CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl raad 2023 m 11 d 07

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vergadering 7 november 202318.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

aandachtspunt in het nieuwe beleidsplan dat het college gaat opstellen. Fijn dat het een aandachtspunt is, maar wat mogen wij dan verwachten? Wij vragen met klem uit te zoeken wie schulden heeft, hoe groot ze zijn en wat er voor de huishoudens kan verbeteren en wat daar vooren nadelen voor de gemeente van zijn. En de gemeenteraad nog voor de zomer te informeren over de resultaten van dat onderzoek. Initiatief vanuit de inwoners. Het verder groen en klimaatbestendig maken van onze woonkernen is meer afhankelijk geworden van enthousiaste initiatieven van inwoners die zelf iets willen veranderen dan van een ambitie vanuit het college. Het college geeft aan 'personele capaciteit en financiële middelen ontbreken'. Maar een goed initiatief is altijd welkom en er wordt graag naar gekeken. Deze afwijkende houding zien we graag veranderd in een proactieve benadering. Biedt bewoners en bewonersgroepen letterlijk en figuurlijk handvatten waarmee ze de buurt kunnen vergroenen. Laat bijvoorbeeld Stichting Steenbreek een rol vervullen en breng mensen op ideeën voor wat ze kunnen doen om bij te dragen. Organiseer bijvoorbeeld een wedstrijd. Het kost weinig, maar je kunt er veel mee bereiken.

Een beetje een antwoord op de VVD en D66 had het er ook al over, na het vaststellen van deze begroting gaat het college kijken naar het proces hoe te komen tot een bezuiniging en ombuigingsopgave, zodat we voorbereid zijn wanneer een dergelijke aanpak daadwerkelijk nodig is. Hierin richt het college zich niet op de inhoud, dus het wat, maar op het hoe. Rond de Kadernota 2025-2028 waarbij de effecten van de meicirculaire worden meegenomen hebben we dan een beter en vollediger beeld van de meerjarenontwikkeling. Dan kunnen wij een betere inschatting maken of en in welke mate we dus ook het inhoudelijke traject met elkaar moeten vormgeven. We hebben dus al de toezegging van de het college dat er een draaiboek komt. Nu willen we alleen nog weten wanneer we dat draaiboek mogen ontvangen. Voorzitter, ik kom tot een afronding. Het beeld dat bij ons sterk is blijven hangen is dat het college maar wat ronddobbert. En wel ziet wat er nog gaat komen. Ze doen wat ze wettelijk moeten doen en kijken wat het kost en voor de rest, geen nieuws. OGP Midden-Delfland roept het college op om niet langer te wachten, maar vaart te maken en koers te bepalen.

We krijgen een nieuwe bestuurder, een stip op de horizon met de visie 2050 en we weten welke grote uitdagingen ons in 2024 te wachten staan: de komst van een azc, het bouwen van woningen, in contact blijven met onze inwoners en ze betrekken bij wat er in hun omgeving staat te gebeuren. Het verbeteren van de bereikbaarheid, enzovoort. College, waar wachten we nu nog op? Alle hens aan dek en volle vaart vooruit. De voorzitter: Ik kijk even of er nog interrupties zijn, mijnheer Jongsma. Nee, volstrekt helder, dan wil ik u graag hartelijk danken. Dan zijn wij aan het einde van de tweede termijn gekomen en aangezien we nu iets eerder klaar zijn dan het in de oorspronkelijke planning het uitgangspunt was, wil ik het volgende voorstel doen: dat wij nu schorsen tot 18.45 uur in plaats van 19.15 uur. Ik wil het college voorstellen om voordat het eten er is, alvast te overleggen over de beantwoording. Dan kunnen we met gezwinde spoed om 18.45 uur verder, is dat akkoord wat u betreft? Ja, dan schors ik voor nu de vergadering. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Ik hoop dat u allemaal gevoed en gelaafd zijt, en dat betekent dat wij in ieder geval doorgaan met de beantwoording en de reactie van de collegeleden op wat de fracties voor de schorsing ter tafel hebben gebracht.

Allereerst zal wethouder Voskamp als portefeuillehouder van Financiën het woord voeren en daarna wethouder Oderwald en tot slot zal ik als laatste reageren. Wethouder Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Vandaag spreken we over de Begroting 2024-2027 waarin we een sluitende begroting hebben voor de periode 2024 en 2025. Maar we hebben ook onze zorgen, en we uiten onze zorgen over de tekorten die we zien in 2026 en 2027. Toen wij de begroting als college presenteerden, gaven we aan dat de begroting positief was, maar dat er ook zorgen zijn over de toekomst. In de afgelopen week hebben wij als Midden-Delfland met de vertegenwoordiging van het ministerie van Binnenlandse Zaken gesproken over onze financiën en de gevolgen van de nieuwe financieringssystematiek. Voorzitter, in dat gesprek van afgelopen week hebben wij de zorg over de toekomst kunnen delen en toelichten. We zien terughoudendheid in het kader van de investeringen omdat we geen zekerheid hebben over de hoogte van de uitkering in het

Gemeentefonds, de taken die we daarbij moeten uitvoeren, maar ook de ruimte in onze incidentele en structurele inkomsten en uitgaven. Er zijn onzekerheden in het kader van de opschalingskorting en de incidentele financiering via de zogenaamde SPUK-methodiek. Het was een goed gesprek. En we zijn, zoals u weet, niet de enige gemeente die tegen deze problemen aanlopen. Naast het gehoor dat wij vonden voor onze punten, doet het ook goed om zo'n gesprek te kunnen afsluiten met de conclusie dat wij als gemeente de zaken goed voor elkaar hebben. We beschikken over een gezonde, solide financiële basis. En met die gezonde, financiële basis gaan we ook in 2024 aan de slag om onze dienstverlening te continueren en de voorgestelde plannen uit de kadernota en het collegewerkprogramma te realiseren. De septembercirculaire laat ons al een positiever beeld zien. Maar daarnaast gaan we ook in 2024 al aan de slag om te kijken hoe we 2026 en verder helemaal sluitend kunnen krijgen. Daarbij kijken we naar en willen we zelf regie voeren op de keuzes die we maken, bestaande kaders, beleid, budget en investeringen, maar dit doen we uiteraard samen met u als raad. Voorzitter, dan inhoudelijk over de inbreng van de fracties. Meerdere partijen spraken over het proces tot het tot stand komen van de begroting via de kadernota.

De waardering hiervoor delen wij en we gaan dan ook verder in de ingeslagen richting. Daar past wat ons betreft ook het proces in, zoals we met de Auditcommissie hebben besproken, om te kijken welke opgaven we voor 2026 zien en hoe we die met elkaar gaan oppakken. Dat procesplan komt begin 2024 naar u toe zodat we dit kunnen gebruiken bij het opstellen, behandelen en uiteindelijk vaststellen van de kadernota voor het zomerreces. Voorzitter, over de financiën en vluchtelingenopvang. De burgemeester gaat straks verder over de inhoud. Ik wil daarover in ieder geval aangeven dat, zoals bij de besluitvorming is aangegeven, veel kosten worden gedragen door het COA. Bij het uitwerken van het projectplan zullen we de impact verwerken in een begrotingswijziging. Die zal nog volgen. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we ook afspreken hoe we hier, buiten de reguliere P&C-cyclus, op gaan monitoren. Maar de motie, zoals de VVD die ingediend heeft, gaat wat ons betreft te ver voor wat betreft het volledig buiten de P&C-cyclus monitoren. Afwijkingen op de P&C-cyclus kunnen we via de geijkte weg monitoren en daar ook direct op besluiten. In die zin zal het college ook de motie van de VVD, motie nr. 1, ontraden.

Voorzitter, de woonvisie geeft antwoord op het wonen, het programma, maar niet op het ruimtelijkeordeninggedeelte, waar komt het? De Toekomstvisie 2050 gaat hier wel meer duidelijkheid over geven. Ruimtelijk landt dit dan ook in de ruimtelijke vertaling in de omgevingsvisie 2.0. Daar is de raad dan verder aan zet. Wat is er nodig om de productie te halen? Daarvoor is alles in huis. Maar we hebben niet alles in eigen hand. We horen uw oproep. We bekijken wanneer we een versnelling kunnen doorvoeren, zelf kunnen doorvoeren, en wat daarvoor nodig is. Mocht daar extra capaciteit/middelen voor nodig zijn, dan komen we uiteraard terug bij u als raad. Voorzitter, meerdere partijen spraken over het belang van de boeren en tuinders in ons buitengebied. Met de boeren en de tuinders hebben we periodiek overleg en proberen we samen op te trekken om hun belangen in het gebied daarbuiten bij de verschillende overheden te waarborgen. Over het kringloopcertificaat en de PAS-melders hebben we recentelijk nog een werkbezoek gehad van twee gedeputeerden van de provincie. Die hebben we met twee memo's op pad gestuurd waar we binnenkort over zullen praten, zodat we de PAS-melders en de interimmers kunnen legaliseren en zodat we ook verder kunnen praten over hoe de stikstofuitstoot verder omlaag gebracht kan worden, maar wel in een gebiedsproces samen met de boeren.

Het kringloopcertificaat kan daar ook een grote bijdrage aan leveren. En ook daar zijn we bezig, samen met de boeren, om te zorgen dat het kringloopcertificaat geborgd wordt, zodat het halen van een KPI op kringloopcertificaat niet alleen een mooi vinkje is, maar ook daadwerkelijk nut heeft voor de boeren in het kader van hun bestaanszekerheid. Dan het herijken van het buitengebied, waar het CDA over sprak. Ook hier denken we dat de Toekomstvisie 2050 uitkomst zal bieden en de ruimtelijke vertaling daarvan in de omgevingsvisie 2.0 zal vallen. Het signaal dat u afgeeft, is helder en zullen we dan ook meenemen. Voorzitter, financieel is gekeken naar de kosten van de technische installatie waar Mijn Partij over sprak. U heeft daar een mail over gekregen die vooral bedoeld was om u te informeren dat er vanavond nog niet gewerkt kon worden met het nieuwe systeem. Maar er staat ook dat de daadwerkelijke financiële uitwerking nog niet duidelijk is en natuurlijk gewoon via de geijkte weg met u gedeeld zal worden zodat u kunt besluiten over het benodigde extra krediet, als zich dat inderdaad voordoet.

Voorzitter. Mijn Partij sprak ook over het niet indexeren van de investeringskredieten. En aan de andere kant klagen we ook over het feit dat investeringskredieten niet uitgegeven worden. In de technische beantwoording hebben we aangegeven dat wat ons betreft de indexering op de investeringskredieten niet nodig is, als wij zorgen dat we ze zo snel mogelijk uitgeven voor het doel waar ze voor bedoeld zijn. Op die manier proberen wij ook realistisch te begroten. De voorzitter: Wethouder, een klein ogenblikje. Ik zou de raadsleden willen vragen om eventueel commentaar of via een interruptie te doen, of binnensmonds, maar in ieder geval onhoorbaar voor de rest. Dank u wel. Gaat u verder. Wethouder Voskamp: Ik zat even te kijken voorzitter, volgens mij heb ik in algemene bewoordingen in het begin, maar ook later in de verschillende onderwerpen alle punten behandeld. Rest mij nog de financiële kant van motie 3 te bespreken, over het doorschuiven van het budget. We horen uw signaal. Wat ons betreft, is dat bij de rekening van 2023 aan de orde, om dan door te schuiven. Dan weten we ook hoeveel geld er echt niet is uitgegeven in 2023. De getallen die u noemt, is de stand van zaken tot nu. Dus wat ons betreft, nemen we dit gewoon mee. Gaan we dit uitvoeren en zou daarmee de motie overbodig kunnen zijn. Maar we gaan het wel uitvoeren. Voorzitter, tot zover.

De voorzitter: Mijnheer Jongsma, een interruptie. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Ik dacht 'ik wacht even het verhaal van de wethouder af', dank voor uw beantwoording. Ik heb één vraag. U geeft aan 'alles in huis, maar niet alles in eigen hand'. Kunt u daar een paar voorbeelden van geven? De voorzitter: Gaat uw gang wethouder. Wethouder Voskamp: Een paar voorbeelden. Er is een aantal processen en een aantal projecten die lopen, waarbij wij geen grondeigenaar zijn, maar waarvan we wel hebben aangegeven dat die in de pijpleiding zitten. Dat is dus uiteindelijk aan de ontwikkelaar zelf om daar de meters op te maken die nodig zijn om de woningbouw te realiseren. Voor wat betreft de toetsing voor vergunningen en dergelijke hebben we daar gewoon de mensen en capaciteit in huis. En voor de projecten waar we zelf oplopen hebben we ook aangegeven wat we daar gaan doen. Daar zijn prioriteiten bekend en zullen we die ook verder oppakken. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Zijn er methodes om nog wat meer eigen regie te krijgen? U geeft aan 'we hebben nu niet alles in eigen hand'. Maar zijn er methodes te verzinnen, met geld of middelen, om nog wat meer regie te krijgen op zo'n proces? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, daar zou ik even over na willen denken. U noemt de suggestie met geld.

Ik denk dat er met geld wel degelijk wat meer regie te voeren is en dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat wij eigenaar worden van een stuk grond, zodat we het uit handen nemen van een ontwikkelaar, of dat we met die ontwikkelaar kijken of er knelpunten zijn op dit moment waarom het bijvoorbeeld financieel voor hen nu niet mogelijk is en of we daar een bijdrage aan kunnen leveren. Dat neem ik graag mee om te kijken of we daar mogelijkheden zien. En als dat zo is, dan komen we daar uiteraard bij u op terug. De voorzitter: Dat was het? Geen interrupties meer? Dan wil ik de wethouder bedanken en vraag ik wethouder Oderwald om te reageren. En dat doet ze ook vanaf de katheder. Wethouder Oderwald: Dank u wel voorzitter en dank u wel beste raad voor al uw inbreng en beschouwingen deze avond. 2024 wordt het jaar waarin we starten met de Omgevingswet en daar hangt ook een aantal punten mee samen waar ik in mijn beantwoording op terug zou komen en waar ook naar gevraagd is. We gaan werken met de Omgevingswet in 2024. En daarvoor zijn we

ook nog in volle voorbereiding om u een participatieverordening voor te leggen. Die participatieverordening gaat ons handvatten geven voor hoe wij met onze inwoners omgaan. Ik hoor hier veel punten aandragen om de communicatie te verbeteren en inwoners beter te betrekken. Maar wanneer is het goed genoeg? Die vraag zullen wij hier in de raadzaal met elkaar moeten beantwoorden. Wanneer is het goed genoeg? Wanneer vinden we dat we inwoners voldoende betrokken hebben en wanneer kunnen we stellen 'er is voldoende geparticipeerd en wij als raad – u als raad – bent aan zet om keuzes te maken'? Voor die Participatieverordening wil ik wel graag zeggen dat wij daarover zeker in het tweede kwartaal met u het gesprek aan zullen gaan middels een informatiebijeenkomst, maar ook de stukken zullen aanleveren zodat we u in positie kunnen brengen, zodat u kunt beslissen hoe u met uw inwoners en wij als college met de inwoners, de processen willen gaan vormgeven. De voorzitter: Wethouder, ik heb een interruptie voor u van de heer Knaap. De heer Knaap: Daar gaan we weer... Ja, de microfoon doet het. Ik hoor de wethouder zeggen 'dat gaat allemaal goed gebeuren onder de Omgevingswet', maar nu wordt de Omgevingswet natuurlijk 1 januari a.s. van kracht. Dus waarom duurt het tot het tweede kwartaal voordat wij een Participatieverordening krijgen? De voorzitter: Wethouder.

Wethouder Oderwald: Omdat in deze Omgevingswet ook een aantal overgangstermijnen zit en bijvoorbeeld deze Participatieverordening er niet per se op 1 januari a.s. hoeft te zijn. Want we hebben op dit moment ook afspraken om met elkaar samen te werken. Het is een traject van verandering, een transitietraject en daar zijn we nog volop mee bezig. En daar zullen we u als raad ook graag voor uitnodigen om daar volop bij betrokken te zijn. De voorzitter: Voldoende de heer Knaap? Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Dan heb ik nog een aanvullende vraag aan de wethouder. In de begroting staat € 25.000,00 opgenomen voor communicatie, misschien participatie. Denkt u dat dat voldoende is om alles wat u van plan bent in 2024 te bekostigen? Wethouder Oderwald: Om eerlijk te zijn, van deze € 25.000,00 weet ik niet exact hoe die geoormerkt is, waar die precies voor bedoeld is. Dus dat is een heel technische vraag. Wij zeggen u toe dat wij u een Participatieverordening zullen aanleveren en daarmee moet ik u op dit moment van antwoord voorzien. De voorzitter: Voldoende? Dank u wel. De heer Ringeling. De heer Ringeling: Nog even terugkomend op die Q2 voor de Participatieverordening. Is het een capaciteitsprobleem dat we pas in Q2 die verordening krijgen of is er iets anders aan de hand? De voorzitter: Wethouder.

Wethouder Oderwald: Nee, het is gewoon een aantal stappen die we door moeten lopen met elkaar en waar we ook met u het gesprek over aan moeten gaan. Het is niet zozeer een kwestie van mankracht, maar een kwestie van de denkkracht daadwerkelijk inzetten en het gewoon doen. De goede voorbeelden die er ook in het landen al zijn, passend maken op wat wij hier als gemeente willen. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Oderwald: Dan ga ik verder met een aantal specifiekere vragen die gesteld zijn, onder andere over verduurzaming. U gaat uitgebreid in op verschillende sectoren waar we moeten verduurzamen. Ik hoorde u vooral zeggen – dat was de inbreng van de OGP Midden-Delfland – dat er beter gewerkt moet worden in de Harnaschpolder om bedrijven die willen verduurzamen aan te sluiten. Wij zijn zelf uitvoerig in gesprek met Juva Westland Infra om te kijken waar de problemen

liggen en ons beeld op dit moment is dat waar in het land echt volop gesproken wordt over netcongestie en schaarste aan capaciteit, dat die transportcapaciteit hier in Midden-Delfland, maar ook in de regio, in het Stedin-gebied, minder urgent is, dat er betere investeringen zijn gedaan. Het kan natuurlijk zijn dat er in specifieke gebieden iets anders aan de hand is, dus ik ga dat zeker verder uitzoeken in de gesprekken die wij hebben, want de investeringsplannen van Juva zijn ons voorgeschoteld en daar kunnen wij ons oordeel nog over vellen. Maar wij hebben zelf het idee dat daar de urgentie niet zit om dat op te pakken. We houden uiteraard een vinger aan de pols, want netcapaciteit is een belangrijk element in onze verduurzamingsopgave en van het gas afgaan. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, gaat uw gang. De heer Jongsma: Ik hoorde de wethouder zeggen 'voor ons is het niet de urgentie om dat op te pakken'. Het leek ons juist nodig om wel te investeren in de opslag van energie. Dus dat heeft dan inderdaad enerzijds met de kabels te maken, maar anderzijds ook gewoon met kijken 'hoe kun je de stroom die over is, opslaan en dat dan binnen de gemeente verder bij de huishoudens brengen?' Dus dat is wel iets anders dan wat u zegt door alleen te stellen 'geen probleem met de stroom dus we doen er verder niets mee'.

Bent u dat met… Dat vind ik zo flauw, maar ik wil alleen mijn punt maken, kunt u daar dan niet toch maar kijken? Ik vraag om een onderzoek op dat punt en ik hoor graag van u of u dat onderzoek wilt uitvoeren of niet. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: We hebben op dit moment een initiatiefnemer in onderzoek waar ik niet heel veel over kan zeggen, die het zelf al aan het bestuderen is of op onze gemeentelijke grenzen energieopslag kan plaatsvinden. Dus ik laat dat initiatief even lopen en mocht er te zijner tijd daar iets van u nodig zijn, dan zal ik u daarover informeren en u daarbij betrekken waar nodig. Maar op dit moment nemen we zelf dat initiatief niet. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ja sorry voorzitter, de wethouder zegt 'ik laat het nu even lopen'. Ik hoop dat ze bedoelt 'daar zijn we mee bezig, ik houd het in de gaten en op het moment dat ik weer wat kan melden, kom ik bij u terug'. Als dat het is, dan kan ik er wel mee leven, maar anders… 'Ik laat het lopen' klinkt alsof het de andere kant opgaat. De voorzitter: Bent u het daarmee eens? Wethouder Oderwald: Mijnheer Jongsma, via de voorzitter, ik ben het helemaal met u eens. Ik ga er volop achteraan. Ik vind het een geweldig initiatief, maar de initiatiefnemer blijft nog even achter de schermen. De voorzitter: Gaat u verder.

Wethouder Oderwald: Dan over cultuur, daar heeft mijn collega ook al iets over gezegd. Er zit een aantal elementen meer in uw oproep in de motie. Op het financiële gedeelte is onze financiële woordvoerder in het college al ingegaan, maar uiteraard willen we u betrekken en zullen we u informeren welke partijen we volgend jaar subsidie zullen kunnen toekennen op basis van de nieuwe regeling. Het is jammer dat we dit jaar minder partijen dat hebben kunnen geven. We houden graag budget beschikbaar. Dan armoede. Dat is een heel belangrijk onderwerp en dat verdient ook echt onze aandacht volop. We zijn er volop mee bezig en we zitten echt in de afrondende fase, zodat we u de stukken kunnen gaan geven. U heeft al heel veel monitoring cijfers gehad en daar zit weinig informatie in over schulden en de schuldenomvang in onze gemeente. Maar juist de aanpak van schulden zullen wij het meenemen in de armoede-, geldzorgen- en schulden aanpak. Of daar nu meteen nieuw onderzoek naar nodig is, dat betwijfelen wij, want het gaat meer om de aanpak dan het in beeld brengen. We willen u gewoon informeren in ons voorstel over wat wij zullen gaan doen. U heeft ook in het onderzoek gelezen dat de meeste van onze regelingen voldoende steun kunnen bieden aan onze inwoners, maar dat de inwoners onze regelingen niet altijd weten te vinden en soms

inwoners wel van een regeling gebruikmaken, maar niet van alle regelingen waar zij mogelijk ook van kunnen genieten/profiteren, maar dan niet profiteren in de slechte zin van het woord, waar ze iets aan zouden kunnen hebben. Dan dienstverlening. Dat hebben we op 19 december a.s., dat staat al in uw agenda, een presentatie van. Wij zullen u dan vertellen wat de uitkomsten waren van het dienstverleningsonderzoek. U heeft ook een motie aangenomen bij het voorstel om dit onderzoek te gaan doen, dat we pas na de nulmeting echt voorstellen aan hen mogen presenteren. Dat is ook wat wij op dit moment aan het doen zijn. Ik hoor u dan een aantal keer zeggen 'kunt u ons één loket geven?' We zijn ook, maar dat is meer in het kader van het armoedeonderzoek dat wij doen, in kaart aan het brengen of het mogelijk is om in alle dorpskernen op wat laagdrempeligere manier informatiepunten in te gaan richten om dat te doen. Maar dat is nog volop in ontwikkeling en dat nemen we daarin ook mee. Want we erkennen dat we onze inwoners soms beter moeten begeleiden om de regelingen te vinden. Dat was mijn punt over dienstverlening. Over jeugdzorg is ook een aantal vragen, of ten minste een vraag over gesteld door het CDA. Ik heb niet het idee dat dat een heel andere vraag was dan wij in de beantwoording al weergegeven hadden. Maar ik denk dat het goed is dat wij op 16 november a.s.

het gesprek daarover verder met u gaan voeren want dan presenteren we u het onderzoek dat wij gedaan hebben naar de jeugdzorg, want we zijn ons eigen lokale beleid aan het evalueren om te kijken hoe we dat verder zullen vormgeven de komende periode. En in het lokale programma gaan wij de raad uiteraard betrekken bij hoe we dat doen. We gaan de monitoringscijfers daarin ook geven. En in het lokale beleid zullen we uiteraard verankeren hoe wij de uitvoeringsagenda, nee, hoe heet dat stuk? Dat rijksprogramma waar we met de VNG in juli over besloten hebben, maar ik kom nu even niet op het woord. De hervormingsagenda! Het is zo'n belangrijk stuk dat ik hem elke dag hoor, dat het bijna zo vanzelfsprekend voor mij is dat we die verankeren in al onze stukken. Hij zit al lang in de regiovisie, in de in de regionale uitvoeringsagenda jeugdzorg en hij zal uiteraard ook landen in onze lokale agenda en hoe dat plaats kan vinden. Dat was voor ons zo vanzelfsprekend dat we daar niet specifiek in de begroting op in zijn gegaan. Maar we gaan dat uiteraard met u doen. En we zullen u daar ook blijvend bij betrekken. Ik denk niet dat het specifiek per kwartaal is, maar met name geënt op het programma dat we met elkaar gaan vaststellen, de nieuwe koers die we in gang zetten. De voorzitter: Mevrouw Langeveld heeft een interruptie.

Mevrouw Langeveld: Ik hoor u aangeven dat er binnenkort, op 16 november a.s., geloof ik, een raadsinformatiebijeenkomst is over het Sociaal Domein, over jeugd en daarin wordt ook de hervormingsagenda meegenomen. Hartstikke fijn natuurlijk. Mijn volgende vraag, of onze volgende vraag was om ieder kwartaal een update over de hervormingsagenda te krijgen. U geeft eigenlijk aan 'niet ieder kwartaal, maar ik houd u wel op de hoogte'. Wij vinden het belangrijk. Het is een ontzettend belangrijke hervorming in de jeugdhulp, 2024 en 2025 zijn cruciale jaren daarvoor. Onze vraag is echt expliciet: wilt u ons echt ieder kwartaal een update geven over de stand van zaken? Het hoeft niet lang te zijn, maar wel 'hoe gaat het in Midden-Delfland? Hoe gaat het in de regio?' We willen daar gewoon informatie over hebben. Kunt u daaraan voldoen, ieder kwartaal? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Dank u wel voor deze vraag. Wij monitoren natuurlijk al tweejaarlijks, twee keer per jaar rapporteren we aan u de gegevens en ik denk dat dat een heel belangrijk punt is. Maar we hebben natuurlijk ook onze lijst met vaste onderwerpen waar we u tussentijds ook meenemen in van alles, de nodige boodschappen die u nodig heeft om uw werk te kunnen doen.

Ik denk dat we in de raadsinformatiebijeenkomst verder kunnen uitdiepen hoe we met elkaar de juiste vorm vinden om in de juiste informatievoorziening die u nodig heeft te kunnen voorzien. Dan heb ik een paar vragen gekregen over klimaatadaptatie en om daar verder mee aan de slag te gaan. Daar zijn we uiteraard al mee aan de slag, want op 16 mei jl. hebben we u een informatieavond gegeven over klimaatadaptatie. En bij de behandeling van het collegewerkprogramma heeft u ook een motie aangenomen over de klimaatadaptatie, zodat we naar een uitvoeringsprogramma werken. Daar zijn we gewoon volop mee bezig. Dat zit op de juiste weg. We zijn op koers, we varen de juiste richting op en we zullen u dat dan ook gewoon, zoals dat in de motie is vastgelegd, in '24 kunnen verstrekken.

Ook het groenbeheerplan, daar hebben we al over gesproken. De voorzitter: Wethouder Oderwald, een interruptie van mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik ben enigszins verrast. Wel blij met uw toezegging dat er al van alles gebeurt, maar ik heb gelezen dat de personele capaciteit en de financiën ontbreken om daar invulling aan te geven en u geeft aan 'we zijn er volop mee bezig'. Welk van de twee klopt dan? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Ze kloppen allebei. Het kan best zijn dat uit het nieuwe programma blijkt dat we extra middelen nodig hebben, maar om het plan te maken, om de agenda te maken, hebben we geen middelen nodig. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Oderwald: Dan tot slot het groenbeheerplan. Daar hebben we vorige week ook al bij stilgestaan. Daar zijn we mee aan het werk en initiatieven in de gemeente willen we een plek geven in het groenbeheerplan. Daar heb ik u vorige week al over toegezegd dat we daar ook inwoners bij zullen betrekken en hoe we dat vorm willen geven, zodat we groenbeheer een mooie plek kunnen geven. De voorzitter: Niemand nog een interruptie? De heer Vieira. De heer Vieira: Ik wacht altijd tot het einde, althans, vanavond. Rondom cultuur werden de budgetten aangegeven 'wij vinden het jammer dat niet iedereen dit heeft kunnen bereiken dit jaar en laat dat overhevelen'.

Begrijp ik dat u de motie adviseert over te nemen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: We omarmen hem, maar volgens mij heeft de… Mag ik even het woord aan een andere wethouder geven? De voorzitter: U mag dat aan mij vragen. Wethouder Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Voorzitter, zoals het in de motie staat, kunnen we het niet uitvoeren, want we hebben op dit moment het geld nog niet over en in 2023 kan het nog uitgegeven zijn. Wij willen toezeggen dat we dit bij de rekening meenemen, zodat het geld dat er dan nog over is, netjes binnen het budget beschikbaar blijft zodat het uitgegeven kan worden aan cultuur. In die zin zou de motie overbodig zijn voor wat betreft de financiële afweging. De voorzitter: Was dat voldoende mijnheer Jongsma? De heer Vieira, sorry. Mijnheer Jongsma reageerde er zo betrokken op dat ik helemaal van het padje ben. De heer Vieira, is dit voldoende? Ja. Dan kijk ik nog even naar de OGP Midden-Delfland, want ik zag daar wel beweging. Maar dat leidt niet tot aanvullende vragen. Hartstikke goed. Dank u wel, Dat was dan de bijdrage van wethouder Oderwald. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik heb zelf twee korte dingen. Ik neem even aan dat dat zonder al te veel debat zal kunnen. Mocht dat wel het geval zijn, dan wil ik de heer Roeling alsnog vragen om even mijn plek over te nemen. Maar mijn inschatting is een andere.

Ik constateer dat er een nog een motie over is van de VVD over prioriteiten voor de boa. Ik snap heel goed – en dat is eerder door u als raad aangegeven, vanuit de VVD, maar ook vanuit andere fracties – dat u die indient om wat meer gevoel te krijgen en wat meer invloed te hebben op de handhaving en met name op het veiligheidsdomein. Nu wil het geval dat ons integrale veiligheidsplan dat je eens per zo veel tijd als college moet updaten en wat uiteindelijk ook van u is, want het wordt door u vastgesteld, aan een update toe is. Dus ik zou u graag willen adviseren om deze motie even aan te houden en daar de prioriteiten te stellen die voor veiligheid belangrijk zijn, waarbij de boa een van de instrumenten is die daarop ingezet wordt, zodat dat in een goede,

integrale en onderlinge afhankelijkheid goed georganiseerd wordt, zodat de boa zo effectief mogelijk ingezet wordt. Het risico dat u loopt als u het op deze manier zou doen, is dat het losse prioriteiten worden die niet meer samenhangen met de rest van de veiligheidsketen en daardoor minder effectief zouden zijn. En het is een verdubbeling van de boa-capaciteit, maar het is nog steeds een relatief dunne capaciteit. Dus het college zou u dat graag willen afraden. Heeft u nog een vraag mijnheer Van der Eijk? De heer Van der Eijk: Het wordt een beetje verwarrend zo voorzitter, maar aan u als portefeuillehouder heb ik de vraag: wat is er dan bezwaarlijk aan om die prioriteiten in dat integraal veiligheidsplan, IPV geloof ik, dat binnenkort naar de raad komt, mee te nemen? Wilt u dan de input van de raad eerst hebben? Is dat dan het bezwaar? Portefeuillehouder Van Hemmen: Nee mijnheer Van der Eijk, het is eigenlijk heel simpel. De motie roept tot iets op dat losstaat van het IVP en het standpunt van het college zou zijn: neem dat mee als de vaststelling van het IVP komt, dan staan daar de prioriteiten op veiligheid in. Die stelt u met elkaar vast en daar heeft u dan alsnog invloed, als u daar eventuele wijzigingen op wilt doen. Dat was eigenlijk meer de portee, en dat maakt de motie daarmee overbodig.

De heer Van der Eijk? De heer Van der Eijk: Via de voorzitter, wat belet ons dan die prioriteiten via de APV, die wij ook jaarlijks vaststellen, mee te geven? Want die staat ook voor de komende maand op de agenda, want het is bijna twaalf maanden geleden. Dus we kunnen ook uit de APV punten hebben waar wij van zeggen 'dat is misschien specifiek voor de boa in plaats van voor de politie'. Portefeuillehouder Van Hemmen: De APV is de algemene regelgeving voor de gemeente. Die wordt elk jaar inderdaad aangepakt. Dat zal in dit geval het eerste kwartaal worden. Maar het punt is dat dat geen instrument is om te sturen op de boa, om te sturen op beleid. Een APV is geen beleidsinstrument. Dat is echt een regelinstrument waar eventueel beleid aan gekoppeld wordt, wat eventueel weer vertaald wordt naar extra regels in de APV. Maar het is heel ongebruikelijk om het te doen zoals u het voorstelt, mijnheer Van der Eijk. Het IVP is daar echt het beste instrument voor en daar zit u dan ook, wat mij betreft, aan de knoppen. Dan zag ik de heer Vieira. De heer Vieira: Ja, twee vragen. Dat integraal veiligheidsplan wordt niet jaarlijks, maar volgens mij minder vaak geactualiseerd, als ik het goed begrijp, maar dat hoor ik straks graag van de portefeuillehouder. Het tweede is het volgende. Er gebeuren in onze maatschappij dingen.

Mijn buurman mijnheer Scholtes begon over veiligheid bij scholen, anderen beginnen over overlast op het water. Weer andere met iets anders. Er zijn gewoon dingen die wij als gemeenteraad opmerken, wij zijn de oren en ogen. Hoe kunnen wij als gemeenteraad wel zaken meegeven, in plaats van misschien één keer per zo veel jaar als we dat IVP hebben vastgesteld? Portefeuillehouder Van Hemmen: In principe – ik weet niet of dat voor elke gemeente normaal is, maar zoals ik gewend ben – wordt een IVP eens in de vier jaar vastgesteld, waarbij de prioritering voor de komende vier jaar gezet wordt. Dat is waar de prioriteit ligt, maar als er actuele dingen zijn die gewoon meer aandacht vragen, dan kunnen die nog steeds voorgaan. Dus op het moment dat hier echt een heel groot issue is met een bepaald onderwerp, kun je natuurlijk aan de burgemeester vragen om dat aan te pakken. En dan is het vaak ook een maatschappelijke actualiteit van dat moment. Maar daarnaast heb je dingen zoals ondermijning, of lachgas, of verkeer. Zaken als veiligheid rond scholen zouden prima passen in zo'n IVP.

Dat geeft u, denk ik echt het beste instrument om te sturen op veiligheid en de burgemeester dus ook een richting mee te geven zonder dat de burgemeester in een keurslijf komt te zitten waarbij hij – of zij, moet ik nu natuurlijk zeggen – niet kan reageren of in de situatie komt dat hij de flexibiliteit niet heeft om te reageren op de acute actualiteit. Is dat voldoende? Dus dat over de motie. Het tweede is dat het college ook nog wel even de behoefte heeft om te reageren op het woord vertrouwen. Ik heb samen met het college geconstateerd dat er meerdere oproepen uit de raad komen om te werken aan het herstel van vertrouwen, met in ieder geval een deel van de samenleving dat dat vertrouwen kwijtgeraakt is. Dat is een oproep die wij als college natuurlijk graag omarmen. Tegelijkertijd constateren we ook als college dat we inwoners en instellingen hebben die zich al uitspreken over dat zij constructief mee willen denken en mee willen werken aan

de realisatie van het azc. De hechte gemeenschappen en de hoge participatiegraad onder de inwoners, in alle drie de kernen, zijn daar in onze optiek een mooi en stevig uitgangspunt voor om die participatie nu hernieuwd vorm te gaan geven. Hoe we dat gaan doen, zal uitgewerkt worden in een projectplan waar we u te zijner tijd over zullen informeren. Dat betekent in ieder geval dat we onze inwoners daadwerkelijk gaan betrekken, zoals u dat zelf ook wilt. Concreet betekent dat dat we een aantal overleggen op verschillende thema's, zoals bijvoorbeeld onderwijs, verkeer, veiligheid, meedoen in Midden-Delfland zullen organiseren naast het reguliere brede betrokkenen overleg waar het algemene reilen en zeilen van het azc besproken wordt. De betrokkenheid van de raad is wat ons betreft daar een vanzelfsprekendheid in. Dat is, wat ons betreft, ook niet een betrokkenheid die zuiver instrumenteel kan zijn. Dat vraagt ook meedoen van de raad, in woord en in daad. Om die reden zullen we het concrete projectplan maken, waarin alle aspecten, zorgen en behoeften rondom het azc geadresseerd zullen worden en op basis van het projectplan kunt u uw eigen rol en inzet bepalen.

Het is de overtuiging van ons als college, dat het college zo, samen met de raad, samen met de inwoners en de toekomstige inwoners van het azc een bijdrage zal leveren aan het vertrouwen in elkaar, maar ook in het versterken van alle gemeenschappen in onze gemeente. In onze optiek, als college denken we dat dat voldoende recht doet aan uw oproep. Wij nemen dat zeer serieus. Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Een mooie beantwoording, burgemeester. Mijn vraag is: wanneer brengt u de inwoners op de hoogte van de plannen die u net heeft aangekaart wat betreft de participatie en het herstel van vertrouwen. Kunt u daar iets over zeggen? Portefeuillehouder Van Hemmen: Voor zover ik gezien heb – ik ben niet verbaasd dat u deze vraag stelt, want die had u mij vorige week al aangekondigd – hebben we in ieder geval op de socials, maar volgens mij ook op onze lokale pagina wat berichtgeving gedaan. De manier waarop we dit gaan doen, daar zullen we echt nog heel even de tijd voor moeten nemen om dat wat concreter te maken dan het nu is. Dit is een reactie op een oproep van u als raad waar wij als college wat handen en voeten aan zullen moeten geven. Maar dat moet echt concreter zijn voordat je daar specifiek met de samenleving over gaat communiceren. Maar daar komen we op terug. Ik ga daar nu geen tijd op toezeggen. Sorry, mevrouw Langeveld.

Ik zag net de heer Ringeling ook al, mevrouw Koppert. Mag dat, de heer Ringeling? De heer Ringeling: Mijn vraag sloot ook een beetje daarop aan. De voorzitter: Sorry, mevrouw Koppert. De heer Ringeling: Dank voor het antwoord. Een heel goed antwoord. Wanneer kunnen we het projectplan tegemoetzien? Portefeuillehouder Van Hemmen: Het projectplan is een stuk dat zorgvuldig gebouwd zal moeten worden. Daar zijn we nog niet mee begonnen omdat we bezig zijn met de afronding van het besluit vertalen in de daadwerkelijke ondertekening. We verwachten dat dat volgende week zal gebeuren. Vanaf dat moment gaan we de organisatie bouwen en daarmee ook het projectplan verder invullen. Dat is niet iets wat deze burgemeester zal afronden, want ik verwacht dat dat het eerste kwartaal uw kant op zal gaan. En dat heeft echt te maken met de zorgvuldigheid die we daarop toe willen passen, met daarin ook de breedte van onderwerpen en dat goed opbouwen. Ik wil niet zeggen dat de communicatie tot die tijd zal blijven wachten, want dat is natuurlijk niet de bedoeling. Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Voorzitter, je hebt communicatie over het proces en communicatie over inhoud en volgens mij had mevrouw Langeveld het daarover.

Ik snap dat u zorgvuldig wilt communiceren qua inhoud, maar het lijkt me wel goed om qua proces ook het een en ander te communiceren zodat mensen weten wanneer ze wat kunnen verwachten. Dus mijn vraag is of u dat ook zou willen doen. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik zal het mee terugnemen in het college en kijken wat daar verstandig in is. Ik zeg het niet toe, maar ik voel wel wat u beiden bedoelt. Maar het gaat meer om

verstandig qua timing en wat dan de inhoud van het proces precies zal worden, omdat ik daar op dit moment niet specifiek antwoord op heb. Dus daar komen we later op terug. Anders nog iemand? Nee, dan was dat de bijdrage van mij als portefeuillehouder namens het college. Dan constateer ik, even kijken waar we gebleven zijn… Het is voor mij ook onhandig. Een volgende keer doe ik het echt anders, er komen toch meer vragen en dan is het handiger als iemand anders voorzit. Maar goed. Wat zegt u? De heer Ringeling: Bij de volgende begrotingsbehandeling, bedoelt u? De voorzitter: Ja. We hadden het over de begrotingsbehandeling inderdaad, maar ik was even aan het kijken waar in de agenda we zijn. Ik kan me voorstellen dat er behoefte is aan een schorsing op dit moment in het kader van de moties die er liggen. Is daar behoefte aan? Ja, hoeveel tijd heeft u nodig? Vijftien minuten ongeveer? Of 7,5 zodat er net een sigaret gerookt kan worden? Vijftien minuten. Prima, dan schors ik de vergadering tot 19.40 uur. Dat is dan veertien minuten, maar dat is een mooi rond getal. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en de heer Zwaard had een schorsing aangevraagd, want die was de eerste. Dus. Ja, zo gaat dat mijnheer Zwaard, degene die zijn mond open doet, moet het ook daarna weer doen. De heer Zwaard: De schorsing is ons prima bevallen, voorzitter.

De voorzitter: Goed, dan stel ik voor dat wij het debat over de door de gemeenteraad over de standpunten en de ingediende moties gaan doen. U heeft de ruimte om daarover te debatteren, maar het lijkt me handig om een sprekersvolgorde te hanteren en ik zou voor willen stellen dezelfde volgorde te hanteren als in de tweede termijn. En daarmee wordt het eigenlijk een soort van derde termijn, maar dat is... Ik kijk even naar de heer Vieira. De heer Vieira: Ik heb een ordevoorstel, want er zijn een paar moties ingediend. In de schorsing is er gesproken over het mogelijk aanpassen. Eigenlijk zou ik eerst de sprekers aan het woord willen en dat dan pas… De voorzitter: Dat vind ik op zich ook een prima voorstel. Het is altijd een beetje een vreemde variant, in de derde termijn, die we hier in feite hebben. Ik kijk naar die indieners van de moties. Eerst de heer Van der Eijk. Gaat uw gang. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter, ik ben blij dat ik dat moment even krijg want we hebben nu juist die schorsing gehad om even die moties achter de schermen en ook met het college te bespreken. Daarbij heb ik over motie 1, de motie Financiële paragraaf inzake uitgaven en inkomsten azc eventjes overlegd met de fracties en de wethouder wat een werkbare situatie zou zijn zonder dat hier een enorme werklast uit voortkomt voor de gemeente.

Daarom trekken wij motie 1 in en wachten we het projectplan en wat het voorstel van het college daarin wordt voor hoe met de financiën wordt omgegaan af. En dan zullen wij kijken of we daar tevreden mee kunnen zijn. Dan heb ik ook nog motie 2 omtrent de boa. Formeel heet het dan dat ik die intrek om hem opnieuw in te dienen. Want we hebben de oproep aan het college een klein beetje gewijzigd: om jaarlijks de raad de mogelijkheid te geven een aantal prioriteiten aan het college mee te geven over de inzet van de boa. Daarmee is het dus zo dat wij niet direct de boa de opdracht geven, maar we geven het college de opdracht om toch wat meer grip te hebben. Want als we één keer in de vier jaar met het integraal veiligheidsplan dat door het college is vastgesteld er wat over mogen zeggen, vinden wij dat te magertjes. Bij de APV gaf u aan 'dat is geen geschikt moment'. Dat kunnen wij begrijpen, maar we willen toch iets meer grip daarop. Daarom hebben wij dus een verbeterde versie van motie 2. Ik zal hem bij u brengen.

De voorzitter: Ik heb hem 2A genoemd omdat het een geamendeerde motie is wat mij betreft. Goed. Dan ga ik naar de OGP Midden-Delfland. Die had ook een motie ingediend. Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ook wij hebben de schorsing gebruikt om even met alle partijen te overleggen ten aanzien van de inhoud van de motie en ook met de wethouder overlegd. De bedragen zijn eruit gehaald, dus de motie is iets aangepast. De bedragen zijn eruit, maar verder blijft de motie staan en dienen we hem ook in. Dus hij is iets aangepast. Maar de bedragen zijn eruit, op voorstel van de wethouder. Die kan op deze manier ook de motie steunen. De voorzitter: Dan noemen we die 3A. Ja. Ik vind het heel interessant wat de wethouder vindt, maar het college gaat erover hè? Dus ik ben benieuwd wat die namens het college gaat zeggen. Dan vraag ik nog even wie hier het woord over wenst te voeren? Ik zie het CDA. Ik zie de OGP Midden-Delfland en D66. Dan begin ik bij D66, gaat uw gang? De heer Vieira: Ik zal er geen derde termijn van maken, maar alleen reageren op de moties. Beide zullen wij steunen. Wij vinden de motie 2A waarin we jaarlijks aan het college mee kunnen geven wat wij als volksvertegenwoordigers mee willen geven aan de boa belangrijk. Dus die steunen wij. En ook het budget voor cultuur en hoe dat uitgegeven kan worden, kunnen we steunen. De voorzitter: Dank u wel, CDA.

De heer Zwaard: Ik ben eigenlijk met name blij dat motie 1 ingetrokken is. En dan niet per se om de motie, maar daaruit blijkt dat we achter de schermen toch tot een heel goede conclusie kunnen komen met elkaar. Daar spreekt ook een stukje vertrouwen uit naar het college en dat doet onze fractie zeer veel deugd. Motie 2A en 3A, daar kan ik kort over zijn. Die zijn aangepast in overleg met andere fracties en die kunnen we ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel. OGP Midden-Delfland, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Wij hebben inderdaad de aangepaste moties nu ook gezien. Laat ik ook even beginnen met de eerste motie die door de VVD is teruggetrokken. Ik denk dat er heel goede werkafspraken gemaakt zijn en dat dat dan vanzelf terugkomt. Ook voor ons geldt dat we natuurlijk ook graag willen weten wat het kost. En dat het dus heel belangrijk is dat het ook goed te toetsen is. Daarin steunen wij de VVD. Wat betreft de motie prioriteit van de boa. De aangepaste motie is denk ik iets dat wij uiteindelijk ook willen, gewoon af en toe als raad prioriteiten mee kunnen geven. Dat laat onverlet dat de boa's denk ik ook heel goed in staat zijn om daar waar het nodig is of waar er ineens een actualiteit is, ook gewoon met gezond verstand prioriteiten te stellen.

Dus dat wat wij als raad meegeven prima is, maar op het moment dat er ineens andere prioriteiten zijn, ze daar ook gewoon invulling aan kunnen geven. Dus met de aangepaste motie 2A kunnen wij instemmen. En de motie van de OGP Midden-Delfland, daar stemmen we sowieso mee in. De voorzitter: U ook, wat fijn. Dan de heer Moerman. De heer Moerman: Dank u wel voorzitter, ik had niet aangegeven ook nog een termijn te willen maar… De voorzitter: Maar dat mag uiteraard. De heer Moerman: We willen toch nog even het woord. We hebben ook besloten om voor de motie van de OGP Midden-Delfland te stemmen. We willen daarin wel meegeven dat we het ook wel belangrijk vinden dat we dan ook echt in 2024 naar die regeling gaan kijken; welke initiatieven/activiteiten hebben nu wel die subsidie gekregen en welke niet? Zodat we als raad ook echt goed kunnen beoordelen wat de effectiviteit van die van die regeling is en of die werkt zoals we willen dat die werkt.

De voorzitter: Dan kijk ik nog even naar het college om te reageren op de gewijzigde moties? Nee. Ik wil nog wel als portefeuillehouder heel even kort namens het college reageren op motie 2A. Op zich een prima aanpassing. Ik denk dat het college hier prima mee kan leven. Ik zou u alleen niet willen ontzeggen om ook bij dat IVP bij die prioriteiten ook gewoon uw positie te pakken. Dat wil ik nog wel even meegeven, maar voor de rest maakt deze aanpassing de motie in onze optiek ook sterker. Dus daar kunnen we een positief advies op geven.

5. Besluitvorming 5.A Amendementen 5.B Voorstel tot vaststelling van de Programmabegroting 2024-2027 De voorzitter: Dan is er niemand die meer wat over de begroting wil zeggen en denk ik dat we over kunnen gaan tot stemming over de begroting, want er zijn geen amendementen. Wie is voor de voorliggende begroting en alle besluiten die daarbij horen? Dat is unaniem en daarmee is het voorstel aanvaard. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

5.C

Moties Motie 1 Financiële paragraaf uitgaven-inkomsten AZC Deze motie is ingetrokken. Motie 2A Prioriteiten BOA De voorzitter: We beginnen bij de motie 2A van de VVD, wie is voor de voorliggende motie? Dat is unaniem, daarmee is die aangenomen. De motie wordt unaniem aangenomen. Motie 3A Veilig stellen subsidie Kunst, Cultuur en Sociale verbinding 2023 De voorzitter: Dan komen we bij motie 3A, Veilig stellen subsidie Kunst, Cultuur en Sociale verbinding 2023. Wie is voor de voorliggende motie? Dat is unaniem en daarmee is die aangenomen. De motie wordt unaniem aangenomen. 6.

Voorstel tot vaststellen van de Heffingsverordeningen 2024

De voorzitter: Hartstikke fijn, dan komen we bij agendapunt 6, Voorstel tot vaststellen van de Heffingsverordening 2024 en ik wil graag weten van u die daar het woord over wenst te voeren. Het CDA. Verder nog iemand? De heer Van Rijs, gaat uw gang. De heer Van Rijs: In de oplegger wordt verwezen naar de bijlage 2023, ik ga er even vanuit dat 2024 bedoeld wordt. Het beleid dat vorig jaar is ingezet, heeft goed uitgepakt. In de bijlage wordt nog eens uitgelegd hoe de berekening van de ozb voor onze gemeente nu uiteindelijk tot stand komt. En voor de inwoners streven we naar vastigheid, waarbij de ozb-lasten ieder jaar zo'n 3% zullen stijgen, ongeacht de waardeontwikkeling van de individuele woning. Het CDA heeft nog wel een vraag aan het college: kan het college aangeven wat de impact is van de Omgevingswet op de heffingen? Wat gebeurt er na 1 januari a.s.? De voorzitter: Ik kijk naar wethouder Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, wat gaat er gebeuren? Dat is een heel mooie vraag. Voorzitter, we hebben zo goed als mogelijk in deze verordening de Omgevingswet opgenomen, maar we hebben volgens mij ook, uit mijn hoofd gezegd, aangegeven dat we begin volgend jaar daar een verdere wijziging in doorvoeren, ook in het kader van de uitkomsten van het dekkingsgraadonderzoek dat nog loopt. We hebben voor wat betreft de Omgevingswet de benodigde wijzigingen ingevoerd.

En we komen nog een keer terug voor een aantal verordeningen voor wat betreft het onderzoek dat plaatsgevonden heeft over het dekkingsvoorstel met een wijziging in 2024.

De voorzitter: De heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Toch nog een vervolgvraag, wanneer kunnen we dat tegemoetzien? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Voskamp: Begin 2024. De voorzitter: Ja, dan constateer ik dat we ook dit voorstel in stemming kunnen brengen. Wie is voor het voorliggende voorstel? Dat is unaniem en daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

7.

Sluiting

De voorzitter: En dan constateer ik dat wij om 19.54 uur – en ik denk dat dat voor een begroting een heel mooie tijd is en ik denk dat dat ook het gevolg is van een van een kadernota – bij de sluiting van deze vergadering gekomen zijn. Ik wens u allen wel thuis en er is uiteraard nog een sapje te doen voor degenen die daar behoefte aan hebben. Wel thuis, tot ziens. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 12 december 2023. de griffier, A. de Vos

de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=fcd4707c-602e-42ea-868d-1ce4275968ec