CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026 m 01 d 27 Vsl Raad

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering dd 27 januari 202618.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 27 januari 2026, 19.45 uur. Voorzitter

: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren

Griffier

: de heer A. de Vos en mevrouw W. Tieman

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer M. Klijmij-van der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond, welkom in deze vergadering van de raad op dinsdag 27 januari 2026. Een bijzonder welkom aan de plaatsvervangend griffier, mevrouw Wendy Tieman. Fijn dat u bij ons gestart bent en vandaag ook bij ons in het midden bent om mee te draaien. En ook onze griffier, de heer De Vos, is nog in vol ornaat vanavond aan zet. De komende maanden zal zij ook aan de zijde van griffier Arjan de Vos de fijne kneepjes van het griffierschap nog verder absorberen. Dat gaat zeer voortvarend, kan ik u zeggen. Wij zijn blij dat Wendy er is. Voor vanavond is de raad compleet. We hebben geen afmeldingen. Ik wil deze raad starten met een kort statement voor te lezen. Afgelopen donderdag is een jongen van pas 16 jaar overleden na een steekpartij in ons eigen Den Hoorn. In het dorp is iedereen geschokt, net als wij en in de rest van Midden-Delfland, in Delft, en kijkend naar de aandacht in de nationale media, in Nederland. De dood van deze jongen is het verschrikkelijke gevolg van iets wat vorige week donderdag tussen twee jonge mensen is gebeurd. Niemand weet nog precies wat. Het is aan politie en justitie om dat te onderzoeken. De afgelopen dagen ben ik verschillende keren in Den Hoorn geweest om met mensen te praten en troost te bieden. Daarnaast sta ik als burgemeester vanaf donderdagavond in dagelijks contact met de politie over deze casus.

Laten we gezamenlijk meeleven met de familie van het slachtoffer en met die van de dader. Ook zij moeten zich verhouden tot een verschrikkelijke daad van een kind, een vriend, een familielid. Tegen mensen die zich zorgen maken, zeg ik: deze gemeente en deze burgemeester zetten zich volledig in voor een veilig Den Hoorn en voor een veilig Midden-Delfland. Hierbij open ik de vergadering.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: De gemeenteraad behandelt de ingekomen stukken die in de periode van 10 december 2025 tot en met 20 januari 2026 bij de griffie zijn binnengekomen. Het gaat om de wijze van verdere behandeling of afhandeling van de ingekomen stukken. Ik start met allereerst lijst A, de brieven van het college. Wie wenst hierover het woord? Het woord is aan de heer Roeling. Gaat uw gang. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over de lijst A, de brieven van het college. Daarin geeft het college aan dat het zelf een zienswijze heeft ingediend op het ruimtelijk beleid, het ruimtelijk kader van deze gemeente. De provincie is bezig met een herziening van haar beleid. Er worden allerlei mitsen en maren aan verbonden, mogelijkheden en onmogelijkheden. Het college heeft ervoor gekozen om de zienswijze op dat ruimtelijk kader zelf af te handelen, terwijl dat de bevoegdheid is van de gemeenteraad. Ik heb daar een vraag over gesteld. Het college zegt dat het sturen van zienswijzen een mandaat van het college is. Dat klopt. Het mag ze op de 1

brievenbus doen, maar inhoudelijk is dat natuurlijk wel degelijk een zaak voor de raad. Vervolgens zegt het college dat de inhoud van de zienswijze binnen de door uw raad gestelde kaders valt. Dat is heel vreemd. Met name door het gewijzigde beleid van de provincie moeten wij ons beleid al dan niet aanpassen. Hoe vaak horen we niet dat het niet mag van de provincie? In deze denktrend zitten we nog op het niveau van 2004, namelijk de start van de gemeente. Toen hadden we waarschijnlijk ook ruimtelijk beleid. Vervolgens heeft elk college daaropvolgend gezegd dat dat binnen het kader valt. Ik vind dat een beetje een bijzonder antwoord van het college. Mijn vraag is dan ook feitelijk of u op deze wijze de bevoegdheid van de raad om al dan niet het ruimtelijke beleid aan te passen, ontneemt. Is het college dat met ons eens? Ten tweede ben ik ook benieuwd wat onze collega's ervan vinden dat het op deze wijze wordt afgehandeld. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Dank u wel. Ik had even een voorstel voor de orde, want volgens mij gaan we nu een debat beginnen waar dit punt niet voor bedoeld is. Ik kan het mis hebben, maar ik kijk even naar u als voorzitter. De voorzitter: Daar heeft u een punt. We gaan daarover inderdaad niet in debat. We gaan dat agenderen als vraag. We gaan daar inderdaad nu niet over in het debat, dat klopt.

Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Prima dat dat dan voor de komende commissievergadering geagendeerd wordt als dat besproken dient te worden. Dan kunnen mijn collega's en het college ook nog even nadenken over deze beantwoording, want dit slaat nergens op. De voorzitter: Wij nemen uw vraag mee. Dan gaan we vervolgens door naar lijst B, de brieven van derden. Wie wenst daarover het woord? Mijnheer Van Rijs, aan u het woord. De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Het CDA had een vraag gesteld over een brief van de MRDH, B 25184. Daarin stond onder andere dat er budget beschikbaar wordt gesteld voor de landschapsversterking in het kader van de spoorverdubbeling. Dat blijkt € 25 miljoen te zijn inclusief btw. Hartelijk dank voor de antwoorden. Dat leidt wel tot een vervolgvraag, nu niet direct, maar we worden graag als raad op de hoogte gehouden van hoe die € 25 miljoen dan straks besteed gaat worden. De voorzitter: Dank u wel, die vraag nemen we mee. Dat zal ook zeker aan de orde zijn. Dan wil ik het woord graag geven aan de heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel voorzitter. Ja, dezelfde brief van de MRDH. Los van het feit dat het fijn is dat we het daarover gaan hebben, wil ik ook even een compliment geven aan het college voor het werk dat hierin verricht is.

Het is wel weer een goed voorbeeld dat in zo'n ingewikkeld bestuurlijk complex overlegorgaan het blijkbaar lukt om voldoende aandacht te krijgen voor ons gebied. Ik vind het in die zin ook wel fijn dat het college dat heeft gerealiseerd. Dus onze dank daarvoor. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap, voor het compliment. Ik kan u zeggen inderdaad dat je dat niet zomaar cadeau krijgt. Lijsten A en B worden ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan ga ik door naar agendapunt 3. Niemand heeft zich aangemeld voor het inspreken. We sluiten dit agendapunt dan ook af.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: We gaan naar punt 4, voor de vaststelling van de agenda. Daarbij de vraag aan u of u kunt instemmen met de agenda zoals die voorligt. 2

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.

HAMERSTUKKEN

5a. 5b.

Vaststellen notulen van de vergadering d.d. 16 december 2025 Procedure uiten zienswijze / bedenkingen tegen voornemen verkoop perceel plan De Kroon Aanpassing Verordening Jeugdhulp vanaf 2026 Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 Wijziging Afvalstoffenverordening 2026 Midden-Delfland Regels omgevingsplan voor toepassen van grond in de Harnaschpolder, gemeente Midden-Delfland en bodemfunctieklassenkaart Bibob-beleid en capaciteit Ontheffing ingezetenschap wethouder F.A. Voskamp Actualiseren groenbeleid

5c. 5d. 5e. 5f. 5g. 5h. 5i.

De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 5, de behandeling van de hamerstukken, waarbij de gemeenteraad zonder nadere beraadslagingen een besluit kan nemen. Ik licht de hamerstukken kort toe. Het zijn voorstellen over de actualisering van het groenbeleid en het Bibobbeleid, de ontheffing woonplaatsvereisten van wethouder Voskamp en enkele verordeningen, waarvan twee in het sociaal domein en de afvalstoffenverordening. Bij het punt Mogelijkheid voor de raad om zienswijze bedenkingen te uiten tegen het voornemen verkoop perceelplan De Kroon, dient vermeld te worden dat de fractie Mijn Partij wordt geacht tegen dit voorstel te stemmen. De stemverklaring is hierbij genoteerd. Dan gaan we vervolgens door naar de bespreekpunten.

6.

Resultaten extern onderzoek datalekken

De voorzitter: De raad heeft besloten om een extern onderzoek te houden naar enkele datalekken. Het onderzoeksresultaat en de bestuurlijke reactie vanuit het college liggen nu voor. Vanuit het college ben ik als portefeuillehouder verantwoordelijk voor dit agendapunt. Daarom zal ik het voorzitterschap van de raad voor dit agendapunt nu overdragen aan de waarnemend voorzitter, de heer Roeling. De plv. voorzitter: Dank u wel. Inderdaad, het resultaat van het externe onderzoek naar datalekken, ingesteld door de raad. Daarom geef ik de raad nu de gelegenheid om te reageren. Ik zie de heer Van der Eijk en de heer Van der Spek in die volgorde. Mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. Aan dit punt, dat we nu op de agenda hebben, liggen besluiten van de raad ten grondslag. Dat zijn besluiten, waarvan de VVD toen gezegd heeft dat deze gemeente die besluiten niet aan kon. Dit is een van de resultaten daarvan. We hebben hier een rapport. Er is een melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daar heb ik het in de commissievergadering ook over gehad. Het lijkt wel alsof iedereen eraan voorbijgaat dat hier gewoon politieke opvattingen zijn gedeeld. Je kunt niet simpel stellen dat het bezwaar niet valt te koppelen aan een individu. Deze redenatie gaat verkeerd om, juist omdat de nuance niet helder is.

Er is bezwaar gemaakt tegen het azc, of dit technisch of inhoudelijk was, kun je niet opmaken uit de lijst met namen die gedeeld is. De bezwaren zijn technisch beoordeeld door de privacy officer en niet ethisch, voorzitter. Dat is wat er misgaat. Het verbaast me dan ook dat raadsleden deze technische redenatie gewoon volgen. Of hoeft de overheid soms geen ethische afwegingen te maken? Het volgende probleem dat het rapport blootlegt, is dat de ambtelijke top bereid is alle procedures en protocollen overboord te zetten en hier buitenom te handelen. Wat voor signaal wordt hiermee afgegeven? De personen die zijn belast met het toezien of de juiste protocollen worden nageleefd, omzeilen het zelf. Hoe kan dit? Hoe moeten andere medewerkers van deze gemeente hiermee omgaan, als dit gedoogd wordt en zonder sanctie blijft? Worden zij dan wel serieus genomen als het voor de leidinggevenden niet uitmaakt of die procedures wel of niet worden gehandhaafd? Ik maak me grote zorgen over hoe er met het door de raad vastgestelde beleid wordt omgegaan, voorzitter. Wat vindt de burgemeester ervan dat de ambtelijke top geen procesdiscipline heeft en de procedures niet volgt? Welke conclusies trekt zij hieruit? Dit is een vraag, voorzitter. 3

De gemeente is structureel kwetsbaar door dit gedrag. Procedures zijn er, juist als dingen onder stoom en kokend water moeten gebeuren, voor zorgvuldigheid. Het vertrouwen moet ook hersteld worden. De VVD heeft manieren gezocht waarop dit kan. Wij denken bijvoorbeeld aan de Sterappel-woningen. Het college heeft afgesproken dat de woningen 28 maart 2026 weg zijn. Waarom zorgt het college er niet voor dat ze gewoon voor de verkiezingen weg zijn? Er is immers een toezegging gedaan om alles op alles te zetten om het vertrouwen te herstellen. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. De plv. voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Dank u wel voorzitter. Hierbij willen wij namens Mijn Partij onze ernstige zorgen uitspreken over de recente datalek binnen de gemeente Midden-Delfland en de wijze waarop dit heeft kunnen plaatsvinden. Uit het onderzoeksrapport van Berenschot blijkt onmiskenbaar dat er fouten zijn gemaakt in het interne proces rondom gegevensverwerking en beveiliging. Berenschot constateert dat procedures onvoldoende zijn nageleefd, verantwoordelijkheden niet helder belegd waren en dat er tekortkomingen waren in toezicht en controle. Deze bevindingen zijn ernstig en raken direct aan het vertrouwen dat onze inwoners moeten kunnen hebben in een zorgvuldige en betrouwbare overheid.

Wij hebben kennisgenomen van het standpunt van het college, waarin het aangeeft de aanbeveling van Berenschot volledig over te nemen. Hoewel dit een noodzakelijke en juiste stap is, achten wij dit op zichzelf onvoldoende om recht te doen aan de ernst van deze situatie. Het overnemen van aanbevelingen neemt niet weg dat hier sprake is van bestuurlijk falen in de uitvoering en borging van bestaande processen. Het datalek heeft inwoners van Midden-Delfland potentieel in een kwetsbare positie gebracht. Hun persoonsgegevens zijn onvoldoende beschermd, terwijl zij erop moeten kunnen vertrouwen dat de gemeente hier uiterst zorgvuldig mee omgaat. Dit raakt niet alleen juridische verplichtingen, maar ook aan onze morele verantwoordelijkheid als lokale overheid. Om die reden vinden wij het noodzakelijk om een krachtig en zichtbaar signaal af te geven richting onze inwoners. Dan heb ik nog één openstaande vraag aan de burgemeester. Vanuit de commissie had ik de vraag gesteld of er een afspraak was gemaakt of gemaakt gaat worden met de bewoners, naar aanleiding van het laatste gesprek bij Van der Valk. Ik heb vanuit de bewoners vernomen dat dit niet gebeurd is. De vraag aan u is dan ook wanneer dit gaat plaatsvinden. In de afsluiting eindig ik de eerste termijn met een voornemen om in de tweede termijn een motie hierover in te dienen. De plv. voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Spek.

Dan geef ik nu het woord aan de burgemeester op het moment dat ze de knop heeft ingedrukt. Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel, voorzitter. In de reactie op het verzoek van de heer Van der Eijk om maatregelen te treffen als burgemeester binnen de gemeente is het zo dat ik geen enkele aanleiding zie om daarmee aan de slag te gaan. Temeer daar heel duidelijk uit het rapport gebleken is dat de drie casussen die de gemeente Midden-Delfland over het algemeen heel duidelijk markeren als zijnde een solide basis voor privacy en informatiebeveiligingsbeheer, maar dat aan de andere kant ook professionalisering en borging noodzakelijk is om dergelijke risico's effectief te mitigeren, dus te verkleinen. Het is nooit mogelijk enige datalek voor de rest van ons bestaan als gemeente Midden-Delfland te voorkomen. Het is wel mogelijk om die processen vanuit de aanbevelingen uit het onderzoek, zoals we als college ook hebben aangegeven, de aanbevelingen over te nemen. Het college zal u ook, zoals afgesproken per brief, informeren over de doorwerking daarvan. Dat betekent dat het college de motie, die in welke vorm dan ook zal komen, echt ziet als dat het zijn rol volledig zal oppakken en u ook in die brief daarover zal informeren. Dank u wel, voorzitter. De plv. voorzitter: Ik had nog twee vragen opgeschreven. Eén gaat over de procesdiscipline. Dat was een expliciete vraag van de VVD.

En er was een vraag van Mijn Partij over de afspraak met de gedupeerden. Kunt u daar nog even op reageren? Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik me herinner, hebben we in de commissie gesproken over die bijeenkomsten en heb ik die vragen inderdaad vanuit het verzoek op die bewonersbijeenkomsten doorgegeven aan de raad. Daar is de raad aan zet om daar mogelijkerwijs nog een bijeenkomst voor te organiseren, want het onderzoek en de uitslag daarvan 4

is in de openbaarheid gepresenteerd. Daar was ook de mogelijkheid om te komen. Dit verzoek heb ik expliciet ook teruggegeven aan u als raad. Ik heb ook aangegeven in de commissie dat ik van harte bereid ben om daar ook bij aanwezig te zijn, maar dat het niet mijn rol is om daarvoor deze uitnodiging naar de bewoners te sturen. De plv. voorzitter: Duidelijk. Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede termijn. Ik wil u vragen even na te denken over de vraag van de burgemeester. Zij heeft gezegd: als er een afspraak komt, dan ben ik daar graag toe bereid, maar het moet wel vanuit de raad komen. Als u daarop wilt reageren, dan ben ik u zeer erkentelijk. Wie voor de tweede termijn? Ik zie alleen de heer Van der Eijk en de heer Van der Spek. Ik verwacht van de andere fracties ook wel dat ze ingaan op het verzoek van de burgemeester. Is dat mogelijk? Kijk, nu zien we de lampjes. Dan beginnen we bij de eerste, mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik hoor de burgemeester zeggen dat er procedures zijn en nieuwe procedures komen die gevolgd worden, maar juist uit dit onderzoek blijkt en juist uit dit datalek blijkt dat die procedures niet worden gevolgd en dat dit het gevolg is van menselijk handelen en van het feit dat de ambtelijke top bereid is de procedures aan de kant te schuiven. Daar kunnen we toch niet totaal aan voorbijgaan? Dat is wat er fout gaat.

We hebben hier procedures en die worden niet nageleefd. Er is actief gehandeld naar dat niet na te leven. Dat blijft blijkbaar zonder consequenties. Ja, ik ga er niet over, voorzitter, maar de burgemeester doet er ook niks aan. Dus ik vraag me af of een bijeenkomst organiseren helpt om het vertrouwen te herstellen. Ik denk van niet. Wij zullen het voorstel dat hier voorligt ook niet steunen, want als daar niet naar gehandeld wordt, heeft het toch geen zin. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dat was duidelijk. Dank u wel. Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Dank u wel voorzitter. Op de eerste vraag terugkomend over de bijeenkomsten met de bewoners. Ik denk dat tijdens het overleg bij Van der Valk afgesproken is dat er een vervolgafspraak zou komen. Dus als dat zo afgesproken is, denk ik dat we dat ook na moeten komen met een vervolggesprek, dus wij staan er wel voor open. Ik denk de bewoners ook. Verder wil ik de motie indienen. Het gaat namelijk over, wat de VVD ook aangeeft, dat de processen gevolgd moeten worden. We kunnen natuurlijk allemaal zeggen dat er over een tijdje een informatiebrief komt, waarin de aanbevelingen zijn opgenomen, maar juist het proces zal er ook helder in moeten staan. Dat moet ook helder zijn voor ons allen.

Ik heb daar een motie voor ingediend en die wil ik dan ook aan het college voordragen: "draagt het college op: de ambtelijke processen rondom het opstellen, controleren en publiceren van raads- en college-informatie volledig te herzien en waar nodig te actualiseren; daarbij expliciet vast te leggen: wie eindverantwoordelijk is per processtap; op welk moment en door wie privacy- en AVG-toets wordt uitgevoerd; hoe het vierogenprincipe structureel wordt toegepast; te zorgen voor een betere afstemming tussen inhoudelijke afdelingen, juridische zaken, privacyfunctionaris en gegevensbescherming en bestuur; deze aangescherpte processen organisatiebreed te implementeren en medewerkers hierover actief te informeren en instrueren; de raad uiterlijk binnen één maand te informeren over de genomen maatregelen, de nieuwe procesafspraken en hoe de naleving hiervan wordt gemonitord; en gaat over tot de orde van de dag". De plv. voorzitter: Dank u wel. Als u weer terug bent op uw plek, dan heeft u nog een interruptie. Twee zelfs. De motie heeft nummer 1. Als eerst een interruptie van mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ik wil graag even het proces doen. We horen nu in de tweede termijn deze motie. Normaal doen we dat volgens mij in de eerste termijn en reageren we erop.

Is het nu de bedoeling dat wij niet meer reageren op deze motie? Kunt u ons meenemen in hoe dit proces er nu uit gaat zien? Of hebben we even een schorsing, zodat we het er in ieder geval even over kunnen hebben? Wat is het idee nu? 5

De plv. voorzitter: Als ik even mijn voorzitterspet afzet, dan weet ik dat de motie in concept naar alle fracties is gestuurd. Ik hoor nu echter zoveel reacties dat een schorsing meer voor de hand lijkt te liggen. Dan kunt u het er zelf met de heer Van der Spek over hebben. Een schorsing is altijd mogelijk. Dat zou dan mijn voorstel zijn. Mijnheer Ringeling wil eerst nog iets zeggen. De heer Ringeling: Ja, voorzitter. Ik ga die vraag even inleiden in twee zinnen. We hebben een rapport gekregen met aanbevelingen. Het college heeft schriftelijk gezegd, en ook in de commissievergadering, dat het die aanbevelingen overneemt. Mijn vraag aan de heer Van der Spek is, wat voegt die motie nog toe aan die aanbevelingen? Is er iets extra's in die motie, volgens u, boven de gedane aanbevelingen? Dat is mijn vraag. De plv. voorzitter: Ja, mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Bedankt voor de vraag. Ik denk dat de motie een aanscherping is op de aanbevelingen. Het is ook een extra signaal naar de inwoners, dat wij als raad ook een signaal geven naar het college en het bestuur, dat we het proces ook dit keer eens goed gaan volgen. Ook een signaal naar de toekomst, het is ook een duidelijk signaal naar de inwoners en een aanscherping van de aanbeveling, die uit rapport Berenschot is gekomen. De plv. voorzitter: Dank u wel.

Op hetzelfde punt nog mijnheer Vieira of bent u het eens met de schorsing? Dan vraag ik schorsing 10 minuten, kwartier, wat is voldoende? Nou, houden we het op 10 minuten, voordat iedereen in en uit is. Ik schors de vergadering voor 10 minuten. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We hebben geschorst omdat niet iedereen bekend was met de motie. Dus die ronde zou ik dan eerst willen doen. Wie kan ik daarvoor het woord geven? Ik begin bij de heer Vieira. De heer Vieira: We kennen allemaal de situatie dat er een datalek is geweest. Het is ernstig dat gegevens van onze inwoners op straat zijn gekomen. Wij hebben als raad Berenschot ingehuurd en gevraagd om een rapport. Eigenlijk hebben we vier vragen gesteld. Kunt u onderzoeken hoe het zit met dat datalek? Hoe alert is de gemeente? Hoe is er met het datalek omgegaan? Welke aanbevelingen heeft u voor ons? In het rapport werd gezegd dat er solide beheer was, maar er is wel een fout gemaakt. Het is goed dat dat in het rapport naar voren is gekomen. In hoofdstuk 3.4 zijn er meer dan twee A4-pagina's met aanbevelingen, in dit geval van Berenschot, die het college moet overnemen. Ik heb begrepen dat het college in de commissievergadering al heeft aangegeven dat het die over zal nemen.

Er moet zorgvuldig omgegaan worden met de gegevens van onze inwoners, even kort door de bocht, maar dat staat zeer uitgebreid in meerdere aanbevelingen beschreven. Dus als wij naar die motie kijken, dan is die een stuk smaller en kleiner dan wat het rapport van Berenschot aangeeft. In die zin zijn wij niet voornemens om de motie te steunen, maar dragen wij het college wel nadrukkelijk op, en dat zou ik straks van het college willen horen, de aanbevelingen die gedaan worden te omarmen. Tot zover voorzitter. De plv. voorzitter: Dan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ja, voorzitter, dank. Kijk, er heeft iets verschrikkelijks plaatsgevonden met dat datalek. Het college heeft daar uiteraard op gereageerd. We hebben vrij snel een intern onderzoek gedaan om de ernst van de situatie te benadrukken. Omdat wij als raad ook de ernst hiervan inzagen, hebben wij hier in de vergadering, eind augustus was het, gevraagd om een extern onderzoek. Het externe onderzoek is gekomen, net als de vorige spreker zei, met een aantal aanbevelingen. Dat waren stevige aanbevelingen. Het college heeft per brief aangegeven dat het al die aanbevelingen zou overnemen. Dat is ook in de commissievergadering op die manier aangegeven in het debat. Dus tot minimaal twee keer toe heeft het college gezegd: luister, wij gaan die aanbevelingen overnemen en uitvoeren. Er zijn een aantal stappen aangegeven.

Om nu nog een keer te gaan…, dan blijven we bezig. Dat voegt naar onze mening niet zoveel meer toe aan het verhaal. Dus ik denk dat wij daarom ook die motie niet gaan steunen. 6

Er was nog een tweede punt waar wij in deze tweede termijn, en voor sommigen misschien een derde termijn, op zouden reageren. Dat was de openbare bijeenkomst of de bijeenkomst voor bewoners. Ik heb tijdens de commissievergadering gezegd dat wij als raad op zich nog wel een bijeenkomst zouden kunnen organiseren. Naar mijn idee is er een beetje verwarring ontstaan. Was die bijeenkomst ook voor de inwoners? Mochten ze vragen stellen, wat dan ook? Ik ben er geen tegenstander van om alsnog een bijeenkomst met die inwoners te doen over dit onderwerp, maar ik voeg mij bij de meerderheid van de raad. De plv. voorzitter: Ik zie een vraag of een interruptie van de heer Vieira. De heer Vieira: Dank u wel voorzitter. Ik heb inderdaad een vraag aan de heer Ringeling. De opdrachtgever voor het rapport is de raad. Berenschot heeft de raad een terugkoppeling gegeven van wat er gebeurd is. Toen heeft de raad aangegeven 'fijn dat u dit aan een kleine vertegenwoordiging van de raad terugkoppelt, maar doe dat openbaar en zorg dat u erbij aanwezig bent en wij zorgen voor de publicatie in de krant, zodat iedereen uitgenodigd is. Was dat voor u niet voldoende voor de terugkoppeling aan de inwoners? De plv. voorzitter: Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Het is volgens mij niet van belang wat ik voldoende vind. Het is blijkbaar voor een deel van de inwoners onvoldoende duidelijk geweest.

Een groot deel of een klein deel, dat maakt niet uit. Het was voor een deel van de mensen blijkbaar onvoldoende duidelijk dat dat voor hen was. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ook wij zullen de twee vragen beantwoorden. Ik ga niet in herhaling vallen na wat de heer Ringeling en de heer Vieira al gezegd hebben. We zullen de motie niet steunen, omdat wij denken dat deze op dit moment geen extra waarde toevoegt. Het college heeft heel duidelijk in zowel de brief als tijdens de laatste commissievergadering aangegeven dat het de aanbevelingen van Berenschot zal overnemen en ons daar terugkoppeling op zal geven. Wat ons betreft steunen wij de motie niet, want ze voegt geen waarde toe. Dan met betrekking tot het organiseren van een avond voor de bewoners. Op 6 januari jl. is er de mogelijkheid geweest voor alle betrokkenen om bij de informatieavond aanwezig te zijn. Het is gepubliceerd. Het heeft in het krantje gestaan. Er zijn zelfs mensen geweest die de griffier erover gemaild hebben. Die mogelijkheid was er. Het was alleen niet mogelijk om daar, anders dan technische vragen, inhoudelijk te reageren op het rapport. Je kan het er mee eens zijn of niet mee eens zijn, maar daar was die informatieavond niet voor. Het rapport is vervolgens openbaar gemaakt na 6 januari jl. Het stond in de stukken van de commissievergadering.

We hebben er met elkaar over gesproken en ook de aanbevelingen zijn, zoals ik net al aangaf, overgenomen door het college. Als je dan zo'n avond organiseert, met welk doel doe je dat dan? Gaan we dan met elkaar een discussie voeren over ik-weet-niet-wat? Het rapport is openbaar, daar staan de aanbevelingen in. Ik vind het belangrijk dat je dan ook met een doelstelling daar zit. Onze inwoners, zeker de getroffenen, hebben behoefte aan een uitlaatklep. Dat is iets anders dan een terugkoppeling van het rapport. Dus wat ons betreft, als het puur gaat om een terugkoppeling van het rapport, zeg ik: het is openbaar. Als fractie zeggen wij dat we dan dus geen avond organiseren voor bewoners. Die mogelijkheid is er geweest. Als er behoefte is aan het uiten van emoties of wat dan ook, volgens mij is die avond geweest bij Van der Valk, waar de burgemeester samen met de getroffenen een bijeenkomst gehad heeft. Wij zijn geen voorstander van het organiseren van een avond. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Zwaard, aan u het woord. De heer Zwaard: Dank u wel voorzitter. U heeft twee vragen gesteld, dus u krijgt twee antwoorden. De eerste vraag gaat over de motie. Er is een datalek geweest en dat is een kwalijke zaak, maar daar is iedereen het over eens en daar is ook genoeg over gezegd. Er is een intern rapport geweest en een rapport van Berenschot.

Die sloten goed op elkaar aan. De heer Vieira zei dat de motie smaller is dan de aanbevelingen die in het rapport van Berenschot staan, die zeer uitgebreid en zeer vergaand zijn. Die conclusie deel ik met hem. Wij vinden ook dat het college 7

heeft aangegeven al die aanbevelingen over te nemen. Die passeert het niet, het neemt dat over. We hebben ook aangegeven om op relatief korte termijn met een reactie hierop te komen. Wij hebben dermate veel vertrouwen in het college dat dit goed zal gaan. Die motie vinden wij dan eigenlijk een overbodige, een stap te ver. Wij zullen de motie daarom niet steunen. Wat de avond voor inwoners betreft. Daar is ook al het nodige over gezegd. Er is een avond geweest op 6 januari jl. Dat is al gememoreerd. Daar was niet één inwoner aanwezig. Of dat met gebrek aan belangstelling te maken had, weet ik niet. Maar die avond was speciaal voor die bewoners en voor ons georganiseerd om openheid van zaken over dat rapport te geven. Het rapport is openbaar. Dus ik ben het met mevrouw Koppert eens, om nu nog een avond te organiseren om dat rapport te bespreken, nee, daar gaan wij niet in mee. Wat zij aangaf om emoties te delen, vind ik een andere stap. Dat zou wat anders zijn. Maar het voorstel om deze raad nog een keer op te roepen om een avond te organiseren, delen wij niet. Dus wij steunen dat niet en ook de motie zullen wij niet steunen. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van der Eijk, aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. De VVD vindt het ook, net als Mijn Partij, heel belangrijk om hier een signaal af te geven aan de inwoners.

Er komt al een bijeenkomst, die is op 18 maart a.s. Die wordt door de gemeente georganiseerd en die duurt de hele dag. Daar kunnen onze inwoners hun stem uitbrengen over wat zij vinden van dit beleid. Voorafgaand aan die bijeenkomst zijn er misschien ook wel bijeenkomsten, waarbij de inwoners in discussie kunnen gaan met de aspirant-raadsleden over hoe dit allemaal zou moeten kunnen gaan, wat de verbeterpunten zijn en wat er komende periode zou kunnen veranderen. Ik denk niet dat het college dat allemaal hoeft te organiseren, behalve dan die heel belangrijke bijeenkomst op 18 maart a.s. Dan lees ik dat er nog meer procedures moeten komen. We hebben gewoon met individuen te maken die te weinig procesdiscipline hebben. Als ik de heer Ringeling over de streep kan trekken, dan wil de VVD best voor deze motie stemmen. Hij heeft toegezegd dat hij, als er veel voorstanders zijn, ook instemt. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dat laat ik graag aan de heren zelf. Ik wil nog wel D66 in de gelegenheid stellen om te reageren op de vragen over de afspraak. Daar was u nog niet op ingegaan. De heer Vieira: Voorzitter, ik heb op twee punten gereageerd. Op de motie heb ik gereageerd. Eigenlijk zat het misschien meer in een vraagstelling naar de heer Ringeling over of hij vindt dat er voldoende gedaan is voor een bijeenkomst. Het gaat over de bijeenkomst waar u het over heeft, voorzitter.

Wat ons betreft, omdat wij als raad gepubliceerd hebben, heeft u er op 6 januari jl. bij kunnen zijn en hoeft die discussie over het rapport niet nog een keer gevoerd te worden. De plv. voorzitter: De heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Ik denk dat er een miscommunicatie is, want we hebben het namelijk over twee dingen. Het eerste punt, dat in de commissie is aangehaald, is dat de burgemeester bij Van der Valk een gesprek heeft gehad met bewoners. Op die avond is er aangegeven dat er aansluitend nog een avond georganiseerd zou worden. Daarover zou een afspraak gemaakt worden. Ten tweede is vorige keer in de commissie het rapport van Berenschot besproken. De ChristenUnie heeft daar de vraag gesteld: kunnen we nog een avond met bewoners organiseren? Dus het zijn twee aparte vraagstukken. Eén, bij Van der Valk, daar is toegezegd door de burgemeester dat er een vervolgafspraak komt. En twee, de vraag aan de raad of we een tweede avond willen organiseren naar aanleiding van het Berenschotrapport, met de bewoners. Dus twee afzonderlijke zaken. Dat wil ik even helder hebben. Dank u wel. De plv. voorzitter: Ik heb niet expliciet een vraag gehoord, maar ik wil toch even naar de burgemeester gaan. Misschien wil ze nog wel even reageren op wat er heen en weer is gegaan. De burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel voorzitter.

Allereerst nog even dat misverstand over die avond. Er is niet toegezegd dat ik dat ging organiseren, maar dat ik die vraag mee zou geven. 8

Dat heb ik gedaan. Dat wil ik nog even benadrukken. Ik vind het goed te horen dat de organisatie van de verkiezingen op 18 maart a.s. in goede handen ligt bij ons als gemeente en gepromoot wordt, want het is belangrijk voor iedereen om zijn stem uit te brengen, uiteraard. Tot slot. Het is belangrijk om aan te geven dat het college echt, nogmaals, alle aanbevelingen uit het rapport overgenomen heeft en meer dan dat kunnen we ook niet doen. In dat opzicht staan er heel veel herkenbare punten in de motie. Die zitten ook in de aanbevelingen. Wij achten die motie dan ook overbodig en ontraden die. De raadsinformatiebrief, de brief die we toegezegd hebben, komt ook nog in deze raadsperiode. Dus het is ook niet dat wij dat uitstellen, maar daar komen we vlot op terug. Dus die brief is toegezegd, als wel dat alle aanbevelingen absoluut 100% overgenomen zijn. Meer dan dat kunnen wij niet doen. Dank u wel, voorzitter. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over tot de stemming. We beginnen met het voorstel. De stemming is geopend. Het voorstel is aangenomen met tegenstemmen van drie leden van de fractie van Mijn Partij en de fractie van VVD. De plv. voorzitter: Met dit als stemresultaat gaan we toch over op de motie, met dit als resultaat. De motie wordt verworpen met voorstemmen van de fracties van Mijn Partij en VVD. De plv. voorzitter: Daarmee sluit ik ook dit agendapunt.

Ik zal u een microfoon geven. Dat scheelt misschien. De heer Ringeling: Ik concludeer ook dat ten aanzien van het organiseren van een bijeenkomst door de Raad, dus met de inwoners, de meerderheid van de raad daar niet mee akkoord is. Het is wel goed om die conclusie te trekken. De plv. voorzitter: Afgaande op de stemming, als ik even snel de koppen tel, is er geen behoefte aan een extra bijeenkomst voor de bewoners. Dan sluit ik definitief dit agendapunt en draag ik het voorzitterschap weer over aan de burgemeester.

7.

Woningbouwlocaties in Midden-Delfland

De voorzitter: Geachte raad, we gaan door met agendapunt 7, woningbouwlocaties in MiddenDelfland. Ter uitvoering van een door de raad aangenomen motie, heeft het college een voorstel voor potentiële woningbouwlocaties opgesteld. Om de belangen van de gemeente niet te schaden, is de lijst met woningbouwlocaties geheim. In de besloten commissievergadering is er al eerder over gesproken. In de besloten commissievergadering is ook unaniem de wens geuit om het voorstel in het openbaar te bespreken, maar met inachtneming van de geheimhouding van de lijst van locaties. Dat is belangrijk. Ik verzoek de raad daarom nadrukkelijk zich hiervan bewust te zijn. Wie wenst over het openbare voorstel het woord te voeren? Ik ga inventariseren. Daarbij wil ik nu als eerste het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. Door het college en onze ambtenaren is er een zeer uitgebreid overzicht gemaakt van alle potentiële woningbouwlocaties in Midden-Delfland. Waarvoor dank. Deze zijn opgedeeld in groen, oranje en rood, met een duidelijke uitleg erbij. Van ons als raad wordt nu gevraagd of we kunnen instemmen met de verdere uitwerking van de groene en oranje locaties. De locaties met veel potentie en de locaties met potentie, maar met wat moeilijkheden. Uiteraard gaan wij akkoord met de verdere uitwerking van beide groepen woningbouwlocaties.

De lijst die er nu ligt, is wat ons betreft echter niet in beton gegoten, maar het moet een levend document blijven. Kansen die zich voordoen en die nu nog niet op de lijst staan, moeten zeker in de gaten gehouden worden. Projecten zoals De Kroon zijn daar een goed voorbeeld van. Als we de lijst doornemen, valt op dat veel van de oranje locaties moeilijk te realiseren lijken, omdat de verdeling 30% sociaal, 30% middenklasse en 40% koopwoningen roet in het eten lijkt te gooien. Klaarblijkelijk is deze verdeling voor veel, vooral kleinere bouwlocaties, moeilijk financieel rond te rekenen. Dan blijft ook de vraag, hoe wij als raad om blijven gaan met de eis van 30% sociaal. Dat hebben we in de commissie ook al aangekaart. Kiezen we als raad voor minder snel bouwen met meer sociaal, of willen we sneller bouwen met minder sociaal? Wat 9

ons betreft is die keuze heel duidelijk. Wij gaan liever voor sneller en meer woningbouw met misschien wat minder sociaal en wat meer voor de middeninkomens. Dat is iets waarvan wij denken dat het mes aan twee kanten snijdt. Een bouwproject wordt daardoor financieel sneller haalbaar en we bouwen voor de middengroep, een groep die in deze gemeente structureel ondervertegenwoordigd is als het om potentiële woonruimte gaat. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben, voor uw betoog. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel voorzitter. Ik begin met de complimenten aan het college. Het is ook fijn dat de motie die in november vanuit de OGP Midden-Delfland is ingebracht, Geef wonen de ruimte, ook leidt tot concrete actie. Dat vinden wij fijn. Het is ook fijn dat het onderscheid is gemaakt. Ik deel in ieder geval het compliment dat de heer Gebben van de VVD ook uitspreekt. We zijn lekker aan de slag gegaan en er ontstaan mogelijkheden. Dat is heel verrassend. Ik sluit me ook aan bij de heer Gebben als het gaat over het feit dat het geen rigide lijst is. Als er morgen zich een kans voordoet, net als bijvoorbeeld bij De Kroon, is het heel fijn als die proactiviteit de komende jaren behouden blijft. Wat je kan doen, moet je ook doen.

Tegelijkertijd, en dan ga ik toch even terug naar een iets rodere politicus dan onze kleur, maar in Amsterdam in 1978, mijnheer Schaefer, die had de uitspraak: "In gelul kan je niet wonen". Dat werd later een beetje vernettigd naar "In geouwehoer kan je niet wonen". Een beetje in die geest: in een lijst kan je ook niet wonen. Dus de oproep die wij vanuit de OGP Midden-Delfland aan het college willen doen, is de volgende: als u nu ziet dat er ambtelijke capaciteit nodig is om hier echt stappen in te zetten en om dingen niet te veel vooruit te laten schuiven, trek op tijd aan de bel bij de raad. Afgelopen jaar is het best regelmatig voorgekomen dat iets niet kon, omdat er geen tijd voor was en dat soort dingen. Volgens mij hebben we als raad collectief gezegd dat we dit belangrijk vinden. De vraag die ik aan het college zou willen stellen is of u bereid bent om tijdig aan de bel te trekken op het moment dat u denkt dat we een beetje langzaam gaan en dat we iets kunnen. Ik denk dat het heel goed is om de raad dan ook om hulp te vragen. Ik denk dat die hulp er ook is. Overigens ben ik het over het volgende dan weer niet eens met mijn collega, mijnheer Gebben. Die verhouding van 30% sociaal, 30% betaalbaar en 40% nader in te vullen, hoeft wat ons betreft niet op locatieniveau te worden uitgevoerd.

De recente actie, waarbij over meerdere projecten wordt gekeken of deze verhouding in orde is, zou denk ik best kunnen werken. Wij doen ook een beroep aan het college om ook op die manier naar deze materie te kijken. Rest mij nog één ding: wij zijn het eens met het voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Roeling. Dat er allemaal gebouwd mag worden door de gehele raad, dat is overduidelijk. De heer Roeling. De heer Roeling: Ja, dat geldt ook voor ons, voorzitter. Dank u wel. Hoe kijken wij naar deze lijst? We hebben het tijdens de commissievergadering al gezegd: we zien dit als een momentopname. Inderdaad, wij hebben toen aangegeven dat dit elk moment kan veranderen. Er kan zich een opportuniteit voordoen. Daar springen we dan ook op in. De vraag die wij nog wel hebben aan de raad, niet aan het college, is omdat wij nu zien dat er vaak inbreidingslocaties worden gebruikt. Bij bijvoorbeeld De Kroon, dat onlangs is vastgesteld, zien we wel dat er toch wel een paar dingen in de knel kunnen komen, zoals participatie en vervolgens de leefbaarheid. Dat zijn voor ons wel belangrijke elementen waar wij elk plan op zullen toetsen en blijven toetsen. Een ander belangrijk onderdeel is de zorg. We zien natuurlijk ook dat de vraag naar zorg en wat op het bordje van ons als gemeente komt, toeneemt.

We realiseren ons dat de kern Schipluiden nummer 3 is van de kernen in Nederland als het gaat om vergrijzing. Dat geeft dan ook wel aan dat daar veel moet gebeuren. Daar zullen wij ons altijd van bewust zijn. Wat ook wel een rol speelt, is dat de verhouding tussen sociale… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Ik heb toch een vraag aan de heer Roeling. Hij is zich altijd bewust van de vergrijzing in Schipluiden. Tegelijkertijd stemt hij niet in met een plan dat senioren in Schipluiden aan appartementen moet helpen. Dus kunt u dat misschien een beetje verduidelijken? 10

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Ik denk dat de heer Knaap bezig is met zijn aangifte. Wij hebben natuurlijk verschillende malen duidelijk aangegeven dat wij het idee om te bouwen voor de senioren, in dit geval in Schipluiden, omarmen. Alleen kunnen we het plan dat er uiteindelijk uit voortgekomen is, zeker niet delen, omdat dat nu juist weer ten koste gaat van diezelfde senioren in Schipluiden. Er kan niet gegarandeerd worden dat het appartementencomplex volledig bewoond gaat worden door senioren uit Schipluiden. Dat worden op z'n minst Midden-Delflanders. Om over de prijs, de haalbaarheid en de leefbaarheid nog maar te zwijgen. Wij zijn er wel degelijk voor. Eigenlijk zijn wij nog meer voor de senioren in Schipluiden dan de rest van de raad, omdat wij om die redenen het plan niet hebben omarmd. De voorzitter: Ik zie dat de heer Knaap nog even wil reageren. Mijnheer Knaap, aan u het woord. De heer Knaap: De simpele vraag, mevrouw de voorzitter, ik hoor de heer Roelings zeggen dat zij tegen het bouwen zijn, omdat het de senioren in Schipluiden niet helpt en omdat het niet zeker is dat alle senioren in Schipluiden in dat pand kunnen wonen. Ik constateer dus dat de heer Roeling zegt dat wij niet gaan bouwen, omdat er sowieso geen enkele senior in aanmerking mag komen voor een huis. Klopt dat? De heer Roeling: Nee.

U moet het toch wel iets forser zien, bestuurlijk gezien. Als het aan ons ligt, dan gaat de hele prijsvraag die opgestart zal worden voor dit plan, niet door. We gaan op een goedkopere, snellere manier bouwen voor de senioren van Schipluiden. Zo moet u dat zien. De voorzitter: Ik zie ook een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Mijn vraag is echt aan Mijn Partij, wat is dan het alternatief? Volgens mij kunnen we nooit 100% garanderen dat wat we bouwen alleen voor lokale inwoners is. Wat is het alternatief, ook voor de senioren in Schipluiden? De voorzitter: Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Het concept zoals wij dat willen, heb ik al drie keer uitgelegd. Het begint met een actief grondbeleid. Zover ging het goed, met in dit geval De Kroon. Wat je vervolgens doet, is zorgen dat je vanaf dag één dat je eigenaar bent van die gronden, tot overdracht van de sleutel, eigenaar blijft van die gronden en het hele proces daartussendoor. Dan ben je als gemeente, of het nu gaat om middenhuur of betaalbare koop, niet verplicht om je aan de zogenaamde Haaglandenregels te houden. Dan heb je daar als gemeente zelf volledig invloed op. Dat is ook de reden dat wij zeggen: begin nou niet met projectontwikkelaars, wat bij De Kroon is gebeurd, of dreigt te gebeuren, laat ik het voorzichtig zeggen.

Dan ben je namelijk de regie compleet kwijt en dan kan je alleen nog maar terugvallen op de afspraak dat het eerst voor, in dit geval, senioren van Midden-Delfland, is. Dat is voor ons onvoldoende. Het belangrijkste is dat je vanaf dag één van het actieve grondbeleid tot de overhandiging van de sleutel eigenaar blijft van de gronden. Op die manier heb je veel meer regie over het hele proces om te komen tot de zorgwoningen, met name in Schipluiden, die hard nodig zijn. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ja, dat is eigenlijk een indirecte. Ik vraag me af of dat echt waar is. Misschien wil de wethouder daar wat over zeggen, want ik kan me niet voorstellen dat dit mag. De voorzitter: Ik stel voor dat die vraag bij de wethouder straks vanuit de eerste termijn beantwoord wordt. Ik wil de heer Roeling vragen om zijn betoog af te ronden. De heer Roeling: Ik heb geen tijd opgelegd gekregen. Ik vind het wel bijzonder dat via een interruptie een vraag wordt gesteld aan de wethouder.

11

De voorzitter: Aan u het woord. De heer Roeling: Dan gaan we ook nog even terugkijken naar wat er nu gerealiseerd is. Er zouden de afgelopen vier jaar 75 woningen per jaar gebouwd worden. Dat aantal halen we niet. Als we kijken naar wat er dan is opgeleverd, dan zijn het voornamelijk woningen boven de € 600.000. Mijn Partij vindt dat de gemeente zelf verantwoordelijk is voor de verhoudingen, zoals die door collega’s al eerder zijn benoemd. Hoe kijken wij daarnaar? 30/30/40, ja. Maar dat vullen wij dan wel zo in dat wij het als taak voor de gemeente zien om het allemaal haalbaar te houden. 30% sociaal. In ons verkiezingsprogramma dat binnenkort vrijkomt, zetten wij daar wel vraagtekens bij. Is 30% van onze inwoners kwetsbaar? Kwetsbaar in de zin dat ze aangewezen zijn op een sociale woning? Dat betwijfelen we. De middenhuur is ook een belangrijke factor voor ons. Daar staat 30% voor. Als dat meer wordt, kunnen we daar ook mee leven. De laatste is de betaalbare koop. Dat zal weer iets opgekrikt worden. Maar dat zijn toch wel de drie categorieën, waarvan wij vinden dat de gemeente daar in hoofdzaak voor verantwoordelijk is en niet voor de bouw van, wat we nu zien, alles boven de € 500.000-€ 600.000. Kijkend naar de woningen in Keenenburg V. Nou, daar zit dan nog wat sociale koop bij, maar de rest is ook weer onbetaalbaar voor de meeste inwoners van Midden-Delfland.

De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel voorzitter. Ja, ik wil de heer Roeling vragen waarom hij dan voor weer twaalf miljonairswoningen aan de Woudselaan heeft gestemd als laatste project. De voorzitter: Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Het is meer de vraag of we daarmee hebben ingestemd. Woningen, ja. Die contracten lagen er en daar hebben we mee ingestemd. Wat moeten we dan? Het niet gunnen? Nee. Dit is een goed moment om duidelijk te maken waar we staan. Dat zullen we ook zeker niet laten. Wat we met de dure woningen doen, is daar ook een markt voor? Ongetwijfeld, maar dat laten wij dan wel aan initiatiefnemers zelf en waar mogelijk romen we dat af om ons eigen woningbouwprogramma te financieren. Ik was bij de 75 woningen per jaar. Daar is men niet in geslaagd. Als ik kijk wat er gerealiseerd wordt, zijn dat vooral villa's. Wat ons betreft is dit college er niet in geslaagd na zijn mooie woorden. Nu lezen we dat dit college zegt dat als we toch aan die norm willen komen, we een programma van 1000 woningen moeten hebben. Als ik het goed lees moeten er vanaf 2030, wat al snel komt, tot 2040, 1000 woningen geprogrammeerd worden. Onlangs hadden we het over de dorpenvisie. Die 1000 valt wat ons betreft niet binnen de kleinschaligheid, zoals wij met MiddenDelfland voor ogen hebben.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling, voor uw betoog. Vervolgens wil ik nu graag het woord geven aan de heer Zwaard. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel voorzitter. Allereerst complimenten aan het college en aan het ambtelijke apparaat, die toch op relatief korte termijn gehoor hebben gegeven aan de motie Geef wonen de ruimte. Er ligt een mooi plan met een aantal locaties, onderverdeeld in groen, oranje en rood, waar wij van denken dat het een heel kansrijk plan is. Ik ga hier niet, zoals mijn voorgaande spreker, de hele woonvisie van Midden-Delfland herhalen. Zoals gezegd, wij zijn blij met die plannen. Regeren is vooruitzien en dat doen we hier zo. Ik ben verder benieuwd naar de beantwoording van de wethouder, met name op de vraag van de heer Roeling. Ik ben benieuwd wat zijn antwoord daarop is en of ook hij gelooft in sprookjes. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard, voor uw inbreng. Vervolgens wil ik tot slot het woord geven aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel voorzitter. Allereerst willen wij aangeven dat wij het waarderen dat er in Midden-Delfland met een brede blik naar de toekomst wordt gekeken; verder dan 2030. De realisatie van plan tot woningbouw duurt over het algemeen gezien een jaar of acht. We hebben het gezien toen wij de raad in kwamen, toen hebben we het gehad over een woningbouwproject in 12

Maasland en dat begint nu langzaam uit de grond te komen. Dus heeft inderdaad zeven, acht jaar geduurd voordat er wat goeds begonnen is. Dat zien we dus ook komen. Het is goed dat we nu vooruitkijken. Als fractie staan we dus positief tegenover de richting die met het voorstel wordt ingezet. De geschetste vooruitzichten bieden kansen voor de toekomst van onze dorpen, maar dragen ook bij aan het behoud van leefbare en vitale kernen. Het toevoegen van voldoende woningen is essentieel om ons woningvoorzieningenniveau op peil te houden en de sociale samenhang in onze gemeenschap te versterken. We realiseren ons dat een ambitie van zestig tot tachtig woningen per jaar een complexe opgave is waar zorgvuldigheid en realisme voorop moeten staan. Het is goed dat er kritisch wordt gekeken naar kansrijke locaties en dat middelen en capaciteiten gericht worden ingezet waar onze maatschappelijke opbrengst het grootst is. We begrijpen dat het uitwerken van plannen tijd kost en dat het vraagt om zorgvuldige afwegingen van belangen, waarbij communicatie en participatie met inwoners en belanghebbenden centraal staan. In de huidige voorstellen zien we bovendien meer ontwikkelkansen dan wij vooraf hadden verwacht. Als raad blijven we graag op de hoogte van de voortgang. Het is waardevol dat de raad jaarlijks wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen, zodat we tijdig kunnen bijsturen waar nodig.

Wij staan open voor het inzetten van extra capaciteit, mits het bijdraagt aan een effectieve uitvoering van het woonbeleid en het realiseren van passende woningen voor jong en oud. Tot slot willen wij benadrukken dat de woningbouw moet aansluiten bij de woonvisie en de wensen van onze inwoners. Dus ja, wij blijven ons wel vasthouden aan de door de VVD ooit ingebrachte motie voor de 30/30/40, maar wij zien dat wel als iets wat overal moet gebeuren, dus zoals bij De Kroon gebeurd is. Een klein beetje wisseling en een klein beetje schuiven om dingen wel mogelijk te maken, zullen wij ook te allen tijde steunen. Het uitgangspunt moet zijn dat er gewoon voldoende woningbouw, zowel sociaal als middenhuur, middenkoop voor onze inwoners beschikbaar is. Zoals wij het zien, houden wij met dit voorstel genoeg voldoende betaalbare levensloopbestendige woningen, zodat jongeren, gezinnen en ouderen in Midden-Delfland kunnen blijven wonen en bij kunnen dragen aan vitale dorpen. Tot zover onze eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. En dank u wel, mijnheer Scholtes, voor uw betoog uiteraard. Mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. D66 eindigt met een hele mooie quote: voor de gezinnen en voor de ouderen.

Realiseert de D66 zich dat dit met name de mensen zijn die in de middeninkomensgroep zitten, waar wij in deze gemeente eigenlijk bijna niets voor doen? Het gaat altijd richting sociaal als het om woningbouw gaat? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Het woord is aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Nee, voorzitter, dat realiseren we ons niet. Dat zien we ook volledig anders. We hebben namelijk de 30/30/40. Het gaat dus ook naar sociaal, omdat het gewoon noodzakelijk is dat wij ook in Midden-Delfland voldoende sociale woningbouw hebben, want ook in Midden-Delfland is er vraag naar sociale woningbouw. We leveren net zoveel inzet en inspanningen op het gebied van middenhuur en middenkoop. Uiteindelijk is onze visie dat op het moment dat we woningen kunnen bouwen, appartementen voor senioren, je juist die doorstroming op gang kan brengen. Dus ook het bouwen van voldoende woningen voor empty nesters biedt gewoon heel veel kansen om de doorstroming binnen onze gemeente beter te krijgen dan dat die nu is. Dus wij zien dat anders. De voorzitter: Daar heeft de heer Gebben nog een interruptie en wellicht een toevoeging. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. D66 maakt een hele mooie opmerking dat er behoefte is aan sociale huurwoningen in deze gemeente. Ik weet niet uit welk onderzoek dat komt, maar wij hebben meerdere onderzoeken hier gedaan, ook door de provincie.

Daar komt volgens mij vooral uit dat wij eigenlijk helemaal geen sociale huur nodig hebben en dat onze inwoners graag zien dat er gebouwd wordt voor vooral ook de middengroep. Dus ik weet niet waar dat vandaan komt, misschien kan D66 dat toelichten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben, mijnheer Scholtes.

13

De heer Scholtes: Ja, voorzitter, wij hebben die onderzoeken die de VVD hier aanhaalt, denk ik anders geïnterpreteerd of anders gezien. De heel stellige opmerking dat wij geen behoefte hebben aan sociale woningbouw en wij eigenlijk een miljonairsdorp willen zijn. Ja, het spijt me zeer, maar daar gaan we niet op in. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes. Dat betekent dat ik vanuit de eerste termijn, met nog een aantal vragen die daaruit zijn voortgekomen, nu het woord wil geven aan wethouder Voskamp voor de beantwoording. Wethouder Voskamp, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, dank u wel. Allereerst dank voor de complimenten voor het werk dat verzet is en het resultaat dat hier is neergelegd. Ik denk dat er door heel veel mensen, inclusief uzelf, maar ook in de organisatie, hard aan gewerkt is om aan deze lijst te werken en deze woningbouwlocaties op deze manier met u te kunnen bespreken. Dat geeft energie. Dat merk je aan alles, want dat betekent dat mensen nu weten hoe u denkt over verschillende locaties en wat we daar zouden kunnen realiseren. Dat betekent dat als we een kans zien die in lijn ligt van een groene of oranje locatie, we er zeker naar zullen kijken of we daar op moeten acteren. Ik heb eerder ook aangegeven dat de capaciteit daarvoor beperkt is. We kunnen niet alles naar voren halen.

Ik zeg ook richting de OGP Midden-Delfland en richting de heer Knaap toe dat we op korte termijn - lees: richting de kadernota - zullen uitwerken hoe wij dat voor ons zien, of we daar extra capaciteit voor nodig hebben, op welk vlak we extra capaciteit nodig zouden hebben, hoe wij dat voor ons zien, voor hoelang we extra capaciteit nodig zouden hebben, of misschien wel afspraken met u maken over hoe we het proces in gaan om zo snel mogelijk te kunnen reageren op een kans, een potje met geld of in ieder geval de zekerheid van u dat u dit steunt op het moment dat we zo'n kans zien en pakken. Die steun voel ik in ieder geval heel erg uit uw beraadslagingen. Voorzitter, meerdere partijen spraken over de 30/30/40-verdeling, ik trek het maar een beetje naar de woonvisie toe. We hebben zo'n twee jaar geleden met elkaar de woonvisie vastgesteld. Daarin is een behoefteonderzoek gedaan. Er is gekeken wat er is, wat er nodig is en wat er gevraagd wordt. Daar is deze verdeling uitgekomen. We zien dat er appartementen nodig zijn, dus we hebben afgesproken dat we minimaal de helft aan appartementen realiseren. We hebben afspraken gemaakt over de 30/30/40-verdeling en daar houden we ons aan. In de voorbereiding op dit debat heb ik het nog even nagevraagd. We hebben op dit moment 1250 inwoners van Midden-Delfland die ingeschreven staan en actief zoeken naar een sociale huurwoning.

Dus u kunt zich voorstellen dat er wel degelijk behoefte is aan deze woningen, zolang wij nog 1250 mensen op de wachtlijst hebben staan die actief reageren. Ik denk ook niet dat het zo is dat wij alles maar naar duur doen. Inderdaad, er liggen nog een aantal afspraken uit het verleden, maar we zijn ook gewoon gebonden aan afspraken met de provincie, afspraken met elkaar, met u als raad, zodat we die 30/30/40 zo zouden invullen. Waar mogelijk gaan we versnellen. Ik wil ook wel zeggen dat we deze lijst hebben gemaakt met het idee van na 2030. Voor 2030 hebben we denk ik genoeg op ons bordje. Dat resulteerde de afgelopen jaren wel degelijk in een flinke toename van het aantal woningbouwprojecten, die misschien nu nog niet af zijn, maar in de komende tijd wel heel snel tot resultaat en een sleuteloverdracht leiden. Dat wordt zeker gedaan. Voor na 2030 waren er nog geen plannen of hebben we het in abstractie gehad over plannen. Dat is nu wat duidelijker geworden. Mocht er een locatie zijn die eerder dan 2030 geschikt zou kunnen zijn, dan zullen we daar zeker op proberen te handelen. Volgens mij is de vraag inmiddels ook concreet aan mij gesteld over de lokale toewijzing, of dat mogelijk is. Zoals de heer Roeling dat voorstelt, is het niet mogelijk. Als wij eigendom houden van de grond en wij uiteindelijk de sleuteloverdracht gaan doen, dan zijn we gebonden aan een aantal regels.

Dan kunnen wij niet zo kiezen wie we waarin laten wonen, zoals u zegt. Wij proberen dat te ondervangen door dat aan ontwikkelaars te vragen en als suggestie mee te geven of ze bereid zijn om te bouwen voor lokale inwoners. Dat hebben we op Keenenburg V gedaan. Ik kan u vertellen dat inmiddels 100% van de woningen bij Keenenburg V toegewezen zijn aan inwoners van Midden-Delfland. Daar werkt het wel degelijk. Wat ons betreft houden we dat nu vast. Voorzitter, die 1000 woningen passen niet in de kleinschaligheid van de dorpen, maar wel in de woonvisie die we met u afgesproken hebben. We zijn op die manier gewoon aan het lopen op een visiedocument dat u zelf heeft vastgesteld. D66 vroeg naar het jaarlijks informeren over de ontwikkelingen. We hebben toegezegd dat we u twee keer per jaar informeren over de ontwikkelingen, zodat u op deze projecten meegenomen kan worden en zoveel eerder als nodig, 14

als er een kans zich voordoet of als een project in ontwikkeling gaat, komen we natuurlijk gewoon voor het reguliere proces bij u terug. Volgens mij heb ik daarmee beantwoord wat er besproken is en gaan wij graag aan de slag om hier invulling aan te geven. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Voskamp. Ik denk dat met uw uitgebreide beantwoording, alle vragen vanuit de eerste termijn beantwoord zijn. Vervolgens doe ik de ronde wie er behoefte heeft aan een tweede termijn. En daar zie ik al lampjes verschijnen. Ik geef als eerste het woord aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Wethouder, bedankt voor de duidelijke antwoorden die we gekregen hebben. Nog een paar opmerkingen. We zijn er wel degelijk voor dat de afgesproken 30/30/40 niet per se per object, per project, hoeft te gebeuren, maar wel over de kernen. Dat is voor ons ook duidelijk. De wethouder geeft het al aan. Er zijn 1250 woningzoekenden die op zoek zijn naar sociale huur. Er is dus wel degelijk behoefte aan sociale huur in Midden-Delfland. Om die 30/30/40 los te laten, vinden wij geen goed plan. We hebben het in de commissie ook al over ambtelijke inzet gehad en aangegeven dat de ambtelijke inzet geen belemmering mag zijn. Het potje met geld dat u aankaart, zou misschien een goed middel zijn. Als het noodzakelijk is om de ambtelijke inzet niet te belemmeren en dat door te laten gaan, is dat wellicht een oplossing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=fedeeb2f-4c7f-41df-ac22-fa2513069718