3. Ontwerp bestemmingsplan Den Bels
Tekst van het document
31
bedrijvigheid gericht op het water zijn daarbij de bouwstenen. De leefbaarheid van de kern Moerdijk stond enige jaren geleden onder druk toen, in het kader van de visievorming rondom de toekomst van het nabijgelegen haven- en industriegebied, de discussie werd opgeworpen of uitbreiding van industriële bedrijvigheid gepaard zou kunnen gaan met het behoud van het dorp Moerdijk. Uiteindelijk is deze discussie beslecht met de slotsom dat het dorp niet alleen een toekomst heeft, maar dat er zelfs flink geïnvesteerd gaat worden om de leefbaarheid naar een hoger plan te tillen. In dat kader zijn er afspraken gemaakt over financiële middelen die vrijkomen om deze doelstellingen te realiseren, op het moment dat er een onherroepelijke bestemmingsplantitel is voor de komst van het Logistiek Park Moerdijk, in de oksel van de A16 en A17. Die onherroepelijke titel is er in september 2020, na jarenlange procedures, eindelijk gekomen. De dorpsbewoners hebben er nu voor gekozen om deze middelen primair in te zetten om de van oudsher voor de beroepsvaart bestemde haven in het dorp op te knappen en aan het gebied een meer recreatieve functie toe te kennen. In samenspraak met de stakeholders (waaronder een vertegenwoordiging van de inwoners van Moerdijk, vaste ligplaatshouders en bedrijven die aan de haven grenzen), is een herinrichtingsplan opgesteld.
Het project Waterfront bestaat uit 4 verschillende projectonderdelen: 1. Verplaatsing vrachtwagenparkeerplaats: Het creëren van een alternatieve locatie voor de vrachtwagenchauffeurs uit het dorp (waar deze nog nu aan de haven parkeren); 2. Havenontwikkeling (vervanging totale havenmeubilair en aanpak omliggende buitenruimte) 3. Ontwikkeling westzijde (opkopen 6 hectare bedrijfsgrond en omzetting naar groen/recreatief/horeca en woningbouw); 4. Aanpak dijklichaam (maatregelen aan de dijk om het havengebied nader tot het dorp te brengen. Het huidige bestemmingsplan voorziet in de toekomstige realisatie van projectonderdeel 3. Plangebied Ter plaatse van het gebied 'Den Bels' is ten noorden van de bestaande bebouwing kleinschalige woningbouw beoogt. Hier worden twee bouwblokken gerealiseerd voor maximaal 30 woningen. Op de kop van het meest noordelijke bouwblok komt een restaurant (max. 200 m² met een afwijkingsbevoegheid tot 250 m²) met uitzicht over het Hollands Diep. De bebouwing wordt 11 meter hoog met op de kop ter plaatse van het restaurant een hoogteaccent van 15 meter. Daarnaast wordt in lijn met de bestaande woningen aan de zuidoostzijde een bouwkavel uitgegeven ten behoeve van de bouw van een grondgebonden woning. De bouwhoogte van deze woning is afgestemd om naastgelegen bebouwing en is maximaal 9 meter.
De woningen en het restaurant worden aan de achterzijde ontsloten voor autoverkeer via een nieuwe weg die aantakt op de bestaande doorgang aan de Den Bels. Aan de westzijde is ook ruimte voor parkeren van bezoekers en bewoners. Aan de voorzijde wordt het bestaande pad vernieuwd. Het westelijk deel wordt, aansluitend op het NNB gebied de Appelzak, ingericht als natuurrecreatiegebied. De bestaande paden worden vernieuwd dan wel aangevuld. Daarmee wordt de bestaande buffer die de Appelzak vormt tussen het woongebied en industriegebied vergroot. Op het terrein is daarnaast ruimte voor het houden van evenementen als het Oldtimerfestival Moerdijk. Voor het gebied Waterfront is een inrichtingsplan opgesteld. Dit is opgenomen in bijlage 1.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
32
Figuur 3.1 Inrichtingsschets Den Bels ( Buro Poelmans Reesink Landschapsarchitectuur)
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
33
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
34
Hoofdstuk 4 4.1
Onderzoek
Verkeer
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient het plan te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot verkeer en parkeren betekent dit dat de ontwikkeling niet mag leiden tot parkeerproblemen in de omgeving en dient de verkeersgeneratie zonder problemen te kunnen worden afgewikkeld, zonder dat dit leidt tot opstoppingen en knelpunten voor de verkeersveiligheid. Verkeersontsluiting Gemotoriseerd verkeer De nieuwe woningen en horeca komen aan Den Bels te liggen en worden ontsloten via de nieuw te creëren toegangsweg vanaf Den Bels naast Vishandel Koman. Den Bels langs de haven wordt louter calamiteitenontsluitingsweg voor de nieuwe woningen en de horecafunctie. Het plangebied wordt ontsloten op de Havenkant met een snelheidsregime van 60 km/uur. De Havenkant staat in direct verbinding met de Steenweg en Havendijk ten oosten van het plangebied. Via deze wegen wordt de kern van Moerdijk en de A17 bereikt. De ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer is goed. Langzaam verkeer Fietsers maken gebruik van de erftoegangswegen. Rond het plangebied zijn geen gescheiden fietspaden aanwezig. Voor voetgangers zijn aan beide zijden van de erftoegangswegen geen voetpaden aanwezig.
Openbaar vervoer Aan het Wilhelminaplein, ten zuiden van het plangebied, Moerdijk, Wilhelminaplein gelegen. Hier halteren de bussen 218 en 618. Bus 218 gaat richting Zevenbergen en Zevenbergsche Hoek en bus 618 naar Breda. Op 350 meter ten oosten van plangebied ligt bushalte 'Havenkant', ook hier halteert de bus 218. Beide haltes liggen op circa 5 minuten loopafstand van het plangebied. Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling De verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers uit CROW 381 ('Toekomstbestendig parkeren', 2018). De gehanteerde kencijfers zijn afhankelijk van de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied. Voor onderhavig plangebied geldt een ligging in een matig stedelijk gebied (bron: CBS) in het schilgebied van rest bebouwde kom. Er is uitgegaan van gemiddelde cijfers. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie berekend. In tabel 4.1 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling uitgerekend. Hierbij wordt rekening gehouden met het maximum van 200 m², de resterende 50 m² wordt pas mogelijk bij gebruik van de afwijkingsbevoegdheid.
Tabel 4.1 Berekening verkeersgeneratie ontwikkeling functie programma kencijfer CROW verkeersgeneratie weekdag Koop, appartement 30 woningen 7,1 mvt/etmaal per 213 mvt/etmaal duur woning restaurant1 200 m² 78 mvt/etmaal Koop, huis vrijstaand 1 woning 8,2 mvt/etmaal per 8 mvt/etmaal woning totaal 299 mvt/etmaal 1 Worst-case parkeerbehoefte van 32,5 parkeerplaatsen (200 m2, 13 parkeerplekken per 100 m2). Er wordt gerekend met een gemiddeld turnover van 1,5 (3 mvt per parkeerplaats). Dit komt op 78 mvt/etmaal. Aangezien het plangebied braak ligt is er een toename van de verkeersgeneratie. Het toestaan van 31 woningen en 200 m² restaurant zorgt voor een toename van 299 mvt/etmaal op een weekdag. Echte ris in de huidige situatie een bedrijf mogelijk op de locatie van de woningbouw. Ten opzicht van de planologisch situatie neemt met name het aantal mvt zwaar verkeer per etmaal dan ook af en zal de bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
35
situatie op het omliggende wegennetwerk beter zijn. Parkeren Ook de parkeerbehoefte is bepaald op basis van kencijfers van het CROW. In het kader van het bestemmingsplan zijn de gemiddelde kencijfers gehanteerd. Op basis van de kencijfers is allereerst de normatieve (maximale) parkeerbehoefte bepaald. Deze is vervolgens op basis van aanwezigheidspercentages over de dag omgerekend naar het maatgevende moment. Dit is mogelijk omdat de beoogde woningen niet gelijktijdig geheel in gebruik zijn. Hierdoor kan een deel van de benodigde parkeerplaatsen gebruikt worden ten behoeve van meerdere functies (dubbelgebruik). In onderstaande tabel is allereerst de normatieve parkeerbehoefte berekend. Uit onderzoek blijkt de zaterdagavond de maatgevende periode. De parkeerbehoefte op deze zaterdagavond is ook opgenomen. In tabel 4.2 is de berekening parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling uitgerekend. In de huidige situatie ligt het plangebied braak en zijn er geen parkeervoorzieningen aanwezig.
Tabel 4.2 Berekening parkeerbehoefte functie programma kencijfer parkeerbehoeft parkeerbehoefte CROW e normatief zaterdagavond Koop, appartement 30 woningen 2 per woning 60 48 (80%) duur restaurant 200 m² 13 per 100 m² 26 26 (100%) bvo Koop, vrijstaand 1 woning 2,2 per woning 2,2 1,8 totaal 89 76 1) De parkeerbehoefte bedraagt, rekening houdend met dubbelgebruik, op de maatgevende zaterdagavond 76 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte normatief bedraagt 89 parkeerplaatsen. Voor de uitbreiding van het restaurant naar 250 m² wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Een voorwaarde om gebruikt te kunnen maken van de afwijkingsbevoegdheid is dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Conclusie De ontsluiting van het plangebied is voor alle modaliteiten goed. De verkeersgeneratie van de ontwikkeling is dermate gering dat deze nauwelijks van invloed is op de verkeersafwikkeling op de omliggende wegenstructuur. Er worden bij de nieuwe bouwblokken 79 parkeerplaatsen aangelegd, daarnaast komen bij de nieuwe vrijstaande woning 2 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op de maatgevende zaterdagavond.
4.2
Bodem
4.2.1 Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
36
4.2.2 Onderzoek en conclusie In het kader van de woningbouwontwikkeling is onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit en de kwaliteit van het grondwater ter plaatse. Voor de locatie is in 2007 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Aveco De Bont (kenmerk: 071120, R-DVI/2, d.d. 2 oktober 2007). Hierbij zijn in de grond ter plaatse van twee boringen (0,0-0,8 m-mv) sterk verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. Voor het overige zijn in de grond licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie, EOX en PAK aangetroffen. In het grondwater zijn sterk verhoogde concentraties aan arseen aangetroffen; evenals een licht verhoogde concentratie aan chroom. Tevens zijn op het maaiveld asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. In 2014 is op de locatie een verkennend asbestonderzoek verricht en in 2015 een aanvullend, verkennend en nader asbestonderzoek door AGEL Adviseurs (kenmerk: 20140013 en 20140013-01, d.d. 17 maart 2014 en 19 november 2015). Hierbij zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aan asbest aangetroffen. Aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden, is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest op de locatie. In 2015 is ter plaatse van de aangetroffen PAK verontreiniging een aanvullend bodemonderzoek verricht door AGEL Adviseurs (kenmerk: 15-0668-20140013-01/MSa/wd, d.d. 21 mei 2015).
Hierbij zijn de sterk verhoogde gehalten aan PAK niet meer aangetroffen, ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. In 2018 is op twee stroken aan de noord- en zuidzijde van de locatie een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht door DIBEC Milieutechnisch advies (kenmerk: 818.003_001, d.d. 23 april 2018). Hierbij is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie en alfa-HCH aangetroffen. In het grondwater zijn matig verhoogde concentraties aan arseen aangetroffen; evenals licht verhoogde concentraties aan barium. Voor nadere achtergrondinformatie wordt verwezen naar de voornoemde rapporten. In 2019 heeft een actualisatie van het bodemonderzoek plaatsgevonden, zie bijlage 8. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied (Boringen 01, 02, 03 en 04) de zintuigelijke (geur, kleur en samenstelling) afwijkingen zwak baksteenhoudend zijn waargenomen. Uit de analyseresultaten kan het volgende worden afgeleid: In het zwak baksteenhoudende bovengrondmengmonster M01 zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, koper, zink, kwik, lood en PAK aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. In het visueel ‘schone’ bovengrondmengmonster M02 is een licht verhoogde gehalte aan PCB aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet benaderd.
In het visueel ‘schone’ bovengrondmengmontster M03 zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, zink en PAK aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. In de visueel ‘schone’ bovengrondmengmonsters M04 t/m M08 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Er zijn derhalve geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Voor verlening van de omgevingsvergunning zal een verkennend bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Asbest Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Gezien de voorgaande onderzoeken wordt een aanvullend asbestonderzoek (conform de NEN 5707 en/of NEN 5897) op de locatie niet noodzakelijk geacht.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
37
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1 Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.3. weergegeven. Tabel 4.3. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde 40 µg/m³ (NO2) concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / concentratie m³ fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde 25 µg /m³ concentratie
Op grond v an artikel 5.16 v an de Wm kunnen bestuursorganen bev oegdheden die gev olgen kunnen hebben v oor de luchtkwaliteit onder andere uitoef enen indien de bev oegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een ov erschrijding v an de grenswaarden of de bev oegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Besluit niet in betekenende mate In dit 'Besluit niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); Een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 4.3.2 Onderzoek en conclusie Door de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename van verkeer van 299 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Er is worst-case uitgegaan van 1% vrachtverkeer. In de NIBM-tool (versie 6-4-2021) is 2022 als jaar van planrealisatie aangehouden. Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,21 µg/m³ en van fijnstof van 0,05 µg/m³ (tabel 4.4). Beide toenames zijn onder 1,2 µg/m³. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tabel 4.4 Resultaten NIBM-tool
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
38
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de A16, ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 29,7 µg/m³ voor NO2, 18,7 µg/m³ voor PM10 en 11,2 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,6 dagen. Deze meetpunten liggen langs de Moerdijkbrug. Scheepvaart wordt hierin ook meegenomen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.4
Geluid
4.4.1 Kader Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke of buitenstedelijke ligging. De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: Stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; Buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.
Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor de nieuwe woningen in het plangebied is afhankelijk van de bron en de ligging van het plangebied.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
39
4.4.2 Onderzoek en conclusie Akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plangebied binnen de geluidzone van industrieterrein Moerdijk ligt. Daarnaast ligt het plan binnen de geluidzone van de wegen Havenkant en Den Bels. De overige wegen rondom het plangebied (Steenweg, Havendijk, Wilhelminaplein en Grintweg) kennen een maximumsnelheid van 30 km/u en zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. Ook de geluidsbelasting van het scheepvaartverkeer is in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat het voor industrielawaai nodig is een hogere waarde vast te stellen. Hierna worden de conclusies uit het akoestisch onderzoek kort weergegeven. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Wegverkeerslawaai Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat geen sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 Lden ten gevolge van de het verkeer op de Havenkant en Den Bels. De geluidbelasting van de nieuwe toegangsweg naar de appartementen is ook bepaald op de bestaande en nieuwe woningen aan Den Bels. Uit de rekenresultaten blijkt dat als gevolg van het verkeer op deze nieuwe weg de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Daarom kan de geluidbelasting vanwege het verkeer op deze nieuwe weg acceptabel worden geacht.
Industrielawaai Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de geprojecteerde appartementen en de grondgebonden woning de voorkeursgrenswaarde met ten hoogste 5 dB wordt overschreden. Alle appartementen hebben een geluidluwe gevel. Scheepvaartverkeer Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat in het plangebied geen sprake is van overschrijding van de gehanteerde voorkeursgrenswaarde van 55 dB Lden als gevolg van het scheepvaartverkeer. Ten aanzien van het scheepvaartverkeer zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen planontwikkelingen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatie van geluid Uit het akoestisch onderzoek volgt dat het geluidklimaat binnen het plangebied als matig kan worden geclassificeerd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Moerdijk. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of zij een dergelijk geluidklimaat toelaatbaar acht binnen het plangebied. Bouwbesluit Indien maatregelen aan de bron of in de overdracht niet aan de orde zijn en gekozen wordt voor het vaststellen van een hogere waarde, dan dient de uitwendige scheidingsconstructie van de betreffende woningen de verblijfsgebieden voldoende te beschermen.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: Ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; Rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
40
bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.5.2 Onderzoek In de beoogde situatie worden woningen en horeca gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie en milieuhinderlijke functies opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. De locatie is gelegen op de rand van de geluidzone in industrieterrein Moerdijk. Daarbij zijn er ook aan de overzijde van de havenbedrijven aanwezig en ook aan Den Bels 1 zit een bedrijf. De gemeente is daarom van mening dat hier sprake is van een gemengd gebied, waardoor een afwijking van de richtafstand verdedigbaar is. Milieuhinderlijke functies Binnen de ontwikkeling wordt een restaurant gerealiseerd. Deze functie valt volgens de VNG-brochure in milieucategorie 1. In een gemengd gebied mogen deze bestemmingen naast woonbestemmingen gerealiseerd worden. Milieugevoelige functies (woningen) Er zullen maximaal 30 appartementen en een vrijstaande woning gerealiseerd worden.
In de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering wordt een jachthaven gezien als een milieucategorie 2 bedrijf, met voor geluid een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Voor alle woningen wordt aan deze afstand voldaan. Ten oosten van de woningen bevindt zich een bedrijf uit ten hoogste milieucategorie 2 (Dels Bels 2-6). Aan de richtafstanden van 10 meter wordt voldaan. Visverwerkingsbedrijf Daarnaast bevindt zich een visverwerkingsbedrijf uit milieucategorie 4.2 op het adres Den Bels 1 met een richtafstand voor geur van 300 m. Om de geursituatie bij het visverwerkingsbedrijf in de bestaande en toekomstige situatie in beeld te brengen is in 2016 geuronderzoek gedaan in aanloop van de ontwikkeling van het Havenfront. Voor deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting (bijlage 5 en 6). Uit het aanvullend onderzoek (bijlage 6) is gebleken dat zowel de bestaande als toekomstige woningen bij maximale inzet en het bestaande emissiepunt op 6,5 meter binnen de geurcontour van het visverwerkingsbedrijf liggen waarin maximaal aanvaardbare streefwaarden worden overschreden. In het aanvullende onderzoek is onderzocht of met gebruik van een hogere schoorsteen wel aan de streefwaarden voor woningen voldaan kan worden.
Uit de berekeningen komt naar voren dat het mogelijk is om – ook bij maximale inzet van de rookkast - een situatie met aanvaardbare geurhinder te realiseren. Bij toepassing van een 11,5m schoorsteen kan zelfs bij een maximale werking van de rookkast de voorgenomen nieuwbouw worden verwezenlijkt. Bij toepassing van een 16,5m hoge schoorsteen zou ook de geursituatie voor de bestaande woningen worden verbeterd. In die situatie is er binnen het gehele plangebied geen belemmering om geurgevoelige objecten te realiseren. De geursituatie ter plaatse van de woningen aan Den Bels is dan zelfs beter dan in de bestaande situatie. Ter plaatste van het nieuwe woongebied is een voorwaardelijk verplichting opgenomen die de geursituatie, die voldoet aan de streefwaarde voor woningen, borgt. In mei 2022 is aanvullende geurverspreidingsberekeningen uitgevoerd, met als doel preciezer te bepalen welke schoorsteenhoogte voldoende is. Hieruit is gebleken dat met een schoorsteenhoogte van 12,5 meter kan worden volstaan om een geursituatie te bereiken waarbij de maatgevende geurcontour niet ligt over het nieuwe geurgevoelige object dat het dichtst bij de visrokerij is geprojecteerd. Industrieterrein Ten noorden bevindt zich een industrieterrein waar bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 3.2 gerealiseerd mogen worden. Het plangebied bevindt zich op een afstand van minimaal 91 meter.
Aan de richtafstand van 50 meter wordt ruimschoots voldaan. Daarnaast zit in dit gebied een scheepsreparatiebedrijf op het adres Havenkant 8. Ter plaatse is een scheepsreparatiebedrijf met een maximale milieucategorie 5.1 toegestaan. De richtafstand bedraagt 300 meter voor geluid. De afstand bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
41
van de nieuwe woning tot dit bedrijf bedraagt 260 meter. Het scheepsreparatiebedrijf maakt onderdeel uit van het gezoneerde industrieterrein Waterfront. Het plangebied ligt buiten deze geluidszone. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid ter plaatse van de beoogde appartementen gewaarborgd en geven de nieuwe appartementen geen extra beperkingen voor de bedrijfsactiviteiten op het betreffende perceel. Het industrieterrein Moerdijk bevindt zich ten zuidwesten op een afstand van minimaal 400 meter. Het industrieterrein is opgedeeld in verschillende zones waar bedrijven uit verschillende milieucategorieën mogelijk zijn. De hoogste mogelijke milieucategorie betreft milieucategorie 6 en bevindt zich op circa 2,5 kilometer. Er wordt aan alle richtafstanden voldaan. 4.5.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de bedrijven in de omgeving van het plangebied door de beoogde (woningbouw)ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.6
Archeologie
4.6.1 Kader Van Monumentenwet en de Wet op de archeologische monumentenzorg naar Erfgoedwet Het Verdrag van Malta heeft in Nederland geresulteerd in een ingrijpende herziening van de Monumentenwet uit 1988, die op 1 september 2007 met de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht is geworden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. In deze wetgeving is de bescherming van het archeologische erfgoed, de inpassing hiervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van het archeologische onderzoek geregeld. Daarnaast is het 'de verstoorder betaalt'- principe in de wet verankerd. In verband met dit principe regelt de wet ook de te volgen procedures en de financiering van archeologisch (voor)onderzoek en het eigendom en beheer van archeologische vondsten. De bescherming van de archeologische waarden is onder andere vertaald in een Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) op zowel nationaal als provinciaal niveau. Deze IKAW laat zien hoe groot de 'trefkans' is om iets archeologisch waardevols aan te treffen. Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) staan terreinen waarvan bekend is dat ze daadwerkelijk een archeologische waarde hebben. Inmiddels is de Erfgoedwet in werking getreden.
In de Erfgoedwet is enkel volstaan met opnemen van een regeling voor het doen van opgravingen in archeologische monumenten. De planologische vertaling van de IKAW en AMK zal te zijner tijd naar de Omgevingswet worden overgeheveld. Op dit moment geldt nog het overgangsrecht van de Erfgoedwet op basis waarvan deze bepalingen uit de oude Monumentenwet 1998 nog van kracht zijn. Daarnaast is het op grond van het vijfde lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht om in een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan de wijze waarop met de bescherming van archeologische monumenten en waardevolle restanten in het plan is omgegaan. 4.6.2 Onderzoek en conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling van onderliggend plangebied als de ontwikkeling van de haven is archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd (bijlage 3). In het onderzoek wordt op inhoudelijke gronden een tweedeling gemaakt in het onderzoeksgebied: een oostelijk deel en een westelijke deel.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
42
Figuur 4.1 Tweedeling onderzoeksgebied archeologisch onderzoek (rood omkaderd)(bron: 'Bureauonderzoek Moerdijk haven - Waterfrond, gemeente Moerdijk' - Antea Group Archeologie) Op basis van de resultaten uit het onderzoek is aan het westelijke deel van het plangebied een lage verwachting toegekend voor het neolithicum-nieuwe tijd. Voor het oostelijke deel van het plangebied geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor resten gerelateerd aan de haven (nieuwe tijd). In het gehele plangebied kunnen tevens resten uit het paleolithicum-mesolithicum voorkomen in de top van de pleistocene zanden. Op basis hiervan is geadviseerd om het westelijke deel van het plangebied vrij te geven voor werkzaamheden tot 7 m -mv. Voor het oostelijke deel is een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm -mv. Op basis van het archeologisch onderzoek is een advies opgesteld door de regioarcheoloog (bijlage 2). Hierin wordt geadviseerd in te stemmen met het advies uit het archeologisch onderzoek en het westelijk deel vrij te geven voor bodemverstoringen tot 7 m onder maaiveld en voor het oostelijk deel proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren naar de delen van het onderzoeksgebied die (dieper dan 30 cm onder maaiveld) verstoord worden.
In het bestemmingsplan worden archeologische dubbelbestemmingen opgenomen voor de verschillende verwachtingswaarden in het plangebied. Conclusie Het aspect archeologie staat de ontwikkeling niet in de weg. Voor het uitvoeren van werkzaamheden dieper dan de vrijgestelde diepte en groter dan de vrijgestelde oppervlakte dient vervolgonderzoek uitgevoerd te worden.
4.7
Ecologie
4.7.1 Kader Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De Wnb is in werking getreden met ingang van 1 januari 2017. Gedeputeerde Staten (hierna: bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
43
GS) is in beginsel bevoegd gezag voor de vergunningverlening onder de Wnb. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Verder geldt er een verplichting om een passende beoordeling te verrichten indien significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uitgesloten. In dat geval kan het plan alleen worden vastgesteld indien met zekerheid is vastgesteld dat uitvoering van het plan niet leidt tot een aantasting van natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Eventueel noodzakelijke mitigerende maatregelen moeten in dat geval bij vaststelling van het plan geborgd zijn. Gebiedsbescherming De Wnb kent twee soorten natuurgebieden, te weten: a. Natura 2000/gebieden; b. Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming Daarnaast is in de Wnb de soortenbescherming geregeld. Soortenbescherming geldt voor alle beschermde soorten ongeacht waar deze soorten zich bevinden en hoeveel soorten het betreft. In de Wnb zijn verbodsbepalingen opgenomen van handelingen en effecten op beschermde soorten die niet worden uitgevoerd, behoudens ontheffing.
Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebieden De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk (of in combinatie met andere plannen of projecten) significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Er zijn geen alternatieve oplossingen; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en die verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebiedsbescherming - Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. Soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. Soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; c. Soorten die worden beschermd in de Verdragen van Bern en Bonn; en d. Bescherming van overige soorten. bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
44
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk doden van vogels of het vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten (art. 3.10 Wnb). De overige soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. GS kunnen ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan voor deze soorten ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 4.7.2 Onderzoek Gebiedsbescherming
Figuur 4.2 Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied (blauw omcirkeld) Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Hollands Diep bevindt zich op enkele meters van het plangebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch ligt op circa 1,6 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 87 meter. Dit westelijk gelegen gebied is aangewezen als Natuurnetwerk Brabant met natuurbeheertypen N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Het westelijk gelegen deel van het plangebied zal bij de natuurwaarden van dit gebied aansluiten en ook het beheer van deze gebieden zal volgens deze natuurbeheertypen gebeuren.
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
45
Vanwege de afstand en de aard van de ontwikkeling (woningen) zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding voorhand uitgesloten. In de gebruiksfase zal slechts een minimale toename van verstoring door geluid optreden. In de huidige situatie bestaat de verstoring door geluid uit normaal woongeluid en voorheen geluid van het bedrijventerrein. De instandhoudingsdoelen van de Natura 2000 komen niet in het geding. Behalve enige tijdelijke verstoring door bouwlampen tijdens de bouw, zal er enige extra verstoring door licht optreden in de gebruiksfase. Het aanwezige licht zal bestaan uit enkele lampen bij voordeuren en inpandig licht wat naar buiten uitstraalt, tevens zal er enige straatverlichting zijn. Dit was in de voormalige situatie ook aanwezig, bij de inrichting van de straatverlichting zal rekening gehouden worden met uitstraling van licht. Lichtonderzoek zal ten tijde van de inrichtingsplannen worden uitgevoerd. Er zal alleen enige tijdelijke toename van trilling op kunnen treden tijdens de aanlegfase, maar dit zal geen effect hebben op de aangewezen soorten van de Natura 2000 en/of het Natuurnetwerk Nederland. In de gebruiksfase zal geen significant verschil zijn tussen de huidige situatie en de nieuwe situatie.
Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied voor de gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd worden. De memo is te vinden in bijlage 9 en de berekening in bijlage 10. Uit de berekening blijkt dat er voor de gebruiksfase geen sprake van een depositie van hoger dan 0,00 mol/ha/j. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de gebruiksfase uitgesloten. Soortenbescherming In het kader van het vigerende bestemmingsplan is ecologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, zie bijlage 11. Uit het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Effecten op vleermuizen worden niet verwacht bij handhaven aanwezige bebouwing en het vermijden van verlichting binnen het plangebied. Binnen het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid kleine marterachtigen voor. Effecten op deze soorten kunnen worden voorkomen door betreding uitsluitend te laten plaatsvinden over wegen en paden tussen zonsopkomst en zonsondergang en ruige ontoegankelijke delen te handhaven danwel voorafgaand de aanleg van nieuwe wandelpaden nader te onderzoeken op aanwezigheid kleine marterachtigen. In en grenzend aan het plangebied komen (algemene) broedvogels voor.
Door de werkzaamheden (aanleg wandelpaden) buiten het kwetsbare broedseizoen te plannen worden de verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 3.1 en 3.5 niet overtreden. Bij een eventuele amovering van opstallen is nader onderzoek nodig naar aanwezigheid huismus. Op de planlocatie komen ook algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën voor, die beschermd zijn. Daarbij geldt voor de meeste grondgebonden zoogdieren (o.a. algemeen voorkomende muizen) en eventueel voorkomende algemene amfibieën op basis van de provinciale verordening een vrijstelling. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. Art. 3.31) van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen (Art 3.10), mits werkzaamheden (aanleg wandelpaden) buiten het kritische voortplantingsseizoen plaats vinden (buiten periode 15 maart tot 15 september). Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten geldt (wel) de bepaling van zorgplicht (Art 1.11). Door het naleven van de mitigerende maatregelen (hoofdstuk 6) kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. Daarnaast worden de volgende aanbevelingen gedaan: Door de aanleg van enkele poelen of waterpartijen kan de belevingswaarde van het gebied worden vergroot maar ook de kansen voor amfibieën en andere flora en fauna.
De werkzaamheden (en voorbereidingen) voor eventueel nieuwe wandelpaden uit te laten voeren onder ecologische begeleiding om schadelijke effecten op flora en fauna te voorkomen. Naar aanleiding van de conclusies uit de quickscan zijn door de omgevingsdients aanbevelingen gedaan voor het gebruik van vleermuisvriendelijke verlichting. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in bijlage 13. In de regels van de bestemmingen Groen, Verkeer en Woongebied zijn gbruiksregels opgenomen die de uitstraling van licht naar de omgeving tot een minimum beperken. Daarnaast mogen alleen bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
46
lichtarmaturen worden gebruikt waarvan de kleurtemperatuur van het licht ten hoogste 2.700 Kelvin bedraagt. 4.7.3 Conclusie Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Met de mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten worden. Voor de werkzaamheden plaats kunnen vinden zal onderzoek gedaan worden naar de functie van het plangebied voor vleermuizen en indien noodzakelijk kleine marterachtigen.
4.8
Water
4.8.1 Kader Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Brabantse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van deze ruimtelijke onderbouwing wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale Omgevingsvisie Interim-omgevingsverordening Brabant Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015 De provincie heeft in het ‘Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015’ het beleid met betrekking tot de waterhuishouding vastgelegd. Dit plan valt onder de in 2009 ingevoerde Waterwet. De maatschappelijke doelstellingen uit dit plan zijn als volgt: schoon grond- en oppervlaktewater voor iedereen; adequate bescherming van Noord-Brabant tegen overstroming; Noord-Brabant heeft de juiste hoeveelheden water (niet te veel en niet te weinig).
Regionaal water- en bodemprogramma (RWP) (ontwerp). Doel van dit nieuwe RWP is: veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant. De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant - visie op de Brabantse leefomgeving' is het overkoepelend en leidend kader voor het RWP. Om te komen tot een klimaatbestendig en robuust watersysteem zijn zeven handelingsprincipes geformuleerd: 1. watervoorraad in balans 2. elke druppel telt 3. niet alles kan overal 4. Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen 5. bescherming van water- en bodemkwaliteit 6. gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk 7. circulair denken en doen. Waterschapsbeleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
47
de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer - waaronder grondwater - heeft daarbij twee doelen: de zorg voor gezond water en de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; de Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Momenteel is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 in procedure. Met het Waterbeheerprogramma 2022–2027 bepaalt Brabantse Delta de doelstellingen en strategie.
We werken hiermee samen aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor Midden- en West-Brabant voor de middellange (2027/2030) en lange termijn (2050). Binnen het plangebied zelf is Rijkswaterstaat bevoegd gezag. 4.8.2 Onderzoek Rijksbeleid Het Hollands Diep, waaraan het plangebied grenst, is een rijksvaarweg. In artikel 2.1.2 Barro is geregeld dat een vrijwaringszone geldt aan weerszijden van rijksvaarwegen als opgenomen in de legger van de Waterwet. De breedte van de vrijwaringszone is afhankelijk van de CEMT-klasse van de vaarweg. De CEMT- klasse bepaalt voor welke afmetingen schepen de vaarweg nog geschikt is, afhankelijk van de ondervaarbaarheid van bruggen en afhankelijk van de diepgang en manoeuvreerbaarheid van schepen. Het Hollands Diep is een vaarweg in de CEMT-klasse VIc, hiervoor geldt een zone van 25 meter vanuit de grens van de rijksvaarweg. Het plangebied is echter gelegen binnen een afstand van 300 meter van een havenuitvaart, in dat geval geldt dat de breedte van de zone 50 meter is. De beoogde bebouwing ligt op ongeveer 25 meter vanaf de grens van de rijksvaarweg en dus deels binnen de vrijwaringszone van de rijksvaarweg. In artikel 2.1.3 van het Barro zijn regels opgenomen voor het mogelijk maken van bebouwing binnen een vrijwaringszone. Artikel 2.1.3.
(veiligheid scheepvaart op vaarwegen) Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; b. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; d. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg In bijlage 14 is getoetst aan de eisen uit het Barro en is de veiligheid van het plan tegen aanvaring door schepen wordt beschouwd. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien vaan het Barro en de aanvaarveiligheid. Het advies om op de plankaart de wettelijk evrijwaringszone van 50 meter op te nemen, wordt opgevolgd. Het plangebied ligt in het rivierbed van het Hollands Diep. Ter bescherming van het rivierbed zijn in artikel 2.4.3 van het Barro regels opgenomen.
Op basis van dit artikel geldt dat een bestemmingsplan ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen aanwijst in bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
48
een rivierbed in het geval er sprake is van: een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en; een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. Uit gegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat voor het meetpunt Moerdijk de normale waterstand boven 0 m NAP ligt. Vanaf 1,80 m boven NAP is sprake van een verhoogde waterstand. Bij extreem hoogwater is sprake van een waterstand boven 2,35 m NAP. De ligging van het plangebied is circa 3 meter boven NAP, dat is nog ruim 60 centimeter onder de hoogte van het plangebied, normaal gesproken zal het gebied dan ook niet overstromen en heeft bebouwing geen invloed op de waterberging en waterafvoer (zie figuur 2.1.10).
Figuur 4.8.1 Hoogteligging plangebied (www.ahn.nl) Voorliggend bestemmingsplan maakt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan substantieel minder bebouwing mogelijk. In geldend bestemmingsplan mag 75% van het plangebied bebouwd worden, nu is dat slechts enkele procenten. De beoogde woningen worden gebouwd op gronden waar momenteel bedrijfsbebouwing is toegestaan. Er is dan ook geen sprake van een afname van bergend vermogen of ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Ook is er geen sprake van verslechtering van de veiligheid of het doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam en zorgt de ontwikkeling tevens niet voor een belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit. Conclusie bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
49
Er zijn belemmeringen voor de ontwikkelingen vanuit het Barro. Provinciaal beleid Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. De omgeving van het plangebied bestaat de grond uit zavel met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is ten zuiden van het plangebied sprake van grondwatertrap VI. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) schommelt tussen 40 en 80centimeter onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 3 meter +NAP. Het plangebied is daarnaast aangeduid als rivierbed. Hiervoor geldt dat een bestemmingsplan van toepassing op Rivierbed mede strekt tot bescherming tegen overstroming. Op basis van hetgeen gesteld in van de Provinciale Verordening (art. 20 lid 2) dient onderbouwd te worden hoe om te gaan met risico's ten aanzien van de verwachte (maximale) waterstanden, klimaatscenario's en evacuatie. Hierna zullen de betreffende aspecten worden behandeld. Overstromingskans en –risico: Uit gegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat voor het meetpunt Moerdijk de normale waterstand boven 0 m NAP ligt. Vanaf 1,80 m boven NAP is sprake van een verhoogde waterstand.
Bij extreem hoogwater is sprake van een waterstand boven 2,35 m NAP. De ligging van het plangebied is circa 3 meter boven NAP, dat is nog ruim 60 centimeter onder de hoogte van het plangebied, normaal gesproken zal het gebied dan ook niet overstromen. Op de overstromingskansenkaart is goed te zien dat door de hoge ligging de overstromingskans ter plaatse van de beoogde bebouwing grotendeels geen significante overstromingskans is.
Figuur 4.8.2 Overstromingskansenkaart Plaatsgebonden overstromingskans 2050 | 0cm (bron: www.klimaateffectatlas.nl) Invloed Klimaatverandering: De klimaatverandering heeft invloed op de toestroom van water tot de Rijn en daarmee het Hollands bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
50
Diep, welke grenst aan het plangebied. Er zijn verschillende scenario's beschikbaar, echter de klimaatverandering betekent concreet dat de maatgevende afvoer in Lobith verhoogd zal worden naar 18.000 m3/ sec in het jaar 2100 zo staat vastgelegd in de rapportage voor Ontwerpbelastingen voor het Rivierengebied van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2007). Dit betekent dat de afvoer van de verschillende Rijntakken in de toekomst zal toenemen. Om de wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm te handhaven is in de langetermijnvisie een pakket van maatregelen voorzien; de binnendijkse ruimte die nodig is om deze maatregelen te realiseren zal worden gereserveerd. Het maatregelenpakket van de langetermijnvisie is er op gericht om de afvoercapaciteit van de riviertakken te vergroten zonder dat de waterstanden verder stijgen (PKB ruimte voor de Rivier deel 4, 2007). Dat lukt voor het bovenrivierengebied grotendeels. In het benedenrivierengebied, verder stroomafwaarts, is het mede onder invloed van zeespiegelstijging niet mogelijk de waterstanden niet verder te laten stijgen. In dat gebied dient rekening gehouden te worden met stijging van de maatgevende waterstanden. Op de Indicatieve taakstelling voor de lange termijn is te zien dat voor het Hollandsdiep op de lange termijn een waterstandstijging van 60-80cm te verwachten is.
Dat betekent dat bij extreem hoogwater een waterstand boven 3,15 m NAP zou gelden. Dit zou betekenen dat het plangebied onder water komt te staan. Er wordt dan ook geadviseerd hiermee rekening te houden bij het realiseren van de woningen. Evacuatiemogelijkheden: Het plangebied voorziet in de bouw van 31 wooneenheden. Uitgaand van 2,4 bewoners per wooneenheid, mag men er vanuit gaan dat ongeveer 75 extra mensen woonachtig zullen zijn binnen het plangebied. De inrichting van het plangebied dient bij te dragen aan voldoende mogelijkheden om van de risicobronnen weg te vluchten. De toegang tot het plangebied vanuit twee zijden vanaf de Den Bels en Havenkant, dragen hieraan bij. Hoewel de ontsluitingswegen bij overstroming van de het laag gelegen zijn, zijn deze te benoemen als “effectieve evacuatieroute”, tot een waterhoogte van 2,35 m NAP. Daarnaast is via de Havenkant de mogelijkheid de dijk over te komen. De combinatie van bovenstaande vluchtroutes biedt voldoende mogelijkheden én capaciteit om bewoners te kunnen evacueren. Alarmering bij hoogwater: Indien een waterstand van 2,35 m NAP wordt bereikt, zal er nog geen water in de verblijfsruimtes aanwezig zijn. In dergelijke gevallen zal reeds sprake zijn van Coördinatiefase 3 of 4 kleurcode rood (landelijke kleurcodering draaiboek Hoogwater[1]).
In dat geval is reeds permanente dijkbewaking aanwezig in relatie tot dreigende dijkdoorbraken. Op dat moment zijn al meerdere stadia van hoogwateren stormvloedwaarschuwingen doorlopen. Voor de planlocatie zal tevens een dergelijke waarschuwingssysteem / protocol opgesteld moeten worden, als onderdeel van het evacuatieplan. Indien de definitieve inrichting bekend is (vloerpeilen, maaiveldhoogten ect.) zal een (gedetailleerd) evacuatieplan opgesteld worden, welke enkel betrekking heeft op de projectlocatie. Conclusie Op de lange termijn (jaar 2100) bestaat de kans op overstroming binnen het plangebied, momenteel is dat nog niet het geval. Voor het plangebied dient een evacuatieplan opgesteld te worden. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de “hoogwater”-veiligheid binnen het plangebied in gewaarborgd. Het op te stellen evacuatieplan zal hier een verdere invulling aan geven. Waterschapsbeleid
bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
51
Figuur 4.8.3 Uitsnede Legger Waterschap Brabantse Delta met het plangebied rood omlijnd Conform de Legger van het Waterschap Brabantse legger bevindt het plangebied zich in een in de beschermingszone van een watergang, zie figuur 4.8.3. Deze zone wordt in het bestemmingsplan opgenomen. Watersysteemkwaliteit en ecologie Er bevinden zich geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen het plangebied. Ten westen bevindt zich op korte afstand het Hollands Diep. Dit is aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Veiligheid en waterkeringen Er bevindt zich ten oosten van het plangebied een waterkering, zie figuur 4.3. Het plangebied bevindt zich deels in een in de beschermingszone van een waterkering, zie figuur 4.3. Voor deze zone wordt in het bestemmingsplan een beschermingsregime opgenomen. 4.8.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkelingen geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande waterhuishouding.
4.9
Externe veiligheid
4.9.1 Kader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt bestemmingsplan Den Bels 2021 ontwerp
52
weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes.