Begroting_2024-2027_Definitief_Gemeenteraad
Tekst van het document
Begroting 2024-2027
Inhoudsopgave Aanbiedingsnota ........................................................................................................................................... 2 Begroting 2024 - 2027............................................................................................................................... 3 Leeswijzer.................................................................................................................................................. 5 Financieel meerjarenperspectief .............................................................................................................. 7 Programma's ............................................................................................................................................... 20 Programma 1........................................................................................................................................... 21 Programma 2........................................................................................................................................... 26 Programma 3........................................................................................................................................... 32 Programma 4...........................................................................................................................................
50 Programma 5........................................................................................................................................... 53 Programma 6........................................................................................................................................... 61 Programma 7........................................................................................................................................... 67 Overzicht algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................. 76 Overzicht overhead ................................................................................................................................. 83 Paragrafen................................................................................................................................................... 87 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 88 Financiering ............................................................................................................................................. 93 Grondbeleid ..........................................................................................................................................
105 Lokale heffingen.................................................................................................................................... 109 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................... 123 Verbonden partijen ............................................................................................................................... 130 Weerstandvermogen en risicobeheersing ............................................................................................ 160 Wet open overheid ............................................................................................................................... 169 Recapitulatie ............................................................................................................................................. 170 Financiële begroting.................................................................................................................................. 173 Bijlagen...................................................................................................................................................... 222 Missie ....................................................................................................................................................
223 Staat van reserves en voorzieningen .................................................................................................... 224 Prognose verloop reserves en voorzieningen....................................................................................... 231 Meerjarig investeringsoverzicht ........................................................................................................... 236 Begroting 2024 - 2027 op taakveld ....................................................................................................... 242 Beleidsindicatoren ................................................................................................................................ 254
1
Aanbiedingsnota
2
Begroting 2024 - 2027 Inleiding Hierbij ontvangt u de Begroting 2024-2027. Deze begroting is de uitwerking van de Kadernota 20242027 die u op 4 juli 2023 heeft vastgesteld. De kadernota gaf u een doorkijk naar de Begroting 20242027 en bevat zowel de kaders voor het verder uitwerken van de begroting als een vooruitblik voor de komende jaren. Deze begroting laat voor 2024 een bescheiden positief beeld zien. Dit maakt het mogelijk om onze dienstverlening te continueren en om de voorgestelde plannen uit de kadernota en het collegewerkprogramma te realiseren. Daarnaast is sinds het vaststellen van de kadernota nog een aantal – deels autonome – wijzigingen geweest. Deze zijn ook verwerkt. Tegelijkertijd blijven de onzekerheden onverminderd groot. Economische ontwikkelingen zoals inflatie hebben impact op iedereen en dus ook invloed op onze eigen begroting. Daarbij komt nog onzekerheid over het rijksbeleid. Dit is zichtbaar in het meerjarenperspectief. Na een positief beeld in 2024 en 2025 ontstaat in 2026 en 2027 een flink nadeel. Het tekort ontstaat voor een groot deel als gevolg van de keuzes die het Rijk heeft gemaakt in de algemene uitkering. We presenteren u dus geen sluitende begroting over alle jaren. Wij hebben de lasten (en baten) in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld gebracht.
Die zijn gebaseerd op de kennis die we nu hebben op basis van het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente en geschatte mee- en tegenvallers. Wij volgen hierbij het advies dat de VNG gemeenten geeft om bewust en transparant de ontstane tekorten te laten zien. Door de gevolgen van de keuzes van het kabinet te laten zien, geven gemeenten een helder signaal af aan het inmiddels demissionaire kabinet en Tweede Kamer: de gemeentelijke financiën zijn momenteel onvoldoende voor het uitvoeren van het huidige takenpakket.
Midden-Delfland heeft en doet het… De Begroting is voor de jaren 2024 en 2025 sluitend; in die jaren presenteren we een bescheiden positief beeld. Daarnaast beschikken we over een stevige buffer voor tegenvallers. Dit biedt ons de financiële ruimte om onze maatschappelijke opgaven te realiseren en onze gemeentelijke dienstverlening minimaal op peil te houden én om stappen te zetten in verdere ontwikkeling. Wij kijken scherp naar onze structurele uitgaven. Het meerjarenbeeld blijft onzeker door de onduidelijkheid in de financiering van het Rijk. Daar hebben we beperkt invloed op. Desondanks kiezen we er niet voor om nu al te bezuinigen op bestaande voorzieningen. Dit om te voorkomen dat we onomkeerbare keuzes maken, die niet nodig blijken wanneer het Rijk over de brug is gekomen. We voeren wel zelf regie op de keuzes die we kunnen maken binnen de bestaande kaders, beleid, budgetten en investeringen. We kijken naar mogelijkheden om 'oud-voor-nieuw' keuzes te maken waardoor (op termijn) ruimte kan ontstaan, we tonen lef door te stoppen met zaken die onvoldoende bijdragen aan het realiseren van onze opgaven en we zijn realistisch bij het doen van investeringen. Daarnaast kijken we waar we met incidentele impulsen, die ook incidenteel gefinancierd worden, langdurig voordeel kunnen bereiken. Dat kan zijn op kwaliteit, op duurzaamheid, op efficiëntie of financieel voordeel.
De gemiddelde lastendruk houden we zo laag als mogelijk. De fors gestegen inflatie dwingt ons nu helaas deze tarieven te verhogen (afvalstoffenheffing +8%, rioolheffing +7,5%). Dit is nodig om
3
kostendekkend te blijven en de rekening niet naar de toekomst te schuiven. Na enkele jaren van tariefdalingen komen de tarieven hiermee weer op het niveau van 2021. Deze begroting is de verdere uitwerking van de Kadernota 2024-2027. Het collegewerkprogramma en het coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 vormen de basis voor deze begroting. Deze is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Een Bijzonder Provinciaal Landschap voor alle Zuid-Hollanders; 2. Een sterke sociale cohesie waar mensen naar elkaar omzien, met persoonlijke ondersteuning voor wie dat nodig heeft 3. Wonen in vitale dorpen, met een uitgebreid voorzieningenniveau; 4. Een professionele en lerende ambtelijke organisatie en bestuur: je zegt wat je doet en doet wat je zegt. 5. Financiën
Navigeren in de mist... In deze begroting is rekening gehouden met alles wat we concreet weten en gebaseerd op realistische ramingen. Er zijn echter veel onzekerheden en ontwikkelingen die boven de markt hangen. Deze zijn veelal met elkaar verbonden en hebben onderlinge afhankelijkheid. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de arbeidsmarktkrapte. Zonder goede personele invulling kan het werk niet (optimaal) worden gedaan. Dat geldt voor onze partners, voor onze leveranciers en voor onszelf. Ondanks onze realistische ramingen, staat het dus op voorhand ook vast dat we geconfronteerd worden met veel onzekerheden. Met name in de slotjaren van deze begrotingsperiode. In die zin is het voor ons, maar feitelijk voor alle gemeenten, navigeren in de mist. Vanzelfsprekend blijven we u tijdig informeren en nemen u mee in de mogelijkheden om keuzes te maken.
4
Leeswijzer Inleiding De programmabegroting bestaat uit de beleidsbegroting (het programmaplan en de paragrafen), de financiële begroting en de ramingen en realisatiecijfers geclusterd naar taakvelden. Deze indeling is conform de wettelijke eisen die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Voorafgaand aan de programma’s geven we de uitgangspunten voor deze begroting en het samenvattend financieel overzicht begroting 2022 – 2025 (inclusief financieel perspectief tot en met 2031). Dit staat in het Financieel meerjarenperspectief. Direct daarna volgt een toelichting op de zeven programma’s en de paragrafen. In de programma’s zijn alle kosten opgenomen die direct verbonden zijn aan de gemeentelijke taken en activiteiten (het primaire proces). De baten en lasten van de overhead worden niet onder de afzonderlijke beleidsprogramma’s geregistreerd en verantwoord, maar centraal gepresenteerd in een overzicht overhead.
Programma's De begroting bestaat uit zeven programma’s en twee overzichten, de indeling is als volgt: • Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025 • Programma 2: Bestuur en dienstverlening • Programma 3: Beheer, verkeer en milieu • Programma 4: Onderwijs • Programma 5: Sociaal Domein en Welzijn • Programma 6: Economische en sociale zaken • Programma 7: Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting • Overzicht Algemene dekkingsmiddelen • Overzicht Overhead Per programma leest u het maatschappelijk doel en de koppeling met de 3 W-vragen; 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag dat kosten?'. Ook benoemen we per programma de verbinding met Cittaslow. De indeling van de programma’s is als volgt: • • • • • •
Beleidsdoel (het gewenste maatschappelijke effect waar het programma als geheel zich op richt) Wat willen we bereiken? (Speerpunten en doelen binnen het programma) Wat is de relatie tussen Cittaslow en het beleidsveld? Wat gaan we daarvoor doen? (Concrete activiteiten voor 2024 om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken. Hierin staan ook de instrumenten en kader stellende documenten) Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Wat mag het kosten? Hier leest u de financiële vertaling per programma.
Paragrafen
5
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal financiële en bedrijfsmatige zaken, die dwars door het beleid uit de programma’s heen lopen. Deze zaken zijn: • Lokale heffingen • Verbonden partijen • Grondbeleid • Onderhoud kapitaalgoederen • Bedrijfsvoering • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Financiering • Wet open overheid Met de genoemde onderwerpen is een groot (financieel) belang gediend. De paragrafen geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn.
Financiële begroting Op grond van het BBV is de gemeente verplicht een overzicht van de financiële begroting (overzicht van baten en lasten) samen te stellen. De uiteenzetting van de financiële positie en het overzicht van baten en lasten vormen samen de financiële begroting. Verder wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de Financiële structuur. Aansluitend is een toelichting op het resultaat van de primitieve begroting opgenomen.
6
Financieel meerjarenperspectief In het Financieel meerjarenperspectief geven wij de uitgangspunten voor deze begroting weer. Daarnaast staan onder de kop ‘Samenvattend financieel overzicht Begroting 2024-2027’ de financiële resultaten van deze begroting. Hierin geven wij onder meer kort de mutaties weer die de grootste invloed hebben op het resultaat van de primitieve begroting. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk bevat het financieel perspectief tot en met 2032. In de Financiële begroting gaan wij uitgebreid in op het resultaat van de primitieve begroting en de financiële structuur.
Uitgangspunten begroting Zoals vermeld in het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026, streven wij naar een financieel duurzaam beleid met een begroting die op lange termijn in evenwicht is. We zorgen ervoor dat structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Hierbij staat het principe centraal dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom streven we ernaar om de belastingdruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven beperkt te houden. Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt. Dit financiële beleid vormde ook de basis voor de Kadernota 2024-2027. In Bijlage I bij die kadernota stonden de wijzigingen die uiteindelijk zijn verwerkt in deze begroting. Overeenkomstig onze uitgangspunten waren deze wijzigingen grotendeels onvermijdelijk (noodzakelijk, onontkoombaar en niet te beïnvloeden) en er was nagenoeg geen sprake van nieuw beleid. De Begroting 2024-2027 kent enkele financiële aanpassingen ten opzichte van de kadernota (zie onder Samenvattend financieel overzicht begroting 2024-2027). De financiële contouren voor 2024-2027 zijn hierdoor echter nagenoeg onveranderd.
Dit houdt in dat we een begroting presenteren die in evenwicht is voor 2024 en 2025, maar dat er aanzienlijke tekorten zijn voor 2026 en 2027. Hoewel dit in lijn is met het begrotingsadvies van de VNG van 14 juli 2023 (zie hieronder), beperkt het wel onze mogelijkheden voor structurele beleidsintensiveringen of nieuw beleid. Dit zou de negatieve saldi voor 2026 en 2027 namelijk verder verslechteren. Voor incidentele uitgaven is er nog wel ruimte vanuit de begrotingsaldi van 2024 en 2025 en of vanuit reserves. Begrotingsadvies 2024-2027 VNG Op de Algemene Ledenvergadering van de VNG van 14 juni jl. is de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ met grote meerderheid aangenomen. In deze resolutie is aangekondigd dat de VNG een begrotingsadvies uitwerkt voor het opstellen van uw programmabegroting 2024-2027. Dit begrotingsadvies hebben wij ontvangen op 14 juli en bestaat uit twee onderdelen: • •
Presenteer voor 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2025-2027 een sluitende begroting. Breng de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en
7
tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven. Hoewel het opvolgen van dit advies voor ons geen doel was, ontkomen we er niet aan dat dit voor ons de uitkomst is. Gelukkig deelt de VNG in de brief onze opvatting dat we door een sluitende begroting 2024 in aanmerking komen voor repressief toezicht. De VNG schreef verder dat zij het kabinet hebben gevraagd om erkenning van de financiële opgave waar gemeenten zich, ook na de Voorjaarsnota van het Rijk, nog steeds voor gesteld zien. Gemeenten verwachten hierop een concreet en duidelijk antwoord van het kabinet, voordat de Miljoenennota verschijnt. Zodra het Rijk hierover communiceert, informeren we de gemeenteraad hier separaat over. Financiële kaders Voor de Begroting 2024-2027 hanteren wij de volgende kaders: a) De Begroting 2024 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten. b) We zien af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting. c) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve). d) Wij baseren ons in de Begroting 2024-2027 op de indices uit de meicirculaire. e) De Begroting 2024-2027 bevat geen taakstellingen of stelposten.
f) De Begroting 2024-2027 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma. g) Voor de OZB handhaven we een structurele opbrengststijging van 3% per jaar. h) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk. Verder hebben wij in de Begroting 2024-2027 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: Inwoner- en woningprognose: 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Bevolkingsprognose 19.414
19.484
19.472
19.499
19.592
19.684
19.775
Aantal woningen
7.996
8.052
8.058
8.092
8.168
8.242
8.317
Gem. bezetting
2,43
2,42
2,42
2,41
2,40
2,39
2,38
8
2021 Toename woningen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
56
6
34
76
74
75
Loonindexering personeelskosten De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 1 januari 2024. Vanaf 2 januari 2024 moet een nieuwe afgesloten worden. In de Begroting 2023-2026 zijn we, in afwijking van de Meicirculaire 2023, uitgegaan van een structurele jaarlijkse stijging van 2,5%. In de 2e Begrotingswijziging 2023-2026 (vastgesteld op 20 december 2022) heeft u ingestemd met ons voorstel dit percentage voor de jaren 2023 en 2024 te verhogen tot 4,5. Dit betrof een aanname gebaseerd op de onderhandelingsresultaten tussen VNG en vakbonden op dat moment. Op basis van de vastgestelde cao 2023 bedraagt de gemiddelde loonstijging 9,1%. Dit is fors meer dan vorig jaar voorzien en daardoor is een bijraming van het salarisbudget noodzakelijk geweest. Die is opgenomen in de Kadernota 2024-2027. Vooralsnog voorzien wij dat deze bijraming boven op de geraamde indexering (4,5% in 2024 en 2,5% vanaf 2025) volstaat. Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, de Nationale consumentenprijsindex (CPI). In de Meicirculaire 2023 is de CPI geraamd op 3,1% voor 2024. Voor 2025, 2026 en 2027 is het respectievelijk 2,5%, 2,4% en 2,3%. Deze percentages passen wij (in basis) toe in de Begroting 20242027. Hierop zijn twee uitzonderingen: als op basis van individuele afspraken een andere (of geen) index wordt afgesproken, wordt die gevolgd.
Daarnaast kan het zijn dat voor specifieke taakvelden door de aanhoudende inflatie hogere indexeringen verwacht worden. In dat geval zijn de ramingen daarop gebaseerd. Op deze manier proberen we zuinig, maar reële ramingen op te nemen. Algemene uitkering In de Kadernota 2024-2027 en de raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2023 hebben we een uitvoerige toelichting gegeven op de Meicirculaire 2023 en de gevolgen daarvan voor onze gemeente. De voornaamste onderwerpen uit die stukken herhalen we voor een juist en volledig beeld. Algemeen De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2023 en verder. Op basis van de keuzes uit het coalitieakkoord van het Rijk en aanvullende afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het accres voor de jaren tot en met 2025 gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire bijgesteld wordt op basis van de laatste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) over de loon- en prijsontwikkeling. In deze meicirculaire wordt de loon- en prijstranche van 2023 vastgezet. In het coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven.
Daarbij gold voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stegen, het gemeentefonds evenredig meegroeide (‘trap op'). Bij een daling gold dezelfde systematiek: daalden de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalde het gemeentefonds evenredig mee (‘trap af'). Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het
9
CPB over de loon- en prijsontwikkeling. Financieringssystematiek medeoverheden In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij Miljoenennota 2023 heeft het kabinet aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Dit bedrag komt vanaf 2027 structureel beschikbaar. Daarnaast worden de fondsen vanaf 2027 geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bbp. Hiermee wordt een stabiele, solide en duurzame financiële basis geboden. Voorlopig is hiervoor aanvullend budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028 voor gemeenten. Bij het uitwerken van een nieuwe financieringssystematiek betrekt het kabinet de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied. Op gemeentelijk niveau wordt in samenspraak met de VNG bezien welke mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het belastinggebied, waarbij op basis van de uitkomsten een eventueel wetgevingstraject in gang wordt gezet. Richtlijnen voor verwerking van de extra middelen jeugdzorg Rijk en VNG werken al enige tijd aan de Hervormingagenda jeugdzorg. Onderhandelingen hierover zijn afgerond.
Vooruitlopend op de uitkomsten van deze onderhandelingen zijn in de Meicirculaire 2023 voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 aanvullende, incidentele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds, in lijn met de financiële reeks van de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW). Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de CvW heeft het kabinet besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd kunnen worden. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. De provincies als financieel toezichthouder erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en hebben beoordeeld in hoeverre het ramen van de financiële reeks van de CvW na 2025 als reëel kan worden beoordeeld (artikel 203 lid 1 Gemeentewet). Zij hebben daarom gezamenlijk de volgende richtlijn uitgebracht: • •
Gemeenten mogen in de jaarschijven 2026 en 2027 de middelen zoals die in de Hervormingsagenda zijn afgesproken als structurele en reële raming meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 miljoen en € 211 miljoen. Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing op de uitgaven van €500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken.
Richtlijnen voor verwerking van de extra middelen klimaat- en energiemiddelen Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarom is het essentieel dat zij over de benodigde kennis, expertise én uitvoeringscapaciteit beschikken. Het kabinet trekt voor de jaren 2023 tot en met 2025 geld uit om gemeenten hierbij te ondersteunen. Met dit geld kunnen zij extra personeel aantrekken, kennis vergroten en externe expertise in huis halen. Om
10
langjarige verplichtingen aan te kunnen gaan, hebben gemeenten echter ook langjarige zekerheid nodig van deze middelen. Voor het jaar 2023 verdeelt het Rijk ca. € 341 miljoen aan gemeenten. De verdeling van deze middelen over de gemeenten is zeker voor het jaar 2023. Voor de jaren 2024 en 2025 is meer geld beschikbaar dan wat gemeenten in totaal in 2023 zullen ontvangen. Over de verdeling van dit extra geld (bovenop de ca. € 341 miljoen) is nog onzekerheid. Voor de verdeling van dit extra geld (via planfinanciering) komt namelijk nog een aanvullende regeling. Over het vervolg na 2026 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt dat deze regeling wordt vastgelegd in een wet. Hoe dit verder vorm wordt gegeven is op dit moment nog niet duidelijk. Rijk, provincies en gemeenten overleggen over hoe vorm wordt gegeven aan de langjarige zekerheid na 2025. In de brief van minister Jetten (Klimaat en Energie) van 25 oktober 2022 aan gemeenten en provincies is de voorlopige verdeling aangegeven. Daarbij is aangekondigd dat de middelen na 2025 zullen worden gecontinueerd. De provincies hebben in dit kader gezamenlijk de volgende richtlijn uitgebracht: •
Gemeenten kunnen gezien het bovenstaande erop rekenen dat ze voor de jaren na 2023 in ieder geval hetzelfde bedrag ontvangen als in 2023. Gemeenten mogen het bedrag wat zij in 2023 ontvangen voor de klimaat- en energiegelden opnemen als structurele baat in de begroting 2024 voor de jaren 2024 tot en met 2027. De provincies gaan er daarbij wel vanuit dat gemeenten een gelijk bedrag aan extra lasten opnemen voor de klimaat- en energietaken.
Reserves en voorzieningen De provinciaal toezichthouder hanteert strikte regels ten aanzien van de inzet reserves. Dit om te voorkomen dat gemeenten in (te) hoge mate afhankelijk zijn van structurele bijdragen vanuit hun reserves om structureel en reëel evenwicht te realiseren. Conform de regels die hiervoor gelden, dekken wij in principe alleen incidentele lasten vanuit reserves. In dit kader dekken wij onderhoudslasten alleen vanuit een reserve voor zover deze incidenteel van aard zijn. Voor de dekking van enkele investeringskredieten dekken wij de kapitaallasten vanuit een zogenaamde dekkingsreserve. Dit is toegestaan zolang de volledige boekwaarde in de dekkingsreserve aanwezig is. Aan deze voorwaarde voldoen wij. Het egaliseren van tarieven is alleen mogelijk via voorzieningen. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing volgen wij daarom deze lijn.
Samenvattend financieel overzicht begroting 2023 – 2026 De Kadernota 2024-2027 en de raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2023 vormen het financiële uitgangspunt voor de Begroting 2024-2027. De Kadernota 2024-2027 bevatte de mutaties op basis van besluiten met financiële consequenties die verwerkt moesten worden, alsmede te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties (zoals de structurele doorwerkingen van mutaties uit de jaarrekening 2022). Deze mutaties zijn opgenomen in bijlage I bij de Kadernota 2024-2027.
I)
(bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Beginstand begroting 20242027
1.252
1.788
26
123
11
(bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
II)
Mutaties Begroting 20242027
-2.181
-2.110
-1.901
-1.967
III)
Stand Kadernota Begroting 20242027
-929
-322
-1.876
-1.844
IV)
Saldo Meicirculaire 2023
1.316
1.335
664
1.411
V)
Financieel perspectief na Meicirculaire 2023
387
1.013
-1.212
-433
*Voor 2027 was er nog geen raming voor de algemene uitkering. De raming voor 2027 vanuit de meicirculaire is daarom vergeleken met de raming voor 2026 uit de voorlaatste circulaire. De Begroting 2024-2027 bevat enkele mutaties (zie hierna onder I. Mutaties begroting) ten opzichte van de begrotingssaldi uit bovenstaand overzicht. In onderstaand overzicht staat per begrotingsjaar het saldo van deze mutaties en het begrotingsresultaat. (Bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Financieel perspectief na Meicirculaire 2023
387
1.013
-1.212
-433
Mutaties Begroting
-176
-294
-53
-420
Resultaat Begroting 20242027
211
719
-1.265
-853
Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet de Begroting 2024 structureel en reëel in evenwicht zijn. Als dit niet het geval is, dient in de meerjarenbegroting (20252027) aannemelijk te worden gemaakt dat dit evenwicht alsnog tot stand wordt gebracht.
12
Na verwerking van de mutaties resulteren positieve begrotingssaldi voor 2024 en 2025. Hiermee voldoen we aan de begrotingsvoorwaarden van de provincie. In 2026 en 2027 sluit de begroting echter fors negatief.
I. Mutaties begroting De ‘Mutaties begroting’ betreffen de mutaties ten opzichte van de Kadernota 2024-2027 en raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2023. De voornaamste oorzaken van de ‘Mutaties begroting’ zijn: Mutatie (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
1
Kosten bijstand
261
261
261
261
2
Veiligheidsregio Haaglanden
38
38
38
38
3
Indexatie groenonderhoud
35
35
35
35
4
Dekking kosten inzet Scharnier
-68
5
Kapitaallasten
-32
68
65
-11
Een positief bedrag is negatief voor het saldo en vice versa. In de Financiële begroting is een nadere toelichting op de oorzaken van het saldo van de primitieve begroting 2024 opgenomen. De afzonderlijke mutaties zijn hieronder kort omschreven en worden nader toegelicht in de verschillende programma’s. 1. Dit betreft een structurele doorwerking vanuit de 2e Periodieke Begrotingswijziging 2023. Als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon en de toename van het aantal uitkeringen in 2022 stijgt de uitkeringslast. 2. De VRH heeft de jaarrekening 2022 en de ontwerp-meerjarenbegroting 2024-2027 (incl. herziene begroting 2023) aan de raden van de deelnemende gemeenten gestuurd. Hieruit blijk dat de bijdrage van onze gemeente vanaf het jaar 2024 jaarlijks zal stijgen van € 1.217.000 naar € 1.255.000. Dit is een jaarlijkse stijging van € 38.000. 3. Voor het groenonderhoud is de indexatie die de aannemers doorberekenen hoger dan de in de begroting verwerkte indexatie. 4. De ambtelijke inzet voor 2024 voor het project De Scharnier kwam in eerste instantie ten onrechte ten laste van de gemeentelijke exploitatiebegroting. Dit is gecorrigeerd door deze kosten ten laste van het project te brengen.
13
5. De mutatie op de kapitaallasten betreft voornamelijk de structurele doorwerking van het doorschuiven, af-/bijramen en afsluiten van investeringskredieten vanuit de Jaarrekening 2022 en de 2e Periodieke Begrotingswijziging 2023 (beiden vastgesteld op 4 juli 2023). Algemene reserve Met ingang van de Begroting 2023-2026 presenteren we, conform het voorstel van de Commissie BBV, in de begroting de werkelijke begrotingssaldi. Dus de werkelijke saldi van lasten en baten. Deze saldi worden niet meer, zoals voor die tijd te doen gebruikelijk, geëgaliseerd naar € 0 door een storting in of onttrekking aan de algemene reserve. De mutaties op de algemene reserve blijven in deze begroting daarom beperkt tot incidentele uitgaven. Uitgaven die nieuw in deze begroting zijn opgenomen en incidentele uitgaven waartoe de gemeenteraad eerder heeft besloten. De uitgaven die nieuw zijn opgenomen in de begroting betreffen onder meer de kosten voor projectleiding en implementatie van e-HRM (€ 25.000) en een impuls voor de verbetering van de dienstverlening (€ 20.000). Binnen het betreffende programma worden deze nieuwe incidentele uitgaven nader toegelicht. Het geraamde saldo van de algemene reserve op 31-12-2024 bedraagt € 7,9 miljoen. Hierbij dient te worden aangetekend dat: •
•
•
Zoals hierboven benoemd, wordt het begrotingssaldo 2023 niet tussentijds onttrokken/ toegevoegd aan de algemene reserve. Dit gebeurt pas in de Jaarrekening 2023. Het begrotingssaldo 2023 bedraagt na vaststelling van de 3e Periodieke Begrotingswijziging 2023 € 3,5 miljoen. De onzekerheden ten aanzien van de structurele dekking van kosten voor onder meer jeugdzorg en de omgevingswet vangen wij nog altijd (grotendeels) zelf op in deze begroting. Dit betekent dat wij de lasten zo reëel mogelijk ramen en slechts de baten opnemen voor zover dit is toegestaan (zie ook onder III. Financieel perspectief tot en met 2032). De algemene reserve laten wij buiten beschouwing bij het bepalen van de ratio weerstandsvermogen (zie Paragraaf Weerstandsvermogen). Daarvoor zetten wij de reserve Weerstandsvermogen (saldo € 4 mln.) in. Fluctuaties in de algemene reserve hebben zodoende geen invloed op de ratio, die nog altijd de aanduiding ‘uitstekend’ heeft (ratio > 2,0).
III. Financieel perspectief tot en met 2032 Deze meerjarenbegroting beslaat de periode tot en met 2027. Naarmate we verder verwijderd zijn van het eerste jaar van de begroting, neemt de betrouwbaarheid van de schattingen af. Het verminderen van het aantal variabele kostenposten beperkt de mate van onzekerheid. Deze onzekerheidsbeperking is gebaseerd op de volgende factoren: -een goede financiële structuur, zie de Financiële begroting; -verwerking van het verloop van de afschrijvingen; -verwerking van de verwachte ontwikkeling van de OZB-inkomsten. De informatie over het Gemeentefonds is beschikbaar tot 2027 en is gebaseerd op de meicirculaire van 2023 en de meest recente berekeningsgrondslagen. Voor de periode tot 2032 gaan we ervan uit dat de jaarlijkse correcties voor prijsstijgingen en salarissen gecompenseerd zullen worden door een verhoging van de uitkering uit het Gemeentefonds. Het blijft echter onzeker of het Rijk de daling in de algemene
14
uitkering vanaf 2026 in het Gemeentefonds zal compenseren. Wat betreft de kosten met betrekking tot jeugdzorg en de omgevingswet, hanteren we in de meerjarige prognose vanaf 2028 een voortzetting van het niveau van 2027. Op de lange termijn is er ook sprake van het wegvallen van overige inkomsten, met name de opbrengsten uit langlopende leningen tegen relatief hoge rentetarieven. Bovendien zal op een gegeven moment de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het gemeentehuis uitgeput raken, wat de noodzaak voor nieuwe manieren van dekking van kapitaallasten met zich meebrengt. Ook bestaat er onzekerheid over de ontwikkeling van de dividendopbrengsten, waarbij momenteel al rekening is gehouden met een afname bij Juva. Gebaseerd op deze uitgangspunten en zonder rekening te houden met mogelijke beleidsuitbreidingen of nieuw beleid, ziet het financiële vooruitzicht (het begrotingsresultaat voor de komende jaren) er als volgt uit tot en met 2032:
Het perspectief vanaf 2026, zoals dat blijkt uit bovenstaande grafiek, is grotendeels te verklaren door de verlaging van de algemene uitkering. Onze grootste inkomstenbron en daarmee voor een groot deel bepalend voor het meerjarig perspectief. Hoewel de gemeente een stevige financiële buffer in de vorm van reserves heeft, is de inzet ervan punt van aandacht. Deze financiële buffer kan namelijk niet worden ingezet voor het realiseren van een structureel sluitende exploitatie. Overeenkomstig de uitgangspunten is aanwending van algemene reserve slechts mogelijk voor de dekking van incidentele uitgaven. Dit is voor 2024-2027 toegepast.
15
Overzicht structureel/ incidenteel begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
Saldo baten en lasten
-1.391.708
-657.038
-2.482.721
-1.889.587
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
1.602.392
1.376.381
1.217.825
1.036.480
Geraamd resultaat 210.684
719.343
-1.264.896
-853.107
Saldo incidentele baten en lasten
0
-116.000
0
0
Structureel begrotingssaldo
210.684
603.343
-1.264.896
-853.107
2025
2026
2027
Overzicht 2024 begrotingsresultaat Saldo lasten -/baten per programma Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025
431.846
470.789
473.589
476.389
Programma 2: Bestuur en veiligheid
3.846.316
3.849.344
3.839.811
3.851.152
Programma 3: Beheer, verkeer en 6.084.579 milieu
6.326.187
6.536.280
6.656.767
Programma 4: Onderwijs
1.584.757
1.586.305
1.600.704
1.573.692
16
Overzicht 2024 begrotingsresultaat
2025
2026
2027
Programma 5: Sociaal Domein en 13.373.248 Welzijn
13.386.240
13.536.875
13.550.090
Programma 6: Economische en sociale zaken
2.699.480
2.593.495
2.505.243
2.518.673
Programma 7: RO, ontwikkeling en volkshuisvesting
93.041
776.183
933.866
882.901
Totaal van de programma's
28.102.203
28.986.996
29.411.970
29.536.677
Algemene dekkingsmiddelen
-36.371.733
-38.191.403
-36.985.870
-37.732.403
Overzicht overhead 9.661.238
9.861.445
10.056.621
10.085.314
Bedrag heffing Vpb 0
0
0
0
Bedrag voor onvoorzien
0
0
0
657.038
2.482.721
1.889.587
0
Subtotaal programma's (Incl. algemene 1.391.708 dekkingsmiddelen, Overhead, Vpb en onvoorzien) Reservemutaties: Onttrekking
2.007.835
1.433.532
1.267.611
1.083.843
Stortingen
405.443
57.151
49.786
47.363
Saldo reservemutaties
-1.602.392
-1.376.381
-1.217.825
-1.036.480
17
Overzicht 2024 begrotingsresultaat
2025
2026
2027
Begrotingsresultaat -210.684
-719.343
1.264.896
853.107
Conclusie In juni 2022 stuurden we u de Prognosebrief Begroting 2023-2026 toe. Hierin gaven we aan dat de Begroting 2023-2026 langs drie scenario’s kon ontwikkelen: 1. De Begroting 2023-2026 is een voortzetting van de (meerjaren)Begroting 2022-2025 met weinig financiële afwijking. Er is daarbij geen sprake van grote financiële tekorten en er is weinig financiële ruimte voor nieuw - of intensivering van beleid. 2. We stevenen af op een fors (structureel) financieel tekort, waarbij aanvullende bezuinigingen noodzakelijk zijn. Dit scenario geeft aanleiding voor een raadsbespreking voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. 3. De Begroting 2023-2026 en verdere jaren laat een stevige ‘plus’ zien, met name in het laatste begrotingsjaar. Hierbij ontstaat ruimte voor nieuwe voorstellen. Hierbij kan de gemeenteraad tijdens de begrotingsbehandeling voorstellen doen voor inzet van deze ‘plus’. Op basis van de begrotingsaldi is voor deze Begroting 2024-2027 sprake van scenario 1 voor de jaren 2024 en 2025 en scenario 2 voor 2026 en 2027. Omdat de Begroting 2024 structureel en reëel in evenwicht is, komen wij voor dat jaar in aanmerking voor repressief toezicht door de provincie. Het meerjarenperspectief is echter minder rooskleurig. De begrotingsjaren 2026 en 2027 sluiten met stevige tekorten.
Zoals wij schreven in Kadernota 2024-2027 streven wij weliswaar naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, maar hebben daar nu niet krampachtig op ingezet. Dit om te voorkomen dat we voor de jaren 2026 en verder bezuinigen op bestaande voorzieningen, terwijl dat niet nodig bleek wanneer het Rijk over de brug is gekomen voor een structurele oplossing. De VNG heeft in de ledenbrief ‘Begrotingsadvies 2024-2027’ van 14 juli jl. deze lijn ook voorgesteld. Overigens heeft het Rijk van een structurele oplossing vanaf 2026 nog altijd geen blijk gegeven. Om het structurele tekort vanaf 2026 niet nog verder op te laten lopen, bevat deze begroting geen ruimte voor nieuw of intensivering van beleid. Slechts voor incidentele uitgaven is er nog ruimte vanuit de begrotingsaldi van 2024 en 2025 en of vanuit reserves. De Begroting 2024-2027 is gebaseerd op en bevat daarmee alle lasten en baten die onontkoombaar zijn en/ of redelijkerwijs te verwachten. Dit betekent dat de begroting reëel en volledig is. We werken daarbij niet met stelposten. Dit neemt niet weg dat we adequaat kunnen en zullen reageren als dat nodig is. Een beroep op bijvoorbeeld bijstand of kwijtschelding is niet gebonden aan een budgettair plafond, het zijn zogenaamde openeinderegelingen. Zij die hier recht op hebben, kunnen hier hoe dan ook een beroep op doen.
Ook zetten wij er actief op in om vroegtijdig passend hulp te verlenen door middel van vroegsignalering en schuldpreventie. Aan de inkomstenkant begroten we niet op basis van aannames, maar van reële verwachtingen. Al met al betekent deze Begroting 2024-2027: •
Positieve saldi voor 2024 en 2025;
18
• • • •
Stevige begrotingstekorten vanaf 2026; Een beperkte opbrengststijging voor de OZB met 3%; Tariefstijgingen van 8% respectievelijk 7,5% voor afvalstoffenheffing en rioolheffing; Voldoende middelen om de voorzieningen in deze gemeente in stand te houden en te investeren in onze organisatie en het onderhoud van onze kapitaalgoederen; • Geen ruimte voor structureel nieuw of intensivering van beleid, wel incidenteel; • Een solide financiële positie met onze solvabiliteit en ons weerstandsvermogen. Hoewel onze begroting in lijn is met het begrotingsadvies van de VNG zijn de begrotingsjaren vanaf 2026 zorgwekkend. Dit is een beeld dat door veel gemeenten gedeeld wordt. Mede daarom vertrouwen we erop dat het Rijk vatbaar is voor het signaal van de VNG dat de gemeentelijke financiën momenteel onvoldoende zijn voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. Vooruitlopend op een reactie van Rijk onderzoeken wij desondanks de mogelijkheden voor een verbetering van ons financieel perspectief van 2026.
19
Programma's
20
Programma 1 Beleidsdoel Versterken en behouden van de kwaliteit van 1. het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland en 2. de vitale dorpen en de buurtschappen in Midden-Delfland.
Wat willen we bereiken? Hernieuwde focus en energie In de afgelopen twintig jaar is gekoesterd en ontwikkeld wat Midden-Delfland uniek maakt; het landschap, de fijnschaligheid en de prettige manier van leven. De bevestiging van het belang van deze eigenschappen vinden wij in het Cittaslow-lidmaatschap en de toekenning van de status van Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). De zichtbaarheid, de toegevoegde waarde en de herkenning van MiddenDelfland komt mede door de speerpunten uit de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025. Op dit moment werken wij aan het vervolg en ontwikkelen wij een hernieuwde visie. We doen dit samen met betrokkenen. Dat zijn primair de inwoners maar ook ondernemers, verenigingen, buurgemeenten en partners. Onze insteek is om gezamenlijk met hernieuwde focus en energie voort te zetten waar wij ons al twintig jaar voor inzetten. Dit betekent niet dat doelen en uitgangspunten in de huidige Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 en de Visie Vitale Dorpen niet meer voldoen. Door een nieuw proces te doorlopen willen we bereiken dat alle betrokkenen de waarden van Midden-Delfland herkennen en uitdragen. Bij de totstandkoming van de Toekomstvisie 2050 gaat eenieder zich ‘eigenaar’ voelen van de vraagstukken die in Midden-Delfland spelen. Behouden en versterken van het waardevolle agrarische cultuurlandschap Midden-Delfland heeft verschillende functies en waarden.
Het heeft recreatiegebieden aan de randen van steden, natuurgebieden in het zuidelijke deel en een agrarisch kerngebied. Het landschap is belangrijk voor de regio en vereist een gevarieerde aanpak waarbij de gemeente en partners van de Landschapstafel samenwerken. Er worden verschillende programma's, projecten en initiatieven ontwikkeld om de doelen te bereiken. Het BPL Midden-Delfland blijft een levendig landschap waar mensen kunnen recreëren. Het benadrukt de waarde van het open cultuurlandschap met erfgoed en landbouwactiviteiten. Gebiedsmarketing wordt gebruikt om het landschap en de streekproducten bekend te maken en het voortbestaan van Midden-Delfland te bevorderen. Het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw, voornamelijk melkveehouders, in het agrarisch kerngebied is erg belangrijk. Het programma Duurzaam Boer Blijven stimuleert kringlooplandbouw en betaalde landschapsdiensten om de landbouwsector duurzaam te maken en beter aan te laten sluiten bij de stedelijke omgeving. Financiële middelen en de groei van productie en afzet van lokaal voedsel zijn essentieel om boeren in staat te stellen goed voor het landschap te zorgen en er meerwaarde uit te halen. Wij dragen samen met onze partners van de Landschapstafel actief bij aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit programma richt zich op het behalen van doelstellingen op het gebied van natuur,
21
water en klimaat. Het toekomstperspectief van de landbouw speelt een belangrijke rol bij het realiseren van deze maatschappelijke uitdagingen. De gemeente heeft al veel bijdragen geleverd en zal dit ook in de komende jaren blijven doen. Vitale dorpen Omzien naar elkaar, sociale cohesie en bestaanszekerheid zijn cruciale voorwaarden voor – in sociaaleconomisch opzicht - vitale dorpen. We streven naar een passende ontwikkeling met kwaliteit van de historische dorpen en buurtschappen in Midden-Delfland met het doel deze nog aantrekkelijker te maken om in te leven, te ondernemen en te recreëren. Voorzieningen moeten zoveel mogelijk op orde blijven. Wij faciliteren ondernemers, organisaties en verenigingen die door hun activiteiten bijdragen aan de identiteit, het voorzieningenniveau, de onderlinge saamhorigheid, de levendigheid en de leefbaarheid van de dorpen. Onder met name programma 7 vertalen we deze ambitie naar concrete doelen.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Midden-Delfland is lid van de internationale beweging Cittaslow die nadruk legt op de authentieke waarden van gemeenten, op aandacht voor de kwaliteit van leven en voor eerlijk en gezond voedsel. Lid zijn van Cittaslow betekent voor Midden-Delfland een bewuste oriëntatie op de lokale kracht van de samenleving, fijnschaligheid, duurzaamheid vanuit een optimaal evenwicht tussen economische, ecologische en sociale aspecten en de eigen authentieke waarden. De komende jaren wordt meer ingezet op de samenwerking met het Cittaslow-netwerk in onze gemeente en op de ‘branding’ van Midden-Delfland als een ‘slow’ en vooral ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ met vitale dorpen.
Wat gaan we daarvoor doen? [1] Bijzonder provinciaal Landschap We gaan door met de ingezette lijn zoals destijds omschreven in de Gebiedsvisie 2025 en nu in de visie voor het Bijzonder Provinciaal Landschap: 1. Duurzame Landbouw: We zetten maximaal in op het verder ontwikkelen en uitbouwen van het duurzame economische verdienmodel voor de duurzame landbouw van Midden-Delfland als drager van het waardevolle agrarische cultuurlandschap. We stimuleren en belonen kringlooplandbouw op bedrijfsniveau, we investeren in de nieuw generatie jonge boeren, we bevorderen de toekomstbestendige verkaveling van het agrarisch kerngebied, we bouwen de korte ketens van duurzaam lokaal voedsel verder uit, we bevorderen het opwekken van duurzame energie op boerenerven en we versterken waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit in relatie tot het agrarisch bedrijf. Dit doen wij door middel van het programma Duurzaam Boer Blijven en het Grondinstrument (IODS). 2. Ruimtelijke kwaliteit: We beschermen en versterken de ruimtelijke kwaliteit van het open polderlandschap samen met betrokken partijen. Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om het evenwicht tussen gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde en herkomstwaarde. Wij betrekken deze doelstelling bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
22
3. Biodiversiteit: We zetten in op verbetering van de weidevogelstand, de insectenstand en versterking van kruidenrijkdom. Op verschillende manieren geven we hier vorm aan. Bijvoorbeeld door het programma Duurzaam Boer Blijven (kringlooplandbouw), de deelname aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland en door het uitvoeringsplan voor het Bijzonder Provinciaal Landschap (bijvoorbeeld Aanvalsplan Grutto). 4. Water en Klimaat: We zetten in op waterkwaliteit en op water vasthouden in relatie tot droogte, veenoxidatie, bodemdaling en wateroverlast. De instrumenten die hiervoor worden ingezet zijn onder andere het uitvoeringsplan Bijzonder Provinciaal Landschap (zoals de pilot in de Holierhoekse Zouteveense polder) en het programma Duurzaam Boer Blijven. 5. Energie: Wij faciliteren naast het opwekken van duurzame energie op boerenerven ook het kleinschalig opwekken van zonne-energie voor eigen gebruik op de erven van burgerwoningen en niet-agrarische bedrijven in het buitengebied met opstellingen met zonnepanelen op het maaiveld, mits er geen of onvoldoende mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van gebouwen en de opstelling ruimtelijk en landschappelijk goed kan worden ingepast. Wij doen dat door ons kruimelgevallenbeleid aan te vullen met beleidsregels die gericht zijn op het eenvoudig en snel kunnen beoordelen van verzoeken om zo'n opstelling te plaatsen.
6. Bekendheid en Recreatie: Samen met betrokken partijen zorgen we ervoor dat recreatie waarde toevoegt aan het landschap, de natuur en het cultureel erfgoed in Midden-Delfland. Gezamenlijk zetten deze partijen zich in voor voldoende beheer- en ontwikkelbudget, waarmee de kwaliteit van het landschap gegarandeerd kan worden. De bekendheid van Midden-Delfland verbetert door als gemeente bij te dragen aan gebiedsmarketing. [2] Vitale dorpen Binnen deze begroting vinden we diverse programma's die actief bijdragen aan het versterken van vitale dorpen. De uitvoering van projecten en initiatieven die de vitaliteit van onze dorpen bevorderen, maken deel uit van deze programma's. Wij werken verder aan de centrumplannen en woningbouwprojecten om de dorpen vitaal te houden. Daarnaast dragen we bij aan een rijk verenigingsleven en goede sportvoorzieningen voor een gezond en vitaal Midden-Delfland.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Stichting Groenfonds Midden-Delfland ondersteunt de agrarische sector door te werken aan: • instandhouding van het open agrarisch cultuurlandschap; • verbetering van de relatie stad en platteland. Bij de Coöperatie Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland U.A. (CBG) werken zes gemeentelijke overheden samen om te komen tot een goed beheer van groengebieden in het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Staatsbosbeheer is de uitvoeringsorganisatie. De Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland ondersteunt het behoud, versterking en verdere ontwikkelingen van het landschap door financiële doorsluizing van subsidies.
Wat mag het kosten?
23
Beschikbare middelen U MiddenDelfland en Vitale dorpen Toerisme en recreatie I MiddenDelfland en Vitale dorpen Toerisme en recreatie
Rekening 2022 € 706.099 € 706.099
2023
2024
2025
2026
2027
€ 1.326.550 € 1.326.550
€ 1.124.898 € 1.124.898
€ 1.128.198 € 1.128.198
€ 1.131.398 € 1.131.398
€ 1.134.598 € 1.134.598
€0
€0
€0
€0
€0
€0
- € 389.333 - € 389.333
- € 817.713 - € 717.713
- € 693.052 - € 593.052
- € 657.409 - € 557.409
- € 657.809 - € 557.809
- € 658.209 - € 558.209
€0
- € 100.000
- € 100.000
- € 100.000
- € 100.000
- € 100.000
€ 316.766
€ 508.837
€ 431.846
€ 470.789
€ 473.589
€ 476.389
Wijziging budget 2024 ten opzichte van 2023 Lasten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -201.652) De afname van de lasten op dit taakveld is met name het gevolg van in 2022 doorgeschoven budgetten naar 2023 voor uitvoering van de beleidsevaluatie gebiedsmarketing (€ -45.000) en het infrastructuurproject 'Maatregelen sluipverkeer A4'(€ -65.000). Hiernaast zijn in 2023 begroot de lasten (én baten) voor de landschapstafel bijzonder provinciaals landschap (€ -110.000). Het restant betreft een verschuiving van werkgeverslasten (€ 15.256). Baten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -124.661) De afname van de baten worden hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de baten (én lasten) begroot zijn in 2023 voor de Landschapstafel bijzonder provinciaals landschap (€ -110.000). Het restant betreft een uit 2022 naar 2023 doorgeschoven budget ten behoeve van de Willemsoordseweg (€ -15.000).
Mutaties reserve
Mutaties reserve U I
Rekening 2022 € 50.000 - € 45.000 € 5.000
2023
2024
2025
2026
2027
€0 - € 95.000 - € 95.000
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
24
Wijzingen reserve 2024 ten opzichte van 2023 Baten - € 95.000 Uit de Algemene Reserve worden in 2023 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: • •
Doorschuifbudget maatregelen sluipverkeer A4 € 50.000 Doorschuifbudget Beleidsevaluatie gebiedsmarketing € 45.000
25
Programma 2 Beleidsveld bestuurlijke organisatie Beleidsdoel Het hebben van een herkenbaar en toegankelijk bestuur, dat aanspreekbaar is op de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners.
Wat willen we bereiken? Het college heeft goed contact met de samenleving. De gemeenteraad heeft hierin een belangrijke rol. Zij is de vertegenwoordiging van onze samenleving. Maandelijks bespreekt het college de kaders met de gemeenteraad. Inwoners en ondernemers kunnen de collegeleden aanspreken. Dit loopt bij voorkeur via de portefeuilles. Het college luistert naar de belangen die onder de aandacht gebracht worden vanuit de samenleving en reageren daar adequaat op. Ons doel hierbij is dat er effectieve aandacht is voor het behoud en de versterking van de identiteit van de gemeente Midden-Delfland, haar dorpen en gemeenschappen.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Kenmerkende elementen die voortvloeien uit Cittaslow zijn kwaliteit, sociale cohesie, duurzaamheid, cultuurhistorie, gastvrijheid en ondernemerschap. Deze elementen passen bij onze identiteit. Deze onderwerpen beïnvloeden in belangrijke mate de keuzes binnen de andere beleidsvelden van deze programmabegroting. De lokale samenleving vormt de identiteit van gemeenschappen. Het authentieke veenweidelandschap bepaalt de identiteit van de gemeente Midden-Delfland. Behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap is voor ons een belangrijke taak. De identiteit van de dorpen is zeer waardevol. Onze gemeenschappen zijn Cittaslow, zonder dit altijd bewust te beseffen. Doel van Cittaslow is het als bestuur en organisatie verbeteren van de kwaliteit van leven om te voldoen aan de behoeften van de mensen en hun leefomgeving. Bewuste gemeenschappen houdt voor de gemeente in eerst nadenken over het maatschappelijk probleem en de daarbij doeltreffende oplossing. Vervolgens daarna handelen om gezamenlijk een optimaal resultaat voor de langere termijn te bereiken. Bij de oplossingsrichting wordt gekeken naar de mogelijkheden van innovatie en participatie, waarbij gestreefd wordt naar een optimaal evenwicht tussen sociale en ecologische opgaven mede vanuit een economisch-financieel perspectief.
Hierbij werkt de gemeente in gezamenlijkheid vanuit de identiteit van de gemeenschappen, die is ontstaan vanuit het landschap en (cultuur)historie. Gaat om bewust zijn waar je vandaan komt, thuis voelen en het handelen niet alleen vanuit financiën benaderen maar ook baseren op (maatschappelijke) waarden en opbrengsten. Het lidmaatschap van Cittaslow is voor de gemeente het vaandel waarbinnen deze waarden richting geven aan het eigen handelingsperspectief.
Wat gaan we daarvoor doen?
26
Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken We zijn een aansprekende en aanspreekbare gemeente. Concrete doelen/acties voor 2024 Dit doen we door aanspreekbaar te zijn: • Vertegenwoordiging van de samenleving door de raad. • We zijn zichtbaar en aanspreekbaar voor de inwoners in de gemeente • Mogelijkheid om afspraken te maken Dit doen we door duidelijk te zijn: • We geven invulling aan onze wettelijke taken • We werken op basis van vastgesteld beleid • Afronden proces Toekomstvisie 2050 Specifiek inhoudelijke doelen voor de uitvoering van dit programma zijn opgenomen in de beleidsprogramma’s van deze begroting. Rode draad hierbij vanuit de bestuurlijke organisatie is de aanpak van maatschappelijke vraagstukken vanuit het belang van de inwoners in een regionale context. De komende periode is de inzet gericht op het versterken van onze regionale positie. Hierbij moet de regionale samenwerking een meerwaarde opleveren voor de aanpak van maatschappelijke doelen en lokale opgaven. Instrumenten • • • • • • • • • • • •
Inspraakverordening Klachtenverordening Reglement van orde voor de raadsvergaderingen (spreekrecht) Verordening op de commissies (spreekrecht) Beleidskader communicatie Nota burgerparticipatie Social Media Interbestuurlijk Programma (www.overheidvannu.nl) Vereniging van Nederlandse Gemeenten Cittaslow Fonds GGU Verbonden partijen (paragraaf 3.2) en informele regionale afspraken (o.a. Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, Bestuurlijk overleg uitwerking Handreiking Haagse regio ruimtelijke puzzel, Bestuurlijke Tafel Wonen en Regionale Regietafel Opvang Asielzoekers Haaglanden)
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werkt met de 21 deelnemende gemeenten aan het verbeteren van de mobiliteit en het versterken van het economisch vestigingsklimaat van de regio Rotterdam Den Haag. Naast deze formele taken vervult de MRDH in beperkte mate ook een netwerkfunctie, zoals bij de Regionale Energiestrategie (RES), groenblauwe leefomgeving en advisering provincie bij ruimtelijke procedures werklocaties.
27
Wat mag het kosten?
Beschikbare middelen U Bestuurlijke samenwerki ng Bestuurson dersteuning raad Bestuursorg anen Burgerzake n Raad en raadcommis sie I Bestuurlijke samenwerki ng Bestuurson dersteuning raad Bestuursorg anen Burgerzake n Raad en raadcommis sie
Rekening 2022 € 1.958.130 € 131.673
2023
2024
2025
2026
2027
€ 1.986.898 € 100.650
€ 2.196.134 € 112.224
€ 2.215.395 € 114.517
€ 2.258.175 € 116.817
€ 2.290.816 € 119.117
€ 210.413
€ 225.170
€ 235.097
€ 237.797
€ 240.397
€ 242.897
€ 444.841
€ 564.698
€ 581.794
€ 586.088
€ 590.496
€ 595.039
€ 824.862
€ 768.230
€ 933.813
€ 941.887
€ 973.459
€ 994.857
€ 346.341
€ 328.150
€ 333.206
€ 335.106
€ 337.006
€ 338.906
- € 319.114 €0
- € 219.625 €0
- € 394.490 €0
- € 414.523 €0
- € 470.636 €0
- € 495.636 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
- € 21.600
- € 19.400
- € 19.400
- € 19.400
- € 19.400
- € 19.400
- € 297.514
- € 200.225
- € 375.090
- € 395.123
- € 451.236
- € 476.236
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.639.016
€ 1.767.273
€ 1.801.644
€ 1.800.872
€ 1.787.539
€ 1.795.180
Wijziging budget 2024 ten opzichte van 2023 Lasten Burgerzaken (€ 165.583) De lasten (én baten) voor wat betreft reisdocumenten nemen vanaf 2024 fors toe (€ 97.031). Hiernaast zijn er hogere automatiseringskosten (€ 13.412) en een verschuiving van werkgeverslasten (€ 18.845). Baten Burgerzaken (€ 174.865) De inkomsten (én lasten) vanuit leges reisdocumenten nemen vanaf 2024 fors toe (€ 168.832).
28
Beleidsveld openbare orde en veiligheid Beleidsdoel Dat de gemeente Midden-Delfland een veilige gemeente is om in te wonen, werken en recreëren.
Wat willen wij bereiken? Gewenst maatschappelijk effect Dat inwoners, ondernemers en bezoekers zich veilig voelen in Midden-Delfland. Wanneer er een incident, ramp of crisis is of deze zich dreigt voor te doen, merken inwoners dat de gemeente dit adequaat oppakt.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Een goede en veilige leefomgeving is een basisvoorwaarde bij de beleving van de kwaliteit van leven in een gemeente. Cittaslow besteedt bij de fysieke leefomgeving aandacht aan herstel en herbestemming van vervallen locaties en leegstaande panden. De aandacht voor de fysieke leefomgeving draagt bij aan de leefbaarheid en veiligheid in een gemeente.
Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken We zetten in op het continueren van ons veiligheidsniveau. We zetten lopende activiteiten voort. De meeste aandacht gaat uit naar de veiligheidsaspecten die we noemen in het geldende actieprogramma veiligheid. Het operationele doel staat eveneens in dit actieprogramma. Concrete doelen/acties Veiligheid waarborgen is een steeds complexer wordende kerntaak van de overheid. Veiligheidsproblemen worden groter en dringender. Zo nemen criminaliteit, zoals ondermijning en cybercriminaliteit, en fysieke veiligheidsrisico’s, toe. De effectieve aanpak van de veiligheidsvraagstukken vraagt bovendien steeds vaker integrale samenwerking, bijvoorbeeld tussen zorg en veiligheid en tussen private en publieke partijen. Zo zullen er continu Beleids- en programmaontwikkelingen rond integrale veiligheid (zoals het IVP/Integraal Veiligheidsbeleid ) plaatsvinden en rond specifieke veiligheidsthema’s zoals Ondermijning, Cybercrime en Informatiebeveiliging. Wat gaan we daarvoor doen? Maken van (Risico-)analyses, evaluatie en benchmarks van veiligheidsvraagstukken en de aanpak daarvan (met o.a. ondersteuning van het RIEC), zoals enquêtes veiligheid en leefbaarheid, de benchmark integrale veiligheid. • • •