A 25043 bijlage Concept-NRD-nieuwbouw-kerncentrales
Tekst van het document
De conclusie van het Actualisatierapport is dat de totstandkoming en aanscherping van het waarborgingsbeleid zorgvuldig en uitgebreid is uitgevoerd en dat het resultaat een afgewogen en transparante keuze geeft voor de huidige waarborglocaties. De huidige waarborglocaties zijn nog valide en vormen voldoende basis voor de verkenning naar de nieuwbouw van twee nieuwe kerncentrales. De veranderingen in de omgeving en de ontwikkelingen in beleid en milieu-informatie door de jaren heen leiden niet tot een heroverweging van de resterende waarborglocaties. Huidige inzichten en ontwikkelingen leiden wel tot twee toevoegingen, waarvan aanbevolen wordt deze in de op te starten mer-procedure van twee nieuwe kerncentrales mee te nemen: Door de geplande uitbreiding van het 380 kV-netwerk naar Zeeuws-Vlaanderen is aanbevolen om voor locatie Terneuzen nader te onderzoeken of dit een redelijk locatiealternatief kan zijn3; Maasvlakte II is niet als waarborglocatie opgenomen in het beleid. Er is aanbevolen om te onderzoeken of dit een redelijk locatiealternatief kan zijn. Hierna is beknopt ingegaan op de bevindingen uit het Actualisatierapport.
3.2
Beleidsvorming rondom vestigingsplaatsen voor kerncentrales Vanaf het einde van de jaren zeventig is in diverse stappen getrechterd van ruim dertig locaties naar de huidige locaties die vastgelegd zijn in het waarborgingsbeleid. Dit proces startte in 1975 met het Eerste Structuurschema Energievoorzieningen (SEV). In vogelvlucht is deze geschiedenis in figuur 3-1 te zien. Voor een uitgebreide analyse en overzicht wordt verwezen naar het Actualisatierapport in bijlage 1.
Belangrijk is dat dit project nog in een verkennende fase is en er dus nog een grote afhankelijkheid is tussen de doorgang van dit 380 kV project en de nieuwbouw van twee kerncentrales. 3
20
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Figuur 3-1 Processchema besluitvorming en selectie van waarborglocaties.
Benoemen van mogelijke kansrijke locaties in het Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV) Het beleid rondom vestigingsplaatsen voor kerncentrales heeft zijn oorsprong in het SEV. Dit Structuurschema werd in 1975 door de ministers van Economische Zaken en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gepubliceerd. Hierin was een overzicht van mogelijke vestigingslocaties voor elektriciteitscentrales opgenomen. Deze locaties waren in potentie geschikt voor een totaal productievermogen van ten minste 1.000 MW. De selectie vond plaats op basis van onderzoek naar koelmogelijkheden (dus gelegen aan grote wateren), milieuaspecten (zoals veiligheid, geluid en bodem), recreatie en landschappelijke aspecten. Uiteindelijk werden in de Nota Energiebeleid uit 1980 32 locaties als mogelijk kansrijk geselecteerd. Deze locaties staan in figuur 3-2.
21
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Figuur 3-2 Overzicht 32 vestigingsplaatsen voor kerncentrales (Nota Energiebeleid, deel 3: Brandstofinzet centrales, TK, 15802, 1979-1980).
In deel D van het SEV, de Regeringsbeslissing, werd het aantal potentieel geschikte locaties nader gespecificeerd tot 29 locaties. De volgende drie locaties vielen af vanwege onmogelijkheden op basis van nadere analyses op de eerdergenoemde criteria en bezwaren vanuit medeoverheden: IJssel-Zuid (nr. 7); Veluwemeer/Eemmeer (nr. 12); Tiengemeten (nr. 23). De locatie St. Philipsland/Tholen (nr. 24) werd vervangen door de locatie Moerdijk. In het SEV werden de nieuw voorgestelde vestigingsplaatsen niet nauwkeurig bepaald. In sommige gevallen werd volstaan met het aangeven van gebieden waarin vestiging van kerncentrales zou kunnen worden overwogen. In een aantal van die gebieden zou plaatsing van meer dan één centrale-eenheid mogelijk kunnen zijn. In het SEV werd ook kort ingegaan op de problematiek van de mogelijke vestiging van kerncentrales. De regering kondigde aan dat hier later uitgebreider op terugkomen zou worden. Dit is in de Planologische Kernbeslissing ‘Vestigingsplaatsen voor kerncentrales’ nader ingevuld. Eerste selectiefase: van 29 mogelijke vestigingsplaatsen naar 13 kansrijke locaties Bij de selectie van de 29 potentieel geschikte locaties werd nog geen onderscheid gemaakt naar de te gebruiken brandstof – fossiele brandstof of hernieuwbare energiebronnen.
Omdat voor kerncentrales specifieke overwegingen gelden, met name op het gebied van veiligheid, bleven na de eerste fase van het selectieproces nog dertien kansrijke locaties over. De belangrijkste reden voor het afvallen van mogelijke vestigingsplaatsen in deze fase was dat deze veelal gelegen waren in de directe omgeving van stedelijke gebieden. Tien locaties die op basis van dit criterium direct afvielen als locaties voor een kerncentrale waren: Groningen/Hunze (nr. 2), Harculo/Zwolle (nr. 6), Nijmegen (nr. 8), Utrecht/Lage Weide (nr. 11), Hemweg/Amsterdam (nr. 18), IJmuiden (nr. 16), Velsen (nr. 17), Diemen (nr. 19), Rotterdam/Waalhaven (nr. 21) en Regio Dordrecht (nr. 22). Voor Ossenisse (nr. 26) geldt dat deze afgevallen is op grond van specifieke omstandigheden. Dit betrof de afwezigheid van zware hoogspanningsverbindingen (380 kV-verbinding) en het ontbreken van havenfaciliteiten.
22
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
De nog resterende achttien locaties werden vervolgens getoetst aan de grenswaarde van 4.500 inwoners voor de dichtstbevolkte sector van 45°. Dit betekent dat binnen een hoek van 45° waar de bevolkingsdichtheid het hoogste is het bevolkingsaantal niet hoger mag liggen dan 4500 inwoners. Op basis van deze analyse zijn nog vijf locaties afgevallen: Dodewaard (nr. 9), Lek (nr. 10), Amer (nr. 28), Buggenum/Roermond (nr. 31) en Maasbracht (nr. 32). Bij deze locaties werd ook benoemd dat er waarschijnlijk problemen zouden zijn met de beschikbaarheid van voldoende (reserve)koelwater, waardoor die naast het bevolkingscriterium ook op dat criterium afgevallen zouden zijn (zie Energiebeleid, deel D: brandstoffennota, p. 281, TK 1980). Bij de totstandkoming van de gebruikte criteria en wijze van toetsing is, conform de systematiek van de Planologische Kernbeslissing inspraak geweest en zijn wetenschappelijke adviezen, zoals die van de Gezondheidsraad en van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening gebruikt. Tweede selectiefase: van dertien naar vijf geschikte locaties In de tweede fase van het selectieproces om tot de kansrijke vestigingslocaties voor kerncentrales te komen, werden de dertien overgebleven locaties nader onderzocht. Deze dertien locaties staan in tabel 3-1. Tabel 3-1 Dertien overgebleven potentiële vestigingslocaties voor kerncentrales.
Mogelijke locaties voor grootschalige energieopwekking 1. Eems
9. Dodewaard
17. Velsen
25. Borssele
2. Groningen
10. Lek
18. Hemweg
26. Ossenisse
3. Bergum
11. Lage Weide
19. Diemen
27. Bath/Hoedekenskerke
4. Urk/Westelijke Noordoostpolderdijk
12. Veluwemeer/Eemmeer
20. Maasvlakte
28. Amer
5. Ketelmeer
13. Flevo (Noord)
21. Rotterdam
29. Maas-Waal
6. Harculo/Zwolle
14. Markerwaard
22. Regio Dordrecht
30. Boxmeer
7. IJssel-Zuid
15. Wieringermeer
23. Tiengemeten/ Zuidelijke Hoeksche Waard
31. Buggenum/Roermond
8. Nijmegen
16. IJmuiden
24. Moerdijk
32. Maasbracht
Het nader onderzoek van de dertien locaties heeft op basis van diverse criteria plaatsgevonden: bevolkgingsomvang, drinkwater, ecologie, landschap, ruimtelijke kwaliteit en bodemtypen en -gebruik. Daarnaast hebben technische afwegingen een rol gespeeld, zoals de aanwezigheid van infrastructuur, aankoppelingsmogelijkheden op het elektriciteitsnet en de beschikbaarheid van koelmogelijkheden van het oppervlaktewater. Mede op basis hiervan, gecombineerd met inspraak, zijn vijf locaties als kansrijk beschouwd: Eems (nr. 1), Westelijke Noordoostpolderdijk (nr. 4), Maasvlakte (nr. 20), Moerdijk (nr. 24), en Borssele (nr. 25). Omgang met koeltorens in eerdere afwegingen In de analyses en trechtering naar kansrijke locaties voor kerncentrale zijn koeltorens niet uitgesloten. In de Planologische kernbeslissing, deel a, staat hier over: ‘Uitgaande van twee eenheden per vestigingsplaats moet over een koelend vermogen van 2.700-3.900 MWe kunnen worden beschikt. Overigens lijkt in verband met de financiële nadelen die aan het gebruik van koeltorens verbonden zijn, het evenwel voor de hand te liggen vestigingsplaatsen waar ruime koelmogelijkheden aan het oppervlaktewater aanwezig zijn positiever te waarderen dan plaatsen waar geringere koelmogelijkheden aanwezig zijn of het gebruik van koeltorens noodzakelijk is’.
Ook zal het gebruik van koeltorens meer ruimte vragen, 10 tot 20 hectare – afhankelijk van de koelbenodigdheden, en op plekken tot negatieve effecten in relatie tot landschappelijke kwaliteit leiden. Vooral op de plekken langs de rivieren kunnen koeltorens nodig zijn.
Vastleggen van kansrijke locaties in de Planologische kernbeslissing: drie locaties met twee locaties nog nader uit te zoeken Bij de locaties ‘Moerdijk’ en ‘Westelijke Noordoostpolderdijk’ werd opgenomen dat deze nog nader onderzocht moesten worden. Voor Moerdijk werd onder meer aangegeven dat mogelijke aandachtspunten aanwezig waren met de daar aanwezige bevolkingsomvang en mogelijk ook effecten op drinkwater. Voor de locatie ‘Westelijke Noordoostpolderdijk’ zijn op basis van diverse studies aandachtspunten vanuit de aspecten drinkwatervoorziening en algemene waterhuishouding naar voren gekomen. Met de publicatie van de Planologische kernbeslissing op 27 januari 1986 werd dit beleidsmatige en planologische proces afgerond.
23
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Totstandkoming en inhoud van het waarborgingsbeleid Met de afronding van de Planologische kernbeslissing is ook het waarborgingsbeleid van kracht geworden. Hierin werden de vijf locaties opgenomen, inclusief een zone van vijf kilometer waarin ruimtelijke beperkingen werd opgelegd. Dit werd als volgt toegelicht (zie tabel 3-2). Tabel 3-2 Inhoud waarborgingsbeleid in 1986.
Afstand 0 – 1 kilometer
1 – 5 kilometer 5 – 20 kilometer
Beleid Het beleid is gericht op het handhaven van de gunstige lage bevolkingsdichtheid en op het voorkomen van vestiging van voorzieningen die tot de aanwezigheid van grote aantallen moeilijk te verplaatsen mensen kunnen leiden. Idem als 0-1 km, uitzonderingen zijn mogelijk wanneer ook andere belangen op het spel staan. Het beleid is in beginsel gericht op het zoveel mogelijk doorgang doen vinden van de bestaande en thans voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. Expliciete maatregelen zijn op dit gebied niet van toepassing.
In het Tweede Structuurschema Elektriciteitsvoorziening uit 1994 werd het waarborgingsbeleid uit 1986, de vestigingsplaatsen voor kerncentrales, gecontinueerd. Er zijn geen specifieke wijzigingen aangebracht. Onderzoek in het plan-MER leidt tot afvallen locaties Moerdijk en Westelijke Noordoostpolderdijk In 2008 zijn de vijf waarborglocaties nader onderzocht in een plan-MER bij het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. In deze plan-MER is een uitgebreid beoordelingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de eerdere Planologische kernbeslissingen en de Site Evaluation on Nuclear Installations van het IAEA. Op basis van dit plan-MER bleken bij Moerdijk met name de ligging nabij dichtbevolkt gebied en veiligheidsmaatregelen slecht te scoren. Ook werden aandachtspunten met betrekking tot koelwater aangegeven. De locatie ‘Westelijke Noordoostpolderdijk’ scoorde onvoldoende op de thema’s: impact op de voedselketen en impact op zoetwatervoorraad (drinkwater). Ook was sprake van een negatieve score op de transportmogelijkheden via weg, spoor en water. Om deze redenen vielen deze twee locaties af en bleven Borsele, Maasvlakte en Eemshaven over als waarborglocaties.
Maasvlakte II in beeld als optie, maar geen opname in het waarborgingsbeleid In de Planologische kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (2006) is opgenomen dat de landaanwinning van Maasvlakte II primair ruimte biedt voor aan diep zeewater-gebonden activiteiten, zoals met name grootschalige container op- en overslag en direct gerelateerde distributieactiviteiten. Daarnaast biedt de landaanwinning van Maasvlakte II eventueel ruimte voor grootschalige deepsea-gebonden chemie. In de Planologische kernbeslissing is expliciet benoemd dat de mogelijkheid bestaat om onder bijzondere omstandigheden en op basis van een zorgvuldige afweging andere activiteiten plaats te laten vinden op Maasvlakte II. Vanwege de beperkingen die de aanleg van Maasvlakte II met zich meebrengt voor wat betreft koelwaterlozingen vanaf Maasvlakte I geldt dat voor de vestiging van elektriciteitscentrales op Maasvlakte II sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’ zoals bedoeld in de Planologische kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Hierin staat genoemd dat bijvoorbeeld elektriciteitscentrales mogelijk zijn als sprake is van een zorgvuldige afweging. Actualisatie waarborgingsbeleid in het Programma Energiehoofdstructuur en Besluit kwaliteit leefomgeving In het PEH uit 2024 is het waarborgingsbeleid voor Borsele en Maasvlakte I herbevestigd.
Hierbij is aangegeven dat ingezet wordt op de bouw van twee nieuwe kerncentrales (generatie III+ reactoren) met een gezamenlijk vermogen van circa 3 GW zo snel mogelijk na 2035. Tevens is aangegeven Eemshaven als waarborglocatie te schrappen. Het vervallen van Eemshaven als waarborglocatie vindt de oorsprong in een Wetgevingsoverleg op 4 maart 2021. Hierin is de motie Beckerman motie aangenomen die uitspreekt dat Eemshaven als waarborglocatie geschrapt moet worden. Ook vraagt de Tweede Kamer het kabinet om geen kerncentrales te realiseren in de provincie Groningen. De reden die in de motie wordt genoemd, is dat in Groningen de gevolgen van de gaswinning nog steeds groot zijn en de aardbevingen niet zijn gestopt. Formeel is waarborglocatie Eemshaven nog niet uit het Bkl geschrapt.
24
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Huidig waarborgingsbeleid vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving Het huidige waarborgingsbeleid is vastgelegd in Artikel 5.158 (waarborging locaties kernenergiecentrale). Hierin staan (vanaf voorjaar 2024) de waarborglocaties benoemd en geografisch afgebakend. De volgende regels zijn van toepassing: Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie voor een kernenergiecentrale en het gebied binnen een straal van één kilometer rondom die locatie, laat het omgevingsplan niet toe: a. Het bouwen van gebouwen met een woonfunctie, wanneer als gevolg daarvan het aantal inwoners in het gebied meer dan 5.000 zal bedragen; en b. Het bouwen of de realisatie van andere kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties, met uitzondering van een kernenergiecentrale op de locatie en kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties die naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk zijn voor het gebied of voor een binnen het gebied toegelaten activiteit.
3.3
Beschouwing navolgbaarheid en validiteit van de totstandkoming tot het huidige waarborgingsbeleid In het Actualisatierapport (zie bijlage 1) is een analyse opgenomen in hoeverre het waarborgingsbeleid nog valide is, of afgevallen locaties door veranderende omstandigheden nog in beeld komen en of nog andere niet beschouwde gebieden overwogen kunnen worden als mogelijke vestigingsplaats voor nieuwe kerncentrales. Uit de analyse of de gebruikte uitgangspunten en inzichten nog valide zijn en/of nieuwe ontwikkelingen impact hebben op het waarborgingsbeleid zijn de volgende conclusies te trekken: De waarborglocaties zijn nog steeds valide; Ook bij toepassing van andere afstandscriteria voor bevolkingsomvang worden afgevallen locaties op dit punt nog steeds niet redelijk; De gehanteerde afstanden uit het MER 2008 (5 kilometer) is nog steeds een bruikbaar criterium voor inzicht in personendichtheden in de nabijheid van een kerncentrale. De toen (en in de jaren tachtig) gelegde koppeling met mogelijke evacuatiezones rondom kerncentrale is nog steeds actueel.
Er is aanbevolen om de mer-procedure voor twee nieuwe kerncentrales meer inzicht te geven in personendichtheden in verschillende afstandszones ten opzichte van eerdere studies, bijvoorbeeld 1, 5 en 10 kilometer; Door de uitbreiding van het 380 kV-netwerk naar Zeeuws-Vlaanderen is aanbevolen de locatie Terneuzen nader te beschouwen in de NRD op redelijkheid; Maasvlakte II is niet als waarborglocatie opgenomen in het beleid, maar door de mogelijkheden die in de toen opgestelde Planologische Kernbeslissingen zijn benoemd is het een redelijk te beschouwen alternatief en is het in deze cNRD nader onderzocht.
25
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.
Analyse redelijke alternatieven In dit hoofdstuk is ingegaan op de trechtering van de gebieden (uit het waarborgingsbeleid en de reacties van het Voorstel en voornemen voor Participatie) tot specifiekere locaties binnen die gebieden. Hierbij hebben afwegingen plaatsgevonden die in dit hoofdstuk zijn benoemd. In paragraaf 4.1 is uitgelegd welke methode hierbij is toegepast. In paragraaf 4.2 is ingegaan op de aangedragen gebieden vanuit het waarborgingsbeleid en de participatie, de zogenaamde groslist. In paragraaf 4.3 is deze lijst verder getrechterd naar een zogenaamde longlist van locaties binnen die gebieden en zijn per locatie afwegingen en beoordelingen opgenomen. Tot slot is in paragraaf 4.4 een zogenaamde shortlist opgenomen van locaties die nader onderzocht gaan worden in het plan-MER.
4.1
Methode van trechtering Trechtering: van groslist naar MER-alternatieven Voor het bepalen van gebieden en locaties is een trechtering toegepast. Deze trechtering van ‘groslist’ naar ‘shortlist’ is in figuur 4-1 stapsgewijs toegelicht.
Groslist
Longlist
•Wat? Beoordeling gebieden, criteria waarborgingsbeleid •Methode: Factsheet •Wat? Beoordeling locaties op basis van criteria Specific Safety Guideline (SSG, zie paragraaf 6.1), techniek en beschikbaarheid •Methode: Beoordelingsmatrix
•Wat? Eventuele nadere weging locaties onderling Shortlist •Methode: Motivatie mee te nemen plots in NRD
Vervolg
•Wat? Milieu- en overig onderzoek alternatieven en varianten •Methode: plan-MER en IEA
Figuur 4-1 Methode van trechtering: van gebieden naar alternatieven.
Het resultaat van deze trechtering is een lijst met redelijke locaties voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales (de shortlist). Deze shortlist is opgenomen in paragraaf 4.4. De alternatieven in het plan-MER zijn dus niet hele gebieden, maar specifieke locaties binnen die gebieden. Met deze locatieaanpak kan er, ten opzichte van een gebiedsaanpak, gedetailleerder onderzoek gedaan worden in het plan-MER. Dit biedt meer duidelijkheid naar de omgeving en zorgt ervoor dat de Voorkeursbeslissing in de navolgende fase van de projectprocedure kan worden uitgewerkt ten behoeve van de vergunningverlening. Criteria voor de beoordelingen Bij het trechteren van de gebieden en locaties spelen verschillende criteria een rol. Dit zijn grotendeels ook de criteria die zijn toegepast in het waarborgingsbeleid (zie hoofdstuk 3).
26
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Voor zeef 0 (van groslist naar longlist) en zeef 1 (van longlist naar shortlist) zijn de volgende criteria toegepast: Randvoorwaardelijke criteria: o Ligging (niet binnen één kilometer van dichtbevolkte gebieden); o Veiligheid (preventieve en rampbestrijdingsmaatregelen moeten mogelijk zijn). Criteria voor veilige bedrijfsvoering van de kerncentrales: o Weersomstandigheden (risico’s storm, overstroming en brand); o Bodemstabiliteit; o Koelwater (beschikbaarheid); o Explosiegevaar (vanaf land en water); o Neerstortingsgevaar (vliegtuigen); o Nautische veiligheid (scheeproutes en olierampen). Criteria voor beïnvloeding van de omgeving: o Straling (dosisbelasting en transport); o Voedselketen; o Algemene hinder (woongebied); o Natuurlijke waarden; o Waterorganismen; o Bodem en grondwaterverontreiniging; o Verspreiding verontreinigingen; o Lozing koelwater op zoetwatervoorraad; o Mogelijkheden achterwege laten koeltorens (groot water aanwezig); o Archeologie en cultuurhistorie; o Landschap. Overige afweging: o 380 kV-station aanwezig binnen zes kilometer afstand. Gebieden zijn afgevallen als sprake is van potentiële showstoppers op één of meerdere bovenstaande criteria.
De gebieden die uit deze zeef 0 voortkomen, en dus geen potentiële showstoppers hebben, zijn vervolgens in zeef 1 nader beoordeeld op criteria uit de SSG-35, beschikbaarheid en (planologische) haalbaarheid en overige (technische) aandachtspunten. Dit komt overeen met de bovenstaand criteria. Aanvullend zijn voor zeef 1 de volgende criteria toegepast: Aanpassingen die benodigd zijn aan het beoogde terrein; Aanpassingen bereikbaarheid van en naar het beoogde terrein; Grootte van de locatie; Vorm van de locatie; Ruimte voor en nabijheid van werkterrein; Vigerende bestemming; Eigendomssituatie; Huidig gebruik en de noodzaak tot verplaatsing daarvan; Indien nodig: de ruimte voor koeltorens. Er is in zeef 1 bepaald of er sprake is van wezenlijke belemmeringen die aanleiding kunnen zijn om de locatie af te laten vallen. Detailniveau van de beoordeling Het detailniveau van de beoordelingen in zeef 0 en zeef 1 verschilt van elkaar. Zo is in zeef 0 het detailniveau abstracter van aard en passend bij de beoordeling op gebiedsniveau. Voor zeef 1 is op locatieniveau een beoordeling van de criteria gegeven.
27
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.2
Beoordeling aangedragen gebieden vanuit de reacties op het Voornemen en voorstel participatie Vanuit het waarborgingsbeleid en het Actualisatierapport (bijlage 1) komen gebieden naar voren die mogelijk geschikt zijn voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. In hoofdstuk 2 is reeds toegelicht dat alle redelijkerwijs te beschouwen alternatieven in beeld gebracht dienen te worden. Daarom is er in navolging op de conclusies uit paragraaf 3.2 breed geïnventariseerd naar de gebieden naar aanleiding van de terinzagelegging van het Voornemen en voorstel voor participatie in de periode tussen 23 februari en 4 april 2024. Eenieder is toen gevraagd mee te denken over mogelijke locaties voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Uit deze reacties zijn 39 gebieden naar voren gekomen, variërend van onhaalbare gebieden, te overwegen gebieden, en gebieden die reeds geïnventariseerd zijn vanuit het waarborgingsbeleid en het Actualisatierapport. In bijlage 2 is voor alle 39 gebieden een factsheet opgenomen waarin is beoordeeld of een gebied op de longlist geplaatst kan worden. De navolgende tabel laat alle ingebrachte gebieden zien. Hierbij zitten ook gebieden die ook in het Actualisatierapport benoemd zijn. In de tabel is beknopt opgenomen om welke redenen een gebied niet op de longlist geplaatst is.
De groen gearceerde gebieden zijn gebieden die op voorhand geen zwaarwegende belemmeringen hebben. Deze zijn vervolgens opgenomen op de longlist en meegenomen naar de volgende beoordelingsronde (opgenomen in bijlage 2). De uitgevoerde GIS-analyse (zie bijlage 2), die in het kader van de groslist is uitgevoerd, bevestigt deze uitkomst. Vanuit het waarborgingsbeleid (zie hoofdstuk 3), de geconstateerde aanvullingen uit het Actualisatierapport (zie bijlage 1) en de beoordeling van de groslist (zie bijlage 2) zijn er vijf gebieden die op de longlist zijn geplaatst: 1. Sloegebied; 2. Maasvlakte I; 3. Maasvlakte II; 4. Terneuzen; 5. Eemshaven. In de volgende paragraaf zijn deze vijf gebieden nader beschouwd om te bepalen welke locaties binnen deze gebieden redelijk zijn om in het plan-MER te onderzoeken.
28
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei Tabel 4-1 Groslist met gebieden en de beoordeling.
Nr.
Gebied uit reacties op Voornemen en voorstel tot participatie
Gebied in Actualisatierapport
Zwaarwegende belemmeringen
1.
Amsterdam
Hemweg
Te grote bevolkingsomvang
2.
Austerlitz
Geen koelwatermogelijkheden, geen 380 kV-station
3.
Blaricum
Te grote bevolkingsomvang, grote impact op zoetwatervoorziening, geen 380 kV-station
4.
Born
Te grote bevolkingsomvang
5.
Borssele (huidige kerncentrale)
6.
Chemelot
Te grote bevolkingsomvang
7.
De Zandmotor
Grote impact op waterveiligheid, geen 380 kV-station
8.
Den Haag (Binnenhof)
Te grote bevolkingsomvang, geen koelwater, geen 380 kV-station
9.
Den Helder
Te grote bevolkingsomvang, geen 380 kV-station
10.
Delft
Te grote bevolkingsomvang, geen koelwater
11.
Delfzijl
Geen 380 kV-station
12.
Eemshaven
13.
Emmen
14.
Geertruidenberg
Amer
15.
Gent/Terneuzen
Terneuzen
16.
IJmuiden (in zee)
17.
IJmuiden (Tata Steel)
18.
IJsselmeer (Afsluitdijk)
19.
Maasbracht
Maasbracht
20.
Maasvlakte I
Maasvlakte I
21.
Maasvlakte II
Maasvlakte II
22.
Maasvlakte III
Ruimtebeslag Natura 2000
23.
Markermeer
Grote impact op zoetwatervoorziening, geen 380 kV-station
24.
Zuid-Kennemerland
Te grote bevolkingsomvang, impact op Natura 2000
25.
Petten
Geen 380 kV-station
26.
Ritthem (Scheldepoort)
27.
Roermond
28.
Sittard
29.
Sloegebied
30.
Spijk
31.
Terneuzen
32.
Twello
33.
Vlissingen Oost
34.
Wassenaar
Te grote bevolkingsomvang, impact op Natura 2000, geen 380 kV-station
35.
Wassenaarseslag
Impact op Natura 2000, geen 380 kV-station
36.
Wijk aan Zee
Impact op Natura 2000
37.
Zoetermeer
Te grote bevolkingsomvang, geen koelwater
38.
Dodewaard
Te grote bevolkingsomvang, impact op Natura 2000
39.
Nijmegen
Te grote bevolkingsomvang, impact op Natura 2000
Sloegebied
Conflicteert met huidige Kerncentrale Borssele
Eemshaven Te grote bevolkingsomvang, geen koelwater, geen 380 kV-station Te grote bevolkingsomvang Geen 380 kV-station Velsen
Te grote bevolkingsomvang Geen 380 kV-station Te grote bevolkingsomvang
Sloegebied Te grote bevolkingsomvang, impact op Natura 2000, geen 380 kV-station Te grote bevolkingsomvang, geen koelwater Sloegebied Geen 380 kV-station Terneuzen Te grote bevolkingsomvang, geen 380 kV-station Sloegebied
29
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.3
Afweging per gebied: welke locaties zijn redelijkerwijs te beschouwen Voor de omvang van de twee kerncentrales wordt in deze fase uitgegaan van ten minste dertig hectare rechthoekig terrein voor alleen de primaire voorzieningen, zoals de reactoren en de turbines. Daar waar locaties kansrijk zijn en deze ruimte redelijkerwijs beschikbaar is, wordt tevens beoordeeld of direct aan deze locatie ook ruimte is voor secundaire voorzieningen zoals kantoren, parkeren, et cetera, en ruimte om deze voorzieningen te bouwen. Voor primaire en secundaire voorzieningen moet rekening worden gehouden met 50-60 hectare (afhankelijk van het gekozen ontwerp, vorm van de kavel en in/aan te passen voorzieningen). Daarnaast is een werkterrein van nog eens circa 60-70 hectare nodig voor bouwmateriaal en opslag waarvan de helft direct aan het hoofdterrein aangesloten dient te zijn. In het geval koeltorens noodzakelijk zijn, vraagt dit 10 tot 20 hectare extra ruimte per koeltoren. Dit is afhankelijk van de koelbenodigdheden. Omdat kerncentrales verhoogd kunnen worden aangelegd in buitendijkse (haven)gebieden wordt een buitendijkse ligging niet als belemmering beoordeeld. Enig ander ruimtegebruik op de locatie, zoals andere bedrijvigheid of bestaande infrastructuur, worden ook niet direct als belemmering gezien. In elk gebied is gezocht naar de meest reële locaties.
De gedachte hierbij is dat ‘indien kerncentrales in een gebied komen, daarvoor de meest haalbare locaties worden gezocht’. Niet uitgesloten is dat de meest haalbare locatie in een gebied wezenlijke belemmeringen kent. Dit komt tot uiting in de navolgende beoordeling op basis van het beoordelingskader voor de longlist. Dit kan er alsnog toe leiden dat locaties op de longlist in het navolgende MER niet nader worden onderzocht. Tabel 4-2 Longlist met de te onderzoeken gebieden.
Nr.
Gebied uit reacties op Voornemen en Gebied in Actualisatierapport voorstel tot participatie
1.
Vlissingen-Oost
2.
Sloegebied
3.
Ritthem (Scheldepoort)
4.
Longlist gebieden
Sloegebied
Sloegebied
Maasvlakte I
Maasvlakte I
Maasvlakte I
5.
Maasvlakte II
Maasvlakte II
Maasvlakte II
6.
Gent/Terneuzen
7.
Terneuzen
Terneuzen
Terneuzen
8.
Eemshaven
Eemshaven
Eemshaven
In overleg met de havenbedrijven Onderdeel van het selectieproces van te onderzoeken locaties waren gesprekken met Port of Rotterdam (Maasvlakte I en II), North Sea Port (Sloegebied en Terneuzen) en Groningen Seaports (Eemshaven).
4.3.1
Sloegebied Locatiebeschrijving en ontwikkelingen Het Sloegebied, gelegen in de gemeenten Borsele en Vlissingen, is opgenomen in het waarborgingsbeleid als gebied dat voor de mogelijke ontwikkeling van kerncentrales vrij is gehouden van bepaalde ontwikkelingen. Dit betreft ontwikkelingen die de vestiging van kerncentrales kunnen belemmeren zoals nieuwe bevolkingsconcentraties of de bouw van scholen, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en andere voorzieningen voor kwetsbare personen rond het gebied. Dit wil niet zeggen dat ook daadwerkelijk ruimte is gereserveerd voor kerncentrales. De energietransitie vraagt ruimte in het Sloegebied. Met rekenschap van de ontwikkeling van een waterstofcluster (VoltH2, Orsted), realisatie van hoogspanning (hoogspanning- en converterstations van TenneT), productie van biobrandstof en ammoniak (Evolution Terminals, Vesta Terminals) en de herontwikkeling van kade gebonden zeehavenactiviteiten, is er geen vrije locatie die groot genoeg is voor twee nieuwe kerncentrales zonder aanpassing van het huidige ruimtegebruik.
30
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Locatieafweging In het kader van de technische haalbaarheidsstudie (THS) wordt momenteel een locatie direct ten noorden van de bestaande centrale van EPZ (plot A) (zie figuur 4-2) beschouwd. Vanwege de beperkte omvang van dit gebied, waar ook een zonneveld en windturbines zijn gerealiseerd, zou het voor deze locatie noodzakelijk zijn om een waterkering, de Europaweg-zuid met fietspad, een enkel spoor en diverse hoofdtransportkabels- en leidingen te verplaatsen. Dit vraagt aanvullende ruimte. Mede hierom zijn allereerst de mogelijk alternatieve locaties die in 2011 in een toenmalige NRD zijn opgenomen beschouwd. Deze liggen deels verder van de kust en zijn inmiddels door andere functies in gebruik. Eén van de locaties ligt deels in Natura 2000-gebied. Geen van deze locaties biedt perspectief. Daarom is het gehele gebied in het kader van deze notitie opnieuw beschouwd. Vanwege koelwatervoorzieningen ligt een locatie aan de zuidwestzijde van het havengebied - de kuststrook - voor de hand. Hiermee worden complexe en kostbare koelwatervoorzieningen - koelwaterkanalen van meer dan 1,5 kilometer lengte - vermeden. Zo is een gebied gelegen in het noordelijke deel van de haven (C) te ver van koelwatermogelijkheden. Maar ook los hiervan is in het midden en noordoostelijk deel van de haven geen fysieke ruimte voor kerncentrales.
Langs de kuststrook liggen de voorgenoemde locatie bij EPZ (circa 30 hectare) en het voormalige Thermphos-terrein (plot B: circa 40 hectare) (figuur 4-2). De laatste locatie is nog grotendeels onbebouwd maar hier is een waterstof- en ammoniakcluster voorzien. De eerste vergunningen zijn hiervoor verleend. Op dit terrein is de strook direct langs de haven, met kadefaciliteiten, vooralsnog vrijgehouden van ontwikkelingen in de energietransitie en voor zeehavenactiviteiten. Vanwege de belemmeringen voor kerncentrales op zowel het voormalig Thermphos-terrein als het naast EPZ gelegen terrein is ook gezocht naar een gebied (met bestaande activiteiten) dat eventueel in aanmerking komt als locatie en geen strijdigheid heeft met de havengebonden functie, dan wel het in ontwikkeling zijnde energiecluster. Dit zou gevonden kunnen worden ter plaatse van de huidige milieustraat en gronddepot aan de oostzijde van de haven (plot C) (figuur 4-2). De afstand tot koelwater (1,5-2,5 kilometer) is hierbij naast het huidig gebruik een belemmering. Opties voor nieuwe landuitbreiding zijn, mede gezien het daar aanwezige Natura 2000-gebied en benodigde procedure(tijd) in relatie tot de opgave om kerncentrales tijdig te realiseren, niet beschouwd.
Thermphos
EPZ
Figuur 4-2 Locaties Sloegebied.
Conclusie Binnen het Sloegebied worden, ondanks diverse en uiteenlopende belemmeringen, de locaties EPZ-noord (A), het voormalig Thermphos-terrein (B) en de omgeving van de milieustraat en grondbank (C) opgenomen op de longlist voor nader onderzoek naar redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. In paragraaf 4.3.7 en 4.4 zijn de resultaten van het nader onderzoek en de alternatieven voor het MER beschreven.
31
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.3.2
Maasvlakte I Locatiebeschrijving en ontwikkelingen Maasvlakte I is opgenomen in het waarborgingsbeleid als gebied dat voor de mogelijke ontwikkeling van kerncentrales vrij is gehouden van bepaalde ontwikkelingen Dit wil niet zeggen dat ook daadwerkelijk ruimte voor kerncentrales is gereserveerd. Ondanks dat de bedrijvigheid op Maasvlakte I volop in beweging is, bijvoorbeeld in het kader van de energietransitie, is er geen locatie ter grootte van de benodigde circa 60 hectare beschikbaar. Het gebied ten westen van de Onyx centrale is in transitie naar o.a. ammoniak (opslag/kraken) en waterstof. Het project Porthos - voor CO2-opslag onder de Noordzee - wordt gerealiseerd op de laatste resterende locatie van circa 30 hectare vrije ruimte aan de Maasvlakteweg (tegen Maasvlakte II). Realisatie van twee kerncentrales zou daarmee altijd ten koste gaan van het huidige gebruik en gepaard gaan met het stoppen van bedrijfsactiviteiten. Bijkomstig is dat na aanleg van Maasvlakte II omvangrijke maatregelen nodig zijn voor de koelwatervoorziening op Maasvlakte I. Aannemelijk is dat hiervoor havenwater onvoldoende toereikend is en een verbinding gemaakt moet worden met de Noordzee. Voor locaties in het midden van de haven is dat al snel vijf kilometer verderop.
Locatieafweging Indien binnen het waarborggebied Maasvlakte I een strategische afweging gemaakt wordt om de kerncentrales ten koste te laten gaan van bestaande fossiele voorzieningen, dan zou (ook qua omvang en ligging) gedacht kunnen worden aan de locaties van de huidige Uniper centrale (plot A: circa 100 hectare) (zie figuur 4-3) die in 2030 kolenvrij moet zijn, of aan (een gedeelte van) de Maasvlakte Olie Terminal (plot B, Maasvlakte Olie Terminal, 100 hectare). Ondanks dat beide aan het water liggen, moet nader onderzocht worden of dit toereikend is voor de koelwatervoorziening, of dat aanvullende voorzieningen via zee noodzakelijk zijn. Maasvlakte Olie Terminal ligt binnen vijf kilometer van een bevolkingsconcentratie in Hoek van Holland. Verder van zee en enkel aan Maasvlakte I-water gelegen gebied (zoals ten zuiden van de Missouriweg/ nabij Onyx) heeft onvoldoende koelwatermogelijkheid. Kerncentrales ter plaatse van bestaande havengebonden bedrijven, zoals containeroverslag, lijken niet haalbaar. Maasvlakte I
Missouriweg
Onyx centrale
Maasvlakteweg
Figuur 4-3 Locaties Maasvlakte I.
Conclusie Binnen gebied Maasvlakte I worden, ondanks diverse en uiteenlopende belemmeringen, de locaties Uniper (A) en Maasvlakte Olie Terminal (B) opgenomen op de longlist voor nader onderzoek naar redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. In paragraaf 4.3.7 en 4.4 zijn de resultaten van het nader onderzoek en de alternatieven voor het MER beschreven.
32
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.3.3
Maasvlakte II Locatiebeschrijving en ontwikkelingen Maasvlakte II is niet opgenomen in het waarborgingsbeleid. Dit wil zeggen dat het gebied niet actief is vrijgehouden van bevolkingsconcentraties om kerncentrales mogelijk te maken. Door de ligging van het gebied en de havenactiviteiten is de afstand tot bevolkingsconcentraties gunstig. Het gebied is primair aangewezen voor diepzee gebonden zeehavenactiviteiten; overslag en chemie. De energieen grondstoffentransitie legt een ruimteclaim op het gebied. De locaties die niet beschikken over een kadevoorziening (en die hiermee allereerst ook in aanmerking zou komen voor kerncentrales) zijn daarom allereerst uitgegeven aan projecten in het kader van de energietransitie. In 2024 wordt het nieuwe bezoekerscentrum Portlantis op Maasvlakte II geopend. De ‘vrije’ gronden op Maasvlakte II zijn daarmee allemaal haven gebonden. Eventuele bouw van kerncentrales moet hiermee gewogen worden tegen de andere belangen van de zeehaven gebonden Maasvlakte II. Locatieafweging Op Maasvlakte II zijn diverse locaties vrij van bebouwing. Deze komen als eerste in aanmerking, ondanks dat ze primair bedoeld en bestemd zijn voor diepzee gebonden activiteiten. Aan de noordzijde zijn de nog vrije gronden (circa 70 hectare) reeds en langdurig in optie voor uitbreiding van de haventerminal (Cang).
Aan de zuidzijde breiden autonoom terminals (RWS en APM) zuidwaarts uit. Ten zuidoosten daarvan wordt op een perceel van circa 30 hectare een railterminal gerealiseerd. Ruimte zonder huidig of aankomend gebruik kan gevonden worden aan de oost- en westzijde van de Prinses Alexiahaven. Aan de oostzijde is het als bedrijf bestemde terrein (circa 70 hectare) nog niet opgespoten. Aan de westzijde is een strook van 140 hectare deels opgesloten en deels nog water (plot A) (zie figuur 4-5). Op het midden van deze strook ligt tijdelijk een circa 40 hectare groot werkterrein voor een ontwikkeling op Maasvlakte I (Neste). Deze grond komt na realisatie weer vrij. In essentie zijn hiermee zowel de oost- als westzijde gronden waarvoor havenactiviteiten versus kernenergie (her)overwogen kunnen worden zonder bestaande of vergunde activiteiten te belemmeren. Omdat vanuit de havenactiviteiten hier geen voorkeuren (of vergelijkbare nadelen) zijn, maar er vanuit kerncentrales wel een duidelijk voorkeur is voor realisatie aan de westzijde vanwege koelwatermogelijkheden op zee, ligt voor de hand de studie voor Maasvlakte II te richten op de westzijde van de Alexiahaven. Opties voor nieuwe landuitbreiding zijn, mede gezien het daar aanwezige Natura 2000-gebied en benodigde procedure(tijd) in relatie tot de opgave om kerncentrales tijdig te realiseren, niet beschouwd. Maasvlakte II
Pr. Alexiahaven
APM terminals Maasvlakte
Maasvlakteweg
Figuur 4-4 Locaties Maasvlakte II.
33
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Conclusie Binnen het gebied Maasvlakte II wordt, ondanks diverse belemmeringen, de locatie westzijde Alexiahaven (A) opgenomen op de longlist voor nader onderzoek naar redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. In paragraaf 4.3.7 en 4.4 zijn de resultaten van het nader onderzoek en de alternatieven voor het MER beschreven.
4.3.4
Terneuzen Locatiebeschrijving en ontwikkelingen Terneuzen is niet opgenomen in het waarborgingsbeleid. Dit wil zeggen dat het gebied niet actief is vrijgehouden van bevolkingsconcentraties om kerncentrales mogelijk te maken. Omdat in het gebied een nieuw 380 kV-station is voorzien (380 kV Zeeuws-Vlaanderen), is het ook in beeld gekomen voor nieuwe kerncentrales. In het gebied zijn twee deelgebieden met een industriecluster te onderscheiden: de Mosselbanken/ Paulinapolder en de Kanaalzone Gent-Terneuzen. Beide liggen (deels) op afstand van bevolkingsconcentraties en binnen zes kilometer van het zoekgebied voor een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation van TenneT. Op de Mosselbanken vinden ten westen van DOW diverse ontwikkelingen plaats in het kader van de energietransitie, circulaire industrie (Valuepark) en CO2-reductie (Carbon Capture). Tevens liggen er zonnepanelen op de Mosselbanken. Ook in de aangrenzende agrarische Paulinapolder zijn ontwikkelingen in het kader van de energietransitie (programma VAWOZ). Dit gebied ligt voor koelwater direct aan de Westerschelde. In de Kanaalzone Gent-Terneuzen wisselen industrie, glastuinbouw, agrarische gebieden en dorpen elkaar af. Op en om de Axelse vlakte op circa drie kilometer van Axel en Westdorpe is een industriecluster.
Tussen bedrijven en glastuinbouw zijn verschillende ontwikkelingen voorzien, waaronder waterstofproductie (VoltH2), maar het gebied is nog niet geheel in gebruik door industrie. Het kanaal is voor koelwater ontoereikend, waarmee nieuwe kerncentrales hier voorzien moeten worden van koeltorens en het ruimtebeslag toeneemt (indicatief circa 30 hectare extra ruimtebeslag). In combinatie met koeltorens zijn er op deze locatie voldoende koelmogelijkheden aanwezig en is deze locatie meegenomen in de afweging van welke alternatieven redelijkerwijs te beschouwen zijn. Locatieafweging Op de Mosselbanken, ten westen van EVOS (circa 70 hectare) vinden binnen het industrieterrein diverse ontwikkelingen plaats in het kader van de energietransitie. Bovendien liggen over het oostelijk deel van de Mosselbanken veiligheids-risicocontouren van EVOS, waarmee kerncentrales zo ver mogelijk westwaarts voor de hand liggen. Er resteert hiermee in feite één locatie voor nader onderzoek; de westelijke Mosselbanken en Paulinapolder (plot A) (zie figuur 4-4). Gebieden ten zuiden van de Mosselbanken zijn vanwege afstand tot koelwater niet nader beschouwd. In het noordelijk deel van de Kanaalzone ligt bevolkingsconcentratie Terneuzen en is bij industrieclusters geen locatie van voldoende omvang aanwezig. Zuidelijker ligt het dorp Sluiskil op minder dan één kilometer afstand en is geen ruimte beschikbaar.
Op en om de Axelse vlakte (plot B) (fig. 4-4, volgende pagina) zijn tussen industrie en glastuinbouw en op afstand van bevolkingsconcentraties onbebouwde velden die samen met enkele hiervoor uit te plaatsen bedrijven mogelijk circa 50 hectare groot zijn. Het is hiermee in de Kanaalzone de meest reële oplossing. Echter, in het gebied is impact op bestaande bedrijven aannemelijk en zijn ook uitbreidingen van industrie en glastuinbouw voorzien. Zuidelijker zijn geen industrieclusters en liggen Westdorpe en Sas van Gent nabij.
34
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei Terneuzen
EVOS
Kanaalzone Gent-Terneuzen
Figuur 4-5 Locaties Terneuzen.
Conclusie Binnen het gebied Terneuzen worden, ondanks diverse en uiteenlopende belemmeringen, de locaties De westelijke Mosselbanken/ Paulinapolder (A) en Axelse vlakte (B) opgenomen op de longlist voor nader onderzoek naar redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. In paragraaf 4.3.7 en 4.4 zijn de resultaten van het nader onderzoek en de alternatieven voor het MER beschreven.
4.3.5
Eemshaven Locatiebeschrijving en ontwikkelingen Eemshaven is opgenomen in het waarborgingsbeleid als gebied dat voor de mogelijke ontwikkeling van kerncentrales is vrijgehouden van nieuwe bevolkingsconcentraties. Dit wil niet zeggen dat ook daadwerkelijk ruimte is gereserveerd. In de afweging of kerncentrales in Eemshaven nader onderzocht worden is relevant dat de motie Beckerman (35 603, nr. 51) en motie Mulder & Sienot (35 603, nr. 59) in 2021 is aangenomen die kerncentrales in Groningen uitsluit en op basis waarvan de Eemshaven uit het waarborgingsbeleid wordt geschrapt. Het aanstaande, nieuwe PEH schrapt Eemshaven als waarborglocatie voor kernenergie. Echter, bij beoordeling van de groslist locaties – waaronder locaties in de reacties op de kennisgeving voornemen en voorstel voor participatie – valt dit gebied niet af. Het voldoet aan randvoorwaarden, zoals potentiële beschikbaarheid van 380 kV en koelwater, kent geen wezenlijke milieubelemmeringen en bevolkingsconcentraties liggen op afstand. Daarmee is het vanuit mer-optiek passend om binnen dit gebied locaties te beoordelen op redelijkheid. Tevens concludeert de Landsadvocaat dat de eerdergenoemde moties zeker een argument vormen, maar dat dit onvoldoende is om een redelijkerwijs te beschouwen alternatief in deze fase af te laten vallen.
Een belangrijk aandachtspunt op deze locatie is een betwist grensverlooptussen Nederland en Duitsland (de zogenoemde Eems-Dollardkwestie). Locatieafweging In Eemshaven is de energietransitie in volle gang. Uitbreiding van het 380 kV-hoogspanningsnet en andere hoogspanningsstations en verbindingen daartussen, aanlanding van wind op zee en opwekking, import, productie en gebruik van waterstof, offshore windactiviteiten en ook export van CO2. Dit vraagt ruimte onder- en bovengronds in de haven en ook nautische capaciteit. Met meer voorzieningen groeit de spanning tussen zeehavengebonden activiteiten en activiteiten in de energietransitie. Vanuit dit oogpunt is allereerst gezocht naar locaties die niet ten koste gaan van kadefaciliteiten. Vervolgens is ook gekeken naar locaties met kadefaciliteiten of vervangen van gas- of kolencentrales. In het plan-MER wordt het risico op aardbevingen in de Eemshaven meegenomen.
35
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
In het westen van de Eemshaven, aan de Westereemsweg/Westlob, lijkt een gebied deels braak en deels met zonnevelden te zijn (plot A: circa 50 hectare). Ondanks de ligging aan de zeekering, is diep (koel)water aanwezig op circa 1,5 km. Op deze locatie is een omvangrijke waterstoffabriek (H2M project van Equinor) voorzien, maar nog niet vergund. Afhankelijk van deze ontwikkeling zijn voor kerncentrales ook delen van de omliggende plots (o.a. Vopak) en het westelijk gelegen agrarische gebied, de Emmapolder, nodig. Dit terrein is gelegen naast het spoor. Om de geplande waterstofontwikkeling in het westen van de Eemshaven niet in de weg te zitten kan de ontwikkeling van kerncentrales ook plaatsvinden alleen in deze Emmapolder. Deze Emmapolder is al in beeld voor de bouw van windpark Eemshaven-West, dat vorig jaar is vergund. De niet-havengebonden vrije gronden in het oosten van de Eemshaven hebben zonder amoveren van bestaande voorzieningen ruim onvoldoende ruimte voor kerncentrales. Daarom is vervolgens beoordeeld of er vrije havengebonden kavels zijn en of het opportuun is om bestaande voorzieningen te amoveren ten behoeve van een kerncentrale. Ten westen van de Magnumcentrale aan de Synergieweg is een braakliggende plot (plot B: circa 50 hectare). De ingesloten ligging (zonder ruimte voor werkterrein nabij) maakt deze locatie minder geschikt.
Hier is de ontwikkeling van Van Merksteijn voor de ontwikkeling van groen staal vergund, maar nog niet gestart. Westlob
Synergieweg Magnumcentrale
Westereemsweg
Oostpolder
Figuur 4-6 Locaties Eemshaven.
Indien binnen Eemshaven een strategische afweging gemaakt wordt om de kerncentrales ten koste te laten gaan van bestaande fossiele voorzieningen, dan zou (ook qua omvang en ligging) gedacht kunnen worden aan de locatie van de huidige RWE Eemshavencentrale die in 2030 kolenvrij moet zijn (plot C: circa. 50 hectare) of de huidige gasgestookte Eemscentrale van ENGIE (plot D: circa 75 hectare) die de theoretische einde levensduur van gascentrales van 25 tot 30 jaar nadert (bouw 1996/ renovatie oorspronkelijke centrale uit 1978 in 2000). De kolencentrale heeft kadefaciliteiten en is daarmee niet geschikt voor initiatieven die geen directe toegang tot het water vereisen, de gascentrale heeft geen kadefaciliteiten. Voor de Eemshavencentrale wordt momenteel ingezet op BECCUS (Bio Energy Carbon Capture Utilisation Storage) (afvangen van CO2) en biomassa. Ook zijn op en om het terrein initiatieven voor groene waterstofproductie en batterijopslag. In de Oostpolder, ten zuiden van de huidige Eemshaven is uitbreiding van de industrie- en energiesector voorzien. De afstand tot koelwater maakt dit terrein vanuit financieel oogpunt minder geschikt voor kerncentrales. Het nog braakliggende terrein ten oosten hiervan, aan de Eems, is in eigendom van Google voor verdere uitbreiding van het datacentrum.
Conclusie Voorgesteld wordt om binnen gebied Eemshaven de locaties (A) Westereemweg, (B) Synergieweg, (C) Eemshavencentrale en (D) Eemscentrale op te nemen op de longlist voor nader onderzoek naar redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. Ontwikkeling van een waterstoffabriek (A), groen staalfabriek (B) en vervangen van bestaande energiecentrales (B en C) zijn aandachtspunt bij de afweging. In paragraaf 4.3.7 en 4.4 zijn de resultaten van het nader onderzoek en de alternatieven voor het MER beschreven.
36
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
4.3.6
Beoordeling longlistlocaties De in paragraaf 4.3.1 – 4.3.5 beschreven locaties op de longlist zijn beoordeeld op de onderstaande aspecten. De aspecten maken deel uit van de (veiligheid)eisen van de SSG-35 (Site Survey and Site Selection for nuclear installations). De beoordeling is opgenomen in bijlage 3. Het betreft een beoordeling op belemmeringen per locatie, geordend binnen de aspecten veilige bedrijfsvoering, techniek, beschikbaarheid en omgeving. Hieronder is toegelicht waar per aspect naar wordt gekeken. Veilige bedrijfsvoering Het aspect veilige bedrijfsvoering beslaat vier sub-aspecten. Dit zijn: externe veiligheid – de invloed van risicobronnen in de omgeving; meteorologische gebeurtenissen – de kans op extreem weer met als gevolg schade en overstroming; geologie – de kans op aardbevingen, aardverschuivingen, bodemvervloeiing, inklinking en erosie; bereikbaarheid - (vlucht)routes bij reguliere bedrijfsvoering en ontruiming. Techniek (complexiteit) Het aspect techniek beslaat vier sub-aspecten.
Dit zijn: koelwatervoorzieningen – de nabijheid van koelwater (groot open water) waarbij grotere afstand tot koelwater hogere complexiteit en kosten met zich mee brengt; 380 kV aansluiting – de nabijheid van een bestaande of toekomstige 380 kV hoogspanningsstations, waarbij grotere afstand tot een 380 kV hoogspanningsstation hogere complexiteit en kosten met zich mee brengt; benodigde aanpassingen van een terrein – waarbij de complexiteit toeneemt indien bestaande voorzieningen geamoveerd/verplaatst moeten worden; bereikbaarheid – een terrein dat over land en/of water te bereiken is waarbij de complexiteit toeneemt indien voorzieningen gerealiseerd/aangepast moeten worden. Beschikbaarheid Het aspect beschikbaarheid beslaat zeven sub-aspecten.
Deze zijn: grootte van de locatie – de minimale omvang moet voldoende zijn voor de primaire voorzieningen; vorm van de locatie (rechthoekig) – uitgaande van een standaard configuratie bij primaire voorziening van 500 bij 600 meter; ruimte voor en nabijheid van werkterreinen – de omvang moet voldoende zijn voor verplaatsbare en niet-flexibele werkterreinen of er moeten alternatieven voorhanden zijn; bestemming (bedrijf of industrie) – in welke mate staat de bestemming industrie, energieopwekking, kerncentrales reeds toe; eigendom (verkrijgbaarheid) – aantal eigenaren, publiek/privaat; huidig gebruik nodig/ haalbaar (verplaatsing) – is de locatie in gebruik en is dit gebruik te beëindigen/verplaatsen; ruimte voor koeltorens (indien nodig) – is op de locatie ruimte voor eventuele koeltorens (20 tot 30 hectare extra ruimte). Omgeving Het aspect omgeving beslaat elf sub-aspecten.
Dit zijn: nabijheid van bevolkingsconcentraties; hinder – wezenlijk hinder in de bouwfase voor omwonenden en bedrijven; beperking omliggende bedrijven - invloed op milieuzonering; Natura 2000-gebied – de ligging in of direct aan Natura-2000 gebied; Natuurnetwerk Nederland - ligging in of direct aan Natuurnetwerk Nederland; opwarming van oppervlakte water door koelwater; ligging in gebied met aardkundige waarden en bodemrisico’s; waterkwaliteit en overstromingsrisico; congestie en onveiligheid door verkeer in de gebruiksfase; ligging in gebied met archeologische of cultuurhistorische aarde; ligging in gebied met beschermde landschappelijke waarde.
37
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
De beoordeling van longlist-locaties betreft een beoordeling op hoofdlijnen die gericht is op onderscheidende aspecten tussen de verschillende locaties. Het gaat om de minst belemmerde locatie binnen dat gebied. Hierbij zijn ook wezenlijke kosten- en planningsrisico’s benoemd. In tabel 4-3 is een overzicht gemaakt van de grootste belemmering per locatie en de genoemde aspecten. De volledige beoordeling is te vinden in bijlage 3. De beoordeling heeft geleid tot een selectie van locaties die redelijk zijn om als alternatief in het plan-MER nader te onderzoeken en onderling te vergelijken. Tabel 4-3 Samenvatting beoordeling longlist locaties. Gebied Locatie Veilige Techniek bedrijfsvoering Sloegebied
Beschikbaarheid
Omgeving
Afwegen
A
-
Aanpassen waterkering, N-weg, spoor, buisleidingen, hoogspanning
Huidig gebruik, beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
B
-
-
Toekomstig gebruik, beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
C
-
Koelwaterbeschikbaarheid
Huidig gebruik, beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
-
A
-
Koelwaterbeschikbaarheid
Huidig gebruik, beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
B
-
Koelwaterbeschikbaarheid
Huidig gebruik, beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
A
-
-
Huidig gebruik
Natura 2000 (stikstof)
Landbouw
B
-
Koelwaterbeschikbaarheid
Huidig gebruik
Natura 2000 (stikstof)/ landschap (koeltorens)
Zeehavengebonden activiteiten
Maasvlakte II
A
-
-
-
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
Eemshaven
A
-
-
Beschikbare oppervlakte, toekomstig gebruik
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten, landbouw
B
-
-
Beschikbare oppervlakte, vergunde ontwikkeling
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
C
-
Amoveren bestaande energiecentrale
Beschikbare oppervlakte
Natura 2000 (stikstof)
Zeehavengebonden activiteiten
D
-
Amoveren bestaande energiecentrale
-
Natura 2000 (stikstof)
-
Maasvlakte I
Terneuzen
De kolom met ‘afwegen’ is opgenomen om locatie gebonden aspecten, bijvoorbeeld de ligging aan een zeehaven, mee te laten spelen in de afweging van die locatie. Zeehavengebonden locaties zijn beperkt in Nederland en er zijn bedrijven waarvoor vanwege overslag – het laden en lossen van goederen van het ene transportmiddel naar het andere, bijvoorbeeld vrachtauto naar schip – een kade nodig is. Hierdoor moet er worden afgewogen wat beter is voor die locatie.
4.3.7
Afweging locaties De locaties A en B in het Sloegebied kennen minder belemmeringen dan locatie C. Locatie C ligt kilometers verder van toegang tot koelwater, is technisch uitdagender en kost meer geld. De aard en omvang van belemmeringen tussen A en B verschillen per thema. Er zijn geen wezenlijk voordelen van locatie C die aanleiding geven om dit gebied in het plan-MER nader te beschouwen. Binnen het Sloegebied worden de locaties A en B in het plan-MER nader onderzocht. Nieuwe kerncentrales op Maasvlakte I zijn alleen inpasbaar ten koste van huidige voorzieningen, zonder dat er ten opzichte van onder andere Maasvlakte II (milieu)voordelen tegenover staan. De locatie op Maasvlakte II heeft in de volle breedte van de beoordeling minder belemmeringen dan Maasvlakte I en laat ook geen wezenlijke voordelen zien ten opzichte van locaties in de andere gebieden. Net als op Maasvlakte I is de diepzee gebonden
38
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
functie een aandachtspunt. Op de Maasvlakte wordt locatie Maasvlakte II A in het plan-MER nader onderzocht. Geen van de locaties op Maasvlakte I komt in aanmerking voor uitwerking in het kader van het plan-MER. Bij Terneuzen heeft locatie A op alle aspecten minder belemmeringen dan locatie B. Locatie A lijkt qua haalbaarheid en effecten vergelijkbaar met de andere gebieden. Daarom wordt Terneuzen locatie A in het planMER nader onderzocht en valt locatie B af. Aannemelijk is dat bij nadere uitwerking van het voornemen op deze locatie ook agrarisch gebied (de Paulinapolder) onderdeel gaat uitmaken van het voornemen. In de Eemshaven is op de havengebonden locatie B reeds een vergunning voor ontwikkeling van een groenstaalfabriek afgegeven en is er geen ruimte meer beschikbaar. Op niet-havengebonden locatie A zijn er nog niet vergunde waterstofinitiatieven. Hier moet rekening gehouden worden dat agrarische gebied buiten ten westen van de Eemshaven (de Emmapolder) onderdeel gaat uitmaken van het voornemen. Bij locatie D hoeft er geen afweging gemaakt te worden met betrekking tot zeehavengebonden activiteiten en is er in plaats van de bestaande gasgestookte energiecentrale ruimte voor de vestiging van twee kerncentrales. Ook de locatie van de huidige kolencentrale wordt in het plan-MER als alternatief meegenomen, ondanks diverse verduurzamingsinitiatieven.
In het plan-MER worden Eemshaven locaties A, C en D nader onderzocht. Locatie B wordt niet nader onderzocht.
4.4
Alternatieven voor het plan-MER Op basis van voorgaande analyse worden in het plan-MER de volgende alternatieven (locaties) voor de twee kerncentrales onderzocht: Sloegebied: 1. EPZ-noord 2. Thermphos terrein Terneuzen: 1. Westelijke Mosselbanken/Paulinapolder Maasvlakte II: 1. Amaliahaven-westzijde Eemshaven: 1. Westereemweg/Emmapolder 2. Eemshavencentrale 3. Eemscentrale Op de navolgende pagina zijn deze locaties weergegeven (figuren 4-7 tot en met 4-10) en genummerd, en is er met pijlen een indicatie gegeven van het mogelijk ruimtegebruik voor de realisatie van twee kerncentrales.
39
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Figuur 4-7 Alternatieven Sloegebied.
Figuur 4-8 Alternatief Terneuzen.
Figuur 4-9 Alternatief Maasvlakte II.
Figuur 4-10 Alternatieven Eemshaven.
40
concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER locatiestudie twee nieuwe kerncentrales projectnummer 0486653.100 16 mei 2025 revisie 01 Ministerie van Klimaat en Groene Groei
5.
Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen In dit hoofdstuk is per locatie de referentiesituatie geschetst. De effecten van twee nieuwe kerncentrales worden in het plan-MER beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie in het jaar 2040. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Het uitgangspunt voor de referentiesituatie is de huidige staat van de fysieke leefomgeving, zoals de huidige ruimtelijke kenmerken, samen met autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen betreffen ruimtelijke ontwikkelingen die los van de voorgenomen activiteit optreden in en rondom de locaties. Dit zijn vastgestelde (ruimtelijke) ontwikkelingen of ontwikkelingen die op korte termijn vastgesteld worden. In de gebiedsbeschrijving zijn ook raakvlakprojecten benoemd. Raakvlakprojecten zijn projecten die (nog) niet officieel zijn vastgesteld als ruimtelijke plan. Bij een raakvlakproject is het onzeker of de ontwikkeling plaats gaat vinden. De raakvlakprojecten maken geen onderdeel uit van de referentiesituatie. Deze worden wel meegenomen in de integrale effectenanalyse omdat ze van invloed kunnen zijn op de effecten van of Voorkeursbeslissing voor de voorgenomen activiteit. In de loop van de procedure kunnen er nieuwe raakvlakprojecten ontstaan. In de loop van de procedure kunnen er mogelijk nieuwe raakvlakprojecten ontstaan.