2k. Randweg Klundert_VG_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Onderzoek NGE
Tekst van het document
1
Granaat
Geen
Een stenen brug
1
Mijn
Gesprongen in 1944
Politiebureau Klundert
onbekend Granaten
Een aantal aanwezig
Een sloot in Klundert
4 1
Een onderzoek naar kisten en granaten Enige granaten geruimd Granaten zijn geruimd, geen mijnen aanwezig Enige kisten met inhoud munitie. Geen mijnen aangetroffen Er werden geen mijnen gevonden
19 septem- Onbekend ber 1947 26 septem- Klundert ber 1947 21 juni 1947 Desbetreffende sloot, genoemd in brief van 02 mei 1947 21 juni 1947 Onder een burg in Klundert
AANTAL
Mortiergranaten Klein model projectiel Granaten
Onbekend Granaten
Onbekend Enige kisten met munitie
1 1
Granaat Pantservuist
33
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van de diverse projectgebieden. Met hetzelfde doel zijn alle bekende meldingen en ruimingen van na 2010 opgevraagd. Binnen en in de directe nabijheid van het projectgebied zijn de volgende meldingen en ruimingen gedaan:
MORA/UO
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19710443 19711356
Mauritsweg, Klundert Mauritsweg 47c, Klundert Noordschans 52, Klundert In de polder, Klundert Nieuwendijk 2, Klundert In de polder, Klundert Ambachtsherenlaan, Klundert Westkant 2, Klundert Klundert Roode Vaart bij direktiekeet te Bregenhout, Klundert De Nieuwendijk, Klundert Buitendijk West 7, Klundert A Punt-Keteldiep 2, Klundert Mauritsweg 47c, Klundert Achter het politiebureau, Klundert Bij het gebouw van openbare werken Klundert J. Coppens-Groeneweg 19 – Noordhoek, Klundert Noordhoek 16, Klundert Den Engelsen-Zevenbergseweg 11, Klundert Industrieterrein bij Shell, Klundert Bloemendaalse polder, Klundert In de polder, Klundert
1 1
Geen Geen
1
Granaat van 8 cm Granaat van lengte 30 cm en diameter 10 cm Handgranaat (scherf)
1 1 1 1
Antitank granaat Granaat Restant van granaat Granaat van 25 ponder
Geen Geen Geen Leeg
1 1 1
Granaat Granaat met diameter van 10 cm Handgranaat
Geen Gebroken buis Geen
1
Granaat
Geen
1
Granaat van 25 ponder, Engels
Geen
1
Granaat
Geen
1
Mortiergranaat
Geen
1
Pantserbrisantgranaat van 75 mm
Geen
1
Granaat van 25 ponder
Geen
1
Pantserbrisantgranaat van 10 cm
Geen
1 1
Granaat van 12,5 cm Granaat van 10,5 cm
Geen Geen
1
Geen
1
Granaat met lengte van 60 cm en een diameter van 12 cm Granaat
1
Granaat
Geen
19712200 19712284 19712649 19720361 19720547 19721954 19722044 19722135
19722421 19722560 19722683 19730057 19730793 19731791
19732642
19732865 19732866 19750419 19750954 19751445
Geen
Geen
34
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01 MORA/UO
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19752128 19752171 19752234
Schansweg 77, Klundert Schansweg, Klundert Oude Langeweg, Klundert Schiereiland in gracht, Klundert Witte Weideweg 25, Klundert Ponsedijk, Klundert Tonnekreek 18, Klundert
1 1 1
Granaat Granaat van 35 cm Granaat
Geen Geen Geen
1
Geen
Bejaardentehuis Mauritshof, Klundert Lapdijk 22, Klundert Kantoor Gemeente werken, Klundert Stadhuisring 1, Klundert
1
Voorwerp van lengte 35-40 cm en diameter van 10-12 cm Granaten van lengte 40 cm en diameter 8 cm Mortiergranaat Granaten van lengte 15 cm en diameter 5 cm Granaat
1 1
Granaat Granaat
Geen Geen
1
Geen
19763730 19791571
ABN Bank, Klundert In schaapskooi aan noordelijke gracht, Klundert
1 3
Projectiel van lengte 30 cm en diameter 10 cm Projectiel van lengte 35 cm Pantsergranaten van 7,5 cm
19792708
Zevenbergseweg Klundert Blauwhoefseweg Klundert
11,
1
Brisantgranaat van diameter 10,5 mm
Geen Zonder bodembuis, springstof aanwezig Geen
28,
10 2 1 1
Brisantgranaat van 20 mm Rookpotten Antitankgranaat Mortiergranaat 2 inch (chemisch/rook)
Geen Geen Leeg Geen
1
Artilleriegranaat chemisch van 7,5 cm (rookgranaat 7,5 cm) Rookgranaat van 75mm Brits Artilleriegranaat chemisch van 7,5 cm (Rookgranaat van 7,5 cm) Rookgranaat van 10 cm Brisantgranaat van 155 mm Handgranaat Artilleriegranaat van 75 mm chemisch (rookgranaat van 75 mm) Nihil Nihil Rookgranaat van lengte 38 cm en diameter 9 cm 2 inch mortiergranaat Brisantgranaat van 20mm Artilleriegranaat chemisch (rookgranaat) 20 lb bom (scherf)
Geen
19760161 19760272 19760756 19760845 19760879 19761507 19762755 19763641
19792965
19800035 19800054 19800116 19800721
Wilhelminastraat 21, Zevenbergen Vestkant 2, Klundert
2 1 3
1 1
19801601 19801602 19801704 19802164
Perceel Pelikaan Molenberglaan, Klundert Lapdijk, Klundert Parallelweg 17, Klundert In een weiland, Klundert Brugstraat 9, Klundert
19821163 19821871 19822762
Klundert De Aalskreek, Klundert Schansweg, Klundert
1 1 1
19823407
Torsedijk 6, Klundert
19830031
19831063
Achter het politiebureau, Klundert Blauwe Hoefsweg 28, Klundert Aalskreek, Klundert
1 1 1
19832504
Tonnekreek 18, Klundert
19830572
1 1 1 1
1 1 1
Bom van 20 lb met lengte van 40 cm en diameter van 15 cm Mortiergranaat
Geen Geen Geen Geen
Met tijdschokbuis Leeg Leeg Geen geen Leeg Geen Geen Leeg Geen Geen Leeg Met ontsteker (fuze) No 873 Geen Geen
35
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01 MORA/UO
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19832569
Firma Polak, de Appelzak industrieterrein, Klundert Buro RP Klundert, Klundert Blauwheefseweg 28, Klundert
1
Projectiel van 40 mm
Geen
1
Chemisch artilleriegranaat van 9 cm (rookgranaat van 9 cm) Brisantgranaat van 20 mm Artilleriegranaat van 90 mm (Rookgranaat van 90 mm) Rookpotten
Geen
Fragment van 20 lb bom Brisantgranaat, Duits
Geen Geen
Brisantgranaat van 155 mm
Geen Geen
Met schokbuis No. 117 Leeg
19832850 19833166
1 1 10
19833553
Blauwhoefseweg Klundert
19841445
Jachthaven Noordschans, Klundert Stoofdijk, Klundert
19841534
28,
1 1 1
Geen
Repelweg te Noordhoek, Klundert Akkerland aan de Markdijk, Klundert Noordhoeksedijk 4, Klundert Nabij Groenweg in weiland, Klundert Buitendijk Oost, Klundert Nabij gemeenteloods
1
Semi armour piercing warhead van 3 inch raket, Engels 3.7 inch brisantgranaat
1
Brisantgranaat van 155 mm, Engels
1
Rookgranaat
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
1 1 1
Brisantgranaat van 20 mm Brisant pantsergranaat van 20 mm Brisantgranaat van 81 mm, Duits
Chemisch verwerkingsbedrijf TOP, Klundert Blauwehoefsweg, Klundert Zevenbergseweg 30, Klundert Bureau in wapenkluis, Klundert Buitendijk west 7, Klundert Pelikaan 3, Klundert Moerdijkseweg in bouwland, Klundert
1
Brisant handgranaat
1
Artilleriegranaat van 9 cm (chemisch/rook) Artilleriegranaat van 25 ponder (chemisch/rook) Stengun
Leeg
General purpose van 500 pond met 30 pistool Brisantgranaat van 3.7 inch Brisantgranaat van 155 mm Klein-kalibermunitie
Geen
19911168
De Flank 5, Klundert
1
Geen
19911946
De gracht, Klundert
1
19920047
Schansweg nabij perceel 171, Klundert Noordschans 9a, Klundert Steinstraat 8, Klundert
1 1
Mortiergranaat van lengte 12 cm en diameter 4 cm Artilleriegranaat van 25 pond (chemisch/rook) Semi-Armour Piercing warhead van 60 pond Mills No. 36 handgranaat
1
Oefen bazooka
Geen
19842255 19853392 19853653 19863295 19870685 19870717 19882603 19890709 19892506 19900784 19902079 19910663 19910879
19920530 19921317
2
Geen Geen
1 1 1 1 1 15
Geen
Met afgebroken schokbuis Geen Geen Met gedeeltelijke schokbuis MK1
Geen Geen
Geen Geen Geen
Leeg Geen Geen
36
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01 MORA/UO
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19922373
Zevenbergseweg 11, Klundert Lage Zwaluwe, Zwaluwsedijk, Klundert Noordhoek Reekje, Klundert Molenberglaan, Klundert
10 1 1
Huls 10,5 cm (kort) Huls 15 cm Mortiergranaat van 8 cm, Duits
Geen Geen Geen
1
Brisantgranaat van 155 mm
Met No. 117
1
Rookgranaat van 25 ponder
Bij de ADM, industrieterrein Moerdijk aan de Vlasweg, Klundert Aan de Nieuwdijk, Klundert Schansweg 24, Klundert Niervaertweg, Klundert Vlasweg, Klundert Tonsdijk, Klundert Stoofdijk, Klundert Klundertsedijk, Klundert Klundertsedijk 6, Klundert Pelikaan 3, Klundert Korteweg 4, Klundert Suikerbergh, Klundert Klundert
1
Granaat van 7,5 cm, Oud Hollands
Met tijdschokbuis No. 221, verschoten Geen
1
Semi-armour piercing van 60 pond
Geen
1 1 4 1 1 1 1
Pantserbrisantgranaat van 5 cm Rookgranaat van 25 ponder Mortiergranaat Brisantgranaat van 5 mm Brisantgranaat van 3.7 inch Pantsergranaat van 17 ponder Brisantgranaat van 3.7 inch
Geen Leeg Geen Geen Verschoten Geen Zonder ontsteker
1 1 1 2 1 1
Brisantgranaat van 3.7 inch Brisantgranaat van 57 mm Rookgranaat van 25 ponder Brisantpantsergranaat van 75 mm, Duits Huls Brisantgranaat van 3.7 inch
Zonder ontsteker Zonder ontsteker Leeg Niet gewapend Geen Verschoten
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
Geen
1
Brisantgranaat van 5.7 inch
Zonder ontsteker
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
1
Handgranaat
1
Rookgranaat van 25 ponder, Engels
1
Rookgranaat van 25 ponder, Engels
Met restant ontsteker MK II, met restant ontsteker Met restant tijdschokbuis No. 221, verschoten Met tijdschokbuis No. 221, verschoten Met restant mechanische tijdschokbuis No. 208, verschoten Met restant ontsteker, verschoten Geen
19922374 19922691 19932137
19951240
19951561 19952353 19952644 19960180 19960531 19990570 20000937 20002346 20011718 20021592 20040623 20040843 20050332 20060019 20061097 20080783 20111114 20120610
Aan de Buitendijk Oost, Klundert Klundertsedijk 6, Klundert Zevenbergseweg 9, Klundert Akker aan de Groeneweg, Klundert Zevenbergseweg 29, Klundert Zevenbergseweg 11, Klundert
20120891
Zevenbergseweg Klundert
30,
20130733
Pelikaan 3, Klundert
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
20141009
Pelikaan 3-5, Klundert
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
20141444
Fazantweg 1,
1
Brisantgranaatpatroon van 3 inch, Amerikaans
37
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01 MORA/UO
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
20141677
Groeneweg 10, Klundert
1
Bomfragment van 20 lbs
20141921
Markdijk 1, Klundert
1
Scherfhandgranaat, Amerikaans
20150891
Brugstraat 5, Klundert
1
Rookgranaat van 25 ponder, Engels
20160742
Klundertsedijk 4, Klundert
1
Rookgranaat van 105 mm
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
Met neusbuis No. 873, niet gewapend MK II A1, gewapend Met restant tijdschokbuis No. 221, verschoten, leeg M84, zonder ontsteker, verschoten Met mechanische tijdschokbuis No. 208, verschoten Met schokbuis No. 117, verschoten Met restant mechanische tijdbuis No. 208, verschoten Met schokbuis No. 254, niet verschoten Met restant ontsteker, verschoten
20161452
Zevenbergseweg Klundert
29,
1
Brisantgranaat van 5.5 inch
20161567
Klundertsedijk, dert
Klun-
1
Brisantgranaat van 3.7 inch, Engels
20191699
’t Magesijn 2, Klundert
2
Brisantgranaat van 20 mm
20200761
Klundertsedijk 6, Klundert
1
Brisantgranaat van 3.7 inch
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat in Klundert en omgeving een aanzienlijke hoeveelheid CE in de vorm van geschutmunitie in verschoten toestand zijn aangetroffen, welke een aanvullende indicatie vormen voor het plaatsvinden van artillerie- en mortierbeschietingen. De CE welke als ‘verschoten’ zijn geregistreerd door de EODD zijn in het overzicht vetgedrukt weergegeven.
38
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 9. Overzicht van EODD meldingen in en rond Klundert. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD In de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied aangetroffen.
Figuur 10. Een overzicht van mijnenvelden in de buurt van het projectgebied. Bron data: EOD. Bron satellietbeeld: World Imagery.
39
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01
4. Luchtfotoanalyse Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek zijn verschillende luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto’s zijn geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3138
1066.2848
12 september 1944
Onbekend
Goed
100% van TOPOD het projectgebied
3204
4/1157
28 oktober 1944
Onbekend
Goed
40% van DOTKA projectgebied
4191
4/1224
4 november 1944
Onbekend
Goed
50% van LUFT projectgebied
3114
7/3738
31 december 1944
Onbekend
Redelijk
100% van LUFT projectgebied
Resultaat luchtfotoanalyse Uit de analyse van het luchtfotomateriaal zijn verstoringen binnen- en in de omgeving het projectgebied gesignaleerd. Ten behoeve van de luchtfotoanalyse zijn door BeoBOM enige verbetertechnieken toegepast om deze verstoringen duidelijker zichtbaar te maken. Op het luchtfotomateriaal van 4 november 1944 zijn vele tientallen inslagen van geschutmunitie van diverse kalibers waargenomen. Tevens zijn enkele inslagkraters van afwerpmunitie (vliegtuigbommen) en verdedigingswerken gesignaleerd.
40
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Situatie oktober 1944 Op het luchtfotomateriaal van 28 oktober 1944 zijn binnen en in de directe nabijheid van het projectgebied geen oorlogsgerelateerde verstoringen waargenomen.
Figuur 11. De situatie binnen het projectgebied op het luchtfotomateriaal van 28 oktober 1944. Luchtfotonummer: 3204. Bron satellietbeeld: World Imagery
Situatie 4 november en 31 december 1944 In tegenstelling tot het luchtfotomateriaal van 28 oktober 1944 zijn op het fotomateriaal van 4 november en 31 december 1944 vele tientallen oorlogsgerelateerde verstoringen in de vorm van inslagkraters van diverse kalibers geschutmunitie zichtbaar. Tevens zijn enkele verdedigingswerken (loopgraven en wapenopstellingen) en inslagen van afwerpmunitie zichtbaar. Ondanks de slechts gedeeltelijke dekking van het luchtfotomateriaal van 4 november mag, in combinatie met de overige, bovengenoemde, indicaties worden gesteld dat het gehele projectgebied kan worden beschouwd als zijnde getroffen door artillerie- en mortierbeschietingen. De verschillende inslagen van afwerpmunitie in de nabijheid van het projectgebied zijn afkomstig van de bombardementen door geallieerde jachtbommenwerpers op 3 november.
41
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 12. Op het luchtfotomateriaal van 4 november 1944 zijn vele tientallen oorlog gerelateerde verstoringen zichtbaar, waaronder inslagen van geschutmunitie, afwerpmunitie en diverse verdedigingswerken. Luchtfotonummer: 4191. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 13. Binnen het projectgebied zijn enkele tientallen inslagen van geschutmunitie zichtbaar. Ook is sprake van inslagen van afwerpmunitie (vliegtuigbommen, kaders, blauw) veroorzaakt tijdens de bombardementen op 3 november 1944. Tevens is binnen het projectgebied een loopgraaf gesignaleerd (pijl, geel). Luchtfotonummer: 4191. Bron satellietbeeld: World Imagery.
42
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 14. Detailweergave van de inslagen van geschutmunitie in het oostelijke deel van het projectgebied. Enkele daarvan zijn ter verduidelijking met pijlen gemarkeerd. Luchtfotonummer: 4191. Bron sattelietbeeld: World Imagery.
Figuur 15. Behalve de verschillende inslagen zijn ook enkele geschutopstellingen zichtbaar (kaders, oranje). Luchtfotonummer: 4191. Bron satellietbeeld: World Imagery.
43
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 16. De situatie binnen het projectgebied op het luchtfotomateriaal van 31 december 1944. Luchtfotonummer 3114. Bron sattelietbeeld: World Imagery.
Figuur 17. Hier zijn nog een aantal inslagen van afwerpmunitie (vliegtuigbommen, kaders, blauw) zichtbaar, die zijn veroorzaakt tijdens de bombardementen op 3 november 1944 door geallieerde jachtbommenwerpers. Luchtfotonummer 3114. Bron satellietbeeld: World Imagery.
44
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
5. Landschapsanalyse Algemeen Ten behoeve van het in kaart brengen van verstoringen in het landschap, als gevolg van oorlogshandelingen, voert BeoBOM standaard een landschapsanalyse uit met behulp van historisch kaartmateriaal, satellietbeelden, luchtfotomateriaal uit de periode 1940-1945, BAG-gegevens (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en LIDAR. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging, en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren, kunnen verstoringen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap, die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen die niet met het menselijk oog zichtbaar zijn, zijn wel zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen, wordt LIDAR hier eveneens toegepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. Naoorlogs opgehoogde gebieden onderscheiden zich duidelijk, wanneer LIDAR wordt toegepast. In de volgende paragraaf worden de resultaten van deze analyse besproken.
Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden Om na te gaan in hoeverre rond het projectgebied (ingrijpende) bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk van invloed zijn op de mate van verdachtheid, zijn de luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog, historisch kaartmateriaal en een modern satellietbeeld met elkaar vergeleken. Daarnaast is gebruik gemaakt van BAG-gegevens (Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Het analyseren van naoorlogse bodemroering is niet alleen relevant wanneer het gaat om het in kaart brengen van naoorlogs geroerde bodemlagen waarin mogelijk zonder aanvullend onderzoek kan worden gewerkt, ook zegt naoorlogse bodemroering iets over hoe verdacht een gebied precies is. Bijvoorbeeld: een bron stelt dat plaats X is beschoten door artillerie, echter kan niet exact worden aangetoond welk gebied nu is getroffen. Als de omgeving van plaats X in 1945 uit weiland bestond en in 2021 uit volledig volgebouwde woonwijken waarbij voor zover bekend tijdens de werkzaamheden nimmer CE zijn aangetroffen, dan valt mogelijk te concluderen dat dit gebied niet is getroffen door artilleriebeschietingen. In die zin kan het in kaart brengen van naoorlogse bodemroering dus als contra-indicatie dienen. Onderstaande afbeeldingen tonen de situatie rond het projectgebied in de oorlogsjaren vergeleken met de huidige situatie, gevolgd door de BAG-gegevens.
45
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 18. Een luchtfoto van het projectgebied van in de periode september 1944-november 1944. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 19. Een luchtfoto van het projectgebied omstreeks 2021. Bron satellietbeeld: World Imagery.
46
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 20. Panden gebouwd vanaf 1945 (blauw) en tot en met 1945 (rood). Bron satellietbeeld: Wold Imagery. Bron gegevens: BAG.
Resultaat vergelijking Uit bovenstaande vergelijking is gebleken dat in de periode 1945 tot heden, er in de directe omgeving van het projectgebied nauwelijks bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: Het projectgebied bestaat voornamelijk uit weiland en akker, welke naoorlogs niet ingrijpend veranderd zijn. Er is sinds 1945 geen sprake van de realisatie van bebouwing en/of boven- of ondergrondse infrastructuur van enige betekenis; Op de rand van het projectgebied zijn in 1997 twee panden (loodsen) gerealiseerd; De huidige maaiveldhoogte binnen het projectgebied varieert tussen de 0,80m+ en 0,50mNAP en wijkt daardoor niet of nauwelijks af van de hoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. In hoeverre er sprake is van een verdacht gebied en in hoeverre dit gebied op basis van naoorlogse bodemroering verkleind kan worden, wordt in hoofdstuk 6 bepaald. Hoogteverschillen Uit de analyse van het landschap middels LIDAR, zijn geen verstoringen naar voren gekomen die wijzen op oorlogshandelingen in de directe nabijheid van het projectgebied.
47
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal Algemeen Uit het onderzoek zijn indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van CE naar voren gekomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende indicaties, contra-indicaties, leemten in de kennis en conclusies voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Allereerst wordt de tabel getoond waarin specifiek wordt ingegaan op indicaties welke mogelijk leiden tot een verdacht gebied binnen- of in de directe omgeving van het projectgebied, vervolgens worden de overige (contra)indicaties en leemten in de kennis genoemd. Indicaties Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: In de directe omgeving van het projectgebied zijn door geallieerde jachtbommenwerpers bombardementen en raketbeschietingen uitgevoerd, hoofdzakelijk op het dorp Klundert; In de directe nabijheid van het projectgebied is op het luchtfotomateriaal van 4 november 1944 één inslag van afwerpmunitie gesignaleerd; Uit de literatuur, het archiefmateriaal en luchtfoto’s is gebleken dat het gehele projectgebied is getroffen door (zware) artillerie- en mortierbeschietingen; Binnen het projectgebied hebben sinds 1945 nauwelijks (ingrijpende) bodemroerende werkzaamheden plaatsgevonden; In de directe omgeving van het projectgebied zijn door de EODD
en haar voorgangers enkele tientallen ruimingen van CE uitgevoerd. Contra-Indicaties De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van CE zijn aangetroffen: Binnen het projectgebied hebben sinds 1945 beperkte bodemroerende werkzaamheden plaatsgehad (agrarische activiteit). Leemten in de kennis De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is in principe mogelijk dat CE-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld
48
Vooronderzoek CE
BB19-264-VO-01
in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden. Specifiek voor het projectgebied Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen, kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld; Niet alle naoorlogs gevonden/gemelde CE, konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Ook voor sommige MORA’s geldt, dat het niet altijd bekend is waar deze precies geplaatst dienen te worden. Dit geldt voornamelijk voor vondsten ‘op het politiebureau’ etc; De locatie en invloed van de raketbeschieting van 3 november 1944 kan op basis van het huidige beschikbare luchtfotomateriaal niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze leemte in de kennis heeft geen ingrijpende invloed op de uiteindelijke conclusie, daar het gehele projectgebied en omgeving reeds kan worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van geschutmunitie van diverse kalibers, waarvan het maximum groter is dan het gewicht/kaliber van de ingezette raketten (60 lb/3 inch); In de directe nabijheid van het projectgebied is één inslag van afwerpmunitie gesignaleerd. De overige waargenomen kraters zijn gelegen op een dergelijk grote afstand dat niet kan worden gesproken van een kraterpatroon.
Bovendien is bij de verschillende bombardementen sprake van Supermarine Spitfires welke bewapend waren met slechts één brisantbom van 500 lb, welke het vaststellen van een gegronde afbakening verder bemoeilijken. Het bronnenmateriaal bevat derhalve onvoldoende aanknopingspunten om te komen tot een verdacht gebied afwerpmunitie in de directe nabijheid van het projectgebied. Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE Op basis van de gegevens afkomstig uit de geraadpleegde bronnen, zijn diverse indicaties aangetroffen welke wijzen op de aanwezigheid van CE in de directe omgeving van het projectgebied. In onderstaande tabel wordt weergegeven welke (sub)soorten CE kunnen worden aangetroffen: Hoofdsoort
Subsoort/type
Nationaliteit
Verschijningsvorm
Verwachte hoeveelheid
Geschutmunitie
20mm t/m 155mm, diverse subsoorten Diverse
Diverse
Verschoten, achtergelaten, gedumpt
Niet feitelijk vast te stellen
Duits/geallieerd
Achtergelaten/gedumpt
Niet feitelijk vast te stellen
Diverse Diverse
Duits/geallieerd Duits/geallieerd
Achtergelaten/gedumpt Achtergelaten/gedumpt
Niet feitelijk vast te stellen Niet feitelijk vast te stellen
Diverse
Duits/geallieerd
Achtergelaten/gedumpt
Niet feitelijk vast te stellen
Klein-kalibermunitie Handgranaten Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers
49
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Horizontale afbakening verdacht gebied Op basis van de aangetroffen indicaties voor de aanwezigheid van CE als gevolg van artilleriebeschietingen en grondgevechten is onderstaand verdacht gebied vastgesteld: Verdacht gebied geschutmunitie (verschoten) diverse kalibers, 2 cm/20mm tot en met 155 mm Ter plaatse van het projectgebied is sprake van een verdacht gebied verschoten geschutmunitie. Betreffende het afbakenen van dit gebied stelt het WSCS-OCE het volgende: Indicatie: Artillerie-, mortier- of raketbeschieting. Algemene omschrijving: Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied: Situationeel te bepalen. Het WSCS-OCE biedt geen concrete handvatten ter afbakening van een gebied dat is getroffen door artilleriebeschietingen, maar laat de wijze van afbakenen aan de onderzoeker. Vanwege de hoeveelheid en spreiding van het totaal aan munitievondsten in de vorm van geschutmunitie van 1945 tot heden, vanwege de vele meldingen van beschietingen en de hoeveelheid gesignaleerde inslagkraters op het luchtfotomateriaal31 dient het gehele projectgebied en de nabije omgeving daarvan beschouwd te worden als zijnde getroffen door artillerie- en mortierbeschietingen.
Derhalve is het gehele projectgebied aangemerkt als zijnde verdacht op de aanwezigheid van CE in de vorm van geschutmunitie (verschoten), diverse kalibers, met een maximum van 155mm (geallieerd). Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (diverse nationaliteiten) Als gevolg van de aanleg van een loopgraaf kunnen binnen het projectgebied tevens CE in de vorm van (achtergelaten) klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen. Ter plaatse van deze loopgraaf is een verdacht gebied afgebakend middels een risicostraal van 10 meter (luchtfotocorrectie) vanaf de locatie van de stelling of op basis van de contouren van de loopgraaf. Tevens dient vermeld te worden dat er in de omgeving van het projectgebied diverse malen sprake is geweest van beschietingen door vliegtuigen met raketten en boordgeschut. Het bronnenmateriaal bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de gegronde afbakening van een verdacht gebied als gevolg van deze beschietingen/raketaanvallen. De exacte locatie en invloed kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Omdat echter binnen het gehele projectgebied sprake is van verdacht gebied verschoten geschutmunitie van diverse kalibers met een maximum van 155mm, is deze leemte in de kennis niet van doorslaggevende invloed op de eindconclusie en het advies. N.B.
Vanwege de afstand tot het projectgebied is ter plaatse van de overige inslagen van afwerpmunitie geen verdacht gebied afgebakend. Ook op het kaartmateriaal in de bijlage is op deze locaties geen verdacht gebied weergegeven.
31 Ondanks de (huidige) beperkte dekking van het luchtfotomateriaal kan middels het overige ondersteunende bronnenmateriaal wor-
den gesteld dat het gehele projectgebied kan worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie als gevolg van artillerie- en mortierbeschietingen.
50
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Figuur 21. Het opsporingsgebied (rood) en het verdachte gebied (oranje) verschoten geschutmunitie. In zwart (arcering) is het opsporingsgebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten weergegeven. De verdachte gebieden achtergelaten geschutmunitie (geel) zijn niet van invloed op het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Verticale afbakening verdacht gebied De verticale afbakening van het verdachte gebied is als volgt vastgesteld: Geschutmunitie diverse kalibers t/m 155mm (verschoten) Conform het WSCS-OCE is op basis van beschikbare bodemgegevens en de eigenschappen van het maximale aan te treffen CE (voor zover aantoonbaar) bepaald tot welke diepte dit type CE kan worden aangetroffen binnen het projectgebied. Op basis van sonderingen kan worden gesteld dat geschutmunitie met een maximaal kaliber van 155mm ter plaatse van het projectgebied kan worden aangetroffen tot 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel maximaal 3,00m-NAP. Klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers Ter plaatse van de verschillende schuttersputten, wapenopstellingen en loopgraven kunnen CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling/loopgraaf), oftewel 3,00m+NAP in het laagst gelegen gedeelte van het projectgebied.
51
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Conclusie en aanbevelingen Er staan in Klundert diverse bodemroerende werkzaamheden gepland t.b.v. project wegtracé variant A3 Klundert. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn verschillende feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis de feitelijke aanwijzingen, is binnen het projectgebied verdacht gebied afgebakend. Het gaat hierbij om de volgende verdachte gebieden: Verdacht gebied geschutmunitie, maximaal kaliber 155mm inch, diverse nationaliteiten, verschoten Als gevolg van de intensieve artillerie- en mortierbeschietingen rond de bevrijding in oktober/november 1944, kan het gehele projectgebied worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie van diverse kalibers en nationaliteiten. Het maximaal aan te treffen kaliber betreft brisantgranaten van 155mm (geallieerd). Dergelijke CE kunnen aangetroffen worden tot op een diepte van maximaal 2,50m-MV, ofwel 3,00m-NAP.
Verdacht gebied kkm, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten) Binnen en in de nabijheid van het projectgebied zijn door Duitse troepen in oktober/november verschillende loopgraven aangelegd. Ter plaatse van de binnen het projectgebied gelegen loopgraaf zijn mogelijk CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers achtergebleven. Dergelijke CE kunnen daarom worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling/loopgraaf), oftewel 3,00m-NAP. Tevens dient vermeld te worden dat er in de omgeving van het projectgebied diverse malen sprake is geweest van beschietingen door vliegtuigen met raketten en boordgeschut. Het bronnenmateriaal bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de gegronde afbakening van een verdacht gebied als gevolg van deze beschietingen/raketaanvallen. De exacte locatie en invloed kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Omdat echter binnen het gehele projectgebied sprake is van verdacht gebied verschoten geschutmunitie van diverse kalibers met een maximum van 155mm, is deze leemte in de kennis niet van doorslaggevende invloed op de eindconclusie en het advies. Advies: Binnen het projectgebied is sprake van diverse CE verdachte gebieden.
Gezien de resultaten van het onderzoek adviseert BeoBOM het uitvoeren van een opsporingsproces voorafgaande aan de binnen het verdachte gebied uit te voeren werkzaamheden. De opsporingsfase binnen CE onderzoek omvat het geheel van organisatie en uitvoering, te weten achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detectie, interpretatie, localisatie, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoedelijke explosieven, het tijdelijk veilig stellen van de situatie tot aan de overdracht aan de EODD en de verstrekking van een proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en bevoegd gezag.
52
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
53
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Bijlage 1. BB19-264-VO-01-OT-01 INVENTARISATIEKAART (losbladig)
54
BB19-264-VO-01
Vooronderzoek CE
Bijlage 2. BB19-264-VO-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART (losbladig)
55