CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026 m 01 d 27 Vsl Raad

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering dd 27 januari 202618.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de commissie hebben we ook aangegeven dat dit voorstel niet in beton gegoten moet zijn. Wat vorige sprekers ook al aangaven, daar waar zich mogelijkheden voordoen, moeten we die zeker beetpakken. We hebben dit voorstel naar deze vergadering gebracht in de openbaarheid om aan te tonen, met name aan onze bevolking, dat we bezig zijn met onze toekomst, bezig met de toekomst van Midden-Delfland en met plannen na 2030 die de levendigheid van onze kernen moeten bewerkstelligen. Als voorbeeld de Maaslandse Zoom in Maasland. Daar wordt nu volop gebouwd. Het is in het dorp heel duidelijk zichtbaar aan het aantal woningen dat nu te koop staat, dat de doorstroming door dit soort projecten wel degelijk op gang komt. Ik hoor de wethouder zeggen dat de Maaslandse Zoom, Keenenburg V 100% is toegewezen aan inwoners van Midden-Delfland. Dat zal ook in Schipluiden de doorstroming op gang brengen. Wat dat betreft zijn dat goede initiatieven. Voor de rest kunnen wij uiteraard instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Roeling. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Teleurstellend om te moeten constateren dat de wethouder niet bekend is met allerlei concepten die al jarenlang opgeld doen in Nederland. Dat gaat met name over hoe je zo lang mogelijk de regie kunt houden op je bouwprojecten. Die zijn er gewoon.

Ik zal niet zeggen dat de wethouder jokt, maar laten we erop houden dat hij nog niet bekend is met alle concepten die tegenwoordig opgeld doen. Een bekend voorbeeld is dat je met een architectenbureau aan de slag gaat. Dat architectenbureau staat erom bekend om gezamenlijk, in samenwerking met de gemeente, de participatie te doen, het plan te ontwikkelen en samen een aannemer te vinden die het plan gaat realiseren. Dan heb je als gemeente gewoon de vrije hand als het gaat om de middenhuur, de betaalbare koop en eventueel nog daarboven. Daar hebben we op geanticipeerd, voorzitter. Hoe krijgen we deze concepten nou over het voetlicht? Ik kan u vertellen wij dat 19 februari a.s. weer een woningbouwavond organiseren in de kantine van SV Schipluiden, waarin een van dat soort concepten wordt uitgelegd door zo'n architectenbureau. We zijn nog bezig met de uitnodigingen, maar ik kan u vertellen, mocht u een persoonlijke uitnodiging krijgen, dan bent u van harte welkom op 19 februari a.s. om dit concept aan te horen. De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik wil u verzoeken om u wel bij de beantwoording te houden en niet bij de uitnodiging. Die kan hierna ook uiteraard uitgezet worden, maar dat is niet voor dit debat bedoeld. De heer Roeling: Het is natuurlijk wel goed dat dit vlak voor de verkiezingen geagendeerd wordt. Dan kunnen we het podium pakken.

Nou, en dat kunt u wel aan ons overlaten, voorzitter.

15

De voorzitter: Volgens mij heeft u mijn boodschap begrepen. Maar u krijgt de gelegenheid om uw betoog af te maken. De heer Roeling: Ja, nou ga ik twijfelen of u ook wel een uitnodiging krijgt, voorzitter. Nog even over wat er besproken is. Ik denk dat na 18 maart a.s., dat was weer een andere avond, er natuurlijk wel een kans bestaat op een andere politieke werkelijkheid. Is bijvoorbeeld de gedachte over de 30% sociale huur realistisch? Daar hebben wij ook al onze bedenkingen bij. We moeten er natuurlijk ook wel rekening mee houden dat dat soort dingen kunnen kantelen. Wat ons betreft kantelt het dan de goede kant op, namelijk die van onze eigen inwoners. Daar hebben we wel vertrouwen in, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel voorzitter. Hoor ik de heer Roeling hier zeggen dat hij 1250 van onze eigen inwoners in de kou wil laten zitten? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Het woord en de beantwoording is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Ik dacht eerst dat de heer Scholtes begon over van het gas af, want dan krijg je het ook koud. Ik zal dat getal niet in twijfel trekken, maar hoe dat zich precies verhoudt, senioren, starters, daar kan je best wat op loslaten van mensen die zich alvast inschrijven en alvast zich actief als bewoner opstellen om maar op tijd in aanmerking te komen.

De heer Scholtes weet natuurlijk ook dat de wachttijd voor een sociale huurwoning in Midden-Delfland acht jaar is. Ik sluit niet uit dat mensen tijdig beginnen, zeg maar. Voorzitter, dat kan dus veranderen. Ik heb nog eens nagedacht over de villa's aan de Woudselaan. Heb je daarmee ingestemd? Dat ging over de Scharnier, dat gebiedje daar. Nou, die contracten met VolkerWessels lagen er al voordat de gemeente Midden-Delfland is opgericht. Ik kan nu niet zeggen dat we daar nog onderuit konden. Dus dat zal de meest waarschijnlijke reden zijn geweest dat we daarmee hebben ingestemd. Eén punt nog over… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Het geeft niks. Mijnheer Roeling weet ook niet alles meer. Het ging over het project Molinos des Arnès, overgenomen door een andere projectontwikkelaar. Daar was wel degelijk de kans om op een andere manier met die ontwikkelaar in gesprek te gaan. Maar zelfs daar heeft de fractie Mijn Partij niet mee ingestemd. Kunt u zich nu wat beter herinneren, mijnheer Roeling? De voorzitter: Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: De heer Knaap noemde het project, maar ik verstond het niet goed. Misschien kan hij dat nog herhalen. De voorzitter: Dan is het verzoek aan de heer Knaap om de vraag nog een keer te herhalen.

De heer Knaap: Molinos des Arnès, oftewel de molens aan de Harnaskade, of tenminste het projectgebiedje wat de heer G.M. van Leeuwen heeft overgenomen van VolkerWessels. Er was wel degelijk de mogelijkheid om met de heer Van Leeuwen in gesprek te gaan. Alleen daar bent u niet in meegegaan. Kunt u zich het nu herinneren? De voorzitter: Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Dat is hetzelfde verhaal, dat is een onderdeel van VolkerWessels geweest. Daar kan je hoog en laag springen, maar je moet ook wel realistisch zijn. Als daar mensen geld in gestoken hebben, moeten we dan nog dat soort plannen wijzigen? Wij willen natuurlijk ook nog wel een beetje als een betrouwbare overheid overkomen. We willen geen veranderingen aanbrengen in contracten die eerder zijn afgesloten. Wij zijn er meer voorstander van om vanaf dag één 16

duidelijkheid te scheppen aan eenieder: onze inwoners, maar ook aan onze initiatiefnemers. Dat is voor iedereen duidelijk en daar zijn wij meer van. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Knaap in vervolg op uw toelichting. Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ik constateer dat de fractie van Mijn Partij, bij monde van mijnheer Roeling, eigenlijk het adagium belichaamt van "In geouwehoer kan je niet wonen". U stemt in met de uitwerking van een kader voor de Kasteellaan in Schipluiden. Vervolgens gaat u later terugkrabbelen, omdat die uitwerking u niet bevalt. U bent daar dus weinig consistent in. Herkent u dat beeld? De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Nee, totaal niet. Wij hebben ingestemd met de aankoop van de kavel. Er heeft geen participatie plaatsgevonden. In het raadsbesluit waarin we de grond aankochten, was duidelijk dat het voor senioren bedoeld was, in Schipluiden. Toen kreeg je dat plan waar u het over heeft. Laat ik de beeldspraak een beetje volgen, voorzitter. In principes kan je ook niet wonen. Laat ik het daarop houden. Dan gaat het nog over de personele inzet. Dat mag geen vertraging oplopen. Daarover hebben wij in de commissievergadering ook al gezegd: het is natuurlijk ook hoe je te werk gaat. Je kan daar weer extra mensen voor inhuren, maar laten we ook eens kijken wat voor taken onze medewerkers nu op zich nemen.

Doorlopen ze alles en iedereen of gooien ze ook nog verschillende taken, onderzoeken, et cetera, bij de initiatiefnemer over de schutting? Dan heb je het over bedrijfsvoering. Ik denk dat wij als gemeenteraad daar wel iets over kunnen en mogen zeggen. Voor ons is het belangrijker om eerst eens te kijken wat onze medewerkers nu doen. Hoe zien wij als raad de gewenste situatie? Wij denken dat we daar heel veel efficiency uit kunnen halen door op een andere wijze te werk te gaan en wat minder zelf te doen, maar wat meer aan anderen over te laten. Extra geld, dat zou plan B zijn. Op de eerste plaats is het kijken hoe efficiënt wij als organisatie aan het werk gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling, voor uw beantwoording op de vraag die uitstond. Tot slot wil ik vanuit de tweede termijn het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. Wat de VVD betreft is de 30% sociale huur niet heilig, zeker niet als dit eventuele kleine nieuwbouwprojecten bemoeilijkt. Als meer bouwen voor de middengroep helpt bij het versnellen van de woningbouw, zijn we daar zeker voorstander van. Het is ook goed te zien dat Mijn Partij zich hierin wel kan vinden. Dat de andere partijen hier meer moeite mee hebben, verbaast ons eigenlijk niet. Dat is best wel jammer. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes.

De heer Scholtes: Voor de VVD dezelfde vraag eigenlijk. Wilt u 1250 van onze inwoners in de kou laten zitten? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ik kan niet zeggen dat ik hem niet aan zag komen. Daar heb ik wel een antwoord op. Dit is het enige getal waar wij altijd mee schermen. Er zijn 1250 mensen op zoek naar een sociale huurwoning. De hoeveelheid mensen die in de middengroep zit en hier graag wil wonen, weten we niet, want er zijn geen cijfers van. Dat zouden er wel eens heel veel meer kunnen zijn. Die laat D66 en alle partijen die altijd maar voor 30% sociale huur kiezen, behoorlijk in de kou staan. Dus wat ons betreft, wij vinden het belangrijk dat we in Midden-Delfland bouwen waar onze inwoners behoefte aan hebben. Dat is voor ons uitermate belangrijk. Wij vinden het wat minder belangrijk wat de regio vindt dat wij zouden moeten bouwen. Dank u wel, voorzitter.

17

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Hiermee sluit ik de tweede termijn. Er zijn eigenlijk geen vragen meer. Nu wil ik vervolgens overgaan tot het slotwoord te geven aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter. Dank u wel dat u mij daar toch nog even de gelegenheid voor geeft, omdat ik wil markeren hoe belangrijk dit is. We hebben een lijst met projecten waar we aan gaan werken en waar we onze mensen inzet op laten plegen. Ik heb gezegd dat we daar bij u op terugkomen op het moment dat het gaat knellen. Er moet mij toch wel iets van het hart over de betrouwbare overheid. Dat proberen wij natuurlijk te zijn. Dat doen we door u informatie te verstrekken vanuit het college en vanuit de organisatie, maar dat doen we ook door alleen dingen te beloven die kunnen. Ik merk dat er af en toe in het debat dingen gezegd worden alsof de buitenwereld niet bestaat. Dat is gewoon niet het geval. Ik wil daar ook wel over zeggen dat we voor onze eigen inwoners met elkaar hebben afgesproken dat we die 30/30/40-verdeling hanteren. Dat staat in onze woonvisie. Dat is gewoon een stuk dat we met elkaar hebben vastgesteld. Daar houden we ons aan. Dat helpt in de regio om dingen voor elkaar te krijgen. Dat helpt voor onze eigen inwoners om woningen te realiseren.

Dan kan je van alles nog bedenken hoe het anders zou kunnen, maar zoals we bijvoorbeeld bij De Kroon hebben voorgesteld, hebben we netjes uitgelegd waarom we dingen doen zoals we het doen. Dan kunt u zeggen dat we dat anders doen. Wij vonden, en met u later de hele raad - althans de meerderheid van de raad - dat deze besluitvorming wel degelijk voldeed aan de uitwerking die we met de kaders hebben gehad. We gaan dus niet als ontwikkelaar aan de gang zoals op De Kroon, maar volgens een principe van de aanbesteding, zoals we dat ook gedaan hebben op Keenenburg V. We hebben zo alle grip die we nodig hebben op dit plan om het te realiseren voor onze inwoners met welke woningen we daar kunnen gebruiken. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel voor uw slotwoord, wethouder Voskamp. Het betekent dat we nu, na de beraadslagingen, toe zijn gekomen aan de besluitvorming. Ik wil u allen verzoeken om uw stem uit te brengen. De uitslag is een 100% positieve uitslag en het voorstel is aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

8.

Actualiseren speelbeleid

De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8, het speelbeleid, het actualiseren van het speelbeleid, is het onderwerp, waarbij portefeuillehouder Klijmij-van der Laan in het speelbeleid 2025 zijn ambities voor de komende jaren heeft uitgewerkt. Het college heeft per kern aangegeven wat er nodig is om deze ambities in praktijk te brengen. Dit is nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan met meerjarenplanning en een bijbehorende begroting. De gemeenteraad wordt voorgesteld om 1. het speelbeleid 2025 vast te stellen en 2. de benodigde kredieten vanaf 2028 in de kadernota 2027-2030 op te nemen. Wie wil hier in de eerste termijn over spreken? Mevrouw Langeveld, de heer Jongsma, de heer Van Lier. Dan wil ik in de eerste termijn als eerste het woord geven aan mevrouw Langeveld van het CDA. Mevrouw Langeveld: Dank u wel voorzitter. Ik heb me er de hele avond op verheugd om het woord te mogen voeren over een leuk en luchtig onderwerp. Voorzitter, wij hebben als CDA op 12 november 2024 een motie ingediend met steun en medeondertekening van alle fracties. Dat was de motie Samen spelen over inclusieve speeltuinen. Het is natuurlijk heel mooi dat die raadsbreed is ondertekend en ook is omarmd door het college. Waar ik heel blij van werd toen ik het speelbeleid las, is dat ik zie dat de gehele motie is opgenomen in het nieuwe speelbeleid. Daar wil ik het college heel erg voor bedanken.

In de commissievergadering is er ook met elkaar gesproken. Ik heb begrepen dat de heer Jongsma straks ook nog een woord erover zal doen. Ik zal hem het gras dus niet voor de voeten wegmaaien, maar dat kan uiteraard een hele mooie aanvulling zijn op de motie Samen spelen. Dus voor de eerste termijn mijn complimenten en dank daarvoor. Ik ben heel erg benieuwd naar de uitvoering en ik wens het college daar ook heel veel succes mee. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Vanuit de eerste termijn wil ik nu graag het woord geven aan de heer Jongsma, want die heeft een toevoeging, zoals u net aangaf. Dus mijnheer Jongsma, aan u het woord.

18

De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de commissie hebben we al aangegeven dat wij erg blij zijn met het nieuwe speelbeleid. Ook hebben we gesproken over het aanbrengen van waterpunten bij speeltuinen en de mogelijkheid om fitnessattributen te plaatsen. Ik ben me ervan bewust dat dit al wel min of meer in het nieuwe beleid zit. Dat klopt, maar ik bemerk bij meerdere fracties, die we tijdens de vorige commissievergadering hebben gesproken, dat het wellicht goed is om bewegen bij onze inwoners wat meer te benadrukken en ook te stimuleren. Daarom heb ik uiteindelijk besloten om met een motie te komen, Heel Midden-Delfland Beweegt, waarvan ik nu het dictum zal voorlezen. Dat dictum luidt: "draagt het college op: te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om in Midden-Delfland één of twee beweegtuinen te realiseren, inclusief mogelijke locaties; inzichtelijk te maken welke eenmalige investeringskosten en structurele beheerkosten hiermee gemoeid zijn; te verkennen of en hoe externe financiering, zoals subsidies, fondsen of koopfinanciering met zorg- en welzijnspartners, kan worden benut; de resultaten van het onderzoek te betrekken bij de verdere uitwerking van het speelbeleid 2026-2036 en bij de besluitvorming rond de Kadernota 2027-2030. Deze motie is ondertekend door het OGP Midden-Delfland, het CDA en de VVD.

De voorzitter: Wij zien de motie graag tegemoet, mijnheer Jongsma. Hij staat, hoor ik hier net ook al, in iBabs. De motie is wat dat betreft te lezen. Dank u wel, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Mag ik nog iets toevoegen? Ik heb de motie ingediend, maar… De voorzitter: Zeker. Excuus. U kunt vervolgen. De heer Jongsma: Graag hoor ik inderdaad nog van Mijn Partij, daar hebben we ook wel over gesproken. Misschien kan hij daar nog een aanvulling of toevoeging op doen, of kan hij aangeven of zij willen medeondertekenen. Daartoe nodigen we hen natuurlijk van harte uit. Van de wethouder horen we graag wat hij van de motie vindt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma, duidelijk. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Dank u wel voorzitter. Ik zal niet in een herhaling vallen. We hebben het voorstel in de commissie uitgebreid besproken. Het is in ieder geval een goed doordacht speelbeleid dat hier nu voorligt. We hebben het in de commissie gehad over dat we iets moeten doen aan fitness, ouderen en al dat soort zaken. Vandaar ook de motie die nu ingediend en besproken is. Wij vinden de motie ook goed. Ik heb toevallig ook contact gehad met mijnheer Jongsma. We hadden hem mede kunnen ondertekenen, dus bij dezen. Ik weet niet of dat nog achteraf kan nu hij is ingediend.

Wat wij heel goed vonden aan deze motie is dat er gekeken wordt naar externe financiering, subsidies, fondsen, partners en dat soort zaken. Dat is echt nieuw. Dat stond nergens in. Ik wacht de reactie van het college even af. Voor de rest heb ik geen toevoegingen aan de moties en het beleid. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lier. Ook helder. Dan richt ik me vervolgens tot de wethouder voor een reactie. Mijnheer Klijmij, aan u het woord. Wethouder Klijmij: Nogmaals dank voor de complimenten die er zijn gegeven. De voorzitter gaf het aan alsof het mijn beleid was, maar is natuurlijk door het college vastgesteld. Dat is ook wel te zien, want dit gaat natuurlijk niet alleen om spelen voor kinderen, maar om spelen voor alle leeftijden en ook de link met bewegen en sporten. Wat dat betreft is dit beleid eigenlijk ook volledig portefeuille-overstijgend, dus dank voor die complimenten. Ik ga nog even in op de motie, want dat is echt een inhoudelijke. Een sympathieke motie. Ik loop even de punten af, want zoals de heer Jongsma aanhaalt, zitten er inderdaad wel een aantal dubbelingen in met wat al in het stuk staat. Hoewel je daar soms wel een beetje naar moet zoeken. Het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om één of twee beweegtuinen te realiseren, die staan inderdaad genoemd op pagina 8 voor de liefhebbers om daarnaar te kijken. In scenario 3 zeggen we, we gaan allerlei 19

dingen vervangen, inclusiever maken, et cetera. Wat wij ook in het beleid hebben staan, en daar staat bovenaan pagina 17, mocht er na onderzoek voldoende ruimte en draagvlak zijn voor nieuwe plekken, dan kan er op dat moment nog gezocht worden naar extra middelen. Daar sluit dit op zich ook bij aan. Inzichtelijk maken welke investeringskosten en structurele beheerkosten hiermee gemoeid zijn. Uiteraard moet dat, als je naar locaties op zoek gaat. Te verkennen of en hoe externe financiering kan worden benut. Ook daarover staat op pagina 17 een zinnetje verstopt, dat naast de beschikbaarstelling van vervangingsbudget er gekeken kan worden naar samenwerking met andere budgetten of het aanvragen van subsidies of fondsen voor specifieke ambities. Dus richting de heer Van Lier die dat geloof ik zei, dat staat hier ook al als optie benoemd. Dat is natuurlijk ook even zoeken. De resultaten betrekken bij de verdere uitwerking van het speelbeleid en de besluitvorming. Dat kan, maar er staat de Kadernota genoemd, dat lijkt nog ver weg over een halfjaar, maar dat is wel heel erg snel om te kijken naar die plekken en ook wel een beetje wat de behoeften zijn. Op zich weten we wel vanuit wat we aan voorbereiding hebben gedaan, dat met name in Schipluiden-Maasland, wel behoefte is aan bijvoorbeeld beweegtuinen voor ouderen. Die staan er ook bij genoemd.

Dus op zich is deze motie goed te doen, ze sluit aan bij onze ambities en wat we al in het stuk hebben staan. Ik zou wel willen zeggen, dat als u hiermee wilt instemmen, want dat is uw oordeel als raad, dan zou ik zeggen dat de kadernota iets te vroeg is. Gun ons dan iets meer tijd voor bijvoorbeeld de begroting om hieraan te kunnen voldoen. En nogmaals, op zich gaan we hier sowieso mee aan de slag. Dit stond ook al in de stukken genoemd. Dat was mijn bijdrage, voorzitter. Ik wil er nog even op wijzen. Op de live is hij net niet te zien, geloof ik. Nee, helaas, maar ik heb Jantje Beton hier dit keer wel nog even bij gezet om het ook allemaal mee te maken. De voorzitter: Hij is op de camera niet te zien, maar dat zou nog leuk zijn. Juist. Dank u wel, wethouder Klijmij. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Dan wil ik als eerst het woord geven aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel voorzitter. Ja, zoals wij in de commissievergadering al hebben gezegd, zijn we eigenlijk heel blij met het speelbeleid. Het is uitgebalanceerd. Het is inclusief. Het is voor jong en oud. Het sluit eigenlijk aan bij alle doelgroepen en alle soorten speeltuinen die wij ons maar kunnen wensen. Het sorteert ook voor op scenario 3 van de vier scenario's.

Scenario 3 is echt het vervangen van bestaande toestellen en het kijken hoe we die toestellen gewoon in een goed onderhouddocument kunnen neerzetten. Dat vinden wij in tijden, waarin het geld niet overstroomt en waar we moeten bezuinigen wel een heel verstandige optie. In de commissievergadering hebben we ook gevraagd aan de wethouder of er dan wel mogelijkheden zijn om te kijken naar dingen die juist kunnen aansluiten op de tieners waar over het algemeen in onze gemeente niet altijd voldoende voor te doen is. Ook daarvan is wel gezegd dat we daar naar kunnen kijken. Zoals wij deze motie lezen, vinden wij deze motie echt wel heel beperkend, want het richt zich echt op beweegtuinen. Een beweegtuin is misschien niet iets waar de gemiddelde tiener echt op zit te wachten. Als we dan kijken naar het feit dat er al een stuk voor de hele breedte van de leeftijden in zit, vinden we dat dit eigenlijk heel goed aansluit binnen het beleid. Daarbij willen we echt meekijken naar mogelijkheden die zich voordoen, om te kijken of we het kunnen uitbreiden, of we meer speelmogelijkheden kunnen maken en dat echt aan te laten sluiten op waar vanuit de kern behoefte aan is. Dat zien we eigenlijk al terug in het stuk en dat hebben we ook teruggekregen uit de beantwoording in de commissievergadering.

Daarom vinden wij deze motie misschien een beetje overbodig, maar misschien zelfs een beetje beperkend voor wat het zou kunnen zijn. Dus ja, wij zouden niet per definitie de voorkeur hebben om deze motie te steunen. Tot zover mijn tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, Mijnheer Scholtes, u heeft zich daar meteen ook bij uitgesproken, waarvoor dank. Dan ga ik mevrouw Langeveld vragen om ook haar inbreng te geven. Aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Ik was toch al even verbaasd dat de motie al direct werd ingediend. Ik heb van tevoren al even aan de heer Jongsma aangegeven dat als die wordt ingediend, wij hem zeer zeker zullen steunen. Ik had begrepen dat er eerst even gewacht zou worden op de beantwoording van het college. Wat er in de motie staat, nogmaals, daar staan wij zeker achter. Al vind ik het aan 20

de ene kant, dat moet ik wel delen met D66, ook wel ietwat overbodig, omdat eigenlijk alles wat er in de motie staat, ook al in het speeltuinenbeleid staat. Maar kan deze motie kwaad? Nee, zeer zeker niet. Het heeft nog extra aandacht voor een paar punten uit het speeltuinenbeleid. Waar ik het wel met het college mee eens ben, is dat de kadernota wel wat vroeg is. Ik hoop dat mijn overige raadsleden, en zeker ook de fracties die de motie mede hebben ingediend, het daar ook mee eens zijn. Het is beter om dat mogelijk op een ander tijdstip te doen, dan zit ik zelf te denken rondom de begroting. De voorzitter: Ik zie de interruptie van de heer Gebben van de VVD. Mevrouw Langeveld: Ik ben er ook even stil van. De voorzitter: En ze stopt meteen met praten. Dus mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Dat ik mevrouw Langeveld nog eens stil kan krijgen, dat is ongelooflijk, en dat in mijn een-na-laatste raadsvergadering. CDA is mede-indiener van deze motie en nu hoor ik allemaal wijzigingen. Is dat niet een beetje laat? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Het woord is aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ja, dank u wel. Ja, mijnheer Gebben, ik ga de vraag toch even teruggeven, want welke wijzigingen heeft u gehoord? Ik heb geen wijzigingen gehoord. Ik heb alleen even antwoord gegeven op de vraag van het college die bij ons is neergelegd. Dank u wel.

De voorzitter: Mijnheer Gebben van de VVD, aan u nog even het woord tot slot. De heer Gebben: Nou ja, goed. De kadernota was wat snel, dat begrijp ik. Maar goed, laten we het er verder bij laten. Ik vind de motie prima. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Mevrouw Langeveld, daarmee is uw betoog ook geëindigd. Mevrouw Langeveld: Ik was helemaal onder de indruk van de interruptie, dus ik viel inderdaad stil. Maar volgens mij was ik al aardig aan het einde toe, dus ik houd me maar stil. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter dank. Ook wij sluiten ons aan bij de complimenten voor het voorstel. Ook wij gaan het steunen. Ten aanzien van de motie. Die motie is zeer sympathiek en ik denk dat het goed is om het onderzoek te doen en de financieringsmogelijkheden te bekijken en dan vervolgens weer naar de raad te komen om een definitief go/no-go te geven. Ik snap ook wel dat de wethouder zegt dat de eerstvolgende kadernota heel snel is, want dan heb je nog maar een paar maanden om alles te doen. Met die kanttekening gaan wij die motie zeker steunen. De voorzitter: Dank u wel voor uw duidelijke uiteenzetting, mijnheer Ringeling. Vervolgens wil ik het woord geven aan de heer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Dank u voorzitter.

Zoals de wethouder zegt, is het een sympathieke motie. Daar ben ik ook blij mee. U zegt dat er wat herhaling in zit. Dat klopt. Dat hadden we ook al geconstateerd op onze eerste termijn. Anderzijds geven we ook extra aandacht voor de extra dingen, zoals het bewustzijn van de bewegingen. In reactie richting D66 heb ik opgeschreven dat we in een beweegtuin niet alleen naar tieners zoeken, maar ook naar iemand van veertig, vijftig of zestig. Die willen ook een keer bewegen of iets doen. Een beweegtuin gaat verder dan de jeugd, denk ik. Ook wij blijven achter de motie staan. De opmerking dat de kadernota te snel is, ja, we onthouden dat. U kunt uw best doen en dan zien we het wel, maar de motie zelf is een goed stuk.

21

De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Van Lier. Dan wil ik tot slot in de tweede termijn het woord geven aan de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Dank u wel voor het woord. Dank u wel dat iedereen al gereageerd heeft. Dat maakt het voor mij wat makkelijker. Laat ik beginnen met D66, die zegt dat deze motie zich wat te veel richt op de beweegtuinen en zou daarmee de andere opties wat beperken. We hebben vanavond de wethouder al gesproken dat er in principe al heel veel in zit en dat er ook heel veel mogelijk is, ook naar de toekomst. Het klopt wel dat deze motie in dit specifieke geval zich meer richt op het stimuleren en motiveren van bewegen, maar dat laat onverlet dat er ook ruimte is voor andere zaken om te bewegen en te spelen. De heer Scholtes had het de vorige keer over skatebanen en dat soort zaken. Ja, het zou zomaar in de toekomst kunnen. Het is wel een stukje duurder, maar er komt misschien ook wel eens een voorstel in die richting. Ik bemerk dat de meerderheid zich daar op dit moment nog niet op wil focussen, maar wat meer op korte termijn op de beweegtoestellen. Dat is wat ik over dat punt wil zeggen. Daarnaast hoor ik de wethouder inderdaad zeggen dat hij het een sympathieke motie vond. Dat vind ik ook. Daarnaast vind ik ook dat hij inderdaad wel wat doublures heeft.

Dat klopt ook, maar ik merk ook wel bij meerdere collega-raadsleden dat het uiteindelijk misschien toch wel goed is om deze motie in te dienen, temeer omdat er wat specifieke punten in zitten die het wat verscherpen. Het enige puntje dat de wethouder noemt, is inderdaad om dit voor de kadernota dan allemaal rond te krijgen. Het is een kadernota. Eigenlijk zijn we heel vroeg met het eerste punt van de kadernota dat wij dit al meegeven richting de begroting. Dat het bij de kadernota nog niet helemaal klaar is, is logisch. Ik ben juist blij dat we het nu al indienen, want dan heeft u extra tijd naar de begroting toe om het verder uit te werken. Dat is eigenlijk het idee dat we met deze motie hebben. Ik zou iedereen willen oproepen om deze motie toch maar gewoon te steunen. Dat is mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Ik zie ondertussen een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Hoor ik de heer Jongsma hier zeggen dat hij eigenlijk al een blanco cheque wil geven aan het college om wat uit te werken? We zien wel wat er komt in de kadernota, maar op onze steun kan het rekenen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Het woord is aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: De heer Scholtes hoort heel rare dingen. Hij hoort veel, maar hij leest weinig, denk ik.

Als hij gewoon de motie leest, dan wordt er juist gevraagd om een goede onderbouwing, om met één of twee locaties te komen voor speel-beweegtoestellen. Ja, dat heeft hij helemaal niet gehoord. Het is misschien leuk om een uitspraak bij mij te ontlokken, maar het is klip-en-klaar wat er in de motie staat en wat we vragen. Dat is duidelijke onderbouwing van wat er moet komen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Ik zie dat de heer Scholtes het daarbij laat. Hierbij sluit ik ook de tweede termijn. Er zit veel sympathie in. Ik kijk nog even richting de wethouder of hij nog een slotwoord heeft. Dan gaan we vervolgens over tot de stemming. Wethouder Klijmij: Ja, voorzitter, het is natuurlijk wel een teleurstelling dat we geen blanco cheque krijgen, maar goed, daar zet ik me wel overheen. Misschien nog wel ter geruststelling richting D66, want het is inderdaad correct dat het beleid in de volle breedte is. Daar zijn wij trots op. Ik hoorde er ook veel complimenten over. Er is aandacht gevraagd juist voor de groep 12 tot 18 jaar. We hebben ook in de commissie aangegeven dat dat een ingewikkelde groep is, dat blijft zeker overeind. We zullen als college waken op die breedte, want dat is juist de kracht van dit beleid. Ongeacht deze motie maakt dat niet dat er gelijk andere dingen in de verdrukking komen.

Dat is wel waarom ik heb gezegd dat die deadline van de kadernota te vroeg is. Ik zeg u toe dat we dan nog geen onderzoek klaar hebben liggen dat helemaal uitgewerkt is, want dat gaat dan wel echt ten koste van de ambtelijke capaciteit om het beleid, zoals u dat hopelijk zo meteen gaat vaststellen, uit te voeren. Er is echt wat meer tijd nodig om dat met de gedegen onderbouwing die hier wordt gevraagd, te geven. Vandaar dat ik ook al de begroting noemde als een meer realistische deadline, om dat zonder te veel inbreuk op de ambtelijke capaciteit die nodig is, uit te gaan voeren. 22

De voorzitter: Dank u wel, wethouder Klijmij. Dat betekent ook dat ik vanuit deze beraadslaging nu over wil gaan tot besluitvorming, waarbij u gevraagd wordt om uw stem uit te brengen over het uitvoeringsplan, de meerjarenplanning en de bijbehorende begroting. Het kan geen verrassing zijn dat het met algehele stemmen aangenomen is. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we vervolgens over om de motie in stemming te brengen. Ook daarin wil ik u vragen om uw stem uit te brengen. Het systeem werkt met ons mee. Het resultaat is 15 stemmen voor en 2 tegen en daarmee is de motie aangenomen. De motie wordt aangenomen met tegenstemmen van D66. De voorzitter: Dat betekent dat wij het speelbeleid inderdaad gaan oppakken als college. Dank.

9.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dan wil ik nu door naar de overige onderwerpen, agendapunt 9, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De leden van de gemeenteraad worden altijd in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen aan het college over onderwerpen die niet op de agenda staan. Hiervan is gebruikgemaakt door de leden Gebben en Roeling. We gaan het per vraag behandelen. Mijnheer Gebben heeft vragen gesteld over woningbouw Zuidhoornseweg. Het college heeft inmiddels gereageerd op uw vragen, maar heeft u nog aanvullende vragen? De heer Gebben: Zeker, die heb ik, voorzitter. Het zijn er vier. De eerste heeft betrekking op de eerste vraag die ik gesteld heb over hoe het nou kan dat er opeens duidelijk wordt dat de ruimte voor de 45 woningunits te beperkt is? Dan wordt er als antwoord gegeven dat dat komt door de participatie. Er blijken toch problemen met de erfgrens te zijn, waar volgens mij al in een vroeg stadium ook door partijen in deze raad voor gewaarschuwd is. Daarom blijven wij toch een beetje met de vraag zitten: waarom is dit nou gebeurd? Is het niet gewoon een poging geweest in de samenwerking met WoonWest, om hen te helpen van de onrendabele top van de barakken af te komen? Dat is de eerste vraag. Een tweede vraag heeft betrekking op de vraag die ik gesteld heb over de doorberekening van de kosten van het bouwrijp maken van de grond.

Geantwoord wordt dat er wordt gekeken naar de financiële haalbaarheid van het totale plan. Moet ik daaruit concluderen dat het nog wel eens niet zou kunnen doorgaan? Dat is de eerste deel van deze vraag. De tweede vraag is of het alsnog zo kan zijn, in tegenstelling tot wat er tijdens de behandeling van het azc is afgesproken, dat het de gemeente Midden-Delfland toch uiteindelijk geld gaat kosten? De flexwoningen zaten in het plan van het azc. Daarbij is afgesproken dat dat kosteloos gerealiseerd zou kunnen worden. Dat is de tweede vraag. Het is eigenlijk 2A en 2B. Dan wordt er in antwoord 4 gesproken over minimaal dertig nieuwe tijdelijke woonunits. Uit het antwoord blijkt dat het er ook nog wel eens meer zouden kunnen zijn. De vraag is wie de kosten gaat dragen voor die extra units. Dan hebben we als laatste een vraag met betrekking tot wanneer de woonunits weg zijn. Is met WoonWest goed gesproken over het feit dat de units echt op 28 maart a.s. weg moeten zijn? Als dat niet gebeurt, gaat het college daar dan ook echt op handhaven? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Helder. Dank voor uw vragen. Zijn er nog andere raadsleden die hierover vragen hebben? Dan geef ik vervolgens het woord aan de wethouder. Mijnheer Roeling van Mijn Partij.

De heer Roeling: Volgens mij hebben we, althans met de meerderheid van de raad, bij de komst van het azc over de flexwoningen afgesproken dat dat dan ten goede zou komen aan de inwoners van Den Hoorn. Nu lezen we dat de groep is veranderd in spoedzoekers. Dat is natuurlijk een hele andere groep. Klopt dat voorzitter? De voorzitter: Deze vraag is ook voor de wethouder, en daarmee wil ik ook vervolgens het woord geven aan wethouder Voskamp voor de beantwoording van de vragen die nog gesteld zijn. Mijnheer Voskamp, aan u het woord. 23

Wethouder Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Toen we hier spraken over de Zuidhoornseweg, hebben we een tekening laten zien hoe het wat ons betreft zou kunnen passen. Het zou daar met 45 woningen krap zijn. We waren beperkt, omdat we daar dertig woningen plus vijftien woningen op een of andere manier moesten neerzetten. Dat was van begin af aan duidelijk. Wij vonden echter dat het op dat moment kon. We zouden ook nog spreken met de omwonenden om onder andere ook te kijken hoe de participatie daar zou lopen en wat hun meningen daarover zouden zijn. Er zijn bezwaren, misschien zoals u dat ook aangegeven heeft en verwacht had, maar er werd in die besprekingen aangegeven dat het toch wel heel erg dicht bij de erfgrenzen kwam en gevraagd of dat niet op een andere manier kon. Die andere manier kon niet en we lopen tegen de tijd aan. We hebben gezegd dat we een vergunning hebben verleend voor het tijdelijk stallen van de units en om de units tot maart te laten staan op de Sterappel-locatie. We zien gewoon geen mogelijkheid om de units daar weg te halen en op de Zuidhoornseweg te zetten. Dat betekent dat we twee keer grond bouwrijp moeten maken en dat we een aparte vergunning moeten doen, zodat het zo snel mogelijk kan en dat we daarna pas verder over de flexwoningen kunnen spreken. Dat lijkt ons gewoon niet te passen.

Die realisatie is juist om de bewoners die we daarover gesproken hebben duidelijkheid te geven. We hebben die vergunning verleend voor één jaar en die gaan we niet verlengen. WoonWest zal die units dus voor die tijd weg moeten halen, anders zijn ze in overtreding. Dat is niet de insteek die WoonWest heeft. Ze zijn op dit moment bezig om daar invulling aan te geven. Ik kan u zeggen dat voor WoonWest de onrendabele top om die units te verplaatsen misschien wel groter is dan om ze weg te halen. We hadden afgesproken dat ze de woningen zouden upgraden bij het verplaatsen, ze zouden aan de buitenkant een aantal werkzaamheden doen, waardoor ze weer tien jaar langer mee moesten gaan. Dus ze zouden ook nog moeten investeren in die units. Ik kan me niet vinden in de tekst dat het een vooropgezet plan is om van de onrendabele top af te komen. Kan het zijn dat de doorberekening straks nog roet in het eten gooit? We hebben nu een iets ander plan, met een iets andere invulling daarvan, dus dat moet weer bekeken worden. Ik denk dat dat het eerder wel mogelijk maakt dan dat het nu niet meer kan. Ik denk dat dat het plan ten gunste komt. Ik denk dat het goed uit zal gaan pakken. Waarom minimaal dertig tijdelijke woonunits? Omdat we die van het COA krijgen.

Omdat we nu wat ruimte hebben op het perceel, is er misschien ook wel iets te doen in het kader van bijvoorbeeld twee bouwlagen van zeventien units. Dan heb je opeens 34 units op die plek. Die ruimte hebben we nu. Daar kijken we naar, ook op het moment dat we straks in gesprek gaan met een eventuele leverancier voor die flexwoningen. Die configuratie gaat mede bepalen of we die dertig woningen hebben of dat we op eigen kosten nog extra woningen aanschaffen, die dan vervolgens in de businesscase uiteindelijk zullen gaan renderen en gewoon hun geld weer opleveren. Dus het gaat ons aan het einde nog steeds niks kosten, maar we zullen daar wel moeten kijken hoe we die investering samen met WoonWest kunnen dragen. Wanneer zijn de woonunits weg? Het is een als-als-als-reactie, maar we hebben voor één jaar die vergunning verleend. We zijn met elkaar tot de afspraak gekomen dat ze ook voor het einde van die vergunning weg zijn. De heer Roeling zei dat de flexwoningen ten goede komen aan inwoners van Den Hoorn en dat het nu gaat om spoedzoekers. Volgens mij is het altijd zo geweest dat we zoveel mogelijk woningen zouden toewijzen aan jongeren uit Den Hoorn of uit de gemeente Midden-Delfland, en dat daar ook spoedzoekers bij zaten. We hebben de verdeling nog niet vastgesteld. We zullen nog steeds hard werken om onze inwoners van Midden-Delfland die woningen toe te wijzen.

Nu is het wel weer iets anders in het kader van de verdeling, doordat we die vijftien units niet hebben. Daar komen we nog bij u op terug. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp. Ik zie een vraag van de heer Gebben. Een interruptie, aan u het woord. De heer Gebben: Nog twee korte vragen. Begrijp ik het echt heel duidelijk en goed dat het de gemeente Midden-Delfland netto uiteindelijk niks gaat kosten, zoals is afgesproken? Een tweede vraag, we gaan nu weer beginnen met een onderzoek naar de haalbaarheid. Hoelang gaan we dat nog doen? Wanneer staan die woningen er nou eindelijk? Het duurt maar en het duurt maar.

24

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Dan wil ik tot slot nog vanuit deze vragenronde het woord geven aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Dat is eigenlijk niet meer nodig, want die vraag heeft de heer Gebben al gesteld. Ook wij zijn benieuwd aan welk tijdpad we moeten denken. De voorzitter: Dan kijk ik vervolgens naar het college, naar wethouder Voskamp. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: Het moet een haalbare businesscase zijn, zowel voor WoonWest als voor ons. Hoe dit precies gaat uitpakken, daar zijn we nu afspraken over aan het maken. Als we die woningen aanschaffen, zullen we die gewoon via huur weer terug moeten krijgen, zoals WoonWest dat voor iedere woning die ze neerzetten, doen. Zoals wij dat ook afgesproken hebben, krijgen wij die dertig woningen vanuit het azc en vanuit COA. We doen daar misschien nog wat extra bij. Als dat past, als dat kan en als dat uitkomt, gaan we daar zeker naar kijken. U moet dat niet zien als een nieuw onderzoek naar haalbaarheid. We gaan nu afspraken maken met WoonWest over hoe we dit gaan invullen. Dat kan omdat we nu goedkeuring hebben van de provincie om dit te doen, omdat we nu de locatie van de Sterappel hebben afgesproken wat we daarmee gaan doen. Dat betekent dat we nu snelle stappen kunnen maken.

Ik kan u niks zeggen over het exacte tijdpad, maar gaat u ervan uit dat we met WoonWest al echt aan overeenkomsten aan het werken zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp vanuit het college, voor de beantwoording. Dan wil ik nu doorgaan naar de volgende vraag van de heer Roeling over de Sionsbrug. Ook daar heeft het college inmiddels gereageerd op uw vragen. Maar heeft u nog aanvullende vragen hierover? Mijnheer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: In de reactie van het college hebben ze het over de onderzoeken. Wij beschikken inmiddels over die onderzoeken. Ik heb er ook een deskundige naar laten kijken. Die zegt dat die onderzoeken vanaf 2014 de x- en de y-coördinaat benoemen, maar dat het ontbreekt aan de z-coördinaat. Voor bruggen is het heel belangrijk dat ook de z-coördinaat meegenomen wordt, want daaraan kan je zien wat de hoogte ten aanzien van het NAP is, niet te verwarren is met het ANP. Is het college bereid om een onderzoek uit te voeren waaruit ook de vaarhoogte blijkt door de z-coördinaat mee te nemen in het onderzoek dat met enige regelmaat plaatsvindt? Dan hebben we inzicht over de doorvaarhoogte, want dat is een beetje het probleem bij die watersportmensen. Is het college daartoe bereid? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling.

Ik kijk nog even rond of er nog aanvullende vragen zijn vanuit de raad en anders wil ik vanuit het college wethouder Klijmij vragen antwoord te geven op de vraag die de heer Roeling heeft gesteld. Wethouder Klijmij: Het simpele en korte antwoord is nee, maar dat klinkt bot, dus ik zal daar ook even een toelichting op geven. De budgetten die wij hebben om dit soort kunstwerken te onderhouden, gaan over de vraag of het veilig is om over die brug heen te gaan, niet of die brug hoog genoeg is om onderdoor te varen. Wij gaan die brug vervangen als het nodig is, vanwege de veiligheid voor het verkeer dat eroverheen rijdt, maar niet als die te laag is als iemand er met zijn boot niet onderdoor kan. Dat is ook gezegd tegen de watersporters die ons hierover hebben benaderd, ook de gemeente Rijswijk. Dus als u dat anders wil, dan zult u daar toch echt een fors budget voor beschikbaar moeten stellen. In principe is die brug veilig. Daar onderzoeken we het op. Dat is zowel door ons als door de gemeente Rijswijk vastgesteld, want we zijn gezamenlijk eigenaar van die brug. We zien geen aanleiding om dat anders te doen, want dat is het criterium, waarop wij het beoordelen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klijmij, voor de beantwoording. Dat betekent dat ik overga naar de volgende vraag. De vraag over het perspectief van jonge boeren in Midden-Delfland.

Ook daarop heeft het college inmiddels geantwoord. Mijn vervolgvraag is dan ook of daar nog aanvullende vragen over zijn. Als eerste aan de heer Roeling en zo niet, dan ook vervolgens aan andere raadsleden of daar nog vragen over zijn. Ik zie het lampje branden. Ik denk dat de heer Roeling nog een aanvullende vraag heeft. Dan geef ik u het woord. 25

De heer Roeling: Ik zat nog bij mijn vorige vraag over de Trekkadebrug-Kruising Kerkweg. Daar gaat alleen maar fietsverkeer overheen en daar komt een nieuwe brug. Als het gaat om de jonge boeren, hebben wij nu een indruk van wat het college op dit moment doet. Het is goed om te lezen. Wij denken dat daar nog wel wat verbeteringen in kunnen plaatsvinden. We hebben nu een indruk en wij denken dat er meer mogelijk is en wellicht volgen er aanvullende vragen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Dan ga ik vervolgens door naar vraag 4, over de stand van zaken van de zuidelijke entree van Maasland in de Maaslandse Poort. Ook daarop heeft het college antwoorden gegeven, maar heeft u nog aanvullende vragen? De heer Roeling: Nee, dank u wel. Want ook hierover leven vragen bij ondernemers, die ons benaderen. Wij hebben het antwoord niet, dus dan stellen we een vraag. Het antwoord is duidelijk dat er eind februari een actualisatie komt. Die zien wij graag tegemoet. Bedankt voor de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Helder. Zijn er nog andere raadsleden die hier een vraag over hadden? Ook niet?

10.

Sluiting van de vergadering

De voorzitter: Dat betekent dat ik vervolgens bij het laatste agendapunt ben aangekomen, en dat is het sluiten van deze vergadering. De agenda is in zijn geheel afgewerkt. Ik dank ieder voor zijn/haar inbreng. De volgende maand is de laatste reguliere commissie- en raadsronde. Ik sluit hiermee de vergadering, wens u een prettige avond en laten we nog even napraten. Dank u wel. De voorzitter sluit de vergadering om 21.30 uur Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 24 februari 2026.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=fedeeb2f-4c7f-41df-ac22-fa2513069718