B 22113 Begroting MRDH 2023 (inclusief IPVa 2023).pdf
Tekst van het document
48
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Kasgeldlimiet 2023
bedragen x € 1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas
-
-
-
-
Tegoeden in rekening courant
107.960
122.538
177.594
171.496
Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen
107.960
122.538
177.594
171.496
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld
107.960
122.538
177.594
171.496
Toegestande kasgeldlimiet
47.233
47.233
47.233
47.233
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
155.193
169.771
224.827
218.729
Begrotingstotaal 576.016 Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
8,20%
Kasgeldlimiet 47.233
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er tot en met de begroting 2022 drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en De Verkeersonderneming. Het jaar 2021 was het laatste jaar dat De Verkeersonderneming in zijn huidige vorm bestond. Vanaf 2022 neemt de MRDH deel aan
49
de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar, waarvoor een stichting is opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met daarbij Havenbedrijf Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de huidige samenwerking tussen de partners, vanuit de bestaande uitvoeringsorganisaties Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de naamloze vennootschappen HTM en de RET. Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2020: € 85.619.457
Vreemd vermogen
Per 31-12-2020: € 433.178.493
Financieel resultaat
Over 2020: € -/- 6.248.471
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2020: € 148.282.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2020: € 267.517.000
Financieel resultaat
Over 2020: € -/- 11.362.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
50
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio wordt gebruikt als pilot voor deze werkwijze.
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: ● risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); ● risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen (apparaatslasten EV begroting 2016) nodig is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast.
Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Bij de jaarrekening 2021 wordt daarom voorgesteld deze reserve op te heffen.
51
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen.
Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding. Daarmee wordt tot en met december 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is het in 2021 opgestelde Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. Het transitieprogramma wordt tot en met 2022 periodiek herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt. Het kabinet wil vooralsnog vanaf 2023 geen financieel vangnet bieden voor het OV. Blijft het kabinet bij dit standpunt dan zullen de vervoerders niet om ingrijpende maatregelen heen kunnen. Afschalen van het OV met 20-30% zou een zeer onwenselijk maar reëel vooruitzicht zijn met grote gevolgen voor alle OV-reizigers. De reizigersaantallen stijgen inmiddels weer maar de reizigersopbrengsten komen naar verwachting pas richting 2025 weer op het oude niveau.
Als het kabinet niet met een financieel vangnet tot 2025 over de brug komt, dan kunnen we niet het OV leveren waar de samenleving om vraagt. Hierdoor wordt een vitale sector geen herstel geboden, terwijl extra inzet op duurzame mobiliteit urgenter is dan ooit. We hebben immers grote opgaven rond wonen, energie en bereikbaarheid en de regionale economie. Meer gebruik van trein, tram, metro en bus is daarvoor onmisbaar. Door nu geen transitiemiddelen uit te trekken worden op korte termijn misschien beperkte besparingen bereikt maar voor komende kabinetten ontstaat daarmee een kostbare en onontkoombare opgave. Het Transitieprogramma OV en corona wordt in september/oktober 2022 herijkt. Is er dan nog geen zicht op extra ondersteuning van het Rijk dan zullen ingrijpende maatregelen genomen moeten worden om de vervoerbedrijven het komend jaar uit de rode cijfers te houden. En dat is uiterst onwenselijk. In het proces van herijken van het transitieprogramma zullen opnieuw ook de gemeenteraden actief (via informatiebrieven, informatiesessies en via formele advisering in de adviescommissie Vervoersautoriteit) worden betrokken.
De vervoerkundige maatregelen die nodig zijn om de financiële gevolgen van corona op te vangen zijn tijdelijk van aard, zo is door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit op 24 maart 2021 bij het vaststellen van het regionale Transitieprogramma OV en corona besloten, maar zullen dus mogelijk gecontinueerd moeten worden in 2023 en 2024. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit zal hier een besluit over moeten nemen. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de begroting 2022, rekening houdend met indexatie.
52
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in rail voertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen.
De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2022 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 31 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 28 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt:
53
Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.158.925.102
1.149.722.194
1.226.387.131
1.311.824.207
1.341.430.788
1.387.004.930
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.420.422.451
1.347.007.597
1.384.861.186
1.512.424.478
1.482.960.734
1.462.307.764
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
923.274.593
875.554.938
900.159.771
983.075.911
963.924.477
950.500.047
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
235.650.509
274.167.255
326.227.360
328.748.296
377.506.311
436.504.883
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
18.852.041
21.933.380
26.098.189
26.299.864
30.200.505
34.920.391
Netto/gewogen risico (ondergrens € 28 miljoen)
27.000.000
28.000.000
28.000.000
28.000.000
30.200.505
34.920.391
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
25.873.277
27.000.000
28.000.000
28.000.000
28.000.000
30.200.505
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
7.334.239
7.256.143
7.801.395
8.208.065
8.526.284
8.779.356
Toevoeging opslag aan risicoreserve
1.126.723
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
0
0
0
0
0
0
6.207.516
6.256.143
7.801.395
8.208.065
6.325.779
4.059.470
Weging risico
Beschikbaar voor exploitatie
Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2022 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. bedragen in euro’s
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2023 Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven
28.000.000
Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven
28.000.000
Weerstandsvermogen ratio
(voldoende) 1
Vennootschapsbelasting Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting.
54
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Zie voor een actuele status op dit dossier hoofdstuk 3.3. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Zoals ook verwoord in de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen zal dan worden gekeken of binnen de wettelijke begrotingskaders de resterende BDU-middelen aangesproken kunnen worden. Indien dat onvoldoende mogelijk is, kan het bestuur besluiten om andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen te verlagen en/of te vertragen. De in enig jaar nog niet bestede rijksbijdrage BDU betreft vreemd vermogen en van deze middelen kan geen reservevorming plaatsvinden. Er kan daarom geen weerstandsvermogen van deze middelen worden opgebouwd, omdat er geen sprake is van eigen vermogen. Kengetallen
in %
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
165,6
155,2
190,6
207,3
207,5
224,3
alle verstrekte leningen
-5,1
-4,9
-5,6
-5,7
-6,0
-7,1
Solvabiliteitsratio
2,2
2,5
2,4
2,3
2,4
2,6
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
0,5
0,3
0,0
0,0
0,7
1,7
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH.
55
Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen.
56
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
bedragen in euro’s
Kapitaallast 2022 Bedrijfsgebouw
127.101
2023
2024
2025
2026
127.101
127.101
127.101
127.101
Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschafttot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.
De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. Voor 2022 worden er investeringen verwacht in het kader van telefonie en vervanging van meubilair. bedragen in euro’s
Investering
Investeringsbedrag
2022
2023
2024
2025
2026
Meubilair
244.000
244.000
-
-
-
-
ICT
45.000
45.000
-
-
-
bedragen in euro’s
Kapitaallast 2022
2023
2024
2025
2026
Meubilair
12.200
24.400
24.400
24.400
24.400
ICT
7.500
15.000
15.000
7.500
bedragen in euro’s
Kapitaallast 2022
2023
2024
2025
2026
Overige materiële vaste activa
50.159
50.159
50.159
50.159
50.159
57
Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel
Adres
Eigenaar
Gerechtigde
Omschrijving
Rijswijk A 3914
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk D 8010
Burgemeester Elsenlaan/ Van Vredenburchweg 77B
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
(nutsvoorziening) Rijswijk D 8011
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk D 8015
Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk D 8038
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
Rijswijk G 2984
Limpergstraat/Limpergstraat 11
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
(nutsvoorziening) Rijswijk G 2985
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 2989
Veraartlaan/Visseringlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 2994
Visseringlaan/Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 2999
Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 3001
Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 3002
Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
(nutsvoorziening) Rijswijk G 3009
Generaal Eisenhowerplein
Gemeente Rijswijk/Railinfa
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 3050
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
Rijswijk G 3054
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
Rijswijk I 2128
Prinses Beatrixlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2131
Weidedreef
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2134
Florence Nightingalestraat
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2137
Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
(nutsvoorziening) Rijswijk I 2139
Eikelenburglaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Veur B 9432
Burgemeester Banninglaan
St. Medisch Centrum
MRDH (erfpacht)
openbaar vervoer
Haaglanden
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
58
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit: Bureau Interne Dienstverlening Afdeling Economisch Vestigingsklimaat
Bureau Financiën & Control Secretarisalgemeen directeur Bureau Strategie & Bestuur
Afdeling Openbaar Vervoer Afdeling Verkeer
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2022.
De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat.
59
Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,82 (prijspeil 2023) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 202) maximaal € 1,15 (prijspeil 2023) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. In november 2021 hebben werkgevers en vakbonden een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector. Het akkoord geldt voor 24 maanden.
De salarissen stijgen per 1 december 2021 met 1,5% en per 1 april 2022 met 2,4%. Voor het jaar 2023 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 1,9%. Dit percentage sluit aan met de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: bedragen in euro’s
Onderdeel
Fte’s 2022
Fte’s 2023 Begroting 20231)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
205.552
Bureau Financiën & Control
9,1
9,1
989.730
Bureau Strategie & Bestuur
15,0
15,0
1.532.257
Bureau Interne Dienstverlening
5,5
5,5
407.140
Afdeling Verkeer 25,0
25,0
2.559.219
Afdeling Openbaar Vervoer
24,0
24,0
2.429.656
Economisch Vestigingsklimaat 10,0
10,0
1.219.364
Totalen 89,6
89,6
9.342.919
1)
De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten.
60
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten: Kostenverdeling apparaatslasten Onderdeel
Fte’s
bedragen in euro’s
Kosten
BDU verkeer en vervoer
Programma
exploitatie
infrastructuur
verkeer en OV
verkeer en OV
Inwonerbijdrage EV
Programma Programma Overhead
Verdeelsleutels
Overhead
economisch
inwoner-
BDU vestig. klimaat
bijdrage EV
Personele apparaatslasten Secretaris-algemeen directeur
1,0
205.552 164.442 41.110
80/20
BFC, BSB en BID
29,6
2.929.128
2.343.302
80/20
Vervoersautoriteit
49,0
4.988.874
440.715
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
1.219.364 1.005.380
Totaal personele apparaatslasten
89,6
9.342.919
3.156.011
1.392.148
585.826 213.984
Materiëleapparaatslasten 3.119.000 2.495.200 623.800 Totalen 12.461.919
3.156.011
1.392.148
5.443.659
1.005.380
100 100 80/20
1.464.720
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
61
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2023
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
538.127.670
460.885.481
422.738.887
419.590.361
433.358.804
436.772.056
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
67.058.072
181.874.628
140.976.359
140.753.425
139.357.522
109.156.217
3. Economisch Vestigingsklimaat
4.044.044
5.385.715
5.392.010
5.392.010
5.392.010
5.392.010
6.273.618
6.695.364
6.908.379
6.908.379
6.908.379
6.908.379
Lasten per programma
Overhead Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
615.503.404
654.841.188
576.015.635
572.644.174
585.016.714
558.228.662
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
539.254.393
461.885.481
422.738.887
419.590.361
435.559.309
441.491.942
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
67.058.072
181.874.628
140.976.359
140.753.425
139.357.522
109.156.217
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.218.901
5.266.965
5.392.010
5.392.010
5.392.010
5.392.010
6.273.618
6.695.364
6.908.379
6.908.379
6.908.379
6.908.379
617.804.984
655.722.438
576.015.635
572.644.174
587.217.219
562.948.548
2.301.580
881.250
0
0
2.200.505
4.719.886
Totaal
Baten per programma
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV Totaal Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
285.000
118.750
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves1)
-2.586.580
-1.000.000
0
0
-2.200.505
-4.719.886
0
0
0
0
0
0
Resultaat 1)
Inclusief voorstel resultaatbestemming.
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasury functie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026.
62
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2023 per taakveld
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2.1 Verkeer en vervoer
38.376.639
115.078.517
94.140.487
103.809.331
101.810.322
71.188.898
2.5 Openbaar vervoer
Lasten per taakveld 566.809.102
527.681.592
469.574.759
456.534.455
470.906.004
474.739.375
3.1 Economische ontwikkeling
4.044.044
5.385.715
5.392.010
5.392.010
5.392.010
5.392.010
0.4 Overhead
6.273.618
6.695.364
6.908.379
6.908.379
6.908.379
6.908.379
0
0
0
0
0
0
615.503.402
654.841.188
576.015.635
572.644.174
585.016.714
558.228.662
0.8 Overige baten en lasten Totaal
Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer
38.376.639
115.078.517
94.140.487
103.809.331
101.810.322
71.188.898
2.5 Openbaar vervoer
567.935.825
528.681.592
469.574.759
456.534.455
473.106.509
479.459.261
3.1 Economische ontwikkeling
5.218.901
5.266.965
5.392.010
5.392.010
5.392.010
5.392.010
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
6.273.618
6.695.364
6.908.379
6.908.379
6.908.379
6.908.379
617.804.982
655.722.437
576.015.635
572.644.174
587.217.219
562.948.548
Saldo van baten en lasten
2.301.580
881.250
0
0
2.200.505
4.719.886
Onttrekking aan reserves
285.000
118.750
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-2.586.580
-1.000.000
0
0
-2.200.505
-4.719.886
0
0
0
0
0
0
Totaal
1)
Resultaat 1)
Inclusief voorstel resultaatbestemming.
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: ● Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; ● Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden
63
toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
1)
2022
2023
2024
2025
2026
1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
129.470.723
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
16.462.558
12.981.538
8.744.628
7.000.000
10.000.000
10.000.000
285.000
118.750
0
0
0
0
Incidentele lasten per programma
3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal
0
0
0
0
0
0
146.218.281
14.100.288
8.744.628
7.000.000
12.200.505
14.719.886
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
128.344.000
0
0
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
16.462.558
12.981.538
8.744.628
7.000.000
10.000.000
10.000.000
3. Economisch Vestigingsklimaat
285.000
118.750
0
0
0
0
Overhead
81.316
0
0
0
0
0
145.172.874
13.100.288
8.744.628
7.000.000
10.000.000
10.000.000
Totaal
Saldo van incidentele baten en lasten 1)
1.045.407
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
ExcIusief voorstel resultaatbestemming..
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar2021 aanvullend € 128.344.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (tevens incidentele baat 2021). Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren:
64
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Incidentele baten Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel KTA Move 2020-2022)
4.132.231
Rotterdamsebaan
920.599
Veilig Slim en Duurzaam
3.179.000
Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid
1.000.000
pilot Maas
413.000
Fietssnelroutes
768.000
Digitalisering overheden
562.000
Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen
5.412.728
KTA Move 2021 1.265.848 Zuid-Holland bereikbaar expl 2022
2.450.000
Fietsstimulering 2021 61.989 Onderwijsaanpak 2021 82.685 Opgave Fiets 75.000 Inzet tour de Force
250.000
Oeververbinding Regio Rotterdam 3.078.000 Studie Voorne-Putten
75.000
102.000
Studie en innovatie CID Binckhorst
378.000
Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied
2.255.372
1.744.628
No regret Den Haag
2.900.000
7.000.000
7.000.000
10.000.000
10.000.000
Zero Emissie Stadslogistiek 41.322 Fietsnetwerkplannen Zuidwest 41.322 Totaal
16.462.558
12.981.538
8.744.628
7.000.000
10.000.000
10.000.000
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekkingen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie aan YES!Delft (lasten en baten). Deze wijziging is binnen de MRDH met ingang van 2021 doorgevoerd. De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn:
65
Presentatie van het structureel begrotingssaldo
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Saldo baten en lasten
2.301.580
881.250
0
0
2.200.505
4.719.886
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-2.301.580
-881.250
0
0
-2.200.505
-4.719.886
0
0
0
0
0
0
Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
1.045.407
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
Structureel begrotingssaldo
1.045.407
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2023 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
66
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2023 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening Activa
2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
Materiële vaste activa (art. 35)
1.006.635
1.098.676
882.016
665.357
456.198
254.538
Investeringen met economisch nut
1.006.635
1.098.676
882.016
665.357
456.198
254.538
Financiële vaste activa (art. 36)
1.054.926.103
1.049.723.195
1.130.388.132
1.219.825.208
1.253.431.789
1.303.005.931
1.001
1.001
1.001
1.001
1.001
1.001
Vaste activa (art. 33)
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.054.925.102
1.049.722.194
1.130.387.131
1.219.824.207
1.253.430.788
1.303.004.930
Totaal vaste activa
1.055.932.738
1.050.821.871
1.131.270.148
1.220.490.565
1.253.887.987
1.303.260.469
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)
294.575.513
222.343.314
215.985.101
210.114.280
204.506.377
223.672.931
Vorderingen op openbare lichamen
47.685.926
47.500.000
47.500.000
47.500.000
47.500.000
47.500.000
245.504.891
172.843.314
166.485.101
160.614.280
155.006.377
174.172.931
1.384.697
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
Liquide middelen (art. 40)
49.945
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Banksaldi
49.945
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
117.090.775
72.803.570
37.789.846
28.444.922
19.100.000
19.100.000
93.053.804
58.203.570
23.189.846
13.844.922
4.500.000
4.500.000
begrotingsjaren komen
24.036.971
14.600.000
14.600.000
14.600.000
14.600.000
14.600.000
Totaal vlottende activa
411.716.233
295.196.884
253.824.947
238.609.202
223.656.377
242.822.931
Totaal activa
1.467.648.971
1.346.018.754
1.385.095.095
1.459.099.767
1.477.544.364
1.546.083.401
Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende
67
Geprognosticeerde balanscijfers
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening Passiva
2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
32.507.907
33.389.157
33.389.157
33.389.157
35.589.662
40.309.548
Algemene reserve
100.000
0
0
0
0
0
Bestemmingsreserves
30.948.050
33.389.157
33.389.157
33.389.157
35.589.662
40.309.548
Gerealiseerde resultaat
1.459.857
0
0
0
0
0
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43)
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46)
1.054.909.811
1.049.722.194
1.130.387.131
1.219.824.207
1.253.430.788
1.303.004.930
1.054.909.811
1.049.722.194
1.130.387.131
1.219.824.207
1.253.430.788
1.303.004.930
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Totaal vaste passiva
1.087.417.718
1.083.111.351
1.163.776.288
1.253.213.364
1.289.020.450
1.343.314.477
Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)
24.480.058
24.000.000
24.000.000
24.000.000
24.000.000
24.000.000
Overige schulden
24.480.058
24.000.000
24.000.000
24.000.000
24.000.000
24.000.000
Overlopende passiva (art. 49)
355.751.195
238.907.404
197.318.807
181.886.402
164.523.914
178.768.923
142.733.782
98.709.098
63.478.714
53.917.130
42.162.545
37.241.001
209.859.883
137.198.306
130.840.093
124.969.272
119.361.369
138.527.923
3.157.530
3.000.000
3.000.000
3.000.000
3.000.000
3.000.000
380.231.253
262.907.404
221.318.807
205.886.402
188.523.914
202.768.923
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen Totaal vlottende passiva
Totaal passiva
1.467.648.971
68
MRDH
●
1.346.018.754
1.385.095.095
1.459.099.767
1.477.544.364
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
1.546.083.401
EMU-saldo
bedragen in euro’s
Voorlopige Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
uit reserves
2.301.580
881.250
0
0
2.200.505
4.719.886
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
439.348
196.959
216.659
216.659
209.159
209.159
0
-289.000
0
0
0
0
2.740.928
789.209
216.659
216.659
2.409.664
4.929.045
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo
Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting maar dat is nu ook niet het geval.
Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2023 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2023 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2023. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.
Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2021 t/m 2026 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
69
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026 Staat van reserves en fondsen 2021-2026
bedragen in euro’s
Voorlopige
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Jaarrekening
toevoeging 2022
onttrekking
saldo
toevoeging
onttrekking
saldo
2022
31-12-2022
2023
2023
31-12-2023
Egalisatiereserve EV 5.507.907 118.750
5.389.157
0
0
5.389.157
Risicoreserve financieringen 27.000.000
1.000.000
0
28.000.000
0
0
28.000.000
Subtotaal reserves 32.507.907
1.000.000
118.750
33.389.157
0
0
33.389.157
552.806.415
625.467.992
137.198.306
538.478.413
544.836.627
130.840.093
Omschrijving
20211)
Raming
Reserves
Fondsen BDU 209.859.883
Subtotaal fondsen 209.859.883 552.806.415 625.467.992 137.198.306 538.478.413 544.836.627 130.840.093 Totaal-Generaal 242.367.790 553.806.415 625.586.742 170.587.463 538.478.413 544.836.627 164.229.250 1)
Inclusief voorstel resultaatbestemming.
Staat van reserves en fondsen 2021-2026
Omschrijving
bedragen in euro’s
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
toevoeging
onttrekking
saldo
toevoeging
onttrekking
saldo
toevoeging
onttrekking
saldo
2024
2024
31-12-2024
2025
2025
31-12-2025
2026
2026
31-12-2026
0
0
5.389.157
0
0
5.389.157
0
0
5.389.157
Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen
0
0
28.000.000
2.200.505
0
30.200.505
4.719.886
0
34.920.391
Subtotaal reserves
0
0
33.389.157
2.200.505
0
35.589.662
4.719.886
0
40.309.548
530.144.752
138.527.923
Fondsen BDU
534.961.185
Subtotaal fondsen
534.961.185 540.832.006 124.969.272 549.311.305 554.919.207 119.361.369 549.311.305 530.144.752 138.527.923
Totaal-Generaal
534.961.185 540.832.006 158.358.429 551.511.810 554.919.207 154.951.031 554.031.191 530.144.752 178.837.470
70
540.832.006
124.969.272
MRDH
●
549.311.305
554.919.207
119.361.369
549.311.305
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de per 31 december 2021 nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH (€ 4.054.512). Daarnaast is rekening gehouden met het voorstel resultaatbestemming 2021 om € 1.334.645 toe te voegen aan deze reserve met de verplichting dat de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat hiervoor binnen twee jaar een concrete bestemming voorstelt. Zie voor een toelichting op de onttrekking hoofdstuk 2.3.2 (Wat gaat het kosten programma Economisch Vestigingsklimaat). Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).
Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
71
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen: bedragen in euro’s
Aantal inwoners
Bijdrage
Totaal inwoner-
1)
1 januari 2022
per inwoner
bijdrage 2023
Albrandswaard
25.929
2,82
73.120
Barendrecht
48.723
2,82
137.399
Brielle
17.714
2,82
49.953
Capelle aan den IJssel
67.186
2,82
189.465
Delft
104.533
2,82
294.783
553.039
2,82
1.559.570
Hellevoetsluis
40.570
2,82
114.407
Krimpen aan den IJssel
29.416
2,82
82.953
Lansingerland
64.118
2,82
180.813
Leidschendam-Voorburg
76.648
2,82
216.147
Maassluis
34.148
2,82
96.297
Midden-Delfland
19.480
2,82
54.934
Nissewaard
86.340
2,82
243.479
Pijnacker-Nootdorp
56.551
2,82
159.474
Ridderkerk
47.105
2,82
132.836
Rijswijk
56.954
2,82
160.610
Rotterdam
655.473
2,82
1.848.434
Schiedam
79.777
2,82
224.971
Vlaardingen
74.159
2,82
209.128
Wassenaar
27.105
2,82
76.436
Westland
112.487
2,82
317.213
Westvoorne **
14.958
2,82
42.182
125.754
2,82
Gemeente
2)
Den Haag 2)
Zoetermeer Totaal
2.418.167
354.626 6.819.230
1)
Bron: CBS StatLine. Info van 14-3-2022.
2)
Naar verwachting gaan de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne met ingang van 1 januari 2023 fuseren. Per die datum ontstaat dan de nieuwe gemeente Voorne aan Zee.
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2022 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2023) naar € 2,82 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2023 € 6,8 miljoen en wordt voor € 5,35 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,45 miljoen ingezet.
72
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2023 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2024-2026; Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 juli 2022
de secretaris, de voorzitter, CHRISTEL MOURIK JAN VAN ZANEN
73
74
MRDH
●
Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 Samen aan het werk!
Bijlage 1
Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. Taakveld 1. Bestuur en ondersteuning
Indicator
Periode
Waarde B2023
Waarde B2022
Formatie
2022
0,037 fte
0,037 fte
per 1000 inwoners
per 1000 inwoners
per 1000 inwoners
Bezetting
1 januari 2022
0,035 fte
0,036 fte
per 1000 inwoners
per 1000 inwoners
per 1000 inwoners
2. Bestuur en ondersteuning 3. Bestuur en ondersteuning
2023
€ 5,15
€ 5,02
per inwoner
per inwoner
2021
6,34%
7,48%
van de totale loonsom
van de totale loonsom
4. Bestuur en ondersteuning 5. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten Externe inhuur
1,20%
1,14%
van de totale lastenbegroting
Overhead
2021
van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2023 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2022 bedraagt 84,2 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2023 € 12.461.919 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2021 € 8.636.596. De externe inhuur bedroeg in 2021 € 547.130. Voor 15% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2023 bedraagt de overhead € 6.908.379 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 576.015.635 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.
75
Bijlage 2
Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU
Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU Projectnaam
MRDH bijdrage
Fase
bedragen in 1.000.000 euro’s
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Systeemsprong Sneltramtraject
14
Realisatie
3
Hoekse Lijn Rotterdam
410
Realisatie
4
A16
65
Realisatie
9
9
Lijn 19
54
Realisatie
5
4
KTA 2020-2023
30
Realisatie
4
4
7
10
AVLM
15
Realisatie
4
4
3
2
MFR - Westland Rotterdam
21
Realisatie
8
6
6
R-Net: Upgrade 6 buslijnen
9
9
6
Realisatie
3
2
1
Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio
130
Realisatie
33
17
28
23
Aanpassing Schiedam ivm 4-sporigheid
7
Realisatie
3
3
-
1
Hart van Zuid
12
Realisatie
1
14
Beatrixlaan fase 1
9
Uitwerking
4
4
1
Kruising Erasmusweg-Lozerlaan
22
Uitwerking
6
6
6
Fietsroute N14 Sijtwende
7
Uitwerking
Busstation Nissewaard
8
Uitwerking