Adviescommissie_Va_23_november_2022_23-11-2022.pdf
Tekst van het document
Stap 2: C.
De Strategische Agenda is een formeel document volgens de Planwet Verkeer en Vervoer als de Omgevingswet op 1 januari 2023 nog niet inwerking is getreden. De Planwet Verkeer en Vervoer vervalt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Strategische Agenda heeft dan geen wettelijke status, maar de 21 gemeenten spreken af het regionale beleid van de Strategische Agenda mee te nemen in het lokale beleid. De MRDH biedt de individuele gemeenten (gevraagd en ongevraagd) hulp en advies bij de doorvertaling van regionaal beleid bij bijvoorbeeld de totstandkoming en actualisatie van omgevingsvisie en mobiliteitsvisies.
De inzet heeft directe impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio waarbij we onder andere kijken naar kosteneffectiviteit. Toelichting: Dit principe zorgt ervoor dat we bespreken en bepalen of en in welke mate de inzet bijdraagt aan de groei welvaart en welzijn, oftewel Brede welvaart, van de metropoolregio.
We zorgen voor een evenwichtige inzet van het totaal aan activiteiten over de regio en houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen. Toelichting: Dit principe zorgt ervoor dat alle gemeenten baat hebben bij onze samenwerking en de lusten en lasten evenwichtig over de regio worden verdeeld. Zorgt de samenwerking ook lokaal voor meerwaarde?
Met het netwerk Onze samenwerking staat niet op zichzelf. Om onze opdrachten te realiseren, werken we samen met veel verschillende stakeholders zoals het Rijk, provincie Zuid-Holland, Yes!Delft en omliggende regio’s en gemeenten in Zuid-Holland zoals Holland Rijnland, de smart delta Drechtsteden en de gemeente Hoeksche Waard. Daarnaast participeert de MRDH in verschillende samenwerkingsverbanden zoals het gebiedsprogramma MoVe, de Verstedelijkingsalliantie en de Economic Board Zuid-Holland. Ook is de MRDH medefinancier van Innovation Quarter en Zuid-Holland Bereikbaar. Er zijn raakvlakken met andere overlegtafels en samenwerkingen op het gebied van woningbouw, energie, natuur, water, landschap en recreatie. Daar waar opgaven elkaar raken en kunnen versterken adresseren we dat en zoeken we de samenwerking op om tot resultaat te komen.
60 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
61 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
In verbinding staan met ons netwerk helpt om resultaten te boeken. De bestaande gremia zoals adviescommissies, algemeen bestuur en bestuurscommissies helpen daarbij. Maar ook andere vormen van contact helpen daar in. Gesprekstafels, een denktank of het starten van pilots zijn manieren om met de partners in verbinding te staan. Deze Strategische Agenda is tot stand gekomen door met elkaar het gesprek te voeren op inhoud. Om van ambitie
Bijdrageregeling Economisch Vestigingsklimaat Voor bijdragen vanuit Economisch Vestigingsklimaat is via de bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 circa 6 miljoen per jaar beschikbaar. Deze wordt gevoed door de gemeentelijke inwonersbijdrage van de 21 gemeenten aan Economisch Vestigingsklimaat. Hiervoor dragen de gemeenten
naar resultaat te komen passen we dat ook de komende jaren toe.
jaarlijks projecten aan die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage uit deze regeling. Daarbij is geen sprake van een meerjarig perspectief en zijn de bijdragen jaarlijks en eenmalig. In de bijdrageregeling vindt nog geen over-programmering plaats en is afwegen en prioriteren niet aan de orde. De bijdrageregeling is inhoudelijk in
Resultaat: Wat hebben we daarvoor nodig? De concrete activiteiten die volgen uit de opdrachten worden jaarlijks geïntegreerd in de begroting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De begroting geeft zo smart mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost en vervult daarbij ook de functie van werkplan. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit geeft, als bijlage bij de begroting, een concreet overzicht van lopende infrastructurele projecten, verkenningen en planstudies. De voortgang van deze activiteiten wordt via de bestuursrapportages en de jaarrekening gemeld. Om de activiteiten uit te voeren zijn er verschillende beleidsinstrumenten die we inzetten.
Communicatieve instrumenten Kennisdeling en platformfunctie De MRDH verzamelt voor veel van de onderwerpen uit de Strategische Agenda kennis en bundelt en deelt die kennis met de individuele gemeenten. De 21 gemeenten hebben zo samen één loket voor kennis over bijvoorbeeld de verduurzaming van werklocaties, de ondersteuning van het MKB, verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit. De MRDH biedt fysiek en digitaal een platformfunctie door inhoudelijke bijeenkomsten en www.mrdh.nl. Monitoring en evaluatie Voor alle activiteiten uit de Strategische Agenda is het essentieel om de voortgang van beleid en de voortgang van de uitvoering te monitoren. Dat doen we aan de hand van de indicatoren beschreven bij de meetbare impact van elke opdracht. De MRDH verzamelt de beschikbare data, voert de analyse uit om de voortgang te bepalen en signaleert/adresseert aandachtspunten. De informatie wordt ook met de individuele gemeenten en andere partners gedeeld, die kunnen het gebruiken bij vorming of aanscherping van het lokale beleid en om de uitvoering bij te sturen. Daarnaast evalueren tussentijds we de koers en opdrachten van de Strategische Agenda in relatie tot nieuwe ontwikkelingen en inzichten om zo wendbaar, flexibel en adaptief te blijven.
lijn gebracht met de Strategische Agenda. De toegankelijkheid, werking en het administratieve proces van de bijdrageregeling zijn verbeterd. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat verleent bijdragen aan gemeenten voor projecten die de economische kracht en het woon- en leefklimaat van de metropoolregio verder versterken. Daarbij is de voorwaarde dat de projecten bijdragen aan de versterking van opdrachten 2 en 4 uit de Strategische Agenda. Subsidieverordening Vervoersautoriteit De Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag verleent subsidies voor verkeer- en vervoerprojecten. Het gaat om subsidies voor aanleg van infrastructuur, het beïnvloeden van rij- en reisgedrag, exploitatie van het openbaar vervoer en voor sommige pilots. Deze subsidies worden voornamelijk bekostigd vanuit de beschikbare BDU gelden. Een voorwaarde voor het verkrijgen van een subsidie is dat het een regionaal doel moet bevorderen of dienen, zoals beschreven in de Strategische Agenda. Voor de subsidieverordening en de uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit geldt dat aanvragers aangeven wat de bijdrage van het project is aan de opdrachten van de geactualiseerde Strategische Agenda. Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer was de afgelopen jaren ongeveer 20%, oftewel € 100 miljoen, beschikbaar van de totale MRDH begroting.
De trend is dat deze vrije ruimte steeds kleiner wordt en bij gelijkblijvende BDU deze trend zich door zet. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken en/of prioriteiten moeten stellen. Bij het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Voor Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt jaarlijks een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. Grote projecten (> €10miljoen subsidiabele kosten) doorlopen vijf fases. Uitvoeringskracht vergroten: een eigen pool van experts voor regionale projecten
Public Affairs Naast de reguliere overleggen vanuit de inhoud heeft ook Public Affairs een rol in het behalen van onze resultaten. Dat vindt soms ad-hoc plaats, omdat vraagstukken snel actueel worden. Tegelijkertijd vraagt deze Strategische Agenda ook een structurele Public Affairs Aanpak (PAA). Langs de lijnen van de zes opdrachten zal een lobbyagenda worden opgesteld inclusief verhoging van de BDU-gelden.
Financieel-economische instrumenten Procesmiddelen: van beleid naar uitvoering
De uitvoeringskracht van gemeenten staat onder druk. Het ontbreken van menskracht en kennis zien we steeds vaker terug bij overheden. Daarmee ontstaat het risico dat de economische en maatschappelijke achterstand in onze regio onvoldoende wordt ingelopen of zelfs verslechterd. Door extra uitvoeringskracht te organiseren met behulp van een flexibele schil vanuit de MRDH geven we structurele vorm aan ondersteuning van individuele gemeenten bij de uitvoering van regionale projecten. Een pool van experts (zoals procesmanagers, projectleiders en subsidie-adviseurs) is tegen kostprijs beschikbaar om bijvoorbeeld het procesmanagement van de realisatie van een Metropolitane fietsroute uit te voeren of een regionale verkenning te leiden. Door deze pool blijft de kennis in de regio, organiseren we het goedkoper dan individuele, externe inhuur en realiseren we sneller resultaat voor onze inwoners.
Met de programma’s, procesbegeleiding bij de initiatief- en planuitwerkingsfase en onderzoeksmiddelen stimuleert de MRDH dat het gezamenlijk ontwikkelde beleid tot uitvoering komt. De MRDH ondersteunt en helpt één of meerdere individuele gemeenten met het opstellen van een analyse, maken van een schetsontwerp voor een regionale project of met het uitvoeren van een onderzoek. De werkorganisatie vult dit in en bekijkt hoe zij voor meerwaarde kan zorgen als de individuele gemeenten met een verzoek komen.
62 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
63 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
Juridische instrumenten Vergunningverlening De MRDH is wettelijk verantwoordelijk voor de veiligheid bij de aanleg, het onderhoud en het gebruik van het spoor voor tram, metro en RandstadRail. Om die veiligheid te waarborgen, verlenen wij vergunningen aan die partijen die op en rond het spoor werken of activiteiten verrichten. Concessies De MRDH is concessieverlener van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in onze gemeenten. Hiervoor verleent de MRDH-concessies aan vervoerbedrijven en verstrekt zij subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Het gaat om openbaar vervoer per bus, tram en metro. Een concessie is het exclusieve recht om openbaar vervoer uit te voeren in een gebied. Een vervoerbedrijf heeft een concessie nodig om openbaar vervoer te mogen aanbieden. De MRDH verbindt kwaliteitseisen aan concessies. Deze staan in het Programma van Eisen van de betreffende concessie. Belangrijke kwaliteitseisen zijn:
• de frequentie waarop bus, tram of metro moeten rijden; • het geven van reisinformatie; • de toegankelijkheid van de voertuigen; • de verbindingen die een vervoerbedrijf minimaal moet aanbieden.
Samen aan de slag!
Overeenkomsten In het proces van beleid naar uitvoering werken we vaak met meerdere partners samen aan het behalen van de opdrachten. Om dit proces effectief en efficiënt in te richten en daarmee resultaat te behalen, maken we gebruik van convenanten en (bestuurs-)overeenkomsten om de onderlinge afspraken, taakverdeling en verantwoordelijkheden goed vast te leggen. Het proces om te komen tot een overeenkomst begeleidt de MRDH met procesmanagement, zoals bij het programma Metropolitane fietsroutes.
64 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
65 |
Strategische Agenda 2023 - 2026
Colofon
De dienstregeling 2022, die van kracht is sinds afgelopen 22 augustus wordt in 2023 voortgezet.
Bus:
RET
Start 9 januari 2023 Tram:
Lijn 4
Lijn 21/24
Voortzetten inkorting tramlijn 4 tot Heemraadsplein. Vanaf begin 2022 is tramlijn 4 vanwege werkzaamheden ingekort tot Heemraadsplein i.p.v. Marconiplein. De meeste haltes op het vervallen traject van lijn 4 bleven echter bediend met lijn 8, alleen vanaf de halte Ruilstraat ontstond een extra loopafstand van 300 meter. Omdat de gevolgen van de inkorting op deze manier beperkt bleven, is het voorstel om deze inkorting in 2023 voort te zetten en de hiermee vrijkomende middelen in te zetten om de frequentieverlaging op de drukke lijnen 21 en 24 deels ongedaan te maken. Verhoging frequentie lijn 21/24 middagspits. In het Transitieplan is vanaf 2021 de frequentie overdag op diverse tramlijnen verlaagd. De (drukke) lijnen 21 en 24 (De Esch – Schiedam Woudhoek resp. Vlaardingen Holy) reden voorheen beide 4 x per uur, in het Transitieplan is dit 3 x per uur geworden. Gevolg hiervan is dat reizigers langer moeten wachten, maar ook dat de trams soms erg vol zitten, met name op het traject naar Woudestein (Erasmus Universiteit). Met de vrijkomende inzet van lijn 4 is het mogelijk hier de frequentie in de brede middagspits (ca 14.00 uur – 18.00 uur) weer op het oude niveau van 4 x per uur te brengen.
Metro: geen wijzigingen Start 6 maart 2023 Bus: Ridderkerk:
Lijn 142
Lijn 143
Lijn 144 Lijn145
Lijn146
Barendrecht:
Op zaterdag gaan alle ritten van lijn 142 van/tot de halte Sporttunnel rijden, zodat lijn 142 op dit traject dezelfde route en haltes bedient als lijn 144. Dit is makkelijker voor de reizigers en geeft een betere bediening aan de (drukke) haltes Dillenburgplein, Juliana van Stolbergstraat en Oranjestraat. Gevolg is wel dat lijn 142 de haltes Randweg en Politiebureau (beide met 7 in/uitstappers) niet meer bedient. De route wordt verlengd tot Sporthal Drievliet, via de Jan Luykenstraat en Vlietlaan. Hiermee krijgen meer reizigers een rechtstreekse verbinding met Keizerswaard en Lombardijen (station, ziekenhuis). Lijn 143 komt dan niet meer bij de haltes Hortensiastraat (gem. 3 instappers per dag, halte wordt ook bediend door lijn 146) en Geerlaan (gem. 8 instappers per dag, halte Hortensiastraat ca 300 m loopafstand). In de avonduren en op zondag wordt de route verlengd vanaf het Koningsplein tot de Jan Luykenstraat, zodat deze halte ook in de ‘stille uren’ bediend wordt. Lagere frequentie in de middagspits tussen Kralingse Zoom en Drievliet, zodat hier 3 ritten per uur gaan rijden (ipv 4). Deze middagspitsritten hebben een gemiddelde bezetting van 10 a 15 reizigers, waardoor de lagere frequentie ruimschoots volstaat. De frequentie naar Dordrecht blijft ongewijzigd. Lagere frequentie in de middagspits in de richting Zuidplein: hier gaan 4 ipv 6 ritten per uur rijden.
In deze ‘tegenspitsrichting’ zijn er 5 a 10 reizigers per rit.
Algemeen Sinds 2021 rijdt lijn 283 via station Barendrecht, om zo reizigers vanuit Carnisselande een verbinding met de trein te bieden. De aangepaste route wordt uitgevoerd als pilot met een (tijdelijke) bijdrage van de gemeente Barendrecht. Afgesproken is dat de pilot twee jaar zou duren. Op dit moment (voorjaar 2022) maken ca 30 reizigers per dag gebruik van de stationsbediening. Omdat we verwachten dat dit aantal nog verder kan toenemen, wil RET
Lijn 84
Lijn 183
Lijn 283
de bediening van het station ook volgend jaar voortzetten. Om dit mogelijk te maken moet wel elders iets geschrapt worden. Dit leidt tot de volgende voorstellen: • De periode waarin de middagspitsfrequentie (4/uur) gereden wordt, zal iets verkort worden waardoor de avondspitsfrequentie (2/uur) eerder ingaat • Op zondagavond vervalt de laatste rit vanuit Barendrecht naar Zuidplein (gebruik 0 a 1 reiziger). • De eerste rit op werkdagen ri Zuidplein start in Barendrecht ipv Keizerswaard • ’s avonds na 19 uur en zaterdag voor 9 uur wordt tussen Zuidplein en Keizerswaard 1 x per uur ipv 2 x per uur gereden. Tussen Zuidplein en Portland rijdt ook lijn 82 (2/uur), tussen Keizerswaard en Kralingse Zoom rijdt ook lijn 83 (eveneens 2/uur). Handhaven huidige route via station Barendrecht
Hieronder staan de overige ‘kleine wijzigingen’ die RET voornemens is door te voeren. Daartoe behoort ook de voortzetting van een proef die al in 2022 is ingegaan, met een extra vroege en late rit naar de Eemhaven ten behoeve van werknemers. Vlaardingen:
Lijn 56
Laatste rit vanaf Holy ri Vlaardingen West gaat iets later rijden (om zo betere aansluiting vanaf metrolijn B te bieden)
Rotterdam:
Lijn 63 Lijn 68
Eerste rit vanaf Hoogvliet metro om ca 6:15 ipv 5:45 (al in 2022 doorgevoerd) • Extra ritten in de vroege zondagochtend tussen Pendrecht en Zuidplein, zodat de eerste reismogelijkheid rond 8:30 komt te liggen • Laatste rit vanaf Heijplaat ri Zuidplein om ca 23:30 ipv 0:00 uur (al in 2022 doorgevoerd) Voortzetting van een proef die al in 2022 is ingegaan, met een extra vroege en late rit naar de Eemhaven ten behoeve van werknemers: Extra ritten vanaf Zuidplein ca 5:30 uur tot Eemhaven, en vanaf Eemhaven ca 0:15 uur tot Zuidplein. Extra ritten in de vroege zaterdagochtend tussen Keizerswaard en Kralingse Zoom (start dienstregeling rond 8:00 uur). Betekent dat reizigers uit Oud IJsselmonde eerder naar Kralingse Zoom (met overstap op de metro naar het stadscentrum) kunnen reizen.
Lijn 69
Lijn 83
Albrandswaard:
Lijn 65/79
Aanpassen tijdvak ochtend- en middagspits op diverse lijnen (waaronder 67, 72, 143), waardoor de spits een rit eerder of later kan beginnen of eindigen.
Algemeen:
EBS
RET is in gesprek met de onderwijsinstellingen in Kijfhoek en Rhoon over aanpassing van de bustijden op de (veranderde) lestijden. Mogelijk volgt hieruit ook een verschuiving van ritten tussen lijn 79 en 65.
Start 8 januari 2023 Bus Haaglanden Streek: Lijn 42/46 wordt lijn 46
Om bezoekers van Duinrell vanuit Leiden en de noordelijke Randstad beter van dienst te zijn verleggen wij het eindpunt van lijn 42 naar Duinrell. Op deze manier kan er met een naadloze overstap op station Voorschoten ook vanuit het noorden naar Duinrell gereisd worden, de reistijd neemt daarbij ook af. Nu moet er nog gereisd worden met lijn 43 naar Wassenaar waarbij er geen goede overstap geboden kan worden tussen deze lijn en lijn 44 naar Duinrell. Met dit nieuwe eindpunt wijzigt de route binnen Wassenaar ook, komende vanaf Voorschoten wordt er na de halte Van Oldebarneveltweg gereden via de Van Zuylen Nijeveltstraat en Storm van ’sGravenzandeweg. Nieuwe haltes zijn Johan de Wittstraat, Dr. Mansveltkade en Duinrell. De haltes Stadhoudersplein, Van Duivenvoordelaan en Starrenburglaan komen te vervallen voor lijn 42, overige lijnen blijven hier wel stoppen. In- en uitstappers van de halte Stadhoudersplein hebben op loopafstand een alternatief in de halte Van Oldebarneveltweg, vanaf de overige vervallen haltes voor lijn 42 kan met lijn 44 naar de Van Oldebarneveltweg worden gereisd om over te stappen op de lijn naar Voorschoten. Naast de nieuwe route wijzigt ook het lijnnummer. Met ingang van de nieuwe dienstregeling worden lijn 42 en 46 samengevoegd onder één lijnnummer 46.
Zo ontstaat er een doorgaande verbinding tussen Voorburg, Leidschendam (Mall of the Netherlands), Voorschoten, Wassenaar en Duinrell. De vernieuwde lijn 46 zal 7 dagen per week naar Duinrell gaan rijden. Om dit mogelijk te maken zal lijn 46 eerder stoppen met rijden dan in de huidige dienstregeling, In 2023 zullen de laatste ritten rond 19:30 vertrekken, dat is nu nog rond 21:00. Gezien de lage gemiddelde bezetting van de vervallen ritten (gem. onder de 5) verwachten wij geen grote aantallen klachten, ook omdat er veel alternatieven zijn voor lijn 46.
Lijn 45
In het centrum van Leiden gaat lijn 45 via een nieuwe route naar het Centraal Station rijden. Deze wijziging is vanwege de wens van de gemeente Leiden om het aantal busbewegingen door de Breestraat te halveren. In de nieuwe situatie gaat lijn 45 net als R-netlijn 400 via de HOVcentrumroute rijden. De reistijd zal hierbij gelijk blijven aan de huidige dienstregeling. Op onderstaand kaartje zijn de nieuwe en de vervallen route te zien, ook staan de nieuwe en oude haltes vermeld. Reizigers met bestemming Breestraat kunnen uitstappen op de nieuwe halte Hogewoerd of kunnen overstappen op één van de stadslijnen van Arriva die door de Breestraat blijven rijden.
Naast bovengenoemde wijzigingen houden wij de rijtijden up-to-date en voeren wij deze zoals elk jaar door in de dienstregeling. Daarnaast houden wij nauwlettend in de gaten waar de bezetting in de bussen te hoog wordt en zullen wij daar waar nodig versterkingsritten toevoegen.
Retouradres: Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de 23 gemeenten van de MRDH
Westersingel 12 Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43
Datum
Onderwerp
contactpersoon Gertjan Nijsink uw kenmerk ons kenmerk 95580
Transitieprogramma OV en corona
projectnummer
26 oktober 2022
doorkiesnummer 088 5445 143
Geachte colleges,
e-mail g.nijsink@mrdh.nl bijlage(n)
De gevolgen van de coronapandemie hebben een langdurig en fors 2 financieel effect op het OV-systeem. Daarom heeft de Bestuurscommissie Vervoerautoriteit (BcVa) van de MRDH op 12 oktober 2022 een aantal besluiten genomen die in 2023 en 2024 nodig zijn om dit effect zo goed mogelijk op te vangen. In deze brief informeren wij u hierover. Het Rijk heeft een financiële vangnetregeling (TVOV) in 2023 aangekondigd, maar de precieze voorwaarden daarvan zijn nog niet bekend. Daarom heeft de BcVa nog geen besluiten genomen over het al dan niet gebruik maken van deze regeling en evenmin over de (daaraan gerelateerde) besteding van de eigen financiële middelen van de MRDH om het coronatekort te verminderen. Naar verwachting zal het Rijk de TVOV-regeling formeel publiceren eind oktober 2022. Daarna zal besluitvorming door de BcVa plaatsvinden, waarschijnlijk in de BcVavergadering van 16 november 2022.
Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer.
De BcVa heeft op 12 oktober 2022 geconstateerd dat de corona-opgave in het openbaar vervoer onverminderd groot is. Daarom heeft de BcVa het eerdere maatregelenpakket dat is vastgesteld in het Transitieprogramma OV en corona verlengd met de jaren 2023 en 2024. De BcVa constateert dat de concessiehouders, ondanks de nog resterende tekorten, geen voorstellen hebben gedaan voor aanvullende maatregelen in 2023 en 2024. Daarom stelt de BcVa geen aanvullende herijkingsmaatregelen vast. Wel stemt de BcVa in met de door de concessiehouders voorgestelde vervoerkundige wijzigingsvoorstellen voor 2023 (zie bijlage 2). Dit zijn vervoerkundige optimalisaties bij een gelijkblijvend productieniveau per OV-concessie. De BcVa constateert dat er nog onzekerheid is over de mate waarin het reizigersherstel de komende periode zal plaatsvinden. De BcVa zal daarom uiterlijk 1 april 2023 bezien of de reizigersaantallen aanleiding geven tot nieuwe besluitvorming over OV en corona.
Met vriendelijke groet, Namens de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH,
J.W. Immerzeel secretaris
2
Bijlage 1: besluitvorming BcVa 12 oktober 2022
Actualiteiten: In de openbare collegebrief van 19 juli 2022 is de (toen) laatste stand van zaken beschreven. De reizigersaantallen stabiliseerden zich rond de 82% van het aantal instappers in dezelfde periode in 2019. Sindsdien wordt een nauwkeurige vergelijking van reizigersaantallen bemoeilijkt door de zomervakantie: de vakantieperiode in 2022 wijkt af van die in het vergelijkingsjaar 2019, waardoor de gebruikelijke vergelijking op maandniveau een vertekend beeld oplevert. Bovendien waren er in de zomerdagen stakingen in het openbaar vervoer, die zorgden voor minder reizigers op de betreffende dagen. Dat zorgt ervoor dat de onderstaande figuur met voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd.
Cruciaal zal zijn welke ontwikkeling de reizigersaantallen maken in het najaar 2022. Dan zal duidelijker worden of de aannames die gehanteerd worden voor 2023 en daarna, realistisch zijn. Per concessie zijn er verschillen. In september 2022 bedragen de reizigersaantallen ten opzichte van dezelfde periode in 2019: Rail Rotterdam (RET)
87%
Rail Haaglanden (HTM)
83%
Bus Rotterdam (RET)
74%
Bus Haaglanden Stad (HTM) 87%
Voorne-Putten Rozenburg (EBS)
78%
Bus Haaglanden Streek (EBS)
93%
Het personeelstekort blijft onverminderd bestaan. Daarom zijn de na de zomervakantie geplande opschalingen slechts beperkt uitgevoerd vanwege gebrek aan voldoende personeel. De personeelstekorten worden veroorzaakt door een buitengewoon hoog ziekteverzuim (deels covid en long-covid) en een krappe arbeidsmarkt, waardoor er vacatures openstaan er ook minder flexibele inhuur mogelijk is. Vooralsnog leiden de afschalingen niet tot capaciteitsproblemen, omdat het aantal reizigers nog niet op het oude niveau is teruggekeerd.
3
De MRDH-organisatie monitort de situatie en informeert de BcVa indien zich wijzigingen voordoen. Ondanks de inspanningen die de vervoerbedrijven leveren, zal het personeelstekort naar verwachting voortduren tot in ieder geval een groot deel van 2023. De metropoolregio is daarin niet uniek: ook elders in het stads- en streekvervoer doet zich deze situatie voor, en hetzelfde geldt voor de Nederlandse Spoorwegen die vanwege personeelstekort fors moet afschalen.
Onverminderd grote corona-opgave De verwachte financiële opgave voor de opbrengstverantwoordelijke vervoerbedrijven in 2023 en 2024 (samen) als gevolg van lagere reizigersinkomsten bedragen naar verwachting: Totaal (alle bedragen € mln.)
RET
HTM
EBS
Totaal
Financiële opgave 2023
49,0
13,1
6,6
68,7
Financiële opgave 2024
45,0
11,5
7,7
64,2
Financiële opgave 2023 en 2024 totaal
94,0
24,6
14,3
133,0
Dit betreft het verschil in verwachte reizigersinkomsten als gevolg van corona tussen de concessieafspraken pre-corona en de meest actuele inschatting van de inkomsten in 2023 en 2024. Deze bedragen wijken om een paar redenen af van de bedragen die op 6 juli 2022 aan de BcVa zijn gepresenteerd: Bij RET is door MRDH een correctie gedaan op de gepresenteerde opgave omdat in eerder genoemde tekorten ook andere aspecten waren meegenomen die in voorliggende agendapost buiten beschouwing worden gelaten. HTM en EBS hebben hun prognoses wat betreft reizigersopbrengsten in 2023 en 2024 geactualiseerd en gaan nu uit van hogere reizigersopbrengsten dan waarmee is gerekend in juli 2022.Vóór de zomer is een opgave gepresenteerd die is gebaseerd op 85% reizigersopbrengsten in 2023 en 95% in 2024, ten opzichte van 2019. Inmiddels gaan de vervoerbedrijven uit van: o RET: 85% in 2023, 89% in 2024; o HTM: 95% in 2023, 96% in 2024; o EBS: 93% (VPR) en 91% (Haaglanden Streek) in 2023. De grote verschillen tussen de vervoerbedrijven worden niet alleen verklaard door verschillende inschattingen van het reizigersherstel, maar ook door de aard van de concessieafspraken. In de business cases van RET (Rail) en EBS werd pre-corona gerekend met een jaarlijkse groei van reizigersopbrengsten.
Dat betekent ook: als weer 100% van de reizigersopbrengsten van 2019 bereikt wordt, is de financiële opgave nog niet voorbij, omdat die groei nog steeds gemist wordt. Niet in bovenstaand overzicht opgenomen maar wel relevant om te melden is dat de lagere reizigersinkomsten ook gevolgen hebben voor het Kwaliteitsfonds van HTM. Dit is een fonds dat gevuld zou worden met de reizigersopbrengsten uit de pre-corona verwachte groei. Dit fonds is geen onderdeel van de concessie-businesscase en blijft daarom in de voorliggende agendapost buiten beschouwing, maar het niet / minder gevuld raken van dit fonds beperkt wel de investeringsruimte voor HTM. Ook als de coronapandemie voorbij is, blijft er een onverminderd grote corona-opgave voor het openbaar vervoer. De langdurig lagere reizigersaantallen en het verwachte structurele effect van gewijzigd reisgedrag zullen ook in 2023 en 2024 een forse financiële impact hebben.
4
De BcVa heeft daarom op 12 oktober 2022 geconstateerd dat de corona-opgave onverminderd groot is, door langdurig lagere reizigersopbrengsten en verminderde rijkssteun. Deze constatering is van belang voor de besluiten die vanwege deze corona-opgave genomen moeten worden.
Verlenging bestaande maatregelenpakket ‘OV en corona’ Op verschillende eerdere momenten heeft de BcVa een maatregelenpakket 'OV en corona' vastgesteld en aangepast. Daarbij heeft de BcVa op 24 maart 2021 uitgesproken: "De maatregelen zijn tijdelijk van aard (tot eind 2022), tenzij de BcVa besluit tot verlenging". Omdat duidelijk is dat de corona-opgave niet eindigt per eind 2022, heeft de BcVa op 6 juli 2022 besloten: Aan de concessiehouders opdracht te geven om, met het oog op een besluit over het al dan niet verlengen van eerder genomen (tijdelijke) maatregelen in het Transitieprogramma, zo goed mogelijk de effecten van de nu toe genomen maatregelen in kaart te brengen en ook alternatieve keuzemogelijkheden en daarbij behorende consequenties inzichtelijk te maken. Inmiddels hebben HTM, RET en EBS hun herijkingsvoorstellen voor 2023 en 2024 ingediend. Over de eerder genomen maatregelen constateren de vervoerbedrijven dat deze maatregelen de beoogde effecten hebben gerealiseerd, dat zich geen capaciteitsproblemen voordoen en dat het niet mogelijk is om alternatieve maatregelen voor te stellen die met minder (reizigers)impact hetzelfde financiële resultaat opleveren. Wat betreft het politiek meest besproken onderwerp, de opheffing van 13 tramhaltes in de Haagse regio, levert HTM een uitgebreide analyse van de effecten.
Conclusie is dat de opheffing van de tramhaltes niet heeft geleid tot reizigersverlies: reizigers maken nu gebruik van een halte eerder of later. De opheffing van haltes levert voor alle doorgaande reizigers reistijdwinst op. Voor HTM betekent de opheffing dat de exploitatiekosten lager worden, en daarmee wordt de beoogde bijdrage geleverd aan de vermindering van het coronatekort. Als alternatief voor de opheffing van de tramhaltes die in 2021 plaatsvond benoemt HTM dat de volgende vervoerkundige aanpassingen gezamenlijk nodig zouden moeten zijn: Permanent inkorten buslijn B23 tussen Scheveningen en Colijnplein (traject Colijnplein – Kijkduin in de zomer vervalt); Permanent opheffen nachtbus; en Permanent inkorten buslijn B22 tussen station Rijswijk en Duindorp (traject station Rijswijk – De Schilp vervalt). Daarbij maakt HTM direct de kanttekening dat dit onwenselijk is. HTM motiveert dit als volgt: In geval van doorvoering van de 3 alternatieve maatregelen worden per kalenderdag in totaal circa 1.300 reizigers gedupeerd. Bij het inkorten van bus 23 vervalt de rechtstreekse verbinding naar Kijkduin in de zomer en vervallen in deze periode 7 halten voor bus 23. Dit betekent dat 300 reizigers per dag in de zomermaanden alleen met minimaal één extra overstap naar en van Kijkduin kunnen reizen.
Dit betekent een verslechtering van de bereikbaarheid van Kijkduin per openbaar vervoer. Met het inkorten van bus 22 vervallen 7 halten. De 450 dagelijkse gebruikers van deze halten zullen gemiddeld 400 meter verder moeten lopen om bij alternatieve halten van bus 23 en streekbus 30 te komen. In geval van het permanent opheffen van de nachtbus is er geen bediening meer op vrijdag en zaterdagnacht vanuit het centrum van Den Haag naar de regio. Per weekend maken 1.100 reizigers gebruik van de 6 nachtbuslijnen. Reizigers zijn dan aangewezen op fiets, auto of deelmobiliteit.
5
Deze drie maatregelen leiden tot een verslechterd OV-aanbod en verlies van reizigers. Het overslaan van 13 halten heeft niet geleid tot een reizigersverlies, en is er juist een grote groep reizigers die profijt heeft van een snellere reis. De BcVa constateert dat dit alternatief ook niet in lijn is met de beleidskeuze die op 18 mei en 6 juli 2022 door de BcVa is gemaakt, namelijk om het vervoeraanbod zo veel mogelijk op de vervoervraag te laten aansluiten en de knop ‘dienstregeling’ in principe buiten beschouwing te laten. Aangezien de corona-opgave in 2023 en 2024 onverminderd groot is, heeft de BcVa ingestemd met de gevraagde verlenging van het bestaande maatregelenpakket in 2023 en 2024. Daarbij maakt de BcVa een paar kanttekeningen: - Zoals al het geval was in 2021 en 2022, zal ook in 2023 en 2024 halfjaarlijks het Transitieprogramma OV en corona worden herijkt. Indien nodig of mogelijk kunnen maatregelen dan worden bijgesteld; - Ontwikkelingen in reizigersaantallen of wat betreft beschikbaar personeel kunnen ertoe leiden dat vervoerkundige maatregelen moeten worden aangepast. Zie ook de alinea ‘Eventele nieuwe besluitvorming vanwege reizigersaantallen’ verderop in deze brief.
Geen aanvullende maatregelen in 2023 en 2024: Omdat er een grote kans was dat het eerder vastgestelde maatregelenpakket onvoldoende zou zijn gezien de opgaven in 2023 en 2024, heeft de BcVa op 6 juli 2022 besloten: Voor het realiseren van het daarna nog resterende deel van de financiële opgave aan de concessiehouders opdracht te geven om te komen tot concrete voorstellen, waarbij de volgende randvoorwaarden gelden: a. Het voorgestelde pakket dient in lijn met het Afwegingskader van 28 oktober 2020 te bestaan uit een evenwichtig pakket van maatregelen, waarin duidelijk wordt dat de opgave primair wordt opgevangen door de opbrengstverantwoordelijke vervoerbedrijven, en pas voor zover onvermijdelijk door maatregelen met zo beperkt mogelijke klantimpact; b. Het voorgestelde pakket dient te bestaan uit maatregelen die recht doen aan de financiële opgave voor 2023 en 2024 en die ruimte bieden voor het faciliteren van de verwachte groei en het benodigde herstel van het OV-gebruik in de periode daarna; c. Conform het BcVa-besluit van 18 mei 2022 dient de knop ‘dienstregeling’ in principe buiten beschouwing te worden gelaten; d.
Ten minste dient te worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn om de opgave mede te realiseren door middel van de andere knoppen ‘overige maatregelen’ die benoemd zijn in het Transitieprogramma van 24 maart 2021: tariefmaatregelen, met daarbij speciale aandacht voor doelgroepen voor wie een hoger tarief een (extra) belemmering vormt om het OV te gebruiken, sociale veiligheid, latere instroom ZE-bussen, latere vervanging van trams. Aan de concessiehouders en de manager OV opdracht te geven om uiterlijk 31 augustus 2022 op basis van bovengenoemde knoppen en voorwaarden en aan de hand van de beoordelingscriteria van het Afwegingskader van 28 oktober 2020 te komen tot concrete voorstellen met goed uitgewerkte herijkingsmaatregelen 2023 die kunnen worden behandeld in de BcVa-vergadering van 21 september 2022.
6
Daarmee bood de BcVa aan de opbrengstverantwoordelijke concessiehouders de mogelijkheid om hun verliezen in 2023 en 2024 te beperken, mits voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Aan de concessiehouders is daarbij gevraagd om zelf een zo actueel mogelijke prognose te maken wat betreft de verwachte financiële opgave in 2023 en 2024. HTM rekent er op dat de reizigersaantallen in 2023 95% en in 2024 96% ten opzichte van 2019 zullen zijn. Het eerder vastgestelde maatregelenpakket voorzag in het oplossen van het financiële tekort omdat de BVOV 2021 en 2022 niet aanvulden tot 100%, maar slechts tot 93%. Nu HTM er op rekent dat deze 93% vanaf 2023 wordt gerealiseerd, volstaat gebruikmaking van eerder door MRDH toegezegde bijdragen (o.a. de 27,5%-regeling) en verlenging van het bestaande maatregelenpakket. Verdere aanvullende maatregelen zijn dan niet meer nodig. Alleen als de reizigersopbrengsten in de praktijk lager zijn dan 93% ontstaat er voor HTM een financieel tekort. De situatie bij EBS en RET verschilt van die van de HTM. Enerzijds heeft dat te maken met de lagere inschattingen die zij maken wat betreft het reizigersherstel: een lagere inschatting betekent een hogere financiële opgave. Anderzijds wordt het verschil verklaard door de aard van de concessieafspraken (groeidoelstellingen).
In de herijkingsvoorstellen die EBS en RET hebben ingediend bij de MRDH, benoemen ze wel een aantal onmogelijkheden en onwenselijkheden wat betreft de mogelijke aanvullende herijkingsknoppen die de BcVa heeft benoemd op 6 juli 2022, maar doen zij verder geen concrete aanvullende voorstellen. RET stelt wel voor om in 2024 het coronatekort met € 2 mln. te verminderen met bedrijfsinterne maatregelen. EBS geeft aan financiële mogelijkheden te zien indien afspraken gemaakt kunnen worden over verlenging van haar beide OV-concessies, maar geeft nog geen uitwerking en onderbouwing hiervan. Voor de resterende tekorten doen EBS en RET een beroep op aanvullende financiële bijdragen van de MRDH. Deels is hiervoor ruimte: de MRDH heeft de zogenaamde ‘27,5%-regeling’ waarover besluitvorming plaatsgevonden heeft; op basis daarvan hebben vervoerbedrijven recht op een financiële bijdrage ter vermindering van het tekort (zie beslispunt 5). Verzoeken voor verdergaande financiële bijdragen vanuit MRDH vallen echter buiten de scope van de op 6 juli 2022 geformuleerde opdracht. Voor zover er sprake is van aanvullende financiële middelen bij de MRDH worden deze reeds beschikbaar gesteld (zie beslispunten 4 en 5).
Daarnaast heeft de MRDH in 2020, 2021 en 2022 reeds een groot aantal maatregelen heeft genomen om het coronatekort bij de vervoerbedrijven te verminderen: Doorbetalen 100% exploitatiesubsidies ondanks lager vervoeraanbod, ook in 2023; Ruimte om met besparingen op Sociale Veiligheid en assets het exploitatietekort te verminderen; Stimuleringsmaatregelen ter hoogte van maximaal 66,7 mln. euro (arbeidsmarkt, nieuwe betaalwijzen etc.); Geen boetes voor niet-gereden kilometers; 27,5%-regeling: over elke euro die de concessiehouders besparen met maatregelen die in 2021 en 2022 zijn genomen in het kader van het Transitieprogramma geeft MRDH 27,5 cent extra subsidie. Voor RET bedraagt het totale financiële effect van deze maatregelen tot nu toe ruim 70 miljoen euro. Voor HTM en EBS is dit respectievelijk orde van grootte 45 en 10 miljoen euro. Dit is de som van reeds gerealiseerde en naar verwachting nog te realiseren bijdragen die het gevolg zijn van besluitvorming in 2020, 2021 en 2022.
7
Aanvullend daarop heeft de BcVa op 6 juli 2022 met het oog op 2023 en 2024 besloten: Om ruimte te bieden voor (verdere) aanvullende maatregelen ‘op straat’; Om een aanvullende bijdrage van maximaal 37 mln. euro beschikbaar te stellen. Binnen de (financiële) begrenzingen die ze heeft, verleent MRDH daarmee maximale medewerking aan de concessiehouders om hun tekorten te verminderen. De BcVa constateert dat er geen voorstellen zijn gedaan voor aanvullende maatregelen met klantimpact (sociale veiligheid, tarieven, latere invoering elektrische bussen, latere vervanging trams etc.) in 2023 of 2024. Daarom is er voor MRDH geen aanleiding om dergelijke maatregelen te nemen, ondanks de nog resterende tekorten bij de vervoerbedrijven, in ieder geval bij RET en EBS. Voor HTM is er in 2023 en 2024 naar verwachting geen tekort als gevolgen van lagere reizigersopbrengsten door corona. Wel benoemt HTM dat er investeringsruimte ontbreekt voor verwachte groei-investeringen, zoals de aanschaf van nieuwe voertuigen en remises/stallingen. Zoals de BcVa op 6 juli 2022 heeft uitgesproken: de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de opbrengstverantwoordelijke concessiehouders en de opgave dient primair door hen opgevangen te worden. Dat betekent dat MRDH niet verplicht is om te zorgen dat vervoerders in 2023 en 2024 op de nullijn uitkomen.
Dit temeer omdat verschillende van de op 6 juli 2022 benoemde mogelijke knoppen door de concessiehouders niet worden uitgewerkt met onderbouwde voorstellen en daarmee ook politieke keuzemogelijkheden voor de BcVA ontbreken. Er is daarbij wel een verschil tussen de situatie bij RET en EBS. Daar waar RET in staat is gesteld om in de pre-corona jaren een substantieel eigen vermogen op te bouwen met rendementen uit de MRDH-OV-concessies, is dat bij EBS niet het geval. Door ingecalculeerde opstartverliezen en daarna de coronapandemie zijn de OV-concessies van EBS tot op heden verliesgevend geweest en heeft er geen vermogensopbouw kunnen plaatsvinden. EBS EBS stelt voor om, naast een aanvullende MRDH-subsidie, het tekort te verminderen door het maken van afspraken over concessieverlengingen. Zonder nadere onderbouwing benoemt EBS het mogelijke financieel resultaat daarvan. Met inachtneming van de opbrengstverantwoordelijkheid van EBS wil MRDH in overleg met EBS onderzoeken wat de mogelijkheden voor concessieverlenging zijn. Merk daarbij echter op: - Dat verlenging van de concessie VPR juridisch slechts mogelijk is als er sprake is van substantiële investeringen in bijvoorbeeld Zero-Emissie-bussen. Ook de looptijd van een verlengde concessie (na 2030, landelijke afspraak dat in 2030 alle bussen Zero Emissie zijn) vereist dat een compleet nieuwe business case wordt opgesteld.
- Dat een concessieverlenging feitelijk betekent dat verwachte winsten in de extra concessiejaren eerder worden ingeboekt. MRDH zou deze winsten ook kunnen realiseren bij een nieuwe concessieverlening. Het is daarom niet op voorhand zo dat een concessieverlenging vanuit de optiek van de MRDH het meest geschikte instrument is. Vervoerkundig pleit de komst van de Blankenburgtunnel er wellicht voor om meer samenhang tussen de beide EBS-concessies te realiseren. Anderzijds zijn er misschien ook mogelijkheden om de samenhang tussen de concessie VPR en de Zuid-Hollandse OV-concessie Hoeksche Waard – Goeree Overflakkee te versterken. Ook dit zal onderwerp van onderzoek zijn. MRDH zal, met inachtneming van de opbrengstverantwoordelijkheid van de vervoerder, met EBS in gesprek gaan over dit onderwerp. Daarbij zal MRDH onderzoeken wat de inhoudelijke, juridische en financiële voor- en nadelen zijn om de EBS-concessie Voorne-Putten en Rozenburg en de EBS-concessie Haaglanden Streek te verlengen, teneinde daarmee het
8
opbrengstentekort voor EBS te verminderen. RET RET heeft aandacht gevraagd voor het structurele tekort dat zij heeft vanwege de lagere reizigersopbrengsten als gevolg van OV en corona. De voorliggende agendapost voorziet in besluitvorming voor de jaren 2023 en 2024, maar ook in de jaren daarna heeft de RET een forse opgave. MRDH wil, met inachtneming van de opbrengstverantwoordelijkheid van RET, in het kader van de herijking van de concessies met RET in gesprek gaan over een mogelijke aanpassing van de concessieafspraken over gemiste opbrengstengroei vanaf 2025, teneinde daarmee binnen de financiële mogelijkheden van MRDH en de RET het structurele tekort van RET te verminderen. HTM Voor HTM is van belang dat de lagere reizigersopbrengsten dan verwacht, zorgen voor minder of zelfs geen vulling van het Kwaliteitsfonds. Met de middelen uit het Kwaliteitsfonds konden kwaliteitsverbeteringen in het openbaar vervoer van HTM gefinancierd worden. HTM wil met MRDH in overleg over aanpassing van de concessievoorwaarden die voldoende investeringsruimte creëren. MRDH zal, met inachtneming van de opbrengstverantwoordelijkheid van HTM, dit gesprek aangaan.
Vervoerkundige voorstellen 2023 Omdat het Transitieprogramma OV en corona (met de bijbehorende periodieke herijkingsmomenten) tijdelijk de reguliere vervoerplanprocedure vervangt, heeft de BcVa aan de vervoerbedrijven gevraagd om als onderdeel van de herijkingsvoorstellen ook de vervoerkundige wijzigingsvoorstellen voor 2023 op te leveren. Op 18 mei 2022 heeft de BcVa het uitgangspunt bepaald “dat bij het opvangen van de (verwachte) OV-groei het vervoeraanbod zo goed mogelijk moet aansluiten bij de (verwachte) vervoervraag’. Dat is op 6 juli 2022 geconcretiseerd door in de opdracht aan de vervoerbedrijven mee te gaan dat “de knop ‘dienstregeling’ in principe buiten beschouwing [dient] te worden gelaten”. Dat betekent dat er geen grootschalige verminderingen van het vervoeraanbod mogen plaatsvinden, maar vanzelfsprekend blijft er wel ruimte voor de gebruikelijke dienstregelingwijzigingen die erop gericht zijn om het vervoeraanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten op de (verwachte) vervoervraag. HTM heeft voor 2023 geen vervoerkundige wijzigingsvoorstellen ingediend. HTM is van plan om in 2023 het niveau van OV dienstverlening te handhaven op dat van 2022 (onder voorbehoud van het beschikbaar kunnen houden van personeel).
RET en EBS doen wel een aantal wijzigingsvoorstellen, waarbij conform opdracht van de BcVa het totale productievolume ongewijzigd blijft; er vinden alleen kleine optimalisaties plaats om vervoervraag en -aanbod zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Deze optimalisaties staan feitelijk los van ‘OV en corona’, maar worden in het herijkingsprogramma ingebracht bij gebrek aan reguliere vervoerplanprocedure. Voor 2023 doet RET een aantal vervoerkundige voorstellen die vooral betrekking hebben op lijnen in Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam. Deze wijzigingen zijn door RET afgestemd met de deze gemeenten. Daarnaast stelt RET voor om tramlijn 4 in te korten. Vanwege werkzaamheden wordt momenteel al een kortere route gereden (tot Heemraadsplein in plaats van Marconiplein). RET constateert dat reizigers die te maken hebben met deze inkorting, inmiddels een goed alternatief hebben gevonden. Tegelijk constateert RET dreigende capaciteitsproblemen op een aantal ritten in de middagspits van tramlijnen 21 en 24. Daarom stelt RET voor om de route van tramlijn 4 ook na afloop van de werkzaamheden in te korten, 9
en de daardoor vrijkomende capaciteit in te zetten op tramlijnen 21 en 24. Dit voorstel is afgestemd met de gemeente Rotterdam. EBS stelt een aantal dienstregeling- en routewijzigingen in Wassenaar voor op de lijnen 42 en 46, die eveneens zijn afgestemd met de betreffende gemeente. Ook bevat het voorstel van EBS op verzoek van de gemeente Leiden een routewijziging van lijn 45 in Leiden. De BcVa heeft ingestemd met de vervoerkundige wijzigingsvoorstellen die RET en EBS hebben ingediend (bijlage 2).
Besluitvorming over rijkssteunregeling en financiële bijdrage MRDH Het Rijk heeft het voornemen uitgesproken om met een aanvullende rijkssteunregeling de financiële tekorten als gevolg de opbrengstenvermindering vanwege corona te verminderen. Dit gebeurt door middel van het Transitievangnet OV 2023 (TVOV 2023) die de huidige Beschikbaarheidsvergoeding (BVOV) vervangt. Op dit moment, 12 oktober 2022, heeft het Rijk de TVOV2023-regeling nog niet gepubliceerd. Waarschijnlijk gebeurt dit eind oktober. Daarom was het voor de BcVa nog niet mogelijk om een besluit te nemen over het al dan niet gebruik maken van deze regeling en over de besteding van de eigen financiële middelen die de MRDH op 6 juli 2022 beschikbaar heeft gesteld om de corona-opgave te verminderen (maximaal 37 mln. euro voor de gehele MRDH-regio). Besluitvorming hierover zal daarom plaatsvinden nadat de TVOV-regeling is gepubliceerd, naar verwachting in de BcVa-vergadering van 16 november 2022.
Eventuele nieuwe besluitvorming vanwege reizigersaantallen MRDH heeft steeds gerekend met 85% reizigers (en reizigersinkomsten) in 2023 en 95% in 2024; in 2025 100% van het aantal reizigers in 2019 en daarna weer een groei ten opzichte van pre-corona, hoewel structureel lager dan pre-corona verwacht door structureel gewijzigd reisgedrag van reizigers: meer thuiswerken, tele-vergaderen en onderwijs op afstand. We constateren dat het herstel in de eerste maanden van 2022 plaatsvond dan verwacht, maar inmiddels lijkt te stagneren. Het is zeer waarschijnlijk dat in 2023 de 85% gerealiseerd kan worden, aangezien de huidige reizigersaantallen zich reeds rond de 82% bevinden. Als er verder herstel plaatsvindt, is een reële kans dat het percentage reizigers hoger uitkomt dan 85%, zoals HTM en EBS ook verwachten. Anderzijds is echter onzeker of het verdere herstel zodanig is dat de verwachte 95% in 2024, 100% in 2025 en groei daarna bereikt zullen worden. Op 18 mei 2022 heeft de BcVa besloten het vervoeraanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten op de vervoervraag: het is onwenselijk om in 2023 en 2024 aan openbaar vervoer af te breken wat vanaf 2025 naar verwachting weer hard nodig is (‘penny wise, pound foolish’).
Vanwege de verwachte groei vanaf 2025 is ook een reservering gedaan op de exploitatieve groeigelden om de verwachte groei tussen 2025 en 2034 tijdig te kunnen faciliteren met extra vervoeraanbod. Deze beleidskeuzes blijven onverkort staan. Voorzichtigheid is geboden bij het ter discussie stellen van eerdere beleidskeuzes: als afschalingen ertoe leiden dat minder personeel en materieel nodig is, kan dit niet zomaar ongedaan gemaakt worden indien er later toch weer herstel plaatsvindt. Uitstel of afstel van investeringen op de groei op te vangen, heeft langdurige gevolgen. Echter, wanneer we eind 2022 en in 2023 zouden zien dat er onvoldoende reizigersherstel plaatsvindt (tenzij veroorzaakt door nieuwe tijdelijke beperkende coronamaatregelen), dan roept dit de vraag op in hoeverre er sprake is van een tijdelijk 10
coronatekort of dat het gewijzigd reisgedrag zodanig is dat er andere beleidskeuzes gemaakt moeten worden. Structureel lagere reizigersaantallen en -opbrengsten hebben ook structurele gevolgen voor de business cases van de concessiehouders. Als de reizigersaantallen structureel fors lager blijken te zijn dan eerder verwacht, dan is er sprake van een nieuwe werkelijkheid die rechtvaardigt dat eerder genomen beslissingen ter discussie gesteld worden. Daarbij zal er samenhang moeten zijn tussen de maatregelen die worden genomen bij de OVexploitatie (de hoeveelheid vervoeraanbod) en de investeringsbesluiten die de MRDH neemt om de (eerder verwachte) groei van de vervoervraag tijdig te kunnen opvangen. Daarom heeft de BcVa op 12 oktober 2022 besloten om uiterlijk 1 april 2023 te bezien of de reizigersaantallen aanleiding geven tot herziening van eerdere besluiten ten aanzien van bijvoorbeeld het vervoeraanbod.
11
Adviescommissie Vervoersautoriteit 23 november 2022 agendapunt 5
Onderwerp
Vaststellen vergaderplanning adviescommissie Va 2023
Bestuurlijk trekker
n.v.t.
Gevraagd
De vergaderplanning 2023 van de adviescommissie Vervoersautoriteit vast te stellen.
Korte inhoud van voorstel
De adviescommissie Vervoersautoriteit dient de data vast te stellen voor de reguliere vergaderingen van de adviescommissie Vervoersautoriteit. Voor 2023 wordt de onderstaande vergaderplanning voorgesteld. De planning is gebaseerd op de planning van de P&C-cyclus, de vergadercyclus van het algemeen bestuur in 2023 en is in overeenstemming met de vergaderdata van de adviescommissie EV. De vergaderingen van de (bestuurlijke) gremia zijn zo op elkaar afgestemd dat de doorlooptijd van besluiten zo kort mogelijk is. Vergaderplanning 2023 woensdag 22 maart 2023 woensdag 19 mei 2023 woensdag 21 juni 2023 woensdag 23 augustus 2023 woensdag 11 oktober 2023 woensdag 29 november 2023 Het tijdstip van de vergaderingen is van 19.00 uur tot 21.00 uur, vanaf 18.30 zijn de leden welkom voor inloop voor de vergadering. Locatie De vergaderingen van de adviescommissie vinden plaats bij de MRDH (Westersingel 12). Indien er informatiesessies georganiseerd worden voor een onderwerp, vinden deze digitaal plaats. Agenda-onderwerpen Voor de adviescommissie Va zijn op dit moment de volgende onderwerpen bekend: 22 maart - Kadernota MRDH 2024 - informerend - Proces wijziging gemeenschappelijke regeling (n.a.v. de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen) - informerend - Ov en corona – informerend over de stand van zaken, 19 april - Strategische Agenda – adviserend (n.a.v.
zienswijzeprocedure) 23 augustus - Begroting MRDH 2023 en 2024 – adviserend (n.a.v. zienswijzeprocedure) OV en corona zal bij de adviescommissie in 2023 ook weer een actueel onderwerp zijn op de agenda. Hiervan wordt de planning voor 2023 nog opgesteld en aan u gecommuniceerd wanneer deze gereed is. Aan de hand van de planning van de Bestuurscommissie Va en het AB in 2023 wordt de vergaderplanning voor de adviescommissie verder aangevuld. Per vergadering ontvangt u een geactualiseerde jaarplanning.
Communicatie
Bijlagen Gevolgde procedure Verdere procedure
Daarnaast is het natuurlijk altijd mogelijk om als lid van de adviescommissie een onderwerp aan te melden voor de agenda. Dit kan ter vergadering of per mail via bestuurlijkezakenVa@mrdh.nl Na vaststelling van de vergaderplanning worden de data gecommuniceerd op de website van de MRDH en mrdh.notubiz.nl. Ook wordt de vergaderplanning gecommuniceerd aan de griffiers. n.v.t. Bestuurscommissie n.v.t. Bestuurscommissie
n.v.t.
Zienswijzetermijn
n.v.t.
Dagelijks bestuur
n.v.t. n.v.t.
Algemeen bestuur
CONCEPT VERSLAG Adviescommissie Vervoersautoriteit woensdag 28 september 2022 MRDH, Westersingel 12, Rotterdam 1. A. Opening en mededelingen De voorzitter opent om 19.00 uur de vergadering en gaat vervolgens door naar de mededelingen:
De voorzitter deelt mee dat bericht van afmelding is ontvangen van dhr. Kolster (Capelle aan den IJssel). De voorzitter geeft daarnaast aan dat dhr. Kolster de plaatsvervanger is van mw. Penterman die geen lid meer is van de AcVa.
De voorzitter geeft aan dat de vorige vergadering is gevraagd om een toelichting te ontvangen op hoe u, uit hoofde van uw functie als adviescommissielid, om dient te gaan met vertrouwelijke en geheime besluitvorming. Mede gelet op de omvang van de agenda van deze vergadering, zal deze toelichting pas volgende vergadering gegeven worden. U ontvangt vooraf een notitie.
De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn op 21 september bij de bestuurscommissie Va geweest voor kennismaking met de leden bestuurscommissie en geven een korte terugkoppeling. Beide heren hebben zich voorgesteld aan de BcVa en hebben daarnaast aandacht gevraagd voor maatwerkvervoer en fietsendiefstal. Daarnaast hebben ze aangeven dat wanneer het gewenst is ze graag langskomen om adviezen toe te lichten.
Dhr. Immerzeel deelt mee dat de Presidiumvorming bijna is afgerond en de portefeuilleverdeling gedeeld wordt met de leden tezamen met de portefeuilleverdeling van Presidium EV. Deze is als bijlagen bij het verslag toegevoegd.
Openstaande vacature: agendacommissie De voorzitter geeft aan dat in de vorige adviescommissie een agendacommissie aangesteld is er nog één vacature openstaat. Dhr. Borst meldt zich aan als kandidaat en vraagt aan de commissie of er geen bezwaar is dat er twee leden vanuit Ridderkerk in de agendacommissie zitting hebben. De adviescommissie heeft hier geen bezwaar mee en stemt in met dhr. Borst als lid van de agendacommissie.
De voorzitter deelt mee dat, op verzoek in de vorige vergadering, een contactpersonenlijst is opgesteld. Deze wordt toegestuurd aan de commissie. Mochten er gegevens niet kloppen of ontbreken kan dit gemeld worden bij Bestuurszaken.
De voorzitter deelt mee dat de commissieleden twee uitnodigingen ontvangen hebben voor het Metropoolcafé op 4 oktober en MRDH Live! op 18 november. De linkjes om aan te melden zullen bij de sfeerimpressie nogmaals toegevoegd worden.
Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De voorzitter geeft daarbij wel aan dat mocht er onvoldoende tijd zijn voor agendapunt 3 deze doorschuift.
1. B. Inspraak Dhr. Van Onselen van Platform OVHA spreekt in. De inspraaktekst en de bijlagen zijn toegevoegd bij het verslag.
CONCEPT VERSLAG 2. Transitieprogramma herijkingen ov na corona 2023 en 2024 De voorzitter ligt de opzet van de behandeling en advisering toe. Vervolgens geeft Bart Nijhof, adjunct-manager ov, een korte toelichting bij gevraagde besluiten die voorliggen aan de Bestuurscommissie Va. De AcVa stelt het volgende advies op: De AcVa adviseert positief over de voorgestelde maatregelen, het beeld is dat we relatief een acceptabel niveau van dienstverlening in stand houden. Bij dit advies wel de volgende aandachtspunten:
De AcVa vraagt om een helder overzicht van de verschillende vervoerskundige maatregelen die nu genomen zijn en maak daarbij onderscheid tussen de maatregelen die genomen in het kader van de herijkingsmaatregelen en de vervoerskundige maatregelen die het gevolg zijn van personeelskrapte. Uitval door personeelskrapte die niet het gevolg is van Corona is een bedrijfsmatig risico van vervoerders; Zorg dat er tussen de verschillende concessies inzichtelijk geprognosticeerd wordt in de verwachte reizigersaantallen en -opbrengsten en zorg dat deze voor de MRDH vergelijkbaar en zo accuraat en realistisch mogelijk zijn; De AcVa vraagt om inzichtelijk te maken welke risico’s er aan de kostenkant (bijvoorbeeld energiekosten) en de personeelskant nog verwacht worden; Naast de aandacht voor de financiële gevolgen van OV en Corona, vraagt de AcVa bij de instandhouding van de dienstverlening ook het sociale aspect (zoals vervoersarmoede en inclusiviteit) in het oog te houden.
Tot slot spreekt de AcVa haar zorg uit over de toenemende risico’s die zich rondom de concessies voordoen (o.a. op vlak van toenemende energiekosten), en de mogelijke negatieve gevolgen van de voorgestelde landelijke tariefsverhoging voor het openbaar vervoer. Hier vraagt de AcVa expliciet aandacht voor. 3. Landing speerpuntennotitie fiets in coalitieafspraken Dhr. Immerzeel geeft een presentatie om de adviescommissie te informeren over de landing van de speerpuntennotitie fiets in de coalitieafspraken. De AcVa neemt kennis van de presentatie en vraagt aandacht dat er vanuit de MRDH naar kleinere gemeenten meer expertise mag vloeien om meer mensen op de fiets te krijgen. 4. Ter informatie De AcVa neemt kennis van de jaarplanning MRDH 2022. Bestuurszaken geeft daarnaast aan dat de vergaderplanning voor 2023 nog opgesteld wordt, deze zal in de volgende vergadering aan bod komen. 5. Vaststellen conceptverslagen De adviescommissie stelt de verslagen van 15 juni en 29 juni 2022 vast. 6. Rondvraag en sluiting Mw. Wentink (Delft) deelt mee dat de gemeente Delft een zienswijze gaat indienen met betrekking tot tramlijn 1. Mw. Claessen (Vlaardingen) deelt mee dat de raad een motie aangenomen heeft om te kijken naar een goede nachtverbinding van de metro Rotterdam, samen met de aanliggende gemeenten van de metrolijn. Dhr.
Immerzeel geeft aan dat de vergadering van 23 november grotendeels in het teken zal staan van de actualisatie van de Strategische Agenda. De bespreking hiervoor zal een gecombineerde adviescommissie worden op een externe locatie. De adviescommissie steunt dit voorstel met het verzoek wel te zoeken naar een locatie die goed met het openbaar vervoer te bereiken is. Dat wordt gedaan. Dhr. Immerzeel geeft tot slot aan dat er drie regionale bijeenkomsten plaatsgevonden hebben voor de actualisatie van de Strategische Agenda. Dit waren mooie bijeenkomsten en met de
CONCEPT VERSLAG raadsleden en bestuur is input opgehaald om de Strategische Agenda weer verder te brengen. Dhr. Immerzeel geeft aan dat deze input van grote waarde is en bedankt hen hiervoor. De voorzitter sluit om 20.50 uur de vergadering. Aanwezig Voorzitter Secretaris
J.P. Blonk JW. Immerzeel
Albrandswaard
-
Nissewaard
W. Heijdacker V. Korbee K. Zwart B. Gelton
Barendrecht
K. van Bommel M. van Prehn
Pijnacker-Nootdorp
Brielle
-
Ridderkerk
Capelle a/d IJssel
B.H.W. Oudshoorn
Rijswijk
Delft
M. Vuik S. Wentink
Rotterdam
I. van Wifferen M. Biljoen
Den Haag
Y. Assad
Schiedam
Y. Volkman
Hellevoetsluis
-
Vlaardingen
L.W.M. Claessen
Krimpen a/d IJssel
-
Wassenaar
C. Rogge-Schneider R. Bloemendaal
Lansingerland
J.P. Blonk I. de Graaf
Westland
-
LeidschendamVoorburg
G.D. Beek
Westvoorne
-
Maassluis
R. Kleijwegt
Zoetermeer
S.N. Bout
Midden-Delfland
D. Langeveld R.E. Vieira
A. Rottier M. Borst W. van der Weij
MRDH Jan Willem Immerzeel (manager verkeer), Bart Nijhof (adjunct-manager ov), Esther Westerbeek (bestuurszaken), Frank Boelkens (bestuurszaken), Amanda Vlieger (afdeling verkeer)
Gasten -
Aldus vastgesteld in de vergadering van de adviescommissie Va d.d. 23 november 2022,
De secretaris Marc Rosier
de voorzitter Jan Pieter Blonk
Portefeuilles Presidium Vervoersautoriteit Voorzitter
dhr. Karremans (Rotterdam)
Plaatsvervangend voorzitter (incl. verkeers- en railveiligheid) Middelen
dhr. Mulder (Den Haag)
Investeren in bereikbaarheid
dhr. Van de Laar (Rijswijk) en dhr. Fortuyn (Lansingerland)
Actieve, duurzame en collectieve mobiliteit
dhr. Meij (Ridderkerk) en dhr. Hottentot (Nissewaard)
Verbeteren van het regionale mobiliteitsnetwerk
dhr. Meij (Ridderkerk) en dhr. Hottentot (Nissewaard)
Ov-exploitatie (incl. herstel van het ovsysteem)
dhr. Keus (Leidschendam-Voorburg) en dhr. Varekamp (Westland)