Begroting 2026-2029
Tekst van het document
Reservemutaties
160
62%
N
Reservemutaties hebben een incidenteel karakter en kunnen per jaar dan ook verschillen. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 is besloten om ten behoeve van de voortgang van een aantal overlopende zaken diverse budgetten opnieuw beschikbaar te stellen voor 2025. Binnen programma 5 betreft dit € 139.000, wat voornamelijk betrekking heeft op uitgaven m.b.t. verbeteren werkprocessen (€ 48.000), vernieuwing website (€ 45.000) en verduurzaming mobiliteitsbewegingen (€ 40.000). Voor een volledig overzicht van de incidentele reservemutaties die in de begroting 2026 zijn verwerkt wordt verwezen naar het overzicht incidentele baten en lasten. Daarnaast zijn de structurele reservemutaties terug te vinden in de bijlage. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het muteren van reserves een raadsbevoegdheid is. Aan alle reservemutaties ligt dan ook ten alle tijde een raadsbesluit ten grondslag.
93
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
Onderwerp
Bedrag (x € 1.000)
Gemeente Moerdijk
% V/N Toelichting
Overhead
1.576
8,6%
N
Alle personeel dat niet in het primaire proces meedraait wordt beschouwd als overhead, dit betreft de leidinggevende functies en de ondersteunende teams. Hun kosten worden op de centrale post overhead verantwoord en niet toegerekend aan de verschillende taakvelden, zoals dit wel gebeurt bij de medewerkers in het primaire proces. Ook de kosten van huisvesting en automatisering/ informatisering worden beschouwd als overheadkosten. Totaal gaat het om een budget van € 19 miljoen. De kosten voor het gemeentehuis stijgen (€ 910.000 N). Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van de kapitaallasten, doordat in 2026 gestart wordt met het boekhoudkundig afschrijven van de gedane investering t.b.v. de verbouwing van het gemeentehuis. Verder zijn in 2026 kosten opgenomen voor het digitaliseren van bouwdossiers en het overbrengen naar het West-Brabants Archief (€ 400.000 N) en is het budget voor inhuur personeel bij ziekte verhoogd (€ 170.000 N). Tot slot stijgt de deelnemersbijdrage aan de GR ICT-WBW (€ 269.000 N). Dit komt door de zogenaamde 'Transitie naar Managed services', waarbij de aanbesteding, transitie en transformatie in 2026 incidenteel een grote bijdrage van de deelnemers gaat vragen, maar vanaf 2027 een besparing gaat opleveren.
De hogere deelnemersbijdrage is conform de begroting 2026 van ICT-WBWB, die (samen met de begrotingen van de andere verbonden partijen) in de commissievergadering van 20 mei 2025 en de raadsvergadering van 28 mei 2025 is behandeld.
Stelposten
1.711
79%
N
De stelpost nieuw beleid bedraagt voor 2026 ca. € 3,6 miljoen, terwijl de huidige raming voor 2025 € 585.000 bedraagt. De raming voor 2026 en verder bestaat uit de middelen voor alle nieuwe beleidsdoelen die zijn opgenomen in de kadernota 2026-2029 (€ 2,5 miljoen). Het restant betreft onderwerpen uit vorige jaren die al langer deel uitmaken van de stelpost, maar waarvoor nog geen concreet raadsvoorstel is voorgelegd. De middelen op de stelpost nieuw beleid kunnen alleen voor besteding beschikbaar komen, via een (afzonderlijk) raadsvoorstel waarin wordt toegelicht hoe de middelen worden ingezet. Verder is de lagere raming in 2025 te verklaren doordat gedurende 2025 diverse raadsbesluiten zijn genomen om de middelen in te zetten voor diverse taakvelden. Verder is voor 2025 een stelpost begroot voor verwachte loonkostenontwikkeling. Jaarlijks wordt in de kadernota een uitgangspunt geformuleerd wat betreft het te reserveren bedrag voor de verwachte loonontwikkeling. Op die manier wordt met de effecten van verwachte loonontwikkeling aan de voorkant rekening gehouden. In de 2e bestuursrapportage wordt deze stelpost ingezet ter dekking van de effecten die op basis van de nieuwe CAO 2025-2027 ontstaan. De loonkosten vanaf 2026 zijn in deze begroting al gebaseerd op deze CAO, waardoor voor 2026 geen stelpost is begroot.
Daarnaast is vanaf in 2026 nog een taakstelling van € 200.000 begroot m.b.t. nieuw werkplekconcept.
Overig
55
-
N
Totaal
-3.084
-11%
V
Diverse kleinere verschillen (< € 50.000).
Verbonden Partijen Aan de realisatie van de doelstellingen “Partnerschap in een veranderende samenleving” leveren de volgende verbonden partijen een bijdrage: • Regio West-Brabant • West-Brabants Archief (WBA) • Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) • ICT-samenwerking West-Brabant West • BNG Bank N.V. • Brabant Water NV • Inkoopbureau Karel Voor een gedetailleerd overzicht verwijzen wij naar de paragraaf ‘Verbonden Partijen’.
94
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
Financiële positie 2026-2029 Algemeen De begroting is een belangrijk document binnen de planning – en control (P&C) cyclus van gemeenten. In de begroting stelt de gemeenteraad de na te streven effecten en doelen voor het komende jaar vast en worden de daarvoor benodigde middelen beschikbaar gesteld. In de kadernota 2026-2029 (raadsvergadering 3 juli 2025) heeft de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten vastgesteld die als basis hebben gediend voor deze begroting 2026-2029. Na vaststelling van de Kadernota 2026-2029 heeft een verdere uitwerking plaatsgevonden van de beleidsteksten in de 5 porgramma’s en diverse budgetten, hetgeen nu resulteert in deze meerjarenbegroting. De begroting moet na vaststelling door de gemeenteraad worden aangeboden aan de provincie. De provincie beoordeelt de begroting en bepaalt op basis van haar onderzoek het toezichtsregime voor het komende jaar. De provincie kan hierbij kiezen uit preventief toezicht en repressief toezicht. Bij preventief toezicht kan pas uitvoering gegeven worden aan de begroting en aan in de loop van 2026 optredende wijzigingen van de begroting op basis van een raadsbesluit, nadat de provincie deze getoetst heeft en haar goedkeuring hieraan geeft. Bij repressief toezicht hoeven wijzigingen van de begroting slechts ter kennisname te worden ingestuurd en kan gelijk met de uitvoering gestart worden.
Bij het oordeel over het toe te passen toezichtsregime worden in ieder geval de volgende voorwaarden betrokken: • de meerjarenbegroting 2026-2029 is reëel sluitend, dan wel de begroting 2026 is minimaal reëel sluitend; • de begroting wordt vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar vastgesteld en toegezonden aan Gedeputeerde Staten; • de jaarrekening 2024 is sluitend of heeft een positief resultaat; • de jaarrekening van het jaar 2024 is tijdig vastgesteld aangeboden aan Gedeputeerde Staten.
Reëel sluitend houdt in dat de begroting structureel in evenwicht is. Dit betekent dat jaarlijks terugkerende lasten moeten worden gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Éénmalige ruimte binnen de begroting (o.a. vanuit de grondexploitatie) kan ingezet worden om éénmalige uitgaven te bekostigen. De provincie kijkt verder kritisch naar opgenomen stelposten om de begroting sluitend te krijgen. Wil de provincie een dergelijke stelpost accepteren binnen de toets van een reëel sluitende begroting, dan moet deze voldoen aan een aantal eisen (waaronder een voldoende concrete onderbouwing). Wij zijn van menig dat wij met het aanbieden van de meerjarenbegroting 2026-2029 voldoen aan de eisen om in aanmerking te komen voor het repressieve toezicht. In dit onderdeel van de programmabegroting wordt ingezoomd op de belangrijkste (financiële) onderwerpen van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 20272029. Ingegaan wordt op de volgende onderwerpen: • kadernota 2026-2029 • begrotingspositie 2026-2029 • structureel begrotingssaldo • taakstellingen en stelposten • rentebeleid • belastingen/retributies • algemene dekkingsmiddelen • reserves en voorzieningen • vervangingsinvesteringen • grondslagen begroting 2026
95
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
Kadernota 2026-2029 Het College heeft voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2026-2029 de uitgangspunten gehanteerd, zoals deze door de gemeenteraad zijn vastgesteld in de kadernota 2026-2029. In de kadernota was rekening gehouden met diverse budgetaanpassingen die binnen reeds bestaande budgetten werden voorzien en de verwachte nieuwe ontwikkelingen voor 2026 e.v. Rekening houdend met de in de raadsvergadering van 3 juli 2025 aangenomen kadervoorstellen en amendementen, werden op basis van de kadernota 2026-2029 onderstaande begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Verwacht begrotingsresultaat Kadernota 2026-2029 (na raadsvergadering 3 juli 2025)
-7.619
-4.905
-1.438
-1.233
Waarvan structureel
-3.832
-3.766
-1.438
-1.233
Waarvan incidenteel
-3.787
-1.139
-
-
Begrotingspositie 2026-2029 De afgelopen maanden is de begroting 2026-2029 nader uitgewerkt. Na het opstellen van de kadernota zijn grofweg onderstaande acties met een financieel effect uitgevoerd: • Het doorvertalen van de vastgestelde uitgangspunten in de kadernota; • Verwerking van de ingevulde productformulieren (voor alle budgetten de ramingen actualiseren en onderbouwen); • Verwerking van effecten van een aantal nagekomen ontwikkelingen om het huidige beleid te kunnen blijven voortzetten; • Actualiseren van de rente- en afschrijvingslasten, voortvloeiend uit reeds beschikbaar gestelde investeringskredieten en de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2026 t/m 2029; • Verwerking van de uitkomsten van de meicirculaire 2025 gemeentefonds. In onderstaande tabel zijn de bijstellingen die uit deze acties zijn voortgekomen samengevat. Daarbij is inzichtelijk gemaakt wat dit betekent voor het totale begrotingsresultaat. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel) Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Verwacht begrotingsresultaat kadernota 2026-2029 (na raadsvergadering 3 juli 2025)
-7.619
-4.905
-1.438
-1.233
191
2
-4
-82
Gemeentefonds
5.037
4.666
2.531
2.430
Kapitaallasten
1.537
1.372
280
220
Jeugd
Raadsbesluiten mei t/m juni
-1.169
-1.169
-1.154
-1.154
Toerekening uren investeringen
424
44
30
49
Wmo
-310
-310
-310
-310
Gemeentehuis
-210
-210
-210
-210
Gemeenschappelijke regelingen
-242
194
280
376
Personeelskosten
18
168
349
525
Grondexploitaties
-107
56
-57
-
-623
-435
-670
-528
-3.073
-527
-373
84
Overig Verwacht begrotingsresultaat primitieve begroting 2029-2029
De verschillen in de bovenstaande tabel kunnen als volgt worden toegelicht: Gemeentefonds De raming van de uitkering gemeentefonds wordt in de begroting 2026-2029 – volgens een bestendige werkwijze –
96
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
gebaseerd op de meicirculaire waarmee we voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Doordat de meicirculaire 2025 na het opstellen van de kadernota is uitgekomen, kon in de cijfers van de kadernota 2026-2029 hier nog geen rekening mee worden gehouden. Wel waren in de kadernota reeds indicaties afgegeven op basis van de Voorjaarsnota die eerder dit jaar door het Rijk is uitgebracht. Via een raadsinformatiebrief (d.d. 24 juni 2025) is de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire 2025 en de voordelige effecten die dit heeft ten opzichte van de ramingen zoals die ten tijde van de kadernota konden worden voorzien. De hogere uitkering uit het gemeentefonds heeft voornamelijk betrekking op de extra middelen die door het Rijk zijn toegekend ter compensatie van de terugval in 2026 in het gemeentefonds (ook wel het ‘ravijnjaar 2026’ genoemd) en de landelijke tekorten binnen de Jeugdzorg. Vanaf 2028 heerst er nog steeds onduidelijkheid en blijven de extra middelen beperkt. Het Rijk verwacht dan namelijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd gerealiseerd gaan worden. Daarnaast wil het Rijk aanvullende maatregelen invoeren.
Dit betreft de invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg vanaf 1 januari 2028 en nadere afspraken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur binnen de Jeugdzorg, wat vanaf 2028 tot lagere lasten moet leiden. Gemeenten mogen ervan uitgaan dat deze maatregelen voor de gemeente budgettair neutraal zullen zijn. Dit vanuit de gedachte dat tegenover deze lagere ontvangsten vanuit het Rijk op termijn lastenbesparingen moeten ontstaan voor gemeenten. De effecten zijn ten opzichte van de informatiebrief ca. € 0,3 miljoen positiever uitgevallen in verband met de financiële verwerking van zogenaamde taakmutaties. Taakmutaties zijn wijzigingen in de algemene uitkering waaraan een bepaalde taak is gekoppeld. Omdat tegenover deze opbrengsten op termijn corresponderende lasten kunnen komen te staan worden deze middelen in eerste instantie afgezonderd op een stelpost. Tijdens het opstellen van de begroting is gebleken dat voor diverse taakmutaties minder middelen gereserveerd hoeven te worden. Dit heeft voornamelijk betrekking op de (uitgestelde) invoering van de eigen bijdrage binnen de Wmo. Kapitaallasten De kapitaallasten (rente en afschrijvingen) m.b.t. de verwachte investeringen worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij de afschrijvingslasten worden geraamd met ingang van het jaar na afronding van de werkzaamheden.
Dit jaar is extra kritisch gekeken naar het verwachte jaar waarin een investering gereed komt. Dit conform het in de kadernota (raadsvergadering 3 juli 2025) benoemde actiepunt om richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar van afronden van investeringen te hanteren. Dit actiepunt was geformuleerd vanuit het beeld van de afgelopen jaren dat er doorgaans sprake is van lagere kapitaallasten dan vooraf in de begroting was ingeschat. Het betreft voornamelijk voordelen doordat de investeringen pas later worden afgesloten dan vooraf ingeschat. Omdat kapitaallasten structurele lasten zijn, heeft dit een effect op de structurele begrotingsruimte. Een onderuitputting van de kapitaallasten betekent in feite dat er een onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte is gelegd. Om ervoor te zorgen dat deze onderuitputting zich minder voordoet is bij het opstellen van deze begroting extra kritisch gekeken naar een reële inschatting van het jaar van afronding van een investering, zodat daar in de prognose van de kapitaallasten rekening mee kon worden gehouden. Dit betekent niet dat investeringen uitgesteld worden. Het doel is om een zo realistisch mogelijke raming van de kapitaallasten op te nemen in de begroting, waardoor dit voorkomt dat er onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte wordt gelegd.
Dit vraagt een planning die rekening houdt met tegenvallers en niet uitgaat van het meest optimistische scenario. Verderop in deze paragraaf (bij het onderdeel "investeringen") wordt nader ingegaan op de investeringen die in de begroting zijn verwerkt. Jeugd Per raadsinformatiebrief d.d. 4 juni 2025 is de gemeenteraad geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorgbudgetten. Zoals daarin is toegelicht was in de kadernota 2026-2029 nog uitgegaan van een benodigde bijstelling van € 1 miljoen vanaf 2026, terwijl dit met de nieuwe inzichten uit de raadsinformatiebrief uitkomt op € 2,05 miljoen. Concreet betekent dit dat ten opzichte van de kadernota 2026-2029 een bijstelling van € 1,05 miljoen is verwerkt in de begroting. Daarnaast is rekening gehouden met de indexering van de inhuurtarieven van de jeugdprofessionals.
97
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
Toerekening uren investeringen Conform BBV wetgeving is het verplicht om directe personeelskosten toe te rekenen aan investeringen. Doordat ambtelijke uren aan investeringen worden toegerekend, levert dit in het betreffende jaar een voordeel op met daartegenover op termijn hogere kapitaallasten (die voortkomen uit hogere investeringen). De ramingen zijn op basis van de actuele investeringsverwachtingen geactualiseerd. Vooral in 2026 valt de verwachte urentoerekening m.b.t. wegbeheer en groenbeheer hoger uit, wat een voordelig effect heeft op het begrotingsresultaat. Wmo In de kadernota waren binnen de Wmo reeds kostenstijgingen voorzien m.b.t. de Begeleiding en Huishoudelijke hulp die in deze begroting zijn verwerkt. Tijdens het opstellen van de begroting is gebleken dat ook binnen diverse andere onderdelen binnen de Wmo budgetbijstellingen nodig zijn. Het budget t.b.v. Hulpmiddelen wordt met € 151.000 verhoogd op basis van het actuele aantal uitstaande hulpmiddelen en de prognose van de uitbreiding in 2025 en 2026. Daarnaast is gerekend met de geïndexeerde tarieven per 1 juli 2025 en een inschatting van de indexering per 1 juli 2026. Het budget t.b.v. woningaanpassingen is met € 85.000 verhoogd op basis van het actuele aantal geplaatste trapliften en de prognose van in 2025 en 2026 nieuw te plaatsen trapliften.
Verder valt de bijdrage aan de gemeente Rucphen in de regionale kosten van het waspunt € 47.000 hoger uit. Om de continuïteit en toekomstbestendigheid van het Waspunt te waarborgen wordt de dienstverlening rondom het personeel en de aansturing van de bedrijfsprocessen vanaf 2026 uitbesteed aan WVS. De hiermee verband houdende kostenstijging wordt met name veroorzaakt door hieruit voortvloeiende frictiekosten. Tot slot zijn diverse kleinere nadelen ontstaan (€ 27.000 N). Gemeentehuis Na het opstellen van de kadernota is (op basis van de ingediende offerte) gebleken dat het huidige schoonmaakbudget niet toereikend is en met ca. € 110.000 verhoogd dient te worden. Na de verbouwing zijn zowel het vloeroppervlak als het type materialen gewijzigd (zoals meer glasoppervlakken), wat leidt tot hogere schoonmaakkosten. Daarnaast nemen de kosten toe t.b.v. gevelreiniging, het wassen van blindplaten, het verwijderen van spinrag, het reinigen van zonnepanelen en het vloeronderhoud (gericht op het behouden van de kwaliteit van de nieuwe vloer, bijvoorbeeld door het behandelen van koffievlekken). Verder vallen de verwachte huuropbrengsten ca. € 47.000 lager uit en zijn diverse kleinere budgetaanpassingen verwerkt. Gemeenschappelijke regelingen Tijdens het opstellen van de begroting zijn voor diverse gemeenschappelijke regelingen benodigde bijstelling naar voren gekomen.
Zo valt de teruggaaf uit het positief saldo van de GR Beschermd wonen regio Breda (ten opzichte van de teruggaaf die reeds in de kadernota was voorzien) naar verwachting € 154.000 hoger uit. Dit betreft voornamelijk een teruggave doordat in de meicirculaire 2025 een hogere rijksbijdrage voor beschermd wonen is opgenomen dan was verwacht. Tegenover dit voordeel staat dat op basis van de begroting 2026-2029 van de OMWB de deelnemersbijdrage ca. € 100.000 toeneemt. Tot slot valt de bijdrage aan ICT WBW in 2026 ca. € 296.000 hoger uit. In de begroting 20262029 van ICT WBW is toegelicht dat ICT WBW zich richt op het versterken van haar rol als regieorganisatie, het verder ontwikkelen van de Cloud infrastructuur, cybersecurity, innovatie en samenwerking tussen de deelnemers. Bij het in kaart brengen van de financiële consequenties van deze ''Transitie naar Managed services'', is gebleken dat de aanbesteding, transitie en transformatie in 2026 incidenteel een grote bijdrage van de deelnemers gaat vragen. Deze stap gaat vanaf 2027 een besparing opleveren, wat resulteert in een lagere verwachte deelnemersbijdrage in 2027 (€ 140.000 V), 2028 (€ 226.000 V), en 2029 (€ 322.000 V). Personeelskosten M.b.t. de personeelskosten zijn diverse voor- en nadelen ontstaan die elkaar grotendeels compenseren. Zo is er een voordeel ontstaan m.b.t. de verwachte loonontwikkeling.
Jaarlijks wordt in de kadernota een uitgangspunt geformuleerd wat betreft het te reserveren bedrag voor de verwachte loonontwikkeling. Op die manier wordt met de effecten van verwachte loonontwikkeling aan de voorkant rekening gehouden. Inmiddels zijn de salariskosten op basis van de nieuwe cao doorgerekend en in de begroting 2026-2029 verwerkt. De indexering van de lonen valt (o.a. doordat
98
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
de lonen gefaseerd worden geïndexeerd), lager uit dan waar in de stelpost rekening mee was gehouden. Doordat met de nieuwe CAO 2025-2027 de indexering voor 2026 vastligt, hoeft hier geen bedrag meer voor te worden aangehouden en kan het restant van de stelpost loonontwikkeling vrijvallen. Dit heeft een voordelig effect op het begrotingsresultaat van € 423.000 (2026), € 531.000 (2027), € 631.000 (2028) en € 807.000 (2029). Tegenover dit voordelige effect staan diverse ontwikkelingen met een nadelig financieel effect. Zoals in de jaarrekening 2024 is toegelicht zijn de totale uitgaven t.b.v. inhuur bij ziekte in 2024 uitgekomen op ca. € 0,7 miljoen. Dit is net als in 2023 relatief hoog ten opzichte van voorgaande jaren. Tijdens de behandeling van de kadernota is het thema ziekteverzuim veelvuldig aan de orde geweest. Hierbij is via een Memo (d.d. 20 juni 2025) nader inzicht gegeven in de ontwikkelingen van het ziekteverzuim en is m.b.t. dit onderwerp een motie aangenomen. Op basis van de ervaringscijfers van de afgelopen jaren, is in de begroting rekening gehouden met een benodigd inhuurbudget van € 620.000 in 2026. Dit komt neer op ca. 2% van de totale loonkosten. Door de maatregelen en aandacht t.b.v. het ziekteverzuim is de verwachting dat de inhuurkosten op termijn verder af zullen nemen. In 2027 is een budget begroot van € 540.000 en vanaf 2028 € 460.000.
Tot slot was vanwege de invoering van de Wkb in de begroting een taakstelling opgenomen van € 50.000 in 2026 en € 100.000 vanaf 2027. Dit vanuit de verwachting dat als gevolg van de invoering van de Wkb er minder vergunningen worden afgegeven en de inzet vanuit het team VVTH (en daarmee de kosten) lager zal worden. Per 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden voor het onderdeel nieuwbouw in gevolgklasse 1. In december 2024 heeft de minister de Eerste Kamer per brief geïnformeerd over het vervolg. In die brief komt zij tot de conclusie dat “De Wkb in zijn huidige vorm onvoldoende aansluit bij verbouwprojecten.” Verbouw gaat dan ook definitief niet onder de Wkb vallen. Mocht daartoe in de toekomst alsnog besloten worden, moet een nieuw voorstel aan beide Kamers worden voorgelegd voordat het eventueel kan worden ingevoerd. Gevolg is dat een groot deel van het werk wat zou verdwijnen bij de gemeente, gewoon bij de gemeente blijft. De beoogde taakstelling was gebaseerd op het volledig vervallen van de taken uit gevolgklasse 1. In de praktijk gaat het slechts om circa 10% van het oorspronkelijk aantal geraamde uren. De taakstelling waartoe eerder werd besloten, kan dan ook niet worden gerealiseerd.
Als in de toekomst wordt besloten om meer typen bouwwerken onder de Wkb te laten vallen, zal het effect op de benodigde capaciteit opnieuw worden bepaald. Grondexploitaties De mutaties binnen de grondexploitaties zijn voornamelijk het gevolg van de structurele verwerking van de bevindingen die tijdens de accountantscontrole van de jaarrekening 2024 naar voren zijn gekomen. Daarnaast is ook gerekend met de actuele omslagrente die in deze begroting 2026-2029 is geactualiseerd en 2,5% bedraagt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het resultaat van de grondexploitaties in een bepaald jaar niet altijd een accuraat beeld geeft van de totale winstgevendheid van een grondexploitatie over de volledige looptijd. Tussentijdse winstnemingen en toevoegingen aan de verliesvoorziening hebben bijvoorbeeld een effect op het huidige jaar maar dat hoeft niet te betekenen dat de totale resultaten daarmee ook direct wijzigen. Voor een nader inzicht in de totale (verwachte) resultaten per grondexploitatie wordt daarom verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Overig De overige nadelen betreft het effect van de doorrekening en actualisatie van ruim 150 (sub)budgetten binnen de begroting. Omgerekend komt dit voor 2026 neer op een gemiddelde mutatie van ca. € 4.000 per budget.
99
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
Structureel begrotingssaldo Na verwerking van bovenstaande budgetaanpassingen ontstaat het volgende meerjarenperspectief. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Baten
160.048
182.679
166.798
167.987
Lasten
-161.552
-182.096
-166.646
-167.131
Saldo baten en lasten
-1.504
583
153
856
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-1.569
-1.110
-525
-772
Verwacht begrotingsresultaat primitieve begroting 2026-2029
-3.073
-527
-373
84
Waarvan structureel
929
137
-555
-116
Waarvan incidenteel
-4.002
-664
182
200
De begrotingsresultaten zijn opgebouwd uit de totale jaarlijkse baten en lasten van de gemeente. Indien er in een jaar meer/minder baten dan lasten worden verwacht resulteert dit in een positief /negatief begrotingsresultaat in die jaren. Gedeputeerde Staten (GS) houden in elke provincie toezicht op de ontwikkeling van de financiële positie van gemeenten. De provincie focust zich primair op de vraag of de begroting reëel in evenwicht is. Op basis van de voorliggende begroting 2026-2029 zijn de jaren 2026 en 2027 met een structureel verwacht begrotingsresultaat van ca. € 0,9 miljoen en € 0,1 miljoen reëel sluitend (meer structurele baten dan lasten). Dat beeld slaat vanaf 2028 om. Vanaf 2028 wordt een structureel tekort verwacht van € 0,6 miljoen (2028) en € 0,1 miljoen (2029). Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat voor 2026 t/m 2028 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen. In het overzicht incidentele lasten en baten is een specificatie en nadere toelichting opgenomen. In de aanbiedingsnota/ raadsvoorstel zal worden ingegaan op de wijze waarop we voorstellen om hiermee om te gaan. In de aanbiedingsnota wordt nader ingegaan op het begrotingsresultaat. Zo zijn er diverse ontwikkelingen die zich na het opstellen van de begroting 2026-2029 hebben voorgedaan die nog een effect zullen hebben op het begrotingsresultaat.
Ook wordt in de aanbiedingsnota een verdere doorkijk gegeven naar de verwachte ontwikkeling van het begrotingsresultaat na 2029. Tot slot dient opgemerkt te worden dat bij het interpreteren van de cijfers van de meerjarenbegroting bedacht moet worden dat deze naarmate het jaar verder af komt te liggen van het begrotingsjaar steeds ‘zachter’ worden. Het is daarom niet goed om aan deze cijfers absolute waarde toe te kennen. Het betreft niet meer dan een indicatie voor de toekomst.
Taakstellingen en stelposten In de hierboven gepresenteerde verwachte begrotingsresultaten zijn diverse stelposten opgenomen. Meerjarig kan de volgende specificatie worden gegeven. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Organisatie i.v.m. nieuw werkplekconcept
200
200
200
200
Totaal taakstellingen
200
200
200
200
-3.640
-3.501
-2.109
-3.958
Taakstellingen
Stelposten Nieuw beleid Taakmutaties algemene uitkering •
Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
439
441
•
Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
115
115
•
Herinvoering eigen bijdrage Wmo
0
397
397
397
•
Overige taakmutaties
-136
44
43
43
Algemene uitkering: BCF-ruimte onder plafond
627
627
627
627
Totaal stelposten
-3.149
-2.434
-488
-2.335
Totaal
-2.949
-2.234
-288
-2.135
100
Financiële positie
Gemeente Moerdijk
Dit betekent concreet dat in de begroting per saldo rekening is gehouden met een totale last van ca. € 2,9 miljoen in 2026. Dit heeft voornamelijk betrekking op de nieuwe ontwikkelingen die op basis van (eerdere) kadernota’s zijn verwerkt in de stelpost nieuw beleid. De hierin gereserveerde middelen komen pas beschikbaar als hierover een raadsbesluit is genomen met toelichting en onderbouwing van de in te zetten middelen. Daar staat tegenover dat (in de stelpost taakmutaties algemene uitkering) rekening wordt gehouden met een aantal voordelige effecten die (op termijn) worden verwacht. • Zo is het Rijk van plan om voor de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het Rijk verwacht dat dit de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen verlaagt. Daardoor zou de Wmo voor gemeenten langer betaalbaar blijven. Inmiddels is bekend geworden dat de ingangsdatum is verschoven naar 1 januari 2027. • Daarnaast heeft het Rijk in de Meicirculaire 2025 een financieel voorschot genomen op nog te nemen maatregelen om het jeugdzorgstelsel te beheersen door een uitname te doen uit het gemeentefonds. Dit betreft de invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg vanaf 1 januari 2028 en nadere afspraken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur binnen de Jeugdzorg, wat vanaf 2028 tot lagere lasten moet leiden.
Omdat aannemelijk is dat het realiseren van deze uitwerking en wetgeving onder de verantwoordelijkheid van het Rijk valt, mogen gemeenten hier een stelpost voor opnemen. Dit vanuit de gedachte dat tegenover deze lagere ontvangsten vanuit het Rijk op termijn lastenbesparingen moeten ontstaan voor gemeenten. Verder is in de begroting een stelpost opgenomen m.b.t. de verwachte afrekening van het btw compensatiefonds (BCF). Het BCF is een regeling waarmee gemeenten de betaalde btw voor bepaalde activiteiten kunnen terugvragen. Met ingang van 2015 is het BCF geplafonneerd, waarbij het BCF en het gemeentefonds communicerende vaten zijn. Als de gezamenlijke btw-declaraties van gemeenten onder het plafond van het BCF blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Gemeenten mogen in hun begroting rekening houden met de (verwachte) afrekening van het BCF. Omdat de hoogte hiervan erg onzeker is, zijn in het verleden afspraken tussen de provinciaal toezichthouders en het ministerie van BZK gemaakt over wat een reële hoogte van deze ruimte is. Afgesproken is dat de laatst gerealiseerde afrekening de maximaal toegestane ruimte is die gemeenten mogen ramen in hun begroting.
Waar we als gemeente in het verleden voorzichtigheidshalve niet met dit volledige bedrag rekening hielden, is in de voorliggende begroting uitgegaan van 100% van de meest recente afrekening over 2024 (die in de Meicirculaire 2025 bekend is gemaakt). Dit past binnen de richtlijnen van de provincie en ligt in lijn met het in de kadernota geformuleerde actiepunt om richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een minder voorzichtige inschatting te hanteren wat betreft de verwachte afrekening van het btw-compensatiefonds. Deze actie kwam voort uit het rapport structurele begrotingsruimte, als een van de mogelijkheden waarmee de structurele begrotingsruimte kan worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van de huidige ambities en dienstverlening van de gemeente. Tot slot is vanuit eerdere begrotingen een taakstelling opgenomen i.v.m. het nieuwe werkplekconcept. Deze taakstelling (in de vorm van de efficiencykorting op het personeelsbudget van € 200.000) is in de begroting opgenomen als onderdeel van het project ‘gemeentehuis nieuwe stijl’. Alhoewel de overtuiging is dat het gemeentehuis nieuwe stijl tot efficiencyvoordelen en minder ziekteverzuim leidt, is het op dit moment nog niet mogelijk dit in geld uit te drukken. Tot die tijd wordt de stelpost in de begroting gehandhaafd.
Hierbij geldt wel dat de provinciaal toezichthouder deze stelpost (tot het moment dat deze concreet is onderbouwd) niet als structurele besparing aanmerkt en deze stelpost derhalve is opgenomen in het overzicht van incidentele lasten en baten.