CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl COMM 2022 m 10 d 11.doc

Commissie 15 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering d.d. 11-10-202212.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 11 oktober 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: de heer N.C. Knaap

Griffier

: de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), mevrouw M.C. van der Ende (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer I. van der Kolk (OGP), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester; de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen en mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter opent de commissievergadering heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom. Vanavond ligt er een volle agenda met veertien punten voor.

2.

Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen

Er zijn geen aanmeldingen voor dit agendapunt.

3.

Vaststellen van de agenda

De heer Roeling stelt voor de vragen van de heer Van der Spek, wegens zijn vakantie, in de commissie van november a.s. te behandelen. De agenda wordt aldus vastgesteld.

4.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college

4.b. Locatie Café Delfland De heer Ruiterman vraagt of de twee woningen van 75 m² koop, vrije huur of sociale huur betreffen. Waarom is er niet gekozen voor woningen van rond de 50 m²? In de beantwoording wordt aangegeven dat het een particuliere ontwikkeling is en de grootte van de woningen een keuze van de initiatiefnemer is en past binnen het bestemmingsplan. Tot slot vraagt hij of het college kan aangeven wat het alternatief is voor een doorstart van Café Delfland. Het college antwoordt het ook te betreuren dat Den Hoorn geen dorpscafé meer heeft. Het positieve feit is dat er woningen komen. Het college is van mening dat het geen gemeentelijke opgave is om alternatieve locaties te vinden voor het dorpscafé. De voorzitter dankt voor de vragen.

5.

Overzichten van openstaande vragen en vaste onderwerpen

5.1. Verhoging budget Jeugdzorg Mevrouw Langeveld vraagt of er op hele korte termijn een raadswerkgroep Sociaal Domein kan worden gepland om een nadere analyse te geven van de cijfers van dit jaar en het afgelopen jaar. Wethouder Oderwald antwoordt dat de sessie voor de raadswerkgroep Sociaal Domein wordt georganiseerd. Wellicht kunnen ook de resultaten van het dashboard worden gepresenteerd. Ze heeft vandaag de laatste cijfers gezien over de ontwikkeling van de gemaakte kosten. Het ziet er voorzichtig goed uit. Ze geeft nog geen daadwerkelijke cijfers, want daar zijn altijd risico's aan 1

verbonden. De cijfers zitten nu op 88%. Daar mag niet van worden uitgaan want op het laatste moment kunnen er nog allerlei zaken gebeuren. Onder andere het woonplaatsbeginsel is veranderd. Daardoor kunnen facturen toch weer in deze regio landen. Ze zegt toe de raad rondom de raadsbijeenkomst te informeren. Mevrouw Langeveld vraagt een indicatie van wanneer de raadswerkgroep gepland gaat worden. Wethouder Oderwald heeft nog geen exacte datum. Het doel is in november 2022. De voorzitter concludeert dat er verder geen vragen zijn. 5.2. Bijzonder Provinciaal Landschap De heer Roeling heeft anderhalf jaar geleden de visie Bijzonder Provinciaal Landschap gelezen. Deze is vastgesteld door zestien partijen. Het betreft het buitengebied van de gemeente. Hij heeft het college gevraagd deze visie te agenderen om te bespreken. Dat heeft het college niet gedaan. Vorige week dinsdag kwamen tijdens een raadsinformatiebijeenkomst zowel de visie als het uitvoeringsprogramma aan de orde. Mevrouw Langeveld heeft een punt van orde. Ze is in een commissievergadering een aantal keer terechtgewezen dat het bij dit onderwerp niet de bedoeling is om een betoog te houden maar alleen aanvullende vragen te stellen. De heer Roeling houdt een betoog.

Kan consistent worden omgegaan met het feit dat er alleen aanvullende vragen gesteld mogen worden? De voorzitter verzoekt de heer Roeling zijn vraag te stellen. De heer Roeling meldt dat deze visie input is voor de Omgevingsvisie 2.0. Heeft hij vanavond bij de presentatie gekeken naar de Omgevingsvisie 2.0? Het antwoord was 'nee'. In het begeleidend schrijven staat dat het input is voor de Omgevingsvisie met de afsluiting dat het ter kennisgeving is aangenomen. Hij wil komen tot procesafspraken inzake de Omgevingsvisie 2.0 zodat er transparantie en duidelijkheid is. Hij hoeft vanavond geen uitgebreid verslag van dit proces. Maar hoe ziet het college het proces tot de Omgevingsvisie 2.0 en hebben de buren er invloed in en hoe dan? Hoe wordt het proces gezamenlijk aangevlogen? Wethouder Renzen begrijpt dat gevraagd wordt of de portefeuillehouder Omgevingswet het proces kan schetsen richting een Omgevingsvisie 2.0. Om een zorgvuldig antwoord te geven neemt ze de vraag mee want het college moet hier nog aan werken en zaken voorbereiden. Er spelen meer zaken zoals de Toekomstvisie en Omgevingsvisie 2.0. Dat is op zichzelf al een agendapunt. De heer Roeling heeft al gezegd dat hij vanavond geen antwoord hoeft. Hij wil wel binnen afzienbare tijd een procesvoorstel om te komen tot de Omgevingsvisie 2.0.

Op welke termijn gaat dit gebeuren? Wethouder Renzen heeft het antwoord op die vraag niet. De heer Roeling had die vraag moeten stellen voor vanavond. De heer Roeling heeft een ordevoorstel. Hij vraagt om een procesomschrijving op termijn. Het hoeft niet vanavond. De voorzitter rondt af, de wethouder kan hier geen antwoord op geven.

6.

Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Zwethkade 30a te Den Hoorn

De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

2

7.

Voorstel inzake Regionaal Risicoprofiel Haaglanden en beleidsplan rampenbestrijding & Crisisbeheersing

De voorzitter licht toe dat gevraagd wordt het ontwerp Regionaal Risicoprofiel voor kennisgeving aan te nemen en het college op te dragen de Veiligheidsregio Haaglanden voor 7 november 2022 de bijgevoegde reactie toe te sturen. Mevrouw Koppert ziet dat in het beleidsplan aandacht is voor het tekort aan personeel en dat het een risico is, maar ze ziet ook graag in de zienswijze bij het risicoprofiel dat er niet alleen externe maar ook interne risico's zijn. Ze vraagt hoe de raad dit ziet. De voorzitter hoort de vraag hoe de raad het ziet en of het handig is om ook het interne risico, zijnde personeelstekort, in de zienswijze mee te nemen. De heer Van der Eijk meldt dat de VVD trots is op alle brandweervrijwilligers in en om de gemeente. Dat is ook een invulling van een sociale gemeenschap die naar elkaar omkijkt. Op de vraag van mevrouw Koppert geeft hij aan dat de risico's voldoende worden onderkend omdat deze zijn opgenomen in het beleidsplan en dat daarom geen toevoeging aan de zienswijze nodig is. De heer De Bakker heeft gekeken naar de speerpunten, waaronder digitale veiligheid. Als daar tekorten ontstaan is er een direct risico. Wat is hiervan de status? Wordt daar scherp op geagendeerd? De heer Scholtes sluit zich aan bij het antwoord van de heer Van der Eijk.

Mevrouw Langeveld vindt de vraag van mevrouw Koppert terecht, maar ze had deze vraag liever iets eerder te horen gekregen zodat ze op een andere manier de zienswijze had kunnen lezen. Ze wacht even op de beantwoording van het college voor ze zelf antwoord geeft. De heer Roeling schuift de vraag van OGP door naar de burgemeester. Portefeuillehouder Van Hemmen ziet dat het vraagstuk personeel in alle veiligheidsdomeinen een probleem is. Als portefeuillehouder en lid van het algemeen bestuur vindt hij het voldoende benoemd, maar als de raad behoefte heeft om de zorg te onderstrepen met een zinsnede dat de raad zich extra zorgen maakt over de continuïteit en de Veiligheidsregio vraagt om daar blijvend aandacht voor te houden, dan heeft hij daar geen enkel bezwaar tegen. Het is de zienswijze van de raad. Hij denkt dat het wel voldoende aandacht heeft, maar extra onderstreping kan geen kwaad. De digitale veiligheid is over de volledige breedte. Hij weet dat er op alle vlakken problemen zijn om aan goed personeel te komen. Sterker nog, om het goede personeel te houden. Tweede termijn Mevrouw Langeveld kan zich vinden in het extra onderstrepen in de zienswijze. Mevrouw Koppert sluit zich aan bij mevrouw Langeveld. De heer Roeling gaat akkoord met de beantwoording.

De voorzitter concludeert dat dit agendapunt akkoord is bevonden met de opmerking vanuit de raad om op te nemen dat de raad zich zorgen maakt over het personeelstekort. Portefeuillehouder Van Hemmen stelt voor een zinsnede op te nemen die deze strekking goed weergeeft. Dan komt er een gewijzigd voorstel bij het definitieve raadsbesluit. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen. 7a. Voorstel inzake Coalitie voor Veiligheid 2023-2026 De voorzitter meldt dat het gaat over een voorstel inzake een Regionaal Beleidsplan Coalitie voor Veiligheid 2023-2026. De raad wordt gevraagd het ontwerp van het Regionaal Beleidsplan voor kennisgeving aan te nemen en het college op te dragen uiterlijk 30 november 2022 de bijgevoegde 3

instemmende zienswijze bij het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid te indienen. De heer Van der Kolk noemt de analyse en de prioriteiten helder. Ook hier maakt hij zich veel zorgen over het personeelsgebrek met name bij blauw en opsporing. Een kleine gemeente als Midden-Delfland moet voldoende aandacht krijgen van de politie; blauw en opsporing. Een aanvulling op de zienswijze is niet noodzakelijk, toch wil hij het even extra benoemen. De voorzitter concludeert dat de heer Van der Kolk de oproep doet dat Midden-Delfland voldoende aandacht krijgt. Portefeuillehouder Van Hemmen beaamt dat het personeelsgebrek bij de politieregio hoog is. Een van de teamchefs vertelde dat van de dertig aanmeldingen er na twee jaar nog zeventien over zijn. De vervanging is lastig. Er is een hoog verloop omdat mensen met pensioen gaan. Het is een zaak waar de minister uiteindelijk over gaat. Hij heeft zelf de ervaring dat de regio op zichzelf zich niet heel erg richt op de grote steden alleen en dat er altijd een eerlijke verdeling is zodat ook de wat minder politieaandacht-urgente regio's aandacht krijgen. Hij weet dat de minister een aantal taken heeft en vrij ruim plukt uit de inzet van de diverse politiekorpsen. Dat is lastig en dit ligt wederom bij de voorzitter van de politieregio's. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

8.

Voorstel tot vaststellen prioritering Integraal Veiligheidsbeleid

De voorzitter vertelt dat de gemeenteraad gevraagd wordt in te stemmen met de benoemde prioritering voor het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026 Mevrouw Langeveld stelt dat ieder mens zich veilig moet kunnen voelen. Kinderen en jongeren moeten in veiligheid kunnen opgroeien. Mensen moeten zich veilig kunnen voelen in hun omgeving. Ouderen moeten het gevoel van veiligheid ervaren wanneer ze over straat lopen. Gelukkig ervaren veel mensen dit gevoel van veiligheid. Helaas is er een steeds grotere groep bij wie het veiligheidsgevoel geen vanzelfsprekendheid meer is. Vanwege mishandeling en huiselijk geweld hebben meer kinderen en jongeren geen veilige thuissituatie. Ouderen krijgen te maken met financiële uitbuiting en er zijn mensen die slachtoffer zijn van ondermijnende criminaliteit. Deze voorbeelden komen in alle lagen van de maatschappij voor. Er ligt een verantwoordelijkheid om geen enkele vorm van mishandeling, geweld, uitbuiting, overlast en ondermijning te accepteren. In de Veiligheidsanalyse van de gemeente Midden-Delfland leest ze dat het een relatief veilige gemeente is waar veel bewoners zich veilig voelen. Dat is mooi. Er blijft sprake van uiteenlopende kleinere veiligheidsproblematiek. De cijfers van de afgelopen vier jaar blijven stabiel maar laten op sommige vlakken een toename zien.

Toename geluidsoverlast, overlast van jeugd en hangjongeren, ondermijnende criminaliteit, toename van registraties van personen met verward gedrag, verkeersonveiligheid en verloedering op straat. Voor het CDA staat veiligheid hoog in het vaandel en zal er in Midden-Delfland de komende jaren moeten worden geïnvesteerd om de prioritering van het Integraal Veiligheidsbeleid te kunnen uitvoeren. In de startnotitie van het Integraal Veiligheidsbeleid staat dat Midden-Delfland in de aanpak van ondermijning nog aan het begin van de ontwikkeling staat. Omliggende gemeenten hebben al ingezet op ondermijning. Waarom heeft Midden-Delfland niet in een eerder stadium meegelift met omliggende gemeenten? Kan de wethouder aangeven wat de inzet, inzake ondermijning, van de omliggende gemeenten is geweest? Met welke middelen denkt het college de vier geprioriteerde thema's uit het Integraal Veiligheidsbeleid te kunnen uitvoeren? In de komende begroting zijn hier geen extra middelen voor opgenomen. De heer Scholtes vindt het een goede startnotie en is blij met de vier gestelde prioriteiten: aanpak ondermijning, overlast door verwarde personen, verkeersveiligheid en digitale veiligheid. Digitale veiligheid raakt iedereen en is lastig om aan te pakken. Bij verkeersveiligheid is expliciet verkeersveiligheid en overlast op het water meegenomen.

Met name in het buitengebied speelt geluidsoverlast in de vaarten. De regels zijn echter niet het probleem maar de handhavingscapaciteit. Hij ziet graag meer handhavingscapaciteit.

4

Hij roept het college op integraal te kijken naar de toename van verwarde personen en met gezamenlijke hulpverleners te kijken hoe dit kan worden verbeterd. D66 is positief over de startnotitie. De heer Van der Eijk stelt dat de VVD zich kan vinden in de prioritering van het Veiligheidsbeleid en kan instemmen met het voorstel. In de vorige periode was dit stuk te laat en kon het niet binnen de vier jaar op tijd worden vernieuwd. De heer De Bakker vindt het een goede aanzet voor het veiligheidsbeleid. Hij kan zich vinden in de woorden van mevrouw Langeveld over het streven voor maximale inzet voor de inwoners. Er wordt weinig gesproken over internetfraude. Dat bevestigt voor hem dat het beeld leeft dat internetfraude niet met de gemeente te maken heeft. Hij roept de gemeente op om in de rolverdeling tussen OM en gemeente een wat meer actieve rol in te nemen. Hij denkt aan het faciliteren van ethisch hacken. Dat betekent dat gekeken wordt of de veiligheid wordt bedreigd door digitaal in te breken. Hij vraagt of bekend is in hoeverre identiteitsfraude wordt gepleegd in de gemeente en wat het beeld daarbij is van de portefeuillehouder. Gokverslaving wordt een steeds groter probleem. Er is de eerste helft van dit jaar al voor € 600 miljoen vergokt, waarvan 20% door jongvolwassenen. Dat heeft indirect een link met veiligheid.

Hij wil daarop anticiperen, maar hoe? Is er bewustwording van gokverslaving en kan er een soort vooraanzet voor worden gegeven? De voorzitter concludeert dat de heer De Bakker vraagt of er bereidheid is om bewustwording te creëren op gokverslaving. De vraag over internetfraude is technisch. De heer De Bakker realiseert zich dat het een technische vraag is. Hij ziet het beeld dat bewoners niet het idee hebben dat ze voor digitale veiligheid bij de gemeente moeten zijn. Hij vraagt of de gemeente hierin zichtbaarder kan worden. De heer Van der Kolk is niet helder hoe de prioriteiten zijn gesteld; in het Integraal Veiligheidsbeleid is opgenomen op basis van de veiligheidsanalyse, medewerkers, partners en inwoners. Hij kan de relatie niet goed leggen. Bij verwarde personen is de indicator gestegen. Op pagina 7 van 54 staat in een definitie dat onder verward gedrag ook eenzaamheid en vervuiling wordt bedoeld. In de prioritering staat alleen overlast. Onder welke prioriteit valt eenzaamheid? Uit gesprekken met bewoners blijkt dat onoverzichtelijke punten door groen in de wijk, defecte verlichting, te weinig verlichting en losliggende stoeptegels heel belangrijk worden gevonden. Onder welke prioriteit valt dit? In een vorige startnotitie stond de prioriteit 'snelle aanpak van kleine ergernissen'. Dit mist hij.

In aanvulling op mevrouw Langeveld ziet hij niets in de begroting en mist de financiële consequenties. Wat de OGP betreft mag het best geld kosten. De voorzitter wijst erop dat er twee technische vragen zijn gesteld. De vraag wat het effect op de begroting is, die is concreter. Portefeuillehouder Van Hemmen heeft de ontwikkeling van ondermijning en de inzet van omliggende gemeenten niet paraat. Hij heeft zich de afgelopen tien jaar druk gemaakt om het thema ondermijning. Hij ziet graag dat de omliggende gemeenten zoveel mogelijk dezelfde bestuurlijke middelen inzetten, bijvoorbeeld in de APV, in de beleidsregels en het Damoclesbeleid. Als je de enige gemeente bent die het beleid niet op orde heeft dan kan de crimineel zich juist richten op deze gemeente. Als je een goedkoper slot hebt is de kans dat de fiets wordt gestolen groter dan wanneer je een duurder slot hebt. Hij weet dat het afgelopen jaar veel beleidsmatige ontwikkeling op ondermijning is gedaan. Dit moet nog verder worden geïmplementeerd. Een lastige uitdaging is alertheid van ondermijnende signalen bij vergunningverlening voor woningen of vastgoed. Dat gaat echt over bewustwording en zit in alle domeinen van de gemeentelijke organisatie. Daar zou vanuit zijn perspectief de meeste prioriteit aan worden gegeven.

Vooralsnog is hij niet ontevreden over de staat van deze gemeente, er moeten wel een paar stappen extra worden gezet.

5

Mevrouw Langeveld vraagt wat de reden is waarom Midden-Delfland niet eerder heeft meegelift met de omliggende gemeenten. Zij zijn al veel verder terwijl Midden-Delfland nog aan het begin staat van de ontwikkeling van de ondermijning. Portefeuillehouder Van Hemmen weet dit niet. Hij zal proberen een antwoord te achterhalen. De CDA vraagt met welke middelen dit uitgevoerd kan worden. Natuurlijk met de bestaande middelen, maar de voorliggende conceptbegroting is een beleidsarme begroting. Daar komt nog een vervolg op. Het college, bij monde van de portefeuillehouder van Financiën, heeft daar al het nodige over doen toekomen. Als hij, in overleg met het college, extra middelen vraagt komt dat pas bij de eerste begrotingswijziging. Het is een kaderstelling voor een document dat het Integraal Veiligheidsbeleid voor de komende vier jaar wordt. Hij wil eerst het beleid maken voordat er concreet extra middelen aan gekoppeld gaan worden. Hij heeft al een aantal concrete middelen in gedachten, maar daar wil hij eerst met het college over spreken. D66 noemde handhavingscapaciteit. Hij is benieuwd of de heer Scholtes doelt op de handhavingscapaciteit van de politie of ook over de eigen gemeente. Er is een toename van meldingen over verwarde personen. Echter, één persoon is al verantwoordelijk voor elf meldingen, dat geeft een vertekend beeld.

Hij wil inzake het thema verwarde personen nadrukkelijk met wethouder Oderwald optrekken omdat het in eerste instantie een zorgvraagstuk is. Het wordt een veiligheidsvraagstuk als iets te laat geadresseerd is. Als thema is de digitale veiligheid benoemd. Internetfraude is daar een logisch onderdeel van. Als voorbeeld noemt hij de recent verstuurde rare e-mail die hij verstuurd zou hebben. Dat gebeurt. De inzet van ethisch hacken is het gevolg van de uitwerking van het beleidsplan. Als deze ontbreekt, graag de vraag nog een keer stellen. Hij deelt de zorgen van de heer De Bakker over gokverslaving, met name onlinegokverslaving. Dat is een zorgvraagstuk en hoort bij de GGD-verslavingsvraagstukken. Hij neemt aan dat hier landelijk beleid over ontwikkeld gaat worden. OGP vraagt hoe de prioriteiten worden gesteld. Het zetten van prioriteiten voor de komende vier jaar betekent dat er extra aandacht aan gegeven zal worden en betekent niet dat andere dingen niet gebeuren. Het is niet zo dat zaken die geen prioriteit hebben niet worden opgepakt. Kleine ergernissen, een prioriteit van de vorige vier jaar, krijgen wel aandacht. De heer Van der Kolk heeft gelijk dat eenzaamheid en vervuiling op zichzelf geen overlast zijn in het veiligheidsdomein. Dat is veel meer een zorgvraagstuk.

Het zit op het snijvlak van zorg en veiligheid, waarin er een nadrukkelijke samenwerking tussen de twee domeinen zal zijn. De heer De Bakker beaamt dat er een flinke overlap is tussen gokverslaving en zorg. Het is belangrijk om hierop alert te zijn want als er financiële problemen ontstaan leidt dit tot onveiligheid. Het ethisch hacken was illustratief. Kan de gemeente niet iets ambitieuzer en meer zichtbaar zijn op het gebied van digitale veiligheid? Blijkbaar denken inwoners bij problemen met digitale veiligheid niet direct aan de gemeente. Hij vraagt de vergadering uit te spreken dat de ambitie er is om meer zichtbaar te zijn en meer ondersteunend op dit gebied. Het stuk kan als hamerstuk worden doorgeleid naar de raadsvergadering. De voorzitter concludeert dat er een vraag wordt gesteld aan de andere fracties. Mevrouw Langeveld gaat akkoord met de prioritering. Richting de heer De Bakker stelt ze dat de zichtbaarheid belangrijk is op alle onderdelen van de veiligheid. De digitale veiligheid behoeft zeker aandacht. De heer Roeling is het niet eens met de oproep van de heer De Bakker. Hij ziet veel rollen voor de gemeente, maar niet in dit geval. Hij denkt meer aan ouders, zij hebben daar richting de jeugd een veel belangrijkere rol in dan de gemeente. De heer Van der Kolk vindt de vraag van de heer De Bakker lastig.

Aandacht voor het aspect is belangrijk, maar hoe groot moet de rol van de gemeente zijn? Dat er meer aandacht voor moet zijn staat buiten kijf. De heer Van der Eijk begrijpt dat de heer De Bakker meer aandacht vraagt voor digitale 6

bedreigingen. Het risico daarvan is dat je één risico meer gaat belichten en een ander dan onderbelicht wordt. Hij is bang voor een vicieuze cirkel. Er is ook geen financiële paragraaf. Hij steunt de oproep niet. De heer Scholtes vindt het fijn dat digitale veiligheid als prioriteit in dit beleid is meegenomen. Er wordt een beleidsstuk vastgesteld waar nog geen feitelijke uitwerking in zit met hoe dat de komende drie, vier jaar gaat gebeuren. Hij meent dat deze vraag te vroeg is gesteld, het zou beter in de uitwerking kunnen komen. Op dit moment is het wat vroeg. Het antwoord is: nog niet. De heer De Bakker vindt het goed om te horen hoe de partijen erin staan. Hij benadrukt dit punt niet te onderschatten. Hij ondervindt digitale bedreigingen ook binnen zijn kennissenkring. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

9.

Voorstel tot het doen van bijdrage gebiedsmarketing Midden-Delfland Begroting 2023 en 2024.

De voorzitter licht toe dat wordt gevraagd: conform het ambitiedocument € 100.000,00 in de begroting op te nemen ten behoeve van de jaren 2023 en 2024; het college opdracht te geven in de jaren 2023 en 2024 een subsidie van € 100.000,00 aan de Stichting PUUUR Midden-Delfland te verstrekken voor gebiedsmarketing, mits op de juiste wijze aangevraagd en verantwoord volgens de regels in de Algemene Subsidieverordening van de gemeente; het college opdracht te geven een evaluatie ex ante van het ambitiedocument gebiedsmarketing op te leveren; het college opdracht te geven ruim voor afloop van de looptijd van het ambitiedocument gebiedsmarketing Midden-Delfland een voorstel aan de raad te doen voor uitvoering van de gebiedsmarketing vanaf 2025 en verder. De heer Gebben vertelt dat in de commissie- en raadsvergaderingen van september 2019 uitgebreid is gesproken over PUUUR, de effectiviteit van PUUUR en de financiering. Met name CDA en D66 hebben hierover vragen gesteld. Er zou geen sprake zijn van een structurele uitgave maar om incidentele kosten voor de eerste twee fasen van PUUUR van € 100.000,00 per jaar tot 2022. Deze kosten zouden gedekt worden uit het IODS-budget. Toen is toegezegd dat in 2022 de stand van zaken van PUUUR geëvalueerd zou worden en op basis daarvan zou worden bekeken wat het vervolg is. Hij neemt aan dat dit het evaluatiemoment is.

Toen is afgesproken dat PUUUR MiddenDelfland in de periode tot 2022 ook onderzoek zou doen naar de structurele financieringsmogelijkheden. Nu blijkt uit de antwoorden aan Mijn Partij dat dit niet is gebeurd. Hij mist een goede evaluatie. Toch wordt er twee keer om € 100.000,00 gevraagd. D66 vindt dit lastig. In 2019 heeft D66 aangegeven het initiatief PUUUR en de gebiedsmarketing te ondersteunen, maar met in het achterhoofd dat er werk wordt gemaakt van de externe financiering. Hij is benieuwd hoe de andere partijen hier tegenaan kijken. De heer Ringeling sluit zich in grote lijnen aan bij de heer Gebben. Hij is verbaasd over de beantwoording van vragen 7 en 10. Hij concludeert daaruit dat nog weinig bekend is van het effect van de afgelopen tijd. Er is twee keer € 100.000,00 in gestopt, maar het effect is niet bekend. Is het zo dat niet bekend is wat er voor de twee keer € 100.000,00 is teruggekregen? De heer Vieira gaat mee met de VVD dat het iets is wat je als gemeente wilt. Je wilt je op de kaart zetten, er zijn ondernemers, je kunt de omgeving daarvan laten genieten. Nu weer het verzoek om € 100.000,00 te besteden. Bij het doornemen van het ambitiedocument valt op dat de focus in het bestaande document op naamsbekendheid ligt. Er staat niet bij hoe dat wordt gemeten, bij wie en wanneer.

Is naamsbekendheid het hoge doel? Of juist de middenstand laten profiteren? Hoe meten we dat? Op basis van het ambitiedocument staan er weinig punten waarbij je kunt meten welke ambitie er ligt. Dat kan beter. Hij vraagt het college wanneer het volgende ambitiedocument komt en of dat wat concreter kan. In de stichting zitten ondernemers uit het gebied. Ze hebben allemaal een andere achtergrond en kijken hoe ze elkaar kunnen aanvullen. Maar er zit geen vertegenwoordiging in vanuit de bezoeker. 7

In het document staat: als bezoeker van Midden-Delfland geniet je de hele dag en aan het einde van de dag geniet je van streekproducten. Hij stelt voor dit om te draaien. Zeg waar de bezoeker naartoe kan, dat hij zijn geld kan besteden en uitleg krijgt en dan kan hij het gebied intrekken. Een aantal zaken kan beter. Hij vraagt hoe het college reageert als de Stichting Ode aan MiddenDelfland ook aanklopt. De heer Gebben meent dat het niet om € 100.000,00 gaat maar om € 200.000,00. Namelijk twee keer een jaar en twee keer € 100.000,00 per jaar. Heeft de heer Vieira dat ook in de gaten? De heer Ringeling beaamt dat het € 100.000,00 per jaar is voor de komende twee jaren. Dus het gaat om een fors bedrag. Stichting Ode aan Midden-Delfland brengt cultuur onder de aandacht van Midden-Delfland. Wat als deze ook een financiële bijdrage wil? Hij wil duidelijk hebben wanneer de gemeente besluit een bijdrage te leveren. De heer Van Lier vond in 2019 het idee van een gebiedsmerk niet verkeerd, maar was ook kritisch want er waren veel merken. Ook betrof het veel geld en de fractie heeft toentertijd tegengestemd. Het is erdoor gekomen, er is veel geld uitgegeven. In 2019 is afgesproken dat dit een eindpunt is. De VVD gaf dit ook aan. De evaluatie, hoe nu verder en wat gaan we doen. Er is gewoon doorgegaan en men heeft zich niet aan de afspraken gehouden.

Bij vraag 1 van de visie wordt verwezen naar het ambitiedocument. Het ambitiedocument is geen raadsbesluit. Het is een ambitie van iemand die het heeft geschreven. Je schrijft iets, je vraagt iets, je krijgt minder en daarmee ga je aan de gang. 100% krijgen wat je vraagt is al uniek. In de visie staan de leden. Dit zijn ook leden van buiten Midden-Delfland. Klopt de visie niet, moet deze worden aangepast of wordt de visie niet aangehouden? Hoe is de visie van de stichting? Wat nu gebeurt klopt niet met de visie die het college aangeeft. Hoe wordt omgegaan met de bijdragen? Want in 2019 zou gekeken worden naar externe financiering, financiering derden. Hij kan niets vinden. Op de vraag staat het antwoord: daar hebben we geen zicht van. Maar tot mei jl. heeft er een wethouder in het bestuur gezeten. Als je € 100.000,00 per jaar geeft, als grootste financier, mag je toch wel inzage hebben in het geheel. Hij is zelf directeur van een stichting en moet zijn jaarverslag aan het ministerie geven, omdat deze het geld verstrekt. De evaluatie gaat volgend jaar plaatsvinden. In de afspraken staat dat er ieder jaar een evaluatie zal plaatsvinden plus een jaarrekening zal worden gemaakt. Er staat zie bijlage, maar er zit geen jaarrekening/evaluatie bij. Op vraag 5 hoe andere gemeenten dat doen is het antwoord dat er geen organisatie kostendekkend is.

Eens, maar het gaat hem om de benchmark. Doet Midden-Delfland het in verhouding goed of slecht? Hij heeft een vraag voor het college: als de gemeente besluit € 50.000,00 in plaats van € 100.000,00 te geven, wat zijn dan de gevolgen? Is dat normaal met een andere Cittaslowgemeente? Hij snapt dat het niet dekkend is en vraagt het college een benchmark van vergelijkbare situaties met vergelijkbare Cittaslowgemeenten. In de € 100.000,00 zit € 12.500,00 per jaar voor een informatiepunt en nog iets. Op de vraag hoe het daarmee staat antwoordt het college dat het het niet kan financieren, het doet er niets mee. Betekent dit dat de gemeente nu € 87.500,00 aan PUUUR geeft? Hoe gaat de gemeente met de € 12.500,00 om? Zijn de collega-commissieleden zich ervan bewust dat er € 300.000,00 is uitgegeven en dat niet bekend is wat het effect is. De heer Gebben vraagt of Mijn Partij wel een bijdrage wil leveren als alles op orde is. De heer Van Lier is niet tegen als het effect heeft. In het eerste conceptuitvoeringsplan zit ook een beeldmerk. Wat is nu het beeldmerk. Misschien moet eerst scherp zijn wat PUUUR is. Dan kun je bepalen of PUUUR Midden-Delfland of BPL is. De leden komen uit BPL, maar ze betalen niet mee. Eigenlijk wordt Pijnacker-Nootdorp gefinancierd. De verhouding, de € 100.000,00 is erg hoog.

Hij vraagt of de commissieleden het ermee eens zijn dat er € 300.000,00 is uitgegeven en er nog € 200.000,00 uitgegeven zal worden. Is dat verantwoord in deze tijd? De VVD stelde deze vraag ook. Mevrouw Van 't Westeinde vindt gebiedsmarketing belangrijk. Dat de gemeente er een rol in heeft is vanzelfsprekend. Het CDA vraagt wat de evaluatie inhoudt. Waar wordt naar gekeken en hoe wordt de effectiviteit gemeten? Is dat al bij de start van de gebiedsmarketing bepaald? Moeten er nog criteria worden opgesteld? Welke rol heeft de wethouder daarbij in gedachten voor de 8

gemeenteraad? De heer Jongsma is verrast dat het onderwerp op de agenda staat. Gelet op de vele vragen, ook bij de collega's zou hij verwachten dat de raad eerst een informatieavond of presentatie van PUUUR zou krijgen zodat veel vragen toegelicht kunnen worden. Dan kan ook beter onderbouwd worden of € 100.000,00 het echt waard is voor de gebiedsmarketing vanuit PUUUR. Dat wordt nu lastig. Het lijkt ook lastig om een beslissing over de € 100.000,00 voor volgend jaar en het jaar erop te nemen. Wat als de raad het toch geen goed idee vindt, wat gebeurt er dan? Is het dan klaar met PUUUR? Er is € 300.000,00 en dan is het rendement 0. Dat is een slechte investering. Hij wil eerst een groot aantal antwoorden krijgen op de gestelde vragen. Misschien moet de discussie op een later tijdstip worden voortgezet, want kan de raad nu ja of nee zeggen? Gesproken is over een hele mooie evaluatie, een ex ante. Er is afgesproken meer in jip-en-janneketaal te spreken, maar hij heeft het op moeten zoeken. Hij denkt dat het een goede evaluatie is want met terugwerkende kracht wordt gekeken naar de maatregelen en alternatieven. Dan komt het misschien te laat.

In aansluiting op de heer Vieira van D66 die stelt dat een andere stichting misschien ook gebruik wil maken van subsidie, bij argumenten van het voorstel wordt aangegeven dat voorwaarde is dat de subsidie is aangevraagd en verantwoord conform de in de vastgelegde regels in de Algemene Subsidieverordening Midden-Delfland 2016. Waarom staat dat daar expliciet benoemd? Is voldaan aan die voorwaarde? De voorzitter concludeert dat er veel vragen zijn. De vragen gaan vooral over de evaluatie. Wat is de stand van zaken nu? Hoe verhoudt dit zich nu tot de nieuwe aanvraag? Wat gebeurt er als commissie dan wel raad nee zegt? Waarom zo expliciet voorwaarden benoemen in deze stukken? Hoe omgaan met andere stichtingen? Hoe zit het met de externe financiering? Hoe gaan we om met de € 12.500,00? Hoe zien we de visie en wat is het effect? Wat hebben we gekregen voor het geld dat nu is uitgegeven? Wethouder Renzen denkt dat Mijn Partij vooral wil weten in hoeverre het Ambitiedocument Gebiedsmarketing aansluit bij de al eerder vastgestelde Gebiedsvisie. In het Ambitiedocument Gebiedsmarketing Midden-Delfland staat als een van de vijf opdrachten genoemd het versterken van de identiteit van Midden-Delfland. De visie is tot een uitwerking te komen met een marketingplan dat het imago en de identiteit van Midden-Delfland vestigt. Zorg dat MiddenDelfland in de regio bekend en bemind wordt.

Dat is vertaald in het Ambitiedocument Gebiedsmarketing benoemd als groene streek, ontspanning en dichtbij. Het college heeft drie jaar geleden budget gevraagd vanuit IODS om de gebiedsmarketing een impuls te geven en op te zetten. Op de vraag wat er concreet is gebeurd met de € 300.000,00 antwoordt ze dat er best veel is gebeurd. PUUUR is een sterke naam. PUUUR heeft daar veel bekendheid aan gegeven. De heer Van Lier vraagt of de wethouder kan aangeven hoe ze weet dat het een sterk merk is. In de antwoorden leest hij dat het niet is onderzocht. Wethouder Renzen voelde de opmerking aankomen. Dat is ongemakkelijk, daar moet wat gebeuren. Ze denkt dat ze het daarover eens is met de heer Van Lier. Ze is fan van PUUUR en vindt dat er een mooi merk staat. De Stichting PUUUR presenteert dit binnenkort. Het is vanavond geagendeerd omdat de wethouder de raad niet bij de begrotingsbehandeling wil overvallen met de vraag om twee keer € 100.000,00 per jaar in de begroting op te nemen zonder vooraf het gesprek hierover te hebben gevoerd. De heer Gebben vindt het een gemiste kans dat de raad vooraf niet op de hoogte is gesteld van gedaan is met de € 300.000,00. Hoe kan de raad straks bepalen waar hij mee instemt? Wethouder Renzen beaamt dit. Ze had samen met PUUUR de presentatie liever eerder gegeven. Ze hebben iets moois opgezet en willen dit graag presenteren. Helaas niet vanavond.

Drie jaar geleden is PUUUR als gebiedsmarketing gelanceerd. Van de drie jaren waren er twee coronajaren. Desondanks heeft PUUUR al veel stappen gezet, maar moet ook geconstateerd worden dat door voortschrijdend inzicht er te kort tijd is om in drie jaar tijd een merk op te zetten, bekendheid aan 9

te geven en ook een goede evaluatie op te maken. Vandaar dat het college twee jaar extra de tijd vraagt zodat ook het stukje evaluatie goed kan worden opgepakt. Ze wil in overleg met PUUUR werken aan de effectmeting. De heer Jongsma heeft het al gevraagd: wat als de gemeente stopt met de bijdrage. Dat betekent dat je de investering en opzet laat lopen. Dan ben je terug bij af terwijl PUUUR iets opbouwt. Ze hoort het ook bij ondernemers: PUUUR is net gelanceerd, eerst maar kijken waar het naartoe gaat, of dit blijft. Daarmee heb je niet veel draagvlak om andere organisaties en ondernemers bereid te vinden te investeren in PUUUR. PUUUR vraagt nadrukkelijk de zekerheid dat ze blijft voortbestaan. Het bestuur van PUUUR ziet dan meer mogelijkheden om alternatieve financieringen aan te boren. De raad kan het college meegeven er bovenop te zitten zodat er een goede evaluatie komt. Hoeveel bezoekers komen er extra door deze gebiedsmarketing, wat betekent het voor het kwaliteitsgevoel van de omliggende inwoners, hoeveel mensen extra trekt het, hoeveel extra overnachtingen levert het op. Dat is lastig om te onderzoeken. Dan zou een deel van de financiering en het budget worden opgemaakt aan het meten van bepaalde effecten. Dat is een zoektocht want je wilt zoveel mogelijk van het budget bewaren om ook echt te investeren in het gebied en de marketing ervan.

PUUUR verzamelt vanaf het lanceren van het merk en de website gegevens. Gaandeweg zal PUUUR steeds meer een trend ontdekken uit de eigen gegevens. Ze wil daar bij de evaluatie vooral naar kijken. Wat is het effect op basis van de eigen cijfers die PUUUR verzamelt. De heer Vieira wil betere kaders voor de effectmeting. Dat wil ze meenemen in de evaluatie, hoe geef je vooraf kaders mee. Ze heeft niet paraat hoe het nu zit met de benchmark ten opzichte van andere Cittaslowgemeenten. Ze zoekt uit of hier gegevens van zijn. Dan komen ze later nog naar de raad. Omliggende gemeenten geven minimaal hetzelfde uit als Midden-Delfland. De heer Van Lier vraagt naar de € 12.500,00 fysiek informatiepunt. De subsidie is de volledige € 100.000,00, ondanks dat PUUUR het op een andere manier uitgeeft. De heer Vieira vraagt waarom de subsidie naar PUUUR gaat. Dat is omdat een aantal ondernemers graag in samenwerking met de gemeente de marketing van het gebied willen regelen. Dat wil de gemeente ook graag en zij wil meer naamsbekendheid geven aan het gebied en deze gemeente, in samenspraak met de omliggende gemeenten. PUUUR is het beeldmerk van Midden-Delfland, maar ook van het Midden-Delflands gebied. Dat raakt natuurlijk de andere gemeenten die ook hun eigen gebiedsmarketingorganisaties hebben. Ze wil daar heel veel mee samenwerken.

Bezoek vanuit het Westland PUUUR Midden-Delfland en ervaar vanuit Maassluis ook PUUUR Midden-Delfland. Het is belangrijk om op de grenspunten, daar waar de andere gemeenten ook aangehaakt zijn op het Midden-Delflandgebied, de gebiedsmarketingkrachten gezamenlijk te bundelen bij de verschillende marketinggebiedsorganisaties. Het Midden-Delflands gebied is natuurlijk een PUUUR MiddenDelfland met streekproducten in een groen open gebied waar je goed kunt ontspannen. Dat is het merk dat wordt neergezet met PUUUR. De voorzitter herhaalt: waarom geen andere stichtingen zoals Ode aan Midden-Delfland en waarom de nadruk op voldoen aan subsidievoorwaarden? Wethouder Renzen legt uit dat PUUUR de gebiedsmarketing op zich neemt. Ode aan MiddenDelfland is ook zeer waardevol voor het gebied, maar benadert het anders en doet niet aan gebiedsmarketing. De voorzitter stelt dat de vraag ook gaat over gelijke monniken, gelijke kappen. Is de gemeente gelijkwaardig naar andere stichtingen die ook dit soort budgetten aanvragen? Wethouder Renzen antwoordt dat het een keuze van de raad is waar geld aan wordt uitgegeven. Het lijkt de heer Jongsma alsof er niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Is dat zo? Er is twee keer € 100.000,00 subsidie verstrekt. Hij neemt aan dat er dan is voldaan aan de subsidievoorwaarden.

Wethouder Renzen legt uit dat er niets achter zit, het is de zorgvuldigheid vanuit het college om aan de raad open en transparant uit te leggen hoe de financiering is geregeld. De heer Gebben wil even samenvatten voor de helderheid. De gemeente gaat nog twee keer een 10

jaar € 100.000,00 hier instoppen. Dan is het opstarttraject van PUUUR afgerond. Als het is afgerond heeft de raad in 2024 dan deze zelfde discussie maar betreft het dan een ander budget? Wethouder Renzen beaamt dit. In 2023 wil ze goed de evaluatie in samenwerking met PUUUR beginnen. Ze wil goed nadenken over hoe gemeten gaat worden, wat gemeten gaat worden, wat de kaders van de metingen zijn en hoe wordt het gevolgd. Ook omdat niet een heel duur bureau ingehuurd wordt dat de helft van het budget opsoupeert. Dan kan de vijf jaar worden afgemaakt waar het ambitiedocument op is ingericht. Ruim voordat 2025 begint komt het college met een nieuw voorstel voor de jaren vanaf 2025. Dan zit er een goede, complete evaluatie bij van de afgelopen drie en de komende twee jaar bij. Bij mevrouw Van 't Westeinde is gedurende de beantwoording meer ongemak gegroeid. Het is zeker geen hamerstuk. Ze heeft er begrip voor dat corona het niet gemakkelijk heeft gemaakt. Soms is er tijd nodig om zaken verder te kunnen uitwerken. Als dit stuk vergezeld zou zijn geweest met hoe de evaluatie eruit zou kunnen zien zou ze zich een idee kunnen vormen. Nu wordt een ex ante evaluatie genoemd, daarbij wordt alleen naar de websitecijfers gekeken. Ze vindt dit te weinig.

Ze snapt dat het niet als verrassing bij de begroting mag worden gepresenteerd, maar moet de raad dit nu voortzetten of wachten op een presentatie van PUUUR of een voorstel van de evaluatie en het dan verder bespreken? Wat het CDA betreft is het geen hamerstuk. De heer Jongsma vindt dat het college een groot risico neemt door de raad niet goed te informeren. Dat is zonde voor het initiatief en het geld. Het lijkt hem ook goed om het niet als bespreekstuk naar de raad door te geleiden maar het van de agenda te halen. Eerst PUUUR een presentatie laten geven en de vanavond gestelde vragen beantwoorden. Zeker met dit soort bedragen en het geld dat er al is ingestoken is het zonde om over een nacht ijs hier een beslissing over te nemen. Dat past niet bij de inzet die er de afgelopen jaren is geweest en het belang. Uiteindelijk moet toch bepaald worden of er € 100.000,00 in gestoken wordt. Is dat het waard? Wat krijg je ervoor terug en is het een slimme investering? Stichting PUUUR kan daar best een goed antwoord op geven. Het zal geen hamerstuk zijn, maar wat OGP betreft ook geen bespreekstuk. Het stuk moet van de agenda af en PUUUR gaat op korte termijn de raad nader informeren. Als dat mogelijk is vindt hij dat de beste route. Mevrouw Van 't Westeinde heeft ook een voorstel gedaan over de evaluatie. De heer Jongsma vindt dit evident.

Laat de stichting eerst vertellen hoe ze het ziet. Maar dan moet de raad de opdracht meegeven: wat willen we zien, wanneer worden we blij en met welke kengetallen of resultaten zijn we blij? PUUUR moet weten wat de raad wil toetsen. De heer Vieira gaat een eind mee met de medecommissieleden dat er meer duidelijk moet worden. De wethouder zei al het mag volgend jaar geen € 87.500,00 zijn, het moet echt € 100.000,00 zijn. Maar waarom is dat? Misschien kan PUUUR dat onderbouwen met een staatje van wat ze met het bedrag gaat doen. Binnen twee weken bespreken en dan een besluit nemen komt snel. Hij wacht de uitnodiging af. Wat D66 betreft zit er dan ook een evaluatie bij. Het moet meer zijn dan websitecijfers en kijken hoe vaak dat is aangeklikt. Heel veel is online. D66 denkt dat er veel meer uitingen buiten moeten zijn, zoals vlaggen. Aan PUUUR wil hij duidelijk meegeven wat concreet gemeten moet worden. Hij gaat mee in het voorstel van de heer Jongsma. Om nu te zeggen € 200.000,00 en dan verder is geen optie, maar om het nu niet te doen zodat de stekker eruit gaat is ook geen optie, dus uitstel. De heer Van Lier is het ermee eens om het onderwerp van de agenda te halen en eerst goed op de rit te zetten. Er zijn ook mensen lid uit Pijnacker-Nootdorp en BPL wordt ook gevraagd.

Wordt nu alleen BPL gedaan? Of alleen Midden-Delfland en gaan de andere leden eruit? Wat is nu PUUUR? Je kunt ook zeggen: er komt € 20.000,00 binnen aan ledenvergoeding, we geven € 10.000,00 per jaar, dan heeft PUUUR € 30.000,00 per jaar. Dan is er een persoon die wat Instagram-dingetjes doet, wat hebben we dan? Hij heeft in zijn omgeving gevraagd of ze bekend zijn met PUUUR. Alleen zijn buurvrouw kende het. Qua draagvlak in Maasland is het geen bekend beeldmerk. Ondernemers zeggen: eerst zien of het slaagt voor ik geld geef. Ook daar is het vertrouwen laag. PUUUR is nog niet PUUUR zoals het moet zijn. Hij vraagt dit ook mee te nemen in de evaluatie. In 11

2022 zou geëvalueerd worden en nu wordt twee keer € 100.000,00 gevraagd. Wat is het rendement, wat is het verhaal? Hij sluit aan bij de optie om het van de agenda af te halen. Als het doorgaat weet hij al wat er gestemd gaat worden. De heer Gebben is blij dat de wethouder het onderwerp nu heeft geagendeerd, alleen al gelet op de nu ontstane discussie. Op termijn wordt het een vaste post in de begroting. Dat hoeft niet € 100.000,00 te zijn, maar de post komt er wel. De raad moet er goed over nadenken. Hij sluit aan bij de heer Jongsma om eerst PUUUR te uitnodigen zodat deze de gestelde vragen kan beantwoorden. Er is nu geen evaluatie of effectmeting. Wellicht kan PUUUR dit zo beantwoorden. Net als de vraag waarom het € 100.000,00 moet kosten. Daarna kan de raad een afweging maken en hoe daar in de toekomst mee door te gaan. Het voorstel is nu nog twee keer € 100.000,00. Denk na over de periode daarna, wat heeft de raad er eventueel voor over? De heer Ringeling steunt het voorstel van de heer Jongsma om het van de agenda te halen en eerst PUUUR uit te nodigen en daarna een besluit te nemen. De voorzitter concludeert dat de commissie het vrij eens is om het niet naar de raad door te geleiden maar eerst Stichting PUUUR zelf uit te nodigen om daar informatie te vergaren. Wethouder Renzen stelt dat het van de agenda kan. De € 100.000,00 per jaar wordt voorgesteld in de begroting.

De begrotingsbehandeling is op 8 november a.s. De presentatie van PUUUR is 1 of 2 november a.s. Deze bijeenkomst is al gepland. Dat is voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. De reden dat het college dit vandaag wil behandelen is omdat het best iets groots is. Je moet hier in alle rust met elkaar het debat over voeren en zij wil niet dat dat worddt weggemoffeld in een begrotingsbehandeling. Ze is blij dat het vandaag wordt besproken, maar het kan van de agenda af. Het wordt voorgesteld in de begroting. Als de raad instemt met de begroting en met de € 100.000,00 per jaar voor gebiedsmarketing dan heeft de raad impliciet daarmee alsnog het besluit genomen. De raad kan het besluit tot na de presentatie van PUUUR uitstellen. Mevrouw Van 't Westeinde verzoekt de wethouder om de evaluatie te laten opnemen in de presentatie. Wethouder Renzen beaamt dit. Een van de punten voor die avond is hoe de raad wil dat het bestuur van PUUUR omgaat met de meting. Ze denkt dat de vraag aan de raad zal zijn hoe hij dat ziet. Welke kaders geeft de raad mee? Het is goed om het daar dan met elkaar over te hebben. Ook om helder te krijgen hoeveel geld de raad wil uitgeven aan het doen van een meting. Daar gaat het ook over. Mevrouw Van 't Westeinde kan haar wensen op tafel leggen, maar ze heeft geen idee wat het kostenplaatje is.

Als tijdens de presentatie geen duidelijkheid wordt gegeven over de kosten van de varianten tast ze nog in het duister. Ze hoopt te horen wat de prijskaartjes zijn van de diverse ambitieniveaus. Anders heeft ze het overzicht niet voor zichzelf. De heer Jongsma geeft aan dat de begroting over 2023 gaat. De bijdrage is voor 2023 en 2024. In hoeverre is dat doorverwerkt? Of komt het er gewoon al twee jaar in? Wethouder Renzen antwoordt dat de € 100.000,00 meerjarig in de begroting zit. De opmerking van mevrouw Van 't Westeinde is helder. Ze probeert samen met PUUUR om daar een zoveel mogelijk concreet antwoord op te geven. De heer Van Lier vraagt of voor de bijeenkomst de jaarrekening en evaluatie beschikbaar kunnen worden gesteld. Dat was al toegezegd, maar deze zaten er niet bij. Hij wil zich een beeld vormen aan de hand van de laatste twee jaarrekeningen. Wethouder Renzen beaamt dat ze er zijn. Ze zorgt dat ze beschikbaar komen bij de stukken. De voorzitter constateert dat het stuk niet naar de raad wordt doorgeleid. Hij constateert ook een frictie tussen begrotingsbehandeling en later op de commissie- en raadsvergadering. Instrumenten 12

zijn aanwezig. Na de raadsinformatiebijeenkomst bij de begroting kunnen per amendement nog zaken gewijzigd worden. Later in de november- of decembercyclus kan dit voorstel opnieuw worden gedaan met de informatie die de raad dan tot zijn beschikking heeft. Dat is aan de raad. Het college is daar uitvoerend op. De commissie adviseert het voorstel niet door te geleiden naar de raadsvergadering.

10.

Voorstel tot het niet uiten van bedenkingen tegen voorgenomen verkoop perceel fase 3 te Maaslandse Dam

De voorzitter stelt dat agendapunt 10 toeziet op het voorstel tot het niet uiten van bedenkingen tegen de voorgenomen verkoop van perceel fase 3 Maaslandse Dam. De heer Ammerlaan vraagt of de brug die deze kavel ontsluit hiermee eigendom van de gemeente blijft en draagt de gemeente hiermee dan ook de beheers- en onderhoudskosten van de betreffende brug? De heer Zwaard leest dat de kavel als geheel wordt verkocht. De brochure ziet er veelbelovend uit. Het is een bedrag van meer dan € 500.000,00, daarmee komt het langs de raad. Het CDA kan instemmen, het voldoet aan de criteria. Mevrouw Koppert vraagt de wethouder voor een volgende keer een goed plaatje toe te voegen van waar het gebied is. Mevrouw Van der Ende heeft verder geen op- of aanmerkingen en de fractie gaat akkoord met de verkoop. De heer Scholtes meent dat deze woningbouw van vier redelijk riante villa's voor de gemeente niet echt een bijdrage levert aan de woningbouwopgave. Maar het besluit is al genomen en de visie is vastgesteld. D66 stemt in met de verkoop. Wethouder Ten Have probeert voor een volgende keer een plattegrond toe te voegen. De vraag over de brug vraagt hij ambtelijk na. Zijn veronderstelling is dat het onderdeel is van de openbare ruimte, dus eigendom van de gemeente blijft. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

11.

Voorstel machtiging Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen

De voorzitter leest dat gevraagd wordt het college van B&W van Midden-Delfland te machtigen tot het verrichten van alle handelingen die bij of krachtens artikel 15 van de Wkpb zijn opgelegd aan de gemeenteraad. Mevrouw Van der Lans vertelt dat per 1 april 2020 de Wkpb is gewijzigd. Op grond van deze wijziging is het van belang dat het college wordt gemachtigd om zijn taken juridisch goed te kunnen uitvoeren en te voldoen aan de wet. Ze is blij dat dit na tweeënhalf jaar na invoering van de wet is geregeld. Mevrouw Van der Ende gaat ook akkoord. De heer Van Rijs meldt dat het CDA ook akkoord gaat. Dit is op voordracht van de VNG, de tekst komt overeen. De VNG stelt ook voor om de burgemeester te vragen een mandaat aan het college te geven. Doet Midden-Delfland dit ook? En zo ja, is dat dan ook de tekst die de VNG hanteert? De heer Jongsma wacht eerst het antwoord op de vraag van het CDA af. De heer De Bakker is ook akkoord. Hij ziet het als iets protocollairs dat wel heel belangrijk is. De aanbeveling is om de machtiging zo algemeen mogelijk te stellen. Het is een machtiging met terugwerkende kracht. Hij stelt voor met terugwerkende kracht op te nemen en niet speciaal 1

13

april 2020 te noemen. Dat is de inwerkingtreding van de wet, maar hoe algemener hoe beter lijkt hem. Wethouder Renzen volgt het model van de VNG. De besluiten daartoe heeft het college ook genomen. Of 1 april eruit kan en of algemeen formuleren beter is weet ze niet. Dat vraagt ze na bij de afdeling Juridische Zaken. Het advies is om het per 1 april 2020 te doen. Het besluit ligt nu voor. Als de heer De Bakker het besluit wil aanhouden tot aan de raad kan ze de vraag ambtelijk terugleggen. De heer De Bakker heeft het antwoord op de vraag over de machtiging van de burgemeester nog niet gehoord. Wethouder Renzen denkt dat dit zo is. Ze gaat even terugkijken naar de collegevergadering, want er zijn een paar besluiten over genomen. Ze gaat ervan uit dat het besluit waar de heer Van Rijs over spreekt dat betreffende besluit is. Ze weet de exacte formulering uit dat collegebesluit niet precies. Ze komt hierop terug. Het advies van de VNG is gevolgd en op basis daarvan heeft het college meerdere besluiten genomen. Eén besluit is voor de raad om de mandatering aan het college te geven. Ze weet niet zeker of het de burgemeester is geweest aan het college of het college ook aan de ambtelijke organisatie. Want daar moet de machtiging ook worden verlegd. Het college heeft daar een besluit over genomen. De heer De Bakker dankt de wethouder voor de beantwoording.

De heer Jongsma heeft een vraag aan de heer Van Rijs. Wat nu als het niet zo is? Gaat het CDA dan niet akkoord? De heer Van Rijs is content met het antwoord van de wethouder en gaat akkoord. De heer Jongsma gaat ook akkoord. Wethouder Renzen heeft het nagezocht. Het college heeft meerdere besluiten genomen. Eén ervan is ook die van de burgemeester aan het college en ook een machtigingsvoorstel aan de afdelingsdirecteur. Volledig via het voorstel van de aanbeveling van de VNG. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

12.

Voorstel tot het invoeren van toeristenbelasting per 1 januari 2023

De heer Jongsma stelt dat slechts een klein aantal ondernemers deze belasting moet gaan innen bij mensen die bij hen overnachten en na afloop van het jaar dit aan de gemeente afdraagt. Het betekent wel dat deze ondernemers extra werkzaamheden moeten verrichten waarvoor ze niet worden gecompenseerd. Alleen al om die reden is het van belang om veilig te stellen dat ook daadwerkelijk de opbrengsten ten goede komen van het gebied. Het kan niet zo zijn dat in de toekomst een begrotingsprobleempje wordt opgelost met de geïnde toeristenbelasting. Het is misschien een goed idee om het geld aan PUUUR te besteden. Dankzij de vragen van Mijn Partij is het hem duidelijk geworden dat er een subsidieregeling komt. Ook voor zaken die niet met gebiedsmarketing te maken hebben. Zijn er ook andere voorbeelden te noemen die in aanmerking komen voor het geld? Het is maar de vraag of er draagvlak is voor toeristenbelasting. De communicatie is van belang. Dit speelt al sinds februari 2022. Wat is er in de tussentijd gedaan om draagvlak te krijgen of die te vergroten? Zijn alle ondernemers op tijd gereed om per 1 januari 2023 dit systeem in te voeren? Gesproken wordt over een nachtregister. Inmiddels heeft een aantal ondernemers voor 2023 al boekingen.

Moeten zij de prijzen verhogen of gaan ze dit uit eigen zak betalen? Komt het misschien niet te laat of te vroeg? Temeer omdat hij weet dat een aantal ondernemers hun prijs hebben verhoogd en dit komt er dan nog bovenop. De heer Vieira vindt het gezien de komst van een hotel met 142 kamers niet gek dat per 1 januari 2023 het voorstel is toeristenbelasting te heffen. Deels met het doel om Midden-Delfland op de kaart te zetten, maar het te onderhouden gebied is best groot. Er is regelmatig discussie in de raad 14

over wie die prullenbak of andere voorziening in het buitengebied betaalt. D66 is voor het heffen van toeristenbelasting. Het gaat ook niet ten koste van de inwoners, het zijn de bezoekers die betalen, ze betalen dit overigens in alle omliggende gemeenten. Opvallend is dat bij een hotelovernachting € 1,25 per nacht wordt gerekend. In Delft is dat € 3,00 en in Wateringen betaal je voor een hotelkamer van meer dan € 100,00 een bedrag van € 5,00. Midden-Delfland vraagt dus minder dan omliggende gemeenten. Wat D66 betreft zou het bedrag hoger kunnen om een beetje marktconform mee te gaan. Dan hoeft het bedrag niet telkens omhoog in plaats van laag beginnen en dan verhogen. Hij hoort graag of de commissieleden hetzelfde gevoel hebben dat het tarief hoger mag. De heer Ringeling steunt het voorstel. Interessant is de vraag van de heer Jongsma of het niet te laat of te snel komt gezien het aantal boekingen in 2023. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Zijn eerste reactie is ook: vragen we niet te weinig? Maar het voorstel van het college om eerst laag te beginnen en daarna te verhogen begrijpt hij ook. Hij zit er dubbel in. De heer Gebben vraagt de heer Ringeling of hij het ermee eens is dat de gemeente € 100.000,00 aan PUUUR geeft. Dat staat in het stuk. De heer Ringeling heeft het zo niet gelezen. Een optie is € 100.000,00,00 voor PUUUR.

Daar kan de wethouder antwoord op geven. De heer Gebben vertelt dat de VVD niet de partij van de belasting is. Maar de toeristenbelasting kan de VVD wel goed volgen. De gemeente wil graag toeristen ontvangen en dan in het gebied goede voorzieningen regelen. Het is vrij gebruikelijk in Nederland om daar toeristenbelasting voor te heffen. Hij is het eens met de heer Jongsma dat de inkomsten ten goede moeten komen van toerisme. De ondernemers die het moeten heffen moeten het idee hebben er echt iets voor terug te krijgen. Hij is blij dat er in plaats van een algemene belasting een bestemmingsreserve voor wordt gemaakt. De VVD is ook verbaasd over het vrij lage bedrag. Waarom is meer voor de kant van de Cittaslowgemeenten gekozen dan de kant van de omringende gemeenten? Zijn gevoel is dat het bedrag hoger kan. De heer Van Lier vindt de toeristenbelasting in de basis niet verkeerd. Moet de doelstelling specifiek gesteld worden? Het is voor de toeristen en de omgeving. D66 sprak over een andere stichting, Ode aan Midden-Delfland, want daar gaan de toeristen ook heen. Hij vraagt het college om voor de raad de doelstelling verder en breder te uitwerken, ten goede aan het gebied, de toerist en dat het ook wel geoormerkt is. De heer Gebben vraagt of de heer Van Lier ervan op de hoogte is dat de raad het bepaalt. Hij kan dit vragen aan het college maar kan het ook zelf bedenken.

De heer Van Lier beaamt dat de raad het hoogste orgaan is. Maar als hij een stuk krijgt met een bestedingsvoorstel wil hij dat met zijn allen scherper stellen. De heer Gebben bevestigt dat het een voorstel is. Een voorstel kan door de raad worden gewijzigd. Als de raad vindt dat het ergens anders aan moet worden besteed staat het de raad vrij. De heer Van Lier noemt dit correct. Als niemand iets doet kan het zijn dat Mijn Partij een motie of amendement indient om de tekst aan te passen. De besteding moet duidelijker. Wat willen we en waar hebben we het voor nodig? Het zijn lage bedragen. Zijn gevoel is dat er op de € 100.000,00 wordt gestuurd. Straks zijn PUUUR, Ode aan Midden-Delfland en andere er. De pot wordt onder hen verdeeld. Hij vraagt het college wat marktconform is. Hij wil dit ook los van PUUUR zien. Het is een belasting voor het toerisme die wordt besteed aan het gebied. Dat PUUUR er, nog wel, is, staat er los van. Mevrouw Van 't Westeinde is blij dat er nu een voorstel toeristenbelasting ligt. Het CDA steunt het voorstel en ook dat de middelen niet direct zijn gekoppeld aan een bepaald doel maar dat de raad hierover kan beslissen. Ze kan zich vinden in de hoogte van de tarieven. Ze heeft zelf geen onderzoek gedaan maar waar besteden de omliggende gemeenten de opbrengst aan? 15

Marktconform weet ze ook niet goed. Ze weet wel een en ander van campings. Zij vraagt aandacht voor twee groepen mensen. Als eerste mensen die in deze gemeente wonen en hier in de gemeente overnachten in een hotel, camping of B&B. Ze stelt voor deze inwoners uit te zonderen van het betalen van toeristenbelasting. Ze dragen op verschillende manieren mogelijk hier al bij. Verder zijn er mensen op een camping met een seizoenplek. Ze verblijven er niet elke nacht. Wat vindt de wethouder van het idee om het aantal nachten dat deze mensen aan toeristenbelasting betalen af te toppen op een maximumaantal nachten. Dat zou meer recht doen aan de situatie en het werkbaar houden voor de gemeente en ondernemer. De heer Jongsma is niet voor meer belasting. De belasting komt te liggen bij een kleine groep ondernemers die een product moet verkopen. Als de belasting veel hoger wordt kun je jezelf uit de markt prijzen. Er kan ook gekozen worden voor het houden van een concurrentievoorsprong op de omliggende gemeenten. Hij hoort ook dat het uitgegeven kan worden aan kunst en cultuur. Dat is mooi, maar het moet wel bij een klein groepje vandaan komen. Waarom niet op elk biertje € 0,10 extra. Iedereen profiteert ervan, dan moet de verdeling eerlijker om de concurrentiepositie te houden. De ondernemers hebben het moeilijk en moeten al prijsverhogingen doorvoeren in verband met gas en dergelijke.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=4790f553-404f-47a5-b427-799339c72e63