Vsl 2022 m 02 d 22.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 22 februari 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: A.J. Rodenburg, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP MiddenDelfland) de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie)
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Heel hartelijk welkom, ik open de vergadering van de gemeenteraad van MiddenDelfland. Het is de laatste vergadering voor de verkiezingen, een bijzonder moment eigenlijk wel. Dat gezegd hebbende, meld ik meteen dat de heer Ringeling afwezig is. Helaas zijn we dus niet compleet. Anderen zijn er allemaal wel. Fijn dat we hier weer fysiek kunnen zijn met elkaar, dat is ook wel weer een bijzonderheid eigenlijk. Nog wel op een bepaalde afstand, maar de volgende bijeenkomst, als we weer hier zijn met elkaar, dan zitten we ongeveer bij de uitslagavond, denk ik dat we ongeveer op het niveau knuffelen aangekomen zijn. Maar dat is afhankelijk van de uitslag denk ik, links en rechts, daar ga ik niet op vooruitlopen. Hartelijk welkom, ook aan degenen die op de publieke tribune zitten en de vergadering meevolgen en degenen die via de webcast onze vergadering zien en horen.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: De regeling der werkzaamheden bestaat uit drie delen. Lijst A, B en C. Lijst A is de lijst met brieven die het college aan u heeft gestuurd en de wijze van afdoening, het is een korte lijst. Wie heeft daar opmerkingen over? Mevrouw Snethlage en de heer Van den Berg. Mevrouw Snethlage: Het betreft A-22001. Ik wil wel de wijze van afdoening zo houden, ik wil alleen nog even meegeven dat de PvdA graag ziet dat als de inpassing op de huidige locatie blijft, er wel goed gekeken wordt wat het effect is op de omgeving, in verband met de verwachte toename in verkeersbewegingen, of dit mede om die reden wel echt mogelijk is. Daar horen we graag over terug van het college. De voorzitter: Dat is genoteerd. U geeft het mee. Dat is uw verzoek, dat wijzigt de afdoening verder niet. De heer Van den Berg: Het gaat mij om B-22025, het gaat om de wijze van afdoening, heel fijn dat het college iets met het projectplan van het Cultuurplatform wil doen, maar… De voorzitter: Ik hoor u zeggen 'B', dat is de volgende lijst. Maar dan is lijst A met de brieven van het college daarmee vastgesteld. Dan lijst B, dat zijn brieven die anderen dan het college naar u hebben gestuurd. Wie daarover? Ik heb mijnheer Van den Berg al genoteerd, anderen nog? De heer Zwaard. De heer Van den Berg: Nog even over B-22025, het antwoord daarop.
Dank voor het antwoord want het is heel belangrijk dat het platform weet waar het aan toe is, maar wanneer krijgt het platform daar iets over te horen? Want het duurt natuurlijk nog wel even voor ze een antwoord
kunnen krijgen. Is er een termijn te bedenken wanneer ze het antwoord kunnen hebben, zodat ze de komende zomer, als ze iets willen organiseren, ook weten waar ze aan toe zijn? Is daar een aanvullend antwoord op te geven? Dat is de vraag. De voorzitter: Het gaat hier natuurlijk eigenlijk over de wijze van afdoening en dat is dat u hem voor kennisgeving aanneemt, maar wellicht is daar een klein tipje van de sluier over op te lichten. Dan moet ik naar het college kijken, is dat mogelijk? Ik zie wethouder Renzen de microfoon pakken. Wethouder Renzen: Ja, voorzitter, dat is lastig omdat, het blijkt ook uit de beantwoording, er nu geen gelden hiervoor in de begroting zitten. Pas bij de jaarrekening worden die gelden die in de decembercirculaire zijn meegekomen van het rijk, vastgesteld. Dus vooruitlopend daarop kunnen we als college dat geld natuurlijk niet zomaar daaraan voorafgaand uitgeven. Er zou eventueel een mogelijkheid zijn middels een raadsbesluit, maar dan moet dat besluit wel worden genomen en we weten met elkaar dat de eerstvolgende raadsvergadering die er zal zijn, waarschijnlijk pas zal plaatsvinden in mei. De voorzitter: Dat is dan het tijdpad dat voorligt.
De heer Van den Berg: Kunt u dan daar een toezegging op doen, dat u denkt dat in mei wel zal lukken? Wethouder Renzen: Het college gaat hier wel mee aan de slag want we kijken er wel positief naar, maar de eerste mogelijkheid voor het college om dan een voorstel voor te leggen aan de raad, is dan in mei. De voorzitter: Daar kunnen we het bij laten, anderen nog op Lijst B? Ik had de heer Zwaard gezien. De heer Zwaard: Over B-22026, een schrijven van een initiatiefnemer van een aantal seniorenwoningen in Maasland. Ik zou kunnen zeggen 'met de beantwoording die we krijgen van het college, kan ik leven', maar ik wil daar wel bij aangeven dat het een trieste zaak is. Die mensen hebben 31 augustus 2021 een schrijven gestuurd aan de gemeente en een ontvangstbevestiging gehad en daar is het mee gestopt. U geeft aan dat u bereid bent om voor 28 februari a.s. te beantwoorden. Ik hoop wel dat dat niet schriftelijk is, maar dat u dan genegen bent om echt contact met die mensen op te nemen om uit te leggen hoe dit zo heeft kunnen lopen want deze mensen zijn hierover niet geamuseerd. De voorzitter: U geeft meer een opvatting over dit punt, dat is niet zozeer een vraag. De heer Zwaard: Nee, er zat wel een vraag in, mijn vraag was 'u wilt beantwoorden voor de 28e, graag mondeling en niet schriftelijk afdoen want dit verdient even meer aandacht', denk ik.
De voorzitter: Ik kijk naar de wethouder op dit punt. Ik kijk ook even naar de techniek want ik had wat moeite om de heer Zwaard te verstaan en ik weet niet of dat ook bij anderen zo is. De publieke tribune kan volgens mij ook niets verstaan en dat is volgens mij niet hoe het moet zijn. Dus laten we daar even goed op letten en kijken of iedereen te verstaan is. En graag goed articuleren. Wethouder Renzen: Het is denk ik goed om de raad te informeren met betrekking tot de inhoud van de brief van augustus, dat ik eenzelfde soort e-mail heb ontvangen al in februari vorig jaar en eigenlijk vrijwel meteen daarna ook telefonisch contact heb gehad met de initiatiefnemer. Dat blijkt ook wel uit het schrijven van augustus want daarin lees ik ook eigenlijk terug wat ik daar heb besproken met de initiatiefnemer. En ik ben in dat telefoongesprek ook helder geweest over wat we vanuit het college kunnen betekenen voor deze initiatiefnemer, maar ik ben uiteraard bereid om nog een keertje telefonisch te spreken met deze initiatiefnemer. De voorzitter: Dat is genoteerd. De heer Zwaard.
De heer Zwaard: Dan vind ik dat een prima antwoord. De voorzitter: Dan zijn we bij lijst C over de beantwoording schriftelijke vragen Reglement van Orde artikel 42. De heer Moerman, heeft u daar nog iets aan toe te voegen? De heer Moerman: Ik voeg daar graag iets aan toe. Op 23 november hebben we een aantal schriftelijke vragen aan het college gesteld over wat wij aan preventieve jeugdzorg doen. De jeugdzorg is een van de meest besproken onderwerpen in, denk ik, alle gemeenteraden in Nederland. De oorzaak daarvan is waarschijnlijk dat de kosten de afgelopen jaren gigantisch zijn opgelopen. Om een duidelijke mening te kunnen vormen als raad over onze aanpak als gemeente op het gebied van jeugdzorg en preventie binnen de jeugdzorg is transparantie en de juiste informatie enorm belangrijk. Wat doen we en waarom doen we dat? Daarom vragen we als VVD Midden-Delfland al langer om de feiten en de cijfers, zo ver die beschikhaar zijn. Ik wil daarom het college bedanken voor het beantwoorden van alle vragen, uitvoerig. Ik kan me voorstellen dat de beantwoording best wat tijd en inzet heeft gevraagd dus ook dank aan alle mensen die daaraan hebben meegeholpen. We zijn blij dat er de afgelopen tijd goede stappen zijn gezet en worden gemaakt, ook binnen het Maatschappelijk Team. Er komt steeds meer informatie beschikbaar over wat we doen en waar we ons geld aan uitgeven.
Dit hebben wij laatst ook in een presentatie van het Maatschappelijk Team mogen zien. De uitgebreide beantwoording van onze vragen geeft nog meer inzicht in wat we precies doen aan preventie en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Nogmaals, dank daarvoor. Wij willen het college vragen of we als raad ieder jaar op deze manier geïnformeerd kunnen worden over de preventie die we inzetten in de jeugdzorg, waarbij de opzet die is gebruikt voor de beantwoording van onze vragen als een soort basisdocument kan worden gebruikt. Dus: wat doen we, in welke frequentie, het aantal deelnemers en de kosten en het doel van die preventie. Dat was mijn verhaal en ook meteen een vraag aan het college. De voorzitter: Dan ga ik naar het college voor een antwoord Wethouder Ten Have: Ik denk dat we kunnen proberen bij de begroting iets meer inzicht te geven en ik weet niet of dat in deze uitgebreidheid moet, of dat een beetje binnen het stramien past. Maar het is fijn dat de VVD tevreden is met het antwoord. Het was nog fijner geweest als de VVD eerst de vraag had gesteld, alvorens daar een oordeel over te geven, want ik roep wel in herinnering dat uw fractievoorzitter het had over 'geldsmijterij' en dat ik in reactie daarop al wat feitelijke informatie heb gegeven.
Ik ben blij dat u daarna ook gewoon gevraagd heeft hoe het precies zit en dat u nu ook weet hoe het zit en dat dat wellicht leidt tot een ander oordeel. De voorzitter: Ik kijk eerst even naar de vragensteller of daar een reactie op komt en dan kijk ik naar de andere raadsleden. De heer Moerman: Dank aan de wethouder voor het antwoord. Ik kan natuurlijk niet voor mijn fractievoorzitter spreken maar ik denk dat hij daarmee wilde benadrukken hoe belangrijk het is de juiste informatie te hebben om ook daadwerkelijk te kunnen oordelen. Het feit dat het vrij lang heeft geduurd werd misschien op die manier zo verteld. Dus dank u, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb nog wel een vraag aan mijn collega van de VVD. De wethouder heeft er net al iets over aangegeven want ik kan me ook herinneren dat er tijdens de begrotingsbehandeling inderdaad door uw partij is aangegeven dat het, met name voor preventie, geldsmijterij zou zijn. Ik ben nu heel erg benieuwd, en dat heb ik u nog niet horen zeggen, hoe staat u daar nu in als u kijkt naar de beantwoording van de vragen? Staat u daar nu anders in? Neemt u daarin uw woorden terug dat het geldsmijterij is geweest? Of niet? Daar ben ik benieuwd naar, dank u wel. De voorzitter: De heer Moerman.
De heer Moerman: Ten eerste heb ik zelf nooit gesteld dat het geldsmijterij was. Misschien is die suggestie wel gewekt maar nu kunnen we pas oordelen… De voorzitter: Er geldt eigenlijk bij dit onderwerp dat er geen interrupties worden toegelaten, het is echt een gereguleerd vragenpatroon. Ik wil de heer Moerman zijn vraag laten beantwoorden. De heer Moerman: Dank u voorzitter. Zoals ik al zei, we zijn blij met de informatie die we nu hebben en ik denk dat die informatie heel belangrijk is en juist goed kan dienen om een toekomstige politieke discussie eventueel over preventie, over wat we doen, goed te kunnen voeren. Dat was voornamelijk het belangrijkste doel van deze vragen, inzicht en gewoon een goede basis voor een politieke discussie op de inhoud van al die verschillende types preventie. Dat zijn er zo veel, dat is een beetje te veel om daar nu op in te gaan. De voorzitter: Is er nog een vraag die is blijven liggen, dan kan dat nog. Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik hoorde de heer Moerman aangeven dat hij niet heeft aangegeven dat er sprake is geweest van geldsmijterij. Maar dat is wel uw partij geweest. U hoort ook bij die partij en ik vind het zelf wel een beetje makkelijk dat u nu zegt 'dat heb ik niet gezegd'. Uw fractie heeft dat wel aangegeven en dat wil ik toch nog wel even gezegd hebben.
De voorzitter: Dat heeft u dan gezegd, maar u laat het daarbij? De heer Moerman: Dan heb ik dat iets anders geïnterpreteerd dan het CDA, maar ik denk niet dat we ooit hebben gezegd 'alle preventie is geldsmijterij'. Misschien is dat bij sommigen zo over gekomen. De voorzitter: Dit is bedoeld om vragen te stellen en antwoorden te geven en opvattingen vallen daarbuiten dus volgens mij kunnen we het er nu bij laten en zijn we aan het eind van dit agendaonderdeel gekomen. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Het spreekrecht voor belangstellenden staat op de agenda. Er zijn wel belangstellenden maar niemand heeft zich aangemeld om te spreken en ik kijk nog even of dat zo is? Dat is helemaal goed, de griffier houdt dat altijd keurig netjes bij.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Kunt u akkoord gaan met deze voorgestelde agenda? De heer Jongsma heeft daar een opmerking bij. De heer Jongsma: Ik wil graag een agendapunt toevoegen, een motie vreemd aan de orde van de dag. De motie heet Uniforme aanpak overlast zuipschuiten. Die wil ik graag op de agenda plaatsen. De voorzitter: Dat moet kunnen, die voegen we toe nadat alle bespreekpunten gedaan zijn. Dan wordt dat 8.a, motie vreemd aan de orde van de dag. De agenda wordt vastgesteld met toevoeging van een punt 8.a Motie vreemd aan de orde van de dag.
5.
Hamerstukken
5a. 5b. 5c.
Vaststellen van de notulen van de vergadering van 25 januari 2022 Voorstel VVGB Kwakelweg 13 te Maasland Voorstel financiële dekking voor uitvoeren van programma regionale aanpak ouderenzorg
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Voorstel tot bekrachtiging geheimhouding diverse documenten
6a.
Voorstel A: bekrachtiging geheimhouding informatie inzake Centrumplan Hoorn 6b. Voorstel B: bekrachtiging geheimhouding informatie Herontwikkeling De Hoornbloem Den Hoorn De voorzitter: Wenst niemand hierover het woord? Dan stellen we dat vast.
7.
Den
Voorstel VVGB Kwakelweg 1 te Maasland
De voorzitter: Wie wenst hierover het woord? Niemand? O, toch wel, een hele reeks nu. De heer Van Lier was de eerste, dan de heer Vieira, D66, de heer Van der Eijk, VVD, dan CDA, de heer Zwaard en dan de heer Buitelaar, OGP Midden-Delfland. Dan heb ik het rondje compleet. De heer Van Lier. De heer Van Lier: Goed dat het een bespreekstuk is geworden. We hebben nu beide partijen nog in de fractie kunnen aanhoren, dus we hebben beide kanten van het verhaal gehoord. Ik denk dat we te maken hebben met een communicatieruis en dat je het moet scheiden. Er is een handhavingsprobleem, maar de besluitvorming van vandaag gaat over de stal. Dus als we naar de stal zelf kijken, dan zeggen we 'het is een mooie stal van 100 m², de aanvraag is veertig schapen exclusief lammetjes'. Er zal wel gehandhaafd moeten worden, maar als Mijn Partij! zullen we in ieder geval voor dit besluit stemmen. Wel met verzoek 'handhaaf waar nodig'. De voorzitter: D66. De heer Vieira: Dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen die er leefden, het schept wat duidelijkheid en ik denk dat de heer Van Lier gelijk heeft dat er inderdaad twee dingen gescheiden moeten worden. Dus handhaving op bepaalde zaken en dus die schaapskooi. Toch hebben we twee verdiepende vragen. Het maximum aantal tegelijkertijd wil ik graag uit de mond van de wethouder horen.
Dat is dus veertig, exclusief de lammetjes die dan komen, is dat correct? En hoe ziet de handhaving er dan uit? En dan nog een vraag naar aanleiding van de beantwoording van de vragen. We hadden vragen over de schapen die nu in de tent zijn en daarbij staat 'activiteit moet onder de algemene regels vallen van het activiteitenbesluit en meldingsplicht. Er is tot op heden nog geen vergunning verleend en geen melding verricht'. Gaat dat over het houden van de schapen op dit moment? Moet er nog van de milieudienst een vergunning komen om überhaupt daar schapen te houden, want dan zouden we instemmen met een schaapskooi terwijl er geen vergunning is. Ik maak sowieso uit het stuk op dat er voor de kippen sowieso een toetsing gedaan wordt en dat daar later op teruggekomen wordt. Ik wacht graag de beantwoording van de wethouder af. De voorzitter: Dat gaan we aanstonds horen. De heer Van der Eijk, VVD. De heer Van der Eijk: Veertien dagen geleden was hier een aantal insprekers, die schetsten een situatie waar zij niet blij mee waren. In de situatie zoals die geschetst werd door de insprekers zou ik daar misschien ook niet heel blij mee zijn. Wij hebben ook wederhoor gedaan. Ik had de initiatiefnemer uitgenodigd en volgens mij is hij ook bij alle fracties langs geweest. Maar dat weet ik niet precies.
Bij ons is hij in ieder geval langs geweest en daarbij werd een ander verhaal geschetst. Misschien ligt de waarheid een beetje het midden. De gemeenteraad is er eigenlijk niet echt om burenruzies op te lossen. Dat moeten de buren eigenlijk met elkaar doen en eigenlijk is het beter om gewoon met elkaar te communiceren en geen ruzie te maken. Dit gezegd hebbende kijken we eigenlijk naar een verklaring van geen bedenkingen voor een schapenstalletje. Wij hebben daar geen bedenkingen bij. Dat neemt niet weg dat de insprekers die wij veertien dagen terug hadden, het recht hebben om hun mening te laten horen, want zij kunnen hierop een zienswijze indienen, wat tot gevolg heeft dat we dit weer terug krijgen. Dat heb ik veertien dagen geleden ook gezegd. Ik hoorde mijn voorganger spreken over handhaven en de VVD gaat ervan uit dat de initiatiefnemer binnen zijn vergunning zijn activiteiten ontplooit en dat hij dan geen problemen zal hebben op vergunbare regelgeving. Dus wij zijn akkoord met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Zwaard, CDA.
De heer Zwaard: Zoals mijn voorgangers al verteld hebben, ook wij hebben gesproken met zowel de initiatiefnemer als de buren die veertien dagen geleden ingesproken hebben. Twee kanten, twee verhalen. Het zou de buurt wel sieren als ze toch met elkaar in contact treden en kijken of ze als echte buren met elkaar kunnen leven. Daar zijn twee partijen voor nodig, dus die nodig ik daartoe van harte uit. We hebben het over de verklaring van geen bedenkingen, over de lammerenstal, die stal die wat ons betreft een verbetering van de situatie geeft. Ik denk dat het voor de initiatiefnemer makkelijker is om daar de boel open en rein te houden, dan in een tent waar geen vaste bodem onder lig. Dus ik denk dat het qua efficiëntie ook beter werken is. Het past mooi in het gebied. De andere kant is het handhaven, maar daar hebben we het hier niet over. Dat hebben mijn voorgangers ook al gezegd, daar kan ik het volledig mee eens zijn. De regels moeten gehanteerd en gehandhaafd worden, daar waar dat nodig is. Voor de lammerstal op zich, de verklaring van geen bedenkingen, daarmee kunnen wij akkoord gaan. De voorzitter: Akkoord. De heer Buitelaar. De heer Buitelaar: De OGP Midden-Delfland vindt de ontwikkeling van de schaapskooi op deze locatie in de basis een goede ontwikkeling en het plan is naar ons idee voldoende onderbouwd.
En in vergelijking tot de huidige tenten biedt de schaapskooi meer mogelijkheden om diervriendelijk te werken met een vaste vloer. In de commissie hebben eigenlijk al uitgebreid gesproken over het feitelijke gebruik momenteel en de overlast en ook wij hebben in de tussenperiode, tussen twee vergaderingen, gesproken met de initiatiefnemers en de directe buren. Het is inderdaad jammer om te merken dat de onderlinge verhoudingen momenteel niet goed zijn in dit mooie hoekje van de gemeente. Echter, dat is geen argument voor dit ruimtelijke vraagstuk. Zoals de heer Van der Eijk al schetste, als er nu zienswijzen volgen, komt het alsnog nog een keer in dit forum terecht en wellicht kunnen de initiatiefnemer en de buren deze periode gebruiken om wellicht de verhouding te herstellen en er onderling uit te komen, zodat er geen zienswijze wordt ingediend. Dat zullen we merken, maar wij kunnen instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dan kijk ik naar de wethouder, mevrouw Smit. Wethouder Smit: Het klopt inderdaad wat de heer Vieira van D66 zegt, het gaat om veertig schapen tijdens de lammerperiode dus exclusief lammeren en het klopt inderdaad ook dat het feitelijk twee aparte trajecten zijn. U geeft een omgevingsvergunning af voor de bouw van deze stal en de activiteit die daarin plaatsvindt, is meldingplichtig.
Dat kan gecombineerd worden, dus die melding binnen het activiteitenbesluit combineren we dan met deze vvgb-procedure, maar naar alle waarschijnlijkheid, dat zegt de heer Van der Eijk ook, zal wel een zienswijze worden ingediend door de buren. Dus het komt sowieso nog een keertje te bij u terug. We hebben natuurlijk wel advies van de milieudiensten, van de Omgevingsdienst Haaglanden ingewonnen met betrekking tot deze bedrijfsmatige activiteit en daaraan voldoet deze aanvraag. Dus u hoeft zich geen zorgen te maken dat op dit punt straks alsnog iets scheef gaat. De voorzitter: Oké. Ik kijk even rond voor de tweede termijn. Zijn er sprekers in de tweede termijn? De heer Vieira. De heer Vieira: Dank voor het beantwoorden van de vraag. Dat was natuurlijk wel een belangrijk punt. Ten eerste de bevestiging met die aantallen, dat we weten dat dat niet veel verder uitloopt omdat het voor de omgeving ook prettig moet zijn. En het tweede is dat het inderdaad vreemd zou zijn als we op een gegeven moment een kooi hebben staan en vervolgens die schapen niet kunnen. Dus als dat inderdaad gecombineerd wordt en dat gaat dan goed, onder die voorwaarde zijn we nu akkoord. Inderdaad mocht de omgeving alsnog problemen hebben, dan kan altijd nog een zienswijze worden ingediend. Dus we stemmen in.
De voorzitter: Dan kijk ik rond, geen sprekers vergeten? Kan ik dan vaststellen dat u akkoord gaat met dit voorstel? Dat is het geval. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
8.
Voorstel stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan Maaslandse Zoom
De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 8 en er wordt even wat van plaats gewisseld. Als iedereen weer een plek aan tafel heeft, gaan we het hebben over het Voorstel stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Maaslandse Zoom. Wie mag ik daarover het woord geven? Zal ik het rondje maar aflopen, dan heeft iedereen de gelegenheid het woord te voeren en dan begin ik bij het CDA, de heer Zwaard. De heer Zwaard: Het plan Maaslandse Zoom. In de commissie hebben we het er uitgebreid over gehad. Het grootste deel van het plan vinden we een heel mooi plan. Dat hebben we ook toen gezegd. We hebben echter nog steeds wel moeite met de hoogte van het appartementengebouw dat daar achteraan komt te staan. We hebben in de commissie gevraagd aan het college, aan de wethouder, wat zouden de consequenties zijn als er een laag vanaf gaat? Kunt u dat ruimtelijk en financieel inzichtelijk maken? Het is voor ons nog steeds een punt. Wij vinden dat kolossale gebouwen worden. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Ik hoor de heer Zwaard zeggen 'liever lager', en ik zie hem in stellingen over de woningtekorten in Midden-Delfland vooral stellen 'als het kan, af en toe een verdiepinkje erop'. Dus vanwaar deze verandering van standpunt in dit project? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dat ziet u een beetje verkeerd, denk ik.
Met een verdiepinkje erop kunnen we best leven, maar in onze optiek zou dit plan er beter uitzien als het een laagje minder zou wezen want dat wordt een kolossaal gebouw. De wethouder had het in de commissie over een appartementsgebouwtje, maar dat wordt het niet, het wordt een kolossaal gebouw, dus het zou ons wat waard zijn als die etage eraf zou kunnen. Onze vraag was ook duidelijk bedoeld als 'wat zijn de consequenties als die laag eraf gaat?' Wellicht zijn er dan elders in het plan twee levensloopbestendige woningen terug te plaatsen. We zijn nog steeds heel benieuwd naar de beantwoording van het college en de wethouder, naar hoe zij hiernaar kijken en of dit een handreiking is of een oplossing kan bieden. Dus we zijn benieuwd naar de antwoorden van het college wat dat betreft. Dat zijn eigenlijk de vragen die we hebben bij dit plan, de erfdienstbaarheid en het overpad heeft u aangegeven, dat wordt aan de voorkant geregeld en dat is voor ons ook een heel belangrijk punt. Daar heeft u voldoende beantwoording op gegeven, maar naar deze beantwoording zijn we nog steeds benieuwd. De voorzitter: De vraag is genoteerd, een etage eraf, wat zouden de consequenties zijn? Dan gaan we naar de heer Gebben, VVD.
De heer Gebben: We hebben in de commissie al aangegeven het een heel mooi plan te vinden en we hebben aangegeven dat we ook positief stonden tegenover dingen die nu voorliggen. Eerlijk gezegd begrepen wij de discussie die ontstond twee weken geleden niet zo goed. Wij hebben namelijk eerder gesproken over de uitgangspunten van dit plan en die hebben we vastgelegd in het gebiedspaspoort en daar heeft deze raad mee ingestemd. Dus de discussie die ontstond, was eigenlijk wel een beetje verbazingwekkend. Wat ons betreft. De voorzitter: Er is een interruptie van uw buurman. De heer Zwaard. De heer Zwaard: Inderdaad, als u in het gebiedspaspoort kijkt, staat er nergens 5,5 hoog, daar wordt gesproken over drie tot vier verdiepingen dus vandaar dat die discussie veertien dagen geleden ontstond. Wat vindt u daarvan? Om te eindigen met een vraag. De voorzitter: De heer Gebben, gaat u verder. De heer Gebben: Ik dacht al dat u dat zou vragen. Een laagje erop vinden we niet zo'n probleem. Ik ben het eens met de heer Knaap die zegt 'wij willen met z'n allen graag wat meer woningen bouwen in Midden-Delfland. Dan zul je ergens concessies moeten doen en een concessie is soms
een laagje bovenop'. En wij hebben daar als VVD geen probleem mee. Het wordt wat anders als het tien lagen wordt, maar bij 4,5 naar vijf, want 4,5 is ook op de Commandeur gebouwd, denk ik 'dat halfje erbij zien wij niet echt als een heel groot probleem'. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Zwaard. De heer Zwaard: Ik hoor wat u zegt, maar u refereert net zelf aan het gebiedspaspoort en met deze 5,5 etages gaan we gewoon buiten het gebiedspaspoort. Bent u dat met mij eens? De heer Gebben: In theorie heeft u daar gelijk in, maar we zitten er ook beiden mee dat we graag meer woningen willen bouwen en dat hebben we toen ook aangegeven. Toen stonden er volgens mij tachtig woningen en nu gaan we naar 104, dat zijn er al 24 extra. Ik denk dat we daar als gemeente heel erg op zitten te wachten. Dus in theorie heeft u gelijk, maar we willen ook graag doorpakken met het aantal woningen dat we hier bouwen en dit lijkt me een mooie manier om dat te doen. Het alternatief is zoals Mijn Partij! zegt 'we gaan het gewoon helemaal dichtbouwen en dat er wat groen verloren gaat, of flink wat groen verloren gaat, vinden we niet zo heel erg want je loopt de straat uit en je staat in het weiland. Dan heb je ook groen'. Dat vinden we ook niet helemaal de goede manier.
Wij zien dat wat nu ontstaat een mooie groene wijk is die past bij Maasland en die gewoon ook flink wat woningen oplevert waarvan ook nog eens 40% in de betaalbare categorie. Dus ik denk 'allemaal winstpunten, dus wat ons betreft, kunnen we hier gewoon mee akkoord gaan'. De voorzitter: Dan ga ik door naar D66. De heer Vieira. De heer Vieira: Refererend aan de vorige sprekers. Als het om vier verdiepingen hoog gaat, op meer plekken in Maasland heb je vier verdiepingen hoog en sta je 100 meter in de polder, dan heb je situaties waar er bomen voor staan en dan zijn de gebouwen in de praktijk bijna niet te zien. Dus wij hebben als D66 geen problemen met die vier lagen. Wij vinden het ook gewoon heel belangrijk dat er voldoende woningen gebouwd worden. In die zin vinden we dat het aan het begin van de wijk nog best wel ruim is opgezet. Wij denken dat daar echt wel nog wel een percentage bij zou kunnen. Dat is een vraag aan de wethouder: ziet u toch nog wat mogelijkheden om daar net wat meer te gaan doen? Een tweede aspect waar wij ons zorgen om maken is het prijspeil.
We hebben natuurlijk de Woonagenda waarin bepaalde regels zijn vastgezet, maar als we kijken wat er in het vorige college is aangegeven, in hetzelfde gebied, aan dezelfde ontwikkelaar, is er gezegd 'bouw tot € 200.000,00 € 250.000,00 en € 350.000,00.' We zien hier dat er gezegd wordt 'er wordt 40% onder de € 350.000,00 gebouwd, maar 60% is daarboven, zonder limiet en dat vinden wij, op het moment dat wij betaalbare woningen willen neerzetten, zorgwekkend. Dus de tweede vraag aan de wethouder is of zij met de ontwikkelaar daar afspraken over kan maken zodat het binnen de perken blijft want bij betaalbaar denken wij echt wel aan woningen onder de € 450.000,00 tot € 500.000,00. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Roeling, Mijn Partij! De heer Roeling: Het is in ieder geval goed dat we spreken over een woningbouwplan. Maaslandse Zoom. Wij hebben daar natuurlijk al kritisch naar gekeken een keer tijdens de commissievergadering en de reactie in het raadsvoorstel loopt eigenlijk verder van ons vandaan. Gingen we bij het gebiedspaspoort uit van een uitgiftepercentage van 50%, inmiddels is dat gedaald naar 45%. Ik ben het met sommige voorgaande sprekers eens, als wij als gemeente de intentie hebben om te bouwen en er te zijn voor onze inwoners, voor starters, kom dan niet met zo'n plan. Het mankeert aan uitgiftekavels, het uitgiftepercentage is veel te laag.
Daar kan veel meer mee gedaan worden. Dat kan gewoon inhouden dat je meer woningen kunt bouwen. En een gebiedspaspoort is een mooie artist impression voor de provincie. Maar dat komt natuurlijk niet helemaal overeen met de werkelijkheid. We zijn er inmiddels wel van overtuigd, allemaal neem ik aan, dat er meer gebouwd moet worden en als de kans zich voordoet, moet je die met beide handen aangrijpen. Dus dat vinden wij onvoldoende in dit plan. Daarnaast hebben wij ook aangegeven in de commissievergadering dat als we woningen betaalbaar willen houden, dus die zo lang mogelijk binnen onze doelgroep willen houden, we al verschillende
instrumenten hebben en daar hebben we er eentje aan toegevoegd. Dat is: kijk voor de sociale sector naar de drie belangrijkste criteria voor een woning en dat zijn locatie, materiaalkeuze en detail. Kijken we naar dit plan, dan is het vooral met een metalen pijp, tot duur hout, et cetera. Wij zijn van mening 'wil je de doelgroepwoningen langer binnen die doelgroep behouden, dan moet je ook daarnaar kijken'. De reactie van de wethouder was 'ik vind dat niet mooi'. Dan denk ik 'wat heb ik daaraan?' Ik zou toch graag willen dat in de volgende periode ook dat soort kwesties meegenomen wordt. Ik snap dat het vanavond allemaal niet te regelen valt. Maar dat zijn natuurlijk wel essentiële punten waarop wij van mening zijn dat je onderscheid maakt, maar dat is een onderscheid waar we allemaal wat aan hebben, althans, de doelgroep. Dan komen we tegen 'recreatie, wandelpaden'. Vroeger noemden we dat stoep. Het zijn allemaal van die dingen. Ik snap het wel. Die architect en de landschapsarchitect zullen genoten hebben van dit plan, maar dat is niet waar onze inwoners behoefte aan hebben en dat missen wij te veel. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik heb een vraag aan de heer Roeling.
U hebt hier een aantal keer gezeten met een rangschikking van onze gemeente op de lijst van groene gemeenten en uw punt daarbij was altijd 'het groen in onze dorpen is veel en veel te weinig'. Nu gaan we een nieuwe wijk bouwen en dan zegt u 'haal al het groen er maar uit en bouw het zo veel mogelijk vol'. Hoe verhoudt zich dat dan? Bent u bent u van mening veranderd wat dat betreft? De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Nee, we zijn niet van mening veranderd. In tegenstelling tot u hebben we wel nuance aangebracht. We hebben nooit gezegd 'al het groen moet eruit'. Zeker niet bij dit plan, ik denk dat een heel goed voorbeeld is hier aan de overkant, Bijsterveld heet de wijk meen ik. Ik vind dat een voorbeeld van hoe het niet moet. Daar heb je weinig tot geen groen en dat zijn bijna Vinex-locaties, dat heeft niet onze voorkeur. Maar wat de Maaslandse Zoom nu inhoudt, is bijna het tegenovergestelde. Ik hoor bij Bijsterveld bijvoorbeeld nooit over een zinloos bruggetje 'wie gaat dat onderhouden?' Kortom, er is wat ons betreft meer nuance dan de VVD noemt. Dat al het groen eruit moet, hebben wij nooit gezegd, bij geen enkel plan. En in deze wijk, de Maaslandse Zoom, struikel je twee keer dan sta je in het buitengebied. Het is ook maar hoe je het benadert. Dus wij zijn niet van standpunt veranderd. De voorzitter: De heer Gebben.
De heer Gebben: Klopt het dat u zegt 'als je aan de buitenkant van Maasland woont, heb je recht op minder groen in de wijk omdat je dan, als je de straat uitloopt, toch in het weiland staat'? De heer Roeling: Ja, ik vind dat hetzelfde geldt voor Keenenburg IV, uit mijn hoofd, verderop. Daar is het hetzelfde verhaal. Je loopt de straat uit en je staat in het buitengebied en dat is ook groen en daar zijn ook recreatiemogelijkheden, wandelpaden, et cetera. Dus je moet het allemaal een beetje in ogenschouw nemen. Dus we zijn nog steeds niet veranderd van standpunt voorzitter. Ik moet de heer Gebben teleurstellen. Wat hadden we nog meer? We hebben ook al eens nagedacht over hoe we het college kunnen helpen om tot een hoger uitgiftepercentage te komen. Aan de andere kant denken we ook 'wij zijn het college niet, laat ze er zelf maar mee komen'. Maar we hebben niet de indruk dat daar beweging in komt. Kortom voorzitter, wij willen een woonwijk en geen villawijk. Daarom zullen we tegen dit voorstel stemmen. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Wij zijn juist wel blij met het groen in de wijk en als reactie op de kolossaliteit van de grote woningen, van de torens, zullen we maar zeggen, zeggen wij: hoe groot zo'n woontoren wordt, is afhankelijk van hoe groot je de appartementen maakt. Maak je kleine appartementen, dan nemen ze minder ruimte in.
De voorzitter: Een interruptie van de heer Zwaard.
De heer Zwaard: Als ik goed luister, hoor ik u zeggen 'als de appartementen kleiner worden, wordt het gebouw ook lager'. Kunt u dat uitleggen? Mevrouw Snethlage: Ik wil de heer Zwaard wel uitleggen dat er drie dimensies zijn, lengte, breedte en hoogte. Als je de hoogte hetzelfde houdt en je maakt de lengte en de breedte kleiner, is het volume minder. Dat is waar ik het over had. Het volume wordt minder als je kleinere appartementen maakt. Je kunt ook meer appartementen maken op hetzelfde grondoppervlak en het lager maken. Dat kan natuurlijk ook. En zoals helder is, de PvdA is van mening dat een van de punten waarmee je woningen binnen de betaalbaarheid kunt houden, is door ze kleiner te maken. In de gemeente zijn er heel wat mensen die daar behoefte aan hebben. Zowel senioren als starters. Dus onze suggestie is, kijk daarnaar, wat je kunt doen. We hebben eerder een plan gehad waarvan een bepaalde fractie zei dat dat niet veranderd zou kunnen worden, omdat het dan langer zou duren. En daar staan nu ook kleinere appartementen, dus wij hebben een goede hoop dat hernieuwd inzicht ook hierin mogelijk is. De levensloopbestendige woningen. Ja, je kunt ze niet direct voor senioren alleen bestemmen helaas. Maar er zijn natuurlijk ook jongeren die levensloopbestendige woningen nodig hebben. Dus laten we daar positief over denken.
Of de doorstroming met deze woningen goed op gang gaat komen, daar zijn natuurlijk vraagtekens over en het zou mooi zijn als het werkt. Of de prijzen van de woningen niet te hard gaan stijgen? We draaien ons om en ze zijn meteen allemaal boven een betaalbaar geheel, dat is wel de verwachting. Ik hoop ook dat dat niet zo zal zijn. Maar vooralsnog denken we dat dit een mooi plan is waarin een aantal punten aangepast kan worden. De voorzitter: En dan nog even een interruptie van de heer Vieira. De heer Vieira: Ik hoor mevrouw Snethlage meerdere keren het woordje 'hoop' gebruiken 'ik hoop dat het kleiner wordt, ik hoop dat het…'. Een hele opsomming en die heeft u zelf kunnen horen. Heeft u ook een concrete vraag aan de wethouder of hoe denkt de PvdA te realiseren dat het kleiner wordt? De voorzitter: Mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Ik wilde inderdaad die vraag nog stellen aan de wethouder. Wat zijn de mogelijkheden om de appartementen nog te verkleinen en daarmee inderdaad de kolossaliteit van de grote gebouwen ook te verkleinen? Eventueel met een verdieping te verlagen, waarbij het geheel natuurlijk wel wordt behouden en daarbij inderdaad, de vraag met welke mogelijkheden wil de wethouder aan het werk gaan om woningen beter op hun prijs te houden? De voorzitter: Dan gaan we naar OGP Midden-Delfland, de heer Knaap.
De heer Knaap: Er is in de commissie inderdaad al veel over gezegd en net in de raad ook weer. Vanuit het gebiedspaspoort moet ik toch wel complimenten geven aan het college en ook aan de ontwikkelaar, dat ze toch echt hun best hebben gedaan om binnen de grenzen van wat wij allemaal van ze gevraagd hebben in het gebiedspaspoort het uiterste te realiseren of in ieder geval een goed plan neer te leggen, want er zijn meer woningen gekomen. Er is een diverser aanbod van die woningen. Er is ruimte voor groen, maar dat is ook goed voor het klimaatadaptief bouwen. Dus in die zin ben ik het niet eens met de heer Roeling want klimaatadaptatie kost ook gewoon ruimte. Dat is wel direct woongenot, het groen voor je deur, dus dat vinden wij belangrijk. Dus wat dat betreft, goed dat dit zo verder is uitgewerkt. Wij hebben meer vragen over het vervolg, want dit is een groot plan. Dit is ook een groot plan voor Maasland. Dan is dus de volgende vraag: hoe gaat het college ervoor zorgen dat deze woningen ook terechtkomen bij de mensen waarvoor we ze eigenlijk allemaal zo graag willen bouwen? Dat zijn de inwoners van Maasland. En als ik kijk naar het rijtje, dan heb ik gewoon vier categorieën gemaakt: zestien sociale huurwoningen. Als Midden-Delfland goed zijn best doet, kunnen er in ieder geval vier en misschien iets meer rechtstreeks bestemd worden voor eigen inwoners.
De vraag aan het college is: wilt u erop sturen dat dat er ook zo veel mogelijk zijn? De tweede categorie zijn de sociale koop en betaalbare koop. Dat zijn 26 woningen. Welke instrumenten gaat u als college inzetten uit die mooie lijst van twintig, ik heb ze hier, die u ons allemaal heeft
toegestuurd in december, om ervoor te zorgen dat die woningen ook daadwerkelijk bij onze eigen mensen terechtkomen? Dan gaan we al naar de wat moeilijkere categorie: achttien rijwoningen, 34 appartementen. Die zullen wat hoger in prijs zijn en ik hoop dat het lukt om ze betaalbaar te houden voor onze eigen inwoners. Maar dezelfde vragen zijn daar natuurlijk van kracht: welke instrumenten gaat u inzetten om die woningen juist voor de inwoners van Maasland, danwel Midden-Delfland beschikbaar te krijgen? De laatste categorie, twee-onder-een-kap, acht en twee vrijstaand. Er zijn vast een paar wat meer kapitaalkrachtige Maaslanders die graag bereid zijn daar te gaan wonen. Dus als je dat bij elkaar optelt, kom je toch tot bijna 100 woningen voor eigen mensen.
De vraag aan de wethouder: bent u bereid om alle instrumenten die ons heeft toegestuurd in december nog eens een keertje tegen het licht te houden en dus bijvoorbeeld privaat, dan wel publiekrechtelijk een zelfbewoningsplicht in te stellen voor deze woningen? Bent u bereid om te kijken of u toch niet met een inschrijfsysteem voor eigen mensen kunt werken, zodanig dat als uiteindelijk niemand reageert op bepaalde woningen, de ontwikkelaar ze dan pas voor anderen beschikbaar stelt? Bent u bereid om het erfpachtinstrument in te zetten? Bent u bereid om te kijken of misschien toch een aantal woningen onder de niet-DAEB-categorie kunnen vallen en bij een sociale verhuurder kunnen worden ondergebracht, zodat ze ook bereikbaar blijven voor onze eigen inwoners? Want dan stijgen de huren ook niet zo hard. Op die vragen zouden wij graag een antwoord hebben. De voorzitter: Dank u wel, dan heb ik de eerste termijn van de gemeenteraad volgens mij helemaal gehad. Dan ga ik naar wethouder Renzen voor een reactie. Wethouder Renzen: Maaslandse Zoom, er is eerder een gebiedspaspoort vastgesteld en daar zitten aardig wat randvoorwaarden en eisen aan die allemaal zijn meegenomen in dit plan.
Als eerste even als antwoord op de vraag van de heer Zwaard: wat betekent het nou wanneer wij nu met elkaar zeggen 'er moet een laag vanaf?' Dat betekent dat we toch ook wel gaan afwijken van het gebiedspaspoort, deels. In het gebiedspaspoort is opgenomen 'vier lagen plus kap', dus dat is bij elkaar opgeteld vijf woonlagen, als je de kap meetelt. Nu moet ik natuurlijk de heer Zwaard gelijk geven, wanneer die dan zegt, 'ja, maar nu komt er ook nog eens halfverdiept parkeren onder'. Dat klopt. We zien ook dat elders in Maasland de appartementengebouwen ongeveer 4,5 laag hoog zijn. Hier gaan we een laagje opzetten. Overigens wordt die vijfde laag wel teruggelegd gebouwd, waardoor die naar mijn mening veel minder opvalt. De kap begint al bij de vierde laag, dus de uitstraling zal een stuk zachter zijn dan je elders ziet bij gebouwen die gewoon echt vijf volwaardige woonlagen krijgen. De consequenties. Als de raad zegt 'het moet er echt van af', betekent het toch dat je het elders in het project in ieder geval financieel moet compenseren.
De heer Vieira opperde al 'zou er niet al aan het begin van de wijk wat meer verdicht kunnen worden?' Mijn antwoord daarop is nee, want we hebben nou juist in dat gebiedspaspoort vastgesteld dat het heel belangrijk is dat helemaal aan het begin sowieso een ruime groene zone blijft en dat we de wijk dan langzaam opbouwen met weinig bebouwing, nog wat los. Dat is ook de locatie, dat stuk ligt buiten de vroegere rode contouren. Dus daarvoor hebben we met elkaar vastgesteld dat daar weinig bebouwingsdichtheid mogelijk is. Naarmate we verder in de wijk komen, meer richting polder, wordt die verdichting groter. En natuurlijk moet ik ook gewoon zeggen dat de appartementengebouwen aan de polder enerzijds stedenbouwkundig qua uitstraling ook het statement van de wijk worden, maar dat het natuurlijk ook de financiële kostendragers zijn. Er zit hier 30% sociaal in, maar ook 10% betaalbaar. Dat moet ook gefinancierd worden. Wat er verder in de wijk zit, is natuurlijk dat er klimaatadaptief wordt gebouwd. Vrij, groen met een wadi erin. Aan dat alles hangt wel een prijskaartje. Overigens denk ik dat als je kijkt naar het dorpse karakter van Maasland, deze wijk gewoon ook een kwalitatief mooie toevoeging geeft aan het dorp zelf.
De heer Roeling zei 'wandelpaden, is dat allemaal wel nodig voor die ene wijk?' We maken hier natuurlijk ook meteen gebruik van het feit dat deze wijk tegen de polder aan ligt. Het is een van de laatste locaties in Maasland waar je echt nog veel huizen kwijt kan. Tegelijkertijd is het natuurlijk best gevoelig, ook richting ons. Het schuurt een beetje met ons eigen landschapsontwikkelingsplan. We bouwen een stukje in het groen. Dan is het ook wel logisch dat je juist ook iets teruggeeft door middel van woningbouw en het aanleggen van de wijk. Dat je ook voor de rest van de inwoners van het dorp die polder, het open groene gebied, dat wij met elkaar koesteren, wat meer het dorp binnenhaalt. Dus zomaar ergens een laag van afhalen heeft natuurlijk consequenties. Nu zouden we natuurlijk ook kunnen kijken naar 'haal dan het halfverdiept parkeren onder het gebouw uit', maar dat
betekent dat je dan het parkeren weer elders zou moeten compenseren in de wijk. Daarvan hebben we ook gezegd 'liever het parkeren opbergen in parkeerkoffers, zo veel mogelijk uit het zicht en houd dat middengebied, waar we een enorm mooie zichtlijn richting de polder behouden, vrij van auto's'. Dat zit in het huidige plan en naar mijn mening rechtvaardigt dat dat we bij een appartementengebouw iets meer de hoogte in gaan, zodat we dat allemaal mooi geregeld hebben in deze wijk. Mevrouw Snethlage vroeg 'kunnen we niet gewoon wat minder appartementen doen, maar dan wat kleiner, binnen een kleiner bouwvolume?' Ja, dat kan natuurlijk. En als je dan het aantal woningen telt, dan klopt het ook nog. Dan houd je er evenveel, maar er hangt natuurlijk wel een ander prijskaartje aan. Dan refereer ik toch weer naar de financiële haalbaarheid date zo'n plan ook moet houden. De voorzitter: Mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Ik heb even gewacht tot de wethouder haar zin afgemaakt had, ik heb niet gezegd 'en minder appartementen, en kleiner'. Ik heb gezegd 'kleinere appartementen en dat levert natuurlijk meer appartementen op'. Als je dan wel wat meer doet, maar niet het volledig verdubbelt terwijl je de appartementen halveert, heb je natuurlijk wel meer appartementen. Dus is het verschil kleiner in wat ze kosten.
Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Renzen: Dat ben ik met mevrouw Snethlage eens, maar ik hoorde het net anders. Want volgens mij reageerde u op wat de heer Zwaard aangaf, namelijk dat het bouwvolume kleiner moet, en u gaf aan 'als je dan kleinere appartementen bouwt, kun je binnen een kleiner bouwvolume evenveel doen'. Maar dat gaat ten koste van de financiële haalbaarheid van dat plan. Dus als je naar kleinere gaat, maar dan meer, kom je volgens mij uit op hetzelfde bouwvolume. De voorzitter: Mevrouw Snethlage wil nog reageren op dit punt. Mevrouw Snethlage: Ik had het meer over een optimalisatie in het aantal appartementen waardoor je toch een kleiner volume kunt gebruiken en wel een aantal appartementen meer hebt, dat is dus wat anders dan of het ene of het andere uiterste. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Renzen: Ja, natuurlijk, dat ben ik met mevrouw Snethlage eens. Er zijn heel veel verschillende varianten en het gaat er uiteindelijk natuurlijk om dat er bij het ontwerp naar een aantal zaken wordt gekeken.
Waar is behoefte aan, hoe kun je het regelen met parkeren? Wat past in de bouwvolumes? Daar is vanuit de ontwikkelaar naar gekeken, op basis van de randvoorwaarden die wij met elkaar hebben meegegeven op basis van de voorwaarden die we hebben gesteld in het gebiedspaspoort, maar natuurlijk ook de kaders die wij hebben vastgesteld in onze Woonagenda. Binnen die kaders is een stedenbouwkundig plan gemaakt en dat ligt nu voor. De heer Knaap stelde vervolgens nog een vraag over 'wat gaat het college doen, welke instrumenten is het college bereid in te zetten om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk van deze woningen ook terechtkomen bij mensen uit de eigen gemeente?' Als college zijn we echt wel bereid om alle instrumenten serieus te bekijken. Ten aanzien van de sociale component kiezen we er sowieso vaak voor om juist bij nieuwbouwwijken het 25% percentage dat we lokaal mogen toewijzen dan ook in te zetten hiervoor. Het rijk is natuurlijk ook bezig te kijken of gemeenten meer kunnen doen met betrekking tot het toewijzen van woningen aan eigen inwoners en wij volgen dat. Waar mogelijkheden zijn, is het college zeer zeker ook bereid om zo'n instrument te gebruiken en in te zetten. De heer Zwaard refereerde ook weer aan de zelfbewoningsplicht.
Daarvan heb ik al eerder gezegd dat wij regionaal, binnen de regio Haaglanden ook kijken hoe je die zelfbewoningsplicht voor kleinere gemeenten ook kunt gebruiken, of het mogelijk is, aan welke voorwaarden je moet voldoen, et cetera. Ik denk dat… De voorzitter: Interruptie door de heer Knaap. De heer Knaap: Ik hoorde de wethouder zeggen 'wij onderzoeken dat', maar dat is nu juist wat ons zo veel zorgen baart. Ik weet niet of u de pers een beetje volgt, maar in Delft is ook
bijvoorbeeld en mooi appartementencomplex gebouwd. Dat heet de Pauwmolen, dat ligt aan de A13. Dat is ook in de raad geweest en daar komen woningen die betaalbaar zijn, vooral voor studenten en starters. Daar heeft gewoon een grote belegger dat gebouw gekocht en geeft halfjaarcontracten uit. Dus ik hecht wel aan die zelfbewoningsplicht en ik vind dat het college daarin heel erg voorzichtig is. Onze mening is, als je in Midden-Delfland wilt wonen, dan ga je er ook wonen, dan word je ook onderdeel van de gemeenschap en daarin mag best een beetje daadkracht blijken. Ik stoot liever vanuit Midden-Delfland een keer mijn neus omdat ik het zo hard geprobeerd heb dan dat ik eerst voorzichtig ga uitzoeken wat er nou eigenlijk mogelijk is. Dus bent u bereid om daar een stapje harder te lopen en ook iets verder te zetten? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Renzen: Mijn antwoord wordt er niet anders op. Ik vind niet dat we nu ineens hals over kop iets zouden moeten invoeren waar we de consequenties nog niet goed van kunnen overzien. Overigens is het een misvatting dat je een zelfbewoningsplicht zomaar zou kunnen opleggen op alle nieuwbouwwoningen. Als je zo'n instrument inzet, moet je ook goed juridisch borgen dat wat je doet dan ook kan. Daarnaast gaat uiteindelijk natuurlijk de gemeenteraad er ook over wanneer die zoiets als een zelfbewoningsplicht wil instellen.
Het is niet zo dat het college er opdracht toe heeft gekregen om dat in te stellen en daarmee dus aan de slag gaat. Dus het is niet zo dat wij hier hard mee bezig zijn. Het is wel zo dat wij de ontwikkelingen die hierover gaande zijn nauw volgen. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Ik wil toch mijn collega rechts van mij een beetje bijvallen. De zelfbewoningsplicht is in Delft op een heel aantal gebouwen in de Spoorzone gezet en daar zijn ze natuurlijk al een tijd mee bezig. Ik neem aan dat u met die collega's overlegt hoe dat werkt en hoe dat juridisch geborgd is. Heeft u die informatie? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ik kan zeggen dat we alle informatie die... Den Haag is hier eigenlijk in onze regio voorloper in en die informatie wordt met ons gedeeld. We hebben we als kleinere gemeenten binnen dezelfde regio aangegeven: onderzoek wat het voor ons betekent en hoe wij misschien ook een instrument als zelfbewoningsplicht zouden kunnen hanteren. Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: We gaan nog een tweede ronde doen, moet ik dat inventariseren of zal ik dezelfde volgorde doen? Als u niet het woord wilt voeren, dan voert u het niet en wilt u het wel, dan bent u aan de beurt. De heer Zwaard als eerste. De heer Zwaard: Wethouder, bedankt voor de beantwoording.
Al was ik u bijna bij de eerste zin al kwijt. Ik hoorde u zeggen 'als we teruggaan van vijf naar vier, dan verlaten we het gebiedspaspoort'. Ik denk dat we er dan juist ingaan, maar ik kon daarna de draad weer oppakken, dus dat terzijde. Een paar dingen. Wellicht is het de moeite waard om te kijken of we in plaats van halfverdiept parkeren, geheel verdiept parkeren toe kunnen passen bij het gebouw, dan zou het een stukje zakken. Het doet ons wel deugd dat we collega's horen praten over de zelfbewoningsplicht want we hebben enige tijd terug daarover een motie met die strekking ingediend. Daar konden we toen geen steun voor krijgen, maar we horen nu bij meerdere partijen dat dat toch begint te leven dus dat doet ons zeer deugd. Het instrument van zelfbewoning, dat is in kleine gemeenten bij nieuwbouw wel degelijk van toepassing dus ik zou daar nog eens serieus naar kijken. De beantwoording die u geeft op het toewijzen aan eigen inwoners klinkt als muziek in de oren. En vrij logisch, ik had niet anders verwacht dan dat u dat zo zou beantwoorden en dat u dat ook zo ziet. Met betrekking tot het plan zelf, we hebben al aangegeven dat we het voor het grootste gedeelte een heel mooi plan vinden. Er zit een klein smetje op, het appartementengebouw dat we net al
genoemd hebben. Ik ben het ook met mijn collega's eens dat de vraag naar woningen en nieuwbouw niet alleen in Midden-Delfland groot is, maar ook in het hele land. Dus onze oproep aan het college is: kijk toch nog eens kritisch of u echt niets kunt doen met die hoogte van het appartementengebouw en of u dat niet kunt ondervangen met een aantal levensloopbestendige woningen. Dat zou ons heel wat waard zijn, dan zou het plan er wat ons betreft wat fraaier uit komen te zien. Zoals gezegd, wij gaan er niet voor liggen, want we willen niet degenen zijn die die mooie wijk tegenhouden. Want die wijk moet er gewoon komen. Wat ons betreft, mag die wijk er mooier uitzien dan die er nu uitziet dus die oproep doen we aan u. Kijk of daar mogelijkheden toe zijn, en zijn die er, benut ze dan. We gaan dit ongetwijfeld nog een keertje terugzien in dit gremium. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Je ziet meteen de spagaat in onze gemeente: als we meer willen bouwen, zullen we concessies moeten doen, dat geldt helaas misschien ook wel voor de hoogte in gaan. We hebben daar zelf niet zo'n probleem mee en gelukkig het CDA ook niet. Heel erg dus fijn dat ze wel akkoord gaan want het is een kwalitatief mooi plan.
We bouwen een stukje in het groen dus als we iets teruggeven aan het dorp om de verbinding met het groen vooral te houden vind ik dat ook een goede en mooie onderbouwing en dat is ook zeker belangrijk. Je moet niet nu al alles volbouwen want daar krijg je spijt van later, denk ik, en zeker ook het klimaatadaptieve aspect dat de heer Knaap noemde, is belangrijk. Als je dat nu niet goed aanpakt, moet je dat later corrigeren, wat veel lastiger is. Met betrekking tot de zelfbewoningsplicht. Ik denk dat raadsbreed iedereen dat fijn vindt, maar ik ben blij dat de wethouder goed aangeeft 'we moeten dat eerst juridisch goed borgen voor we allemaal problemen op onze hals halen'. Natuurlijk willen we met alles dat bouwen aangaat liefst dat we een stapje harder gaan, maar het moet niet ten koste gaan van de zorgvuldigheid. Dus ik denk: gewoon even goed in de gaten houden hoe dat zich in andere gemeenten ontwikkelt, wat de VVD betreft een goede zaak. En als die mogelijkheid zich aandient om dat op een goede manier aan te pakken, denk ik dat we dat gewoon moeten doen, maar we moeten niet hals over kop aan iets beginnen waarvan we niet kunnen zien waar het eindigt. Dank u wel. De voorzitter: Dan is het woord aan D66, de heer Vieira. De heer Vieira: De behoefte in deze gemeente is het grootst voor zowel starters als mensen die willen doorstromen.
We hebben daarom gevraagd 'doe iets aan dat prijspeil'. Ik voel bij het college nu nog geen beweging die kant op. Ik zie wel dat er suggesties zijn gedaan, links en rechts, door bijvoorbeeld te zeggen 'maak het kleiner, doe wat anders, met ander materiaal, bouw wat voor in de wijk'. Daar zie ik geen consensus in komen. Verder is er vooral gerefereerd aan instrumenten. De wethouder gaf aanvankelijk aan 'daar gaan wij nu nog naar kijken'. Later gaf de wethouder aan 'maar ik zie geen opdracht'. Dus ik zie nu concreet dat dit plan, hoe dit nu voorligt, niet zal wijzigen terwijl wij nog steeds – dan kom ik toch weer op het begin – heel hard roepen om betaalbare woningen die nodig zijn. Wij zeggen niet dat je dan niet klimaatadaptief moet bouwen, maar je zou best kunnen zeggen 'doe daar 5 of 10% bij en pas die grootte wat aan, zodat het voor een grotere doelgroep bereikbaar is en betaalbaar wordt.' Dus wij zijn niet voor het plan zoals dat nu voorligt. Ik wil nog wel op een ander punt terugkomen. Dat is die zelfbewoningsplicht. Ik meen me te herinneren dat in de motie van het CDA destijds stond 'creëer een apart telefoonnummer op het gemeentehuis om te zien waar niet aan zelfbewoning gedaan wordt' en omdat dat er in stond, hebben wij op dat moment tegen gestemd.
We hebben bij de gemeente gewoon een telefoonnummer voor alles, of je problemen hebt in de jeugdzorg, of bij een paspoort aanvragen, het maakt niet uit. Toen dachten wij 'hoe dit nu in de motie staat, is dat raar verwoord', maar het heeft nooit betekend dat we vinden dat we dit instrument niet zouden moeten inzetten, en dat hoor ik bij meerdere collega's, om te kijken of je tot een beter percentage van zelfbewoning kunt komen. Tot zover. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Roeling. Uw standpunt is bekend, dan ga ik door. Mevrouw Snethlage.
Mevrouw Snethlage: We vinden het jammer dat de wethouder alles wat betekent dat de woningen duurder zijn eigenlijk gooit op alles wat hoort bij de duurzaamheid en dat we die verbinding met het groen willen hebben. Niet alle maatregelen hoeven in die mate van invloed te zijn. We zijn het met de fractie D66 eens dat de behoefte in onze gemeente het grootst is aan betaalbare woningen. En dat we op deze manier dus niet de betaalbare woningen krijgen. We denken dat het voor dit plan een gelopen race is wat dat betreft, maar we hebben eerder plannen gezien waar het college het licht heeft gezien in tweede instantie. Misschien gebeurt dat nog wel. Dus we verzoeken de wethouder om opties open te houden dat, als er wat gewijzigd wordt, er kleinere betaalbare appartementen in kunnen. Daarbij is het van belang zoals de OGP Midden-Delfland zei, dat we doorstroming willen hebben en daarvoor moeten dus wel mensen vanuit Midden-Delfland doorstromen naar deze woningen want anders krijg je die doorstroming aan de andere kant niet en we willen dus ook graag op de hoogte worden gehouden van in hoeverre we dat bereiken en hoe we dat bereiken. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Zoals in de eerste termijn gezegd, we zijn het eens met de inhoud van dit plan dus daar zullen we als OGP Midden-Delfland mee instemmen. En toch heb ik een beetje jeuk.
Ik heb een beetje jeuk omdat ik het college en de wethouder hoor zeggen 'we proberen', 'we zouden', 'misschien', 'ik weet niet of het kan', en dan gaat het ook over zelfbewoningsplicht. Dan denk ik 'er is ook een heel aantal gemeenten waar zelfbewoningsplicht al wel wordt ingevoerd'. Ik heb vandaag in Rotterdam gewerkt en als ik dan naar de overkant van de rivier kijkt, dan is daar Katendrecht en daar is al zelfbewoningsplicht ingevoerd. Dus kijk ook eens naar de gemeenten waar het al wel kan, want die hebben daar waarschijnlijk ook heel goede redenen voor. Dus juridisch is het mogelijk. Als het niet publiek kan, dan kan het misschien privaat. Ik heb nog geen antwoord gekregen op de vraag 'hoe gaat de wethouder er nou voor zorgen dat zo veel mogelijk eigen inwoners ook echt vooraan staan om zich in te schrijven op dit project?' We hebben het wel eens gehad over een inschrijfsysteem. Ik zie in de raadsoplegger staan 'we gaan lokaal adverteren'. Dat is een beetje een wassen neus, want lokaal adverteren, dat is het internet en het internet gaat over de hele wereld. Dus iedereen gaat daar natuurlijk vol in. Dus ik zou de wethouder willen uitdagen om daar iets creatiever mee om te gaan, zodanig dat onze mensen in Midden-Delfland ook een kans krijgen. Tot slot hoor ik de wethouder zeggen 'ik heb geen opdracht van de raad om met die zelfbewoningsplicht aan de gang te gaan'.
Ik kijk even zo rond en dan denk ik dat u die meerderheid voor die vraag wel degelijk heeft. Dus dan wil ik u die bij dezen alvast meegeven en daar mag u wat mij betreft, en volgens mij van een aantal partijen met ons, mee aan de slag. En het omgekeerde kan ook, het staat het college vrij om natuurlijk een voorstel te doen. De voorzitter: De heer Gebben heeft een interruptie. De heer Gebben: Dan daag ik de heer Knaap uit om ook even aan te geven wat hij daar dan precies van verwacht, want wij verwachten ook wel dat het goed onderbouwd is en dat er iets op tafel komt waarvan je kunt zeggen 'dat is juridisch verstandig om te doen.' En ik weet niet hoe u erin staat. De heer Knaap: Nou, dat verwacht ik ook, dat het juridisch gewoon houdbaar is. Maar er zijn gewoon gemeenten waar dit al gebeurt, dus die hebben dat blijkbaar heel goed uitgezocht. Dus beter goed gejat, dan slecht verzonnen. Heel erg in de basis denk ik 'wat OGP Midden-Delfland betreft, geldt zelfbewoningsplicht voor elke woning in Midden-Delfland, want je komt hier namelijk wonen in Midden-Delfland en je komt hier niet een huis kopen om het te beleggen en vervolgens aan expats te verhuren die elk halfjaar weer vertrekken'. Nee, je komt hier wonen en je committeert je aan de samenleving en je maakt onderdeel uit van die samenleving. Dat vinden wij belangrijk.