992 bijlage Werkplan ODH 2026 Gemeente Midden-Delfland (concept) - 1 november 2025
Tekst van het document
De grens van >100 werknemers moet worden aangepast naar >250 werknemers. Vooruitlopend op de aanpassing van de regelgeving is berekend dat in Haaglanden hierdoor het aantal werkgevers, die aan deze regelgeving moeten voldoen, daalt van 527 naar 382 werkgevers. Voor de gemeente Midden-Delfland zijn op dit moment 8 werkgevers vastgesteld die onder deze verplichting vallen. Er is echter nog geen formele opdracht verstrekt aan de ODH om hierop actie te ondernemen. Indien de gemeente Midden-Delfland wenst dat hierop toezicht wordt gehouden, zal hiervoor een aanvullende opdracht en budget nodig zijn.
4.8 Glastuinbouw Middels een gedifferentieerde aanpak (integrale controles), UO-controles, assimilatie controles, themacontroles, her- en sanctiecontroles én communicatie over relevante wijzigingen naar de gehele branche) wordt er voor gezorgd dat in haaglanden het toezicht in het grootste glastuinbouw gebied van Nederland is gewaarborgd. Gestapeld toezicht glastuinbouw De basis van het toezicht op de glastuinbouw bestaat uit de periodieke controles glastuinbouw (Bijlage V)Gestapeld toezicht glastuinbouw. Circa éénmaal per vier jaar worden glastuinbouwbedrijven integraal bezocht door toezichthouders van de ODH. Hierbij worden naast de milieutaken voor gemeente ook gecontroleerd op relevante regelgeving waar het waterschap bevoegd gezag is. Bij de controles wordt gelet op opslag bestrijdingsmiddelen, mest- en gevaarlijke stoffen, bodembescherming, stookinstallaties, waterhuishouding en lozingsroutes van afvalwater, afvalstoffen en andere emissies die ontstaan vanuit de teeltactiviteiten. Ook worden administratieve verplichtingen gecontroleerd zoals keuring- en onderhoudsplichten, logboeken en afvalregistraties. Administratieve- en dieptecontroles UO-registratie Er is aandacht voor de naleving van de emissieregistratie die door elk glastuinbouwbedrijf periodiek moet worden ingeleverd bij de UO-glastuinbouw en milieu.
Het toezicht op basis van de UO-database vindt deels administratief plaats, deels fysiek om te bekijken of de bedrijfssituatie overeenkomt met hetgeen gemeld is. Daarnaast vormt UO-toezicht een vast onderdeel bij het periodiek toezicht.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
20 van 54
Assimilatietoezicht Door het intensieve toezicht tijdens en na de assimilatiepatrouilles van de afgelopen jaren heeft de afdeling Toezicht & Handhaving een goed beeld gekregen van de (on)mogelijkheden. Het aantal opgenomen assimilatierondes is terug te vinden in Bijlage V. Assimilatierondes staan gepland met toezicht op de volgende momenten: Controles op de afscherming direct na start van de donkerteperiode; Controles in de nanacht bij temperaturen onder de 5 graden van de scherminstellingen;
-
Nanacht-controles op ondoelmatige en onvoldoende afscherming van de zijgevel en/of bovengevel.
Energiebesparing en CO2 vereffening Sinds 2024 is de energiebesparingsplicht ook van toepassing op de glastuinbouw, evenals de informatieplicht en bij grote energieverbruikers de onderzoeksplicht. Er is een branche specifieke lijst erkende energiebesparende maatregelen, die is samenspraak met de Omgevingsdienst Haaglanden is opgesteld. In 2026 zal het toezicht op energiebesparingsplicht zal voornamelijk plaats vinden vanuit het regulier toezicht op de glastuinbouw aangevuld met inzet vanuit de specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. Het nieuwe vereffeningssysteem dat vanaf 2024 in is gegaan, houdt rekening met individuele verduurzaming in plaats van vereffening over de hele sector. Zo ontstaat een beter onderscheid tussen voorlopers en achterblijvers. De ODH denkt op landelijk niveau mee over deze onderwerpen door de inbreng van expertise en kennis over de regio en de sector. Additioneel project: Risicogericht toezicht/intensivering toezicht op lekstromen De ODH zal de intensieve samenwerking die in 2023 van start gegaan is met het Hoogheemraadschap van Delfland voortzetten. Dit om de waterstromen te reguleren en te werken aan de afbouw van emissies door de glastuinbouw naar het regionale oppervlaktewater (al dan niet via de riolering) en de bodem.
Bij deze samenwerking wordt met regelmaat overleg gevoerd tussen de verschillende handhavingspartners, worden gegevens uitgewisseld en worden de resultaten gepresenteerd aan opdrachtgevers, ondernemers en vakbladen. Lozing in de bodem lijkt één van de oorzaken te zijn voor het niet behalen van doelstellingen in de Kader Richtlijn Water (KRW). Er wordt onderzoek gedaan naar (onbedoelde) lekstromen via de bodem. Lozingen in de bodem vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Door intensivering van toezicht én handhaving in en om de kas willen we een extra stap maken op het opsporen van (onbedoelde) lekstomen. Daarnaast willen we aansluiten bij de risico gestuurde aanpak van het Hoogheemraadschap van Delfland. Om deze lozingen op te sporen, te monitoren, op te heffen en te voorkomen. Daarmee beogen wij ook bij ondernemers de kennis over en het inzicht in (onder andere) lekstromen te vergroten. Onderdeel van deze additionele aanpak is: • Combinatie van integrale controles bij specifieke bedrijven en gebiedscontroles o.b.v. data-analyse. • Meer uitgebreide controles dan reguliere glastuinbouwcontroles met meer ruimte voor een flexibele aanpak al naar gelang wat wordt aangetroffen. • Handhaving conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) daar waar overtredingen worden geconstateerd.
• Ruimte om te experimenteren samen met Hoogheemraadschap Delfland op basis van wateranalyses. • (Gezamenlijke) opleiding. • Communicatie vooraf en tijdens project gericht op bewustwording bij tuinders. • Actieve kennisdeling door samen op één plek aan dit project te werken. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
21 van 54
•
Gebruiken van elkaars expertise data en meetinstrumenten
Het project is voor 4 jaar ontworpen en is in 2023 gestart. Jaarlijkse bijstelling van het uitvoeringsplan zal plaats vinden o.b.v. resultaten van het uitgevoerde project tot dat moment. Opgemerkt wordt dat de realisatie afhankelijk is van de inzet van het Hoogheemraadschap van Delfland binnen de gemeente Midden-Delfland.
4.9 Afspraken ten aanzien van handhaving Bestuursrechtelijke handhaving Handhaving kan bestaan uit een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of de intrekking van een eerder verleende toestemming, inclusief het effectueren van deze beschikkingen. Ook de afhandeling van zienswijzen, voorlopige voorzieningen, bezwaren en beroepen bij deze beschikkingen worden gezien als onderdelen van de handhaving. Nadat een dwangsom is verbeurd, neemt de ODH een beschikking waarin de verbeurde dwangsom wordt ingevorderd ten bate van de gemeente. Ook de aanmaning en het dwangbevel aan de deurwaarder worden door de ODH verstuurd. Afrekening vindt plaats onder aftrek van gemaakte kosten. In geval van bijzonderheden vindt er altijd afstemming plaats met de accounthouder van de gemeente Midden-Delfland. Inzet strafrecht Strafrecht kan ook worden ingezet bij niet naleving. Strafrecht wordt altijd ingezet conform de landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet. Soms als lik-op-stuk beleid, bijvoorbeeld bij het bewust niet keuren van stookinstallaties nadat men via een voorlichtingstraject van deze verplichting op de hoogte is geteld. Of wanneer sprake is van ernstige doelbewuste overtredingen. Er wordt meer inzet van strafrecht verwacht bij ketentoezicht.
De effecten van de Omgevingswet op met name de inzet van Bestuurlijke strafbeschikking milieu zijn op dit moment gedeeltelijk inzichtelijk.
4.10
Overige afspraken
Ten behoeve van elk accountgesprek zal een overzicht worden gegeven van lopende zaken die om extra aandacht vragen en de status van ingezette, bestuursrechtelijke sancties. Daarnaast zal drie keer per jaar een overzicht worden aangeleverd van de dwangsommen en de inning daarvan. Raming van producten, diensten en kosten Toezicht & Handhaving In Bijlage V is een raming van producten, diensten en kosten opgenomen. Voor het programma T&H geldt dat de werkzaamheden deels planbaar zijn en deels vraagvolgend zijn of afhankelijk van de mate van naleving. De genoemde getallen dienen dan ook als een raamwerk te worden beschouwd, dat aan de hand van de concrete ontwikkelingen flexibel en op maat wordt ingevuld. Dat betekent dat de inzet in overleg met de opdrachtgever tussen verschillende taakvelden kan variëren. Het is aan de ODH om ervoor te zorgen dat de totale inzet binnen de totaalraming blijft. In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijke bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan tot herschikking.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
22 van 54
5 Monitoring en indicatoren De ODH informeert haar opdrachtgevers over de voortgang en realisatie van het werkplan. Dit gebeurt aan de hand van de in het dashboard (bijlage VI) weergegeven indicatoren. Op aangeven van het bestuur van de ODH zijn de indicatoren voor alle deelnemers geüniformeerd, er is één set met indicatoren. De indicatoren zijn afgeleid van de afgesproken prestaties, want die worden immers gemonitord 7. Voor de ODH worden prestaties afgesproken in de vorm van producten en diensten. Vanuit dat oogpunt zijn de indicatoren gekoppeld aan de PDC en zij hebben betrekking op de output van de ODH. Monitoring en rapportage vinden zoveel mogelijk plaats op het uitwerkingsniveau van de afgesproken taken en producten zoals die zijn weergegeven in de bijlagen IV en V. Over het werkplan wordt ambtelijk gerapporteerd indien de daadwerkelijke kengetallen (in uren) significant afwijken van de kengetallen (in uren) die voor de begroting zijn gebruikt. Waar sprake is van geen of een beperkte afwijking wordt het kengetal uit de begroting gevolgd. Significante afwijkingen worden ambtelijk besproken. Deze afwijkingen zouden indien ook sprake is van een effect op de totale deelnemersbijdrage ook in VJN of NJN terug kunnen komen.
Er wordt (naast regulier overleg en afstemming) drie keer per jaar gerapporteerd: − 1 Februari (jaarrapportage) − 1 Juni (januari t/m april) − 1 Oktober (januari t/m augustus) De ODH draagt er zorg voor dat de werkprocessen, administratie en informatiesystemen zodanig worden ingericht dat aan de rapportageverplichtingen kan worden voldaan.
In het Ambtelijke Opdrachtgeversoverleg (AOO) zal worden afgestemd of de bestuurlijke vastgestelde KPI’s kunnen worden aangevuld met rapportageparameters die voor het collectief van opdrachtgevers van belang zijn en die door de ODH kunnen worden gegenereerd. 7
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
23 van 54
Bijlage I.
Beleidskaders
Beleidskaders Gemeente Midden-Delfland: Bodem: Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2024-2027 Gemeentelijke geurhinder beleid 2009, vastgesteld Raad d.d. 7 april 2009 [fysiek dossier 2424/1-1] Beleidsregel vaststellen hogere grenswaarden gemeente Midden-Delfland, vastgesteld college d.d. 16 juni 2009 [sc00022984] Geluidsbelastingskaart 2021 EU-richtlijn omgevingslawaai Midden-Delfland, vastgesteld college d.d. 1 november 2022 Definitief actieplan geluid Midden-Delfland 2018-2022, vastgesteld door college d.d. 19 februari 2019. Actieplan geluid Midden-Delfland 2024-2029 (verwachte vaststelling voorjaar 2026) Bodemkwaliteitskaart Harnaschpolder 2019 - 2024 R001-1261890ESM-V03-nda-NL [2019-37736], vastgesteld door Raad op 12 mei 2020 Nota bodembeheer Harnaschpolder 2019 - 2024R002-1269479ESM-V02-nda-NL [2019-37737], vastgesteld door Raad op 12 mei 2020 Bodemfunctiekaart Midden-Delfland 2018-2028, vastgesteld college, d.d. 4 september 2018 [2018-27736] Integraal handhaven praktisch gemaakt, Integraal handhavingsbeleid 2011 – 2015, (bevat handhavingsstrategie en gedoogstrategie (conform model stadsgewest Haaglanden) Regionale probleemanalyse en prioriteiten milieutoezicht 2016-2020 [2015-23016], vastgesteld college op 22 december 2015 [2015-34511] Uitvoeringsbeleid Haaglanden voor de basistaak asbest (september 2019)
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
24 van 54
Bijlage II. Toelichting generieke taakuitvoering T&V Inleiding In deze bijlage wordt een generieke toelichting gegeven op een aantal taken die voor een belangrijk aantal deelnemers wordt uitgevoerd. Dit betreft het generieke deel van de beschrijving, waarin een groot aantal activiteiten van pakket 1 en 2 op uniforme wijze is beschreven. Sommige deelnemers nemen alle taken af, sommige deelnemers slechts een deel ervan. Vergunning, beschikking, maatwerk, melding en informatieplicht In een specifiek aantal wettelijk bepaalde situaties moeten vergunningen of beschikkingen worden aangevraagd en vervolgens worden afgegeven: − Vergunningverlening voor milieubelastende activiteit (Omgevingsvergunning Milieu) voor bedrijven of bedrijfsmatige handelingen −
Beoordelen van meldingen en informatieplichten;
−
Voorbereiden van beschikkingen op aanvragen om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel;
−
Voorbereiden van beschikkingen tot het stellen van maatwerkvoorschriften;
−
Opstellen van mer-beoordelingsbesluiten
−
Beschikking wet bodembescherming bij sanering van of werkzaamheden in verontreinigde grond of grondwater (inclusief BUS, Besluit Bodemkwaliteit etc.) voor overgangsrecht situaties
−
Omgevingsvergunning grondwatersanering
−
Maatwerkbesluit bodemsanering
−
Beschikking ontheffing hogere grenswaarde wet geluidhinder ingeval van een hogere geluidbelasting op onder andere woningen
−
Vergunningen Bodemenergiesystemen (en meldingen), Wateronttrekkingsactiviteiten, Ontgrondingen of voor handelingen in de bodem in Grondwaterbeschermingsgebieden (grondwater)8
−
Beschikkingen en toetsen natuurbescherming en flora- en fauna natura-2000 activiteiten en flora- en faunaactiviteiten (voormalig Wet natuurbescherming)1
−
Vergunningen Oprichten van een Mijnbouwwerk
−
Ontheffingen zoals voor de routering van gevaarlijke stoffen
Deze taken worden hoofdzakelijk uitgevoerd naar aanleiding van concrete aanvragen en zijn dus vraagvolgend. In specifieke situaties kunnen gemeenten of provincie op eigen initiatief, dat wil zeggen ambtshalve, een beschikking nemen of een vergunning afgeven of intrekken. Voor milieuvergunningen wordt het bedrijvenbestand bekeken op (potentieel) gedateerde vergunningen en mogelijk veranderde wet- en regelgeving, op basis waarvan bedrijven worden benaderd om hun vergunning te actualiseren. Waar nodig kunnen aanvullende maatwerkbesluiten worden genomen voor milieubelastende activiteiten. Deze activiteiten zijn dan aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening of het omgevingsplan. Als onderdelen van deze taken worden ook gezien het voeren van vooroverleg en het afhandelen van zienswijze, voorlopige voorzieningen, bezwaren en beroepen. Ook het behandelen van WOO-verzoeken die gerelateerd zijn aan de taakuitvoering door de ODH maken onderdeel uit van het werkpakket. Voor activiteiten met een minder grote impact op het milieu kan in gevallen volstaan worden met een melding aan het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Het bevoegd gezag is verplicht deze melding te beoordelen. Een specifieke categorie meldingen betreft de meldingen voor gesloten energiesystemen. Deze taken worden alleen uitgevoerd naar aanleiding van concrete aanvragen (meldingen).
8
Deze werkzaamheden worden voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland uitgevoerd
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
25 van 54
Milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet (MBA's) kunnen ook meldingsplichtig zijn of onder een informatieplicht vallen. Binnen het domein van de Omgevingswet neemt het aspect BRIKS9 een specifieke plaats in. Voor milieubelastende activiteiten waarvoor de provincie bevoegd is, handelt de ODH namens de provincie de BRIKS taken af. De feitelijke afhandeling van de BRIKS taken voor provinciale milieubelastende activiteiten wordt uitgevoerd door de ODH. Gemeenten hebben voor de provinciale milieubelastende activiteiten wettelijke adviestaken. Deze adviestaak blijft uiteraard bij de gemeenten berusten. Tussen provincie en gemeenten zijn nadere afspraken gemaakt over een vergoeding voor de gemeentelijke advieswerkzaamheden. Toetsingen van onderzoeken en plannen Het betreft het toetsen van onderzoeken op het vlak van natuur of milieu (bodem, grondwater, geluid, licht, lucht, geur, EV/OV, milieubeheer) voor projecten op het gebied van bestemmingsplannen en bouwplannen. De rol van bevoegd gezag voor bouwaspecten en bestemmingsplannen ligt bij gemeenten. Toetsen van onderzoeken ten behoeve van bestemmingsplannen is een verplichte handeling omdat de initiatiefnemer op basis van de regelgeving moet onderbouwen en laten toetsen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, ook op de aspecten milieu en natuur.
In een aantal gevallen vinden dergelijke toetsingen ook plaats als onderdeel van het MER/mer-proces. Toetsen van onderzoeken voor concrete bouwplannen kent voor de aspecten geluid en bodem een wettelijke verplichting met een impact op het al dan niet “ontvankelijk” verklaren van de aanvraag of zelfs het niet mogen afgeven van de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen). Toetsingen vinden plaats naar aanleiding van concrete aanvragen vanuit de gemeentelijke bouw- of RO-afdelingen of als onderdeel van de Omgevingswet-procedure. Het toetsen van geluidaspecten voor bouwplannen aan het Bouwbesluit (bouwfysica) behoort tot de taak van gemeenten bij het afhandelen van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Vanwege de specifiek beschikbare expertise bij de ODH zijn deze toetsen onderdeel van het af te nemen takenpakket. In de POV is voor specifieke gevallen bij bouwaanvragen een risicobeoordeling grondwaterverontreiniging voorgeschreven, waarvan de uitvoering bij ODH is belegd. Verder vinden er toetsingen plaats van milieuonderzoeken (bodem, grondwater, geluid, licht, lucht, geur, EV/OV, milieubeheer) voor projecten van derden of van eigen onderdelen van gemeenten in het kader van; − (Grond)werkzaamheden in de openbare ruimte (grondwerk, wegreconstructies) −
Aan-/verkoop van terreinen
−
Treffen van
noodzakelijke milieumaatregelen
(bodemsanering,
grondwateronttrekkingen,
sanering
geluidknelpunten, oplossen luchtknelpunten, saneren EV-knelpunten) Grondslag hiervoor is wederom de wet- en regelgeving die bijvoorbeeld initiatiefnemers verbiedt om werkzaamheden op of in ernstig verontreinigde grond uitvoeren of zonder melding/goedkeuring niet-schone-grond te verplaatsen en elders te verwerken. Werkzaamheden in en nabij grondwater- of natuurbeschermingsgebieden, waterwin- en stiltegebieden zijn aan restricties gebonden. Ook verbiedt de regelgeving om geluid gevoelige bestemmingen te realiseren op hoog geluidbelaste locaties. Initiatiefnemers moeten hun plannen ter toetsing voorleggen aan de bevoegde overheid. Toetsingen vinden plaats naar aanleiding van concrete aanvragen. Inbreng milieu in RO Deze taak heeft onder andere betrekking op het inbrengen van specifieke kennis in een vroegtijdig stadium van diverse onderzoeken (bodem, geluid, licht, lucht, geur, EV/OV, milieubeheer, natuur) bij ruimtelijke (ontwikkel)plannen zoals Omgevingsplan en Projectbesluiten (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Het toetsen van onderzoeken in deze processen valt onder het “toetsen”.
9 BRIKS staat voor Bouwen, Reclame, Inrit, Kap, Sloop
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
26 van 54
De inbreng van de ODH op de milieu aspecten in het ruimtelijk ontwikkelingsspoor (Milieu en RO) heeft een tweeledig karakter. Zo kunnen effecten van bestaande bedrijven (milieubelastende activiteiten) op beoogde ruimtelijke ontwikkelingen worden beschouwd. Te denken valt aan de invloeden op het vlak van geluid, geur, veiligheid op omliggende ontwikkelingen. Daarnaast zullen de milieueffecten van de ruimtelijke ontwikkelingen op zichzelf moeten worden beschouwd. Zo wordt vroegtijdig in ruimtelijke plannen kenbaar gemaakt waar mogelijk in een latere fase knelpunten (zouden) kunnen ontstaan met betrekking tot milieuregels. Om hieraan tegemoet te komen wordt vroegtijdig en proactief specifieke kennis ingebracht richting de gemeentelijke RO- en de provinciale beleidsafdelingen. Op specifiek verzoek van gemeenten worden quick scans uitgevoerd naar mogelijke aandachtsvelden en/of potentiële knelpunten bij de beoogde ontwikkelingen. Steeds meer wordt deelgenomen aan (voor)overleg of aan vergunningentafels waar (ontwikkel)initiatieven worden besproken. Verder is een initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling in een aantal wettelijk bepaalde situaties verplicht om een MER/mer uit te voeren en daarin de milieuaspecten af te wegen. Het bevoegde gezag MER (veelal gemeenten, soms provincie) dient vervolgens die afwegingen te toetsen.
Uitvoering vindt in beginsel plaats aan de hand van concrete aanvragen vanuit bevoegd gezag MER. Het kan voorkomen dat in een MER- of mer-traject een vroegtijdige inbreng van specifieke milieukennis nodig is om een goed plan te kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt veelal op verzoek van de initiatiefnemers (meestal RO- of Beleidsafdelingen van gemeenten). Parallelle betrokkenheid bij zowel de toetsing van onderzoeken en het inbrengen van specifieke kennis is mogelijk, zolang beide sporen (MER en initiatief) strikt gescheiden blijven. Voor gemeenten bestaat de rol van de MER/mer-fase hoofdzakelijk uit het inbrengen van milieu expertise en het toetsen van concrete onderzoeksrapporten. Voor de provincie gaat die rol verder en verzorgt de ODH ook de begeleiding en coördinatie van MER-procedures. Het voorbereiden en nemen van besluiten of een MER beoordeling aan de orde is, wordt voor primaire besluiten waarvoor de ODH reeds is gemandateerd en voor situaties onder de zogenaamde drempelwaarde door de ODH uitgevoerd. Programmatische uitvoering bodemsanering De programmatische uitvoering van bodemsanering (aanpak vangnetgevallen) waar sprake is van overgangsrecht, berust bij de provincie en in een enkel geval bij een gemeente (Den Haag). De provincie heeft deze taak overgedragen aan de ODH. Den Haag voert de programmatische uitvoeringstaak zelf uit.
Met het sluiten van het Bodemconvenant en in vervolg daarop de Bestuurlijke afspraken Bodem en Ondergrond liggen er afspraken over het onderzoeken en aanpakken van spoedlocaties. De bevoegde gezagen Bodem(sanering) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van deze afspraken binnen hun grondgebied en de inzet van de daarbij horende middelen. Voor nieuw ontdekte historische spoed locaties zijn gemeenten verantwoordelijk die daarvoor dan een aanvraag kunnen doen via SPUK bodem. Bewerken en bijhouden milieu- en bodeminformatie De ODH verzamelt bij haar taaktuitvoering veel data en ontwikkelt een brede expertise op onderwerpen als externe veiligheid, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, bodem, grondwater, natuur. Voor zowel opdrachtgevers als ook de ODH is het essentieel om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van betrouwbare milieugegevens, te borgen. De uitkomsten van bodemonderzoek en de resultaten van bodemsanering moeten worden vastgelegd in een bodeminformatiesysteem. Voor een deel wordt deze informatie gebruikt voor de verantwoording van de taakuitvoering richting het Rijk. Verder moet er informatie over publiekrechtelijke beperkingen worden vastgelegd of worden doorgegeven aan het Kadaster. Daarnaast is deze informatie belangrijk voor derden die een informatiebehoefte hebben aangaande de kwaliteit van de bodem op een perceel of in een gebied.
Bij de ODH beschikbare bodemdocumenten worden via het programma Bodem-Informatie-Online (BIO) op geobasis digitaal beschikbaar gesteld. Daarmee wordt in belangrijke mate tegemoet gekomen aan de (bodem)informatiebehoefte vanuit derden en hun wens om zelf deze informatie te kunnen inzien. De gemeenten Delft, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp voeren zelf nog een deel van de bodemtaken uit, zodat de via BIO beschikbaar gestelde bodemdocumenten onvolledig zijn.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
27 van 54
Ook worden gegevens over bedrijven in een milieu informatiesysteem bijgehouden. Een specifiek onderdeel hiervan is het bijhouden van de risicokaart EV die via Geoweb beschikbaar is. Verder worden gegevens van grondwateronttrekkingen en bodemenergiesystemen vastgelegd in het geografisch georiënteerde deel van het ODH-zaaksysteem en het Landelijk Grondwater Register (LGR) en daarmee in de Basisregistratie Ondergrond (Bro). De Bro is een centrale registratie met eenduidige, betrouwbare data en informatie over de Nederlandse ondergrond. Overheden leggen voor dezelfde objecten dezelfde, betrouwbare, algemene gegevens vast. Vanuit één centrale digitale plek, de landelijke voorziening, kunnen gebruikers gegevens opvragen voor informatie over bodem en ondergrond. Het aanleveren van Milieukwaliteit wordt vanaf 1 juli 2025 verplicht. Er zijn hierbij 2 registratieobjecten: Milieu hygiënisch bodemonderzoek en Overheidsbesluiten bodemverontreiniging. Het is nodig te coördineren dat alle gegevens afgestemd zijn en we voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Voor de gemeente Den Haag, Zoetermeer, Westland, Midden-Delfland, Rijswijk, Zoetermeer, Wassenaar en de provincie Zuid-Holland voert de ODH tevens gegevens in het bodeminformatiesysteem en zet zij bestanden om in het juiste format.
De ODH verzorgt ten behoeve van de Haaglanden gemeenten de toegang tot de Nationale Databank voor Flora en Fauna (NDFF). Inbreng in beleid(programma’s) Naast de uitvoering van de wettelijke VTH-taken hebben gemeenten en provincie ook eigen milieubeleid. Daarin zijn doelstellingen geformuleerd op de terreinen van klimaat, luchtkwaliteit, externe veiligheid, stikstofdepositie, energie, duurzaamheid en meer. In diverse programma’s worden acties uitgewerkt om die doelstellingen te bereiken. Voor de uitvoering van deze beleidsprogramma’s is van tijd tot tijd deskundigheid nodig die bij de ODH vanuit de wettelijke taakuitvoering beschikbaar is. Inzet geschiedt op gerichte verzoeken vanuit de gemeente en provincie, veelal vanuit de beleidsafdelingen. Te denken valt aan inzet voor het Actieplan geluid, Actieplan luchtkwaliteit, monitoring en meetstrategie luchtkwaliteit (onder andere in het kader van NSL), afstemming RO en milieu (Mer/mer), inhoudelijke ondersteuning (bodem, externe veiligheid, geluid, lucht, RO, natuur), ondersteuning provinciale beleidsafdelingen voor het grondwaterbeleid en of natuurbeschermingsbeleid of de technische voorbereiding en uitwerking van het beleidskader VTH. In een aantal gevallen vindt gerichte ondersteuning plaats bij de uitwerking van beleid, het opstellen van beleidsregels (verordeningen) of het voorbereiden op komende wijziging van regels.
Ook de ondersteuning van opdrachtgevers bij de invoering en implementatie van de landelijk geldende kwaliteitscriteria of veranderingen in wetgeving maakt hier onderdeel van uit. Daarnaast wordt zeer specifieke kennis ingebracht op aspecten als het geluidzonebeheer van industrieterreinen, het hogere grenswaardenbeleid, het transport van gevaarlijke stoffen en externe veiligheid in het kader van RRGS. Inbreng in crisisorganisatie Inbreng vanuit de ODH in de gemeentelijke regionale crisisorganisatie maakt primair onderdeel uit van het programma T&H. Voor een toelichting wordt naar dat programma verwezen. T&V levert de inbreng van inhoudelijke (advies)capaciteit ter ondersteuning de crisisorganisatie. Gedacht kan worden aan specifieke expertise op de gebieden als (externe) veiligheid, grond, grondwater, natuur. Deze inzet is dus aanvullend op de inzet vanuit het programma T&H. Bestuurlijke ondersteuning Indien burgers een brief schrijven aan het bestuur, als raadsleden vragen stellen aan het bestuur of als de Raad of de Staten schriftelijke vragen stellen aan het bestuur, worden de vakinhoudelijke deskundigen van de ODH gevraagd om de beantwoording van deze brief inhoudelijk vorm te geven. Deze bestuurlijke brieven hebben veelal een eigen beantwoordingprotocol (routing en tijdsplanning) vanuit de betreffende gemeente of provincie.
Daarnaast kunnen bestuurlijk gevoelige dossiers, zoals prioritaire ontwikkelplannen of complexe vergunningssituaties, vragen om specifieke inhoudelijke ondersteuning naar het bestuur, meestal het College. Dat kan zijn in de vorm van inhoudelijke notities, overleg met bestuurders of ondersteuning bij gesprekken met derden. Voor beantwoording van persvragen levert de ODH de inhoudelijke beantwoording en verzorgen de communicatiemedewerkers van de opdrachtgevers de beantwoording. Persvragen die gericht zijn op de ODH als organisatie worden door de ODH afgehandeld. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
28 van 54
Participeren in netwerken en overleggen Vanuit de wettelijke taakuitvoering neemt de ODH deel aan allerlei (netwerk)overleggen binnen gemeenten of provincie, in de regio en landelijk. Voor T&V ligt het accent op overleggen gericht op de (keten)samenwerking met partners als bouwafdelingen, bestuursdiensten, de VRH en GGD Haaglanden. Landelijke overleggen richten zich vooral op de VNG, G-4 en PMGG. Op provinciaal niveau betreft het overleggen van het IPO en overleggen gericht op beleidsuitwerking, PGS en Seveso. Ook wordt deelgenomen aan netwerken en overleggen die gericht zijn op het uitwisselen, beheren en uitbouwen van kennis. Het gaat dan om landelijke kennisnetwerken op specifieke vakgebieden zoals bodem, groen, geluid, OV etc. of om kennisnetwerken binnen het stelsel van OD’s, IPO of VNG. Daarnaast organiseert ODH het Bodemplatform Haaglanden, waarin met de deelnemers in de ODH afstemming plaatsvindt over bodem gerelateerde zaken. Informatiehuishouding Ten behoeve van goede informatie-uitwisseling werkt de ODH aan continue doorontwikkeling op het gebied van data (kwaliteit), informatievoorziening en Geo -ontsluiting.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
29 van 54
Bijlage III. Toelichting generieke taakuitvoering T&H In deze bijlage wordt een generieke toelichting gegeven op een aantal taken die voor een belangrijk aantal deelnemers worden uitgevoerd. Dit betreft het generieke deel van de beschrijving, waarin een groot aantal activiteiten van pakket 1 en 2 op uniforme wijze is beschreven. Sommige deelnemers nemen alle taken af, sommige deelnemers slechts een deel ervan. Preventief milieutoezicht aan de hand van risico’s Bedrijven/instellingen/burgers zijn wettelijk verplicht om de milieuregelgeving na te leven. De bevoegde overheid is wettelijk verplicht hierop toe te zien. Indien geconstateerd wordt dat regels niet worden nageleefd wordt opgetreden (gehandhaafd). Het milieutoezicht richt zich in principe op alle bedrijven/instellingen en vastgoedeigenaren met locaties waar milieubelastende activiteiten plaatsvinden en op activiteiten die bij onjuiste uitvoering schadelijk zijn voor het milieu. Voor het programma T&H geldt dat de werkzaamheden deels te plannen zijn en voor een deel afhankelijk zijn van klachten, incidenten of aanvragen en meldingen. Dat betekent dat bij het toedelen van de capaciteit tussen verschillende taakvelden getracht is rekening te houden met een vaste inzet van capaciteit en een flexibele inzet. Het is aan de ODH om ervoor te zorgen dat de totale benodigde capaciteit binnen de totaalraming blijft.
In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijk bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan om op basis van gewijzigde aantallen ook de besteding anders in te vullen. In de Omgevingswet is opgenomen dat het handhavingsbeleid van een gemeente gebaseerd moet zijn op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving. Ook dient het handhavingsbeleid inzicht te geven in de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Het uitvoeren van een dergelijke probleemanalyse is een cyclisch proces, eens in de vier jaar dient er een analyse plaats te vinden. In 2024 is daarom gezamenlijk met de deelnemers een nieuwe probleemanalyse met prioriteitstelling opgesteld, deze is in november 2025 ter vaststelling aangeboden aan de colleges van B & W. Onderdeel van deze nieuwe probleemanalyse is een naar aanleiding van de laatste inzichten geactualiseerde risicomethodiek voor toezicht bij bedrijven. De nieuwe risicomethodiek bedrijven is gebaseerd op het landelijke model (product van IBP-VTH Pijler 5: Onafhankelijk Toezicht en uitvoering) waarbij bedrijven worden gescoord op naleefgedrag, milieurelevantie en laatste controle. Hoe hoger de totaal score des te hoger het bedrijf op de prioriteitenlijst komt om te controleren.
Met de probleemanalyse wordt een risico gerichte inzet van de beschikbare capaciteit gerealiseerd, waarbij het de bedoeling is dat in beginsel dezelfde soort milieubelastende activiteiten in de hele regio onderworpen worden aan eenzelfde toezichtregime. Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) wil met vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) beter aansluiten bij de milieudoelen van de gemeenten en provincie. Daarom is een regionaal uitvoeringsprogramma (RUP Haaglanden) opgesteld. Dit sluit aan bij de landelijke oproep uit het Interbestuurlijk Programma VTH voor één uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie per omgevingsdienst en voldoet aan de wettelijke eisen uit het Omgevingsbesluit. Het RUP Haaglanden helpt ODH bovendien om te voldoen aan de robuustheidscriteria. De volgende prioriteiten zijn opgenomen in het regionaal uitvoeringsprogramma 2026-2029 o Waterkwaliteit o Luchtkwaliteit o Geluid o Omgevingsveiligheid Deze thema’s zijn gekozen omdat de deelnemers hier een gezamenlijk, regionaal belang hebben en ODH met de uitvoering van VTHA-taken maatschappelijke impact kan maken. In het RUP Haaglanden zijn voor deze prioriteiten doelen geformuleerd en is beschreven welke VTHA-activiteiten ODH daarvoor gaat uitvoeren. Tot slot zijn er ook KPI’s benoemd waarop ODH gaat monitoren en rapporteren aan de deelnemers.
Deze KPI’s zijn zo veel mogelijk outcomeWerkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
30 van 54
gericht geformuleerd. Op deze wijze wordt de meerwaarde van de samenwerking binnen onze regio versterkt. Het RUP wordt op 27 november 2025 in het AB vastgesteld. Omdat het een uitvoeringsprogramma is, hoeven colleges, raden of staten dit niet apart te bekrachtigen. Daarnaast wordt in overleg met de gemeenten en/of aan de hand van een opgestelde startbrief capaciteit ingezet voor het realiseren van gebied specifieke wensen en speerpunten. Dit is altijd aanvullende inzet boven op de regionale basis. Globale beschrijving risicomodel t.b.v. toezicht op bedrijven Milieurelevantie
Naleefgedrag
Laatste controle
MBA/branche
Bestuurlijke handhaving
0 t/m 12 maanden geleden
Afgegeven afval
Eigen controle resultaten
Meer dan 12 maanden geleden
Totale stookvolume
Controle resultaten andere diensten
Energieverbruik
Klachten signaal
Type bedrijf (vergunning, EV, PRTR)
Ongewoon voorval Recidive
De score per bedrijf wordt bepaald door de drie hoofdvariabelen (milieu relevantie, naleefgedrag en laatste controle) met elkaar te vermenigvuldigen. Elke hoofdvariabele is opgebouwd uit een aantal onderdelen die ieder op grond van wat er speelt bij een bedrijf een score toegekend krijgen. Hieronder zijn een tweetal voorbeelden opgenomen van de scores per onderdeel. De opbouw de scores van alle onderdelen kunt u nagaan in de Bijlage IX. Score type bedrijf Type bedrijf
Punten
Niet meldingsplichtig (voorheen type A)
0
Meldingsplichtig (voorheen type B)
0
Vergunningsplichtig (voorheen type C)
1
Externe veiligheid
1
PRTR
1
Score LHSO LHSO
Punten
Geen overtredingen (n.v.t.)
0
A1
0,5
A2, B1
1
A3, B2, C1
1,5
A4, B3, C2, D1
2
B4, C3, D2
3
C4, D3
4,5
D4
6
De ODH geeft invulling aan integraal toezicht door daar waar nodig samen te werken met toezichthouders van verschillende beleidsterreinen (product gestapeld toezicht). De omschrijving gestapelde wetgeving zou een betere omschrijving zijn, aangezien meerdere wettelijke kaders voor meerdere bevoegde gezagen door één toezichthouder worden gecontroleerd. Minimaal worden bevindingen die buiten de milieutaken van de ODH vallen gemeld aan de bevoegde instanties. In specifieke situaties wordt gezamenlijk opgetreden met handhavingspartners, soms planmatig en dus opgenomen in dit werkplan bij het product integrale controle/gestapeld toezicht, soms op ad hoc basis. Binnen de glastuinbouwsector wordt vooral planmatig met het hoogheemraadschap samengewerkt.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
31 van 54
Sinds een aantal jaren is de samenwerking met het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) geïntensiveerd. Het HEIT is een samenwerkingsverband tussen gemeente, politie, Douane, Belastingdienst, energiebedrijf Stedin, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), UWV en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Naast deze partijen neemt ook de ODH sinds 2017 deel aan het HEIT. Hiermee levert de ODH een bijdrage aan het terugdringen van de zogenoemde georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Ook werkt de ODH samen met gemeenten bij zogenaamde integrale handhavingsacties (IHA’s), gericht op verbeteren van de leefomgeving en terugdringen van ondermijnende activiteiten. Binnen het domein van de Omgevingswet neemt het aspect BRIKS (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen, Slopen) een specifieke plaats in. Gemeenten handelen het leeuwendeel van de BRIKS-activiteiten op hun grondgebied zelf af, omdat zij daarvoor het bevoegd gezag zijn. Voor provinciale milieubelastende activiteiten is de provincie het bevoegd gezag. De afhandeling van de BRIKS taken voor provinciale milieubelastende activiteiten wordt uitgevoerd door de ODH. In de bouwregelgeving zijn een tweetal verplichtingen opgenomen nl. Label C en EPBD, waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is.
Er zijn echter raakvlakken met de al bestaande wettelijke verplichtingen voor energiebesparing door bedrijven, zoals de Energiebesparingsplicht en de Informatieplicht energiebesparing. Om die reden heeft een aantal gemeenten het toezicht op label C en de EPBD bij de ODH ondergebracht. Het Rijk heeft via kwaliteitseisen vooraf vastgelegd aan welk kwaliteitsniveau de uitvoering dient te voldoen. De ODH draagt er zorg voor dat de taakuitvoering steeds voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen. De wijze van uitvoering van de werkzaamheden zijn bij de ODH grotendeels procesmatig vastgelegd doordat we werken in OpenWave. In de geautomatiseerde werkprocessen zijn de interne kwaliteitscontroles (vier ogen principe) van collegiale toetsers en teamleiders vastgelegd. Het kwaliteitsmanagementsysteem is voltooid. De kwaliteit van onze werkzaamheden, in aanvulling op de huidige interne kwaliteitscontroles, zal worden geborgd middels het regelmatig uitvoeren van interne audits, kwaliteitsmetingen en de jaarlijkse management review. Daarnaast wordt cyclisch klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Opgemerkt wordt dat voor het werkveld bodem eveneens kwaliteitsborging plaatsvindt in het kader van het normblad SIKB 8000. De eisen betreffen een nadere uitwerking van de kwaliteitsmanagementprincipes toegespitst op provinciale en gemeentelijke taken voor bodem en ondergrond.
Toezicht: repressief In de naleefstrategie (preventie, toezicht en sanctie) is vastgelegd langs welke weg de ODH tot naleving van de taken moet gekomen. In het programma is dan ook op basis van ervaringscijfers rekening gehouden met hercontroles (controle na geconstateerde overtreding) en indien de overtreding voortduurt of als het een controle betreft van een last onder dwangsom, de sanctiecontroles. Klachtbehandeling; Overlast meldingen en de bereikbaarheidsdienst De omwonenden die overlast ondervinden van locaties met MBA’s hebben de mogelijkheid via een online webformulier, via 0888-333555, of via de front office van de eigen gemeente, te melden dat zij zich gehinderd voelen. Naar aanleiding van deze melding neemt de ODH binnen drie werkdagen contact op om de klacht door te spreken en een verdere aanpak van de klacht te bespreken. Vervolgens wordt de overlastmelding toegewezen aan een behandelaar. Om vast te stellen of milieunormen worden overschreden wordt daarna een afspraak gemaakt om ter plaatse een onderzoek uit te voeren en nagegaan of (gedrags-)voorschriften worden nageleefd.
Bij locaties waarbij een last onder dwangsom is opgelegd of waarbij de overtreding moeilijk is vast te stellen krijg(t/en) de melder(s) een telefoonnummer tot hun beschikking waarmee gedurende een vooraf afgestemde periode, 24 uur per dag, een wachtdienstmedewerker kan worden opgeroepen om onderzoek in te stellen. In die gevallen dat uit klachtpatronen of gebiedsgerichte monitoring de indruk wordt gekregen dat de naleving achteruitgaat en overlast toeneemt, neemt de intensiteit van het toezicht op een goede bedrijfsvoering toe. Daarvoor worden verschillende middelen ingezet. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
32 van 54
Bereikbaarheidsdienst betreft het zich, 24/7 en met name buiten kantooruren (8.00 – 17.00 uur) beschikbaar houden voor het (in voorkomende gevallen) verrichten van toezicht (inclusief geluidmetingen) bij bedrijven en/of bedrijfsmatige activiteiten met MBA’s. Het milieuklachten nummer is in heel de provincie gelijk 0888-333555. De milieutelefoon zal (o.b.v. postcode van de beller) binnen de ODH worden beantwoord. Gedurende de kantoortijden zal de milieutelefoon worden opgenomen door de administratieve medewerkers (team Intake & Procedure) van de afdeling Toezicht & Handhaving. Na kantoortijden zal deze telefoon worden doorgeschakeld naar de DCMR. De volgende werkdag levert de DCMR-meldkamer via overlast@odh.nl een lijst van de buiten kantoortijden binnengekomen overlastmeldingen. In 2022 is de communicatie tussen DCMR en ODH in hogere mate worden geautomatiseerd zodat overlastmeldingen sneller kunnen worden opgepakt binnen de ODH. Uiteraard worden overlastmeldingen met een spoedkarakter door de DCMR direct doorgeschakeld naar de dienstdoende wachtdienst medewerker. Ongewone voorvallen Op het moment dat door omstandigheden de mogelijkheid ontstaat dat een locatie met MBA’s niet aan de geldende voorschriften kan voldoen en hierdoor mogelijke schade kan ontstaan aan het milieu en/of de leefomgeving, dient hiervan melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag.
Aangezien de ODH de milieutaken uitvoert voor de gemeenten en Provincie Zuid-Holland, dienen ook deze meldingen te worden gedaan bij de ODH. Hiertoe is naast het nummer 0888-333555 ook een digitaal meldingsformulier beschikbaar. Bedrijven en instellingen dienen ernstige voorvallen telefonisch te melden maar krijgen daarnaast ook de mogelijkheid om minder spoedeisende meldingen via het e-formulier door te geven aan de ODH. Via het Digitaal Stelsel Omgevingsweg (DSO) kan eveneens melding worden gedaan van ongewone voorvallen. Nadat een melding is ontvangen wordt door de ODH beoordeeld of de melding aanleiding is voor een controle na voorval. Deze controles zijn er vooral op gericht om te controleren of er voldoende maatregelen zijn getroffen om eventuele milieuschade te voorkomen dan wel om schade aan het milieu te herstellen en om te voorkomen dat dergelijke incidenten vaker optreden. Als een voorval niet terstond is gemeld door het bedrijf waar het voorval zich heeft voorgedaan en de ODH toch ter plaatse onderzoek/toezicht heeft uitgevoerd (bijv. na een oproep VRH of OvD (Officier van Dienst) gemeente) dan vindt dit toezicht plaats via aspectcontrole “ongewoon voorval”. De locatie met MBA’s waar het voorval plaats vond wordt daarna tenminste gewezen op de formele meldingsplicht van de Omgevingswet.
Toezicht: Bodembescherming en -kwaliteit De ODH controleert in opdracht van de gemeenten toepassingslocaties van grond, baggerspecie en bouwstoffen, als ook saneringslocaties en ondergrondse tanks in de regio Haaglanden. Het gaat hierbij om locaties waarbij sprake kan zijn van humane, ecologische en verspreidingsrisico´s. Bij sommige gemeenten worden tevens gebiedsgerichte controles uitgevoerd ten einde verspreidingsrisico’s te voorkomen. Controles worden zoveel als mogelijk op locatie uitgevoerd aan de hand van de prioriteitstelling zoals beschreven in de Uitvoeringsstrategie Bodem 2024-2027. Tevens worden ten behoeve van het administratieve deel van de controle documenten, certificaten, keuringen etc. opgevraagd en geverifieerd. Onder de Wet bodembescherming waren alle provincies en 29 grote gemeenten bevoegd gezag. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeenten in Nederland bevoegd gezag voor bodem (voormalig Wbb en Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De gemeenten worden bevoegd gezag voor een viertal milieubelastende activiteiten: graven (zonder saneringsdoelstelling), saneren (met de bedoeling de bodemkwaliteit te verbeteren), opslaan van grond en baggerspecie en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie.
De provincie blijft het bevoegd gezag voor lopende saneringen, voor reeds ingediende saneringsplannen, lopende nazorgplannen en voor locaties waar op basis van een beschikking op een evaluatierapport sprake is van actieve of passieve nazorg voor reeds gemelde BUS-meldingen. Ook voor grondwater is het bevoegd gezag de provincie
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
33 van 54
Controle op bodemsaneringen en lozingen bij bodemsaneringen in het kader van de Omgevingswet betreft het toezicht op saneringen als gevolg van calamiteiten, die acuut moeten worden gesaneerd. Een belangrijk onderdeel is het nagaan van de bestemming van de (sterk) verontreinigde grond. Het toezicht richt zich ook op de vraag of de sanering conform de eisen wordt uitgevoerd en de bodemkwaliteit na afloop (volledig) is hersteld. Controle op saneringen van ondergrondse tanks. Tijdens de controle wordt gecontroleerd of het wettelijk voorgeschreven bodemonderzoek is bijgevoegd, een eventuele bodemverontreiniging wordt verwijderd en de betrokken partijen een erkenning hebben om de werkzaamheden te mogen uitvoeren. Controle van toepassingen van grond. De Omgevingswet stelt regels aan het toepassen en tijdelijk opslaan van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie. Een belangrijk onderdeel van de controle is constateren of de gemelde grond daadwerkelijk wordt toegepast en of er geen grond wordt gemengd met andere partijen grond. Dit wordt onder andere gedaan door het controleren van de transportformulieren en een bezoek aan de herkomst- en toepassingslocatie. Gebiedsgerichte controle op bodemactiviteiten. Om verspreidingsrisico’s te voorkomen worden gebiedsgerichte controles uitgevoerd. Daarnaast kunnen illegale bodemactiviteiten worden waargenomen en waarop direct actie ondernomen.
Per gemeente wordt minimaal 1 gebiedsgerichte controle uitgevoerd. Op verzoek van de gemeente kan dit aantal verhoogd worden. Gesloten bodemenergiesystemen Gesloten bodemenergiesystemen (GBES) en open bodemenergiesystemen (OBES) zijn typen duurzame klimaatvoorzieningen voor een gebouw. Bij deze systemen wordt een “eigen ruimte” in de bodem gebruikt om warmte in op te slaan en uit te onttrekken. Het verschil tussen beide systemen is dat bij een OBES er grondwater uit de grond wordt onttrokken, terwijl bij GBES er sprake is van een gesloten systeem waardoor er geen onttrekking aan het grondwater is. Toezicht op de aanleg van nieuwe installaties beperkt de kans dat er nadelige gevolgen – bijvoorbeeld negatieve interferentie met andere of nieuwe installaties - voor de ondergrond ontstaan. Uitvoering van toezicht en handhaving op GBES is per 1 januari 2024 een basistaak van de ODH. Het toezicht zal zich met name richten op systemen met een vermogen van > 70 kWh aangezien deze installaties een jaarlijkse rapportageplicht hebben. Indien de uitvoerende partij van het boren en aanleg van een bodemenergiesysteem, niet beschikt over de juiste certificaten, geeft de ODH een signaal af richting IL&T. Natte koeltorens Natte koeltorens vormen een aparte categorie in verband met het risico voor de leefomgeving en de volksgezondheid. Deze worden daarom jaarlijks gecontroleerd.
Puinbreken Mobiele puinbrekers worden op slooplocaties ingezet om de steenachtige fractie van bouw- en sloopafval te breken tot puingranulaat. Het puingranulaat kan worden toegepast als bouwstof in beton of in de wegenbouw. ODH heeft geconstateerd dat het naleefgedrag bij gemelde werkzaamheden goed is. De laatste jaren zijn er nauwelijks overtredingen vastgesteld. Daarom kan volstaan worden met steekproefsgewijze controles. Toezicht op asbestsaneringen Uit de in 2023 uitgevoerde evaluatie van het toezicht op asbestsaneringen kwam naar voren dat bij incidenteel asbest toezicht naar aanleiding meldingen van bijv. omwonenden ernstigere overtredingen worden geconstateerd dan bij regulier asbesttoezicht. De meeste voorkomende overtreding die werd aangetroffen bij incidenteel asbest toezicht was het ondeskundig of illegaal verwijderen van asbest. Op de tweede plaats stond het verwijderen of in afwijking van de sloopmelding, asbest slopen. Deze overtredingen brengen grote, directe risico’s met zich mee voor de leefomgeving. Hiermee onderscheidt het incidenteel toezicht zich duidelijk van het toezicht naar aanleiding van sloopmeldingen, waar veelal administratieve overtredingen met minder risico’s voor de leefomgeving worden geconstateerd.
De kans om zware overtredingen op het spoor te komen is bij incidenteel toezicht dus veel groter dan bij het ‘reguliere’ toezicht naar aanleiding van sloopmeldingen. Daarom is vanaf 2024 minder inzet gepleegd op het Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
34 van 54
reguliere toezicht en meer op informatie gestuurd en risicogericht toezicht met het doel om illegale saneringen aan het licht te brengen. Dit wordt in 2026 voortgezet. Duurzaamheid Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 veranderen de regels rondom energiebesparingsplicht. Vanaf 1 januari 2024 wordt de energiebesparingsplicht gereguleerd in de Omgevingswet via het Bal en Bbl. De gebouw gebonden eisen zijn opgenomen in het Bbl en de faciliteiten en procesmaatregelen zijn opgenomen in het Bal. Toezicht op de energiebesparingsplicht, is standaard onderdeel van de reguliere integrale Ow (Omgevingswet)-controles en de inventariserende controles. De besparingsverplichting geldt voor panden/locaties met MBA’s. In de praktijk is dat ieder pand/locatie met MBA’s die meer dan 50.000 kWh elektriciteit en of meer dan 25.000 m³ aardgas verbruikt. Het betreft niet alleen ondernemers, maar ook bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen. Per 1 december 2023 moeten alle bedrijven met energieverbruik groter dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m3 gas, (wederom) voldoen aan de informatieplicht energiebesparingsplicht via het Eloket van het RvO. Daarnaast is er een onderzoeksplicht energiebesparingsplicht voor de zeer grote energieverbruikers.
Het toezicht op energiebesparingsplicht richt zich primair op het reduceren van energieverbruik, energie die niet wordt gebruikt hoeft niet te worden opgewekt. Bij regulier toezicht wordt met name gekeken naar naleving administratieve plichten (informatieplicht en onderzoeksplicht) terwijl bij duurzaamheidstoezicht inhoudelijk kijkt naar alle mogelijke energiebesparende maatregelen. Naleving van de informatieplicht en onderzoeksplicht wordt tijdens de duurzaamheidscontroles eveneens gecontroleerd, daarnaast wordt gericht stimuleringsbrieven gestuurd naar ondernemers/vastgoedeigenaren als vermoed wordt dat nog niet is voldaan aan de informatieplicht of onderzoeksplicht. Duurzaamheidscontroles nemen in tegenstelling tot reguliere controles meer tijd in beslag; fysieke controle, administratieve ondersteuning, beoordeling rapportages en plannen van aanpak en handhaving. Tevens dient er monitoring van de voortgang op het gebied van duurzaamheid (energie en vervoersmanagement) bij de bezochte bedrijven plaats te vinden. In het verlengde van de Energiebesparingsaanpak Bedrijven bewandelt de ODH diverse paden om vanuit de kerntaken meer bij te dragen aan een duurzamere leefomgeving. Duurzame ontwikkeling is op veel thema’s een integrale opgave voor de regio. Uitgangspunt is om gemeenten en provincie te ondersteunen bij het halen van duurzame doelen.
Te denken valt aan thema’s die lokale grenzen overschrijden als milieurendement (energie en grondstoffen) en de milieudruk (op klimaat en kwaliteit lucht, water en bodem), een gezonde leefomgeving draagt bij aan een aantrekkelijke vestigings- en verblijfsregio. Ook mogen duurzaamheidsambities niet belemmerd worden door wet- en regelgeving. In november 2022 heeft het bestuur een nieuw programma duurzaamheid vastgesteld. Doel van het Duurzaamheidsprogramma 2023-2026 is de gemeenten in Haaglanden en de provincie Zuid-Holland te ondersteunen bij hun duurzaamheidsopgaves, door het opzetten van samenwerking- en uitvoeringsprojecten. Bestuursrechtelijke handhaving De bestuursrechtelijke handhaving is een direct (in veel gevallen een rechts-) gevolg van het houden van toezicht. Bij geconstateerde gebreken heeft de bevoegde overheid een beginselplicht om handhavend op te treden en de overtreding te doen beëindigen. De bevoegde overheid kan ook door derden worden gedwongen om handhavend op te treden, op basis van handhavingsverzoeken. Bij het uitvoeren van handhaving wordt de sanctiestrategie gebruikt.
Deze biedt een formeel kader om af te wegen of er redenen zijn om (al dan niet tijdelijk) af te zien van handhavend optreden en indien deze redenen er niet zijn, aan de hand van het gedrag van de overtreder en de ernst van de overtreding te komen tot een gepaste reactie (sanctie-instrument). De sanctiestrategie is een beslissingsondersteunend model. Dit betekent dat de strategie de handhaver stuurt in het proces om te komen tot een beslissing over de wijze waarop in principe op een overtreding gereageerd moet worden. Handhaving kan bestaan uit een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of de intrekking van een eerder verleende Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
35 van 54
toestemming, inclusief het effectueren van deze beschikkingen. Ook de afhandeling van zienswijzen, voorlopige voorzieningen, bezwaren en beroepen bij deze beschikkingen worden gezien als onderdelen van de handhaving. Strafrechtelijke Handhaving Bestuurlijke en de strafrechtelijke handhaving staan in principe naast elkaar en hebben elk een eigen functie, waarbij een samenloop heel effectief kan zijn. Hierover zijn afspraken gemaakt met de politie en het OM. Het OM speelt een actieve rol bij de integrale handhaving van het milieurecht en pakt die milieuzaken aan waarin de strafrechtelijke handhaving een meerwaarde heeft. Hierbij wordt gehandeld conform de sanctiestrategie waarbij de inzet van het instrumentarium afhankelijk is van de ernst van de overtreding in relatie tot het gedrag van de overtreder. In geval van een betekenisvolle zaak wordt de politie snel ingelicht door de ODH en worden de strafrechtelijke instrumenten optimaal ingezet. Bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) zijn Boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren) in dienst die strafrechtelijke onderzoeken uitvoeren op het gebied van milieuwetgeving. De Boa’s werken hierbij nauw samen met politie en justitie.
Waar nodig, zetten zij zowel de Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu (BSB-m) als Proces Verbalen in als handhavingsinstrument, waarmee over de volle breedte van het werkveld van de ODH opgetreden kan worden tegen milieuovertredingen. Risicokaart/REV Het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV), de opvolger van het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen is een database waarin vanaf 2023 informatie over de externe veiligheidsrisico’s verzameld wordt. Het gaat dan om de risico's rondom de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. De informatie wordt zichtbaar gemaakt via kaarten, in onder andere de Atlas leefomgeving. Iedereen kan op deze kaarten zien waar risicovolle activiteiten plaatsvinden en wat dat betekent voor de leefomgeving. Voor een groot deel van deze activiteiten zijn gemeenten het bevoegd gezag. Daarmee zijn zij ook de wettelijk aangewezen bronhouder. Daarom leveren gemeenten voor de activiteiten waarvoor zij aan de lat staan, gegevens aan het REV. Deze taak wordt door de gemeenten aan de ODH gedelegeerd. Inbreng in beleid(programma’s) Voor de uitvoering van de beleidsprogramma’s is van tijd tot tijd deskundigheid nodig die bij de ODH vanuit de wettelijke taakuitvoering beschikbaar is. Inzet geschiedt op gerichte verzoeken vanuit de gemeente en provincie, veelal vanuit de afdeling T&V.
Vanuit toezicht zal er vooral inbreng zijn op de technische voorbereiding van beleidskaders, duurzaamheid, de implementatie van de provinciale nota VTH, het transport van gevaarlijke stoffen en externe veiligheid in het kader van RRGS. Ongevraagd kan de ODH ook bij geconstateerde knelpunten op het gebied van de VTH-taken input leveren voor de ontwikkeling van beleid. Participeren in netwerken en overleggen Vanuit de wettelijke taakuitvoering neemt de ODH-deel aan allerlei (netwerk)overleggen binnen gemeenten of provincie, in de regio en landelijk. Voor T&H ligt het accent binnen de provincie op deelname aan overleggen gericht op de samenwerking met partners als de andere OD’s, IPO, VNG, ministeries, gemeenten en brancheorganisaties. Tevens moet gedacht worden aan samenwerkingsplatforms, horeca overleggen, klankbordgroep glastuinbouw, Netwerk Activiteitenbesluit (agrarische en algemeen) werkgroepen gericht op het beheer van de Omgevingswetprocessen en de werkgroep Vuurwerk. Landelijke overleggen richten zich vooral op de VNG en G-4. Op provinciaal niveau betreft het overleggen van het IPO en overleggen gericht op beleidsuitwerking (zoals nota VTH), PGS en IPPC. Ook wordt deelgenomen aan netwerken en overleggen die gericht zijn op het uitwisselen, beheren en uitbouwen van kennis.
Het gaat dan om landelijke kennisnetwerken op specifieke vakgebieden zoals bodem, geluid, EV of om kennisnetwerken binnen het stelsel van OD’s, IPO of VNG.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
36 van 54
Met de GDD en de VRH worden samenwerkingsafspraken gemaakt voor signaaltoezicht, gezamenlijke ondersteuning bij incidenten, gezamenlijke controles en onderlinge advisering en informatie-uitwisseling. De ODH voert periodiek Zakenoverleg met Team Milieu van de politie Haaglanden. Daarnaast vindt afstemmingsoverleg plaats met de BOA’s binnen de overige omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Periodiek (afstemmings)overleg met vertegenwoordigers van alle Omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland vindt plaats over bodemzaken, ketentoezicht en andere relevante zaken. Crisisorganisatie Sinds 2013 maakt de ODH-onderdeel uit van de crisisorganisatie voor het proces milieubeheer voor alle gemeenten binnen de regio Haaglanden. De ODH levert inhoudelijke medewerkers voor het team milieu ter plaatse van het incident en zo nodig ook voor de zitting in het ROT (Regionaal Operationeel Team). Medewerkers van de ODH hebben een adviserende en uitvoerende rol. De werkafspraken crisisbeheersing zijn vastgelegd in een dienstverleningsoverkomst staan opgenomen in bijlage VII. Deze taak is gecentreerd binnen de zogenoemde “wachtdienst incidenten”. Deze wachtdienst bestaat uit negen toezichthouders met het management als back-up. Met de vorming van de wachtdienst is de basis gelegd van specialisme incidenten en crisis.
In de vorm van oefeningen en daadwerkelijk inzet hebben diverse Haaglanden gemeenten hiermee inmiddels kennis gemaakt. Voor 2026 is de aandacht gevestigd op het samen oefenen met de verschillende crisisorganisaties van de Haaglanden gemeenten. De afgelopen jaren is dit namelijk afgenomen, wat kenbaar is gemaakt via de accounthouders aan de adviseurs crisisbeheersing van de Haaglanden gemeenten. Het samen oefenen, afstemmen en samenwerken draagt bij aan de kwaliteit van de inzet op het gebied incidenten en crisis.
Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept
37 van 54
Bijlage IV. Raming van taken, producten en uren T&V