Beleidsbegroting 2023-2026
Tekst van het document
Over het totaal gezien zijn de kosten van het primair proces (voornamelijk personeelskosten van medewerkers in het primaire proces) door een kostenbesparing binnen het P-budget verlaagd. Vanaf 2023 komt de VPL-premie te vervallen. Daarnaast is er een positief effect in 2023 van 175.000 doordat in 2022 via de resultaatbestemming 2021 een eenmalig budget is geraamd voor versterking van de dienstverlening; dit betreft extra middelen die in 2021 zijn ontvangen via de algemene uitkering. Dit voordelig verschil heeft twee oorzaken. Als eerste een eenmalig budget in 2022 uit de resultaatbestemming 2021 van € 35.000 voor een herstart van de rekenkamer. Daarnaast is de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening wethouderspensioenen van € 150.000 niet meer geraamd. De verwachting is dat door de stijgende rekenrente bijstorting op de voorziening voorlopig niet meer nodig zal zijn. Dit betreft hoofdzakelijk een meeropbrengst aan leges voor reisdocumenten. Door de reisdocumentenpiek in 2023-2026 worden enerzijds meer kosten gemaakt voor extra capaciteit binnen het KCC om deze piek op te vangen, anderzijds zullen de legesinkomsten toenemen. Ten opzichte van 2022 wordt er minder onttrokken uit de reserves. Dit heeft vooral te maken met de resultaatbestemming 2021, die in de begroting 2022 is verwerkt.
Van het totale resultaat van € 8,2 miljoen is bijna € 7,3 miljoen toegerekend aan programma 5. Daarvan is vervolgens ruim € 6,6 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve. Het verschil van € 650.000 is herbestemd voor nieuw beleid (€ 375.000), versterking dienstverlening € 175.000), vernieuwen/ experimenteren (€ 69.000) en de rekenkamer (€ 35.000). Daarnaast is de dekking vanuit de algemene reserve voor de tijdelijke capaciteit voor versnelling van de woningbouwopgave in 2023 € 400.000 lager dan in 2022 (obv raadsbesluit van 3 febr.2022). De stelpost nieuw beleid is fors verhoogd t.o.v. 2022. Voor een deel omdat de raming 2022 inmiddels is verlaagd door besluiten om de middelen in te zetten voor diverse taakvelden. De raming voor 2023 e.v. bestaat uit de middelen voor alle nieuwe beleidsdoelen die zijn opgenomen in het Bestuursakkoord 2022-2026 (€ 4.925.000) en de nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de kadernota 2023-2026 (€ 1.418.000). Het restant betreft onderwerpen uit vorige jaren die al langer deel uitmaken van de stelpost, maar waarvoor nog geen concreet raadsvoorstel is voorgelegd. De middelen op de stelpost Nieuw beleid kunnen alleen voor besteding beschikbaar komen, via een (afzonderlijk) raadsvoorstel waarin wordt toegelicht hoe de middelen worden ingezet. Diverse kleinere verschillen (< € 50.000).
81
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
Reservemutaties 2023 Hieronder zijn de in 2023 begrote reservemutaties opgenomen die het resultaat na bestemming beïnvloeden. In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Per reservemutatie is inzichtelijk gemaakt of het een incidentele (I) of structurele (S) mutatie betreft. Stortingen in de reserves - N.v.t. 0 Totaal stortingen programma 5
Onttrekkingen aan de reserves 123.000 Onttrekkingen aan de brutoreserve ter dekking van de afschrijvingslasten van de volgende investeringen: • € 33.000 Aanpassingen gemeentehuis (S) • € 90.000 Herinrichting hal gemeentehuis (S) 145.000 Bijdrage uit de algemene reserve in de tijdelijke kosten van extra capaciteit t.b.v. versnelling van de woningbouwopgave (raadsbesluit 3 feb.2022) (i) 268.000 Totaal onttrekkingen programma 5
VERBONDEN PARTIJEN Aan de realisatie van de doelstellingen “Partnerschap in een veranderende samenleving” leveren de volgende verbonden partijen een bijdrage: • Regio West-Brabant • West-Brabants Archief (WBA) • Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) • ICT-samenwerking West-Brabant West • BNG Bank N.V. • Brabant Water NV • Stichting Inkoopbureau West-Brabant • Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voor een gedetailleerd overzicht verwijzen wij naar de paragraaf ‘Verbonden Partijen’.
82
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Financiële positie 2023-2026 Voor u ligt de meerjarenprogramma-begroting 2023-2026. Na vaststelling van de Kadernota 20232026 heeft een verdere uitwerking plaatsgevonden van de diverse budgetten, hetgeen nu resulteert in deze meerjarenbegroting. Later volgen binnen de totale budgetcyclus voor het begrotingsjaar 2023 de bestuursrapportages, het jaarverslag en de jaarrekening. In dit onderdeel van de programmabegroting wordt ingezoomd op de belangrijkste items van de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 2024-2026. Ingegaan wordt op de volgende onderdelen: • kadernota 2023-2026 • begrotingspositie 2023-2026 • naar een sluitende (meerjaren-)begroting • structureel begrotingssaldo • stelposten en taakstellingen • rentebeleid • belastingen/retributies • reserves en voorzieningen • vervangingsinvesteringen • investering t.b.v. huisvesting onderwijs • grondslagen begroting 2023 De begroting moet na vaststelling door de gemeenteraad worden aangeboden aan de provincie. De provincie beoordeelt de begroting en bepaalt op basis van haar onderzoek het toezichtsregime voor het komende jaar. De provincie kan hierbij kiezen uit preventief toezicht en repressief toezicht.
Bij preventief toezicht kan pas uitvoering gegeven worden aan de begroting en aan in de loop van 2023 optredende wijzigingen van de begroting op basis van een raadsbesluit, nadat de provincie deze getoetst heeft en haar goedkeuring hieraan geeft.
Bij repressief toezicht hoeven wijzigingen van de begroting slechts ter kennisname te worden ingestuurd en kan gelijk met de uitvoering gestart worden. Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet minimaal voldaan worden aan de volgende voorwaarden: • de meerjarenbegroting 2023-2026 is reëel sluitend, dan wel de begroting 2023 is minimaal reëel sluitend; • de begroting wordt vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar vastgesteld en toegezonden aan Gedeputeerde Staten; • de jaarrekening 2021 is sluitend of heeft een positief resultaat; • de jaarrekening van het jaar 2021 is tijdig vastgesteld en voor 15 juli 2022 aangeboden aan Gedeputeerde Staten. Reëel sluitend houdt in dat de begroting structureel in evenwicht is. Dit betekent dat jaarlijks terugkerende lasten moeten worden gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Éénmalige ruimte binnen de begroting (o.a. vanuit de grondexploitatie en onderuitputting kapitaallasten) kan ingezet worden om éénmalige uitgaven te bekostigen. De provincie kijkt verder kritisch naar opgenomen stelposten om de begroting sluitend te krijgen. Wil de provincie een dergelijke stelpost accepteren binnen de toets van een reëel sluitende begroting, dan moet deze voldoen aan een aantal eisen (waaronder een voldoende concrete onderbouwing).
Wij zijn van menig dat wij met het aanbieden van de meerjarenbegroting 2023-2026 voldoen aan de eisen om in aanmerking te komen voor het repressieve toezicht.
83
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Bestuursakkoord 2022-2026 en Kadernota 2023-2026 Het College heeft voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2026 de uitgangspunten gehanteerd, zoals deze door de gemeenteraad op 7 juli 2022 zijn vastgesteld bij de behandeling van de kadernota 2023-2026. Verder zijn de financiële effecten van het op 16 mei 2022 door de raad vastgestelde Bestuursakkoord 2022-2026 verwerkt in deze meerjarenbegroting. De beleidsdoelen en nieuwe ontwikkelingen uit het Bestuursakkoord en Kadernota zijn verwerkt in de stelpost nieuw beleid. De hierin gereserveerde middelen komen pas beschikbaar als hierover een raadsbesluit is genomen op basis van een raadsvoorstel met toelichting en onderbouwing van de in te zetten middelen. In de kadernota was rekening gehouden met diverse autonome ontwikkelingen, de verwachte grote afwijkingen binnen bestaand beleid en de verwachte nieuwe ontwikkelingen voor 2023 e.v. Hieraan is toegevoegd een structureel budget van € 250.000 voor uitbreiding van de boa-capaciteit, zoals dit door de raad op 7 juli 2022 is besloten. Vertrekpunt voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2026 waren derhalve de uitkomsten van de kadernota en de financiële effecten van het bestuursakkoord, aangevuld met € 250.000 voor extra boa-capaciteit. Cijfermatig is dit weergegeven in de onderstaande tabel.
Tabel 1: Uitkomsten Bestuursakkoord & Kadernota (bedragen x € 1.000; N = nadeel, V = voordeel) Omschrijving 2023 2024 -totaal structureel en incidenteel
2025
2026
1.939 N
687 N
138 N
759 V
-w.v. structurele budgetten
453 N
1.085 N
549 N
15 V
-w.v. incidentele budgetten
1.486 N
398 V
411 V
744 V
-algemene dienst
1.570 N
327 N
400 N
67 N
-grondexploitatie
84 V
725 V
811 V
811 V
-te verdelen in:
Begrotingspositie 2023-2026 Na de vaststelling van de kadernota is verder gewerkt aan het opstellen van de meerjarenbegroting. Naast de in de kadernota vermelde grote budgetaanpassingen zijn ook de overige budgetaanpassingen verwerkt en doorgerekend in de cijfers. De belangrijkste budgetaanpassingen die na de kadernota in de jaarsaldi zijn verwerkt zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2: Verwerkte effecten in meerjarenbegroting na de kadernota 2023 (bedragen x € 1.000; - = nadelig) Omschrijving 2023
2024
2025
2026
Saldo na Bestuursakkoord en Kadernota
-1.939
-687
-138
759
Meicirculaire 2022 gemeentefonds
6.208
7.696
9.585
3.502
Aanpassing kapitaallasten
574
50
-424
-523
Bijstelling toerekening uren aan investeringen
283
429
182
199
Stelpost onderuitputting kapitaallasten
48
426
33
54
Correctie opbrengst OZB
333
402
628
598
Meerkosten jeugdzorg
-835
-835
-904
-904
-4.000
-1.000
-1.000
-1.000
Hogere bijdrage bibliotheek
-80
-80
-80
-80
Hogere bijdrage Veiligheidsregio
-24
-50
-62
-152
-1.039
-1.209
-1.249
-1.199
Diverse overige verschillen
-57
-56
95
310
totaal van de aanpassingen
1.411
5.773
6.804
805
Saldo meerjarenbegroting
-528
5.086
6.666
1.564
Deel bestuursakkoord tlv algemene reserve
Minder gerealiseerd op besparing € 2 miljoen
84
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
De grotere verschillen in de bovenstaande tabel kunnen als volgt worden toegelicht: > Meicirculaire gemeentefonds: Bij de ramingen in de kadernota is rekening gehouden met de uitgangspunten in de september- en decembercirculaire 2021. Bij het verschijnen van de meicirculaire bleken o.a. de ramingen van het accres voor 2022 e.v. fors te zijn verhoogd. Voornamelijk gebaseerd op hogere uitgaven van het rijk ter uitvoering van het coalitieakkoord. Hierin zijn ook de verwachte loon- en prijsontwikkelingen doorberekend. Verder is in de meicirculaire de herijking van de verdeelmaatstaven van het gemeentefonds verwerkt. Moerdijk hoort bij de gemeenten die er op vooruit gaan. De bedragen die wij tot en met 2025 extra gaan ontvangen wijken echter niet veel af van de bedragen die in de kadernota al waren ingecalculeerd. > Aanpassing kapitaallasten: De kapitaallasten m.b.t. investeringen worden jaarlijks opnieuw berekend. Sinds enkele jaren wordt hierbij ook rekening gehouden met de gewijzigde regels van de provincie. De lasten worden nu pas geraamd vanaf het jaar waarin de investering (naar verwachting) wordt afgerond. Dit heeft vooral een positief effect in de eerste jaren van de meerjarenbegroting. > Toerekening uren aan investeringen: Enkele jaren geleden is op basis van gewijzigde voorschriften begonnen met het toerekenen van ambtelijke uren aan (vervangings-)investeringen.
Als dit om reguliere uren gaat betekent dit een voordelig effect voor de begroting. Dit effect is op basis van nieuw geplande vervangingsinvesteringen opnieuw berekend en in de cijfers verwerkt. > Stelpost onderuitputting kapitaallasten: In het kader van de gewijzigde regels verplicht de provincie de gemeente om in het jaar van afronding van de investering 50% van de kapitaallasten als structurele last in dat jaar op te nemen. Conform het waarderings- en afschrijvingsbeleid gaat de gemeente de kapitaallasten pas in het jaar ná afronding voor het eerst werkelijk berekenen. Er staat dus al bij voorbaat vast dat de 50% lasten in dat jaar niet in de jaarrekening zullen worden opgenomen. Om die reden wordt die begrotingsruimte als incidentele bate op deze stelpost opgenomen. Deze ruimte is dan beschikbaar voor de dekking van incidentele uitgaven. > Correctie opbrengst OZB: In de kadernota was opgenomen dat de geraamde OZB-opbrengst voor niet-woningen aanzienlijk moest worden bijgesteld vanwege een tegenvallende werkelijke opbrengst van niet-woningen. Met name de jaarlijkse toename door nieuwbouw bleef achter. Inmiddels kan op basis van de werkelijke opbrengst in 2022 de negatieve aanname in de kadernota iets worden bijgesteld naar boven. > Meerkosten jeugdzorg: Voornamelijk door indexering van de tarieven zijn de kosten voor de verschillende vormen van jeugdzorg hoger geraamd.
> Deel bestuursakkoord t.l.v. algemene reserve: In het bestuursakkoord is al ingecalculeerd dat de incidentele kosten voor toevoeging aan de reserve strategische verwerving (€ 3 miljoen) en de jaarlijkse middelen t.b.v. vitale centra (4 x € 1 miljoen) uit de algemene reserve worden gedekt. In deze primitieve begroting is dit nog niet zo verwerkt. De gemeenteraad zal hier bij de vaststelling van de begroting een besluit over moeten nemen (conform de gebruikelijke werkwijze). > Bijdrage bibliotheek: De bijdrage aan de openbare bibliotheek West-Brabant stijgt als gevolg van indexeringsafspraken die in 2019 zijn vastgelegd in een convenant. > Bijdrage Veiligheidsregio: In de begroting 2023-2026 van de Veiligheidsregio is de bijdrage van Moerdijk verhoogd. > Minder gerealiseerd op besparing 2 miljoen: In de kadernota was de aanname gedaan dat in het verdere traject van opstellen van de productramingen financiële ruimte kon worden gevonden van totaal € 2 miljoen, gebaseerd op de overschotten die jaarlijks bij de jaarrekening blijken. Er is op diverse posten inderdaad veel scherper geraamd, echter tot een maximaal bedrag van bijna € 1 miljoen in het jaar 2023.
85
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Na verwerking van alle reguliere budgetaanpassingen ontstaat de volgende tussenstand van de cijfers in de meerjarenbegroting Tabel 3: Uitkomsten prim. begroting 2023-2026 (bedragen x € 1.000; N = nadeel, V = voordeel) Omschrijving 2023 2024 -totaal structureel en incidenteel
2025
2026
528 N
5.086 V
6.666 V
1.564 V
-w.v. structurele budgetten
4.801 V
5.638 V
7.728 V
1.742 V
-w.v. incidentele budgetten
5.329 N
552 N
1.062 N
178 N
-algemene dienst
5.413 N
1.276 N
1.873 V
989 N
-grondexploitatie
84 V
725 V
811 V
811 V
-te verdelen in:
De ramingen in de meerjarenbegroting zijn opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: • benodigde middelen voor nieuwe ontwikkelingen zijn verwerkt zoals opgenomen in de kadernota 2023-2026. Kapitaallasten zijn geraamd conform de regels van de provincie. • rente- en afschrijvingslasten, voortvloeiend uit reeds beschikbaar gestelde kredieten en de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2023 t/m 2026; • gemeentefondsuitkeringen gebaseerd op de meicirculaire 2022; • overige uitgangspunten en aantallen eenheden zoals die in de kadernota 2023 zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Bij het interpreteren van de cijfers van de meerjarenbegroting moet bedacht worden dat deze naarmate het jaar verder af komt te liggen van het begrotingsjaar steeds ‘zachter’ worden. Het is daarom niet goed om aan deze cijfers absolute waarde toe te kennen. Het betreft niet meer dan een indicatie voor de toekomst.
Incidentele baten en lasten Uit tabel 3 blijkt dat voor 2023 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen met een bedrag van € 5.329.000. In de aanbiedingsnota/raadsvoorstel zal worden opgenomen hoe dit tekort op te vangen.
Structureel begrotingssaldo In de onderstaande tabel is de berekening van het structurele begrotingssaldo meerjarig weergegeven. Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000; - = nadelig) Saldo baten en lasten
2023
2024
2025
2026
-931
4.306
5.883
848
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
403
780
783
716
Begrotingssaldo na bestemming
-528
5.086
6.666
1.564
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
-5.329
-552
-1.062
-178
Structureel begrotingssaldo
4.801
5.638
7.728
1.742
86
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Taakstellingen en stelposten In het negatieve resultaat van € 528.000 zijn diverse taakstellingen en stelposten opgenomen. Totaal gaat dit per saldo om een nadeel van € 7.333.000 in het begrotingsjaar 2023. Meerjarig kan de volgende specificatie worden gegeven. Taakstellingen: Organisatie i.v.m. nieuw werkplekconcept
2023
2024
2025
2026
-
-200.000
-200.000
-200.000
-50.000
-100.000
-100.000
Organisatie i.v.m. invoering WKB Domein Mens & Maatschappij
-
-397.121
-397.121
-398.121
subtotaal
-
-647.121
-697.121
-698.121
Stelposten: Periodieke salarisaanpassingen Loonontwikkeling Nieuw beleid/nieuwe ontwikkelingen
-
100.000
200.000
300.000
385.000
385.000
385.000
385.000
7.897.422
5.412.843
6.423.258
6.522.431
Taakmutaties algemene uitkering
344.535
345.247
178.968
184.311
Algemene uitkering; BCF-ruimte onder plafond
-473.000
-300.000
-300.000
-300.000
Algemene uitkering; extra middelen jeugd
-
-1.812.000
-1.670.000
-1.151.000
Algemene uitkering; effect herijking maatstaven
-
-
-
-
Rijksbijdrage in kosten energietransitie
-174.500
-216.000
-257.500
-257.500
Onderschrijding kapitaallasten
-646.491
-629.731
-234.694
-255.312
subtotaal
7.332.966
3.285.359
4.725.032
5.427.930
Totaal
7.332.966
2.638.238
4.027.911
4.729.809
Rentebeleid Onderstaand de belangrijkste uitgangspunten die gehanteerd zijn met betrekking tot het rentebeleid: • Met ingang van 2017 is het niet meer toegestaan vaste rentepercentages te hanteren voor groepen van investeringen. Dit betekent dat aan investeringen m.b.t. onderwijshuisvesting en aan investeringen m.b.t. rioleringen evenals aan alle andere investeringen het omslagpercentage wordt toegerekend (2%) in plaats van 4%. • In de berekening van de totale rentekosten wordt rekening gehouden met het berekenen van zgn. bespaarde rente over de reserves en voorzieningen. • Over het voor 2023 berekende financieringstekort wordt geen rentelast opgenomen. Op dit moment wordt bij het aantrekken van kort geld een negatieve rente gehanteerd. • Ingevolge de afspraken in het kader van het zgn. schatkistbankieren moet de gemeente overtollige middelen aanhouden in de rijkskas. Hierover wordt geen rentevergoeding ontvangen. • De rentetoerekening aan de plannen binnen de grondexploitatie (bouwgrond in exploitatie) is conform de voorschriften bepaald. Het betreft het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Tot en met 2015 werd een vast rentepercentage toegepast. Het rente-omslagpercentage voor 2023 komt uit op 1,98% (2022 was 1,60%).
Op grond van artikel 12, lid 4 van de Financiële verordening is het percentage afgerond op 2%.
87
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Belastingen/retributies Met betrekking tot de belastingen en retributies zijn voor 2023 de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals nieuwbouw en verbouw; • tarieven worden verhoogd met een prijsindexpercentage van 7,6%; • de leges voor een omgevingsvergunning handhaven op 100% kostendekkendheid. Met inachtneming van het raadsbesluit van 13 dec. 2018 betekent dit een tariefaanpassing van 0%. • kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolrechten op basis van het huidige beleid; dit houdt in 100% kostendekkendheid waarbij de overheadkosten volledig worden toegerekend. Voor de tarieven afvalstoffenheffing betekent dit een verlaging met 0,4% en voor de tarieven rioolrechten een verhoging met 7,6%. • de lokale lastendruk voor een meerpersoonshuishouden (het totaalbedrag dat betaald moet worden aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten) komt in 2023 uit op een bedrag van € 863,35. Ten opzichte van 2022 (€ 827,62) een stijging van de lokale lastendruk met 4,3%. In deze berekening is uitgegaan van een (gemiddelde) koopwoning met een waarde van € 272.000.
Algemene dekkingsmiddelen De gemeente kent een aantal algemene dekkingsmiddelen die ingezet kunnen worden op diverse beleidsterreinen. De gemeente mag die middelen naar eigen inzicht besteden. Voor een deel zijn de algemene dekkingsmiddelen niet beïnvloedbaar. U moet daarbij denken aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang van haar algemene dekkingsmiddelen zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied (zie Paragraaf Lokale Heffingen). Overzicht algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Omschrijving Belastingen Algemene uitkering (incl. Integratie- en decentralisatie uitkeringen) Dividenden / winstuitkeringen Saldo financieringsfunctie Totaal algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2022 17.888 54.660 34 2.113 75.756
Begroting 2023 19.642 65.304 62 2.206 87.196
Toelichting per algemeen dekkingsmiddel Belastingen De toelichting op de belastingen is vermeld in de Paragraaf Lokale Heffingen. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering 2023 uit het gemeentefonds stijgt aanzienlijk ten opzichte van 2022. Bij de berekening is uitgegaan van de meicirculaire gemeentefonds 2022. Daarnaast is uitgegaan van de meest recente hoeveelheidscijfers zoals aantal woonruimten, aantal inwoners etc. De meeropbrengst is een gevolg van nominale ontwikkelingen en een bijstelling van de uitkeringsfactor o.b.v. de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Dividenden / winstuitkeringen Onze gemeente ontvangt jaarlijks de volgende dividenden en winstuitkeringen: • Uit het aandelenbezit Bank Nederlandse Gemeenten. Voor 2023 is een dividend van € 62.000 geraamd (over 2022 was € 34.000 geraamd). Dit is gebaseerd op de werkelijke dividenduitkering over 2021 in het voorjaar van 2022. Saldo financieringsfunctie Vanwege de regel dat in de berekening van het omslagpercentage de rente over eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) kan worden opgenomen, wordt de bespaarde rente ter grootte van € 2.206.000 verantwoord in de exploitatie. Voor de berekening is uitgegaan van een rentepercentage van 1,68%. In 2022 was de opbrengst van de bespaarde rente in de exploitatie € 2.113.000, waarbij is uitgegaan van een rentepercentage van 1,8%.
88
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Reserves en voorzieningen Algemene reserve De omvang van de algemene reserve per 1 januari 2022 bedraagt afgerond € 23 miljoen. Dit is de stand zoals opgenomen in de jaarrekening 2021. Genoemd bedrag is echter niet de reële stand op dit moment. Zo zijn vóór 1 januari 2022 besluiten genomen waarbij de algemene reserve is ingezet voor de dekking van uitgaven. Dit zelfde geldt voor besluiten in 2022. Verder zijn er in 2022 ook besluiten genomen waarbij middelen zijn toegevoegd aan de algemene reserve. Op basis van de nu bekende gegevens en de raadsbesluiten die tot en met 30 september 2022 verwacht worden kan de volgende prognose worden gegeven van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve: Stand algemene reserve per 31-12-2021 (jaarrekening 2021) Af: Raadsbesluiten vóór 1-1-2022: -eenmalige bijdrage theater De Schuur -duurzaam en energiezuinig gemeentelijk vastgoed -asbestinventarisatie gemeentelijk vastgoed -instandhoudingsonderhoud diverse monumenten
23.117.000 34.000 18.000 21.000 137.000 -210.000 22.907.000
Raadsbesluiten na 1-1-2022: Af: -versnelling woninbouwopgave (budget 2022) -onderzoek haalbaarheid gebiedsontwikkeling Zvb-Oost -opstellen soortenmanagementplan Moerdijk -bijdrage renovatie tennisbanen TV '76 Willemstad -overeenkomst en ontwikkeplan Fort De Hel -bijdrage tbv noordelijke omlegging N285 (1e berap 2022)
730.000 400.000 350.000 56.500 37.500 200.000 -1.774.000
Bij: Afwikkeling bij vaststelling jaarrekening 2021 -saldo jaarrekening 2021 (na resultaatbestemming) -vrijvallende middelen uit andere reserves
6.643.100 335.800 6.978.900 28.111.900
Af: Toekomstige onttrekkingen: -project 185: woningbouw Westschans Klundert -reservering t.b.v. aanpassingen brandweerkazernes
3.600.000 340.000 -3.940.000 24.171.900
Bij: Toekomstige toevoegingen -winstpotentie grondexploitatie
p.m.
Prognose stand algemene reserve per 1-1-2023
24.171.900
Hiervan is niet vrij besteedbaar het benodigde weerstandsvermogen ter afdekking van de risico's die zijn vermeld en toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing die in deze begroting is opgenomen Prognose vrij besteedbare ruimte per 1-1-2023
13.600.000 10.571.900
Het saldo van € 10,6 miljoen sluit aan bij de overzichten die maandelijks worden opgesteld voor de commissie Bestuur en Middelen.
89
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Bestemmingsreserves Naast de algemene reserve beschikt de gemeente over diverse bestemmingsreserves. Deze middelen zijn afgezonderd van de algemene reserve ten behoeve van bepaalde afgesproken activiteiten. Alleen op basis van een raadsbesluit kan aan deze afgezonderde gelden een andere bestemming worden gegeven. De omvang van de bestemmingsreserves bedraagt per 1 januari 2022 € 66,5 miljoen. In 2022 zullen naar verwachting de toevoegingen € 400.000 hoger zijn dan de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves. Dit betekent per 1 januari 2023 een totaal van € 66,9 miljoen.
Voorzieningen Tot slot beschikt de gemeente over een aantal voorzieningen. Voorzieningen worden aangehouden ter afdekking van kwantificeerbare onzekerheden, b.v. verliesverwachtingen grondexploitatie en om een gelijkmatige verdeling van kosten over een aantal begrotingsjaren te krijgen, zoals voorziening wegen en voorziening riolering. De omvang van deze voorzieningen bedraagt per 1 januari 2022 € 36,6 miljoen. De toevoegingen en aanwendingen in 2022 zullen naar verwachting ongeveer aan elkaar gelijk zijn.
Vervangingsinvesteringen In de begroting 2023 en volgende jaren is rekening gehouden met de lasten van de vervangingsinvesteringen. Hiervan kan het volgende overzicht gegeven worden: Vervangingsinvesteringen (bedragen x € 1.000) omschrijving
investeringen 2023-2026* 684
jaarlast 2023
jaarlast 2024
8
28
49
66
sportaccommodaties
2.147
45
92
109
140
beheerplannen
22.375
154
483
811
1.127
riolering
10.725
-
-
-
-
IT-investeringen
1.260
41
124
207
290
telefoons
290
18
42
41
49
kantoorinv.+overige app.
29
2
3
3
3
37.510
268
772
1.220
1.675
tractie
Totaal
jaarlast 2025
jaarlast 2026
* betreft het totale investeringsbudget in de periode 2023-2026
Voor 2023 zal bij de vaststelling van de begroting voorgesteld worden onderstaande investeringsbedragen beschikbaar te stellen voor die verschillende onderwerpen. Dit betreft alleen de investeringen die gepland staan voor 2023: -tractie € 142.000 -sportaccommodaties - 1.297.000 -beheerplannen - 5.261.000 -riolering - 3.116.500 -IT-investeringen 306.000 -telefoons 100.000 -kantoorinv.+ ov.app. 28.500 Totaal €10.251.000 De jaarlast voor 2023 is verwerkt in de voorliggende begroting, conform de voorschriften. De afschrijvingslasten zullen voor het eerst in 2024 werkelijk optreden. In 2023 is rekening gehouden met 50% van de kapitaallasten o.b.v. de gewijzigde regels van de provincie. In 2023 kan deze afschrijvingslast worden ingezet voor éénmalige uitgaven. Hiermee is ook rekening gehouden in het overzicht incidentele baten en lasten.
90
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
De vervangingsinvesteringen riolering zijn gebaseerd op het nieuw vastgestelde vGRP. Deze investeringen worden niet geactiveerd, maar kunnen in 1x gedekt worden uit de voorziening riolering, uit de middelen die hiervoor ‘gespaard’ zijn via de jaarlijkse rioolheffing.
Investeringen t.b.v. onderwijshuisvesting Jaarlijks wordt door het college het Onderwijshuisvestingsprogramma vastgesteld voor het komende jaar. Deze bevoegdheid is vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Moerdijk 2016. In het voorlopige programma voor 2023 zijn geen nieuwe investeringen opgenomen.
Grondslagen begroting 2023 Bij de samenstelling van de begroting 2023 is uitgegaan van de volgende grondslagen: Financiële structuur -salarissen en sociale lasten: -norm opleidingen, vorming en training -norm vervangingen wegens ziekte -percentage loonontwikkeling (stelpost) -kostenontwikkeling (m.u.v. beheerplannen) -kostenontwikkeling beheerplannen -inflatiecorrectie lokale heffingen -rente berekend financieringstekort -rente eigen financieringsmiddelen -rente-omslagpercentage bestaande investeringen -basisraming uitkering gemeentefonds
o.b.v. cao 2021-2022 2,00% v.d. loonsom 1,00% v.d. loonsom 2,00% 0,00% 5,71% 7,60% 0,00% 1,68% 2,00% meicirculaire 2022
Fysieke structuur -woonruimten (woningen, wooneenheden) -oppervlakte in land (in ha.) -oppervlakte binnenwater (in ha.)
16.805 15.917 2.485
Sociale structuur -inwoners -inwoners jonger dan 18 jaar -inwoners ouder dan 64 jaar
37.313 6.576 8.382
91
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Staat van baten en lasten 2023 (bedragen x € 1.000 ) Nummer Programma
Ramingen begroting 2023 Baten Lasten Saldo
1
Lokale heffingen Overige baten Lasten Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk
-11.084 -3.815 0 -14.900
21 0 15.302 15.323
-11.063 -3.815 15.302 423
2
Lokale heffingen Overige baten Lasten Algemene uitkeringen Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
-2.043 -1.620 0 0 -3.663
0 0 30.418 0 30.418
-2.043 -1.620 30.418 0 26.755
3
Lokale heffingen Overige baten Lasten Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
-271 -3.425 0 -3.696
0 0 4.724 4.724
-271 -3.425 4.724 1.029
4
Lokale heffingen Overige baten Lasten Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben
0 -9.218 0 -9.218
0 0 44.069 44.069
0 -9.218 44.069 34.851
5
Lokale heffingen Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige baten Heffing Vpb Overhead Overige lasten Partnerschap en financiële paragraaf
-19.493 -65.304 -62 -2.206 -2.111 0 -385 0 -89.561
876 0 0 0 0 81 13.941 12.527 27.424
-18.618 -65.304 -62 -2.206 -2.111 81 13.556 12.527 -62.137
0
10
10
-121.038
121.969
931
Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben Partnerschap en financiële paragraaf
0 -2.090 -92 -407 -268
0 1.622 774 58 0
0 -468 682 -349 -268
Subtotaal mutaties reserves
-2.857
2.454
-403
Resultaat na bestemming
-123.895
124.423
528
Onvoorzien Resultaat voor bestemming
1 2 3 4 5
Meerjarenbegroting 2023-2026
PARAGRAFEN
93
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Paragraaf lokale heffingen LOKALE HEFFINGEN Algemeen De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen en rechten. Naast de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn de afvalstoffenheffing, de reinigingsrechten en de rioolheffing van groot belang voor het totaalbeeld van de lokale lasten. In dit onderdeel van de paragraaf wordt een beeld gegeven van de geraamde opbrengsten 2022 en 2023 van de diverse gemeentelijke belastingen/rechten, de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de gevolgen voor de lastendruk gezinsgebonden belastingen. Deze inkomsten geven de huidige situatie weer zoals in de begroting 2023 is opgenomen.
Overzicht lokale heffingen Onderstaande tabel geeft weer welke inkomsten uit lokale heffingen worden geraamd als dekkingsmiddel in de begroting 2023. Ten opzichte van 2022 zullen deze inkomsten met 6,45% stijgen. Begroting
Begroting
Mutatie
Mutatie
2022
2023
Nominaal
In %
Product Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
17.630
19.371
1.741
9,88%
192
207
15
7,81%
Afvalstoffenheffing/ reinigingsrecht
5.141
5.086
-55
1,07%
Rioolheffing
4.304
4.417
113
2,63%
Rioolheffing Havenschap
1.470
1.581
111
7,55%
Leges
2.260
2.355
95
4,20%
Marktgelden
36
30
-6
-16,67%
Begraaf- en onderhoudsrechten
143
145
2
1,40%
Reclambelasting
66
64
-2
-3,03%
31.242
33.256
2.014
6,45%
Toeristenbelasting
Totaal lokale heffingen
Tariefbeleid Zoals afgesproken in de kadernota wordt voor 2023 een prijsindex gehanteerd van 7,6%. Voor de jaren 2024, 2025 en 2026 wordt de nullijn gehanteerd. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De tariefdifferentiaties, zoals tussen één- en meerpersoonshuishoudens bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, blijven gehandhaafd. Voor de rioolheffing 2023 is uitgegaan van de nieuwe tarievenstructuur zoals ook voor 2022 is besloten voor de nietwoningen. In 2020 is het nieuwe GRP vastgesteld. Naast de tariefsaanpassingen is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals nieuwbouw en verbouw.
TOELICHTING PER HEFFING Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De opbrengsten m.b.t. onroerende-zaakbelastingen gelden als een algemeen dekkingsmiddel. Als zodanig zou de OZB gebruikt kunnen worden als sluitpost van de begroting.
94
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Met ingang van 2023 gelden weer nieuwe vastgestelde taxatiewaarden naar een waardepeildatum van 1 januari 2022. De nieuwe taxatiewaarden zijn pas in het najaar van 2022 bekend. In de begroting is vooralsnog uitgegaan van de economische waarden naar de oude waardepeildatum 1 januari 2021 en een aanpassing van de huidige tarieven met het prijsindexcijfer van 7,6%. De OZB-tarieven voor 2023 worden definitief vastgesteld in de belastingverordening, die de raad in december 2021 ter vaststelling krijgt aangeboden. In deze voorstellen wordt uitgegaan van de nieuwe taxatiewaarden. Uitgangspunt daarbij blijft dat bij een stijging van de totale economische waarden de tarieven zullen dalen, terwijl bij een daling van de waarden de tarieven zullen stijgen. Dit kan overigens wel betekenen dat in individuele gevallen de aanslag OZB hoger of lager zal zijn. Dit wordt dan veroorzaakt door een afwijking van de nieuwe taxatiewaarde t.o.v. de gemiddelde ontwikkeling. Ten opzichte van 2022 wordt wel rekening gehouden met een meeropbrengst op basis van autonome ontwikkelingen (nieuwbouw en verbouw). Voor de berekening van de OZB-tarieven 2023 wordt rekening gehouden met: Nieuwe taxatie-uitkomsten; Autonome ontwikkelingen (nieuwbouw/verbouw/objecten in aanbouw); Kwijtschelding € 1.000; Oninbare vorderingen € 23.400.
Van de tarieven en opbrengsten voor de jaren 2021, 2022 en 2023 kan het volgende overzicht worden gegeven:
Tarieven
werkelijk 2022
werkelijk 2021
begroot 2023
OZB-eigenaren woningen
0,0857%
0,0867%
0,0868%
OZB-eigenaren niet woningen
0,3041%
0,3096%
0,3450%
OZB-gebruikers niet-woningen
0,2422%
0,2451%
0,2855%
Opbrengsten (x 1.000)
werkelijk 2021
begroot 2022
begroot 2023
OZB-eigenaren woningen
€ 3.641
€
3.649
€
3.937
OZB-eigenaren niet woningen
€ 8.086
€
8.291
€
9.093
OZB-gebruikers niet-woningen
€ 5.346
€
5.690
€
6.341
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De Financiële Verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over de gemeenten. De algemene uitkering wordt verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die de verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook de verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de totale waarde van alle onroerende zaken binnen de gemeente. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend, van de waarde van niet-woningen 70%. Overigens is vanaf 2023 een verandering doorgevoerd m.b.t. de niet-woningen. Er wordt niet langer uitgegaan van de totale WOZ-waarde van de niet-woningen, maar van een maximum op basis van een bedrag van € 35.000 per inwoner. Voor Moerdijk is dat een totaalbedrag van afgerond € 1,3 miljard. Op de herrekende totaalwaarden voor woningen en niet-woningen worden zogenaamde rekentarieven toegepast (0,0857% van 80% van de totale WOZ-waarden woningen voor eigenaren woningen, 0,2127% van 70% van de totale WOZ-waarden voor gebruikers niet-woningen en 0,2796% voor eigenaren niet-woningen). De uitkomsten hiervan worden gekort op de algemene uitkering van de gemeente.
De aftrek in de algemene uitkering 2023 bedraagt voor eigenaren woningen € 3.383.000, voor gebruikers niet-woningen € 1.975.000 en voor eigenaren niet-woningen € 2.596.000. Totaal is dit bijna € 8 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met de waardepeildatum 1 januari 2021 en de rekentarieven voor 2023.
95
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Aan de hand van de nieuwe taxatiewaarden met de waardepeildatum 1 januari 2022, die pas in het najaar van 2022 bekend zijn, kunnen de kortingsbedragen voor 2023 definitief worden berekend. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen effect op de aftrekpost in de algemene uitkering. Alleen de WOZwaarden hebben invloed op de algemene uitkering.
Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht Verwachte kosten De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Daarnaast biedt de gemeente de gelegenheid aan kleine ondernemers hun bedrijfsafval af te voeren. In totaal verwacht de gemeente voor deze plicht en dienst het komende jaar € 5,1 miljoen aan kosten te zullen maken. Om de kosten transparant te maken, splitsen wij eerst uit binnen welke programma’s deze kosten gemaakt zullen worden. Vervolgens wordt ingegaan op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.
Verdeling van de kosten Uit onderstaande grafiek blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van programma 1 (€ 4,2 miljoen). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van bedrijf- en huishoudelijk afval, het scheiden en recyclen van afval en de kosten die worden gemaakt voor de heffing en invordering van belastingen (BWB). Daarnaast begroten wij € 152.000 binnen programma 4. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor kwijtschelding. Naar verwachting zal er € 665.000 aan BTW kunnen worden meegenomen als kostencomponent voor de berekening van de tarieven en € 242.000 aan overhead. Binnen programma 1 is een bedrag van € 10.000 aan oninbaar als kosten geraamd.
Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Uitgangspunt is dat de totale kosten van afvalverwijdering worden gedekt door de afvalstoffenheffing/reinigingsrechten. De tarieven afvalstoffenheffing voor 2023 worden op basis van deze uitgangspunten met 0,41% verlaagd.
96
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
De belangrijkste ontwikkelingen voor 2023 zijn: de afvalstroom papier +€ 29.000, toename van de inzamelingskosten en verwerkingskosten van alle afvalstromen +€ 74.000, toename opbrengst papier +€ 154.000, toename opbrengst milieustraat +€ 18.000. Voor de begrotingsraming van de afvalstoffenheffing is rekening gehouden met: • 100% kostendekkendheid; • Conform artikel 229b Gemeentewet wordt bij de berekening van het kostendekkingspercentage de compensabele BTW meegenomen als kostencomponent; • Toerekening van de uitvoeringskosten (kosten heffing en invordering); • Handhaving tariefdifferentiatie alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens, waarbij eenpersoonshuishoudens 75% van het tarief van meerpersoonshuishoudens betalen; • 11.235 meerpersoonshuishoudens en 4.815 eenpersoonshuishoudens; • Kwijtschelding € 152.000 en oninbare vorderingen € 10.000.
Berekening Kostendekkendheid Voor de berekening van het percentage kostendekkendheid zijn alle mogelijk toe te rekenen kosten van het product Afval meegenomen. Berekening Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht (bedragen x € 1.000) Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
€ 4.631
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen
€ -667
Netto kosten taakveld
€ 3.964
Toe te rekenen kosten
€ 162
Overhead incl. (omslag) rente
€ 295
BTW Totale kosten
€ 665 € 5.086
Opbrengst heffingen
€ 5.086
Dekkingspercentage
100,00%
Van de tarieven en de opbrengst met betrekking tot de jaren 2021, 2022 en 2023 kan het volgende overzicht worden gegeven:
97
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Tarieven
2021
2022
2023
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
€ 222,57
€ 255,11
€ 254,06
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
€ 296,74
€ 340,14
€ 338,74
Reinigingsrecht per duobak ( excl. btw )
€ 257,53
€ 296,74
€ 340,14
Baten/lasten ( x 1.000 )
2021
2022
2023
Baten
€ 4.464
€ 5.141
€ 5.086
Lasten
€ 4.464
€ 5.141
€ 5.086
Begroot
Rioolheffing ln de raadsvergadering van 24 september 2020 is het nieuwe verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Moerdijk 2021-2024 door uw raad vastgesteld. Conform het raadsbesluit worden de tarieven met het percentage van de kostenontwikkeling (7,6%) verhoogd.
Verwachte kosten De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Vanuit het vGRP verwachten we in totaal het komende jaar € 5,0 miljoen aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit binnen welke programma’s deze kosten zullen worden gemaakt. Vervolgens wordt ingegaan op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.
Verdeling van de kosten Uit onderstaande grafiek blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het programma 1 (€ 3,4 miljoen incl. storting). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast begroten wij € 151.000 binnen programma 4. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor kwijtschelding. Naar verwachting zal er € 302.000 aan BTW kunnen worden meegenomen als kostencomponent voor de berekening van de tarieven en € 401.000 aan overhead. Binnen programma 1 is een bedrag van € 10.000 aan oninbaar als kosten geraamd. Het bedrag van het verschil in opbrengst en kosten is als storting in de voorziening opgenomen € 709.000. Dit om fluctuaties in de tarieven en om toekomstige onvoorziene zaken op te vangen. Ook wordt voor programma 2 (watertaken en straatreiniging) een bedrag van € 167.000 aan kosten meegenomen.
98
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffing invoeren. Voor de begrotingsraming van de rioolheffing is rekening gehouden met: - 100% kostendekkendheid; - Toerekening van de uitvoeringskosten (kosten heffing en invordering); - Handhaving tariefdifferentiatie woningen, bedrijven, bejaardenhuizen en overige gebouwen; - Handhaving tariefdifferentiatie eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens, waarbij eenpersoonshuishoudens 75% van het tarief van meerpersoonshuishoudens betalen; - 10.786 meerpersoonshuishoudens en 4.693 eenpersoonshuishoudens; - Conform artikel 229b Gemeentewet wordt bij de berekening van het kostendekkingspercentage de compensabele BTW meegenomen als kostencomponent; - Kwijtschelding € 151.000 en oninbare vorderingen € 10.000.
Berekening kostendekkendheid; Voor de berekening van het percentage kostendekkendheid zijn alle mogelijk toe te rekenen kosten van product Riolering meegenomen in de berekening Berekening Kostendekkendheid Rioolheffing (bedragen x € 1.000) Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
€
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen
€
-
Netto kosten taakveld
€
3.553
Toe te rekenen kosten
€
161
Overhead incl. (omslag) rente
€
401
BTW
€
302
Totale kosten
€
4.417
Opbrengst heffingen
€
4.417
Dekkingspercentage
3.553
100,00%
99
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Van de tarieven en de opbrengst met betrekking tot de jaren 2021, 2022 en 2023 kan het volgende overzicht worden gegeven: Tarieven
2021
2022
2023
rioolheffing eenpersoons huishouden
€ 198,72
€ 201,10
€ 216,38
rioolheffing meerpersoons huishouden
€ 264,95
€ 268,13
€ 288,51
perceel niet in hoofdzaak woning
€ 268,13
€ 288,51
woning met waterverbruik 501m3 of meer
€ 165,70
€ 178,29
Niet woning, recreatieterrein, verzorgings- verpleegtehuizen met
€ 165,70
€ 178,29
€
€
waterverbruik 501m³ tot en met 1.000m³ Niet woning, recreatieterrein, verzorgings- verpleegtehuizen met
0,60
0,65
waterverbruik 1.001 of meer per m³ rioolheffing bedrijf-woning met bedrijf
€ 428,70
rioolheffing overige gebouwen
€ 105,93
rioolheffing bedr. Ruimten < 100 m²
€ 258,27
Begroot Baten/lasten (x 1.000)
2021
2022
2023
Baten
€
4.318
€
4.304
€
4.417
Lasten
€
4.318
€
4.304
€
4.417
Rioolheffing Havenschap ln de Raadsvergadering van 24 september 2020 is het nieuwe verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Moerdijk 2021-2024 door uw raad vastgesteld. Nieuw binnen het vGRP 2021-2024 is de riolering van het beheergebied haven- en industrieterrein Moerdijk. De riolering van het beheergebied maakte sinds de verzelfstandiging van het Havenbedrijf in 2017 al onderdeel uit van de gemeentelijke rioleringszorg. Nu is het Assetmanagementplan Riolering en Water van Havenbedrijf als onderlegger in de bijlage van het vGRP Moerdijk 2021-2024 opgenomen. Conform raadsbesluit worden de tarieven geïndexeerd met het inflatiepercentage van 7.6%. De totale geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 1.581.000 (2021: € 1.470.000). Ook voor de rioolheffing Havenschap geldt dat een gedeelte van de opbrengst gestort wordt in de voorziening om fluctuaties van de tarieven te voorkomen.
Marktgelden Verwachte kosten De gemeente biedt marktkooplui de mogelijkheid om in de kernen Zevenbergen, Klundert, Willemstad en Fijnaart hun koopwaar op de markten aan de burgers aan te bieden. Verdeling van de kosten van de weekmarkten De kosten worden verdeeld in Weekmarkt, overhead en BTW.
100
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Herkomst van de middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet de gemaakte kosten verhalen. De geraamde marktgelden voor de begrotingsraming 2022 bedragen € 30.000 (2021 € 36.000). Onderstaande grafiek geeft de herkomst van de middelen van de weekmarkt weer.
Berekening kostendekkendheid; Voor de berekening van het percentage kostendekkendheid zijn alle mogelijk toe te rekenen kosten van product Weekmarkten meegenomen: Berekening Kostendekkendheid Marktgeld (bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
€
26
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen
€
-
Netto kosten taakveld
€
26
Overhead incl. (omslag) rente
€
15
BTW
€
0
Totale kosten
€
41
Opbrengst heffingen
€
26
Toe te rekenen kosten
Dekkingspercentage
62,62%
Leges
Er worden leges geheven voor onder andere bouw- en sloopvergunningen, reisdocumenten, burgerlijke stand en APV. Voor de begrotingsraming 2023 is voor de leges rekening gehouden met: - Wettelijke kaders (bijv. maximum tarief paspoorten); - Autonome ontwikkelingen (aantal bouwvergunningen, aantal reisdocumenten, enz.). Baten en lasten leges In het onderstaande overzicht staan de verwachte baten en lasten van de legesverordening over 2023 vermeld. Daarbij zijn de verwachte baten en lasten onderverdeeld naar de titels in de tarieventabel.