CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl raad 2023 m 11 d 07

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vergadering 7 november 202318.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 7 november 2023, 16.00 uur. Voorzitter

: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Dames en heren, goedemiddag. Voor de verandering vergaderen wij om 16.00 uur zoals we dat gewoon zijn om de begroting te bespreken. Ik wil u van harte welkom heten omdat de raad hier bijeen is om de bespreking en de besluitvorming over de gemeentebegroting voor 2024 en de heffingsverordeningen te doen. Het is altijd een bijzondere vergadering, want de raad stelt vandaag de financiële kaders vast. Dit is het ultieme moment waarop u de kaders stelt. Dat zijn de kaders waarmee het college dan aan het werk kan om zich volgend jaar in te zetten voor de gemeente en haar inwoners. Ik heb begrepen dat mevrouw Van 't Westeinde iets later aanschuift en voor de rest zijn we vanaf dat moment helemaal compleet.

2.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 2, het spreekrecht voor belangstellenden. Er zijn geen aanmeldingen voor het spreekrecht.

3.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 3, het vaststellen van de agenda. Kan de raad akkoord gaan met de agenda? Ja. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Behandeling Begroting 2024-2027

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 4, de beraadslagingen over de Programmabegroting 2024-2027. In september heeft de raad de Ontwerpbegroting 2024-2027 mogen ontvangen en de behandeling van de begroting is van start gegaan met een avond waarbij de fracties de bij hen levende technische vragen konden stellen. Vervolgens is de eerste termijn schriftelijk verlopen, zoals u gewend bent, in de vorm van de algemene beschouwingen van de fracties en de collegereactie hierop. En nu start de raad met zijn tweede termijn. Dit is ook het moment van het indienen van moties en amendementen. Per fractie is ongeveer tien minuten spreektijd beschikbaar, dat hoeft niet op maar als u het nodig heeft, gebruik het ruim zou ik zeggen. En het voorlezen van de teksten van amendementen en moties gaat uiteraard, zoals u gewend bent, niet ten koste van de spreektijd. Vlak voor de vergadering is zoals goed gebruik in de raad de volgorde van de fracties die zullen spreken bepaald. Deze volgorde is: eerst spreekt D66, dan de VVD, dan de ChristenUnie-SGP, dan fractie Mijn Partij, dan het CDA en tot slot de OGP Midden-Delfland. Dan wil ik graag de fractievoorzitter van D66 uitnodigen, nee, niet de fractievoorzitter maar de heer Scholtes. U heeft een taakverdeling afgesproken en de heer Scholtes gaat vandaag het woord voeren. Gaat uw gang.

De heer Scholtes: Zoals in de eerste termijn beschreven, leven we in een roerige tijd. Vanuit het rijk komt de uitvoering van lastige vraagstukken vaak bij provincie en gemeente terecht. Landelijk beleid kan niet worden uitgevoerd zonder de inzet van gemeente en provincie. Hierdoor zijn de bestuurslagen met elkaar verbonden. We kunnen geen deugdelijk beleid maken en uitvoeren zonder voldoende financiële middelen. De financiële middelen van de gemeente Midden-Delfland bestaan niet alleen uit lokale belastingen, maar we zijn ook voor een groot deel afhankelijk van een uitkering uit het Gemeentefonds van het rijk. Wat D66 betreft, worden we de komende periode, het komende jaar 2026 ook flink gekort in onze begroting, met name vanuit het Gemeentefonds. Wat D66 betreft, wachten we dan niet tot het rijk over de brug komt, komend jaar, met meer geld, maar houden we onze financiële begroting eens goed tegen het licht om te kijken waar we zelf orde op zaken kunnen stellen. Wel met het behoud van voorzieningen dat staat voorop. Het doel is het goed uitvoeren van onze taken en verantwoordelijkheden en het leefbaar houden van onze gemeente. Niet het uitgeven van geld of het ontvangen van belastingen. Het afgelopen jaar hebben we gezamenlijk veel bereikt als gemeenteraad. We hebben een nieuwe burgemeester gekozen. We zien de komst van mevrouw Noordermeer dan ook met vertrouwen tegemoet.

Als verbinder vragen we haar om door de politieke verschillen de vele overeenkomsten en gezamenlijke belangen samen te brengen. We hebben naast verschillende politieke overtuigingen, ook gezamenlijk veel overeenkomsten. We zijn het er allemaal over eens dat de communicatie vanuit de gemeente moet verbeteren. We zullen de komende periode blijven inzetten om bruggen te slaan binnen de gemeenteraad en naar de samenleving. Voor deze begrotingsbehandeling wil ik het eigenlijk toespitsen op de komende drie thema's: het thema wonen, veiligheid rondom scholen en gezondheid. Dus daar ga ik nu mee beginnen. Wonen. Binnen de gemeenteraad zijn we het er unaniem over eens dat er meer woningen toegevoegd moeten worden. We hebben het afgelopen jaar ook wel weer aardig wat stappen gemaakt in de realisatie van woningen. We zijn er echter nog niet. De woonvisie is verouderd. Wat D66 Midden-Delfland betreft moet die woonvisie zo spoedig mogelijk worden herzien. De huidige visie is al dertien jaar oud. Een visie moet uitgaan van de lange termijn. Maar een visie moet ook regelmatig worden herijkt om uiteindelijk de nieuwe maatschappelijke doelen of nieuwe inzichten in die visie te kunnen laten landen. Wij kijken dan ook uit naar het politieke debat over deze woonvisie. Vanuit D66 vragen we vaker aandacht voor veiligheid rondom scholen.

Verkeer van twee richtingen, auto's dubbel of fout geparkeerd, hardrijdende auto's en dat samen met fietsende of overstekende kinderen op vaak smalle wegen. Het is goed dat het college hier werk van gaat maken. Het is echt belangrijk. D66 heeft in de eerste termijn vragen gesteld over de inzet en de rol van de boa. We willen een extra boa om uiteindelijk wat beter toezicht te kunnen houden. Als we investeren in de inzet van een boa, is het belangrijk dat we de juiste prioriteitsstelling stellen. Wat D66 betreft, is verkeersveiligheid rond de basisschool een van de prioriteiten. In de beantwoording van de eerste termijn zien we dan ook dat het college dat met ons eens is en dit ook gaat meenemen in de prioritering van de boa. Naast een veilige omgeving buiten de school, is een goed klimaat binnen de school ook belangrijk. Vanuit een eerdere brief over het Integraal Huisvestingsplan spreekt het college over het werken naar een ambitieniveau 'voldoende'. Graag zien we in de uitwerking terug wat het concreet betekent en waarom er niet is gekozen voor het ambitieniveau 'goed'. Als D66 Midden-Delfland vinden we een gezonde leefomgeving sowieso belangrijk. Een GGDrapport over de luchtverontreiniging in de regio Haaglanden geeft aan dat wij als inwoners een grotere kans hebben op gezondheidsschade door blootstelling aan stikstof, dioxide en fijnstof.

Vanuit D66 Midden-Delfland willen we het college vragen om deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord. Als onze taak is om de groene long in de regio te zijn moeten wij er werk van maken dat er ook schone lucht deze groene long in komt. Het is immers alom bekend dat roken een slecht effect heeft op de longen. Mijnheer Roeling, steek hem in uw zak. Eerlijk waar. Waterkwaliteit is vanuit meerdere kanten belangrijk. Als we kijken naar de glastuinbouw en de landbouw binnen onze regio weten we dat er veel partijen zijn die werk maken om dit te verbeteren. Een van de voorbeelden is het investeren in filterinstallaties die gewasbestrijdingsmiddelen en meststoffen filteren uit het water voordat ze het terugstorten. Het hoogheemraadschap concludeert dat het halen van de KRW-doelen niet aannemelijk is. De KRWdoelstelling is dat uiterlijk 2027 de kwaliteit van alle wateren, zowel chemisch, als ecologisch op orde is. Wij blijven het college aanmoedigen om vanuit de verschillende bestuurlijke

samenwerkingen aan te sluiten en om verbinding te zoeken. Ook om in overleg te blijven met ondernemers en succesverhalen en kopkansen te delen. Wij zijn zeer te spreken over de totstandkoming van deze begroting. Via deze weg willen we ook iedereen nogmaals bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan deze begroting. Als D66 MiddenDelfland zien wij de meerwaarde van een kaderstellend debat dat wij voor deze begroting hebben gevoerd. Alle partijen hebben voor het zomerreces aangegeven wat ze graag terug willen zien in de begroting. Wij denken dat we hier als gemeenteraad gezamenlijk nog meer uit kunnen halen en het college richting kunnen geven met het opstellen van de begroting voor de komende jaren. Vanuit D66 Midden-Delfland willen we meer nadruk gaan leggen op de kadernota, zodat we een begroting krijgen waarmee we onze maatschappelijke doelen kunnen halen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: O, een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik heb even gewacht tot het eind. Aan het begin begon u met 'we zitten financieel een beetje penibel misschien', en 'we moeten zelf het heft in handen nemen en de begroting tegen het licht houden om te kijken of er nog wat winst te behalen valt'. Dan heb ik daar twee vragen over: heeft u al enig idee waar de winst te behalen valt? Het tweede is: hoe ziet u dat proces voor u? De voorzitter: De heer Scholtes.

De heer Scholtes: Ja, hebben wij al zicht waar het te halen is? Nee, niet per definitie, want op het moment dat wij dat zicht willen hebben denk ik dat wij als politieke partijen dat zicht zelf heel moeilijk kunnen scheppen. Wel zijn er al eerder ideeën geopperd om bijvoorbeeld de investeringen die in de begroting staan niet te verdelen over vier jaar, maar te verdelen over tien jaar, waardoor je eigenlijk een beter zicht krijgt op wat gaat komen en misschien nog reëlere plannen kunt maken, waardoor je eigenlijk de druk op je begroting iets kunt verlagen. Mogelijk geeft dat iets meer ruimte. Dan zit ik even heel goed na te denken over de tweede vraag, dus als u die nog even kunt herhalen, heel fijn. De voorzitter: De heer Gebben, ik denk dat u dat wel kunt. De heer Gebben: Dat was de vraag over hoe u het proces voor zich ziet dat wij als raad door de begroting gaan spitten en op zoek gaan naar winst- of verliespunten. De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik denk dat juist de kadernota daar een heel goed instrument voor is omdat je juist met die kadernota het financiële perspectief ziet en op dat moment al keuzes kunt maken die later weer kunnen landen in de begroting.

Ik denk dat wij in de kadernota en de aanloop van de kadernota daar met elkaar op moeten zitten; welke opties hebben we en wat zou het kunnen opleveren? En hoe ernstig is het om een jaar te moeten overbruggen en kunnen we het gat misschien ook op een andere manier dichten? Dus dat is een klein beetje hoe wij ertegenaan kijken, maar om daar nu heel concreet voorbeelden van te geven wordt heel lastig. De voorzitter: Verder nog interrupties? Nee, dan dank ik u hartelijk voor uw bijdrage en dan kijk ik naar de fractie van de VVD. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, nu de raad afgelopen maand in meerderheid heeft gekozen voor een azc, een ongewis plan in onze ogen, met enorme financiële open eindjes, is het nog maar de vraag wat wij vandaag gaan bespreken. Wat is de waarde van deze begroting als het plan met grote financiële impact er niet in is verwerkt? Wij denken: heel weinig. Maar we zullen het moeten doen met wat er nu ligt. We zien in deze begroting dat er meerjarig geen geld is voor nieuw beleid. We mogen blij zijn dat we niet hoeven te bezuinigen. Komend jaar houden we een klein beetje over, althans, dat hopen we, maar dat gaat hoogst waarschijnlijk niet gebeuren. Mochten we desondanks geld overhouden, laten we het dan als reserve achter de hand houden. Dit jaar hebben

we immers ook al meer dan € 3,5 miljoen uit de reserve gehaald om tegenvallers op te vangen. Ook volgend jaar komen er hoogst waarschijnlijk weer tegenvallers. Het heeft echt geen zin om er nu verder op in te gaan anders wordt het college straks nog verplicht verwachtingen op te nemen in deze begroting en krijgen we nog problemen met de provincie. Zoals reeds gezegd, een meerderheid van de raad was voor het azc. Daarvoor zullen kosten worden gemaakt die het COA mogelijk belooft te vergoeden. Daarom wil de VVD graag dat die kosten inzichtelijk worden gemaakt. Wij hebben immers als raad een controlerende taak en het budgetrecht. Dit overzicht kan vervolgens samen met de driemaandelijkse rapportages met de raad worden gedeeld. Daar heb ik een motie voor, voorzitter. Ik zal alleen het dictum met u delen. Hij is vanmiddag met de fractievoorzitters gedeeld. Wij roepen het college op om in de periodieke rapportages over de vorderingen AZC ook een paragraaf Financiën op te nemen en we roepen het college op in deze paragraaf alle door de gemeente Midden-Delfland gemaakte kosten op te nemen en daar de vergoedingen van het COA tegenover te stellen. De voorzitter: Dank u wel, deze motie krijgt het nummer 1. Ik zie een interruptie van de heer Knaap, gaat uw gang.

De heer Knaap: (de microfoon van de heer Knaap hapert, daarom gebruikt hij die van zijn buurman) Nu komt er toch weer een iets rechtser geluid uit mijn mond. Ik ben dat niet zo gewend. Een vraag aan de heer Van der Eijk via de voorzitter. De heer Van der Eijk heeft het over alle kosten van het COA. Dat komt op mij redelijk onbegrensd over, dus ik zou graag wat meer duiding willen hebben. Bedoelt u dan de postzegel die op een brief moet worden geplakt aan het COA, hoort dat onder alle kosten? Het uurtje dat de medewerker moet besteden om eventjes een telefoontje of wat telefoontjes te plegen? Moet hij die gaan schrijven? Wat is voor u 'alle kosten'? Dus als u daar wat meer duiding aan kunt geven, graag. De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ja, ik kan daar wat meer duiding aan geven, wij denken dan aan alle inzet die nodig is om het azc te realiseren. Of dat dan een postzegel plakken is, dat vind ik een beetje moeilijk te wegen, maar er zal toch ook een substantieel aantal uren in zitten en die willen we graag inzichtelijk hebben. Dat geldt ook voor… Dat zal in meerdere afdelingen, in alle lagen van de organisatie zo zijn. In de vorige periode spraken we over dat de mensen zich zogezegd terug moesten verdienen op hun project. De uren dat onze ambtenaren werken, zijn voor een bepaald project, bijvoorbeeld voor woningbouw of veiligheid.

En als dit omtrent het azc is en de samenwerking met het COA, dan wordt het daarop geboekt. Dus dat lijkt mij niet een heel ingewikkelde exercitie want je moet toch wel weten waar de uren aan besteed worden. Ik hoop dat ik het hiermee voldoende beantwoord. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Klopt het dan dat ik u hoor zeggen dat u in die motie eigenlijk bedoelt dat u alle uren die de gemeenteambtenaren besteden aan dit project, goed wilt zien worden vastgelegd? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dat is een goede conclusie. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Eijk: Oké, dan ga ik verder met mijn tweede termijn. In de begroting is ook opgenomen dat het college voornemens is het aantal boa's volgend jaar te vergroten naar 2 fte. Dat kan, wat de VVD betreft. We willen dan graag wel de mogelijkheid krijgen om als raad wat prioriteiten mee te geven en niet een uitgebreid beleidsstuk, maar gewoon een aantal punten van zorg vanuit de raad. We bespreken ieder jaar de APV. En dan kunnen we mooi een aantal prioriteiten meegeven aan de boa. Daar heb ik ook een motie voor. In de motie roepen wij op om jaarlijks de raad de mogelijkheid te geven een aantal punten, 3-5 als prioriteiten aan de boa mee te kunnen geven.

De voorzitter: Deze motie krijgt het nummer 2. En ik zie nog iemand die een interruptie heeft? Nee, gaat u verder. De heer Van der Eijk: Ik wil u allen danken voor uw aandacht. Dit is het einde van de tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dan pak ik ook even mijn lijstje erbij en dan wil ik graag de ChristenUnie, de heer Ringeling naar voren vragen. Ik hoop dat u er klaar voor bent, mijnheer Ringeling, gaat uw gang. De heer Ringeling: Voorzitter, allereerst dank aan het college en de ambtenaren voor de reactie op de eerste termijn. Het is mij duidelijk, de antwoorden waren mij duidelijk, dus ik ga nu in de tweede termijn niet verder in op deze reactie. Deze begrotingsbehandeling wordt namelijk overschaduwd door de actuele politieke situatie bij Nederlandse gemeenten. We hebben elkaar de afgelopen periode vaker getroffen, vaker dan normaal, in deze raadzaal of daarbuiten. De vergaderintensiteit is heel hoog geweest. Dan volgt uiteraard de logische vraag: wat heeft het ons, de gemeente, de inwoners, opgeleverd? Zijn we niet te veel met onszelf bezig geweest? Of met elkaar bezig geweest in plaats van met de bloei van de gemeente? Voorzitter, de pijnlijke conclusie is dat de afgelopen maanden, ondanks alle goede intenties van iedereen, geen goed hebben gedaan aan het imago van de lokale politiek.

En dat in een tijd waarin dat vertrouwen van de burgers in de politiek in het algemeen ook al niet heel groot is. Dat mogen we onszelf aanrekenen, met zijn allen onszelf aanrekenen. Maar ook de onderlinge verhoudingen, los van het vertrouwen tussen inwoners en politiek, en het onderlinge vertrouwen binnen de raad en het college heeft een dieptepunt bereikt. Er lijkt sprake van een tweedeling binnen de raad en binnen het college, een van de drie wethouders is opgestapt. De grootste partij bij de laatste verkiezingen, nam het voortouw om tot een nieuw college te komen, maar stopte er na twee van de vijf ingeplande gesprekken noodgedwongen mee. Belangrijkste reden was volgens mij de tweedeling binnen de raad. De tweedeling binnen de raad zal niet leiden tot een stabiel college. Tenminste, dat heb ik uit een summiere mail en uit het krantenartikel mogen vernemen. Ik hoor graag straks of de conclusie terecht of correct is. De belangrijke vraag in deze situatie is: hoe nu verder? Voordat ik op deze situatie inga, van hoe nu verder, wil ik toch nog even terugkijken naar de afgelopen weken. En wees niet bang, we gaan, voor de duidelijkheid, niet de schuldvraag hier stellen. We zijn met zijn allen schuldig. En voor de duidelijkheid, ik ga ook geen debat van twee weken geleden overdoen. Dus wees daar niet bang voor.

Ik denk dat het debat over en het doorlopen proces voor de opvang van vluchtelingen in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de situatie van nu. Ik wil nu zeker niet het debat overdoen, inderdaad, net zoals ik net zei. Het doel van het proces was te komen tot een humane opvang van een groep van vluchtelingen en daarmee naar draagkracht een bijdrage leveren aan het oplossen van de asielcrisis in ons land. Over het opvangen van vluchtelingen, dus mensen in nood, verschillen wij volgens mij niet van mening, gelukkig maar. Het verschil van mening zat hem vooral in de draagkracht. Wat kunnen we als gemeente en hoe gaan we dat organiseren? We zijn elkaar kwijtgeraakt in het proces de afgelopen tijd. Met het doorlopen proces zijn we ook onze inwoners kwijtgeraakt en creëerden wij een toenemende weerstand tegen het plan. Inwoners die het gevoel hadden dat ze voorgelogen werden, zich bedrogen voelden en steeds het gevoel hadden dat ze voorgelogen werden. Inwoners die het gevoel hadden dat ze niet serieus genomen werden. Het zeggen dat 41 locaties bekeken zijn, terwijl dit nergens terug te vinden is, ook niet in geheime stukken, komt dan als een verzinsel over. Niet zo bedoeld, maar het komt wel zo over. Het te pas en te onpas gebruiken van de zinsnede 'anders staan we op het menu', waarschijnlijk bedoeld als bangmakerij, werkte op den duur irritatie op bij velen.

Over de bewonersbijeenkomsten is al voldoende gezegd. Daar ga ik nu niet op in verder. Kortom, over het doorlopen proces mogen we zeker niet trots zijn. Integendeel. Maar voorzitter, ook het lekken van het rapport met betrekking tot het locatieonderzoek heeft geen goed gedaan aan het imago van de raad. Ik beschouw dit als een daad van verraad, hoogverraad naar je collega-raadsleden. De grote vraag is nu hoe wij uit deze situatie komen. Het herstellen van de verhoudingen binnen de raad, maar ook 'hoe krijgen wij als lokale politiek weer het vertrouwen van de inwoners terug?' Een lichtpuntje in alle duisternis is dat we over zes weken een nieuwe burgemeester krijgen. Een slokje daarop! Een burgemeester van wie we hoge verwachtingen hebben, maar die zeker niet in

een gespreid bedje terechtkomt. Ik heb de afgelopen dagen wel eens gedacht 'mag je dit iemand wel aandoen om in zo'n situatie terecht te komen?' Maar, hoewel het op het eerste gezicht een onmogelijkheid lijkt, toch heb ik er alle vertrouwen in dat zij, gezien haar ervaring, dit wel aankan. De belangrijkste randvoorwaarde daarbij is wel dat wij als raad en college met een positieve grondhouding meedoen. Ik ga ervan uit dat we dit zeker zullen doen, want er is geen andere optie. Dit moeten we willen, niet zozeer in de eerste plaats voor onszelf als raad, maar vooral ook voor de bloei van onze gemeente die ons zo dierbaar is. Mijn oproep aan mijn collega's hier is dan ook: laten wij op korte termijn met elkaar in gesprek gaan. We hoeven niet te wachten tot 18 december a.s., maar laten we als zes partijen, zes fractievoorzitters het gesprek met elkaar aangaan en dat snel uitbreiden naar de zeventien raadsleden. Ik ben dan ook een voorstander van een zo breed mogelijk gedragen college. Laten we eerst een raadsbreed programma opstellen hoe we uit deze situatie willen komen, en dan vervolgens naar de poppetjes zoeken. Alleen dan zal het lukken om het vertrouwen van onze inwoners terug te winnen.

Herstel van de onderlinge verhoudingen en het terugwinnen van het vertrouwen van onze inwoners zal zeker niet lukken als we in de huidige coalitie de VVD vervangen door de andere partij en de vertrokken wethouder vervangen door een andere persoon en doen alsof er niets aan de hand is en gewoon overgaan tot de orde van de dag. Hiermee zou de onderlinge relatie binnen de raad niet verbeteren en krijgen wij het vertrouwen van onze inwoners ook niet terug. Wij willen allemaal het goede doen voor deze prachtige gemeente, maar laten we er oog voor houden dat we het vooral samen moeten doen. Voorzitter, ik begon mijn eerste termijn met een lied van Stef Bos, Geef licht, met een van de verzen. Ik wil mijn tweede termijn eindigen met een ander vers uit datzelfde lied. Ik ga het niet zingen, voor het geval u bang bent dat iedereen straks wegrent. Ik ga het gewoon oplezen. 'Ik stak mijn kop onder de grond, maar de haan, die bleef maar kraaien. Alsof hij zei, je moet iets doen om het verschil te kunnen maken. Je kunt verdrinken in cynisme alsof het toch niets uit kan halen. Maar in de verte schijnt de ster die de richting kan bepalen en hij geeft licht. Geef licht, geef ruimte en geef uitzicht'. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. Ik zie een interruptie van de heer Knaap. Gaat uw gang.

De heer Knaap: Ik hoor de heer Ringeling veel praten over het ene dossier dat zo veel tweespalt veroorzaakt, dat zo'n vertrouwensbreuk veroorzaakt. Ik kijk een jaar terug en volgens mij hebben we als raad ook hartstikke goede dingen gedaan. Dus als u begint met 'geef licht', denk ik 'er zijn ook genoeg dingen afgelopen jaar die ons licht hebben gegeven'. Ik ben wel benieuwd welke goede resultaten de heer Ringeling ziet, die we ook als raad hebben behaald. Want ik denk dat het goed is dat we als raad ook dat aan onze burgers laten zien. Wij zijn meer dan alleen een azc-dossier. De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik denk dat er heel veel goede dingen gebeuren in de gemeente, en zeker de afgelopen tijd. Ik bedoel, wij hebben unaniem, met elkaar, eendrachtig een nieuwe burgemeester gekozen. Dat is ook nog vrij recent gebeurd. Alleen het punt is, we hoeven het niet heel zwaar te maken en te zeggen dat de duisternis inviel, dat wij op een gegeven moment in het proces uit elkaar gegroeid zijn en uit elkaar gedreven zijn in korte tijd. We hebben ons zelf uit elkaar gedreven, niemand heeft dat gedaan. Dat drukt nu op deze raad. Ik denk dat we dat gewoon zelf onder ogen moeten zien en dat we er alleen uitkomen als we eerlijk naar elkaar toe zijn over hoe dat is gekomen en het gesprek met elkaar aangaan.

Dus ik zeg zeker niet dat er geen goede dingen gebeurd zijn, dat zeker niet. Ik bedoel, 18 december a.s. hebben we nu de installatie van de nieuwe burgemeester. Daar waren we zowel in de Vertrouwenscommissie, als in de raad hier – dat laatste mag ik dan niet zeggen – maar daar waren we in de Vertrouwenscommissie – ook dat mag ik niet zeggen – wij staan met zijn allen achter die nieuwe burgemeester. De voorzitter: Goede formulering, de heer Ringeling. Het is duidelijk wat u bedoelt te zeggen. Gaat u verder. De heer Ringeling: Is dat voldoende antwoord op uw vraag? De voorzitter: De heer Gebben heeft ook een interruptie.

De heer Gebben: Ik hoor u veel dingen zeggen en ook veel goede dingen zeggen, onder andere dat u een gesprek wilt met de fractievoorzitters en daarna met de hele raad. Moet ik me dat dan zo voorstellen dat we het proces met zijn allen gaan evalueren of dat we daar lessen uit gaan trekken? Hoe moet ik dat precies voor me zien? De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Als je vooruit wilt kijken, moet je eerst achteruit kijken wat er is gebeurd, hoe komen we in deze situatie? En dan gaan we stappen zetten. Maar je ontkomt er niet aan, volgens mij, om even terug te kijken 'wat is er gebeurd en hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?' Om dan vooruit te kijken. Want ook ik heb voor mezelf geëvalueerd 'hoe zijn wij in deze situatie terechtgekomen/ben ik in deze situatie terechtgekomen?' De voorzitter: Anders nog iemand? Nee. Dank u wel, mijnheer Ringeling. Dan gaan we naar fractie Mijn Partij. Ik neem aan de heer Roeling. Ja, hij komt in beweging. Ondanks het roken fris en fruitig. Mijnheer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Voorzitter, ik zou willen beginnen met het heugelijke feit dat wij net zojuist voor aanvang van de vergadering werden gefeliciteerd met het huwelijk van de heer Ruiterman.

Het enige probleem was dat de fractie er niet van wist, maar om nu te zorgen dat het wat breder verspreid wordt, dacht ik 'laat ik er hier mee beginnen' en vanaf deze plek Neal en zijn vrouw, Sophie feliciteren met het huwelijk. (applaus) En het feestje komt nog, zei hij. De voorzitter: Het gebak ook, begrijp ik daaruit, gaat u verder. De heer Roeling: Na dit heugelijke en leuke feit, naar een iets minder leuk onderwerp. Deze begroting. Voorgaande sprekers hebben het ook al benoemd. Er zitten nog wel enkele onzekerheden in, het azc en de financiële vertaling daarvan. De toezegging was dat dat bij de volgende periodieke begrotingswijziging aan de orde komt. Wij delen met de VVD dat dat wel inzichtelijk gemaakt moet worden. Een ander puntje zijn de kosten van de technische installatie. Gisteren kregen wij een mail van een medewerker dat er vertraging was en dat de kosten hoger waren dan begroot. Zelf had ik de indruk dat deze mail buiten het college om is gestuurd. Anders had het college wel gezegd 'wacht even twee dagen, dan krijg je het na de begrotingsbehandeling en dan zitten wij safe'. Dus ook die kosten…. De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik zou graag willen dat u het bij feitelijkheden houdt en niet dit soort aannames doet die iets zeggen over een college. Ik denk dat u beter gewoon even de focus kunt houden. Ik neem het even voor het college op als voorzitter van de raad.

Gaat u verder. De heer Roeling: U bedoelt het rompcollege. De voorzitter: Nee. Dat wat u zei, is een duiding richting het college die niet heel netjes is. Dat is even het enige wat ik erover wil zeggen. Ik stel voor dat u het gewoon lekker bij uw bijdrage houdt. Gaat u verder? De heer Roeling: Ik denk dat ik genoeg ervaring heb, ook met dit college, om deze stelling wel te durven deponeren. Ander punt, voorzitter. Dat gaat over het niet indexeren van investeringskredieten. En er zitten grote bedragen bij die jaar op jaar nooit worden geïndexeerd. Dat geeft ook weer een vertekend beeld voor onze begroting. Dat is toch wel iets waar ook al eerder aandacht voor is gevraagd. Volgens mij gaan we daar ook werk van maken, maar dat is wel iets waarvan wij zeggen 'doe dat eens een keer, zodat we dan serieus een realistisch beeld hebben van de investeringen'. Verder is er aandacht voor de kosten in de toekomst. Wij delen de mening dat het er voorlopig niet naar uit ziet dat wij als gemeente daar beter van afkomen. Maar goed, het is nog ver tussen nu en 2026 waarin het verval echt zichtbaar zal zijn. Wij denken dat er in die periode nog wel het een en ander kan gebeuren. Als gemeente denken wij dat we niet verder komen dan maar putten uit de

algemene reserve. Simpelweg omdat de meeste potjes wel geleegd zijn. Dat is ook een reactie op de heer Scholtes die zei 'laten we het nog eens een keertje tegen het licht houden'. Wij denken dat daar afgelopen jaren al serieus naar is gekeken. We doen graag mee om dat nog een keertje goed tegen het licht houden. Misschien levert dat nog wat op. De voorzitter: De heer Scholtes heeft een interruptie. De heer Roeling: Dat hadden we niet afgesproken. De voorzitter: Het is een tweede termijn en daar kunnen interrupties in. Gaat uw gang. De heer Scholtes: Sorry, mijnheer Roeling, ik kon het toch eventjes niet laten. Volgens mij geeft Mijn Partij in dezen aan 'we hebben heel veel reserves die al zijn uitgeput'. De afgelopen jaren die ik als commissielid en raadslid in de gemeenteraad zit, heb ik alleen nog maar onze algemene reserve zien stijgen. Heeft de heer Roeling dat ook zo gezien en vindt de heer Roeling dat een positieve ontwikkeling? De voorzitter: De heer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Ja. Kijk, de reservering en de voorzieningen zijn er niet voor niets. Die beogen een bepaald doel. Dus om daar een wijziging in aan te brengen, lijkt ons niet handig. Als u zegt 'wij hebben de algemene reserve alleen maar zien toenemen', is het als we het op de wat langere termijn bekijken vooral zo dat ons eigen vermogen krimpt. Daar komt het eigenlijk op neer.

De voorzitter: De heer Scholtes heeft nog een aanvullende interruptie. De heer Scholtes: Ja, het ging in dezen niet om de bestemmingsreserves, want die hebben namelijk een bestemming, maar het ging echt om de algemene reserve. Ook ervan uitgaande dat we € 4 miljoen hebben gereserveerd in bestemmingsreserve als weerstandsvermogen, die uiteindelijk ook uit de algemene reserve zijn gekomen. Dus het ging meer om het stuk algemene reserve. Ieder jaar zien we bij de jaarrekening dat we uiteindelijk geld overhouden uit wat we hebben uitgegeven en dat wordt steeds teruggestort in de algemene reserve. We zien dat we heel moeilijk dat geld eruit kunnen krijgen om structureel in te zetten. Dat is eigenlijk de vraag die ik heb aan de heer Roeling, ziet hij dat ook als een probleem? De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Dan moeten we het eerst eens worden dat dat geld in die algemene reserve uit de lucht komt vallen. Het gebeurt vaak dat er wel investeringen zijn voorgenomen die dan vervolgens niet worden uitgevoerd of het is voordeliger geworden. Dan wordt vaak afgesproken 'dan vloeit het maar weer terug naar de algemene reserve'. Maar het is niet zo dat omdat wij zo zuinig aan leven, de algemene reserve toeneemt. Maar we hebben ook een oplossing, voorzitter, door te kijken 'waar kunnen we dan zelf nog geld verdienen?' Al is dat een groot woord, het is meer afhandig maken.

Dat is wat ons betreft de spoorverdubbeling tussen Delft en Rotterdam. Gemakshalve hebben wij dat IODS-2 genoemd. Daar zien wij wel mogelijkheden om daar als gemeente financieel wijzer van te worden. Dan gaan we het over de landschappelijke inpassing hebben, et cetera. Maar uiteindelijk is de A4 hier ook gekomen en zijn we daar financieel niet armlastiger van geworden. We stellen wel voor om vooraf te spreken over wat dan de bestemming of het doel zal zijn van die gelden. Het ligt voor de hand dat je dat weer aan het landschap besteedt. Maar volgens mij hebben we nog aardig wat geld in het IODS-potje zitten en het kan wel even duren voor dat geld op is. De boa, er is inmiddels een motie ingediend. Ook wij zijn zeer benieuwd aar wat onze tweede boa dan gaat doen. Wat die prioritering betreft, zijn we benieuwd wat boa nummer 1 doet en vooral benieuwd wat boa nummer 2 van plan is. Woningbouw, dat is toch ook wel het zorgenkindje hier in deze gemeente. We blijven daarop hameren. We zien nog genoeg mogelijkheden. Dan kun je zeggen 'de woonvisie aanpassen, dat is een goed plan', maar we kunnen natuurlijk wel een schitterende woonvisie hebben, zolang we niet

bouwen, is het ook voor de kat…. Dus graag beide, een woonvisie en een bouwvisie, dat zou onze voorkeur hebben. Verder, de boer en de tuinder. Een jaar geleden hebben wij hier al gevraagd 'laten we ons bewust zijn van de boeren, niet alleen de kringloopboer, maar ook de reguliere boer'. Wat hebben we daar vorig jaar al over aangekaart? Dat ging over de PAS-melders. Wat kunnen we betekenen als gemeente voor die PAS-melders? Hoe zit het met de derogatie? Hoe zit het met het mest injecteren? Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de boeren van ons een keuze hebben tussen mestinjectie of het vrij uitrijden? Wat hebben we nog meer gehad? De bekende gans. Ik zal het niet herhalen van vorig jaar. Maar in ieder geval letten de ganzen niet op of er nou een kringloopboer zit of een reguliere boer, alle boeren hebben er last van. Dus nogmaals de vraag: wat is het college van plan om die vorm van overlast terug te dringen? De tuinders, dan gaat het over waterkwaliteit. We hebben er natuurlijk in Nederland mee te maken dat landelijk de norm verder verlaagd wordt waardoor dan met name de tuinders zich weer daaraan moeten aanpassen. Als u vraagt 'joh, wat is de waterkwaliteit?' dan is die natuurlijk vele malen beter dan tien, twintig, dertig jaar geleden. Dat nemen wij als Mijn Partij ook wel in ogenschouw.

Er is een norm, maar als je natuurlijk om de vijf jaar de norm verlaagd, dan hebben we misschien drinkwater in de sloten, maar dan is ook de afweging of dat wel zo handig is. Dus dat zullen wij kritisch benaderen, voorzitter. Wij hebben geen moties, bewust, omdat deze begroting een momentopname is. Er gaat nog veel volgen. We hebben geen coalitie. Dan zou je kunnen zeggen 'hoe meer moties we indienen, hoe meer kanten het op kan gaan', maar dat is ook niet onze bedoeling. Dus wij zullen kritisch kijken naar de ingediende moties en hoe minder, hoe beter. Voordat ik bedank, wil ik nog ingaan op wat de heer Ringeling ook zei, over – ik heb het opgeschreven – coalitievorming, beeldvorming en de nieuwe burgemeester. Ik ben het eens met de heer Ringeling dat die nieuwe burgemeester zeer wel in staat is om met de taken die zij op haar bordje krijgt kordaat om te gaan. Zo heb ik haar leren kennen in een niet nader te benoemen commissie. Onze zorg is meer, dat even richting de heer Ringeling, dat deze nieuwe burgemeester moet beginnen met het herstellen van vertrouwen. Daar zal ze toe in staat zijn. Maar wat ons betreft, vinden wij dat dat niet op haar bordje zou moeten liggen omdat wij meerdere malen hebben voorgesteld 'maak pas op de plaats, even bezinning als partijen en begin het proces met de nieuwe burgemeester, zodat zij volledig eigenaar is van het proces'.

Dat was ons een lief ding waard geweest. De beeldvorming die… De voorzitter: Mevrouw Langeveld heeft een interruptie. Mevrouw Langeveld: U geeft terecht aan, mijnheer Roeling, dat het eigenlijk niet op het bordje van de nieuwe burgemeester hoort te liggen om te werken aan herstel van vertrouwen in de raad. Mijn vraag aan u zou zijn: wat zou uw aandeel kunnen zijn in het herstel van het vertrouwen? Mogelijk nog voordat de burgemeester zou komen? De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Misschien was ik dan niet compleet genoeg, maar het is meer het vertrouwen vanuit de burger richting de raad, richting de gemeente. Ik ben het eens met de heer Ringeling als hij zegt 'het vertrouwen van onze inwoners is beschadigd'. Dat moet hersteld worden. Wat u aankaart, is het vertrouwen in de raad. Daar vinden wij ook wel wat van. En hoe dat te herstellen? Volgens mij zitten we hier als zeventien volwassen mensen. Daar moeten we zelf toe in staat zijn en of dat nu is met eerst een gesprek tussen de fractievoorzitters – wat ik toevallig ook ben – prima, maar uiteindelijk moeten we het zelf oplossen. Wij zijn geen liefhebbers van het idee 'we gaan op de hei zitten en we gaan leuke dingen doen'. Whatever, als wij niet in staat zijn om hier als volwassen mensen bij elkaar te zitten en soms over dingen heen te stappen en dingen in te slikken, dan wordt de missie een heilloze.

Dus het komt vooral uit de zeventien individuen zelf hier. En waar mogelijk zullen wij een steentje bijdragen, voorzitter. De coalitievorming. De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik wil u toch even op de tijd wijzen. U zit op uw spreekstoel… De heer Roeling: Zat ik maar!

De voorzitter: U staat op uw spreekstoel, maar ik wil u er toch wel even op wijzen dat u al ruim over de tien minuten heen bent en ik wil u verzoeken om richting een afronding te gaan. De heer Roeling: Ja, dit gaat over wat later is aangegeven door collega-raadsleden. Ik kan er vlug doorheen lopen. Coalitievorming. Die zijn we gestart en inderdaad, wij kwamen vrij snel tot de conclusie. De VVD trok zich terug. Als rode draad loopt daardoor op dit moment het azc, de partijen die voorstander waren van dit voorstel ten opzichte van voorstanders van een ander model. Wij hebben de conclusie getrokken dat op dit moment daar geen concrete afspraken over te maken valt. We zijn gaarne bereid om op een later moment die afspraken wel te maken, maar op dit moment zat bij iedereen de adrenaline hoog, net als de emotie en konden wij niet anders dan zeggen 'nu niet', met de nadruk op nu. Voorzitter. Dan heb ik mijn briefje weer netjes voorgelezen? Dan dank ik nog iedereen trouwens voor het opstellen van de begroting. Dat hij niet compleet is, komt niet door u, maar dat heeft andere oorzaken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling en dan gaan we naar de fractie van het CDA. De heer Zwaard, gaat uw gang. De heer Zwaard: Voorzitter, voor ons ligt de Begroting 2024-2027.

Allereerst bedanken wij al onze ambtenaren en ons college voor het geleverde werk en de getoonde inzet om te komen tot deze sluitende begroting. Dit is ook een moment om zowel vooruit als terug te kijken. De CDA-fractie is na het vertrek van Frank ten Have blij met de komst van wethouder Fred Voskamp. Het is ook een jaar dat – het is al eerder gememoreerd – in het teken heeft gestaan en nog steeds staat van de veel besproken vluchtelingenopvang in Midden-Delfland. Vorige week maandag was ik bij de eerste Kleine Luydenlezing in het Abraham Kuyper huis in Maassluis. Minister Hugo de Jonge hield die lezing en hij vertelde daar dat we op moeten passen dat de politiek niet beheerst zal worden door wantrouwen, cynisme en vijandigheid. Het waren woorden die mij raakten. Immers, ook wij in Midden-Delfland moeten ervoor waken dat cynisme en wantrouwen en vijandigheid bezit van ons nemen. De CDA-fractie ziet het dan ook als een belangrijke taak om samen met de fracties ChristenUnie, D66, Mijn Partij en OGP Midden-Delfland en VVD te komen tot een weer werkbare situatie. Wij zullen daartoe ook nadrukkelijk zelf in de spiegel kijken. Voorzitter, de speerpunten die het CDA in deze algemene beschouwingen wil belichten zijn wonen, zorg voor elkaar, economie, omgeving en bestuur en financiën. Wonen. Het CDA vindt dat er doorgepakt moet worden om woningen te realiseren.

Het is nodig dat onze inwoners resultaten gaan zien van de woningbouwplannen. Onze vraag aan het college is dan ook: kan het college aangeven wat er nodig is om projecten die in 2024 gepland zijn ook daadwerkelijk te laten starten? Bouwen in ons open groene gebied dient volgens het CDA voorkomen te worden. We pleiten er dan ook voor om woningen te bouwen binnen onze bebouwde dorpskernen en oog te hebben voor alternatieve vormen van bouwen zoals snelle en kwalitatief goede bouw van prefabwoningen, zoals dit jaar gerealiseerd op de locatie Euterpe in Maasland. Het Centrumplan Den Hoorn moet op de kortst mogelijke termijn gerealiseerd worden. Het uitgangspunt bij nieuwbouwprojecten is minimaal 60% sociale en betaalbare woningen, waarvan ten minste 30% in de sociale sector. We moeten ons focussen op het realiseren van de bestaande woningbouwplannen, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om na te denken over de opties daarna. In 2026 zijn alle bestaande grondexploitaties beëindigd. En gezien de noodzaak tot woningbouw, vindt het CDA dat actiever grondbeleid een mogelijkheid is. De vraag aan het college is dan ook: wat heeft het college nodig om te praten over locaties voor woningbouw na 2026 en kan dat in de woonvisie meegenomen worden? Zorg voor elkaar. De problemen in de jeugdzorg zijn groot en urgent.

In juni 2023 is de landelijke Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld. Het doel van de maatregelen in de hervormingsagenda is het stelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar te maken. Betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Het pakket van maatregelen moet leiden tot een lagere uitgave. Er wordt gesproken over € 1 miljard structureel in 2027. De implementatie van de hervormingsagenda heeft dan ook invloed op de jeugdhulp in Midden-Delfland en mogelijk op de samenstelling van ons Maatschappelijk Team. Het CDA vindt het dan ook belangrijk dat wij als gemeenteraad het komende jaar worden

meegenomen in de implementatie van de hervormingsagenda. De vraag die wij hierbij hebben aan het college: wat betekent de landelijke hervormingsagenda voor Midden-Delfland? En de tweede vraag over dit zelfde onderwerp: is het college bereid om de gemeenteraad ieder kwartaal te voorzien van een update over de implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd? In het afgelopen jaar heeft het CDA met grote regelmaat het onderwerp armoedebeleid bespreekbaar gemaakt en tot op heden is er nog steeds geen aangepast beleidsplan. Voor ons is het dan ook van groot belang dat in 2024 echt wordt ingezet op de verschillende facetten rond armoede en dat mensen de hulp en ondersteuning krijgen die zo hard nodig is om mee te kunnen doen in onze maatschappij. Zo is de inzet van het CDA dat 95% van de kinderen kan deelnemen aan een sport. Beschikbare subsidiebudgetten moeten volledig benut worden. Bestaanszekerheid is bij het CDA wat dat betreft een belangrijk uitgangspunt. Midden-Delfland heeft veel oudere inwoners en de komende jaren worden dat er steeds meer. Goede voorzieningen voor ouderen zijn dan ook essentieel en na jarenlange inzet zal een lang gekoesterde wens van het CDA op niet al te lange termijn in vervulling gaan: een woonvoorziening met zorg voor ouderen op de locatie van De Hoornbloem. Hier zijn wij uiteraard erg blij mee.

Daarnaast realiseren we ons ook dat de vraag naar zorg voor ouderen hiermee niet zal zijn opgelost. We omarmen initiatieven waarbij ouderen op een veilige en vitale manier zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Economie. Het CDA is trots op onze ondernemers. Zij bieden werkgelegenheid en geven vorm aan onze lokale economie. Boeren, zzp'ers, middenstanders, tot onze grote internationaal werkende bedrijven. Ze doen er allemaal toe. Ze zijn, kortom, cruciaal voor de vitaliteit in onze gemeente. En uit te voeren werkzaamheden moeten, zo vinden wij, zoveel mogelijk lokaal aanbesteed worden. Ook in het buitengebied zijn er veel ontwikkelingen gaande en dit moet wat het CDA betreft ook mogelijk blijven. Ons buitengebied wordt wat ons betreft geen park, maar blijft een gebied in ontwikkeling. Wij hebben meerdere signalen ontvangen waardoor de vraag is of de huidige kaders wel in voldoende mate aansluiten bij die ontwikkelingen in datzelfde buitengebied. Tevens blijft de CDA-fractie enthousiast over het programma Duurzaam boer blijven. Dit vormt de basis voor het succes van duurzame landbouw.

Hierop aansluitend is de vraag aan het college: is het college bereid om de visie op het buitengebied in 2024 te herijken, zodat ook daar de ontwikkelingen mogelijk blijven? De tweede vraag: hoe geeft het college vorm aan verdere waardering van het kringloopcertificaat in het kader van het programma Duurzaam boer blijven? De voorzitter: De heer Van der Eijk heeft een interruptie. De heer Van der Eijk: Ik hoor de heer Zwaard over de herijking van het buitengebied, maar is de heer Zwaard zich ervan bewust dat wij de Toekomstvisie 2050 nu doorlopen en misschien dat proces eerst even af moeten ronden, om dan wat daaruit komt mee te nemen in die herijking van die visie? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Wij hopen dat die herijking juist in die nieuwe toekomstvisie plaats gaat vinden. Dus daar vragen we extra aandacht voor. De omgeving. Het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland onderschrijft hoe uniek ons gebied is. Het bestaansrecht van onze gemeente wordt voor een deel ontleend aan ons specifiek groene en dorpse karakter, waarmee we ons onderscheiden van de buurgemeenten. De focus in de buitengebieden ligt op grondgebonden veehouderij, behoud van natuur en weidevogels en recreatie. Binnen de dorpskernen vraagt het CDA aandacht voor veiliger verkeer.

Zo is de kruising Oude Veiling in Maasland onverantwoord en zijn wij verheugd te zien dat na een vraag van onder andere het CDA hier op korte termijn actie op ondernomen wordt. Het CDA vindt goede verbindingen met het openbaar vervoer belangrijk en zet zich in voor fietsveiligheid. Verkeersveiligheid rond onze basisscholen laat nog steeds te wensen over; veel ouders brengen hun kinderen nog steeds met de auto naar school. De afgelopen jaren is door bezuinigingen het onderhoud van groen en wegen achterwege gebleven. Het CDA vindt het van belang dat de komende jaren deze achterstand weggewerkt wordt en dat bij dat nieuwe beleid inwoners betrokken worden.

Op gebied van duurzaamheid zijn we als gemeente op de goede weg. Inwoners kunnen terecht bij het energieloket om zich te laten informeren over welke stappen zij zelf op korte termijn kunnen realiseren. Het CDA wil wel dat ook hulp wordt geboden bij concrete initiatieven. Bestuur en financiën. Het CDA is verheugd dat de financiën 2024 en 2025 positief zijn op basis van een solide beleid. Het werken met de kadernota is goed bevallen en we willen dat in 2024 zeker continueren. Vanaf 2026 zal er een begrotingstekort ontstaan vanwege het huidige rijksoverheidsbeleid. Dit wijzigt mogelijk met de nieuwe regering, maar we zullen ons hierop in 2024 moeten voorbereiden. De dienstverlening voor onze inwoners moet beter. Inwoners met een hulpvraag hebben te vaak het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd, de weg niet weten, met als gevolg dat bepaalde regelingen niet aangevraagd worden. Het is te ingewikkeld. Het CDA maakt zich sterk voor het oprichten van één loket, zodat inwoners met hun hulpvragen bij dit loket terechtkunnen en hier ook verder geholpen worden. De vraag aan het college hierbij is dan ook: kan het college zich hierin vinden en is het bereid om uitvoering te geven aan één loket voor alle inwoners met een hulpvraag? Tot slot voorzitter. Voor ons is en blijft Midden-Delfland altijd die mooie gemeente die onze volle inzet verdient.

Midden-Delfland wordt door de meeste van onze inwoners ervaren als een fijne, groene gemeente waar het fijn wonen, recreëren en werken is. Voorzitter, over enkele weken heten wij onze nieuwe, kroonbenoemde burgemeester welkom. De CDA-fractie ziet uit naar een waardevolle en prettige samenwerking met burgemeester Fenna Noordermeer, een nieuw tijdperk voor onze mooie gemeente. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Ik zie nog een interruptie van de heer Vieira. De heer Vieira: Ja, ik heb even afgewacht wat de heer Zwaard allemaal te vertellen had. Even over dat dienstverleningsloket. Mijn beeld is dat als je de gemeente nodig hebt, of het nu voor jeugdzorg is, of het groen moet aangeharkt worden, of over vuilnis gaat, je één telefoonnummer hebt. Dus ik probeer even een beeld te vormen wat het CDA daarmee wil. Dat is de eerste vraag en misschien heb ik dan nog een tweede vraag, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, gaat uw gang voor de eerste vraag. De heer Zwaard: Wij zien en horen dat mensen hier ervaren dat als ze met een bepaalde vraag komen, ze hier van het kastje naar de muur gestuurd worden. Daar moeten we vanaf. Daarbij zou in onze optiek één loket helpen, zodat ze bij één loket terechtkomen en daar hun vraag kunnen stellen en daar ook een antwoord krijgen. De voorzitter: Mijnheer Vieira, uw tweede vraag.

De heer Vieira: Dat gaat over – de heer Van der Eijk haakte daar ook op aan – het herijken van de visie van het buitengebied. Of dat nu in de toekomstvisie komt of ergens anders, maakt dan niet uit, maar wat wil het CDA anders zien in het buitengebied dan het nu gaat? Want u kaart het aan omdat u waarschijnlijk iets ander wilt, of begrijp ik dat verkeerd? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Wat wij bedoelen met dat herijken in het buitengebied? Een mooi voorbeeld is de pluktuin in Maasland. Op zich een initiatief dat zou kunnen passen in onze gemeente in de filosofie van Cittaslow en Groen Midden-Delfland. Maar door onze huidige regelgeving lukt dat niet en past dat niet. Wat dat betreft, vinden wij herijking een van de dingen – dit is dan maar één onderwerp, maar zo zijn er meer te noemen – die belangrijk zijn om in het komende jaar aan te pakken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vieira nog een derde vraag toevallig? De heer Vieira: Niet aan de heer Zwaard. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Dan gaan we naar de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland.

De heer Jongsma: Allereerst bedankt de fractie OGP Midden-Delfland het college en onze ambtenaren voor het werk dat is verricht voor de nu voorliggende, sluitende begroting en de beantwoording op onze vragen in de eerste termijn. In de eerste termijn hebben wij het college gevraagd 'waar kies je voor? Zeilen strijken, motor uitzetten, koers bijstellen? Of gewoon doorgaan op de ingezette koers?' Met de komst van de septembercirculaire is de mist een beetje opgetrokken. Er is iets meer zicht en licht aan de horizon. We zien dat de financiële tekorten in 2026 en 2027 minder groot zijn dan eerst verwacht. Ik wil nog aangeven dat ik voordat ik vooruit ga kijken, ik nog even terug wil kijken, dus daar begin ik mee. OGP Midden-Delfland is er trots op dat we het afgelopen jaar stappen hebben gezet in duurzaamheid. Inmiddels staan er meerdere boerenmolens en is er beleid voor het plaatsen van zonnepanelen op eigen erf in het buitengebied. Verder komt er een dubbele sporthal voor DIOS, staat dementie weer op de agenda, komt er een nieuwe burgemeester en is er een nieuwe, aangepaste subsidieregeling Kunst, Cultuur & Sociale verbinding in 2023 vastgesteld, met als doel de aansluiting van de regeling op de praktijk te verbeteren, waardoor meer initiatieven aanspraak kunnen maken op een bijdrage.

Ons voorstel is dan ook om het geld dat in 2023 niet is uitgekeerd, ook in 2024 beschikbaar te houden voor kunst, cultuur en sociale verbinding en dit geld dan ook niet toe te voegen aan de algemene reserve. Daarom hebben wij de volgende motie opgesteld, die heet Veiligstellen subsidie kunst, cultuur, sociale verbinding 2023. Voorzitter, ik wil mevrouw Koppert vragen of zij het dictum voor wil lezen. De voorzitter: Mevrouw Koppert, gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Wij dragen het college op het overgebleven subsidiebudget voor Kunst, Cultuur en Sociale verbinding uit 2023 beschikbaar te stellen voor 2024, hiermee het subsidiebudget voor 2024 voor KCSV-activiteiten te verhogen naar € 24.200,00 bestaande uit het budget voor 2024 (€ 15.000,00) verhoogd met het overgebleven budget uit 2023 (€ 9.200,00), zo spoedig mogelijk in 2024 te zorgen voor heldere communicatie naar inwoners en culturele organisaties over wat mogelijk is onder de nieuwe regels voor initiatieven voor Kunst, Cultuur en Sociale Verbinding en de raad uiterlijk in mei 2024 te informeren over de uitnutting van het beschikbare budget, welke activiteiten in aanmerking gekomen zijn voor deze regeling en welke activiteiten afgewezen zijn. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Koppert. Gaat u verder, mijnheer Jongsma.

De heer Jongsma: Een paar mooie successen volgens OGP Midden-Delfland, maar te weinig om onze gemeente echt te verder te brengen. Het College Werkprogramma dat begin dit jaar werd gepresenteerd zou daarin verandering moeten brengen. OGP Midden-Delfland heeft echter dit jaar geconstateerd dat dit werkprogramma geen visie heeft en veel te weinig concrete doelen stelt om ons, als gemeente Midden-Delfland voorbereid te laten zijn op de toekomst. Het is te veel hier en nu en te weinig dan en later. Uit de begroting blijkt bijvoorbeeld dat er tot aan de verkiezingen in 2026 slechts 185 woningen worden bijgebouwd. Dit terwijl ons 75 tot 100 woningen per jaar zijn beloofd. Wat gaat het college doen om deze aantallen of liefst nog meer, alsnog te realiseren? En wat na 2026? Het CDA gaf er ook al een aanzet toe, want hoe dan? Nu lijkt het alsof er gewoon niets gebeurt daarna. Dus wat wordt er nu in gang gezet om ook dan woningen te blijven bouwen voor de doelgroep starters en senioren? Visie, daadkracht en geld, dat zijn de drie ingrediënten waaraan het momenteel ontbreekt. Dus zeilen strijken en motor uitzetten. Dat is wat er gebeurt. We wachten blijkbaar op onze nieuwe kapitein vanaf 18 december a.s. en gaan op zoek naar een volledige bemanning. Maar de tijd gaat door en onze gemeente heeft geen tijd te verliezen.

We moeten bouwen, onze visie naar 2050 bepalen, verder verduurzamen, voorbereid zijn op de Omgevingswet en de komst van vluchtelingen. We hebben nog maar dik twee jaar om daadkrachtig op te treden. De vraag is: hoe gaan wij dat concreet de komende jaren doen en wat betekent dat voor 2024? We hebben in eerste termijn diverse vragen gesteld aan het college. Helaas, de beantwoording op deze vragen was vaak vaag. In 2024 zou de OGP Midden-Delfland met name willen gaan voor een aantal concrete zaken die passen bij een beleidsarme begroting, waarbij momenteel weinig geld beschikbaar is voor nieuw beleid.

Participatie en communicatie. Dit jaar, maar ook al eerder, hebben wij geconstateerd dat het ook onze gemeente nog steeds niet lukt om de inwoners bij belangrijke onderwerpen te betrekken en goed te informeren. Voor onze inwoners is vaak ook niet duidelijk welke invloed ze hebben. Hierdoor verliezen ze vertrouwen in de overheid en wordt de afstand tussen de inwoners en de gemeente steeds groter. OGP Midden-Delfland wil dat er voor 1 juli 2024 een concreet plan komt dat ervoor zorgt dat het betrekken en informeren van onze inwoners, ondernemers, sociale partners zoals Buurtpreventie, Stichting Welzijn Midden-Delfland, sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties verbetert. Veel basismateriaal is al voorhanden. Dus wat ons betreft, moet 1 juli mogelijk zijn. Een eerste stap ter verbetering kan wat OGP Midden-Delfland betreft genomen worden op het onderwerp 'de komst van het azc'. Graag zien wij dat het college maandelijks onze inwoners en ondernemers meeneemt in de voortgang, wat zij van de gemeente kunnen verwachten en wat de gemeente van hen nodig heeft. Te beginnen in december 2023. We horen graag hoe het college hierover denkt. Het tweede item is dienstverlening en ambtelijke organisatie. Onze inwoners vragen om een betere dienstverlening. Onze ambtenaren hebben echter steeds minder tijd om alle taken uit te voeren en er zijn ook minder mensen te krijgen.

De uitvoeringscapaciteit van ook onze gemeente staat onder druk. Er liggen nog behoorlijk wat moties en toezeggingen die nog steeds niet zijn uitgevoerd. Dit vraagt om keuzes. Wat kan wel en wat kan niet? Maar het vraagt ook om een creatieve aanpak om met beperkte middelen toch meer te bereiken. Concrete invulling kan bijvoorbeeld zijn inwoners die nu een zienswijze indienen standaard een brief te sturen met daarin de vervolgprocedure. Daarnaast kan kunstmatige intelligentie worden ingezet. Is het college bereid om voor 1 juni 2024 te bepalen wat wel en niet kan? Welke capaciteit heeft het college en hebben de ambtenaren? Welke ruimte is er voor de ontwikkeling van nieuw beleid, of is er alleen ruimte voor staand beleid en beheer? Kan het toepassen van kunstmatige intelligentie en betere informatieverstrekking leiden tot tijdbesparing? Kortom, kom met een concreet werkplan. Het derde belangrijke thema is uiteraard wonen. De vraag naar woningen is groot, maar er wordt nauwelijks bijgebouwd. Ik refereerde er eerder al aan. Ook ziet het er niet naar uit dat er voorlopig nieuwe plannen worden ontwikkeld. De bestaande plannen worden gerealiseerd en daarna ziet het college wel verder. In de wetenschap dat woningbouw een lange doorlooptijd kent, is het zaak om nu al nieuwe plannen te bedenken en uit te rollen. Anders komt er na 2025 weinig meer van de grond.

De snelle manier van bouwen is met flexwoningen. Met flexwoningen kan snel een tijdelijke oplossing worden geboden om toch wat meer doorstroming te krijgen in de markt. We willen het college dan ook vragen welke mogelijkheden het college ziet om de komende jaren tijdelijke woningen te realiseren. Een mooi voorbeeld is natuurlijk al Euterpe. De uitkomst van dit onderzoek, inclusief locaties, zien we graag voor 1 juli 2024 aan de raad gepresenteerd. Dan is het vierde thema verduurzaming. Wij vroegen aan het college of het bereid is om in 2024 onderzoek te doen naar opwek, verbruik en opslag van energie en andere innovaties op het gebied van verduurzaming. Dit in samenwerking met bijvoorbeeld bedrijven op het industriegebied Harnaschpolder. Het leek ons een heel concrete vraag. Helaas is de reactie van het college op deze vraag, en ik citeer 'gezien de vele ontwikkelingen en lopende initiatieven op bedrijfsterreinen in de regio streven we naar gezamenlijke inspanningen. We willen onderzoeken en benutten welke mogelijkheden er zijn om samen te werken. Op basis van dit inventarisatieproces streven we ernaar om samen met ondernemers en in nauwe samenwerking met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de RES mogelijkheden te verkennen en concrete voorstellen te ontwikkelen. Hiermee willen we duurzame energie-initiatieven op bedrijventerreinen in de regio versnellen'.

Bent u er nog? OGP Midden-Delfland vraagt om een concrete uitwerking voor de Harnaschpolder. Bedrijven kunnen nu niet verder verduurzamen omdat ze stroom niet kwijt kunnen. Een kans voor onze gemeente om deze op te vangen. Dat vraagt eenmalig een investering waar we langdurig profijt van hebben. Graag horen wij van het college of het onderzoek wil doen naar opslag van energie van zonnepanelen, en dat geldt dan ook voor de buurtbatterij. Dat lijkt ons ook een heel erg goed initiatief. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, mag ik u vragen om de tijd in de gaten te houden? De heer Jongsma: Zeker, ik heb nog een blaadje. Armoedebestrijding. Het college heeft onderzocht dat 5% van de huishoudens in Midden-Delfland een inkomen heeft tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Hoe groot de schulden zijn voor huishoudens, is niet door het college onderzocht. De mogelijkheid van schuldsanering wordt een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=fcd4707c-602e-42ea-868d-1ce4275968ec