Vsl Comm 2023 m 09 d 12
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 12 september 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer I. van der Kolk (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen en mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; mevrouw L. van Rijn en de heer P. van Velzen, insprekers agendapunt 6; mevrouw E. de Bloois, mevrouw E. Dijkstra en de heer P.G.M. Houtenbos, insprekers agendapunt 7; de heer H.G.M. Keijzer, inspreker agendapunt 10
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 12 september 2023 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
Er zijn geen aanmeldingen.
3.
Vaststellen van de agenda
De heer Van der Eijk meldt over agendapunt 13 dat de oplegger ontbreekt van de partijen die het onderwerp hebben geagendeerd. Ook mist hij het agendapunt over de aankoop van gronden Harnaschpolder, terwijl was toegezegd dat dit in de septembervergadering behandeld zou worden. Wethouder Voskamp stelt dat het college heeft besloten om de behandeling over de aankoop van gronden te agenderen voor de oktobervergadering, zodat de commissie eerst kan debatteren over de opvang en daarna over de aanschaf van de grond. De voorzitter vraagt aan de commissieleden of zij agendapunt 13 willen behandelen, ondanks het feit dat er geen oplegger bij zit en concludeert dat alleen OGP en ChristenUnie het onderwerp willen behandelen. Hij geeft het woord aan de indiener van het voorstel. Mevrouw Koppert stelt voor om de behandeling een maand door te schuiven, zodat zij nog een oplegger kan schrijven. De voorzitter benadrukt dat het niet gebruikelijk is om een oplegger te schrijven, maar wel om aan te geven waarom een onderwerp behandeld wordt. Punt 13 wordt van de agenda geschrapt. De commissie gaat akkoord met de aangepaste agenda.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De voorzitter geeft het woord aan de heer Roeling die vragen heeft gesteld over de opvang van vluchtelingen. 1
De heer Roeling meldt dat vorige week de locatie voor opvang van vluchtelingen bekendgemaakt is. Mijn Partij betreurt het dat de gemeente niet heeft gecommuniceerd hoe ze tot haar keuze voor de betreffende locatie is gekomen. In de bijlagen zijn de voorwaarden opgenomen. Een criterium was: niet in het groene landschap. Dat is echter nooit afgesproken. Hij vraagt het college of er nu een nieuw traject van speculaties verwacht kan worden onder omwonenden, doordat zij niet geïnformeerd zijn over de selectiecriteria voor de opvanglocatie. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat het college dat niet verwacht. Met de gemeenteraad is afgesproken hoe het selectieproces zou verlopen. Dat proces is zorgvuldig doorlopen en de benodigde informatie is gedeeld met betrokkenen. Er komt nog een bewonersbijeenkomst en omwonenden worden geïnformeerd over de afwegingen en keuzes die de gemeente heeft gemaakt. Ook de gemeenteraad ontvangt volgende week alle benodigde informatie. De heer Roeling is het er niet mee eens dat er een zorgvuldig proces is doorlopen. Hij vraagt of de omwonenden voorafgaand aan de informatiebijeenkomst de selectiecriteria te horen krijgen. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat de gemeente alleen zal uitleggen waarom voor de huidige locatie is gekozen.
De afweging tussen verschillende locaties wordt niet bekendgemaakt, omdat het aan de volksvertegenwoordigers is om hierover te communiceren. De heer Van der Eijk had in juli begrepen dat er meerdere locaties werden onderzocht. De VVD hoort graag om welke locaties dat ging. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat het college begrip heeft voor het ongeduld, maar houdt zich aan het afgesproken proces. Eind volgende week wordt de gemeenteraad geïnformeerd. De voorzitter geeft de heer Ruiterman het woord over de kinderboerderij in Schipluiden. De heer Ruiterman stelt dat het verzoek van kinderboerderij De Kakelenburg om een nieuw dak al enkele jaren loopt. Hij vraagt het college om er voor de winter voor te zorgen dat het dak gerealiseerd is, zodat lekkage en daardoor optredende problemen met elektriciteit voorkomen worden. De voorzitter concludeert dat dit geen vraag is, maar een verzoek. Hij geeft het woord aan mevrouw Koppert die vragen had gesteld over de veerverbinding tussen Maassluis en Rozenburg. Mevrouw Koppert vraagt of de provincie op de hoogte gesteld moet worden van de problemen met de veerverbinding, met name omdat er veel gebruik van gemaakt wordt door zorgmedewerkers. Wethouder Oderwald erkent dat veel mensen gebruikmaken van de veerverbinding. Het college kan contact opnemen met de provincie, maar speelt zelf geen rol in de discussie over de veerverbinding.
5.
Overzicht vaste onderwerpen en aangenomen moties
De heer Jongsma dankt het college voor de uitgebreide beantwoording van zijn vraag, inclusief de volledige procesbeschrijving. Als de gemeente financieel risicodragend is, draagt men zorg voor de voortgang van het betreffende project. Hij vraagt of de gemeente dat wat meer proactief kan doen, want er lijkt weinig voortgang te zijn in de woningbouwdossiers. Wethouder Renzen antwoordt dat zij voor de zomer een uitgebreide raadsinformatiebrief heeft gestuurd over een aantal bouwprojecten. Met de commissie is afgesproken om oude teksten niet op het overzicht te laten staan, waardoor er nu geen ontwikkelingen vermeld worden. De gemeente werkt wel degelijk hard aan woningbouwprojecten. Om de raad regelmatig te informeren over de voortgang zal zij voortaan enkele malen per jaar een voortgangsrapportage opleveren. Voor de vaste lijst zou ze binnenkort graag een andere werkwijze willen bespreken met de commissie.
2
De heer Jongsma reageert dat het niet zozeer gaat om de vaste lijst, maar vooral om de woningbouwprojecten zelf. Het college geeft aan dat het slechts facilitair kan optreden. Om meer snelheid te creëren, zou hij graag meer regie van het college zien, bijvoorbeeld door in meerdere projecten te investeren. Hij vraagt het college om na te denken hoe het een meer proactieve rol kan spelen in projecten. Wethouder Renzen antwoordt dat een generiek antwoord onmogelijk is, omdat de projecten heel divers zijn. Ze stelt voor om de vraag te verwerken in de discussie over het woningbouwprogramma. Op 28 september start ook de discussie over de nieuwe woonvisie. Daarin kan ook gesproken worden over dit onderwerp. De heer Van Rijs stelt dat het al lange tijd stil is rond de verkeerssituatie van de oude veiling en de Maassluiseweg. Hij stelt de commissie voor om het onderwerp te plaatsen op de lijst van vaste onderwerpen zodat het college maandelijks een update kan geven. De heer Gebben is in dat geval benieuwd wat er in de commissievergadering gebeurt als er geen voortgang te melden is over het onderwerp. De heer Ringeling is het ermee eens om het op de vaste lijst te zetten, zodat de commissie ook kan vragen waarom er niets is gebeurd. De heer Jongsma zou het onderwerp graag toevoegen aan de lijst, maar wil tegelijkertijd de lijst opschonen.
De voorzitter concludeert dat de commissie in meerderheid instemt met het verzoek van het CDA om het onderwerp op de vaste lijst te zetten. Tevens wordt voorgesteld om andere onderwerpen van de lijst te schrappen. Hij stelt voor dat het presidium dit verder bespreekt en een voorstel aan het college doet om efficiënt met de vaste lijst om te gaan. De heer Roeling komt terug op de vraag over woningbouwprojecten. Mijn Partij doet het college de suggestie om het Exceloverzicht met bouwprojecten te actualiseren en te agenderen voor de commissie. Wethouder Renzen antwoordt dat zij het een goed idee vindt om het overzicht te delen met de raad. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Koppert die een vraag had gesteld over geldzorgen, armoede en schulden. Mevrouw Koppert stelt dat in juni 2023 tijdens een informatieavond is toegezegd dat de raad actief betrokken zou worden bij de totstandkoming van maatregelen. Ook werd toegezegd dat het onderwerp geagendeerd zou worden voor de commissievergadering. Ze vraagt hoe de raad betrokken gaat worden. Wethouder Oderwald was zich niet bewust van de toezegging, maar zal ervoor zorgen dat er een tussenbericht met een rapportage komt. Op dat moment wil ze graag het verdere traject met de raad bespreken. Mevrouw Langeveld herinnert zich de toezegging nog wel. De raad wilde een aantal punten meegeven dat in het armoedebeleid terecht moet komen.
Daar heeft de wethouder destijds positief op gereageerd. Het CDA heeft vorig jaar bij de begrotingsbehandeling al een aantal punten meegegeven. Ze vraagt of de wethouder die punten meeneemt in het plan dat ze momenteel opstelt. Wethouder Oderwald antwoordt dat de vijf punten van het CDA worden geadresseerd in de rapportage.
3
6.
Voorstel definitieve Verklaring van Geen Bedenkingen Harnasmolen fase 2
De voorzitter meldt dat er twee insprekers zijn bij het agendapunt, de heer Van Velzen en mevrouw Van Rijn. De heer Van Velzen spreekt in over het plan Harnasmolen. In 2017 is een ruimtelijk plan vastgesteld dat draagvlak in de buurt had. Sindsdien is echter de ziel uit het oorspronkelijke plan verdwenen door wijzigingen die vanwege economische en commerciële argumenten zijn doorgevoerd. Vlak voor de zomer kwam het gemeentebestuur ineens met een verklaring van geen bedenkingen, die maar liefst 29 zienswijzen heeft opgeleverd. Deze heeft de gemeente alle ongegrond verklaard. Ze leiden dus niet tot aanpassing van het plan. De gemeente heeft geen contact gezocht met de reclamanten en uit het raadsvoorstel wordt niet duidelijk waarom de ontwikkelaar het laagste niveau van participatie mag hanteren. Hij heeft zijn plannen dan ook niet aangepast naar aanleiding van de informatieavonden. Sinds 30 juni zijn de woningen te koop aangeboden en enkele zijn inmiddels verkocht, terwijl het gemeentebestuur stelt dat de bouwaanvragen op 12 en 30 augustus zijn ingediend. Niet alleen buurtbewoners werden geconfronteerd met een voldongen feit, ook de raad wordt voor het blok gezet. In het kader van een ander project zei de burgemeester onlangs dat de raad niet voor het blok gezet moet worden, maar dat in gezamenlijk overleg tot een besluit moet worden gekomen.
Inspreker kan zich niet voorstellen dat er voor dit plan sociale, democratische en/of maatschappelijke argumenten zijn om dat anders te doen. De heer Ringeling vraagt hoe de informatieavonden van de ontwikkelaar zijn verlopen. De heer Van Velzen antwoordt dat het ouderwetse informatieavonden waren, waarop de initiatiefnemer zijn plannen toelichtte, vervolgens aanhoorde wat de omwonenden zeiden, maar er niets mee deed. De voorzitter dankt de heer Van Velzen voor zijn bijdrage en geeft het woord aan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn was zeer verbaasd dat de huizen verkocht werden, terwijl de gemeente nog bezwaren moest afhandelen. Pas later ontving zij een brief waarin stond dat haar bezwaren ongegrond waren. Ze maakt zich zorgen over de parkeermogelijkheden. Voor de drie-onder-eenkapwoningen zijn geen parkeerplaatsen ingetekend. Naar verwachting moeten zes huishoudens op straat parkeren. Met twee auto's per gezin, worden twaalf van de achttien openbare parkeerplaatsen ingenomen door de nieuwe bewoners. Zes openbare parkeerplaatsen voor de bezoekers van dertig gezinnen lijkt haar erg weinig. Nu is het nog mogelijk om extra parkeerplekken te reserveren voor de bewoners van Harnasmolen, fase 2. Inspreker ziet hiervoor diverse mogelijkheden, zoals aan de Parallelweg en bij het elektriciteitshuisje aan de Woudselaan.
Tegenover de drie-onder-een-kappers in de groenstrook kunnen ook extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Mevrouw Koppert merkt op dat het creëren van meer parkeerplaatsen ten koste gaat van het groen, wat de bewoners ook belangrijk vinden. Ze vraagt hoe mevrouw Van Rijn dat ziet. Mevrouw Van Rijn antwoordt dat ze ook voorstander is van groen. Als er geen parkeerplaatsen zijn, gaan mensen echter parkeren in de berm of op de stoep. Dat kan gevaarlijke verkeerssituaties opleveren en gaat ook ten koste van het groen. De heer De Bakker vraagt wat mevrouw Van Rijn vindt van de planwijziging, waardoor er langs de Woudselaan tuinen met hoge heggen zijn ingepland. Mevrouw Van Rijn antwoordt dat ze aan de andere kant woont en niet op de tuinen uitkijkt. De voorzitter dankt mevrouw Van Rijn voor haar bijdrage en gaat over tot de inhoudelijke behandeling van het agendapunt.
4
De heer Vieira wil vooral het te doorlopen proces bespreken. Hij begrijpt dat bewoners het vreemd vinden dat de woningen al te koop worden aangeboden, terwijl zij nog geen reactie op hun zienswijze hebben ontvangen. D66 hoort graag van het college hoe het tot deze communicatieaanpak is gekomen. Een ander punt is de verwachting die omwonenden hadden aan het begin van het traject. Mensen worden uitgenodigd om de plannen te bekijken. Op dat moment moet de gemeente duidelijk aangeven wat zij mogen verwachten. Ook moet duidelijk zijn wie de keuzes uiteindelijk maakt. In dit geval hadden omwonenden het idee dat ze meer zeggenschap hadden dan werkelijk het geval was. Dat had dus beter uitgelegd moeten worden. De keuzes voor het bouwplan vindt D66 goed onderbouwd. Mevrouw Koppert vraagt aandacht voor marginale aanpassingen, participatie en betaalbaarheid. Tijdens de behandeling van Harnasmolen, fase 2, gaf het college aan dat er marginale aanpassingen waren gedaan. Het zou een nadere uitwerking van het beeldregiekader zijn. Volgens OGP betreft het echter meer dan marginale aanpassingen. De raad heeft dat onvoldoende in het oog gehad, maar het college heeft ook de taak om duidelijk aan te geven wat er veranderd is ten opzichte van het vastgestelde kader.
Is de wethouder het met haar eens dat het om meer dan marginale aanpassingen gaat? Kan de wethouder toezeggen dat het college de raad hierover volgende keer beter zal informeren? Ook vraagt ze aandacht voor de participatie. In 2017 zijn omwonenden actief betrokken bij het proces. Welke beloften heeft het college aan inwoners gedaan over de status van het beeldregiekader? Wist men dat het een uitwerkingskader was zonder juridische status? In 2022 zijn er twee informatieavonden voor omwonenden georganiseerd. Welk beeld geeft de gemeente als bewoners na vijf jaar weer mogen meepraten over hun omgeving, wetende dat het beeldregiekader slechts een uitwerkingskader is? Hoe serieus neemt de gemeente dan de participatie? De acht tussenwoningen zijn teruggebracht tot twee tussenwoningen. Dat leidt tot minder betaalbare woningen. Heeft het college nagedacht over een alternatief hiervoor? De heer Gebben verwijst naar de commissievergadering van 4 april 2023, toen de VVD al aangaf geen bedenkingen te hebben tegen het plan. De fractie begrijpt de veranderingen die zijn doorgevoerd en heeft de zienswijzen gelezen. De VVD vindt het een mooi plan en blijft bij het standpunt om geen bedenkingen te hebben. Wel vraagt de fractie aandacht voor de communicatie en het verwachtingsmanagement van de gemeente, omdat telkens blijkt dat omwonenden teleurgesteld zijn nadat zij inspraak hebben gehad.
De heer Zwaard zegt dat het CDA ook al heeft ingestemd met de verklaring van geen bedenkingen. Als er ruimte is en het mogelijk is om meer parkeerplaatsen te realiseren, dan zou het college dat kunnen doen. Het gevolg is echter dat er groen verloren gaat. Het CDA vraagt aandacht voor de communicatie, want die is cruciaal voor het goed laten slagen van een plan. De heer Ruiterman dacht dat het project een goed voorbeeld was van participatie. Nu blijkt dat bewoners er veel minder tevreden over zijn. Zelf vindt hij dat de Woudselaan een landelijke uitstraling moet behouden. In het plan van 2017 was dat het geval, in het nieuwe plan niet. Hij hoort graag of het college de landelijke uitstraling ook het belangrijkste uitgangspunt vindt. De heer De Bakker dacht ook dat er goede participatie had plaatsgevonden. In de ruimtelijke onderbouwing rammelt echter een en ander. Het plan is sinds 2017 steeds hoger geworden. Volgens de ruimtelijke onderbouwing mag er 10% bebouwing toegevoegd worden, maar het verhogen van de nokhoogte naar 11 meter is veel meer dan 10%. De woningen zijn naar achteren geschoven, omdat het dak anders onvoldoende zon vangt voor zonnepanelen. Er is echter helemaal geen beschaduwing door bomen, dus dat argument geldt niet. De ChristenUnie verwacht dat Harnasmolen, fase 2, ook weer een introverte wijk gaat worden, net als fase 1.
Wie door de Woudselaan loopt, loopt namelijk langs hoge heggen. Het aanvoelen van de wijk wordt daardoor totaal anders en dat is dus geen marginale aanpassing. De hoekwoning nr. 18 zou een geluidluwe zijde moeten krijgen aan de noordkant. Aan die kant is echter al een oprit met parkeerplaatsen ingetekend. De gemeente had kritischer kunnen kijken naar de ruimtelijke onderbouwing. De ChristenUnie ziet graag dat het hele plan heroverwogen wordt. 5
Wethouder Renzen beantwoordt de vragen. In 2017 heeft de raad de ruimtelijke structuur en het beeldregiekader Woudselaan vastgesteld. Dat betrof een uitwerkingskader. Er staat letterlijk in dat het geen streng keurslijf is. In de nadere uitwerking liep de ontwikkelaar tegen allerlei nadelen aan. Deze zijn opgenomen in de stukken. Het college heeft vervolgens gemotiveerd wat de overwegingen waren om het beeldregiekader uit te werken tot het voorliggende plan. De heer Ruiterman vraagt per interruptie of de wethouder dat kan toelichten. Hij vond de overwegingen namelijk niet zo duidelijk. Wethouder Renzen antwoordt dat het kader tot ontwerpproblemen en ongewenste woonsituaties leidde. De afwijkingen zijn door het college als redelijk en billijk beoordeeld. Ze worden als marginale aanpassingen gezien, want het is nog steeds een kleinschalige uitbreiding aan de Woudselaan, ingebed in veel groen en rekening houdend met het landelijke karakter van de omgeving. Het college wil graag betaalbare woningen realiseren, maar voor een projectontwikkelaar is het lastig om een project rendabel te krijgen, zeker met de lage bouwdichtheid van dit plan. De heer De Bakker vraagt per interruptie of de wethouder weet dat er van de dertig al 29 woningen zijn verkocht, terwijl veel nieuwbouwplannen moeilijk verkocht worden. Hij denkt dat er wel financiële ruimte was geweest.
Wethouder Renzen antwoordt dat deze financiële ruimte nodig is om het plan te realiseren. Er moeten immers veel kosten gemaakt worden voor de bouw, de infrastructuur enzovoort. Mevrouw Koppert denkt dat de woningen voor een hogere prijs verkocht hadden kunnen worden, zodat er ook enkele betaalbare woningen gebouwd konden worden. OGP vraagt of daarnaar gekeken is en hoeveel ruimte daarvoor was. Wethouder Renzen antwoordt dat het college niet aan de ontwikkelaar heeft gevraagd om betaalbare woningen toe te voegen. Dat past ook niet binnen de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Mevrouw Koppert vraagt welke overeenkomst de gemeente heeft gesloten, op basis waarvan meer betaalbare woningen niet mogelijk waren. Wethouder Renzen antwoordt dat ze daarvoor de oude overeenkomst erbij moet pakken. Een ontwikkelaar moet zijn afspraken met de gemeente nakomen. Op basis van het huidige beleid moet er minimaal 30% sociale woningen worden gebouwd en 30% betaalbaar. Dat geldt nog niet voor dit plan, omdat de overeenkomsten al eerder waren gesloten. Mevrouw Koppert stelt dat in het beeldregiekader acht tussenwoningen waren ingetekend. In het nieuwe plan zijn dat er twee geworden. Blijkbaar kan men dus gewoon duurdere woningen gaan bouwen dan in het kader werd aangegeven. Wethouder Renzen antwoordt dat het beeldregiekader is uitgewerkt tot het huidige plan.
Tussentijds liep de ontwikkelaar tegen problemen aan en moest hij andere keuzes maken. Die zijn onderbouwd en passen binnen de overeenkomst met de gemeente. De wethouder gaat in op de participatie. De gemeente benadrukt altijd dat de initiatiefnemer met omwonenden in gesprek moet treden. De initiatiefnemer heeft zijn best gedaan om een goed participatietraject te doorlopen, maar helaas zijn bewoners teleurgesteld over de uitkomst. Participeren betekent niet dat alles wat men wil gerealiseerd kan worden. Het verslag van de bijeenkomsten is aan de vergaderstukken toegevoegd. De heer De Bakker verwijst naar paragraaf 3.1 en 3.2. Daar staat dat de woningen onvoldoende tuin hebben als ze verder naar voren worden geplaatst, waardoor men verwacht dat de bewoners een hoge schutting of heg aan de voorkant plaatsen. Daarom worden de woningen naar achteren geplaatst, maar daarmee wordt het juist zeker dat mensen een heg of schutting gaan plaatsen. Hij 6
vraagt of de wethouder het met hem eens is dat dit een cirkelredenering is en dat de gemeente daar beter naar had moeten kijken. Wethouder Renzen is het daar niet mee eens en zegt dat het college andere verwachtingen bij het plan heeft. Opgemerkt werd dat veel huizen al verkocht zijn. Volgens wethouder Renzen is dat een risico voor de ontwikkelaar en de kopers, want het plan is nog niet onherroepelijk vastgesteld en er is nog geen bouwvergunning afgegeven. De beroepsmogelijkheid staat nog open en de procedure wordt gewoon netjes afgerond. De heer De Bakker gaat ervan uit dat bij de gronduitgifte clausules zijn opgenomen dat de gemeente geen risico loopt in dezen. Wethouder Renzen antwoordt dat dit altijd voor risico van de ontwikkelaar is. De gemeente wil dat de landelijke uitstraling behouden blijft. Het college denkt dat er een mooi plan, dat daar goed bij aansluit. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Gebben is verbaasd dat twee partijen aangeven dat zij niet hebben opgelet tijdens het participatietraject. Dat is vreemd, want de heer Van Velzen heeft al eerder ingesproken over dit punt. De heer Ruiterman bedoelde dat hij zich onvoldoende had ingelezen in het dossier, voordat de heer Van Velzen vorige keer insprak. Daarna is hij er juist volop ingedoken.
De heer Gebben vindt het ook opvallend dat er nu ineens inhoudelijke opmerkingen over het plan worden gemaakt, terwijl dat al eerder in het proces had gemoeten. De VVD verandert niet van standpunt en zal instemmen met de verklaring van geen bedenkingen. De heer Ruiterman zou het voorstel als bespreekstuk aan de raad willen aanbieden. Voorafgaand aan de raadsvergadering hoopt hij dat alle fracties goed nadenken over de landelijke uitstraling van beide versies van het plan. De heer Zwaard sluit zich aan bij de VVD en zal ook instemmen met het voorstel. Hij vindt wel dat de wethouder gemakkelijk over de kritiek op de communicatie stapt. Hij zou graag zien dat het college daar nog eens kritisch naar kijkt. De heer De Bakker realiseert zich dat het plan al vergevorderd is. De ChristenUnie vindt het niet nodig om het als bespreekstuk te agenderen. De heer Vieira heeft eerder al ingestemd en wil niet dat de plannen nog worden omgegooid. Misschien kunnen er nog wel enkele kleine aanpassingen worden doorgevoerd, zodat er geen hoge schuttingen en heggen komen. D66 verkiest groen boven extra parkeerplaatsen. Deze punten wil de fractie aan het college meegeven, maar daarvoor hoeft het dossier geen bespreekstuk te worden voor de raad. Mevrouw Koppert wil het dossier graag aanbieden als bespreekstuk.
De heer Gebben had kritiek op het feit dat enkele raadsfracties de plannen onvoldoende kenden. Ze veronderstelt echter dat het de taak van het college is om de raads- en commissieleden hierin mee te nemen. Tot slot merkt ze op dat de participatie in 2017 wel goed is verlopen, maar dat bewoners het idee hebben dat de recente participatieronde eenrichtingsverkeer is geweest. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Maaslandse Zoom
De voorzitter geeft het woord aan inspreekster, mevrouw Dijkstra.
7
Mevrouw Dijkstra vertegenwoordigt de zienswijze van reclamant 1 op het ontwerpbestemmingsplan Maaslandse Zoom. Reclamant is het niet eens met de reactie van de gemeente op zijn zienswijze. Vanavond beperkt zij zich tot punt 8, de ontsluiting van de Maaslandse Zoom. De gemeente vindt aanvullend onderzoek naar de verkeersveiligheid bij de aansluiting op de Hofsingel niet nodig. Bewoners maken zich echter grote zorgen, vooral voor de kinderen die er fietsen. Helaas blijft de gemeenteraad bij het verkeerd genomen besluit om geen gebruik te maken van de Commandeurskade. De toegang naar de Maaslandse Zoom zal een dodelijke valkuil worden, doordat auto's optrekken en meteen weer moeten afremmen. Waarom luistert de gemeente niet naar kritische opmerkingen van bewoners hierover? Bewoners voelen zich daardoor genegeerd. Er worden ruim 100 woningen bijgebouwd, dus het verkeer neemt toe, zeker ook van fietsende kinderen. Inspreker stelt twee toegangswegen voor: een via de Commandeurskade en een zoals ingetekend in het plan bij de Hofsingel. Het in- en uitrijdende verkeer wordt zo verdeeld, wat veel veiliger is. De oplossing is al vaker genoemd, maar nooit serieus bekeken door de gemeente. De heer Scholtes veronderstelt dat met een ontsluiting via de Commandeurskade juist veel auto's via het schoolplein en over een onoverzichtelijke weg gaan rijden.
Mevrouw Dijkstra is het daar niet mee eens. Als het verkeer verdeeld wordt, is de kans op ongelukken en overlast minder groot. De weg zou wel aangepakt moeten worden. De heer Jongsma vraagt of een extra fietspad zou helpen om de verkeersveiligheid te vergroten. Mevrouw Dijkstra is vooral bang voor de auto's, want het wordt steeds drukker. De voorzitter dankt de inspreker voor haar bijdrage. Mevrouw De Bloois is bewoner van de Commanderij en heeft diverse malen deelgenomen aan de klankbordgroep. In het gebiedspaspoort Maaslandse Zoom zijn de kaders bepaald, waarbinnen de projectontwikkelaar een plan kan maken. Afgesproken is dat de hoogbouw zo ver mogelijk van de Hofsingel zou komen, om last voor de huidige bewoners te minimaliseren. Op het weilandje aan de Commanderij werd laagbouw gepland. Daarachter wordt de bebouwing hoger. De zichtlijn van de singel wordt doorgetrokken tot het einde van de polder. Bewoners van de Commanderij hebben destijds extra betaald voor hun woning omdat het weilandje niet bebouwd zou worden. Uiteindelijk is echter besloten dat er woningen van maximaal 6 meter hoog mogen komen. Vervolgens zijn de uitgangspunten aan de projectontwikkelaar gestuurd, maar die geven grotere hoogtes en meer ruimte aan. Bij de presentatie in het Trefpunt werden woningen van twee woonlagen plus een puntdak gepresenteerd, met een nokhoogte van 8,5 meter.
Inspreker voelt zich misleid en vraagt de gemeente om betrouwbaar te zijn en te blijven. Ook het niet reageren op zienswijzen vindt inspreker beschamend. Op 10 mei heeft zij een zienswijze ingediend en tot 10 september heeft zij geen reactie ontvangen. Het lijkt haar fatsoenlijk dat burgers geïnformeerd worden over hun inbreng via hun zienswijze. Er wordt nu al vanuit gegaan dat er geen gegronde zienswijzen zijn ingediend. De grond wordt al bouwrijp gemaakt. Bewoners werden pas drie dagen voor het bouwrijp maken geïnformeerd over de werkzaamheden en hebben moeten strijden voor een nulmeting voor de eventuele schadeafhandeling. Inspreker vindt dat het de gemeente ontbreekt aan openheid, eerlijkheid en transparantie. De heer Van Lier vraagt hoe het traject met de nulmeting is verlopen. Mevrouw De Bloois antwoordt dat bewoners op 21 september een brief van BPD ontvingen, waarin stond dat het bouwrijp maken op 26 september zou beginnen. Ze heeft zelf contact opgenomen met BPD om te vragen naar een nulmeting. Daar gaf men aan dat dit wel gebruikelijk was. Vervolgens heeft ze de projectleider van de gemeente gemaild, die aangaf dat de gemeente niet aansprakelijk was. Via de projectontwikkelaar heeft ze uiteindelijk voor elkaar gekregen dat de werkzaamheden iets later zijn gestart, zodat er eerst een nulmeting kon worden uitgevoerd.
8
De voorzitter concludeert dat er verder geen vragen zijn en gaat verder met de volgende inspreker, de heer Houtenbos. De heer Houtenbos spreekt in namens de Historische Vereniging Maasland en de MiddenDelflandvereniging. Zij hebben een zienswijze ingediend over de hoogte van de appartementsgebouwen aan de oostkant van het plan en over de fietsverbinding. De appartementsgebouwen worden 18 meter hoog, wat niet passend is aan de rand van een landelijk dorp dat gelegen is in een bijzonder landschap. Het college is van mening dat afgeweken kan worden van de ontwikkelingsvisie die de gemeenteraad twee jaar geleden heeft vastgesteld en waarin is opgenomen dat er niet hoger dan vier bouwlagen gebouwd mag worden. De argumenten die het college hiervoor geeft, vindt inspreker niet overtuigend. Hij wijst erop dat een omgevingsvisie niet slechts een richtinggevend kader is, maar een juridische status heeft. Het plangebied biedt een unieke kans om een fietsverbinding te realiseren vanaf de Commandeurskade naar de Molenslootweg. Inspreker adviseert daarom om aan de oostkant van het plan de bestemming 'fietsen' toe te voegen aan het ingeplande wandelpad. De voorzitter concludeert dat de commissie geen vragen heeft aan de heer Houtenbos en dankt hem voor zijn bijdrage. Hij gaat over tot de inhoudelijke behandeling van het agendapunt.
De heer Zwaard is blij dat er een plan ligt om een fiks aantal woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Het ontsluiten van het plan via het schoolgebouw vindt het CDA geen goed idee, omdat het autoverkeer zich dan mengt met lopende en fietsende scholieren. Het appartementencomplex aan de oostkant vindt de CDA-fractie erg hoog worden. Dat heeft de fractie eerder aangegeven, maar de meerderheid van de gemeenteraad was hier voorstander van. Het blijft echter een aandachtspunt. Naar het voet-/fietspad zou hij goed willen kijken. Elders ligt een voetpad dat veel door fietsers wordt gebruikt. Als het pad naar de Molenslootweg alleen voor voetgangers wordt bestemd, zal dat hier waarschijnlijk ook gebeuren. Het CDA vraagt de wethouder of de erfdienstbaarheid en het recht van overpad goed geregeld is. Eerder heeft de fractie gevraagd om goed te kijken naar de wateropvang op eigen perceel en andere klimaatadaptieve maatregelen. Het college gaf aan om dat te onderzoeken. Hij hoort graag wat de status hiervan is. De heer Jongsma vraagt aandacht voor drie punten: de erfdienstbaarheid, het fietspad en de hoogte. Zoals de inspreker al aangaf, worden de plannen steeds iets groter en hoger. OGP vindt dat de gemeenteraad eens kritisch moet kijken of er zaken aangepast moeten worden.
De heer Zwaard merkt per interruptie op dat het CDA bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte, maar dat de meerderheid van de raad aangaf dat de bouwhoogte voldeed. De heer Jongsma benadrukt dat OGP 18 meter heel hoog vindt. Hij vraagt of het gewenste aantal woningen ook gerealiseerd kan worden als er één laag minder wordt gebouwd. Ook merkt hij op dat het feit dat er dan wat minder op het project wordt verdiend, niet het probleem van de gemeente is. Er worden veel redenen gegeven om 18 meter te bouwen, maar er is niet naar alternatieven gekeken. De heer Ringeling sluit zich aan bij de vraag hoeveel woningen het scheelt als wordt besloten om een laag minder te bouwen en of er elders plaats is om die woningen te compenseren. De heer Moerman benadrukt dat de VVD de zienswijzen van bewoners heeft meegenomen in de oordeelsvorming. De fractie vindt het belangrijk dat de realisatie van woningen op de Maaslandse Zoom snel en goed verloopt, omdat veel mensen wachten op een woning. Er ligt een goed plan voor. De VVD hoort graag van de wethouder wat zij vindt van het voorstel om van het wandelpad een fietspad te maken. De heer Van Lier meldt dat de gemeenteraad vorig jaar heeft aangegeven geen luxe villawijk te willen bouwen, maar een wijk met betaalbare woningen.
Als er wat dichter op elkaar gebouwd wordt, kan er een bouwlaag afgehaald worden en heeft de gemeente minder kosten aan het onderhoud van tussenliggend groen. Daarom adviseert Mijn Partij om nog eens goed naar het 9
uitgiftepercentage te kijken. Naar aanleiding van de insprekers concludeert Mijn Partij dat de communicatie tussen gemeente en omwonenden niet goed verloopt. De gemeente zou er goed aan doen om duidelijker aan te geven wat omwonenden mogen verwachten van het indienen van een zienswijze. Het veranderen van het voetpad in een fietspad vindt hij een goed idee. Een aandachtspunt is nog de verlichting van de voetbalvelden, die enkele meters van het appartementencomplex staat. Ook over het recht van overpad heeft de heer Van Lier een vraag. Dit is volgens het kadaster niet vastgelegd. Daarom hoort hij graag welke afspraken zijn gemaakt met de Duitse Orde. Tot slot merkt hij op dat het CDA aangaf tegen het voorstel te zijn, dat vervolgens in meerderheid werd aangenomen. Het CDA was echter wel voor het instellen van een gebiedspaspoort, dus de fractie heeft ingestemd met de hoogte. Mijn Partij heeft daartegen gestemd, want ze is voor woningbouw, maar niet voor het plan dat er nu ligt. De heer Scholtes had ook graag een verdichting van het project gezien om meer woningbouw te realiseren. Hij vraagt de wethouder om nog eens uit te leggen waarom gekozen is voor één ontsluiting en waarom de huidige calamiteitenroute niet als ontsluiting gebruikt kan worden. Het voorstel om van het wandelpad een fietspad te maken vindt hij positief.
Hij hoort graag van de wethouder of er bezwaren zijn om dit zo te doen. Wethouder Renzen benadrukt dat het plan Maaslandse Zoom met 108 woningen een substantiële toevoeging aan de woningbouw van Midden-Delfland is. In het bestemmingsplan hoeft nog niet gekozen te worden of er een fietspad of een voetpad komt langs de oostkant van de wijk. Het college vindt dat het een wandelpad moet worden, omdat het een goede, recreatieve wandelverbinding wordt langs het voedselbos. Een fietsverbinding voegt volgens het college weinig toe op deze locatie. Over de erfdienstbaarheid zegt ze dat de ontwikkelaar met de eigenaar van de eendenkooi een overeenkomst heeft gesloten, waarmee de erfdienstbaarheid uit het plan is gehaald en is verlegd. De nieuwe locatie is niet bekend en de gemeente gaat daar ook niet over, want het is een kwestie tussen de ontwikkelaar en de grondeigenaar. Klimaatadaptief bouwen heeft het college onder de aandacht gebracht van de ontwikkelaar. De architect neemt het aspect mee in zijn ontwerp. De gemeente kan echter geen maatregelen afdwingen. In het gebiedspaspoort was al opgenomen dat een van de appartementengebouwen vijf lagen mocht hebben, met half verdiept parkeren. Zo komt de ontwikkelaar op 18 meter hoogte. De raad heeft ook een stedenbouwkundig ontwikkelingskader vastgesteld. Daarin is het hele bouwplan opgenomen.
Daar is een verdere uitwerking gemaakt, wat heeft geleid tot het voorliggende bestemmingsplan. Het plan nog helemaal veranderen, is niet meer mogelijk. De heer Jongsma vraagt nogmaals om hoeveel woningen het gaat als er één bouwlaag minder wordt gebouwd. Wethouder Renzen antwoordt dat een laag minder leidt tot vier appartementen minder. Het is een wijk met een lage bebouwingsdichtheid, omdat men wil aansluiten bij het dorpse karakter en bij de visie die de gemeente heeft op het gebied. Met de klankbordgroep is afgesproken dat het een groene wijk wordt, met zichtlijnen richting de polder. Daarvoor moeten wel concessies worden gedaan en is het nodig om één gebouw wat hoger te bouwen. Als de gemeenteraad dit anders wil, had dat eerder in het proces afgesproken moeten worden. Het wordt overigens geen groot, massief flatgebouw. Het zijn twee slanke appartementengebouwen, die goed ingepast worden op de locatie. Er is geen grondexploitatie. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de projectontwikkelaar, waarmee de kosten gedekt zijn. Het college, de afdeling Verkeer en een extern bureau hebben goed naar de ontsluiting gekeken. De huidige en nieuwe verkeersstromen moeten niet te veel met elkaar vermengd worden. De conclusie is dat één verkeersontsluiting voldoende is voor de kleine, nieuwe wijk.
Dat de inspreker zo lang heeft moeten wachten op een reactie op haar zienswijze, vindt de wethouder vervelend. Ze zegt toe te onderzoeken hoe de gemeente daar beter over kan communiceren. Inwoners realiseren zich niet hoeveel werk de gemeente moet besteden aan de zienswijzen. Deze worden stuk voor stuk beoordeeld en gewogen. Ook wordt van alles uitgezocht, 10
voordat de reactie op de zienswijze kan worden geformuleerd. Daar gaan enkele maanden overheen. De heer Scholtes vraagt of de wethouder met een voorstel komt over de communicatie. Wethouder Renzen antwoordt dat ze het liever in de breedte trekt. Als mensen bezwaar maken, is dat het begin van een juridische procedure. Ze heeft nog geen concreet antwoord op de vraag. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid voor een tweede termijn. De heer Scholtes is tevreden met het antwoord van de wethouder over de ontsluiting. D66 vindt dat het dossier als bespreekstuk geagendeerd moet worden, met name omdat het nog niet duidelijk is wat de fractie wil met het wandel-/fietspad. De heer Moerman wil het dossier ook graag als bespreekstuk agenderen. De heer Jongsma is verbaasd dat de hele gemeenteraad voorstander is van een fietspad, maar dat het college niet bereid is om deze wijziging door te voeren. De heer Moerman benadrukt dat de VVD niet per se voor een fietspad is en dat hij zich kon vinden in het antwoord van de wethouder. Hij vraagt OGP of dat verschil duidelijk is. De heer Jongsma begrijpt het niet. In het coalitieakkoord staat dat er meer fietspaden moeten komen en dat wandelen en fietsen gestimuleerd moeten worden. Het past bovendien binnen het bestemmingsplan. Dan is het toch onlogisch om het niet te realiseren? Hij hoort graag een sterkere onderbouwing van het college.
Over communicatie en participatie zegt de heer Jongsma dat het college al een dienstverleningsvisie heeft toegezegd, waarin dit onderwerp opgenomen kan worden. Voor OGP is het dossier een bespreekstuk, ook omdat nog niet duidelijk is waarom de vier appartementen per se gebouwd moeten worden en ze niet elders in het plan ingepast kunnen worden. De heer Zwaard zou graag zien dat het wandelpad ook voor fietsers toegankelijk wordt, omdat hij sowieso verwacht dat er mensen over gaan fietsen. Verder vraagt hij het college om nog eens te kijken of de afwijking in bouwhoogte ten opzichte van de ontwikkelingsvisie juridisch is geborgd. Verder is hij benieuwd hoe het college omgaat met de kritiek op de communicatie. Dat het college geen maatregelen kan opleggen voor klimaatadaptief bouwen, vindt het CDA een gemiste kans. Als de wethouder nog enige invloed kan uitoefenen, zou de fractie dat zeer waarderen. De heer Van Lier merkt ook op dat nagenoeg de hele raad een fietspad wil, wat het opmerkelijk maakt dat het college besluit om het niet te doen. Uiteindelijk bepaalt de raad wat er moet gebeuren. Hij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Over de erfdienstbaarheid zegt hij dat wel degelijk duidelijk is waar het pad moet komen te liggen. Hij hoort graag hoe het is geregeld, want er is sprake van een erfpacht voor een bepaald aantal jaren.
Daarom is het belangrijk om het nu definitief te regelen. Mijn Partij is voorstander van woningbouw en ziet nog voldoende kansen om de bebouwingsdichtheid te vergroten om een woonlaag minder te kunnen bouwen. Hij vraagt het college om hier nog eens over na te denken. Wethouder Renzen antwoordt dat er volgens het bestemmingsplan zowel een voetpad als een fietspad kan worden aangelegd. Het vaststellen van het bestemmingsplan maakt dus beide mogelijk. Ze heeft al aangegeven waarom het college vindt dat het een wandelpad moet worden. De raad kan zich uitspreken als men het anders wil. De heer Van Lier vraagt of de wethouder bereid is om het voorstel aan te passen en van wandelpad een fietspad te maken.
11
Wethouder Renzen antwoordt dat dit niet nodig is. Als de raad iets anders wil, zal men het voorstel moeten amenderen. De heer Zwaard maakte een opmerking over de omgevingsvisie 1.0, waarin is opgenomen dat er maximaal vier lagen worden gebouwd. Er staat meer in de omgevingsvisie, bijvoorbeeld dat maatwerk mogelijk is. De raad kan bovendien afwijken van een omgevingsvisie, maar moet het dan wel goed onderbouwen. Het college heeft onderbouwd waarom enigszins wordt afgeweken van de omgevingsvisie. Over de erfdienstbaarheid zegt ze dat dit een geheel andere situatie is als eerder bij het Centrumplan Den Hoorn. Toen had de gemeente zelf grond die ze wilde ontwikkelen en moest ze de erfdienstbaarheid regelen. Nu gaat het over grond van private partijen en speelt de gemeente geen rol. De heer Scholtes vraagt of het in de toekomst wel een probleem van de gemeente kan worden. Wethouder Renzen verwacht dat niet. Het kan een probleem worden voor de eigenaar van de eendenkooi, maar niet van de gemeente. De heer Scholtes checkt of het niet het probleem van de gemeente en/of de gemeenteraad kan worden dat de erfdienstbaarheid niet geregeld is. Wethouder Renzen antwoordt dat dit kan. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 20242030
De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad wordt gevraagd om het Water- en rioleringsprogramma 2024-2030 vast te stellen, inclusief de bijbehorende heffingen en in te stemmen met het scenario van een tariefstijging van 7,5%. De heer Kooij merkt op dat de VVD-fractie geen bezwaren heeft tegen het plan maar wel is geschrokken van de tariefstijging van 7,5%. Twee jaar geleden is er een korting doorgevoerd op de rioolheffing. Hij veronderstelt dat dit besluit te mooi was om waar te zijn. Een volgende keer moet de gemeenteraad beter op zijn hoede zijn, om te voorkomen dat mensen worden blij gemaakt met een korting die niet vol te houden is. In de stukken is als aanbeveling opgenomen om ook meteen de inflatie in het tarief te verwerken. In andere stukken staat dat dit niet gebeurd is. Hij vraagt of de stijging van 7,5% voldoende is om alle kosten, inclusief de inflatie, te dekken. De heer Van der Spek merkt op dat de bestuursovereenkomst Netwerk Waterketen Delfland in de stukken wordt genoemd. Hij vraagt hoe het college in dit bestuurlijk orgaan staat en wat de mening over dit besluit is in de andere deelnemende gemeenten. Volgens de overeenkomst moet er kwaliteit worden geleverd tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
Mijn Partij is net als de VVD van mening dat het niet verstandig is geweest om het tarief te verlagen en hij vraagt naar het verwachtingspatroon voor de komende jaren. De heer Van der Kolk betoogt dat een goed functionerend rioolsysteem en de scheiding van schoon en vuil water van groot belang is. Dat het vuile water niet via de putten omhoog komt als het hard regent, is ook een fijn idee. De gemeente is dus goed bezig, maar het kan nog beter, zeker in de samenwerking en de communicatie. Het is duidelijk dat het weer steeds extremer wordt. Groene, onverharde tuinen zijn belangrijk voor biodiversiteit, tegen hittestress en voor het bergen en infiltreren van water. Ze zijn zelfs voorwaardelijk voor het behoud van de kwaliteit van wonen en leven. De gemeente moet duidelijk uitleggen dat er grenzen zijn aan wat zij hieraan kan doen, zowel qua uitvoering als financieel. De verhoging van 7,5% is nog niets vergeleken bij de kosten die zullen optreden als er niets wordt gedaan. Mensen mogen best op hun eigen verantwoordelijkheid worden gewezen. OGP vraagt de wethouder daarom om meer in te zetten op de communicatie en bewoners te betrekken bij de planvorming voor groene parkeerplaatsen, wadi's en ontharding. 12
Mevrouw Van der Lans is het eens met het duidelijke voorstel. Het eerste document, het Wateren Rioleringsplan is wel wat rommelig opgemaakt, wat het slecht leesbaar maakt. De heer De Bakker stelt dat een bedrijf dat een minimale winstmarge heeft toch goed geld kan verdienen, als de massa maar groot genoeg is. Dat geldt ook voor klimaatadaptatie. Als de gemeente door minder verharding het lozen op het riool kan beperken, kunnen al die kleine beperkingen samen over twintig of dertig jaar een enorm verschil maken. Er zijn voldoende technieken voorhanden voor waterberging bij particulieren, wat leidt tot 35-40% minder lozing op het riool. Hij stelt voor om het tarief te verhogen met 8% en die halve procent te investeren in waterberging op het eigen perceel. Dat kan bijvoorbeeld door subsidies te verstrekken. Het is niet eenvoudig om de generieke verhoging in te zetten voor niet-generieke maatregelen, maar momenteel wordt onderzocht of het juridisch mogelijk is. Als de Rijksoverheid over twee jaar met haar plan voor klimaatadaptatie komt, is het gemeentelijk beleid alvast zo ver om waterbesparing per perceel in te zetten. Mevrouw Van 't Westeinde heeft enkele inhoudelijke vragen en wat financiële aandachtspunten.
In de beantwoording van haar schriftelijke vragen heeft de wethouder aangegeven dat het niet inzichtelijk is bij welk percentage van het aantal huizen de voorzijde van het dak is afgekoppeld van het riool. Dat vindt zij vreemd, want het is wel bekend hoeveel procent van het stelsel gescheiden is. Ze hoort graag of niet alle huizen in een straat met een gescheiden stelsel hierop aangesloten zijn. Van de wethouder hoort ze graag wanneer ze weet of er een verordening komt over het afvoeren van hemelwater. Het voorliggende plan gaat namelijk zes jaar gelden, dus ze hoort graag of er een planning aan vast zit. In het Water- en Rioleringsprogramma staat dat adressen zonder rioolaansluiting een IBA hebben. Er schijnen ook huizen te zijn die geen van beide hebben. Volgens haar kan dat niet. Ze vraagt een toelichting hierop van de wethouder. Over de communicatie sluit ze zich aan bij de woorden van de OGP. Ze vraagt of het voor burgers mogelijk is om de rioolzuiveringsinstallatie te bezoeken. Is het college bereid om open dagen te faciliteren, zodat er meer bewustwording ontstaat? Het CDA heeft twijfel over het voorgestelde scenario. De fractie ziet liever het scenario met tariefopbouw. Ze vraagt om een reflectie van de wethouder hierop. Diverse punten in het voorstel roepen nog vragen op.
Het lijkt of een groot deel van de werkzaamheden wordt gedaan door mensen die ingehuurd worden, terwijl het gemeentebeleid is om zo veel mogelijk mensen in dienst te nemen. Ze vraagt naar de financiële verschillen als er meer mensen in dienst worden genomen en minder worden ingehuurd. In de beantwoording van haar vragen staat dat men voor een woning in de bebouwde kom evenveel heffing betaalt als voor een bedrijf op een industrieterrein. Kan de wethouder aangeven of dit klopt en wat de onderbouwing hiervan is? Is differentiatie mogelijk en is dat weleens overwogen? Het treffen van klimaatmaatregelen is nog niet verwerkt in het voorstel. Mevrouw Van 't Westeinde zou graag weten hoe dat straks gefinancierd gaat worden. Het CDA is er geen voorstander van om dat via de rioolheffing te betalen. Ze vraagt het college hoe dit traject gaat lopen en hoe de raad daarin wordt meegenomen. Wethouder Renzen begint met de vragen over de kosten. Na 2040 gaat de gemeente tekortkomen op de rioolheffing. Dat kan op verschillende manieren ingelopen worden: door langzame opbouw of door meteen een grote verhoging door te voeren. Het college heeft voor een tussenvorm gekozen en stelt een verhoging van 7,5% voor. Deze verhoging dekt niet alle toekomstige kosten. De gemeente werkt samen met andere gemeenten.
De vraag wat andere gemeenten van de verhoging vinden, weet ze niet, maar ze denkt dat men redelijk op één lijn zit. Ze zal dit navragen en de vraag schriftelijk beantwoorden. Tegen de heer Van der Kolk zegt ze dat de gemeente haar nieuwe wijken al veel klimaatadaptiever inricht dan de oude wijken. Maar ook in oudere wijken wordt de infrastructuur klimaatadaptief vervangen, want het is zonde als schoon water via het riool wegstroomt.
13
Gevraagd is waarom niet bekend is hoeveel woningen aan de voorkant van de afvoer losgekoppeld zijn. De gemeente wil dat ook graag weten en gaat dit onderzoeken. Op de vraag over de hemelwaterverordening zal de wethouder schriftelijk terugkomen. Een rondleiding bij de rioolwaterzuivering heeft de gemeente al eens georganiseerd. De wethouder vindt het een goed idee om een keer iets te organiseren en de rioolwaterzuivering met de raadsleden te bezoeken. De gemeente huurt regelmatig mensen met een bepaalde expertise in, omdat het niet mogelijk is om voor alle verschillende expertises mensen in dienst te nemen. Het is niet bekend wat dat precies kost. De heer Van der Spek veronderstelt dat een deel van de kennis wel aanwezig is in de samenwerking tussen de twaalf gemeenten. Wethouder Renzen zal deze suggestie meenemen. Tot slot zegt de wethouder toe om de tarieven op een rijtje te zetten en de raad te doen toekomen. De voorzitter vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Mevrouw Van 't Westeinde begrijpt dat niet alles al helder is, maar ze verwacht een plan over klimaatadaptatie, waarin een aantal vragen wordt beantwoord. Ze hoort wel graag alvast of klimaatmaatregelen betaald gaan worden vanuit de rioolheffing of via een apart budget.
Het zou jammer zijn als er over een of twee jaar een klimaatplan komt en dan blijkt dat de rioolheffing opnieuw verhoogd moet worden om de maatregelen te financieren. De heer Van der Kolk wil duidelijkheid over de samenwerking tussen gemeente, waterschap en bewoners. De heer Kooij ziet niets in de suggestie om de tarieven nog meer te verhogen om klimaatmaatregelen van te betalen. In de begroting staat dat de rioolheffing de komende jaren gelijk blijft. Dat kan volgens hem niet gegarandeerd worden. Hij vraagt de wethouder of ze het ermee eens is dat zoiets niet in de begroting hoort te staan. De heer De Bakker vraagt of het college bereid is om een deel van de rioolheffing te gebruiken voor klimaatmaatregelen, als dat juridisch mogelijk is. In dat geval zou hij graag zien dat er een paragraaf in het beleidsstuk wordt opgenomen, waarmee die optie open blijft, zodat deze later eventueel geactiveerd kan worden. De heer Scholtes vraagt per interruptie of de heer De Bakker bedoelt dat bij de hele gemeenschap geld wordt ingezameld om te investeren in een aantal mensen die genoeg vermogen hebben om deze investering te doen. De heer De Bakker antwoordt dat dit onderwerp van debat is. Het is echter een optie, die hij graag nog openhoudt. Mevrouw Van 't Westeinde merkt op dat er ook zaken in het beleidsstuk opgenomen zijn, die nog verkend moeten worden.
Ze vraagt of de heer Bakker dat opgenomen wil zien voor de klimaatmaatregelen. De heer De Bakker antwoordt dat hij zijn verzoek schriftelijk zal uitwerken tot een amendement op het plan. Feit is dat er nu al vooruitgekeken wordt tot 2040. Daarom zou hij ook het subsidiëren van klimaatmaatregelen willen opnemen. Wethouder Renzen antwoordt dat de commissie de spijker op de kop slaat. Er wordt veel gesproken over klimaatadaptieve maatregelen. Het rijk, de VNG en de gemeente zijn hier allemaal mee bezig. Als er klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen is er later minder riolering nodig, dus het is wel mogelijk om beide aan elkaar te koppelen.
14
Mevrouw Van 't Westeinde vraagt of het reëel is om over twee jaar opnieuw een tariefstijging te verwachten. Wethouder Renzen verwacht het niet, want dan had ze het meegenomen in het financiële plaatje. Bepaalde maatregelen kunnen wel in de plaats komen van het vervangen van riolering en het vergroten van de afvoercapaciteit. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden is nog niet uitgewerkt. Voor zover nu bekend, hoeft het tarief de komende jaren niet verhoogd te worden. De heer Scholtes veronderstelt dat in de komende begroting opnieuw komt te staan dat er geen ander tarief wordt verwacht. Wethouder Renzen wil niet op de begrotingbehandeling vooruitlopen. In het voorstel is opgenomen wat de gemeente op dit moment verwacht nodig te hebben. De voorzitter vraagt de fracties of zij het stuk in de raadsvergadering willen bespreken en zo ja, welke aspecten zij willen aankaarten. De heer De Bakker wil het stuk bespreken omdat hij een amendement wil indienen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Voorstel Verordening vestiging uitsluitend recht N.V. Juva beheer en onderhoud openbare verlichting Midden-Delfland 2023
De heer Roeling stelt dat de gemeente een opdracht verstrekt aan een bedrijf dat deels eigendom is van de gemeente. Het zal vast zijn toegestaan maar Mijn Partij vindt dat de overheid niet de hele markt zou moeten uitsluiten. Om die reden zal de fractie niet instemmen met het collegevoorstel. De heer Van Rijs merkt op dat het CDA het voorstel wel steunt. Juva bestaat uit drie bedrijven, waaronder twee commerciële bedrijven, die respectievelijk de openbare verlichting en de aansluitingen op het warmtenetwerk verzorgen. Andere netwerkbedrijven hebben hun commerciële bedrijven al lang afgestoten en richten zich op de wettelijk verplichte activiteiten. Het CDA vraagt of Midden-Delfland een toenemend financieel risico loopt met een aandeel van 13,6% in Juva bij een steeds groter wordend commercieel deel aan Juva-activiteiten. De voorzitter twijfelt of de vraag binnen de orde van de besluitvorming valt. De heer Van der Kolk stelt dat OGP akkoord gaat met het voorstel en van mening is dat de openbare verlichting in goede handen is bij Juva beheer. Wethouder Renzen vindt de vraag of de gemeente financieel risico loopt door het toenemend belang van Juva in commerciële activiteiten legitiem, maar heeft er geen pasklaar antwoord op. Ze vindt het meer een vraag voor de portefeuillehouder die gaat over organisatie en bedrijfsvoering.
De heer Van Rijs vraagt om een schriftelijk antwoord op zijn vraag. De voorzitter concludeert dat het CDA een schriftelijk antwoord verwacht op de vraag of de gemeente niet een onredelijk financieel risico loopt bij de activiteiten van Juva. Wethouder Renzen antwoordt zegt de beantwoording namens het college toe. Ze vraagt de heer Van Rijs of hij zijn vraag schriftelijk wil stellen, inclusief een onderbouwing. De voorzitter concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Mijn Partij heeft aangegeven dat ze tegen het voorstel zal stemmen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
10.
Voorstel benoeming leden commissie Omgevingskwaliteit
15
De heer Keijzer spreekt in namens de Historische Vereniging Maasland en Historische Vereniging Oud-Schipluiden. De verenigingen hebben de gemeente een gezamenlijke brief gestuurd en hun zorgen geuit over de bemensing van de commissie Omgevingskwaliteit. Lokale deskundigen op het gebied van erfgoed hebben ruim dertig jaar inbreng gehad in gemeentecommissies die de voorlopers waren van de commissie Omgevingskwaliteit. In het voorliggende voorstel wordt niet gerept over het feit dat deze jarenlange inbreng wordt beëindigd en waarom dat beter zou zijn voor de kwaliteit van Midden-Delfland. De historische verenigingen vinden het een gemiste kans om hun lokale deskundigheid niet in te zetten ter bescherming van het erfgoed. Het kenmerkende landschap en de overal zichtbare historie vormen de bestaansgrond van de gemeente. De Omgevingswet en de daarbij behorende verordening bieden ruimte om onafhankelijke, lokale deskundigen in de commissie op te nemen. Sterker, het advies van de VNG is om dat te doen om het draagvlak te vergroten. In het voorliggende voorstel wordt dat niet gedaan, waarmee de gemeente de tijd dertig jaar terugzet. De bemensing van de commissie Omgevingskwaliteit is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De commissie moet uit minimaal vier leden bestaan.
Inspreker pleit ervoor om de huidige samenstelling van de Welstands- en Erfgoedcommissie in de nieuwe commissie op te nemen. Dat zijn twee afgevaardigden van Stichting Dorp, Stad en Land en twee lokale deskundigen. Dat gaat al jaren goed, dus waarom zou men dat ineens veranderen? Een alternatief zou zijn om het aantal leden met twee lokale deskundigen uit te breiden. De heer Van der Spek vraagt of het college contact heeft opgenomen met de inspreker over zijn standpunt. De heer Keijzer antwoordt dat hij onlangs een regulier gesprek heeft gehad met de wethouder. Daarin is het onderwerp besproken omdat de vereniging niets gehoord had van de gemeente. In dat gesprek gaf de wethouder aan dat er in de commissie Omgevingskwaliteit geen plek is voor lokale deskundigen. De heer Van der Spek vraagt of het college de reden heeft aangegeven waarom het niet met lokale deskundigen wil samenwerken. De heer Keijzer antwoordt dat hij hiernaar heeft gevraagd, maar dat er geen duidelijk antwoord kwam. Men wilde onafhankelijkheid, maar er zitten al dertig jaar onafhankelijke leden in de commissie. De wet stelt dat de leden deskundig en onafhankelijk moeten zijn. Ze moeten onafhankelijk zijn van het gemeentebestuur en mogen geen zakelijk belang hebben. De heer Roeling vraagt naar het verschil van definitie.
Is de inspreker nog nagegaan of de interpretatie van de vereniging juist is? De heer Keijzer antwoordt dat dit ging over het woord 'onafhankelijk'. De verenigingen zijn van mening dat de lokale deskundigen onafhankelijk zijn, volgens de definitie van de wet. De heer Scholtes stelt dat de commissieleden voor een tijdelijke periode worden benoemd en vraagt of inspreker zich daarvan bewust is. Een van de aspecten die moet worden meegenomen is dat de commissie lokale kennis moet ophalen. Hij vraagt of de historische verenigingen daar een rol in kunnen spelen. De heer Keijzer weet dat de maximale termijn volgens de verordening acht jaar is. Als de gemeente kiest voor lokale deskundigen zal er de komende jaren gekeken moeten worden wie de commissieleden te zijner tijd kunnen opvolgen. Het is overigens een taak van de raad om te onderzoeken hoe lokale deskundigen kunnen participeren in de Omgevingscommissie. De commissie kan ook deskundigen inhuren als adviseur, maar dan moet de historische vereniging maar afwachten of ze daarvoor gevraagd worden. Het sterke van de huidige situatie is dat de lokale deskundigen permanent aanwezig zijn en tijdens aanvraagprocessen meteen kunnen schakelen. De huidige samenstelling met twee leden van Stichting Dorp, Stad en Land en twee lokale deskundigen functioneert prima. De voorzitter dankt de inspreker en gaat over tot de inhoudelijke behandeling. 16
Mevrouw Langeveld betoogt dat het CDA grote waardering heeft voor de jarenlange inzet van de historische verenigingen in de werkgroep Erfgoed. Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in, wat invloed heeft op de huidige commissie Welstand en Erfgoed. De commissie heeft aangegeven dat er een goede samenwerking is met de huidige afgevaardigden van Dorp, Stad en Land. De nieuwe wet schrijft voor dat de leden onafhankelijk moeten zijn, wat het CDA goed begrijpt. Het CDA heeft enkele vragen aan het college over de voorgestelde benoeming van de leden. Kan het college aangeven waarom er geen lokale leden zitting nemen in de nieuwe commissie? Hoe is de communicatie verlopen met de huidige Welstands- en Erfgoedcommissie? Is het mogelijk om de voorgestelde commissie uit te breiden met twee lokale leden? Mevrouw Koppert stelt dat de commissie Welstand en Erfgoed onafhankelijk is. De commissie bestaat uit twee gedelegeerden en drie burgerleden. Het is begrijpelijk dat er een commissie Omgevingswet moet komen en dat daar leden voor benoemd moeten worden. OGP heeft echter enkele vragen aan het college over de voorgestelde benoeming. Waarom heeft het college besloten om vier mensen van Dorp, Stad en Land te benoemen? Waar zijn de burgerleden gebleven? Er lijkt geen plek te zijn voor lokale deskundigen.