CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

992 bijlage Werkplan ODH 2026 Gemeente Midden-Delfland (concept) - 1 november 2025

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college24.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Werkplan 2026 GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND

1 november 2025, Concept

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 00 E info@odh.nl I www.odh.nl

0

Inhoudsopgave

0 1 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 3 3.1 3.2 3.3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 5 Bijlage I. Bijlage II. Bijlage III. Bijlage IV. Bijlage V. Bijlage VI. Bijlage VII. Bijlage VIII. Bijlage IX.

Inhoudsopgave ........................................................................................................................... 2 Inleiding ...................................................................................................................................... 3 Kaders ......................................................................................................................................... 4 Status, positionering en vormgeving Werkplan ........................................................................ 4 Wettelijke en niet-wettelijke taken ............................................................................................ 4 Gemeentelijke kaders ................................................................................................................. 5 Financiële kaders werkplannen ................................................................................................. 5 Outputbegroting 2026 .......................................................................................................... 5 Monitoring en evaluatie ........................................................................................................ 7 Beschikbare financiële middelen .........................................................................................

8 Programma Toetsing & Vergunningverlening ........................................................................... 9 Inleiding ...................................................................................................................................... 9 Maatwerktaken en afspraken ..................................................................................................... 9 Raming van producten, diensten en kosten T&V .................................................................... 13 Programma Toezicht & Handhaving ........................................................................................ 14 Inleiding .................................................................................................................................... 14 Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) ................ 14 Overlast .................................................................................................................................... 17 Toezicht: Bodembescherming en –kwaliteit .......................................................................... 18 Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) .............................................................................

18 Asbest ........................................................................................................................................ 19 Duurzaamheid .......................................................................................................................... 19 Glastuinbouw............................................................................................................................ 20 Afspraken ten aanzien van handhaving .................................................................................. 22 Overige afspraken..................................................................................................................... 22 Monitoring en indicatoren ........................................................................................................ 23 Beleidskaders ........................................................................................................................... 24 Toelichting generieke taakuitvoering T&V .............................................................................. 25 Toelichting generieke taakuitvoering T&H .............................................................................. 30 Raming van taken, producten en uren T&V .............................................................................

38 Raming van taken, producten en uren T&H ............................................................................ 41 Dashboard Monitoring ............................................................................................................. 44 Werkafspraken crisisbeheersing .............................................................................................. 46 Complexe bedrijven Midden-Delfland ..................................................................................... 48 Beschrijving risicomodel toezicht bedrijven ........................................................................... 49

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

2 van 54

1 Inleiding De gemeenten in de regio Haaglanden hebben hun wettelijke milieu-uitvoeringstaken bij de Omgevingsdienst Haaglanden (de ODH) ondergebracht met het doel de taakuitvoering te professionaliseren en de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Ook de provincie heeft haar milieutaken voor de regio Haaglanden, als ook andere uitvoeringstaken voor zowel Haaglanden als voor heel Zuid-Holland (geconcentreerd) bij de ODH ondergebracht. Het werkplan 2026 vormt de basis voor de uitvoering van vergunningverlening 1, toezicht2 en handhavingstaken (VTH-taken) door de ODH in 2025 en is opgesteld door de ODH, op basis van door de gemeenten en provincie opgestelde kaders. Hierbij is de uitvoering door de ODH van vergelijkbare werkzaamheden voor verschillende opdrachtgevers op elkaar afgestemd en geharmoniseerd. De werkzaamheden zijn zoveel mogelijk afgeleid van de PDC3 zoals deze is opgesteld door de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH-taken zijn de kwaliteitscriteria en kaders van de Omgevingswet van toepassing en er worden vanuit het Rijk eisen gesteld voor wat betreft robuustheid en een adequaat uitvoeringsniveau. De VTH-taken in dit werkplan hebben qua uitvoering een wettelijke grondslag en een verplichtend karakter. Uitvoering ervan is onvervreemdbaar een verantwoordelijkheid van de betreffende bevoegde overheid (gemeente, provincie).

In 2026 werkt Omgevingsdienst Haaglanden volledig zaakgericht en de uitvoeringstaken worden ondersteund door geautomatiseerde processen om te kunnen voldoen aan de afgesproken rapportageverplichtingen. In de voortgangsrapportages (juni en oktober) en het jaarrapport wordt gerapporteerd over daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. De besteding is mede afhankelijk van een aantal externe factoren, waaronder het aantal daadwerkelijk ontvangen aanvragen en meldingen en het aantal geconstateerde handelingen waarop moest worden toegezien of moest worden gehandhaafd. Financiering van de taakuitvoering door ODH vindt in 2026 plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. De verantwoording vindt zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. De veranderingen op beleidsgebied voor 2026 zijn beperkt na twee stormachtige jaren van werken met de nieuwe Omgevingswet. Een kleine nieuwe taak voor de Wet Personen mobiliteit zal voor een aantal deelnemers een aanvulling op het werkplan betekenen. Daarnaast zien we dat de jurisprudentie voor Natura 2000 (stikstof depositie) een beperkende factor blijft voor opgaven die onze deelnemers hebben. ODH is verantwoordelijk voor de provinciale vergunningverlening op het gebied van stikstof.

Daarbij geven wij advies aan onze gemeentelijke deelnemers hoe hier mee om te gaan. De ODH levert op concernniveau een bijdrage aan diverse activiteiten die zijn gericht op het per 1 april 2026 voldoen aan de robuustheidscriteria zoals die in de Wet Versterking VTH milieu stelsel zijn opgenomen. Zo is ODH in overleg met haar deelnemers aan de slag met het Regionale Uitvoeringsprogramma (RUP), dat in 2026 meer vorm moet krijgen. In de eerste versie van het RUP worden een aantal topprioriteiten genoemd die meer regionaal worden opgepakt. Het werkplan is opgebouwd uit de programma’s “Toetsing & Vergunningverlening” en “Toezicht & Handhaving”. De systematiek van het werkplan is gebaseerd op de begroting 2026, waarbij aan de hand van taken, producten en productprijzen een raming wordt gemaakt van de benodigde middelen. Die raming wordt vervolgens vergeleken met de beschikbare bijdrage per deelnemer.

Onder “vergunningverlening” wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen en handhavingsadvisering 3 Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 2.2 d.d. 6 juli 2022 1 2

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

3 van 54

2 Kaders 2.1

Status, positionering en vormgeving Werkplan

De GR, daaruit voortvloeiende verantwoordingsaspecten (P&C, financiën), vastgestelde documenten als Bedrijfsplan en I&P Plan4, PDC, ZTC5 en reeds bestaande processen als begrotings-, evaluatie- en rapportagecyclus zijn leidend en daarmee bepalend. Het werkplan treedt geenszins in de plaats van deze bovenliggende elementen, noch geeft het daar andere uitwerking aan. Ook beleidsmatige uitwerkingen vinden geen plek in het werkplan, maar dienen hun grondslag en uitwerking te vinden in betreffende beleidsdocumenten of kaderstellende notities. Het werkplan is in beginsel een beknopte samenvatting van opgedragen taken en een compacte vertaling van taken naar benodigde middelen. De raming van het werkplan is afgeleid van de begroting, waarbij begroting en verantwoording een eigenstandige cyclus kennen via AB/DB. Het werkplan betreft een beknopte omschrijving van activiteiten en werkzaamheden. De beschrijving beperkt zich tot het toelichten wat met een bepaalde taak wordt bedoeld. Meer volledige beschrijvingen van taken, handelingen en processen staan opgenomen in de PDC en/of ZTC. Ook voor de behandel- en leveringstermijnen zijn de PDC en/of ZTC leidend. Het werkplan wordt opgesteld per deelnemer (gemeente, provincie). Het plan kent een aanzienlijk deel dat generiek is en voor de totale taakuitvoering van de ODH geldt.

Om de uniformiteit te vergroten en om efficiëntieredenen bij het opstellen van het werkplan wordt gebruik gemaakt van generieke standaardteksten, die zijn aangevuld met maatwerkbeschrijvingen per deelnemer.

2.2

Wettelijke en niet-wettelijke taken

Onder wettelijke taken worden de taken verstaan, die gemeenten en provincie vanuit haar publiekrechtelijke functie en verantwoordelijkheid uitvoeren en die hun grondslag vinden in de (milieu- en natuur) regelgeving en in het verlengde daarvan, in de Omgevingswet. Uitvoering van wettelijke taken zijn onvervreemdbaar belegd bij de overheid en deze kunnen niet door anderen, zoals private partijen, worden uitgevoerd. In veel gevallen ligt er bij derden (initiatiefnemers) de verplichting om de regels na te leven en dat te laten toetsen bij de bevoegde overheid. Daarnaast kan de overheid eigenstandig toezicht uitoefenen op de naleving van regels. De bevoegde overheid is de enige die de rol/positie heeft om hierover op basis van de regelgeving een uitspraak te doen. Wettelijke taken hebben per definitie dus een juridische grondslag en staan in veel gevallen open voor inspraak (bezwaar/beroep). Met de invoering van de Omgevingswet is de uitvoering van wettelijke taken zowel gericht op landelijke als ook lokale en/of regionale wet- en regelgeving.

4 5

Inrichtings-en Personeelsplan ODH Zaaktype Catalogus

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

4 van 54

Bij wettelijke taken gaat het onder andere om het geven van oordelen of het nemen van besluiten over aspecten waarvan in de regelgeving staat dat die ter beoordeling van het bevoegd gezag zijn of bevoegdheden die door het bevoegd gezag uitgeoefend moeten worden. Ook het implementeren van weten regelgeving of het ondersteunen bij het opstellen van beleidskaders wordt gerekend tot de wettelijke taken. Verder mogen ook voorbereidende werkzaamheden om te komen tot oordelen, besluiten of toezichthandelingen worden gezien als wettelijke taak. Het gaat immers om handelingen die weliswaar eerder in het proces of in de tijd plaatsvinden, maar die wel gericht zijn op de uiteindelijke feitelijke wettelijke handeling en ook in die kaders hun grondslag vinden. Te denken valt aan het voeren van (voor-) overleg, het uitvoeren van globale beoordelingen (quick scans) of het deelnemen aan overleggen om potentieel lastige vraagstukken tot een oplossing te brengen. Met name dit laatste aspect neemt onder de Omgevingswet een belangrijke plek in. Er zijn uiteraard meer voorbeelden denkbaar. De ODH richt zich bij haar taakuitvoering primair op de uitvoering van wettelijke taken in het VTH-domein. Dat is ook het takenpakket dat de deelnemende gemeenten en de provincie aan de ODH hebben overgedragen. Slechts incidenteel kan een uitvoeringstaak van de ODH worden aangemerkt als nietwettelijk.

Dat aandeel is dermate beperkt dat hierin binnen het werkplan 2026 geen onderscheid wordt gemaakt.

2.3

Gemeentelijke kaders

De gemeenten hebben een eigen bevoegdheid om aanvullende bepalingen op te stellen en zijn op grond van de kwaliteitscriteria verplicht het kader vast te stellen waarbinnen de uitvoeringsorganisatie moet werken. De gemeentelijke beleidskaders zijn weergegeven in bijlage I.

2.4

Financiële kaders werkplannen

Doelstelling van 2026 is uitvoering te geven aan de werkplannen, het invullen van de rapportageverplichtingen op het gebied van de KPI’s 6, het monitoren van de werkzaamheden en te voldoen aan afgesproken criteria qua prestaties en qua kwaliteit (waaronder de landelijke kwaliteitscriteria). 2.4.1

Outputbegroting 2026

Er is een aantal generieke besparingen (2,27%) verwerkt in de outputbegroting 2026 die een beperkte impact hebben en direct uitvoerbaar zijn, zoals een halvering van de storting reserve eigen risicodragerschap WW/ZW/WGA, een aangepaste indexering en het inzetten van (een deel van) het jaarrekeningresultaat 2024. ODH is vanaf de start al zeer efficiënt neergezet. Als gevolg hiervan is het uitgesloten om een taakstelling van 6,2% te bewerkstelligen op basis van alleen kostenbesparings- of efficiencymaatregelen. Het is daarom onvermijdelijk dat ook in de volumes van het werk wordt gesneden. Naast bovenstaande generieke voorstellen is in deze begroting daarom nog een bezuinigingsvoorstel van 3% door de deelnemers die zich hiertoe genoodzaakt zien opgenomen op het werkvolume. De 3% volumebeperking bedraagt 22.496 euro Dit kan deels worden gevonden in het programma Toezicht & Handhaving: •

6

Opgenomen is om in plaats van 3 x per jaar de vuurwerkverkooppunten 2x per jaar te controleren. De controles van januari en december worden gecontinueerd. De (preventieve) controle rond

KPI: Kritische Prestatie Indicator

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

5 van 54

oktober wordt vervangen door het toezenden van een informatieve brief met uitleg over de regelgeving. Voor Midden-Delfland levert dit een besparing op 1270.00 euro. Daarnaast is in het programma T&V het aantal uren met 165 verminderd, wat resulteert in een besparing van €21.435. De reductie betreft de volgende producten: Behandeling Woo-verzoek (60 uur), Deelname crisisorganisatie (10 uur), Relatiebeheer (5 uur), Advies bodem (30 uur) en Vooroverleg Milieu (60 uur). Totaal is de besparing 22.705 euro. Met de deelnemers in de ODH is afgesproken dat de productiviteit 1390 uur/Fte bedraagt. In 2026 is op basis van de primaire begroting en mutaties daarop via de VJN-NJN een werkvolume beschikbaar van 266.655 uur beschikbaar voor de producten en diensten zoals deze voortvloeien uit de werkplannen. Van deze productieve uren zullen 144.523 uur in het programma Toetsing & Vergunningverlening worden gerealiseerd en 122.132 uur in het Programma Toezicht & Handhaving. De begroting 2026 is op output gebaseerd, waarbij het werkpakket in producten en diensten is vertaald. Basis voor de outputbenadering is het principe dat de deelnemersbijdrage het totaal is aan producten vermenigvuldigd met de prijs omvat (P x Q). De grondslag voor de producten/diensten is verankerd in de vastgestelde producten en diensten catalogus (PDC) en de zaaktype catalogus (ZTC).

Het kengetal In een kengetal wordt de verwachte tijdsbesteding voor de totstandkoming van een product, bezien over alle uit te voeren werkzaamheden, weergegeven. In het kengetal zijn de inhoudelijke, administratiefprocedurele en juridische werkzaamheden meegenomen. In de kengetallen is rekening gehouden met de afgesproken productiviteit van de primaire organisatie. Het proces van monitoring en bijstelling op basis van ervaring over de achterliggende jaren is een continu proces, omdat kengetallen als gevolg van veranderingen in de betreffende producten en wijzigingen in eisen aan betreffende taakuitvoering onderhevig kunnen zijn aan variatie. Bij het bijstellen van kengetallen worden dergelijke veranderingen (trends) over een langer periode beschouwd om ongewenste korte termijneffecten geen al te dominante rol te geven. Op basis van een periode van enkele jaren werken met de Omgevingswet kan worden bezien of de invoering van de Omgevingswet extra effecten gaat hebben op de kengetallen, bijvoorbeeld de extra tijdsbesteding op zaakniveau als gevolg van de veranderingen in de wet t.o.v. voorheen geldende wetgeving als ook een toename van verzoeken om informatie of ondersteuning van burgers, bedrijven, initiatiefnemers of opdrachtgevers. Dergelijke effecten zijn nu dan ook niet meegenomen.

Afhankelijk van de ervaringen lopende 2026 en de daarop volgende jaren zal worden bezien hoe kan worden omgegaan met dergelijke effecten. Het tarief Het tarief is de financiële vertaalslag van de werkzaamheden uitgedrukt in een bedrag per uur. Basis voor het tarief is de loonsom per uur per schaal op basis van de werkelijke kosten. De overhead van zowel de organisatie als productie is in de vorm van een gemiddeld bedrag per uur aan de loonsom per uur toegevoegd. De opbouw van het gemiddelde voorcalculatorisch tarief is opgenomen in de primaire begroting 2026

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

6 van 54

Voor de werkplannen 2026 worden 6 tariefgroepen gehanteerd die zijn afgeleid van de schalen 8 tot en met 12. Het tarief bestaat uit een voor het uitvoeringsjaar van toepassing zijnde loonsomcomponent per tariefgroep en een overheadopslag per uur. Er is sprake van 1 set met tarieven voor zowel de in de werkpannen geraamde uren als voor uren die in aanvulling daarop worden besteed. Ook zijn er geen " interne of externe" tarieven. Deze vereenvoudigde werkwijze maakt de berekeningswijze beter toegankelijk en sluit meer aan bij de werkwijze van de andere diensten in Zuid- Holland. Voor het werkplan 2026 zijn de voorcalculatorische tarieven als volgt: Voorcalculatorisch tarief 2026

Tarief afgerond

Tariefgroep 1

€ 103,00

Tariefgroep 2

€ 110,00

Tariefgroep 3

€ 119,00

Tariefgroep 4

€ 127,00

Tariefgroep 5

€ 139,00

Tariefgroep 6

€ 152,00

De productprijs Per product/dienst is bepaald welke tijdsbesteding nodig is van welke kwaliteit. De tijdsbesteding kent namelijk zowel een kwantitatief element (aantal uren = kengetal) als een kwalitatief element (aard/niveau/kwaliteit van de inzet = gehanteerde tariefgroep). Per product/dienst is bepaald welke kengetal van toepassing is en welk van de 6 tariefgroepen het meest recht doet aan de vereiste en/of beoogde kwaliteit. Zowel het kengetal (zie eerder toelichting) als de te hanteren tariefgroep worden jaarlijks bepaald op basis van voortschrijdend inzicht. Samengevat: de productprijs is P*Q, kengetal * tarief. De kostprijs is kostendekkend en bevat geen winstmarge. 2.4.2

Monitoring en evaluatie

Er vindt een permanente monitoring plaats van de kengetallen en productprijzen. Tussentijds kunnen significante afwijkingen worden meegenomen in de begrotingscyclus. Ook de begrote aantallen voor 2026 kunnen gezien het relatief vroege moment van het opstellen van het werkplan (najaar 2025) nog aan wijzigingen onderhevig zijn. Het aantal geleverde producten en diensten vormt aangevuld met enkele kwalificaties de basis voor rapportage conform de vastgestelde lijst Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Een overzicht van de KPI’s is opgenomen in bijlage VI. De verantwoording vindt zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. Voor de precieze inhoud wordt verwezen naar de besluitvorming door het Algemeen Bestuur. Verantwoording en verrekening vindt plaats in de begrotingscyclus. Het resultaat van het jaar 2025 kan pas worden bepaald op het moment van de Jaarrekening, zodat verwerking van eventuele afspraken hierover, voor zover zij het werkplan raken, niet zijn verwerkt in het werkplan 2026 maar plaatsvinden lopende het jaar 2026. In de werkplancyclus wordt ambtelijk gerapporteerd over de voortgang. Voor zover dat mogelijk is kan in de voortgangsgesprekken (onderdeel van de werkplancyclus) afgestemd worden of tussentijdse (bij)sturing van te leveren producten en diensten mogelijk is ingeval van optredende afwijkingen.

In het oog springende afwijkingen en bijzondere voorvallen zullen in de rapportages worden toegelicht. Gedurende de uitvoering in 2025 is gebleken dat de Omgevingswet voor een aantal activiteiten leidt tot een intensievere inzet of extra activiteiten (bijvoorbeeld ten aanzien van de informatieplicht). Lopende 2026 zal moeten blijken of deze ontwikkeling zich doorzet en of dit tot knelpunten gaat leiden in een te hoge realisatie. Deze ontwikkeling wordt gevolgd bij de 4-maandelijkse rapportages.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

7 van 54

2.4.3

Beschikbare financiële middelen

In de begroting 2026 is per deelnemer de financiële bijdrage opgenomen en vastgesteld. Met een aantal deelnemers zijn of worden afspraken gemaakt over de uitvoering van additionele taken of het beschikbaar stellen van additionele middelen. Voor zover die afspraken reeds zijn gemaakt, is de begroting aangepast. De deelnemersbijdrage is opgebouwd uit de basisbijdrage per deelnemer vermeerderd met de kosten voor eventuele additionele taken. Op het moment dat er overeenstemming is over de werkplannen, worden additionele bijdragen meegenomen in de voorjaarsnota (VJN) of de najaarsnota (NJN). Op deze wijze wordt zoveel mogelijk aansluiting gevonden met de begrotingscyclus (begroting VJN, NJN) en kunnen tevens de financiële middelen van de werkprogramma’s T&V en T&H in beeld worden gebracht. Navolgend is een overzicht opgenomen van de deelnemersbijdragen, mutaties daarop en de daaruit voortvloeiende beschikbare middelen voor de werkplannen, onderverdeeld naar de programma’s T&V en T&H. Tabel: overzicht beschikbare middelen per programma voor werkplan 2026 (vastgestelde begroting ODH) Deelnemers Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer PZH

Bijdrage Begroting 2026 1.770.986 8.187.235 1.185.265 733.596 988.395 955.086 659.442 4.927.343 1.426.293 11.234.500 32.068.141

Volume korting 2026 54.286 22.705 30.683 29.918 20.620 151.198 43.793 353.202

Additionele taken 2026 706.873 706.873

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

Werkplan 2026 1.716.700 8.187.235 1.185.265 710.891 957.712 925.168 638.822 4.776.145 1.382.500 11.941.373 32.421.812

Werkplan Werkplan 2026 TV 2026 TH 577.931 1.138.769 3.796.704 4.390.531 445.083 740.182 288.030 422.861 365.673 592.039 547.427 377.741 325.845 312.977 1.811.616 2.964.529 582.616 799.884 9.218.795 2.722.578 17.959.722 14.462.090

8 van 54

3 Programma Toetsing & Vergunningverlening 3.1

Inleiding

Voorafgaand aan diverse handelingen in de leefomgeving zijn initiatiefnemers (gemeenten, andere overheden en derden) op basis van de regelgeving verplicht om na te gaan of deze handelingen binnen de geldende regels zijn toegestaan en zo nodig dient het bevoegd gezag (provincie, gemeenten) hiervoor toestemming te verlenen (in de vorm van een vergunning of beschikking). De beschrijving van het programma T&V is in twee delen weergegeven. In bijlage II wordt een generieke toelichting gegeven op een aantal taken die voor een belangrijk aantal deelnemers worden uitgevoerd. Dit betreft het generieke deel van de beschrijving, waarin een groot aantal activiteiten van pakket 1 en 2 op uniforme wijze is beschreven. Sommige deelnemers nemen alle taken af, sommige deelnemers slechts een deel ervan. In dit hoofdstuk wordt voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft aandacht besteed aan meer specifieke (maatwerk)afspraken voor de taakuitvoering. Deze maatwerkafspraken zijn samengesteld op basis van eerdere werkplannen, eventuele (concept) startbrieven voor het betreffende jaar en de ervaringen gedurende de taakuitvoering in voorgaande jaren. De beschrijvingen van zowel het generieke als het specifieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling van de meer compacte beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC.

In bijlage IV staat aangegeven welke werkzaamheden voor een betreffende deelnemer binnen het programma T&V worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van de generieke deel uit de bijlage voor de betreffende deelnemer van toepassing is. De combinatie van dat overzicht, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan bieden het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

3.2

Maatwerktaken en afspraken

Voor de gemeente Midden-Delfland wordt een gevarieerd pakket aan taken uitgevoerd. Op hoofdlijn bevat het takenpakket de werkzaamheden voor de aspecten milieubeheer, bodem, WKO en milieu en RO. Voor een specifiek overzicht wordt verwezen naar bijlage IV. Als gekeken wordt naar de maatwerkafspraken dan kan daarover het volgende worden vermeld. Voor wat betreft het aspect geluid verzorgt de ODH de advisering en toetsing van plannen en onderzoeken, bijvoorbeeld ingeval van geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningbouw). Daarnaast verzorgt de ODH het bijhouden en verstrekken van bodeminformatie voor Midden-Delfland. Wat betreft het aspect EV/OV verzorgt de ODH de taakuitvoering voor zover het betrekking heeft op bedrijven. Het aspect EV/OV in ruimtelijke plannen voert de gemeente zelf uit. Bij complexe situaties kan de ODH op verzoek van Midden-Delfland haar EV/OV-expertise inbrengen. Het voorbereiden en nemen van besluiten of een MER beoordeling aan de orde is, wordt voor primaire besluiten waarvoor de ODH reeds is gemandateerd en voor situaties onder de zogenaamde drempelwaarde door de ODH uitgevoerd. Milieu en RO Voor ruimtelijke planvorming moet de milieusituatie van diverse aspecten in beeld worden gebracht en moeten de milieueffecten worden onderzocht.

Zowel voor de advisering en toetsing van de ruimtelijke (ontwikkel-)plannen, maar ook voor de advisering in het kader van de milieueffectrapportage procedure. De ODH kan quick scans verzorgen waarin milieueffecten van bepaalde ontwikkelingen of plannen op hoofdlijn worden bekeken. Ook kan de ODH meedenken over randvoorwaarden en uitgangspunten bij ruimtelijke planvorming. De bevindingen worden met de gemeente gedeeld in de Omgevingstafeloverleggen waaraan de ODH deelneemt. In deze overleggen wordt gestreefd naar een integrale benadering Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

9 van 54

van vergunningaanvragen. Desgevraagd kan de ODH een bijdrage leveren aan het formuleren van milieuparagrafen in de Omgevingsplannen en kan de ODH adviseren en meedenken bij de afstemming tussen milieu en RO in het kader van planvorming. Actualisatie van (milieu)vergunningen Het bevoegd gezag heeft een (wettelijke) verplichting om regelmatig te bezien of vergunningen nog voldoende actueel zijn en of daarin opgenomen beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn. Het vergunningenbestand wordt daarbij getoetst aan de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu en eventuele gewijzigde beleidsinzichten en wet- en regelgeving. Het actualiseren van vergunningen maakt onderdeel uit van de nota “VTH Beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden” (mei 2020). In deze nota zijn de volgende actualisatiedoelen benoemd: - Vergunningen periodiek aan te passen aan het actuele beleid van het bevoegd gezag, zoals op het gebied van gezondheid, veiligheid, natuurwaarden en duurzaamheid; -

-

-

-

Vergunningen te laten voldoen aan de actuele wet- en regelgeving met daarin de laatste inzichten over normstelling voor een optimale bescherming van het milieu en de burger. Het bevoegd gezag past daarom regelmatig een actualisatietoets toe op elke oudere vergunning. Bij de frequentie van toetsing wordt rekening gehouden met de omvang van emissies, aard van de risico’s enzovoort. Voor milieubelastende activiteiten met een grote (potentiële) impact op de leefomgeving past het bevoegd gezag een kortere termijn van beoordeling op actualiteit toe dan milieubelastende activiteiten waarbij deze impact kleiner is; Implementeren van de best beschikbare technieken in de bedrijfsvoering van de bedrijven zodat milieubelasting verder wordt teruggedrongen, hinder wordt voorkomen en een hoger niveau van veiligheid wordt bereikt; Doorvoeren van wijzigingen op basis van ervaringen in achterliggende jaren met als doel de naleving of het toezicht en de handhaving te verbeteren of te vereenvoudigen.

Gelet op het voorgaande is het milieuvergunningenbestand van de Haaglandengemeenten doorlopen op een mogelijke noodzaak tot actualisatie. Naar aanleiding van deze beoordeling is een prioritering aangebracht van actualisaties die zouden dienen plaats te vinden en daarmee de volgorde waarin deze worden opgepakt. Voor Midden-Delfland moeten in 2026 twee vergunningen worden geactualiseerd. Dit gaat om een wettelijke verplichting. Dat gaat in tegen de volumebeperking die ook is doorgevoerd. Voor een actualisatie is immers 200 uur nodig, dus in totaal 400 uur. We willen naar aanleiding van dit concept overleg over voeren, voordat we de uitbreiding van uren doorvoeren. Het is niet realistisch om deze uren op andere posten te besparen.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

10 van 54

Afstemming activiteiten onder de Omgevingswet De inzet en inbreng vanuit de ODH ter ondersteuning van opdrachtgevers bij plannen en aanvragen onder de Omgevingswet verschilt per opdrachtgever. Zo wordt voor enkele opdrachtgevers actief deelgenomen aan Omgevingstafels waarin alvast “geoefend” wordt met de integrale afstemming die met de Omgevingswet belangrijker is. Via het Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg (AOO) worden gezamenlijke onderwerpen afgestemd, waarbij wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk geclusterde en geüniformeerde aanpak om een gefragmenteerde en inefficiënte uitvoering van vergelijkbare activiteiten te vermijden. Ook participeert de ODH al in verschillende voorbereidende overleggen voor de opzet van de Omgevingsplannen. De af te stemmen onderwerpen kunnen bestaan uit een analyse van de bruidsschat, het meedenken en formuleren van planregels over milieuaspecten en het meedenken over het formuleren van eigen toepasbare regels, het opstellen van omgevingswaarden, het instellen van leges en de warme overdracht van bodemtaken. De reguliere werkplanbudgetten voorzien slechts in beperkte mate in een werkbudget voor activiteiten ter ondersteuning van individuele deelnemers. Op het moment dat dergelijke onderwerpen opgepakt dienen te worden, zullen hierover separate afspraken gemaakt moeten worden.

Onder de Omgevingswet is de behandeltermijn voor veel besluiten ingeperkt tot 8 weken. Ingeval inhoudelijke (onderzoeks)rapporten onderdeel uitmaken van een aanvraag, dan is genoemde termijn alleen haalbaar als deze documenten vooraf zijn afgestemd en goedgekeurd. Een behandeltermijn van 8 weken is veelal te kort om daarbinnen (onderzoeks)rapporten inhoudelijk te kunnen beoordelen, indien nodig te laten aanpassen en goed te keuren. Met nadruk wordt derhalve gesteld dat dergelijke onderzoeken en/of inhoudelijke plannen voorafgaand aan het indienen (de aanvraag) moeten worden afgestemd en goedgekeurd om langere behandeltermijnen of substantieel meer afwijzingen (omdat de documenten niet voldoen) te vermijden. Omgevingsveiligheid De afgelopen jaren heeft de ODH werkzaamheden verricht voor het programma Versterking Omgevingsveiligheid. Voor 2026 worden de uren voor deze werkzaamheden die hieraan zijn verbonden niet opgenomen in dit werkplan. Het ministerie van IenW stelt aan overheden een ontwikkelbudget beschikbaar om de omgevingsveiligheid blijvend te versterken. Omgevingsdienst NL coördineert de aanvragen hiervoor. De ODH gaat hiervoor een subsidieaanvraag doen. Mocht de gemeente specifieke wensen op dit vlak hebben, dan kan de ODH dat meenemen in de subsidie aanvraag en kan dat eventueel worden toegevoegd via de dekking bij VJN.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

11 van 54

Bodemsanering Met het inwerking treden van de Omgevingswet is het bevoegd gezag van een deel van de bodemsaneringstaken overgegaan naar de gemeenten. Na de overdracht zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle omgevingswetzaken voor bodem, zoals het graven in en saneren van verontreinigde grond of het toepassen van verontreinigde grond en bagger. De bevoegdheden voor werkzaamheden in verontreinigd grondwater blijven bij de provincie. Reeds door de provincie opgepakte gevallen van ernstige en spoedeisende bodemverontreiniging, nieuwe gevallen van bodemverontreiniging ontstaan tussen 1987 en 1-1-2024 en instandhouding van nazorgmaatregelen onder de Wet Bodembescherming blijven bij de provincie. Na de overdracht nieuw ontdekte gevallen van historische bodemverontreiniging, ook indien deze ernstig en spoedeisend zijn, vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Voor een deel van de Haaglandengemeenten voert de ODH ook alle gemeentelijke bodemtaken uit. Een beperkt aantal gemeenten verricht nog zelf bodemtaken voor zover deze geen onderdeel uitmaken van het basistakenpakket. Door de Omgevingswet vinden er verschuivingen plaats in het basistakenpakket. De Haaglandengemeenten en de ODH dienen nadere afspraken te maken omtrent de taakuitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet, die niet verplicht bij de ODH belegd zijn.

Deze afspraken zijn maatwerk en kunnen per gemeente verschillen. In het Bodemplatform Haaglanden bespreken gemeenten, provincie en ODH regelmatig actuele bodemaspecten, die bij voorkeur betrekking hebben op alle deelnemers in de ODH. De ambitie van het bodemplatform is een breed netwerk te zijn voor alle bodem en ondergrond onderwerpen in de regio Haaglanden. Ondersteuning beleidstaken De ODH kan de gemeente Midden-Delfland op diverse beleidsontwikkelingen of Beleidstaken ondersteunen met haar kennis en expertise. Dat kan betrekking hebben op de aspecten geluid, licht, lucht, bodem, duurzaamheid, EV/OV, natura-2000/flora- en fauna en de afstemming RO en milieu. Daarnaast kan de ODH de gemeente ondersteunen ingeval sprake is van wijzigingen in wet- en regelgeving. Ook kan Midden-Delfland een mogelijke inbreng van de ODH vragen bij het beleidsdeel van de beleidscyclus VTH. Desgevraagd zal de ODH hierin haar expertise inbrengen. Uiteraard draagt de ODH zorg voor haar inzet op het eigen verbeterplan Kwaliteitscriteria. De inbreng vanuit de ODH voor beleidsprogramma’s vindt plaats op verzoek vanuit en qua invulling in afstemming met de gemeente. De ODH zal namens Midden-Delfland omzetten naar een bestand met milieubelastende activiteiten en deze beheren. Ook beheert ODH het REV (register externe veiligheidsrisico’s).

Specifiek aspect bij de beleidsondersteuning is het ontwikkelen van beleid voor brijnlozingen op langere termijn vanuit de glastuinbouw. Specifieke ontwikkelingen voor de glastuinbouw Landelijk worden, in overleg met andere overheden, sector en OD's, eenduidige werkwijzen ter uitvoering van wet- en regelgeving opgesteld (bijvoorbeeld voor het lozen van brijn in de bodem, voor de zuiveringsplicht of voor assimilatiebelichting bij rozenkwekers). De ODH zal waar nodig en/of op verzoek een bijdrage leveren in de uitwerking van dergelijke afspraken en zij zal deze afspraken zoveel mogelijk overnemen en hanteren. Duurzaamheid Op het gebied van duurzaamheid heeft de ODH een duurzaamheidsprogramma opgesteld samen met de deelnemers, waaruit diensten kunnen worden afgenomen, mocht daar behoefte aan zijn. De ODH gaat met de gemeenten in gesprek om over duurzaamheid van gedachten te wisselen.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

12 van 54

3.3

Raming van producten, diensten en kosten T&V

In bijlage IV is voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft, een raming van producten, diensten en kosten opgenomen. Het overzicht van activiteiten (producten) is concreet en SMART uitgewerkt en uitgewerkt als een outputbegroting. Voor activiteiten die niet zijn vervat in producten is een inspanning opgenomen in de vorm van een uitvoeringsbudget. Voor het programma T&V geldt dat de werkzaamheden grotendeels vraagvolgend zijn. Het aantal, soort en aard van de aanvragen en meldingen is door de ODH slechts beperkt te sturen en kan dus variëren. De genoemde getallen dienen dan ook als een raamwerk te worden beschouwd, dat aan de hand van de concrete ontwikkelingen flexibel en op maat wordt ingevuld. Dat betekent dat de inzet tussen verschillende taakvelden kan variëren. Het is aan de ODH om er voor te zorgen dat de totale inzet binnen de totaalraming blijft. In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijk bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan om op basis van gewijzigde aantallen ook de besteding anders in te vullen of om additionele middelen beschikbaar te stellen ingeval dat nodig mocht zijn.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

13 van 54

4 Programma Toezicht & Handhaving 4.1 Inleiding De beschrijving van het programma Toezicht & Handhaving is in twee delen weergegeven. Net zoals voorgaande jaren wordt aandacht besteed aan specifieke maatwerkafspraken. Deze afspraken zijn samen met de startbrief en op basis van de taakuitvoering in voorgaande jaren opgesteld. Hiernaast is invulling gegeven aan de transitie naar de Omgevingswet, enerzijds door aanpassing productnamen als ook de (vak)inhoudelijke veranderingen die voortvloeien uit de implementatie van milieubelastende activiteiten. In bijlage III is een generieke toelichting gegeven op de taken die voor alle deelnemers inhoudelijk generiek uitgevoerd worden. De beschrijvingen van het specifieke en het generieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling op de beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC. In bijlage V is aangegeven welke werkzaamheden voor de gemeente worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van het generieke deel (bijlage III) voor de betreffende deelnemer van toepassing zijn. De combinatie van bijlage V, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan biedt het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

4.2 Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) In de ‘Probleemanalyse en prioriteiten milieutoezicht 2026-2029’ wordt het risicomodel beschreven wat wordt toegepast voor toezicht bij bedrijven. De risicomethodiek bedrijven is gebaseerd op het landelijke model (product van IBP-VTH Pijler 5: Onafhankelijk Toezicht en Uitvoering) waarbij bedrijven worden gescoord op naleefgedrag, milieurelevantie en laatste controle. Hoe hoger de totaalscore van het bedrijf, hoe groter de kans dat het bedrijf op de prioriteitenlijst komt om te controleren. In Bijlage IX wordt de werking van het risicomodel toegelicht. De toepassing van de nieuwe risicomethodiek op locaties met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) is regio breed gelijk en levert in uw gemeente geen onoverkomelijke knelpunten voor het planmatig toezicht en integrale eerste controles Complexe bedrijven In 2026 staat op grond van de nieuwe risicomethodiek toezicht gepland bij een gedeelte van de complexe bedrijven. De milieurelevantie (de aard en het effect van de MBA) van deze bedrijven is groot en dat weegt zwaar mee in de totaalscore op grond van de nieuwe risicomethodiek. Daartegen staat dat de laatste controle bij deze bedrijven kort geleden is geweest, hierdoor kan de totaalscore van deze bedrijven lager uitvallen.

Er wordt dit jaar per complex bedrijf wat niet is geselecteerd vanuit het risicomodel ingeschat of extra toezicht nodig is. Signaalfunctie Tijdens de uitvoering van het toezicht zal de ODH, daar waar noodzakelijk, een signaalfunctie vervullen naar de gemeenten en andere handhavingspartners toe. Bij integrale casussen zal de ODH deelnemen als adviseur of regisseur afhankelijk van het zwaartepunt. ODH-bijdrage aan terugdringen van ondermijnende criminaliteit Met enige regelmaat wordt de ODH om ondersteuning gevraagd bij acties die gericht zijn op de aanpak van ondermijning. Het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) is voor de ODH een bekende partner waarmee wordt samengewerkt. Het HEIT bezoekt, met een integraal team, bedrijven op basis van meldingen en signalen van bewoners en organisaties over mogelijke misstanden. De belangrijkste taak is het lokale ondernemersklimaat verbeteren door oneerlijke concurrentie aan te pakken. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

14 van 54

De ODH levert momenteel een bijdrage aan het terugdringen van ondermijnende activiteiten door: • Het aanleveren van informatie vanuit het geautomatiseerde registratiesysteem of anderszins • Door signalen uit het reguliere werk door te geven aan het HEIT, gemeenten en RIEC • Door deel te nemen aan integrale acties die zijn georganiseerd door het HEIT. Project ureumboekhouding De grote tuinbouwbedrijven en bedrijven in andere sectoren beschikken vaak over één of meerdere warmtekrachtkoppelingen (gasmotoren, hierna: WKK-installaties) met een vermogen groter dan 2500 kW. Deze WKK installaties gebruiken ureum t.b.v. het voldoen aan emissienormen. In de wet zijn monitoringseisen vastgesteld voor WKK’s waar op twee manieren aan kan worden voldaan, continue NOxmeting of met behulp van een ureumboekhouding. Tijdens reguliere milieutoezicht wordt o.a. op emissienormen gecontroleerd maar in de praktijk blijken de monitoringseisen voor WKK’s een efficiënte uitvoering van toezicht te belemmeren omdat er veel aandacht moet worden besteed aan de ureumboekhouding. Dit project richt zich op het verkennen van nieuwe methoden om de beschikbaarheid en naleving van de ureumboekhouding bij bedrijven met WKK-installaties te verbeteren.

Door middel van een administratieve controle, waarbij bedrijven een verzoek ontvangen om hun ureumboeking aan te leveren, wordt onderzocht of de naleving verbeterd kan worden. Daarnaast wordt gekeken naar efficiëntere processen en de mogelijkheid om administratief toezicht te versterken. Voor dit onderzoek en de controles is tijd gereserveerd in de begroting, zoals vermeld in Bijlage V.

Project vetafscheiders Vanuit gemeenten en op basis van overlastmeldingen blijkt dat extra aandacht nodig is op lozing van vethoudend afvalwater. Ook vanuit Kader richtlijn water is extra bestuurlijke aandacht vereist op indirecte lozingen, waaronder ook valt het lozen van afvalwater via vetafscheiders in het gemeentelijk vuilwaterriool. In samenwerking met de gemeenten worden gebieden bepaald waar problemen zijn met name op het gebied van vethoudend afvalwater. De ODH zal vervolgens op basis van beschikbare informatie over bedrijfsmatige activiteiten waar vethoudend afvalwater kan vrijkomen gerichte controles uitvoeren. Met deze controles bieden we een beter inzicht in de omvang en mogelijke problemen rond vethoudende afvalwater en daarmee op effecten van indirecte lozingen op de waterkwaliteit in de regio. Voor dit project is tijd gereserveerd in de begroting, zoals vermeld in Bijlage V. Dit project maakt deel uit van het Regionaal uitvoeringsprogramma (RUP). Drones Het gebruik van drones is niet meer weg te denken bij de VTH taken van een Omgevingsdienst. Dit als één van de technologische ontwikkelingen van tegenwoordig om op een slimme en snelle manier aan goede informatie te komen. Daarnaast zorgt het ook voor de verdere professionalisering van de uitvoering van de VTH taken van een Omgevingsdienst.

De ontwikkeling en implementatie van drones wordt gezamenlijk opgepakt vanuit een samenwerkingsovereenkomst met de 5 Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De gezamenlijke aanpak maakt het mogelijk elkaar met materiaal en kennis te ondersteunen in de uitvoering van dronevluchten. Met de inzet van drones wordt het mogelijk om activiteiten in kaart te brengen doormiddel van fotografie, meetkunde, warmtebeelden en straling. Met behulp van deze toepassingen gaat de kwaliteit van het werk omhoog door de gedetailleerde informatie, de veiligheid van onze medewerkers wordt in onveilige situatie gewaarborgd en de efficiëntie van de werkzaamheden wordt verhoogd. In de toekomst wil de ODH deze toepassingen, zodra dit technisch mogelijk is, nog verder uitbreiden naar bijvoorbeeld geluid, lucht- en lichtmetingen met behulp van drones. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

15 van 54

Project ‘RisicoRadar’ Als versterking van het risicomodel bedrijven is in 2025 begonnen met het project RisicoRadar. Daarin worden beschikbare externe bronnen, zoals de KVK, BAG, LMA, Scios, Kiwa etc. vergeleken met data uit ons eigen zaaksysteem. Hiermee worden bedrijfslocaties opgespoord die nog niet bekend zijn of veranderd zijn van eigenaar of functie. In ons werkgebied, die o.a. gekarakteriseerd wordt door een grote doorloop in het MKB, is dit van groot belang om met het risicomodel de meest relevante bedrijven te selecteren. Daarmee kunnen vervolgens inventariserende controles worden ingepland maar ook gebieden worden geselecteerd waar meer informatie vereist is of juist waar veel problematiek speelt. Dit project vind doorgang in 2026 in het kader van het RUP (thema veilige leefomgeving). E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Bedrijven kunnen vanuit de Europese verordening PRTR verplicht zijn om te rapporteren over hun afval en de emissies naar lucht, water en bodem in een integraal PRTR-verslag (Pollutant Release and Transfer Register). Hiervoor is een webapplicatie beschikbaar: het elektronisch milieujaarverslag: e-MJV. Het bevoegd gezag beoordeelt het verslag. De gemeente Midden-Delfland heeft één bedrijf, de AWZI in de Harnaschpolder die onder de reikwijdte van de Europese verordening valt. NB: De Europese verordening wordt momenteel herzien.

Het is nu nog niet duidelijk of dit zal betekenen dat meer bedrijven onder de verordening zullen vallen.

Indirecte lozing Zorgwekkende Stoffen (ZZS Vanuit het project actualisatie VTH indirecte lozingen Omgevingsdiensten is door de provincie ZuidHolland een uitvoeringsagenda “grip op indirecte lozing” tot en met 2027 opgesteld. Voor dit uitvoeringsprogramma is een convenant getekend door Provincie en diverse gemeenten. Daarin staan 4 ambities centraal: 1. Gerichte bronaanpak bij bedrijven 2. Zorgen voor preventie, bewustwording én handelen door bedrijven 3. Kosteneffectief samenwerken door kennisdelen – uitwisseling, opleiding en samen inkopen 4. Uniforme aanpak VTH taken en actualiseren van de vergunningen Vanuit het hierboven genoemde project is vanuit de geleerde lessen uit de pilotfase een Handelingsperspectief opgesteld . De ODH kiest er voor om lozingen vanuit de bedrijven als uitgangspunt te nemen. De eerste stap daarbij is om de omvang van de lozing bij de bedrijven te bepalen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en (prioritaire) KRW stoffen. In 2025 is de ODH reeds gestart met de voorbereiding bij 30 bedrijven hiervan. Bij 30 bedrijven zijn de veiligheidsinformatiebladen van producten, grondstoffen en schoonmaakmiddelen opgevraagd.

Door gebruik te maken van de ZZS-tool van het bedrijf DeConcern zijn ZZS en KRW stoffen in beeld gebracht Voor de gemeente Midden Delfland zijn er bij de eerste selectie geen bedrijven voor de ZZS-tool van DeConcen bedrijven boven komen drijven. Voor de gemeente Wassenaar is gekozen om bij een tweetal bedrijven het afvalwater te bemonsteren en te analyseren op stoffen waarvoor normen in de vergunning dan wel het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL zijn opgenomen. Het gaat hierbij ook om ZZS en KRW stoffen. Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

16 van 54

Voor de gemeente Midden-Delfland gaat het om 2 bedrijven waarbij een steekmonster van het afvalwater wordt genomen. Dit project maakt deel uit van het Regionaal uitvoeringsprogramma (RUP).

Ketentoezicht Vanuit het werkplan van de Provincie Zuid-Holland voert de ODH al sinds 2013 ketentoezicht uit. Het ketentoezicht bestaat voor het overgrote deel uitgebreide vaak administratieve analyses, gecombineerd met specifieke controles op “verdachte” locaties/ketens. In de praktijk komt het steeds meer voor dat dit controles zijn die plaatsvinden bij bedrijven die vallen onder bevoegd gezag van de gemeente. Om de inzet voor gemeentelijk ketentoezicht beter in beeld te brengen is in 2024 gestart met de controles los van het analysewerk te registreren. Om deze reden is in het werkplan voor 2026 rekening gehouden met inzet op ketentoezicht. Dit project maakt deel uit van het Regionaal uitvoeringsprogramma (RUP). Geothermie Het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte is in de Omgevingswet aangewezen als vergunningplichtige MBA aardwarmte. Het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning kan verschillen en is afhankelijk van het type bedrijf en vaak ook van het type aanvraag. Nieuw, ten opzichte van de Wabo, is dat ook Gedeputeerde Staten of burgemeester en wethouders bevoegd kunnen zijn voor deze MBA; voorheen lag de bevoegdheid bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Gezien de complexiteit van de bevoegdheidsverdeling en de medehandhavingsbevoegdheid van SodM is de ODH, samen met DCMR, in overleg getreden met SodM. Doel van dit overleg is om afspraken te maken over welke instantie toezicht en handhaving uitoefent bij aardwarmtelocaties. Bij het overleg wordt in aanmerking genomen dat SodM bij uitstek beschikt over de deskundigheid en ervaring met betrekking tot aardwarmtelocaties en tevens bevoegd is met betrekking tot vergunningen op grond van de Mijnbouwwet, die een sterke relatie hebben met de MBA aardwarmte, en dat door het mogelijk (zeer) geringe aantal aanvragen om omgevingsvergunningen voor de MBA aardwarmte het uitermate lastig is voor ODH om ervaring op te doen met deze MBA. Vooralsnog blijft SodM toezicht en handhaving uitoefenen op bestaande aardwarmte-installaties. Datakwaliteit Er zijn diverse factoren die een rol spelen bij het beslissingsproces rondom wel of niet verlenen van vergunningen, en het wel of niet toezicht uitvoeren en/of handhaven. De voor de ODH relevante wet- en regelgeving verandert (Omgevingswet, klimaatwet), steeds meer informatie is digitaal beschikbaar en de vraag om data, informatie en kennis te delen nemen toe. De ODH steekt veel tijd in datagericht werken en de kwaliteit van de data, dit vergt een zekere mate van bewustzijn voor het belang van data.

Net zoals in voorgaande jaren zal er extra inzet worden gepleegd om de datakwaliteit van ons informatiesysteem met gegevens over locaties met MBA's verder te verbeteren. Voor deze werkzaamheden is tijd gereserveerd in Bijlage V onder product Informatie-ontsluiting en Datakwaliteit en Beleidsadvies Milieu.

4.3 Overlast Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de mogelijkheid om in de omgevingsplannen verschillende geluidnormen per gebied op te nemen. Het begrip en de definitie inrichting verdwijnt. Hierdoor ontstaat het risico dat er meer onduidelijkheid is voor de burger en de afhandeling van de klacht. De Omgevingswet benoemd MBA’s en dat zijn niet altijd bedrijfsmatige activiteiten. De verwachting is dat de afhandeling van de klachten dit jaar meer tijd in beslag zal nemen. Als er sprake is Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

17 van 54

van een overlastpiek of frequente ernstige hinder veroorzaakt door een ondernemer, neemt de ODH actief contact op met de gemeente om deze casus te bespreken.

Preventie overlast De ODH zal zich, naast het behandelen van overlastzaken, in 2026 verder ontwikkelen op het gebiedsgericht werken,. Nieuwe opgestarte bedrijven in sectoren waar historisch gezien de meeste overlastzaken voorkomen, proactief geïnformeerd over relevante wet- en regelgeving. Daarnaast zullen er preventieve controles plaatsvinden bij de opening van deze bedrijven, met als doel potentiële overlastoorzaken vroegtijdig te signaleren en te voorkomen. Voor deze preventieve activiteiten is tijd opgenomen in de begroting onder ‘project communicatie’ en ‘projectcontroles’, zoals weergegeven in Bijlage V. Dit project maakt deel uit van het Regionaal uitvoeringsprogramma (RUP).

Warmtepomp metingen Sinds de opkomst van warmtepompen bij particulieren merken we dat de vraag naar het uitvoeren van geluidmetingen bij overlastsituaties tussen particulieren stijgt. De gemeente is bevoegd tot het houden van toezicht op de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). We kunnen als adviseur een aantal metingen op jaarbasis uitvoeren. Hiermee kan de gemeente bepalen of een overlastsituatie tussen particulieren wel of niet voldoet aan van toepassing zijnde regelgeving. Dit project maakt deel uit van het Regionaal uitvoeringsprogramma (RUP).

4.4 Toezicht: Bodembescherming en –kwaliteit Het toezicht op saneringen wordt uitgevoerd conform de uitvoeringsstrategie Toezicht en Handhaving bodem (2024-2027) waarin de risico’s bij activiteiten in en op de bodem zijn beoordeeld en waarin rekening wordt gehouden met de Omgevingswet. De controles zullen zich richten op de milieubelastende activiteiten in of op de bodem met de hoogste risico’s. Toezicht vindt vrijwel altijd fysiek plaats maar in sommige gevallen, zoals bij het niet nakomen van rapportageverplichtingen, administratief. De geplande bodem gerelateerde werkzaamheden, waarbij het aantal gevallen in lijn ligt met voorgaande jaren. De uiteindelijke uitvoering hangt echter sterk af van het aantal binnenkomende meldingen bij de ODH. Het blijkt regelmatig dat bodemactiviteiten plaatsvinden zonder de vereiste melding en/of kennisgeving, is in het werkplan extra ruimte opgenomen voor het uitvoeren van specifieke gebiedscontroles gericht op bodembescherming. Tevens is er een begin gemaakt met het verbeteren van het signaaltoezicht tussen verschillende toezichthoudende instanties om effectiever samen te werken.

4.5 Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) vallen vanaf 1 januari 2024 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Door deze aanpassing is er nog maar één regeling voor zowel gesloten als open bodemenergiesystemen (GBES en OBES). De uitvoering van de regeling is daarmee een basistaak geworden voor de Omgevingsdiensten. Omgevingsdiensten zullen zich voornamelijk richten op het boren en aanleg van bodemenergiesystemen met een vermogen van > 70Kwh. Houders van deze bodemenergiesystemen zijn verplicht jaarlijks te rapporteren aan bevoegd gezag over het functioneren van haar systeem. Tevens wordt toezicht gehouden of een GBES voldoet aan de registratieplicht. Indien de uitvoerende partij, die verantwoordelijk is voor het boren en aanleg van een bodemenergiesysteem, niet beschikt over de juiste certificaten, geeft de ODH een signaal af richting IL&T.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

18 van 54

4.6 Asbest Per 1 februari 2021 is het toezicht op de verwijdering van asbest overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). In het kader van deze overdracht heeft de gemeente ervoor gekozen om zowel administratief als fysiek toezicht te laten uitvoeren op bedrijfsmatige asbestsaneringen. Voor de fysieke controles zijn specifieke criteria vastgesteld, die door de coördinator van de ODH worden toegepast om een efficiënte werkverdeling te waarborgen. Uit de praktijk blijkt dat uitsluitend toezicht op gemelde saneringen onvoldoende inzicht biedt in illegale asbestverwijderingen binnen de regio. Om hierop beter te kunnen inspelen, voert de ODH – indien relevant – ook gebiedsgerichte controles uit met aandacht voor mogelijke illegale saneringen. De inzet van capaciteit voor deze controles wordt afgestemd op actuele kengetallen en nalevingspercentages. Hierdoor kunnen inspecties gerichter plaatsvinden op locaties met een verhoogd risico op niet-naleving en illegale activiteiten.

4.7 Duurzaamheid Duurzaamheid, Circulaire economie en Energietransitie zijn termen die niet meer weg te denken zijn in de samenleving. Voor veel bevoegde gezagen zijn deze onderwerpen ook speerpunt in de collegeprogramma’s. De ODH voert toezicht uit op de wettelijke verplichtingen die van toepassing zijn vanuit de Omgevingswet. Dit houdt in toezicht op energiebesparingsplicht vanuit Bal en Bkl. In 2025 zal de ODH met behulp van de specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparing (SPUK THE), net als in 2023 t/m 2025, meer controles uitvoeren op de energiebesparingsplicht. Dit betreffen extra controles die boven op de in het jaarwerkplan geplande controles komen. De exacte verdeling per opdrachtgever van de additionele werkzaamheden is nog niet bekend. De verdeling zal plaats vinden naar rato op basis van het aantal bedrijven/instellingen dat valt onder de wettelijke energiebesparingsplicht, de informatieplicht en onderzoekplicht energiebesparingsplicht. Per 1 juli 2023 is vooruitlopend op de Omgevingswet een aantal grote wijzigingen doorgevoerd in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling milieubeheer. Zo is de energiebesparingsplicht verbreed, waardoor ook vergunningsplichtige bedrijven en glastuinbouwbedrijven onder de energiebesparingsplicht en informatieplicht kunnen vallen.

Voor zeer grote energiegebruikers, met een verbruik van meer dan 10 miljoen kWh aan elektra en/of aan 170.000 m3 gas, geldt sinds 1 juli 2023 ook een onderzoeksplicht energiebesparing. In 2026 wordt de voor duurzaamheid beschikbare capaciteit met name ingezet op het uitvoeren van toezicht op naleving energiebesparingsplicht. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van naleving informatieplicht en wordt eventueel handhavend opgetreden als bij de uit te voeren controles (regulier toezicht als ook controles duurzaamheid) wordt vastgesteld dat nog niet is voldaan aan de informatieplicht en/of onderzoeksplicht. Duurzaamheidscontroles worden zoveel mogelijk uitgevoerd op basis van analyses van historische informatie, kernregistraties en informatie uit het E-loket van het RvO en ingediende rapportages onderzoeksplicht. Sinds medio 2025 is de wetswijziging waarmee energieleveranciers omgevingsdiensten inzage moeten geven in de energieverbruiksgegevens vastgesteld. Met deze wetswijziging komt er zicht op de daadwerkelijke energieverbruiksgegevens van bedrijven en daarmee een betere manier van informatie gestuurd toezicht op energiebesparingsmogelijkheden en inzicht in de daadwerkelijke energiebesparing in de regio.

Vanuit Omgevingsdiensten Nederland (ODNL) in samenspraak met RVO en Energieleveranciers gewerkt aan een systeem waarmee de energiegegevens kunnen worden beschikbaar gesteld. Dit systeem zou eind 2025 beschikbaar worden zodat het ingezet kan worden voor het selecteren van duurzaamheidstoezicht in 2026.

Werkplan 2026, Gemeente Midden-Delfland, 1 november, Concept

19 van 54

Label C In het Bbl is sinds 1 januari 2024 de Energielabel plicht (niveau C) opgenomen. Tot 31 december 2023 stond de Label C plicht in het Bouwbesluit 2012. De ODH voerde deze werkzaamheden uit tot en met 2025 vanuit een additionele opdracht. Alle op bekende locaties die aan deze plicht moeten voldoen zijn de afgelopen jaren getoetst aan de Label C eisen en waar nodig aangeschreven. Mocht na 2025 alsnog bij het reguliere toezicht energie/duurzaamheid blijken dat er sprake is van Label C verplichting die nog niet wordt nageleefd dan wordt dit tijdens deze controles alsnog opgepakt. Dit zal waarschijnlijk zeer sporadisch voorkomen en heeft geen impact meer op de urenraming. Werkgebonden Personen Mobiliteit De Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is in werking sinds 1 juli 2024 en verplicht werkgevers met meer dan 100 medewerkers in loondienst om jaarlijks voor 1 juli de CO2 emissie als gevolg van persoonsgebonden mobiliteit te rapporteren bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanuit de Omgevingswet is bepaald dat het toezicht op deze regels als basistaak dient te worden ondergebracht bij Omgevingsdiensten. Er is een landelijke leidraad opgesteld voor het op adequate wijze uitvoeren van het toezicht en handhaving. In september 2025 is een motie aangenomen in de 2e Kamer waarmee het Ministerie de opdracht heeft gekregen de regelgeving te versoepelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=bc8ec22a-aede-4842-a8e8-192e12b241f5