Vsl raad 2022 m 05 d 24.docx
Tekst van het document
Er wordt regelmatig gerefereerd aan het Bedrijvenschap Harnaschpolder, maar als op zichtlijnen en rooilijnen en mengen van functies wordt gewezen, dan staat het plan opeens weer op zichzelf, dus dat is ook niet erg consistent. We hebben nog op het laatste moment een beantwoording gekregen op de vragen van de heer Vieira van D66. Daarin werd gevraagd 'hoe zit dat met die afstand?' Dan geeft het college het antwoord 'dat heeft te maken met Harnaschpolder-Zuid terrein 14, in het bestemmingsplan.' Maar
dat geldt natuurlijk maar voor een klein hoekje op die noordelijke kavel, of ten noorden van de kavel van omwonenden. En toen dacht ik al 'nee, volgens mij hebben we het ooit anders besloten'. Toen kwam ik uit op het bestemmingsplan Lookwest-Noord van 2013. Daar valt het onder en dus ook onder die regelgeving, wat ons betreft. En als we dan kijken naar de staat van bedrijfsactiviteiten, dan staat er in dat bestemmingsplan Lookwest-Noord dat een hovenier van groter dan 500 m² - ik denk dat we daar wel over kunnen spreken in dit geval - gewoon onder categorie 3.1 valt, oftewel die 30 meter geldt. Dat geldt dan voor het hele bedrijf en nu zien we dat beantwoord wordt dat het meest noordelijke puntje van het bedrijf onder 3.1 valt. Op zijn minst zou er dan sprake moeten zijn van overgangsrecht. Je hebt verworven rechten in dit bestemmingsplan en die worden nu even zomaar aan de kant geschoven. Dat lijkt ons ook niet juist. Wat hebben we nog meer voorzitter? Dat wonen, dat vinden we gewoon niet handig. De rooilijn wordt niet gerespecteerd. Dat is wel constant het geval bij zowel het Bedrijvenschap Harnaschpolder als de woonwijk aan de andere zijde van de Harnaschdreef, De Kreek.
Ook daar zie je een keurige rechte lijn als het gaat om de rooilijn en hier wordt daar dan maar van afgezien en wordt dat door allerlei zeer deskundige bureaus bekeken die hier niets op aan te merken hebben. We zijn geen erkend bureau maar toch vinden we hier iets van. Veder hebben we opmerkingen gemaakt over de twee woningen aan de kant van de Woudseweg. Ook daar wordt de rooilijn niet gerespecteerd en daar hebben we ook gezegd 'kijk naar die rooilijn van de Woudseweg 130 en kijk goed naar die verkeersontsluiting op die Woudseweg omdat je daar ook een fietspad kruist'. We zien geen verbeteringen ten opzichte van wat we hebben geconstateerd. Tenzij het college ons gaat verrassen met een vlammend betoog waarin het zegt 'ik hoor dit en ik zie dit en neem het toch terug'… Dat hebben we twee weken geleden ook al aangeboden: 'neem het terug en kijk er nog een keer goed naar en kom met een verbeterd plan'. Maar het is in de fase van de besluitvorming dus ik vermoed dat het college daar niet toe bereid is. Verder denken we dat dit een leuke bedrijfslocatie kan worden, maar dan moet er toch wel het een en ander verbeterd worden en dat hebben we nog niet gezien. De voorzitter: De volgende spreker is de heer Zwaard.
De heer Zwaard: Veertien dagen geleden is er al het nodige gezegd over de Woudseweg 130 en ook vanavond was er weer een aantal insprekers die ik allereerst bedanken wil voor de genomen moeite. Maar heel veel duidelijker is het ons nog niet geworden, eerlijk gezegd. Er waren veertien dagen geleden een aantal vragen en die zijn er nu nog steeds, onder andere over de vermenging van bedrijfsvormen met woonvormen en het participatietraject. De ene partij die zegt dat ze er uitvoerig over gesproken hebben en de andere partij beweert het tegendeel. Ik heb ze allebei gesproken. Ik denk dat er bij onze gemeente toch ook een kleine rol ligt in dat proces om dat goed te laten gaan. Dan gaan we kijken 'moeten daar bedrijfsgebouwen komen te staan, moeten daar woningen komen te staan?' In onze optiek zitten we zwaar verlegen om meer woningen in Midden-Delfland en niet alleen in Midden-Delfland, maar overal is dat zo. In onze optiek zou dat plan er beter uit kunnen zien als we daar geen bedrijfsfunctie creëren maar wel wat extra appartementen, dus dat het alleen een woonfunctie krijgt. Ik denk dat we met z'n allen, alle partijen, ervan doordrongen zijn dat juist extra woningen in onze gemeente zeer hard nodig zijn. Dus daar wil ik graag een beantwoording van het college op. De voorzitter: Prima, dank u wel, maar de heer Scholtes wilde u nog even interrumperen.
De heer Scholtes: Ja, toch even een vraag want ik hoorde de heer Zwaard het hebben over de bestemming wonen, over een wat groter gebied daar. Maar dat is toch heel tegenstrijdig met de milieucategorie 3.1 die in ieder geval op een deel van het bedrijfsterrein heerst? Kan de heer Zwaard daar misschien zijn visie op geven? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dat zou ik best willen doen, maar het lijkt me eigenlijk beter dat het college daar eerst een visie over geeft. Die 3.1, is dat alleen het noordelijke puntje, of is dat het totale
bedrijventerrein? Dat is een vraag die al gesteld is door mijn voorganger en die heeft daar zeker mee te maken, dus wat dat betreft wachten we de beantwoording van het college even af. De voorzitter: Dan gaan we door naar de heer Knaap. De heer Knaap: Ik wilde even zeker zijn dat de heer Zwaard klaar was. Want dat was mij nog niet helemaal duidelijk. Dank aan de insprekers. Vanuit de OGP Midden-Delfland kijken we hiernaar en dan horen we mijnheer Van Leerdam als adviseur van de initiatiefnemers spreken over het omtoveren naar een parel. We lezen in de raadsoplegger dat het een enorm mooie herontwikkeling is in een overgangsgebied en een begeleiding langs de wegen. Dus ronkende taal op dit initiatief en dan kijken wij naar wat er feitelijk aan de hand is. Dan heb je een locatie die ingewikkeld is. Hij heeft niet voor niets de notie 'nader uit te werken'. Dat vraagt wat ons betreft ook heel veel afstemming om ervoor te zorgen dat je recht doet aan bestaande belangen, dat je goed in contact bent met je omwonenden die daar natuurlijk ook gewoon het nodige van vinden en dat je op basis daarvan komt met een plan dat gewoon beter landt in wat daar kan.
Als ik dan kijk 'wat gebeurt er dan met dat omtoveren naar een parel en dat historische lint en de mooie begeleiding van de wegen?' zie ik met name op dat stukje appartementencomplex een solitair appartementencomplex, dat een afstand heeft tot de Harnaschdreef van 8,5 meter, dat aan de andere kant een afstand heeft tot de bedrijfsunits van 10 meter, dat aan de overkant, dus de andere kant van de Harnaschdreef een afstand heeft van 6 à 7 meter tot de openbare gebieden en de parkeerplaatsen van de bedrijven die daar gevestigd zijn. Dan kijken wij naar woonkwaliteit. In het betoog zei de inspreker namens initiatiefnemer ook nog 'er komen drie appartementen in de sociale categorie'. Dat betekent vijf in de categorie niet sociaal, dus daar zijn ook nog duurdere appartementen bij. Dan gaat het wat ons betreft helemaal niet om de vraag 'kan dit, past dit met alle maten die je misschien bedenkt, die er zijn en waar je rekening mee moet houden of waar je geen rekening mee moet houden?' Dan is de voornaamste vraag 'wil je dit ook?' Wil je als gemeente op zo'n locatie op zo'n solitair stukje drie sociale appartementen realiseren en vijf duurdere appartementen realiseren en ben je daar dan als gemeente tevreden mee? De voorzitter: De heer Van der Eijk gaat u interrumperen. De heer Van der Eijk: Ik vraag me toch wat af voorzitter.
OGP Midden-Delfland wil niet in het groen bouwen, maar ze willen ook hier weer niet bouwen. Maar waar wilt u wel woningen bouwen? De heer Knaap: Dat antwoord kent de heer Van der Eijk net zo goed als dat wij dat weten. Daar hebben we al de afgelopen vier jaar over gesproken en dat is in de kernen en ook op een zodanige manier dat je mensen een prettige woonomgeving schenkt. De voorzitter: Heeft u nog een vraag? Dat kan, maar ik heb u een interruptie toegestaan. Gaat u door met uw betoog. De heer Knaap: Daar komt nog bij, als je dan kijkt naar het proces, dat er last minute zienswijzen zijn afgehandeld, wat ook misschien toevallig of waarschijnlijk toevallig is. Maar kijk eens naar De Schakel van vorige week, naar de agenda van deze raadsvergadering. Daar staat dit punt gewoon niet tussen. Dus ik snap best dat omwonenden denken 'wat gebeurt hier?' Dus in de agenda van De Schakel staat niet dat we dit punt vandaag gaan behandelen. Dat zal ongetwijfeld een onzorgvuldigheid zijn, maar het helpt allemaal niet om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen in deze gemeente. Ik houd het eventjes hierbij in mijn eerste termijn. De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De gemeenteraad van Midden-Delfland heeft eerder kaders vastgesteld, ook hier, voor waar een mogelijk plan aan zou moeten kunnen voldoen.
Deze kaders worden dan getoetst en daar zit voor een ontwikkelaar wel bepaalde ruimte in. Het ambtelijk apparaat toetst dan of het plan daaraan voldoet. Het is tot deze tafel gekomen, dus het plan voldoet dan aan de eerder gestelde kaders van de gemeenteraad.
Er waren wat vragen in de commissievergadering met betrekking tot de milieucategorie. Formeel zijn de te ontwikkelen woningen op voldoende afstand. Het verkeer voldoet gewoon aan de CROWrichtlijn. Er komen ook vrachtwagens bij deze bedrijven. Maar ik kom ook wel eens in het centrum van Den Hoorn; de Plus Supermarkt wordt dagelijks bevoorraad, door vergelijkbare vrachtwagens. Ik denk dat daar de verkeershinder groter is dan bij dit plan. De voorzitter: Een interruptie van de heer Roeling op dit punt. De heer Roeling: Ik dacht 'ik pak even de regels erbij die de gemeenteraad heeft vastgesteld'. Dat was de reactie van de heer Van der Eijk. Dan staat hier 'de woningen zijn uitsluitend toegestaan aan de westzijde langs de boezem'. Dus uitsluitend. Dus niet aan de oostkant, zoals nu, maar aan de westkant. Dat het uiteindelijk bedrijventerrein is geworden aan die westkant, dat kan, dat zit binnen de mogelijkheden, maar dit zijn de regels van de gemeenteraad. En daar wordt nu wat ons betreft wel erg makkelijk aan voorbijgegaan. Bent u dat met ons eens? De voorzitter: Dat is een vraag aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik ben dat niet met Mijn Partij! eens, de plannen worden hier gewoon getoetst aan kaders of het mogelijk is en de gemeenteraad heeft daarover ook nog eens een controlerende taak om te beoordelen of dit voldoende getoetst is.
En de VVD vindt dat er voldoende getoetst is. Dan ligt er nog de kavel van de bewoner van Woudseweg 130. Die gijzelt door lang te wachten met het ontwikkelen van de kavel die hij gekocht heeft, de planvorming wel een beetje. Daar had misschien van twee kanten wel beter samen opgetrokken kunnen worden, maar dat neemt niet weg dat hij rechteloos is. Wat ook aangegeven is in de stukken. De planschade kan verhaald worden. Dan het beeldkwaliteitsplan. Deze gemeente heeft gewoon een Welstandscommissie die uiteindelijk toetst wat er gebouwd wordt. En ik hoorde de heer Roeling eerder zeggen vanavond 'dat bedrijventerrein Harnaschpolder, ik vond het erg ruim opgezet en nu zie ik er wel de voordelen van in.' Als dit plan gerealiseerd is, zal hij ook die voordelen in kunnen zien, voorzitter. Wij als VVD kunnen de plannen steunen. De voorzitter: We gaan maar door naar de volgende spreker, de heer Scholtes. U heeft het woord. De heer Scholtes: We hebben nogmaals naar dit plan gekeken en we hebben de beantwoording gekregen van het college over dit plan. Het valt ons op dat er een hoop tegenstrijdigheden zijn. Wij zien eigenlijk een hoop tegenstrijdigheden. We zien eigenlijk een gebied dat op een betrekkelijk klein terrein wordt opgedeeld in een gedeelte wonen en een gedeelte bedrijventerrein. Het ligt allemaal net niet lekker bij elkaar.
De appartementencomplexen die gebouwd worden, liggen echt heel dicht op de weg waar ook best wel veel zwaar vrachtverkeer overheen komt. Wij vragen ons toch wel af: worden daar toch niet milieuaspecten overschreden? Verder zitten er ook heel veel tegenstrijdigheden in het verhaal, met name ook het stukje participatie. Het gaat allemaal net niet zoals het zou moeten gaan. We hebben een bewoner van Woudseweg 130 die graag op zijn terrein iets wil opstarten, iets ontplooien. Die wordt met het plan echt volledig buiten spel gezet. Je zou zeggen, op het moment dat je dat weet als je grond verkoopt, betrek hem erbij en kijk of je gezamenlijk iets kan doen. Wij vinden het wel een groot gemis dat daar niets mee gedaan is. Natuurlijk, planschade kan verhaald worden. Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om planschade, maar om het ontplooien van een onderneming. En misschien ontneem je hem die kans hiermee. Verder hebben we het natuurlijk al gehad over onze twijfels over de woonkwaliteit. Daarbij komt nog dat we wat vragen hadden gesteld over die milieucategorie 3.1. Volgens mij heeft Mijn Partij! daar een wat nadere duiding aan gegeven dan de beantwoording die het college heeft gegeven, maar we zijn eigenlijk wel heel erg benieuwd naar de beantwoording van het college.
Want in onze beleving krijg je een milieucategorie op je bedrijfsvoering en niet zozeer op een klein stukje van je bedrijventerrein. We zijn eigenlijk toch wel heel erg benieuwd hoe dat in elkaar steekt, dus daar willen we graag wat reactie van het college op. De voorzitter: Dan is de laatste in de ronde van de raad de heer Ringeling.
De heer Ringeling: Ik ga niet alles herhalen wat mijn voorgangers hebben gezegd dus voor mij valt er niet meer zoveel te zeggen, maar wij zijn niet veel meer opgeschoten sinds twee weken geleden. Dat moet ik met de heer Roeling en de heer Zwaard eens zijn. Dus ik wacht op de antwoorden van het college. De voorzitter: We gaan door naar het college voor de reactie van het college. Gaat uw gang, wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Lookwest-Noord 2013. Onder dit huidige bestemmingsplan heeft deze locatie de bestemming 'gemengd uit te werken'. Er zijn voor deze locatie ook bepaalde uitwerkingskaders meegegeven. De reden dat we nu een geheel nieuw bestemmingsplan voorleggen is dat het plan niet volledig binnen die kaders voldoet. Dus vandaar een heel nieuw bestemmingsplan. Anders had het gewoon binnen een wijzigingsplan ook vastgesteld kunnen worden. Daar is niet voor gekozen vanwege de verschillen, maar als we kijken naar de eerder vastgestelde structuurvisie die natuurlijk al echt van langer geleden is, is dit gebied ook onder die structuurvisie aangewezen als een gemengd gebied. Dat is in de later vastgestelde beschermingsplannen ook herhaald door deze gemeenteraad. Daarmee hoop ik ook de opmerkingen/halve vragen van de heer Roeling beantwoord te hebben dat dat de wijze is waarop dit bestemmingsplan nu aan u wordt voorgelegd.
Het is een locatie met bestemming gemengd uit te werken. Dat betekent dat er dus ook woningen aan toegevoegd mogen worden. Dat is lastig op deze locatie omdat er aangrenzend ook nog een ondernemer zit met een bedrijfspand waar een milieucategorie 3.1 op ligt. Het college heeft op vragen van D66 laten zien in het huidige bestemmingsplan 'welke bestemming ligt er op en tot waar ligt die?' Het kaartje is duidelijk. Ik heb gehoord wat de heer Roeling zegt daarover alleen het college houdt eraan vast, kijkend naar het vastgestelde bestemmingsplan. Daar hoort de kaart bij die in het bezit is van de gemeenteraad. Dat betekent ook dat op vragen als 'zou je hier in plaats van, bijvoorbeeld, minder bedrijfsmatigheid aan de Lotsweg, het wonen wat kunnen oprekken?' Naar het idee van het college is dat niet zo eenvoudig omdat je dan mogelijk wel binnen de richtafstanden terechtkomt, dus vandaar dat er binnen het plan zoals nu voorligt, is gekozen voor de huidige opzet. Een gemengd gebied. Dat betekent natuurlijk dat het gemengd is en daar kan eenieder iets van vinden. Feit is wel dat de gemeenteraad zelf uitwerkingskaders heeft vastgesteld waarbinnen binnen dit gemengd gebied, dus ook wonen en bedrijfsmatige ontwikkeling, samen zouden moeten kunnen gaan. Voorzitter, ik heb met name een beetje geprobeerd te reageren op de opmerkingen die zijn gemaakt.
Er is nog een opmerking gemaakt 'de appartementen liggen wat dicht op de weg'. Misschien is dat zo, in ieder geval heeft het college getoetst of het zodanig te dicht op de weg is, dat niet aan de normen voldoet. Het voldoet wel aan de normen. Zo is er bijvoorbeeld ook het wegverkeerslawaai. Dat is onderzocht en uit dat onderzoek komt naar voren dat het plan voldoet, ook op dat vlak. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dan kijken we even voor een tweede ronde naar de gemeenteraad. Ik begin aan linkerzijde, ik zie de heer Van der Eijk, de heer Knaap, de heer Zwaard en de heer Roeling. De heer Van der Eijk: Ik had al gezegd dat de VVD het plan steunt, maar ik heb daarbij wel de opmerking dat ik tijdens de verkiezingen heel veel partijen van alles heb horen zeggen over woningen en woningen bouwen. Er ligt nu een plan. Boter bij de vis, voorzitter. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ik houd het kort. Ik hoorde de wethouder meerdere keren zeggen 'wonen, dat kan daar'. En voor ons, dat heb ik in eerste termijn duidelijk gemaakt, geldt: maar het hoeft niet. Wat ons betreft, is dit een prima locatie om weliswaar het lint aan de Woudseweg aan te vullen met twee woningen, maar gewoon netjes daarachter te zorgen dat het aansluit bij het bedrijfsterrein. Dat zou onze voorkeur hebben.
Misschien is het ook goed voor het vervolg van het proces, want wij zien zo'n beetje ontstaan dat dit besluit het niet gaat halen, dat we het college ook eventjes expliciet meegeven waar onze voorkeursrichtingen liggen. Die van ons is: netjes twee woningen aan het lint en daarachter
gewoon aansluiten bij een bedrijfsbestemming en daar iets moois van maken. Dat betekent ook dat wij het voorstel zoals dat nu voorligt, niet zullen steunen. Dank u. De voorzitter: Dan is het woord aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Wethouder, bedankt voor de beantwoording. We hebben al in de eerste termijn aangegeven dat wat ons betreft dat stukje grond ingericht zou worden om te bewonen. We zijn het ermee eens dat het niet het meest ideale plekje is, maar ik weet zeker dat de jongelingen uit onze gemeente in de rij staan om daar te gaan wonen als daar appartementen komen. En volgens mij heeft elke partij in de verkiezingen lopen roeptoeteren 'we willen meer woningen', dus… De voorzitter: Interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Is de heer Zwaard zich ervan bewust dat die woningen die onze jongeren zouden kunnen betalen hoogstens die drie sociale koopappartementen zouden zijn en ze voor de rest niet in aanmerking komen? De heer Zwaard: Dat weet ik niet, maar daarom geven we het college juist mee om te kijken naar dit plan om het zodanig in te richten dat het voor jongeren wel behapbaar is. Daar liggen de vragen, die jongeren zitten te gillen om woningen. Dus dit is wat ons betreft een unieke kans, laten we die met z'n allen pakken. Voor de rest mis ik bij de beantwoording van de wethouder wel de participatie. Daar gaat ze aan voorbij.
Het is iets tussen de initiatiefnemer en de omwonenden maar ik denk dat we als gemeente daar toch onze rol in moeten nemen, want het blijkt gewoon dat de participatie in dit traject tussen de partijen onderling onvoldoende is geweest. Nogmaals, ik heb ze beiden gesproken. Ik denk dat we daar als gemeente ook onze rol in moeten vervullen. Dus ons verhaal is duidelijk, denk ik, we zullen dit voorstel dan ook niet steunen. De voorzitter: Dan ga ik door naar de heer Roeling als laatste in deze ronde. De heer Roeling: Ik kan niet zeggen dat ik veel antwoorden heb gehad en dat onze zorgen zijn weggenomen, moet ik eerlijk zeggen. Laten wij ook nog een keer herhalen hoe wij het graag zouden zien. Ten eerste, de verkeersontwikkeling, waar je eigenlijk de kavel oprijdt. Regel dat gewoon goed zodat er geen misverstand kan ontstaan 'wat is nu de norm?' We hebben genoeg normen en maak dit passend. Op het moment dat dat goed opgelost is, denken wij dat dit een geschikte kavel is voor bedrijvigheid. Zoals we ook ooit hebben vastgesteld. En of het nu in het bestemmingsplan Lookwest-Noord is of in weet ik wat. Het was een prima kader. Wij zien geen reden daarvan af te wijken, los van het vermengen van die functies en wat voor gevolgen dat kan hebben. Dat maakt voor ons dat we zeggen: nou, breid dan die bedrijvigheid wat meer uit.
Ook wij zeggen: kijk bij die twee woningen die ontsluiten op de Woudseweg even naar die rooilijn. Maar het is wat ons betreft akkoord dat dat past, ruimtelijk gezien. Ik wil toch wel eigenlijk een antwoord op de vraag die ik eerste termijn heb gesteld wat betreft het feit dat er in de beantwoording op in wordt gegaan dat het gaat over een ander bestemmingsplan dan waar wij het over hebben, Lookwest-Noord. De voorzitter: In de tussentijd zie ik een interruptie van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik wil toch aan de heer Roeling vragen via u of hij nu wel die twee villa's wil realiseren, allicht iets naar achteren, en geen goedkopere starterswoningen. De voorzitter: Door naar de heer Roeling en die vervolgt zijn betoog daarna. De heer Roeling: Ja, dat willen we wel, maar niet op deze locatie. En mijn vraag was: als ik kijk naar het bestemmingsplan Lookwest-Noord valt 90% van het hoveniersbedrijf daaronder. Als we dan kijken naar wat daar mag, in de staat van bedrijfsactiviteiten, staat daar dat een hoveniersbedrijf groter dan 500m² – dat is hier het geval –
gewoon onder 3.1 valt. Dat is een kader, even richting de heer Van der Eijk, dat we als raad hebben meegegeven bij dit bestemmingsplan. En omdat het groter is dan 500 m², valt het in categorie 3.1 en zijn alle volgende activiteiten en functies dan gehouden aan die 30 meter. Ik ben zeer benieuwd hoe de wethouder daar dan mee omgaat, want in onze beleving is het zo, het is vandaag uitgeprint en dan geldt het als vandaag, en morgen waarschijnlijk ook nog. Dus onze vraag is dan: is dit het college ontgaan, of zegt het college 'dat past ons niet zo'? Ik ben zeer benieuwd. De voorzitter: Dat is meteen even een bruggetje naar het college voor wat betreft een reactie op het tweede termijn. Het woord is aan wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Volgens mij heb ik een vraag in deze tweede termijn gekregen en dat is die van de heer Roeling 'hoe zit dat nu met die 500 m² van het hoveniersbedrijf?' Het was natuurlijk fijn geweest wanneer deze vraag dan van tevoren schriftelijk gesteld zou zijn. Het is een vrij technische vraag. De voorzitter: De heer Roeling interrumpeert. De heer Roeling: We kregen die beantwoording eind van de middag en daar viel het me op dat werd gerefereerd aan een bestemmingsplan uit 2014. Toen ben ik heel snel achter de computer gekropen en heb ik dit voorgelegd. Dus qua tijd was dat niet mogelijk, voorzitter.
Maar ik denk dat de parate kennis van de wethouder voldoende is om de vraag alsnog te beantwoorden. De voorzitter: We gaan door naar de wethouder. Wethouder Renzen: Het enige dat ik er nu van kan zeggen, is dat elke nieuwe activiteit wordt getoetst aan het uitwerkingsplan. Het hele gebied heeft een bestemmingsplan gemengd uitwerken, dus dat betekent dat voor dat hele gebied geldt dat daar dan letterlijk nog dingen uit te werken zijn. Dus dat daar nog niet op alles een concrete bestemming ligt. Zoals ook bij het bestemmingsplan dat nu voorligt wat het uit te werken gebied betreft. Verder dan dit kan ik de heer Roeling niet tegemoetkomen. De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de besluitvorming, wilde ik zeggen, maar de heer Zwaard en de heer Van der Eijk steken beide nog een hand op. is dat nog in reactie op de wethouder? De heer Zwaard. De heer Zwaard: Ik hoor de wethouder zeggen 'ik heb alle vragen beantwoord', maar ik heb in de eerste termijn en in de tweede termijn gevraagd naar de rol in de participatie in dit traject. Ik denk dat we daar als gemeente een betere rol kunnen vervullen dan we gedaan hebben. Dus mijn vraag is: bent u daartoe bereid? De voorzitter: Dan gaan we door naar mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Ik had dat meer als opmerking opgevat.
Kijk, de gemeenteraad gaat natuurlijk zelf, zeker straks met de Omgevingswet, over de kaders die de raad wil meegeven aan het college van 'hoe moet je participatie inrichten?' Op dit moment, binnen de kaders die er nu liggen, hebben wij als college geen grond om bijvoorbeeld bij een plan zoals dit nadere eisen of meer eisen te stellen aan participatie. We willen natuurlijk graag dat er goed geparticipeerd wordt. Ook het college moet uitgaan van wat initiatiefnemer aangeeft 'hij is langs geweest, heeft de plannen besproken', maar goed ook. Ik heb natuurlijk daar ook een tegenstrijdigheid in gehoord. Dan is het naar de toekomst denk ik goed dat de raad met elkaar bespreekt 'welke nadere eisen wil je daar dan aan gaan stellen?' Ik denk dat je ook nooit kunt voorkomen dat omwonenden en belanghebbenden zeggen 'dit was geen goed participatietraject'. We hebben hier al vaker in de gemeenteraad ermee te maken gehad dat participatieprocessen waar we ook van de zijde van het college erg ons best voor hadden gedaan, toch niet helemaal naar tevredenheid waren uitgewerkt. Dat is natuurlijk wel een vraag die met name ook de gemeenteraad aangaat en daar zal de raad ook zelf een antwoord op moeten formuleren hoe we daar in de toekomst mee willen omgaan. Voor
nu is het zo dat dat participatie echt onder verantwoordelijkheid valt van de initiatiefnemer. Tot zover. De voorzitter: Dan de heer Van der Eijk nog een punt. De heer Van der Eijk: We komen aan de besluitvorming en ik wil eigenlijk vragen om voor dit plan om deze woningen toe te voegen even een hoofdelijke stemming te doen. De voorzitter: Ja, hoofdelijke stemming. Weet u allemaal hoe dat gaat? Het gaat per hoofd. In principe is het zo dat we ergens beginnen. Andere opmerkingen nog voorafgaand aan de besluitvorming? Niet meer, dan gaan we een hoofdelijke stemming doen en dat betekent dat uw naam wordt afgeroepen en dan van u wordt gevraagd te zeggen 'voor' of 'tegen'. Ik heb overigens net even technisch naar het besluit gekeken dat voorligt, dat bestaat uit twee delen. Het besluit is de nota van beantwoording vast te stellen en het bestemmingsplan met bijbehorende stukken vast te stellen. U heeft al het een en ander gezegd over het bestemmingsplan maar niet zozeer over de nota. Maar als de nota een opmaat is naar het vaststellen van het bestemmingsplan, hebben we het over het bestemmingsplan en dan is dat de gevraagde beslissing: bent u voor of tegen het vaststellen van het bestemmingsplan? Dus zo is het. Ik ga even kijken naar wat er in deze doos zit. Daar zitten allemaal nummertjes in.
Het gebeurt niet zo vaak, ik vind het wel leuk dat ik dit een keertje meemaak, zo'n hoofdelijke stemming. Een beetje roeren. We hebben nr. 17. De griffier gaat ons helpen, die noemt uw naam en dan zegt u 'voor' of 'tegen'. De heer Zwaard: Tegen. De heer Van der Eijk: Voor. De heer Gebben: Voor. De heer Jongsma: Tegen. De heer Knaap: Tegen. Mevrouw Koppert: Tegen. De heer Moerman: Voor De heer Van Rijs: Tegen. De heer Ringeling: Tegen De heer Roeling: Tegen. De heer Ruiterman: Tegen. De heer Scholtes: Tegen. De heer Van der Spek: Tegen. De heer Vieira: Tegen. Mevrouw Van 't Westeinde: Tegen. De voorzitter: Dan hebben we genoteerd 3 stemmen voor en 12 stemmen tegen. Dat kan, omdat er twee mensen niet aanwezig zijn, hebben we vijftien stemmen te verdelen. Daarmee is het voorstel niet aangenomen. Het voorstel wordt verworpen met stemmen voor van de VVD.
6.a
Motie vreemd aan de orde van de dag.
De voorzitter: Dit agendapunt betreft de motie vreemd aan de orde van de dag zoals aangekondigd door mevrouw Van 't Westeinde. Ik geef haar graag het woord. Mevrouw Van 't Westeinde: Dit is de eerste motie die ik indien, dus ik weet ook nog niet helemaal goed hoe dit nu precies loopt. Ik neem aan dat ik heel even de tekst voorlees van de motie. De voorzitter: Ja. Dat is zo. U heeft een motie voorbereid. Daar staat als het goed is een handtekening onder en u mag hem toelichten en dan dient u hem in als u dat van plan bent. Mevrouw Van 't Westeinde: Ik denk dat de motie voorlezen genoeg toelichting is.
Motie starterslening "De raad van de gemeente Midden-Delfland in vergadering bijeen op 24 mei 2022, gehoord de beraadslaging; overwegende dat: • de druk op de woningmarkt in Midden-Delfland onverminderd groot blijft; • het door de stijgende huizenprijzen met name voor starters steeds moeilijker wordt om de financiering voor een woning rond te krijgen; • een starterslening (via SvN, StimuleringsFonds Volkshuisvesting) een aanvulling is van een gemeente of provincie op een eerste hypotheek, daarmee kunnen starters voor hun eerste koopwoning een extra financiering bovenop hun maximale hypotheek krijgen; • starters uit veel van de omliggende gemeenten, waaronder Vlaardingen, Maassluis, Westland, Rijswijk, Rotterdam en Delft aanspraak kunnen maken op een starterlening hierdoor kunnen starters in onze gemeente het extra lastig hebben ten opzichte van starters in onze buurgemeenten; constaterende dat: • de starterslening al een bekend instrument is voor de gemeente; • starterslening een subsidie is waar de gemeente ieder jaar een bepaald bedrag voor beschikbaar stelt.
Is de pot leeg, dan heeft de starter pech; • de aankoop van de woning moet voldoen aan de voorwaarden voor NHG, dus de hypotheek mag niet hoger zijn dan € 355.000,00; verzoekt het college: • om een voorstel uit te werken voor een starterslening; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Als ik dan de motie krijg, zet ik daar een nummer op. Bij moties zetten we er nummers op en bij amendementen letters. Dit is dan motie nr. 1. Hij is ondertekend en maakt deel uit van de beraadslaging. Als het goed is, heeft u de motie ook allemaal in uw digitale systeem gekregen. Ongetwijfeld heeft u dan ook de behoefte om daar nog op te reageren, als dat niet het geval is, is dat ook goed. Ik kijk ook even naar het college. Het is een verzoek aan het college. Wat wilt u, eerst een reactie van het college op de motie? Ik kijk even naar de heer Vieira. De heer Vieira: Ik wil een punt van orde maken voorzitter. Ik begrijp deze motie, maar omdat dit een nieuwe motie was, kwam die niet bij mij direct in de mailbox binnen. Het heeft wel consequenties voor de financiële huishouding van de gemeente, dus wij willen ons hier eigenlijk op beraden en eigenlijk in een volgende raadsvergadering hierop terugkomen. Ik ben benieuwd hoe de rest van de gemeenteraad hierover denkt. De voorzitter: Er was nog iemand die daar een hand op stak? Of was u de enige? O, dat is een ander punt.
De vraag is een punt van orde, dus daar gaan we gelijk op reageren, wat vindt u daarvan? Ik leg het even in uw midden. De heer Roeling heeft daar een opvatting over, anderen ook. Gaat uw gang.
De heer Roeling: In de beantwoording staat 'laat het over aan het nieuwe college en de nieuwe raad'. We hebben inmiddels een nieuwe raad, dus wij zouden ook willen voorstellen om ermee naar een volgende raadsvergadering of commissievergadering te komen, dat is om het even. Dan kunnen we uitgebreid spreken over de gevolgen en over de wenselijkheid. Ik heb dat ook aan mevrouw Van 't Westeinde laten weten vanmorgen 'zet het even wat verder in de tijd', want het was een beetje kort dag, we hebben ons nog niet erop kunnen beraden, maar dat zouden we wel graag doen om met elkaar een serieuze discussie te hebben. Dus in die zin steun ik het voorstel van D66. De voorzitter: Ik zie de VVD ook aanstalten maken om hierop te reageren. De heer Gebben: Ik kan me heel goed vinden in de woorden van de heer Roeling. Dit is best een belangrijk punt, denk ik. En dat vraagt echt een goede afweging, dus een discussie starten in de commissie lijkt mij hartstikke verstandig. De voorzitter: Anderen nog daarop? Niet, dan kijk ik even naar Mevrouw Van 't Westeinde. Wat doet u met die motie? Mevrouw Van 't Westeinde: Wat mij betreft is het prima om de motie gewoon aan te houden en behandeling in een commissie te doen en dan kan ik hem eventueel in de raad de volgende keer weer in stemming brengen.
Ik weet niet hoe de behandeling in de commissie er dan verder uitziet en of er dan verder nog iets van mij verwacht wordt, maar dat kan ik altijd nog even met de heer De Vos bespreken. De voorzitter: Wij zijn, even heel technisch gesproken, niet zo van het aanhouden van moties. Dan adviseer ik eigenlijk om de motie voor nu in te trekken en dan het thema te agenderen bij de volgende commissie. En als u dan zegt 'ik vind het nodig om een opdracht, een verzoek aan het college te doen' - dat kan natuurlijk met wat u heeft voorbereid - dan kan dat met deze motie zijn. Dan dient u hem opnieuw in, dan moet u alleen even de datum aanpassen. Maar dat is natuurlijk een beetje afhankelijk van de discussie. Dat is aan u. Ik zou adviseren hem voor nu in te trekken en dan, gehoord iedereen, te agenderen bij de commissie. Mevrouw Van 't Westeinde: Prima. De voorzitter: Daarmee mag ik vaststellen dat de motie nummer 1 Starterslening is ingetrokken en daarmee geen deel meer uitmaakt van de beraadslaging van vanavond. Dat gezegd hebbende, dat komt terug in de commissie. En het is natuurlijk aan de commissievoorzitters om dat lijstje bij te houden. 7. Mogelijkheid tot het stellen van vragen De voorzitter: Het gaat hier om het verkrijgen van een opiniërend oordeel van het college. De eerste is de vraag van de ChristenUnie-SGP, de heer Ringeling.
De heer Ringeling: Allereerst dank aan het college voor het antwoord. Ik ben ook verheugd dat het college verheugd is met het initiatief dus dat is heel goed nieuws. Ik heb een praktische vraag. U geeft aan dat u dit met de initiatiefnemer gaat bespreken. Hoe ziet het vervolg eruit? Dus bespreken in die zin… Is het college bereid - laat ik het in een vraagvorm formuleren - om samen met de initiatiefnemer te kijken hoe we dit zo spoedig mogelijk kunnen realiseren? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Ik kijk even naar het college. Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Ja, het college is ertoe bereid en dat proberen we ook al de hele tijd te doen. Dit duurt lang. De initiatiefnemers en ook het college konden van tevoren eigenlijk niet bedenken dat het plaatsen van zo'n mooi beeld constructief nog zo lastig is en dat deze beren op de weg zouden komen. We hadden van tevoren, denk ik, verwacht en ook gehoopt dat het een stuk eenvoudiger zou zijn om zo'n beeld te plaatsen. Desalniettemin kunnen we als college ook niet
onze ogen sluiten voor de constructie en het feit dat die deugdelijk moet zijn, zeker omdat je ook op de lange termijn wilt dat het beeld en de bevestiging daarvan de tijd goed doorstaan. Het zou natuurlijk zonde zijn wanneer het beeld afbreekt en een deel van de kade meeneemt en dergelijke. Dus ik wil toch wel benadrukken dat we als college daar echt niet onze ogen voor kunnen sluiten. Dat is ook de reden dat wij zelf onderzoek hebben gedaan naar die kade. We hadden natuurlijk gehoopt dat er iets anders uit zou komen. Dat is helaas niet het geval. Ik heb de initiatiefnemer ook eind vorige week hierover gesproken. Normaal gesproken – dat wil ik ook wel eventjes aangeven – is het zo dat initiatiefnemers een plan indienen met daarbij ook de benodigde constructiegegevens en dat wij als gemeente alleen toetsen. Dat is best een belangrijke rolverdeling. De constructeur van de gemeente kan dan bijvoorbeeld ook niet op de stoel van de initiatiefnemer gaan zitten, omdat wij uitdrukkelijk ook die toetsende taak hebben. Maar goed, we hebben een heel gemeentehuis vol met ambtenaren die werken aan bruggen, wegen en dergelijke. We hebben veel expertise en know how in huis. We zijn zeker bereid om mee te denken met de initiatiefnemers. Dat hebben we ook gedaan de afgelopen periode. En dat blijven we doen omdat dit niet zomaar een initiatief of zomaar een aanvraag is die bij ons binnenkomt.
Dus als college doen we ons best zeker om dit alsnog proberen vlot te trekken. De voorzitter: Ik kijk naar de heer Ringeling. Akkoord? Dank voor de beantwoording. De heer Zwaard op dit punt? De heer Zwaard: Een vraag aan de wethouder: zou u een tijdspad kunnen aangeven? Gaat dit een maand duren of gaat dit langer duren? Want er zit om meerdere redenen toch wel wat tijdsdruk op dit onderwerp. Wethouder Renzen: Ik realiseer me natuurlijk heel goed dat je graag voor de zomer dit geregeld wilt hebben, zeker omdat achter de initiatiefnemers natuurlijk een heel cultureel veld zit dat plannen met elkaar aan het maken is voor die zomer. We willen graag dat dit beeld ook in die plannen kan landen. Het liefst wil je binnen nu en een à anderhalve maand de vergunning kunnen afgeven. Het hangt erom of we met elkaar een goede constructie kunnen vaststellen. Ik vind het heel moeilijk om daar op dit moment een tijdspad aan te hangen omdat we elkaar nog niet inhoudelijk gesproken hebben erover. De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende vraag die is aangemeld. Dat heeft OGP Midden-Delfland gedaan, ik geef het woord aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank aan mijn voorganger voor het stellen van zijn vraag, dat is een mooie brug die je met een polsstok kunt nemen naar mijn punt van vanavond. Ik heb een vraag, twee vragen eigenlijk, een aan het college en eentje aan mijn collega's.
Die eerste komt eigenlijk voort uit het feit dat ik in een lijst met brieven die niet voor publiek bekend is, maar om persoonlijke dingen gaat, een lijn constateer dat er zo langzaam maar zeker best veel klachten zijn. En het geeft me ook een beetje het gevoel dat een aantal burgers zich niet gehoord voelt. Dat was voor mij aanleiding om aan het college een vraag te stellen of er sprake is van een trend. En ik noemde dan tussen haakjes '(toename in klachten)'. Maar het is natuurlijk ook gewoon ergernis, of zorgen, of het feit dat je gewoon als burger niet gehoord wordt. Die vijf voorbeelden waren eigenlijk gewoon vijf voorbeelden uit de praktijk. Wij, en ik neem aan ook mijn collega-raadsleden, horen vaak dat mensen niet altijd gehoord worden door de gemeente en dat hun klachten niet serieus genomen worden. Dat betekent dus dat een aantal van die klachten doorgaan naar, uiteindelijk, de Nationale Ombudsman. Dat zijn er natuurlijk niet zoveel, want de meeste inwoners zullen dat toch wel heel spannend of een te grote stap vinden. In de beantwoording lees ik terug dat ze dus, omdat ze wel zorgen hebben of klachten, dan maar een klachtenformulier invullen om bijvoorbeeld een signaal af te geven. Vervolgens hebben we binnen de gemeente een klachtencoördinator die dat allemaal keurig afhandelt.
En wat blijkt? Over het algemeen hebben we maar vijftien klachten op jaarbasis, tien tot vijftien klachten. Is dat veel of weinig? Ik weet het niet. We hebben daar geen norm voor afgesproken. Wanneer zijn we als gemeenteraad tevreden? Het tweede punt is dan ook wel dat die Nationale Ombudsman de afgelopen jaren vijf of zes klachten heeft gehad en die zijn nooit in een rapport vastgelegd of iets dergelijks. Uiteindelijk betekent dat volgens het college dat de interne klachtenbehandeling binnen de gemeente naar
behoren functioneert. Ik kan die lijn niet helemaal volgen, dat als het daar niet goed is, het dan binnen de gemeente wel goed is. Nu klinkt dat misschien een beetje warrig of vraagt u zich af 'waar wil Jongsma nu naartoe?' Waar ik eigenlijk naartoe wil, is het binnen de raad eens een keertje erover hebben hoe we ervoor kunnen zorgen dat onze burgers zich wel gehoord voelen. Ik krijg te vaak wel het idee dat mensen mailtjes sturen die niet aankomen, dat er niet wordt gereageerd, procedures duren lang en dergelijke. Ik hoorde net ook nog weer een procedure. Maar dat is niet de enige procedure. Ik hoor van burgers die op zich alles qua vergunningverlening al in orde hebben, maar toch uiteindelijk niet krijgen wat ze graag willen. Dat roept bij mij toch een beeld op. Dus is het niet handig om daar eens een keertje met elkaar over van gedachten te wisselen hoe we dat kunnen verbeteren en wat wij als raad daarin kunnen betekenen? Dat was eigenlijk enerzijds mijn vraag aan het college. Daar heb ik keurig antwoord op gekregen en dank daarvoor. Maar wat ik veel belangrijker vind is, is de vraag of het niet een keer wijs is om met elkaar van gedachten te wisselen over hoe we dit in de toekomst veel beter kunnen doen, want ik denk dat daar voor ons nog wel een taak ligt, dus dat was eigenlijk een beetje de strekking van mijn vraag. De voorzitter: Oké.
Dat gehoord hebbende, daarmee gaat u twee kanten op. U heeft uw antwoord gehad van het college en u stelt eigenlijk een vraag aan uw collega's. Nu is dat formeel bij dit agendapunt niet meer de bedoeling. Anderen zouden wel vragen aan u kunnen stellen naar aanleiding van de vraag die u stelt aan het college, want zo staat het in ons Reglement van orde. Maar als u met elkaar of u als lid van de raad de behoefte heeft om over klachtenafdoening of verordeningen te spreken, dan kan dat. Maar dan moeten we dat even agenderen. Ik weet uit de stukken die nog een keer naar u toekomen, dat de klachtenverordening sowieso ter vaststelling bij u langs gaat komen. Dat zal richting het najaar zijn, net na de zomer. Dus dat is wel een moment dat de agenda waarschijnlijk die kant opkomt en dan heeft u met elkaar de mogelijkheid om daar eens over te spreken. Dus dat als een soort technische route op wat u heeft ingebracht, is dat oké? De heer Jongsma: Wat mij betreft is dat prima, als dat het moment is om er met zijn allen over te praten, dan ben ik voor nu tevreden. De voorzitter: Akkoord, dan doen we het op die manier af met elkaar. Dat hebben we al gedeeld. Hebben we dan nog iets op agenda? We zijn er doorheen.
8.
Sluiting
De voorzitter: Agendapunt 8 is de sluiting. Met dank voor alle inbreng sluit ik de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 28 juni 2022. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Rodenburg