Vsl Comm 2023 m 09 d 12
Tekst van het document
Is het college ontevreden over de huidige commissie Welstand en Erfgoed, waardoor het besloten heeft om geen burgerleden meer te benoemen? Mevrouw Van der Lans stelt dat volgens de Omgevingswet deskundigheid in de commissie beschikbaar moet zijn. Dit omvat deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, natuurhistorie, restauratie, landschap en stedenbouwkunde. Het moet objectief meetbare deskundigheid zijn. In de Handreiking Gemeentelijke Monumentencommissies zijn minimumeisen voor het niveau van de deskundigheid geformuleerd, de gemeenteraad mag daar nog eisen bovenop leggen. Het is moeilijk om alle vereiste deskundigheid met twee mensen te verkrijgen, met vier kan het net. D66 vindt het daarom begrijpelijk dat er vier mensen worden aangesteld van Dorp, Stad en Land om de basiskennis op orde te hebben. De vraag is echter hoe de wethouder verwacht dat lokale kennis wordt betrokken bij de commissie en ervoor zorgt dat lokale kennis niet verloren gaat. De heer Van der Spek is het eens met de instelling "waarom zou je iets veranderen wat al jaren goed gaat?". Hij begrijpt de argumentatie van het college, maar is van mening dat er nu voldoende lokale kennis en betrokkenheid is ingebed in de commissie. Mijn Partij is voorstander van twee commissieleden uit externe organisaties en twee lokale commissieleden.
De heer Ringeling sluit zich volledig aan bij de vorige spreker. Het hebben van lokale kennis en betrokkenheid betekent niet dat men niet onafhankelijkheid is. De historische verenigingen brengen die kennis mee, dus waarom zou de gemeente daar geen gebruik van maken? Wethouder Oderwald deelt de waardering die de commissie uitsprak over de mensen die zich zo'n dertig jaar hebben ingezet voor het historisch erfgoed in de gemeente. Als gevolg van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad in januari 2023 de verordening Commissie Omgevingskwaliteit vastgesteld. Het samenstellen van de commissie Omgevingskwaliteit is een gevolg van de invoering van deze verordening. In de Omgevingswet staan omgevingskwaliteit en integrale besluitvorming voorop. Om dat te bereiken, werkt de gemeente al ruim twintig jaar samen met Dorp, Stad en Land, die de voordracht heeft gedaan op basis van de vastgestelde verordening. Dorp, Stad en Land heeft zich sterk gemaakt voor de integrale benadering en heeft uitgebreide expertise hiervoor. Men heeft voorgesteld om twee zittende leden van de huidige commissie op te nemen en twee nieuwe leden. Zij staan allen als deskundige geregistreerd, maar komen niet uit Midden-Delfland. Het zijn mensen die veel expertise hebben van het beeld dat in Midden-Delfland zichtbaar is. De twee leden die doorgaan, zorgen voor continuïteit.
De wethouder begrijpt dat lokale deskundigheid ook gewenst is in de commissie, maar zij is gebonden aan de verordening die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Ze betreurt het dat de gemeenteraad in januari niet heeft aangegeven dat men lokale inbreng in de commissie Omgevingskwaliteit wilde opnemen. Het aantal leden kan uitgebreid worden, maar voor de schaal van de gemeente zou dat wel disproportioneel zijn. Bovendien zijn er kosten gemoeid met de werking van de commissie en verwacht de wethouder dat vier personen voldoende zijn om tot goede voorstellen te komen. 17
In de nieuwe verordening is niet opgenomen dat de historische verenigingen leden konden voordragen. Het is wel mogelijk om lokale mensen te benoemen. Dat gebeurt dan op persoonlijke titel. Nu is dat niet aan de orde, maar over twee jaar vinden opnieuw benoemingen plaats. De commissieleden moeten soms historisch onderzoek doen om tot hun advies te komen. Op dat moment zullen lokale deskundigen betrokken worden. De wethouder heeft aangeboden om met de historische vereniging te monitoren hoe dit functioneert. Mevrouw Koppert vraagt of het college bepaalt wie er voor de commissie Omgevingskwaliteit worden benoemd en of er in de verordening staat dat de leden van Dorp, Stad en Land moeten komen. Ze kan zich namelijk niet herinneren dat de raad in januari heeft vastgesteld wie er in de commissie gaan komen. Wethouder Oderwald begrijpt de verwarring. De verordening is in januari vastgesteld. Het college doet nu een voordracht, waarna de gemeenteraad kan overgaan tot benoeming van leden voor de commissie Omgevingskwaliteit. De heer Ringeling vindt dat de wethouder zichzelf vaak tegenspreekt. Het gaat om integraliteit, maar lokale deskundigen worden uitgesloten. Mensen worden benoemd, maar ineens is het slechts een voorstel tot benoeming. Volgens de ChristenUnie doet het college een voorstel, terwijl de raad al dan niet besluit om de mensen te benoemen. Er is dus nog niemand benoemd.
Hoe kan de wethouder dan zeggen dat de historische vereniging over twee jaar nog maar eens moet terugkomen als er weer leden benoemd moeten worden? Misschien spreekt de wethouder zichzelf tegen, doordat het laat op de avond is en iedereen moe is. Hij stelt daarom voor om de discussie door te schuiven naar de raadsvergadering. De voorzitter stelt dat dit een ordevoorstel is, maar geeft de wethouder de gelegenheid om haar betoog af te ronden. De heer Ringeling merkt per interruptie op dat hij de discussie wil voortzetten in de raadsvergadering. De voorzitter vraagt welke aanvullende informatie de raadsleden nodig hebben voor de behandeling van het voorstel. De heer Ringeling antwoordt dat hij geen extra informatie nodig heeft, maar dat hij het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering wil agenderen. De heer Van der Spek stelt voor om samen met ChristenUnie wat vragen op papier te zetten als voorbereiding op de discussie in de raad. De heer Scholtes vindt dat er op basis van weinig objectieve argumenten een ordevoorstel wordt gedaan. Hij vond de beantwoording van de wethouder niet tegenstrijdig en vindt het ordevoorstel ongepast. Mevrouw Koppert zou wel graag willen dat de vragen die zojuist gesteld zijn, voorafgaand aan de raadsvergadering worden beantwoord. De voorzitter vraagt de wethouder of alle vragen duidelijk zijn.
Wethouder Oderwald antwoordt dat de vragen duidelijk zijn en dat ze die vanavond graag had willen beantwoorden. De voorzitter veronderstelt dat de combinatie van het tijdstip en de verwarring in de commissie tot het ordevoorstel heeft geleid. Afgesproken wordt dat het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering wordt geagendeerd en dat de wethouder de gestelde vragen, inclusief aanvullende vragen van Mijn Partij en ChristenUnie in de tussentijd beantwoordt. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen. 18
11.
Voorstel tot het vaststellen van de derde periodieke begrotingswijziging 2023
De heer Scholtes maakt zich zorgen over de begrotingswijziging. Het positieve saldo bedraagt € 140.000,00, maar de voornaamste meevallers zijn incidenteel, terwijl de voornaamste tegenvallers van structurele aard zijn. D66 kan echter instemmen met de begrotingswijziging. De heer De Bakker geeft een compliment voor de gedetailleerde uitwerking en zou het als hamerstuk willen agenderen. De heer Van der Eijk uit zijn zorgen over de vacatures, maar gaat ervan uit dat het college deze zorg deelt. Hij verzoekt het college om bij de vierde periodieke begrotingswijziging ook een lijst met 'doorschuifbudgetten' op te leveren. De heer Roeling sluit zich aan bij het verzoek van de VVD. Daarnaast heeft Mijn Partij vragen gesteld over de brug die onlangs is vernieuwd. Van omwonende boeren heeft hij gehoord dat de brug bij de reconstructie van de Gaagweg gaat verdwijnen en dat er verderop een nieuwe brug komt. Is het college zich daarvan bewust en zo ja, waarom heeft het dan nog zoveel erin geïnvesteerd? De heer Van Rijs merkt op dat het CDA een voorstel heeft over groenbeheer. De verkoop van snippergroen heeft € 75.000,00 opgeleverd. Het onderhoud van het openbaar groen heeft echter € 21.000,00 meer gekost dan begroot. Er is dus sprake van een incidentele meevaller van € 53.000,00.
Gezien de vele klachten over onkruid en slecht onderhoud van het openbaar groen stelt het CDA voor om de € 53.000,00 niet te laten terugvloeien naar de Algemene Reserve maar in overleg met de afdeling Groenbeheer te besteden aan extra onkruidbestrijding. De heer Jongsma is bezorgd over het doorschuiven van budgetten. Hij vraagt of de lopende projecten op schema liggen, of dat er veel werkzaamheden worden doorgeschoven naar 2024. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college heeft geprobeerd om eerder in het jaar inzicht te geven in de voortgang van projecten en werkzaamheden. Vanaf de eerste begrotingswijziging is aangegeven van welke investeringen wordt verwacht dat ze niet in 2023 worden gedaan. Het doel is om steeds minder door te schuiven, maar pas aan het einde van het jaar wordt duidelijk in hoeverre dat gelukt is. Bij de vierde begrotingswijziging zal een overzicht van doorgeschoven budgetten worden opgeleverd. Met de begrotingswijziging wordt nog niet besloten of overschotten aan de Algemene Reserve worden toegevoegd of worden uitgegeven. De suggestie van het CDA om de opbrengsten van de verkoop van snippergroen te gebruiken om de overschrijding van het budget voor groenbeheer kan het college in overweging nemen, maar uiteindelijk leidt dit toch tot een extra uitgave, die niet begroot is.
Liever zou de wethouder eerst beoordelen of een intensivering van onkruidbestrijding nodig is en of dat vanuit het reguliere budget gefinancierd kan worden. Eventueel zal het college een voorstel neerleggen om extra budget hiervoor te reserveren. Wethouder Renzen voegt eraan toe dat zij graag meer geld aan groenbeheer zou uitgeven. Tegelijkertijd adviseert ze de raad om tot eind 2023 af te wachten en integraal af te wegen waaraan men eventuele overschotten gaat besteden. Dat er momenteel veel onkruid staat, is logisch voor de tijd van het jaar. De gemeenteraad kan best discussiëren over meer budget voor het verwijderen van onkruid, maar het zal niet lukken om de hele gemeente onkruidvrij te houden. De vragen over de brug wil de wethouder graag schriftelijk beantwoorden, want daar heeft ze wat extra informatie voor nodig. De voorzitter geeft het woord aan de heer Scholtes voor een tweede termijn. De heer Scholtes staat niet positief tegenover de suggestie van het CDA. D66 verwacht eind 2023 namelijk een negatief saldo van circa € 3 miljoen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen. 19
12.
Voorstel inzake deelname Veiligheidsregio Haaglanden aan Stichting Risicobeheer
De heer Van der Eijk stelt dat de Veiligheidsregio € 22.000,00 nodig heeft, wat neerkomt op € 220,00 voor de gemeente Midden-Delfland. Daarmee zijn echter de inrichtingskosten nog niet inzichtelijk. Eigenlijk geeft de gemeente een blanco cheque, terwijl de democratische legitimatie in dit proces niet zo duidelijk is. In de oplegger wordt voorgesteld dat Westland een zienswijze indient. De VVD vindt het vrij slordig dat er stukken naar de raad worden gestuurd, waarin gesproken wordt over een andere gemeente. Vanuit verzekeringsoogpunt vindt de VVD het overigens een goed voorstel. De heer Scholtes vraagt of door het gezamenlijk optrekken van de veiligheidsregio's het risico ontstaat dat de markt van verzekeraars verder verschraalt, totdat er nog maar één aanbieder overblijft. Ook hoort hij graag of de dekking daar beter van wordt. Hij verwacht vanavond geen antwoord op deze vragen, maar ziet wel graag dat deze bedenkingen worden meegenomen in het proces. Mevrouw Koppert vraagt of het klopt dat de inrichtingskosten van de stichting binnen de begroting van de deelname passen. Burgemeester Van Hemmen betoogt dat de veiligheidsregio een raad van het zelfstandig bestuursorgaan van burgemeesters is. Elke burgemeester neemt eraan deel als zelfstandig bevoegd orgaan. Het democratische proces verloopt via de leden van het Algemeen Bestuur.
Als burgemeester verantwoordt hij zich aan zijn gemeenteraad, zeker omdat er in het AB keuzes worden gemaakt op basis van meerderheidsbesluiten. De kosten zijn onvermijdelijke gevolgen van die keuzes en worden bij de gemeenteraden neergelegd. Het budgetrecht ligt dus bij de gemeenteraad, maar de raad kan de AB-besluiten niet tegenhouden. Het Algemeen Bestuur heeft zich niet afgevraagd of de markt van verzekeraars verschraalt door de voorgestelde werkwijze. Er is vooral gekeken naar de risico's voor het verzekeren van de veiligheidsregio's. Daarbij merkt men dat men in samenwerking met andere veiligheidsregio's sterker staat. Het is geen taak van de veiligheidsregio's om de verzekeringsmarkt te beschermen. Of de dekking vervolgens beter wordt, hangt af van de wijze waarop de veiligheidsregio's met elkaar optrekken. Vooralsnog wordt niet uitgesloten dat de inrichtingskosten van de stichting binnen de begroting passen. Het kan wel zijn dat tussentijds blijkt dat er extra budget nodig is. In dat geval zal de gemeenteraad gevraagd worden om hierin een keuze te maken. De voorzitter geeft de heer Van der Eijk het woord voor een tweede termijn. De heer Van der Eijk begrijpt dat de burgemeester zelfstandig kan functioneren binnen de veiligheidsregio, maar de veiligheidsregio valt onder de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De gemeenten hebben gezamenlijk het budgetrecht, maar omdat de discussie daar nu niet over gaat, zal ik het hierbij laten. Burgemeester Van Hemmen reageert dat de veiligheidsregio's niet onder de Wet gemeenschappelijke regelingen valt, maar onder de Wet veiligheidsregio's. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
13.
Brief Alzheimer Nederland
Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
14.
Vaststellen verslag vorige vergaderingen
14.a. Verslag openbare vergadering d.d. 19/20 juni 2023 Het verslag van de openbare vergadering d.d. 19/20 juni 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld. 14.b.
Verslag besloten vergadering d.d. 20 juni 2023 20
Het verslag van de besloten vergadering d.d. 20 juni 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld.
15.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
15.a. MRDH Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat d.d. 23 augustus 2023 Er is geen terugkoppeling. 15.b. MRDH Adviescommissie Vervoersautoriteit d.d. 23 augustus 2023 De heer De Bakker attendeert de commissie erop dat bij de vergaderstukken een motie van de gemeente Schiedam is gevoegd over een onderzoek om over te gaan tot een regioraad MRDH.
16.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 23.35 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 31 oktober 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
21