CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2k. Randweg Klundert_VG_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Onderzoek NGE

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Randweg Klundert12.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KENMERK:

BB19-264-VO-01 (DEFINITIEF)

BETREFT:

VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

PROJECT:

WEGTRACÉ A3 KLUNDERT

OPDRACHTGEVER:

ECONSULTANCY

Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:

BB19-264-VO-01 53 25 februari 2021 Definitief

BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:

+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl

KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: De Britse Brandweercompagnie in de straten van het gebombardeerde Klundert, november 1944. Bron: Heemkundekring ‘Die Overdraghe’ Klundert.

Inhoud Managementsamenvatting ................................................................................................................... 5 Inleiding .................................................................................................................................................. 7 1. Algemeen ............................................................................................................................................ 8 Aanleiding ............................................................................................................................................ 8 Begrenzing projectgebied ................................................................................................................... 8 Doel ..................................................................................................................................................... 9 Terminologie ....................................................................................................................................... 9 Niet gesprongen explosieven (NGE) versus Ontplofbare Oorlogsresten (CE) .................................. 10 2. Inventarisatie bronnenmateriaal .....................................................................................................

12 Algemeen........................................................................................................................................... 12 Literatuur ........................................................................................................................................... 12 Gemeentelijk en provinciaal archief ................................................................................................. 14 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ................................................................. 15 Nationaal Archief Den Haag (NA) ...................................................................................................... 16 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ..................................................... 17 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ............................................. 17 Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD........................................................... 18 Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives ........................................................................................................

18 Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ......................................................... 21 Eerder uitgevoerde onderzoeken ..................................................................................................... 21 National Archives, Kew, Surrey ......................................................................................................... 22 The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) ................................ 23 Overige bronnen ............................................................................................................................... 24 3. Bronnenanalyse ................................................................................................................................ 25 Algemeen........................................................................................................................................... 25 Resultaten archief- en literatuuronderzoek ...................................................................................... 25 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ..................................................... 33 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden .............................................

34 Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD ............................................................. 39 4. Luchtfotoanalyse.............................................................................................................................. 40 Algemeen........................................................................................................................................... 40 Resultaat luchtfotoanalyse................................................................................................................ 40 5. Landschapsanalyse ........................................................................................................................... 45 Algemeen........................................................................................................................................... 45 Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden ................................................................................. 45 Resultaat vergelijking ........................................................................................................................ 47

Hoogteverschillen.............................................................................................................................. 47 6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal .................................................................................. 48 Algemeen........................................................................................................................................... 48 Indicaties ........................................................................................................................................... 48 Contra-Indicaties ............................................................................................................................... 48 Leemten in de kennis ........................................................................................................................ 48 Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE ........................................................................................... 49 Horizontale afbakening verdacht gebied .......................................................................................... 50 Verticale afbakening verdacht gebied...............................................................................................

51 Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................................ 52 Bijlage 1. BB19-264-VO-01-OT-01 INVENTARISATIEKAART .................................................................. 54 Bijlage 2. BB19-264-VO-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART ............................................................. 55

Managementsamenvatting Er staan in Klundert diverse bodemroerende werkzaamheden gepland t.b.v. project wegtracé variant A3 Klundert. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn verschillende feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis de feitelijke aanwijzingen, is binnen het projectgebied verdacht gebied afgebakend. Het gaat hierbij om de volgende verdachte gebieden: Verdacht gebied geschutmunitie, maximaal kaliber 155mm inch, diverse nationaliteiten, verschoten Als gevolg van de intensieve artillerie- en mortierbeschietingen rond de bevrijding in oktober/november 1944, kan het gehele projectgebied worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie van diverse kalibers en nationaliteiten. Het maximaal aan te treffen kaliber betreft brisantgranaten van 155mm (geallieerd). Dergelijke CE kunnen aangetroffen worden tot op een diepte van maximaal 2,50m-MV, ofwel 3,00m-NAP.

Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten) Binnen en in de nabijheid van het projectgebied zijn door Duitse troepen in oktober/november verschillende loopgraven aangelegd. Ter plaatse van de binnen het projectgebied gelegen loopgraaf zijn mogelijk CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers achtergebleven. Dergelijke CE kunnen daarom worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling/loopgraaf), oftewel 3,00m-NAP. Tevens dient vermeld te worden dat er in de omgeving van het projectgebied diverse malen sprake is geweest van beschietingen door vliegtuigen met raketten en boordgeschut. Het bronnenmateriaal bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de gegronde afbakening van een verdacht gebied als gevolg van deze beschietingen/raketaanvallen. De exacte locatie en invloed kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Omdat echter binnen het gehele projectgebied sprake is van verdacht gebied verschoten geschutmunitie van diverse kalibers met een maximum van 155mm, is deze leemte in de kennis niet van doorslaggevende invloed op de eindconclusie en het advies. Advies: Binnen het projectgebied is sprake van diverse CE verdachte gebieden.

Gezien de resultaten van het onderzoek, adviseert BeoBOM het uitvoeren van een opsporingsproces voorafgaande aan de binnen het verdachte gebied uit te voeren werkzaamheden. De opsporingsfase binnen CE onderzoek omvat het geheel van organisatie en uitvoering, te weten achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detectie, interpretatie, localisatie, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoedelijke explosieven, het tijdelijk veilig stellen van de situatie tot aan de overdracht aan de EODD en de verstrekking van een proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en bevoegd gezag.

N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Inleiding Projectnaam:

Vooronderzoek Conventionele Explosieven Klundert

Project:

Wegtracé variant A3 Klundert

Opdrachtgever:

Econsultancy

Projectadres:

Klundert

Besteknr./opdrachtnr.

BB19-264-01

Werkomschrijving:

Uitvoering vooronderzoek conventionele explosieven en samenstellen CE bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE

Doelstelling:

Uitvoering vooronderzoek conventionele explosieven

Uitvoerder

BeoBOM

Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Dhr. F.G.J. Barink, adviseur, senior OCE-deskundige

Auteurs:

CE-bodembelastingkaart:

Dhr. drs. M.P.F. Cornelissen Historicus

Mw. J. van der Velden MA MSc GIS-operator

Dhr. drs. J. Rotteveel Historicus

7

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

1. Algemeen Aanleiding In Klundert gemeente Moerdijk staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland t.b.v. project Wegtracé variant A3 Klundert. De mogelijkheid bestaat dat tijdens oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven in of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn achtergebleven. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Klundert, zoals getoond in dit vooronderzoek. Begrenzing projectgebied Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). Onderstaand figuur toont het projectgebied ten zuiden van Klundert. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend rapport, is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.

Figuur 1. De begrenzing van het projectgebied in de gemeente Moerdijk. Bron satellietbeeld: World Imagery.

8

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Doel Het doel van het vooronderzoek CE is om: Vast te stellen of er indicaties dan wel contra-indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied; Indien er indicaties bestaan voor de aanwezigheid van CE, vast te stellen welke (sub)soorten er kunnen worden aangetroffen; Op basis van luchtfoto-interpretatie de mogelijke locaties van achtergebleven CE zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen; Het verdachte gebied in de horizontale en in verticale dimensie af te bakenen; Een rapportage en bijbehorende CE bodembelastingkaart samen te stellen. Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken worden voor alle OO-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied dat tijdens het vooronderzoek onderzocht is. Het WSCS-OCE schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien.

Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk CE aangetroffen kunnen worden. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing).

9

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Indien er sprake is van een opsporingsgebied, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een opsporingsproces, maar ook uit aanvullend bureau-onderzoek of overige beheersmaatregelen. Onverdacht gebied - de op de CE bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE.

Figuur 2. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

Niet gesprongen explosieven (NGE) versus Ontplofbare Oorlogsresten (CE) In de praktijk wordt vaak de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met CE (conventionele explosieven). NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. Voorliggend document heeft slechts betrekking op CE, ofwel (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vallen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan. Met de ingang van 2021 is het WSCS-OCE als het ware opgesplitst in een tweetal nieuwe certificatieschema’s, te weten het CS-OOO (Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) en het CS-OO (Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten). Deze laatste heeft betrekking op het voorliggende vooronderzoek.

10

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Er is op moment van schrijven nog sprake van een zekere overgangsperiode tussen het WSCS-OCE en het CS-OO. De huidige doelstelling is dat vanaf 1 april 2021 bedrijven gebruik gaan maken van het nieuwe certificatieschema. Daar het voorliggende onderzoek aangeboden is onder het WSCS-OCE wordt in deze rapportage nog gebruik gemaakt van de afkorting CE. Onder het nieuwe certificatieschema dient men te spreken van OO: Ontplofbare Oorlogsresten. Hieronder volgen enige belangrijke definities met betrekking tot OO: ontplofbare munitie - conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake ontplofbare oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb.

2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen; achtergelaten ontplofbare munitie - ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet gebruikt is, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid; niet-gesprongen munitie - in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp gezet is of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; ontplofbare oorlogsresten - achtergelaten ontplofbare munitie en niet gesprongen munitie. Deze verandering van terminologie en definities is niet van verdere invloed op het advies dat gegeven wordt naar aanleiding van deze rapportage.

11

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

2. Inventarisatie bronnenmateriaal Algemeen Voor dit vooronderzoek CE is een inventarisatie opgesteld van de bronnen die door BeoBOM worden geraadpleegd. Onderstaande tabel toont de geraadpleegde bronnen. Bron Literatuur Gemeentelijk of provinciaal archief Nationaal Archief Den Haag Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Nederlands Instituut voor militaire historie (NIMH) Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst/Kadaster Zwolle (TOPOD) Luchtfotocollectie Aerial Reconnaissance Archives (TARA) The National Archives (TNA) Londen Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Getuigenverslagen

Verplicht (WSCS-OO) √ √

Aanvullend

Geraadpleegd

√ √

√ √ √ √

√

√ √

√

√

√

√

√ √

√

√ √ √

√ √ √

√

Literatuur Onderstaande literatuur is geraadpleegd ten behoeve van voorliggend vooronderzoek. Hierbij dient vermeld te worden dat er zowel titels op macro- als op microniveau zijn geraadpleegd. De titels op macroniveau behandelen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een breder perspectief, terwijl de werken op microniveau zich toespitsen op een specifieke streek of plaats. Het dient vermeld te worden dat het werk van dhr. Eversteijn met de nodige terughoudendheid wordt gebruikt tijdens het opstellen van het overzicht met oorlogshandelingen. Reeds meerdere malen is gebleken dat dit werk gebeurtenissen foutief heeft genoteerd, waarbij vergissingen in jaartallen, plaatsen en afgeworpen bommenlasten en dergelijke geen uitzonderingen zijn. Dat wil niet zeggen dat het werk per definitie onbetrouwbaar is als bron, echter dient er ten allen tijde een tweede bron gevonden te worden bij gebeurtenissen aangehaald in dit werk. In veel gevallen blijkt het werk van dhr. Eversteijn wel degelijk correct. Het niet gebruiken van dit werk dient derhalve als een gemis te worden beschouwd. Het belang van een tweede bron geldt overigens ook voor de andere

12

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

werken: er wordt gestreefd naar minimaal één aanvullende bron per genoteerde gebeurtenis. Afwezigheid van een tweede bron en inschatting van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen wordt in dit rapport tevens weergegeven. Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Bollen, H. en Vroemen, P., Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – voorjaar ’45 (1992). Boven, I. van, Canon van Moerdijk. De geschiedenis, cultuur en leefomgeving van de gemeente Moerdijk; inzicht in verleden en heden (Utrecht 2012). Brongers, H.H., Opmars naar Rotterdam, van Maasdijk tot Moerdijk deel 2 (Baarn 1982). Buitenkamp, J., Van de Mark naar de Moerdijk, oorlog en bevrijding in woord en beeld. Didden, J. en Swarts, M., Autumn Gale/Herbst Sturm. Kampfgruppe Chill, Schwere Heeres Panzer-Jäger-Abteilung 559 and the German recovery in the autumn of 1944 (Boxtel 2013). Engelse, A den, De Binnenlandse Strijdkrachten te Klundert 5 november 1944 tot 24 maart 1945 (z.p. 1996). Everitt, C. en Middlebrook, M., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). Hoegh en Doyle, Timberwolf Tracks. The History of the 104th Infantry Division 1942-1945. Middlebrook, M.

en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.).

13

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Gemeentelijk en provinciaal archief

Ten behoeve van dit vooronderzoek zijn een aantal archiefstukken geïnventariseerd en geanalyseerd. In het archief van het gemeentebestuur Klundert zijn diverse stukken geïnventariseerd en geraadpleegd. Daarnaast zijn er ook een aantal archiefstukken uit het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) meegenomen in dit onderzoek. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties1 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage.

Gemeentebestuur Klundert 1811-1940 451 Inventaris van het archief van het gemeentebestuur Klundert (1811-1940) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

451

3739

Stukken betreffende de luchtbeschermingsdienst 19361940 Stukken betreffende de luchtbeschermingsdienst, overige stukken, 1936-1940 Stukken betreffende oorlogsschade aan gebouwen 1940

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Ja, heeft betrekking op oorlogsschade

3740 3735 4115

Stukken betreffende legerlasten (vordering, inkwartiering, schade)., 1811-1940

476 Inventaris van het archief van het gemeentebestuur Klundert (1941-1970) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

476

8115

Basisplan voor de wederopbouw van Moerdijk, 1950

8116

Lijsten van verwoeste panden en te onteigenen percelen, 1945-1948 Puinonteigening en puinruiming in het kader van de wederopbouw, 1945-1959 Herstel van oorlogsschade, oorlogsschade 1940, 1941-1946

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Ja, heeft betrekking op oorlogsschade Ja, heeft betrekking op oorlogsschade Ja, heeft betrekking op oorlogsschade Nee, betreft geen indicaties voor de aanwezigheid van CE Nee, betreft geen indicaties voor de aanwezigheid van CE

8118 8435 8436 8479

Herstel van oorlogsschade, lijsten met verwoeste en te onteigenen percelen, 1946 Luchtbeschermingsdienst, luchtbeschermingsdienst kern Klundert, 1941-1944

1 Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan, ver-

dacht is op de aanwezigheid van CE. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt.

14

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

8483

Luchtbescherming, instelling van de vaste kern Moerdijk van de luchtbeschermingsdienst, 1942-1943 Ontploffingen, ontbrandingen, dossier betreffende de opgaven van munitie, 1946

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Ja, melding van vliegtuigcrash en mogelijke blindganger aan de buitendijk, Klundert Ja, verslag van oorlogshandelingen in de directe omgeving van Klundert

8486

8797

Verslag van oorlogshandelingen in 1944 en 1945, 1945

Brabants Historisch Informatiecentrum 1148 Provinciaal Bestuur Noord-Brabant Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1148

100

Vordering provinciaal eigendom voor landsverdediging, 1939 Luchtbescherming waterleidingbedrijven, 1939-1940

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

441 442 443 790 901

Bescherming tegen luchtaanvallen op waterstaatswerken dienende tot waterkering en waterlozing, 1939-1943. Lijsten oorlogsschade aan eigendommen, provincie, gemeenten en waterschappen, 1944 Onteigeningen voor reconstructies als gevolg van oorlogsschade provinciale weg, wegvak 8, 1940-1950 Oorlogsschade aan wegen, bruggen enz. en overleg over schadeloosstelling met Commissariaat voor Oorlogsschaden

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD is onderzoek gedaan in enkele dossiers. In onderstaande archiefstukken is gezocht naar mogelijke indicaties en contra-indicaties met betrekking tot het projectgebied. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. NIOD 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

077

1328

Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943

Ja

1332

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

15

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 216k Departement van Justitie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

216k

178

Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945

180

Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944 Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober – 8 december 1944

Nee, betreft geen indicaties voor de aanwezigheid van CE (enkel informatie m.b.t. notities van besprekingen, vergaderingen etc.) Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

186

637

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

Nationaal Archief Den Haag (NA) Ten behoeve van het vooronderzoek, zijn enige aanvullende stukken in het Nationaal Archief Den Haag geraadpleegd. Het gaat hierbij om onderstaande stukken. Indien relevant, zijn deze verwerkt in het overzicht met oorlogshandelingen in deze rapportage. 2.04.53.15 lsp. Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.53.15

37

Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant

78

Noord-Brabant, 1940-1941

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst 1945-1974 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.110

20

Registers met krantenknipsels inzake explosieven (z.d.)

21

Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1945-1947)

22

Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1957-1959)

27

Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig

Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie

16

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.25

1563

Rapporten betreffende bom- en granaatinslagen Limburg, Noord-Brabant en Zeeland

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.71

368

Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland (1941, 1944-1945)

576

Stukken betreffende Luchtaanvallen op Nederland (194045) Stukken betreffende luchtaanvallen en inundaties van Nederland (1944-1945) Stukken betreffende bombardementen en beschietingen, voornamelijk van en op Nederland (1941-1945) De archieven v/h ministerie van Defensie/Oorlog Londen en afwikkeling en hieronder vallende instanties

Ja, betreft een melding van een nachtelijke luchtaanval op de Moerdijk bruggen Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

577 1787 2065

4.MBF Inventaris behorend tot het archief van M. Bokhorst, verbindingsofficier van het Militair Gezag 1944-1945 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

4.MBF

5

Gemeentekaart van Nederland, 1943

Ja

2.13.151 Verbaalarchief Ministerie van Defensie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.151

5914

Overzicht bombardementen

Nee, geen betrekking op het projectgebied.

Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van het projectgebied sinds 2010. De ruimingen die plaatsvonden vóór 2010, zijn tevens opgevraagd.

17

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01

Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD De collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD is geraadpleegd om na te gaan of er ten tijde van de oorlog binnen het projectgebied mogelijk mijnenvelden zijn aangelegd. Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote hoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Het blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt te allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen.

Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie. Uit de collectie van de Bibliotheek Universiteit Wageningen (DOTKAdata), de Luftbilddatenbank (LUFT), de Topografische Dienst Zwolle (TOPOD) en het Laurier Military History Archive (LMHA) is het beschikbare luchtfotomateriaal voor deze locatie geïnventariseerd en beoordeeld op kwaliteit. In de collecties van TOPOD en DOTKA is fotomateriaal beschikbaar gebleken van (kort) vóór de oorlogshandelingen rond de bevrijding in oktober/november 1944. Via de Luftbilddatenbank zijn foto’s van tijdens de gevechten (4 november 1944) – en na de bevrijding (31 december 1944) verkregen. Luchtfotonummer(s) Sortie

Datum

Schaal

Kwaliteit

Dekking

Bron

3138

106G/2848

12 september 1944

Onbekend

Goed

100% van TOPOD het projectgebied

3204

4/1157

28 oktober 1944

Onbekend

Goed

40% van DOTKA het projectgebied

4191

4/1224

4 november 1944

Onbekend

Goed

50% van het LUFT projectgebied

3114

7/3738

31 december 1944

Onbekend

Redelijk

100% van LUFT het projectgebied

18

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Dekking luchtfoto’s

Figuur 3 100% dekking 12 september 1944 t.o.v. het projectgebied. Luchtfotonummer: 3138. Bron satellietbeeld: World Imagery.

Figuur 4. 40% dekking 28 oktober 1944 t.o.v. het projectgebied. Luchtfotonummer: 3204. Bron satellietbeeld: World Imagery.

19

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Figuur 5. 50% dekking 4 november 1944 t.o.v. het projectgebied. Luchtfotonummer: 4191. Bron satellietbeeld: World Imagery.

Figuur 6. 100% dekking 31 december 1944 t.o.v. het projectgebied. Luchtfotonummer 3114. Bron satellietbeeld: World Imagery

20

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van stellingen en verdedigingswerken binnen het projectgebied. Om deze reden is geen aanvullend onderzoek in de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands grondgebied in de oorlog/rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan bureau inlichtingen Londen’ van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Ter plaatse van het projectgebied werden geen aanwijzingen gevonden dat er in de nabijheid van het projectgebied gevechtshandelingen plaatsvonden in de meidagen van 1940. Derhalve was het niet noodzakelijk de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en –rapporten mei 1940’ te raadplegen. Eerder uitgevoerde onderzoeken Bij BeoBOM zijn verschillende eerder uitgevoerde (voor)onderzoeken voor de (directe) omgeving van het projectgebied bekend. De resultaten uit die onderzoeken zijn meegenomen in het voorliggend rapport. Rood: AVG, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Blauwe Hoef Klundert (Projectnummer: 2062039VO-02, d.d. 27 juli 2020). In opdracht van de gemeente Klundert heeft de firma AVG in 2020 een vooronderzoek uitgevoerd ten behoeve van project Blauwe Hoef.

Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal werd het gehele projectgebied afgebakend als zijnde verdacht op de aanwezigheid van CE in de vorm van geschutmunitie (verschoten). Daarnaast werden, als gevolg van bombardementen, enkele verdachte gebieden aangemerkt waarbinnen CE in de vorm van afwerpmunitie (vliegtuigbommen) kunnen worden aangetroffen. Blauw: BeoBOM, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Ecologische Verbindingszone Klundert (kenmerk: 2015-75-VO-01, d.d. 9 oktober 2015). In 2015 heeft BeoBOM een vooronderzoek uitgevoerd voor een viertal deellocaties in het kader van het project Ecologische Verbindingszone Klundert. Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal werden diverse verdachte gebieden afgebakend. Ter plaatse van deellocaties A, B en C (gelegen in de nabijheid van het huidige projectgebied) werd vastgesteld dat als gevolg van artillerie- en mortierbeschietingen sprake was van de mogelijke aanwezigheid van CE in de vorm van verschoten geschutmunitie met een maximaal kaliber van 155mm, tot een diepte van 3,50m-MV, oftewel 2,90m-NAP.

21

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01

Figuur 7. Overzicht van de twee vooronderzoeken in relatie tot het huidige projectgebied. In rood het vooronderzoek van AVG. In blauw het vooronderzoek van BeoBOM uit 2015. Het huidige projectgebied is in groen weergegeven. Bron satellietbeeld: World Imagery.

National Archives, Kew, Surrey In The National Archives zijn diverse stukken van de Royal Air Force (RAF) geraadpleegd. Waar relevant, is de aangetroffen informatie toegevoegd aan het overzicht met oorlogshandelingen. AIR14 – Air Ministry: Bomber Command Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

14

2679

Night Bomb Raid Sheets Vol. XVI

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

AIR25 – Air Ministry and Ministry of Defence: Operations Record Books, Group Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

25

53

Operations Record Book No 3 Group (1944)

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

AIR27 - Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

27

600 732

Operations Record Book No 66 Squadron Operations Record Book No 90 Squadron

889

Operations Record Book No 115 Squadron

929

Operations Record Book No 127 Squadron

Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Ja

22

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1738

Operations Record Book No 341 Squadron

Ja

1528

Operations Record Book No 257 Squadron

Ja

1559

Operations Record Book No 266 Squadron

Ja

1933

Operations Record Book No 485 Squadron

Ja

AIR37 - Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports

Toeg.nr 37

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

715

2nd Tactical Air Force: Daily Log. September-October

716 717

2nd Tactical Air Force: Daily Log. November-December 2nd Tactical Air Force: Daily Log. January-February

718

2nd Tactical Air Force: Daily Log. March-May

Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied Nee, geen aantoonbare betrekking op projectgebied

Ook zijn er in The National Archives diverse stukken van het de 146 Brigade en de daartoe behorende Kings Own Yorkshire Light Infantry geraadpleegd. Deze brigade heeft tijdens de bevrijding in en rondom Klundert gevochten. Toeg.nr

Inv.nr

Eenheid

Periode

Relevant

WO 171

664

146 Infantry Brigade

November 1944

1324

Kings Own Yorkshire Light Infantry

November 1944

Ja, bevat informatie m.b.t. beschietingen in of nabij Klundert Ja, bevat informatie m.b.t. beschietingen in of nabij Klundert

The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) In het recente verleden heeft BeoBOM onderzoek gedaan in de Amerikaanse archieven te Washington (NARA). Hier zijn o.a. zogenaamde Defense Overprints en Damage Assessment Reports voor verschillende plaatsen in Nederland ingezien. Met betrekking tot het projectgebied is geen Defense Overprint aangetroffen.

23

BB19-264-VO-01

Vooronderzoek CE

Overige bronnen Ter aanvulling van de als verplicht gestelde bronnen als beschreven in het WSCS-OCE zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere bronnen geraadpleegd. Via de database www.delpher.nl zijn diverse krantenartikelen uit de periode 1940-1945 geraadpleegd. ahn.nl; beeldbankwo2.nl; gahetna.nl; google earth; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl; CanonvanMoerdijk.nl.

24

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01

3. Bronnenanalyse Algemeen In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. Resultaten archief- en literatuuronderzoek Op basis van het verrichte archief- en literatuuronderzoek, is hieronder een overzicht gegeven van de verschillende oorlogshandelingen die plaats hebben gehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt door BeoBOM nader toegelicht in hoeverre deze gebeurtenis relevant is voor/van invloed is op het huidige projectgebied en of er sprake is van een tweede, bevestigende bron. Het WSCS-OCE zegt hierover dat bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal de volgende uitgangspunten [worden] gehanteerd: De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijk verifieerbare bronnen. Indien slechts één bron is aangetroffen, wordt dat duidelijk aangegeven in de rapportage. In de rapportage wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat. In de kolom relevantie zal derhalve tevens worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de bronnen. Datum 1940 Meidagen 1940

1941 1941 1942 11/12 april 1942

Gebeurtenis

Relevantie

Zover bekend vinden tijdens de Duitse inval in Klundert en direct omgeving geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats. In de wijde omgeving echter wel. In de omgeving van de Moerdijkbruggen worden door Nederlandse en Duitse toestellen diverse bombardementen uitgevoerd en vinden enkele vliegtuigcrashes plaats. Bovendien wordt ter plaatse van de opgangen naar de Moerdijkbruggen (Bruggenhoofd Moerdijk) zware strijd geleverd tussen Nederlandse troepen en Duitse luchtlandingstroepen. Zevenbergen wordt beschoten door artillerie en loopt schade op. Deze oorlogshandelingen zijn echter geen van allen van invloed op het projectgebied.2

Nee, geen van de gebeurtenissen kan met zekerheid worden herleid tot het gebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

In Klundert en omgeving vinden in 1941 geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats. Een tweemotorige bommenwerper, type A20 ‘Boston’ mk.III (registratienummer Z2210) van No 418 Squadron, Royal Air Force, gevlogen door P/O Willis komt om 00:25 uur neer ‘at Klundert – Fijnaart road’.3

Nee, de exacte locatie van deze crash is onbekend. Uit de omschrijving blijkt geen directe invloed op het projectgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de

2

www.zuidfront-holland1940.nl, Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s Gravenhage 2012).

3 SGLO, crash database, crashnummer T1476.

25

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Datum

Gebeurtenis

Relevantie meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

27/28 april 1942

Wederom stort een A20 Boston (Z2240) van No 418 Squadron neer in de omgeving van Klundert. Dit toestel, gevlogen door Flight Officer Askwith, komt om 01:45 uur neer ten noorden van de Noordlangeweg tussen Willemstad en Klundert.4

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash is onbekend. Uit de omschrijving blijkt geen directe invloed op het projectgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

1943 12/13 mei 1943

Te Noordschans komt om 03:28 uur een Britse Vickers Wellington van No 426 Squadron, gevlogen door Warrant Officer K.F. Fighter, neer.5

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash is onbekend. Uit de omschrijving blijkt geen directe invloed op het projectgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

4 oktober 1943

Een Hawker Typhoon 1B (Registratienummer JP791) van No 198 Squadron, gevlogen door Squadron Leader Cooper stort om 11:30 uur neer ten noordwesten van Klundert.6

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash is onbekend. Uit de omschrijving blijkt geen directe invloed op het projectgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

1944 16/17 september 1944

In de nacht van 16 op 17 september vond er een aanval plaats op luchtafweerbatterijen rond de Moerdijk-bruggen: ‘Zeven-en-vijftig bommenwerpers namen aan dit bombardement in den nacht van 16/17 September deel. Twee-honderd

Niet aantoonbaar relevant. Deze gebeurtenis heeft geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

4 SGLO, crashnummer T1495. 5

SGLO, crashnummer T2300.

6 SGLO, crashnummer T2926.

26

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Datum

Gebeurtenis vier-en-negentig ton brisantbommen werden afgeworpen, goede resultaten werden bereikt’.7

Relevantie Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

Uit de Night Bomb Raid Sheets van Bomber Command blijkt dat het bombardement wordt uitgevoerd door 48 Avro Lancasters behorende tot No 3 Group Bomber Command, voorgegaan door 11 DeHavilland Mosquito’s, welke dienst doen als Pathfinders.8 Het Operations Record Book van No 3 Group vermeldt hierover het volgende: ‘Target Moerduk Railway Bridge. Detailed 48 Lancasters. Abortive Nil. Cancelled Nil. Missing 2. This very small target, calling for very accurate bombing was bombed in clear weather from 9,000 feet wit apparently good results, and photographs have since shown the bridge hit and severed. While flak over the target was negligible, very heavy flak was met from Rotterdam on the way in and this was probably where we lost our aircraft.’9 Uit de crash database van de SGLO blijkt dat niet de genoemde ‘flak’, maar een botsing de oorzaak is van het verloren gaan van twee Lancasters, het ene toestel behorende tot No 90 Squadron, het andere tot No 115 Squadron. Beide toestellen komen neer in de omgeving van Strijen. 10 Uit de rapporten van de beide Squadrons blijkt inderdaad dat de aanval als zeer succesvol wordt beschouwd. Zo spreken de vliegers van No 90 Squadron over een ‘good’ of ‘excellent’ trip en een ‘wizard prang’.

Wél blijkt dat de bommen – voorgegaan door Target Indicators - hoofdzakelijk op de bruggen zijn gericht, al worden ook vlammen en explosies in de buurt daarvan gerapporteerd. De melding van explosies en vlammen doen vermoeden dat ook één van de landhoofden (en daarmee omgeving van de opstellingen van luchtdoelgeschut) zijn getroffen. Alle toestellen, zowel die van No 90 Squadron als die van No 115 Squadron, zijn geladen met 11x 1000 lb en 4 x 500 lb bommen.11 31 oktober 1944

7

Op deze datum zijn de geallieerden voldoende genaderd om te beginnen met de beschieting van Klundert en omgeving.12

Relevant. Deze melding heeft betrekking op Klundert en omgeving. Uit het

NA, toeg. nr, 2.13.71, inv. nr, 368.

8 TNA, AIR14/2679. 9 TNA, AIR25/53. 10 SGLO, crash database, crashnummers T4026 en T4027. 11

TNA, AIR27/732 en TNA, AIR27/889.

12 Heemkundekring Die Overdraghe, Oorlogsherinneringen uit Klundert 1944-2009. Ter gelegenheid van 65 jaar bevrijding.

27

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Datum

Gebeurtenis

Relevantie luchtfotomateriaal blijkt dat bij deze beschietingen ook het projectgebied is getroffen. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

2 – 5 november 1944

3 november 1944

Vanaf 2 november intensiveren de oorlogshandelingen tussen de Duitsers en de uit het zuiden oprukkende geallieerden. Deze oorlogshandelingen gaan onafgebroken door, totdat de gemeente Klundert, met uitzondering van de gehuchten Roodevaart en Moerdijk (Klundert’s deel) op zondag 5 november door de geallieerden wordt bevrijd. Bijna alle gebouwen in de meer bebouwde centra van de gemeente lopen lichte of zware schade op tijdens deze periode. De torens van de R.K. en N.H. kerken te Klundert, worden door de Duitsers op 4 november aan het eind van de ochtend opgeblazen.13

Relevant. Deze melding heeft betrekking op Klundert en omgeving. Uit het luchtfotomateriaal blijkt dat bij deze oorlogshandelingen/beschietingen ook het projectgebied is getroffen.

Ter ondersteuning van de opmars van de geallieerden werd Klundert, in de Amerikaanse sector en het centrum van de Duitse verdediging, in de middag zwaar gebombardeerd.14 De gemeentelijke motorbrandspuit werd bij deze bombardementen compleet verwoest, waardoor slechts de motorspuit van de meubelfabriek beschikbaar is.15 Er werden diverse aanvallen uitgevoerd door Supermarine Spitfires, van No 12, No 66, No 127 Squadrons (132 WING) en No 341 Squadron (145 WING). Daarnaast waren er ook twee Squadrons (No 257 en No266) van 146 WING bij betrokken, die waren uitgerust met Hawker Typhoons. De diverse Squadrons rapporteerden op 3 november het volgende:

Relevant. Deze gebeurtenissen vinden plaats in de directe nabijheid van, en gedeeltelijk binnen, het projectgebied.

No 66 Squadron wordt tussen 13:15 en 14:15 uur uitgestuurd voor een gewapende verkenning (armed recce) met bommen in de omgeving van Klundert, waar Duitse troepen aanwezig zouden zijn. Er wordt boven het hele doelgebied enorme ‘accurate flak’ waargenomen en vier toestellen worden geraakt. Twee van deze toestellen weten met succes de thuisbasis te bereiken. Van de twee andere piloten

Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

Op het luchtfotomateriaal zijn verschillende inslagen van afwerpmunitie (vliegtuigbommen) en geschutmunitie zichtbaar. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

13 BHIC, toeg. nr. 476, inv. nr. 8797. 14 Engelse, De Binnenlandse Strijdkrachten te Klundert 5 november 1944 tot 24 maart 1945, Didden, Einddoel Maas. De strijd in zuidelijk

Nederland tussen september en november 1944. Didden, J. en Swarts, M., Autumn Gale/Herbst Sturm. Kampfgruppe Chill, Schwere Heeres Panzer-Jäger-Abteilung 559 and the German recovery in the autumn of 1944 (Boxtel 2013). 15 BHIC, toeg. nr. 476, inv. nr. 8797.

28

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Datum

Gebeurtenis wordt later op de dag bekend dat ze een noodlanding hadden gemaakt. Hiervan komt één, Flight Sergeant Woodhouse (Spitfire LF.IX PT930)16 terecht in het door geallieerde troepen bezet gebied. No 66 Squadron werpt acht bommen af op het centrum van Klundert en een nabijgelegen ‘hamlet’, welke daarna met boorgeschut worden beschoten, waarbij zes gemotoriseerde voertuigen vernietigd.

Relevantie

Later op de dag vindt er nog een missie plaats, een patrouille bij Klundert. Het Squadron heeft deze keer de opdracht Duitse posities en troepenbewegingen te bombarderen en beschieten. Groepjes van twee toestellen met een interval van 15 minuten, dienden op te stijgen. Toen er echter drie groepen in de lucht waren, werd de operatie afgelast. Twee van de groepen voeren uiteindelijk alsnog bombardementen uit op stellingen bij Klundert en Geertruidenberg.17 Onder leiding van Wing Commander Berg stijgen er om 11.10 uur, twaalf toestellen van No 127 Squadron op. Omdat het primaire doel niet wordt gelokaliseerd, wijken de Spitfires uit naar Klundert waar ze met veel succes een aanval uitvoerden. Er worden 8 x 500 Ib bommen boven de stad afgeworpen. Vier bommenvallen buiten het doelgebied. Na het bombardement wordt Klundert ‘well and truly strafed’. Bij deze beschieting worden twee MET (mechanized enemy transport) vernietigd. Klundert en een batterijpositie in westelijke richting worden gerapporteerd als ‘full of HUN[S]’ (Duitse troepen). Verder maken de vliegers melding van redelijk nauwkeurig afweervuur vanuit het doelgebied.18 Om 13:05 uur stijgen er twaalf toestellen van No 341 Squadron op onder leiding van Captain Andrieux. In eerste instantie bestaat het doelwit uit geschutopstellingen bij Willemstad.

Het Squadron word echter omgeleid en bombardeert in plaats daarvan het dorp Klundert. In totaal werpen de Spitfires in totaal tien bommen op het, door een eerdere aanval, al in brand staande plaatsje. Er raakt één toestel beschadigt door Duits luchtafweergeschut. Het hele Squadron landt uiteindelijk weer om 14:25 uur.19 Ook het No 257 Squadron, uitgerust met Typhoons bewapend met bommen, voert op deze dag vanaf 13:00 uur een 16 SGLO, crashnummer T4624. 17 TNA, AIR 27/600. 18

TNA, AIR 27/929.

19 TNA, AIR 27/1738.

29

BB19-264-VO-01 Datum

Vooronderzoek CE Gebeurtenis ondersteuningsmissie uit. De twee leiders, Squadron Leader D.F. Jenkins en Pilot Officer E.J. Whitfield voerden ‘cluster bombs’ mee terwijl de overige zes toestellen waren uitgerust met 500 lb bommen met ‘11 second delay’. De piloten nemen geen resultaten waar, omdat het doel alleen een ‘map reference’ betreft. Andere toestellen van dit Squadron vallen artillerie en infanterie-eenheden aan die zich in de richting van de Maas in de buurt van Klundert bewegen. Alle bommen vallen in het doelgebied en een weg wordt beschoten met boordgeschut.20

Relevantie

Ook No 266 Squadron voert op deze dag vanaf 13:05 uur een aanval uit met Hawker Typhoons, welke ieder bewapend zijn met acht 60 Ibs raketten. Ze vuren in totaal 56 raketten op een ‘counter attack developing at Klundert’ en beschieten vervolgens een weg van D.784455 [omgeving Verlaatstraat] tot D.780449 [Stoofdijk]. De piloten nemen geen beweging waar en ook worden er vanwege slechte weersomstandigheden geen resultaten waargenomen. 21

Figuur 8. Indicatieve weergave van het gedeelte van de Stoofdijk dat door No 257 Squadron onder vuur werd genomen. Luchtfoto 31 december 1944, luchtfotonummer: 3114.

4 november 1944

20

Op deze datum voert No 485 Squadron tussen 11:35 uur en 14:35 uur aanvallen uit in het gebied rond Zevenbergen. Er werden verschillende doelwitten ‘bombed and straffed’ in

Relevant. Deze gebeurtenissen hebben betrekking op de (directe) omgeving van het projectgebied.

TNA, AIR 27/1528.

21 TNA, AIR 27/2665.

30

BB19-264-VO-01 Datum

Vooronderzoek CE Gebeurtenis en rondom Zevenbergen. Alle bommen vallen in het doelgebied. Door de ‘straffing attacks’ waarvan er drie plaatsvinden, ontstaan verschillende branden.22 Auteur Eversteijn meldt dat ook Klundert op deze datum wordt getroffen, waaronder de woning van dhr. Lodders aan de Tonnekreek en woningen in de Molenstraat, Oosterstraat, Westerstraat, Steinstraat en Voorstraat. 23

Relevantie Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

Inmiddels is het 1ste bataljon van het 4th King’s Own Yorkshire Light Infantry Regiment Klundert genaderd. Dit Regiment krijgt de opdracht de plaats in te nemen. Het bevond zich op 3 november al bij de Boerendijk, maar ondervond daar veel weerstand vanuit Duitse versterkingen op de Oude Stoof. Deze versterkingen worden zonder veel resultaat door Spitfires gebombardeerd. Bij de ondersteunende artilleriebeschietingen worden uiteindelijk duizenden granaten op de Oude Stoof en Klundert afgevuurd. 24 5 november 1944

6 november 1944

Klundert wordt zwaar onder vuur genomen met fosforgranaten.25 Aan het begin van de middag nemen de Duitsers Klundert onder vuur door middel van op de grond staand geschut. De grootste verwoestingen aan de bebouwing kunnen aan deze beschietingen worden toegeschreven.26 Na de beschietingen trekt het Britse 4th KOYLI regiment om 13:30 uur het brandende dorp binnen. De eenheid rapporteert dat er op dat moment geen vijandelijke troepen meer aanwezig zijn.27

Relevant. Deze gebeurtenissen hebben betrekking op de (directe) omgeving van het projectgebied.

Om 05:00 uur arriveert de Britse Army Fire Service (AFS) om de verschillende branden in Klundert te blussen.28

Relevant. Deze gebeurtenis heeft betrekking op de (directe) omgeving van het projectgebied.

Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

1945 November maart 1945

–

Voor deze periode wordt melding gemaakt van het vallen van een groot aantal granaten in Klundert en omgeving,

Ja, deze gebeurtenis heeft betrekking op de (directe)

22 TNA, AIR 27/1933. 23 Eversteijn, Bombardementen, raketbeschietingen (2011). 24

Engelse, , De Binnenlandse Strijdkrachten te Klundert 5 november 1944 tot 24 maart 1945, Didden, Einddoel Maas. De strijd in zuidelijk Nederland tussen september en november 1944, en Klep, De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank. 25 Engelse, De Binnenlandse Strijdkrachten te Klundert 5 november 1944 tot 24 maart 1945, Didden, J., Einddoel Maas. De strijd in zuidelijk Nederland tussen september en november 1944, en Klep, De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank. 26BHIC, toeg. nr. 476, inv. nr. 8797. 27 TNA, WO77/664. 28 TNA, WO77/1324.

31

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01 Datum

Gebeurtenis waarbij een groot aantal gebouwen worden verwoest en veel mensen gewond raken of om het leven komen.29

Relevantie omgeving van het projectgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen beschreven en de meldingen worden derhalve als betrouwbaar ingeschat.

1946

27 maart 1946

Er wordt melding gemaakt van: ‘een bom, van klein caliber en van Duitsche oorsprong, welke is afgeworpen door een later in het Holl. Diep neergestort Duitsch vliegtuig in een sloot naast het land van Bezooijen aan de sluis bij den Grooten Hil, tegenover Jac. Wijtvliet, van den Buitendijk te Klundert. (In het najaar van 1940, is dit terrein na het vallen van bommen nog afgezet geweest met de gebruikelijke bordjes’.30

29

Niet aantoonbaar relevant. Uit de omschrijving blijkt niet dat deze gebeurtenis ook betrekking heeft op het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts één bron beschreven, echter is dit een officieel document, waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.

BHIC, toeg. nr. 476, inv. nr. 8797.

30 BHIC, toeg. nr. 476, inv. nr. 8486.

32

Vooronderzoek CE

BB19-264-VO-01

Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen het projectgebied door de Munitie- en Mijnenopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. DATUM

LIGPLAATS

BENAMING/SOORT

BIJZONDERHEDEN

12 oktober 1945 4 juni 1946

Dijkvak tussen de Roodevaart en het dorp Moerdijk Klundert

Mijnen

12 oktober 1945 13 juni 1946 28 maart 1947 18 april 1947 2 mei 1947

Dijkvak tussen de Roodevaart en het dorp Moerdijk Klundert

Onbekend Mijnen

Er bevinden zich in dit gebied nog mijnen De burgermeester der Gemeente Klundert verklaart dat er zover hem bekend, momenteel geen explosieve stoffen of mijnen in de gemeente meer aanwezig zijn Geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=577a575c-5cbf-4ae0-8143-fe40b6db9eae