Aanbiedingsnota begroting 2025-2028
Tekst van het document
Aanbiedingsnota Behorende bij de beleidsbegroting 2025-2028 september 2024
2
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Inhoud Inleiding
4
1
6 6 7
Het vertrekpunt, de kadernota 2025-2028 1.1 Behandeling kadernota in gemeenteraad 1.2 Financiële uitkomsten kadernota 2025-2028
2. Wat zijn de financiële uitkomsten van de primitieve begroting 2025-2028 en hoe verhoudt zich dat tot de kadernota? 8 2.1 Financiële uitkomsten primitieve begroting 2025-2028 8 2.2 Verschillen ten opzichte van Kadernota 2025-2028 9 3. Diverse specifieke onderwerpen 3.1 Algemene uitkering gemeentefonds 3.2 Overige specifieke onderwerpen
10 10 14
4. Nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting 4.1 Genomen raadsbesluiten 4.2 Overige nagekomen ontwikkelingen 4.3 Samenvatting nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting
15 15 16 18
5. Stelpost nieuw beleid
19
6. Conclusie uitkomsten begroting 2025-2028, inclusief 1e wijziging 2025 6.1 Financieel perspectief 2025-2028 6.2 Overige aspecten i.r.t. de financiële positie van de gemeente 6.3 Verwachte toets provincie begrotingsuitkomsten
20 20 21 24
7. Ontwikkelingen na 2028 7.1 Investeringen na 2028 7.2 Financieel meerjarenperspectief na 2028 7.3 Begrotingsadvies VNG 7.4 Project vergroten structurele begrotingsruimte
26 26 27 28 29
Bijlage 1 Stelpost nieuw beleid Specificatie primitieve begroting 2025-2028
30 30
3
Aanbiedingsnota
Inleiding Beste raadsleden, In deze aanbiedingsnota nemen we u stap voor stap mee in de wijze waarop de begroting 2025-2028 tot stand is gekomen en geven we nader inzicht in de belangrijkste (financiële) onderwerpen. Voor ons algehele beeld over de begroting 2025-2028 en de meest relevante beleidsontwikkelingen verwijzen we u graag naar de inleiding zoals die in de begroting 2025-2028 is opgenomen. In hoofdstuk 1 van deze aanbiedingsnota vertrekken we vanuit de Kadernota 20252028 zoals de gemeenteraad deze op 27 juni 2024 heeft vastgesteld en waarin de kaders zijn vastgesteld voor het opstellen van de begroting 2025-2028. In hoofdstuk 2 gaan we vervolgens in op de acties die sindsdien zijn uitgevoerd, wat de financiële uitkomsten zijn van de primitieve begroting 2025-2028 en hoe dit zich verhoudt tot de Kadernota 2025-2028. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in enkele specifieke onderwerpen die ten tijde van het opstellen van de begroting hebben gespeeld en wordt toegelicht hoe dit is verwerkt in de voorliggende begroting 2025-2028. In hoofdstuk 4 gaan we in op enkele (nagekomen) ontwikkelingen die nog niet verwerkt zijn in primitieve begroting 2025-2028. Dit betreft o.a. de financiële effecten van besluiten die in de raadsvergadering van 12 september en 17 oktober 2024 zijn genomen en diverse andere ontwikkelingen.
De effecten die hieruit voortkomen worden opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2025 die onderdeel uitmaakt van de raadsbehandeling van de begroting 2025-2028. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in de stelpost nieuw beleid. De financiële effecten van ontwikkelingen die zijn verwoord in de kadernota 2025-2028, de door de raad aangenomen kadervoorstellen en ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s/begrotingen die nog niet hebben geleid tot een budgetaanvraag aan de gemeenteraad, zijn opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Voor een aantal onderwerpen wordt (conform de financiële verordening) voorgesteld om deze bij het vaststellen van de begroting beschikbaar te stellen en te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2025.
Gemeente Moerdijk
4
Aanbiedingsnota
In hoofdstuk 6 gaan we in op de financiële uitkomsten van de primitieve begroting inclusief de nagekomen ontwikkelingen uit hoofdstuk 4 en 5. Wat zijn de financiële uitkomsten? hoe staat het met onze reserves, voorzieningen, risico’s en weerstandsvermogen?, wat zeggen de financiële kengetallen over de financiële positie van de gemeente Moerdijk en wat is onze verwachting m.b.t. de toets vanuit Gedeputeerde Staten als toezichthouder? Tot slot gaan we in hoofdstuk 7 in op diverse ontwikkelingen na 2028. Hoewel deze ontwikkelingen buiten de scope van deze begroting 2025-2028 liggen, is inzicht in die ontwikkelingen noodzakelijk om een goed beeld te krijgen bij het toekomstige financiële perspectief van onze gemeente. We gaan ervan uit dat deze aanbiedingsnota bijdraagt aan het inzicht in - en de besluitvorming over - de begroting 2025-2028. Zevenbergen, 24 september 2024 Het college van burgemeester en wethouders, Aart-Jan Moerkerke Bennie Blom Danny Dingemans Pauline Joosten Eef Schoneveld Mireille de Groot
Gemeente Moerdijk
5
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1 Het vertrekpunt, de kadernota 20252028 1.1 Behandeling kadernota in gemeenteraad
In de kadernota heeft de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten vastgesteld die als basis dienen voor de op te stellen begroting 2025-2028. Naast de (financiële) uitgangspunten is in de kadernota ingegaan op diverse bijstellingen die reeds toen al werden voorzien binnen de bestaande budgetten, zijn nieuwe ontwikkelingen die we als gemeente op ons af zien komen aan de gemeenteraad voorgelegd en heeft de gemeenteraad ook zelf kadervoorstellen ingediend. Op basis hiervan is in de kadernota op hoofdlijnen inzicht gegeven in wat dit naar verwachting betekent voor de (toekomstige) financiële positie van de gemeente Moerdijk. Bij de totstandkoming van de kadernota is (in lijn met voorgaande jaren) de gemeenteraad tussentijds in het proces betrokken. In de raadsinformatiebijeenkomst van 7 mei 2024 is de concept kadernota toegelicht, waarna de gemeenteraad ook eigen kadervoorstellen in kon dienen. Dit zodat in de commissie van 4 juni 2024 en de raadsvergadering van 27 juni 2024 een integrale afweging gemaakt kon worden in de door het college en de raadsfracties aangedragen nieuwe ontwikkelingen. Zoals gebruikelijk hebben de fracties tijdens de raadsvergadering ook hun algemene beschouwingen gehouden. De gemeenteraad heeft geen wijzigingen aangebracht in de kadernota zoals die door het college was voorgelegd.
Wel heeft de gemeenteraad, aanvullend op de nieuwe ontwikkelingen zoals die door het college waren aangedragen, twee door hen zelf ingediende kadervoorstellen aangenomen, t.w.: 1. Beheersen Aziatische Hoornaar (ingediend door Moerdijk Lokaal) Hierbij is aan het college opgedragen om een subsidieregeling uit te werken in 2025 om dit lokaal initiatief te kunnen professionaliseren t.b.v. het beheersen van de Aziatische hoornaar en hiervoor een plafondbedrag van € 10.000,- in te stellen en op te nemen in de begroting 2025. Daarnaast is opgedragen om bij het vaststellen van het kadervoorstel hiervan een afschrift te sturen aan alle Tweede Kamer fracties en het ministerie van Landbouw. 2. Ondersteuning verenigingen, vrijwilligersorganisaties voor vergunningaanvragen en andere zaken (Ingediend door VVD). Hierbij is aan het college opgedragen om de formatie uit te breiden indien daar aanleiding voor is met 0,4 fte, (max € 50.000) en deze in te zetten ter ondersteuning voor verenigingen en vrijwilligersorganisaties. NB: Hierbij was een link aanwezig met een nieuwe ontwikkeling die reeds door het college in de kadernota 2025-2028 was ingediend t.b.v. uitbreiding van de formatie bij VTH (0,6 fte).
Hierover is aangegeven dat als blijkt dat er meer nodig is om de optimale ondersteuning te bieden aan verenigingen en vrijwilligersorganisaties, de raad dan het college opdraagt om die uitbreiding verder uit te breiden met 0,4 fte. De financiële effecten van deze kadervoorstellen zijn, net zoals de effecten van de door het college aangedragen nieuwe ontwikkelingen voorlopig ondergebracht in de stelpost nieuw beleid.
6
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1.2 Financiële uitkomsten kadernota 2025-2028
Op basis van de kadernota 2025-2028 werden (inclusief de 2 aangenomen kadervoorstellen van de gemeenteraad) onderstaande begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
Verwacht begrotingsresultaat Kadernota 2025-2028
1.173
-5.188
-2.763
-1.400
Kadervoorstel gemeenteraad – Bestrijding Aziatische Hoornaar
-10
-10
-10
-10
Kadervoorstel gemeenteraad – Ondersteuning verenigingen en vrijwilligersorganisaties
-50
-50
-50
-50
Verwacht begrotingsresultaat Kadernota 2025-2028 (incl. aangenomen kadervoorstellen)
1.113
-5.248
-2.823
-1.460
Waarvan structureel
3.843
-2.559
-2.593
-1.500
Waarvan incidenteel
-2.730
-2.688
-229
40
Tabel 1 Financieel perspectief kadernota 2025-2028 Waar het jaar 2025 met een structureel verwacht begrotingsresultaat van ca. € 3,8 miljoen nog ruimschoots reëel sluitend is (meer structurele baten dan lasten), slaat dat beeld vanaf 2026 om. Vanaf 2026 werd op basis van de kadernota een structureel tekort verwacht van ca. € 2,6 miljoen in 2026 en 2027 en € 1,5 miljoen in 2028. Zoals in de kadernota was toegelicht is deze grote terugval voornamelijk het gevolg van een forse daling van het gemeentefonds. Dit is een landelijk beeld waar veel gemeenten vanaf 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd) mee geconfronteerd worden door de sterke terugval van de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten (de algemene uitkering).
7
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
2. Wat zijn de financiële uitkomsten van de primitieve begroting 20252028 en hoe verhoudt zich dat tot de kadernota? De afgelopen maanden is de begroting 2025-2028 nader uitgewerkt. Na het opstellen van de kadernota zijn grofweg onderstaande acties met een financieel effect uitgevoerd: a. Het doorvertalen van de vastgestelde uitgangspunten in de kadernota; b. Verwerking van de ingevulde productformulieren (voor alle budgetten de ramingen actualiseren en onderbouwen); c. Verwerking van effecten van een aantal nagekomen ontwikkelingen om het huidige beleid te kunnen blijven voortzetten; d. Verwerking van de uitkomsten van de meicirculaire 2024 gemeentefonds.
2.1 Financiële uitkomsten primitieve begroting 2025-2028
Op basis van de voorliggende primitieve begroting 2025-2028 worden onderstaande begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel) Verwacht begrotingsresultaat primitieve begroting 2025-2028
2025
2026
2027
2028
272
-4.076
-1.725
-475
Waarvan structureel
2.776
-1.392
-1.162
-475
Waarvan incidenteel
-2.504
-2.684
-563
-
Tabel 2 Financieel perspectief primitieve begroting 2025-2028 Grofweg geldt dat het structurele begrotingsresultaat in 2025 minder positief uitvalt dan in de kadernota 2025-2028 was voorzien. Wel is dat jaar met een verwacht structureel resultaat van ca. € 2,8 miljoen nog steeds ruimschoots sluitend (meer structurele baten dan lasten). Verder is te zien dat het verwachte begrotingsresultaat vanaf 2026 juist minder negatief is dan in de kadernota 2025-2028 werd verwacht. In de jaren 2026 en 2027 worden nog structurele tekorten verwacht van respectievelijk € 1,4 miljoen en 1,2 miljoen, terwijl in 2028 op basis van de huidige cijfers een structureel tekort van € 0,5 miljoen wordt verwacht.
8
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
2.2 Verschillen ten opzichte van Kadernota 2025-2028
De ontstane verschillen ten opzichte van de kadernota 2025-2028 kunnen als volgt worden samengevat, waarbij duidelijk te zien is dat het structurele resultaat in 2025 minder positief en vanaf 2026 minder negatief uitvalt.
Figuur 1 Verschil primitieve begroting vs. kadernota In de begroting 2025-2028 is in het onderdeel ‘’financiële positie 2025-2028’’ een uitgebreider verloopoverzicht opgenomen waarin de ontstane verschillen zijn toegelicht. In grote lijnen geldt dat vanaf 2026 voornamelijk op basis van de meicirculaire 2025 voordelen worden verwacht binnen de uitkering uit het gemeentefonds. Deze voordelen waren reeds in het raadsvoorstel bij de kadernota 2025-2028 benoemd, echter konden die toen nog niet verwerkt worden in de cijfers omdat de meicirculaire 2025 ten tijde van het opstellen van de kadernota nog niet uit was gebracht door het Rijk. Tegenover deze voordelige effecten staat dat positieve en negatieve bijstellingen op diverse andere begrotingsposten per saldo resulteren in een nadelig effect.
9
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
3. Diverse specifieke onderwerpen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op diverse specifieke onderwerpen. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op de actuele ontwikkelingen m.b.t. de grootste inkomstenbron van de gemeente, de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast wordt voor diverse andere specifieke onderwerpen aangegeven waar in de begroting 2025-2028 nadere informatie daarover is te vinden.
3.1 Algemene uitkering gemeentefonds
Gemeenten zijn in grote mate afhankelijk van de inkomsten van het Rijk. De belangrijkste inkomstenstroom is de algemene uitkering. Voor 2026 en verder heerst – nog steeds - veel onzekerheid over de (hoogte van de) algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het vorige kabinet besloot onder andere tot een gewijzigde (landelijke) systematiek waarmee de algemene uitkering wordt geïndexeerd voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen. Ook bleef er grote onzekerheid over de opschalingskorting die tot en met 2025 was geschrapt, maar voor de jaren vanaf 2026 nog was gehandhaafd. Dit besluit zou leiden tot een forse daling van het gemeentefonds vanaf 2026. Als gevolg hiervan was berekend dat gemeenten hierdoor gezamenlijk geconfronteerd werden met een korting op het budget uit het gemeentefonds van ongeveer € 3 miljard in 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd), wat in de jaren daarna met ca. € 0,7 miljard per jaar toenam. Dit had tot gevolg dat begrotingen van gemeenten onder druk zijn komen te staan. Voor de gemeente Moerdijk ging het om een bedrag van ca. € 5,5 miljoen in 2026 dat opliep tot een bedrag van € 9,5 miljoen in 2029. Inmiddels is er vanuit het Rijk via de meicirculaire 2024 wat meer duidelijkheid en zijn er extra middelen beschikbaar gekomen. Zoals in de Voorjaarsnota 2024 al was aangekondigd is o.a.
de opschalingskorting definitief geschrapt en is besloten om de nieuwe financieringssystematiek al vanaf 2024 in te voeren. In de nieuwe systematiek wordt het gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product in plaats van trap-op trap-af. Gemeenten worden tot en met 2029 gecompenseerd voor de effecten hiervan. Dit met uitzondering van 2025, waarin het gemeentefonds landelijk eenmalig € 675 miljoen lager is vastgesteld.
Meicirculaire 2024 De in de Voorjaarsnota 2024 aangekondigde maatregelen zijn financieel verwerkt in de meicirculaire 2024. Conform het vastgestelde uitgangspunt in de Kadernota 2025-2028 (raadsvergadering 27 juni 2024), zijn in de begroting 2025-2028 de opbrengsten uit het gemeentefonds gebaseerd op deze meicirculaire. Hiermee voldoen we aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Ten tijde van het opstellen van de kadernota was de meicirculaire 2024 nog niet uitgekomen waardoor de financiële effecten daarvan ook nog niet waren verwerkt in de cijfers. De effecten van de meicirculaire 2024 waren wel reeds tekstueel benoemd in het raadsvoorstel van de kadernota. ‘’Op basis van de meicirculaire 2024 wordt ten opzichte van bovenstaande cijfers voor het jaar 2025 per saldo nagenoeg geen effect verwacht. Vanaf 2026 wordt een positief effect verwacht van ca. € 2 miljoen.’’ Dit komt overeen met de effecten zoals die nu in de begroting 2025-2028 zijn verwerkt: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
Meicirculaire 2024 gemeentefonds
-190
2.092
2.032
1.993
Tabel 3 Effecten meicirculaire 2024
10
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Het structurele voordeel wat vanaf 2026 ontstaat komt voort uit: • De reeds aangekondigde afschaffing van de opschalingskorting, wat vanaf 2026 tot een structureel voordeel leidt van ca. € 1,3 miljoen. • Het resterende voordeel kan grotendeels verklaard worden als gevolg van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis (landelijk en lokaal). Dit betreft (landelijke) ontwikkelingen waarbij de diverse verdeelmaatstaven geactualiseerd worden. Deze maatstaven betreffen onder andere het aantal huishoudens met een laag inkomen, laag opleidingsniveau, landelijke en regionale centrumfunctie, omgevingsadressendichtheid en het aantal bijstandontvangers. Gezien de totale omvang van de uitkering die wij vanuit het gemeentefonds ontvangen (€ 75 miljoen) is dit relatief gezien geen significante afwijking. In 2025 is er geen sprake van een voordeel. Dit komt voornamelijk door de reeds in de Voorjaarsnota 2024 aangekondigde eenmalige korting die in 2025 is verwerkt in het gemeentefonds. Deze bedraagt landelijk € 675 miljoen en komt voor Moerdijk neer op ca. € 1,3 miljoen.
BTW-compensatiefonds Verder is op basis van de meicirculaire 2024 een voordeel ontstaan m.b.t. de zogenaamde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Als de gezamenlijke btw-declaraties van gemeenten onder het plafond van het BTW-compensatiefonds blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. In de afgelopen jaren was er steeds sprake van een ruimte onder het BCF-plafond. In de meicirculaire 2024 is de afrekening over 2023 bekend gemaakt. De btw-declaraties lagen landelijk € 573 miljoen onder het plafond, wat fors hoger lag dan eerder werd verwacht. Dit bedrag is in 2024 dus toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor Moerdijk komt dat neer op € 1,1 miljoen. Gemeenten mogen in hun begroting rekening houden met de (verwachte) ruimte onder het BCF-plafond. Omdat de hoogte van deze ruimte erg onzeker is zijn in het verleden afspraken tussen de gezamenlijke toezichthouders en het ministerie van BZK gemaakt over wat een reële hoogte van deze ruimte is. Afgesproken is dat de laatst gerealiseerde ruimte onder het BCF plafond de maximaal toegestane ruimte is die gemeenten mogen ramen in hun begroting en meerjarenraming. In de figuur hieronder is in beeld gebracht wat de werkelijke (landelijke) afrekeningen over de periode 20172023 zijn geweest (blauwe balken).
Daarnaast is de gemiddelde afrekening over die periode weergegeven (oranje lijn) en is in beeld gebracht met welke (landelijke) afrekening in de voorliggende begroting 20252028 rekening is gehouden.
11
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Figuur 2 Landelijke afrekening btw-compensatiefonds Concreet mogen we als gemeente in de begroting 2025-2028 rekening houden met een structurele (verwachte) ruimte onder het BCF plafond van € 1,1 miljoen (zijnde ons aandeel in de landelijke afrekening over 2023). Juist omdat de uiteindelijke ruimte onder het BCF plafond erg onzeker is, hanteren we de afgelopen jaren de werkwijze dat wij hier meerjarig gedeeltelijk rekening mee houden. Concreet is in de voorliggende begroting 2025-2028 rekening gehouden met een verwachte voordelige afrekening van € 830.000 in 2025 (zijnde 75% van ons aandeel in de landelijke afrekening over 2023) en € 350.000 vanaf 2026 (zijnde 75% van ons aandeel in de gemiddelde landelijke afrekening over de afgelopen 7 jaar).
Extra middelen voor indexatie WMO In de voorjaarsnota 2024 heeft het Rijk een (landelijk) bedrag van € 75 miljoen in 2026 oplopend naar € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor de kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing WMO. Deze middelen heeft het Rijk gereserveerd maar nog niet verwerkt in het gemeentefonds. Vanuit de provincie is aangegeven dat het toezichtskader blijft dat gemeenten de algemene uitkering op basis van minimaal de meicirculaire moeten ramen. Zo lang deze middelen nog niet verwerkt zijn in de circulaire van het gemeentefonds kunnen gemeenten deze potentiële inkomsten dus niet ramen. Hier is dan ook geen rekening mee gehouden in de voorliggende begroting 2025-2028. Verlengen richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028 Met het afsluiten van de Hervormingsagenda zijn aanvullende middelen voor jeugdzorg voor de jaren 2022 en 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor 2026 en verder heeft het Rijk een deel van de compensatie gereserveerd maar nog niet aan het gemeentefonds toegevoegd. De toevoeging aan het gemeentefonds van de aanvullende middelen voor jeugdzorg voor 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. De provinciale toezichthouders zijn eerder bij de beoordeling van de begroting 2024 al akkoord gegaan met het verwerken van een stelpost hiervoor in de jaren 2026 en 2027.
Op basis hiervan was in de begroting 2024-2027 voor de jaren vanaf 2026 reeds rekening gehouden met een extra rijksbijdrage ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. De provinciaal toezichthouder staat het toe om die lijn voor 2028 voort te zetten. Concreet is in de voorliggende begroting 2025-2028 (conform de kadernota 2025-2028) binnen het gemeentefonds rekening
12
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
gehouden met een opbrengst hiervoor van € 544.000 (2026), € 404.000 (2027) en € 478.000 (2028). Verder geldt m.b.t. dit onderwerp dat destijds het voormalige kabinet in aanvulling op de hervormingsagenda vanaf 2025 een aanvullende (landelijke) besparing in het kader van Jeugdzorg had opgenomen. Deze besparing is een rijksverantwoordelijkheid. Concreet betekent dit dat het aan het Rijk is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen en het Rijk het budgettaire risico draagt ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Daarom mochten gemeenten reeds in de begroting 2024-2028 rekening houden met een besparing op de uitgaven van (landelijk) € 500 miljoen in 2025 en 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zou uitwerken. Dit zodat de opgelegde besparing voor gemeenten budgettair neutraal zou uitwerken. Deze besparing op de uitgaven was als stelpost in de begroting verwerkt. In de meicirculaire 2024 is de korting voor 2025 ongedaan gemaakt. Het Rijk heeft hierbij aangegeven dat de geraamde (landelijke) besparing van € 500 miljoen in 2025 nog niet gerealiseerd kan worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden is in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds.
Het nieuwe kabinet heeft het voornemen om deze korting ook vanaf 2026 te schrappen. Besluitvorming over de toevoeging aan het gemeentefonds voor 2026 en latere jaren heeft nog niet plaatsgevonden en is ook nog niet verwerkt in een circulaire gemeentefonds. Concreet betekent dit dat in de voorliggende begroting 2025-2028 i.v.m. het ongedaan maken van de korting, de opbrengstenraming voor het gemeentefonds in 2025 is verhoogd met € 957.000 (V), waar tegenover staat dat ook de stelpost die in dat jaar was opgenomen m.b.t. verwachte lagere uitgaven is afgeraamd (€ 957.000 N). Dit werkt dus budgettair neutraal en is conform de richtlijn van de provinciaal toezichthouder.
Onzekerheden gemeentefonds Ondanks het feit dat er met de meicirculaire wat meer duidelijkheid en middelen zijn gekomen, is het landelijke financiële probleem van gemeenten nog niet opgelost. Ook na het uitkomen van de Voorjaarsnota 2024 en de presentatie van het Hoofdlijnenakkoord zijn er landelijk nog onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds. Zoals in het begrotingsadvies van de VNG is verwoord: ‘’We moeten vaststellen dat taken, middelen en ambities vanaf 2026 uit balans zijn gebracht door eerdere besluiten.’’ ‘’ Om taken en middelen vanaf 2026 weer in balans te brengen, is er nog veel werk te verzetten. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet zijn stappen in het herstellen van deze balans nog niet zichtbaar. Zoals in het akkoord te lezen is, zal het nieuwe kabinet met ons in gesprek moeten treden voor verdere uitwerking van het akkoord. Tot die tijd blijft de financiële toekomst voor gemeenten ongewis.’’ Ook de motie ‘’Wend het ravijn af: compensatie voor 2026 en 2027’’ die tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG met 99% is aangenomen, onderstreept het belang dat gemeenten voldoende vergoed worden voor de uitvoering van de taken die zij moeten uitvoeren. De motie benadrukt de wettelijke verplichting van het rijk om de kosten voor de uitvoering van medebewindstaken volledig te vergoeden.
Dit betreft in het bijzonder de taken op het gebied van Jeugdzorg en Wmo, maar in feite geldt dat voor de uitvoering van alle taken tezamen voldoende middelen beschikbaar moeten zijn. De vraag blijft in hoeverre er vanuit het Rijk de komende jaren daadwerkelijk extra middelen beschikbaar zullen worden gesteld aan gemeenten. Dit rekening houdend met de financiële ruimte en financiële kaders waar het Rijk zichzelf ook aan moet houden (o.a. een begrotingstekort van maximaal 3%). Op basis van de landelijke berichtgeving is het wat ons betreft op zijn plaats om er niet zonder meer vanuit te gaan dat
13
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
het Rijk de komende jaren daadwerkelijk met aanvullende middelen zal komen. Het valt niet uit te sluiten dat het Rijk op basis van de (landelijke) economische ontwikkelingen op een bepaald moment zelfs tot bezuinigingen zal moeten overgaan. In september – op Prinsjesdag – wordt mogelijk meer duidelijk hoe het Rijk haar ambities wenst te realiseren. Eventuele effecten die daaruit voortkomen voor het gemeentefonds worden verwerkt in de septembercirculaire 2024.
3.2 Overige specifieke onderwerpen
Tot slot wordt opgemerkt dat er diverse (programma overstijgende) onderwerpen zijn die in de begroting in afzonderlijke paragrafen toegelicht worden (conform BBV wetgeving). Dit zodat de gemeenteraad een beter inzicht kan verkrijgen over deze onderwerpen. Deze paragrafen gaan over: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • wet open overheid (WOO) • verbonden partijen • grondbeleid • subsidies Voor een nadere toelichting over deze onderwerpen wordt verwezen naar de paragrafen die in de begroting 2025-2028 zijn opgenomen.
14
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
4. Nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting In dit hoofdstuk wordt ingegaan op diverse onderwerpen die niet in de primitieve begroting zijn verwerkt. Dit betreft de financiële effecten van voorstellen die aan de gemeenteraad worden voorgelegd in de nog komende raadsvergaderingen voor de behandeling van de begroting op 7 november 2024 en een aantal andere nagekomen ontwikkelingen.
4.1 Genomen raadsbesluiten
Sinds het opstellen van de primitieve begroting 2025-2028 zijn er diverse raadsbesluiten genomen die nog een effect hebben op het meerjarige begrotingsresultaat. Deze effecten worden opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2025 die onderdeel uitmaakt van de raadsbehandeling van de begroting 2025-2028.
Raadsvergadering 12 september 2024 In de raadsvergadering van 12 september 2024 zijn onderstaande besluiten genomen met financiële consequenties, t.w.: • P183 Verplaatsing Kogelvangers kredietaanvraag clubgebouw Dit betreft het beschikbaar stellen van een krediet van €3.383.000. Conform de kadernota 2025-2028 is in de stelpost nieuw beleid rekening gehouden met ca. € 157.000 kapitaallasten vanaf 2028. Dit raadsbesluit resulteert in ca € 176.000 kapitaallasten vanaf 2028. Dat betekent dat ten opzichte van de huidige ramingen in de stelpost nieuw beleid vanaf 2028 € 19.000 hogere kapitaallasten ontstaan. • Centrumontwikkeling Fijnaart fase 1 – haalbaarheid supermarktontwikkeling In dit raadsbesluit is een voorbereidingskrediet van € 2.554.000 beschikbaar gesteld voor de supermarktverplaatsing Fijnaart, waarbij de gemaakte kosten te zijner tijd ingebracht worden in de nog op te stellen projectexploitatie. Doordat besloten is om de te maken kosten te dekken uit de reserve strategische verwervingen en reserve vitale centra heeft dit geen effect op het begrotingsresultaat vanaf 2025. • Aanvraag voorbereidingskrediet programma woningbouw kleine kernen In dit raadsbesluit is een voorbereidingskrediet van € 325.000 beschikbaar gesteld. Deze kosten worden verantwoord onder de immateriële vaste activa en binnen een periode van 5 jaar ingebracht in de nog op te stellen exploitaties.
Daarom heeft dit geen effect op het begrotingsresultaat vanaf 2025. • Vaststellen nieuwe subsidieregeling ondernemersverenigingen vitale centra In dit raadsbesluit is besloten om de bekostiging van de jaarlijkse subsidie van € 65.000 vanaf 2025 in te passen in de meerjarenbegroting. Daarnaast wordt een overgangsperiode van 1 jaar voorgesteld waarmee een extra bedrag van €32.500 is gemoeid, welke kosten gedekt kunnen worden uit de reserve vitale centra. • Voorbereidingskrediet herinrichting Doelstraat – Molenstraat In dit raadsbesluit is een voorbereidingskrediet van € 70.000 ter beschikking gesteld ter voorbereiding van de herinrichting Doelstraat-Molenstraat te Zevenbergen. Binnen de stelpost nieuw beleid is rekening gehouden met een investering van € 1.100.000 wat resulteert in ca. € 71.500 kapitaallasten vanaf 2026. De kosten van het voorbereidingskrediet kunnen t.z.t. (bij het raadsvoorstel voor de aanvraag van het uiteindelijke krediet) ondergebracht worden in dat krediet, waarna de kapitaallasten daarvan gedekt kunnen worden uit de stelpost nieuw beleid.
15
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Raadsvergadering 17 oktober 2024 Ten tijde van het opstellen van deze aanbiedingsnota wordt verwacht dat in de raadsvergadering van 17 oktober 2024 onderstaande voorstellen worden voorgelegd aan de gemeenteraad met financiële consequenties. • Inzet SUS-wachten (gastheren/gastvrouwen) gedurende carnaval en andere (grote) openbaar toegankelijke evenementen In dit raadsbesluit wordt voorgesteld om structureel € 19.850 in de begroting op te nemen t.b.v. de inzet van SUS-wachten (gastheren/gastvrouwen) ter bevordering van de openbare orde en veiligheid gedurende openbaar toegankelijke evenementen (waaronder carnaval). Dit heeft vanaf 2025 een structureel nadelig effect op het begrotingsresultaat. • Toeristische marketing, initiatieven en samenwerking Voorgesteld wordt om het jaarlijkse budget t.b.v. de ontwikkeling en uitvoering van de marketingstrategie, de toeristische initiatieven en bijeenkomsten met € 20.000 te verhogen tot € 70.000. Gezien de inflatie van de afgelopen jaren en de toenemende vraag is het onmogelijk met het huidige budget alles uit te blijven voeren. We verwachten hiermee zowel de uitvoering van de marketingvisie als de ondersteuning van initiatieven en organisatie van bijeenkomsten in stand te kunnen houden. Dit heeft vanaf 2025 een structureel nadelig effect op het begrotingsresultaat.
• Groot onderhoud met beperkte herinrichting openbare ruimte Wieken Standdaarbuiten Voorgesteld wordt om een krediet van € 1.800.000 beschikbaar te stellen voor het rioleringsonderdeel in het project integraal groot onderhoud met klimaat adaptieve maatregelen in de Wieken te Standdaarbuiten. Dit heeft geen effect op het begrotingsresultaat doordat voorgesteld wordt om deze kosten te dekken door vanuit de egalisatievoorziening riolering een extra dotatie te doen aan de spaarvoorziening riolering van € 1.800.000. • Startdocument Nieuwbouw De Niervaert Klundert Voorgesteld wordt om het Startdocument Nieuwbouw De Niervaert Klundert vast te stellen. Voor de werkzaamheden in genoemde fases is door de raad in december 2023 een voorbereidingskrediet van € 1.275.000 beschikbaar gesteld. Deze voorbereidingskosten moeten als onderdeel van de totale investering worden geactiveerd. Dit heeft daarom geen effect op het begrotingsresultaat.
4.2 Overige nagekomen ontwikkelingen
Na het opstellen van de kadernota (mei 2024) bleek dat er nog enkele nieuwe ontwikkelingen waren die niet zijn meegenomen in de kadernota of die nog nader uitgezocht dienden te worden. Omdat het essentieel is deze ontwikkelingen wel op te nemen in de meerjarenbegroting 2025-2028 wordt voorgesteld deze alsnog mee te nemen. Deze effecten worden opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2025 die onderdeel uitmaakt van de raadsbehandeling van de begroting 2025-2028.
Dekking Capaciteit vergunningverlening evenementen (0,6 fte) Om de professionaliseringslag op het gebied van de evenementen door te zetten en goed op te pakken is in de kadernota 0,6 fte extra formatie APV-vergunningen opgenomen. Daarbij werd op dat moment de inschatting gemaakt dat de structurele kosten van € 53.000 (0,6 fte schaal 9) opgevangen konden worden binnen de totale kostendekkendheid van de leges en dat dit richting het opstellen van de begroting 20252028 nader zou worden uitgewerkt. Nader onderzoek wijst uit dat deze kosten niet zonder meer gedekt kunnen worden uit de (huidige) leges. De kosten van deze formatie-uitbreiding kunnen alleen gedekt worden indien gemeentelijke tarieven hier extra voor worden verhoogd. Door het college wordt het niet wenselijk geacht om deze kosten door te
16
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
berekenen in de leges voor de aanvraag van evenementenvergunningen. Dit omdat de tarieven dan fors zouden moeten stijgen. Alternatief is dat deze kosten gedekt worden door een verhoging van (diverse) andere gemeentelijke tarieven, wat ook niet wenselijk wordt geacht. Hierbij is er een nadrukkelijke link met het kadervoorstel wat tijdens de behandeling van de kadernota door de raad is aangenomen (zie hoofdstuk 1). Via dat kadervoorstel is aan het college opgedragen om de reeds door het college gevraagde formatie (0,6 fte) indien daar aanleiding voor is verder uit te breiden met 0,4 fte, (max € 50.000), waarbij deze middelen in eerste instantie binnen de stelpost nieuw beleid zijn ondergebracht. De komende periode zal gemonitord worden in hoeverre daar op termijn daadwerkelijk behoefte aan blijkt te zijn, waarbij op dat moment aan de raad voorgesteld kan worden om die capaciteit / middelen aanvullend beschikbaar te stellen.
Verkeersplannen In het bestuursakkoord zijn t.b.v. mobiliteit en verkeersveiligheid middelen opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Dit in afwachting van een raadsvoorstel om de betreffende budgetten daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Concreet zit hiervoor op dit moment in de stelpost nieuw beleid € 350.000 voor 2024 en € 500.000 vanaf 2025. Tijdens het opstellen van de begroting is naar voren gekomen dat er behoefte is aan ca. € 60.000 extra budget in 2025. Dit budget is nodig voor (extra) onderzoeken ten behoeve van het opstellen van het mobiliteitsprogramma. Gezien de nadrukkelijke link met de in de stelpost nieuw beleid gereserveerde middelen t.b.v. mobiliteit, wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de benodigde middelen voor 2025 (€ 60.000) beschikbaar te stellen vanuit de stelpost nieuw beleid. Met deze middelen kan het mobiliteitsplan verder uitgewerkt worden. Vervolgens kan op basis daarvan via een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd worden welke investeringskredieten en structurele middelen nodig zijn.
Verbouwing gemeentehuis In het raadsvoorstel ''realisatie gemeentehuis nieuwe stijl'' (d.d. 19 januari 2023) is het definitieve ontwerp van het gemeentehuis nieuwe stijl vastgesteld. Daarbij is (extra) krediet beschikbaar gesteld en is een actualisatie gedaan van de verwachte kosten en opbrengsten. Als onderdeel daarvan is o.a. rekening gehouden met € 167.000 hogere huuropbrengsten (die naar verwachting ook gerealiseerd gaan worden). Daarnaast is rekening gehouden met een efficiencykorting op het personeelsbudget van 1% vanaf 2025. In de begroting is als gevolg hiervan vanaf 2025 een (generieke) taakstelling van € 200.000 ingeboekt. Deze taakstelling staat ‘’geparkeerd’’ op een afzonderlijke post waarbij de concrete invulling ervan nog bepaald moet worden. Geconstateerd moet worden dat het op dit moment nog te vroeg is om concrete invulling te kunnen geven aan die (generieke) taakstelling. De oplevering van het algehele project is ten opzichte van de oorspronkelijke planning wat vertraagd en zal ongeveer in februari/maart 2025 plaatsvinden. Dit is tevens het moment om te beoordelen in hoeverre en op welke manier de verbouwing daadwerkelijk tot concrete besparingen / efficiency leidt.
Hierbij speelt ook mee dat de provincie zich als toezichthouder bij de beoordeling van de begroting primair richt op de vraag of de begroting 2025 reëel in evenwicht is voor wat betreft de structurele budgetten. Bij het onderzoek door de provincie wordt in ieder geval aandacht besteed aan de in de meerjarenbegroting opgenomen taakstellingen en stelposten. Vanuit dat oogpunt geldt dat taakstellingen die al in het aankomende begrotingsjaar (in dit geval 2025) zijn begroot, onderbouwd moeten kunnen worden. Zoals hierboven is toegelicht is hier op dit moment nog geen
17
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
sprake van. Gezien bovenstaande is het voorstel om de efficiencykorting van € 200.000 voor het jaar 2025 incidenteel te schrappen en dit te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2025. Een ander gevolg van het feit dat de oplevering van het algehele project ten opzichte van de oorspronkelijke planning wat is vertraagd, is dat een jaar later zal worden gestart met het afschrijven van de gedane investering. In de notitie ‘’waardering en afschrijvingsbeleid’’ (raadsvergadering 1 februari 2024) is bepaald dat ‘’er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering gereed komt/ verworven wordt.’’ Doordat de oplevering van het algehele project in februari/maart 2025 zal plaatsvinden, betekent dit dat vanaf 2026 gestart wordt met het afschrijven van deze investering. In de voorliggende begroting was nog rekening gehouden met afschrijvingslasten vanaf 2025. Concreet betekent dit dat de geraamde afschrijvingslasten voor 2025 (€ 723.300) een jaar doorschuiven waardoor in dat jaar een voordeel ontstaat van gelijke omvang. Het voordelige effect hiervan wordt verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025.
4.3 Samenvatting nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting
De financiële effecten van de in dit hoofdstuk toegelichte raadsbesluiten en nagekomen ontwikkelingen kunnen als volgt worden samengevat. Hierbij is aangegeven wat de effecten zijn op het verwachte begrotingsresultaat vanaf 2025. Deze effecten zijn niet verwerkt in de primitieve begroting maar zullen financieel worden verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025. Deze 1e begrotingswijziging is een onlosmakelijk onderdeel van de meerjarenbegroting 2025-2028. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
0
0
0
-19
Inzet SUS-wachten (Raadsvoorstel 17-10-2024) *
-20
-20
-20
-20
Toeristische marketing, initiatieven en samenwerking (Raadsvoorstel 1710-2024) *
-20
-20
-20
-20
Dekking Capaciteit vergunningverlening evenementen (0,6 fte)
-53
-53
-53
-53
Verbouwing gemeentehuis – taakstelling efficiency en afschrijvingslasten
523
0
0
0
Totaal effect
430
-93
-93
-112
Waarvan structureel
430
-93
-93
-112
Waarvan incidenteel
0
0
0
0
Omschrijving P183 Verplaatsing Kogelvangers kredietaanvraag clubgebouw (Raadsvoorstel 12-9-2024)
Tabel 4 Nagekomen ontwikkelingen na primitieve begroting * Voor de voorstellen t.b.v. de raadsvergadering van 17 oktober 2024 geldt dat ten tijde van het opstellen van deze aanbiedingsnota nog niet bekend is wat de besluitvorming hierover in de gemeenteraad zal zijn. De hierboven opgenomen effecten zijn dus nog onder voorbehoud waarbij e.e.a. uiteindelijk conform besluitvorming van de gemeenteraad in de 1e begrotingswijziging 2025 zal worden verwerkt.
18
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
5. Stelpost nieuw beleid De financiële effecten van ontwikkelingen die zijn verwoord in de kadernota 2025-2028, de door de raad aangenomen kadervoorstellen en van ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s/begrotingen die nog niet hebben geleid tot een budgetaanvraag aan de gemeenteraad, zijn opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Het saldo van deze stelpost maakt onderdeel uit van de begroting en is dus meegenomen in de begrotingsuitkomsten. In de Financiële verordening (artikel 5, lid 4) is bepaald dat in het raadsvoorstel bij de begroting voor een aantal ontwikkelingen gevraagd kan worden de budgetten direct beschikbaar te stellen vanuit de stelpost nieuw beleid. Leidraad is dat het daarbij in ieder geval budgetten kleiner dan € 50.000 betreft of uitgaven gerelateerd aan de bedrijfsvoering, zoals personele budgetten. Voor diverse budgetten wordt voorgesteld om deze met de vaststelling van de begroting 2025-2028 direct beschikbaar te stellen zodat deze vanaf 2025 opgepakt kunnen worden. Dit wordt dan verwerkt in een beslispunt in het raadsvoorstel bij de meerjarenbegroting 2025-2028 en financieel technisch verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025. De budgetten waar dit voor wordt voorgesteld zijn in bijlage 1 ‘’stelpost nieuw beleid’’ groen gearceerd.
19
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
6. Conclusie uitkomsten begroting 20252028, inclusief 1e wijziging 2025 6.1 Financieel perspectief 2025-2028
In hoofdstuk 4 (nagekomen ontwikkelingen) en hoofdstuk 5 (stelpost nieuw beleid) is voor diverse onderdelen aangegeven dat deze verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging 2025. Deze begrotingswijziging is een onlosmakelijk onderdeel van de meerjarenbegroting 2025-2028. De primitieve begroting tezamen met de 1e wijziging bepalen de definitieve begrotingsuitkomst. Als we de effecten van deze diverse nagekomen ontwikkelingen (zie tabel 5) verwerken op de eerder gepresenteerde uitkomsten van de primitieve begroting (zie tabel 2) dan wordt het begrotingsbeeld voor de jaren 2025-2028 als volgt: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
Verwacht begrotingsresultaat Primitieve begroting + 1e begrotingswijziging 2025
702
-4.169
-1.818
-587
Waarvan structureel
3.206
-1.485
-1.255
-587
Waarvan incidenteel
-2.504
-2.684
-563
0
Tabel 5 Begrotingsresultaat incl. 1e begrotingswijziging 2025 Wanneer bovenstaande cijfers grafisch weergegeven worden ziet dit er als volgt uit:
Figuur 3 Begrotingsresultaat incl. 1e begrotingswijziging Structurele budgetten De meerjarenbegroting is voor het jaar 2025 met een verwacht structureel resultaat van € 3,2 miljoen reëel in evenwicht en dus structureel sluitend. Voor de jaren vanaf 2026 is sprake van een structureel tekort. Vanaf 2026 worden structurele tekorten verwacht van respectievelijk € 1,5 miljoen (2026), € 1,3 (2027) en € 0,6 miljoen (2028). Incidentele budgetten Voor de incidentele budgetten geldt dat in de jaren 2025, 2026 en 2027 de incidentele lasten hoger zijn dan
20
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
de incidentele baten. In de begroting zijn deze budgetten nader toegelicht in het onderdeel ‘’incidentele lasten en baten’’. Voor 2025 kan het tekort aan éénmalige middelen binnen de begroting worden opgevangen binnen het overschot aan structurele middelen. De totale begrotingsuitkomst is en blijft dan namelijk positief. Alle éénmalige activiteiten voor 2026 en 2027 kunnen alleen doorgang vinden als een beroep op de algemene reserve wordt gedaan. Dit omdat ook de structurele uitkomsten een tekort laat zien. Op dit moment is het echter nog niet nodig om hier een besluit over te nemen. In aanloop naar- en ten tijde van -het opstellen van de kadernota 2026-2029 en/of begroting 2026-2029 kan op basis van de actuele inzichten bezien worden of het nu verwachte tekort aan incidentele middelen zich dan nog voordoet. Mocht dit zo zijn dan kan op dat moment besloten worden de algemene reserve hiervoor in te zetten, dan wel kan een heroverweging plaatsvinden ten aanzien van de opgenomen incidentele lasten. Dit vraagstuk wordt daarnaast ook betrokken bij het project ‘’vergroten structurele begrotingsruimte’’ (zie hoofdstuk 7).
6.2 Overige aspecten i.r.t. de financiële positie van de gemeente
Om een goed inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente dienen naast de vraag in hoeverre de structurele lasten gedekt kunnen worden met structurele inkomsten (zie vorige paragraaf), ook een aantal andere aspecten te worden bekeken. In deze paragraaf wordt nader inzicht gegeven in enkele van deze onderwerpen.
Reserves en voorzieningen In de begroting wordt in het onderdeel “Financiële positie 2025-2028” inzicht gegeven in de omvang van de reserves en voorzieningen van de gemeente. Op basis de nu bekende gegevens en de raadsbesluiten tot en met de gemeenteraad van 12 september 2024 is de omvang van de vrij te bestede algemene reserve per 1-1-2025 naar verwachting € 13,9 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met een niet vrij besteedbaar deel dat nodig is als weerstandsvermogen van ruim € 18,3 miljoen. Dit bedrag is voor het afdekken van de risico’s die vermeld zijn in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Naast de algemene reserve was er per 1-1-2024 € 53,2 miljoen afgezonderd in diverse bestemmingsreserves. Deze middelen zijn afgezonderd van de algemene reserve ten behoeve van bepaalde afgesproken activiteiten Tot slot beschikken we ook over een aantal voorzieningen. Deze worden aangehouden voor het afdekken van kwantificeerbare onzekerheden, b.v. verliesverwachtingen grondexploitaties en om een gelijkmatige verdeling van kosten over een aantal begrotingsjaren te verkrijgen, zoals voorziening wegen, voorziening gebouwen en voorziening riolering. De omvang van deze voorzieningen bedroeg per 1 januari 2024 € 48,1 miljoen.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf ‘’Weerstandsvermogen en risicobeheersing’’ wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. Om dat te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de aanwezige risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Jaarlijks worden deze belangrijkste risico’s minimaal één keer geïnventariseerd. De laatste keer dat dit heeft plaatsgevonden is bij de jaarrekening 2023. Voor de begroting 2025 zijn de belangrijkste risico’s nogmaals bekeken. De gemeenteraad heeft bepaald dat de weerstandratio minimaal 1,0 moet zijn. Dit betekent dat de buffer binnen de algemene reserve voor het opvangen van risico’s gelijk moet zijn aan de berekende
21
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
weerstandscapaciteit. In onderstaande grafiek is de meerjarige ontwikkeling van het weerstandsratio weergegeven.
Figuur 4 Meerjarige ontwikkeling weerstandsratio Het weerstandsratio (donkerblauwe lijn) ligt de afgelopen jaren gemiddeld genomen op 1,7 (1,0 is voldoende en 2,0 is uitstekend). De ratio van het weerstandsvermogen komt in de begroting 2025 uit op 1,8. De weerstandsratio is licht gestegen ten opzichte van de jaarrekening 2023. De risico’s met betrekking tot projecten en bedrijfsvoering (hogere inschatting impact risico informatieveiligheid) worden hoger ingeschat, maar het beschikbare weerstandsvermogen (algemene reserve) is ook gestegen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf ’’Weerstandsvermogen en risicobeheersing’’.
Financiële kengetallen Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente kan ook gekeken worden naar diverse financiële kengetallen die zijn opgenomen in de paragraaf ‘’Weerstandsvermogen en risicobeheersing’’. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Er zijn geen wettelijke normen vastgelegd voor de kengetallen. Wel zijn er een aantal signaleringswaarden geformuleerd die kunnen helpen bij de beoordeling van de kengetallen. Twee kengetallen worden hieronder kort uitgelicht.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de praktijk wordt de netto schuldquote als ‘’goed’’ gezien als deze onder de 90 % uitkomt en als ‘’slecht’’ gezien als deze boven de 130% uitkomt.
22
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Figuur 5 Netto schuldquote De netto schuldquote (excl. doorleningen) bedroeg eind 2023 13%. In de komende jaren stijgt het percentage naar verwachting tot ongeveer 60-70%, wat nog steeds als ‘’goed’’ aangemerkt kan worden. De verwachte stijging komt voornamelijk door de investeringen die we als gemeente de komende jaren doen. Deze kunnen deels gefinancierd worden met de (betaal)middelen die we als gemeente hebben uitstaan bij het ministerie (schatkistbankieren). Wel verwachten we dat er de komende jaren geldleningen nodig zijn voor de financiering van de investeringen.
Solvabiliteit Het solvabiliteitsratio geeft inzicht in het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen van de gemeente. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. In de praktijk wordt het solvabiliteitsratio als ‘’goed’’ gezien als deze boven de 50% uitkomt en als ‘’slecht’’ gezien als deze onder de 20% uitkomt.
Figuur 6 Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio van de gemeente Moerdijk daalt de komende jaren naar verwachting van 47% in 2023 naar 36% in 2028. Daarmee kan deze als ‘’gemiddeld’’ worden beschouwd en ligt nog ruim boven de signaleringswaarde van 20%. De daling wordt niet veroorzaakt door een verwachte daling van het eigen vermogen, maar komt voort uit de investeringen die de gemeente de komende jaren verwacht te doen. Door de investeringen neemt de totale balansomvang (bezittingen) van de gemeente toe, waarbij voor de financiering van deze investeringen naar verwachting (deels) geldleningen (vreemd vermogen) nodig zijn. Door deze ontwikkelingen neemt de totale balanswaarde de komende jaren naar verwachting sneller toe dan het eigen vermogen, waardoor het aandeel tussen het eigen en vreemd vermogen daalt. Voor een nadere toelichting op de financiële kengetallen wordt verwezen naar de paragraaf ’’Weerstandsvermogen en risicobeheersing’’.
23
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Gezonde financiële positie met aandacht voor toekomstige jaren De diverse aspecten die in dit hoofdstuk zijn toegelicht moeten in samenhang worden bezien. Het beschikbare weerstandsvermogen laat zien dat we in staat zijn onze risico's op te vangen, waarbij er daarnaast per 1-1-2025 naar verwachting ca. € 13,9 miljoen vrije ruimte in de algemene reserve aanwezig zal zijn. De netto-schuldquote laat zien dat we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit geeft aan dat we een gezonde verhouding hebben tussen het eigen en vreemd vermogen. Wel is de verwachting dat de kengetallen de komende jaren wat minder positief worden als gevolg van investeringen die we de komende jaren als gemeente doen en die (deels) gefinancierd moeten worden met geldleningen. Deze kengetallen blijven desondanks ook aankomende jaren ruimschoots onder de signaleringswaarde. Tot slot is er ook sprake van een structureel sluitende begroting in 2025 waarbij de structurele lasten ruimschoots gedekt kunnen worden met de structurele inkomsten. De combinatie van deze inzichten laat zien dat onze financiën op dit moment gezond zijn, waarbij er aandacht nodig is voor de ontwikkeling van onze financiële positie in de komende jaren.
Dit rekening houdend met de gepresenteerde financiële uitkomsten voor de jaren 2026-2028, maar ook met het oog op een aantal ambities die we als gemeente hebben en de daaruit voortkomende investeringen die we na 2028 op ons af zien komen (zie hoofdstuk 7).
6.3 Verwachte toets provincie begrotingsuitkomsten
Gedeputeerde Staten (GS) houden in elke provincie toezicht op de ontwikkeling van de financiële positie van gemeenten. Dit heet ook wel het verticale financiële toezicht. Indien gemeenten een begroting hebben die structureel niet in evenwicht is, dan kunnen zij onder zogenaamd preventief financieel toezicht worden geplaatst. De provincie focust zich primair op de vraag of de begroting 2025 reëel in evenwicht is voor wat betreft de structurele budgetten. Pas als, eventueel na interne correcties door de provincie, 2025 een tekort laat zien wordt het meerjarenperspectief van belang. Bij het onderzoek door de provincie wordt in ieder geval aandacht besteed aan de in de meerjarenbegroting opgenomen taakstellingen en stelposten. Onderstaand de taakstellingen en stelposten die in de meerjarenbegroting 2025-2028 zijn opgenomen: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
200
200
200
200
Taakstellingen Organisatie i.v.m. nieuw werkplekconcept Organisatie i.v.m. invoering Wkb
0
50
100
100
Verlaging uitgaven jeugdzorg (richtlijn provincie)
0
957
978
978
200
1.207
1.278
1.278
Nieuw beleid / nieuwe ontwikkelingen
-3.218
- 3.551
-2.900
- 3.408
Loonontwikkeling en periodieke salarisaanpassingen
- 959
-1.081
-1.189
- 1.289
Taakmutaties algemene uitkering
- 552
- 136
- 39
124
Algemene uitkering: BCF-ruimte onder plafond
830
350
350
350
Subtotaal taakstellingen Stelposten
Algemene uitkering: extra middelen jeugd
-
544
404
478
Subtotaal stelposten
-3.899
-3.874
-3.374
-3.745
Totaal
-3.699
-2.667
-2.096
-2.467
Tabel 6 Taakstellingen en stelposten
24
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
In de primitieve begroting is in 2025 nog 1 taakstelling opgenomen, t.w. de taakstelling i.v.m. de invoering van het nieuw werkplekconcept (€ 200.000). Zoals in hoofdstuk 4 is toegelicht wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de taakstelling voor 2025 incidenteel te schrappen en dit te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2025. Voor wat betreft de stelposten geldt dat voor de stelpost ‘nieuw beleid / nieuwe ontwikkelingen’ via de 1e begrotingswijziging voorgesteld zal worden om deze (deels) in te zetten t.b.v. diverse onderwerpen die in hoofdstuk 5 zijn toegelicht. Op basis van de huidige uitkomsten mag verwacht worden dat voor de begroting 2025 het repressief toezichtsregime zal gelden.
25
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
7. Ontwikkelingen na 2028 Het tijdsbestek van de voorliggende begroting is de periode 2025-2028. Hierbij geldt dat de ramingen naarmate deze verder in de tijd komen te liggen steeds ‘’zachter’’ worden. Dat neemt niet weg dat het verstandig is om ook naar ontwikkelingen te kijken die we als gemeente na 2028 op ons af zien komen en die op de langere termijn een grote invloed kunnen gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief van onze gemeente.
7.1 Investeringen na 2028
In de kadernota 2025-2028 is een doorkijk gegeven van effecten van een aantal voorziene ontwikkelingen waar op dit moment al aan gewerkt wordt en waarvan duidelijk is dat deze in de toekomst investeringslasten met zich zullen brengen. Het betreft investeringen die zich pas voordoen na de laatste jaarschijf in de meerjarenbegroting. Het betreft de volgende investeringen met de daarbij behorende kapitaallasten (vanaf 2029 of later. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de genoemde bedragen gebaseerd zijn op de huidige inzichten. Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van deze investeringen. Omschrijving (bedragen x € 1 mln)
Indicatie investering
Indicatie kapitaallast
Vermoedelijk jaar realisatie
Gemeenschapshuis Willemstad
4,7
0,3
2028
School en gymzaal Willemstad
8,8
0,4
2028
Schoolontwikkeling Klundert
11,1
0,6
2029
2e gymzaal Zevenbergen
3,2
0,2
2029
Nieuwbouw Niervaert Klundert
22
1,2
2029
Scholenontwikkeling Zevenbergen
8,8
0,4
2029
Zuidrandtunnel (netto)
21,4
0,8
2029
Stationstunnel Zevenbergen (netto)
15,4
0,6
2029
Inrichting stationsomgeving Zevenbergen
20
1,3
2030
Transformatiegebied Zevenbergen-Noord
5
pm
2031
Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zvb
2
0,1
2028
2
0,1
pm
124,4
6,0
Verduurzaming bestaande zwembaden Totaal
Tabel 7 Indicatie investeringen na 2028 *de investeringsramingen betreffen een globale inschatting. Voor nagenoeg al deze bedragen geldt dat hier nog geen uitgewerkte kostenraming voor is opgesteld. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen (o.a. onderwijshuisvesting; waarbij geen rekening is gehouden met de inrichting van de openbare ruimte) en ervaringen uit het verleden. Zoals gezegd zijn dit ‘zachte’ bedragen. De investeringen zijn daarbij geïndexeerd naar het vermoedelijke jaar van realisatie. De investering voor de Niervaert is gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit december 2023 en de investeringen voor de Zuidrandtunnel en de Stationstunnel zijn gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit van september 2023. De uiteindelijke hoogte van de investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan. Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele verdere kostenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling nog effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten.
26
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Dit betekent dat er al met al nog veel onzekerheden zijn en er pas bij aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. Verder zijn er diverse overige projecten die nu al worden opgepakt, maar waarbij het nog niet zeker voor alle projecten duidelijk is of de gemeente hier financieel in moet participeren. Zonder uitputtend te zijn gaat het o.a. om: • Stationsgebied Lage Zwaluwe • Ontsluiting LPM-terrein in combinatie met Stationsgebied Lage Zwaluwe • Foodcourt Kanters • Truckparking A16 • Groenvliet Standdaarbuiten • Herontwikkeling IJshof • De Donk Zevenbergen
7.2 Financieel meerjarenperspectief na 2028
De in dit hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zullen in toekomstige jaren een (financieel) effect gaan hebben. Gezien de onzekerheden en het tijdsbestek waarin deze ontwikkelingen gaan spelen is met deze ontwikkelingen nog geen rekening gehouden in de cijfers van de begroting 2025-2028. Vanuit dit oogpunt worden hieronder indicaties gegeven van de effecten die dit kan gaan hebben op het meerjarenperspectief na 2028.
Figuur 7 Indicatie verwacht begrotingsresultaat na 2028 In bovenstaande grafiek is op de donkerblauwe lijn het structurele begrotingsresultaat weergegeven zoals dat op basis van de primitieve begroting en 1e begrotingswijziging wordt verwacht. Dit zijn de uitkomsten zoals die in tabel 6 (hoofdstuk 6) zijn weergegeven. Het op dit moment te berekenen financieel effect van de in dit hoofdstuk toegelichte investeringen na 2028 komt neer op een kapitaallast van € 0,8 miljoen in 2029 oplopend tot € 6 miljoen in 2032. Deze effecten zijn in bovenstaande grafiek door middel van oranje balken weergegeven. Met deze investeringslasten loopt
27
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
het structureel tekort vanaf 2029 op waarbij nog niet voor alle investeringen een indicatie is gegeven. Het indicatieve structurele resultaat is in bovenstaande grafiek inzichtelijk gemaakt door middel van de blauwe stippellijn. Nu is het natuurlijk zo dat besluitvorming over deze ontwikkelingen (m.u.v. de Zuidrandtunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie.
7.3 Begrotingsadvies VNG
Vorig jaar heeft de VNG voor het eerst een begrotingsadvies uitgebracht. Zij zagen zich daartoe genoodzaakt omdat er grote onzekerheid was over de financiële toekomst van gemeenten. Die onzekerheid is in de kern nog steeds aanwezig. Ondanks het feit dat er met de meicirculaire 2024 wat meer duidelijkheid en middelen zijn gekomen, is het landelijke financiële probleem van gemeenten nog niet opgelost. Ook na het uitkomen van de Voorjaarsnota 2024 en de presentatie van het Hoofdlijnenakkoord zijn er landelijk nog onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds. Gezien de aanblijvende onzekerheden heeft de VNG dit jaar wederom een begrotingsadvies uitgebracht. Zoals in het begrotingsadvies van de VNG is verwoord:
‘’We moeten vaststellen dat taken, middelen en ambities vanaf 2026 uit balans zijn gebracht door eerdere besluiten.’’ ‘’ Om taken en middelen vanaf 2026 weer in balans te brengen, is er nog veel werk te verzetten. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet zijn stappen in het herstellen van deze balans nog niet zichtbaar. Zoals in het akkoord te lezen is, zal het nieuwe kabinet met ons in gesprek moeten treden voor verdere uitwerking van het akkoord. Tot die tijd blijft de financiële toekomst voor gemeenten ongewis.’’ Kortgezegd adviseert de VNG: • Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet. • Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025. • Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg. • Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het Btw-Compensatiefonds (BCF) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Bij het opstellen van de begroting 2025-2028 is rekening gehouden met dit advies. Dit met als kanttekening dat we de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring nog niet in beeld hebben gebracht.