Vsl raad 2022 m 05 d 24.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 24 mei 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: A.J. Rodenburg, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) (tot 20.20 uur), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij!), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!)
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders, de heer W. van Herk, de heer J. Geelhoed (advocaat namen fam. Kleijweg), mevrouw N. Bakker (Evident Advocatuur) en de heer C. van Leerdam (zaakwaarnemer initiatiefnemer) (insprekers)
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, de vergadering is geopend, heel hartelijk welkom. Volgens mij klinkt de hamer harder dan de microfoon. Nu komt de microfoon er ook bij. Volgens mij is het nu ook in Den Hoorn hoorbaar. Dit gaat goed. We moeten een beetje het geluid inregelen, dat het niet gaat resoneren in de zaal. Ik hoor nu overal het geluid vandaan komen. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Van Lier en ander bericht van huishoudelijke aard is dat mevrouw Langeveld eerder vertrekt. Dat gaan we dan zien, maar u heeft in ieder geval de presentielijst getekend dus daarmee kunnen we vaststellen dat we bijna allemaal aanwezig zijn. Bijzonder hartelijk welkom ook aan de kandidaat-burgercommissieleden. U zit allemaal op een rij. Het idee was volgens mij een beetje dat u op alfabet zit en als dat niet zo is, dan kunt u onderling nog even kijken hoe dat straks gaat bij de beëdiging want dat is wel op volgorde van alfabet. Het zal zich allemaal wel wijzen hoe dat gaat. Ik heet u in ieder geval hartelijk welkom. Ook alle mensen die met ons verbonden zijn via de website, via de webcast en wie op de publieke tribune is gaan zitten, heel hartelijk welkom en natuurlijk hartelijk welkom aan de media die mooi verslag zullen doen van wat we hier allemaal aan belangrijke dingen behandelen en doen. Dat gezegd hebbende, zie ik bij de opening de voorlopige agenda voor ons.
We hebben nu een paar zaken te doen voordat we de agenda bij punt 4 vaststellen en het eerste is het voorstel tot het benoemen van de leden en voorzitters van de raadscommissie. We hebben daar wat voorwerk voor gedaan en dat wil zeggen dat drie leden uit uw midden, mevrouw Koppert, de heer Scholtes en mevrouw Langeveld, onderzoek hebben gedaan naar de geloofsbrieven. Dat klinkt heel gewichtig en dat is het natuurlijk ook. Daarin wordt duidelijk of onze leden er andersoortige betrekkingen op nahouden die het raadslidmaatschap of het commissielidmaatschap verhinderen. Daar is goed naar gekeken en daar heeft de griffier hulp en bijstand bij geleverd. Ik kijk graag even naar een van de leden die een oordeel gaat geven over wat er is gebeurd. Gaat uw gang, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: De Commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven heeft de geloofsbrieven onderzocht en er zijn geen beletselen om tot benoeming over te gaan. De voorzitter: Dank u wel voor het werk dat u heeft gedaan. Daarmee hebben we dan ook de laatste formele zaken voor de beëdiging nu afgewikkeld. Dat is mooi, dan ligt niets meer in de weg. Voor wat betreft de burgercommissieleden hebben we zo meteen een beëdiging. Ik heb al gezegd, dat gaat op volgorde van alfabet. Ik ga dan ook de tekst voorlezen, een tekst in twee varianten.
U kunt beantwoorden, als u dat wilt, met 'zo waarlijk helpe mij God Almachtig', dat is met het opsteken van de twee vingers van de rechterhand en als u dat op de andere, neutrale wijze wilt
doen, zegt u 'dat verklaar en beloof ik' en dan hoeft u niets met uw handen te doen. U zegt dat een voor een en dan wordt u gevraagd door te lopen naar die kant en achter de wethouders plaats te nemen. Als de laatste beëdigd is, mag u even langs de binnenkant van de raadstafels een ronde doen en de mensen een hand geven voor de felicitatie. Zo doen we dat. Dat kunt u vast even op u laten inwerken. Dan doen we in de tussentijd nog een andere zaak. 1.a Voorstel tot het benoemen van leden en voorzitter(s) van de raadscommissie De voorzitter: Er is voor het gemak een besluit helemaal uitgeschreven en er is ook een stembrief. Het gaat om drie delen. Deel a. is om al onze gemeenteraadsleden te benoemen als lid van de raadscommissie. U wordt allen lid van de raadscommissie. En b. is om de mensen die nu op de rij daar zitten, te benoemen als burgercommissieleden en c. is om de heer Gebben en de heer Knaap te benoemen als commissievoorzitter. Die namen zijn genoteerd. Als u behoefte heeft aan een schriftelijke stemming dan kan dat, dan hebben we daar een stembrief voor en dan kunnen we dat doen. Als u zegt 'alles is goed we gaan per acclamatie ja zeggen', dan kan dat ook. Is er iemand die behoefte heeft aan een schriftelijke stemming? Dat is niet zo. Mag ik dan vaststellen dat u bij acclamatie akkoord kunt gaan met het voorliggende voorstel? Ja. Dan is dat vastgesteld.
Per acclamatie is iedereen zo benoemd. Dan zou ik zeggen: heel veel succes, in het bijzonder aan de heer Gebben als nieuwe commissievoorzitter. Voor u is het werk nieuw in deze samenstelling. De heer Knaap heeft al een paar metertjes ervaring als commissievoorzitter en u gaat dat met elkaar denk ik heel goed doen, veel succes, inspiratie en wijsheid bij het leiden van onze commissie zodat de gemeenteraad weer gewoon besluiten kan nemen. Het voorstel wordt bij acclamatie aangenomen. 1.b Afleggen van de ambtseed door de burgercommissieleden De voorzitter: Hiervoor ga ik bij het spreekgestoelte staan en bij het afleggen van eed en geloftes is het verzoek aan iedereen te gaan staan. Ik ga de tekst voorlezen. Dat doe ik een keer en dan noem ik uw naam en mag u antwoorden. Ik herhaal niet iedere keer de tekst. "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van een raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen." De heer Ammerlaan: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Mag ik u meteen veel succes wensen met het werk als lid van de commissie? (De burgemeester feliciteert de beëdigden een voor een na hun belofte en overhandigt hen een boeket.) De heer De Bakker: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! Mevrouw Van der Ende: Dat verklaar en beloof ik! Mevrouw De Jong-Klein: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De heer Klijn: Dat verklaar en beloof ik! De heer Van der Kolk: Dat verklaar en beloof ik! De heer Kooij: Dat verklaar en beloof ik! Mevrouw Van der Lans-Mastenbroek: Dat verklaar en beloof ik! Mevrouw Van der Marel: Dat verklaar en beloof ik!
De heer Van Oyen: Dat verklaar en beloof ik! De heer Rodenburg: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter: Dan zijn jullie hier prachtig op een rij gaan staan, maar zoals ik al had aangegeven mogen jullie zo een ronde in de binnenring maken voor de felicitaties. (De raadsleden feliciteren de beëdigde burgercommissieleden.) Daarmee hebben we al aardig wat werk gedaan voor we toe zijn aan de Regeling der werkzaamheden. We hebben de benoemingen gedaan. Dat hoort zo. We hebben zo het spreekrecht voor belangstellenden en er hebben zich vier insprekers gemeld. Misschien is het wel goed dat u vast naar beneden komt en achter in de zaal plaatsneemt. Dan kan dat zo meteen ook achter elkaar doorgaan, de heer Van Herk, de heer Geelhoed, mevrouw Bakker en de heer Van Leerdam.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: We hebben drie lijsten A, B en C. Lijst A gaat over post die u heeft gekregen van het college. Ik kijk even wie van u daar iets over wil zeggen. Ik zie de heer Gebben en wie zag ik nu nog meer? Mevrouw Van 't Westeinde en de heer Vieira. De heer Gebben: De VVD wil graag brief 22-020 agenderen voor de volgende commissievergadering. Daar wordt gesproken over het feit dat de kadernota een beetje lastig uitkomt en dat er een prognose van gemaakt wordt. Het lijkt ons verstandig om er als commissie even over te discussiëren hoe we dat in het vervolg gaan aanpakken. De voorzitter: Het verzoek is om dat in de commissie aan de orde te stellen. Er staat overigens al iets in de eerstvolgende raadscommissie. Dit gaan we noteren en aan de commissievoorzitters voorleggen wat ze ervan vinden. Mevrouw Van 't Westeinde: Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording van mijn vraag over de weidevogels. Ik zag nog wel aanleiding om nog verder met elkaar in gesprek te kunnen gaan in het volgende commissiedebat, onder andere ook wat mij betreft over die vergoeding vanuit het Groenfonds. De heer Van den Berg heeft in de vorige periode nog een visie hier neergelegd die onder andere ging over de vraag 'hoe belonen we nu de boeren voor het beheer?' Dus het lijkt me goed om daar nog verder met elkaar van gedachten over te wisselen.
En ik sprak met mijn collega van D66 die volgens mij ook nog wel een aantal punten had die hij mogelijk wil bespreken, maar dat gaan we dan nog wel even samen verder voorbereiden. De voorzitter: Dank u wel, dat wijzigt niet de wijze van afdoening. De heer Vieira: Ik onderstreep wat mevrouw Van 't Westeinde zegt en ik heb voor de rest alleen bij lijst B nog een vraag maar die komt zo aan de orde. De voorzitter: Voor lijst A, had ik nog iemand overgeslagen? Nee? Dan is de lijst vastgesteld met de aanpassing zoals voorgesteld door de heer Gebben. Dan lijst B. Dat is de lijst met poststukken die derden naar u hebben toegezonden. Ik zie daar mevrouw Koppert. En de heer Vieira had ik genoteerd, en mevrouw Langeveld. Mevrouw Koppert: Ik denk dat het samen met mevrouw Langeveld is. Het gaat om 22-037, de ventilatie. Daar is aangegeven dat pas in september het onderzoek plaatsvindt naar de ventilatie in de scholen. Wat de OGP-Midden-Delfland betreft is dat wat aan de late kant. Kan dat eerder? Dus mijn vraag is: zou het mogelijk zijn dat het onderzoek eerder plaatsvindt dan in september, al voor de zomervakantie? De voorzitter: We noteren het even, het is een vraag. Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Namens het CDA heb ik een vraag gesteld over dezelfde brief die mevrouw Koppert noemde over de ventilatie.
Ik wil het college bedanken voor de beantwoording maar het is niet de beantwoording op de door ons gestelde vragen. Ik heb even overleg gehad met mijn
collega van de OGP Midden-Delfland en we zullen samen nog nadere vervolgvragen indienen waar we toch op korte termijn wel antwoord op willen hebben. De voorzitter: Ik zit niet helemaal in het tijdschema voor wat betreft de mogelijkheid van een onderzoek, maar ik kijk even naar het college. Is daar misschien iets over te zeggen in de tussentijd? Wethouder Renzen: Als mevrouw Langeveld vragen schriftelijk stelt dan zal het college daar zo snel mogelijk schriftelijk op antwoorden. De voorzitter: Zullen we het zo maar organiseren? Dat lijkt me ook een praktisch voorstel. De heer Vieira. De heer Vieira: Wij als D66 hebben bij B22-049 vragen gesteld. Dat ging over de buurtpreventie Schipluiden, even voor de duidelijkheid. Die heeft een jaarverslag geschreven en daarin stond een oproep om wat meer voorzieningen voor jongeren te hebben. Dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen. Wij als partij, maar ook het CDA, hebben aangegeven dat we het in de volgende commissie uitgebreider over die voorziening voor jongeren zouden willen hebben. Dus we willen dan ook gerichter vragen stellen aan onze collega's, ruim op tijd, zodat ze daarover na kunnen denken. Daar zouden we graag ook de volgende vergadering op terug willen komen. De voorzitter: Doet u dan bij dezen een verzoek voor agendering in de volgende commissie? De heer Vieira: Ja, dat is het punt inderdaad.
De voorzitter: Prima, even voor de helderheid. Dan is dat het punt en dan kan iedereen zich daarop voorbereiden aan de hand van dat agendapunt. Die vraag leggen we dan ook maar bij de commissievoorzitters neer, hoe ze daarmee om willen gaan. Ik zie ze ruimhartig bewegen. Prima. Verder niets over de lijst? Dan is die vastgesteld. Dan hebben we lijst C. Dat is de lijst waar de Reglementen van orde vragen op staan. Reglement van orde vragen zijn een instrument dat u als raad bij de hand heeft in uw gereedschapskist en dan kunt u vragen stellen. Een daarvan is gesteld door het CDA en die staat hier ter kennisname op de agenda. Wil iemand daarover het woord? Mevrouw Van 't Westeinde van het CDA, gaat uw gang. Mevrouw Van 't Westeinde: College, wederom bedankt voor deze beantwoording. Ik zal bij agendapunt 4 verzoeken een motie vreemd aan de orde van de dag in te dienen over dit onderwerp. Dat is misschien een beetje bijzondere volgorde, maar ik wil graag over dit onderwerp een motie indienen. De voorzitter: Dat hebben we dan genoteerd en daarmee is lijst C vastgesteld en u komt bij agendapunt 4 nog terug met een verzoek om een motie vreemd aan de orde van de dag in te dienen. Vreemd aan de orde van de dag is een soort vergaderterm om iets dat eigenlijk niet op de agenda staat, op de orde van de dag dus, vreemd aan de orde van de dag, te bespreken.
Een nieuw onderwerp dus, dat gaan we straks horen. Dus dan hebben we agendapunt 2 gehad. Van Lijst A wordt 22-020 doorgeleid voor behandeling in de commissie. Van Lijst B wordt 22-049 doorgeleid voor behandeling in de commissie. Voor het overige worden de lijsten A, B en C ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Agendapunt 3 is het spreekrecht door belangstellenden. Daar wordt gebruik van gemaakt door de heer Van Herk. Die is inmiddels beneden? Ja, u mag naar het spreekgestoelte lopen en als u de microfoon aanzet, heeft u het woord. Houd u het kort en bondig. Maar zeg wat u graag wilt zeggen. U richt zich overigens tot de gemeenteraad en de gemeenteraad heeft ook de gelegenheid na de inspraak nog een vraag aan u te stellen dus loopt u niet meteen weer weg, maar blijft u even staan.
De heer Van Herk: Geachte gemeenteraadsleden. Vergunningsaanvragen komen alleen in de gemeenteraad/het college als er wordt afgeweken van een bestemmingsplan en dus niet de reguliere vergunningsprocedure van toepassing is. Of als er negatief advies vanuit Welstand wordt afgegeven. Dat negatieve advies mag nooit een zodanige beperking bevatten dat hiermee indirect de mogelijkheden in het bestemmingsplan worden ingeperkt. Ik spreek hier in over het onderwerp 5.d trouwens, over de parkeervoorziening. Het afwegingskader voor de gemeente voor de voorliggende aanvraag zou dus het bestemmingsplan moeten zijn, niets meer, niets minder. Wat is namelijk toegestaan? Bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de A4 en A20… De voorzitter: Mag ik u vragen, mijnheer Van Herk, om iets rustiger te spreken want het is heel moeilijk te volgen en dat heeft met het geluid te maken, met de geluidsinstallatie. Maar als u gewoon de tijd neemt… De heer Van Herk: Ik heb 4,5 minuut precies dus ik dacht 'ik maak het snel af'. De voorzitter: Maar haast u niet want het gaat er ook om dat we u goed kunnen verstaan. Het zou jammer zijn als dat verloren gaat. Het is met onze geluidsinstallatie nog een beetje proberen. Het is een beetje behelpen, maar gaat u verder. De heer Van Herk: Ja. Dan doe ik het iets rustiger.
Wat is namelijk toegestaan? Bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de A4 en A20, zoals een openbare parkeervoorziening. Dit 'openbaar' staat tussen haakjes en kan dus ook een niet openbare parkeervoorziening zijn. En er mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 meter zoals overkappingen, al dan niet met zonnepanelen. Daarnaast is er geen vergunning nodig voor de aanleg van verharding. De locatie blijft dus niet per definitie groen. De gemeente geeft in de stukken duidelijk aan dat ze zich graag houdt aan de strikte interpretatie van de bestemmingsomschrijving. Het is goed om op te merken dat het bestemmingsplan op geen enkele wijze beperkingen stelt aan de locatie, het type verkeer, de voorrang, al dan niet overdekt, al dan niet met zonnepanelen, de grootte van een parkeervoorziening of het type verharding. De strikte interpretatie kan dus ook niet verder strekken dan een beoordeling aan de hand van de algemene bewoordingen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dat de vergunningaanvraag naadloos aansluit bij het bestemmingsplan, en in de ogen van de ambtenaren daarmee dus onvoldoende helder is, zegt meer over het bestemmingsplan dan over de vergunningsaanvraag.
Het afwegingskader in het bestemmingsplan waar nu de gemeente Midden-Delfland tegenstander van is, is in 2013 vastgesteld, vervolgens na het vooroverleg met de gemeente opnieuw in 2018 bekrachtigd en vastgesteld door, jawel, de gemeenteraad. Daarin is niets, maar dan ook niets geschreven over een wijziging van het afwegingskader op de punten van behouden van het gras, inpassen van de parkeeroverkapping, beperken van de omvang van de verharding, parkeerbehoefte, enige relatie met de wegbeheerder Rijkswaterstaat, alternatieve gesloten parkeervoorziening, eerst overige dakvlakken vullen met zonnepanelen en dan pas de overkapping, dat de bestemming een publiek doel dient of over een Bijzonder Provinciaal Landschap. Al de argumenten die door Mijn Partij!, OGP Midden-Delfland en de VVD en de ambtenaren zijn ingebracht, liggen niet langs de meetlat/afwegingskader in het bestemmingsplan. Ik begrijp de argumenten, maar ze horen niet thuis in de overwegingen. Deze overwegingen kunnen alleen ter sprake komen wanneer de vergunningsaanvraag afwijkt van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Zowel schriftelijk als mondeling ben ik steeds glashelder geweest in het beoogde gebruik van het perceel. De gemeente heb ik het volgende schriftelijk meegedeeld: de relatie met verkeer/Rijksweg zal ik nog een maal duiden. Zoals ik aangaf, is de parkeervoorziening voor eigen gebruik.
Dit gebruik zal ik nader toelichten. Ik ben ondernemer en richt mij onder andere op infra. Concreet betekent dit dat ik voornemens ben het perceel voor mezelf te gebruiken, niet openbaar als parkeervoorziening voor onder andere werkverkeer dat onderhoud pleegt aan de A4/A20 of bijvoorbeeld indien er werkzaamheden zijn op deze snelwegen mensen de gelegenheid te geven om te carpoolen. Het gebruik van de parkeervoorziening door werkverkeer voor deze snelwegen of voor het carpoolen wordt verder niet door het bestemmingsplan uitgesloten. De zorg omtrent de landschappelijke inpassing, begrijp ik. De gemeente Delft schreef zelf 'De zone naast de Kruithuisweg is aangewezen als bijzonder
welstandsniveau. Als je in deze zone gaat bouwen moet je echt een vijfsterren architect en landschapsarchitect meenemen.' Dit duidt erop dat een en ander zeker niet onmogelijk wordt geacht. Tijdens de vooroverleggen heb ik een aantal keer aangegeven dat de beoogde parkeervoorziening beter kan worden ingepast qua groen en duurzaamheid, maar niet binnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt. Ik heb zelf aangeboden om met de gemeente naar alternatieven te kijken, met een goede – al dan niet vijfsterren – architect en stedenbouwkundige zodat de belangen van de gemeente en die van mij wellicht bij elkaar zouden kunnen worden gebracht. Ik heb zelfs aangeboden om op andere locaties extra natuur te ontwikkelen/compenseren, maar helaas heeft de gemeente deze uitgestoken hand niet aangenomen. Tot slot wordt er in diverse stukken door ambtenaren gerefereerd aan bedrijfsactiviteiten, tevens verdienmodel op dit perceel. Deze bewoordingen en aannames werp ik verre van mij. De zonnepanelen zijn geen bedrijfsmodel. Ik verdien mijn boterham niet met energie op parkeertickets. Ik zie de overkapping met zonnepanelen als een duurzame maatschappelijke investering die past bij mijn imago als ondernemer en bedrijf.
Zoals ook een insectenhotel, gebruik van gerecyclede materialen, gezonde voeding en genoeg beweging voor werknemers allemaal bijdragen aan een gezonde toekomst zonder dat hier een businesscase achter zit. Als u als gemeenteraad niet instemt met deze vergunning, is mijn overtuiging dat de vergunning van rechtswege wordt verleend. Dan wil ik u wel vragen sportief te zijn en aan uw besluit toe te voegen dat, mocht de vergunning op een andere wijze worden verleend, de gemeente dan toezegt dat ik met Welstand en stedenbouwkundigen om tafel kan om een en ander groener en duurzamer in te passen dan nu mogelijk is, ook als dit een wijziging van het bestemmingsplan betekent. Mijn spreektijd is nu op, denk ik, dus u kunt mij nog vragen stellen, maar ik heb er ook een aantal die u wellicht kunt stellen: Op welk punt is de aanvraag strijdig met het bestemmingsplan? Gaat dit om de vorm of gaat het over de beoogde activiteiten? Is er een extern juridisch advies ingewonnen door de behandelend ambtenaren? Welk type verkeer had de gemeente dan wel voorzien op een gesloten parkeervoorziening anders dan werkverkeer? Zijn er binnen het bestemmingsplan vergelijkbare voorzieningen getroffen met een overdekte parkeervoorziening? Is er ander verkeer denkbaar dat een directe relatie heeft met de A4 of A20? Kortom, het is een hele hoop bij elkaar, nu geef ik het woord weer aan de gemeenteraad.
De voorzitter: Dank u wel voor uw inspreken. Ik kijk als voorzitter even rond of er vragen zijn bij de gemeenteraad aan u. Ik zie de heer Jongsma een hand opsteken. De heer Jongsma: Dank u wel voor uw inspraak. U heeft heel veel vragen en u heeft heel veel vooroverleg gehad met de gemeente. Heeft u dan antwoord op uw vragen gekregen? De heer Van Herk: Herhaaldelijk nee. De heer Jongsma: Nee, niet op de vraag, of nee als antwoord, 'het gaat niet'? De heer Van Herk: Ik heb op veel vragen geen antwoord gekregen. Er is omheen gezeild, vakkundig. De heer Jongsma: Oké. Ik heb nog een andere vraag, als het mag? U bent vanavond natuurlijk naar de gemeenteraad gekomen. Meestal is dat vrij laat want vanavond valt eigenlijk al een besluit. Waarom heeft u niet eerder met de gemeenteraad contact gezocht? De heer Van Herk: Ik had met de behandelend ambtenaar afgesproken dat ik geïnformeerd zou worden over de procedure. Daar is toen meegedeeld 'u kunt bezwaar maken tegen het ontwerpbesluit of tegen de ontwerpbeschikking formeel zelfs'. Ik heb daar een zienswijze op ingediend en daar heb ik nog steeds geen beantwoording op gehad, dus ik was ook lichtelijk verbaasd – dat weet de griffier, ik heb hem nog gemaild – dat het onderwerp was behandeld in de commissie.
Daar wist ik niets van, dus natuurlijk had ik de agenda moet kennen, maar het is een bijzondere situatie en ik heb nog geen antwoord op mijn zienswijze.
De voorzitter: Dank u wel, ik kijk verder naar de gemeenteraad. Zijn er nog nadere vragen aan de heer Van Herk? Niet het geval. Dank u wel voor uw bijdrage. Wij gaan verder met de volgende inspreker, de heer Geelhoed. Dan gaat het over punt 6 Vaststellen van het bestemmingsplan Woudseweg 130. We hebben u al even gezien bij de opiniërende raadsvergadering, u weet hoe het moet en hoe het kan. Druk op de knop en het lampje gaat branden en u heeft het woord. Neemt u de tijd en probeer duidelijk te spreken zodat we het goed kunnen volgen. De heer Geelhoed: Zeker, dank u wel voorzitter. Ik spreek inderdaad in op het onderwerp Raadsvoorstel bestemmingsplan Woudseweg 130 met dezelfde drie onderwerpen als vorige keer: de structuurvisie, het geluid en de milieuzonering en de verkeersafwikkeling. Op basis van de reactie van het college is dat een stuk duidelijker geworden. Eerst maar even de discussie omgevingsvisie/structuurvisie. Eerst maar even waarom het zo belangrijk is. Dat is zo belangrijk, omdat in de wet is vastgelegd dat een bestemmingsplan of een afwijking daarvan niet in strijd mag komen met de structuurvisie. Vroeger was het anders, toen was een beleidsvisie een relatief vrijblijvend stuk. Maar inmiddels is het een wettelijke verplichting om daaraan te voldoen.
In de oude structuurvisie stond in paragraaf 2.4.2 dat het doel was om tot een bedrijfsbestemming te komen voor het hele gebied. Het college heeft inmiddels heldere wijn geschonken en heeft gezegd dat de oude visie en de nieuwe visie dezelfde zijn. Dat betekent dat we moeten constateren dat er een vervolgvraag is, namelijk dat er sprake is van strijdigheid met de structuurvisie. Het college dacht daar kennelijk in eerste instantie uit te komen door te betogen dat de visie anders was, maar het college is op zijn schreden teruggekeerd en heeft nu het standpunt ingenomen dat dat dezelfde visies zijn en dat er geen afwijking is. Dan kom je klem op een ander punt. Namelijk paragraaf 2.4.2 die aangeeft dat daar een bedrijfsbestemming moet zijn. Waar je dan van afwijkt en waarmee je handelt in strijd met de wet. Dat is het eerste punt, voorzitter. Het tweede punt betreft de geluidszonering, de milieuzonering en de daaraan verbonden afstanden. In het stuk heeft het college erkend dat voor het hoveniersbedrijf een gebruiksovergangsrecht geldt op basis van het veertigjarige bestaan en dat daarvoor milieucategorie 3.1. geldt. Inmiddels is een kaartje bijgevoegd dat met betrekking tot de discussie die we vorige keer hadden over 43 meter en 22 meter de zaak een stuk verheldert.
Ik zou aanraden te kijken naar dat kaartje wat daarbij zit, want de afstand van 43 meter blijkt te worden gemeten vanaf de noordkant van het perceel van mijn cliënt, verder weg gelegen, en niet vanaf de kortste afstand tot het perceel van mijn client. In de stukken wordt onderbouwd dat alleen voor dat deel milieucategorie 3.1 zou gelden en niet voor de rest van het bedrijfsperceel. Dat standpunt kan mijn cliënt niet plaatsen. Feitelijk is het hele bedrijfsperceel in gebruik als hoveniersbedrijf en er kan niet zo geknipt worden zoals de afstanden nu toevallig uitkomen. Op basis van het gebruiksovergangsrecht is het ook toegestaan het perceel anders in te delen en er zou zonder vergunning een andere indeling kunnen plaatsvinden, op basis waarvan wel op 22 meter afstand datgene wat het college als overlastgevend ervaart, zou kunnen worden gerealiseerd. Met andere woorden, we komen tot de conclusie dat de afstanden niet zo goed zijn vastgesteld. In de zienswijze heb ik al aangegeven dat de afstanden moeten worden bepaald vanaf de perceelsgrens, daar waar de bestemming is. En dat betekent dit geval een afstand van 22 meter. Het college heeft dus ten onrechte, moeten we constateren, een afstand van 43 meter aangehouden of gedacht te kunnen aanhouden. Het college is evenmin ingegaan op de andere afstanden tot het elektrotechnisch bedrijf en het loonwerkersbedrijf.
Ook op dat punt heeft het college erkend dat de afstanden moeten worden gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel, maar gaat het college niet verder dan dat de toelichting aangepast moet worden zonder dat het college verantwoording aflegt over de vraag of die afstanden dan wel voldoen. Voorzitter, ik kom op het laatste punt. De verkeersafwikkeling. Uit paragraaf 4.3 van het ontwerp blijkt dat de verkeersafwikkeling alleen is onderzocht voor de afwikkeling van de Woudseweg en de Harnaschdreef. De afwikkeling op de locatie… Ik ben even precies de naam kwijt maar het gaat in ieder geval om het smalle deel aan het begin, voordat je de Harnaschdreef uitkomt. Daar is geen enkel onderzoek naar verricht, in ieder geval geen enkel kenbaar onderzoek naar verricht. De verdere twijfel ontstaat bij mijn cliënten omdat er in de stukken wordt uitgegaan van 6 meter breedte, terwijl mijn cliënten inclusief stoep uitgaan van 4.80 meter. Voorzitter, ik kom tot een afronding. De mate van het huiswerk van het college stelde mijn cliënten al teleur, maar dat is nog meer geworden als we kijken naar de beantwoording van het college. Dat
lijkt of blijkt letterlijk dezelfde beantwoording te zijn als de antwoorden van de ontwikkelaar. Reden te meer voor de leden van uw raad om goed door te vragen en een gedegen onderzoek te vragen, alsnog, van de wethouder omdat het bestemmingsplan niet op deze manier kan worden vastgesteld. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Ik kijk even naar de gemeenteraad. Heeft u vragen aan de heer Geelhoed? Nee, dan mag ik u hartelijk bedanken en gaan we door naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Goedenavond allemaal. Ik maak ook graag gebruik van het inspreekrecht namens de heer Ahmedov en diens vennootschappen, namens wie ik ook een zienswijze heb ingediend in verband met het bestemmingsplan Woudseweg 130. Twee weken geleden is er eveneens gebruik gemaakt van dit spreekrecht, nadat een dag voor die vergadering de nota van zienswijzen werd verstuurd en wij op de hoogte werden gebracht van de vergadering van vandaag en die van twee weken geleden. Ondanks het feit dat er twee weken geleden al een en ander onder uw aandacht is gebracht, acht ik het noodzakelijk om een aantal zaken te benadrukken. Ik heb uiteraard de opname van de vorige keer beluisterd en ik heb meermaals voorbij horen komen dat er een passende overgang tussen bedrijventerrein en woonwijken wordt voorzien.
Maar waarom dan exact deze locatie? Want de vraag blijft in hoeverre de gewenste locatie logisch is te noemen. Met het bestemmingsplan wordt de bouw van tien woningen en vier bedrijfsunits mogelijk gemaakt, onder andere een appartementengebouw met acht wooneenheden van circa 85 m² per stuk. Cliënt blijft bij zijn standpunt dat die plannen niet passend zijn in de omgeving. Er is ook weinig tot geen rekening gehouden met de nadelige effecten van de plannen op het perceel van cliënt. Mevrouw Spiering, de architect van cliënt, heeft het twee weken geleden ook al benoemd, maar hij heeft zijn perceel destijds aangekocht met de bedoeling om zijn bedrijf uit te kunnen breiden. Hij kreeg ook de mogelijkheid om het deel achter zijn perceel aan te kopen. Die optie stond ook als clausule in het koopcontract dat in 2017 door hem werd getekend. In 2019 werd het achterste gedeelte ook daadwerkelijk zijn eigendom. De projectontwikkelaar, degene die het plan Woudseweg 130 wil realiseren, was daarmee bekend. Hij wist dat cliënt het plan had om daar een uitbreiding van zijn bedrijf te bouwen, maar dat plan is nu definitief doorkruist als het bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld.
Want in dat geval zou hij zijn plan niet meer kunnen doorvoeren, want alhoewel we nog niet de concrete details van het appartementencomplex kennen, nu het hier enkel om de vaststelling van het bestemmingsplan gaat, weten we wel dat het complex pal tegen het perceel van cliënt zal komen te liggen, waardoor de uitbreiding naar verwachting niet meer kan worden gerealiseerd omdat deze precies op die locatie was bedacht door cliënt. Ten onrechte, en ik wil verwijzen naar de beantwoording van de zienswijze, wordt daarin gesteld, heel kort door de bocht, dat cliënt niet concreet zou hebben gemaakt hoe hij dan zou worden belemmerd in zijn woongenot en zijn bedrijfsactiviteiten. Maar het tegendeel is waar en dat blijkt ook wel uit de kaart die aan de nota van zienswijze was gehecht. Althans, de voorste pagina. En los van dit nadelige gevolg voor hem op bedrijfsmatig vlak, zijn er andere aspecten die onderbelicht blijven. Want in hoeverre is er al onderzocht wat voor impact de bouw van de woningen en dan met name het appartementencomplex zal hebben op de cliënt en op zijn perceel? Dan heb ik het onder meer over bezonning, maar ook over privacy en geluidsoverlast. Ik realiseer mij dat deze zaken meer een rol gaan spelen wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, maar dan staat cliënt eigenlijk al 10-0 achter, omdat op dit moment natuurlijk wel het bestemmingsplan voorligt.
Cliënt maakt zich grote zorgen, en terecht. Hij zou dan ook graag zien dat het bestemmingsplan Woudseweg 130 niet wordt vastgesteld. Althans niet in de huidige vorm. Er zijn nog te veel onduidelijkheden, zoals eigenlijk ook al werd bevestigd door mijn voorganger. Er zal eerst meer onderzoek moeten worden gedaan voordat er een bestemmingsplan wordt vastgesteld. Ik wilde daar ook nog aan toevoegen dat ik begrijp dat het in het belang van de gemeente is om meer woningen te realiseren, maar ik vraag mij af: is dit nu wel de locatie waar je dat zou moeten doen? Zijn er geen alternatieven beschikbaar? Ik dank u voor het inspreken.
De voorzitter: Ik dank u voor uw inspraak, dank u wel. Ik kijk even naar de gemeenteraad, heeft iemand een vraag aan mevrouw Bakker? Niemand? Dan is alles duidelijk. Dan gaan we naar de volgende inspreker, de heer Van Leerdam. De heer Van Leerdam: Geacht college, geachte gemeenteraadsleden. Namens de initiatiefnemer tot het voorgenomen bestemmingsplan Woudseweg 130, parallel aan de Harnaschdreef, mag ik nog een paar punten onder uw aandacht brengen. Tot mijn genoegen heeft de behandelend ambtenaar de door u gestelde vragen in de onlangs gehouden opiniërende gemeenteraadsvergadering uitvoerig aan u beantwoord. Het betreft een kwalitatief hoogwaardige afronding van de bebouwing langs de Harnaschdreef naar de Woudseweg in het verlengde van de aan de Harnaschdreef reeds gevestigde bedrijven. Wat de twee vrijstaande woningen bij de Woudseweg betreft, is tevens een mooie aansluiting en afsluiting van de lintbebouwing langs de Woudseweg. De voorgenomen bebouwing wordt, indien u vanavond met het bestemmingsplan instemt, visueel eveneens een toegangspoort naar de woonkern van Den Hoorn en ook naar de Harnaschdreef.
Met aan de ene kant van de Woudseweg, de gerespecteerde bierfabriek/bierschenkerij en aan de andere kant van de Woudseweg de gerespecteerde opvangwoningen voor asielzoekers wordt de huidige rommelige hoek grond van de initiatiefnemer door de voorgenomen bebouwing nabij het drukke kruispunt omgetoverd tot een pareltje bij binnenkomst van Den Hoorn. Om onnodige vragen aan de wethouder te voorkomen, nog het volgende. Abusievelijk is in de informatie genoemd dat vier sociale woningen deel uitmaken van het plan. Dat moet drie zijn, namelijk 30% van tien woningen. Het toegangspad voor voetverkeer waar ook een keer vragen over zijn gesteld, van het appartementengebouw naar de aansluiting op het fietspad van de Woudseweg, wordt geen 2 meter breed, maar conform de anterieure overeenkomst, 2,5 meter breed. Wellicht ten overvloede uit de anterieure overeenkomst nog het volgende. De initiatiefnemer voldoet een planbijdrage aan de gemeente. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor eventuele planschade voor aangelanden. Dit mede, mogelijk, als antwoord aan de bewoners van de Woudseweg 130. Het ontwerpplan wordt ter advies voorgelegd aan de VAC voorlichtings- en adviescommissie voor de woningbouw. Het plan moet voldoen aan het politiekeurmerk. Er worden 34 parkeerplaatsen aangelegd. Er is een verplichting tot de toepassen van duurzaamheidsmaatregelen.
30% van de woningen dienen sociaal te zijn met een antispeculatiebeding van tien jaar. Betreffende de inspraak van de aanwonenden en aangelanden het volgende. De aangelanden zijn deels individueel en deels middels een gezamenlijke bijeenkomst tijdig over de voorgenomen plannen geïnformeerd en hebben hun vragen kunnen stellen en opmerkingen kunnen maken. Daarbij is het beeldkwaliteitsplan met plankaart gelijktijdig aan hen uitgereikt. Sinds die informatie is er niets meer aan de plannen gewijzigd. De bewoner van huisnummer 130 is bij de aankoop van die woning, en later bij de aankoop van een perceeltje grond achter diens woning, wel degelijk geïnformeerd dat de plannen tot bebouwing er waren. Dus het kan geen verrassing zijn, ook al heeft het formeel, want het is inmiddels vijf of zes jaar geleden, misschien geen status, maar er is wel degelijk geïnformeerd. Natuurlijk is het voor zowel de aanliggende bedrijven en aanliggende woningeigenaar vervelend als de vrijheid die genoten wordt door een aangrenzend bloemkoolveld van je buren verloren gaat door bebouwing. Ook daar heeft de initiatiefnemer begrip voor. Je kunt echter niet verwachten dat een bloemkoolveld in een stedenbouwkundig gebied als de Harnaschpolder altijd een bloemkoolveld blijft. En dat begrijpen de aanliggende bedrijven en aanliggende woningeigenaar hopelijk ook.
Het gerenommeerde stedenbouwkundig bureau RO heeft aan alle facetten, wettelijke facetten, alsmede afstandscriteria en onderzoeken, geluidsonderzoeken, alles wat je maar kunt bedenken aandacht besteed hetgeen naar alle waarschijnlijkheid tot een Raad van State-proof bestemmingsplan zal leiden. Voorzitter, wethouders en leden van de gemeenteraad. Bij de jarenlange voorbereiding van dit bestemmingsplan hebben gedurende vele jaren van voorbereiding vier wethouders van drie verschillende politieke partijen zich ingezet. Kosten noch moeite zijn gespaard. Laat daarom deze kans tot de realisatie van deze parel bij de entree van Den Hoorn in de Harnaschpolder alstublieft niet verloren gaan. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de gemeenteraad. Heeft u nog een nadere vraag? Ik zie de heer Knaap en de heer Vieira. Mijnheer Van Leerdam, er worden nog vragen aan u gesteld. De heer Knaap, gaat uw gang. De heer Knaap: U spreekt hier namens de initiatiefnemer en ik ben even in het bijzonder geïnteresseerd in het stukje waar u het heeft over de informatiebijeenkomst. Het beeld dat u schetst, is dat er een vrij uitgebreide informatiebijeenkomst is geweest en dat ter plekke de plannen goed zijn toegelicht en dat ter plekke ook het beeldkwaliteitsplan is toegelicht en overhandigd. Dat strookt niet met het beeld dat ik van omwonenden krijg. Het beeld dat ik van omwonenden krijg, is dat er een gesprekje is geweest van een paar minuten. En dat achteraf het beeldkwaliteitsplan door de brievenbus is gestopt. Dus zou u eens kunnen uitleggen hoe die informatieverstrekking heeft plaatsgevonden? De voorzitter: Het woord is aan de heer Van Leerdam. De heer Van Leerdam: Met de meerderheid van de genodigden, niet iedereen kon daarbij aanwezig zijn, hebben we denk ik twee uur, minimaal anderhalf uur, misschien twee uur, op de locatie een bijeenkomst gehad. Daar is het plan en de plankaart enzovoort toegelicht. De initiatiefnemer zelf heeft de bewoner van Woudseweg 130 gesproken en nog een andere aangelande, kan ik me herinneren.
Daar is een verslag van gemaakt en dat is ook in het bezit van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Dan de heer Vieira. De heer Vieira: Ik had een vraag over de initiatiefnemer. Die heeft aan de Woudseweg 130 in 2017 het huis verkocht, begrijp ik, en daarna het perceel daarachter. Degene die voor u sprak, zei 'die heeft dat gekocht met het plan daar iets te ontplooien' en nu met dit plan zou dat niet meer mogelijk zijn. In hoeverre was de initiatiefnemer op de hoogte van de plannen bij verkoop? Want hij verkoopt dat stuk grond, waarschijnlijk om daar wat te ontwikkelen en tegelijkertijd ontwikkelt hij wat. Was daar niet iets in te passen samen? Hoe ziet u dit? De heer Van Leerdam: Hij is erover geïnformeerd want er is hevig gesteggeld over de kadastrale grenzen waarbij we rekening hebben gehouden met de begrenzing van dit huidige plan zodat daar geen afbreuk aan zou worden gedaan. Mijnheer heeft achter zijn woning een perceel gekocht waarbij hij wel degelijk wist dat er daar ontwikkelingen zouden gaan plaatsvinden. De heer Vieira: Waarmee hij dus niet zijn eigen plannen zou kunnen ontwikkelen, als hij die had, omdat dit in ontwikkeling was.
De heer Van Leerdam: Ik denk dat als hij daar tijdig mee was geweest, dat had gekund, maar mijnheer heeft zijn woning gekocht en daarin heeft hij een optie opgenomen om een perceel achter zijn woning te kopen en dat is twee jaar later gebeurd, of anderhalf jaar later. Ik weet de termijn niet precies. Dus het is een behoorlijke tijd geleden dat mijnheer zijn woning heeft gekocht en die optie op dat perceel heeft genomen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even verder, zijn er nog vragen? Geen vragen meer, dan dank ik u ook voor het inspreken bij dit punt. Het ging over agendapunt 6 voor de laatste sprekers. De eerste inspreker heeft ingesproken op een punt onder agendapunt 5, de hamerstukken, maar voor we zover zijn, hebben we nog agendapunt 4.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: we gaan naar het vaststellen van de agenda. Ik zie de heer Jongsma, de heer Scholtes en mevrouw Van 't Westeinde. Ik help u daar maar even aan herinneren, dat u het woord voert. De heer Jongsma: Ik dacht 'de avond kan niet lang genoeg duren', dus ik wil van maar liefst zes hamerstukken bespreekstukken maken. Dat klinkt heel erg omvangrijk, maar het kan waarschijnlijk heel kort. Allereerst wil ik het voorstel met betrekking tot de weigering van een
Verklaring van geen Bedenkingen inzake een plan voor het realiseren van een overkapping en een afgesloten parkeerterrein aan de Kerkpolderweg graag nog even ter bespreking hebben omdat de inspreker het had over een zienswijze en het leek me wel zo netjes om het college daar even op te laten reageren wat hun kant van het verhaal is, voor we daar een hamerstuk of een besluitstuk van maken. Het tweede betreft eigenlijk alle vijf de agendapunten die gaan over de begroting voor de gemeenschappelijke regelingen. Inmiddels is ook bij punt 5 een bijlage bijgevoegd die we hebben gekregen van het gemeente Pijnacker-Nootdorp. Die gaat over een extra zienwijze of over een extra toevoeging doen aan de zienswijzen. Dat wil ik graag alsnog als bespreekstuk behandelen en daarom wil ik even binnen de raad delen hoe wij daar met z'n allen over denken voordat we daar een hamerstuk van maken. De voorzitter: En dan mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Wij wilden ook graag 5.d agenderen. Mede ook vanwege de zienswijze en de reactie van het college hierop. Dus de heer Jongsma was mij voor. De voorzitter: Even naar mijnheer Scholtes. Het staat op de agenda natuurlijk, daarmee is het geagendeerd, maar het staat als hamerstuk geagendeerd en ik merk op dat u beide dat als bespreekstuk wilt zien. Dat kunnen we dus wijzigen, tenzij u met elkaar anders besluit, want het is uw vergadering.
Als u zegt 'we vinden dat geen goed idee', moet u het ook zeggen. Als ik dat niet hoor, is het toch een bespreekstuk. 5.d wordt een bespreekstuk. Het punt van de heer Jongsma ten aanzien van de gemeenschappelijke regelingen en inbreng van een document vanuit PijnackerNootdorp begrijp ik. Het gaat om financieel advies ten aanzien van de gemeenschappelijke regelingen 5.i tot en met 5.m. Die wilt u ook naar bespreekstukken brengen maar ik neem aan dat u dan bij het eerste bespreekstuk het punt maakt dat geldt voor alle anderen. Akkoord om dat dan zo te doen als bespreekstuk? Dat wordt dan ook een bespreekstuk. Dan hebben we dat gedaan. Dan hebben we nog mevrouw Van 't Westeinde. U heeft het al aangekondigd. Mevrouw Van 't Westeinde: Voorzitter, ik zou inderdaad graag een motie vreemd aan de orde van de dag willen indienen. De voorzitter: Dat doen we dan als alle andere onderwerpen van de agenda behandeld zijn, dat wordt dan 6.a in dit geval. Dus na het bestemmingsplan Woudseweg 130 en voor het stellen van vragen. Zo is de agenda dan gewijzigd en dan gaan we door. De agenda wordt met in achtneming van genoemde wijzigingen vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5.a.1 5.a.2. 5.b
Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag vergadering d.d. 29 maart 2022 Verslag vergadering d.d. 30 maart 2022 Voorstel tot bekrachtiging geheimhouding document “Evaluatie 2021 Monitoren A4 Delft- Schiedam d.d. 5 juli 2021 met kenmerk R1603558-16 Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Lotsweg 13-15 Voorstel tot het instemmen met het Ruilverkavelingsplan Zuidbuurt Voorstel tot instemmen met herziening grondexploitaties per 1 januari 2022 Voorstel tot instemmen met diverse aspecten erfpacht particuliere woningen Voorstel tot intrekken van verschillende oude verordeningen Sociaal Domein
5.c 5.e 5.f 5.g 5.h
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast. 5.d
Voorstel tot weigering van een Verklaring van geen Bedenkingen inzake een plan voor het realiseren van een overkapping en een afgesloten parkeerterrein aan de Kerkpolderweg.
De voorzitter: Wie wenst hierover het woord? De heer Jongsma en de heer Scholtes. De heer Jongsma: De inspreker had het over een zienswijze die niet zou zijn behandeld en hij had het er voor de rest ook over dat op een aantal gronden het plan helemaal niet getoetst was. Het leek me wel zo netjes om toch even het college te horen over hoe dat dan zit, of niet zit. Stel dat we nu inderdaad dit besluiten, over de verklaring van geen bedenking, dan wil ik wel graag nog even kort van het college horen hoe dat dan zit en welk risico we wel of niet lopen. De voorzitter: Mijnheer Scholtens. De heer Scholtes: Ik heb een vraag van gelijke strekking inderdaad. Ik ben wel heel erg benieuwd of de zienswijze ingediend is bij de gemeente en hoe erop gereageerd is door het college of waarom er nog niet op gereageerd is door het college. Dat vind ik eigenlijk heel erg belangrijk om te weten voordat we een beslissing nemen. De voorzitter: Ik kijk naar het college. Wie kan daar antwoord op geven? Mevrouw Smit. Wethouder Smit: Het gaat hier om een uitgebreide Wabo-procedure waarvoor we pas in de aanvraagfase zitten. Dat betekent dat alle informatie wordt verzameld en dat de afgifte van een verklaring van geen bedenkingen wordt voorbereid.
In dit geval gaat u beslissen, als u akkoord gaat, om die verklaring van geen bedenkingen niet af te geven en daarna wordt dat ontwerpbesluit gepubliceerd en komt ook ter inzage. Pas in die fase is het mogelijk om zienswijzen in te dienen, die dan vervolgens natuurlijk in behandeling genomen worden en waar dan een reactie op komt. Dus mijnheer hoeft zich geen zorgen te maken. Nou ja, wel over het feit dat we het oneens zijn over de strikte interpretatie van het bestemmingsplan, maar niet over de procedure, want die klopt en die wordt gewoon vervolgd na vanavond. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Jongsma en de heer Scholtes. De heer Jongsma: Dank u wel wethouder voor het beantwoorden van deze vraag. Ja, dat is ons duidelijk. Dan is het voor ons een hamerstuk dat wij inderdaad wel akkoord gaan met het weigeren van de verklaring van geen bedenkingen. De voorzitter: Goed. Dan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja voorzitter, we hebben aan de ene kant de procedure over een zienswijze en aan de andere kant hebben we ook gewoon een initiatiefnemer die een aantal vragen stelt en daar al dan niet antwoord op zou moeten krijgen. Ik zou het zelf ook heel fijn vinden als ik vragen stel aan een overheidsorgaan, dat ik antwoorden krijg.
Dus misschien de vraag even anders stellend: zijn er ook nog vragen gesteld die niet beantwoord zijn en van welke termijn hangt dat af? Ik weet dat het een redelijk technische vraag is, maar ik kon hem helaas niet eerder stellen, want ik was niet op de hoogte van de informatie die de inspreker gegeven had. Dus hopelijk kan de wethouder antwoord geven. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder. U had al aangegeven, het is vrij technisch, maar is er wat over te zeggen? Wethouder Smit: Ik kijk daar anders naar. Kijk, als een initiatiefnemer bij de gemeente komt met een idee en daar vragen over heeft, worden die gewoon, zou ik bijna willen zeggen, beantwoord. In dit geval speelt wel dat we het oneens zijn, blijvend, over wat je op dat perceel wel of niet zou kunnen en mogen doen. Daar word je het dan niet over eens. En als een initiatiefnemer dan in formele zin daar bezwaar tegen wil maken en een zienswijze wil indienen, dan krijgt hij daar op enig moment ook een formele reactie op. Daar kun je gewoon van uitgaan. Maar dat is dan natuurlijk niet even een belletje van mij of van een ambtenaar. Dat gaat dan de formele procedure in. Maar het verschil van inzicht is dus gewoon dat de huidige bestemming gaat over gronden die echt behoren bij A4 en A20 en niets anders dan dat.
De initiatiefnemer heeft daar een ander beeld bij, dus daar moet dan in een procedure uiteindelijk – waar ook gewoon een beroepsmogelijkheid in zit – een uitspraak over vallen.
De voorzitter: Akkoord met de beantwoording? Daarmee stellen we dit agendapunt vast met het genomen besluit. Dat is akkoord. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. 5.i 5.j 5.k 5.l 5.m
Voorstel inzake financiële stukken Metropoolregio Haaglanden Voorstel inzake financiële stukken Gemeenschappelijke Reinigingsdienst Avalex Voorstel inzake financiële stukken GR GGD en Veilig Thuis Haaglanden Voorstel inzake financiële stukken Bedrijvenschap Harnaschpolder Voorstel inzake financiële stukken GR Veiligheidsregio Haaglanden
De voorzitter: Dan gaan we door met 5.i tot en met 5.m, agendapunten van eenzelfde strekking zoals de heer Jongsma net aangaf, ten aanzien van de reactie die hij wil geven. U heeft het woord. De heer Jongsma: Ik ga het inderdaad proberen alle vijf in een keer te doen. Vanmiddag werden we verblijd of verrast met een bericht van de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp waarin ze ons aansporen om ook vooral nog een amendement in te dienen op de zienswijzen op de begrotingen die we hebben inzake de gemeenschappelijke regelingen. In het kort is het ook wel fijn om even te melden waar het dan over gaat. En dat zal ik dan netjes voorlezen. 'De gemeenschappelijke regeling loopt financiële risico's die verband houden met de huidige internationale situatie. Hier zijn met name twee zaken van belang, namelijk de sterk gestegen energieprijzen sinds vorig jaar augustus en de hoge kosten voor investeringen als gevolg van gestegen grondstofprijzen. Deze stijgingen zijn hoger dan de gebruikte indexatie. Dat betekent dus dat het uiteindelijk allemaal een stuk duurder wordt dan waar we normaal gesproken rekening mee houden binnen de begroting.
Wij willen graag dat de extra financiële risico's en resultaten goed gemonitord worden en dat u eerst terugkomt bij de gemeente als er keuzes gemaakt worden en/of extra bijdragen aan de gemeente gevraagd moeten worden.' Het idee is dus om aan alle vijf de zienswijzen dit extra toe te voegen. Formeel is het zo dat wij dan een amendement moeten indienen op de zienswijzen, want er liggen dus vijf zienswijzen en die moeten dan aangepast worden. Mijn verzoek zou wel zijn om het een beetje praktisch te houden en ofwel een oproep te doen om deze aanbeveling te steunen, dan wel dat het college toezegt dat het dit alsnog in die vijf zienswijzen opneemt. Dat is wat ik voorstel en aan mijn mede-gemeenteraadsleden wil vragen. De voorzitter: Misschien is het goed om even te kijken naar onze wethouder Financiën die ongetwijfeld hier iets over kan zeggen. Ten aanzien van alle gemeenschappelijke regelingen is het natuurlijk in feite hetzelfde, dezelfde oproep. De wethouder gehoord hebbend, kunnen we dan nog even kijken wat u daar dan met elkaar van vindt. Het woord is aan wethouder Ten Have. Wethouder Ten Have: Op zich is de zorg dat onze bijdragen aan samenwerkingsverbanden mogelijk gaan stijgen, natuurlijk herkenbaar. Ik vind in alle eerlijkheid het amendement licht overbodig, omdat gevraagd wordt 'kom terug bij ons als er keuzes gemaakt moeten worden of als extra bijdragen nodig zijn'.
Dat is sowieso al het geval. Als er extra bijdragen nodig zijn, zullen we dat aan u voorleggen en dat wij de risico's en de resultaten binnen de samenwerkingsverbanden goed monitoren, gebeurt ook. Daar kunt u van verzekerd zijn. Maar op de vraag die in de kern in het amendement wordt gesteld 'kom bij ons terug als er keuzes gemaakt moeten worden of als er extra bijdrages nodig zijn', zeg ik: dat is sowieso al aan de orde. Dus dat gebeurt ook zonder het amendement. Tot slot wil ik nog aangeven dat het nogal uitmaakt of je het hebt over de Metropoolregio Rotterdam Den Haag die vooral over openbaar vervoer gaat en een stukje over economisch vestigingsklimaat waar de bijdrage gewoon vaststaat en niet beïnvloed wordt door energieprijzen, of over Avalex waar het heel anders uitwerkt, want daar kunnen gestegen energieprijzen juist opbrengst zijn. Bij de GGD is het volgens mij niet heel relevant. Het gaat vooral over personeelskosten. En bij de Veiligheidsregio is het ook nog weer een ander verhaal. Dus ik herken de zorg die er achter zit. Daar hebben we het permanent over in de samenwerkingsverbanden. Wat in de kern gevraagd wordt, is overbodig omdat we dat toch moeten doen.
De voorzitter: Dan kijk ik even terug naar de gemeenteraad; een reactie op dit punt? Ik ga eerst naar de heer Ringeling, de heer Vieira en de heer Zwaard, de heer Roeling en de heer Van der Eijk. De heer Ringeling: Dank voor het antwoord, ik ben het met u eens, het is een beetje overbodig maar mijn heel praktische vraag is: als een van de leden van de gemeenschappelijke regeling een amendement indient, kan het bestuur toch zeggen 'we steunen dit amendement'? Dan hoeven we toch niet met z'n allen als alle andere gemeenten ook een amendement in te dienen? Of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Die vraag noteren we. De heer Vieira. De heer Vieira: Ik vind het goed dat mijn collega de heer Jongsma dit aankaart want het is een beetje appels met peren vergelijken maar een paar jaar terug hadden we ook dat we ineens achteraf verrast werden met hogere kosten in het Sociaal Domein op een ander vlak. Dat is wat je wilt voorkomen als gemeenteraad, je wilt dat je weet wat er gebeurt en dat je keuzes krijgt. Tegelijkertijd krijgen we een antwoord van het college dat bevredigend is omdat het al toezegt bij dezen 'we komen terug bij de gemeenteraad als er keuzes gemaakt moeten worden of extra geld nodig is of keuzes moeten worden gemaakt in dienstverlening'. Dus ik heb er eigenlijk niets aan toe te voegen want dat is hoe we het graag willen als gemeenteraad.
Althans, zoals wij het tenminste willen. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: In de vorige raadsperiode zat ik in de rekeningcommissie van de omgevingsdienst en daar had ik zeker de indruk dat het Dagelijks Bestuur zich daar zeer bewust was van waar de mogelijke kosten en risico's zaten en waar dat kon fluctueren. Daar had ik ook alle vertrouwen erin dat ze dat zouden terugkoppelen naar de gemeenteraden als daar problemen zouden zijn. Dus ik kan de lijn van de wethouder hierin volgen en ik denk dat we ons met z'n allen bewust moeten zijn van de risico's hiervan op onze gemeenschappelijke regelingen, maar ook bij onze inwoners. Maar om dit nu zo in te regelen hoeft van mij niet. De voorzitter: Dan ga ik naar De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel voor de beantwoording wethouder, dat is een duidelijk verhaal maar ik snap anderzijds ook de zorgen van de heer Jongsma want die kunnen we wel delen met hem. Ik denk dat we de lijn van de wethouder kunnen volgen. Anderzijds, als we dit zouden ondertekenen, schaadt dat ons of baat het ons? Dat antwoord wil ik graag nog even van de wethouder. In grote lijnen kunnen we uw beantwoording volgen. De voorzitter: Dan is het woord aan de heer Roeling. De heer Roeling: Ook wij delen de zorgen, maakt u zich geen zorgen.
Maar op het moment dat je een amendement aanneemt, is het nog maar de vraag wat ermee gebeurt. Je zit in die gemeenschappelijke regeling met allerlei andere gemeenten en dan heb je dadelijk een bestuur van de gemeenschappelijke regeling waarin de helft zegt 'ik zit met een amendement', en de andere helft zegt 'ja'. Onze suggestie zou dan zijn: vraag aan die gemeenschappelijke regelingen zelf of ze zich er bewust van zijn en of ze daarnaar willen handelen. Dus dat we een signaal krijgen vanuit de gemeenschappelijke regelingen 'we zijn ons ervan bewust en we zullen daarnaar kijken'. Of dat nu voortzetting is van beleid, of dat ze daar wat meer moeite voor moeten doen. Maar een amendement lijkt ons op dit moment niet handig en het tijdstip van hedenavond vond ik ook niet zo handig want volgens mij kregen we het vandaag. Dus onze suggesties is: vraag aan die gemeenschappelijke regelingen of ze zich herkennen in de zorgen die geuit zijn en of ze daarnaar handelen of willen handelen en dat kenbaar willen maken aan de deelnemende gemeenten. De voorzitter: De heer Jongsma nog. De heer Jongsma: Dank aan de wethouder voor de heldere uiteenzetting en dat stelt me op zich gerust. Je kunt denken 'baat het niet dan schaadt het niet', maar aan de andere kant denk ik 'het
is ook weer extra werk'. Het wordt nu denk ik voldoende onder de aandacht gebracht, door collegagemeente Pijnacker-Nootdorp, wij hebben het ook weer een keertje benoemd, de wethouder weet er inmiddels voldoende van. Dus ik denk dat het wat mij betreft nu blijft zoals het is, maar het is in ieder geval weer eens extra onder de aandacht gebracht en dat is het doel, om het alsnog even te bespreken. De voorzitter: Er stond nog wel een vraag van de heer Zwaard voor de wethouder. Wethouder Ten Have: Voor de helderheid, het gaat om een amendement op een zienswijze. Dus we stellen hier nu een zienswijze vast en ik mag erop wijzen dat in een aantal zienswijzen, bijvoorbeeld onze zienswijze die vanavond voorligt bij de GGD, ook al een alinea is opgenomen waarin aandacht is gevraagd voor de financiële ontwikkeling van de bijdragen van de gemeenten aan de GGD. Dus in een aantal zienswijzen is dat al opgenomen. Dan nog even het punt van de heer Ringeling want dat is een correct punt. In een gemeenschappelijke regeling kunnen alle aangesloten gemeenten een zienswijze indienen en alle zienswijzen van al die gemeenten worden in het bestuur van die gemeenschappelijke regeling behandeld.
Ook als alleen Pijnacker-Nootdorp de zienswijze indient met deze vraag is dat een punt van bespreking in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, of dat nu door een, door vijf of door tien van de gemeenten is opgenomen. Dus het punt komt aan de orde, de zorg is herkenbaar, we proberen in de gemeenschappelijke regelingen zo goed mogelijk te letten op kostenstijgingen van de gemeenten want die zitten allemaal in hetzelfde schuitje. En tot slot de vraag van mijnheer Zwaard, baat het niet dan schaadt het niet? Dat klopt, er vloeit geen bloed uit maar het is wel overbodig en ik zou het eerlijk gezegd een beetje zonde vinden van de moeite om alle zienswijzen die nu voorliggen weer terug te moeten halen en te moeten aanpassen met een licht overbodige passage en dat dan weer terug te brengen. Dus mijn advies zou zijn: point taken, het komt op tafel, de zorg wordt herkend, laten we de zienswijzen vooral als hamerstuk vaststellen. Dat zou wat mij betreft het meest pragmatisch zijn. De voorzitter: Ik kijk ook even, volgens mij is dat ook wat de heer Jongsma net al formuleerde en de wethouder dat nog eens adviseert. Ik kan constateren dat we daarmee de tot bespreekstukken verheven voorstellen 5.i tot en met 5.m dan als behandeld kunnen beschouwen en daarmee ook akkoord zijn gegaan met de besluiten. Dat is zo. De voorstellen worden unaniem aangenomen.
6.
Voorstel tot vaststellen van bestemmingsplan Woudseweg 130 te Den Hoorn
De voorzitter: Dit is een bespreekstuk en hier zijn insprekers voor geweest. Ik ga inventariseren wie hierover het woord wensen. Ik begin aan de rechterkant. De heer Roeling, de heer Zwaard, de heer Knaap, de heer Van der Eijk, de heer Scholtes en de heer Ringeling. In die volgorde. De heer Roeling: In de vergadering van twee weken geleden hebben we het een gedrocht genoemd en ook aangegeven waarom we dat vinden, Vervolgens is er na de kritiek uit de raad wel een memo gekomen van het college om aan te geven waarom het geen gedrocht zou zijn. Er komen dus ook geen wijzigingen in voor waarvan het college denkt 'misschien heb ik dat niet zo handig gedaan dus ik pas sommige elementen aan'. Bijvoorbeeld over wat we hebben aangegeven, het mengen van functies, dus dat je zowel werken als wonen op ongeveer dezelfde kavel toestaat terwijl daar vanuit het bestemmingsplan Lookwest-Noord natuurlijk heel anders over gesproken wordt. Dat wordt dan maar terzijde gelegd. Van de verkeersafwikkeling hebben we ook een punt gemaakt. Kijk eens goed om je heen op het bedrijventerrein Harnaschpolder. Dat is juist heel ruim van opzet en af en toe vond ik dat een beetje te ruim, maar nu het een beetje gerealiseerd is, zie je wel de voordelen daarvan. Pas dat dan ook toe op dit plan.