Gemeenteraad - Begroting 2025-2028
Tekst van het document
Communicatie In 2025 willen we als organisatie flinke stappen zetten in het verbeteren van onze dienstverlening en in het begrijpelijker communiceren met onze inwoners. We betrekken hen bij ontwikkelingen en doen dit op tijd. Daarbij vertellen we eerlijk welke invloed onze inwoners hebben en maken we duidelijk wie welke rol heeft in het proces. Bijzondere projecten
87
Begroting 2025-2028 Midden-Delfland heeft een unieke identiteit als open, groen landschap tussen de steden. Voor het voortbestaan van Midden-Delfland is het belangrijk om onze meerwaarde voor de regio te blijven benadrukken. Dat komt tot uiting in bijeenkomsten en reguliere overleggen en het is nodig dat overige communicatie uitingen ook in lijn zijn (en blijven) hiermee. In 2025 gaan we aan de slag met de actualisatie van het boekje Welkom in Midden-Delfland, één van de voornaamste visitekaartjes van onze gemeente. Ook 'restylen' we onze huisstijl. We blijven investeren in onze medewerkers voor goede dienstverlening en heldere communicatie met onze inwoners. Dit doen we onder andere via het verplichte trainings- en bewustwordingsprogramma Heldere Taal, de uitgave van het medewerkersboekje Zo werken wij en de organisatie van cultuurcafés. In 2025 krijgt ons dienstverleningsprogramma een extra boost om sneller resultaten te behalen. De opvang van vluchtelingen en de reconstructie van de N468 (de provinciale weg tussen Schipluiden en Maasland) zijn kwetsbare trajecten die in 2025 bijzondere aandacht vragen. In een krappe arbeidsmarkt blijven we onze arbeidsmarktcommunicatie professionaliseren om nieuw talent aan te trekken en onze vaste medewerkers te behouden. In het jaar 2025 is de herdenking van 80 jaar bevrijding in Nederland.
We houden er rekening mee dat er mogelijk aanvullende verzoeken komen en dat extra incidentele uitgaven voor evenementen en activiteiten rondom deze herdenking nodig zijn. Te meer omdat de viering van 75 jaar vrijheid niet door kon gaan vanwege de coronapandemie. De exacte hoogte hiervan is nog niet bekend en om die reden nu nog niet opgenomen in de begroting. Investeren in goede communicatie De afgelopen jaren was er voldoende budget voor het uitvoeren van onze reguliere communicatie. Voor bovengenoemde opgaven zijn echter aanvullende, maar relatief beperkte, middelen noodzakelijk. Deze zijn opgenomen in de begroting.
88
Begroting 2025-2028
Financiering Kaders en beleid In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), zijn de kaders gesteld voor een professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Onder de treasuryfunctie vallen o.a. het beheer van geldstromen, liquiditeit, renterisico’s en de financiering van en in de gemeente (zowel lenen als uitzetten van gelden). De kaders hierbij zijn: •
Het treasurystatuut. Een beleidsmatige financiële infrastructuur, waarin verantwoordelijkheden en spelregels voor de gemeentelijke treasury zijn opgenomen. • De financieringsparagraaf die jaarlijks wordt aangeboden bij de begroting en het jaarverslag. Treasury houdt zich bezig met alle toekomstige kasstromen en daarmee samenhangende risico's. Deze risico's komen voort uit de financieringsbehoefte. Het treasurybeleid is primair gericht op het waarborgen van financiële continuïteit door maatregelen te treffen zodat de activiteiten van de gemeentelijke organisatie financierbaar blijven. Voor de renterisico's en risico's uit financiële posities treffen we beheersmaatregelen (vermijden, spreiden). We gaan in de uitwerking verder dan de wettelijke kaders. In principe zijn de uitgangspunten als volgt: • • • • • •
Zorgdragen voor voldoende financierbaarheid op korte en lange termijn. Bewerkstelligen van passende financieringsvoorwaarden. Beheersen van rente- en of financieringsrisico's. Risicomijdend uitzetten van gelden en afgeven van garanties. Zorgdragen voor een effectief, veilig en efficiënt betalingsverkeer. Actief onderhouden van contacten met marktpartijen om toegang tot de financiële markten open te houden. Door het schatkistbankieren kan de gemeente niet meer vrij beschikken over haar liquide middelen. Er is een verplichte rekening-courant verhouding met het Rijk. Over de overtollige gelden ontvangt de Gemeente een (kleine) rentevergoeding. Met de introductie van het instrument erfpacht beogen we de gronduitgiften te stimuleren. Door het toepassen van erfpacht is er een rendement op het geïnvesteerde vermogen en (indien aanwezig) de liquide middelen van de gemeente. De risico’s van lenen worden beperkt doordat gemeenten zich moeten houden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Renterisico op kortlopende schuld (kasgeldlimiet) De Wet FIDO bevat instrumenten en regels die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij het lenen. De kasgeldlimiet (voor leningen met looptijd <1 jaar) zorgt ervoor dat niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De kasgeldlimiet geeft weer tot welk bedrag de gemeente maximaal in haar korte financieringsbehoefte mag voorzien. Deze limiet is gesteld op 8,5% van de totale omvang van de begroting per 1 januari. Op basis van deze norm is de kasgeldlimiet voor onze gemeente circa € 5 miljoen. Als blijkt dat de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet een deel van de kortlopende schuld omgezet worden in langlopende schuld (=lening). Als de kasgeldlimiet gedurende drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden moet Gedeputeerde Staten worden geïnformeerd.
89
Begroting 2025-2028 De liquiditeitspositie van de gemeente Midden-Delfland is inmiddels minder sterk. Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende schulden. We hebben gekozen voor kortlopende middelen omdat we op deze manier beter kunnen anticiperen op de behoefte. Langlopende middelen hebben namelijk een looptijd langer dan één jaar. De afgelopen jaren zijn enkele leningen met een looptijd < 1 jaar aangetrokken met een negatieve rente. Er is dus een vergoeding ontvangen van de bank. De geldmarkt is in 2024 wederom veranderd. Nadat de rente fors is gedaald afgelopen jaren is de rente gestegen in het jaar 2023. Per heden merken we dat de rente in het eerste halfjaar 2024 stabiliseert waarna een lichte daling is ingezet. De daling zal naar verwachting worden voorgezet in het jaar 2025. Dit komt mede doordat de ECB met haar opkoopprogramma is gestopt. Eerder opgekochte obligaties worden weer verkocht. Vanaf 2023 moet voor korte geldleningen weer rente betaald worden. De Nederlandse Bank geeft aan op haar website dat de inflatie daalt in 2024 naar 2,8% en daar naar verwachting blijft in 2025.
Modelstaat A KASGELDLIMIET (= KGL x 1.000) Berekening KGL regeling Omvang begroting/rekening Percentage regeling KGL KGL
Rekening Begroot 2023 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
€ 59.170
€ 58.800
€ 59.522
€ 60.437
€ 61.360
8,5%
€ 71.439 8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
€ 5.029
€ 6.072
€ 4.998
€ 5.059
€ 5.137
€ 5.216
(1)
Vlottende schuld
€ 27.531
€ 24.515
€ 25.637
€ 26.180
€ 26.029
(2)
Vlottende middelen
-€ 26.424
€ 22.815 -€ 24.385
-€ 23.385
-€ 22.385
-€ 21.385
-€ 20.385
(3)
Netto vlottende (+) of overschot middelen (-) Kasgeldlimiet
€ 1.107
-€ 1.570
€ 1.130
€ 3.252
€ 4.795
€ 5.644
€ 5.029
€ 6.072
€ 4.998
€ 5.059
€ 5.137
€ 5.216
(4)
Ruimte KGL (4>3) € 3.922 € 7.642 € 3.868 € 1.807 € 342 - € 428 Overschrijding KGL (3>4) De limiet wordt bepaald voor korte financiering met een rente-typische looptijd van maximaal 1 jaar en wordt gerelateerd aan het begrotingstotaal.
Renterisico op langlopende schuld (renterisiconorm) Op grond van de Wet FIDO mag een gemeente van haar langlopende schulden (looptijd >1 jaar) in enig jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal aflossen en/of herfinancieren, wat overeenkomt met een aflossingsperiode van ten minste vijf jaar. Dit is de zogenoemde renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is de herfinanciering van leningen in omvang en tijd te spreiden waardoor de
90
Begroting 2025-2028 (eventuele) gevolgen van een rentestijging beperkt blijven en de (mogelijke) renterisico’s worden ingeperkt. In 2025 wordt totaal € 959.713 aan langlopende leningen afgelost. Dat is ca. 1,6% van het begrotingstotaal. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm.
Modelstaat B
(1) (2) (3) (4)
RENTERISICONORM (= RRN x 1.000) Berekening RRN regeling Omvang begroting/rekening Percentage regeling RRN RRN
Rekening Begroot 2023 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
€ 59.170
€ 71.439 20%
€ 58.800 € 59.522
€ 60.437
€ 61.360
20%
20%
20%
20%
€ 11.834
€ 14.288
€ 11.760
€ 11.904
€ 12.087
€ 12.272
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1 + 2) RRN
€0 € 979 € 979 € 11.834
€0 € 978 € 978 € 14.288
€0 € 959 € 959 € 11.760
€0 € 4.210 € 4.210 € 11.904
€0 € 913 € 913 € 12.087
€0 € 10.178 € 10.178 € 12.272
Ruimte RRN (4>3)
€ 10.855
€ 13.310
€ 10.801 € 7.694
€ 11.174
€ 2.094
20%
Overschrijding RRN (3>4) Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisicovorm in beginsel niet overschrijden. Het overzicht laat zien dat de renterisiconorm van 20% van het begrotingstotaal in meerjarenperspectief niet wordt overschreden.
Renteontwikkeling De inflatie in de eurozone is aan het afnemen, wat grotendeels te wijten is aan dalende energieprijzen en een afkoelende vraag naar goederen en diensten. In juli 2024 is de inflatie in de eurozone gedaald tot ongeveer 2,5%, wat een aanzienlijke daling is ten opzichte van de piek van 10,6% in oktober 2022. Deze daling in de inflatie (richting de norm van 2%) heeft ertoe geleid dat de Europese Centrale Bank (ECB) ruimte ziet en heeft besloten de rente licht te verlagen. De verlaging van de rente is bedoeld om de economie te ondersteunen, nu de inflatiedruk afneemt en de economische groei vertraagt. Door de rente te verlagen, wordt lenen goedkoper voor bedrijven en consumenten, wat investeringen en uitgaven zou kunnen stimuleren en zo de economie een impuls kan geven. Tegelijkertijd blijft de ECB waakzaam om te voorkomen dat de inflatie weer oploopt, vooral gezien de onzekere economische omstandigheden wereldwijd. Naar verwachting zal de inflatie in de eurozone in 2025 verder afnemen naar een niveau dichter bij de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) van ongeveer 2%. De daling van de inflatie wordt ondersteund door meerdere factoren, waaronder een verdere stabilisatie van de energieprijzen, normalisatie van de toeleveringsketens en een afnemende economische vraag.
91
Begroting 2025-2028 Daarnaast zullen de effecten van de eerder genomen renteverhogingen door de ECB volledig doorwerken in de economie, wat kan leiden tot een verdere vertraging van de inflatie. Voor 2025 is de verwachting dat de ECB een voorzichtige aanpak blijft hanteren wat betreft renteverlagingen, om zo de economische groei te ondersteunen zonder de inflatie opnieuw aan te wakkeren. Hoewel er enige zorgen blijven bestaan over mogelijke verstoringen, zoals geopolitieke spanningen of onverwachte economische schokken, blijft het basisscenario positief. Economen voorspellen een gematigde economische groei en een stabiele inflatie in de eurozone voor 2025, mits de huidige trends zich voortzetten en er geen grote economische verstoringen plaatsvinden. De refirente is per 21 juli 2022 verhoogd van 0% naar 0,5%. Inmiddels is deze per 21 juni 2024 gestegen naar 4,25% welke naar verwachting verder in het jaar en volgend jaar zal gaan dalen. Refirente is de rente die banken elkaar onderling in rekening brengen (basis-herfinancieringsrente).
Inzicht rentelasten/-baten Op het gebied van de rente wordt er volgens de richtlijnen veel meer dwingend voorgeschreven dan voorheen. Enkele uitgangspunten zijn: • • •
• •
•
Het aantrekken en verstrekken van een lening betreft een treasury activiteit. De met deze activiteit gepaarde rentelasten en rentebaten behoren op het taakveld Treasury. Aanbeveling is om geen rentevergoeding te rekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Als de werkelijke rentelasten in euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast, afwijken van de rentelasten in euro’s die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld als deze afwijking groter is dan 25%. De commissie BBV adviseert het renteschema in de paragraaf Financiering van de gemeentelijke begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Verder zijn wijzigingen voor de rente van het grondbedrijf/grondexploitaties doorgevoerd. Aan grondexploitaties mocht tot en met 2023 alleen de rente van externe financiering worden doorberekend. Met ingang van boekjaar 2025 (overgangsjaar 2024) wordt voor grondexploitaties geen onderscheid meer gemaakt in het BBV, waardoor de toerekening plaatsvindt op basis van de reguliere omslagrente. Via de kapitaallasten mogen alleen werkelijke rentelasten naar de taakvelden worden doorbelast over de boekwaarden van investeringen.
Wanneer er geen leningen zijn aangetrokken dan mag er helemaal geen rente worden toegerekend aan de taakvelden. Dit houdt in dat er geen rente meer kan worden doorbelast. De kapitaallasten bestaan dan alleen nog uit afschrijvingen.
Toerekening rente Als de gemeente een geldlening aantrekt in het kader van projectfinanciering, wordt de werkelijk te betalen rente conform het BBV naar het desbetreffende taakveld doorbelast. Dit is van toepassing op de geldleningen voor de aankoop van erfpachtgronden. De rente van deze leningen moet rechtstreeks worden doorbelast naar het taakveld beheer overige gebouwen en gronden.
Financieringspositie en rentekosten
92
Begroting 2025-2028 Het rente-omslagpercentage wordt ingezet om rentekosten toe te wijzen aan vaste activa. Dit percentage vertegenwoordigt het gemiddelde van zowel betaalde als ontvangen rente. Verschillende factoren spelen een rol in de bepaling van het omslagpercentage. Een significante factor is het schatkistbankierenbeleid, waarbij publieke middelen gecentraliseerd worden bij de overheid. Dit beleid kan rentetarieven beïnvloeden, wat op zijn beurt effect heeft op het omslagpercentage. Daarnaast zijn aanpassingen in de BBV-voorschriften van belang. De BBV bevat richtlijnen over het toewijzen van rentekosten. Deze voorschriften kunnen de berekening en het gebruik van omslagpercentages in gemeenten beïnvloeden. Bovendien hebben de algemene renteomstandigheden invloed. De huidige rentetarieven op aangegane en uitgezette leningen kunnen direct invloed uitoefenen op het omslagpercentage. Lagere rentetarieven op aangegane leningen en hogere rentetarieven op uitgezette leningen kunnen het omslagpercentage verlagen, terwijl het tegenovergestelde hetzelfde effect kan hebben. Samengevat hebben deze ontwikkelingen geleid tot een situatie waarin het omslagpercentage op 0% gehandhaafd blijft.
Renteschema jaarrekening 2025 Rente schema
2025
a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b.
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
c.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
€ 1.512.446
-/-
€ 724.006 € 788.440
-/-
De rente van -/projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (rente aankoop gronden)
€-
€ 1.317.906
-/-
€ 1.317.906 - € 529.466
93
Begroting 2025-2028 Rente schema d.1 d.2
e.
2025 Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 55.570 €- € 473.896
De aan taakvelden toe te rekenen rente (rente omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
f.
-/-
€-
- € 473.896
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille langer dan één jaar heeft per 1 januari 2025 een omvang van € 88,2 miljoen (waarvan 84,1 miljoen direct gekoppeld aan erfpacht). Het grootste gedeelte van de leningenportefeuille zijn projectfinancieringen voor aankoop gronden. Aangekochte gronden bedrijvenschap HarnaschPolder zijn in erfpacht uitgegeven. Voor de financiering van aankoop van deze gronden en de betaling van de overeengekomen afkoopsommen voor renteverschillen zijn leningen aangetrokken. Het financieel risico is beperkt omdat erfpachtinkomsten (canon) hoger zijn dan de rentekosten.
Overzicht van schulden O/G 2025 met een looptijd langer dan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Rente %
Onderhandse leningen: BNG 40.91485.01
€ 408.402
BNG 40.92017
€ 680.670
BNG 40.115448
€ 5.000.000 Totaal
Projectfinancieringen:
94
26-102025 14-22026 15-22032
Restantbedrag geldleningen 1-1-2025
Rente 2025 valutair
Aflossing Restantbed 2025 geldlening 31-12-202
3,470% Naar kortlopend 5,500% Naar kortlopend 0,835% € 4.000.000
€ 33.400
€ 4.000.000
€ 33.400
€ 500.000 € 500.000
€ 3.500.000
€ 3.500.000
Begroting 2025-2028 Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
BNG 40.111437
€ 7.429.045
BNG 40.111438
€ 1.566.123
BNG 40.112090
€ 6.751.680
BNG 40.112091
€ 2.381.266
BNG 40.112379
€ 15.983.210
BNG 40.112494
€ 1.621.575
BNG 40.112836
€ 13.293.280
BNG 40.112837
€ 6.804.774
BNG 40.113745
€ 10.000.000
BNG 40.114899
€ 3.274.113
BNG 40.116969
€ 9.260.626
BNG 40.117137
€ 7.419.611
NWB 1.0040370
€ 200.000
2-72029 1-72029 1-72052 1-72052 1-72044 3-12039 1-72053 1-72053 1-42070 25-62026 27-122028 07-032074 23-022042
Rente %
Restantbedrag Rente geldleningen 2025 1-1-2025 valutair 1,245% € 7.429.045 € 92.492
Aflossing Restantbed 2025 geldlening 31-12-202 € 0,€ 7.429.045
0,800% € 798.658
€ 6.389
€ 641.462
1,770% € 6.751.680
€ 119.505
€ 157.196 € 0,-
1,570% € 2.094.264
€ 32.880
€ 60.132
€ 2.034.131
1,760% € 15.983.210
€ 281.305
€ 0,-
€ 15.983.21
1,598% € 1.621.575
€ 25.913
€ 0,-
€ 1.621.575
1,360
€ 13.293.280
€ 180.789
€ 0,-
€ 13.293.28
1,140% € 5.960.865
€ 67.954
€ 5.786.267
0,500% € 10.000.000
€ 50.000
€ 174.598 € 0,-
Naar 0,190% kortlopend 2,625% € 9.260.626
€ 243.091
€ 0,-
€ 9.260.626
2,929% € 7.419.611
€ 217.320
€ 0,-
€ 7.419.611
3,245% € 200.000
€ 6.490
€ 13.333
€ 186.667
€ 6.751.680
€ 10.000.00
Totaal
€ 80.812.814
€ € 1.324.127 405.259
€ 80.407.55
Totaal vaste schulden:
€ 84.812.814
€ € 1.357.527 905.259
€ 83.907.55
Overzicht van schulden O/G 2025 met een looptijd korter of gelijk aan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Onderhandse leningen en Projectfinancieringen: BNG 40.91485.01 € 408.402 (van langlopend) BNG 40.92017 (van € 680.670 langlopend) BNG 40.114899 (van € 3.274.113 langlopend)
26-102025 14-22026 25-062026
Rente %
Restantbedrag Rente Aflossing Restantbedra geldleningen 2025 2025 geldleningen 1-1-2025 valutair 31-12-2025
3,470% € 27.227
€ 945
€ 27.227
€ 0,-
5,50%
€ 54.454
€ 2.995
€ 27.227
€ 27.227
-0,19%
€ 3.274.113
€6.221
€ 0,-
€ 3.274.113
95
Begroting 2025-2028 Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Rente %
Totaal
Restantbedrag Rente Aflossing Restantbedra geldleningen 2025 2025 geldleningen 1-1-2025 valutair 31-12-2025 € 3.355.793 €€ 54.454 € 3.301.340 2.281
Leasing Voor vervoermiddelen en printers zijn leasecontracten afgesloten. In het leasebedrag is een rentebedrag verdisconteerd.
Uitgezette geldleningen In 1988 heeft de voormalige gemeente Schipluiden een bedrag van € 7,7 mln. uitgeleend aan de ABN-AMRO. De lening is later overgegaan naar de Royal Bank of Scotland (RBS). De RBS is grotendeels in handen van de Britse overheid. De vooruitzichten van de bank zijn de laatste jaren verbeterd. De lening is voor 50 jaar fixe en heeft een rente van 8,15% (ACT/360). De lening aan de RBS levert nu jaarlijks € 637K aan rente op. Het verstrekken van een lening brengt risico’s met zich mee. Het omvallen van de Icesavebank tijdens de kredietcrisis staat nog vers in het geheugen. Binnen ons huidige treasurybeleid past het verstrekken van een dergelijke lening niet. Op het moment van uitzetten van de lening was er nog geen sprake van een vastgesteld treasurybeleid. Onderzocht is om te verkopen. Door de verbetering van de situatie van RBS en het financieel nadelige effect is afgezien van verkoop. In 2017 realiseerde de bank winst voor het eerste sinds bijna tien jaar, met als gevolg nog betere winsten in de volgende jaren. Op basis van het toen geldende beleid is een correcte afweging gemaakt en een goed besluit genomen. Bij de Nederlandse Waterschapsbank is voor € 1,4 mln. uitgezet met een rente van 7% (€ 95K exploitatie-inkomsten per jaar tot 2043).
Overzicht van leningen U/G 2025 met een looptijd langer dan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Leningen U/G Royal Bank of € 7.714.264 Schotland (RBS) Nederlandse € 1.361.341 Waterschapsbank N.V. (NWB) Totaal € 9.075.604
1-72038 1-92043
Rente %
Restantbedrag Ontvangen Aflossing Restantbedrag geldleningen Rente 2025 geldleningen 1-1-2025 2025 31-12-2025
8,150% € 7.714.264
€ 628.712
€-
€ 7.714.264
7,000% € 1.361.341
€ 95.294
€-
€ 1.361.341
€ 9.075.604
€ 724.006
€-
€ 9.075.604
Liquiditeit De liquiditeit geeft aan in welke mate de gemeente aan haar lopende betalingsverplichtingen kan voldoen. Fluctuatie van de liquiditeitspositie heeft te maken met inning gemeentelijke belastingen, de algemene uitkering inkomsten van het Rijk, het ontvangen van subsidies, het aantrekken/ aflossen van leningen en meer of minder exploitatie uitgaven in een periode (begrotings)jaar.
96
Begroting 2025-2028 Voor de komende jaren kan uitgegaan worden van een beperkte liquiditeitspositie. Gevolg hiervan is dat er naar verwachting kasgeldleningen (maximaal € 5 mln. <1jaar) en mogelijk aanvullende langlopende liquiditeitsleningen aangetrokken moet worden.
Liquiditeitsplanning 2025 Prognose aan te Max. 5 mln. trekken kasgeld Langgeld (incl. € 87,2 mln projectfinanciering)
2026 Max. 5 mln
2027 Max. 5 mln
2028 Max. 5 mln
€ 82,9 mln
€ 82,1 mln
€ 71,9 mln
Kredietrisico en garanties Naast de eerdergenoemde renterisico’s heeft de gemeente ook te maken met kredietrisico’s. Dit zijn de risico’s die verband houden met de nakoming van de betalingsverplichting van rente en aflossing op eerder door de gemeente verstrekte geldleningen in het kader van de publieke taak en aanspraken op verleende gemeentegaranties. Volgens de subsidieregeling zijn de verenigingen en maatschappelijke instellingen verplicht jaarlijks de begroting en jaarrekening in te dienen. Door deze maatregelen wordt de vinger aan de pols gehouden en kunnen risico’s worden beperkt. Bovendien wordt in het kader van de samenstelling van de gemeentelijke jaarrekening een saldo opgave bij de instellingen, waaraan een lening is verstrekt, opgevraagd. De aanspraken op verleende gemeentegaranties zijn onderverdeeld in enerzijds garanties die zijn verstrekt voor geldleningen die zijn aangetrokken door maatschappelijke instellingen in onze gemeente, zoals (sport)verenigingen en anderzijds verleende garanties voor de bevordering van het eigen woningbezit (zowel particulieren als woningbouwcorporaties) Woningcorporaties trekken leningen aan om het bouwen en onderhouden van sociale huurwoningen te financieren. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat hiervoor borg. Als een corporatie niet meer kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen, neemt het WSW de leningen over.
Het WSW heeft verschillende buffers en vangnetten. Als deze niet toereikend zijn, vraagt WSW renteloze leningen op bij Rijk en gemeenten. Gemeenten nemen voor deze leningen een achtervangpositie in door middel van het sluiten van een achtervangovereenkomst met het WSW. Midden-Delfland heeft met het WSW altijd al een achtervangovereenkomst gehad. De VNG, BZK en WSW hebben gewerkt aan een nieuwe achtervangovereenkomst. De wijzigingen komen erop neer dat de kans (nog) kleiner moet zijn dat de achtervangers – het rijk en de gemeenten – in de bres moeten springen om WSW overeind te houden. In plaats daarvan moeten de WSW en de corporatiesector zich vooral zelf zien te bedruipen als de borging van schulden in het geding komt. Deze nieuwe overeenkomst geldt voor alle geborgde geldleningen die een deelnemer van het WSW aangaat vanaf 1 augustus 2021. Onze gemeente is deze nieuwe overeenkomst aangegaan met WSW. Daarmee is het ook in de toekomst mogelijk dat Stichting Wonen Midden-Delfland leningen kan aantrekken tegen een aantrekkelijk rentetarief om te investeren in sociale huurwoningen. Voor het uitoefenen van de publieke taak neemt de gemeente ook deel in het aandelenkapitaal van een aantal vennootschappen. Dit betreft aandelen van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides en N.V. JUVA. Deze aandelen zijn in de balans opgenomen tegen 97
Begroting 2025-2028 nominale waarde. Doordat er een groot positief verschil bestaat tussen de werkelijke waarde en de nominale waarde is van een kredietrisico op deze aandelen geen sprake. De gemeente staat (mede) garant voor de leningen van HVC. De gemeente ontvangt hiervoor jaarlijks een garantstellingsprovisie van HVC (jaarlijks ca. € 37.000). De deelname aan HVC vloeit voort uit het feit dat Midden-Delfland deel uitmaakt van de verbonden partij Avalex.
Relatiebeheer Voor het reguliere betalingsverkeer maakt de gemeente gebruik van de diensten van de BNG Bank. Onderdeel van deze dienstverlening is een kredietfaciliteit van € 2 miljoen. Tot deze limiet kan de gemeente tegen een gunstig rentepercentage daggeld opnemen. Daarnaast is er nog een rekening bij de Rabobank.
Overig De gemeente Midden-Delfland maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten.
98
Begroting 2025-2028
Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is een vast onderdeel van de begroting en de jaarrekening. In deze paragraaf geven wij u informatie over: • • • • •
De visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen in de begroting; Relevante ontwikkelingen en kaders waarbinnen wij ons grondbeleid uitvoeren; Onze projecten en activiteiten, met inzicht in de financiële resultaten; Het risicoprofiel behorend bij de gemeentelijke grondexploitaties; De financiële gevolgen van de gemeentelijke projecten voor de begroting (de reserve Grondexploitatie). Met onderstaande informatie voldoen wij aan de eisen die artikel 16 van het BBV stelt aan deze paragraaf. Inleiding grondbeleid Visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen in de begroting Het grondbeleid is geen doel op zich, maar draagt bij aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Het gaat hierbij om o.a. het realiseren van woningbouw, werklocaties (bedrijvendetailhandel-kantoren), versterking van de glastuinbouw, horeca en sociale voorzieningen gerelateerd aan onderwijs, zorg, sport en cultuur. Wijze waarop wij grondbeleid uitvoeren Als gemeente kunnen wij bij het uitvoeren van grondbeleid verschillende rollen kiezen. Er zijn grofweg drie keuzes als het gaat om het realiseren van gewenste bestemmingen: actief, facilitair of publiek-private samenwerking. Bij actief grondbeleid kiezen wij als gemeente voor een ondernemende, risicodragende rol bij gebiedsontwikkeling.
Wij produceren bouwrijpe grond voor uitgifte en richten de openbare ruimte in, al dan niet in samenwerking met andere partijen. Bij faciliterend grondbeleid heeft de gemeente een faciliterende rol. Wij stellen randvoorwaarden op, zodat initiatiefnemers op eigen grond een ontwikkeling kunnen realiseren. Onze rol is hierbij beperkt tot het faciliteren van ruimtelijke procedures en aanleg/afname van voorzieningen van openbaar nut. De risico’s zijn voor de initiatiefnemer en de inspannings- en investeringskosten verhalen wij, meestal via een anterieure overeenkomst, op de initiatiefnemer. Aanvullend op actief en facilitair grondbeleid zijn ook tussenvormen mogelijk waarbij deze rollen verstrengeld zijn. Er is dan sprake van publiek private samenwerking (PPS). Ook bij deze samenwerking zijn verschillende vormen mogelijk. In de Nota Grondbeleid (2019) staan de voor- en nadelen van de verschillende rollen beschreven en gaan we in eerste instantie uit van facilitair grondbeleid. Bij facilitair grondbeleid gaan we er vanuit dat de doelstellingen helder beschreven zijn en initiatiefnemers in veel gevallen zelf in staat zijn om de gewenste ontwikkeling ter hand te nemen. In de gevallen waarbij ontwikkelingen niet spontaan tot stand komen is in de nota bepaald dat er een mogelijkheid is om over te gaan op actief grondbeleid.
De vraag of de ontwikkeling belangrijk genoeg is om als gemeente de risico’s te dragen staat hierbij centraal. Ambities In de Woonvisie 2024-2030 is de ambitie opgenomen om tot 2030 50-70 woningen per jaar te realiseren. We streven ernaar om de ambities uit de Woonvisie voor wat betreft kwantitatieve en kwalitatieve opgave waar te maken.
99
Begroting 2025-2028 Grondexploitatie Ieder jaar worden de lopende grondexploitatieberekeningen en projecten in voorbereiding geactualiseerd en ter vaststelling aangeboden aan de raad. Dit gebeurt voor de vaststelling van de jaarrekening. De raad wordt dan om besluitvorming gevraagd. Voor de actualisatie van de berekeningen is gebruik gemaakt van de volgende parameters: • •
Kostenstijging civiel (incl. sloop en sanering): 2% (2024 2,5%, 2025 2,5%, 2026 e.v. 2%) Kostenstijging voorbereiding en toezicht (plankosten): 6% (2024 3%, 2025 3%, 2026 e.v. 2,5%) • Opbrengstenstijging woningbouw: 0% (2024 1%, 2025 2%, 2026 e.v. 2%) • Rekenrente: 0% De gehanteerde parameters zijn gebaseerd op de Notitie Parameters (dec. 2023), opgesteld door een deskundig bureau. Per 1 januari 2024 zijn er zeven lopende grondexploitaties: Bedrijventerreintjes Hooipolder, Centrum den Hoorn, Keenenburg V, Kreekzone, Ruimte voor Ruimte, Woudselaan en de Vastgoedzone. Centrum Maasland is afgesloten in 2023. Er wordt te zijner tijd een nieuwe exploitatie opgesteld op basis van een herzien plan(gebied).
Tabel: mutaties eindwaarde saldi
Faciliterend grondbeleid Wij verhalen kosten in beginsel op de initiatiefnemers. Deze gemeentelijke kosten worden op de balans als vordering geboekt. Het uitgangspunt is dat we 80% van de kosten die we maken terugverdienen door kostenverhaal dat geregeld is via een anterieure overeenkomst (of exploitatieplan). Samenwerkingsverbanden De financiële gevolgen van deelname Harnaschpolder worden nader toegelicht in de paragraaf ‘verbonden partijen’. Ontwikkellocaties Als gemeente bezitten wij strategische gronden die in de toekomst mogelijk in ontwikkeling kunnen worden genomen. Deze eigendommen staan op de balans als materiële vaste activa met als
100