A 23040 bijlage
Tekst van het document
44 van 61
Onderdeel T&H Taak/Product
PDC code
Dashboard parameter
Administratieve controle (preventief) T01.1 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Aspectcontrole (preventief) T01.2 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Deelcontrole (preventief) T01.4 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Integrale controle (preventief) T01.5 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Opleveringscontrole (preventief) T01.6 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Administratieve controle (repressief) T02.1 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Hercontrole (repressief) T02.3 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Sanctiecontrole (repressief) T02.4 aantal (per categorie) naleefgedrag per categorie Inventarisatie bedrijven T03.1 aantal (per categorie) Milieuvlucht T03.2 aantal Gebiedscontrole specifieke wetgeving T03.3 aantal Controle mobiele puinbreker T04.1 aantal naleefgedrag Controle vuurwerkevenement T04.2 aantal naleefgedrag Beoordeling E-PRTR-rapportage T05.02 aantal naleefgedrag Klachtbehandeling milieu aantal T06.1(afval/bodem/geluid/stank/ licht/water/overig) gegrond/niet-gegrond Behandeling voorvalmelding T07.1 aantal (per categorie) besluit op handhavingsverzoek H05.1 aantal af-/toegewezen Controle bodemsanering Wbb T09.1 aantal naleefgedrag Controle bodemsanering niet-Wbb T09.2 aantal naleefgedrag Controle bodemsanering administratief T09.3 aantal naleefgedrag Controle
toepassing grond- en bouwstoffen T09.4 aantal naleefgedrag Controle ontgronding T09.5 aantal naleefgedrag Controle lozen buiten inrichting T09.6 aantal naleefgedrag Gebiedscontrole bodembescherming T10.1 aantal Controle geluidhinder T12.1 aantal BRIKS controle T01.a aantal naleefgedrag controle brandveilig gebruik T40.1 aantal naleefgedrag Handhavingsbesluit H01.1 aantal Bestuursdwang H02.1 aantal Last onder dwangsom H02.2 aantal Intrekking vergunning H02.3 aantal Invorderingsbesluit H02.a aantal Bestuurlijke strafbeschikking milieu H03.1 aantal Proces Verbaal H04.1 aantal Behandeling bezwaar met/zonder voorlopige voorziening J01 aantal gegrond/niet-gegrond/niet-ontvankelijk Behandeling beroep met/zonder voorlopige voorziening J02 aantal gegrond/niet-gegrond/niet-ontvankelijk Behandeling hoger beroep met/zonder voorlopige voorziening J02 aantal gegrond/niet-gegrond/niet-ontvankelijk behandelen WOB-verzoek D15 aantal
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
45 van 61
Bijlage VII. Werkafspraken crisisbeheersing Afspraken en bereikbaarheidsgegevens crisisbeheersing •
Deelname van de ODH zal gebaseerd worden op het Regionale Procesplan Milieubeheer. Indien de hulpdiensten tijdens een calamiteit binnen 90 minuten, een milieuadvies of adviseur nodig hebben, wordt daar vanuit de reguliere taakstelling uitvoering aan gegeven.
•
In afstemming met Bureau gemeentelijke crisisbeheersing (BGC) en het Adviseurs Crisisbeheersing (ACB) zijn de volgende afspraken gemaakt. o
De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het proces Milieubeheer.
o
De gemeente draagt zorg voor de procesloop van opstart tot en met afsluiting. De ODH levert inhoudelijke medewerkers voor het Team Milieu en/of ter plaatse van het incident en zo nodig ook voor het ROT. Aan elke rol is een taakkaart gekoppeld. Bij elke taakkaart zijn de producten beschreven die het resultaat zijn van de activiteiten waaraan de taakkaart is gekoppeld.
•
Teamleider Milieu wordt ingevuld door een eigen medewerker binnen de gemeente of indien gewenst door de coördinator Milieubeheer van de ODH. De gemeente regelt de nodige facilitaire zaken, en draagt zorg voor interne gemeentelijke afstemming. Als het Team Milieu actief is, is de Leider Team Bevolkingszorg voorzitter én linking pin tussen het Team Milieu en overige gemeentelijke personenafdelingen/teams(actiecentra). Verslaglegging wordt door de gemeente ingevuld.
•
Alarmering: de ODH heeft één contactnummer (0888-333555). Via dit nummer wordt, na kantoortijden, de DCMR bereikt, vanuit DCMR wordt bij de hulpvraag een passende coördinator/uitvoerder gemobiliseerd en in contact gebracht met de gemeente.
•
Vanuit de gemeente kan contact worden opgenomen met de ODH. Dit kan gebeuren door de OvD, de procesverantwoordelijke of de Leider Team Bevolkingszorg (voorheen hoofd actiecentrum), afhankelijk van de situatie en de interne organisatie.
•
Bovenstaande procedure is zowel bij GRIP als bij niet-GRIP situaties van toepassing.
•
De ODH organiseert een backoffice, waarin 5 coördinatoren en een groot aantal vakspecialisten op (kans)piket draaien. ODH staat in voor adequate beschikbaarheid.
•
Bouwbeheer is geen proces van de ODH. Zo nodig vindt via de gemeentelijke lijnen afstemming plaats tussen milieubeheer en bouwbeheer. Dit gebeurt binnen het Team Bevolkingszorg
•
Momenteel is er sprake van een regionaal procesverantwoordelijke bij gemeenten. Naar verwachting zal deze rol op termijn in het Preparatieteam Omgevingszorg worden ondergebracht. Vooralsnog zijn de procesverantwoordelijke (Aleid Boerman, en BGC ondersteunend) verantwoordelijk voor het beheer van het proces en de afspraken.
•
De ODH zal op termijn dan ook een vaste vertegenwoordiger aanwijzen die ook deel zal nemen aan het preparatieteam.
•
De ODH is verantwoordelijk voor vakbekwaamheid en daarvoor benodigde vakinhoudelijke opleiding van de eigen medewerkers. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het oefenen in de crisisstructuur, en deelname van de ODH hierin. Ook hier wordt gestreefd naar regionale aanpak en coördinatie.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
46 van 61
•
Kosten inzet ODH medewerkers in crisisorganisatie De ODH ziet de bijdrage van haar medewerkers in de crisisorganisatie en de opleidingen als een vast onderdeel van het werkpakket, zoals dat door de verschillende gemeenten is overgedragen aan de ODH.
Bereikbaarheid Omgevingsdienst Haaglanden •
Algemeen: Omgevingsdienst Haaglanden Zuid Hollandplein 1, 2596 AW Den Haag 070- 21 899 00 Milieutelefoon: 0888 333 555 (24 uur per dag bereikbaar) Buiten kantoor tijden is de milieutelefoon doorgeschakeld naar de meldkamer van de DCMR die de dienstdoende ODH wachtdienstmedewerker kan bereiken
•
Bij crisissituaties zal de DCMR contact opnemen met één van de vijf coördinatoren van de ODH. De Teamleider milieubeheer kan de beschikking krijgen over de namen en gegevens van de vijf coördinatoren van de ODH.
•
De coördinatoren ODH beschikken voor de alarmering van medewerkers van de omgevingsdienst over een lijst “Telefoonnummers en adressen in noodgevallen”, in deze lijst staan alle telefoonnummers (zowel zakelijk als privé) van de op te roepen medewerkers van de omgevingsdienst met hun expertise. In verband met het mogelijk uitvallen van telefoonverbindingen zijn in de lijst ook de privé adressen opgenomen. Bij de betreffende functies staan meerdere personen vermeld, voor het geval medewerkers niet bereikbaar zijn of in het belang van de continuïteit vervangen moeten worden.
•
Onze kantoorlocatie is 24 uur per dag bereikbaar voor de ODH medewerker om toegang te krijgen tot de milieudossiers (voor zover overgedragen door de latende organisatie) en de milieudata (voor zover dit op locatie niet te realiseren is).
•
De overdracht van data en dossiers is voor de latende organisaties op verschillende wijze vormgegeven. In de opbouwfase van de ODH en de transfer van data en dossiers van de latende organisaties naar de ODH zullen de data en dossiers worden ontsloten. Dit is een dynamisch proces totdat alle data en dossiers (voor zover digitaal overgedragen) digitaal plaats en tijd onafhankelijk benaderbaar zijn.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
47 van 61
Bijlage VIII. Complexe bedrijven Midden-Delfland
Naam
Locatie
Benfried B.V.
Hooipolderweg 1 te Den Hoorn
4
DCB Harnaschpolder Beheer B.V.
Peuldreef 2 te Den Hoorn
4
Delfluent Services AWZI Harnaschpolder
Peuldreef 4 te Den Hoorn
4
Esso Peulwijk
Rijksweg A4 2 te Den Hoorn
4
Grondverzetbedrijf Corné van den Berg B.V.
Herenwerf 53 te Maasland
3
Molenaar Service
Lotsweg 12 te Den Hoorn
4
Total Tankstation Langstraat
Dorpsstraat 56 te Schipluiden
4
Ty-Le B.V.
Kleijweg 46 te Den Hoorn
4
Welvreugd Beheer B.V.
Burgerweg 2 te Maasland
4
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
Categorie
48 van 61
Bijlage IX. Implementatie Omgevingswet ODH 1. Inleiding: uitstel van de Omgevingswet Sinds 2018 bereidt ODH zich voor op de komst van de Omgevingswet. Hiervoor is destijds een plan van aanpak opgesteld. Dit plan is sindsdien herhaaldelijk aangepast aan relevante ontwikkelingen en uitstel van de wet. In de bijlage staat een samenvatting van het actuele plan van aanpak. In het werkplan 2022 werd uitgegaan van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022, later uitgesteld naar 1 januari 2023. Op 14 oktober 2022 is duidelijk geworden dat de geplande inwerkingtreding van de Omgevingswet weer opschuift. Minister Hugo de Jonge heeft het voornemen kenbaar gemaakt om de Omgevingswet in te voeren per 1 juli 2023. De Eerste en Tweede Kamer moeten het daarvoor benodigde nieuwe invoeringsbesluit nog aannemen. Daarmee is een invoering per 1 juli 2023 nog niet zeker. Het plan van aanpak is zodanig aangepast dat de ODH gereed is ingeval wordt besloten om 1 juli 2023 als inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet te hanteren. Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak door ODH van de implementatie Omgevingswet en de invloed daarvan op het werkplan 2023.
2. Interne processen en systemen klaar vóór 2023 ODH houdt 1 januari 2023 aan als datum waarop de technische en procesmatige implementatie intern gezien is afgerond. Hoofdzakelijk gaat het hier om aanpassing van de interne werkprocessen en systemen en het treffen van de noodzakelijke voorbereidingen om vanaf 1 januari 2023 te kunnen oefenen met de werkzaamheden onder de Omgevingswet.
3. Verdieping en verbreding van de implementatie (1 januari – 1 juli 2023) De zes maanden extra die beschikbaar zijn gekomen door het uitstel – vooralsnog de periode 1 januari tot en met 1 juli 2023 – besteedt ODH aan de ‘zachtere’ kant van de implementatie. Kort gezegd zijn drie hoofdlijnen te onderscheiden, namelijk oefenen, verdiepen en samenwerken: -
Oefenen Ten eerste benut ODH het uitstel om te oefenen met de nieuwe techniek, werkprocessen en inhoud van de Omgevingswet, waarbij intern wordt begonnen, op teamniveau. Dit wordt dan al snel verbreed naar het oefenen met de ketenpartners in de regio Haaglanden. Bij het oefenen wordt niet alleen ingegaan op de techniek maar wordt ook gekeken naar de inhoudelijke consequenties van de Omgevingswet. Opgedane ervaringen worden gedeeld.
-
Verdiepen en verbreden De ODH neemt deel in zowel landelijke, regionale als thematische overleggen. ODH volgt de ontwikkelingen rond de Omgevingswet en het DSO. Nieuwe ontwikkelingen, voorbeelden en tips worden intern gedeeld en zo nodig regionaal en worden waar nodig verwerkt in de processen of oefensessies.
-
Samenwerking De ODH heeft zowel bilateraal als via allerlei werkgroepen en bestaande structuren contact met de deelnemers/opdrachtgevers. Via deze gremia wordt afgestemd over de ontwikkelingen rond de Omgevingswet. De vertaling van de wensen van de deelnemers naar afspraken of eventuele nieuwe adviesproducten loopt. Het uitstel biedt meer ruimte om de samenwerking te verdiepen en de wensen van opdrachtgevers verder uit te werken. ODH neemt het initiatief om het laatste half jaar voor inwerkingtreding samen met de opdrachtgevers, onderwerpen op te pakken. Te denken valt aan oefenen met ketenpartners, ondersteuning en advisering rond het omgevingsplan, ambtelijke samenwerkingsafspraken en open eindjes rond de mandatering en behandeldienstinstellingen.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
49 van 61
4. Uitvoering huidige werkpakket onder de Omgevingswet (na invoering) ODH zorgt ervoor dat zij, vanaf een eventuele inwerkingtreding op (vooralsnog) 1 juli 2023, de huidige producten en diensten uit het bestaande werkpakket kan uitvoeren onder de Omgevingswet. Daarnaast is zij (voor)bereid om - in samenwerking met haar opdrachtgevers - haar rol op te pakken voor de nieuwe taken op grond van de Omgevingswet, zoals ondersteuning en advisering rond het omgevingsplan of het beheer van het register externe veiligheid. Na inwerkingtreding ontstaat ruimte om, op basis van de daadwerkelijke ervaringen met de Omgevingswet in de praktijk, het werkplan bij te stellen als dat nodig is. Bestuurlijk is eerder afgesproken dat pas na inwerkingtreding de structurele financiële effecten van de Omgevingswet in beeld worden gebracht en worden verwerkt in de reguliere P&C-cyclus.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
50 van 61
Bijlage A: Plan van aanpak Implementatie Omgevingswet ODH 1. Inleiding De Omgevingswet voegt 26 wetten, 117 AMvB's en 120 ministeriële regelingen samen. Wetten als de Wabo, de Wet natuurbescherming, de Wet bodembescherming, de Waterwet en de Ontgrondingenwet en het Activiteitenbesluit milieubeheer gaan op in de Omgevingswet en het Besluit algemene regels leefomgeving (BAL). De implementatie van de Omgevingswet heeft dan ook een grote invloed op de taken die ODH uitvoert. Een belangrijke wijziging is dat van een inrichtingsgebonden zaakbehandeling wordt overgegaan naar een zaakbehandeling van milieubelastende activiteiten, de zogenaamde MBA's. In 2018 is het programma Implementatie Omgevingswet binnen ODH van start gegaan. Daarna is de inhoud van de Omgevingswet steeds duidelijker geworden en is de nadruk in het programma geleidelijk verlegd van extern gericht (meedenken over de kaders en uitgangpunten) naar de interne werkprocessen (wat is er voor de taakuitvoering van ODH nodig om ons werk na de inwerkingtreding goed uit te blijven voeren). In 2020 is een plan van aanpak vastgesteld waarin de pijlers worden beschreven voor de implementatie van de Omgevingswet binnen de organisatie en is gestart met de uitvoering. Sindsdien is de inwerkingtreding van de Omgevingswet meermaals uitgesteld. Ook zijn er juridisch gezien stappen gezet in het Omgevingswet-stelsel.
Het plan van aanpak implementatie Omgevingswet ODH is in lijn met deze ontwikkelingen enkele keren geactualiseerd. Hierna volgt een samenvatting van dit plan van aanpak.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
51 van 61
2. Pijlers voor implementatie In het plan van aanpak zijn de pijlers (opnieuw) beschreven voor de implementatie van de Omgevingswet. De zes pijlers geven de hoofdthema’s aan die aan de orde zijn bij de implementatie van de omgevingswet. Iedere pijler is uitgewerkt in een aantal deelprojecten. Conform afstemming met het bestuur van de ODH en de besluitvorming in het MT ODH richt de implementatie zich primair op de voorbereiding vanuit de taakuitvoering van de ODH. Dit zijn zaken die de ODH moet hebben geregeld om vanaf de datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet haar taakuitvoering op kwalitatieve en efficiënte wijze te kunnen voortzetten.
Pijler 1 omvat de activiteiten voor de ODH-collega's om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen en te oefenen in relatie tot de Omgevingswet. Pijler 2 richt zich op de feitelijke vertaling van het ODH-takenpakket na inwerkingtreding van de Omgevingswet vanuit verschillende invalshoeken. In pijler 3 komen deelprojecten van de interne taakuitvoering aan bod; zoals het aanpassen van werkinstructies, standaarden en werkprocessen. Pijler 4 omvat de overkoepelende thema's omtrent de externe afstemmingen met ketenpartners. In pijler 5 komt de aanpassing van de ODH-informatievoorziening aan bod en in pijler 6 wordt de interne en externe communicatie uitgewerkt. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal doorontwikkeling en uitwerking van de Omgevingswet plaatsvinden. Naast de acties voor de interne organisatie, zijn er diverse hulpvragen vanuit opdrachtgevers voor ondersteuning in hun werkzaamheden. Hierbij kan worden gedacht aan het deelnemen aan Omgevingstafels, regionale werkgroepen voor het bespreken van werkprocessen, het meewerken en denken aan de beleidscycli van de opdrachtgevers als tevens het meewerken aan (beleids-)ontwikkelingen. Veel van de meer extern georiënteerde aspecten hebben een relatie met de doorontwikkeling na de inwerkingtreding.
Deze activiteiten behoren soms dus niet tot de primaire implementatie acties die de ODH uit moet voeren om intern klaar te zijn om te werken met en overeenkomstig de Omgevingswet. Deze keuze doet niets af aan het belang die daartoe behorende onderwerpen kunnen hebben voor opdrachtgevers van de ODH. Deze keuze zegt iets over de aansturing van de hieronder vallende onderwerpen. Wel biedt het recente uitstel van inwerkingtreding van de Omgevingswet met minimaal een half jaar mogelijkheden om al vóór inwerkingtreding aandacht te schenken aan de meer extern georiënteerde aspecten van de implementatie, zoals de samenwerking en hulpvragen vanuit de opdrachtgevers van de ODH.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
52 van 61
3. Projectstructuur In nevenstaand schema is inzichtelijk gemaakt op welke wijze het project georganiseerd wordt. Het project kent de volgende rollen: ❖ Stuurgroep, bestaande uit het managementteam ODH ❖ Interne opdrachtgever ❖ Projectleider: Bart Oortwijn ❖ Projectsecretaris ❖ Kernteam: naast de projectleider en secretaris een vertegenwoordiger van afdeling T&V, afdeling T&H, ICT en Communicatie. ❖ Deelprojectverantwoordelijken: zijn aangewezen per deelproject in de pijlers 1 t/m 6 ❖ Deelprojectuitvoerders: zijn aangewezen per deelproject in de pijlers 1 t/m 6 Er is gekozen voor bovenstaande structuur omdat hiermee de inspraak op een duidelijke wijze wordt geborgd, binnen de beperkte tijd snel resultaten kunnen worden behaald en tevens een brede visie op de projectimplementatie plaatsvindt. De aansturing via de projectstructuur laat onverlet dat de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van deelprojecten berust bij de lijnorganisatie, waar vanuit de deelprojecten worden uitgevoerd. Vanuit de projectorganisatie wordt voorzien in structuur, ordening en inzicht. De lijnorganisatie zorgt dat de implementatiewerkzaamheden concreet worden uitgevoerd.
4. Risico’s en beheersmaatregelen Hieronder worden de belangrijkste risico’s geformuleerd inclusief de te nemen maatregelen. Beschikbare tijd: Het grootste risico voor het slagen van dit implementatieproject, is de beschikbare tijd. Het gaat om voldoende (zie verdere hoofdstukken) beschikbare tijd van: − Projectleiding − Deelprojectverantwoordelijken − Uitvoerders van de deelprojecten Voorgestelde beheersmaatregelen: − In kaart brengen verwachting benodigde capaciteit voor de bovenstaande rollen − Creëren van inzichtelijkheid in de beschikbare en gerealiseerde capaciteit, zodat hierop bijgestuurd kan worden; − Prioriteren van werkzaamheden en medewerkers zoveel mogelijk vrijmaken en zonodig extern inhuren (vervangende capaciteit); − Snel escaleren via de opdrachtgever naar het lijnmanagement als er problemen dreigen te ontstaan wat betreft de inzetbaarheid van medewerkers en op te leveren resultaten, zodat maatregelen kunnen worden bedacht en getroffen.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
53 van 61
Vervangbaarheid mensen: Het aantal medewerkers dat belast kan worden met een bepaalde taak/verantwoordelijkheid is per onderwerp beperkt. Als iemand in het project uitvalt (door ziekte, vertrek bij ODH of langdurig verlof), is het vervangen moeilijk of onmogelijk zonder gevolgen voor de planning. De kennis om een resultaat op te leveren is nu eenmaal geconcentreerd bij die persoon. Voorgestelde beheersmaatregelen: − Deelprojectverantwoordelijken betrekken naast de uitvoerders (andere) teamleiders en medewerkers in proces en inhoud, zodat de kennis en kunde zoveel mogelijk wordt verspreid. − Deelprojectverantwoordelijken zorgen ervoor dat de verantwoordelijkheid overdraagbaar is door de inhoud van het deelproject voor ‘hun’ uitvoerders inzichtelijk te maken en te houden. Dit doen zij onder meer door een duidelijke vindplaats van projectdocumenten, goed versiebeheer, duidelijke beschrijving en het bijhouden van de stand van zaken van het te volgen proces. − Snel escaleren via de opdrachtgever naar het lijnmanagement als er problemen dreigen te ontstaan wat betreft de inzetbaarheid van medewerkers en op te leveren resultaten, zodat maatregelen kunnen worden bedacht en getroffen.
Voldoende budget voor capaciteit Financiële omstandigheden kunnen een risico vormen indien de opdrachtgevers van de ODH de in 2022 te plannen inzet voor de Omgevingswet niet zouden ondersteunen of indien financiële middelen nodig zijn die niet zijn voorzien in de werkplannen 2022. Door de implementatie te integreren in de werkplannen 2022 en ‘lean’ uit te voeren is dit risico zo veel mogelijk beheersbaar gemaakt. Met ‘lean’ wordt bedoeld dat in principe alleen die acties worden uitgevoerd die als ODH noodzakelijk zijn om de taken na inwerkingtreding van de Omgevingswet te kunnen voortzetten.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
54 van 61
5. Tijdlijn
De gele lijn markeert 1 januari 2023, het moment waarop de interne, meer technische implementatie van de processen en systemen volgens planning wordt afgerond. De rode lijn betreft 1 juli 2023, de op 14 oktober 2022 door minister Hugo de Jonge voorgestelde inwerkingtredingsdatum.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
55 van 61
Pijler 1: Opleiding en oefening De pijler Opleiding en oefening omvat de acties om de kennis en vaardigheden te vergaren die nodig zijn voor het werken met de Omgevingswet. De Afdelingsankers, Basisopleiding en het grootste deel van de Verdiepende opleiding zijn reeds afgerond. Met op maat gesneden opleidingsplannen worden de komende periode ook verdere verdieping, oefensessies en vaardigheidstrainingen georganiseerd. De verdere doorontwikkeling van kennis en kunde rond de Omgevingswet per afdeling, team of medewerker vindt plaats binnen de reguliere jaarlijkse opleidingsplannen per afdeling, team of medewerker.
Pijler 2: Takenpakket Deze pijler omvat een aantal deelprojecten die de kaders weergeven waarbinnen de ODH haar basis- en plustaken uitvoert. Uitgangspunt is dat het takenpakket niet wijzigt met de implementatie van de Omgevingswet. Het werk gaat dus ‘beleidsneutraal’ over. De kaders van deze overgang dienen op verschillende punten herbenoemd te worden; de onderliggende wetgeving verandert immers. De deelprojecten geven aan in welke kader stellende documenten/afspraken wijzigingen moet plaatsvinden. De deelprojecten Gemeenschappelijke Regeling, Mandaat Zaaktypen en productvarianten zijn (vrijwel) afgerond.
Pijler 3: Taakuitvoering Pijler 3 richt zich op het adequaat blijven uitvoeren van onze interne taakuitvoering. Het kader waarbinnen de ODH haar taken uitvoert, verandert met de komst van de Omgevingswet. De ODH werkt zaakgericht op basis van vastgestelde werkprocessen (processenhuis/workflows) en werkinstructies. Voor de uniformiteit en standaardisering wordt ook gewerkt met standaarddocumenten. De Omgevingswet heeft hier veel invloed op. Per 1 januari 2023 moeten deze aspecten in de bedrijfsvoering van de ODH zijn aangepast en verwerkt in OpenWave. Met de overgang van de ene wet naar een nieuwe wet, met de bijbehorende regelingen, is er meestal sprake van overgangsrecht, zo ook bij de Omgevingswet. Behandelaars moeten weten hoe de overgang moet worden vormgegeven, zodat de zaakbehandeling adequaat kan blijven plaatsvinden. Het in kaart brengen van het overgangsrecht is dan ook één van de elementen die onder de pijler 3 valt. Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
56 van 61
en
Pijler 4: Externe afstemming Daar waar pijler 3 zich in de basis richt op onze interne taakuitvoering, richt pijler 4 zich juist op de externe aspecten van onze taken. Via externe contacten, waaronder het AOO, worden de afwegingskaders en voorwaarden van het werk duidelijk. Ook kan relevante informatie verzameld worden bij opdrachtgevers, andere omgevingsdiensten en overige ketenpartners die de implementatiedoelen bevorderen. Het deelproject Bruidsschat is reeds afgerond.
Pijler 5: Informatievoorziening Deze pijler omvat de technische en functionele acties die worden ondernomen om als ODH in het kader van de Omgevingswet correct te kunnen werken met de verschillende modules in het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en OpenWave. Ook de verrijking van de milieubelastende activiteiten (MBA's) aan Open Wave is een deelproject van pijler 5. De deelprojecten Overzicht intakes en STAM-aansluiting op DSO zijn reeds afgerond. De afronding van deelprojecten geautomatiseerd Toevoegen MBA’s aan OpenWave en Aanpassing processen OpenWave staat gepland vóór 1-1-2023.
Pijler 6: Communicatie De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft invloed op de interne en externe communicatie. Voor de interne communicatie wordt gebruikt gemaakt van het intranet om over de voortgang van de deelprojecten te communiceren en de daarin opgedane kennis uit te wisselen. Daarnaast worden sessies georganiseerd op specifieke inhoudelijke onderwerpen. Extern wordt er via de verschillende sociale media kanalen en de website inhoudelijke relevante informatie gedeeld aan verschillende doelgroepen. Ook zullen de website teksten en webformulieren worden aangepast naar de Omgevingswet.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
57 van 61
Bijlage X. Versterking Omgevingsveiligheid 1.
Algemeen
1.1. Inleiding In 2020 is er een einde gekomen aan het programma Impuls omgevingsveiligheid (IOV). Vanaf 2014 heeft de ODH, via de provincie Zuid-Holland, rijksmiddelen gekregen voor specifieke activiteiten om externe veiligheid op een hoger niveau te tillen. Gelet op het ingrijpende karakter van de Omgevingswet en alle daaronder vallende besluiten en regelingen, heeft het Rijk besloten om een vorm van extra financiering voor de uitvoering van de externe veiligheidstaken te behouden. Dit betreft het programma Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024. Dit programma is gericht op het uitvoeren van specifieke activiteiten, die veelal een hoog inhoudelijk en deskundigheidsgehalte hebben. De reguliere advisering in het kader van de omgevingsveiligheid voor reguliere Wabo-procedures en ruimtelijke procedures valt buiten het kader van het programma Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024. Deze werkzaamheden worden vanuit de reguliere werkplannen van de ODH verricht, zoals dat in voorgaande jaren ook het geval was. De ruimtelijke advisering vindt momenteel structureel plaats voor de gemeenten Den Haag, Wassenaar (vanaf 2023), Westland en Rijswijk. Voor de gemeenten Delft, Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp vindt dit plaats op basis van specifieke verzoeken.
Een eventuele intensivering van de RO-advisering (bijvoorbeeld als gevolg van de invoering van de Omgevingswet) zal via de reguliere werkplanafspraken plaatsvinden.
1.2. Belangrijkste wijzigingen Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024 Met ingang van 2021 is er een nieuwe structuur, waarbij de deelprogramma’s worden vervangen door clusters. De middelen zijn minder hoog dan voorgaande jaren en worden niet meer in de vorm van een subsidie via de provincie Zuid-Holland beschikbaar gesteld, maar deze worden rechtstreeks aan de gemeenten uitgekeerd. Deze uitkeringen in het gemeentefonds zijn weliswaar niet geoormerkt, maar ze zijn voor gemeenten wel herleidbaar. Tot nu toe was een belangrijk deel van het beschikbare budget bestemd voor lokaal EV-beleid (deelprogramma 4). Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd (cluster 4). Navolgend de veranderingen in een notendop met betrekking Versterking Omgevingsveiligheid cluster 4: − De EV-middelen gaan naar provincie- en gemeentefonds. −
Het totale budget is lager dan ten tijde van het IOV programma.
−
Het beschikbare budget is niet geoormerkt. Gemeenten kunnen de middelen zelf besteden, bijvoorbeeld bij het uitwerken van aandachts- en voorschriftengebieden voor het omgevingsplan.
−
De EV-middelen worden verdeeld over de gemeenten waarbij de verdeelsleutel niet gebaseerd is op de bewonersaantallen, maar op het deel van de populatie binnen de gemeente dat binnen een invloedsgebied ligt. Dit is relatief gunstig voor de gemeenten in regio Haaglanden.
−
Binnen de verdeelsleutel is een onderscheid gemaakt naar VTH-taken en RO-taken. Daarbij heeft circa 40% van het totale budget betrekking op VTH-taken en 60% op RO-taken, in afstemming op de feitelijk uitgaven zoals eerder geïnventariseerd bij omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s. Het deel VTH (40%) wordt besteed door de omgevingsdiensten, de 60% voor ruimtelijke ordening wordt gelijkelijk gedeeld tussen omgevingsdiensten en de veiligheidsregio’s. Daarmee is in beginsel 70% van het totale bedrag beschikbaar voor de taakuitvoering door de ODH.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
58 van 61
1.3. Werkzaamheden en kosten Omgevingsveiligheid 2023 In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geraamde kosten voor het jaar 2023. Als gevolg van het uitstellen van de Omgevingswet loopt een aantal activiteiten die gestart zijn in 2022 door in 2023. In paragraaf 2 wordt een aantal activiteiten nader toegelicht. Raming Programmering Omgevingsveiligheid in 2023 raming Personele inzet op programma € 49.595 Materiele kosten (oa beheer risico-informatie) € 29.100 Afronding € 305 € 79.000
uren 455
455
Navolgend is een overzicht opgenomen van de middelen die aan de gemeenten in Haaglanden beschikbaar worden gesteld (prijspeil 2021). Zoals gezegd is in beginsel 70% van dat bedrag beschikbaar voor de taakuitvoering door de ODH. In het overzicht zijn tevens de geraamde kosten en uren opgenomen voor de ODH in 2023. De geraamde kosten vallen beduidend lager uit dan het voor ODH beschikbare budget (70%). Beschikbaar te stellen budget Omgevingsveiligheid 2023 bedrag in fonds Kosten ODH
Uren ODH
Den Haag
€
62.000 €
33.900
195
Delft
€
13.000 €
7.100
41
Leidschendam-Voorburg
€
11.000 €
6.300
36
Midden-Delfland
€
5.000 €
2.400
14
Pijnacker-Nootdorp
€
5.000 €
2.400
14
Rijswijk
€
11.000 €
6.300
36
Wassenaar Westland Zoetermeer Subtotaal
€ € € €
6.000 17.000 14.000 144.000
3.200 9.500 7.900 79.000
18 55 46 455
€ € € €
Omdat sprake is van een (tijdelijk) programma over de jaren 2021-2024 zal de financiering niet structureel maar op jaarbasis plaatsvinden. Aangezien de kostenraming niet veel eerder kan worden opgesteld dan bij het opstellen van de werkplannen, verloopt de financiering niet via de primaire begroting 2023 maar via de VJN 2023. De kosten en uren zijn al wel reeds meegenomen in de werkplannen 2022, de dekking zal bij VJN worden toegevoegd.
2.
Toelichting activiteiten
2.1. Sanering aandachtspunten groepsrisico Verplichte saneringen zijn inmiddels binnen Haaglanden uitgevoerd. Er kunnen echter nieuwe aandachtspunten ontstaan die het gevolg zijn van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen. Het zijn feitelijk geen knelpunten, omdat de oriëntatiewaarde geen harde norm is. Volgens huidig provinciaal beleid mag echter op termijn geen overschrijding van de oriëntatiewaarde meer plaatsvinden. Hoewel de verplichte verantwoording van het groepsrisico grotendeels komt te vervallen, wil de provincie in het kader van de nieuwe regelgeving wel aan deze lijn vast houden.
2.2. Beheer risico-informatie De ontwikkeling en het actualiseren van de Regionale risicokaart Haaglanden wordt voortgezet. Dit is een belangrijk instrument bij het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. Inmiddels vindt ook de geleidelijke landelijke conversie van het RRGS naar het REV plaats. Deze actie wordt uitgevoerd door het bedrijf Geodan, in opdracht van het Rijk. De kwaliteitscontrole wordt verricht door afdeling Toezicht & Handhaving van de ODH. Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
59 van 61
De wens bestaat om de Regionale risicokaart met de Signaleringskaart EV te integreren. Een en ander is ook afhankelijk in hoeverre de kaartlagen kwetsbare gebouwen en locaties (KGL) van de Signaleringskaart EV in het REV worden geïntegreerd. Zonder deze integratie moeten alle omgevingsdiensten, namens hun regiogemeenten, deze gegevens zelf invoeren. Dit is een tijdrovende en kostbare aangelegenheid.
2.3. Aandachtsgebieden De aandachtsgebieden vanwege transport over het basisnet zijn al verwerkt op de Signaleringskaart EV. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is voor het explosieaandachtsgebied een afstand van 200 m opgenomen en voor het brandaandachtsgebied 30 m (voorheen plasbrandaandachtsgebied). Voor buisleidingen dient het aandachtsgebied te worden berekend (Bkl, Bijlage VII, rubriek D2). De brandaandachtsgebieden van de aardgastransportleidingen zijn op de Signaleringskaart EV weergegeven. Voor de overige buisleidingen is maatwerk nodig (OCAP-leidingen, DPO-leidingen). Hiervoor dienen aparte berekeningen uitgevoerd te worden. Voor PGS 15 bedrijven zijn de aandachtsgebieden in 2020 met een aparte bijdrage vanuit het ministerie van I&W door DCMR en AVIV berekend. De komst van aandachtgebieden vraagt ook om nadere uitwerking van voorschriften voor het realiseren van nieuwe gebouwen. Bouwkundige eisen (bijvoorbeeld brandwerendheid gevel) werken kostenverhogend en zijn veelal niet doelmatig. Er dient daarom gezocht te worden naar effectieve maatregelen die niet nodeloos de bouwkosten doen stijgen. De omgevingsdiensten in Zuid-Holland streven naar een gemeenschappelijke oplossing. Een gemeenschappelijk gedragen visie voor dit vraagstuk zal ook gemeenten stimuleren om een eenduidige lijn te volgen.
De aandachtsgebieden in het kader van transport beperken zich niet tot één gemeente. Mede daarom is een gezamenlijke visie gewenst. Hiermee kunnen ook de administratieve lasten voor de omgevingsdiensten worden beperkt. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het begrip transportroutes komen te vervallen. Het vaststellen van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden voor provinciale en lokale wegen, waarover vervoer van bijvoorbeeld LPG plaatsvindt, is niet vereist. Wel kan een gemeente, in het kader van een goede omgevingskwaliteit, hiertoe besluiten. Dit heeft gevolgen voor de advisering door ODH op het aspect Omgevingsveiligheid.
2.4. Ondersteuning visies omgevingsveiligheid De ODH kan de gemeenten bij het opstellen van een visie omgevingsveiligheid ondersteunen. In 2022 hebben de gemeenten in de regio, samen met de ODH en de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) nauw samengewerkt om een eenduidig beleid te formuleren met betrekking tot de aandachtsgebieden. Deze samenwerking wordt in 2023 voortgezet.
2.5. Energietransitie In de Omgevingsvisie Zuid-Holland staat over het aspect Energietransitie het volgende: Zuid-Holland gaat haar energieaanpak vernieuwen. Onze focus ligt bij de steden, de industrie en de glastuinbouw. Wij willen een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen….. We nemen maatregelen om energie te besparen en gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Dat doen we bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. In de toekomst is de Warmterotonde de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen en steden te verwarmen. Om de energietransitie aan te jagen zet de provincie ook stevig in op innovatie. We zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. We zijn ons ervan bewust dat deze maatregelen tot weerstand kunnen leiden, zie bijvoorbeeld de discussies rond windenergie of CO2-opslag. Daarom zetten we in op het vinden van draagvlak bij energievernieuwing. De energietransitie krijgt mede vorm door lokale initiatieven. Wij willen ruimte bieden aan deze ontwikkeling. Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
60 van 61
Bij de deelnemers van de ODH vinden volop projecten plaats m.b.t. energiebesparing zoals verduurzamen bedrijfsterreinen, kantoren en gemeentelijke gebouwen evenals stimulerende maatregelen bij horeca en detailhandel. De ODH is hiervoor voornamelijk benaderd in het kader van stimuleringsprojecten (zoals WKO-project kantoren / glastuinbouw en energiebesparing bij datacentra). De WarmtelinQ is de infrastructuur voor collectieve warmte in het zuidelijk deel van de provincie Zuid-Holland voor de komende 30-50 jaar. Hiermee kan maximaal worden bespaard op fossiele energie.. Er wordt naar gestreefd om steeds meer lokale duurzame bronnen te ontsluiten en toe te voegen zoals geothermie. Ten aanzien van geothermie mag worden verwacht dat de komende jaren nieuwe bronnen in de regio zullen worden ontwikkeld. Initiatieven hiertoe zijn al volop gaande. Het plaatselijk produceren van stroom en warmte heeft niet alleen een direct ruimtebeslag (voetprint) maar ook een indirect ruimtelbeslag (milieuzonering) tot gevolg. Zo vergt een geothermiecentrale een voetprint van tenminste 5.000 m2 waarbij tevens een milieuzone van 100 m aangehouden dient te worden vanwege geluid, lichthinder (installaties zijn continu in werking) en externe veiligheid. De bestaande geothermiecentrales en de gasscheiders staan op de Regionale risicokaart Haaglanden.
Hiermee worden mogelijke knelpunten vermeden (vermijden nieuwe saneringslocaties). De kennis op het gebied van nieuwe vormen van energie groeit snel. Het is van groot belang om de ontwikkelingen te volgen. Elke week verschijnt er wel een publicatie op het gebied van waterstof, Li-ion energiedragers en EOS. Het bijhouden hiervan vergt een substantiële inspanning. Ook op dit vlak is samenwerking tussen omgevingsdiensten gewenst. Het stimuleringsprogramma Versterking Omgevingsveiligheid (VOV) wordt in 2023 voortgezet. Het stimuleringsprogramma is in een aantal clusters verdeeld. Cluster 2 heeft betrekking op de ontwikkeling en actualisatie van richtlijnen in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). De ODH is nauw betrokken bij de ontwikkeling van PGS 37-1 (Lithium-houdende energiedragers: energieopslagsystemen) en PGS 37-2 (Lithiumhoudende energiedragers: opslag). Voor onze inhoudelijke bijdrage worden vanuit Omgevingsdienst NL financiële middelen beschikbaar gesteld. In tegenstelling tot de oorspronkelijke planning zullen deze projecten nog in de eerste helft van 2023 worden voortgezet. Omdat het wettelijk kader voor energieopslagsystemen vooralsnog ontbreekt, is het gewenst dat gemeenten hiervoor beleid formuleren.
Werkplan 2023, Gemeente Midden-Delfland, definitieve versie 7 juni 2023
61 van 61