CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad - Begroting 2025-2028

Gemeenteraad 12 november 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel vaststellen begroting 2025-202831.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Begroting 2025-2028

Begroting 2025-2028

Inhoudsopgave Aanbiedingsnota ..................................................................................................................................... 3 Begroting 2025 - 2028......................................................................................................................... 4 Leeswijzer............................................................................................................................................ 7 Financieel meerjarenperspectief ........................................................................................................ 9 Programma's ......................................................................................................................................... 19 Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland 2025 ................................................................... 20 Programma 2: Bestuur en dienstverlening ....................................................................................... 25 Programma 3: Beheer, verkeer en milieu ......................................................................................... 31 Programma 4: Onderwijs ..................................................................................................................

49 Programma 5: Sociaal Domein en Welzijn ........................................................................................ 52 Programma 6: Economische en sociale zaken .................................................................................. 60 Programma 7: Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting .......................................... 66 Overzicht algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................ 74 Overzicht overhead ........................................................................................................................... 80 Paragrafen............................................................................................................................................. 84 Bedrijfsvoering .................................................................................................................................. 85 Financiering ....................................................................................................................................... 89 Grondbeleid ......................................................................................................................................

99 Lokale heffingen.............................................................................................................................. 103 Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................................... 113 Verbonden partijen ......................................................................................................................... 119 Weerstandvermogen en risicobeheersing ...................................................................................... 144 Wet open overheid ......................................................................................................................... 152 Recapitulatie ....................................................................................................................................... 153 Financiële begroting............................................................................................................................ 156 Bijlagen................................................................................................................................................ 196 Missie ..............................................................................................................................................

197 Staat van reserves en voorzieningen .............................................................................................. 198 Prognose verloop reserves en voorzieningen................................................................................. 204 Meerjarig investeringsoverzicht ..................................................................................................... 209 Begroting 2025 - 2028 op taakveld ................................................................................................. 215 Beleidsindicatoren .......................................................................................................................... 227

2

Begroting 2025-2028

Aanbiedingsnota

3

Begroting 2025-2028

Begroting 2025 - 2028 Inleiding Hierbij ontvangt u de Begroting 2025 en het Meerjarenperspectief (MJP) 2026-2028. Deze begroting is gebaseerd op de Kadernota 2025-2028 die u op 3 juli 2024 heeft vastgesteld. De Kadernota liet een fors negatief saldo zien voor 2025-2028. U heeft ons kaders meegegeven en de opdracht om de begroting 2025 reëel sluitend te maken, uiteraard met oog voor het meerjarenperspectief. Hoewel we graag de focus zouden leggen op onze ambities en de zaken die we willen bereiken, dwingt het huidige financiële perspectief ons, net zoals veel andere gemeenten, om vooral met geld bezig te zijn. We willen een gezonde financiële basis behouden juist om dat te kunnen blijven doen wat we moeten en willen doen. In deze inleiding leest u daarom vooral over de gemaakte (financiële) keuzes en de gevolgen daarvan. In de programma’s leest u wat we willen bereiken en hoe we dat gaan doen.

Sluitende begroting 2025 Het is ons gelukt om een sluitende begroting te presenteren en door (structurele) maatregelen te nemen ook een minder negatief meerjarenperspectief. Hoewel het niet eenvoudig was, blijft het vooralsnog mogelijk om onze dienstverlening te continueren en om de voorgestelde plannen uit de kadernota, het coalitieakkoord, inclusief addendum en het hernieuwde collegewerkprogramma grotendeels te realiseren. Er resteert echter nog steeds een forse opgave.

Van Kadernota tot begroting In de Kadernota presenteerden wij het beeld zoals dat op dat moment bekend was. U ontving daarbij een overzicht met zogenaamde autonome (A) mutaties en u kreeg inzicht in welke ontwikkelingen nog op ons pad komen die financiële impact hebben. Deze ontwikkelingen stonden op de B lijst. Deze lijst bevatte zowel zaken die wettelijk verplicht zijn, maar waar in zekere mate nog over besloten kon worden, als zaken waarvan op dat moment de financiële effecten nog niet duidelijk waren. Het tekort dat ontstond voor 2025 was (afgerond) € 2 miljoen als gevolg van alleen A-mutaties en € 3,8 miljoen met ook de B-mutaties. Ook na de behandeling van de Kadernota en voor ‘het sluiten van de aanlevering voor de begroting’ zijn er mutaties ontstaan. En ook nu, op het moment van aanbieden van de begroting, zien we al weer enkele flinke uitgaven aankomen. Zo zijn we bezig met de afronding van de beheerplannen en het Integraal Huisvestingsprogramma en zien we in het lopende jaar de jeugdkosten toenemen. Voor dit laatste wordt gewerkt aan een regionale aanpak voor kostenbeheersing en aan een lokaal beleidskader jeugd en actieplan waarvan we de uitkomsten/effecten nog niet kennen.

De gevolgen in beeld We hebben de cijfers van de begroting zorgvuldig bekeken en rekening gehouden met de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. Op basis hiervan hebben we verschillende maatregelen genomen die voor de hele begroting en dus voor alle programma’s gelden. We hebben geen

4

Begroting 2025-2028 uitzonderingen gemaakt. We hebben gekeken wat op korte termijn haalbaar is en nagedacht over wat er op langere termijn nog mogelijk is. De lucht is eruit We hebben de weinige ruimte die nog in budgetten zat om tegenvallers op te vangen er uit geperst. We hebben nog nadrukkelijker naar de planning van de investeringskredieten gekeken. Veel investeringskredieten zijn daardoor verplaatst naar latere jaren. We hebben hiervoor de realisatiecijfers van afgelopen jaren als basis gebruikt en scherper gekeken naar wat we gemiddeld gezien ‘weg kunnen zetten’ aan investeringen. Hierbij hebben we uiteraard een zorgvuldige afweging gemaakt zodat veiligheid niet in het geding komt en ook de normale onderhoudsniveaus gewaarborgd blijven. Incidenteel investeren Daarnaast hebben we ook gekeken wat naar aard incidenteel kan, ook al is de wens structureel. Of waar we met een incidentele impuls tóch een ambitie kunnen vormgeven. Dit geldt bijvoorbeeld binnen de bedrijfsvoering. Dit zorgt voor ruimte in de structurele begroting, terwijl we wel ambities kunnen invullen. Dit geeft ons tijd om later keuzes te maken over of we na de impuls iets moeten blijven doen. Slim kiezen We hebben ook gekeken hoe we in de bestaande begroting andere keuzes konden maken om daarmee ruimte te creëren voor bijvoorbeeld zaken die op de B-lijst stonden.

Een voorbeeld hiervan is om te kijken binnen gemeenschappelijke regelingen of reductie mogelijk is door terug te gaan naar ‘slechts’ het wettelijk verplichte. Of te kijken naar waar kosten met partners gedeeld kunnen worden of zogenaamd ‘werk met werk maken’. We stellen echter ook zaken uit, bijvoorbeeld op thema’s waar we het eigenlijk beter zouden willen doen, maar waar we accepteren dat voldoende goed genoeg is. …en aframen Soms hebben we eenvoudigweg afgeraamd. Zo hebben we 10% afgeraamd op alle zogenaamde open einde regelingen. Dit zijn wettelijk verplichte taken waarbij ‘veilig of ruim begroten’ niet nodig is. Voor eventuele tegenvallers, beschikken we over voldoende middelen om dit op te vangen. Bij de programma’s leest u meer over de gemaakte keuzes en gevolgen per programma. Ook leest u daar welke ambities we wél kunnen vormgeven. Het financiële beeld is somber, maar dat laat onverlet dat we onze schouders zetten onder de plannen en afspraken die we hebben gemaakt om onze dienstverlening in de breedste zin van het woord op peil te houden en verder te ontwikkelen.

Strak monitoren en realistisch omgaan met tegenvallers Bovenstaande acties zijn in lijn met wat met u is afgesproken en doen eveneens recht aan uw herhaalde oproep om realistischer om te gaan met investeringen en om wel uitvoering te (blijven) geven aan onze ambities. Het zorgt er echter ook voor dat er geen ruimte meer is om binnen een programma tegenvallers op te vangen. Het vraagt doordachte en zorgvuldige keuzes die in samenhang worden beoordeeld. Het vraagt ook scherpe monitoring van de ontwikkeling van de budgetten. Ondanks dat we de maatregelen zo veel mogelijk in onderlinge samenhang hebben bekeken, blijft het onzeker hoe 2025

5

Begroting 2025-2028 gaat verlopen. Het kan betekenen dat er in 2025, eerder dan voorheen, noodzaak is bepaalde budgetten bij te ramen. Uiteraard verloopt dit via de reguliere planning-en-controlcyclus.

Samen verantwoordelijk We voeren een verantwoord financieel beleid en presenteren u een begroting die sluitend is met transparante voorbehouden over de onzekerheden en risico's die we onderkennen. Het meerjarenbeeld is nog steeds negatief, wat betekent dat we nog verdere maatregelen moeten nemen. We rekenen er niet meer op dat het rijk nog over de brug komt. We hopen slechts dat het beeld niet verder verslechtert. We zijn ons bewust van de urgentie om meteen door te pakken om ook een positiever meerjarenperspectief te realiseren. Op diverse terreinen zijn we aan het zoeken naar structurele besparingen. Daar gaan we uiteraard mee door, de noodzaak hiervoor is duidelijk. We hebben een solide financiële buffer, een gezond weerstandsvermogen en een ruime algemene reserve. Dit stelt ons in staat om tegenvallers op te vangen, te voldoen aan wettelijke verplichtingen en vorm te blijven geven aan ambities. Het positieve saldo dat wij nu presenteren zetten we als eerste buffer hier voor in. Wij zien dus geen ruimte voor extra uitgaven in de begroting 2025 ten laste van dit saldo. Wij willen samen met u het komende jaar werken aan het realiseren van de begroting en onze gezamenlijke ambities. Tegelijkertijd richten we ons op duurzame oplossingen voor de financiële uitdagingen in de komende jaren, zodat we blijvend van waarde zijn voor onze inwoners. Met elkaar werken we door!

6

Begroting 2025-2028

Leeswijzer Inleiding De programmabegroting bestaat uit de beleidsbegroting (het programmaplan en de paragrafen), de financiële begroting en de ramingen en realisatiecijfers geclusterd naar taakvelden. Deze indeling is conform de wettelijke eisen die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Voorafgaand aan de programma’s geven we de uitgangspunten voor deze begroting en het samenvattend financieel overzicht begroting 2025 – 2028 (inclusief financieel perspectief tot en met 2033). Dit staat in het Financieel meerjarenperspectief. Direct daarna volgt een toelichting op de zeven programma’s en de paragrafen. We hebben extra aandacht gegeven aan de keuzes die we hebben gemaakt voor een reëel sluitende begroting en de gevolgen en mogelijke risico's hiervan. Dit leest u zowel in de inleiding als bij de betreffende programma's of paragrafen. In de programma’s zijn alle kosten opgenomen die direct verbonden zijn aan de gemeentelijke taken en activiteiten (het primaire proces). De baten en lasten van de overhead worden niet onder de afzonderlijke beleidsprogramma’s geregistreerd en verantwoord, maar centraal gepresenteerd in een overzicht overhead.

Programma's De begroting bestaat uit zeven programma’s en twee overzichten, de indeling is als volgt: • Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025 • Programma 2: Bestuur en dienstverlening • Programma 3: Beheer, verkeer en milieu • Programma 4: Onderwijs • Programma 5: Sociaal Domein en Welzijn • Programma 6: Economische en sociale zaken • Programma 7: Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting • Overzicht Algemene dekkingsmiddelen • Overzicht Overhead Per programma leest u het maatschappelijk doel en de koppeling met de 3 W-vragen; 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag dat kosten?'. Ook benoemen we per programma de verbinding met Cittaslow. De indeling van de programma’s is als volgt: • • • • • •

Beleidsdoel (het gewenste maatschappelijke effect waar het programma als geheel zich op richt) Wat willen we bereiken? (Speerpunten en doelen binnen het programma) Wat is de relatie tussen Cittaslow en het beleidsveld? Wat gaan we daarvoor doen? (Concrete activiteiten voor 2025 om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken. Hierin staan ook de instrumenten en kader stellende documenten) Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Wat mag het kosten? Hier leest u de financiële vertaling per programma.

Paragrafen 7

Begroting 2025-2028 In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal financiële en bedrijfsmatige zaken, die dwars door het beleid uit de programma’s heen lopen. Deze zaken zijn: • Lokale heffingen • Verbonden partijen • Grondbeleid • Onderhoud kapitaalgoederen • Bedrijfsvoering • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Financiering • Wet open overheid Met de genoemde onderwerpen is een groot (financieel) belang gediend. De paragrafen geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn.

Financiële begroting Op grond van het BBV is de gemeente verplicht een overzicht van de financiële begroting (overzicht van baten en lasten) samen te stellen. De uiteenzetting van de financiële positie en het overzicht van baten en lasten vormen samen de financiële begroting. Verder wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de Financiële structuur. Aansluitend is een toelichting op het resultaat van de primitieve begroting opgenomen.

8

Begroting 2025-2028

Financieel meerjarenperspectief In het Financieel meerjarenperspectief geven wij de uitgangspunten voor deze begroting weer. Daarnaast staan onder de kop ‘Samenvattend financieel overzicht Begroting 2025-2028’ de financiële resultaten van deze begroting. Hierin geven wij onder meer kort de mutaties weer die de grootste invloed hebben op het resultaat van de primitieve begroting. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk bevat het financieel perspectief tot en met 2033. In de Financiële begroting gaan wij uitgebreid in op het resultaat van de primitieve begroting en de financiële structuur.

Uitgangspunten begroting Zoals vermeld in het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026, streven wij naar een financieel duurzaam beleid met een begroting die op lange termijn in evenwicht is. We zorgen ervoor dat structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Hierbij staat het principe centraal dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom streven we ernaar om de belastingdruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven beperkt te houden. Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt. Deze begroting is de uitwerking van de Kadernota 2025-2028 die u op 3 juli 2024 heeft vastgesteld. De kadernota gaf u een doorkijk naar de Begroting 2025 en MJP 2026-2028 en bevat zowel de kaders voor het verder uitwerken van de begroting als een vooruitblik voor de komende jaren. De Kadernota liet voor alle jaren 2025-2028 een fors negatief begrotingssaldo zien. Door een kritische beoordeling van de begrotingscijfers, daarbij sterk rekening houdend met de realisatiecijfers van afgelopen jaren, zijn we erin geslaagd de negatieve saldi terug te dringen. Dit heeft geleid tot een sluitende Begroting 2025.

Hoewel de saldi in de jaren 2026-2028 minder negatief zijn geworden dan in de Kadernota 2025-2028 schrijven we hier nog altijd rode cijfers. De sluitende Begroting 2025 maakt het (vooralsnog) mogelijk om onze dienstverlening te continueren en om de voorgestelde plannen uit de kadernota en het collegewerkprogramma te realiseren. Dit wordt echter geen sinecure, omdat de lucht uit veel budgetten is geperst en nog nadrukkelijker naar de planning van de investeringskredieten is gekeken. Veel investeringskredieten zijn daardoor doorgeschoven naar latere jaren. Het kan betekenen dat er in 2025, eerder dan voorheen, noodzaak is bepaalde budgetten bij te ramen. Uiteraard zal dit via de reguliere planningen-controlcyclus verlopen. Op basis van de huidige saldi voor de jaren 2026-2028 resteert een onveranderd forse opgave. Deze opgave kan nog groter worden door onzekerheden als de economische ontwikkelingen (zoals de inflatie) en het rijksbeleid (algemene uitkering).

Begrotingsadvies 2025-2028 VNG Tijdens de Algemene Ledenvergadering 2023 van de VNG is de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ aangenomen. Aansluitend heeft de VNG - voor het eerst in haar bestaan - een begrotingsadvies uitgebracht voor de gemeentelijke meerjarenbegroting 2024-2027. Op aanraden van de VNG-commissie Financiën heeft het VNGbestuur besloten ook voor de meerjarenbegroting 2025-2028 een begrotingsadvies uit te brengen. Deze bestond uit 2 delen: een eerste deel in maart 2024 en een tweede deel volgend op het

9

Begroting 2025-2028 verschijnen van de meicirculaire. Kortweg was het advies in deel 1: •

Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden indien de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. • Presenteer deze gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. • Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeven vooral te focussen op taken in medebewind. We realiseren ons dat dit voor elke gemeente een eigen afweging vraagt, die tot andere keuzes kan leiden. • Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt. Deel 2 van het advies betrof in het kort: •

Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet. • Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025. • Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg. • Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het Btw Compensatiefonds (BCF) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De begrotingsadviezen hebben we ter harte genomen en voor een deel, maar niet volledig opgevolgd. Op hoofdlijnen kunnen we stellen dat we inderdaad het boekjaar 2025 sluitend hebben gemaakt en de financiële en inhoudelijke consequenties van budgetaanpassingen hebben benoemd. De andere adviezen hebben we deels opgevolgd of terzijde geschoven. Zo hebben wij geen rekening gehouden met de toekomstige ontwikkelingen rondom het Btw Compensatiefonds (BCF) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Althans, we houden uiteraard rekening met de ontwikkelingen, maar ramen op dit punt geen (mogelijke) baten (of lagere lasten). Dit strookt naar ons inzicht namelijk niet met onze kaders van realistisch en behoudend begroten. Onze toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland, onderschrijft ons standpunt.

Financiële kaders Voor de Begroting 2025 en MJP 2026-2028 hanteren wij de kaders zoals voorgesteld in de Kadernota 2025-2028: a) De Begroting 2025 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten. b) Wanneer de Begroting 2025 niet sluitend kan worden, is in elk geval het begrotingsjaar 2028 materieel in evenwicht. c) Hoewel ons dit tijdelijk, vanuit het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv), is toegestaan zien we in principe af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting. d) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve). e) Wij baseren ons in de Begroting 2025 en MJP 2026-2028 op de indices uit de meicirculaire. f) De Begroting 2025 en MJP 2026-2028 bevat geen taakstellingen of stelposten.

10

Begroting 2025-2028 g) De Begroting 2025 en MJP 2026-2028 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma. h) Uitgangspunt voor de OZB is een structurele opbrengststijging van 3% per jaar. i) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk. j) Voor de toeristenbelasting stijgen de tarieven in 2025: - van € 0,85 naar € 1,00 per overnachting per persoon in een kampeermiddel. - van € 1,25 naar € 1,50 per overnachting per persoon voor een overnachting in een inrichting niet zijnde een kampeermiddel.

Verder hebben wij in de Begroting 2025-2028 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: Inwoner- en woningprognose: 2022 Bevolkingsprognose 19.484 Aantal woningen 8.052 Gem. bezetting 2,42 Toename woningen

2023 19.472 8.058 2,42 6

2024 19.377 8.103 2,39 45

2025 19.608 8.253 2,38 150

2026 19.683 8.328 2,36 75

2027 19.743 8.405 2,35 77

2028 19.823 8.480 2.34 75

Loonindexering personeelskosten De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2025. Vanaf 1 april 2025 moet een nieuwe afgesloten worden. In deze Begroting 2025-2028 zijn we uitgegaan van de meerjarige loonindex die is opgenomen in de Meicirculaire 2024. Die index is 3.8% voor 2026, 4.8% voor 2027 en 4% voor 2028. Wij gaan ervanuit dat deze indexatie volstaat. Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, de Nationale consumentenprijsindex (CPI). In de Meicirculaire 2024 is de CPI geraamd op 2,8% voor 2025. Voor 2026, 2027 en 2028 is het respectievelijk 2,4%, 2,3% en 2,3%. Deze percentages passen wij (in basis) toe in de Begroting 20242027. Hierop zijn twee uitzonderingen: als op basis van individuele afspraken een andere (of geen) index wordt afgesproken, wordt die gevolgd. Daarnaast kan het zijn dat voor specifieke taakvelden door de aanhoudende inflatie hogere indexeringen verwacht worden. In dat geval zijn de ramingen daarop gebaseerd. Op deze manier proberen we zuinig, maar reële ramingen op te nemen. Algemene uitkering In de Kadernota 2025-2028 hebben we de gevolgen van de Meicirculaire gemeentefonds 2024 opgenomen. De voornaamste onderwerpen die geleid hebben tot de financiële bijraming geven we hieronder weer voor een volledig beeld.

Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben. Het openbaar vervoer staat voor meerdere uitdagingen: verduurzamen van de exploitatie, onzekerheid op de aanbestedingsmarkt, behoud van

11

Begroting 2025-2028 sociale veiligheid, innoveren voor een betere aansluiting op de mobiliteitsbehoeften. Het is van belang een volledig beeld te hebben op de impact van deze vraagstukken op de exploitatie van het openbaar vervoer. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienlijke uitdaging voor gemeenten, provincies en het Rijk. De natuuropgave van de provincies is groot en uitdagend. Daarbij spelen onder andere vragen rondom structurele beheertaken. Kabinet en het IPO erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbpsystematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Daarbij dient goed gekeken te worden naar uitvoeringscapaciteit, trends, ontwikkelingen en prognoses, juridische en financiële obstakels. Waarbij dit ook in het licht van de gehele overheidsfinanciën wordt bekeken. Streven is om door de verdere uitwerking, indien mogelijk, zo snel mogelijk een meer compleet beeld te hebben van aard en omvang en mogelijke maatregelen. Daarbij zal zowel gekeken worden naar de financiële aspecten, de inhoudelijke sturing als de rolneming door zowel Rijk als medeoverheden.

Inzet specifieke uitkeringen De afgelopen jaren is het aantal specifieke uitkeringen (Spuks) en de daaraan verbonden uitgaven sterk gestegen (realisatie 2023: 153 Spuks, totaalbedrag € 18,3 miljard). Dit is onwenselijk vanwege het uitgangspunt dat financiële middelen vanuit het Rijk aan medeoverheden bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking gesteld worden. Bovendien zijn aan specifieke uitkeringen hoge verantwoordings- en controlelasten verbonden. De gezamenlijke inzet van Rijk, VNG en IPO is daarom gericht op een beperking van het aantal specifieke uitkeringen en het verminderen van de verantwoordingslasten. Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027 opgenomen. De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Voor onze gemeente betekent dat een bedrag van € 304.919. Reserves en voorzieningen De provinciaal toezichthouder hanteert strikte regels ten aanzien van de inzet reserves.

Dit om te voorkomen dat gemeenten in (te) hoge mate afhankelijk zijn van structurele bijdragen vanuit hun reserves om structureel en reëel evenwicht te realiseren. Conform de regels die hiervoor gelden, dekken wij in principe alleen incidentele lasten vanuit reserves. In dit kader dekken wij onderhoudslasten alleen vanuit een reserve voor zover deze incidenteel van aard zijn. Voor de dekking van enkele investeringskredieten dekken wij de kapitaallasten vanuit een zogenaamde dekkingsreserve. Dit is toegestaan zolang de volledige boekwaarde in de dekkingsreserve aanwezig is. Aan deze voorwaarde voldoen wij. Het egaliseren van tarieven is alleen mogelijk via voorzieningen. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing volgen wij daarom deze lijn.

12

Begroting 2025-2028

Samenvattend financieel overzicht begroting 2025 – 2028 De Kadernota 2025-2028 en de raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2024 vormen het financiële uitgangspunt voor de Begroting 2025-2028. De Kadernota 2025-2028 bevatte de mutaties op basis van besluiten met financiële consequenties die verwerkt moesten worden, alsmede te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties (zoals de structurele doorwerkingen van mutaties uit de jaarrekening 2023). Deze mutaties zijn opgenomen in de bijlage bij de Kadernota 2025-2028. Voor 2028 was er nog geen raming, derhalve is voor het jaar 2028 geen beginstand genoteerd.

I)

II)

III)

(bedragen x € 1.000) Beginstand begroting 2025-2028 Mutaties Begroting 2025-2028 (Cat. A en B, Meicirculaire en 'lucht uit budgetten') Resultaat begroting 2025-2028

2025

2026

2027

2028

694

-1.299

-403

406

-140

-972

-1.180

1.100

-1.439

-1.375

-1.180

Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet de Begroting 2025 structureel en reëel in evenwicht zijn. Als dit niet het geval is, dient in de meerjarenbegroting (20262028) aannemelijk te worden gemaakt dat dit evenwicht alsnog tot stand wordt gebracht. Na verwerking van de mutaties resulteert een positief begrotingssaldo voor 2025. Hiermee voldoen we aan de begrotingsvoorwaarden van de provincie. In de jaren 2026 t/m 2028 sluit de begroting echter fors negatief.

II. Mutaties begroting De ‘Mutaties begroting’ betreffen de mutaties van de Kadernota 2025-2028, Meicirculaire gemeentefonds 2024 en opgave 'lucht uit de budgetten'. De voornaamste oorzaken van de ‘Mutaties begroting’ zijn:

1 2 3 4 5 6

Mutatie (bedragen x € 1.000) Kapitaallasten Leges bouwvergunningen Sociaal domein Prijsstijgingen openbare ruimte Meicirculaire 2024 Herziening salarisbegroting

2025

2026

2027

2028

-657 -646

-488 -150

-175 -10

-135 87

-764 215

-781 215

-826 215

-826 215

-243 983

-802 1.608

-793 2.398

-1.900 3.056

13

Begroting 2025-2028 Mutatie (bedragen x 2025 € 1.000) 7 Informatiebeveiliging 221 en digitale transitie 8 Vitaliteitsbeleid 100 Een positief bedrag is negatief voor het saldo en vice versa.

2026

2027

2028

221

221

125

100

100

0

In de Financiële begroting is een nadere toelichting op de oorzaken van het saldo van de primitieve begroting 2025 opgenomen. De afzonderlijke mutaties zijn hieronder kort omschreven en worden nader toegelicht in de verschillende programma’s. 1. De mutatie op de kapitaallasten betreft voornamelijk de structurele doorwerking van het doorschuiven, af-/bijramen en afsluiten van investeringskredieten vanuit de Jaarrekening 2023, de 2e Periodieke Begrotingswijziging 2024 (beiden vastgesteld op 3 juli 2024) en vanuit de opdracht 'weg met planningsoptimisme' voor met name de openbare ruimte. 2. Herziene raming inkomsten uit leges bouwvergunningen. 3. Betreft voornamelijk effecten van de stappen die we gezet hebben om tot een sluitende begroting te komen. 4. Betreft prijsstijgingen op energie openbare verlichting en indexatie aannemers binnen de openbare ruimte. 5. Doorrekening van de meicirculaire 2024 6. Salarisbegroting doorrekening van de huidige CAO-gemeenten 7. Informatiebeveiliging en digitale transitie 8. Implementeren van het vitaliteitsbeleid (verplichting CAO). Salariskosten/werkgeverslasten In het Begroting en Verantwoording (BBV) wordt een algemene definitie van overhead voorgeschreven: Alle bedrijfskosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten, dus ook salariskosten, zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Voor de verdeling van de salariskosten (ook wel werkgeverslasten genoemd) over alle takenvelden in de begroting hanteren wij een verdeelmethode op basis van uren schrijven. Aan de afdelingen wordt bij het opstellen van de begroting gevraagd voor welke taken de medewerkers hun uren zullen inzetten voor het komende jaar. De totale kosten uit de salarisbegroting worden dan gedeeld door het aantal productieve uren. De salariskosten worden op deze manier verdeeld over alle taakvelden in de begroting. Per jaar kan deze verdeling verschillen doordat er bijvoorbeeld extra inzet gepleegd wordt op een taakveld. Dit is terug te zien in de toelichting als verschuiving van werkgeverslasten. Maar heeft dus per saldo geen budgettair effect. Algemene reserve Met ingang van de Begroting 2023-2026 presenteren we, conform het voorstel van de Commissie BBV, in de begroting de werkelijke begrotingssaldi. Dus de werkelijke saldi van lasten en baten. Deze saldi worden niet meer, zoals voor die tijd te doen gebruikelijk, geëgaliseerd naar € 0 door een storting in of onttrekking aan de algemene reserve. De mutaties op de algemene reserve blijven in deze begroting daarom beperkt tot incidentele uitgaven.

Het geraamde saldo van de algemene reserve op 31-12-2025 bedraagt € 6,1 miljoen. Hierbij dient te worden aangetekend dat: •

14

Zoals hierboven benoemd, wordt het begrotingssaldo 2024 niet tussentijds onttrokken/ toegevoegd aan de algemene reserve. Dit gebeurt pas in de Jaarrekening 2024. Het

Begroting 2025-2028

• •

begrotingssaldo 2024 bedraagt na vaststelling van de 3e Periodieke Begrotingswijziging 2024 € 1,0 miljoen. De onzekerheden ten aanzien van de structurele dekking van kosten voor onder meer jeugdzorg en de omgevingswet vangen wij nog altijd (grotendeels) zelf op in deze begroting. De algemene reserve laten wij buiten beschouwing bij het bepalen van de ratio weerstandsvermogen (zie Paragraaf Weerstandsvermogen). Daarvoor zetten wij de reserve Weerstandsvermogen (saldo € 4 mln.) in. Fluctuaties in de algemene reserve hebben zodoende geen invloed op de ratio, die nog altijd de aanduiding ‘uitstekend’ heeft (ratio > 2,0).

III. Financieel perspectief tot en met 2033 Deze meerjarenbegroting beslaat de periode tot en met 2028. Naarmate we verder verwijderd zijn van het eerste jaar van de begroting, neemt de betrouwbaarheid van de schattingen af. Het verminderen van het aantal variabele kostenposten beperkt de mate van onzekerheid. Deze onzekerheidsbeperking is gebaseerd op de volgende factoren: • een goede financiële structuur, zie de Financiële begroting; • verwerking van het verloop van de afschrijvingen; • verwerking van de verwachte ontwikkeling van de OZB-inkomsten. De informatie over het Gemeentefonds is beschikbaar tot 2028 en is gebaseerd op de meicirculaire van 2024 en de meest recente berekeningsgrondslagen. Voor de periode tot 2033 zijn we ervan uitgegaan dat de jaarlijkse correcties voor prijsstijgingen en salarissen gecompenseerd zullen worden door een verhoging van de uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast blijft het onzeker of het Rijk de daling in de algemene uitkering vanaf 2026 in het Gemeentefonds zal compenseren. Wat betreft de kosten met betrekking tot jeugdzorg en de omgevingswet, hanteren we in de meerjarige prognose vanaf 2028 een voortzetting van het niveau van 2027.Op de lange termijn is er ook sprake van het wegvallen van overige inkomsten, met name de opbrengsten uit langlopende leningen tegen relatief hoge rentetarieven.

Bovendien zal op een gegeven moment de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het gemeentehuis uitgeput raken, wat de noodzaak voor nieuwe manieren van dekking van kapitaallasten met zich meebrengt. Ook bestaat er onzekerheid over de ontwikkeling van de dividendopbrengsten, waarbij momenteel al rekening is gehouden met een afname bij Juva. Gebaseerd op deze uitgangspunten en zonder rekening te houden met mogelijke beleidsuitbreidingen of nieuw beleid, ziet het financiële vooruitzicht (het begrotingsresultaat voor de komende jaren) er als volgt uit tot en met 2033:

15

Begroting 2025-2028

Het perspectief vanaf 2026, zoals dat blijkt uit bovenstaande grafiek, is grotendeels te verklaren door de verlaging van de algemene uitkering. Onze grootste inkomstenbron en daarmee voor een groot deel bepalend voor het meerjarig perspectief. Hoewel de gemeente een stevige financiële buffer in de vorm van reserves heeft, is de inzet ervan punt van aandacht. Deze financiële buffer kan namelijk niet worden ingezet voor het realiseren van een structureel sluitende exploitatie. Overeenkomstig de uitgangspunten is aanwending van algemene reserve slechts mogelijk voor de dekking van incidentele uitgaven. Dit is voor 2025-2028 toegepast.

Overzicht 2025 structureel/incidenteel begrotingssaldo Saldo baten en lasten -383.409 Toevoegingen en 1.483.621 onttrekkingen aan reserves Geraamd resultaat 1.100.211

2026

2027

2028

-2.698.498 1.260.054

-2.450.004 1.075.100

-2.186.129 1.005.659

-1.438.444

-1.374.904

-1.180.470

Saldo incidentele baten en lasten

-116.000

0

0

0

Structureel begrotingssaldo

1.216.211

-1.438.444

-1.374.904

-1.180.470

16

Begroting 2025-2028

Overzicht begrotingsresultaat Saldo lasten -/baten per programma Programma 1 Programma 2 Programma 3 Programma 4 Programma 5 Programma 6 Programma 7 Totaal van de programma's

2025

2026

2027

2028

705.951 4.114.577 5.923.580 1.864.984 12.500.376 2.735.344 153.786 27.998.599

573.251 4.091.487 6.249.169 1.760.383 12.647.416 2.668.484 849.265 28.839.456

575.551 4.066.850 6.533.153 1.758.416 12.657.338 2.685.052 959.704 29.236.063

577.851 4.068.339 6.929.744 1.768.600 12.785.855 2.699.800 1.002.937 29.833.125

-39.049.574

-38.435.125

-39.846.001

-41.143.856

11.434.384 0 0

12.294.617 0 0

13.059.941 0 0

13.496.860 0 0

383.409

2.698.948

2.450.004

2.186.129

1.661.507 177.887 -1.483.621

1.430.586 170.532 -1.260.054

1.243.220 168.120 -1.075.100

1.173.848 168.189 -1.005.659

Begrotingsresultaat -1.100.211

1.438.894

1.374.904

1.180.470

Algemene dekkingsmiddelen Overzicht overhead Bedrag heffing Vpb Bedrag voor onvoorzien Subtotaal programma's (Incl. algemene dekkingsmiddelen, Overhead, Vpb en onvoorzien) Reservemutaties: Onttrekking Stortingen Saldo reservemutaties

Conclusie Omdat het begrotingsjaar 2025 met de genomen maatregelen, waarvan de risico's benoemd zijn, structureel en reëel in evenwicht is, komen wij voor dat jaar in aanmerking voor repressief toezicht door de provincie. Het meerjarenperspectief is echter een stuk minder rooskleurig. De begrotingsjaren 2026, 2027 en 2028 sluiten met stevige tekorten. Zoals wij schreven in Kadernota 2025-2028 streven wij weliswaar naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, maar hebben nu ingezet op een sluitend begrotingsjaar 2025. Voor een sluitende begroting vanaf 2026 gaan we vanaf nu aan de slag waarbij we de gemeenteraad zullen betrekken.

17

Begroting 2025-2028 Overigens heeft het Rijk van een structurele oplossing vanaf 2026 nog altijd geen blijk gegeven. Om het structurele tekort vanaf 2026 niet nog verder op te laten lopen, bevat deze begroting geen ruimte voor nieuw of intensivering van beleid. Het positieve saldo dat wij u nu presenteren voor 2025 zetten we als eerste buffer in voor risico's en onzekerheden. Wij zien dus geen ruimte voor extra uitgaven in de begroting 2025 ten laste van dit saldo. De Begroting 2025-2028 is gebaseerd op en bevat daarmee alle lasten en baten die onontkoombaar zijn en/ of redelijkerwijs te verwachten. Dit betekent dat de begroting reëel en volledig is. We werken daarbij niet met stelposten. Dit neemt niet weg dat we adequaat kunnen en zullen reageren als dat nodig is. Een beroep op bijvoorbeeld bijstand, kwijtschelding of jeugdzorg is niet gebonden aan een budgettair plafond, het zijn zogenaamde openeinderegelingen. Zij die hier recht op hebben, kunnen hier hoe dan ook een beroep op doen. Ook zetten wij er actief op in om vroegtijdig passend hulp te verlenen door middel van vroegsignalering en schuldpreventie. Aan de inkomstenkant begroten we niet op basis van aannames, maar van reële verwachtingen. Al met al betekent deze Begroting 2025-2028: • • • • •

Positief saldo voor 2025; Stevige begrotingstekorten vanaf 2026; Een beperkte opbrengststijging voor de OZB met 3%; Tariefstijging van 8% voor afvalstoffenheffing; Voldoende middelen om de voorzieningen in deze gemeente in stand te houden en te investeren in onze organisatie en het onderhoud van onze kapitaalgoederen; • Geen ruimte voor structureel nieuw of intensivering van beleid, wel incidenteel; • Een solide financiële positie met onze solvabiliteit en ons weerstandsvermogen. Hoewel onze begroting in lijn is met het begrotingsadvies van de VNG zijn de begrotingsjaren vanaf 2026 zorgwekkend. Dit is een beeld dat door veel gemeenten gedeeld wordt. Mede daarom beseffen we dat we er rekening mee moeten houden dat er onvoldoende financiën zijn voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. We zullen zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen om te zorgen voor een verbetering van ons financieel perspectief van 2026.

18

Begroting 2025-2028

Programma's

19

Begroting 2025-2028

Programma 1: Vitale dorpen in MiddenDelfland 2025 Beleidsdoel Versterken en behouden van de kwaliteit van 1. het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland en 2. de vitale dorpen in Midden-Delfland.

Wat willen we bereiken? Hernieuwde focus en energie Midden-Delfland is een groene gemeente met een unieke positie als groen gebied in een stedelijke omgeving. In de afgelopen twintig jaar is gekoesterd en ontwikkeld wat Midden-Delfland uniek maakt. Het landschap, de fijnschaligheid en de prettige manier van leven. De bevestiging van het belang van deze eigenschappen vinden wij in het Cittaslow-lidmaatschap en de toekenning van de status 'Bijzonder Provinciaal Landschap'. De kwaliteiten komen ook terug in de speerpunten van de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025. Onze insteek is om met hernieuwde focus en energie ons samen met onze inwoners, ondernemers en verenigingen in te zetten voor onze dorpen, en ook met onze regionale partners voor ons bijzonder provinciaal landschap MiddenDelfland. Behouden en versterken van het waardevolle agrarische cultuurlandschap Het landschap van Midden-Delfland is belangrijk voor de leefomgeving van onze eigen inwoners en ook voor de regio. Midden-Delfland heeft recreatiegebieden aan de randen van steden, natuurgebieden in het zuidelijke deel en een agrarisch kerngebied. Het behoud en versterking van de kwaliteiten die hiermee samenhangen vereisen een gevarieerde aanpak waarbij de gemeente en partners van de Landschapstafel samenwerken. Er worden verschillende programma's, projecten en initiatieven ontwikkeld om de doelen te bereiken.

Het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland blijft een levendig landschap waar mensen kunnen recreëren. Het benadrukt de waarde van het open cultuurlandschap met erfgoed en landbouwactiviteiten. Gebiedsmarketing wordt gebruikt om het landschap en de streekproducten bekend te maken en het voortbestaan van MiddenDelfland te bevorderen. Het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw, voornamelijk melkveehouders, in het agrarisch kerngebied is erg belangrijk. Het programma Duurzaam Boer Blijven stimuleert kringlooplandbouw en betaalde landschapsdiensten om de landbouwsector duurzaam te maken en beter aan te laten sluiten bij de stedelijke omgeving. Financiële middelen en de groei van de productie en afzet van lokaal voedsel zijn essentieel om de boeren in staat te stellen goed voor het landschap te zorgen en er meerwaarde uit te halen. Wij dragen samen met onze partners van de Landschapstafel actief bij aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit programma richt zich op waterbeheer, het versterken van de natuur en biodiversiteit, en het verminderen van broeikasgassen. Het toekomstperspectief van de landbouw speelt een belangrijke rol bij het realiseren van deze maatschappelijke uitdagingen. De gemeente heeft al veel bijdragen geleverd en zal dit ook in de komende jaren blijven doen. Vitale dorpen

20

Begroting 2025-2028 Midden -Delfland heeft levendige dorpen waar men zich jong kan voelen en oud kan worden. Als Cittaslow streven we ernaar dat onze dorpen bloeiende, veilige en sociale dorpen blijven om in te leven, wonen en werken. Ons doel is om de leefbaarheid van de dorpen te stimuleren door te zorgen voor een goede balans in voorzieningen en woningen enerzijds en het behoud van het karakter van het dorp anderzijds. Dit vereist maatwerk. Den Hoorn, Maasland en Schipluiden hebben een eigen identiteit en de inwoners voelen zich verbonden met hun dorp. De uitdaging is om de identiteit en het karakter van de dorpen in het landschap te behouden voor toekomstige generaties. Dit stelt evenwel voorwaarden voor de toekomst. De visie hierop zal voor elk dorp opgesteld worden samen met inwoners, ondernemers en organisaties die een betrokkenheid hebben bij een dorp. De dorpsvisies zullen bouwstenen vormen voor de Omgevingsvisie 2.0. Een aantal doelstellingen is op voorhand van toepassing op elke dorpsvisie: •

• •

•

•

Wonen; behoud van jongeren door voldoende woonruimte voor jongeren, en bouwen van woningen voor ouderen zodat betere doorstroming komt en meer passende woonruimte beschikbaar komt voor jongeren en gezinnen. Er is behoefte aan meer appartementen, sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen en betaalbare koopwoningen, zoals ook blijkt uit de Woonvisie 2024-2030. Voorzieningen; behoud en versterken van voorzieningenniveau voor behoud van een goede woonomgeving; Dorpse sfeer; de identiteit en verbondenheid met het dorp wordt gekoesterd. Dit wordt bekrachtigd door het karakter van elk afzonderlijk dorp te behouden, realisatie van meer ontmoetingsplekken en bevordering van sociale cohesie. Daarbij krijgen de inwoners meer ruimte om bij te dragen aan hun eigen leefomgeving. Bereikbaarheid; behoud van het karakter van elk dorp en ons landschap betekent dat niet elke functie in de betreffende kern behouden of gerealiseerd kan worden. We zorgen hierom voor goede onderlinge verbindingen tussen de dorpen en met de omliggende steden. Hiertoe stimuleren wij betere wandel- en fietsverbindingen en openbaar vervoerverbindingen. Duurzaamheid; bij herstructurering van bestaande buurten en bij nieuwbouw zijn duurzame en klimaatadaptieve maatregelen vanzelfsprekend.

Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Midden-Delfland is lid van de internationale beweging Cittaslow die nadruk legt op de authentieke waarden van gemeenten, op aandacht voor de kwaliteit van leven en voor eerlijk en gezond voedsel. Lid zijn van Cittaslow betekent voor Midden-Delfland een bewuste oriëntatie op de lokale kracht van de samenleving, fijnschaligheid, duurzaamheid vanuit een optimaal evenwicht tussen economische, ecologische en sociale aspecten en de eigen authentieke waarden. De komende jaren wordt door samenwerking met het Cittaslow-netwerk ingezet op de ‘branding’ van Midden-Delfland als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ met vitale dorpen.

Wat gaan we daarvoor doen? Bijzonder provinciaal Landschap We gaan door met de ingezette lijn zoals destijds omschreven in de Gebiedsvisie 2025 en nu in de visie voor het Bijzonder Provinciaal Landschap: 1. Duurzame Landbouw: We zetten maximaal in op verdere ontwikkeling van het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw van Midden-Delfland als drager van het waardevolle agrarische cultuurlandschap. We stimuleren en belonen kringlooplandbouw op

21

Begroting 2025-2028 bedrijfsniveau, we investeren in de nieuw generatie jonge boeren, we bevorderen de toekomstbestendige verkaveling van het agrarisch kerngebied, we bouwen korte ketens van duurzaam lokaal voedsel verder uit, we bevorderen het opwekken van duurzame energie op boerenerven en versterken waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit in relatie tot het agrarisch bedrijf. Dit doen wij door middel van het programma Duurzaam Boer Blijven en het Grondinstrument (IODS). 2. Ruimtelijke kwaliteit: We beschermen en versterken de ruimtelijke kwaliteit van het open polderlandschap samen met betrokken partijen. Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om het evenwicht tussen gebruiks-, belevings-, toekomst- en herkomstwaarde. Wij betrekken deze doelstelling bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. 3. Bekendheid en Recreatie: Samen met betrokken partijen zorgen we ervoor dat recreatie waarde toevoegt aan het landschap, de natuur en het cultureel erfgoed in Midden-Delfland. Gezamenlijk zetten deze partijen zich in voor voldoende beheer- en ontwikkelbudget, waarmee de kwaliteit van het landschap gegarandeerd kan worden. De bekendheid van Midden-Delfland verbetert door als gemeente bij te dragen aan gebiedsmarketing.

Tevens stellen we in 2025 beleid op voor versterking van toerisme en recreatie in Midden-Delfland en het Bijzonder Provinciaal landschap. (zie ook Programma 6, beleidsveld Economie; en programma 7, beleidsveld Ruimtelijke Ordening). 4. Biodiversiteit: We zetten in op verbetering van de weidevogelstand, de insectenstand en versterking van kruidenrijkdom. Op verschillende manieren geven we hier vorm aan. Bijvoorbeeld door het programma Duurzaam Boer Blijven (kringlooplandbouw), de deelname aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland en door het uitvoeringsplan voor het Bijzonder Provinciaal Landschap (bijvoorbeeld Aanvalsplan Grutto). 5. Water en Klimaat: We zetten in op waterkwaliteit en op water vasthouden in relatie tot droogte, veenoxidatie, bodemdaling en wateroverlast. De instrumenten die hiervoor worden ingezet zijn onder andere het uitvoeringsplan Bijzonder Provinciaal Landschap en het programma Duurzaam Boer Blijven. Tevens wordt in beeld gebracht wat de impact is van de grondwaterstand in de veenweidegebieden. 6.

Energie: Wij faciliteren naast het opwekken van duurzame energie op boerenerven ook het kleinschalig opwekken van zonne-energie voor eigen gebruik op de erven van burgerwoningen en niet-agrarische bedrijven in het buitengebied met opstellingen met zonnepanelen op het maaiveld, mits er geen of onvoldoende mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van gebouwen en de opstelling ruimtelijk en landschappelijk goed kan worden ingepast. Vitale dorpen 1. Binnen deze begroting zijn er diverse maatregelen, projecten en initiatieven die bijdragen aan het versterken van vitale dorpen. Wij werken verder aan de centrumplannen en woningbouwprojecten om de dorpen vitaal te houden. Daarnaast dragen we bij aan een rijk verenigingsleven en goede sportvoorzieningen voor een gezond en vitaal Midden-Delfland. 2. Wij faciliteren ondernemers, organisaties en verenigingen die door hun activiteiten bijdragen aan de identiteit, het voorzieningenniveau, de onderlinge saamhorigheid, de levendigheid en de leefbaarheid van de dorpen. Onder met name programma 7 vertalen we deze ambitie naar concrete doelen. 3. We stellen in 2025 samen met belanghebbenden dorpsvisies op voor: Den Hoorn, Maasland en Schipluiden.

Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Stichting Groenfonds Midden-Delfland ondersteunt de agrarische sector door te werken aan:

22

Begroting 2025-2028 • instandhouding van het open agrarisch cultuurlandschap; • verbetering van de relatie stad en platteland. Bij de Coöperatie Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland U.A. (CBG) werken zes gemeentelijke overheden samen om te komen tot een goed beheer van groengebieden in het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Staatsbosbeheer is de uitvoeringsorganisatie. De Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland ondersteunt het behoud, versterking en verdere ontwikkelingen van het landschap door financiële doorsluizing van subsidies.

Wat mag het kosten?

Beschikbar e middelen U MiddenDelfland en Vitale dorpen I MiddenDelfland en Vitale dorpen

Rekening 2023 € 2.537.051 € 2.537.051

2024

2025

2026

2027

2028

€ 1.569.898 € 1.569.898

€ 1.370.338 € 1.370.338

€ 1.238.038 € 1.238.038

€ 1.240.738 € 1.240.738

€ 1.243.438 € 1.243.438

-€ 2.277.592 -€ 2.277.592

- € 891.262

- € 664.387

- € 664.787

- € 665.187

- € 665.587

- € 891.262

- € 664.387

- € 664.787

- € 665.187

- € 665.587

€ 259.459

€ 678.636

€ 705.951

€ 573.251

€ 575.551

€ 577.851

Wijziging budget 2025 ten opzichte van 2024 Lasten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -199.560) De afname van de lasten op dit taakveld is met name het gevolg van in 2024 opgenomen incidentele kosten (zie ook baten) voor de lening coöperatie Delflandshof vanuit IODS middelen (€ -293.000). Over de looptijd betreft het een budgetneutrale mutatie op IODS vanwege de jaarlijkse aflossing. Hiernaast is het budget Midden-Delfland®2025 in 2024 hoger geweest vanwege uit 2023 doorgeschoven budgetten (€ -34.700). Het overige deel betreft een verschuiving van werkgeverslasten (€ 104.105) zie ook baten voor de gedeeltelijke dekking vanuit IODS middelen. Baten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -206.875) De afname van de baten op dit taakveld is met name het gevolg van in 2024 opgenomen incidentele inkomst (zie ook lasten) voor de lening coöperatie Delflandshof vanuit IODS middelen (€ -293.000). Jaarlijks wordt de aflossing in mindering gebracht, waardoor einde looptijd neutraal. Het overige deel betreft een verschuiving van werkgeverslasten (€ 65.725) met als dekking de IODS middelen.

23

Begroting 2025-2028

Mutaties reserve

Mutaties reserve U I Totaal

Rekening 2023 € 152.000 - € 20.780 € 131.220

2024

2025

2026

2027

2028

€0 - € 152.000 - € 152.000

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€0 €0 €0

Wijzigingen reserve 2025 ten opzichte van 2024 Baten - € 152.000 Uit de algemene reserve worden in 2024 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Doorschuiven vervolgopdracht gebiedsmarkering € 20.000 - Doorschuiven opstellen landschapsbiografie € 23.000 - Doorschuiven trekvaart € 10.000 - Doorschuiven Muural € 15.000 - Doorschuiven sluipverkeer A4 € 84.000

24

Begroting 2025-2028

Programma 2: Bestuur en dienstverlening Beleidsveld bestuurlijke organisatie Beleidsdoel Het hebben van een herkenbaar en toegankelijk bestuur, dat aanspreekbaar is op de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners.

Wat willen we bereiken? Ons doel is het hebben van een herkenbaar en toegankelijk bestuur, dat aanspreekbaar is op de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners. Iedereen telt daarbij mee. Onze belofte is dat iedereen zich begrepen, geholpen, betrokken en thuis voelt. Dat bereiken we door belangstelling te tonen, deskundig en gedreven te werken en altijd naar de bedoeling te handelen. Deze belofte is de toetssteen van de manier waarop wij ons werk doen. We behandelen iedereen gelijk en met respect. Transparantie en duidelijkheid zijn daarbij essentieel, zodat we een gemeente zijn die staat en gaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. De gemeenteraad heeft hierin een belangrijke rol. Zij is de vertegenwoordiging van onze samenleving. De gemeenteraad komt maandelijks bij elkaar. Daar worden financiële kaderstellende onderwerpen besproken. Inwoners en ondernemers kunnen de collegeleden aanspreken. Het college luistert naar de belangen die onder de aandacht gebracht worden vanuit de samenleving en reageren daar adequaat op. Ons doel hierbij is dat er effectieve aandacht is voor het behoud en de versterking van de identiteit van de gemeente Midden-Delfland, haar dorpen en gemeenschappen.

Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Kenmerkende elementen die voortvloeien uit Cittaslow zijn kwaliteit, sociale cohesie, duurzaamheid, cultuurhistorie, gastvrijheid en ondernemerschap. Deze elementen passen bij onze identiteit. Deze onderwerpen beïnvloeden in belangrijke mate de keuzes binnen de andere beleidsvelden van deze programmabegroting. De lokale samenleving vormt de identiteit van gemeenschappen. Het authentieke veenweidelandschap bepaalt de identiteit van de gemeente Midden-Delfland. Behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap is voor ons een belangrijke taak. De identiteit van de dorpen is zeer waardevol. Onze gemeenschappen zijn Cittaslow, zonder dit altijd bewust te beseffen. Doel van Cittaslow is het als bestuur en organisatie verbeteren van de kwaliteit van leven om te voldoen aan de behoeften van de mensen en hun leefomgeving. Bewuste gemeenschappen houdt voor de gemeente in eerst nadenken over het maatschappelijk probleem en de daarbij doeltreffende oplossing. Vervolgens daarna handelen om gezamenlijk een optimaal resultaat voor de langere termijn te bereiken. Bij de oplossingsrichting wordt gekeken naar de mogelijkheden van innovatie en participatie, waarbij gestreefd wordt naar een optimaal evenwicht tussen sociale en ecologische opgaven mede vanuit een economisch-financieel perspectief.

Hierbij werkt de gemeente in gezamenlijkheid vanuit de identiteit van de gemeenschappen, die is ontstaan vanuit het landschap en (cultuur)historie. Gaat om bewust zijn waar je vandaan komt, thuis voelen en het handelen niet alleen vanuit financiën benaderen maar ook baseren op (maatschappelijke) waarden en opbrengsten. Het lidmaatschap van Cittaslow is voor

25

Begroting 2025-2028 de gemeente het vaandel waarbinnen deze waarden richting geven aan het eigen handelingsperspectief.

Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken We zijn een aansprekende en aanspreekbare gemeente voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We streven vanuit een herkenbare identiteit en continuïteit naar een sterke positie voor onze gemeente op regionaal en ook landelijk niveau. Wij doen dit vanuit de regionale samenwerking (o.a. Gebiedstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, MRDH), Cittaslow en samenwerking met de provincie Zuid-Holland. De relatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties gaan we in samenwerking met de gemeenteraad verstevigen vanuit een vernieuwend kader voor overheids- en inwonersparticipatie. De uitwerking van de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 en de invoering van de Wet versterking participatie op decentraal niveau zijn daarbij kaderstellend. Concrete doelen/acties voor 2025 Dit doen we door aanspreekbaar te zijn: • actualisatie kaders voor inwoners- en overheidsparticipatie • Vertegenwoordiging van de samenleving door de raad.

• We zijn zichtbaar en aanspreekbaar voor de inwoners in de gemeente • Mogelijkheid om afspraken te maken • Uitvoering geven aan de dienstverleningsvisie Dit doen we door duidelijk te zijn: • We geven invulling aan onze wettelijke taken • We werken op basis van vastgesteld beleid • We zetten in 2025 extra in op de dienstverlening Specifiek inhoudelijke doelen voor de uitvoering van dit programma zijn opgenomen in de beleidsprogramma’s van deze begroting. Rode draad hierbij vanuit de bestuurlijke organisatie is de aanpak van maatschappelijke vraagstukken vanuit het belang van de inwoners in een regionale context. De komende periode is de inzet gericht op het versterken van onze regionale positie. Hierbij moet de regionale samenwerking een meerwaarde opleveren voor de aanpak van maatschappelijke doelen en lokale opgaven. Instrumenten • • • • • • • • • •

26

Inspraakverordening (wordt participatieverordening) Klachtenverordening Reglement van orde voor de raadsvergaderingen (spreekrecht) Verordening op de commissies (spreekrecht) Beleidskader communicatie Nota burgerparticipatie (wordt geactualiseerd met inwoners- en overheidsparticipatie) Social Media Vereniging van Nederlandse Gemeenten Cittaslow (VITA=Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie) Fonds GGU

Begroting 2025-2028 •

Verbonden partijen (paragraaf 3.2) en informele regionale afspraken (o.a. Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, Bestuurlijk overleg ruimte Haagse regio, Bestuurlijke Tafel Wonen en Regionale Regietafel Opvang Asielzoekers Haaglanden)

Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werkt met de 21 deelnemende gemeenten aan het verbeteren van de mobiliteit en het versterken van het economisch vestigingsklimaat van de regio Rotterdam Den Haag. Naast deze formele taken vervult de MRDH ook een regionale netwerkfunctie richting provincie en Rijk.

Wat mag het kosten?

Beschikbar e middelen U Bestuurlijke samenwerk ing Bestuurson dersteuning raad Bestuursor ganen Burgerzake n Raad en raadcommi ssie I Bestuurlijke samenwerk ing Bestuurson dersteuning raad Bestuursor ganen Burgerzake n Raad en raadcommi ssie Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=542ad9ef-f140-44ec-b312-3e649a38c5df