CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 m 12 d 16 Vsl raad

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 16 december 202616.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wij kregen begin december het plan voorgeschoteld om € 350.000,00 uit te geven voor een vereniging waar enkele honderden lid zijn. Maar het draait hier natuurlijk om gemeenschapsgeld en wij moeten natuurlijk ook aan de rest van onze ruim 19.000 inwoners kunnen uitleggen waarom we bepaalde investeringen doen. Dan wordt mijn betoog min of meer gelijk aan dat van mevrouw Koppert, want die heeft al zo'n beetje alles gezegd dat er is. Er is inderdaad een memo gekomen met een kraakheldere tijdlijn, duiding, proces en kosten en ook een uitleg van hoe dat in de tijd zit en dat het inderdaad om een maximaal bedrag gaat. Daarmee is het veel makkelijker geworden, niet specifiek voor ons alleen, maar ook voor onze 14

inwoners, om te begrijpen waarom we dit doen en hoe we dit doen. Dus wat ons betreft stemmen wij in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira. Dan wil ik vervolgens graag het woord geven aan mevrouw Langeveld van het CDA. Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met aangeven dat wij instemmen met dit voorstel. Waarom stemmen wij in met dit voorstel, voorzitter? Ik wil even refereren aan de woorden van de heer Ringeling tijdens de commissievergadering. Hij gaf aan: afspraak is afspraak. Daar conformeren wij ons graag aan, want we hebben die afspraak dat wij verantwoordelijk zijn voor de renovatie van het trainingsveld met elkaar gemaakt. Dan willen wij die ook zeer zeker nakomen. Even terugkijkend, zijn wij tevreden over het gelopen proces? Nee, dat zeer zeker niet. Dat had veel beter gekund. Daar heeft mevrouw Koppert ook al het een en ander over aangegeven. De info die er nu ligt had er eigenlijk al voor de commissie moeten liggen. En niet alleen dat ene A4'tje. En als deze informatie er eerder had gelegen, dan was het verloop van de commissievergadering ook heel anders geweest en had het ons allemaal ook heel veel tijd gescheeld. Ik hoop van harte dat het college hier ook lering uit trekt en dat dit een volgende keer op een andere manier gebeurt.

Maar het heugelijke feit is dat ik nu al van een aantal collega's heb gehoord dat wij in gaan stemmen met dit voorstel en dat er hopelijk vanuit DIOS weer volop extra trainingswedstrijden gespeeld kunnen worden en dat er mogelijk ook meer trainingen gegeven kunnen worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Ammerlaan van Mijn Partij. Aan u het woord. De heer Ammerlaan: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik het college en de ondersteunend ambtenaren bedanken voor het aanleveren van de enige financiële onderbouwing en de uiteenzetting van de feiten van het raadsvoorstel. Het algehele gevoel met betrekking tot dit voorstel is dat het college geen strobreed in de weg mag en kan worden gelegd. Dit in verband met alle potentiële vertragingen die dit voor DIOS tot gevolg kan hebben. Echter, het college heeft er niets aan gedaan om het verzoek van DIOS in juni 2025 zo snel mogelijk op te pakken. Sterker nog, de wethouder beweert er niet eens van op de hoogte geweest te zijn. Al met al voelt het proces bijzonder rommelig. Financiële onderbouwing en verdere informatie werden niet verstrekt op het moment dat hierover technische vragen gesteld werden en er werd geheimzinnig gedaan over een keuringsrapport van de Nederlandse Handbalbond, dat vervolgens niet aanwezig of bestaand bleek te zijn.

Begeleidingskosten zijn dubbel geraamd, zowel afzonderlijk als in de raming van de uitvoeringskosten. De scenario's die worden geschetst houden daadwerkelijk de zwartst mogelijke financiële scenario's open. Hierbij rijst natuurlijk de vraag in welke mate dit realistisch is en wat het college van plan is met het resterend budget. Mijn Partij had graag het onderzoek afgewacht, maar wil ook de vereniging DIOS het leven niet al te zuur maken. De vereniging kan er namelijk ook niets aan doen dat het voorstel op deze manier aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Mijn Partij wil graag betrokken worden en blijven bij de uitvoeringskeuzes naar aanleiding van de uitkomsten van de onderzoeken. Daarmee dank ik u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ammerlaan. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Na de commissie resten er nog twee grote vragen: ten eerste waarom het zes maanden heeft geduurd voordat het raadsvoorstel hier op tafel kwam en ten tweede waar de € 350.000,00 vandaan kwam. Gelukkig is er in het aanvullend memo onderbouwing daarvan gekomen. Desalniettemin wil de VVD toch haar grote ongenoegen uitspreken over de gang van zaken in het proces. Zoals meerdere raadsleden al hebben aangegeven, had deze informatie gewoon verstrekt moeten worden tijdens de commissie. Dan was er veel meer duidelijk geweest.

Nu hadden we toch het idee dat de wethouder de controle op dit dossier niet goed in de hand heeft gehouden. Dat is, denk ik, heel erg jammer. Ook wij zullen instemmen met dit voorstel, ook omdat we eigenlijk geen keuze hebben. Dat bleek in de commissie ook al. Wij vinden dat het DIOS niet de dupe moet worden van de trage of onduidelijke afwikkeling in het gemeentehuis. Dus wij zullen gewoon instemmen met dit voorstel, voorzitter. 15

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Ik wil tot slot het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Ja, voorzitter, dank. Ook wij gaan instemmen met dit voorstel, laat ik even duidelijk zijn. Sommige sprekers of verschillende sprekers hebben aangegeven in hun betoog dat we dit in de toekomst toch wel anders of beter moeten doen. En daar kom ik op mijn vraag: waarom hebben we deze informatie die nu in de raadsstukken staat niet bij de commissie gekregen? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag gaat eigenlijk ook over het punt van de heer Gebben. In juni was al bekend dat er een renovatie van het handbalveld moest komen. Ik heb ook weer het conceptverslag van de commissie nagelezen en ik kan me ook wel herinneren dat de wethouder heeft gezegd dat het college wist van het feit dat er een renovatie moest plaatsvinden, maar dat hij het zelf niet wist. Dus de verantwoordelijke wethouder wist het niet, maar het college wist het. Kunt u ons daarbij even helpen? Hoe kan het dat het college het wist en u lange tijd niet? Dat zijn mijn twee vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. En daarmee is vanuit de eerste termijn nu het woord aan de wethouder. Mevrouw Oderwald, aan u het woord. Wethouder Oderwald: Ja, dank u wel, voorzitter.

In de voorbereiding heeft het college sterk gefocust op wat nodig is om de renovatie in de praktijk goed en tijdig uit te voeren. In die focus is de aandacht voor de uitvoeringsbereiding zwaarder geweest dan de toelichting die de raad nodig had. Dat is nu rechtgezet met de aanvullende memo. In deze aanvullende toelichting liggen nu alle feiten op tafel. Alle informatie is gedeeld, zodat u als raad zorgvuldig uw besluitvorming kunt doen en zodat duidelijk is wat het betekent voor het sportaanbod in onze gemeente en de voorzieningen die DIOS daarmee krijgt. U kunt uw besluit nemen. Dat is belangrijk voor u als raad, want voor ons als college staat bovenaan dat DIOS gewoon een belangrijke vereniging is. DIOS, Doorzetten Is Ons Streven, dat is de naam van de handbalvereniging en dat is ook gewoon de insteek geweest die het college in de voorbereiding heeft gehad. Resultaten boeken in de praktijk. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ringeling van de ChristenUnie. Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Ja, ik hoor wat de wethouder zegt. Ze probeert de snelheid of de vaart erin te houden en daardoor heeft ze een onvolledig dossier naar de raad gestuurd.

Maar daarmee loopt u het risico de besluitvorming juist te vertragen, want u levert onvolledige informatie aan, waardoor we de hele discussie in de commissie hebben gehad en vandaag bijna ook niet echt tot een besluit zouden komen. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. Het woord is vervolgens aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had nog een heel wat aantal vragen te beantwoorden voordat we hieraan toekomen. We zijn bezig om de sportprogrammering en de investeringen die we daarin doen meer geagendeerd te doen, dus om echt vanuit een agenda te gaan werken. We zien - dat merkt u allemaal hier in deze raad - dat dat nodig is, want elke keer zijn we hier in de raad bezig om onder volle stoom en kokend water dingen voor elkaar te krijgen. Daar zetten we ons als college hartstikke hard voor in en dan is het moeilijk om het onder druk allemaal bij elkaar te krijgen. Die snelkookpan, daar moeten we vanaf. We moeten gewoon planmatig aan het werk gaan. Dat is ook eigenlijk waarom ik mijn beantwoording graag in de volgorde der vragen uitloop. Natuurlijk gaan we daar de volgende keer rekening mee houden. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld van het CDA. Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het toch wel heel erg zou schelen als de wethouder zou zeggen: 'Ik heb het niet goed gedaan.

Ik heb te weinig informatie gegeven vorige keer. Mijn excuses daarvoor.' Dan is het wat ons allemaal betreft, denk ik, een punt erachter en we gaan weer door. Ik hoor dat nu niet en u heeft dat wel van vrijwel ons allemaal hier gehoord. Om 16

heel veel discussie nog te voorkomen, denk ik dus dat het misschien wel handig is dat dat even gezegd gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Het woord is weer aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ik heb al gezegd dat de uitvoeringsfocus in de ijver om dingen voor elkaar te krijgen te zwaar is geweest en dat we dat recht hebben geprobeerd te zetten. Naar mijn idee is dat afdoende. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik ben het eigenlijk wel met mevrouw Langeveld eens. Ik denk dat u de eindverantwoordelijke bent. U bent ook verantwoordelijk voor wat uw ambtenaren doen. Dus enige mea culpa van uw kant zou echt wel heel prettig zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord weer aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ik denk dat ik gewoon mijn ambtenaren en het hele apparaat hier tekortdoe als we gaan zeggen dat we niet hard genoeg gewerkt hebben. Sorry. Er zijn een aantal vragen gesteld. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Ik heb nu het idee dat er een schoffering naar de raad gaat. We zeggen helemaal niet dat uw ambtenaren niet hard gewerkt hebben. Wat we alleen constateren, is dat u niet alle informatie op tijd met ons gedeeld heeft om een goede besluitvorming te doen.

En daar gewoon van zeggen 'sorry, dat heb ik verkeerd gedaan', is echt niet te veel gevraagd. Is dat misschien mogelijk? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Het woord is aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja, naar mijn idee heb ik dat allang impliciet gedaan in mijn inleidende betoog. We hebben de verkeerde focus gehad. We hebben te veel gefocust op de uitvoering. Gaan we de volgende keer rekening houden met uw verzoek om meer informatie? Ja, natuurlijk gaan we daar rekening mee houden. Dat is ook waarom wij van plan zijn om het proces anders in te richten, om gewoon minder in een gehaaste situatie te komen, minder onder druk te komen te staan en zorgvuldiger de informatie die u nodig heeft te kunnen verschaffen. Want we hebben hier gewoon gepoogd alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de komende zomer een veld aangelegd kan worden. En in het raadvoorstel staat ook al aangegeven dat het om een maximaal bedrag gaat. Het was handiger geweest als dat ook in het beslispunt zelf verwoord stond. Dat trek ik me aan. Daar ga ik mee aan de slag. Ik vind het heel belangrijk om dat beter voor elkaar te krijgen. Want het gaat inderdaad, zoals de heer Vieira zegt, om gemeenschapsgeld en daar moeten we heel zuinig mee omgaan maar we willen ook dingen voor elkaar krijgen.

Daarvoor hebben we ons enorm hard gemaakt en dat is ook gelukt, zodat we ook de afspraak de afspraak kunnen laten zijn. Dat is waar ik lering uit trek, dat ik misschien ook af en toe anders nee moet gaan zeggen tegen partijen, omdat ik het niet voor elkaar krijg als we alles in elke punt en elke komma willen doen. Dat lukt soms niet altijd. Het is een maximumbudget, die € 350.000,00. Als daarvan overblijft, kunnen we dat helemaal niet ergens anders aan uitgeven. Het restbudget blijft gewoon staan. Zo werkt de gemeentebegroting en zo werkt uw budgetrecht. Dan kom ik nog bij de vraag van de ChristenUnie over de verwarring over wat het college en de wethouder is. Uiteindelijk ben ik uiteraard onderdeel van dit college - dat weet u allen ook en daar hoef ik u helemaal niets over uit te leggen - en we hebben dit met elkaar gedaan. Ik heb me er hard voor gemaakt om dit op dit moment voor de raad neer te leggen, maar dat is niet eenvoudig, omdat we heel veel informatie niet wisten, niet boven water hebben en nog steeds niet weten. Dat maakt het heel moeilijk om informatie aan u te geven, terwijl we wel heel graag een zaal of een vloer willen realiseren. Daar heb ik u in eerdere vergaderingen over DIOS ook elke keer uitspraken over horen doen, om het snel voor elkaar te krijgen. Dat is waar ik me hard voor gemaakt heb.

Waarom u dat niet bij de commissie heeft gekregen? Het is inderdaad summier geweest, dat heb ik 17

ook direct in mijn toelichting gezegd. In de ijver om de zomer te kunnen halen, is er wat informatie te weinig geweest. Dat heb ik rechtgezet met deze memo. Volgens mij heb ik daarmee alle antwoorden gegeven op de vragen die openstonden. De voorzitter: Dan sluit ik hierbij de beantwoording van de wethouder in de eerste termijn en kijk ik rond waar er behoefte is voor de tweede termijn. Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Ammerlaan van Mijn Partij. De heer Ammerlaan: Dank u wel, voorzitter. Ik mis eigenlijk nog één essentieel gedeelte in de beantwoording van de wethouder. Dat is eigenlijk de vraag of er nog wat te kiezen valt. Of geven we nu een portemonnee met € 350.000,00 aan de wethouder en zeggen we: kijk maar of u alles doet of alleen de bovenkant. De onderzoeken zijn nog niet gedaan en dat is logisch, maar op het moment dat de onderzoeken uitgevoerd zijn en er wordt meer duidelijk, kan er dan nog door de raad enigszins gestuurd worden of zijn we aan de goden overgeleverd? Dat hoor ik nog graag van de wethouder. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Ammerlaan, dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. En dank aan de wethouder voor de beantwoording. Volgens mij had ik in de eerste termijn nog niet aangegeven of wij zouden steunen of niet.

Het lijkt me toch wel goed om dat nu maar kenbaar te maken. Wij zijn er natuurlijk voorstander van dat DIOS een nieuw handbalveld krijgt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan natuurlijk ook instemmen. Dat had ik al gezegd. Maar we zijn gewoon niet blij met de houding van de wethouder op dit dossier. We zien een wethouder die gewoon niet goed grip gehad heeft op dit dossier. Haar ambtenaren hebben hard gewerkt, maar zij heeft het gewoon niet goed naar de raad gebracht. En daar gaan wij natuurlijk de ambtenaren niet de schuld van geven, maar de wethouder wel. Wat zal ik zeggen? Misschien verdient het eigenlijk wel een motie van treurnis. Ik weet niet hoe breed de steun daarvoor is in deze raad, maar daar wilde ik het verder bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Dan zie ik de heer Zwaard van het CDA. Aan u het woord. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag even een korte schorsing willen hebben. De voorzitter: Dan schors ik de vergadering tot 21.10 uur. Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering. Ik kijk naar de heer Gebben, die ik vervolgens het woord wil geven. Mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter.

Wij hebben de wethouder gehoord en we hebben haar voldoende ruimte gegeven om haar eigen functioneren gewoon eens even de revue te laten passeren. Er komt eigenlijk weinig besef van dat ze het niet helemaal goed heeft gedaan. Dat is heel erg jammer. Dat is niet de eerste keer. In juni 2025 is dat eigenlijk ook al gebeurd. Toen is de raad ook gepasseerd bij het doorstrepen van de dubbele sporthal in Den Hoorn. Nu gebeurt dat eigenlijk weer. Daarom hebben we toch besloten om een motie van treurnis in te dienen. Dat is in deze raad niet echt gebruikelijk, maar het is toch wel eens tijd om een keer een signaal af te geven aan de wethouder, maar ook aan het college. Voor alle duidelijkheid: een motie van treurnis zegt niet 'stap maar op', maar geeft wel duidelijk aan dat het nu even genoeg is geweest. U moet ons als raad serieus nemen. We moeten de informatie krijgen op het moment dat wij die nodig hebben. Als dat keer op keer niet gebeurt, is dat vervelend en wordt het tijd voor een keer een duidelijk 18

signaal. Vandaar deze motie van treurnis. Wij hopen van harte dat alle andere raadsleden deze motie een keer ondersteunen, want we moeten een keer een signaal afgeven. Mijn Partij heeft al aangegeven om deze motie met ons mede in te dienen, dus daar zijn we heel erg blij mee. Ik zal het dictum voorlezen, voorzitter. "Besluit de raad zijn afkeuring uit te spreken over het handelen van wethouder Oderwald en daarmee het college op dit dossier; het college op te dragen de raad te allen tijde goed geïnformeerd en op tijd te betrekken in de besluitvormingsprocessen, en daarmee te voorkomen dat de raad voor voldongen feiten wordt gesteld." Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Gebben. Als het goed is, staat de motie nu in iBabs. Als het goed is, heeft u de motie in iBabs kunnen lezen. Is er nog behoefte bij iemand om daarover te spreken? Het lampje van de heer Gebben brandt nog. Mijnheer Vieira van D66, aan u het woord. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Uiteraard is het een opsomming over de situatie rondom DIOS. Als ik naar de situatie kijk, zie ik inderdaad dat er een kredietaanvraag gedaan wordt en dat onze ambtenaren en het college het naar de raad brengen. Dat doen zij - dat hebben wij ook eerder aangegeven - op een niet al te uitgebreide wijze, vandaar dat er in de commissiebehandeling ook zoveel vragen gesteld zijn.

Wat ons betreft is het in onze ogen niet zo dat daar zaken nagelaten zijn. Het is niet zo dat een college niet meewerkt aan een woningbouwprogramma of dergelijke zaken. Had het in dit dossier beter gekund? Ja, dat had gekund. Steunen wij deze motie? Nee, dat doen wij niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira. Ik kijk even rond. Ik wilde het woord geven aan mevrouw Langeveld, aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Wij laten ons op dit moment nog niet uit over de inhoud van deze motie. Die vinden we ook enigszins ver gaan. We waren nog bezig met de tweede termijn en de wethouder zou daar nog de beantwoording op doen. Dus wij willen eigenlijk eerst ook even wachten, voordat we hier verder iets over zeggen, op de beantwoording van de tweede termijn. De voorzitter: Duidelijk, dank u wel. Ik zie ook het lampje van mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland branden. Aan u het woord. Mevrouw Koppert: Wij supporten mevrouw Langeveld, dus wij wachten ook even eerst de beantwoording van de wethouder af. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Vervolgens wil ik het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Ik sluit me daarbij aan, voorzitter. De voorzitter: Dat betekent dat ik dan nu het woord wil geven aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald, aan u het woord. Wethouder Oderwald: Dank u wel, voorzitter.

Het spijt mij dat het voorstel summier was. Achteraf gezien heb ik in mijn beantwoording in de eerste termijn deze excuses te impliciet gemaakt en dat doe ik dus nu ook graag expliciet en luid en duidelijk. Het had anders gemoeten; dat neem ik serieus. Een aantal verbeteringen zijn al genoemd. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Ja, een eenvoudige vraag. Waarom moet er eerst een motie van treurnis op tafel komen voordat dat gezegd kan worden? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Ik wil mevrouw Oderwald vragen om te vervolgen.

19

Wethouder Oderwald: O, dat was niet nodig. Die tekst had ik al opgeschreven voordat ik die motie kende. Ik heb nog een vraag openstaan, voorzitter, van Mijn Partij. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat ze de tekst al opgeschreven had. In de eerste termijn is zij door drie, vier mensen in deze raad gevraagd, per interruptie, om een mea culpa te maken. Dat is niet gebeurd. Hoe kunt u zeggen dat u die tekst hebt opgeschreven? Waarom kon u niet in de eerste termijn gewoon een mea culpa maken, zodat wij hier niet met een motie van treurnis hoefden te komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja, voorzitter. Ik heb het te impliciet gedaan. Dan nog steeds de vraag van Mijn Partij: valt er nog wat te kiezen over het veld en de uitvoering? We gaan zorgen dat het aan de normen van de Nederlandse Handbalbond voldoet. U bent dan niet aan de goden overgeleverd, maar aan de technische expertise van alle mensen die de onderzoeken gaan doen en de aanbesteding in gang zetten. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ammerlaan. Mijnheer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: De korte vraag was of de wethouder of het college terug zou komen met onderzoeken waar we ook enige duiding van krijgen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ammerlaan. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Oderwald: Ik kan u daarin meenemen, maar als u daar besluitvorming over wenst, past dat niet, zoals ik in de commissie ook aangegeven heb, in de termijnen die voor de aanbesteding nodig zijn. De voorzitter: Mijnheer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Dan zou ik daar nog graag aan toe willen voegen dat we daar heel graag in mee willen worden genomen, zodat we kunnen toetsen, zoals ons budgetrecht bedoeld is, of er niet onnodig veel geld wordt uitgegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ammerlaan. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Oderwald: Vanzelfsprekend rapporteren wij daarover. In de maandinformatie zal ik dat expliciet meenemen, maar uiteraard ziet u dat natuurlijk ook gewoon in alle financiële verantwoordingsstukken terug. De voorzitter: Dan betekent dit voor dit moment dat wij de tweede termijn en de beantwoording van de wethouder afsluiten en overgaan tot de stemming. Ik zie alleen nog de heer Zwaard, die ik nog even kort het woord wil geven. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel. Dan vraag ik nog voor een tweede keer een hele korte schorsing. De voorzitter: Dat betekent dat ik over precies vijf minuten weer wil starten. De schorsing gaat nu in. Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering. Ik kijk naar de heer Zwaard van het CDA.

Wenst u het woord? U wenst niet het woord. Is er iemand anders die nog het woord zou wensen? Mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland, aan u het woord. Ik kan duidelijk zijn dat we geen derde termijn hebben, maar we hebben het wel even over de motie en de reactietijd. Dat is het enige waarover nu de reactie gegeven mag worden. Mevrouw Koppert. 20

Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hadden wij ook nog aangegeven dat wij nog terug zouden komen op de motie, dus dan is het wel zo netjes. In eerste instantie heeft de wethouder niet expliciet sorry gezegd. In tweede instantie wel. Ze heeft wel aangegeven in eerste instantie dat het proces beter had gemoeten. Daarnaast heeft de wethouder heel goed naar ons geluisterd in de commissievergadering en heeft ze die aanvullende notitie heel duidelijk geschreven. Dus wat ons betreft heeft ze echt naar ons geluisterd. Wij zullen de motie dus niet steunen. De voorzitter: Dan wil ik vervolgens het woord geven aan mevrouw Langeveld. Het gaat uitsluitend over de motie. Mevrouw Langeveld: Uiteraard, voorzitter. Dat heb ik goed gehoord. Wij zullen de motie ook niet steunen. Ik gaf al aan te willen wachten op de beantwoording van de tweede termijn. Daarin heeft de wethouder wel haar excuses aangeboden en gezegd dat het proces anders had moeten lopen. Dat is voor ons voldoende, dus wij zullen de motie dan ook niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Tot slot de heer Ringeling, aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, dank. De wethouder heeft in haar tweede termijn duidelijk haar excuses aangeboden, waarschijnlijk na aankondiging van de motie. Daarmee heeft de motie haar doel bereikt in principe.

De motie is wat mij betreft overbodig geworden, dus is het doel in principe bereikt. De motie is wat mij betreft dus nu overbodig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. En dan tot slot de heer Gebben. De heer Gebben: Wij gaan de motie natuurlijk steunen, maar ik wil graag een hoofdelijke stemming. De voorzitter: Wij gaan allereerst de besluitvorming van het voorstel dat voorligt in stemming brengen. Dat is de stap die we nu gaan zetten. Ik wil u dus vragen ter besluitvorming uw stem uit te brengen op het voorstel zoals het voorligt. Het voorstel is met unanieme instemming aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we nu over tot de hoofdelijke stemming over de motie. Daartoe pak ik het kistje en trek ik een nummertje. Dit heb ik nog niet eerder gedaan trouwens. Nummer 4, dat is mijnheer Jongsma. De griffier noemt de namen en u roept of u voor of tegen bent. De heer Jongsma: Tegen De heer Knaap: Tegen Mevrouw Koppert: Tegen Mevrouw Langeveld: Tegen De heer Van Lier: Voor De heer Moerman: Voor De heer Van Rijs: Tegen De heer Ringeling: Tegen De heer Rodenburg: Tegen De heer Roeling: Voor De heer Scholtes: Tegen De heer Van der Spek: Voor De heer Vieira: Tegen De heer Zwaard: Tegen De heer Ammerlaan: Voor De heer Van der Eijk: Voor De heer Gebben: Voor

21

De stemmen tellend concluderen wij dat er 7 stemmen voor de motie en 10 stemmen tegen zijn. Daarmee is de motie verworpen. De motie wordt verworpen met de stemmen van de fracties van VVD en Mijn Partij voor.

9.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dan gaan we vervolgens door naar de overige onderwerpen, naar agendapunt 9, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. En Mijn Partij en de heer Knaap van de fractie OGP Midden-Delfland hebben vragen. We gaan het uiteraard per vraag afhandelen. Tijdens dit agendapunt is er geen interruptie mogelijk. Dat is even voor de duidelijkheid dat we allereerst naar vraag 1 gaan. De vraag betreft de aanvraag partycentrum Maasland. De heer Van Lier van Mijn Partij heeft die vraag ingediend. Het college heeft inmiddels gereageerd op uw vragen. Heeft u nog aanvullende vragen hierover? Dat is mijn vraag aan u. Mijnheer Van Lier, aan u het woord. De heer Van Lier: Dank, voorzitter. Ik heb zeker aanvullende vragen. Meestal bedank ik ook voor de antwoorden, maar ik heb op dit moment nog niet zoveel aan de antwoorden, want heel veel is eigenlijk pas net binnen en moeten we nog uitzoeken. Daarom kom ik eigenlijk op twee vragen. Ik stel die vragen niet voor niks. Er zijn natuurlijk wat zorgen over wat er ontwikkeld wordt, met respect voor de Omgevingsvergunning, of althans, de Omgevingswet die daar geldt. Maar deelt het college de zorg van de Maaslanders over het project? En vraag 2 is, met deze antwoorden, wat het tijdpad is.

Wanneer kunnen wij wel wat horen en weten en iets doen? De voorzitter: Ik kijk ook even naar andere raadsleden of die op dit punt vragen hebben aan de wethouder. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, het betreft hier een vergunningsaanvraag. We gaan het proces van de vergunningsaanvraag doorlopen. Dat betekent dat er eerst gekeken wordt of de aanvraag volledig is. Daarna wordt gekeken wat er aangevraagd is en of we alle stukken hebben. Dan wordt er een vergunning verleend. Als dat allemaal binnen de kaders past, dan zal dat een reguliere vergunning zijn en dan zal er binnen het bestemmingsplan teruggebouwd worden wat er misschien ooit gestaan heeft. Dat is nu wat er is. Bij de zorgen kan me wel iets voorstellen, maar er komt een aanvraag waarvan we dus nu nog niet precies weten hoe die er exact uitziet - daar wordt naar gekeken - maar die kunnen we alleen vergunnen op het moment dat die voldoet aan alle regeltjes. Dan zouden er geen zorgen hoeven te zijn. De voorzitter: Dat lijkt me helder. Mijnheer Van Lier. De heer Van Lier: Even één aanvulling. Ik ben het met de wethouder eens; binnen vergunning horen we niks. We respecteren natuurlijk het bestemmingsplan dat er ligt, maar wij zijn aangeslagen op de opmerking over het afwijken van de regels in het omgevingsplan.

Dat betekent dat of de raad of het college er iets van moet gaan vinden. Dat is vraag 2: wat is dan het tijdsplan? Dat betekent dat er iets moet gebeuren. Dus kunt u aangeven dat er over een maand, of over twee of drie maanden, iets komt waar u of wij iets van moeten vinden? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lier. Het woord is aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Het gaat hier om een vergunningsaanvraag waarin nu gekeken wordt, zowel intern met de vergunningverlener als extern met degene die die vergunningsaanvraag indient, wat ze nu precies aanvragen en wat er vergund moet gaan worden. Als dat helemaal binnen de huidige plannen past, dan verlenen we die vergunning. Zo simpel is het. Mocht er iets aangevraagd worden wat niet vergunbaar is, dan kunnen we daar uiteindelijk een aanpassing op vragen. Dan moeten we inderdaad naar de raad toe om als college daarvan af te wijken of u als raad daarvan af te laten wijken. Ik weet niet precies of de vergunningsaanvraag nu volledig is. Ik weet niet precies of het allemaal correct is gedaan. Daar wordt nu naar gekeken; dat proces loopt. Het kan zijn dat de vergunningsaanvraag af en toe op pauze gezet wordt. We hebben een wettelijke termijn waarbinnen we moeten reageren. Die mogen we nog een keertje oprekken. Dat proces loopt nu. Mochten we daarbinnen kunnen vergunnen, dan gaan we dat doen. Als dat niet kan, dan komen we

22

misschien wel bij u terug om u te vragen om in te stemmen met een ontwikkeling die wij dan misschien toch willen steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp. Deze vraag is daarmee voor nu afgehandeld. Dan gaan we door naar de tweede vraag die binnengekomen is, ook van de heer Van Lier van Mijn Partij over de fietsenstalling Oude Veiling Maasland. Het college heeft inmiddels gereageerd op uw vragen op dit onderwerp. Mijn vraag aan u is vervolgens ook weer of u daar nog aanvullende vragen op heeft. De heer Van Lier: Ja. Dank, voorzitter. Ik ben in ieder geval blij met de actie. Ik wil even positief zijn. Er zit één discrepantie in. Dat is ook een vraag, want de eigenaar onderneemt actie. Een andere actie is dat we proberen de openbare verlichting aan te sluiten. De vraag is even hoe het college dat ziet. Ik zie twee dingen. Wanneer hebben we nu gewoon licht? Dat was echt de vraag: wanneer gaan de lichten weer aan? Want de ervaring van een paar jaar geleden is dat het heel lang kon duren eer de eigenaar wat deed. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lier. Het woord is aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, wij zijn in gesprek met de eigenaar om de huidige situatie op te lossen. Dat betekent dat we kijken of het mogelijk is dat het licht daar weer gewoon gaat branden volgens de oude installatie en methodiek.

Tegelijkertijd zijn we aan het kijken of we die afhankelijkheid van die eigenaar kunnen voorkomen door de verlichting aan te sluiten op de openbare verlichting, zodat we daarmee zelf verantwoordelijk zijn en het licht mee kunnen laten schakelen met de openbare verlichting. De voorzitter: Ook hierbij is deze vraag beantwoord, waarbij ik nog wel zie dat de heer Scholtes van D66 nog een vraag heeft. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het is misschien een principedingetje, maar in antwoord op vraag 3, wie is de eigenaar of opstalhouder van het pand, staat dat het om een private partij gaat, dus om een bedrijf of een organisatie, maar dat die gegevens niet gedeeld kunnen worden in het kader van de AVG. Klopt het als ik zeg dat de AVG niet van toepassing is op rechtspersonen, maar alleen op natuurlijke personen? Dat is een vraag aan de wethouder. De voorzitter: Nog even, mijnheer Scholtes. U heeft het nu over vraag 3. Dan heeft u terecht deze vraag gesteld, met excuses, maar dan hierbij ook het woord aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, in het kader van de privacy denken wij dat het niet nodig is voor deze discussie dat we met u delen wie de eigenaar is. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dank u wel, wethouder Voskamp. Dan gaan we door naar de derde vraag die openstaat over de voortgang Centrumplan Den Hoorn.

Die vraag is van de heer Knaap van de OGP Midden-Delfland. Daarover heeft het college inmiddels gereageerd op uw vragen. Ook mijn vraag aan u is of u daar nog aanvullende vragen op heeft. Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één aanvullende vraag, maar voordat ik die stel, vind ik het gewoon fijn om te constateren dat we er bijna zijn, want ik denk dat dat ook wel een sentiment is dat leeft, niet alleen bij de fractie OGP Midden-Delfland maar misschien bij meerdere fracties. We zijn er bijna en ik hoop van ganser harte dat we in februari dat hele afsprakenkader rond hebben. Mijn enige aanvullende vraag zit in vraag 4 en het antwoord daarop. Dat gaat over het opknappen van de openbare ruimte. Al heel veel jaren is het paadje tussen de Lookwatering en het centrum van Den Hoorn heel erg smal. Die tegels verschuiven steeds. Er lopen steeds meer mensen met kinderwagens, kinderen met stepjes en oude mensen met rollators vast in de gleuven die elke keer ontstaan. Mijn vraag aan de wethouder is dus of u bereid bent om zo snel mogelijk het trottoir als doorgaande looproute tussen Look-West en het centrum van Den Hoorn aan te passen en daar ook even wat creatiever naar te kijken, want het is bijna niet meer houdbaar.

23

De voorzitter: Ik zie tevens een vraag van de heer Van der Eijk van de VVD. Die kan de wethouder wellicht daarna dan meteen ook beantwoorden. Mijnheer Van der Eijk, aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat de wethouder die kan beantwoorden; het is misschien vrij technisch. Er staat ook 'de verkoop van het Groene Kruisgebouw'. Het is natuurlijk de bedoeling dat daar appartementencomplexen boven komen, tenminste, een soort studio's. Heeft het college ook bij die verkoop een bouwverplichting opgelegd, zodat die appartementen ook werkelijk gebouwd gaan worden? Want anders hebben we gewoon een pand gekocht waar parkeerplaatsen komen. Maar heeft het college in die verkoopakte opgenomen dat daar echt wel studio's komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. En dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ga samen met mijn collega kijken of we dat voetpad zo snel mogelijk in orde kunnen brengen. We hebben het niet opgenomen in de beantwoording, maar op dit moment zijn alle partijen, zowel de gemeente als de twee ontwikkelende partijen, met elkaar in gesprek om te kijken hoe bijvoorbeeld de bouwstromen gaan lopen als we straks uiteindelijk daar gaan bouwen.

Dat zal ook betekenen dat er een terrein afgezet wordt, dat er een gebied is waarin misschien wat andere routes nodig zijn om te lopen in die tussentijd. Dus daar nemen we het zeker in mee en voor die tijd zullen we kijken wat we hier alvast kunnen doen. Voorzitter, ik ben een beetje verbaasd over de vraag van de VVD. Wij hebben u geïnformeerd dat de verkoop van het Groene Kruisgebouw wel doorgaat, maar dat appartementen daar niet gerealiseerd gaan worden. Dat is een van de redenen waarom het daar aangepast moet worden, namelijk dat daar uiteindelijk niks gebouwd gaat worden, maar dat daar een openbare parkeerplaats komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp, voor de beantwoording van de vragen. Daarmee sluit ik hiermee ook de vragenronde af.

10.

Sluiting van de vergadering

De voorzitter: Wij komen tot het laatste agendapunt en dat is het sluiten van de vergadering. Het sluiten van de vergadering en tevens van het vergaderjaar 2025. Hierbij wens ik jullie allen goede kerstdagen en ook een fijne jaarwisseling toe, een veilige jaarwisseling. Allemaal even pas op de plaats. Ik hoop ook velen van jullie binnenkort te zien. Alle gezondheid en goeds voor 2026 toegewenst. Daarmee is het zo dat wij ook de opmaat gaan maken volgend jaar naar de raadsverkiezingen die we op 18 maart 2026 hebben en die al jullie aandacht zullen vragen. Daar wensen we jullie ook veel succes mee. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 27 januari 2026.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, F.I. Noordermeer-Van Slageren

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5568d4fa-fed8-46b9-bda1-87cbec1b94ea