzijds en het ruime, rustige, agrarische Moerdijk met een veel kleinschaliger karakter anderzijds. De visie beoogt ook deze twee werelden samen te brengen zodat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. De structuurvisie geeft de belangrijkste opgaven, ontwikkelingen en karakteristieken weer voor de verschillende kernen binnen de gemeente. In de structuurvisie is de locatie van Bosselaar Zuid opgenomen als ontwikkelingsgebied voor woningbouw. Daarbij is tevens een zoekrichting aangegeven voor extra woningbouw ten zuiden van de nieuwe wijk. Daarnaast past de ontwikkeling van Bosselaar Zuid, met de verdichting, binnen de visie Moerdijk MeerMogelijk. Hierin is onder meer opgenomen dat binnen de kernen gezocht moet worden naar ruimte voor de realisatie van 825 extra woningen. De 80 woningen die door middel van de verdichting worden gerealiseerd passen binnen deze doelstelling, zonder dat dit tot extra bebouwd gebied leidt.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

15

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

16

Hoofdstuk 3 3.1

Gebiedsvisie

Ruimtelijke analyse

Omgeving Het plangebied ligt aan de zuidkant van Zevenbergen en ligt nabij het stroomgebied van de Mark (zie figuur 3.1). In het open gebied rondom Zevenbergen overheerst vooral het agrarische gebruik ten behoeve van de akkerbouw. De stad Zevenbergen is gebouwd rondom het historische centrumgebied dat haar ontstaan dankt aan de ligging aan de Roode Vaart die een belangrijke doorvoerbron vormde voor (agrarische) producten uit de omgeving. Zevenbergen fungeerde daarbij als belangrijke overslaghaven en handelscentrum. In de ruimtelijke opbouw van Zevenbergen is ook nu nog het lineaire verloop van de Roode Vaart duidelijk herkenbaar. Deze doorsnijdt de stadskern en verdeelt het gebied in een oostelijk en een westelijk deel. De Roode Vaart vormde aanvankelijk een directe doorgaande verbinding tussen de Mark en het Hollandsch Diep, maar de verbinding is door de demping ter plaatse van de Haven in de jaren '60 opgeheven. Momenteel wordt in het kader van de ontwikkeling van het centrum van Zevenbergen de gedempte haven weer opengegraven. Daarmee wordt de oorspronkelijke verbinding hersteld. Langs het noordelijke stroomgebied van de Roode Vaart domineren de bedrijfscomplexen van de voormalige suikerindustrie het beeld. Hierlangs is bedrijvigheid gevestigd die deels nog gebruik maakt van de Roode Vaart als aan- en afvoerroute.

Het zuidelijke stroomgebied van de Roode Vaart vervult met name een functie ten behoeve van natuur en recreatie.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

17

Figuur 3.1 Gebiedsopbouw (Bron: RBOI/Rho Adviseurs)

3.2

Stedenbouwkundige structuur

Voor de ontwikkeling van Bosselaar Zuid is in 2007 een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie figuur 3.2). Dit stedenbouwkundig plan is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Bosselaar Zuid (2008). De wijk sluit aan de bestaande wijk Bosselaar, via een brug over de Roode Vaart wordt de wijk ontsloten op de Zuidrand.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

18

Figuur 3.2 Stedenbouwkundig plan 2007 (Bron: bestemmingsplan Bosselaar Zuid, RBOI) Hoofdstructuur Randen Het woongebied Bosselaar-Zuid wordt aan de omgeving verankerd door de randen en door een tweetal "assen". Aan de noordzijde vormt de groene rand rond de wijk Bosselaar de hechting met Zevenbergen. Aan de oostzijde is een groene zone met geluidswal langs de spoorlijn geprojecteerd. De zuidzijde is open: vanuit de wijk is zicht over de open polder. De westelijke rand hecht zich via een groene openbare zone aan de dijk langs de Roode Vaart. Assen De twee belangrijkste structuurdragers van het woongebied Bosselaar-Zuid zijn de oost-westas van de Zuidrand en noord-zuidas van een open schegvormige ruimte. Hiermee wordt niet alleen de hechting aan de omgeving bereikt maar worden ook de ruimtelijke verschillen in het woongebied tot uitdrukking gebracht waardoor er verschillende woonomgevingen ontstaan.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

19

De Zuidrand vormt de hoofdontsluiting van Bosselaar-Zuid. De open schegvormige ruimte vormt de open verbindingslijn tussen de twee gebiedsdelen. Deze groene as sluit aan op de Kuringen in de bestaande wijk Bosselaar en sluit aan op het open landschap ten zuiden van Bosselaar-Zuid. De open ruimte is ingericht als een verwijdende watergang. Programma Het stedenbouwkundig plan ging uit van de realisatie van 575 woningen in het gebied. Hierbij was een onderverdeling naar woningtypen gemaakt. In het stedenbouwkundig plan uit 2007 werd uitgegaan van de onderstaande verdeling:    

rijenwoningen 10-15%; grondgebonden nultredewoningen 20-25%; appartementen 10-20%; twee-onder-een-kap/geschakeld/vrijstaand 35-50%.

In verband met een veranderende markt is gedurende de ontwikkeling van de wijk gekozen voor een andere verdeling naar woningtype. Vanuit de markt was een grotere behoefte aan kleinere woningen. Dit heeft als gevolg dat binnen het stedenbouwkundig kader meer woningen gerealiseerd kunnen worden. Daardoor neemt de dichtheid toe. De uiteindelijke verdeling in de verschillende typologieën binnen Bosselaar Zuid is:  rijenwoningen 25%;  grondgebonden nultredewoningen 21%;  appartementen 17%;  twee-onder-een-kap/geschakeld/vrijstaand 37%. Uit deze verdeling blijkt dat in de markt er een duidelijke grotere vraag bestond aan rij-woningen. Uit de recente provinciale prognose komt naar voren dat het aantal eenpersoonshuishoudens flink gaat toenemen. In die zin zijn kleinere woningen gerechtvaardigd. Voor een goede afronding van de wijk is het wenselijk om deelgebied 3 in een vergelijkbare hoge dichtheid te kunnen realiseren. In Bosselaar Zuid worden in totaal 655 woningen mogelijk gemaakt. Dit zijn 80 woningen extra ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan en het onderliggende stedenbouwkundig plan. Deze verdichting heeft geleid tot een nieuwe indeling van deelgebied 3. In figuur 3.2 is het stedenbouwkundig plan voor Deelgebied 3 opgenomen. Dit stedenbouwkundig plan is binnen de bestaande ruimtelijke kaders van het stedenbouwkundige plan uit 2008 ontworpen.

De openbare ruimte en de bestaande rooilijnen zijn hierbij als leidraad voor het nieuwe ontwerp gehanteerd.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

20

Figuur 3.3 Stedenbouwkundig plan deelgebied 3 Bosselaar Zuid (Bron: Van Overbeek)

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

21

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

22

Hoofdstuk 4 4.1

Onderzoek

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de toevoeging van 80 extra woningen in de wijk Bosselaar Zuid. Voor de bestaande en vergunde woningen heeft het bestemmingsplan een consoliderende functie.

4.2

Verkeer

Ontsluiting autoverkeer De externe ontsluiting van Bosselaar-Zuid vindt plaats via de Zuidrand. De Zuidrand is daartoe door middel van een brug over de Roode Vaart doorgetrokken naar het plangebied. Via de Zuidrand wordt in westelijke richting de Westrand bereikt. Beide wegen zijn gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom en kennen een maximumsnelheid van 50 km/h. De wegen beschikken over vrijliggende fietsvoorzieningen. Via de Westrand wordt de provinciale weg N285 bereikt. De N285 geeft richting het westen aansluiting op de A17 richting Dordrecht, Rotterdam en Roosendaal. Een tweede ontsluiting vindt plaats via de Kuringen. De Kuringen is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h. Fietsverkeer wordt afzonderlijk van het autoverkeer op de Kuringen afgewikkeld. De Kuringen sluit door middel van een rotonde aan op de overige wegenstructuur van Zevenbergen. Vanaf de rotonde wordt via de Doelstraat het centrum van Zevenbergen bereikt. Voor de externe ontsluiting vanaf de Kuringen zijn de Pastoor van Kessellaan en de Stationslaan van belang. Via deze wegen wordt de Hazeldonkse Zandweg (N389) en de Prins Hendrikstraat richting de N285 bereikt. De N389 verbindt Zevenbergen met Etten-Leur en Breda. Via de N285 wordt de kern Made en de autosnelweg A59 richting 's-Hertogenbosch bereikt.

De interne wegenstructuur van Bosselaar-Zuid wordt door middel van een lus met twee aansluitpunten verbonden met de Zuidrand. Het noordelijke gedeelte van de interne lus wordt aan de noordzijde verbonden met de Kuringen. De interne wegen zijn vormgegeven als een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Fiets- en autoverkeer worden hier conform de Richtlijnen van Duurzaam Veilig gemengd afgewikkeld. Ontsluiting openbaar vervoer Het plangebied is gelegen op een afstand van 1.200 m vanaf het treinstation Zevenbergen. Dit treinstation wordt twee maal per uur per richting aangedaan door stoptreinen naar Roosendaal en naar Dordrecht, Rotterdam en Den Haag. Vanaf het treinstation vertrekken tevens busdiensten richting Prinsenbeek, Breda en Fijnaart. Verkeersgegevens In een afzonderlijke mobiliteitstoets is berekend wat de verkeersgeneratie is van de toevoeging van 80 woningen. Ook is beschouwd langs welke routes dit vekeer afgewikkeld wordt en wat de invloed daarvan is op de verkeersveiligheid. De notitie is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. De conlusie van de mobiliteitstoets is als volgt. De ontsluiting en de bereikbaarheid van de planontwikkeling is goed maar heeft enige aandacht nodig in noordelijke richting. De intensiteiten op de wegen rondom de enkelstrooksrotonde Sint Jorisstraat/Pastor van Kessellaan zijn al hoog.

De geringe verkeerstoename van 533mvt/etmaal door de verdichting van de 80 woningen heeft geen invloed van het verkeersbeeld op het omliggend wegennet. Daarbij zorgt de verdichting van de 80 woningen er niet voor dat de maximale capaciteit van de kruisingen en wegvakken waarover wordt afgewikkeld worden overschreden. De toename van de extra motorvoertuigen van de 80 woningen in de omliggende woonstraten tussen Kuringen en de deelgebieden Bosselaar Zuid zijn dusdanig laag dat deze naar verwachting niet gaan zorgen voor knelpunten en overlast. De wegen zijn conform duurzaam veilig ingericht en er liggen langs de hoofdroutes vrijliggende fietspaden. Op basis hiervan worden er geen knelpunten op de kruisingen en wegvakken verwacht met de verdichting van 80 woningen in Bosselaar Zuid. Parkeren

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

23

Er zal worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De parkeergelegenheid voor woningen is bepaald op basis van de parkeernormen van de gemeente Moerdijk (Nota Parkeernormen, 2015). In het parkeerbeleid van de gemeente is voor de kern Zevenbergen als een apart gebied bestemd. Hierbinnen is een onderscheid gemaakt tussen duur en goedkoop en middelduur.

Figuur 4.1 Parkeernomen voor woningen (Bron: Nota Parkeernormen 2015) Bij de nadere planuitwerking wordt per omgevingsvergunning bekeken hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn en dienen deze te worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen, waaraan getoetst dient te worden.

4.3

Bodem

4.3.1 Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd 4.3.2 Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 80 extra woningen. Deze woningen worden binnen het bestaande stedenbouwkundig kader gerealiseerd. Er is dan ook planologisch gezien geen sprake van een wijziging van functies. In het kader van het bestemmingsplan Bosselaar-Zuid 2008 zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Ter voorbereiding op de omgevingsvergunning voor bouwen voor de nog te realiseren woningen, is een bodemonderzoek uitgevoerd (Lankelma, 2020). Uit dit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw.

Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting. Dit onderzoek ligt ter toetsing aangeboden aan de omgevingsdienst. De bevindingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

24

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1 Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2. weergegeven. Tabel 4.2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg /m³ Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.

Besluit niet in betekenende mate In dit 'Besluit niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 4.4.2 Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 80 extra woningen mogelijk. Een dergelijk project valt onder het 'Besluit niet in betekenende mate' want is een project voor woningbouw met minder dan 1.500 woningen. Daarom hoeft hiervoor niet te worden gerekend. De bijdrage als gevolg van de extra woningen draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Op basis van de NSL-monitoringstool is gekeken naar de luchtkwaliteit ter plaatse. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit nabij de Westrand (de dichtsbijzijnde maatgevende weg) voor alle stoffen is gelegen onder de grenswaarden.

De concentratie NO2 bedraagt 17,70 µg/m³ , fijn stof PM10 16,97 µg/m³ en PM2,5 10,22 µg/m³ Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Het plan voldoet uit het oogpunt van luchtkwaliteit aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

4.5

Geluid

4.5.1 Kader Wegverkeerslawaai

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

25

Ingevolge artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh) zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt en woonerven. Tevens zijn in de Wgh onderzoekszones opgenomen waarbinnen onderzoek moet worden uitgevoerd naar de gevolgen van wegverkeerslawaai op een geluidsgevoelige bestemming. Deze onderzoekszones bedragen voor het stedelijk gebied voor wegen met 1 of 2 rijstroken 200 meter en voor het buitenstedelijk gebied 250 meter voor wegen met 1 of 2 rijstroken. Voor gezoneerde wegen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De grenswaarde ligt tussen de 53 dB en 68 dB, afhankelijk van de ligging en of het een nieuwe of bestaande situatie betreft. Een geluidsbelasting hoger dan deze grenswaarde is niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de grenswaarde is de geluidbelasting alleen toepasbaar na een afwegingsproces in de vorm van een procedure hogere grenswaarde. Spoorweglawaai In het kader van de Wet geluidhinder geldt langs spoorwegen een geluidszone. Deze zone varieert per geluidproductieplafond. Langs Bosselaar Zuid geldt een geluidproductieplafond van 66,7 - 67,6 dB. Hiervoor geldt een zonebreedte van 600 m. Binnen deze geluidszone dienen voor geluidsgevoelige functies zoals woningen onderzoek gedaan te worden naar de geluidsbelasting op de gevels.

Voor spoorwegen geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB op een woning, met een hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 68 dB. 4.5.2 Onderzoek en conclusie Wegverkeerslawaai Nieuwe woningen In het kader van het vigerende bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting als gevolg van bestaande en nieuwe wegen op de nieuwe woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat de 48 dB-geluidscontour van de Huizersdijk en de Allenweg buiten het plangebied zijn gelegen. Voor de Zuidrand en de 30 km/h-wegen in het gebied geldt dat de aangrenzende woningen binnen de geluidscontour zijn gelegen, echter wordt de grenswaarde van 63 dB niet overschreden. Het vaststellen van hogere waarden is niet mogelijk, voor wegen die zijn ingericht als 30 km/h-wegen en niet officieel zijn gecategoriseerd. Geconcludeerd kan worden dat het akoestisch klimaat voor de nieuwe woningen aanvaardbaar wordt geacht. Aangezien de 80 extra woningen niet eerder toegestaan waren in het bestemmingsplan, ontstaat een nieuwe situatie onder de Wet geluidhinder Wanneer die extra woningen binnen de invloedssfeer/zone een weg kunnen komen moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Dat is het geval, want voor de Zuidrand en de Huizersdijk geldt een maximum snelheid van 50 km/uur.

Het onderzoek is opgenomen in .Bijlage 4 Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden door het verkeer op de Huizersdijk en op de Zuidrand op alle nieuw te bouwen woningen aan de zuidzijde van de Zuidrand. Bestaande woningen In het kader van het bestemmingsplan Bosselaar-Zuid 2008 is gerekend aan geluidbelasting als gevolg van het nieuwe verkeer van de wijk op bestaande woningen. Destijds was sprake van een reconstructiesituatie (toename van de geluidsbelasting met meer dan 1,5 dB) op de woning aan de Huizersdijk. In het kader van het toevoegen van de 80 woningen is er geen sprake van een nieuwe reconstructie-situatie. Voor een reconstructiesituatie dient het verkeer met meer dan 40% toe te nemen op de bestaande wegen. Als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen neemt het verkeer ten hoogste met 15% toe op de bestaande wegen en is er dus geen sprake van een reconstructiesituatie. Spoorweglawaai Voor spoorweglawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 55 dB. Is de geluidbelasting niet hoger dan 55 dB dan legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld.

Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 55 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 68 dB. Voor fase 2 bleek het bij enkele woningen aan de rand noodzakelijk een hogere grenswaarde vast te stellen dat is inmiddels gebeurd. bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

26

Voor fase 3 is berekend of voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. De rekenresultaten zijn in Bijlage 3 op de relevante toetshoogten grafisch weergegeven. Uit de grafische weergave van de geluidcontouren blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de spoorlijn Lage Zwaluwe Oudenbosch de voorkeursgrenswaarde van 55 dB op alle toetshoogten op het overgrote deel van het plangebied niet overschrijdt. Ter plaatse van de woningen g201 en g204 blijkt uit de geluidcontour dat de voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden op een toetshoogte van 4,5 en 7,5 meter (de geluidbelasting op een toetshoogte van 10,5 en 13,5 is niet relevant voor deze woningen). Echter wordt bij de geluidcontouren tevens gerekend met de reflecties van het gebouw zelf. Derhalve zijn voor de volledigheid ter plaatse van deze woningen tevens toetspunten toegevoegd op een toetshoogte van 1,5 / 4,5 en 7,5 meter. Uit de rekenresultaten blijkt dat ook ter plaatse van deze woningen geen sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde ten gevolge van spoorweglawaai.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

4.6.1 Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-handreiking) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). 4.6.2 Onderzoek Er heeft een inventarisatie en analyse plaatsgevonden van de bedrijven en voorzieningen in de omgeving van het plangebied en de mogelijke beperkingen voor de woningbouwontwikkeling. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten van deze inventarisatie. Bedrijven Ten westen van het plangebied bevinden zich bedrijven, deze liggen aan beide zijden van de Roode Vaart. De milieubelasting van deze bedrijven heeft invloed op het woongebied Bosselaar Zuid. In het geldende bestemmingsplan was het daarom niet mogelijk in het noordwestelijk deel direct woningen toe te staan.

Er is op het gedeelte van het gebied dat binnen de milieucontouren ligt een wijzigingsbevoegdheid gelegd, waarvan pas gebruik kan worden gemaakt als deze voorwaarden is weggenomen. Hiermee is gewaarborgd dat de bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit de inventarisatie van de bedrijven en de maximale toelaatbaarheid op basis van het bestemmingsplan blijkt dat in het plangebied nog steeds rekening moet worden gehouden met de aanwezige milieubelasting en de theoretische milieuruimte die de bedrijven aan de Generaal Allenweg op basis van het geldende bestemmingsplan hebben. Het is dan ook nog niet mogelijk in het noordwestelijk deel direct woningen toe te staan. Daarom wordt in het voorliggend bestemmingsplan weer een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan voor het bedrijventerrein langs de Roode Vaart is gestart. Het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid komt daarmee dichterbij. Voor overige bedrijven, waaronder ook de agrarische bedrijven, in de directe omgeving levert de verdichting van het aantal woningen met 80 extra woningen geen extra belemmeringen op ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.

De woningen worden binnen het huidige stedenbouwkundig kader gebouwd en komen daarmee niet dichter op de omliggende bedrijven te staan. De omliggende bedrijven moeten in de huidige situatie al rekening houden met deze bestaande planologische mogelijkheden.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

27

Daarnaast blijkt uit de GES Geur veehouderijkaart van Noord-Brabant (Atlas Leefomgeving) dat de GES-score van het plangebied als goed is beoordeelt. De GES-scores zijn gebaseerd op een bepaalde kans op geurhinder. Bij een GES-score 'goed' is 0-5% hinderkans. Ook is het niet aannemelijk dat het bestaand agrarisch gebruik omgezet wordt naar een ingrijpend ander gebruik zoals fruit- of bomenteelt. Hierdoor hoeft hier geen rekening mee gehouden te worden, tenzij er een concreet initiatief bij de gemeente is ingediend. Overige inrichtingen Basisschool In het plangebied is een Brede School mogelijk gemaakt. Hierbij is rekening gehouden met een richtafstand van 30 m (maatgevend aspect is geluid, met name van de speelplaats). Het schoolgebouw is gebouwd op de noordelijke perceelsgrens, waardoor geen overlast ontstaat op de ten noorden gelegen woningen. De afstand van het perceel tot de woningen aan de zuid-, west- en oostzijde bedraagt meer dan 30 m, zodat wordt voldaan aan de hiervoor genoemde richtafstand. 4.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de bedrijven in de omgeving van het plangebied door de beoogde woningbouwontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.7

Archeologie

4.7.1 Kader Van Monumentenwet en de Wet op de archeologische monumentenzorg naar Erfgoedwet Het Verdrag van Malta heeft in Nederland geresulteerd in een ingrijpende herziening van de Monumentenwet uit 1988, die op 1 september 2007 met de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht is geworden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. In deze wetgeving is de bescherming van het archeologische erfgoed, de inpassing hiervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van het archeologische onderzoek geregeld. Daarnaast is het 'de verstoorder betaalt'- principe in de wet verankerd. In verband met dit principe regelt de wet ook de te volgen procedures en de financiering van archeologisch (voor)onderzoek en het eigendom en beheer van archeologische vondsten. De bescherming van de archeologische waarden is onder andere vertaald in een Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) op zowel nationaal als provinciaal niveau. Deze IKAW laat zien hoe groot de 'trefkans' is om iets archeologisch waardevols aan te treffen. Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) staan terreinen waarvan bekend is dat ze daadwerkelijk een archeologische waarde hebben. Inmiddels is de Erfgoedwet in werking getreden.

In de Erfgoedwet is enkel volstaan met opnemen van een regeling voor het doen van opgravingen in archeologische monumenten. De planologische vertaling van de IKAW en AMK zal te zijner tijd naar de Omgevingswet worden overgeheveld. Op dit moment geldt nog het overgangsrecht van de Erfgoedwet op basis waarvan deze bepalingen uit de oude Monumentenwet 1998 nog van kracht zijn. Daarnaast is het op grond van het vijfde lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht om in een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan de wijze waarop met de bescherming van archeologische monumenten en waardevolle restanten in het plan is omgegaan.

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

28

4.7.2 Onderzoek en conclusie Op basis van de erfgoedverordening en de archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk geldt de archeologische verwachtingswaarde 7. Hiervoor geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 250 m2 en verstoringsdiepte 200 cm. Voor de bouwontwikkeling van Bosselaar Zuid levert dit geen belemmeringen op. Er vinden geen grondwerkzaamheden plaats dieper dan 2 m.

Figuur 4.2 Uitsnede archeologische beleidskaart Moerdijk

4.8

Ecologie

4.8.1 Kader Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De Wnb is in werking getreden met ingang van 1 januari 2017. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) is in beginsel bevoegd gezag voor de vergunningverlening onder de Wnb. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Verder geldt er een verplichting om een passende beoordeling te verrichten indien significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uitgesloten. In dat geval kan het plan alleen worden vastgesteld indien met zekerheid is vastgesteld dat uitvoering van het plan niet leidt tot een aantasting van natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Eventueel noodzakelijke mitigerende maatregelen moeten in dat geval bij vaststelling van het plan geborgd zijn. Gebiedsbescherming De Wnb kent twee soorten natuurgebieden, te weten: a. Natura 2000/gebieden; b. Natuurnetwerk Nederland (NNN).

bestemmingsplan Bosselaar Zuid 2020 ontwerp

29

Soortenbescherming Daarnaast is in de Wnb de soortenbescherming geregeld. Soortenbescherming geldt voor alle beschermde soorten ongeacht waar deze soorten zich bevinden en hoeveel soorten het betreft. In de Wnb zijn verbodsbepalingen opgenomen van handelingen en effecten op beschermde soorten die niet worden uitgevoerd, behoudens ontheffing. Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebieden De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk (of in combinatie met andere plannen of projecten) significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. er zijn geen alternatieve oplossingen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3.

de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en die verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebiedsbescherming - Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; c. soorten die worden beschermd in de Verdragen van Bern en Bonn; en d. bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk doden van vogels of het vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=711939a9-152c-4cf7-aeca-7eb24451d51f